04 Jaarverslag KNGF 2013_AV140604

Bijlage bij agendapunt 4
Gevraagd besluit
Goedkeuren jaarverslag KNGF 2013
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
33
Jaarverslag
Koninklijk Nederlands
Genootschap voor Fysiotherapie
2013
Stadsring 159B
Amersfoort
Juni 2014
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
35
INHOUDSOPGAVE
1. Inleiding: interview met Eke Zijlstra, voorzitter Algemeen Bestuur en Rian Veldhuizen,
directeur KNGF
Een duidelijke boodschap: fysiotherapie houdt Nederland in beweging
37
2. Interview met Harry Gosselink, Wietse Groenink en Henri Kiers
Drie bestuursleden blikken terug
40
3. Kwaliteit:
Kwaliteit en vakmanschap leidend
41
4. Leden:
Ondersteuning leden bij vakuitoefening en ondernemerschap
44
5. Stakeholders:
Verstevigen marktpositie fysiotherapeut
46
6. Public Affairs:
Een heldere politieke agenda voor gerichte lobby
48
7. Beroepsorganisatie:
Werken aan een slagvaardige vereniging
50
8. Kantoororganisatie
Proactief inspelen op ontwikkelingen
51
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
36
Inleiding: interview Eke Zijlstra en Rian Veldhuizen
Een duidelijke boodschap: fysiotherapie houdt Nederland in beweging
Het KNGF heeft een roerig jaar achter de rug. Maar de nieuwe koers is helder: Nederland moet
duidelijk voor ogen krijgen dat fysiotherapie nu en in de toekomst waardevolle zorg biedt die
Nederland in beweging houdt én bijdraagt aan de beheersing van de zorgkosten. Voorzitter Eke
Zijlstra en directeur Rian Veldhuizen blikken terug, maar kijken ook vooruit.
Grote veranderingen in zorgsector
Rian: “Het was een hectisch jaar waarin veel goede dingen zijn gebeurd. Je ziet dat de
buitenwereld razendsnel gaat. Ontwikkelingen en veranderingen volgen elkaar in hoog tempo op.
De uitdaging was en is daar slagvaardig op te acteren”.
Eke: “De veranderingen in de zorg hebben grote gevolgen voor de manier waarop onze leden hun
vak kunnen en moeten uitoefenen. De grote vraag die de politiek en verzekeraars stellen: wat
levert u als zorgverlener voor het geld dat u krijgt? Ze willen transparantie: dat is op zich geen
vreemde vraag, maar fysiotherapeuten hebben wel moeite met de grote hoeveelheid administratief
werk die daarbij komt. Die verantwoording levert veel meer werk op, terwijl de tarieven al zes jaar
niet omhoog zijn gegaan. Een ander punt is de wijze waarop fysiotherapie verzekerd is. De
basisverzekering is de afgelopen jaren steeds meer uitgekleed en de vergoeding van fysiotherapie
in de aanvullende verzekering neemt af. Wat zich in 2013 begon af te tekenen, is dat mensen met
een chronische aandoening en een lager inkomen, belemmerd worden in de toegang tot
fysiotherapie. Er ontstaat een groep chronische en oudere patiënten die onze hulp nodig hebben,
maar dat niet kunnen betalen. Daar werken we aan, bijvoorbeeld samen met het Reumafonds.”
Werking van de markt
Eke: “De politiek heeft de zorgverzekeraars bij wet een belangrijke rol toebedeeld. Zij moeten
ervoor zorgen dat zorg zinnig en zuinig wordt ingekocht, want de kosten moeten omlaag. Echter,
fysiotherapie is helemaal niet zo duur. Van de 92 miljard die jaarlijks naar de zorg gaat, komt
slechts 1,5 miljard voor rekening van de fysiotherapie in de eerste lijn. Dat is 1,6 procent. Dat
maakt dat fysiotherapie – ondanks het feit dat het in wezen een goede investering is - niet direct
een 'hot item' is en ook geen machtsinstrument in het zorglandschap. Bovendien is onze achterban
onderhevig aan de tucht van de markt. Als er veel aanbieders zijn – en er geen schaarste is - voor
het werk dat wordt gevraagd, gaan de prijzen omlaag.”
Eke: “Zorg is een oneindig product en iedere burger maakt er vaak onbewust makkelijk gebruik
van. Maar verzekeraars moeten de kosten toch beperken, dus ze moeten keuzes maken. En
tegelijkertijd moeten ze er voor zorgen dat de kwaliteit blijft deugen. Dat bijt elkaar in de dagelijkse
praktijk.”
Beïnvloeden van het speelveld
Rian: “We hebben een gezamenlijke strategie. Eke zet als voorzitter met het bestuur de grote
koers uit. En mijn taak als directeur is om te zorgen dat het ook gebeurt.”
Eke: “De rol van het bestuur van een vereniging is op strategisch niveau het belang van de
beroepsgroep en het beroep vertegenwoordigen. We praten daarom veel met leden in het land en
we doen veel werkbezoeken aan praktijken en ziekenhuizen om te kijken wat er leeft. Tegelijkertijd
praten we met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en met de voorzitters van grote
zorgverzekeraars over wat het belang van fysiotherapie is en welke ‘bewijzen’ we daar voor
hebben. Dus initiëren we met adviesbureau BMC onderzoek naar de effectiviteit van
fysiotherapeutisch handelen. De uitkomsten daarvan brengen we breed onder de aandacht van de
relevante stakeholders. En stellen we in samenwerking met universiteiten hoogleraren aan.”
Rian: “Dat zijn zaken die we in de praktijk samen doen. Naast een heldere boodschap over het
belang van fysiotherapie voor de samenleving hebben we ook altijd een ‘agenda’: wat willen we
weer mee naar huis nemen voor de leden en hoe kunnen we dat bereiken?”
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
37
De strategische koers in 2013
Rian: “We hebben flink ingezet op het vormen van strategische allianties met andere spelers in het
zorgveld. Als beroepsorganisatie alleen heb je een beperkte impact. Als je samenwerkt met
anderen, kun je sneller en beter een vuist maken en word je sneller en beter gehoord. Dat doen we
in samenwerkingsverbanden zoals VELO (Verenigd Eerstelijns Organisaties) met onder andere
huisartsen, wijkverpleegkundigen en apothekers. Gezamenlijk pakken we bijvoorbeeld het
probleem van de administratieve lasten op, want ook andere zorgaanbieders hebben hier last van.
Die trend raakt de hele eerste lijn.”
Eke: “We hebben een boodschap: fysiotherapie levert een substantiële, goed betaalbare bijdrage
aan de gezondheid en het welzijn van de Nederlandse burger. Die boodschap moet je blijven
herhalen en onderbouwen, hoe voor de hand liggend het ook is. We vormen een beroepsgroep
die zijn vak kwalitatief goed en serieus uitoefent. Maar daar willen we ook iets voor terug hebben:
een positie die ons de kans biedt ons vak goed uit te oefenen. Daar hoort een redelijke financiële
vergoedingen tegenover te staan. Dat is een lastige boodschap in een zorgveld waar de
boodschap juist kostenreductie is.”
Rian: “We leveren een relevante bijdrage aan de economie van het land, want mensen blijven
langer actief dankzij de behandeling van een fysiotherapeut. Dat is hard nodig. Aangezien de
pensioenleeftijd steeds verder omhoog gaat, moeten we langer doorwerken. Fysiotherapie scheelt
op de lange termijn heel veel zorgkosten, dat heeft het BMC-onderzoek wel aangetoond.
Daarnaast helpen we ook maatschappelijk problemen zoals eenzaamheid aan te pakken: als een
fysiotherapeut ervoor zorgt dat een oudere mevrouw met haar rollator er op uit kan blijven gaan,
blijft ze ook sociaal mobiel. Daardoor blijft ze langer zelfstandig wonen en bespaart ze op de
thuiszorgkosten. Wij zorgen ervoor dat mensen de regie over hun eigen leven kunnen houden en
dus minder op de overheid hoeven te leunen. Dat is een duidelijke boodschap.”
Eke: “In 2013 hebben we richting relevante stakeholders op een positieve manier uitgedragen wat
wij waard zijn en wat wij de maatschappij allemaal kunnen bieden.”
Hoge waardering patiënt
Eke: “Patiënten waarderen hun fysiotherapeut gemiddeld met een ruime 8. En dat is logisch: er zijn
weinig zorgverleners in Nederland meer die een half uur uittrekken voor een patiënt.. Het is niet
alleen een medische behandeling, het heeft ook een psychologisch positief effect.
Bij de politiek en bij de zorgverzekeraars kijkt men op een andere manier naar fysiotherapie.
Enerzijds met een economische bril en anderzijds proef je soms dat men fysiotherapie onterecht
ziet als een aanvullende behandeling op de specialistische zorg. We zijn dagelijks in de weer om
dit beeld recht te zetten. Door te laten zien dat fysiotherapie kwalitatief goede zorg is die mensen in
beweging houdt en bijdraagt aan participatie. Met fysiotherapie kunnen mensen blijven meedoen in
de maatschappij.
Eenduidig geluid over de positie van fysiotherapie
Eke: “Ik denk dat, op de keper beschouwd, de meningen van onze leden niet zo verschillend zijn.
Ik denk wel dat een deel van de achterban te hoge verwachtingen heeft wat het KNGF voor ze kan
en mág betekenen. En er is in de achterban een verschil van opvatting over de vrije markt. Niet
iedereen is daar voorstander van, omdat het de toegankelijkheid tot zorg voor de burger in de weg
zou staan. Dit is echter een politiek thema waar we geen invloed op hebben: we gebruiken in
Nederland op sommige plekken in de gezondheidszorg marktprikkels om te voorkomen dat de
kosten de pan uitrijzen.”
Eke: “Het is ook een kwestie van beleving. De tarieven gaan al zes jaar niet omhoog en dat vinden
leden onrechtvaardig. We spannen ons in om gehoor te vinden bij zorgverzekeraars hierover. We
onderbouwen wat we waard zijn en we laten zien dat inkomsten en kosten van de leden niet meer
parallel lopen. Ook al mogen we als beroepsorganisatie niet voor onze leden onderhandelen – dat
bepaalt de mededingingswet nou eenmaal - een stevig pleidooi voor een redelijke vergoeding voor
kwalitatief goede en effectieve zorg blijven we steeds weer herhalen.”
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
38
Rian: “Er rijzen ook echt wel problemen met het huidige systeem: sommige vormen van zorg zijn
voor mensen met een kleine beurs of een complexe aandoening nu al niet meer bereikbaar. Je ziet
bijvoorbeeld dat reuma uit het basispakket is gehaald. Daardoor zijn fysiotherapeutische
behandelingen voor sommige mensen niet meer te betalen. Ze worden dus gedwongen af te zien
van noodzakelijke behandelingen die ervoor zorgen dat ze kunnen blijven meedoen. En dat weer
als gevolg heeft dat ze op langere termijn weer meer medicijnen moeten slikken of zelfs eerder in
het ziekenhuis belanden. We moeten blijven hameren op die boodschap: politiek, doe niet zo
kortzichtig! Dit is penny wise, pound foolish.”
Eke: “De gestage druppel holt de steen echt wel uit. Maar die druppel moet wel blijven vallen,
anders heeft het geen effect.”
De grootste uitdaging van de fysiotherapeut
Eke: “De administratieve taken die leden van verzekeraars moeten uitvoeren, zijn wel erg
omvangrijk en beklemmend. Dat geldt overigens voor de hele zorgsector, niet alleen voor de
fysiotherapeuten. En als die administratie nou zou bijdragen aan betere zorg…”
Rian: “Integendeel. Het leidt af van wat fysiotherapeuten en artsen werkelijk willen doen, namelijk
patiënten behandelen.”
Eke: “We moeten verantwoording afleggen, daar zijn we ons bewust van. Dat is wettelijk een feit
en de patiënt mag dat ook van ons verlangen. Maar de manier waarop moet veranderen. Daarom
werken we op dit moment met onze leden aan een nieuw kwaliteitssysteem, Kwaliteit in beweging.
Alhoewel dit systeem nog in ontwikkeling is, beogen we de kwaliteit van de geleverde zorg
inzichtelijk te maken. Daarnaast streven we naar het laten afnemen van de administratieve druk en
de tijd van de fysiotherapeut zoveel mogelijk ten dienste van de behandeling te laten komen. Het
systeem moet niet alleen de basis vormen van de relatie tussen verzekeraar en therapeuten, maar
ook tussen therapeuten en patiënten. Het idee is dat we allemaal gebruik gaan maken van
hetzelfde kwaliteitssysteem en we proberen voortaan één maatstaf te hanteren voor het meten van
de kwaliteit van de zorg.”
Kijkend naar 2014
Eke: “Wat voor de gehele zorg geldt, geldt zeker voor ons als fysiotherapeuten. Onze
beroepsgroep staat onder grote druk. Vooral ook als het gaat om een eerlijk inkomen en de
mogelijkheden om ons vak goed uit te oefenen. Als fysiotherapeuten zullen we samen duidelijk
moeten maken waar we voor staan. Hoe onmisbaar we zijn voor onze patiënten en voor de
Nederlandse samenleving in zijn geheel. We zullen schouder aan schouder moeten vechten voor
eerlijke vergoedingen, goede arbeidsomstandigheden en behandelmogelijkheden.”
“Wat we in 2014 nog duidelijker gaan zien, is dat zorg meer wordt gedecentraliseerd. Voor
fysiotherapie betekent dit dat we ons in de wijk moeten positioneren, naast de huisarts en de
wijkverpleegkundige. Daarnaast zetten we concrete stappen om andere bronnen van financiering
aan te boren. Niet alleen zorgverzekeraars, maar ook werkgevers en gemeenten zijn voor
fysiotherapeuten belangrijke marktpartijen”, aldus Eke.
Rian: “Ik ben ervan overtuigd dat we dat kunnen. In september 2014 bestaat onze vereniging 125
jaar. Een beroepsgroep die al zo lang geworteld is, waar de trots op het vak al zo lang verbindt,
kan ook in deze fase zijn kracht laten zien. Om dat te kunnen realiseren en de juiste veranderingen
voor de toekomst in gang te kunnen zetten, moeten we vooral de onder de leden heersende
opvattingen in kaart brengen. Dit doen we door onderzoek en door veel met onze leden in gesprek
te gaan over het te voeren beleid in de komende jaren. Om uiteindelijk tot een breed gedragen
beleid te komen.
Eke: “2014 is ook het jaar van een aantal bestuurswisselingen. Drie bestuurders zwaaien af en
maken plaats voor nieuwe leden. Nieuwe bestuursleden brengen nieuw elan. Samen met de input
die we dit jaar vooraf bij leden ophalen voor ons meerjarenbeleid, maakt dat ik vertrouwen heb in
een goede toekomst van onze beroepsgroep en de vereniging. ”
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
39
Interview Harry Gosselink, Wietse Groenink en Henri Kiers:
Drie bestuursleden blikken terug
Bestuurslid Henri Kiers is binnen het KNGF verantwoordelijk voor de portefeuille kwaliteit. “We
hebben in 2013 enorme stappen gemaakt”, vindt hij. “Maar we zijn er nog lang niet.” Het
belangrijkste project was het opzetten van Kwaliteit in Beweging, een nieuw systeem waardoor alle
grote spelers in het zorgveld een eenduidige maatstaf gaan hanteren voor de kwaliteitsbewaking.
“Dat moet ervoor zorgen dat werken aan vakinhoudelijke kwaliteit ook volstaat voor de externe
verantwoording. Bovendien maakt het inzichtelijk hoe effectief en kostenefficiënt fysiotherapie is.”
Kwaliteit in Beweging wordt ontwikkeld in samenspraak met de leden. In 2012 en 2013 werden
verschillende informatieavonden in het land georganiseerd om de plannen te bespreken en
vervolgens aan te kunnen passen. Een ander wapenfeit in het afgelopen jaar was het instellen van
nieuwe leerstoelen fysiotherapie. “Dat is een heel bijzondere ontwikkeling in deze tijd waarin de
financiering van wetenschappelijk onderzoek onder druk staat”, legt Kiers uit. Daarnaast studeren
steeds meer fysiotherapeuten af op masterniveau, wat ook in zorgketens en multidisciplinaire
samenwerkingsverbanden de fysiotherapie op een gelijkwaardiger niveau positioneert.
Bestuurslid Harry Gosselink houdt namens het KNGF de markt scherp in de gaten en probeert
waar mogelijk verbeteringen in het systeem aan te brengen. Hij werkte in 2013 onder meer aan het
invoeren van een grote landelijke database fysiotherapie. “We liepen geregeld tegen het probleem
aan dat niemand een compleet overzicht bijhield van het aantal behandelingen, therapeuten of
declaraties per jaar”, legt Gosselink uit. Deze centrale gegevens worden deels toegankelijk voor
zorgverzekeraars – ook in het kader van het nieuwe meetsysteem Kwaliteit in Beweging. “Maar
een deel wordt ook heel nadrukkelijk alleen toegankelijk voor leden van het KNGF. En we
gebruiken deze gegevens ook voor een betere onderhandelingspositie tegenover
zorgverzekeraars, het ministerie en andere stakeholders.” Een groot deel van de onvrede bij de
fysiotherapeuten heeft ook te maken met de lage tarieven. “Een groot probleem is dat met
verzekeraars over alles mag worden gepraat, behalve over geld”, legt het bestuurslid uit. “We zijn
van het begin tot het eind van het inkoopproces betrokken, maar onderhandelen over de tarieven,
of andere aspecten die de mededinging kunnen verstoren, mogen we als beroepsorganisatie
wettelijk niet. Maar netto is de samenwerking wel beter geworden. En het nieuwe kwaliteitssysteem
gaat ook bijdragen aan onze lobby op dit gebied: met een duidelijk meetbare waardering kunnen
we beter een eerlijk prijskaartje hangen aan behandelingen door fysiotherapeuten.” Een ander
speerpunt van Gosselink is het oprichten van een nieuwe werkgeversorganisatie binnen het KNGF,
waarmee in 2014 een nieuwe cao kan worden afgesloten. Daarnaast is in 2013 een campagne
gehouden die patiënten er bewust van moest maken dat ze na moeten denken of ze zich willen
verzekeren voor fysiotherapeutische behandelingen.
Bestuurslid Wietse Groenink houdt zich binnen het KNGF bezig met de verenigingsstructuur en de
financiën. In 2013 stelde hij een statuut op voor de nieuwe verenigingsstructuur, die door de
algemene ledenvergadering werd afgewezen. “Dat was een domper”, beaamt hij. “We zijn twee
jaar heel hard bezig geweest met voorbereidingen. De oude structuur is niet goed ingespeeld op
de snelheid waarmee de wereld om ons heen verandert.” Groenink vindt het jammer dat de leden
die in november tegen stemden, zich voor zijn gevoel tot die tijd vrij stil hielden. “Maar we hebben
er lering uit getrokken”, knikt hij. “Het komende jaar gaan we nog beter luisteren naar wat de leden
willen. We moeten proberen ook de leden te bereiken die niet direct van zich laten horen.” In de
eerste maanden van 2014 staan alweer een flink aantal regionale bijeenkomsten en een grote
ledenenquête over dit onderwerp op de agenda. Goed nieuws is dat het KNGF er financieel goed
voor staat. “We hebben geen schulden, dat kan niet elke organisatie ons nazeggen”, aldus de
bestuurder.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
40
Kwaliteit:
Kwaliteit en vakmanschap leidend
Het belang van transparantie over de kwaliteit van zorg wordt in het zorgveld breed onderschreven.
De behandeling van de begroting van het ministerie van VWS – eind oktober 2013 – bevestigde
dat. De overheid en de cliënt vragen expliciet kwaliteit inzichtelijk en transparant te maken, in het
belang van de cliënt. De oprichting van het Kwaliteitsinstituut is het levende voorbeeld van het
belang dat aan kwaliteit en transparantie gehecht wordt. Kwaliteit komt in de ogen van de overheid
het best tot stand als zorgaanbieders, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars samenwerken.
Onze visie sluit hierbij aan: kwaliteit is het leidende principe van het KNGF-beleid en de pijler onder
de beroepsgroep. Kwaliteit gaat over ons vakmanschap. Verbetering en transparant maken van de
kwaliteit van de zorg die wij leveren, is een voorwaarde om onze sociaaleconomische
doelstellingen te realiseren.
Het KNGF brengt het nut en de noodzaak van de fysiotherapeuten overal onder de aandacht.
Fysiotherapie is kwalitatief goede zorg gestoeld op evidentie. En ze is kosteneffectief. Dat maken
we bijvoorbeeld helder door substitutie van tweede naar eerste lijn te omarmen. Maar ook met
‘stepped care’, waarbij relatief goedkope zorginterventies voorrang krijgen boven dure en complexe
ingrepen. Daarnaast helpen we fysiotherapie te verankeren in de wijk, naast de huisarts en de
wijkverpleegkundige. Dit soort concrete stappen moet onze meerwaarde voor de samenleving
blijven aantonen en daarmee ons bestaansrecht verduurzamen.
Kwaliteit in Beweging
Kwaliteit van fysiotherapeutisch handelen is van de beroepsgroep. Wij zijn degenen die
verantwoording nemen voor de kwaliteit van fysiotherapeutisch handelen, wij nemen regie over de
kwaliteit van ons vakmanschap en stellen daarin klinisch redeneren en een cultuur van continu van
elkaar willen leren centraal.
Dat kan niet zonder dat we transparant zijn over de kwaliteit en de toegevoegde waarde van de
zorg die wij leveren. Daarom hebben we in 2013 in samenspraak met de leden,
patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars de ontwikkeling van het programma Kwaliteit in
Beweging voortgezet. Kwaliteit in Beweging leidt tot een nieuw, landelijk kwaliteitssysteem en moet
beter inzichtelijk maken hoe kwaliteit in onze tak van zorg kan worden genormeerd, getoetst,
geborgd en verbeterd. Daarmee zorgen we ook voor een duurzaam geborgde positie van de
fysiotherapie en de fysiotherapeut.
Onderdeel van Kwaliteit in Beweging is de Landelijke Database Fysiotherapie (LDF). Die is
noodzakelijk om kwaliteit en meerwaarde van onze zorg inzichtelijk te maken. In de LDF wordt
informatie verzameld over fysiotherapiepraktijken en – met behulp van ‘patient reported outcome
measurements’ (PROM’s) – de kwaliteit van de geleverde zorg. Doel is dat fysiotherapeuten en
praktijken periodiek rapportages terugontvangen. De LDF is ontwikkeld in samenwerking met
MediQuest en leveranciers van EPD’s voor de fysiotherapie. Technische koppelingen om data te
kunnen aanleveren zijn aangelegd, getest en in de meeste gevallen inmiddels operationeel.
Inmiddels doen al meer dan vijfduizend leden mee aan de eerste pilots met de LDF.
Onderdeel van Kwaliteit in Beweging zijn twee pilots die in het teken staan van PROM’s. In
Zuidoost-Gelderland en in Zeeuws-Vlaanderen bekijken fysiotherapeuten wat er nodig is om te
komen tot een betekenisvolle toepassing ervan.
In het kader van Kwaliteit in Beweging hebben we vijf ledenbijeenkomsten georganiseerd, met als
thema ‘Hoe blijf ik in het Centraal Kwaliteitsregister Fysiotherapie (CKR)?’ Daarnaast zijn er
verschillende bijeenkomsten georganiseerd met zorggroepen. In vervolg hierop organiseren we in
2014 twaalf regiobijeenkomsten waarin we met de leden over beleid en doelen gaan discussiëren.
Wetenschappelijke ontwikkelingen
Wetenschappelijke onderbouwing van het effect en de kosteneffectiviteit zijn belangrijk om de
positie van fysiotherapeuten veilig te stellen en te verbeteren. Daarom hebben we verschillende
initiatieven ontplooid. Zo is in 2013 een onderzoek bij adviesbureau BMC geïnitieerd om kosten,
baten, evidentie en meerwaarde van fysiotherapeutisch handelen voor diverse aandoeningen –
lage rug, coronair, CVA, diabetes mellitus II – in beeld te brengen. De uitkomsten van dit
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
41
onderzoek, dat in 2014 wordt opgeleverd, worden onder meer ingezet om de effectiviteit van
fysiotherapie te bewijzen bij lobbyactiviteiten en pr.
Daarnaast is de fysiotherapie twee bijzonder hoogleraren rijker. Bijzonder hoogleraar Thea Vliet
Vlieland gaat onderzoek doen naar de doelmatigheid van revalidatieprocessen. Raoul Engelbert is
benoemd tot bijzonder hoogleraar voor de leerstoel fysiotherapie, in het bijzonder de zorgketen van
complexe ziekenhuispatiënten. In 2013 waren er nog twee leerstoelen in voorbereiding, die in 2014
formeel worden bekrachtigd. De leerstoelen leveren een belangrijke bijdrage aan verdere
versteviging van ons wetenschappelijke fundament.
Andere initiatieven die in 2013 werden genomen zijn:
-
-
Wetenschappelijk College Fysiotherapie (WCF):
o Vijf bottom-up onderzoeken zijn gehonoreerd met een subsidie. Het in 2013 gestarte
top-down onderzoek is stopgezet; het onderzoeksbudget is gereserveerd voor 2014.
o In totaal vijfmaal is een financiële bijdrage geleverd aan de productiekosten van
proefschriften van promovendi. Aan drie leden is een persoonsgebonden subsidie
toegekend.
o DO-IT (Designing Optimal Interventions for physical Therapy, een door het WCF
gefinancierd onderzoeksprogramma): vier onderzoeken zijn tijdens het FysioCongres
2013 als sneak preview gepresenteerd. Voor het jaarcongres van 2014 staat een
uitgebreidere presentatie gepland
o De website van het WCF is opgeleverd. Doel is het bevorderen van een
wetenschappelijk gefundeerde uitoefening van het vakgebied fysiotherapie.
Wetenschapsdag: honderd deelnemers (onder wie hoogleraren, lectoren, onderzoekers en
promovendi) waren aanwezig. Adri Apeldoorn kreeg tijdens deze dag de proefschriftprijs voor
zijn dissertatie over lage rugklachten.
Er zijn diverse commissies ondersteund, zoals BOCK, MOB, Accreditatiecommissie,
Klachtencommissie, Raad voor de Rechtspraak en Commissie Kwaliteit.
Beroepsmatig handelen
Een belangrijk wapenfeit is het in 2013 ontwikkelde Beroepsprofiel Fysiotherapeut. Het profiel
speelt een belangrijke rol in het verhelderen en verstevigen van het domein dat de fysiotherapie als
haar werkgebied ziet. Het is in de AV van februari 2014 goedgekeurd.
In 2013 zijn tevens voorbereidingen getroffen voor de BIG-registratie. Fysiotherapeuten zijn op de
hoogte gesteld, zodat zij zich per 1 januari 2014 – mits zij voldeden aan de normen – opnieuw
konden registreren in het BIG.
In 2013 werden verschillende richtlijnen en standaarden aangepast:
- De richtlijn lage rugpijn is opgeleverd en gepubliceerd.
- De Evidence Statement anale incontinentie is opgeleverd en gepubliceerd.
- De Evidence Statement voorstekruisbandreconstructie is opgeleverd en gepubliceerd.
- De Standaard Beweeginterventie overgewicht en obesitas bij kinderen is opgeleverd en
gepubliceerd.
- De checklist voor de KNGF-standaarden Beweeginterventies is opgeleverd.
- De Inleiding KNGF-standaarden Beweeginterventies is bijgewerkt.
- KNGF heeft meegewerkt aan de app Versterk je enkel. Deze app toont hoe blessures kunnen
worden voorkomen en zwakke enkels kunnen worden versterkt.
- Het raamwerk om te komen tot een ordening en reductie van meetinstrumenten is in 2013
afgerond.
- Voor het eerst is in Europees verband een fysiotherapeutische richtlijn ontwikkeld. Het gaat
hierbij om de richtlijn parkinson. Het project, waarbij in totaal negentien landen zijn betrokken,
is geleid vanuit Nederland (ParkinsonNet en KNGF). De richtlijn zal in het tweede kwartaal van
2014 in Europees verband worden gepresenteerd.
- De richtlijn CVA is in 2013 inhoudelijk afgerond en wordt in 2014 gepubliceerd.
- De richtlijn symptomatisch perifeer arterieel vaatlijden is in 2013 inhoudelijk afgerond en zal in
2014 worden gepubliceerd.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
42
De beroepsgroep participeert met afgevaardigden uit het veld (algemeen fysiotherapeuten en
gespecialiseerd fysiotherapeuten) in zestien multidisciplinaire richtlijnen.
Tot slot is de CQ-index in 2013 ingekort. In 2014 optimaliseren we de index.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
43
Leden:
Ondersteuning leden bij uitoefening vak en ondernemerschap
Fysiotherapeuten hebben zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot professionele zorgverleners
die een kwalitatief hoogstaande dienst bieden. De markt waarin we als zorgverleners opereren,
verandert in hoog tempo. In 2013 hebben we daarom als beroepsorganisatie vaart gezet achter de
ondersteuning van leden op het gebied van professioneel ondernemerschap. Door
fysiotherapeuten te steunen in een bewuste, doelgerichte, planmatige en procesmatige aanpak
kunnen we helpen bij het versterken van hun positie.
Bij de ondersteuning van leden streven we naar een breed aanbod voor diverse doelgroepen. Het
afgelopen jaar hebben we weer een aantal nieuwe producten ontwikkeld. Een deel daarvan
ondersteunt ondernemende fysiotherapeuten bij hun praktijkvoering. Een greep uit ons aanbod in
2013:
- Starterschecklist voor starten in loondienst, als waarnemer of praktijkhouder;
- BTW-boekje voor praktijkhoudende fysiotherapeuten;
- Kaartenboek Toekomstige Inkomstenbronnen;
- Ondernemersevent Quo Vadis!;
- Werknemersevent Wat wil je zijn?, over onder meer cao’s, concurrentiebedingen en
onderhandelen;
- Beroepsaansprakelijkheidsverzekering, in samenwerking met VvAA;
- Ondersteuning omgaan met huiselijk geweld;
- Onderzoek praktijkoverdracht;
- Vernieuwing KNGF-colleges hogescholen.
Graag lichten we er enkele uit, zoals de Starterschecklist. Dit online overzicht geeft
fysiotherapeuten die starten in loondienst of fysiotherapeuten die een eigen praktijk oprichten alle
relevante informatie. De ledenuitgave Boekje open over BTW helpt fysiotherapeuten met een eigen
praktijk te bepalen wanneer ze wel of geen btw moeten betalen. Het Kaartenboek Toekomstige
Inkomstenbronnen biedt een overzicht van de meest veelbelovende nieuwe inkomstenbronnen.
Belangrijke alternatieven in een tijd waarin zorg steeds minder vaak door de zorgverzekeraar wordt
vergoed.
Eveneens in 2013 riepen we de Meldcode Omgaan met huiselijk geweld& Kindermishandeling in
het leven. Deze code ondersteunt fysiotherapeuten niet alleen in het herkennen van mogelijke
signalen van huiselijk geweld, maar biedt daarnaast vooral een praktische leidraad voor zulke
situaties, onder meer met een online cursus en een stappenplan.
De productontwikkelingcyclus heeft in 2013 meer vorm gekregen. Steeds vaker vindt
vooronderzoek plaats naar productbehoefte onder leden. Het initiële product wordt vervolgens via
een pilot doorontwikkeld. Bovendien vindt evaluatie plaats van de aangeboden producten om het
productaanbod waar nodig nog beter af te stemmen op de behoeften van de betreffende
doelgroep.
Scholing
In 2013 zijn we gestart met de centrale ontwikkeling, coördinatie en inkoop van scholing. Deze
scholing bieden we in 2014 regionaal aan, op achttien locaties in het land. Een belangrijke
vooruitgang is dat leden vrijer zijn in het kiezen van een locatie. Het aanbod loopt uiteen van
lezingen over stretching of hardloopblessures tot bijeenkomsten over de implementatie van
richtlijnen of over praktijkoverdracht en financiën.
Een nieuwe opleidingsportal binnen Mijn FysioNet biedt maximaal inzicht in het aanbod en maakt
inschrijven eenvoudiger. De behaalde opleidingspunten worden vanaf medio 2014 automatisch in
de registers bijgeschreven. Een bijkomend voordeel is dat ook via internet kan worden betaald.
In 2013 is – in samenwerking met diverse hogescholen – de scholingsmodule klinimetrie
aangeboden aan praktiserende fysiotherapeuten. In het hele land is deze module ruimschoots
gevolgd.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
44
NPi-service
In 2013 sloten het KNGF en het Nederlands Paramedisch Instituut (NPi) een overeenkomst
waardoor leden vanaf maart 2014 gratis gebruik kunnen maken van de NPi-service. Dat betekent
dat leden eenvoudig op de hoogte blijven van de laatste relevante ontwikkelingen en
wetenschappelijke inzichten binnen de fysiotherapie. Met samenvattingen van relevante nationale
en internationale publicaties en vertalingen naar de dagelijkse praktijk op tien vakinhoudelijke
thema’s. Maar ook met webcasts en geaccrediteerde digitale toetsen. Vijf beroepsinhoudelijke
verenigingen (BI’s) gaven hun leden twee jaar geleden al deze mogelijkheid. Het ging om de
verenigingen voor de geriatriefysiotherapie (NVFG), de hart-, vaat- en longfysiotherapie (VHVL), de
lymfoedeemfysiotherapie (NVFL), de bedrijfs- en arbeidsfysiotherapie (NVBF) en de
psychosomatische fysiotherapie (NFP). De overeenkomst is mogelijk gemaakt door inspanningen
van de voorzitters van deze BI’s en van een van de leden van het Algemeen Bestuur.
Studenten
Er zijn in Nederland tien opleidingen fysiotherapie. We hebben alle opleidingen bezocht om
presentaties te geven. Bij de eerstejaars studenten staat kennismaking met het KNGF centraal. Bij
derdejaars gaan we in op de wet- en regelgeving waarmee fysiotherapeuten te maken hebben. In
de presentatie voor vierdejaars studenten staat het werken als fysiotherapeut centraal. Alle
presentaties zijn vernieuwd en interactiever gemaakt.
Ledenvoorlichting
De afdeling Ledenvoorlichting van het KNGF werd het afgelopen jaar bijna negentienduizend keer
geraadpleegd. De meeste vragen (bijna twaalfduizend) werden telefonisch gesteld, de rest per mail
en via het digitale contactformulier op FysioNet. Een kwart van de problemen betrof klachten over
FysioNet. Bijna een op de vijf vragen ging over personele vraagstukken waar fysiotherapeuten met
een eigen praktijk tegenaan liepen. Een veelgehoord probleem is het ontbreken van een cao. Tien
procent van de leden die bellen en mailen vroeg advies bij het starten van een eigen praktijk en de
directe betaalrelatie met de patiënt als er geen zorgovereenkomst is aangegaan.
Ledencommunicatie
Om de communicatie met en tussen de leden onderling te verbeteren zijn vorig jaar
voorbereidingen getroffen voor een nieuw, online ledenplatform. Met een twintigtal leden is een
online strategie ontwikkeld die de basis vormt voor het platform dat in 2014 wordt gelanceerd. Hier
vinden leden straks snel de juiste informatie. Ook wordt het een plek om kennis op te doen en met
collega’s van gedachten te wisselen. Bij de ontwikkeling van het nieuwe platform wordt tevens naar
de effectiviteit van FysioNetwerken gekeken. In aanloop naar deze lancering werd in 2013 de
vacaturebank op FysioNet vernieuwd.
Het ledenblad FysioPraxis is verrijkt met een wetenschappelijk katern. In 2013 zijn voorbereidingen
getroffen voor het in eigen beheer uitgeven van het blad vanaf 2014. Op die manier kunnen we het
gewaardeerde blad aan de leden blijven aanbieden. In 2013 hebben leden – naast het eigen
vakblad – een digitaal abonnement op het American Physical Journal gekregen.
In 2013 zijn op verschillenden momenten online peilingen geweest. Via de Synthetron-methode
konden leden onder meer meepraten over de voorgestelde wijzigingen in de verenigingsstructuur.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
45
Stakeholders
Verstevigen marktpositie fysiotherapeut
Het KNGF is continu in gesprek met allerlei relevante stakeholders, zoals zorgverzekeraars, het
ministerie van VWS, allerlei overheidsinstanties, andere koepels van zorgaanbieders (zoals
huisartsen en apothekers) en patiënten- en consumentenorganisaties. Daarnaast benadert het
KNGF nieuwe stakeholders, zoals bedrijven en gemeenten.
Onze agenda is gericht op het verstevigen van de positie van de fysiotherapeut. Om dat te bereiken
zetten we in op een gelijkwaardiger verhouding tussen zorgverzekeraar en fysiotherapeut en op het
realiseren van betere contracten met zorgverzekeraars. Maar ook op zaken als stepped care,
substitutie van tweedelijnszorg naar eerstelijnszorg, beweegmodules waar fysiotherapie een
prominente plaats in heeft en nieuwe verdienmodellen.
Het aanspreken van nieuwe financieringsstromen is een randvoorwaarde voor de verbetering van
de sociaaleconomische positie van de beroepsgroep en voor het herstel van het evenwicht op de
arbeidsmarkt. Nieuwe verdienmodellen maken de markt groter, maar ook de afhankelijkheid van
slechts enkele financiers (de zorgverzekeraars) kleiner. Omdat de werkgeversbranches kansrijk
lijken is eind 2013 een project gestart om een mogelijke ‘win-winsituatie’ voor fysiotherapeuten en
werkgevers(branches) te concretiseren. Ook gemeenten, die met de wet Wmo te maken krijgen
(decentralisatie van de zorg), vormen in de toekomst een belangrijke ‘markt’. In 2013 zijn diverse
activiteiten ontplooid die onze leden helpen bij hun profilering richting gemeenten. Via de weg van
IOF-coaching, met een Wmo-stappenplan dat in diverse regio’s is uitgezet en een masterclass over
de Wmo en samenwerking met gemeenten. De ingeslagen weg zetten we in 2014 voort in
samenwerking met een ledenklankbordgroep.
Intramuraal
Speciale aandacht verdient het verstrekken van fysiotherapeutische zorg voor ouderen, een snel
groeiende doelgroep. Met de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Geriatrie (NVFG)
ondersteunen we fysiotherapeuten in het verwezenlijken van hun ambities en ideeën. Dit doen zij
met het programma Versterken fysiotherapeutische zorg voor ouderen, waar tien
fysiotherapeutenteams aan meewerkten. Fysiotherapiepraktijken en -afdelingen moeten zich
aantrekkelijker en meer onderscheidend blijven positioneren binnen de ouderenzorg.
Als onderdeel van het Model Zorgleefplan Verantwoorde Zorg is in 2013 de module
Bewegingsgerichte zorg ontwikkeld. Deze module geeft zorgverleners hulp bij bewegingsgerichte
zorg.
Om fysiotherapeuten in de tweede en derde lijn te stimuleren en te ondersteunen hun eigen positie
te verbeteren, ontwikkelden we de notitie marktpositionering. Deze notitie richt zich op de
fysiotherapeuten die zorg bieden aan klinische patiënten (exclusief poliklinische zorg) in de tweede
lijn en aan cliënten die wonen in instellingen en blijvend afhankelijk zijn van langdurige zorg in de
derde lijn. Allereerst komen in de notitie daarom de kenmerkendste perspectieven aan de orde van
patiënten en cliënten die klinische en langdurige zorg ontvangen. Vervolgens wordt de identiteit van
de fysiotherapeut beschreven die deze zorg levert. Tot slot komen alle relevante markt- en
concurrentieontwikkelingen aan de orde die relevant zijn voor een goede (toekomstbestendige)
positionering.
Verbeteren marktpositie
Het verbeteren van de positie van de fysiotherapeut ten opzichte van de verzekeraars heeft bij ons
een zeer hoge prioriteit. We zijn van het begin tot het eind van het inkoopproces betrokken, maar
onderhandelen over de tarieven, of andere aspecten die de mededinging kunnen verstoren, mogen
we als beroepsorganisatie wettelijk niet. Er worden binnen ons vakgebied alternatieven gezocht,
maar ook die houden geen stand bij de mededingingsautoriteiten als het op tariefonderhandelingen
aankomt. Daarom gaan we zo veel mogelijk met zorgverzekeraars in gesprek. Het verbeteren van
de positie van fysiotherapeuten heeft op verschillende manieren resultaat gehad.
-
De tekentermijnen van contractering zijn in de meerderheid van de gevallen verlengd.
Het door de NVFK ontwikkelde gedragsprotocol voor kinderfysiotherapie is door het merendeel
van de zorgverzekeraars opgenomen in de contracten.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
46
-
-
Dankzij de succesvolle consumentencampagne over aanvullend verzekeren hebben we
verzekerden gewezen op het belang van de aanvullende verzekering. De campagne werd door
85 procent van de leden relevant geacht. Er zijn meerdere middelen ingezet, waaronder
posters, radiospots, social media, een Google AdWords-campagne en is de website
www.defysiotherapeut.com beter te vinden door zoekmachines (SEO). Deze website trok in de
campagneperiode honderdduizend bezoekers.
In samenwerking met de Consumentenbond is een minigids over zorgverzekeringen
uitgebracht, die naar 65 duizend Nederlanders is gestuurd. Deze samenwerking wordt in 2014
voortgezet.
ICT, EPD en eHealth
ICT speelt in de gezondheidszorg een belangrijke rol. De moderne techniek helpt patiënten,
bijvoorbeeld met eHealth, maar ook fysiotherapeuten. Na een traject met Zorgverzekeraars
Nederland is het aantal afgekeurde declaraties in Vecozo (declaratiecontrole) flink gedaald.
Fysiotherapie heeft zelfs het laagste aantal afgekeurde declaraties van alle sectoren.
Een opkomende trend is eHealth: het gebruik van ICT om gezondheid en gezondheidszorg te
ondersteunen of te verbeteren. Het is een aanvulling op het reeds bestaande behandelingstraject
waarbij fysiotherapeut en cliënt elkaar kennen en ‘face to face’ contact hebben gehad. Voor de
fysiotherapie zijn diverse toepassingen van belang. Het gaat dan bijvoorbeeld om apps voor
smartphones en om websites waarmee cliënten meer regie over hun eigen aandoening kunnen
voeren. Ook kunnen dergelijke applicaties en websites een behandeling ondersteunen op het
gebied van houding en gedrag, zoals door te stimuleren dat cliënten thuis oefeningen doen. Het
KNGF juicht deze ontwikkeling toe.
Het Programma van Eisen Fysio-EPD is geactualiseerd. Het programma is opgeknipt in drie delen:
-
Deel A is gericht op het eisenpakket met de ICT-leverancier van de fysiotherapeut.
Belangrijkste doelstellingen zijn de borging van continuïteit van de praktijk en leden in staat te
stellen te voldoen aan wet- en regelgeving.
Deel B gaat over structuur en standaardisatie van de overdracht van gegevens.
Deel C betreft voornamelijk een update van tekstuele gegevens van versie 1.0.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
47
Public Affairs:
Een heldere ‘politieke’ agenda voor gerichte lobby
Als beroepsorganisatie vertegenwoordigen we fysiotherapie en fysiotherapeuten bij belangrijke
relaties en beleidsmakers. We zetten actief in op een goede verstandhouding met politieke
woordvoerders en met bepalende (overheids)instanties. Voorbeelden hiervan zijn het ministerie
van VWS, het Zorginstituut Nederland (voorheen het College voor Zorgverzekeringen), de
Nederlandse Zorgautoriteit en de Autoriteit Consument & Markt. Wij voeren een gerichte lobby,
gebaseerd op een compacte en heldere politieke agenda. Om ons doel te bereiken gaan we zo
veel mogelijk allianties aan met voor ons belangrijke partners. We geloven namelijk dat
samenwerking in de zorg cruciaal is.
Politiek
We hebben leden van de Tweede Kamer regelmatig bijgepraat over de waarde en opbrengst van
fysiotherapie om verdere pakketmaatregelen te voorkomen. Nog verder snijden in de vergoeding
van fysiotherapiebehandelingen is in onze ogen slecht voor de toegankelijkheid van fysiotherapie.
In februari 2013 heeft de minister een oproep gedaan aan het veld om met ideeën te komen hoe
we met elkaar de zorg betaalbaar en toegankelijk kunnen houden. Pakketmaatregelen zijn
uitgebleven. De toegankelijkheid hebben we op de agenda gehouden. In mei heeft het KNGF een
peiling onder leden gepresenteerd aan pers en Kamerleden die aantoonde dat fysiotherapie steeds
minder toegankelijk wordt. Dit speelt vooral bij chronisch zieken met een lagere opleiding en een
lager inkomen. Dit onderzoek had tot gevolg dat dit zogenoemde ‘zorgmijden’ een issue werd in de
media en in de Tweede Kamer.
Een ander onderwerp dat we veelvuldig onder de aandacht van de politiek hebben gebracht is het
ongelijke speelveld tussen fysiotherapeuten en de zorgverzekeraars. We hebben stelselmatig
vragen gesteld over en input geleverd voor de ongelijke verhoudingen op de zorgmarkt en de
slechte positie van kleine praktijken ten opzichte van grote zorgverzekeraars en de lage tarieven
die zij fysiotherapeuten bieden. Dit heeft geleid tot publicaties in onder meer het AD en dagblad
Trouw, maar ook op televisie, zoals in het programma Debat op 2.
In december 2013 vonden twee belangrijke algemeen overleggen (AO’s) plaats. Bij het AO
Zorgverzekeringswet hebben we een aantal relevante vraagstukken op de agenda gekregen zoals
het ongelijke speelveld tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder. Voor het AO Eerstelijnszorg
hebben we aantal relevante thema’s ingebracht zoals het belang van toegankelijkheid van
fysiotherapie en het bevorderen van substitutie. Henk van Gerven, Kamerlid voor de SP, diende
twee moties in: over het volledig terugbrengen van fysiotherapie in het basispakket en over het
stoppen van vrije prijsvorming. Deze moties zijn niet aangenomen.
Door gezamenlijke inspanning met andere zorgaanbieders is het ons gelukt om het wetsvoorstel
voor afschaffing van de restitutiepolis (zorgverzekering) in zijn oorspronkelijke vorm van tafel te
halen. Maar daarnaast wil de minister ook de restitutiemogelijkheden in de naturapolis afschaffen
(wijziging van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet). Daar zijn wij om twee redenen tegen: het
vergroot de toch al veel te grote marktmacht van verzekeraars en het beperkt de keuzevrijheid van
de patiënt. De lobby tegen de afschaffing van artikel 13 waarmee de keuzevrijheid van
verzekerden wordt beperkt, zetten we door in 2014. Dat doen we overigens samen met andere
organisaties van zorgaanbieders zoals de tandartsen en de psychologen.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
48
Andere kwesties
Fysiotherapie speelt een belangrijke rol bij de duurzame inzetbaarheid van werknemers. Om die
reden hebben we in 2013 de eerste contacten gelegd met stakeholders op het gebied van arbeid,
arbeidsparticipatie en arbeidsgerelateerde zorg. We maken helder dat fysiotherapie onder meer
bijdraagt aan het verlagen van ziekteverzuim en aan een hogere arbeidsparticipatie. In 2014 willen
we samen met verzekeraars en bedrijven pilots gaan doen.
Dankzij veelvuldig overleg met onder meer Kamerleden en de projectleider van het Nationaal
Preventie Programma is de rol en de waarde van bewegen in het leven van burgers op de kaart
gezet. Mede hierdoor is bewegen meegenomen in het preventieprogramma. Verder nemen we
deel aan rondetafelbijeenkomsten en symposia over preventie, onder meer om de rol en de
waarde van fysiotherapie en onze maatschappelijke verantwoordelijkheid aan te tonen.
Samenwerkingen
Samenwerkingspartners zijn onmisbaar in de zorg. Dat geldt voor de fysiotherapeuten,
bijvoorbeeld als zij een plek willen verwerven binnen de gemeente in het kader van de Wmo. En
dat geldt ook voor het KNGF. Daarom hebben we onze samenwerkingen in 2013 verder
geïntensiveerd. Met acht brancheorganisaties in de eerste lijn vormen we al een aantal jaren het
Verenigd Eerstelijns Overleg (VELO). Vorig jaar troffen we elkaar in de zomer om van gedachten te
wisselen over eerstelijnszorg. Om bijvoorbeeld therapietrouw te verbeteren is goede samenwerking
tussen zorgverleners van groot belang. Centraal tijdens de succesvolle bijeenkomst stond het
wegnemen van belemmerende regelgeving. Daarnaast hebben we in VELO-verband geageerd
tegen het plan om artikel 13 van de Zorgverzekeringswet af te schaffen. De intensievere
samenwerking is ook van belang bij het realiseren van onze positie in de wijk. Zorg achter de
voordeur wordt met de wetsvoorstellen die er liggen steeds belangrijker. Voor fysiotherapie liggen
er kansen. Want fysiotherapeuten hebben niet alleen de handen maar ook de ogen en de oren in
de wijk. Door deze combinatie kunnen wij bij uitstek de mensen tijdig en effectief helpen en
daarmee mobiel houden.
Zorgpoort, een spraakmakend ontmoetings- en discussieplatform voor de zorg, organiseert enkele
keren per jaar een bijeenkomst in Nieuwspoort in Den Haag. Ouderenzorg in de toekomst en
Europa waren twee van de thema’s in 2013. Onderdeel hiervan was hoe zorgaanbieders gebruik
kunnen maken van Europese subsidies.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
49
Beroepsorganisatie:
Werken aan een slagvaardige vereniging
In 2013 hadden we de herziening van de verenigingsstructuur prominent op de agenda staan. Na
een officiële goedkeuring in april startte het bestuur met de uitwerking van de statuten en
reglementen. De concepten hiervoor zijn op verschillende momenten met de regionale
genootschappen en beroepsinhoudelijke verenigingen besproken en er is een ledenrondgang
geweest om de conceptstatuten door te nemen. Na reacties tijdens vijf bijeenkomsten door heel
Nederland en online discussies volgden enkele aanpassingen. Het conceptvoorstel is in november
tijdens de ledenvergadering aan de leden voorgelegd. De leden hebben het voorstel niet
aangenomen. Er zijn diverse redenen genoemd voor het afwijzen van het voorstel.
Naar aanleiding van deze afwijzing heeft het bestuur besloten in 2014 een breed ledenonderzoek
te doen om te achterhalen welke koers en welk beleid de leden wel voor ogen hebben. Op basis
hiervan bekijkt het bestuur in de loop van dat jaar wat de vervolgstappen zijn.
Regionale genootschappen en beroepsinhoudelijke verenigingen
Als KNGF ondersteunen we regionale genootschappen (RGF’n) en beroepsinhoudelijke
verenigingen (BI’s) op inhoudelijk, beleidsmatig en bestuurlijk vlak. De ondersteuning heeft onder
meer betrekking op het maken van jaarplannen en jaarbegrotingen en de organisatie van
ledenvergaderingen. Daarnaast is er voor 2014 een jaarplan gemaakt voor de regio’s van het
KNGF, dat inzicht geeft in de samenhang tussen landelijke en regionale speerpunten. In juni
kwamen besturen van RGF’n, BI’s en commissies samen met het KNGF-bestuur en een groep
KNGF-medewerkers voor een interessante kaderdag over veranderingen binnen het KNGF. Tot
slot ondersteunen we onze kaderleden in de vorm van scholing, zoals workshops op gebied van
strategie, communicatie en debatteren. Doel hiervan is de professionalisering van besturen en het
aantrekkelijker maken van bestuursfuncties.
FysioCongres
Het FysioCongres in november was een belangrijke kennis- en ontmoetingsdag voor de
fysiotherapeuten. Marian Kaljouw, voorzitter van de Commissie Zorgberoepen en Opleidingen,
trapte het congres af met een inspirerende lezing. Kaljouw gaf de aanwezige congresgangers een
doorkijkje naar 2030. Onderzoek in een aantal provincies toont aan dat mobiliteit van burgers een
groot thema wordt. Dit biedt in de toekomst kansen voor de fysiotherapeuten: met hun expertise op
het gebied van bewegen zijn zij bij uitstek de zorgverleners die mensen mobiel kunnen houden. Na
een veelzijdig programma met een diversiteit aan workshops en een energieke afsluitende
debatronde kon met recht worden gesproken van een geslaagd congres.
Cao eerstelijnspraktijken
In 2014 staat ook de realisatie van een nieuwe cao voor de eerstelijnspraktijken op het programma,
waarvoor de eerste stappen in 2013 zijn gezet. Het ontbreken van een cao voor de
eerstelijnspraktijken leidt in toenemende mate tot problemen. Dat blijkt onder meer uit de reacties
die hierover bij de Ledenvoorlichting zijn binnengekomen. Het KNGF mag niet inhoudelijk
betrokken zijn bij het opstellen van de nieuwe cao. De afspraken hierover moeten worden gemaakt
door werknemers- en werkgeverspartijen. In december 2013 is een nieuw bestuur voor de
werknemersvereniging gekozen. De oprichting van de werkgeversvereniging loopt nog. Wij
ondersteunen beide verenigingen zodat zij in staat zijn om met elkaar tot een nieuwe cao voor de
eerstelijnspraktijken te komen.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
50
Kantoororganisatie:
Proactief inspelen op ontwikkelingen
Een efficiënt en effectief kantoor
Onze leden professionaliseren en worden steeds meer ondernemer. Er worden andere eisen
gesteld aan zowel de beleidsontwikkeling en de belangenbehartiging als de dienstverlening van de
kantoororganisatie. Onze leden vragen om klant- en vraaggerichtheid. Dat vraagt om een
kantoororganisatie die proactief inspeelt op externe ontwikkelingen, snel kennis ontsluit en die
flexibel en kostenefficiënt is ingericht. In 2013 zijn hier de eerste stappen voor gezet. Er heeft
herinrichting en professionalisering van afdelingen en teams plaatsgevonden. Een gevolg hiervan
was onder meer herschikking van taken en wijziging van standplaats. Daarnaast is gewerkt aan de
interne werkprocessen met als doel deze effectief en efficiënt in te richten en integraal op elkaar af
te stemmen: heldere en korte lijnen, integraliteit en samenwerking. Kortom: een moderne,
slagvaardige en servicegerichte kantoororganisatie is in ontwikkeling.
Modernisering kantoorautomatisering
In 2013 zijn we overgegaan op een nieuw kantoorautomatiseringssysteem. Het verouderde
Windex-systeem is vervangen door het moderne Microsoft Dynamics AX. Zo’n overgang is een
ingrijpend proces en vroeg om een flinke investering. Bovendien was het niet in één keer perfect; in
de loop van het jaar is stapsgewijs gewerkt aan de verbetering van AX en de ontwikkeling van
nieuwe functionaliteiten.
Het systeem faciliteert niet alleen de leden, maar ook de kantoororganisatie. Het stelt gebruikers in
staat op efficiënte en moderne wijze registers en werkprocessen bij te houden. Een belangrijk
uitgangspunt is selfservice. Het systeem is veel gebruiksvriendelijker, omdat bijvoorbeeld criteria
als lidmaatschappen en dergelijke kunnen worden geselecteerd. Het is de bedoeling dat we
hiermee onze leden sneller en beter kunnen bedienen.
Mijn FysioNet
De nieuwe ledenportal Mijn FysioNet is in 2013 opgeleverd. Mijn FysioNet is de online omgeving
waar leden zelf hun gegevens kunnen bijwerken. Leden kunnen hun IOF-gegevens en
lidmaatschapsgegevens inzien, scholingsgegevens raadplegen en printen, en praktijkgegevens
beheren. Met de nieuwe portal gaan we met de tijd mee, want hij werkt ook goed en snel op
moderne apparaten zoals tablets. In 2014 zal via de portal ook scholing worden gecommuniceerd
en gecoördineerd.
270ste Algemene Vergadering KNGF 4 juni 2014
51