Verslag bijeenkomst focusgroep

Migrantenvrouwen in gesprek over de geboortezorg: focusgroep bij de
Vluchtelingen Vrouwen Raad op 24 juli 2014
Op een warme middag in juli verzamelt zich een klein groepje migrantenvrouwen bij NoLimit in
Amsterdam Zuidoost. Ondanks onvoorziene problemen met het openbaar vervoer zijn deze vrouwen
gekomen voor een focusgroep van Patiëntenfederatie NPCF en Pharos over de geboortezorg. Het
doel van deze focusgroep is het bespreken van de ervaringen met de zorgverleners betrokken bij de
geboortezorg zoals de huisarts, verloskundige, de gynaecoloog en de kraamverzorgster. Speciale
aandacht ging uit naar en het inventariseren van verbeterpunten. Gatoun Gouri en Malika Hashemi
van de Vluchtelingen Vrouwen Raad, die de bijeenkomst hebben georganiseerd, begeleiden de
deelnemers aan de vergadertafel waarop water, thee en koffie en lekkernijen klaar staan. De meeste
vrouwen laten deze drankjes en hapjes ongeroerd omdat zij tijdens de Ramadan aan het vasten zijn.
Van alle vrouwen zijn er zes afkomstig uit Afghanistan, Iran en Libanon, één vrouw komt uit Bonaire
en één uit Ethiopië. Sommige hebben hun kleine kinderen meegenomen. Vrolijk en door niemand
gehinderd rennen ze door de zaal en als de bijeenkomst begint zoeken ze de schoot van hun moeder
op. De kinderoppas is aan hen niet zo goed besteed omdat zij gewend zijn in de buurt van hun
moeder te blijven. De bijeenkomst wordt gehouden in het Nederlands, maar voor enkele vrouwen
die de Nederlandse taal niet goed verstaan, wordt sporadisch naar het Farsi vertaald. Tijdens het
voorstelrondje vertellen een paar vrouwen over hun moeilijke zwangerschappen en bevallingen
zowel in het buitenland als in Nederland.
De bijeenkomst begint met een filmpje over de verschillende fasen van zwangerschap en geboorte
en de bijbehorende zorgverleners waarmee een zwangere vrouw te maken krijgt. Shobha Kamisetti
van Pharos vraagt de deelnemers wat ze in het filmpje hebben gezien. De vrouwen benoemen
verschillende onderdelen zoals de echo, controles door de verloskundige, gezonde voeding en de
voorbereiding op de bevalling. Op de vraag wat de geboortezorg inhoudt, benoemen de vrouwen de
huisarts, gynaecoloog, verloskundige en kraamzorg. Alle onderdelen dus, behalve de
preconceptiezorg. De vrouwen lijken tevreden met de manier waarop ze door deze hulpverleners
doorverwezen en geholpen zijn. Als één van hen vertelt positief te zijn over de bejegening en de
informatie die ze van de zorgverleners heeft ontvangen, sluiten andere vrouwen zich bij haar aan.
“Ze (de kraamhulp) deed alles uit zichzelf, ik hoefde haar niets te vertellen”
De antwoorden die deze vrouwen geven zijn kort en bondig waardoor het voor de gespreksleider
lastig is aan het gesprek verdieping te geven en er achter te komen welke aspecten van de
geboortezorg minder of welke meer worden gewaardeerd. Wat opviel was dat bijna alle vrouwen in
de eerste instantie graag in het ziekenhuis wilden bevallen. Een paar van hen is toch thuis bevallen.
Bij de thuisbevalling heeft de mening van verloskundige een belangrijke rol gespeeld.
“Eerst wilde ik in het ziekenhuis bevallen, maar mijn verloskundige zei dat het ook thuis kon omdat
het waarschijnlijk een makkelijke bevalling ging worden. De baby lag laag. Daarna wilde ik ook een
thuisbevalling”.
De meeste informatie over de geboortezorg hebben de deelnemers van hun zorgverleners én hun
familieleden ontvangen. Van de verloskundige kregen ze informatie over gezonde voeding,
misselijkheid en dat je rustiger aan moet doen. Eén vrouw gaf aan dat zij een informatief boek had
gekregen van haar verloskundige. De vrouwen zijn door de hulpverlener geattendeerd op de
mogelijkheid om extra vragen te stellen, maar ze hebben daar weinig tot geen gebruik van gemaakt.
Het internet in eigen taal en de informatie van vrouwelijke familieleden vormen voor hen een
belangrijke informatiebron bij vragen.
“Als ik vragen heb, zoek ik alles op, op google. Een vraag stellen is moeilijk als je niet goed Nederlands
spreekt”.
De sociale omgeving van vrouwen, met name de partners, speelt een belangrijke rol bij het
communiceren met de zorgverleners. De meeste partners zijn al langer in Nederland en spreken de
Nederlandse taal beter dan de vrouwen, vandaar dat ze voor hen kunnen tolken.
De meeste vrouwen vonden het belangrijk dat er in de verloskunde en kraamzorg voldoende ruimte
is voor hun culturele gebruiken en gewoonten, bijvoorbeeld geen schoenen in het huis dragen en
warm eten tijdens de kraamperiode. Zij waren van mening dat de hulpverleners daarmee voldoende
rekening hebben gehouden. De deelneemster afkomstig uit Bonaire gaf aan dat vrouwen in de
Bijlmer veel zelf doen als het gaat om de zorg tijdens zwangerschap en bevalling. Pas bij een
complicatie doen zij beroep op een verloskundige.
Tijdens de bijeenkomst hebben de deelneemsters een map ontvangen met de NPCF
patiëntenveiligheidskaarten; “Zo gezond mogelijk zwanger worden, wat moet ik doen?” en “Denk
mee, praat mee, doe mee voor een goede zwangerschapsbegeleiding” en de folder “Straks zwanger
worden” (Kelly en Karim) ontwikkeld door Pharos ten behoeve van de website
http://www.strakszwangerworden.nl.
De informatie uit de bijeenkomst wordt aangevuld met informatie uit de interviews met een aantal
migranten sleutelfiguren. Patiëntenfederatie NPCF, Stichting Kind & Ziekenhuis, Het Ouderschap en
VSOP gebruiken deze informatie bij de ontwikkeling van de nieuwe zorgstandaard Integrale
Geboortezorg. Met als doel de geboortezorg beter aan te laten sluiten bij de wensen en behoeften
van (aanstaande) moeders.
Focusgroep geboortezorg bij de Vluchtelingen Vrouwenraad 24 juni 2014