Maart-April 2014

Scheutnieuws
België-Belgique
P.B.
Brussel X
1/2619
Missiehuis van Scheut
Ninoofsesteenweg 548 • 1070 Brussel • tel. 02 526 14 00 • fax 02 521 21 63
Administratie en Redactie : [email protected] • www.scheut.be
Tweemaandelijks – 44ste jaargang Nr. 2 – MAART - APRIL 2014 - Afgiftekantoor Brussel X
In het voetspoor van Paulus
Bisschop Jan Van Cauwelaert wordt honderd jaar
Mgr. Jan Van
Cauwelaert, Scheutist
en oud-bisschop van
Inongo - Kongo, viert op
12 april zijn honderdste verjaardag. Op
25 maart is hij 60 jaar
bisschop en op 6 augustus 75 jaar priester. Het
is weinigen gegeven;
redenen genoeg om feest
te vieren… en om even
stil te staan bij een
lang leven in dienst van Gods missie. Dit laatste
ligt de honderdjarige beter dan het feestgedoe. Hij
houdt ervan om samen met mensen na te denken
en te bidden in dankbaarheid voor wat ze uit Gods
hand mochten ontvangen, maar wil daarbij niet
zelf op het voorplan treden. Ditmaal gaat het
echter wel om hem, om het Gods-geschenk dat
hij is voor ons, voor de kerk en de wereld.
Scheut en Kongo
Na zijn humaniora, gaat Jan Van Cauwelaert in
1932 als seminarist van het aartsbisdom Mechelen
filosofie studeren in Leuven. Drie jaar later treedt
hij binnen in het noviciaat van Scheut en legt op
8 september 1936 zijn eerste geloften af als missionaris
en religieus. Terug in Leuven, studeert hij er theologie
in het studiehuis van Scheut en wordt op 6 augustus
1939 priester gewijd. Het vertrek voor de missie in
Kongo is gepland voor september 1940, maar ondertussen bezet Duitsland België. Het lukt Jan om van
de toen heersende verwarring gebruik te maken om
zijn familie in Zuid-Frankrijk te vervoegen; vandaar
gaat het naar Portugal waar hij de boot neemt naar
Leopoldstad.
De jonge missionaris wordt naar de ‘Lac’ (het Leopold II-meer) gestuurd waar hij twee confraters ontmoet
die bijzonder respectvol met de plaatselijke bevolking
omgaan: Jules De Boeck en Nestor Van Everbroeck.
Van hen leert hij hoe hij naar de mensen moet luisteren.
Hij benut deze leerschool omdat hij ervan overtuigd is
dat je pas ‘goed nieuws’ kan brengen wanneer je echt
weet wat er in het hart van de mensen omgaat. Vanuit
dezelfde overtuiging wijdt hij zich aan de vorming van
seminaristen in Kabwe (1945-1951) en van zijn jonge
confraters Scheutisten in Néchin (1951-1954).
Bisschop van Inongo
Ondertussen wordt het apostolisch vicariaat
Leopoldstad opgesplitst en krijgt Inongo zijn eerste
vicaris: Mgr. Jan Van Cauwelaert. Drie maand na
zijn bisschopswijding in de St.-Laurentiuskerk te
Antwerpen begint de nieuwe bisschop zijn dienstwerk
in Inongo. Zijn aandacht gaat in de eerste plaats
uit naar de catechese en de liturgie die hij als de
voornaamste voedingsbodem van het christelijk
gemeenschapsleven aanziet. Het komt er voor hem op
aan dat beide meer op het leven en minder op kennisoverdracht gericht zijn. Hij weet zeer goed dat een
dergelijke vernieuwing niet gerealiseerd kan worden
door het uitvaardigen van decreten en hij trekt van
missiepost tot missiepost. Gedurende zijn reizen
ontmoet hij de mensen waar ze wonen en leven om
er samen met hen liturgie en leven te delen. Dit helpt
Scheutnieuws maart - april 2014
1
hem om Christus beter te begrijpen en voedt ook zijn
persoonlijk gebed.
Vanuit deze ervaring neemt Jan Van Cauwelaert
deel aan het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965).
Hij probeert er tevergeefs beweging te krijgen in de
commissie over de sacramenten waar hij vanaf het
begin deel van uitmaakt en komt energiek tussen
in de debatten over de Kerk, de oecumene, de Kerk
in de wereld, de rol van de leken in de Kerk en de
missieactiviteit. Hij licht zijn bisdom voortdurend
in over de stand van zaken in Rome en geeft de
geest van het concilie aan zijn priesters en gelovigen
door.
Het concilie was voor Bisschop Van Cauwelaert
een intense spirituele ervaring. Doordrongen van de
geest van het concilie, probeert hij ook anderen met
hetzelfde vuur aan te steken. Hij lijkt hierin sterk op
de apostel Paulus. Hij is geen groot redenaar, maar wel
een begeesterd spreker die volkomen eerlijk overkomt.
Hij staat vierkant achter wat hij zegt en knoopt als
het ware vanzelfsprekend bij de noden en gevoelens
van zijn toehoorders aan. Hij overtuigt zonder zichzelf
op het voorplan te plaatsen. Deze stijl zal hem ook
later als reizend bisschop kenmerken en geloofwaardig
doen overkomen.
Reizend bisschop
Twee jaar na de laatste sessie van het concilie
neemt Mgr. Jan Van Cauwelaert ontslag als bisschop
van Inongo. Al van bij zijn aantreden was hij ervan
overtuigd dat de gelovigen recht hebben op een bisschop
die in de eigen gemeenschap geboren en opgegroeid is.
In 1967 handelt hij consequent en dit maakt een grote
indruk op de andere bisschoppen van Kongo en nog
meer op de landeigen elite van kerk en natie. In zijn
groet ter gelegenheid van de honderdste verjaardag
van Jan Van Cauwelaert schrijft Bisschop Nicolas
Djomo, voorzitter van de nationale bisschoppenconferentie van Kongo, dat dit gebaar van de toen
53-jarige bisschop van Inongo als een schat gekoesterd
wordt door de Kerk in Kongo.
Zoals Paulus verlaat hij de Kerk die hij gesticht
heeft om anderen in het geloof te bevestigen. Als rector
van de internationale vormingsgemeenschap van
Scheutisten te Rome (1967-1972) slaagt hij er op zijn
minzame manier in om de studenten ertoe te brengen
elkaars culturele verschillen als een verrijking te
ervaren. Hij levert nog een degelijk rapport over de
catechisten af aan de Congregatie voor de Evangelisatie
van de Volkeren vooraleer hij naar België komt om er
voorzitter te worden van het Comité van Missionerende Instituten (1973-1983). Gedurende deze periode
reist hij veel en blaast hij de missiologische dagen
nieuw leven in. Daarna gaat hij verder de wereld rond
als vicevoorzitter van Pax Christi Vlaanderen (19841993). Hij bevordert niet alleen de vrede maar ook de
oecumene, de interreligieuze dialoog en het contemplatief gebed onder activisten. Hij respecteert daarbij
de gevoeligheid en de eigenheid van elke groep, maar
verliest nooit de eenheid van de Universele Kerk uit
het oog. Hij doet wat van een bisschop mag verwacht
worden: hij bemoedigt de mensen en houdt ze samen.
De lezer kan
meer vernemen
over deze merkwaardige missionaris en zijn invloed op Kerk en
wereld in het
boek Missie vandaag. Opstellen voor
de honderdste verjaardag van Mgr.
Jan Van Cauwelaert,
onder redactie van
Henri Derroitte,
Benoit Lannoo en
Eric Manhaeghe,
uitgegeven bij
Halewijn en vanaf 15 april te verkrijgen op het
secretariaat van Scheut voor de prijs van 24, 95 €.
Eric Manhaeghe, cicm
SOS Scheut
SOS Scheut – kennismaking met een aanvaard project
Twee jaar in een vormingshuis in Bangui
Edouard Tsimba (°1957
Boma, Kongo) was vanaf
1982 werkzaam in Haïti.
Van 1999 tot 2011 maakte
hij deel uit van het
Algemeen Bestuur in
Rome, waarvan de laatste
zes jaar als Algemeen
Overste. Op 26 september
2011 landde hij op de
luchthaven van Bangui
in de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) voor
een nieuwe uitdaging. Hij schreef dit artikel
vóór de recente gebeurtenissen.
Ik kwam in Bangui aan met de missie er rector
te zijn van het Grootseminarie Saint Marc, waar
de meeste priesters voor dit land opgeleid worden.
Dit is het nationaal grootseminarie voor filosofie en
theologie, dat een honderdtal seminaristen onderdak
kan bieden. Omwille van verschillende redenen was
dat seminarie enkele jaren gesloten. Het was nodig
te herbeginnen, op een nieuwe basis te starten.
De laatste maanden, na het schrijven van
dit artikel, werd de bevolking van CAR zwaar
beproefd. De interim-leider Michel Djotodia had,
als hoofd van de in hoofdzaak islamitische rebellen
in de Séléka-coalitie, in maart 2013 de macht in
het land gegrepen. Die rebellen geraakten slaags
met christelijke milities. Sinds de gevechten in
december zijn losgebarsten is het geweld uitgegroeid tot een bloedige confrontatie. Begin januari
trad, onder druk van de buurlanden, de president
af. Eind januari werd er een nieuwe president aangesteld. Buitenlandse troepen en manschappen
van de Afrikaanse Unie slaagden er tot nu toe niet
in het geweld een halt toe te roepen. (nvdr)
Mijn nieuwe missie begon dus op dat ogenblik.
Ik moest leren leven en werken met mensen die ik
voor de eerste keer ontmoette. We vormden een
begeleidersteam met 8 missionarissen, van 5 verschillende Instituten en 5 verschillende nationaliteiten
(Democratische Republiek Kongo, Guinee-Conakry,
Centraal Afrikaanse Republiek, Frankrijk et Tsjaad),
met als missie jonge mannen te vormen en op te
leiden om goede priesters te worden.
We begonnen met 14 jongeren uit verschillende
bisdommen van het land, en een tiental studenten
van verschillende religieuze instituten. Dit jaar zijn
er 21 seminaristen uit 7 bisdommen en 13 andere
studenten. Het komt eropaan hen een menselijke,
spirituele, intellectuele en pastorale vorming mee te
geven die hen helpt te groeien in hun liefde en hun
passie voor Christus en voor de mensen.
Om hen te vormen, om hen te begeleiden, hebben
we een minimum aan materiaal en aan middelen
nodig: voedsel, boeken, behuizing, professoren...
Onze gebouwen, al zijn die stevig en mooi, zijn
een dertigtal jaren oud. Dat betekent dat er regelmatig herstellingen moeten gebeuren. We proberen
de uitgaven zoveel mogelijk te beperken. Maar dat
kun je niet overal doen. Je moet toch elke maand de
professoren betalen voor de lessen die ze geven. Je
moet toch ook eten en leven.
Om nog meer te besparen, gebruiken we ‘s avonds
olielampen of kaarsen. De generator wordt maar
opgestart als het echt donker is, en nooit vóór 18 uur.
En zelfs wanneer de generator draait, ontsteken we
enkel de lampen die echt gebruikt moeten worden.
Op die manier sparen we brandstof.
Nu zouden we graag zonnepanelen installeren
met enkele batterijen om ten minste 2 of 3 klas-
Scheutnieuws maart - april 2014
3
offers. We zouden dit jaar onze jonge mannen willen
laten inenten tegen buiktyfus. Dat zijn wensen en
we hopen dat het zal kunnen.
Zoveel als we kunnen willen we ter plaatse doen:
groenten kweken in onze tuin, wat dieren houden…
en vorige zondag hebben we de eerste vruchten van
onze kweek verorberd. Maar er zijn heel wat zaken
die we alleen niet aankunnen, spijts onze goede wil
en ondanks de offers die we reeds brengen.
lokalen van stroom te voorzien. Dat zou onze jonge
mannen toelaten ‘s avonds te werken met een
goede verlichting. We denken er ook ernstig over
na het aantal computers waarover onze studenten
beschikken te verhogen en hen een internetaansluiting aan te bieden.
Het enige voertuig dat we hadden, een Toyota
jeep, werd ons in maart 2013 met geweld afgenomen.
Alles gebeurt nu per taxi: voorraden opdoen voor
het huis, verplaatsingen naar de stad voor alles wat
ons leven en werk betreft.
We vragen de families van de jongeren die naar
ons gestuurd worden een kleine bijdrage te geven.
Voor de families is het niet gemakkelijk dat op te
brengen. Het leven wordt steeds moeilijker. Men leeft
van dag tot dag. In onze omgeving lijden de mensen
honger. Velen kunnen niet naar school gaan. Je moet
vooral niet ziek worden, want het is niet gemakkelijk
om je te laten verzorgen. Malaria maakt veel slacht-
Zelfs met de bijdragen van de bisdommen die ons
hun jonge mannen toevertrouwen zijn we er nooit
zeker van het vormingsjaar te kunnen afwerken. We
hebben het vorig academisch jaar op wonderbaarlijke
wijze kunnen beëindigen, al stonden we op het punt
onze jonge mannen naar hun familie terug te sturen bij
gebrek aan middelen om de voornaamste behoeften
te dekken. Gelukkig hebben enkele giften van elders
hulp gebracht. Hoe zouden we dan geen dankzeggen
aan al de mensen die ons helpen om verder te gaan?
De moeilijkheden in het land, plunderingen en
mishandelingen, spaarden ook ons seminarie niet.
We voelden ons geroepen ons in te zetten voor hen
die kwamen aankloppen en veiligheid zochten.
Begin december gaven we onderdak aan 827
personen. Het vroeg van de verantwoordelijken
en seminaristen veel vindingrijkheid om hen te
herbergen en iets te eten te geven. Eenmaal per
dag om 17 uur aten allen samen en de voorraad is
niet zo groot. Bovendien komen er nog zo’n 8000
mensen schuilen voor de nacht. We krijgen wel de
hulp van drie militairen uit Guinea die voor onze
deur postvatten. (Uit een brief die we onlangs van
hem ontvingen, nvdr)
P. Edouard Tsimba, cicm
Wie dit project wil steunen, kan storten op SOS Scheut – Ontwikkelings – Samenwerking – Brussel,
IBAN: BE82 0000 9019 7468, BIC: BPOTBEB1. Bij iedere storting het projectnummer vermelden:
14.236.001 en de naam van het project ‘Ed Tsimba - Bangui’. Er kan een attest verkregen worden.
Droombestemming: Amazonië
Noel Espina (°1976 Carmen, Filippijnen)
vertrok in 2006 naar Brazilië.
in het district Morada Nova, aan de verre rand van
de stad.
Na mijn aankomst bezocht ik de twaalf basisgroepen van de parochie, en maakte ik kennis met
zowel burgerlijke als kerkelijke leiders. Na verloop van
tijd werd het me stilaan duidelijk dat deze streek ook
zijn minder mooie kanten heeft. Er zijn problemen en
de mensen hebben het niet gemakkelijk.
Terwijl ik dit artikel schrijf, ben ik ook aan het
inpakken, want ik kreeg een nieuwe benoeming,
buiten het Amazonegebied. Ik ben één van de vele
missionarissen die ervan droomde in deze regio te
mogen werken. Dit deel van de wereld spreekt immers
tot de verbeelding, het wordt niet zonder reden
“de long van onze planeet” genoemd.
Ik werd hier benoemd als lid van een team van
Scheutisten. In het begin was ik echt gefascineerd door
de wilde schoonheid van dit gebied: het regenwoud
met zijn vele vormen van leven in het water en op het
land, de uitgestrekte jungle en de machtige rivieren
met hun mijlenlange zandoevers… Maar er was ook
werk te doen!
Mijn ervaringen zijn beperkt tot de staat Pará,
meer bepaald de stad Marabá, waar twee grote rivieren
van het Amazonegebied samenvloeien, Itacaiunas
en Tocantins. Marabá is een centrum van politieke,
sociale en economische ontwikkeling. Er is een sterke
groei waar te nemen op gebied van industrie, vooral
staalproductie, en van landbouw. De parochie van de
H. Anna, die door Scheut wordt bediend, is gelegen
Eén van de grootste problemen is de ontbossing.
Grote stukken van het regenwoud worden vernield
om plaats te maken voor wegen en vliegvelden, voor
verkeerd opgezette landbouwprojecten, of voor pure
exploitatie omwille van het profijt. Ontbossing tast
niet alleen de “long” aan die het oerwoud is, maar
ook duizenden soorten fauna en flora, waarvan vele
specifiek zijn voor de streek. Het is duidelijk dat
ontbossing verstrekkende gevolgen heeft op nationaal
en globaal vlak, maar we moeten ons ook afvragen: wat
betekent het concreet voor onze mensen ter plaatse?
In Brazilië zijn ontginning en ontbossing, vooruitgang en vernieling, heel sterk met elkaar verstrengeld. Het verminderen of het volledig stopzetten
van de ontbossing in de laatste tien jaren heeft
natuurlijk een positieve invloed gehad op klimaat en
milieu, maar terzelfdertijd ook een negatieve impact
op de economie van de streek, op mensen en op organisaties. Overal zie je armoede, zeker in het binnenland.
Ook in Marabá kan je niet naast de vicieuze cirkel van
de armoede kijken: povere behuizing, te weinig gezond
voedsel en water, gebrek aan gezondheidszorg, geen
middelen voor opvoeding of opleiding, werkloosheid,
criminaliteit, druggebruik.
Toen ik hier aankwam vergezelde ik regelmatig de
vrijwilligers die de gevangenis bezochten, en nam ik
deel aan hun vergaderingen. In die tijd had Marabá
een van de hoogste percentages voor doodslag in
dit land. De daders, en ook hun slachtoffers, waren
meestal jongeren. Om die reden ook heeft de onlangs
benoemde bisschop een sterke oproep gericht tot alle
Scheutnieuws maart - april 2014
5
Ons bezig zijn met de jongeren heeft mij
ook een andere nood doen ontdekken. Er
is niet alleen materiële armoede, maar ook
spirituele. Veel basisgroepen lijden aan
bloedarmoede. Het aantal katholieken
over gans Brazilië loopt sterk achteruit. Er
zijn er die alle religie overboord hebben
gegooid, anderen keerden zich naar de
vele protestants-evangelische sekten die
zijn opgekomen. Dit moet ons, katholieken, de ogen openen. Wij moeten
ervoor zorgen dat het katholieke geloof
boeiend en bloeiend blijft in het leven
van de Brazilianen.
pastorale werkers, dat ze de jeugd en de christelijke
vorming ervan als een prioriteit zouden beschouwen.
Deze actie viel ook samen met de aanloop naar de
Wereldjongerendagen die in Rio de Janeiro zouden
plaatsvinden.
Gedurende mijn verblijf in dit Amazonegebied
ben ik vooral met jeugdpastoraal bezig geweest. Ik was
lid van het team dat een aantal jonge mensen wilde
voorbereiden op die Jongerendagen. Wij spraken hen
aan in de verschillende basisgemeenschappen van de
parochie. Wij maakten onszelf en hen op voor een
lange periode van intense voorbereiding, zowel op het
parochiale als op het diocesane vlak.
Het was treffend en bemoedigend om te zien hoe zij
elkaars mogelijkheden en talenten leerden waarderen,
hoe zij gaandeweg omgingen met broederlijkheid,
verantwoordelijkheid en christelijke gemeenschapsvorming. De vorming van jongeren is een zeer belangrijke opdracht voor de Kerk, en is een voortdurende
uitdaging. Er is geduld en creativiteit nodig om in
hun wereld binnen te treden, en om hun zienswijze
en taal te leren verstaan. Wij hopen dat de banden die
werden gesmeed hen zullen helpen wanneer zij geconfronteerd worden met sociaal onrecht en de gevolgen
van een geweld- en drugcultuur.
Ik heb nog met een andere kant van
het leven in het Amazonegebied kennisgemaakt. De
vroegere inlandse bevolking, de etnische groepen die
deze streek bewoonden nog vóór de Europeanen hier
landden en het gebied voor de koning van Portugal
inpalmden, zagen hun land, hun cultuur en tradities,
en hele stammen verloren gaan onder deze bezetters
en kolonisten. De Braziliaanse regering heeft officieel
beslist hen hun voorvaderlijke grond terug te geven,
maar de mensen voelen zich bedreigd door de voortschrijdende vernieling van hun habitat, in naam van
de vooruitgang. Ik heb hen leren waarderen omwille
van hun eenvoudige levenswijze, want zij zorgen nog
écht voor natuur en milieu.
De manier waarop ik verder missionaris wil zijn,
is voor een groot deel geboetseerd door mijn eerste
ervaringen in deze grenssituatie. Het was voor mij een
hele klus om de taal te leren en inzicht te krijgen in
de cultuur en de tradities. Er zijn zoveel terreinen die
onze zorg vragen: de wankele economie, de “honger”
van de jongeren, de achteruitgang in onze kerken en
de levensgrote problemen in verband met de inheemse
bevolking en het milieu. Ik kan alleen maar zeggen
dat mijn werk hier in deze regio voor mij een zegen is
geweest, en dat het mij meer mens heeft gemaakt.
Noel Espina, cicm
Bij ons in Mongolië
Pierrot Kasemuana (°1965 Bukavu, Kongo)
vertrok in 1995 naar Mongolië.
“Als ik reis in de dorpen van de provincie, nodig ik me
uit bij een inwoner zoals bij mij in Afrika. De Mongolen
zijn zeer gastvrij, zij leven eenvoudig, zonder hun dagen
in te delen in uren zoals bij de Europeanen”. Dat liet
Pierrot, afkomstig uit Kongo, zich ontvallen in een
interview met het dagblad La Croix van 18/10/13.
In de loop der jaren heeft de hoofdstad Ulaanbaatar de vorm aangenomen van een grenzeloos
kampeerterrein. De grote lanen en de gebouwen van
de hoofdstad zijn omringd door een zee van ‘joerten’.
Deze traditionele tenten komen als paddenstoelen
uit de grond in open terreinen en op de heuvels.
De boeren worden aangetrokken door de schone
schijn van de stad met een economie in volle groei.
Maar in de buitenwijken zonder water en verwarming is
het leven hard en zijn de nachten onveilig.
Het land telt ongeveer drie miljoen inwoners,
waarvan meer dan één miljoen in en rond de
hoofdstad. Enkel een twaalftal steden tellen meer dan
30.000 inwoners.
Pierrot is één van de eerste Scheutisten in
Mongolië, buiten China. Hij is vertegenwoordiger
van Caritas in dit land en oefent er, in opdracht van
het Vaticaan, een officieel mandaat uit dat niet meer
bestond sinds de bezetting van het land door Rusland
in 1921. Als men hem de vraag stelt naar het leven
in een vreemde omgeving antwoordt hij: “Ik kreeg een
goede voorbereiding tijdens mijn jeugd. Mijn vader was
een militair die overgeplaatst werd van de ene regio naar
de andere in de uitgestrekte Democratische Republiek van
Kongo. Als kind kwam ik in contact met verschillende
culturen, talen, volksgroepen. Het was een school in het
reizen en ontdekken van de andere”.
Pierrot plooit zich gemakkelijk naar de realiteiten
van zijn adoptievolk zonder zich te ergeren aan zijn
gelovigen als zij discreet de traditionele sjamanen
(priesters-genezers) bezoeken. Het land telt minder
dan 1000 katholieken, en de eerste doopsels dateren
van een twintig jaar geleden; het is een nieuwe
gemeenschap die haar weg zoekt.
Alhoewel er geen historische banden zijn, schijnen
de Afrikanen dichter bij de Mongolen te staan dan
de vroegere Franse en Belgische kolonialen. Pierrot
vond er bij de afstammelingen van de ruiters van de
steppe, de zin van familie, het respect voor de ouderen,
de liefde voor improvisatie.
Nochtans, sedert Mongolië deel uitmaakt van de
Wereldhandelsorganisatie, staat het land open voor
de honger van de geïndustrialiseerde landen, belust
op de grote natuurlijke rijkdommen waarvan het
land overvloeit: steenkool, koper,
uranium, goud. De gevolgen zijn te
voorzien: een kleine groep rijke inwijkelingen in de hoofdstad die niet
weten wat doen met hun fortuin; de
plotselinge stijging van de prijzen is
zorgwekkend; en zo ook de verarming
van een bevolking die samenhokt
in tienduizenden ‘joerten’ rond de
hoofdstad zonder infrastructuren:
wegen, elektriciteit, sanitair, riolering
enz…
Uit “Scheut en famille”
Scheutnieuws maart - april 2014
7
Onze overledenen
Onze overledenen
Guido Goethals
Geboren in Antwerpen op 17 januari 1934.
Eerste geloften op 8 september 1955.
Priester gewijd op 7 augustus 1960.
Missionaris in Kongo van 1961 tot 2002 en daarna in België.
Overleden in Malle op 4 januari 2014.
Jozef Dierckx
Geboren in Turnhout op 20 maart 1924.
Eerste geloften op 8 september 1944.
Priester gewijd op 31 juli 1949.
Missionaris in Kongo van 1951 tot 1965 en daarna in België.
Overleden in Zuun op 8 januari 2014.
Emiel Huysmans
Geboren in Malderen op 8 januari 1926.
Eerste geloften op 8 september 1945.
Priester gewijd op 6 augustus 1950.
Missionaris in Kongo en U.S.A. van 1951 tot 1979 en daarna in België.
Overleden in Jette op 19 februari 2014.
Overleden familieleden van confraters
Deerlijk, 22.12.13: Mvr. Ivonne Tjolle, zus van Roger (†2005).
Moorslede, 02.01.14: Dhr André Soenen, broer van Jozef (Kongo).
Eksel, 02.01.14: Mvr. Fien Haex, schoonzus van Tinus (Zuun) en André (Genk) Meus.
Wilsele, 07.01.14: Dhr Frans Dehoperé, broer van Paul (Boechout).
Turnhout, 15.01.14: E.H. Jan Van Dooren, broer van Jozef (Schilde).
Bastogne, 05.02.14: Dhr Roland Gerard, schoonbroer van Jos Spitz (Torhout).
Grembergen, 09.02.14: Dhr Marcel De Gendt, broer van Gerard (†2004).
Merkem, 20.02.14: Zr Paula Derluyn, zus van Gerard (Torhout).
Komen en gaan
(lijst afgesloten op 28 februari 2014)
Kwamen op verlof :
Hostens Jean (Haïti) - Vermeersch Robert (Kongo).
Keerden terug naar hun missie :
Degroote Fernand (Kongo) - Maes Antoon (Taiwan) - Martens Johan (Kongo) - Vandenabeele Fernand (Brazilië).
Redactie : Romain Clement, Guido Everaert, Werner Lesage, Erik Maes, Marcel Peeters, Julien Vandevoorde, Frans Van Oudenhove, Nand Verhoeven
Verantwoordelijke uitgever : Erik Maes, Missiehuis van Scheut, Ninoofsesteenweg 548, 1070 Brussel
Bankrekening : Missiehuis van Scheut - Brussel, IBAN-code : BE34 4392 1002 4190, BIC-code : KREDBEBB, met de vermelding : “voor Scheutnieuws”
Drukkerij-Uitgeverij Jan Verhoeven nv - Sint-Pieters-Leeuw