Download de PDF - Het Stimuleringsfonds Ondernemend Oranje

omslag
‘Hou op met
somberen en
ga ondernemen’
Na het weer op de rails helpen van
ING is Jan Hommen (70) nog niet
klaar met Nederland. Samen met
anderen heeft hij een fonds opgezet
om mkb-bedrijven aan risicokapitaal
te helpen. Zo wil hij Nederland weer
een groei-impuls geven. ‘Echte
nieuwe ontwikkelingen komen toch
vaak van kleine bedrijven.’
Tekst: Paul Scheer | Foto’s: erik van der burgt/hh
J
an Hommen wilde na zijn pensionering bij Philips
meer tijd aan zijn familie besteden. Daar kwam de redding van ING tussendoor. Nu die taak er sinds eind
vorig jaar op zit, heeft hij eindelijk tijd voor zijn familie.
Bijvoorbeeld om de geboorte van zijn negende kleinkind
in de Verenigde Staten te vieren. Zijn vrouw had eerder
het vliegtuig genomen, hij volgde enkele dagen later.
Want Hommen blijft ook na ING bezig.
Met OOK bijvoorbeeld, Ondernemend Oranje Kapitaal. Een
fonds dat risicodragend kapitaal bijeenbrengt, bestemd
10
FORUM 20.02.14
voor mkb-bedrijven die kapitaal nodig hebben om te kunnen groeien. Op die manier wil Hommen een steentje bijdragen aan de moeizame financiering van Nederlandse
bedrijven. Die kloppen traditiegetrouw aan bij de banken
als ze geld nodig hebben, maar de banken hebben het
momenteel moeilijk genoeg met zichzelf.
Meneer Hommen, waarom richt u zich op het mkb?
‘Het midden- en kleinbedrijf zorgt voor innovatie en creëert
meer dan de helft van de nieuwe banen. Die innovatie
­sijpelt ook door naar grote bedrijven, aangezien die mkbbedrijven gebruiken als leverancier. Natuurlijk is Philips,
mijn oude werkgever, ook heel belangrijk voor de innovatie, maar de echte nieuwe ontwikkelingen komen naar mijn
mening toch vaak van kleine bedrijven.’
‘Wij willen Nederland weer een groei-impuls geven. Laten
we ophouden met somber denken en gewoon beginnen
met ondernemen.’
Het mkb klaagt anders dat de banken hun kredietaanvragen afwijzen.
‘Ten eerste is er de afgelopen jaren heel weinig geïnvesteerd
door bedrijven, en is er dus weinig vraag geweest naar krediet. Bedrijven die wel een kredietaanvraag indienden en
nul op het rekest kregen, hadden vaak een slecht plan of
waren slecht gefinancierd. Je kunt niet groeien op een wankele financiële basis.’
‘Bedrijven kloppen vaak pas bij de bank aan als het te laat is.
Als al het andere gefaald heeft. En de bank is er niet om verliezen te financieren. Er moet uitzicht zijn op een goede
omslag
Wie is Jan Hommen?
Na een studie bedrijfseconomie aan de
Katholieke Universiteit Brabant begon
Jan Hommen (70) in 1970 als controller
bij Lips Aluminium. Een jaar later werd
hij financieel directeur. In 1975 werd hij
vicepresident financiën bij Alcoa
Nederland. Drie jaar later volgde de
overstap naar het Amerikaanse
hoofdkantoor, waar hij het tot financiële
topman bracht. In 1997 keerde hij terug
naar Nederland als cfo bij Philips. In
2005 ging hij met pensioen.
Hommen heeft commissariaten bij de
Brabantse Ontwikkelings Maatschappij
en Ahold, en toezichtfuncties bij onder
meer de universiteit van Tilburg, PSV
en het Concertgebouworkest.
langetermijnuitkomst, anders mag je als bank
gewoon geen krediet verlenen.’
Dus het klopt niet dat banken de hand op
de knip houden?
‘Banken willen niets liever dan geld uitlenen,
want dat is hun business. Maar het mogen
geen slechte leningen zijn. Als een bank niet
kan zien of het uitgeleende geld terugkomt,
‘wij gaan
nederland een
groei-implus
geven’
moet die er niet aan beginnen. Een bank heeft
immers verplichtingen naar de spaarders die
het geld hebben ingelegd. Die doen dat niet
zodat de bank het geld kan verspillen.’
Toch: 52 procent van de mkb-aanvragen
wordt afgewezen, tegen 4 procent van die
van de grote bedrijven.
‘Maar dat is logisch. Een groot bedrijf heeft
veel meer mogelijkheden. Ze hebben toegang
12
tot andere financiële markten, en hebben vaak
een beter management en een grotere spreiding van activiteiten dan kleine bedrijven. Dat
betekent dat de risico’s van kredietverlening
kleiner zijn. Tel daarbij op dat het midden- en
kleinbedrijf dat voor de Nederlandse markt
werkt momenteel diep in de problemen zit.
Bedrijven zitten echt in de ziekenboeg.’
Waarom zijn Nederlandse bedrijven zo
afhankelijk van banken?
‘Dat is niet alleen in Nederland zo. Voor hun
financiering zijn Europese bedrijven voor 60
procent afhankelijk van de bank, tegen 40
procent in de Verenigde Staten. Amerikaanse
bedrijven zoeken hun heil sneller op de gelden kapitaalmarkten.’
Hebt u daar een verklaring voor?
‘De Amerikaanse geld- en kapitaalmarkt is
veel groter en dieper. Je hebt daar heel grote
pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen die in bedrijven beleggen. Vergelijk dat
met Nederland, waar de miljarden van pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen
nauwelijks in eigen land worden belegd.
Gelukkig is in Europa met de euro ook een
grote obligatiemarkt gekomen, maar die is
nog altijd meer gericht op de grote bedrijven.
Traditioneel is er in Europa een sterke relatie
tussen het mkb en de banken.’
FORUM 20.02.14
Kunnen we iets van het Amerikaanse
systeem overnemen?
‘Dat is niet eenvoudig. Nederland is een handelsland. De banken zijn ingesteld op im­porten exporttransacties, naast hypotheek­
financiering voor particulieren. Dat zijn
financierings­trajecten met een relatief laag
risico. Heel wat anders dan financiering van
langetermijninvesteringen.’
Moet de overheid meer doen op het gebied
van bedrijfsfinanciering?
‘Niet in directe zin, want je moet altijd uitkijken voor staatssteun. Minister Kamp van
Economische Zaken ondersteunt het fonds.
Het past bij zijn beleid van ontwikkelingsregio’s, topsectoren en de eigen financieringsinstrumenten van de overheid. Wij zijn een
toevoeging daarop. Ik zie weinig belemmeringen in de regelgeving.’
Gooit Europa nog roet in het eten?
‘Alleen in de zin dat het banken nóg moeilijker
zou worden gemaakt om leningen te verstrekken. Europa is al ver gegaan met het stapelen
van bankregels en vooral ook met de snelheid
waarmee die ingevoerd zijn. Het ontwikkelen
van nieuwe IT-systemen om aan die regels te
voldoen kost tijd en geld.’
‘Nederland zou wat dat betreft vaker in Brussel
aanwezig moeten zijn, zoals de Nederlandse
Hoe werkt OOK?
Het Stimuleringsfonds Ondernemend Oranje Kapitaal (OOK) is
een initiatief van een aantal Nederlandse oud-ondernemers en
-bestuurders. Jan Hommen is commissaris bij OOK, voormalig
Friesland Foods-topman André Olijslager president-commissaris.
Het fonds richt zich op het binnenhalen van risicokapitaal van
bedrijven, familiefondsen, particulieren, pensioenfondsen en
verzekeringsmaatschappijen. Het geld wordt gestoken in
bestaande bedrijven in het mkb-segment die financiering nodig
hebben om te verder te kunnen groeien. Zo nodig kunnen deze
bedrijven een beroep doen op advies en begeleiding vanuit het
netwerk dat het fonds opbouwt. Hommen: ‘Voor de starters heb
je de venture capitalists en de business angels die actief willen
meedoen met iets nieuws. Wij willen geen eerste investeerders
zijn. Boven ons zit private equity, met overnames van vaak
honderden miljoen euro’s. Dat soort grote bedragen doen we
ook niet.’
Dus starters hebben niets aan uw fonds?
Hommen: ‘Jawel, want we willen 10 procent van wat we
binnenhalen aan geld aan fondsen geven die starters doen.
Maar we richten ons primair op kapitaalinjecties van tussen de
250.000 en 7,5 miljoen euro. Liever beginnen we bij 1 miljoen,
want te veel kleine bedragen is te bewerkelijk. Een kleine
investering kost misschien wel meer tijd dan een grote investering. Je moet al die bedrijven goed volgen.’
EU-topambtenaar Gert Jan Koopman onlangs
in Forum zei. Dat heb ik zelf in mijn ING-tijd
ervaren. Het zit niet in onze aard om Brussel
met ons mee te laten denken. Een handelsmissie van Nederlandse bedrijven onder leiding van Bernard Wientjes naar Brussel zou
niet slecht zijn. En neem dan meteen ook
leden van het kabinet mee.’
‘Als de EU iets goeds zou willen doen, dan
zou zij het mogelijk moeten maken dat banken die in problemen komen sneller geld op
kunnen halen. Nu moet eerst een aandeelhoudersvergadering worden uitgeschreven
en volgt een roadshow. Dan ben je zo zeventig dagen verder. Ik vind het wel goed dat
aandeelhouders mogen meebeslissen, maar
als banken zolang moeten wachten, zou het
wel eens verkeerd kunnen gaan.’
Een aantal sectoren zijn uitgezonderd. Waarom?
‘De financiële sector, vastgoed en horeca zijn uitgezonderd
omdat dat bijzondere sectoren zijn, waar specialistische kennis
voor nodig is en die als sector heel wisselvallig zijn. We willen
meer in de maakindustrie zitten, waar mensen iets creëren,
met technologie.’
Het OOK-fonds, het Ondernemingsfonds, de Nederlandse
Kredietunie: gaat dat samen?
‘Ja. Het ondernemingsfonds richt zich op langetermijnfinanciering in de vorm van leningen. Bij ons gaat het om risicokapitaal:
eigen vermogen dat deelnemers kwijt zijn als het niet goed gaat
met het bedrijf. Over het fenomeen kredietunie (een groep
ondernemers leent elkaar geld uit; red.) heb ik mijn twijfels.
De ervaringen daarmee in de Verenigde Staten laten zien dat
er grote risico’s aan vast zitten. Krediet verlenen is niet zo
makkelijk, het is echt een professioneel beroep. Je moet kennis
hebben van het management, het productiesysteem, het
product en de markt van een bedrijf.’
Hebt u nog contact met ING?
‘ING neemt deel in het fonds, maar verder is
dat boek dicht voor mij. Als alles volgens plan
loopt, wordt dit jaar de terugbetaling aan de
staat, de verzelfstandiging van Nationale
Nederlanden en de beursgang van ING afgerond. Dat is aan mijn opvolger. Ik heb mijn
werk gedaan.’ 
www.vno-ncw.nl/financiering
13
FORUM 20.02.14