Vastgestelde notulen overlegtafel 31072014

Vijfde bijeenkomst Bestuurlijk Contracteren
Vastgestelde Notulen
Vergadering
: Fysieke Overlegtafel (FOT)
Datum
: 31 juli 2014
Locatie
: Raadszaal gemeente Oegstgeest, Rhijngeesterstraatweg 13
Tijd
: 10:00 uur - 11:30 uur
Vastgesteld:
: 15 augustus 2014
Aanwezig:
Mevr. Petra van Teijlingen (Gemiva SVG)
Dhr. Jelke Dijkstra (Wmo Adviesraad Leiden)
Mevr. Elke Louwers (Kwadraad)
Mevr. Miranda Kerkvliet (Groenoord Zorgt)
Dhr. Maarten Gerding (Gemeente Zoeterwoude)
Dhr. Chrik Duyvendak (Gemeente Oegstgeest)
Mevr. Kim van Goethem (Gemeente Leiden-notulist)
Dhr. Remco Peijs (Gemeente Leiden)
Mevr. Kim Verburg (Prodeba)
Mevr. Marieke Kunz (MEE)
Mevr. Esther Schepers (Servicepunt71- procesbewaker inkoop)
Mevr. Monja van der Weide (Gemeente Leiden- voorzitter-MvdW)
Mevr. Mirjam Muller ( Pluspunt Leiderdorp)
Mevr. Ineke Velthuyzen (Topaz)
Mevr. Gert Voerman (Humanitas)
Dhr. Peter Vader (Rivierduinen)
Dhr. Martien Wesselman (De Haardstee)
Dhr. Frank van Rooij (Radius)
Dhr. Kaj Boot (ActiVite)
Mevr. Ellen Molenaar (De Binnenvest)
Mevr. Ilona Chiew (Libertas Leiden)
Mevr. Mirjam de Haas (ProCura)
Dhr. Cor Hartman (lid van Wmo Adviesraad Leiderdorp)
Mevr. Marja van Bruggen (Gemeente Leiderdorp)
Afwezig:
Mevr. José van Heiningen (Wijdezorg).
Mevr. Jessica Helsloot/Janna Hopman (Philadelphia)
1
Toehoorder publieke tribune:
Mevr. Irene Baard (Gemeente Leiden)
Mevr. Ria Caspers (Marente)
Dhr. Niels Plasmeijer (Groenoord Zorgt)
Mevr. Sietske van der Staak (Gemeente Leiden)
Mevr. Ziggy Blok (Gemeente Leiden)
Agendapunten:
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Opening, mededelingen en vaststellen agenda (5 min)
Vaststellen verslag vorige keer (5 min)
Verantwoording
Concept Resultaatsovereenkomst (30 min)
Bekostiging deel II: tariefstelling en differentiatie (30 min)
Conclusies, vervolgafspraken en afsluiting (5 min)
1. Opening, mededelingen en vaststellen agenda (5 min)
Monja van der Weide (MvdW) opent de vergadering. Ze bedankt zowel de organisaties van de
fysieke, als de digitale overlegtafel voor het aanleveren van de informatie van de afgelopen week via
de website. Ze deelt mede dat deze reacties onder punt 3 van het overleg zullen worden behandeld.
Daarnaast stelt ze kort de toehoorders van de bijeenkomst voor aan de deelnemers van de fysieke
overlegtafel.
Kim van Goethem (KG, Gemeente Leiden) deelt mede dat wegens de grootte van de
audiobestanden, de bestanden maar tijdelijk op de site zullen worden geplaatst. Zo zal de audio van
de vastgestelde derde bijeenkomst online zijn, tot de vastgestelde notulen van de vierde
bijeenkomst online komen. Deze audio zal op zijn beurt weer plaats maken voor de audio van de
vijfde bijeenkomst als deze is vastgesteld.
MvdW deelt mee dat wegens organisatorische redenen de bijeenkomst van 27 augustus is verplaatst
naar 28 augustus (zelfde tijd, zelfde locatie).
MvdW vraagt of er nog andere mededelingen zijn. Deze zijn er niet. MvdW vraagt of er nog
toevoegingen zijn aan de agenda van vandaag. Deze zijn er niet en dus wordt de agenda vastgesteld.
2. Vaststellen verslag vorige keer (5 min)
De conceptnotulen van de vierde sessie worden behandeld en verbeterd. (NB: inhoudelijke vragen en
opmerkingen zijn hieronder wel aangegeven, kleine verbeteringen zijn direct in de voorgaande
notulen opgenomen).
P 6.: Martien Wesselman (MW Haardstee) vraagt wat er bedoeld wordt met de zin: “MK Groenoord
Zorgt geeft aan dat voor cliënten die dagbesteding volgen, ook begeleiding nodig is als zij helpen bij
hulp bij het huishouden en dat dit wel rendabel moet zijn.” Miranda Kerkvliet (MK Groenoord Zorgt)
2
antwoord zelf dat zij hiermee bedoelde dat de begeleiding die een cliënt dagbesteding nodig heeft
tijdens het uitvoeren van taken voor hulp bij het huishouden. Zij gaf hiermee aan dat als deze
begeleiding meer kost, het niet rendabel was om deze cliënten in te zetten voor taken van hulp bij het
huishouden.
P 7.:MK Groenoord Zorgt vraagt of het klopt dat er dus momenteel nog niets is geregeld voor de
cliënten met een hulp bij het huishouden indicatie, wiens indicatie per 1 januari stopt. MvdW geeft
aan dat dit klopt, alle organisaties die hulp bij het huishouden leveren hebben hierover een brief
ontvangen. MK Groenoord Zorgt geeft aan dat in haar organisatie 80% van de cliënten de indicatie
per 1 januari afloopt. Er wordt gewerkt aan een raadsvoorstel over de invulling van de algemene
voorziening huishoudelijke ondersteuning. Naar verwachting zal in september hierover een
beslissing worden genomen. De algemene voorziening zal niet op 1 januari 2015 gereed zijn. De
gemeenten zullen zo snel mogelijk met een voorstel komen, hoe we de periode van 1 januari tot
aan de start van de algemene voorziening kunnen overbruggen.
P7.: MW Haardstee vraagt of dit betekent dat de cliënten zonder beperking 21%BTW betalen. Chrik
Duyvendak (CD, Gemeente Oegstgeest) geeft aan dat alle partijen die als grondslag een Wmoorganisatie zijn, geen BTW-verplichting hebben. Indien er geen grondslag is voor Wmo geldt wel het
btw tarief.
P 8.: MW Haardstee geeft aan dat de systematiek voor verantwoording iWmo heet en hij vraagt aan
de gemeenten of de Leidse regio hier al meer over weet. MvdW geeft aan dat dit een advies is van
de VNG, en dat de gemeenten hier niet in mee hoeven te gaan.
De conceptnotulen van de vierde bijeenkomst worden na de opmerkingen en reacties vastgesteld.
3. Verantwoording
MvdW bedankt de deelnemers voor hun geleverde input van de bijeenkomst van 21 juli. De meeste
reacties zijn opgenomen in de voorbeelden van de resultaatovereenkomsten die vandaag onder
agendapunt 4 besproken zullen worden, maar ze loopt kort de aangeleverde hoofdpunten langs:
• Levertijd: 95% van de hulpvragen wordt binnen 1 week gestart
• Micro niveau: 80% van de persoonlijke doelen worden behaald binnen de verwachte termijn
• Macro niveau: de zelfredzaamheid is gestegen bij afronding van de hulpverlening op van te
voren gestelde onderdelen. Nadere uitwerking naar voorkeursinstrument die gemeenten
willen hanteren bv zelfredzaamheidmatrix, effectenster of anders.
(bijvoorbeeld Dagbesteding, Huisvesting, lichamelijke gezondheid). Voor een
verantwoording kan dan een eerste meting gedaan worden en beoordeeld worden of er
sprake is van groei of stabiliteit op genoemde gebieden. Dit gekoppeld aan
klanttevredenheid geeft goed inzicht in de effectiviteit van de gedane investering.
• Als de begeleiding start zet de aanbieder van begeleiding met cliënt begeleidingsdoel neer
(deze zou je gestandaardiseerd op formulier kunnen zetten), zoals:
- Zelfstandig functioneren binnen xx weken, maanden.
3
•
•
•
•
•
•
Begeleiden tot stabilisatie de of mantelzorg/vrijwilliger begeleiden om zelfstandig de cliënt
te ondersteunen.
Begeleiden bij achteruitgang etc. met frequentie van begeleiding in eerste 3 maanden en
vervolg. Start is in vele situatie intensiever.
Aanbieders voeren 2x per jaar klanttevredenheidsonderzoeken bij minimaal 1/3 van het
totaal aantal cliënten.
Elke maand stuurt de aanbieder van begeleiding de rekening naar het centrale punt in de
gemeente waar eventuele controle mogelijk is van de ingestuurde rekeningen.
Om de effecten te meten zou je bijv. 1 keer per kwartaal de aanbieders van begeleiding
kunnen laten invullen wat de effecten zijn van de begeleiding door bijv. aanvinken van:
o zelfstandig geworden, de begeleiding gestopt in … maanden.
o mantelzorg/vrijwilliger heeft begeleiding over genomen in … maanden.
o stabiel gebleven, begeleiding is … per week/maand.
begeleid bij verwachte achteruitgang (bij heel wat ziektebeelden weet je dat er
achteruitgang wordt verwacht).
cliënt is uitgestroomd door: zelfstandig geworden, opgenomen, overleden etc.
een idee is dat er voor de algemene voorziening ook een soort van toestemming wordt
gegeven door de gemeente. Hierdoor weet je hoeveel cliënten huishouding A hebben en
hoeveel cliënten huishouding A plus hebben. Daarnaast is het belangrijk als er een soort
indicatie/toestemming wordt afgegeven, ook als de cliënt zelf betaald je geen 21% BTW
hoeft te betalen, zodat HV betaalbaar blijft voor cliënten. Komt er 21 % over het tarief heen,
dan is het voor de meeste cliënten niet te betalen.
Geen outputgerichte effectmeting:
voor de complexe doelgroepen waar wij mee te maken hebben (Ontmoetingscentrum licht
dementerende en dagbehandeling PG/somatiek kwetsbare ouderen) zijn geen
outputgerichte effectmetingen beschikbaar die voor de verantwoording kunnen worden
gebruikt. Zoals bijvoorbeeld het langer thuis wonen of de vertraging in het dementieproces.
Hiervoor dient dan eerst wetenschappelijk onderzoek naar worden gedaan, en dan nog blijft
het lastig.
Tevredenheid cliënt en mantelzorgers:
een belangrijk item wat kan worden gemeten en terug kan komen in de verantwoording is
de tevredenheid van cliënten én van de mantelzorgers. Daarbij is het van belang dat een
objectieve standaard wordt gebruikt, die representatief is voor de doelgroep en bij deze
complexe doelgroep door een onafhankelijke partij (mogelijk de Gemeente) met behulp van
een interview wordt gemeten.
Deskundigheid vrijwilligers en professionals:
een item wat terug kan komen in de verantwoording is de beoordeling van het vereiste
minimale deskundigheidsniveau van medewerkers per doelgroep. En daarnaast de mix
tussen vrijwilligers en professionals.
4
•
Verantwoording onafhankelijkheid wijkteams:
een onafhankelijk toetsend wijkteam die zorg draagt voor keuze vrijheid van de inwoner.
Waarbij de juiste expertise wordt ingezet, zoals een specialist ouderengeneeskunde. In de
wijkteams zoals die er nu uitzien is geen rol voor de specialist ouderengeneeskunde. Juist
deze functionaris kan bij complexe problematiek vanuit een multidisciplinaire benadering
goed advies uitbrengen over wat iemand nodig heeft.
• Verantwoording administratief:
• Beperking van de administratieve lasten;
• Controle: bij voorkeur door vrijheid richting aanbieders, met het uitgangspunt ‘indicatie’=
realisatie (n.v.t. bij afwezigheid cliënt). Voorkomen van ‘perverse’ prikkels;
• Voor de laatste input algemene en/of maatwerkvoorziening wordt het woord gegeven aan
Petra van Teijlingen (PT Gemiva) om een korte toelichting te geven
Een locatie/gebouw is gebouwd of wordt gehuurd en ingericht voor de doelgroep die er gebruik
van maakt. Dat was bij dagbesteding tot enkele jaren geleden het uitgangspunt.
In de nieuwe tijd kunnen dit locaties zijn die in aanmerking komen om als algemene voorziening
in te zetten. Niet alle doelgroepen kunnen van een algemene voorziening gebruik maken.
Bijvoorbeeld cliënten met moeilijk verstaanbaar gedrag en mensen die niet in grote groepen
kunnen participeren (prikkelarm moeten leven) zullen van een "bijzondere", lees
maatwerkvoorziening, locatie gebruik blijven maken. Ook cliënten met een ernstige
meervoudige beperking vragen een zeer intensieve ondersteuning en verzorging en dus vele
aanpassingen. Alle voorzieningen zijn vaak aanwezig, aangepast toilet, tilsystemen ,aparte
werkruimten voor cliënten die niet in een groep kunnen aansluiten en allerlei aanpassingen om
aan activiteiten te kunnen deelnemen. In een algemene voorziening kan maatwerk worden
geleverd. De professional en de cliënt beoordelen wat er nodig is aan ondersteuning, waar liggen
de wensen, wat kan er binnen de algemene voorziening en wat is dan het maatwerk wat nodig
is. Het maatwerk zal bij mensen met een beperking zitten in de manier/methode van
begeleiden. De ondersteuning die nodig is kan liggen op het gebied van de methode,
lichamelijke verzorging, wat voor activiteiten zijn er mogelijk rekening houdend met de
beperking, zowel fysiek als verstandelijk. Een koffieochtend, algemene voorziening, kan ook een
activiteit zijn voor iemand met een beperking. Er moet gekeken worden of het past en dat de
deelnemers van de algemene voorziening niet weg blijven omdat er mensen aansluiten die zij
niet kennen of vreemd gedrag vertonen. Het zal niet vanzelfsprekend zijn bij de start, om een
algemene voorziening als uitgangspunt te nemen voor een maatwerkvoorziening , dat
deelnemers/cliënten en inwoners van de wijk elkaar snel zullen accepteren en met elkaar
optrekken. Soms lukt dit helemaal niet maar door dit goed te begeleiden en te ondersteunen is
er meer mogelijk dan nu in doelgroepen werken.
MvdW vraagt de deelnemers naar concrete oplossingen en acties met deze doelen en manieren van
verantwoording. Ook vraagt ze wat hiervan realiseerbaar is voor 1 januari.
5
Elke Louwers (EL Kwadraad) geeft aan dat haar inziens de gemeente om de regie gaat. De hoe-vraag
moet door de organisaties zelf ingevuld worden. MW Haardstee denk dat er los moet worden
gelaten van het idee dat alles per 1 januari geregeld is. EL Kwadraad is het hier niet mee eens. Peter
Vader (PV Rivierduinen) geeft aan dat een goede tussenstap in dit proces in ieder geval zou zijn om
te inventariseren wat er nu al draait aan innovatieve projecten en nieuwe manieren van
verantwoording. MW Haardstee geeft aan dat het de taak van de organisaties zelf is om te shoppen
voor panden en slimme links te leggen. De gemeente hoeft dit niet te beheren, maar kan dit wel
stimuleren met ontheffingen etc. Ellen Molenaar (EM Binnenvest) onderschrijft dit, en wil hieraan
toevoegen dat een pand wat de helft van de tijd leeg staat, volgens haar, niet als een algemene
voorziening kan worden beschouwd. Het moet juist leven en bruisen en niet een stoffig karakter
hebben. EL Kwadraad voegt hieraan toe dat er tevens goed moet worden gekeken naar een
verdeling van de panden over de wijken en gemeenten en dat hierin slimme, multifunctionele
keuzes in kunnen worden gemaakt.
MvdW vraagt of er nog vragen zijn naar aanleiding van dit onderwerp. Frank van Rooij (FR Radius)
wil opmerken dat hij vindt dat men niet teveel mee moet gaan met de beeldvorming. Er zijn nu met
verschillende geldstromen locaties opgebouwd. Een samenwerking met locaties hoeft niet per sé
groots opgezet te worden, maar kan juist klein in de wijk georganiseerd worden. De organisaties
moeten simpelweg de intentie hebben om samen te willen werken.
MK Groenoord Zorgt vraagt of het mogelijk is om de terminologie voor hulp bij het huishouden,
zoals de vorige keer besproken, te veranderen. De gemeenten uit de Bollenstreek maken namelijk
gebruik van de cijfers 1, 2 en 3. MvdW zal kijken of het mogelijk is om dit idee door te voeren. EM
Binnenvest geeft aan dat de systematiek tussen de Leidse regio en de bollenstreek dan wel exact
hetzelfde moet zijn, omdat het anders alleen maar meer verwarring oproept.
(NB: Dit is inmiddels nagevraagd door de gemeenten, maar Hulp bij het Huishouden wijkt inhoudelijk
in de Leidse regio teveel af van de Duin- en Bollenstreek om dezelfde terminologie aan te houden.)
4. Concept Resultaatsovereenkomst (30 min)
MvdW geeft aan dat de resultaatovereenkomsten die op de site stonden afgelopen week, een
concept van een concept zijn. Momenteel liggen zij bijvoorbeeld ook nog bij de juridische afdeling
om gecontroleerd te worden. Toch wil ze graag met de deelnemers ingaan op de inhoud, en dan met
name op de inhoud van bijlage 2 van de resultaatovereenkomsten. Hiervoor geeft ze het woord aan
CD. CD geeft een korte toelichting op de bijlages en verwijst iedereen met name naar het cursieve
gedeelte op pagina 13 van de overeenkomst voor begeleiding (beginnend met: “Dienstverleners
laten jaarlijks…”). Hij vraagt aan de deelnemers of er niet een duidelijke dubbeling in de manieren
van verantwoording te vinden is op deze wijze en vraagt zich af of het zelfs wel meetbaar is uit de
gegevens van de organisaties.
FR Radius geeft aan dat het zeer lastig is om de resultaten te meten van innovatie en vraagt af in
hoeverre dit wenselijk is. Hij heeft hier ervaring mee middels het nationale programma
ouderenzorg. Daarnaast draagt hij aan dat er tussen zijn MO-groep en Nyenrode een
6
samenwerkingsverband is ontstaan. Deze kijken hoe de resultaten van het werk bekeken worden
vanuit de cliënt, om zo een meetsysteem te ontwikkelen. Hij wil uit deze ervaring pleiten voor een
klein systeem, niet te uitgebreid, niet te groot of te systematisch.
MK Groenoord Zorgt geeft aan dat het voor organisaties vaak een grote kostenpost is om externe
onafhankelijke meetorganisaties in te huren. Ze vraagt dan ook aan de gemeenten om zelf hierop de
regie te voeren, eventueel met het ontwerp van de standaard vragen en formulieren. MvdW vraagt
of een klanttevredenheidsonderzoek hier wenselijk zou zijn. MK Groenoord Zorgt geeft aan dat dit
kan, maar dat volgens haar de regie bij de gemeente kan liggen. MW Haardstee reageert hierop door
te zeggen dat de klanttevredenheidsonderzoeken door het zorgkantoor eens in de twee/drie jaar
gehouden worden, dus dat het dan wel wenselijk zou zijn om deze meetmomenten te
synchroniseren. Verder adviseert hij om onderzoek op een kwalitatieve manier te doen. Dit kan
bijvoorbeeld door interviews, steekproeven, samen met kwantitatieve gegevens te combineren.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan de “Cliënt in Beeld” boekjes. Daarnaast kan hij zich voorstellen dat de
gemeenten ook willen weten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de landelijke metingen, in hoeverre
een cliënt nu/nog participeert in de samenleving.
EL Kwadraad geeft aan dat de kwaliteit van de organisaties vaak niet af te lezen is aan de registratie.
Ook de verbetering van de dienstverlening en de verandering daarin de aankomende paar jaar, zal
niet duidelijk aan de cijfers af te lezen zijn.
Kim Verburg (KV Prodeba) geeft aan dat zij naast de instroom en uitstroom, ook graag de reden van
instroom en uitstroom geregistreerd zou willen zien.
PV Rivierduinen onderschrijft de eerdere mening van Kwadraad. Ook zou hij graag de mate van
samenwerking gemeten willen zien. Eventueel kan er voor het ontwerpen van deze systemen een
verbinding worden gezocht met de Hogeschool Leiden.
EM Binnenvest voegt hieraan toe dat zij tegenwoordig hun werkers zelf vragen laten stellen, en dit
door een gecertificeerd bedrijf laten toetsen. Dit scheelt veel werk.
MvdW geeft aan dat zij omwille van de tijd dit onderwerp wil afronden. Ze ziet graag zowel
technische als inhoudelijke vragen en opmerkingen m.b.t. de resultaatovereenkomsten via de site
tegemoet. Net als bij de ontwikkelovereenkomst zullen de gemeenten een document voor alle
vragen op de site zetten.
EL Kwadraad vraagt waarom er activiteiten genoemd staan in de resultaatovereenkomst. MvdW
parkeert deze vraag en geeft aan deze in een eerder overleg aan de orde is geweest.
5. Bekostiging deel II: tariefstelling en differentiatie (30 min)
MvdW geeft het woord aan Remco Peijs voor een toelichting. Voorafgaand daaraan geeft ze aan de
organisaties mee dat het in het kader van transparantie, mededinging en concurrentie niet wenselijk
om vanuit de organisaties direct te reageren. Discussie die hierdoor ontstaat zal worden afgekapt.
Reacties kunt u conform het format via de site geven. Het format betreft het financiële kader
opgebouwd volgens een aantal stappen. Wellicht dat uw organisatie een andere systematiek
heeft. Wij vragen of u de verrekening van de kosten op dezelfde manier wilt toevoegen (anders
7
vergelijken we appels met peren). Daarnaast kunt u in de mail evt. inhoudelijke suggesties
toevoegen.
(NB: Voor de toelichting van RP verwijzen we u graag naar Bijlage 1: Powerpoint presentatie
bekostiging bijeenkomst BC 31 juli. De nummers van de slides zijn gebruikt om hieronder de
inhoudelijke reacties van de deelnemers weer te geven.)
Slide 6
MW Haardstee en KV Prodeba vragen of de kosten van het pgb meegenomen zijn in de berekening
van de tarieven. RP geeft aan dat deze wel in Vektis aanwezig zijn, maar dat er voor de tarieven is
gekeken naar de kosten van natura-zorg.
Slide 11
EL vraagt wat de verschillende kolommen inhouden. RP geeft aan dat de NZA de tarieven zijn die
men nu krijgt. De KPMG-kolommen zijn de tarieven die n.a.v. de kostprijsonderzoeken van KPMG
zijn berekend.
MW Haardstee geeft aan dat hij van dit KPMG-onderzoek heeft gehoord dat het onbetrouwbaar is,
omdat het maar 9 instellingen zou hebben bekeken, en met landelijke tendens zou hebben
gerekend. RP Geeft aan dat de gemeente dit nader zal uitzoeken. (NB: Inmiddels is dit uitgezocht. het
onderzoek van KPMG is bij 50 instellingen gehouden. Verder hebben de Leidse regiogemeenten de
tarieven aan de regionale uren van Vektis gekoppeld.) (NB: MW Haardstee bedoelde met de 9
instellingen de 9 instellingen uit de hoek van de gehandicaptenzorg die door KPMG zijn gebruikt bij
dit onderzoek. Tevens geeft hij aan dat KPMG zelf heeft aangegeven dat er voorzichtig om moet
worden gegaan met de resultaten van het onderzoek.)
Slide 14
EM Binnenvest vraagt of er hier geldt dat een dagdeel 4 uur is. RP beaamt dit.
MK Kerkvliet vraagt waarom er voor deze manier van vervoersbekostiging is gekozen. Op deze wijze
stimuleer je geen innovatie en zijn de verschillen per cliënt qua winst en verlies behoorlijk groot. EM
Binnenvest onderschrijft dit. Er zijn zeer veel creatieve oplossingen bedacht voor vervoer. MvdW
geeft aan dat vervoer alleen wordt toegekend als dit nodig is voor een cliënt. EL Kwadraad geeft aan
dat dit alsnog dan geen stimulans is. Ze adviseert aan de gemeenten om dit anders vorm te geven.
Ook PT Gemiva geeft aan dat er in het verleden al vaak door de organisaties is aangegeven dat er
goedkoper en slimmer georganiseerd kan worden op het gebied van vervoer en dat hierin al veel
projecten lopen. MvdW geeft aan dat juist omdat die projecten lopen, ervoor gekozen om vervoer te
scheiden van de kostprijs om de verbinding hiermee te kunnen maken.
Slide 15
EL Kwadraad vraagt hoe de tarieven tot stand zijn gekomen. RP geeft aan dat voor de AWBZonderdelen er gebruik is gemaakt van Vektis en het KPMG-onderzoek. Voor Hulp bij het huishouden
is gebruik gemaakt van het huidige tarief. Hierbij gaan de gemeenten ervan uit dat er een
efficiëntieslag kan worden gemaakt op het aantal uren om tot het beoogde resultaat te komen. EL
Kwadraad vraagt ook hoe deze tarieven in verhouding staan met de langzame overgang die nog niet
gereed zal zijn op 1 januari. MvdW geeft aan dat de huidige tarieven niet één-op-één kunnen
8
worden vergeleken met de nieuwe tarieven, daar we overgaan van uurtarieven naar maandtarieven.
Het tariefvoorstel is gebaseerd op de huidige uren.
EM Binnenvest geeft aan dat dit voor organisaties natuurlijk wel zo ervaren wordt en dat sommige
tarieven bijna worden gehalveerd. MvdW begrijpt dit, maar kapt tegelijkertijd een discussie over de
hoogte van de tarieven af. Dit kan via het reactieformulier gedaan worden, en kan wegens de
richtlijnen van de ACM niet gedaan worden.
MW Haardstee geeft aan dat de NZA-tarieven zijn gebaseerd op de tarieven vanuit de AWBZ. Daar
gaat nu al 11% vanaf, en vervolgens worden de kostprijstarieven gebaseerd op een voor hem
discutabel onderzoek. Hij vraagt wat de gemeenten gaan doen met het geld dat overblijft.
MvdW geeft aan dat dit een invulling betreft en hier niet op in.
EL Kwadraad geeft aan dat dit geen antwoord is op de vraag die wordt gesteld. Er is een grote
verandering nodig, die zoals de gemeente heeft beaamt, niet per 1 januari gereed zal zijn. de
tarieven gaan vanaf dat moment wel in. Ze vraagt aan de gemeente hoe deze periode overbrugt
dient te worden. Deze vraag komt terug op de volgende bijeenkomst.
PT Gemiva vraagt of de zachte landing hierin ingecalculeerd zit. MvdW geeft aan dat dit het
tariefvoorstel is, en dat we ons ook zullen baseren op de ingekomen reacties. Maarten Gerding
(MG, Gemeente Zoeterwoude) geeft aan dat overigens de tarieven per 1 januari ingaan voor de
nieuwe cliënten.
MW Haardstee vraagt wat er concreet gebeurd met een cliënt die nu recht heeft op 5 uur
begeleiding. Gaat hier per 1 januari dan 11% vanaf, maar blijft dit voor de rest hetzelfde? MvdW
geeft aan dat percentage van 11 % niet aan de orde is. De taakstellingen die de gemeente heeft
dient binnen het sociaal domein dient wordt breed opgepakt. Het voorstel is gebaseerd op de
huidige uren (dus ook de 5 uur). RP voegt hier aan toe dat de zorgconsumptie ook is berekend op
deze regio. Dit onderwerp wordt geagendeerd voor de volgende overlegtafel..
EL Kwadraad geeft aan dat er nog geen antwoord op haar vraag is gegeven. MvdW geeft aan dat zij
deze vraag meeneemt.
FR Radius geeft aan de overlegtafel mee dat er op de oude manier gedacht wordt als men denkt dat
de antwoorden bij de gemeenten liggen en we deze eisen. We zullen gezamenlijk met de
verandering moeten komen en daar scenario’s voor moeten creëren. We zijn allen verantwoordelijk.
EM Binnenvest vraagt welke soort organisaties de gemeenten als partners willen hebben. Een
uitvoeringsorganisatie, die met dit kostprijsmodel zal worden gehanteerd, biedt geen vernieuwing
of kwaliteit.
Mvdw wil dit onderwerp beëindigen, maar Cor Hartman (CH lid van de Wmo raad Leiderdorp) wil
nog toevoegen dat vrijwilligers vervlochten kunnen worden in de organisaties. Hij vraagt of de
kosten voor deze vrijwilligers ook uit dit tarief komen. De organisaties beamen dit. MvdW geeft aan
dat er dus ook bespaart kan worden door een aantal zorgtaken bij vrijwilligers te borgen.
MW Haardstee had begrepen van de gemeenten dat men af wil van de click-momenten. Hij wil
echter ook aangeven dat deze momenten zijn ingebouwd voor een stabiele bedrijfsvoering en wil dit
graag meegeven aan de gemeenten.
9
VRAAG
MvdW wil aan de organisaties vragen of zij een 4-wekelijks of een maandelijks tarief willen
ontvangen. Reacties hierop kunnen ook per mail/via de website verstuurd worden.
6. Conclusies, vervolgafspraken en afsluiting (5 min)
Tenslotte geven MvdW en RP aan dat organisaties tot 14 augustus middels de verschillende
excelsheets op de site kunnen reageren op de tarieven. Hierbij kunnen de gele en oranje gebieden
worden aangepast voor de organisaties. Ook de FWG (groene hokje bovenin) kan worden
aangepast. Daarnaast kan een schriftelijke toelichting worden gegeven door de organisaties.
MvdW meldt dat 12 augustus beschermd wonen aan bod zal komen. We voegen het onderdeel
kortdurend verblijf hieraan toe. Daarnaast komt de tweede versie van de resultaatovereenkomst op
de agenda te staan.
MvdW houdt een rondvraag.
Kaj Boot (KB ActiVite) vraagt wat de deadlines zijn voor reacties op de resultaatovereenkomsten.
MvdW geeft aan deze zsm te willen hebben, aangezien 12 augustus de resultaatovereenkomsten
voor de tweede keer op de agenda staan ter bespreking.
MK Groenoord Zorgt vraagt of de verschillen tussen de oude en nieuwe cliënten ook een
agendapunt kan worden. MvdW onderschrijft dit idee en zal dit toevoegen als onderwerp voor 12
augustus a.s.
Bijlage 1: Powerpoint presentatie bekostiging bijeenkomst BC 31 juli
Bijlage 2: Excel-sheets
Link naar de audio-opname van deze bijeenkomst: https://soundcloud.com/bc-leidse-regio/bestuurlijk-
contracteren-5e-sessie-31-07-2014
10