Basiskracht – en stabiliteitsoefeningen

Basiskracht – en stabiliteitsoefeningen
In dit document staan basiskracht- en stabiliteitsoefeningen om je rompstabiliteit te verbeteren.
Deze oefeningen vormen de basis voor het sterker en stabieler maken van je romp- en beenspieren.
Dit draagt bij aan het verbeteren van je rompstabiliteit en daar mee ook aan een betere en
efficiëntere looptechniek. Hierdoor kunnen blessures voorkomen worden.
Bij elke oefening staat een uitleg van hoe je deze doen moet. Daarnaast staat er een richtlijn voor
wat betreft de intensiteit van de oefening, oftewel de duur en het aantal herhalingen. Het
allerbelangrijkste van het doen van deze oefeningen is dat de kwaliteit ervan gewaarborgd blijft als je
ze doet. Dus duur en het aantal herhalingen is slechts een startpunt. Echter, dit kan voor iedereen
anders zijn. Het belangrijkste van de oefeningen is dat je ze kunt uitvoeren, zoals ze bedoeld zijn, dus
op de goede manier. Je moet je buikspieren kunnen blijven aanspannen en de houding van de
oefening kunnen handhaven. Merk je dat dit niet het geval is, doe dan minder herhalingen, of houd
de oefening minder lang vast. Merk je dat de oefening steeds beter gaat, dan is er sprake van
trainingseffect en kun je de oefening gaan uitbouwen: eerst door meer herhalingen en/of langer
vasthouden, daarna door te variëren in de uitvoering ervan.
Zorg er allereerst voor dat je basis goed is, voordat je je oefening zwaarder en moeilijker gaat maken.
De kwaliteit van de uitvoering van de oefening blijft altijd voorop staan. Naast het zonder klachten
kunnen uitvoeren ervan.
1. Bekkenkantelen
Ga op je rug liggen met je knieën
gebogen en je voeten op
schouderbreedte op de ondergrond.
Kantel je bekken naar achteren,
waardoor je rug minder hol wordt.
Houd de kanteling 5 tellen vast en
ontspan weer. Je rug wordt nu weer
meer hol.
Herhaal dit 10 keer 5 tellen.
Thema-avond 2014 Loopgroep Waalre, Blessurevrijlopen, Rompstabiliteit
1
2. Bruggetje maken (statisch)
Ga op je rug liggen met je knieën
gebogen en je voeten op
schouderbreedte op de ondergrond.
Kantel je bekken naar achteren,
waardoor je rug minder hol wordt.
Houd de kanteling vast en til je billen
omhoog, zodat bovenlichaam en
bovenbenen één rechte lijn worden.
Houd dit ‘bruggetje’ 5 tellen vast en
ga rustig terug naar de beginpositie.
Herhaal dit 10 keer 5 tellen.
3. Bruggetje maken (dynamisch)
Ga op je rug liggen met je knieën
gebogen en je voeten op
schouderbreedte op de ondergrond.
Kantel je bekken naar achteren,
waardoor je rug minder hol wordt.
Houd de kanteling vast en til je billen
omhoog, zodat bovenlichaam en
bovenbenen één rechte lijn worden.
En ga rustig terug richting de
ondergrond, maar raak deze net niet
aan met je billen voor je weer
omhoog gaat.
Herhaal dit 3 keer 10 herhalingen,
neem na elke 10 herhalingen even
rust (met rug op ondergrond gaan
liggen).
Thema-avond 2014 Loopgroep Waalre, Blessurevrijlopen, Rompstabiliteit
2
4. Superman (statisch)
Neem de handen-en-knieënstand
aan met een rechte rug. Hou
spanning op je buikspieren en strek
je linkerbeen naar achteren, waarbij
je onderrug niet hol mag worden
(=buikspieren aanspannen). Strek
vervolgens je rechterarm uit en houd
deze positie 5 tellen vast. Wissel van
kant.
Herhaal elke kant 10 keer 5 tellen.
5. Plank (recht)
Ga op je buik liggen met je ellebogen
onder je schouders, tenen op
heupbreedte op de grond. Til je
heupen van de grond en houd je hele
lichaam in één rechte lijn (= plank).
Houd je buikspieren aangespannen,
zodat je rug niet hol wordt.
Herhaal dit 3 keer 20 tot 30 tellen.
6. Plank (op je zij)
Ga op je zij liggen met je elleboog
onder je schouder. Het lichaam is
één rechte lijn (= plank) en je voeten
liggen op elkaar. Til je heupen op tot
ze zich in één lijn bevinden met
voeten en schouders. De balans
wordt gehouden met je elleboog en
beide voeten. Houd je buikspieren
aangespannen, zodat je rug niet hol
wordt.
Herhaal dit 3 keer 20 tot 30 tellen,
aan beide kanten.
Thema-avond 2014 Loopgroep Waalre, Blessurevrijlopen, Rompstabiliteit
3
7. Squat
Ga met je voeten op schouderbreedte
staan, je handen op je heupen. Buig
door je knieën, totdat je
bovenbenenevenwijdig zijn met de
ondergrond. Houd je hielen op de
ondergrond, waarbij je knieën niet voor
bij je tenen mogen komen. Hef je armen
tot schouderhoogte.
Herhaal dit 3 keer 10 herhalingen, neem
na elke 10 herhalingen even rust.
8. Uitvalspas voor
Ga met je voeten op schouderbreedte
staan, je handen langs je lichaam of in
je zij. Stap met één been uit tot zowel
de knie- als de heuphoek 90 graden
zijn. Hou je bovenlichaam rechtop en
de knie van je achterste been net
boven de grond. De voorste knie mag
niet voorbij je tenen komen of naar
binnen draaien. Stap direct weer terug
naar de beginpositie en doe hetzelfde
met je andere been.
Herhaal dit 3 keer 10 herhalingen,
links en rechts neem na elke 10
herhalingen per been even rust.
9. Uitvalspas zijwaarts
Ga met je voeten naast elkaar staan je
handen langs je lichaam of in je zij.
Stap met één been uit naar op zij
waarbij zowel je heup al je knie
gebogen zijn Hou je bovenlichaam
rechtop en de knie van je De knie van
het been waar je mee bent uitgestapt,
mag niet voorbij je tenen komen of
naar binnen draaien. Stap direct weer
terug naar de beginpositie en doe
hetzelfde met je andere been.
Herhaal dit 3 keer 10 herhalingen,
links en rechts neem na elke 10
herhalingen per been even rust.
Thema-avond 2014 Loopgroep Waalre, Blessurevrijlopen, Rompstabiliteit
4
10. Eénbenige zweefstand
Ga op één been staan met je knie
licht gebogen, handen licht
gespreid, of in je zij. Buig in je
heupen (met je lichaam naar
voren) totdat je bovenlichaam en
het zwevende been één rechte
horizontale lijn vormen. Ga rustig
terug naar de beginpositie en
herhaal de beweging. Let op dat je
je buikspieren aanspant en je
bekken horizontaal blijft.
Herhaal dit 8 keer per been.
11. Benen zwaaien
Ga op één been staan met je knie
licht gebogen, en houd je
bovenlichaam rechtop. Zwaai met
je andere been ontspannen vooren achterwaarts. Probeer stabiel te
blijven staan en laat je armen
ontspannen meebewegen.
Herhaal dit 12 keer per been naar
voren en naar achteren
12. Eénbenige balans
Ga op één been staan met je knie
licht gebogen, en houd je
bovenlichaam rechtop. Laat je
armen langs je lichaam hangen of
zet je handen in je zij. Trek je
andere been op, net met de voet
van de grond of totdat het
bovenbeen horizontaal is. Hou je
voet actief opgetrokken met je hak
richting je bil. Probeer te blijven
staan, waarbij je bekken horizontaal
blijft. Houd deze houding 10 tellen
vast en wissel van been.
Herhaal dit 5 keer per been.
Thema-avond 2014 Loopgroep Waalre, Blessurevrijlopen, Rompstabiliteit
5