STUK 544 (2014-2015) – Nr.1 - De Raad van de Vlaamse

STUK 544 (2014-2015) – Nr.1
VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE
DE RAAD
ZITTING 2014-2015
25 NOVEMBER 2014
INTERPELLATIES EN VRAGEN
Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport
van dinsdag 25 november 2014
Hebben aan de werkzaamheden deelgenomen:
Vaste leden: de heer Jef Van Damme, commissievoorzitter, de heer Stefan Cornelis, mevrouw
Annemie Maes, mevrouw Cieltje Van Achter
Ander lid: de heer Paul Delva
Verontschuldigd: de heer René Coppens, de heer Dominiek Lootens-Stael
1297
2
INHOUD
1.
Mededelingen
2.
Interpellaties
3.
-
Interpellatie van mevrouw Annemie Maes tot de heer Pascal Smet, collegelid
bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, over de zwembaden
-
Interpellatie van de heer Dominiek Lootens-Stael tot de heer Pascal Smet,
collegelid bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid,
betreffende de dalende verkoop van Nederlandstalige boeken en het
dalende bibliotheekbezoek in Brussel
Vragen
-
Vraag van mevrouw Cieltje Van Achter aan de heer Pascal Smet, collegelid
bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, over de leiding van
Muntpunt.
-
Vraag van de heer René Coppens aan de heer Pascal Smet, collegelid
bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, met betrekking tot
de formulering van het verdraagzaamheidsprincipe in de verenigingsfiche
voor aanvraag van lidmaatschap van de gemeenschapscentra
3
1. Mededelingen
Commissievoorzitter Jef Van Damme deelt mee dat de heer Dominiek Lootens-Stael
verontschuldigd is voor de vergadering wegens ziekte. Bijgevolg wordt de interpellatie als
ingetrokken beschouwd op grond van artikel 62, 10 van het Reglement van Orde.
De heer René Coppens is eveneens verontschuldigd voor de vergadering. Bijgevolg wordt
zijn mondelinge vraag volgens artikel 59,8 van het Reglement van Orde omgezet in een
schriftelijke vraag.
4
2. Interpellatie
Interpellatie van mevrouw Annemie Maes tot de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd
voor Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, over de zwembaden
Commissielid Annemie Maes heeft onlangs in de krant gelezen dat Vlaanderen gaat
investeren in zwembaden. De komende legislatuur wordt per jaar 10 miljoen euro
uitgetrokken om te investeren in nieuwe en vernieuwde zwembaden. Dit is zeer
lovenswaardig. Hopelijk wordt Brussel niet vergeten en komt de nodige financiële input er,
want in het verleden was dit niet het geval.
Brussel kampt al jaren met een tekort aan zwembaden door het langdurig sluiten van
bestaande baden, terwijl ook het aantal zwembaden niet meer voldoende is voor de
toegenomen bevolking. Het aantal scholen dat niet of nauwelijks naar het zwembad gaat is
hoog, ondanks het feit dat zwemmen in de eindtermen staat. De inrichting van enkele
tijdelijke zwembaden is veelbelovend, maar zal het structureel tekort aan zwembaden niet
oplossen. Daarvoor is er een langetermijnvisie nodig. Een visie die rekening houdt met de
snelle bevolkingsgroei en de financiële verantwoordelijkheden die met de uitbating van
zwembaden gepaard gaan.
Het huidige zwembadenbeleid in Brussel is een beleidskluwen waarin een kat haar jongen niet
terugvindt. Financiering voor de infrastructuur komt vanuit de gemeente, intercommunales of
inrichtende machten. Sport is een gemeenschapsbevoegdheid; het sportdecreet laat de VGC
toe in zwemclubs te investeren en nu, met de 6de staatshervorming, krijgt ook het Brussels
Hoofdstedelijk Gewest de mogelijkheid om bevoegdheden in deze materie op te nemen.
Een waaier aan mogelijkheden dus voor de zwembaden om gefinancierd, ondersteund en
gepromoot te worden. Maar tegelijkertijd is er nood aan iemand die opstaat en effectief zijn
verantwoordelijkheid neemt. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het best geplaatst om
deze rol op zich te nemen is. De bal doorspelen naar de gemeenten is volgens Groen duidelijk
geen goed idee. Dat niveau beschikt over te weinig expertise en financiële middelen om
zwembaden op een goede manier te beheren. Mevrouw Maes verwijst naar de geschiedenis
van het zwembad in Ganshoren. Deze renovatie heeft ontzettend lang aangesleept.
Maar ook de VGC kan hierin, via Vlaanderen, een rol spelen. In hoeverre strekt het nieuwe
zwembadbeleid van Vlaanderen zich tot Brussel uit?
Hoeveel draagt Vlaanderen bij tot de renovatie van het VUB-zwembad? Is deze bijdrage
voldoende om een antwoord te bieden aan de noden en de werken snel en efficiënt af te
werken? Heeft het collegelid een tijdschema van het verloop van de VUB-renovaties?
Is er overleg tussen Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over het zwembadenbeleid. In welke mate en vanuit welke invalshoek investeert Vlaanderen in bestaande en
nieuwe Brusselse zwembaden? Welke rol neemt de VGC op?
Bovendien is het zo dat zwemmen bij uitstek de meest populaire sport bij gehandicapten is.
Wordt bij de huidige investeringen in zwembaden voldoende rekening gehouden met
gehandicaptenvoorzieningen? Kan het collegelid hier vanuit de VGC een rol in spelen?
5
Commissielid Cieltje Van Achter zegt dat de Vlaamse Regering en Vlaams minister
Philippe Muyters een inhaalbeweging willen doorvoeren met betrekking tot de sportinfrastructuur, met een focus op zwembaden. Ze heeft begrepen dat de Vlaamse overheid het
zwaartepunt legt op bovenlokale sportinfrastructuur en dat de eerste noden hieromtrent in
kaart worden gebracht. Ook heeft ze begrepen dat er een fonds zal worden opgericht in 2015
en dat er vanuit dit fonds oproepen voor subsidies zullen worden gelanceerd.
Het is belangrijk dat het om bovenlokale sportinfrastructuur gaat, wat bijvoorbeeld kan
worden ingevuld door intergemeentelijke samenwerkingen. Een ander voorbeeld is het dossier
van het zwembad van de VUB, waar Vlaanderen ook in investeert.
Dat er in Brussel een tekort aan zwembaden bestaat is duidelijk. Dat dit moet worden
aangepakt ook. Dat een veelvoud van actoren nu bevoegd zijn, is evenzeer een feit. Er moet
goed afgesproken worden om samen te werken en Vlaamse fondsen naar Brussel te halen.
Hoe pakt de VGC dit dossier aan?
Bestaat er een overzicht van de noden qua zwembadinfrastructuur in Brussel? Elk kind moet
kunnen leren zwemmen op school en moet kunnen plezier beleven aan het zwemmen. De
spreker heeft sterk de indruk dat dit vandaag niet mogelijk is voor alle Brusselse kinderen.
Bestaat er een plan van aanpak, zodat er tussen de verscheidene actoren (gemeenschappen,
gewest en gemeenten) wordt afgesproken wie wat zal aanpakken? Klopt het dat de Stad
Brussel tijdelijke zwembaden zal inrichten? Wat gaat het gewest doen? Wat gaat de VGC
doen zodat ook Brussel op de kar kan springen om subsidies aan te vragen bij de Vlaamse
overheid voor bovenlokale zwembadinfrastructuur? Hoe beter de afstemming, hoe meer er zal
kunnen worden gerealiseerd. Hiervoor zullen goede dossiers moeten gerealiseerd worden.
Hoe zal de VGC dit aanpakken?
In Brussel is er volgens de heer Paul Delva inderdaad een tekort aan zwembaden. Bloso
heeft een regel vastgelegd die bepaalt hoeveel zwembadwater er per inwoner nodig is. Met
Océade erbij geteld is dit momenteel in Brussel 62,5% van de capaciteit die door Bloso
berekend werd.
Commissielid Stefan Cornelis vraagt hoeveel percentage dit in Vlaanderen bedraagt. Beter
of slechter dan in Brussel?
Dit weet de heer Paul Delva niet. Hij veronderstelt en hoopt dat het beter is dan in Brussel.
De regel die Bloso stelt, wordt in ieder geval in Brussel niet gehaald.
Hoewel zwemmen in de eindtermen van het lager onderwijs opgenomen is, leren nog steeds
veel Brusselse kinderen niet zwemmen via hun school. Een aantal scholen organiseert geen
zwemlessen meer.
De spreker vindt dat Vlaanderen de laatste legislaturen weinig geïnvesteerd heeft in
sportinfrastructuur in Brussel, behalve voor universitaire sportinfrastructuur (VUB en KUBsportinfrastructuur). Hij heeft dit eerder al in het Vlaams Parlement gezegd en vermeldde het
ook in zijn boek.
6
Heeft er overleg plaats tussen collegelid Pascal Smet en de Vlaamse minister bevoegd voor
sport over de Brusselse sportinfrastructuur en in het bijzonder over de zwembaden? Dit om
Vlaanderen aan te moedigen meer te investeren in sportinfrastructuur in de hoofdstad en zeker
in de Brusselse zwembaden.
Daarnaast betreurt de spreker dat de meeste Brusselse gemeenten niet inspelen op
mogelijkheden die door Vlaanderen worden geboden voor het vragen van impulssubsidies.
Hierdoor laten Brusselse gemeenten veel geld aan hen voorbij gaan. Dit omdat ze vaak
onvoldoende geïnformeerd zijn of omdat ze minder geïnteresseerd zijn in wat Vlaanderen
doet.
De spreker denkt dat de VGC een soort brug zou kunnen vormen tussen Vlaanderen en de
Brusselse gemeenten. Ziet het collegelid hierin voor zichzelf een rol weggelegd?
Tenslotte vraagt de spreker hoeveel Brussels scholen in Vlaanderen gaan zwemmen. In welke
gemeenten gaan ze dan zwemmen?
Commissievoorzitter Jef Van Damme verklaart dat hij in Dilbeek gaat zwemmen sinds het
zwembad van Sint-Jans-Molenbeek gesloten is.
Collegelid Pascal Smet deelt mee dat Vlaanderen 87% van de door Bloso bepaalde zwembadwatercapaciteit haalt. Voor Brussel is dit 59%.
Vlaanderen draagt 783.063 euro bij aan het VUB-zwembad, waarvan 300.000 euro door de
heer Pascal Smet zelf werd vastgelegd in het Vlaams Brusselfonds en de rest, 483.063 euro,
via bovenlokale sportinfrastructuur. Die bijdrage vanuit de sportbudgetten van Vlaanderen
had dubbel zo hoog kunnen zijn voor het VUB-zwembad als het voormalig collegelid
bevoegd voor sport het zwembad als enige bovenlokaal dossier had ingediend op deze
budgetlijn. VGC–onderwijs heeft 500.000 euro vastgelegd.
Het dossier van het VUB-zwembad heeft de ambitie om naast de renovatie van het bestaande
zwembad, ook een instructiebad te realiseren. De totale investering bedraagt 6 miljoen euro.
Vier miljoen euro daarvan denkt de VUB zelf te kunnen inbrengen, o.a. via crowdfunding.
Om het dossier financieel sluitend te maken werden ook aanvragen ingediend voor EFRO,
voor BIM (milieusubsidies), en is er een aanvraagdossier voor Beliris in de maak.
Die financiële puzzel bewijst dat de voorziene financiering ontoereikend is voor een snelle
realisatie.
Projecttiming:
Opmaak ontwerp en voorontwerp
Aanvraag milieu- en bouwvergunning
Start aanbesteding aannemers
Gunning werken aan aannemer
Start werken
Afronding werken
juli-najaar 2014
november 2014
november 2014
juni 2015
juli 2015
oktober 2016
7
Of het project volgend de geplande grootte en timing kan worden uitgevoerd, hangt af van de
toekenning van de middelen van EFRO, Beliris en BIM en het uiteindelijke budget dat de
VUB via fundraising bij elkaar kan brenge.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is sinds de 6de staatshervorming expliciet bevoegd voor
sportinfrastructuur. Vroeger was dat niet het geval, maar gaf het ook al subsidies voor
sportinfrastructuur aan gemeenten.
De dienst binnen de Brusselse gewestadministratie zal bezighouden met deze nieuwe
bevoegdheid is nog niet operationeel. Momenteel is er nog geen overleg over deze materie
tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Vlaamse Gemeenschap.
Bovendien heeft Vlaams minister Philippe Muyters nog geen criteria vastgelegd voor de
toewijzing van de jaarlijks voorziene 10 miljoen euro subsidies voor renovatie of bouw van
zwembaden.
Enkele jaren geleden werkte het collegelid samen met toenmalig minister Emir Kir een
zwembadenplan uit.
De heer Paul Delva heeft gelijk als hij zegt dat er een coördinatieorgaan nodig is. Dit werd in
het beleidsakkoord afgesproken. De VGC wordt op deze manier de interface tussen
Vlaanderen en de Brusselse gemeenten om ervoor te zorgen dat er toch Vlaamse middelen
naar Brussel komen.
Voor eerdere oproepen in het kader van kleine investeringen in lokale sportinfrastructuur en
iets grotere in bovenlokale sportinfrastructuur, kwamen alleen infrastructuur investeringen in
aanmerking die qua bestemming exclusief waren gericht op de Nederlandstaligen in Brussel.
Vanuit die optiek zal de gemeentelijke sportinfrastructuur nooit door Vlaanderen gesubsidieerd kunnen worden.
Commissielid Annemie Maes vraagt wie dit zegt.
De heer Paul Delva zegt dat hij dit ook heeft gehoord. Het VUB-zwembad is in aanmerking
gekomen omdat het bovenlokaal is.
Collegelid Pascal Smet beaamt dit.
Mevrouw Cieltje Van Achter vraagt of een project bovenlokaal moet zijn.
Het collegelid vindt dat een project bovenlokaal moet zijn. Elk zwembad in Brussel is per
definitie bovenlokaal.
Bij de renovatie van het zwembad van de VUB zijn volgende aanpassingen voorzien om de
toegankelijkheid voor personen met een beperking te optimaliseren:
- Aangepast sanitair en aangepaste kleedcabines;
- Mindervalidenlift die opgesteld kan worden aan het grote bad zowel als het
instructiebad;
- Aanpassingen in de inrichting: aangepaste balie, kleurcontrasten en verlichting,
wachtruimte voor begeleidingshonden,…;
- Bereikbaarheid van het zwembad: parking voor rolstoelgebruikers, aangepaste
voetpaden, …
8
Toegankelijkheid van de infrastructuur voor personen met een beperking is als voorwaarde
opgenomen in het VGC-subsidiereglement voor investeringen in sportinfrastructuur. Het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest zou binnen de toekomstige reglementering voor
investeringen in sportinfrastructuur deze voorwaarde ook opnemen. De spreker is daar, als
oprichter van het Vlaams Agentschap Toegankelijk Vlaanderen, erg gevoelig voor, en zal er
dan ook op toezien dat dat effectief gebeurt.
In het kader van de gewestelijke beleidsverklaring werd afgesproken om te onderzoeken of
het beheer van de zwembaden in Brussel niet in één gewestelijk agentschap ondergebracht
kan worden. Het collegelid is hier een grote voorstander van. Open Vld en CD&V zijn het
eens met deze visie.
De denkpiste moet nader onderzocht worden omdat ze veel synergieën met zich mee kan
brengen. Denk maar aan de aankoop van water, het beter inzetten van personeel, het beter
organiseren van ondersteuning, enz.
Het centraliseren van een aantal diensten in één agentschap kan toch een betere dienstverlening garanderen.
Het is beter dat het Gewest zich hiervoor inzet en dat de VGC de interfacerol tussen
Vlaanderen en de gemeenten vervult.
Voor het VUB-zwembad hebben de VGC bevoegdheidsdomeinen onderwijs en sport goed
samengewerkt. Het is de bedoeling dit steeds te doen als er zich een opportuniteit aanbiedt.
De kans is echter klein dat er zich nog bovenlokale projecten, zoals het VUB-zwembad,
aanbieden.
De uitleg over het VUB-zwembad is volgens commissielid Annemie Maes duidelijk.
Hopelijk wordt de milieuvergunning snel verkregen zodat de restauratie kan starten.
Groen is het ermee eens dat er best één gewestelijk agentschap voor de zwembaden wordt
opgericht. De meeste Nederlandstalige partijen delen deze mening, maar het wordt moeilijk
om de Franstalige partijen te overtuigen. Zij houden immers heel erg vast aan de
gemeentelijke autonomie.
Eén van de voorwaarden om geld van Vlaanderen te krijgen is dat het project louter gericht
moet zijn op Nederlandstaligen. Dit is in Brussel in concreto onmogelijk.
Heeft het collegelid op regelmatige basis contact met zijn Vlaamse collega’s?
Volgens collegelid Pascal Smet gebeurt dit nu minder dan vroeger.
Aangezien Vlaanderen nog volop werkt aan de criteria is het volgens de interpellant
misschien aangewezen dat het collegelid proactief contact opneemt met Vlaanderen.
Collegelid Pascal Smet zegt deze suggestie te zullen opvolgen.
Commissielid Cieltje Van Achter vraagt of ze goed gehoord heeft dat collegelid Pascal Smet
zei dat het enkel bij het VUB-dossier zou blijven?
Collegelid Pascal Smet zegt dat het niet gemakkelijk is om nieuwe projecten te realiseren
gelet op vastgelegde taalcriteria.
9
De VGC zal vanuit haar sportbevoegdheid middelen ter beschikking stellen, maar het is niet
haar taak om zwembaden te bouwen. Ondersteunen zal ze wel doen, in de mate van het
mogelijke.
Wanneer een Brusselse Nederlandstalige school of een cluster van scholen een zwembad wil
bouwen, zal de VGC financieel tussenkomen op voorwaarde dat het zwembad tevens buiten
de schooluren wordt opengesteld. Het zijn eerder het Gewest en de gemeenten die moeten
investeren in zwembaden.
Bijkomend vraagt mevrouw Cieltje Van Achter welke scholen geen zwemlessen meer
aanbieden.
Commissielid Stefan Cornelis zegt dat het niet slecht is dat Brusselse scholen gaan
zwemmen in Vlaanderen, wat wordt bevestigd door mevrouw Cieltje Van Achter.
Volgens commissielid Annemie Maes kost dit wel veel.
Het bouwen van sportinfrastructuur voor bepaalde taalgroepen is volgens de heer Paul Delva
niet concipieerbaar.
Adeps is de Franstalige tegenhanger van BLOSO en heeft in Brussel verschillende dure
sportcentra gebouwd. Deze centra staan open voor iedereen, los van de taal van de gebruiker
en worden uitsluitend betaald door de Franse Gemeenschap.
De spreker is blij dat het collegelid liet verstaan dat er werkt gemaakt moet worden van de
VGC als interface tussen Vlaanderen en de Brusselse gemeenten. Vanuit de Vlaamse
decreetgeving bestaan er veel mogelijkheden, maar de Brusselse gemeenten tekenen hier niet
op in. Hierdoor laten de Brusselse gemeenten geld liggen. Dit is bijzonder jammer. Het is niet
alleen de verantwoordelijkheid van de Brusselse gemeenten. De manier waarop de Vlaamse
Regering communiceert kan beter. Op dit vlak kan er een rol voor de VGC weggelegd zijn.
Tenslotte vraagt de heer Paul Delva of het collegelid overleg pleegt of plant met Vlaams
minister Philippe Muyters.
Het collegelid zal ingaan op de suggestie die ook eerder door mevrouw Maes werd gedaan en
een brief sturen naar Vlaams minister Philippe Muyters.
Er is volgens de heer Paul Delva niks mis mee dat scholen met hun leerlingen gaan
zwemmen in Vlaanderen. Moeten scholen soms meebetalen aan een zwembad in de
buurgemeente?
Volgens commissievoorzitter Jef Van Damme is dit voor het zwembad van Ganshoren
inderdaad het geval.
Commissielid Stefan Cornelis zegt dat dit afhangt van wie het zwembad financiert.
***
10
3. Vraag
Vraag van mevrouw Cieltje Van Achter aan de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd voor
Cultuur, Jeugd, Sport en Stedelijk beleid, over de leiding van Muntpunt.
Commissielid Cieltje Van Achter zegt dat collegelid Pascal Smet tijdens de eerste
vergadering van de commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport in primeur heeft meegedeeld, dat
de algemeen directeur van Muntpunt, Ann Van Driessche, vertrekt om vanaf 1 maart 2015
haar nieuwe functie op te nemen aan de Vrije Universiteit Brussel als directeur Marketing,
Communicatie & Evenementen.
Aanvankelijk zou mevrouw Van Driessche nog tot 1 maart 2015 in dienst blijven, maar de
Raad van Bestuur van Muntpunt heeft hierover anders beslist.
Ondertussen heeft ook de Zakelijk directeur van Muntpunt aangegeven dat hij wenst te
vertrekken.
Dat het rommelt aan de top van Muntpunt is duidelijk. Hoe dit zal worden aangepakt, is voor
de vraagsteller minder duidelijk.
Kent collegelid Pascal Smet de redenen van het plotse vertrek, of de wensen tot vertrek, aan
de top van Muntpunt en hoe evalueert hij deze? Zal het vertrek van deze personen financiële
implicaties hebben?
Hoe wordt Muntpunt vandaag geleid? En welke acties werden ondernomen om de leiding te
vervangen?
Welke rol speelt de Raad van Bestuur in dit verhaal?
Welke gevolgen verwacht het collegelid voor de werking van Muntpunt?
Wat is de impact voor de hernieuwing van de beheersovereenkomst?
Collegelid Pascal Smet deelt mee dat mevrouw Ann Van Driessche op 14 oktober 2014 aan
de Raad van Bestuur van vzw Muntpunt heeft meegedeeld dat zij ontslag nam als algemeen
directeur omdat zij is ingegaan op het aanbod van de VUB, weliswaar na een procedure, om
in dienst te treden als diensthoofd Marketing, Communicatie en Evenementen. Dergelijke
persoonlijke carrièrewissel behoeft volgens het collegelid geen evaluatie.
De aanwerfprocedure van een nieuwe Algemeen directeur behoort exclusief tot de autonomie
en verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur van Muntpunt. Voor een extern verzelfstandigd agentschap (EVA) gelden immers de gemeenrechtelijke privaatrechtelijke toezichtsmechanismen (i.c. de vzw-wetgeving). Het beheer gebeurt volgens de modaliteiten
overeengekomen in de samenwerkingsovereenkomst.
Aangezien het de bedoeling is om snel een nieuwe Algemeen directeur aan te werven, zal de
financiële impact van het vertrek van mevrouw Van Driessche beperkt zijn.
In afwezigheid van een nieuwe Algemeen directeur wordt de dagelijkse werking
waargenomen door een Algemeen directeur ad interim en dit in samenspraak met de Zakelijk
11
directeur en de hoofdbibliothecaris. Operationeel loopt de dagelijkse leiding binnen Muntpunt
goed.
De volledige strategische leiding valt onder de verantwoordelijkheid van de Raad van
Bestuur. De communicatie met de verschillende betrokken overheden verloopt erg vlot. Het
collegelid vernam - en gaat ervan uit dat het zo ook zal blijven - dat de werking van Muntpunt
verzekerd is en verder positief geëvalueerd kan worden.
Muntpunt zal in samenspraak met de Vlaamse Gemeenschap en de VGC een nieuw
strategisch-/beleidsplan 2016-2020 opstellen. Dit moet tegen de zomer van 2015 rond zijn en
de basis vormen voor de hernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst 2016-2020 tussen
Muntpunt, de Vlaamse Gemeenschap en de VGC. Het is aangewezen dat er op dat moment
een nieuwe Algemeen directeur is zodat het nieuwe strategisch-/beleidsplan ook dadelijk door
de nieuwe directeur gedragen wordt.
Commissie Cieltje Van Achter vraagt met wie van Muntpunt er wordt gesproken voor de
opstelling van het strategisch-/beleidsplan.
Dit gebeurt volgens het collegelid met de Raad van Bestuur en de huidige leiding van
Muntpunt.
__________