OER HRM 2014 2015

Onderwijs- en examenregeling 2014 – 2015
Bacheloropleiding

Human Resource Management, crohonummer 34609
Advies afgegeven door Opleidingscommissie,
d.d. 19 mei 2014
Instemming verleend door Centrale Medezeggenschap,
d.d. 3 juli 2014
Vastgesteld door het College van Bestuur,
d.d. 8 juli 2014
NB:
Uniformiteit Onderwijs- en Examenregeling (OER)
1. Dit OER bevat artikelen in de hoofdstukken 1 t/m 8 die voor een opleiding wel of niet
van toepassing zijn. In het geval een artikel(lid) niet van toepassing is wordt dit bij het
betreffende artikel(lid) aangegeven.
1
Inhoudsopgave
1
Algemeen
Art. 1 Begripsbepalingen
Art. 2 Reikwijdte van de regeling
Art. 3 Vaststelling en looptijd van de regeling
2
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Toelating tot de opleiding
1 Vooropleidingseisen voor opleidingen
2 Nadere vooropleidingseisen voor opleidingen
3 Aanvullend onderzoek ex. art. 7.25 lid 5 WHW
4 Aanvullende eisen
5 Toelating tot versneld traject gericht op studenten met een vwo-diploma
6 Toelating tot speciaal traject als bedoeld in art. 7.9b WHW
7 Colloquium doctum (toelatingsonderzoek 21 jaar en ouder)
8 Eisen werkkring voor de deeltijdopleidingen
9 Toelating duaal onderwijs, eisen werkkring
10 Vrijstelling van vooropleidingseisen op grond van andere diploma’s ex. art. 7.28 WHW
11 Aanvullend onderzoek ex. art. 7.28 lid 3 en 4
12 Toelating tot de post-propedeutische fase
13 Doorstroom Associate degree
14 Rechtsbescherming
3
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Onderwijsprogramma
1 Beoordeling Onderwijs- en examenregeling
2 Doelstelling van de opleiding
3 Inrichting en studielast van de opleiding
4 Voertaal in het onderwijs
5 Voorzieningen voor student met functiebeperking
6 Samenstelling van de propedeutische fase
7 Samenstelling van de post-propedeutische fase
8 Samenstelling Associate-degreeprogramma
9 Minor
10 Studeren in het buitenland
4
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Examens en getuigschriften
1 De examens van de opleiding
2 Toekenning graden
3 Getuigschriften
4 Toekenning van getuigschriften
5 Ondertekening getuigschriften
6 Data van de uitslag en uitreiking getuigschriften
7 Cum Laude-regeling
8 Verklaringen
9 Grading Table van de opleiding
10 Rechtsbescherming
5
Art.
Art.
Art.
Art.
1
2
3
4
Tentamens, toetsen en beoordelen
Vorm van de tentamens en toetsen
Volgorde van tentamens en toetsen
Tijdvakken en frequentie van tentamens en toetsen
Gestelde eisen tentamens en toetsen
2
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
5 Inschrijvingsprocedure voor tentamens en toetsen
6a Praktische gang van zaken bij schriftelijke tentamens en toetsen
6b Praktische gang van zaken bij digitale tentamens en toetsen
7 Mondelinge tentamens en toetsen
8 Vaststelling van de beoordelingen
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
Art.
9 Normering van de beoordelingen
10 Het verlenen van vrijstellingen
11 Toekenning van studiepunten
12 Vastlegging en bekendmaking van de beoordelingen
13 Geldigheidsduur van studieresultaten
14 Inzage van tentamens en toetsen
15 Bewaring van afgelegde tentamens en toetsen
16 Fraude en plagiaat
17 Intellectueel eigendom
18 Rechtsbescherming
6.
Studieloopbaanbegeleiding en Studieadvies
Art. 1 Studieloopbaanbegeleiding
Art. 2 Studieadvies aan het einde van het eerste jaar van inschrijving aan dezelfde
opleiding aan dezelfde instelling
Art. 3 Studieadvies aan het einde van het tweede jaar van inschrijving aan dezelfde
opleiding aan dezelfde instelling
Art. 4 Voorwaarden Bindend Studieadvies met afwijzing (BSA)
Art. 5 Gevolgen bindend studieadvies met afwijzing (BSA)
Art. 6 Doorstroom van propedeutische fase naar postpropedeutische fase
Art. 7 Verwijzing in de postpropedeutische fase
Art. 8 Rechtsbescherming
7.
Examencommissie
Art. 1 Instelling en samenstelling Examencommissie
8.
Art.
Art.
Art.
Art.
1
2
3
4
Slot- en invoeringsbepalingen
Hardheidsclausule
Onvoorziene omstandigheden
Bekendmaking van de regeling
Citeertitel, inwerkingtreding
Bijlage A
Bijlage B
Bijlage C
Bijlage D
Competenties van de opleiding
Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van het curriculum voor de
propedeutische fase
Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van het curriculum voor de
postpropedeutische fase
Jaartoetsrooster van de opleiding HRM
3
1
Algemeen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
afstudeerrichting: een specialisatie binnen de opleiding als bedoeld in artikel 7.13 WHW,
niet zijnde een Associate-degreeprogramma of een minor;
Associate-degreeprogramma: programma als bedoeld in artikel 7.8a WHW met een
studielast van tenminste 120 studiepunten;
bezwaar, beroep en klachtenloket: faciliteit als bedoeld in artikel 7.59a WHW;
college van beroep voor de examens: college als bedoeld in artikel 7.60 WHW;
college van bestuur: het instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1 en 10.8 WHW;
competentie: een integraal geheel van beroepskennis, -houding en -vaardigheden dat een
persoon nodig heeft om binnen relevante beroepscontexten adequaat te kunnen
functioneren;
examen: afsluitend onderdeel van een opleiding als bedoeld in artikel 7.3 WHW of de
propedeutische fase als bedoeld in artikel 7.8 WHW;
examencommissie: commissie als bedoeld in artikel 7.12 WHW;
examinator: persoon als bedoeld in artikel 7.12c WHW, niet zijnde een student of
extraneus;
extraneus: degene die als extraneus als bedoeld in artikel 7.32 en 7.36 WHW is
ingeschreven bij de opleiding die voltijds of deeltijds is ingericht;
gedragscode internationale student: gedragscode internationale student hoger
onderwijs, zoals deze geldt per 1 maart 2013;
instelling: Stenden Hogeschool;
les-, toets- en tentamentijden: 8.00 uur tot 21.30 uur.
centrale medezeggenschapsraad: raad als bedoeld in artikel 10.17 WHW;
minorprogramma: een samenhangend keuzeprogramma van in totaal 30
studiepunten, dat gevolgd wordt in de postpropedeutische fase, niet zijnde een
afstudeerrichting;
onderwijseenheid: onderwijseenheid als bedoeld in artikel 7.3 WHW, die in samenhang
met andere onderwijseenheden het onderwijsprogramma van de opleiding vormt, waaraan
4
één eindbeoordeling is verbonden. Een onderwijseenheid kan betrekking hebben op een
praktische oefening;
opleidingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10.3c WHW;
opleidingsjaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van
het daaropvolgende kalenderjaar en, indien men zich inschrijft per 1 februari, het tijdvak
dat aanvangt op 1 februari en eindigt op de laatste dag van januari van het
daaropvolgende kalenderjaar;
opleidingsvariant: een opleiding kan in de voltijd-, deeltijd- en/of duale variant
aangeboden worden;
post-propedeuse: de hoofdfase van de opleiding direct volgend op de propedeuse;
praktische oefening: een onderwijseenheid als bedoeld in artikel 7.3 lid 2 WHW waarin de
nadruk ligt op de praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening en op de
beroepsuitoefening in verband met het onderwijs in een duale opleiding, voor zover deze
activiteiten onder begeleiding van de instelling plaatsvinden. Een praktische oefening kan
vormgegeven zijn in een project, werkstuk, of ontwerp, scriptie, mondelinge presentatie,
doorlopen van een stage, deelname aan excursie, werken in (thema)groepen;
programma: het samenhangend geheel van onderwijseenheden verzorgd door de
opleiding;
propedeuse: propedeutische fase van de opleiding, als bedoeld in artikel 7.8 WHW;
progRESS: studenten informatie systeem;
schooldag:alle dagen die in de jaarplanning doorgaans niet als vakantiedagen, zaterdagen,
zondagen of reguliere feestdagen zijn aangeduid, zijn schooldagen, waarbij de zaterdag
uitsluitend bestemd mag worden voor afname van tentamens en of toetsen en of examens.
School-/Cluster en Staf Medezeggenschapsraad: raad bedoeld als in artikel 10.25 WHW.
student: degene die als student als bedoeld in artikel 7.32 WHW is ingeschreven bij de
instelling;
studentenstatuut: statuut als bedoeld in artikel 7.59 WHW;
studiejaar: het wettelijk studiejaar dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31
augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;
studieloopbaanbegeleider/studiecoach/studiebegeleider: degene die namens de
opleiding is aangewezen om de student te begeleiden in zijn studie, keuze- en
planningsprocessen, gericht op een effectieve studievoortgang;
studiepunt: eenheid voor berekening van de studielast als bedoeld in artikel 7.4 WHW,
waarbij 1 studiepunt gelijk staat aan 28 uren studie;
5
tentamen: een onderzoek naar kennis, inzicht, vaardigheden als bedoeld in artikel 7.3 en
7.10 WHW, waarvan de uitkomst in een beoordeling wordt uitgedrukt en die de afsluiting
vormt van een onderwijseenheid;
toets: een onderdeel van een tentamen waaraan een beoordeling door een examinator is
verbonden;
WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Artikel 2
Reikwijdte van de regeling
1. Deze regeling is van toepassing op het onderwijs en de examens van de
bacheloropleiding Human Resource Management voltijd, crohonummer
34609, verder te noemen: de opleiding.
2. Deze regeling is van toepassing op de studenten en extraneï die staan ingeschreven
bij de opleiding en op aspirant-studenten en -extraneï die verzoeken om toegelaten
te worden tot de opleiding.
3. Wordt de opleiding aangemerkt als een gezamenlijke opleiding, dan is deze regeling
onverkort van toepassing, tenzij in de overeenkomst die aan de gezamenlijke
opleiding ten grondslag ligt anders is bepaald.
4. Kent de opleiding een of meer afstudeerrichtingen, dan is deze regeling onverkort
van toepassing, tenzij in de overeenkomst(en) die aan deze afstudeerrichting(en)
ten grondslag lig(t)(en)anders is bepaald.
5. Indien van toepassing, een Associate-degreeprogramma is een onderdeel van de
bachelor opleiding.
Artikel 3
Vaststelling en looptijd van de regeling
1. Deze Onderwijs- en examenregeling wordt, gehoord de centrale
medezeggenschapsraad conform artikel 10.20 WHW, vastgesteld door het College
van Bestuur.
2. De opleidingscommissie wordt jaarlijks tijdig in de gelegenheid gesteld deze regeling
te beoordelen en daarover advies uit brengen aan de Head of School. De
opleidingscommissie zendt een afschrift van dit advies aan de School-/Cluster en
Staf Medezeggenschapsraad (SCMR en SMR).
3. De regeling geldt voor de duur van een studiejaar. Gedurende het studiejaar kan de
regeling niet worden gewijzigd, tenzij dit als gevolg van overmacht noodzakelijk is en
studenten daar niet onevenredig door worden benadeeld. Een tussentijdse wijziging
behoeft de voorafgaande instemming van de Head of School; de bepalingen in dit
artikel zijn alsdan van overeenkomstige toepassing.
6
2
Toelating tot de opleiding
WHW:
7.8, 7.24, 7.25, 7.26, 7.27, 7.28, 7.29.
Artikel 1
Vooropleidingseisen voor opleidingen
1. Voor de inschrijving voor een opleiding in het hoger onderwijs geldt als
vooropleidingseis het bezit van een diploma voorbereidend wetenschappelijk
onderwijs (vwo) of hoger algemeen voortgezet onderwijs (havo) of een diploma van
een middenkaderopleiding of van een specialistenopleiding als bedoeld in artikel
7.2.2, eerste lid, van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) (mbo-niveau 4).
Met een diploma bedoeld in de eerste volzin wordt voor de toepassing van dit lid
gelijkgesteld het diploma van de bij ministeriële regeling aangewezen
vakopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder c, van de WEB.
Artikel 2
Nadere vooropleidingseisen voor opleidingen
1. De volgende diploma's van middelbaar beroepsonderwijs (mbo niveau 4), hoger
algemeen voortgezet onderwijs (havo) en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
(vwo) geven rechtstreeks toegang tot de opleiding, waarbij op grond van een
ministeriële regeling eisen aan het vakkenpakket kunnen worden gesteld:
a.
b.
c.
d.
e.
f.
g.
h.
i.
mbo-diploma niveau 4 [mits….. conform ministeriële regeling];
havo-diploma, profiel natuur en techniek, geen eisen aan het vakkenpakket;
havo-diploma, profiel natuur en gezondheid, geen eisen aan het vakkenpakket;
havo-diploma, profiel economie en maatschappij, geen eisen aan het vakkenpakket;
havo-diploma, profiel cultuur en maatschappij, geen eisen aan het vakkenpakket;
vwo-diploma, profiel natuur en techniek, geen eisen aan het vakkenpakket;
vwo-diploma, profiel natuur en gezondheid, geen eisen aan het vakkenpakket;
vwo-diploma, profiel economie en maatschappij, geen eisen aan het vakkenpakket;
vwo-diploma, profiel cultuur en maatschappij, geen eisen aan het vakkenpakket.
De diploma’s vermeld onder de letters b tot en met i hebben betrekking op profielen
havo/vwo die gelden vanaf 1 augustus 2007.
Artikel 3
Aanvullend onderzoek ex. art. 7.25 lid 4 WHW
1. Het College van Bestuur kan bepalen dat de bezitter van een diploma genoemd in
artikel 1, die niet voldoet aan de in dit artikel 2 genoemde voorwaarden, toch wordt
ingeschreven, onder de voorwaarde dat blijkens een onderzoek wordt voldaan aan
inhoudelijk daarmee vergelijkbare eisen. Aan deze eisen moet zijn voldaan voor de
aanvang van de opleiding.
2. In geval van een aanvullend onderzoek wordt de kennis van de vereiste vakken dan
wel het vereiste niveau, genoemd in artikel 2, getoetst.
Artikel 4
Aanvullende eisen (DIT ARTIKEL IS NIET VAN TOEPASSING)
1. Indien de uitoefening van het beroep of de beroepen waarop een opleiding voorbereidt,
dan wel de organisatie en de inrichting van het onderwijs, specifieke eisen stelt ten
aanzien van kennis of vaardigheden die niet of niet in voldoende mate onderdeel zijn
7
van het voortgezet onderwijs of van het beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet
voortgezet onderwijs, onderscheidenlijk specifieke eisen stelt ten aanzien van de
eigenschappen van de student, kunnen bij ministeriële regeling in verband daarmee
eisen worden gesteld in aanvulling op de eisen, bedoeld in artikel 1.
Het College van Bestuur stelt een regeling vast voor de selectiecriteria en -procedure.
De selectiecriteria kunnen uitsluitend eisen bevatten die direct verband houden met de
gronden, bedoeld in de eerste volzin. Dit lid is niet van toepassing op opleidingen op
het gebied van de kunst en lerarenopleidingen op het gebied van de kunst.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld ten aanzien van welke
opleidingen het eerste lid toepassing kan vinden, alsmede op welke kostensoorten het
betrekking heeft en welke bedragen ten hoogste kunnen worden gevorderd.
Artikel 5
Toelating tot versneld traject gericht op studenten met een vwodiploma (DIT ARTIKEL IS NIET VAN TOEPASSING)Een College van Bestuur kan
binnen een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs een versneld
traject aanbieden dat toegankelijk is voor studenten met een diploma als
bedoeld in artikel 7.24, tweede lid WHW, onder a of b dan wel een op grond van
artikel 7.28, tweede lid WHW, bij ministeriële regeling als ten minste
gelijkwaardig aangemerkt onderscheidenlijk naar het oordeel van het College
van Bestuur daaraan tenminste gelijkwaardig diploma. Een student die aan de
in de eerste zin bedoelde voorwaarde en de overige voorwaarden voor
inschrijving voldoet, wordt voor een versneld traject ingeschreven indien hij
daarom verzoekt.
1. Het College van Bestuur kan besluiten ook een andere student dan degene, bedoeld in
het eerste lid, tot het versnelde traject toe te laten indien hij naar het oordeel van het
College van Bestuur blijk heeft gegeven van geschiktheid voor dat traject.
2. In afwijking van artikel 7.4b, eerste lid WHW, bedraagt de studielast voor een versneld
traject 180 studiepunten.
Artikel 6
Toelating tot speciaal traject als bedoeld in art. 7.9b WHW
(DIT ARTIKEL IS NIET VAN TOEPASSING)
1. Indien het College van Bestuur binnen een opleiding een speciaal traject aanbiedt dat
gericht is op het behalen van een hoger kennisniveau van studenten, kan selectie
worden toegepast.
2. Het College van Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de selectie, bedoeld in het
eerste lid.
Het betreft de volgende regels:
[invullen regels waaronder in ieder geval:
* cognitieve en non-cognitieve criteria;
* relatie selectiecriteria en opleidingsprofiel;
* gemotiveerd toelaten of afwijzen.]
Artikel 7
Colloquium doctum (toelatingsonderzoek 21 jaar en ouder)
1. Het College van Bestuur kan personen van eenentwintig jaar en ouder die niet
voldoen aan de vooropleidingseisen genoemd in artikel 1, noch daarvan krachtens
art. 7.28 WHW zijn vrijgesteld, van die vooropleidingseis vrijstellen, indien zij bij een
8
onderzoek door een door het College van Bestuur in te stellen commissie hebben
blijk gegeven van geschiktheid voor het desbetreffende onderwijs en van voldoende
beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het
onderwijs.
2. De bij het onderzoek te stellen eisen worden opgenomen in de onderwijs- en
examenregeling (OER) van de opleiding. Naast deelname aan het Algemene
Toelatingsonderzoek 21 jaar en ouder, stelt de opleiding geen extra eisen aan dit
onderzoek.
3. Het College van Bestuur kan ten aanzien van een bezitter van een buiten Nederland
afgegeven diploma dat in het eigen land toegang geeft tot een opleiding aan een
instelling voor het hoger onderwijs, afwijken van de in lid 1 genoemde leeftijdsgrens.
Van die leeftijdsgrens kan het College van Bestuur ook afwijken, indien in bijzondere
gevallen geen diploma kan worden overlegd.
Artikel 8
Eisen werkkring voor de deeltijdopleidingen (DIT ARTIKEL IS NIET VAN
TOEPASSING)
1. Het College van Bestuur kan met het oog op de inschrijving voor een deeltijdse
opleiding eisen omtrent het verrichten van werkzaamheden tijdens het volgen van
de opleiding stellen.
2. In het geval het College van Bestuur werkzaamheden aanmerkt als
onderwijseenheden, kunnen er eisen gesteld worden aan de werkzaamheden.
Artikel 9
Toelating duaal onderwijs, eisen werkkring (DIT ARTIKEL IS NIET VAN
TOEPASSING)
1. Extraneï worden niet toegelaten tot een duale opleiding.
2. De beroepsuitoefening van een duale opleiding vindt plaats op basis van een
overeenkomst, namens de instelling gesloten door de opleiding, de student en het
bedrijf of de organisatie waar het beroep in de praktijk wordt uitgeoefend.
3. De overeenkomst als bedoeld in het tweede lid omvat tenminste bepalingen over: de
duur van de overeenkomst en de tijdsduur van de periode of perioden van de
beroepsuitoefening, de begeleiding van de student, het deel van de kwaliteiten op
het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden die een student bij beëindiging van
de opleiding moet hebben verworven en die tijdens de beroepsuitoefening dienen te
worden gerealiseerd, alsmede de beoordeling daarvan, en de gevallen waarin en de
wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden.
4. Degene die tot een duale opleiding wenst te worden toegelaten dient op het moment
van toelating, dan wel uiterlijk zes maanden nadien te beschikken over een
overeenkomst als bedoeld in het tweede lid. Wordt niet voldaan aan de eis als
bedoeld in de vorige volzin, dan wordt betrokkene geacht niet te voldoen aan de
voorwaarden om aan de duale opleiding deel te nemen. Dit betekent dat de
Examencommissie alsdan kan besluiten de student de toegang tot de duale opleiding
te ontzeggen. Over een besluit als bedoeld in de vorige volzin wordt de student
schriftelijk geïnformeerd.
5. Wordt een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid voortijdig beëindigd als gevolg
9
van toerekenbaar verzuim van de student, dan wordt de student voor een periode
van maximaal zes maanden in de gelegenheid gesteld een nieuwe overeenkomst te
sluiten als bedoeld in het tweede lid. Lukt dit niet, dan wordt de student geacht niet
meer te voldoen aan de voorwaarden om aan de duale opleiding deel te nemen. Dit
betekent dat de Examencommissie alsdan kan besluiten de student de toegang tot dit
onderwijs te ontzeggen. Over een besluit als bedoeld in de vorige volzin wordt de
student schriftelijk geïnformeerd.
Artikel 10
Vrijstelling van vooropleidingseisen op grond van andere diploma’s
ex. art. 7.28 WHW
1. Degene aan wie een graad (bachelor of master) is verleend, en de bezitter van een
met goed gevolg afgelegd propedeutisch examen aan een instelling voor hoger
onderwijs zijn vrijgesteld van de in artikel 1 bedoelde vooropleidingseisen,
onverminderd het vierde en vijfde lid van dit artikel.
2. Van de vooropleidingseisen is eveneens vrijgesteld degene die toegang heeft tot het
wetenschappelijk onderwijs of het hoger beroepsonderwijs in het land van een
verdragspartij die het Verdrag inzake de erkenning van kwalificaties betreffende
hoger onderwijs in de Europese regio (Trb. 2002, 137) heeft geratificeerd,
onverminderd de bevoegdheid van het College van Bestuur om op grond van artikel
IV.1 van het genoemde verdrag een aanzienlijk verschil aan te tonen tussen de
algemene eisen betreffende de toegang op het grondgebied van het bedoelde land
waar de kwalificatie werd behaald en de algemene eisen bij of krachtens deze wet.
10
3. Het College van Bestuur, na advies van de Examencommissie, verleent vrijstelling van
de in artikel 1 bedoelde vooropleidingseis aan de bezitter van een al dan niet in
Nederland afgegeven diploma dat bij ministeriële regeling is aangemerkt als
tenminste gelijkwaardig aan het in het desbetreffende lid bedoelde diploma,
onverminderd het derde en vierde lid. Het College van Bestuur kan vrijstelling
verlenen aan de bezitter van een al dan niet in Nederland afgegeven diploma dat niet
in de in de eerste volzin genoemde ministeriële regeling is opgenomen, indien dat
diploma naar het oordeel van het College van Bestuur, na advies van de
Examencommissie tenminste gelijkwaardig is aan het bepaalde in artikel 1.
Indien het een buiten Nederland afgegeven diploma betreft, kan het College van
Bestuur bepalen dat geen examens of onderdelen daarvan worden afgelegd dan
nadat ten genoegen van de desbetreffende Examencommissie het bewijs is geleverd
van voldoende beheersing van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen
volgen van het onderwijs. Het College van Bestuur kan, na advies van de
Examencommissie tevens bepalen dat betrokkene niet wordt ingeschreven zolang het
in de voorgaande volzin bedoelde bewijs niet is geleverd.
4. Indien bij ministeriële regeling nadere vooropleidingseisen als bedoeld in artikel 7.25
WHW en opgenomen in artikel 2, zijn vastgesteld kan de bezitter van een diploma
geen examens afleggen voordat hij op een door het College van Bestuur te bepalen
wijze op grond van een aanvullend onderzoek heeft aangetoond te beschikken over
de kennis en vaardigheden waarop de eisen, bedoeld in artikel 2 betrekking hebben.
5. Het College van Bestuur kan bepalen dat de bezitter van een diploma als bedoeld in
art. 1 niet kan worden ingeschreven indien dat bestuur van oordeel is dat de nadere
vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 2 van dien aard zijn dat redelijkerwijs
verwacht kan worden dat niet tijdens het eerste jaar van inschrijving voor de
opleiding op grond van een aanvullend onderzoek als bedoeld in het vierde lid
aangetoond kan worden dat betrokkene beschikt over de kennis en vaardigheden
waarop die eisen betrekking hebben. Het College van Bestuur bepaalt op welke wijze
betrokkene op grond van een aanvullend onderzoek met het oog op de inschrijving
vrijgesteld kan worden van die eisen.
6. De bij het onderzoek, bedoeld in de leden 4 en 5, te stellen eisen zijn opgenomen in
art. 9.
Artikel 11
Aanvullend onderzoek ex. art. 7.28 lid 3 en 4 WHW
1. Indien de aspirant-student beschikt over een propedeutisch getuigschrift (hbo of
wo), een hbo-getuigschrift of een wo-getuigschrift, maar niet voldoet aan de nadere
vooropleidingseisen, genoemd in artikel 2, wordt in het aanvullend onderzoek de
kennis van de vereiste vakken dan wel het vereiste niveau, genoemd in artikel 2,
getoetst.
2. Indien een aspirant-student beschikt over een buitenlands diploma dat gelijkwaardig
is aan een havo, vwo-diploma maar niet voldoet aan de nadere vooropleidingseisen,
genoemd in artikel 2, wordt in het aanvullend onderzoek de kennis van de vereiste
vakken dan wel het vereiste niveau, genoemd in artikel 2, getoetst en worden er ten
aanzien van de beheersing van de Nederlandse taal of Engelse taal eisen gesteld.
3. Indien een aspirant-student als bedoeld in lid 2 zich wil inschrijven voor een
Nederlandstalige opleiding moet het diploma NT2-tweede niveau aantoonbaar zijn
11
behaald. In afwijking hierop kan voor een aspirant-student met een Duits
gelijkwaardig diploma van deze eis worden afgeweken.
4. Indien de aspirant-student als bedoeld in lid 2 zich wil inschrijven voor een
Engelstalige opleiding moet de aspirant-student aantoonbaar hebben voldaan aan
een IELTS score zes.
Onder een - met een IELTS-test score 6.0 te vergelijken - test wordt verstaan:
a. TOEFL10 Paper: 550;
b. TOEFL Computer: 213;
c. TOEFL Internet: 80;
d. TOEIC11: 670;
e. Cambridge ESOL12: CAE – C.
Artikel 12
Toelating tot de post-propedeutische fase
Een student kan op verschillende manieren rechtstreeks toegang krijgen tot de postpropedeutische fase van een opleiding:
1. Voor de inschrijving voor een opleiding na het propedeutisch examen geldt als eis
het bezit van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegde propedeutisch
examen van die opleiding.
2. Het College van Bestuur kan vrijstelling verlenen van de in het eerste lid bedoelde
eis aan de bezitter van een al dan niet in Nederland afgegeven diploma, indien dat
diploma naar het oordeel van het College van Bestuur ten minste gelijkwaardig is
aan het in het eerste lid bedoelde getuigschrift. Indien het een buiten Nederland
afgegeven diploma betreft, kan het College van Bestuur daarbij bepalen dat geen
examens of onderdelen daarvan worden afgelegd dan nadat ten genoegen van de
desbetreffende Examencommissie het bewijs is geleverd van voldoende beheersing
van de Nederlandse taal voor het met vrucht kunnen volgen van het onderwijs.
3. De Examencommissie kan, in afwijking van het eerste lid, aan degene die is
ingeschreven, op zijn verzoek, reeds de toegang tot het afleggen van een of meer
onderdelen van het afsluitend examen verlenen voordat hij het propedeutisch
examen van de desbetreffende opleiding met goed gevolg heeft afgelegd.
Artikel 13
Doorstroom Associate degree
(DIT ARTIKEL IS NIET VAN TOEPASSING)
1. Een student aan wie een graad als bedoeld in art. 7.10b lid 1 WHW is verleend, heeft
het recht zijn bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs te vervolgen. Het
College van Bestuur kan daarbij voorschrijven welke onderwijseenheden binnen de
bacheloropleiding nog moeten worden gevolgd.
Artikel 14
Rechtsbescherming
1. Een (aspirant) student kan binnen zes weken na dagtekening tegen besluiten over de
toelating via [email protected] bezwaar maken bij het College van Bestuur. Alvorens
te beslissen wint het College van Bestuur advies in bij de Geschillen- en
Klachtenadviescommissie.
2. Tegen een beslissing op bezwaar staat beroep open bij het College van Beroep voor
het Hoger Onderwijs in Den Haag.
12
3
Onderwijsprogramma
WHW:
Artikel 1
6.13, 7.2, 7.4, 7.4b, 7.7, 7.8, 7.8a, 7.8b, 7.9, 7.9b 7.11, 7,13, 7.14.
Beoordeling Onderwijs- en examenregeling
1. Het College van Bestuur draagt zorg voor een regelmatige beoordeling van de
Onderwijs- en Examenregeling (OER) en weegt daarbij, ten behoeve van de bewaking
en zo nodig bijstelling van de studielast, het tijdsbeslag dat daaruit voor de studenten
voortvloeit.
Artikel 2
Doelstelling van de opleiding
1. Met de opleiding wordt beoogd de student zodanige kennis, houding en vaardigheden
bij te brengen op het terrein van Human Resource Management, zodat deze bij het
voltooien van de opleiding in staat is tot de professionele uitvoering van taken op dat
gebied en tevens in aanmerking komt voor een eventuele voortgezette opleiding. Na
voltooiing van de opleiding moet de student als beroepsbeoefenaar zelfstandig en
met kritische instelling kunnen werken en beschikt de student over de competenties
op hbo-niveau zoals vermeld in bijlage A.
Artikel 3
Inrichting en studielast van de opleiding
1. De opleiding heeft een studielast van 240 studiepunten, waarvan 60 studiepunten
behoren tot de propedeutische fase en 180 studiepunten behoren tot de
postpropedeutische fase.
2. De opleiding is voltijds ingericht en wordt verzorgd door de School of Business.
3. De voltijds opleiding kent geen afstudeerrichting(en). De voltijdse opleiding kent geen
Associate-degreeprogramma.
4. De afstudeerrichting [Naam afstudeerrichting invullen] is [kies alternatief] voltijds [of]
deeltijds ingericht. De afstudeerrichting kent een studielast van [aantal studiepunten
invullen] studiepunten.
DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING
5. Het Associate-degreeprogramma kent een studielast van [aantal studiepunten
(tenminste 120) invullen] studiepunten].
DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING
6. De student aan wie de graad Associate Degree is verleend en die de bacheloropleiding
vervolgt, dient de door het College van Bestuur voorgeschreven onderwijseenheden
binnen de bacheloropleiding te volgen. De student dient hierover in overleg te treden
met de desbetreffende Examencommissie1.
1
Wetsvoorstel Kwaliteit in Verscheidenheid Hoger Onderwijs
13
7. Voor studenten die de opleiding in duale vorm volgen, worden de perioden waarin
werkzaamheden in de beroepspraktijk worden verricht, aangemerkt als een
onderwijseenheid, voor zover deze werkzaamheden onder begeleiding van de opleiding
plaatsvinden. Aan deze werkzaamheden worden de volgende eisen gesteld:
a. de tijdsduur van de perioden in de beroepspraktijk bedraagt [omvang in maanden of
weken invullen];
b. de studielast van de perioden in de beroepspraktijk bedraagt [omvang in
studiepunten invullen]
c. een zodanige inrichting van elke periode dat de student in staat wordt gesteld de
competenties te ontwikkelen tot het niveau dat voor die periode is genoemd in de
overeenkomst tussen instelling, student en bedrijf;
d. onderwijseenheden die in de beroepspraktijk worden uitgevoerd, worden afgesloten
met een tentamen.
(DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING)
Artikel 4
Voertaal in het onderwijs
1. Het onderwijs in de opleiding wordt gegeven in het Nederlands, tenzij:
a. het onderwijs betreft dat betrekking heeft op een andere taal;
b. het onderwijs betreft dat in het kader van een gastcollege gegeven wordt door
een anderstalige gastdocent;
c. de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs, dan wel de
herkomst van de studenten noodzaakt een andere taal te gebruiken. Het College
van Bestuur heeft hiertoe een Gedragscode voor het gebruik van andere talen dan
het Nederlands in het onderwijs, vastgesteld.
2. In een opleiding die in het Nederlands wordt aangeboden kan gebruik gemaakt
worden van anderstalige literatuur.
Artikel 5
Voorzieningen voor student met functiebeperking
1. De Head of School biedt aan studenten met een functiebeperking een
onderwijsomgeving aan die zo veel als mogelijk gelijkwaardig is aan die van
studenten zonder functiebeperking en die gelijkwaardige kansen op studiesucces
biedt. De Regeling Studie & Handicap, zoals opgenomen als bijlage in het
Studentenstatuut, voorziet in de benodigde en afgesproken facilitering van
betrokkene.
Artikel 6
Samenstelling van de propedeutische fase
1. De propedeutische fase heeft drie doelstellingen:
a. oriëntatie;
b. verwijzing;
c. selectie.
2. De propedeutische fase van de opleiding omvat de onderwijseenheden zoals
beschreven in bijlage B, met de daarbij vermelde studielast (totaal 60 studiepunten).
Artikel 7
Samenstelling van de postpropedeutische fase
1. De postpropedeutische fase van de opleiding - alsmede de daarmee verbonden
afstudeerrichting(en- omvat de onderwijseenheden zoals beschreven in bijlage C,
14
met de daarbij vermelde studielast (totaal 180 studiepunten).
Artikel 8
Samenstelling Associate-degreeprogramma (DIT ARTIKEL IS NIET
VAN TOEPASSING)
1. Het Associate-degreeprogramma als bedoeld in artikel 2 lid 5 omvat de
onderwijseenheden zoals beschreven in de betreffende bijlage met de daarbij
vermelde studielast.
Artikel 9
Minor
1. Het minorprogramma heeft een omvang van in totaal 30 studiepunten en maakt
deel uit van de postpropedeutische fase.
2. De minor die een student volgt, is gerelateerd aan de ambities van de student en
heeft een duidelijke relatie met de eindcompetenties van de opleiding. De minor
dient een aanvulling te zijn op overige onderdelen van de opleiding die de student
volgt.
3. De Examencommissie van de School die de minor heeft ontwikkeld, is
verantwoordelijk voor de inhoud van de minor en draagt er zorg voor dat de minor
ten minste voldoet aan de eisen gesteld in het volgende lid.
4. De door de instelling aangeboden minoren worden voor het begin van het
opleidingsjaar geplaatst op de voor alle studenten toegankelijke website:
iStenden. Op de website wordt tenminste vermeld:
a. welke minoren binnen de instelling worden aangeboden;
b. of het aanbieden van de minor wel of niet gebonden is aan een minimum aantal
deelnemers;
c. welke procedure wordt gehanteerd voor het inschrijven op een minor;
d. welke toelatingseisen voor een minor van toepassing zijn;
e. welke school verantwoordelijk is voor de inhoud van de minor en wie de
verantwoordelijke is binnen het school;
f. uit welke onderdelen de minor bestaat, met inbegrip van het aantal studiepunten
en de wijze van toetsing en herkansing van elk onderdeel.
5. Gedurende het opleidingsjaar kan de inhoud van een minor niet worden gewijzigd.
In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin kan een aangeboden minor niet
worden verzorgd, ingeval van onvoldoende belangstelling, mits op de website als
bedoeld in het vierde lid is aangegeven dat voor het verzorgen van een minor een
minimaal aantal deelnemers is vereist. Een minor kan pas worden gevolgd als het
propedeutisch examen en tenminste 60 studiepunten zijn behaald.
6. Ongeacht het voorgaande behoeft de toelating van een student tot een minor de
goedkeuring van de Examencommissie van de opleiding die de student volgt. De
Examencommissie kan ervoor kiezen een lijst te publiceren van minoren die
studenten mogen volgen zonder persoonlijk toestemming te hoeven vragen.
7. Buiten de door de instelling aangeboden minoren kunnen studenten minoren
volgen via www.kiesopmaat.nl. De toelating van een student tot een minor via
deze route behoeft goedkeuring van de Examencommissie van de opleiding waar
15
de student ingeschreven is.
Artikel 10
Studeren in het buitenland
1. Voor studeren in het buitenland geldt de Stenden beleidsregel dat maximaal 90
studiepunten van het onderwijsprogramma (30 studiepunten theorie en 60
studiepunten stage) in het buitenland mag worden gedaan.
16
4
Examens en getuigschriften
WHW:
7.10, 7.10a, 7.11, 7.12c, 7.19a, 7.33
Artikel 1
De examens van de opleiding
1. In de opleiding wordt de propedeutische fase afgesloten met een examen en de
postpropedeutische fase met een afsluitend examen. Is aan de opleiding een
Associate-degreeprogramma verbonden dan wordt ook dat programma afgesloten
met een examen.
2. De examens als bedoeld in het eerste lid zijn behaald, indien alle onderwijseenheden
van de betreffende fase dan wel programma met goed gevolg (examen en
beoordeling tezamen) zijn afgelegd, dan wel daarvoor vrijstelling is verkregen.
3. Het afsluitend examen in de postpropedeutische fase kan niet eerder worden behaald
dan nadat het propedeutisch examen is behaald, dan wel vrijstelling is verleend voor
het afleggen daarvan.
4. De Examencommissie stelt de uitslag vast van de examens bedoeld in het eerste lid,
nadat zij heeft onderzocht of de student aan alle voor het betreffende examen
geldende verplichtingen heeft voldaan.
5. De Examencommissie reikt een getuigschrift uit aan de student die een examen
heeft behaald en ook verder voldoet aan de wettelijke vereisten. Per opleiding wordt
één getuigschrift uitgereikt. Geen propedeuse getuigschrift wordt uitgereikt aan
degene die van de Examencommissie vrijstelling heeft verkregen om deze fase van
de opleiding te volgen.
6. Het examen dat met goed gevolg is afgelegd en de met het oog daarop vervaardigde
werkstukken worden door het College van Bestuur gedurende een periode van ten
minste zeven jaar bewaard.
Artikel 2
Toekenning graden
1. De Examencommissie verleent namens het College van Bestuur de graad Bachelor
Business Administration, indien het afsluitend examen in de postpropedeutische fase
met goed gevolg is behaald.
2. In geval van onderwijs in het buitenland is de notitie “Gedragslijn Nederlands
Onderwijs in het buitenland” van de Minister van OCW van toepassing.
3. De Examencommissie verleent namens het College van Bestuur de graad Associate
Degree [afgesproken aanduiding van de graad invullen], aan degene die met goed
gevolg het examen heeft afgelegd van een Associate-degreeprogramma.
DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING.
Artikel 3
Getuigschriften
1. Het College van Bestuur hanteert het model van de getuigschriften en stelt de hierna
17
genoemde bijlagen vast met inachtneming van artikel 7.11 WHW. In ieder geval
wordt vermeld:
a. de naam van de opleiding en de instelling die de opleiding verzorgt, zoals die
worden vermeld in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO);
b. welke onderwijseenheden het examen omvatte;
c. in voorkomende gevallen welke minor is behaald;
d. in voorkomende gevallen welke bevoegdheid met betrekking tot de uitoefening
van een beroep aan het getuigschrift is verbonden;
e. welke graad door het College van Bestuur is verleend;
f. op welk tijdstip de opleiding voor het laatst is geaccrediteerd dan wel “De
toets nieuwe opleiding” met goed gevolg heeft ondergaan;
2. De onderwijseenheden van het examen en de behaalde minor worden benoemd in
een gewaarmerkte bijlage, waarbij tevens per onderwijseenheid de omvang in
studiepunten en de behaalde beoordeling worden vermeld. De beoordeling als
bedoeld in de vorige volzin wordt uitgedrukt in gehele cijfers als bedoeld in artikel 9
van hoofdstuk 5.
3. De Examencommissie voegt aan een getuigschrift van het met goed gevolg
afgelegde afsluitend examen, een diplomasupplement toe dat voldoet aan het
Europese overeengekomen standaardformat. Het diplomasupplement heeft tot doel
inzicht te verschaffen in de aard en inhoud van de afgeronde opleiding, mede met
het oog op internationale herkenbaarheid van opleidingen. Het in het Nederlands of
Engels gesteld diplomasupplement bevat in elk geval:
a. de naam van de opleiding en de instelling die de opleiding verzorgt,
b. of het een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs dan wel een opleiding in
het hoger beroepsonderwijs betreft,
c. een beschrijving van de inhoud van de opleiding, en
d. de studielast van de opleiding, en
e. de Grading Table van de opleiding zoals opgenomen in artikel 9.
Artikel 4
Toekenning getuigschriften
1. Ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd, wordt door de
Examencommissie een getuigschrift uitgereikt.
2. De student die aanspraak heeft op uitreiking van een getuigschrift, kan
overeenkomstig door het College van Bestuur vast te stellen regels de
Examencommissie verzoeken daartoe nog niet over te gaan.
3. Indien de student een fout constateert op zijn resultatenoverzicht dan dient de
student direct contact op te nemen met de afdeling ESR – Information & Registration
Centre. Indien daar geen fout wordt geconstateerd dan dient hij uiterlijk binnen vier
schoolweken na vaststelling van de definitieve uitslag van een onderwijseenheid,
schriftelijk te reageren naar de Examencommissie.
4. Voor de datum op het getuigschrift wordt de datum aangehouden waarop de
Examencommissie heeft vastgesteld dat de student aan de voorwaarden heeft
voldaan. Als procedurele voorwaarde voor toekenning van het getuigschrift geldt dat
de student ingeschreven moet staan bij de opleiding.
Artikel 5
Ondertekening getuigschriften
18
1. Het getuigschrift wordt namens het College van Bestuur ondertekend:
a. Door de voorzitter en de secretaris van de Examencommissie of hun
plaatsvervangers;
b. Door de student.
2. Het diplomasupplement bij het getuigschrift genoemd in artikel 3 worden
ondertekend en voorzien van naam door de voorzitter van de Examencommissie en
secretaris of hun plaatsvervangers.
3. De namen tekenbevoegden worden geregistreerd in een handtekeningenregister. Dit
register wordt beheerd door de afdeling ESR-Toetsbureau.
Artikel 6
Data van de uitslag en uitreiking getuigschriften
1. Aan het begin van elk studiejaar stelt de Examencommissie de data vast waarop de
uitslag als bedoeld in artikel 1 wordt vastgesteld, met inachtneming van het derde en
vierde lid van artikel 1.
2. Aan het begin van elk studiejaar stelt de Head of School de data vast waarop de
getuigschriften als bedoeld in artikel 3 in een openbare bijeenkomst worden
uitgereikt.
3. Het vaststellen van de uitslag van het propedeutisch examen vindt tweemaal per
jaar plaats, aan het einde van het opleidingsjaar, na verwerking van de resultaten
van de laatste herkansingen. Op verzoek van de student kan de uitslag ook
tussentijds in de loop van het opleidingsjaar vastgesteld worden.
Artikel 7
Cum laude-regeling
1. De student dient bij de Examencommissie een verzoek in tot toekenning van het
predicaat Cum Laude bij het propedeusegetuigschrift. Het verzoek wordt vergezeld van
een door de student aangeleverd overzicht van alle door de student behaalde
beoordelingen op basis waarvan de student meent aanspraak te kunnen maken op het
predicaat Cum Laude. DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING
2. De student dient bij de Examencommissie een verzoek in tot toekenning van het
predicaat Cum Laude bij het bachelorgetuigschrift. Het verzoek wordt vergezeld van
een door de student aangeleverd overzicht van alle door de student behaalde
beoordelingen op basis waarvan de student meent aanspraak te kunnen maken op het
predicaat Cum Laude.
3. Het beoordelen van de toekenning van het predicaat Cum Laude vindt plaats door de
Examencommissie.
4. De Examencommissie geeft het predicaat cum laude bij het behalen van het
bachelorgetuigschrift als de student voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. Het gewogen gemiddelde op basis van behaalde studiepunten van alle behaalde
cijfers is 8,0 of hoger;
b. De student moet voor alle individuele studie-onderdelen van de propedeutische fase
minimaal een voldoende hebben behaald en mag geen enkele herkansing hebben
gedaan
19
De student mag voor maximaal 25% van het aantal studiepunten een vrijstelling
hebben gekregen;
Artikel 8
Verklaringen
1. Een student die meer dan één tentamen met goed gevolg heeft afgelegd en aan wie
geen getuigschrift als bedoeld in artikel 4 kan worden uitgereikt, ontvangt
desgevraagd, mits binnen een jaar na uitschrijving van de student, een door de
desbetreffende Examencommissie af te geven verklaring waarin in elk geval de
tentamens zijn vermeld die door hem met goed gevolg zijn afgelegd.
Artikel 9
Grading table van de opleiding
LMAD
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
LM
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
%
2%
1%
2%
3%
8%
11%
19%
20%
19%
14%
Cumulative
2%
3%
5%
8%
16%
28%
46%
67%
86%
100%
IBMS
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
%
0%
0%
1%
2%
8%
11%
26%
23%
24%
6%
Cumulative
0%
0%
1%
3%
11%
22%
48%
70%
94%
100%
LE
CE
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
%
0%
0%
1%
3%
8%
13%
24%
19%
18%
13%
Cumulative
0%
0%
1%
4%
12%
26%
50%
69%
87%
100%
IBL
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
%
1%
0%
1%
1%
7%
12%
19%
22%
23%
15%
Cumulative
1%
1%
1%
3%
10%
22%
41%
63%
85%
100%
TM
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
%
2%
1%
4%
8%
14%
17%
19%
12%
12%
9%
Cumulative
2%
3%
7%
15%
30%
47%
66%
79%
91%
100%
SPH
%
0%
0%
2%
3%
8%
14%
21%
18%
20%
14%
Cumulative
0%
0%
2%
5%
13%
27%
48%
66%
86%
100%
HRM
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
%
0%
1%
4%
7%
15%
15%
20%
14%
15%
9%
Cumulative
0%
2%
5%
12%
27%
42%
61%
76%
91%
100%
BE
%
0%
1%
3%
7%
12%
15%
22%
14%
14%
11%
Cumulative
0%
1%
4%
12%
24%
39%
61%
75%
89%
100%
RBS
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
%
0%
0%
1%
2%
8%
7%
23%
16%
26%
17%
Cumulative
0%
0%
1%
3%
10%
17%
41%
57%
83%
100%
20
RBS
AD
OLB
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
%
0%
0%
4%
3%
19%
9%
28%
9%
22%
5%
Cumulative
0%
1%
4%
8%
26%
36%
64%
73%
95%
100%
LM
%
23%
25%
27%
29%
32%
Cumulative
100%
111%
123%
134%
146%
5
4,5
4
3,5
3
MEM
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
LMAD
5
4,5
4
3,5
3
%
0%
0%
1%
4%
9%
12%
18%
18%
20%
18%
Cumulative
0%
0%
2%
6%
15%
27%
45%
62%
82%
100%
Inf
%
25%
28%
30%
33%
36%
Cumulative
97%
108%
120%
132%
143%
TM
10
9,5
9
8,5
8
7,5
7
6,5
6
5,5
5
4,5
4
3,5
3
%
0%
0%
1%
4%
9%
12%
18%
18%
20%
18%
Cumulative
0%
0%
2%
6%
15%
27%
45%
62%
82%
100%
Che
%
17%
19%
20%
21%
23%
Cumulative
112%
124%
136%
148%
161%
SPH
Grading Table - explanation
A grading table provides the statistical distribution of possible grades for a programme. The grading
system used at Stenden Hogeschool (University of Applied Sciences) is a number in the range 1.0 to
10.0, 5.5 being the lowest pass grade. The grading table will only consider pass grades and is based
on all grades from the past three years. A grading table is created for each program separately and is
updated annually.
An example of a grading table is shown below.
Grade Count Percentile
Cumulative
10
20
1%
1%
9.5
68
2%
2%
9
175
5%
7%
8.5
295
8%
14%
8
592
15%
30%
7.5
595
15%
45%
7
710
18%
63%
6.5
515 13%
77%
6
570
15%
91%
5.5
340
9%
100%
Total 3880
In words: an 8.5 score is in the top 14% of all students in this programme.
The percentile can be used to interpret the grade of a student independently of the grading system
used.
When a Stenden grade needs to be compared (or even converted) to a grade from another university
with another grading system a Grading Table of the programme from the other university is required.
Example:
Below is a grading table of a university involved in an exchange program. A student has Stenden
grade 8, the corresponding cumulative percentile is 30%. The best match in the table below is the
21
28% percentile which translates to ©.
Grade percentile
Cumulative
β
1%
1%
¥
4%
5%
©
23%
28%
‡
45%
73%
§
27%
100%
Please note: a separate Grading Table is required for each programme.
Artikel 10
Rechtsbescherming
1. De student die het oneens is met een beslissing van de Examencommissie op grond
van de bepalingen in dit hoofdstuk kan daar tegen bezwaar maken bij de
Examencommissie van de opleiding.
2. De student heeft de mogelijkheid om tegen het besluit van de Examencommissie op
het ingediende bezwaar in beroep te gaan bij het College van Beroep voor de
Examens (COBEX).
3. De student heeft de mogelijkheid om tegen het besluit van de COBEX in beroep te
gaan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag.
22
5
Tentamens, toetsen en beoordelen
WHW:
7.3, 7.8b, 7.11, 7.12b, 7.12c, 7.13, 7.34, 7.61, 7.10.
Artikel 1
Vorm van de tentamens3 en toetsen4
1. De onderwijseenheden 5 van het onderwijsprogramma worden getoetst op de wijze
zoals aangegeven in de bijlage met de samenstelling van de propedeutische en
postpropedeutische fase.
2. Een tentamen en of toets die door een groep van studenten gezamenlijk dient te
worden uitgevoerd, wordt zodanig ingericht dat deze voor elke betrokken student tot
een individuele beoordeling leidt. Daarbij wordt in ieder geval gewaarborgd dat de
kwalificatie ‘onvoldoende’ als beoordeling wordt toegekend aan de student die zich
onvoldoende heeft ingezet bij de uitvoering van deze toets. In de formulering van de
opdracht wordt aangegeven hoe hieraan concreet invulling is gegeven.
3. Van een tentamen en of toets die bij herhaling in hetzelfde opleidingsjaar wordt
aangeboden, moeten alle gelegenheden in dat opleidingsjaar dezelfde vorm hebben.
4. Van de bepaling in het vorige lid kan worden afgeweken in geval van overmacht of
indien het om organisatorische en/of onderwijskundige redenen niet mogelijk is een
herkansing aan te bieden met dezelfde vorm als de eerste gelegenheid in het
betreffende opleidingsjaar. In dat geval mag de herkansing een andere vorm
hebben, maar moet wel zijn voldaan aan de eisen van gelijkwaardigheid zoals
bedoeld in artikel 4 van dit hoofdstuk. Behalve ingeval van overmacht dient een
situatie zoals beschreven in de vorige volzin aan het begin van het opleidingsjaar te
worden bekend gemaakt en betreft de volgende onderwijseenheden:
a. [Onderwijseenheid invullen];
b. [Onderwijseenheid invullen];
c. ....
(DIT ARTIKELLID IS NIET VAN
TOEPASSING) .
5. Een student met een functiebeperking kan aan de Examencommissie verzoeken
gelegenheid te krijgen de toetsen op een zo veel mogelijk aan zijn individuele
beperking aangepaste wijze af te leggen. De procedure is beschreven in de Regeling
Studie & Handicap zoals opgenomen als bijlage bij het Studentenstatuut.
6. Een student die voldoet aan de criteria van de door het College van Bestuur
vastgestelde Regeling Financiële ondersteuning student-topsporter kan de
Examencommissie verzoeken om een aangepaste inroostering van de toetsen,
waarbij - indien dit naar het oordeel van de Examencommissie mogelijk is en voor de
3
Tentamen = een onderzoek naar kennis, inzicht, vaardigheden als bedoeld in art. 7.3 en 7.10 WHW, waarvan de
uitkomst in een beoordeling wordt uitgedrukt en die de afsluiting vormt van een onderwijseenheid.
4
Toets = een onderdeel van een tentamen waaraan een beoordeling door een examinator is verbonden.
5
Onderwijseenheid = als bedoeld in art. 7.3 WHW, die in samenhang met andere onderwijseenheden het
onderwijsprogramma van de opleiding vormt, waaraan een tentamen is verbonden. Een onderwijseenheid kan
23
betrekking hebben op een praktische oefening.
24
opleiding niet bezwaarlijk - zo veel mogelijk wordt aangesloten bij de individuele
mogelijkheden van de student.
Artikel 2
Volgorde van tentamens en toetsen
1. De tentamens en toetsen van de onderwijseenheden van het propedeutisch examen
en van het afsluitend examen kunnen binnen de desbetreffende fase in een
willekeurige volgorde worden afgelegd.
2. Aan de tentamens of toetsen van de hierna genoemde onderwijseenheden kan niet
eerder worden deelgenomen dan nadat de toetsen van de daarbij aangegeven
onderwijseenheden zijn behaald:
a. [Onderwijseenheid invullen] na het behalen van [Onderwijseenheid invullen];
b. [Onderwijseenheid invullen] na het behalen van [Onderwijseenheid invullen];
c. ....
(DIT
ARTIKELLID
IS
NIET
VAN
TOEPASSING).
3. Aan de tentamens of toetsen van de hierna genoemde onderwijseenheden kan niet
eerder worden deelgenomen dan nadat de student eerst heeft deelgenomen aan de
bijbehorende praktische oefeningen:
a. [Onderwijseenheid invullen];
b. [Onderwijseenheid invullen];
c. ....
DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING.
4. Ongeacht het bepaalde in de vorige leden kan een minor pas worden gevolgd als is
voldaan aan het bepaald in artikel 9 van hoofdstuk 3.
Artikel 3
Tijdvakken en frequentie van tentamens en toetsen
1. Tot het afleggen van de tentamens en toetsen van de propedeutische fase wordt elk
opleidingsjaar ten minste tweemaal gelegenheid gegeven, de eerste maal direct
aansluitend op het onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid.
2. Tot het afleggen van de tentamens en toetsen van de postpropedeutische fase wordt
elk opleidingsjaar ten minste tweemaal gelegenheid gegeven, waarvan eenmaal
direct aansluitend op het onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid.
3. Bij het bepalen van de datum van de tweede tentamen- en of toetsgelegenheid in
een opleidingsjaar, wordt rekening gehouden met de vereiste studeerbaarheid van
het totale programma voor een student.
4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt in een opleidingsjaar slechts
eenmaal gelegenheid gegeven voor het afleggen van het tentamen of een toets van
een onderwijseenheid waarvan het onderwijs in dat opleidingsjaar niet is gegeven
Tot het maken van het betreffende tentamen en of toets bestaat nog tweemaal de
mogelijkheid, te rekenen vanaf het laatste opleidingsjaar waarin de bedoelde
onderwijseenheid wordt aangeboden.
25
5. De tijdvakken waarin de toetsgelegenheden worden aangeboden, worden jaarlijks
door de Examencommissie vastgesteld en uiterlijk bij aanvang van het opleidingsjaar
bekend gemaakt.
6. Een student die verhinderd is van een toetsgelegenheid gebruik te maken, is
aangewezen op de volgende toetsgelegenheid. In bijzondere gevallen kan de
Examencommissie besluiten in een voor de student gunstige zin af te wijken van
deze regel.
Artikel 4
Gestelde eisen tentamens en toetsen
1. De Examencommissie maakt voor elk tentamen en elke toets afzonderlijk tijdig
bekend welke eisen worden gesteld bij het afleggen van dat tentamen of die toets,
zodat de student zich zo goed mogelijk kan voorbereiden. De Examencommissie
vermeldt daarbij ook welke hulpmiddelen zijn toegestaan en welke
beoordelingsnormen zullen worden gehanteerd.
2. Van een tentamen of toets die bij herhaling binnen een opleidingsjaar wordt
aangeboden, moet elke gelegenheid wat betreft inhoud, niveau en zwaarte
gelijkwaardig zijn aan de voorafgaande gelegenheid.
3. Wanneer een student een onderwijseenheid niet heeft behaald in het opleidingsjaar
waarin hij het onderwijs in die onderwijseenheid heeft gevolgd en in het volgende
opleidingsjaar alsnog een tentamen of toets in die onderwijseenheid wil afleggen,
gelden ten aanzien van de gestelde eisen de eisen van het lopende opleidingsjaar.
Artikel 5
Inschrijvingsprocedure voor tentamens en toetsen
1. Voor mondelinge tentamens en toetsen en voor tentamens of toetsen ter afsluiting
van praktische oefeningen dient de student zich tijdig in te schrijven, op een nader
door de Examencommissie aan te geven wijze. Voor de inschrijving dient de student
persoonlijk contact op te nemen met de betreffende examinator.
2. Voor andere toets- en tentamenvormen dan genoemd in het eerste lid is de student
verplicht zich te houden aan de volgende inschrijvingsprocedure voor deelname aan
schriftelijke tentamens en toetsen:
a. De student is verplicht zich digitaal voor een schriftelijke tentamen- en of toetskans
in te schrijven, tenzij anders is bepaald. De student moet na inschrijving een bewijs
van inschrijving uitprinten.
b. Indien een student niet kan intekenen voor een toets en of tentamen dan neemt de
student voor sluitingstijd van intekening rechtstreeks contact op met het ESRToetsservicebureau. Voor de vestigingen Emmen, Meppel en Assen geldt dat de
student contact opneemt met het secretariaat van de opleiding, die vervolgens
contact opneemt met het ESR- Toetsservicebureau.
c. Inschrijven betekent verplicht deelnemen aan de toets en of tentamen én een kans
gebruiken, overmachtsituaties uitgezonderd.
26
d. Iedere secretaris van de Examencommissie meldt aan het ESR-Toetsservicebureau
voor 15 mei van elk opleidingsjaar het aantal tentamen- en toetsgelegenheden dat
een student aan de desbetreffende opleiding aangeboden krijgt. Bij overschrijding
van dit aantal gelegenheden wordt de intekening voor deelname aan de betreffende
toets en of tentamen geblokkeerd.
e. Het ESR-Toetsservicebureau publiceert bij aanvang van het opleidingsjaar het
jaartoetsrooster per opleiding. Het definitieve rooster worden uiterlijk twee
schoolweken voor een tentamenperiode gepubliceerd.
f.
Verzoek tot wijziging van intekening voor een toets en of tentamen moet altijd door
de student ter beoordeling aan de secretaris van de Examencommissie worden
voorgelegd, overmachtsituaties uitgezonderd. Na toestemming van de secretaris van
de Examencommissie kan tot twee werkdagen voor aanvang van de toetsweek/periode tot 12.00 uur de toegestane wijzigingen door ESR-Toetsservicebureau
worden verwerkt.
g. Indien de student te laat is met digitaal intekenen én er is daarbij sprake van
bijzondere omstandigheden dan neemt de student rechtstreeks contact op met de
secretaris van de Examencommissie.
Artikel 6a
Praktische gang van zaken bij schriftelijke tentamens en toetsen
Bij het afnemen van tentamens en toetsen moet aan de eisen gesteld in de volgende leden
worden voldaan.
1. De student dient zich te kunnen legitimeren door middel van zijn of haar
Multifunctionele kaart (MFK). Daarnaast moet de student zich desgevraagd kunnen
legitimeren met een geldig identiteitsbewijs.
2. De student dient vijf minuten voor aanvang van het aanvangstijdstip in de
tentamenzaal aanwezig te zijn en plaats te nemen op de door de organisatie
aangewezen plaats.
3. Degene die als gevolg van overmacht meer dan 30 minuten te laat arriveert, kan de
toegang worden geweigerd.
4. Het is niet toegestaan om gedurende de eerste 30 minuten het lokaal te verlaten.
5. De aanwijzingen van de examinator of surveillant moeten worden opgevolgd.
6. De aangegeven tijd voor een toets en/of tentamen is inclusief het uitreiken en
verzamelen van tentamenopgaven en antwoordformulieren.
7. De student dient bij ontvangst van de toets- en/of tentamenopgaven te controleren
of hij een juist en volledig exemplaar heeft ontvangen.
8. Het is niet toegestaan om het tentamen en toets te maken op ander dan door de
surveillant uitgedeelde antwoordformulieren.
27
9. De student dient -indien van toepassing- op de toets- en of tentamenopgaven en het
antwoordformulier te vermelden:
a.
b.
c.
d.
e.
f.
naam
studentnummer / relatienummer
toets en/of tentamen
aantal antwoordformulier-bladen dat wordt ingeleverd
datum waarop aan de toets en of tentamen is deelgenomen
handtekening van de student
10. Het gebruik van andere hulpmiddelen dan schrijfgerei en het ter plekke uitgereikte
materiaal is uitsluitend toegestaan als dit uitdrukkelijk is aangegeven.
11. Elektronische apparaten waar gegevens op kunnen worden geraadpleegd of
opgeslagen dienen vóór de aanvang te worden uitgezet en te worden weggeborgen in
een afgesloten tas.
12. Het is niet toegestaan zonder toestemming van de examinator of surveillant te
communiceren met andere personen in of buiten het lokaal waar het tentamen of de
toets wordt afgenomen.
13. De examinator en de surveillant zijn bevoegd passende maatregelen te nemen indien
de orde en rust worden verstoord.
14. De toets- en of tentamenopgaven moeten tegelijkertijd met de antwoordformulieren
bij aftekening worden ingeleverd bij de surveillant.
15. De student wordt geacht aan een schriftelijke toets en of tentamen te hebben
deelgenomen als de toets- en of tentamenopgaven en het totale aantal
antwoordformulieren is ingeleverd en de presentielijst is getekend. Dit artikellid is
onverkort van toepassing op degene die het antwoordformulier niet dan wel
onvolledig heeft ingevuld.
16. Aan studenten met een functiebeperking kan de Examencommissie een verlenging
van de standaardduur van het tentamen en of toets en/of het gebruik van
hulpmiddelen toestaan, naast de bevoegdheid bepaald in artikel 1 voor studenten
met een functiebeperking de toetsvorm nog verder aan te passen aan de
mogelijkheden van de betrokken student.
17. Indien de student een klacht wil indienen betreffende de afname van een toets en of
tentamen dan laat de student zijn/ haar klacht direct op het protocolformulier
noteren door een surveillant van de toets en of tentamen. Daarnaast schrijft de
student een schriftelijke klacht aan de betreffende Examencommissie.
18. Indien een student een klacht heeft betreffende de inhoud van de toets en of
tentamen dan moet deze klacht schriftelijk binnen twee werkdagen ingeleverd
worden bij de secretaris van de betreffende Examencommissie. De benodigde toetsen of tentamensleutel wordt binnen 24 uur na afloop van de toets en of tentamen
beschikbaar gesteld.
28
Artikel 6b
Praktische gang van zaken bij digitale tentamens en toetsen
(DIT ARTIKEL IS NOG NIET VAN TOEPASSING)
1. Bij het afnemen van digitale tentamens en toetsen moet aan de eisen gesteld in de
volgende leden worden voldaan:
a. …..
b. …..
Artikel 7
Mondelinge tentamens en toetsen
1. Mondeling wordt niet meer dan één student tegelijk getoetst, tenzij de
Examencommissie anders heeft bepaald.
2. Het mondeling afnemen van een toets en of tentamen is niet openbaar, tenzij de
Examencommissie of de desbetreffende examinator in een bijzonder geval anders
heeft bepaald, dan wel de student daartegen bezwaar heeft gemaakt.
3. Bij het afnemen van een mondeling tentamen en of toets met een studiebelasting
van minimaal 28 uur dient een tweede examinator aanwezig te zijn of dient het
examen met behulp van audiovisuele middelen te worden vastgelegd.
Artikel 8
Vaststelling van de beoordelingen
1. De examinator stelt de beoordeling vast. De termijn voor de vaststelling van de
beoordeling is in de regel 13 (dertien) werkdagen, nadat het schriftelijke werk is
gemaakt. Indien deze termijn wordt overschreden, wordt dit door de
Examencommissie met redenen omkleed aan de student gemeld.
2. Ten aanzien van de uitslagen van de laatste onderwijsperiode van een opleidingsjaar
kan door de opleidingen een versnelde procedure worden toegepast.
3. De beoordeling van een tentamen en of toets door een examinator geschiedt voor
elke student afzonderlijk.
4. Indien de voorlopige uitslag van een tentamen en of toets door meer dan één
examinator wordt vastgesteld, geschiedt de vaststelling in onderling overleg. Indien
de examinatoren niet tot overeenstemming kunnen komen, wordt, nadat de
betrokken examinatoren zijn gehoord, de definitieve uitslag vastgesteld door de
voorzitter van de Examencommissie.
5. De datum waarop een student een toets en/of tentamen heeft behaald is de datum
waarop de toets en of tentamen is afgelegd en beoordeeld. Antedatering is niet
toegestaan.
6. De examinator stelt de beoordeling van een mondelinge toets en of tentamen vast
direct, dan wel dezelfde dag na het afnemen van die toets en of tentamen en
verstrekt de student een schriftelijke verklaring met de uitslag.
7. De Examencommissie stelt vast of de student aan de gestelde eisen voor de toets
en/of tentamen heeft voldaan.
Artikel 9
Normering van de beoordelingen
29
1. De uitslag van een tentamen en of toets wordt uitgedrukt in een cijfer op een schaal
van 1 tot en met 10 met ten hoogste één decimaal dan wel in een kwalificatie
uitmuntend / goed / voldoende / onvoldoende.
2. Als laagste kwalificatie ‘voldoende’ geldt het cijfer 5,5.
3. Voor het afronden van decimale getallen gelden de volgende regels:
a. Het gemiddelde van meerdere cijfers wordt naar beneden afgerond (=afgekapt)
op één decimaal.
b. Indien aan de orde wordt een cijfer met één decimaal op de normale,
rekenkundige manier afgerond op een geheel getal (het cijfer 5,5 wordt dan
afgerond tot een 6).
4. Indien de tentamen- en of toetsuitslag samengesteld wordt uit verschillende
deelresultaten, wordt de wijze waarop de uitslag berekend wordt (bijvoorbeeld een
rekenkundig of gewogen gemiddelde) nauwkeurig in de OER beschreven.
5. Bij deelname aan een tentamen en of toets krijgt de student tenminste het cijfer één
of de kwalificatie onvoldoende.
6. Indien een tentamen en of toets niet met goed gevolg is afgelegd kan een student
een verzoek indienen bij de Examencommissie tot een second opinion van de
betreffende toets en of tentamen. De termijn voor het indienen van het verzoek
bedraagt [termijn invullen].
7. Indien de student een reeds eerder afgelegde toets en of tentamen nogmaals aflegt,
is de hoogst behaalde beoordeling bepalend voor de vraag of de student aan zijn
verplichtingen heeft voldaan.
Artikel 10
1. Een
van
van
van
Het verlenen van vrijstellingen
vrijstelling wordt door een Examencommissie altijd individueel verleend op basis
haar vrijstellingenbeleid en met in achtneming van de navolgende bepalingen
dit artikel. Zie ook de extra bijlage met toelichting door de Examencommissie
de opleiding.
2. Studenten studerend op één van de site(s) van Stenden Hogeschool volgen op enig
moment een representatief deel van het onderwijs van de opleiding met een omvang
van 60 EC bij de Nederlandse instelling. Dit onderwijsprogramma wordt uitgewerkt in
de betreffende bijlage. Dit is van toepassing voor studenten die ingeschreven zijn
vanaf september 2012.
DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING.
3. Studenten met het diploma Soort diploma invullen en zo nodig toevoegen van welke
toeleverende school zijn vrijgesteld van het afleggen van de toetsen van de
volgende onderwijseenheden genoemd in de bijlage met de samenstelling van
propedeutische en postpropedeutische fase:
1. [Onderwijseenheid invullen] (... studiepunten);
2. [Onderwijseenheid invullen] (... studiepunten);
3. ...
DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING.
30
4. De student die in aanmerking wil komen voor de in dit artikel genoemde
vrijstellingen, dient hiertoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek in bij de
Examencommissie. Bij het verzoek moet het diploma worden overgelegd evenals
verdere bewijsstukken om aan te tonen dat reeds is voldaan aan de vereisten voor
de onderwijseenheden waarvoor vrijstelling wordt gevraagd.
DIT ARTIKELLID IS NIET VAN TOEPASSING.
5. Vrijstellingen kunnen mede gebaseerd zijn op Eerder Verkregen Competenties,
(EVC). Degene die op basis van een EVC-procedure meent in aanmerking te
komen voor een of meer vrijstellingen, dient hiertoe een gemotiveerd verzoek in
bij de Examencommissie, met bijsluiting van de EVC-rapportage.
6. Degene die op andere dan in de vorige leden bedoelde gronden meent in aanmerking
te komen voor vrijstelling van het afleggen van een tentamen of toets, dient daartoe
een schriftelijk en gemotiveerd verzoek in bij de Examencommissie, waarbij tevens
de bewijsstukken ter onderbouwing van het verzoek worden overgelegd.
7. De Examencommissie beoordeelt mede aan de hand van de overgelegde
bewijsstukken of wordt voldaan aan de vereisten gesteld voor de desbetreffende
onderwijseenheid of onderdelen daarvan.
8. De Examencommissie kent een individueel verzoek om een vrijstelling toe, indien
verzoeker aantoonbaar voldoet aan de vereisten gesteld voor de desbetreffende
onderwijseenheid, dan wel voor – in voldoende mate afgeronde - onderdelen
daarvan. De Examencommissie informeert de student over haar beslissing binnen
zes schoolweken gerekend vanaf de datum waarop het verzoek is ontvangen.
9. Vrijstellingen worden in het resultatenoverzicht van de student getoond met de
omschrijving „vrijstelling‟. Een tentamen en of toets waarvoor de student vrijstelling
heeft gekregen, telt niet mee in eventuele middelingen tot een eindcijfer van de
onderwijseenheid waarbij dit tentamen en toets is betrokken.
Artikel 11
Toekenning van studiepunten
1. Als een onderwijseenheid wordt afgesloten met een tentamen, is de
onderwijseenheid behaald en worden de bijbehorende studiepunten toegekend indien
de student voor het tentamen en of toets een voldoende resultaat heeft behaald.
2. Als een onderwijseenheid wordt afgesloten met twee of meer (deel)toetsen, is de
onderwijseenheid behaald en worden de bijbehorende studiepunten toegekend indien
de student als beoordeling voor de onderwijseenheid een voldoende resultaat heeft
ontvangen en tevens de resultaten voor de (deel)toetsen en of (deel) tentamens
voldoen aan de daaraan gestelde eisen.
3. Als de student voor een onderwijseenheid een vrijstelling heeft gekregen, is de
onderwijseenheid behaald en worden de bijbehorende studiepunten toegekend.
4. Een minorprogramma is behaald en de bijbehorende studiepunten worden toegekend
indien de student alle onderwijseenheden heeft behaald waaruit de minor is
samengesteld.
5. Als datum waarop de studiepunten zijn behaald, wordt geregistreerd de datum
31
waarop de toets en of tentamen, c.q. de laatste deeltoets [wel of niet van
toepassing] is afgelegd inclusief de beoordeling die heeft geleid tot het behalen van
de onderwijseenheid c.q. de minor. Antedatering is niet mogelijk.
6. Heeft een onderwijseenheid in het voltijd of deeltijd onderwijs betrekking op de
praktische voorbereiding op de beroepsuitoefening, dan worden aan die
onderwijseenheid alleen studiepunten toegekend als de activiteiten onder begeleiding
van de opleiding plaatsvinden.
Artikel 12
Vastlegging en bekendmaking van de beoordelingen
1. De beoordelingen die een student heeft behaald, worden uiterlijk 15 (vijftien)
werkdagen na het maken van het tentamen en of toets, opgenomen in een
geautomatiseerd systeem van studievoortgangregistratie (ProgRESS.www). Op het
gebruik van dit systeem is de Regeling Bescherming Persoonsgegevens van de
instelling van toepassing.
2. De registratie van studieresultaten vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de
Examencommissie.
3. De student ontvangt van de behaalde beoordelingen geen schriftelijk bewijsstuk
maar kan deze inzien in ProgRESS.www.
4. Indien de student een fout constateert op zijn resultatenoverzicht dan dient de
student direct contact op te nemen met de afdeling ESR-Toetsservicebureau. Indien
daar geen fout wordt geconstateerd dan dient hij uiterlijk vier schoolweken, na
vaststelling van de definitieve uitslag van een onderwijseenheid, schriftelijk te
reageren naar de Examencommissie.
5. Indien er een toets en of tentamenuitslag ontbreekt op de publicatielijst dan neemt
de betreffende student direct contact op met de afdeling ESR-Toetsservicebureau.
6. Bij het ontbreken van een toets- en of tentamenuitslag worden protocolformulier,
presentielijst en toets- en of tentamenopgaven door de afdeling ESRToetsservicebureau gecontroleerd.
7. Indien de student op protocolformulier en presentielijst als aanwezig staat
geregistreerd en de toets- en of tentamenopgave ontbreekt dan dient de student
schriftelijk een klacht in bij de secretaris van de Examencommissie.
Artikel 13
Geldigheidsduur van studieresultaten
1. De geldigheidsduur van examenonderdelen is in beginsel onbeperkt. In afwijking
hiervan kan de Examencommissie aan de student een aanvullend dan wel een
vervangend tentamen opleggen indien het examenonderdeel langer dan 8 (acht)
jaar geleden is behaald.
2. Als wettelijk bewijs gelden de resultaten zoals vastgesteld door de
Examencommissie.
Artikel 14
Inzage van tentamens en toetsen
1. De Examencommissie draagt er zorg voor dat de student het door hem gemaakte en
32
beoordeelde schriftelijk tentamen en of toetswerk kan inzien binnen twee maanden
na de laatste dag van een tentamen en of toetsperiode of tenminste tien
schooldagen voor een eventuele herkansing, tenzij afgeweken moet worden van
gestelde termijnen op grond van redelijkheid en billijkheid2.
2. Een student kan alleen inzage worden geboden in schriftelijk en beoordeeld
tentamen- en of toetswerk in het bijzijn van de betrokken examinator of diens
plaatsvervanger.
3. De Examencommissie kan bepalen, dat de inzage of kennisneming geschiedt op een
vaste plaats en op een vast tijdstip.
Artikel 15
Bewaring van afgelegde tentamens en toetsen
1. De Examencommissie draagt er zorg voor dat de inspectie en organisaties in het
kader van het accreditatieproces kennis kunnen nemen van de opdrachten, de
opgaven en de bijbehorende beoordelingsnormen voor de schriftelijke en praktische
examenonderdelen, alsmede inzage kunnen hebben in het schriftelijk tentamen- en
of toetswerk.
2. In geval van beroep tegen de uitslag van een schriftelijk tentamen en of toets wordt
het werk bewaard gedurende de periode dat nog niet op het (hoger) beroep is
beslist.
3. De Examencommissie draagt er zorg voor, dat van elke student de tijdens het (post) propedeutisch examen behaalde cijfers dan wel kwalificaties en de uitslag van het
examen en het bijbehorende toets- en of tentamenwerk bewaard blijven in het
archief van de opleiding, conform de “Selectielijst voor de administratieve neerslag
van de openbaar gezagtaken en niet-publiekrechtelijke werkprocessen van
Nederlandse hogescholen”, 2013.
4. Wanneer een student na afloop van een schriftelijke toets en/of tentamen de toetsen/of tentamenopgaven en het totale aantal antwoordformulieren heeft ingeleverd
wordt dit door de surveillant afgetekend op het protocolformulier. Op dat moment
gaat de verantwoordelijkheid tot zorgvuldige bewaring van een schriftelijke
tentamenwerk over op de hogeschool.
5. In het geval dat tentamen- en of toetswerk als bedoeld in artikel 15.4 desalniettemin
zoek raakt waardoor geen beoordeling kan plaatsvinden, wordt deze gang van zaken
door de Examencommissie vastgesteld. Vervolgens wordt, na de betreffende student
te hebben gehoord, door de betrokken docent, onderscheidenlijk coördinator,
vastgesteld op welk tijdstip en in welke vorm de toets en/of tentamen opnieuw moet
worden afgelegd.
6. De Examencommissie geeft de documenten bedoeld in de vorige leden op zodanige
wijze in bewaring dat de authenticiteit van de documenten gedurende de
bewaartermijn gewaarborgd is.
7. De student is gehouden een afschrift (schriftelijk en/of digitaal) van het ingeleverde
toets- en of tentamen(onderdeel) onder zich te houden gedurende één jaar na
inlevering, voor zover de omstandigheden zich hiertegen niet verzetten.
2
De landelijk verplichte toetsen van de opleiding Leraar Basisonderwijs zijn hier van uitgezonderd.
33
8. Een kopie van het getuigschrift en diplomasupplement wordt gedurende dertig jaren
in het archief bewaard.
Artikel 16
Fraude en plagiaat
1. Indien een student of extraneus fraudeert en of plagiaat pleegt, kan de
Examencommissie betrokkene het recht ontnemen één of meer door de
Examencommissie aan te wijzen toetsen, tentamens of examens af te leggen,
gedurende een door de Examencommissie te bepalen termijn van ten hoogste een
jaar.
2. Bij ernstige fraude kan het College van Bestuur op voorstel van de
Examencommissie de inschrijving voor de opleiding van de betrokken student of
extraneus definitief beëindigen.
3. Wat in dit artikel wordt aangemerkt als fraude of ernstige fraude als bedoeld in
artikel 7.12b WHW is nader uitgewerkt in het Reglement Fraude en Plagiaat Stenden
Hogeschool, zoals opgenomen als bijlage bij het Studentenstatuut.
Artikel 17
Intellectueel eigendom
1. Het auteursrecht van een werk komt toe aan de student, mits deze als maker ervan
kan worden aangemerkt.
2. Als maker wordt, behoudens tegenbewijs, beschouwd degene die als zodanig op of in
het werk is aangeduid.
3. Indien het werk tot stand is gebracht naar het ontwerp van een ander dan de
student en onder diens leiding en toezicht, dan wordt deze ander als maker van
dat werk aangemerkt.
Artikel 18
Rechtsbescherming
1. De student die het oneens is met een beslissing van de Examencommissie op grond
van de bepalingen in dit hoofdstuk kan daar tegen bezwaar maken bij de
Examencommissie van de opleiding.
2. De student heeft de mogelijkheid om tegen het besluit van de Examencommissie op
het ingediende bezwaar in beroep te gaan bij het College van Beroep voor de
Examens (COBEX).
3. De student heeft de mogelijkheid om tegen het besluit van de COBEX in beroep te
gaan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag.
34
6
Studieloopbaanbegeleiding en Studieadvies
WHW:
Artikel 1
art. 5.5, 7.8b, 7.13, 7.34, 7.51, 7.59, 11.15.
Studieloopbaanbegeleiding
1. De Head of School draagt zorg voor de studieloopbaanbegeleiding van elke student,
mede ten behoeve van zijn oriëntatie op mogelijke studiewegen in en buiten de
opleiding.
2. De Head of School besteedt bij de studieloopbaanbegeleiding bijzondere zorg aan de
begeleiding van studenten met een functiebeperking waarvan de deelname in het
hoger onderwijs in belangrijke mate achterblijft bij de deelname van studenten die
hier niet toe behoren.
3. De Head of School besteedt namens het College van Bestuur bij de
studieloopbaanbegeleiding bijzondere zorg aan de begeleiding van studenten die
behoren tot een etnische of culturele minderheid waarvan deelname aan het hoger
onderwijs in betekenende mate achterblijft bij de deelname van Nederlanders die
niet behoren tot een dergelijke minderheid.
4. De student kan zich wenden tot zijn studieloopbaanbegeleider voor problemen die
rechtstreeks samenhangen met de studie.
5. De student kan zich wenden tot de decaan voor problemen van persoonlijke aard, al
dan niet rechtstreeks samenhangend met de studie.
Artikel 2
Studieadvies aan het einde van het eerste jaar van inschrijving aan
dezelfde opleiding aan dezelfde instelling
1. Namens het College van Bestuur brengt de Examencommissie aan iedere student
aan het einde van diens eerste jaar van inschrijving aan dezelfde opleiding aan
dezelfde instelling voor de propedeutische fase van de opleiding advies uit over de
voortzetting van zijn studie binnen de opleiding.
2. De brief waarin de Examencommissie het advies aan de student kenbaar maakt, mag
in geval van de september-instroom niet later worden verstuurd dan in de derde
week van de maand juli.
3. Voor de februari-instroom wordt in afwijking van lid 1 het woord ‘jaar’ vervangen
door 13 maanden. Deze uitzondering ten opzichte van de reguliere instroom in
september vindt plaats op grond van organisatorische redenen die worden
veroorzaakt door een afwijkende opbouw van het opleidingsjaar bij de februariinstroom. De brief waarin de Examencommissie het advies aan de student kenbaar
maakt, mag in geval van de februari-instroom niet later worden verstuurd dan in de
laatste week van februari.
4. Het studieadvies heeft een bindend afwijzend karakter indien de student minder dan
51 studiepunten uit de propedeutische fase heeft behaald, alsmede niet de door de
opleiding aangewezen onderwijseenheden uit de propedeutische fase met een
35
voldoende heeft afgesloten op het moment dat het advies wordt uitgebracht.
5. De door de opleiding aangewezen onderwijseenheden als bedoeld in de vorige volzin
zijn:
a. Studieloopbaanbegeleiding (6 studiepunten).
6. Resultaten behaald door vrijstelling tellen wel mee bij de vaststelling of het minimum
van 51 studiepunten is behaald.
7. Studenten die hun inschrijving bij de opleiding in de loop van het opleidingsjaar
tussentijds hebben beëindigd ontvangen uiterlijk aan het einde van het
opleidingsjaar een studieadvies propedeuse en dat kan ook een bindend studieadvies
met afwijzing (BSA) zijn, tenzij er - gelet op de persoonlijke omstandigheden van de
student - voor de Examencommissie aanleiding bestaat geen bindend studieadvies
met afwijzing (BSA) uit te brengen.
8. Studenten die zich bij een opleiding hebben ingeschreven, de studie staken en zich
vervolgens weer opnieuw inschrijven bij dezelfde opleiding bij dezelfde instelling
worden wettelijk beschouwd als ‘studenten tweede jaar van inschrijving’. Dit
betekent dat deze studenten aan het einde van hun tweede jaar van inschrijving aan
al hun propedeuse verplichtingen moeten hebben voldaan.
Artikel 3
Studieadvies aan het einde van het tweede jaar van inschrijving aan
dezelfde opleiding aan dezelfde instelling
1. Namens het College van Bestuur brengt de Examencommissie een bindend
studieadvies met afwijzing (BSA) uit indien de student aan het einde van het
tweede jaar van inschrijving aan dezelfde opleiding aan dezelfde instelling het
propedeutisch examen niet heeft behaald.
2. De brief waarin de Examencommissie het advies aan de student kenbaar maakt, mag
in geval van de september-instroom niet later worden verstuurd dan in de derde
week van de maand juli.
3. Voor de februari-instroom wordt in afwijking van lid 1 het woord ‘jaar’ vervangen
door 13 maanden. Deze uitzondering ten opzichte van de reguliere instroom in
september vindt plaats op grond van organisatorische redenen die worden
veroorzaakt door een afwijkende opbouw van het opleidingsjaar bij de februariinstroom. De brief waarin de Examencommissie het advies aan de student kenbaar
maakt, mag in geval van de februari-instroom niet later worden verstuurd dan in de
laatste week van februari.
4. Studenten die hun inschrijving bij de opleiding in de loop van het opleidingsjaar
tussentijds hebben beëindigd ontvangen uiterlijk aan het einde van het
opleidingsjaar een studieadvies propedeuse en dat kan ook een bindend studieadvies
met afwijzing (BSA) zijn, tenzij er - gelet op de persoonlijke omstandigheden van de
student - voor de Examencommissie aanleiding bestaat geen bindend studieadvies
met afwijzing (BSA) uit te brengen.
5. Na het verstrijken van de termijn als bedoeld in lid 2 en 3 van dit artikel kan geen
bindend studieadvies met afwijzing (BSA) meer worden uitgebracht.
36
Artikel 4
Voorwaarden Bindend studieadvies met afwijzing (BSA)
1. Een bindend studieadvies met afwijzing (BSA) wordt niet uitgebracht wanneer de
student gedurende het opleidingsjaar niet tijdig ten minste eenmaal via de opleiding
en op een redelijke termijn door de opleiding is gewaarschuwd dat hij bij
ongewijzigde omstandigheden een bindend studieadvies met afwijzing (BSA) zal
kunnen ontvangen, alsmede wat de gevolgen daarvan zijn.
2. Indien aan de orde meldt een student bijzondere omstandigheden tijdig bij de
studentendecaan en eventueel de studieloopbaanbegeleider en verzoekt de
Examencommissie deze mee te wegen in haar besluit over het uitbrengen van een
bindend studieadvies met afwijzing (BSA). Slechts met toestemming van de student
kan de Examencommissie de betrokken studentendecaan en
studieloopbaanbegeleider om nader advies vragen ten aanzien van mogelijke
persoonlijke omstandigheden die kunnen rechtvaardigen dat wordt afgezien van het
uitbrengen van een bindend studieadvies met afwijzing (BSA) aan de betrokken
student.
3. Een melding van een bijzondere omstandigheid wordt aangemerkt als tijdig wanneer
de student de omstandigheden meldt zodra deze zich voordoen dan wel zeer spoedig
daarna.
4. Als bijzondere omstandigheden worden aangemerkt:
a.
b.
c.
d.
e.
ziekte;
zwangerschap;
bijzondere familieomstandigheden;
lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis;
bestuursactiviteiten die een student in het kader van de medezeggenschap van
Stenden verricht, waarbij sprake is van een substantiële tijdsbesteding, ter
beoordeling aan het College van Bestuur, onder voorwaarde dat de student kan
aantonen dat de geldende facilitering de studievertraging niet compenseert en
derhalve als bijzondere omstandigheid kan worden aangemerkt.
5. De situaties genoemd onder a t/m d dienen schriftelijk te worden vastgesteld door
een onafhankelijke deskundige.
6. Als de Examencommissie besluit af te zien van een bindend studieadvies met
afwijzing (BSA) in gevallen zoals bedoeld in het vorige lid, dan is de
Examencommissie bevoegd om in plaats daarvan een niet-bindend advies uit te
brengen aan de betrokken student.
7. Afhankelijk van de aard van de persoonlijke omstandigheden kan de student de
Examencommissie verzoeken de informatie verstrekt in het kader van het advies als
bedoeld in het tweede lid vertrouwelijk te behandelen.
8. Ongeacht het bepaalde in de vorige leden stelt de Examencommissie - alvorens tot
een bindend studieadvies met afwijzing (BSA) over te gaan - de student in de
gelegenheid om door of namens de Examencommissie te worden gehoord.
37
Artikel 5
Gevolgen bindend studieadvies met afwijzing (BSA)
1. Degene die een bindend studieadvies met afwijzing (BSA) heeft ontvangen, kan zich
gedurende minimaal één jaar niet meer aan de instelling voor dezelfde opleiding als
student of extraneus worden ingeschreven. Na deze periode moet bij een
hernieuwde inschrijving ten genoege van de Examencommissie van de opleiding
aannemelijk gemaakt worden dat de opleiding met vrucht zal kunnen volgen.
2. Indien de student een Bindend studieadvies met afwijzing (BSA) ontvangt, wordt de
inschrijving beëindigd door het College van Bestuur conform de geldende
uitschrijfprocedure in hoofdstuk 2 van het Studentenstatuut.
3. De Examencommissie is bevoegd in bepaalde gevallen tegemoet te komen aan
onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij toepassing van het verstrekken
van een Bindend studieadvies met afwijzing (BSA) mochten voordoen.
Artikel 6
Doorstroom van propedeutische naar postpropedeutische fase
1. Aan het einde van het eerste opleidingsjaar stelt de Examencommissie vast welke
studenten kunnen doorstromen van de propedeutische fase naar de
postpropedeutische fase. De volgende categorieën studenten zijn toelaatbaar:
a. studenten die het propedeutisch examen hebben behaald;
b. studenten die ten minste 51 studiepunten hebben behaald in de propedeutische
fase en niet om andere redenen een bindend studieadvies met afwijzing (BSA)
hebben gekregen.
2. De student die 51 of meer maar minder dan 60 studiepunten van de propedeutische
fase heeft behaald, dient in overleg met de studieloopbaanbegeleider een studieplan
op te stellen primair gericht op het inlopen van de achterstand in de propedeuse. In
dit studie-plan wordt vastgelegd tot welke onderwijseenheden van de
postpropedeutische fase de student toegang heeft.
3. De student die 51 of meer maar minder dan 60 studiepunten van de propedeutische
fase heeft behaald, dient eerst te overleggen met de studieloopbaanbegeleider maar
heeft daarna rechtstreeks toegang tot alle onderwijseenheden van de
postpropedeutische fase.
4. Bij de uitwerking van de beide vorige leden wordt er rekening mee gehouden dat het
de student niet is toegestaan deel te nemen aan een onderwijseenheid uit de
postpropedeutische fase die een rechtstreekse voortzetting vormt van een
onderwijseenheid uit de propedeuse die hij nog niet heeft behaald. Ook wordt
rekening gehouden met de bepalingen van hoofdstuk 5, artikel 2 over de volgorde
waarin toetsen en of tentamens kunnen worden afgelegd.
5. Aan het volgen van onderwijs uit zowel de propedeutische fase als de
postpropedeutische fase kan de student geen rechten ontlenen ten aanzien van de
wijze van inroostering. Het is dus mogelijk dat dergelijke onderwijsactiviteiten
gelijktijdig gegeven worden.
38
Artikel 7
Verwijzing in de postpropedeutische fase DIT ARTIKEL IS NIET VAN
TOEPASSING
1. Alternatief 1. Indien dit alternatief van toepassing is, de tekst van lid 2 en 3
vervangen door Niet van toepassing] Studenten van de opleiding hebben toegang tot
alle afstudeerrichtingen beschreven in hoofdstuk 3, artikel 2.
2. [Alternatief 2] De Examencommissie kan beslissen dat een student in de
postpropedeutische fase slechts toegang heeft tot één of enkele van de
afstudeerrichtingen beschreven in hoofdstuk 3, artikel 2.
3. De Examencommissie baseert haar beslissing op:
a. de studieresultaten van de student:Nadere eisen invullen
b. en/of in hoeverre het door de student gevolgde studieprogramma voldoende
aansluit op de door de student gewenste afstudeerrichting:
Nadere eisen invullen].
De Examencommissie stelt de student in de gelegenheid te worden gehoord alvorens
tot een beslissing over te gaan. Bij de beslissing houdt de Examencommissie rekening
met de persoonlijke omstandigheden van de student.
Artikel 8
Rechtsbescherming
1. De student die het oneens is met het verstrekte studieadvies kan daar tegen
bezwaar maken bij de Examencommissie van de opleiding.
2. De student heeft de mogelijkheid om tegen het besluit van de Examencommissie op
het ingediende bezwaar in beroep te gaan bij het College van Beroep voor de
Examens (COBEX).
3. De student heeft de mogelijkheid om tegen het besluit van de COBEX in beroep te
gaan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs in Den Haag.
4. De consequentie van een bezwaar- en beroepsprocedure betreffende een bindend
studieadvies met afwijzing (BSA) is dat zolang de student nog geen onherroepelijk
uitspraak heeft ontvangen vóór de start van het onderwijs op 1 september, zich niet
kan herinschrijven.
39
7
Examencommissie
WHW:
7.10,7.11,7.12,7.12b, 7.12c, 7.13, 7.28, 7.30, 7.42a, 7.61
Artikel 1
Instelling en samenstelling Examencommissie
1. Elke opleiding of groep van opleidingen heeft een Examencommissie. De
Examencommissie is het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of
een student voldoet aan de voorwaarden die deze regeling stelt ten aanzien van
kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een graad als
bedoeld in artikel 2 van Hoofdstuk 4 van de OER. De samenstelling, werkwijze,
taken en bevoegdheden van de Examencommissie zijn uitgewerkt in het Reglement
Examencommissies van de Stenden Hogeschool.
40
8
Slot- en invoeringsbepalingen
WHW:
10.20
Artikel 1
Hardheidsclausule
1. De examencommissie is bevoegd in bepaalde gevallen tegemoet te komen aan
onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij toepassing van deze OER
mochten voordoen.
Artikel 2
Onvoorziene omstandigheden
1. In gevallen waarin deze OER niet voorziet en waaromtrent een onmiddellijke
beslissing noodzakelijk is, beslist de examencommissie op basis van
redelijkheid en billijkheid.
Artikel 3
Bekendmaking van de regeling
1. De Head of School draagt zorg voor een passende en tijdige bekendmaking van
deze onderwijs- en examenregeling.
Artikel 4
Citeertitel, inwerkingtreding
1. Deze Onderwijs- en examenregeling wordt, gehoord de centrale
medezeggenschapsraad conform artikel 10.20 WHW, vastgesteld door het
College van Bestuur, vervangt de eerder voor de opleiding geldende
Onderwijs- en examenregeling en kan worden aangehaald als Onderwijs- en
examenregeling
opleiding Human Resource Management voltij, crohonummer 34609 en
treedt in werking op 1 september 2014.
41
Bijlage A
Bijlage B
Bijlage C
Bijlage D
Bijlage E
Bijlage F
Bijlage G
Competenties van de opleiding
Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van het curriculum
voor de propedeutische fase
Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van het curriculum
voor de postpropedeutische fase
Nadere toelichting op het “Verkorte studieprogramma” HRM
Jaartoetsrooster van de opleiding HRM
Vrijstellingenbeleid Examencommissie School of Business
Literatuurlijst
42
Bijlage A
Competenties van de opleiding
Na voltooiing van de opleiding moet de student als
beroepsbeoefenaar zelfstandig en met kritische instelling
kunnen werken en beschikt de student over de volgende
competenties op hbo-niveau:
Nieuwe kerntaken HRM uit het Format 2012+:
1. De hr-professional initieert en ontwikkelt activiteiten op de te onderscheiden en
samenhangende hr-werkterreinen in relatie tot institutionele en maatschappelijke
ontwikkelingen, voert deze uit, evalueert deze en stelt ze zonodig bij, zowel binnen de
nationale als internationale context.
2. De hr-professional is verantwoordelijk voor de informatievoorzieing op het gebied van hr;
geeft gevraagd en ongevraagd informatie aan de diverse stakeholders binnen en buiten de
organisatie op het terrein van hr, richt daarvoor hr-informatiesystemen in en beheert deze.
3. De hr-professional adviseert het management over de inhoud en aanpak van de hrwerkterreinen, de interne en externe arbeidsverhoudingen, organisatieontwikkeling,
organisatieontwerp, taakontwerp en de daaruit voortkomende implementatievraagstukken.
4. De hr-professional ontwikkelt activiteiten op het terrein van interne- en externearbeidsmarkttransities, voert deze uit, evalueert deze en stelt ze zonodig bij.
5. De hr-professional ontwikkelt activiteiten op het terrein van loopbaanontwikkeling en
loopbaanbegeleiding en (andere) professionele ‘één-op-één situaties’, voert deze uit,
evalueert deze en stelt ze zonodig bij.
6. De hr-professional adviseert het management over hr-activiteiten op een zodanige wijze dat
(primaire) processen binnen de organisatie geoptimaliseerd worden; daarbij formuleert hij
meetbare hr-doelstellingen, assisteert het management bij de uitvoering van de activiteiten,
evalueert deze en relateert de uitkomsten aan de organisatie-uitkomsten/resultaten.
7. De hr-professional maakt financiële verkenningen, berekeningen en kosten-baten-analyses
op de hr-werkterreinen, maakt hierbij gebruik van ken- en stuurgetallen en rapporteert
daarover aan het management.
8. De hr-professional anticipeert op de gewenste organisatiestrategie en organisatiecultuur, en
vertaalt strategie- en cultuurveranderingen naar hr-werkterreinen en hruitvoeringspraktijken.
9. De hr-professional is in staat om de rol van effectief hr-leiderschap ten opzichte van het
management vorm te geven en gebruikt de implicaties daarvan in zijn uitvoeringspraktijken.
10. De hr-professional levert door middel van het (zelfstandig) uitvoeren dan wel het
beoordelen of begeleiden van praktijkgericht onderzoek een bijdrage aan de verbetering en
innovatie van zijn organisatie en beroepspraktijk.
11. De hr-professional is een ‘reflective practioner’ met oog voor het belang van corporate
governance en ethiek. Hij heeft een kritische en onderzoekende houding ten opzichte van de
eigen beroepspraktijk en hij is in staat om sturing te geven aan zijn eigen ontwikkeling en die
van zijn omgeving en om het transitieproces naar concrete actie in gang te zetten.
12. Ondernemerschap: In staat zijn om zich te richten op zijn of haar
managementvaardigheden en ondernemerschap, bekeken door zijn of haar eigen ogen, op
basis van waarden die bijdragen aan de zorg voor mensen en zorg voor de wereld.
43
Bijlage B
Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van
het curriculum van de opleiding Human Resource
Management voor de propedeutische fase.
Overzicht onderwijsprogramma HRM Voltijd 2014-2015
Jaar 1 cohort 2014-2015
Periode 1
Vak
SLB 1.1
Periode 2
Periode 3
Periode 4
Vak
Vak
Vak
HRM 1
Loopbaan 1
Marketing 1
Onderzoek 1
Bedrijfsadm.
Finance
Arbeidsmarkt
SLB 1.2
Recht
Business English 2
Operationeel Man.
Vergaderen/presenteren
Management
Management acc.
Business English 1
Basiscommunicatie
Schrift.comm.
Onderzoek 2
Ontslag
Schematisch overzicht Propedeuse programma HRM 2014-2015
Overzicht contacturen propedeutische fase
Jaar 1 cohort 2014 - 2015
Periode 1
12 uur per week
16 lesuren
Periode 2
12 uur per week
16 lesuren
Periode 3
12 uur per week
16 lesuren
Periode 4
12 uur per week
16 lesuren
Toegepast onderzoek binnen de School of Business – EcoMLab
Toegepast onderzoek in het HBO wordt gezien als een cruciale aanjager voor innovatie. In het Sectorplan HBO
Noord Nederland, ‘Scholen voor Ambities’i (Croon, 2010) wordt o.a. de versterking van transitie van de regio
naar duurzame economie als speerpunt genoemd voor de komende jaren, zoals met een biobased economy
(een economie die draait op biomassa als grondstof). Dat vergt op alle fronten meer aandacht en ruimte voor
innovativiteit en ondernemerschap van medewerkers en organisaties, gevoed vanuit onderzoek en praktijk. In
een Kennisakkoord Logtiek (2011) is afgesproken om zes regionale kennisdistributiecentra (KDC’s) te
ontwikkelen, die moeten zorgen voor een continue wisselwerking tussen werkveld en onderwijs. Hieraan zijn
verbonden: HvA te Amsterdam, HRO te Rotterdam, NHTV te Breda, Fontys te Venlo, HAN te Arnhem/Nijmegen
en Windesheim te Zwolle. Daarbij lijken de noordelijke provincies niet of onvoldoende te worden aangesloten.
Mede hierom is binnen Stenden bij de School of Business een onderzoekseenheid ingericht om op een
professionele wijze onderzoek te kunnen verrichten in het drieluik: onderzoek, onderwijs en werkveld
(Mannen, 2013). Het onderzoek richt zich vooral op bedrijfsspecifieke toepassingen en innovatie, waarbij het
bedrijfsleven middels kennisvalorisatie gebruik kan maken van de kennis en expertise die binnen de School of
Business aanwezig is, zodat zij hun bedrijfsvoering kunnen verbeteren. Kennisvalorisatie wordt opgevat als het
proces van waardecreatie uit kennis afkomstig uit alle disciplines, door kennis geschikt en/of beschikbaar te
maken voor economische en/of maatschappelijke benutting en te vertalen in producten, diensten, processen
en nieuwe bedrijvigheid.
Binnen de School of Business sluit onderzoek en onderwijs nauw op elkaar aan door
praktijk(onderzoeks)vraagstukken te integreren in het onderwijs. De School of Business heeft een achttal
onderzoekthema’s gekozen, die ook op natuurlijke wijze bij de opleidingen ondergebracht kunnen worden.
44
Alle thema’s zijn ondergebracht in de nieuwe onderzoekseenheid genoemd: EcoMLab.
Binnen dit EcoMLab doen studenten onderzoeksvaardigheden op in de praktijk die onontbeerlijk zijn voor de
professional van de 21e eeuw, waarbij de inhoud van deze thema's direct relevant zijn voor deze professional.
Aan de toekomstige professionals worden door voortschrijdende globalisering en informatisering steeds
hogere eisen gesteld en studenten moeten zich nu inhoudelijk goed voorbereiden op de aan hen gestelde
eisen.Studenten worden vanuit Ondernemen NU! actief betrokken bij de uitvoering van praktijkonderzoek,
gericht op de acht thema’s die centraal staan binnen het EcoMLab. Daar waar mogelijk vindt de
onderzoekscomponent binnen een onderwijsmoduul plaats in de praktijk.
Het werkveld brengt in deze opzet actuele en relevante onderwerpen aan die aansluiten op de thema’s van
het EcoMLab en biedt een netwerk voor zowel studenten als Stenden. De onderzoeksgroep Ondernemen NU!
valoriseert kennis en vertaalt de vraagstukken uit de praktijk naar onderzoeksopdrachten die een plaats krijgen
in de curricula, waarbij vanuit het onderwijs nieuwsgierige en geïnteresseerde studenten aansluiten. Hiermee
kunnen zij zich ontwikkelen tot competente professionals die voldoen aan de eisen van het werkveld.
Een goed voorbeeld van de integratie is te zien bij de onderzoeksmodulen van ABA en de opleiding HRM
waarbij studenten actief gezocht hebben naar de drivers van vitaliteit van verschillende regio’s. Het thema, de
Digitale Maatschappij, onderzoekt met name de gevolgen van E-commerce voor bedrijven en logistieke
processen.
Maarten Raangs
Literatuur.
Bruin, F. d. (2013). Hobeon, Lectoraat Logistiek Noord Nederland bij Stenden, haalbaarheidsonderzoek. Den
Haag.
Croon, B. &. (2010). Scholen voor Ambities, Sectorplan HBO Noord-Nederland 2010-2015,.
Mannen, A. (2013). Strategisch beleidsplan School of Business 2013-2017.
Wereldwijs. (2013). Wereldwijs Onderwijs en Onderzoek, de koers van Stenden 2013-2017. Leeuwarden.
45
Propedeuse
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
SLB 1.1
Studieloopbaan-begeleiding 1.1
3 EC
1.1.1
1 semester
Toelating bachelor
Nederlands
Danny Beetsma
Korte beschrijving van de inhoud
Het aanleren van de grondprincipes van systematische, geplande ontwikkeling van competenties
krijgt in het eerste jaar veel aandacht. Daarnaast is het eerste jaar een jaar van oriëntatie ,zowel een
oriëntatie op de opleiding HRM zelf, als op het werkveld van HR. Belangrijk is dat je na het eerste jaar
zeker weet of je de goede opleiding hebt gekozen of niet.
Al deze onderwerpen komen aan de orde in tien bijeenkomsten en individuele gesprekken, die
verspreid over het studiejaar worden verzorgd door je studiecoach. Gedurende het jaar werk je
planmatig aan leerdoelen die je gedurende het jaar vaststelt en eventueel bijstelt. Elke keer als je aan
je leerdoelen hebt gewerkt, leg je schriftelijk vast op welke manier je gewerkt hebt aan de eigen
ontwikkeling en welke vorderingen je gemaakt hebt. Je studiecoach beoordeelt dit document
(portfolio) halverwege en aan het eind van het eerste studiejaar.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
De opleiding en het HR werkveld te beschrijven
Bijeenko msten
studielo
opbaancoaching
Werkvorm(en)
Werkcolleges
Hulpmiddelen
Participatie
Portfolio
Je eigen visie op studeren, het werkveld en de
opleiding te benoemen
M.b.v. de feedback die je krijgt, je sterke punten en
ontwikkelpunten te herkennen
Je eigen sterke punten en ontwikkelpunten waar te
nemen
Een reflectie te geven op je eigen ontwikkeling
Aan te geven waarom de opleiding HRM al of niet een
goede keuze is
SMART leerdoelen op te stellen
Te oefenen met nieuw gedrag
46
Bouwsteendoelstellingen:
Cesuur
Toetsvorm(en) Werkvorm(en) Hulpmiddelen
55% op portfolio 80% op participatie
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Niveau van toetsing:
Leervaardigheden
Toepassing van kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Bloemen, P en Dekkers, J. (2013). Greep krijgen op je studieloopbaan,tweede
volledig herziene druk, OAB Dekkers.
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
47
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1MA6
Management 1 en Management Accounting
6 EC
1.1.2 en 1.1.3
9 weken
Geen
Management 1 en Management Accounting wordt als één
programmaonderdeel aangeboden.
Nederlands
Jan Peter Peterson en Maarten Raangs
Korte beschrijving van de inhoud
Management is te definiëren als het proces van coördinatie van werkzaamheden, met als doel dat
deze werkzaamheden efficiënt en effectief met en door anderen kunnen worden afgerond.
Management is een verzamelnaam voor veel specifieke kennis, gericht op een doel: het optimaal
continueren van een organisatie, project, bedrijf of instelling. Binnen deze verzameling spelen
verdeling van werk, aansturing van mensen en beslissingen over uitgaven een rol. In het onderdeel
Management maak je kennis met de beginselen van organisatiekunde en management. Daarnaast
worden de kenmerken behandeld van organisaties waar je later in gaat werken.
Management Accounting houdt zich voornamelijk bezig met het geven en toepassen van informatie
over de financiële situatie ten behoeve van managers in een organisatie. Met behulp van die
gegevens komen managers tot gefundeerde zakelijke besluitvorming en zijn zij beter toegerust
voor hun leidinggevende en bestuurlijke taken.
Werkvormen
Hoorcolleges, PGO, opdracht en consultatie
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Na deze bouwsteen kan de student:
een beschrijving geven van de kenmerken van
een organisatie (wat is een organisatie/wat is het
doel van een organisatie/hoe en waarom
interacteert een organisatie met de omgeving).
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Participatie en
Opdrachten
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
in eigen woorden uitleggen wat management is
inclusief uiteenzetten wat het onderscheid is
tussen leiderschap en ondernemerschap.
Participatie en
Opdrachten
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
verschillende organisatiestructuren en –stelsels
(incl. netwerkorganisaties) beschrijven en
typeren.
verschillende organisatieculturen beschrijven en
verklaren hoe de organisatiedoelstelling,
organisatiestructuur en organisatiecultuur
onderling samenhangt.
uitleggen waarom begrip van Management
Accounting belangrijk is voor de dagelijkse
praktijk van elke manager.
onderscheiden welke verschillende soorten kosten
er zijn en wat het onderlinge verband is.
Participatie en
Opdrachten
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
diverse soorten kosten berekenen en typeren.
Participatie en
Opdrachten
een schatting maken van de kosten per
Participatie en
Participatie en
Opdrachten
Participatie en
Opdrachten
Participatie en
Opdrachten
Hulpmiddelen
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
Hoorcolleges,
48
Bouwsteendoelstellingen:
eenheidsfactor voor elk type product in zowel
singleproduct- als multiple productomgevingen.
een omschrijving geven van de verschillende
soorten budgetten.
Toetsvorm(en)
Opdrachten
beoordelen welke factoren de afwijkingen tussen
geplande en werkelijke resultaten veroorzaken.
Participatie en
Opdrachten
beoordelen wat de gevolgen zijn van de directe
kostenmethode bij het vaststellen van de
bedrijfswinst.
berekenen wat het omslagpunt is van elke
standaard bedrijfsactiviteit.
Participatie en
Opdrachten
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 3, 6 en 7
Participatie en
Opdrachten
Participatie en
Opdrachten
Werkvorm(en)
PGO en
consultatie
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
Hoorcolleges,
PGO en
consultatie
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Toepassing van kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Marcus, J. en Dam van N., (2012). Een praktijkgerichte benadering van
organisatie en management. Groningen: Noordhoff Uitgevers
Boer de P., Brouwers, M.P. en Koetzier W. (2011). Basisboek
Bedrijfseconomie. Groningen: Noordhoff Uitgevers
Aanbevolen literatuur
ISBN
9001809677
9001797881
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
49
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1ENG1
Business English 1
3 EC (84 hours)
1.1.4
9 weeks
Admission HRM programme
English
Drs. Tatiana Naaijer Ciff
Korte beschrijving van de inhoud
The course will cover the following functions at this level: greetings and introductions, meetings
and negotiations, business letter, email, memo and report writing. On completion of this course,
students will have a sound grasp of the rudiments of the English language and will be able to
communicate effectively in the business environment.
There is also a focus on English grammar and vocabulary, which directly relates to the before
mentioned skills
After completing this course, students will be knowledgeable about the most important aspects of
Business English. They will also be able to understand basic business terminology, writing and
listening passages. You will be able to produce basic business English writing and speaking texts
and passages at a B1 (CEF) level.
Work forms
The activities mentioned below will be practiced in order to improve the 4 skills at a B1 level.
Receptive
Listening
- Dialogue
- Presentation
- Videos
Productive
Reading
- Articles
- Websites
Spoken
Interaction
Written
- Summaries
- Descriptions
- Business writings
- Face to Face situations/
interactions
(memo, email, etc.)
- Telephone conversation
- Presentations
- Debates
Test methods:
Part
Maximum
Weight
Norm Pts
Written Test
(multiple choice
and open
questions)
10
0.5
5.5
Spoken Section
10
EC
3
0.5
5.5
50
Pass
5.5
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Market Leader Upper Intermediate, 3rd edition by Cotton, Falvey & Kent
ISBN
9781408237090
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
51
52
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1BC
Basiscommunicatie
3 EC
1.1.5
9 weken
Toelating Bachelor
Nederlands
Jan Peter Peterson
Korte beschrijving van de inhoud
Als hbo’er zul je later een leidinggevende of in ieder geval een leidende rol gaan vervullen. Het is
dan belangrijk dat je weet hoe communicatie werkt, hoe je ervoor kunt zorgen dat je boodschap
overkomt en dat de ander er ook iets mee gaat doen.
Of je nu wordt opgeleid tot leraar, manager, ingenieur, beleidsmedewerker, consultant of
hulpverlener, als hbo’er moet je effectief mondeling kunnen communiceren en moet je begrijpen
hoe communicatie werkt en wat de communicatie kan verstoren. Je leer je in verschillende situaties
(tweegesprek, vergadering of interview) gemakkelijk te redden, oor en oog te hebben voor wat de
ander wil zeggen en op een passende en effectieve manier voor je eigen mening uit te komen.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na afronding van dit onderdeel kan de student:
Werkvorm(en)
adequaat feedback geven en ontvangen
Productenmap
Werkcolleges
een gesprek voeren waarin de student
oplossingsgericht kan omgaan met weerstanden
en emoties bij zichzelf of de gesprekspartner
Productenmap
werkcolleges
een interview voorbereiden, afnemen en
synthetiseren teneinde evidente informatie te
verkrijgen over een opdracht of een probleem
Productenmap
werkcolleges
een adviesgesprek voorbereiden en voeren.
Productenmap
werkcolleges
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 3, 6 en 9
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Toepassing van kennis en inzicht
53
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Gramsbergen-Hoogland, Y.H. & Van der Molen, H.T. (2013). Gesprekken in
organisaties (5e gew. dr.). Groningen: Wolters-Noordhoff.
Aanbevolen literatuur
Adler, R.B. (2008). Communication at work: Principles
and practices for business and the professions (9th
ed.). Boston, MA: McGraw-Hill.
Baney, J. (2004). Guide to Interpersonal
Communication. Upper Saddle River: Prentice Hall
2004.
ISBN
978-90-01-81542-4
9780073511
887
9780130352
170
Blundel, R. & Ippolito, K. ( 2008). Effective business
communication: Principles and practice for the
information age (3rd Rev. ed.). London: Financial
Times Prentice Hall.
Bouman, F. & Koopmans, M. (2008). Teamleiderschap
(Tweede druk). Zaltbommel: Thema.
9780273713
753
Dankers-van der Spek, M. (2007). Study path
development. Building vocational skills. Benelux:
Pearson Education.
9043012971
Hunsaker, P.L. (2010). Managementvaardigheden(3e
ed.). Amsterdam: Pierson Education.
9789043018
531
James, J. (2001). Body Talk at Work: How to use
effective body language to boost your career. London:
Judi Piatkus Ltd.
0749922583
Janssen, D. (2007). Zakelijke communicatie 2: een
leergang communicatieve vaardigheden voor het HBO
(5e geh. herz. dr.). Groningen: Wolters-Noordhoff.
Kranenburg, B. & ’t Hart, F. (2004). Een Goede
Vergadering, Utrecht/Zutphen: Thiememeulenhoff.
9789001432
522
Quinn, R.E. (2007). Becoming a master manager: A
competing values approach (4th ed.). Hoboken, N.J.:
Wiley.
Schulz von Thun, F. (1981). Miteinander reden 1 –
Störungen und Klärungen. Allgemeine Psychologie der
Kommunikation. Reinbek: Rowohlt.
9780470050
774
Van Dam, N. (2007). Organisation and management. An
international approach. Groningen: Noordhoff Uitgevers.
9789001577
049
Weaver, W. & Shannon, C.E. (1963). The Mathematical
Theory of Communication. Champaing, IL: University of
Illinois Press.
9780252725
487
9789058710
673
90-06950173
9783499174
896
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
54
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1HRM1
HRM 1
3 EC
1.2.1
9 weken gedurende module 2 van jaar 1
Management 1 gevolgd
Nederlands
Frederiek Dekens
Korte beschrijving van de inhoud
HRM 1 is de eerste kennismaking met HRM binnen een organisatie, de toegevoegde waarde van
HRM en de rol en positie van de HRM afdeling en/of HR-adviseur. Daarnaast wordt aandacht
besteed aan HRM-instrumenten die gerelateerd zijn aan de instroom in een organisatie, te weten
werving, selectie, arbeidsovereenkomst en introductie van nieuwe medewerkers.
Gedurende 8 weken passeren alle bovengenoemde onderwerpen tijdens PGO de revue in de vorm
van taken en opdrachten en worden de PGO-sessies ondersteund met hoorcolleges.
In de moduulopdracht wordt kennisgemaakt met de praktijk. Studenten interviewen twee HRadviseurs van verschillende organisaties en schrijven een verslag waarin ze beide organisaties
vergelijken met name op het gebied van HRM.
Werkvormen
PGO
Hoorcolleges en gastcolleges (HC)
Moduulopdracht (MO)
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Na afronding van HRM 1:
Weten
Kent de student de positie, doelstelling en
taken van HRM binnen een organisatie.
Participatie
Opdracht
HC, PGO
MO
Kent de student de theorie op het gebied van
werving, selectie en introductie.
Participatie
PGO
Kent de student theorie op het gebied van
HR-planning.
Participatie
HC +MO
Kent de student de theorie op het gebied van
arbeidsovereenkomsten.
Participatie
PGO
Inzien
Kan de student onderscheid maken tussen
operationeel, tactisch en strategisch niveau
op HRM gebied.
Kan de student de toegevoegde waarde van
HRM binnen een organisatie beschrijven.
Opdracht +
Participatie
MO +
PGO
Opdracht +
Participatie
MO +
PGO
Participatie
PGO
55
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Toepassen
Kan de student een vacaturetekst opstellen.
Participatie
PGO
Kan de student een selectie-interview
voeren.
Participatie
PGO
Kan de student een arbeidsovereenkomst
opstellen.
Participatie
PGO
Cesuur
55% voor opdracht
75-80% voor participatie
Hulpmiddelen
Kan de student de elementen van een
introductieprogramma beschrijven.
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
3, 4
Niveau van toetsing:
Kennis en
Inzicht
Toepassing Kennis en Inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Kluijtmans, F. (2014). Leerboek HRM, tweede druk, Noordhoff Uitgevers.
Marcus, J., Van Dam, N. (2012). Organisatie en Management.
Zevende druk, Noordhoff Uitgevers
Van der Roest, O.A.P e.a. Basisboek Recht, twaalfde druk, Noordhoff
Uitgevers.
Wetteksten Hoger Onderwijs, 2013-2014, Noordhoff Uitgevers.
Enkele hoofdstukken uit:
Leerboek personeelsmanagement van Kluijtmans van 2005 (5de
druk). Noordhoff Uitgevers. Gepubliceerd op Blackboard.
Aanbevolen literatuur
Kluijtmans, F (2008). Bedrijfskundige aspecten van HRM, eerste druk.
Noordhoff Uitgevers
Baarda, P.R, Kouwenhoven, C.P.M (2007). Ken- en Stuurgetallen voor
Personeelsmanagement: cijfers voor diagnose en besturing, tweede druk.
Kluwer.
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
http://www.wervingenselectiegids.nl
http://www.nvp-plaza.nl/
http://www.hrbase.nl
http://www.penoactueel.nl
56
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Onderzoek 1
3 EC
1.2.2
9 weken gedurende module 2 van jaar 1
Toelating Bachelor
Schriftelijke communicatie (bronnen)
Nederlands
Jacqueline Rietveld
Korte beschrijving van de inhoud
Onderzoek 1 is de kennismaking met het op een methodische wijze onderzoek verrichten naar
complexe vragen, waarbij onderbouwing en aantonen dat je grondig te werk bent gegaan belangrijk
zijn. Gedurende negen weken wordt de student door de stappen en fasen van het onderzoeksproces
geleid, werkt aan een eigen kwalitatieve onderzoeksopdracht en zich voorbereid op een toets. Naast
zelfstudie zijn colleges en consultatie-uren behulpzaam om de basisprincipes van dit vak eigen te
maken. In Onderzoek 2 wordt de gehele cyclus nog een keer doorlopen en ligt het accent op
kwantitative data-analyse en rapportering.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Na afronding van Onderzoek 1:
Kennis
Kan de student de belangrijkste
onderzoeksopvattingen onder woorden brengen
Weet de student hoe je onderzoek moet worden
voorbereid en opgezet
Kan de student een probleemstelling formuleren
Kan de student een toetsbare onderzoeksvraag
formuleren
Kent de student de betekenis van validiteit van
een onderzoeksresultaat
Kent de student de belangrijkste
onderzoeksinstrumenten
Weet de student wat de betrouwbaarheid van
een instrument inhoudt
Kent de student de relatie tussen populatie en
steekproef
Weet de student welke eisen je moet stellen aan
een steekproef
Opdracht
HC
Opdracht
Opdracht
Opdracht
Toets
Toets
Opdracht
Opdracht
57
Bouwsteendoelstellingen:
Weet de student wat univariate analyse
bivariate analyse is
Kent de student het onderscheid tussen
correlatie en causaliteit
Begrijpt de student de basis van de inferentiële
statistiek
Kent de student de betekenis van SPSS
Kan de student een topiclijst voor een diepte
interviews maken
Weet de student hoe een diepteinterview moet
worden afgenomen zodat deze zo informatief
mogelijk verlopen
Weet de student hoe je een transcript maakt
Kent de student de methode van analyse van
transcripts
Weet de student waar een onderzoeksverslag
uit bestaat
Toetsvorm(en)
Toets
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Opdracht
Toets
Toets
Opdracht
Opdracht
Opdracht
Opdracht
Opdracht
Inzien
Begrijpt de student de verschillen en
overeenkomsten tussen kwalitatief en
kwantitatief onderzoek
Begrijpt de student de relatie tussen
literatuuronderzoek en validiteit
Opdracht
Opdracht
Begrijpt de student de relatie tussen de
onderzoeksvraag en de conclusie
Opdracht
Begrijpt de student de relatie tussen de
doelstelling en de aanbeveling
Opdracht
Toepassen
Kan de student structuur van een kwalitatieve
onderzoeksopzet aangeven
Opdracht
Kan de student de gangbare onderzoekstermen
uitleggen
Opdracht
Kan de student een klein kwalitatief onderzoek
uitvoeren
Kan de student een onderzoeksrapport opstellen
HC +
Consultatie
HC +
Consultatie
Opdracht
Opdracht
58
Bouwsteendoelstellingen:
Kan de student de basis van de inferentiële
statistiek toepassen op een casus
Toetsvorm(en)
Toets
Werkvorm(en)
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2
Niveau van toetsing:
Toepassing van kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Hulpmiddelen
ISBN
Saunders, M. Lewis, P, and Thornhill, A., Research Methods for Business
Students (2012). Pearson. 0273750755
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
59
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1BE
Bedrijfsadministratie
3 EC
1.2.3
9 weken
Nederlands
Maarten Raangs
Korte beschrijving van de inhoud
Het onderdeel Bedrijfsadministratie is opgezet rond systemen waarmee ondernemingen hun
bedrijfsvoering soepel kunnen laten verlopen. Het ontwikkelen van vaardigheden die nodig zijn om
een gezond bedrijf te creëren en een succesvolle manager te worden, in combinatie met kennis van
het presenteren en interpreteren van financiële informatie, zijn kernelementen in dit
programmaonderdeel en bereiden je voor op je toekomstige carrière.
Werkvormen
Werkcolleges, opdracht en consultatie
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na afronding van de bouwsteen kan de student:
Werkvorm(en)
een balans samenstellen.
Opdracht
Werkcollege
en consultatie
een journaal maken.
Opdracht
Werkcollege
en consultatie
een grootboek maken.
Opdracht
Werkcollege
en consultatie
een kolommenbalans maken.
Opdracht
Werkcollege
en consultatie
omzetbelasting boeken.
Opdracht
Werkcollege
en consultatie
omgaan met enkele veel voorkomende
financiële feiten binnen de bedrijfsadministratie.
Opdracht
Werkcollege
en consultatie
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2 en 7
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Toepassing van kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Klerks-Van de Nouland, C.A.M. (2009) Introductie Bedrijfsadministratie.
Groningen: Noordhoff Uitgevers
Aanbevolen literatuur
ISBN
9001709982
60
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
61
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Schriftelijke Communicatie
3 EC
1.2.4.
9 weken gedurende module 2 van jaar 1
Toelating Bachelor
Onderzoek 1 en 2 (bronnen)
Nederlands
Jacqueline Rietveld
Korte beschrijving van de inhoud
De studenten moeten tijdens hun opleiding, maar ook in het werkende leven, regelmatig schriftelijk
communiceren. In dit onderdeel schrijven studenten een literatuurverslag, wat een weergave is van
wetenschappelijke kennis en onderzoek op een bepaald terrein. Verslagen, moduulopdrachten en scriptie
bevatten alle een gedeelte van literatuuronderzoek.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na afloop van de bouwsteen kan de student:
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Kennis
Een passende structuur gebruiken bij doel
en doelgroep
Literatuurverslag
Participatie
Hoorcolleges
Een passende stijl gebruiken bij doel en
doelgroep
Volgens de methode van Toulmin
een argumentatie opbouwen
In de volgende fases schrijven: bouwplan,
eerste opzet, herschrijven, vorm geven
op de APA manier bronnen vermelden in de
tekst en in de bronnenlijst
Een introductie schrijven op een probleem,
idee of praktijkvoorbeeld uit het werkveld en
kan de lezer motiveren verder te lezen.
Argumenten op een gebalanceerde wijze
weergeven ter ondersteuning van een
ingenomen standpunt, met behulp van
concrete, onderbouwde en gedifferentieerde
bewijzen.
Conclusies trekken en communiceren die
logisch, duidelijk en constant zijn met het
voorgaande in het document
Informatie correct samenvatten
Zonder spel- en stijlfouten een tekst
schrijven
Minimaal drie betrouwbare bronnen
gebruiken, waaronder een onderzoeksartikel
uit een veelal Engelse digitale databank van
Gastcollege
bibliothecaris
Studielandschap
62
Bouwsteendoelstellingen:
Stenden
Inzien
Na afloop van dit onderdeel is de student
zich bewust dat er meerdere versie nodig
zijn om tot het definitieve document te
komen
De student kan de betrouwbaarheid van
bronnen beter inschatten
Toepassen
De student schrijft een eigen
literatuurverslag volgens de aangeboden
richtlijnen
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Literatuurverslag
Participatie
Werkcolleges
Literatuurverslag
Participatie
Werkcolleges
De student demonstreert kritisch
denkvermogen in het analyseren,
interpreteren en evalueren van het
schriftelijke werk van derden
Participatie
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Communication
Hulpmiddelen
Stenden
Studielandschap
Stenden
Werkcolleges
Niveau van toetsing:
Toepassing van kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
geen
Aanbevolen literatuur
Haag, E., Dirven. (2005). Schrijven stappen, handboek voor verslaglegging
van literatuur onderzoek.
Internet bronnen (aanbevolen)
ISBN
63
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1FI
Financiering (BE 3)
3 EC
1.2.5
9 weken
Bedrijfsadministratie gevolgd
Nederlands
Maarten Raangs
Korte beschrijving van de inhoud
Na ordening van financiële mutaties (Bedrijfsadministratie), komt de interpretatie van de
uitkomsten aan bod. In dit programmaonderdeel ga je aan de slag met het interpreteren van
financiële gegevens.
Werkvormen
Hoor-/ werkcolleges, opdracht en consultatie
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na afronding van dit onderdeel ben je in staat
Moduulopdracht
om:
Werkvorm(en)
Hoorcolleges
werkcolleges
aan te geven welke soorten activa zich op de
debetzijde van de balans bevinden.
Opdracht
Hoor/werkcolleges
uit te leggen met welke soorten vermogen deze
activa zijn gefinancierd en het beste
gefinancierd kunnen worden.
Opdracht
Hoor/werkcolleges
uit omzet- en kostengegevens een winst- en
verliesrekening op te stellen.
Opdracht
Hoor/werkcolleges
uit informatie over geldstromen een
kasstroomoverzicht op te stellen.
Opdracht
Hoor/werkcolleges
de drie hiervoor genoemde financiële
overzichten te analyseren om tot een oordeel
over de financiële situatie van een
onderneming te komen.
activa zoals voorraden, debiteuren en liquide
middelen op een financieel verantwoorde wijze
te beheren.
Opdracht
Hoor/werkcolleges
Opdracht
Hoor/werkcolleges
de kengetallen die voor analyse nodig zijn te
berekenen en te interpreteren.
Opdracht
Hoor/werkcolleges
verbanden te leggen tussen de financiële
overzichten onderling en in samenhang met de
kengetallen.
de diverse vermogensvormen met hun
kenmerkende eigenschappen te benoemen en
hieruit in een gegeven situatie een
Opdracht
Hoor/werkcolleges
Opdracht
Hoor/werkcolleges
Hulpmiddelen
64
Bouwsteendoelstellingen:
verantwoorde keuze te maken.
op basaal niveau aan te geven of en waarom
een voorgenomen investering op financiële
gronden levensvatbaar zal zijn of niet.
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Opdracht
Hoor/werkcolleges
Cesuur
55%
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Boer de P., Brouwers, M.P. en Koetzier W. (2011). Basisboek Bedrijfseconomie.
Groningen: Noordhoff Uitgevers
Hulpmiddelen
ISBN
9001797881
65
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Recht 1
3 EC (84 uur studiebelasting)
1.3.1.
9 weken
Nederlands
Marjolein Hensen-Broeders
Korte beschrijving van de inhoud
Kennis van wet- en regelgeving behoort tot de basis van een HR-adviseur. Binnen dit onderdeel
maakt de student kennis met recht. Studenten verdiepen zich in het Nederlands rechtssysteem,
kunnen het onderscheid privaat- en publiekrecht maken en maken zich het privaatrecht en
arbeidsrecht eigen. Ook leren studenten juridische vaardigheden waaronder het toepassen van weten regelgeving en gebruiken van een wettenbundel.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na afloop van deze bouwsteen kan de student:
Werkvorm(en)
Hoorcollege
Concrete situaties herkennen waarin
rechtsregels een belangrijke rol spelen.
In concrete situaties relevante informatie
correct interpreteren.
Situaties waarin rechtsregels een belangrijke rol
spelen herkennen en een plan van aanpak
opstellen.
Veelgebruikt juridisch jargon begrijpen, zodat
hij/zij zowel mondeling als schriftelijk adequaat
kan communiceren met juridische en andere
professionals.
Juridische vaardigheden gebruiken
waaronder het toepassen van wet- en
regelgeving en het hanteren van een
wettenbundel.
MC Toets
Werkcollege
MC Toets
Werkcollege
MC Toets
Werkcollege
MC Toets
Werkcollege
MC Toets
Werkcollege
Cesuur
65%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
3, 6, 9
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Roest, O.A.P. (2013) Basisboek Recht, dertiende druk, Noordhoff Uitgevers.
Hulpmiddelen
ISBN
9789001815509
Wetteksten Hoger Onderwijs 2014/2015, Noordhoff Uitgevers. ISBN:
66
9789001834074
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1LB1
Loopbaan 1
3 EC
1.3.2
9 weken
Toelating Bachelor
Nederlands
Jan Peter Peterson
Korte beschrijving van de inhoud
Voor dit studieonderdeel gaan we er van uit dat je sinds kort stage loopt bij het loopbaanadviesbureau
"Werkwaarde". Je hebt je al verdiept in de organisatie, je weet welke diensten ze leveren en wie er zoal
werken. Nu is de tijd aangebroken om met het echte werk te beginnen; het begeleiden van cliënten met een
loopbaanvraagstuk.
Met je stagebegeleider heb je afgesproken dat je volgende week begint met je eerste cliënt. Dat betekent dat je
gelukkig nog voldoende tijd hebt om je hier goed op voor te bereiden. Je hebt boeken en aantekeningen van je
studietijd tot je beschikking en er is nog ruimte om eerst een gesprek van een andere collega te zien.
Om te beginnen kijk je in de map met aanmeldingen. Met welke cliënt ga jij een intakegesprek voeren? Wat is
de loopbaanvraag van de cliënt en hoe ga je dat begeleiden? Van alle informatie die je vooraf, tijdens en na de
begeleiding van de cliënt verzamelt, leg je een dossier aan. Je stagebegeleider heeft bovendien aangegeven dat
je niet alleen het kennismakinggesprek voert, maar ook een begeleidingsprogramma voor de cliënt zal
opzetten.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Werkvorm(en)
Beschrijven waarom theoretische modellen
voor loopbaanadvisering van belang zijn.
Leerverslag
Hoorcollege
De theorie van Holland ( RIASOC, congruentie,
differentiatie, consistentie) beschrijven
HollandZelfOnderzoek (HZO) maken.
Leerverslag
Hoorcollege
Leerverslag
Consultatie
De Fasen in de ontwikkeling beschrijven
Leerverslag
Hoorcollege
Het ontstaan van de zone acceptabele beroepen
(L.Gorrfredson) beschrijven
Leerverslag
Hoorcollege
Besluitvormen opnoemen.
Individuele
opdracht /
Hoorcollege
Hulpmiddelen
67
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Eindgesprek
Leerverslag
Werkvorm(en)
Loopbaancompetenties op de arbeidsmarkt
opnoemen.
OP een actieve en effectieve manier communiceren
met groepsgenoten door actief te luisteren, door
door te vragen en door zijn/haar mening te delen met
teamleden.
Opnoemen welke fasen in een intakegesprek zijn
Eindgesprek
Werkcollege
Groepsopdracht
Consultatie
Individuele
opdracht
Werkcollege /
Rollenspel
Beschrijven welke basisgesprekvaardigheden je
vooral gebruikt in een intakegesprek
Opnoemen welke gespreksonderwerpen af te leiden
zijn uit de 5 besproken invalshoeken
Individuele
opdracht
Consultatie
Individuele
opdracht
Werkcollege
Na het werkcollege een intakegesrek op film
opnemen. Het begrip loopbaanbegeleiding uitleggen.
Uitleggen hoe het intakegesprek zich verhoudt tot de
daarop volgende begeleiding.
Goede begeleidingstechnieken en –instrumenten
vinden.
Uitleggen hoe een verbatim er uit moet zien. Het nut
ervan uitleggen en interventies benoemen.
Opnoemen welke typen loopbaanvragen bestaan.
Individuele
opdracht
Rollenspel
Individuele
opdracht
Consultatie
Individuele
opdracht
Consultatie
Individuele
opdracht /
Eindgesprek
Individuele
opdracht
Consultatie
Consultatie
Aangegeven wat een passend aantal
gespreksmomenten zijn.
Individuele
opdracht /
Eindgesprek
Individuele
opdracht
Cesuur
55%
Sociale stratificatie en herkomst beschrijven
Een reflectie over het gevoerde intakegesprek
schrijven.
Beoordelen welk begeleidingsprogramma passend is
voor welk type loopbaanvraag en aangeven waarom.
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
5 en 12
Hulpmiddelen
Hoorcollege
Consultatie
Consultatie
Niveau van toetsing:
Kennis en Inzicht
Toepassing van kennis en inzicht
Analyseren, synthetiseren
68
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Understanding Careers, Inkson (2007)
DVD met voorbeeld intakegesprek (wordt uitgereikt door docent)
ISBN
9780761929505
Aanbevolen literatuur
Spijkerman, R. en Admiraal, D. (2000). Loopbaancompetentie, management
van mogelijkheden. Samson
Baalbergen J., Nap J., e.a. (2002). Het palet van loopbaanland. Een verkenning
van de achtergronden en de praktijk van loopbaanbegeleiding in de domeinen
onderwijs, arbeid en sociale zekerheid. Den Haag: uitgeverij LEMMA.
Bienemann, M. en Spijkerman, R. (2002). RAAK, sleutels voor
loopbaanplanning. Leeuwarden: LDC.
Bienemann, M, en Spijkerman, R. (2004). Vang je eigen schaduw, werkboek
voor leven en loopbaan. Zaltbommel: Thema.
Bienemann, M., Spijkerman, R., Reekers, M.(2005). De seniorcode, Je
loopbaan na je 45ste. Zaltbommel: Thema.
Bienemann, M., Spijkerman, R., Reekers, M.(2009).Door de wol geverfd, Je
loopbaan na je 40ste.Zaltbommel: Thema.
Bienemann, M., Mijland, E. , Reekers, M.,Spijkerman, R. (2007)
Ik ga voor werk dat me raakt. Hoe past dit in mijn loopbaan?
Ik ga voor creativiteit. Hoe past dit in mijn loopbaan?
Ik ga voor de top. Hoe past dit in mijn loopbaan?
Ik ga voor vrijheid. Hoe past dit in mijn loopbaan?
Ik ga voor de ultieme uitdaging. Hoe past dit in mijn loopbaan?
Ik ga voor een betere wereld. Hoe past dit in mijn loopbaan?
Ham, M. van der (2008). Duurzaam coachen, arbeidsgerelateerde coaching met
een blijvend effect. Nelissen
Luken, T. (2000). Innovatie in beroepskeuze en loopbaanbegeleiding
69
Martens, A.,Spijkerman, R. (2006). Zelfkennis.
Martens, A.,Spijkerman, R. (2000). Arbeid kiezen en delen. Alphen aan de
Rijn: Samsom.
Reynaert, W. en Spijkerman, R. (volledig herziene druk 2009).
Loopbaandilemma’s.Leeuwarden/ ’s Hertogenbosch:Malmberg/LDC
Spijkerman, R.,Vloet, K. redactie. ( 2001). Spiegel voor begeleiders.
Apeldoorn/Leuven: Garant.
Spijkerman, R.(2005). Loopbaangesprekken. Zaltbommel: Thema.
Spijkerman, R., Admiraal, D.(2000).Loopbaancompetentie.Alphen a/d Rijn:
Samsom.
Spijkerman, R. & Bienemann, M.(2009). Het werkvormenboek, 40
loopbaanoefeningen die werken. Zaltbommel: Thema.
Tijdschriften Loopbaan of Dekanoloog
Vinke, R. (2004). Zoeken naar Intrinsieke motivatie. Reed Business BV
Websites LDC, NVS-NVL, Kennisnet.nl, beroepskeuze.nl , loopbaanadvies.net ,
boaborea.nl.
70
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1AM1
Arbeidsmarkt
3 EC
1.3.3
9 weken
Nederlands
Maarten Raangs
Korte beschrijving van de inhoud
Binnen veel organisaties is een strakke personeelsplanning. Op het moment van uitval wordt de
betreffende ondernemer geconfronteerd met onderbezetting. Een uitzendbureau, gespecialiseerd in
deze branche, kan deze uitval opvangen door geschikt personeel uit te zenden op momenten dat
daar behoefte aan is. Tijdens dit onderdeel geeft een uitzendbureau de opdracht om te onderzoeken
of het haalbaar is om onder een apart label een specialisatie op te zetten.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
Opdracht
student:
het aanbod op de arbeidsmarkt in een bepaald
gebied onderzoeken.
de vraag op de arbeidsmarkt in een bepaald
gebied onderzoeken.
trends en ontwikkelingen op de
arbeidsmarkt bepalen.
een concurrentieanalyse uitvoeren.
een presentatie geven over het
uitgevoerde onderzoek.
Opdracht en
leerverslag
Opdracht en
leerverslag
Opdracht en
leerverslag
Opdracht en
leerverslag
eindpresentatie
Werkvorm(en)
Project
Hulpmiddelen
PGO
PGO
PGO
PGO
PGO
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2 en 4
Niveau van toetsing:
Kennis en Inzicht
Toepassing Kennis en Inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Desk en Fieldresearch
Aanbevolen literatuur
Kotler, P. et al. (2006). Principes van marketing. Amsterdam: Pearson
Prentice Hall
Verhoeven, N. (2009). Wat is onderzoek? Den Haag: Boom Onderwijs
Zwegers, J.M.M. (2010). Organisatie en arbeidsmarkt. Kluwer
ISBN
9043016225
9059316711
9013021735
71
Berghuis, E. (2008). Arbeidsmarktdynamiek: ontwikkelingen in
(inter)nationaal perspectief. Boom onderwijs.
9047300491
Werf van der S., (2007). De verdeling van arbeid: een verkenning van
vraag en aanbod, beleid en sociale zekerheid. Coutinho.
9046900320
Bekker, S. (2005). Jong en oud op de arbeidsmarkt: generaties, transities
en levensloop. Reed Business Information
9059016815
Soest, E. van (2003). Arbeidsvoorziening. LEMMA
9059317378
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
www.werk.nl, www.rabobank.nl en www.cbs.nl
72
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
SLB 1.2
Studieloopbaan-begeleiding 1.2
3 EC
1.3.4
1 semester
Toelating bachelor
Nederlands
Danny Beetsma
Korte beschrijving van de inhoud
Het aanleren van de grondprincipes van systematische, geplande ontwikkeling van competenties
krijgt in het eerste jaar veel aandacht. Daarnaast is het eerste jaar een jaar van oriëntatie ,zowel een
oriëntatie op de opleiding HRM zelf, als op het werkveld van HR. Belangrijk is dat je na het eerste jaar
zeker weet of je de goede opleiding hebt gekozen of niet.
Al deze onderwerpen komen aan de orde in tien bijeenkomsten en individuele gesprekken, die
verspreid over het studiejaar worden verzorgd door je studiecoach. Gedurende het jaar werk je
planmatig aan leerdoelen die je gedurende het jaar vaststelt en eventueel bijstelt. Elke keer als je aan
je leerdoelen hebt gewerkt, leg je schriftelijk vast op welke manier je gewerkt hebt aan de eigen
ontwikkeling en welke vorderingen je gemaakt hebt. Je studiecoach beoordeelt dit document
(portfolio) halverwege en aan het eind van het eerste studiejaar.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
De opleiding en het HR werkveld te beschrijven
Bijeenko msten
studielo
opbaancoaching
Werkvorm(en)
Werkcolleges
Hulpmiddelen
Participatie
Portfolio
Je eigen visie op studeren, het werkveld en de
opleiding te benoemen
M.b.v. de feedback die je krijgt, je sterke punten en
ontwikkelpunten te herkennen
Je eigen sterke punten en ontwikkelpunten waar te
nemen
Een reflectie te geven op je eigen ontwikkeling
Aan te geven waarom de opleiding HRM al of niet een
goede keuze is
SMART leerdoelen op te stellen
Te oefenen met nieuw gedrag
73
Bouwsteendoelstellingen:
Cesuur
Toetsvorm(en) Werkvorm(en) Hulpmiddelen
55% op portfolio 80% op participatie
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Niveau van toetsing:
Leervaardigheden
Toepassing van kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Bloemen, P en Dekkers, J. (2013). Greep krijgen op je studieloopbaan,tweede
volledig herziene druk, OAB Dekkers.
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
74
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Onderzoek 2
3 EC
1.3.5.
9 weken gedurende module 2 van jaar 1
Toelating Bachelor
Schriftelijke communicatie (bronnen)
Nederlands
Jacqueline Rietveld
Korte beschrijving van de inhoud
In Onderzoek 1 zijn de basisprincipes van onderzoek doen aan de orde geweest en heeft
de student geoefend met het doen van kwalitatief onderzoek en het coderen van
transcripten. In het onderdeel Onderzoek 2 leert de student op een methodische wijze
een kleinschalig kwantitatief onderzoek te verrichten en daar verslag van te doen.
Opnieuw worden alle stappen en fasen van het onderzoeksproces doorlopen. De cursus
wordt afgesloten met een onderzoeksverslag van een (zelf gekozen) onderzoeksvraag.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Weten:
Een onderzoeksplan maken
participatie
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Colleges
Opdracht
Consultaties
Een tijdspad opstellen
Beschrijven waaruit een onderzoeksplan is
opgebouwd
Op basis van een beperkt literatuuronderzoek een
conceptueel model opzetten en de begrippen
definiëren
Begrippen omzetten in meetbare instrumenten voor
een survey interview
Keuzes maken voor de wijze waarop enquêtes
uitgevoerd moeten worden
keuzes maken voor de wijze waarop bij enquêtes
respondenten en deelnemers benaderd dienen te
worden
een codeboek opstellen
een aantal eenvoudige, beschrijvende analyses van
telkens één of twee variabelen beschrijven,
herkennen, uitvoeren en interpreteren
gegevens overzichtelijk weergeven in een grafiek of
tabel
75
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Participatie
Colleges,
consultaties
en opdracht
Participatie
Colleges,
consultaties
en opdracht
Hulpmiddelen
een aantal samenvattende eigenschappen van
variabelen beschrijven (centrum maten, modus,
mediaan, gemiddelde, gewogen gemiddelde,
standaard deviatie, kruistabel)
deze samenvattende eigenschappen herleiden
(berekenen)
enkele basistechnieken met behulp van SPSS of Exell
uitvoeren
een stuk tekst samenvatten en begripsmatig zodanig
beschrijven dat het antwoord geeft op voorafgestelde
onderzoeksvragen
de aspecten van kwantitatief onderzoek ten aanzien
van betrouwbaarheid en validiteit benoemen
Inzien
De student ontdekt het belang van
literatuuronderzoek voor het ontwikkelen van
een conceptueel model en het operationaliseren
van de enquete
De student ziet het belang van de
steekproeftrekking
Toepassen
De student kan een kleinschalig
kwantitaief onderzoek opzetten,
uitvoeren en rapporteren
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2
55%
Niveau van toetsing:
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Saunders, M. Lewis, P, and Thornhill, A., Research Methods for Business
Students (2012). Pearson. 0273750755
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
76
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1VP
Vergaderen/ Presenteren
3 EC
1.4.1
9 weken
Toelating Bachelor
Nederlands
Jan Peter Peterson
Korte beschrijving van de inhoud
Bij het onderdeel presenteren word je je bewust van de non-verbale aspecten van communicatie.
Je leert hoe je een presentatie voorbereidt en opbouwt. Je leert welke hulpmiddelen je op welke
manier kunt inzetten. Je leert vooral om boeiend en overtuigend te zijn. Tenslotte leer je ook hoe je
een presentatie van iemand kunt beoordelen en op welke manier je opbouwende kritiek kunt
leveren.
Ook bij het onderdeel vergaderen word je je bewust van de non-verbale aspecten van
communicatie. Je leert de spelregels van een vergadering, maar je leert ook welke processen in een
vergadering binnen een groep kunnen spelen. Je leert hoe je een vergadering voorbereidt, hoe je
als voorzitter een vergadering leidt en hoe je als deelnemer een effectieve bijdrage aan een
vergadering levert.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Werkvorm(en)
Productenmap en
Participatie
Werkcolleges
2. kun je een presentatie houden:
- je laat zien hoe je een presentatie
voorbereidt;
- je laat zien hoe je een presentatie
opbouwt;
- je laat zien hoe je een presentatie
ondersteunt (bijvoorbeeld met
Powerpoint);
- je laat zien dat je je publiek kunt boeien
- je laat zien dat je constructieve
feedback op een presentatie kunt geven.
Individuele
presentaties en
groepspresentatie
en
Productenmap
Werkcolleges
3. weet je hoe je moet vergaderen:
Productenmap en
participatie
Rollenspelen
tijdens
werkcollege
1. weet je hoe communicatie werkt en
wat de rol is van non-verbale
communicatie
je weet en laat zien hoe je een vergadering
voorbereidt;
Hulpmiddelen
Prezi/PowerPoint
je laat zien hoe je een vergadering als
voorzitter leidt;
je laat zien hoe je als deelnemer actief een
goede bijdrage aan de vergadering levert.
77
Bouwsteendoelstellingen:
Cesuur productenmap
Participatie
Toetsvorm(en)
55%
85%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 9 en 12
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Weten
Inzien
Toepassen
Analysereen
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
e
Gramsbergen-Hoogland, Y.H. & Van der Molen, H.T. (2013). Gesprekken in organisaties (5
gew. dr.). Groningen: Wolters-Noordhoff.
ISBN
978-90-01-81542-4
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen)
Nuttige websites over vergaderen:
http://www.leren.nl/cursus/professionele-vaardigheden/vergaderen/
Prachtig! Compleet, duidelijk, met mooie hyperlinks.
http://www.leren.nl/cursus/sociale-vaardigheden/overtuigenbeinvloeden/basisbegrippen.html
Via de zelfde site. Vertaling van een Amerikaanse cursus. Very American, but
useful all the same.
http://www.carrieretijger.nl/functioneren/samenwerken
Rijk gevulde site, ook met goede informatie over vergaderen, dat hier gezien
wordt als een vorm van samenwerken.
http://www.youtube.com/watch?v=YPrAC2gjU8I
“Youtube’je” over vergaderen: hilarisch !
http://www.rug.nl/noordster/mondelingevaardigheden/voorstudenten/verg
aderen
http://www.rug.nl/noordster/mondelingevaardigheden/voorstudenten/disc
ussieren
Een discussie leiden (rol voorzitter).
http://www.rug.nl/noordster/mondelingevaardigheden/voorstudenten/argu
menteren
Een beetje technisch, maar direct van toepassing op de week waarin
structureren en argumenteren wordt behandeld.
Van managementsite.nl, ook rijk gevuld; bovendien toepasbaar in andere
78
domeinen, zoals Techniek of Social Work:
http://www.managementsite.nl/2421/persoonlijke-effectiviteit/vergaderenhoe-moet-dat-al-weer.html
http://www.managementsite.nl/2167/performance-management/5-tipsefficint-vergaderen.html
http://www.managementsite.nl/2757/persoonlijke-effectiviteit/9-tips-omeffectief-vergaderen.html
http://www.managementsite.nl/4519/persoonlijke-effectiviteit/12-tipssnelle-vergadering.html
http://www.managementsite.nl/2018/persoonlijke-effectiviteit/vergaderingtips.html
Vergadertips.
http://www.managementsite.nl/2467/self-assessments/checklist-leidenvergadering.html
Checklist voor het leiden van een vergadering.
http://www.managementsite.nl/175/self-assessments/hoe-vergaderenlastige-mensen.html
Vergaderen met lastige mensen.
Nuttige websites over presenteren:
Universiteit Twente
Een korte online cursus presenteren, gericht op je ontwikkeling, met een
handige voor- en nameting.
http://iwp.cs.utwente.nl/Vaardigheden/6-Presenteren/Voormeting/voormeting.html
Learnit
Een heldere online cursus presenteren met mooie oefeningen.
http://www.learnit.nl/gratiscursus/cursus_presenteren/
Carrièretijger
http://www.carrieretijger.nl/functioneren/communiceren/mondeling/modellen/presentati
e
Rijksuniversiteit Groningen
http://www.rug.nl/noordster/mondelingevaardigheden/voorstudenten/pres
enteren/index
http://www.rug.nl/education/other-study-opportunities/hcv/mondelingevaardigheden/voor-studenten/poster-presentatie
Over posterpresentaties:
Over Powerpoint, in het Engels, but so instructive:
79
http://www.presentation-skills.biz/presentation-delivery/how-not-topresent-with-powerpoint.htm
En verder….
Over Lichaamstaal
Een schat aan informatie over non verbale communicatie en lichaamstaal,
ook bij presenteren en vergaderen.
http://www.lichaamstaal.nl/lichaamstaal.html?presentatie.html
Over argumenteren
http://www.argumentenfabriek.nl/
Een aantal journalisten en wetenschappers heeft er zijn werk van gemaakt om de argumenten
van complexe problemen helder in kaart te brengen: de argumentenfabriek.
80
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR1OM
Operationeel Management
3 EC
1.4.2
9 weken in module 4 jaar 1
Nederlands
Frederiek Dekens
Korte beschrijving van de inhoud
Binnen operationeel management maken de studenten kennis met de operationele processen
binnen organisaties, hoe middelen ingezet kunnen worden, hoe processen gestuurd en gepland
kunnen worden en wat de relatie is tot HRM.
Gedurende 8 weken worden hoorcolleges verzorgd en wordt in week 9 een toets afgenomen met
kennis-, inzicht en toepassingsvragen.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
de stappen van het ontwerpproces voor een
Kortedienst of productieproces uitleggen
antwoordentoets
de inzet van middelen (mensen, faciliteiten,
Kortemachines, verbruiksgoederen) verklaren
antwoordentoets
aangeven welke criteria te gebruiken zijn voor
Korteplanning en sturing van de operationele
antwoordenprocessen
toets
de planning van operationele processen
Korteverklaren
antwoordentoets
uitleggen onder welke omstandigheden een
Kortemajeure wijziging van de operationele
antwoordenprocessen geboden is (o.a. BPR);
toets
uitleggen hoe een dergelijke wijziging kan
worden doorgevoerd
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
6
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Hoorcollege
Hoorcollege
Hoorcollege
Hoorcollege
Hoorcollege
55%
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Toepassen kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Schulp, Jan A. , Walstra, J. & Janssen, E.M.G. (2010). Operationeel
management in de dienstverlening, 2e Editie. Amsterdam, Pearson Education
Benelux
Aanbevolen literatuur
Lovelock, Christopher H., & Jochen Wirtz (2006). Dienstenmarketing –5e
editie. Amsterdam, Pearson Education Benelux
Lovelock, Christopher H., & Jochen Wirtz (2004). Services Marketing –
81
People, Technology, Strategy. 5th edition. Upper Saddle River, N.J. Pearson
Prentice Hall
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
82
83
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Taal bouwsteen:
HRMAR1
Marketing 1
3 EC
1.4.1
1 periode
Geen
Nederlands
Korte beschrijving van de inhoud:
In deze bouwsteen maakt de student kennis met het vakgebied marketing. Wat is
marketing, hoe organiseer je dit, welke vormen zijn er etc.
Vervolgens wordt ingegaan op de omgeving, met welke factoren moet een marketeer
rekening houden (op macro- en microniveau).
Aansluitend wordt er aandacht geschonken aan de doelgroep, op wie wil een bedrijf zich richten.
Hierbij is de eerste stap dat je de totale markt onderverdeelt in kleinere segmenten met
gelijksoortige kenmerken. In deze bouwsteen wordt er ingegaan op hoe je dat effectief kunt
doen. Als de totale markt in kleinere segmenten is verdeeld, kies je voor het marktsegment
waar jij je
marketingactiviteiten op wilt gaan afstemmen, hiermee heb je de keuze voor je
doelgroep gemaakt.
Na het identificeren van je doelgroep ga je als bedrijf je positioneren binnen het segment.
De positionering is de plaats die het product, merk of dienst in de ogen van de consument
inneemt in vergelijking met de concurren.
De positionering vormt de basis van de daadwerkelijke marketingactiviteiten.
Werkvormen
Per week is er een hoorcollege (1 lesuur): hierin wordt een toelichting gegeven op de
stof die voor deze week op het programma staat.
Daarnaast is er per week een werkcollege (2 lesuren): hierin worden de opgaven en
cases behandeld behorend bij de stof die voor deze week op het programma staat.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
84
1. De student kan de
marketingmanagement
concepten onderscheiden.
2. De student kent de termen
maatschappelijk
verantwoordelijkheid en
marketingethiek.
3. De student kent het
verloop van de
beslissingsprocessen bij
klanten en de
beïnvloedende factoren.
4. De student kent het
perceptieproces van de
klant.
5. De student kent de
verschillen tussen
goederen en diensten.
6. De student heeft inzicht in
het strategisch
marketingmanagementproc
Schriftelijk tentamen
De
verdeling over de stof
is evenredig. Met de
open vragen wordt
vooral toepassing
getoetst.
HC en WC
Rekenmachine,
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
85
7.
8.
9.
10.
11.
es, de onderdelen daarvan
en mogelijke hulpmiddelen
daarbij.
De student kent de
verschillen tussen
consumenten en zakelijke
klanten en heeft inzicht in
de marketingimplicaties
hiervan.
De student kan op basis
van relevante criteria de
markt segmenteren en
segmenten beschrijven.
De student kan op basis
van marktsegmentatie een
aantrekkelijke doelgroep
kiezen.
De student kan
positioneringstrategieën
formuleren.
De student kent het belang
van klantrelaties en
concurrentievoordeel
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
DC 4. Bepalen en verstrekken van financieeleconomische en fiscale informatie voor
besluitvorming.
BoKs
Marketing
Niveau van toetsing:
N2: Inzien
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Kotter, Marketing
ISBN
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
Actuele artikelen en publicaties die in deze bouwsteen zijn verwerkt
(aanbevolen/verplicht)
86
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
1.4
Business English 2
3 EC
1.4.5.
9 weeks
B1
English
Drs. Ms. Tatiana Naaijer-Ciff
Korte beschrijving van de inhoud
Students will cover the following functions at this level: greetings and introductions, meetings and
negotiations, business letter, email, memo and report writing. On completion of this course, they
will have a sound grasp of the rudiments of the English language and will be able to communicate
effectively in the business environment.
There is also a focus on English grammar and vocabulary, which directly relates to the before
mentioned skills.
Doelstellingen
The competences developed in this course include:
Knowledge and understanding of business terminology
Knowledge of methods and techniques useful in basic business life
The capacity to study, understand and evaluate relevant business publications and writings
The capacity to report (orally and in writing) in English on different aspects of business and using
different methods
Critical evaluation of your peers’ work
After completing this course, you are knowledgeable about the most important aspects of business
English. You will also be able to understand basic business terminology, writings and listening
passages. You will be able to produce basic business English writing and speaking texts and
passages at a B2-C1 level (Common European Framework CEF).
Work forms
The course is based on exercices that combine different skills and utilise both receptive and
productive factors of language in context learning. These exercises focus on realistic situations that
may arise in any professional business lifestyle. The skills are:
reading (newspaper and magazine articles, reports, graphs)
writing (memos, emails, reports, business letters, minute taking, press releases, guidelines)
listening (general conversations, interviews, presentations, meetings)
speaking (meetings, brainstorming, negotiations, press conferences, debates)
presenting (plans, press conferences, individual business plans)
The following tools will be utilized in the autonomous learning aspect of the course:
Portfolio
Practice file (can be purchased and studied independently)
Test methods:
Part
Weight
Norm grade
A) Written Test
B) Oral Test
50%**
50%**
5.5
5.5
87
Average**
5.5
of A + B
** Components cannot compensate for each other, both parts need to reach
at least 5.5 to be averaged. If one component scores below the norm, your
maximum mark will be a 5.
Final Grade
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Market Leader Upper Intermediate by Cotton, Falvey & Kent, 3rd edition
Aanbevolen literatuur
ISBN
9781408237090
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
88
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Ontslag
3 EC (84 uur studiebelasting)
1.4.5.
9 weken
geen
Nederlands
Marjolein Hensen-Broeders
Korte beschrijving van de inhoud
Een werkgever wordt verwacht op de hoogte te zijn van alle geldende wet- en regelgeving.
Nog belangrijker is, dat een werkgever, wet- en regelgeving op een correcte manier weet toe
te passen. Als wet- en regelgeving verkeerd wordt toegepast kan dit grote (financiële)
consequenties hebben. De kans op een financiële claim wordt steeds groter bij het
juridiseren van de samenleving. Conflicten worden niet meer uit de weg gegaan en de gang
naar de rechter niet geschuwd. Ook in arbeidsrelaties is dit een tendens. En daarbij laten niet
alleen werkgevers laten zich bijstaan door deskundigen, maar ook werknemers.
In het licht van bovenstaande is kennis van -de in de praktijk bestaande- ontslagprocedures
onmisbaar. Dit is uiteraard helemaal van belang voor iedereen die zich binnen een
onderneming bezig houdt met Human Resource Management (HRM)/ Personeel en
Organisatie (P&O) zoals bijvoorbeeld een personeelsfunctionaris of Officemanager.
Werkvormen
PGO
Moduulopdracht (MO)
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
Opdracht
student:
Werkvorm(en)
Project
Weten:
Alle in de in de praktijk- bestaande ontslagprocedures
te benoemen.
Opdracht +
participatie
PGO + MO
Een praktisch, uitvoerbare, oplossing rondom een
specifieke ontslagsituatie te geven.
Opdracht +
participatie
PGO + MO
Een schriftelijk beleidsvoorstel met
betrekking tot ontslag te schrijven
Opdracht +
participatie
PGO + MO
Cesuur
55% voor Opdracht
80% voor participatie
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
3,6,9
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Kennis en Inzicht
Toepassen Kennis en Inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Roest, O.A.P, Basisboek recht, dertiende druk, Noordhoff Uitgevers.
89
Leerboek HRM, Kluytmans, eerste druk, 2010.
Wetteksten Hoger Onderwijs 2014/2015
Aanbevolen literatuur
Schets van het Nederlandse Arbeidsrecht Bakels,P. MR, I.P.(meest recente
druk).
Schets van het Nederlandse arbeidsrecht, Bakels, Prof. Mr. I.P. Asscher-Vonk
en Prof. Mr. W.H.A.C.M. Bouwens (meest recente druk).
Wetteksten Hoger Economisch Onderwijs 2012-2013. (…druk)
Arbeidsrecht, Marion Treep, meest recente druk , Boom Lemma uitgevers, Den
Haag
Juridische Vaardigheden, Vaardig met arbeidsrecht- de ontbindingsprocedure
bij de kantonrechter. Boom Juridische Uitgevers, laatste druk.
Juridische Vaardigheden, Vaardig met arbeidsrecht- de UWVontslagprocedure. Boom Juridische Uitgevers, laatste druk.
Juridische Vaardigheden, Vaardig met arbeidsrecht- het collectief ontslag.
Boom Juridische Uitgevers, laatste druk.
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
90
Bijlage C
Nadere uitwerking van de onderwijseenheden van het curriculum voor de
post-propedeutische fase:
Overzicht onderwijsprogramma HRM Voltijd 2014-2015
Jaar 2 cohort 2013-2014
Periode 1
Periode 2
Periode 3
Periode 4
Vak
HRM 2
Bedrijfscommunicatie
Marketing 2
Conceptueel denken
Vak
Prestatie beoord.
HRM 3
CM/MD
Mond. comm. 3
Vak
Loopbaan 2
HRD 1
Mediation
Psych./Diagnostiek
Vak
Strategisch 1
Strategisch 2
Change management
SLB
VAS
RAG
Coaching
Adviesvaardigheden
Jaar 3 cohort 2012-2013
Periode 1
Periode 2
Vak
Strategisch HRM:
jaarplan
Vak
Ziekteverzuimbeleid
Stratisch HRM:
reorganisatie
Externe opdrachten
Externe opdr.
SLB 3
Strategisch HRD
Periode 3 en 4
Minor
Change and Innovation
module 3
International HRM
module 4
Healthy Careers
module 4
Arbeidsmarkt 2
Teambuilding
Arbeids/org.
Psychologie
Jaar 4
Vak
Stage
Scriptie
Schematisch overzicht Post- Propedeuse programma HRM 2014-2015
In aanvulling op de Moduultentamenregeling de doorstroomeisen in de Post-Propedeutische fase van de
opleiding HRM.
Toelaatbaarheid tot de stage HRM.
De student is in de Post-Propedeutische fase toelaatbaar tot de stage wanneer hij/ zij:
a) in het bezit is van 150 EC uit de P- en hoofdfase,
b) de onderwijseenheden onderzoek 1 & 2 succesvol heeft afgerond en
c) de onderwijseenheden SHRM en SHRD gevolgd heeft.
Toegepast onderzoek binnen de School of Business - EcoMLab
Toegepast onderzoek in het HBO wordt gezien als een cruciale aanjager voor innovatie. In het Sectorplan HBO
Noord Nederland, ‘Scholen voor Ambities’ii (Croon, 2010) wordt o.a. de versterking van transitie van de regio
naar duurzame economie als speerpunt genoemd voor de komende jaren, zoals met een biobased economy
(een economie die draait op biomassa als grondstof). Dat vergt op alle fronten meer aandacht en ruimte voor
innovativiteit en ondernemerschap van medewerkers en organisaties, gevoed vanuit onderzoek en praktijk. In
een Kennisakkoord Logtiek (2011) is afgesproken om zes regionale kennisdistributiecentra (KDC’s) te
91
ontwikkelen, die moeten zorgen voor een continue wisselwerking tussen werkveld en onderwijs. Hieraan zijn
verbonden: HvA te Amsterdam, HRO te Rotterdam, NHTV te Breda, Fontys te Venlo, HAN te Arnhem/Nijmegen
en Windesheim te Zwolle. Daarbij lijken de noordelijke provincies niet of onvoldoende te worden aangesloten.
Mede hierom is binnen Stenden bij de School of Business een onderzoekseenheid ingericht om op een
professionele wijze onderzoek te kunnen verrichten in het drieluik: onderzoek, onderwijs en werkveld
(Mannen, 2013). Het onderzoek richt zich vooral op bedrijfsspecifieke toepassingen en innovatie, waarbij het
bedrijfsleven middels kennisvalorisatie gebruik kan maken van de kennis en expertise die binnen de School of
Business aanwezig is, zodat zij hun bedrijfsvoering kunnen verbeteren. Kennisvalorisatie wordt opgevat als het
proces van waardecreatie uit kennis afkomstig uit alle disciplines, door kennis geschikt en/of beschikbaar te
maken voor economische en/of maatschappelijke benutting en te vertalen in producten, diensten, processen
en nieuwe bedrijvigheid.
Binnen de School of Business sluit onderzoek en onderwijs nauw op elkaar aan door
praktijk(onderzoeks)vraagstukken te integreren in het onderwijs. De School of Business heeft een achttal
onderzoekthema’s gekozen, die ook op natuurlijke wijze bij de opleidingen ondergebracht kunnen worden.
Alle thema’s zijn ondergebracht in de nieuwe onderzoekseenheid genoemd: EcoMLab.
Binnen dit EcoMLab doen studenten onderzoeksvaardigheden op in de praktijk die onontbeerlijk zijn voor de
professional van de 21e eeuw, waarbij de inhoud van deze thema's direct relevant zijn voor deze professional.
Aan de toekomstige professionals worden door voortschrijdende globalisering en informatisering steeds
hogere eisen gesteld en studenten moeten zich nu inhoudelijk goed voorbereiden op de aan hen gestelde
eisen.Studenten worden vanuit Ondernemen NU! actief betrokken bij de uitvoering van praktijkonderzoek,
gericht op de acht thema’s die centraal staan binnen het EcoMLab. Daar waar mogelijk vindt de
onderzoekscomponent binnen een onderwijsmoduul plaats in de praktijk.
Het werkveld brengt in deze opzet actuele en relevante onderwerpen aan die aansluiten op de thema’s van
het EcoMLab en biedt een netwerk voor zowel studenten als Stenden. De onderzoeksgroep Ondernemen NU!
valoriseert kennis en vertaalt de vraagstukken uit de praktijk naar onderzoeksopdrachten die een plaats krijgen
in de curricula, waarbij vanuit het onderwijs nieuwsgierige en geïnteresseerde studenten aansluiten. Hiermee
kunnen zij zich ontwikkelen tot competente professionals die voldoen aan de eisen van het werkveld.
Een goed voorbeeld van de integratie is te zien bij de onderzoeksmodulen van ABA en de opleiding HRM
waarbij studenten actief gezocht hebben naar de drivers van vitaliteit van verschillende regio’s. Het thema, de
Digitale Maatschappij, onderzoekt met name de gevolgen van E-commerce voor bedrijven en logistieke
processen.
Maarten Raangs
Bruin, F. d. (2013). Hobeon, Lectoraat Logistiek Noord Nederland bij Stenden, haalbaarheidsonderzoek. Den
Haag.
Croon, B. &. (2010). Scholen voor Ambities, Sectorplan HBO Noord-Nederland 2010-2015,.
Mannen, A. (2013). Strategisch beleidsplan School of Business 2013-2017.
Wereldwijs. (2013). Wereldwijs Onderwijs en Onderzoek, de koers van Stenden 2013-2017. Leeuwarden.
92
Jaar 2
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2BC
Bedrijfscommunicatie
3 EC
2.1.1
9 weken
Basiscommunicatie, management
n.v.t.
Nederlands
Jane Klaarwater
Korte beschrijving van de inhoud
In dit onderdeel leert de student aan de hand van een communicatiestrategie en een
bedrijfscommunicatieplan op te stellen waarbij de interne en externe communicatie goed op elkaar
zijn afgestemd.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Niveau Bloom: weten
Werkvorm(en)
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
MC toets
PGO
MC toets
PGO
MC toets
Hoorcollege
Hulpmiddelen
Kan de student verschillende massa
communicatie theorieën noemen.
Niveau Bloom: weten
Kan de student verschillende
communicatiestrategieën noemen.
Niveau Bloom: weten
Kan de student de verschillende
communicatiestromen in een organisatie
noemen.
Niveau Bloom: inzien
Kan de student de relatie uitleggen
tussen bedrijfsidentiteit, bedrijfsimago
en bedrijfsreputatie.
Niveau Bloom: inzien
Kan de student uitleggen wat onder
employer branding wordt verstaan;
Niveau Bloom: inzien
Kan de student aangeven waar een
93
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
BedrijfsCommunicatieplan
PGO
Bedrijfscommunicatieplan
PGO
Bedrijfscommunicatieplan
PGO
Bedrijfscommunicatieplan
PGO
Bedrijfscommunicatieplan
PGO
Hulpmiddelen
effectieve tekst aan moet voldoen.
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student de belanghebbenden in
kaart brengen.
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student de communicatiedoelen
formuleren op een doeltreffende wijze
(met betrekking tot kennis, houding,
gedrag van de doelgroepen).
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student effectieve teksten ten
behoeve van media uitingen schrijven.
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student de boodschap in
verschillende media overbrengen, zowel
intern als extern.
Niveau Bloom: analyseren,
synthetiseren
Kan de student aan de hand van een
situatie-analyse een geïntegreerd
communicatieplan opstellen, waarbij
interne en externe communicatie goed
op elkaar zijn afgestemd.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 11
55% van 100 punten voor bedrijfscommunicatieplan
en
55% van 100 punten voor MC toets
Niveau van toetsing:
communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Herlé, M. en Rustema, C. (2012). Corporate Communication Worldwide.
Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers B.V.
Aanbevolen literatuur
ISBN
9001802443
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
94
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie:
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2HRM 2
Functiewaardering
3 EC
2.1.2
9 weken gedurende module 1 jaar 2
Jaar 1
Nederlands
Wolter van der Berg
Korte beschrijving van de inhoud
Bij HRM2 wordt de focus gelegd op het HR-instrument Functiewaardering. Studenten verdiepen zich
in de theorie van functiewaardering, weten welk effect functiewaardering heeft binnen een
organisatie en leren functies beschrijven. Ook wordt de relatie met belonen gelegd. Tevens worden
de rollen van HR-adviseur en leidinggevende in relatie tot functiewaardering uitgediept.
Wekelijks vindt een consultatiemoment plaats waarin studenten hun kennis delen met elkaar en de
docent en de voortgang bespreken van de opdracht.
Werkvormen
Consultatie
Opdracht
Eindgesprek
Individueel leerverslag, waarin aan het einde van de opdracht wordt gereflecteerd op de inhoud
van de opdracht, het groepsproces en het individuele leerproces.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteenoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na afronding van HRM2
Weten
kent de student de theorie van
Opdracht
functiewaardering
Eindgesprek
Inzien
begrijpt de student de rol van hr adviseur in het
functiewaarderingsproces.
Toepassen
stelt de student een functiebeschrijving op.
waardeert de student een functie volgens een
functiewaarderingssysteem.
doet de student een voorstel aangaande
onderhavig beloningsvraagstuk
voert de student een gesprek met de manager ,
verschaft overzicht en legt rol uit.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 6, 7.
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
55%
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Toepassing Kennis en Inzicht,
Oordeelsvorming
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Kluijtmans, F. (2014). Leerboek HRM, tweede druk, Noordhoff Uitgevers.
ISBN
95
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
96
Building block code:
Building block name:
Marketing 2
Study load:
Period:
Duration:
Entry level:
Building block language:
Module Coordinator:
420, 15 EC
2.1
9 weeks
Marketing Management
Nederlands
Rinke Bolster
Concise description of the contents:
Consumer behaviour has changed radically over the years and the communication channels are also
changing at a rapid rate. Services have become as important as products, if not more important in
certain situations. The Internet and ecommerce and other developments have brought about major
changes in marketing.
Despite all those changes, a number of aspects have remained unchanged. Consumers still look for
brands that do what they promise to do; brands that fulfil the promises they make in terms of
price-quality ratios, availability and experience. Marketing remains the business function that
determines the needs and wishes of the customer, then determines which submarkets can be
serviced the best, and then develops the best products, services and programs to service those
markets. The purpose of marketing is to satisfy the customer in a profitable way by building
valuable relationships with the customer. Marketers cannot do that on their own: they need to
collaborate closely with other people in the company and with other organisations in the value
chain to be able to offer the customer superior value.
Many people view marketing as advertising and sales. This is however not the case. Real marketing
is not so much about sales, as it is about knowing what the customer is asking for! Organisations
become market leaders by better understanding the customer’s needs and by offering solutions
that win over the customer with their excellent value, quality and service. All the advertising in the
world could not ever make up for the absence of customer satisfaction. Marketing is all about
making the same process that must lead to the fulfilment of the end user’s needs applicable to the
interaction with other groups. Paying customers only form one of the interest groups in our society;
it is important to also reach others that form part of our society.
Marketing is not the exclusive domain of production companies, wholesalers and retails, but also of
all sorts of other individuals and organisations. Lawyers, accountants, doctors, theme parks, tour
operators and TV stations all make use of marketing to regulate the demand for their services. The
same applies to hospitals, museums and artists. No politician will ever get the votes and no holiday
resort the tourists without producing and developing a proper marketing plan.
In this module, we will delve deeply into the basic principles of the subject, Marketing. It is not only
important to know how the consumer makes the purchasing decision, but especially how you can
influence and anticipate that process with your marketing policy. The marketing management
process forms the foundation of the subject of Marketing. The marketing management process is
the process whereby the marketer analyses the opportunities in the market, selects the target
group, composes the marketing mix and leads the marketing activities (Kotler, 2006: 26).
Knowledge and skills
97
Work forms
PBL, lectures, workshops, guest lectures, consultation hours, project group
Most important objectives and test methods:
Objective:
Gain insight into marketing strategy and
operationalization
Applied market research
Test method:
Written assignment
Part of the written assignment
PBL
98
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
VAS
Verplichte Algemene Studiepunt (VAS)
3 EC
2.1.4.
jaar
Nederlands
Jane Klaarwater
Korte beschrijving van de inhoud
Verplichte algemene studiepunten zijn bedoeld om je de verantwoordelijkheid te geven over het
invullen van een aantal studiepunten, waardoor je de mogelijkheid krijgt om je naar behoefte breed
of verdiepend te ontwikkelen.
Je kunt de activiteiten in hele studiepunten verrichten. Je kunt bijvoorbeeld een aantal dagen
meelopen bij een uitzendbureau, een opdracht uitvoeren voor een docent van HRM, meehelpen op
een open dag en een boek lezen. Je kunt natuurlijk ook lid zijn van de schoolkrant en meelopen in
het werkveld. Zo zijn er dus verschillende mogelijkheden om invulling te geven aan je verplichte
algemene studiepunten.
Houd zelf een gedetailleerde administratie bij van de uren die je aan de verschillende activiteiten
hebt besteed.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
In aanvraag te
fomuleren
student:
producten
Werkvorm(en)
opdracht
Hulpmiddelen
Competenties ontwikkelen die in het HR
beroepenveld van belang zijn
Laten zien dat hij kennis heeft opgedaan van
het beroepen- en opleidingenveld
zelf activiteiten plannen en organiseren en
hiervoor verantwoordelijkheid dragen
Verwoorden in zijn portfolio het beeld van de
werkzaamheden in het beroepenveld.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
1.
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Geen
Niveau van toetsing:
Toepassing kennis en inzicht
ISBN
99
geen
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
100
101
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Conceptueel denken (ontwerpen /creëren)
3 EC
2.1.5
9 weken
1e jaar HRM
Nederlands
Danny Beetsma
Korte beschrijving van de inhoud
De kern van deze onderwijseenheid is het bevorderen van het creatief en concept-denken. Je maakt daarbij
gebruik van diverse technieken, theorieën en oefeningen voor je bewustwording en verbeelding om te kunnen
innoveren. Frappa is opgebouwd rondom het concept koffie. Zo worden theoretische modellen weergegeven in de
vorm van koffiefilters. Figuurlijk omdat je na het creëren van zoveel mogelijk ideeën (divergeren), de informatie
moet filteren (convergeren). Daarnaast ook letterlijk omdat de meeste creatieve en conceptuele modellen in de
vorm van een lemniscaat, ijsberg of in de vorm van een filter kunnen worden weergegeven. Daarnaast is deze
Frappa drank ook erg luchtig. Met humor en door afstand te houden en te proeven, creëer je lucht in jouw
innovatieve proces en in je hoofd en lichaam. Misschien klinkt deze beschrijving nog aardig frappant en
abstract…maar daar leer je zelf helderheid in te scheppen.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Verschillende theoretische modellen ten aanzien
vancreatieve/conceptuele processen en bijbehorende
denkwijzen begrijpen.
werkcolleges
Werkvorm(en)
Opdracht
leerverslag
presentatie
Hulpmiddelen
Byttebier
Kan door het opdoen van filosofische kennis, los
komen van bestaande structuren en processen
(lateraal leren denken).
Kan verschillende theoretische modellen ten aanzien
van creatieve/conceptuele processen en bijbehorende
denkwijzen hanteren.
Kan door het uitvoeren van
bewustwordingsoefeningen, los komen van bestaande
structuren en processen (lateraal leren denken)
Kan bijdragen aan een creativiteitsstimulerend
klimaat.
Kan denken en werken in termen van concepten en
nieuwe concepten ontwikkelen
Wordt zich bewust van de eigen leerstijl, aannames en
paradigma’s en creëert een open houding
102
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Kan middels reflectie de eigen rol en positie in de
groep bepalen
Kan middels een pitch een vernieuwd
concept / visie / ideeën / of andere uitkomst
presenteren en onderbouwen, en de
werkwijze waarop deze ideeën tot stand
gekomen zijn uiteenzetten.
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Niveau van toetsing:
3, 6, 8
Toepassing Kennis en Inzicht
Oordeelsvorming
Communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
geen
Aanbevolen literatuur
Byttebier, I. (2002). Creativiteit Hoe? Zo! Tielt: Lannoo.
ISBN
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
103
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2PP
Prestatiebeoordeling en prestatiemanagement
3 EC
2.2.1
9 weken gedurende module 2 jaar 2
Vakken jaar 1 en HRM2
Nederlands
Wolter van der Berg
Korte beschrijving van de inhoud
Kennis van beoordelings- en beloningssystemen behoort tot de basisgereedschappen van
een HR-adviseur. Studenten maken niet alleen kennis met deze instrumenten, maar
diepen deze instrumenten ook uit en adviseren directie over het gebruik hiervan en de
gevolgen voor de organisatie.
Wekelijks vindt een consultatiemoment plaats waarin studenten hun kennis delen met elkaar en de
docent en de voortgang bespreken van de opdracht.
Werkvormen
Consultatie
Opdracht
Eindgesprek
Individueel leerverslag, waarin aan het einde van de opdracht wordt gereflecteerd op de
inhoud van de opdracht, het groepsproces en het individuele leerproces.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het onderdeel Prestatiebeoordeling en
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
prestatiemanagement
Weten
Kent de student de theorie rondom belonen en
beoordelen
Inzien
Kan de student beoordelingssystemen en
beloningssystemen verklaren
Toepassen
Kan de student beoordelingssystemen en
beoordelingssystemen toepassen op een
concrete vraagstelling.
Kan de student een adviesrapport schrijven
inzake beoordelen en belonen en de uitkomsten
van dit rapport presenteren.
Analyseren
analyse van de situatie een vraagstelling
formuleren.
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
leerverslag
eindgesprek
Opdracht
leerverslag
eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
leerverslag
eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
leerverslag
eindgesprek
104
Bouwsteendoelstellingen:
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 3, 7
Toetsvorm(en)
55%
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Toepassing Kennis en Inzicht
Oordeelsvorming
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Kluijtmans, F. (2014). Leerboek HRM, tweede druk, Noordhoff Uitgevers.
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
105
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2HRM 3
HRM3 Flexibilisering
3 EC
2.2.2
9 weken in module 2 van jaar 2
HRM1, HRM2, Loopbaan 1 gevolgd
Nederlands
Frederiek Dekens
Korte beschrijving van de inhoud
HRM 3 legt de focus op mobiliteit van medewerkers binnen en buiten de organisatie.
Studenten adviseren de directie van een grote schoolorganisatie hoe ze de medewerkers in
beweging krijgen, waardoor de (strategische) doelen van de organisatie behaald kunnen
worden en de organisatie een grote verandering kan ondergaan.
Wekelijks vindt een consultatiemoment plaats waarin studenten hun kennis delen met elkaar en de
docent en de voortgang bespreken van de opdracht.
Werkvormen
Consultatie
Opdracht
Eindgesprek
Individueel leerverslag, waarin aan het einde van de opdracht wordt gereflecteerd op de
inhoud van de opdracht, het groepsproces en het individuele leerproces.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Na afronding van HRM3
Weten
Kent de student de theorie rondom mobiliteit.
Inzien
Kan de student het belang van mobiliteit voor
organisaties en werknemers benoemen;
Kan de student vormen van mobiliteit
onderscheiden.
Toepassen
Kan de student kennis van mobiliteit
toepassen op beleidsuitgangspunten die
worden aangereikt.
Kan de student relevante HR-instrumenten
inzetten bij mobiliteitsvraagstukken.
Analyseren, synthetiseren
Kan de studenten de effecten van
voorgesteld organisatiebeleid op de mobiliteit
binnen de organisatie analyseren.
Kan de student oplossingsrichtingen
voorstellen ten aanzien van de discrepantie
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Hulpmiddelen
Leerboek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Opdracht
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
106
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
tussen de huidige en gewenste situatie
inzake mobiliteit binnen de organisatie.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
1, 6, 8, 9
55%
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Toepassing Kennis en Inzicht
Oordeelsvorming
Communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Kluijtmans, F. (2014). Leerboek HRM, tweede druk, Noordhoff Uitgevers.
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
http://www.hrpraktijk.nl
http://www.intermediair.nl
http://www.duurzameinzetbaarheid.nl
107
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2CM
Competentiemanagement / Management Development
3 EC
2.2.3
9 weken gedurende module 2 jaar 2
Vakken jaar 1
Nederlands
Wolter van der Berg
Korte beschrijving van de inhoud
Tijdens het onder competentiemanagement-ManagementDevelopment maken studenten
niet alleen kennis met deze HR-instrumenten, maar worden deze ook diepgaand
uitgewerkt. Hoe kunnen de instrumenten in een organisatie worden ingezet, wat vraagt
dit van de HR-adviseur, wat is de rol van de leidinggevende, hoe wordt een
competentieprofiel samengesteld en hoe staan de instrumenten in verhouding tot de
strategische doelen van een organisatie.
Wekelijks vindt een consultatiemoment plaats waarin studenten hun kennis delen met elkaar en de
docent en de voortgang bespreken van de opdracht.
Werkvormen
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Leerverslag waarin wordt gereflecteerd op de inhoud van de opdracht, het individueel leerproces
en het groepsproces.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van CM/MD:
Kent de student de theorie rondom Competentie Opdracht
Management
Eindgesprek
Werkvorm(en)
Opdracht
Eindgesprek
Kent de student de theorie rondom
Management Development
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Kent de student de relatie met andere
personeelsinstrumenten en de waarde van
koppeling
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Adviseert de student hoe CM en MD ingezet
kunnen worden om organisatiedoelen te helpen
bereiken cq problemen helpen op te lossen
binnen de organisatie
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2,3
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Kennis en inzicht
Toepassing Kennis en Inzicht
Oordeelsvorming
Literatuur
108
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Kluijtmans, F. (2014). Leerboek HRM, tweede druk, Noordhoff Uitgevers.
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
109
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2RAG
Reïntegratie / Arbeid / Gezondheid
3 EC
2.2.4
9 weken
n.v.t.
n.v.t.
Nederlands
Jane Klaarwater
Korte beschrijving van de inhoud
In dit onderdeel leert de student casemanagement binnen een organisatie toe te passen aan de
hand van de Wet Verbetering Poortwachter, de Arbowet en de Ziektewet.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Niveau Bloom: weten
Werkvorm(en)
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
Hulpmiddelen
Kent de student wet- en regelgeving
omtrent Arbeid en Gezondheid waaronder
de Wet Verbetering Poortwachter, de
Arbowet en de Ziektewet.
Niveau Bloom: weten
Verschillende soorten ziekteverzuim
noemen.
Niveau Bloom: weten
Noemen uit welke onderdelen een
reïntegratiedossier bestaat.
Niveau Bloom: weten
Weet de student wat reïntegratie in het 1e
spoor en reïntegratie in het 2e spoor is.
Niveau Bloom: inzien
Kan de student verschillende
psychologische theorieën met betrekking
tot Arbeid en Gezondheid uitleggen.
Niveau Bloom: inzien
Kan de student de onderdelen van
110
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
MC toets
Hoorcollege
Assessment
Sociaal
Medisch
Overleg
Assessment
Sociaal
Medisch
Overleg
Assessment
Sociaal
Medisch
Overleg
Opdracht
Sociaal
Medisch
Overleg
Assessment
Sociaal
Medisch
Overleg
Hulpmiddelen
casemanagement bij reïntegratie uitleggen.
Niveau Bloom: inzien
Kan de student het Sociaal
Zekerheidsstelsel in Nederland uitleggen.
Niveau Bloom: inzien
Kan de student uitleggen welke
zorgsystemen (Kwaliteit, Arbo en Milieu) er
zijn.
Niveau Bloom: inzien
Kan de student uitleggen wat de effecten van
„Occupational Health and Safety‟ Law zijn (USA).
Niveau Bloom: inzien
Kan de student specifieke groepen en hun
problemen met betrekking tot Arbeid en
Gezondheid schetsen.
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student wetgeving op het gebied
van Arbeid en Gezondheid toepassen.
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student een Sociaal Medisch
Overleg voeren met een bedrijfsarts en
leidinggevende. Kan de student
procesmanagement van reïntegratie
voeren.
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student de belangen en
mogelijkheden van interne en externe
partijen onderkennen en benutten.
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student een reïntegratiedossier
opstellen.
Niveau Bloom: toepassen
Kan de student interventies initiëren,
(laten) implementeren en evalueren.
111
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Cesuur
55% van de 100 punten voor MC toets
en
55% van de 100 punten voor het Sociaal
Medisch Overleg
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Niveau van toetsing:
3, 4, 9
Toepassen, kennis en inzicht
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Hulpmiddelen
ISBN
978 90 5871 576 0
Weijts, W. en Van Duinhoven, C. (2011). Casemanagement bij verzuim en
re-integratie. Zaltbommel: Thema.
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
www.uwv.nl
112
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2MC3
Mondelinge Communicatie 3 (HR gespreks- technieken)
3 EC
2.2.5
9 weken
Mondelinge Communicatie 1 en 2
Nederlands
Jan Peter Peterson
Korte beschrijving van de inhoud
De onderwijseenheid Mondelinge Communicatievaardigheden 3 bestaat uit de onderdelen
interculturele gespreksvoering, instroom-, doorstroom- en uitstroomgesprekken binnen
organisaties.
Aangezien in het werkveld sprake is van een toenemende mate van internationalisering en
medewerkers verschillende culturele achtergronden kunnen hebben, moet je in staat zijn om te
communiceren met leidinggevenden, medewerkers en cliënten ongeacht hun etnische en
maatschappelijke achtergrond. Binnen de opleiding HRM wordt derhalve aandacht besteed aan
interculturele gespreksvoering.
Daarnaast wordt van een professional in het HRM werkveld verwacht begeleiding en uitvoering te
kunnen geven aan instroom-, doorstroom- en uitstroomgesprekken binnen een organisatie. Onder
instroomgesprek wordt dan het selectiegesprek verstaan. Voorbeelden van doorstroomgesprekken
zijn: disciplinegesprek, slecht-nieuwsgesprek, gesprek ten aanzien van persoonlijke ontwikkeling
(POP), functioneringsgesprekken en beoordeling. Gesprekken ten aanzien van ontslag en
exitgesprekken zijn uitstroomgesprekken.
Instroomgesprekken vinden ook plaats bij organisaties die zich bezig houden met
arbeidsmarkttoeleiding. Te denken valt aan het voeren van een intakegesprek met
uitzendkrachten/gedetacheerden, een intakegesprek voor loopbaanadvisering en een intakegesprek
reïntegratie. Het intakegesprek voor uitzendkrachten/gedetacheerden komt tijdens deze
onderwijseenheid ook aan bod. De intakegesprekken voor loopbaanadvisering en voor reïntegratie
worden behandeld in respectievelijk onderwijseenheid loopbaan 1 (periode 1.3) en de minor
Individu.
113
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Werkvorm(en)
De begrippen ‘interculturele gespreksvoering’ en
‘systeemtheoretische visie’ uitleggen.
Productenmap
Werkcollege
Aangeven op welke wijze culturele verschillen
van invloed kunnen zijn op de gespreksvoering.
Productenmap
Werkcollege
De begrippen ‘cultuur’, ‘normen’, ‘waarden’ en
‘circulaire beïnvloeding’ uitleggen.
Productenmap
Werkcollege
Benoemen wat het TOPOI-model van Edwin
Hoffman inhoudt.
Benoemen wat het onderzoek van Geert
Hofstede inhoudt en op welke wijze de
uitkomsten van dit onderzoek toe te passen
zijn.
Productenmap
Werkcollege
Productenmap
Werkcollege
Het verschil uitleggen tussen F-, M- en Gculturen.
Productenmap
Werkcollege /
rollenspel
De interactiepatronen en de pyramide van David
Pinto benoemen.
Productenmap
Werkcollege
De drie stappen methode van David Pinto
uitleggen. Verschillende gespreksvaardigheden
zoals actief luisteren, parafraseren, doorvragen,
concretiseren, reflecteren van gevoel, open
vragen stellen, aandachtgevend gedrag,
samenvatten etc. ten toon spreiden spreiden in
de context van interculturele gespreksvoering.
Productenmap
Werkcollege
Verschillende instroomgesprekken benoemen.
Productenmap
Werkcollege
Verschillen tussen instroomgesprekken
aangeven ten aanzien van de inhoud en rol van
de gespreksleider.
Productenmap
Werkcollege
Een intakegesprek uitvoeren en hierbij relevante
gespreksvaardigheden en regulerende
vaardigheden tonen.
Productenmap
Rollenspel
De doelstellingen van en verschillen tussen een
functioneringsgesprek, beoordelingsgesprek en
disciplinegesprek benoemen.
Productenmap
Werkcollege
De doelstellingen en opzet van een POP
uitleggen. Eerder genoemde gesprekken uit te
voeren en hierbij
relevante gespreksvaardigheden inzetten en
regulerende vaardigheden tonen.
De doelstellingen van een exit-gesprek
benoemen en deze uitvoeren.
Productenmap
Werkcollege
Productenmap
Rollenspel
Hulpmiddelen
en
Assessment
114
Bouwsteendoelstellingen:
Een slecht-nieuwgesprek uitvoeren.
Toetsvorm(en)
Assessment
Werkvorm(en)
Rollenspel
Om verschillende
gespreksvaardigheden zoals actief
luisteren, parafraseren, doorvragen,
concretiseren, reflecteren van gevoel,
open vragen stellen, aandachtgevend
gedrag, samenvatten etc. ten toon
spreiden spreiden in de context van een
slecht-nieuws gesprek.
Assessment
Rollenspel
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
4, 6 en 12
Stenden-competentie:
Internationalisering: Je positief indentificeren en
omgaan met culturele verschillen in een internationaal
team.
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Weten
Inzien
Toepassen
Analysereen
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Gramsbergen; Hofstede; Hoffman
Aanbevolen literatuur









Chaney, L.H. & Martin, J.S. (2007). Intercultural
Business Communication. New Jersey: Pearson Prentice
Hall (ISBN 0-13*186009-7)
Gramsbergen-Hoogland, Y. & Molen van der, H. (2008).
Gesprekken in organisaties. Groningen/Houten: WoltersNoordhoff bv (ISBN 978 90-01-70625-8)
Hofstede G. (1991). Allemaal andersdenkenden.
Omgaan met cultuurverschillen. Amsterdam: Contact
(ISBN 90-254-6913-2)
Hoffman, E. & Arts, W. (1994). Interculturele
gespreksvoering. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van
Loghum (ISBN 90 313 1532 x)
Hoffman, E. (2009) Interculturele gespreksvoering.
Theorie en praktijk van het topoi-model. Houten: Bohn
Stafleu van Loghum (ISBN 978 90 313 6182 3)
Janssen, D. e.a. (2002). Zakelijke communicatie. Deel
2.
Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff bv (ISBN 90 01
43299 9)
Neuliep, J.W. (2009). Intercultural Communication. Los
Angeles: Sage Publications Inc. (ISBN 978-1-41296770-9 pbk)
Nunez, C., Nunez Mahdi, R. & Popma, L. ( 2007).
115


Interculturele Communicatie. Van ontkenning tot
wederzijdse integratie. Assen: Koninklijke Van Gorcum
BV (ISBN 978 90 232 4363 2)
Pinto, D. (2007). Interculturele communicatie een stap
verder. Houten: Bohn Stafleu van Loghum (ISBN 97890
313 5132 9)
Schermer, K. (2008). Interculturele samenwerking en
communicatie. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff bv
(ISBN 978 90 01 50097 8)
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)

http://www.geert-hofstede.com
116
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Loopbaan 2
3 EC
2.3.1
9 weken
Loopbaan 1
Nederlands
Jacqueline Rietveld
Korte beschrijving van de inhoud
Loopbaanmanagement wordt in dit onderdeel zowel vanuit het perspectief van de organisatie, van
de loopbaanadvisuer als het inidvidu behandeld. De organisatie streeft naar het verbinden van
individuele capaciteiten en ambities met de personele behoeften en mogelijkheden van een
organisatie. Maar je kunt loopbaanmanagement ook omschrijven als het managen van je eigen of
andermans loopbaan. Met negen metaforen van Inkson wordt een gemeenschappelijke taal voor
professionals in het werkveld geschapen, een taal om met cliënten en medewerkers te praten èn een
hulpmiddel waarmee zij zelf creatief naar hun loopbaan kunnen kijken.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Kennis
De stakeholders in een loopbaan te benoemen.
Participatie
opdracht
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Hoorcollege
Werkcollege
Opdracht
Inkson, K
Understanding
Careers 2014
De modellen van loopbaanmanagement uit te leggen.
Te benoemen waarom kennis van beroepen en
zelfkennis van belang zijn voor loopbaanmanagement.
Uit te leggen wat jobhunting is.
Sociologische begrippen als ‘field’ en ‘habitus’ een
deel van de verschillen en ongelijkheid in loopbanen
te verklaren.
De invloed van sociale klasse, etnische afkomst,
opleiding en geslacht op loopbanen te onderkennen.
Loopbanen als resultaat van eigen acties in kaart te
brengen. Uit te leggen hoe mensen hun identiteit en
talenten willen
uitdrukken in hun werk.
117
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Uit te leggen wat Career Construction Theory
betekent.
De begrippen ‘destination’, ‘topography’ en ‘career
maps’ in loopbaanreizen uit te leggen.
Het verschil uit te leggen tussen grenzen aan
loopbanen en grenzeloze loopbanen.
Theoretische begrippen op de loopbaan van een
zelfgekozen individu toe te passen.
De economische waarde van loopbanen te benoemen.
Uit te leggen hoe bedrijven hun human recourses
beschermen.
Te benoemen waarom flexibiliteit in bedrijven een
voorwaarde is voor loopbaanpaden.
Uit te zoeken wat bedrijven hun personeel voor hun
loopbaan aanbieden.
Te benoemen welke veranderingen in houdingen en
aspiraties t.a.v. loopbanen kunnen ontstaan.
Patronen van psychologische ontwikkeling in ieders
leven te benoemen.
De Five-stage theory van Super uit te leggen. De Lifespan theory van Levinson uit te leggen.
Verschillen tussen loopbanen van vrouwen en
mannen te benoemen.
De theorie over ‘Taken in early, mid en late career’ uit
te leggen.
De faciliterende werking van sociale netwerken in
loopbanen uit te leggen.
Effectieve netwerken te benoemen. Het begrip Social
capital uit te leggen.
De techniek van ‘impression management”
toe te passen.
Het begrip mentorship uit te leggen.
Een interview met een MRM-er voor te bereiden.
De congruentie tussen persoon en werk uit te leggen
De Work Adjustment theory uit te leggen
Het psychometrische assessment uit te leggen
118
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Participatie
opdracht
Hoorcollege
Werkcollege
Opdracht
opdracht
Werkcollege
Opdracht
Hulpmiddelen
De theorie van Holland uit te leggen
De methoden om werkmogelijkheden in te schatten
Het process van career decision making uit te leggen
De theorie over ‘rollen in het theater van het
(werk)leven’ uit te leggen
De formele en informele verwachtingen van
werkrollen toe te lichten.
Role transitions te herkennen
Role innovations te herkennen
Balans tussen werk en privé te benoemen.
Storytelling in loopbanen in
loopbaanveranderingen te gebruiken.
Inzien
De student ziet in dat verschillende
perspectieven nodig zijn om loopbanen te
begrijpen en te sturen
Toepassen
De student kan loopbaanmanagement
vanuit het perspectief van de organisatie, de
loopbaanadvisuer en het individu schetsen
De student kan de negen metaforen op een
casus toepassen
De student geeft een mening over het
belang van de verschiilende perspecieven
voor de eigen loopbaan
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
5
55%
Niveau van toetsing:
Toepassing Kennis en Inzicht
Oordeelsvorming
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Inkson, K. (2014). Understanding Careers: The Metaphors of Working Lives.
Pages Sage, Thousand Oaks ISBN: 0-761929-50-9
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
119
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HRD 1 (training en ontwikkeling, het ontwerp, uitvoering en evaluatie)
3 EC
2.3.2
9 weken
1e anderhalf jaar
Nederlands
Danny Beetsma
Korte beschrijving van de inhoud
De opdracht voor dit onderdeel bestaat uit het doorlopen van de ontwerpcyclus voor het ontwerpen
van een HRD-interventie. In dit geval is gekozen voor opleiden als interventie, maar andere
interventies doorlopen hetzelfde ontwerpproces. Bij deze opdracht kun je ervan uitgaan dat op enig
moment is besloten dat opleiden/trainen noodzakelijk is gebleken. Vervolgens wordt dan altijd
bekeken of dat wordt ingekocht of dat het intern wordt opgepakt. In dit geval wordt besloten dat er
zelf iets ontworpen moet worden; een training. Context waarbinnen de training ontwikkeld moet
worden is het opleidingsproces van (school)loopbaanbegeleiders en/of Decanen.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Na afronding van dit onderdeel is de student in staat
om: Het belang van HRD binnen een organisatie te
duiden
Opdracht
werkcolleges
Een ontwerp te maken voor een leersituatie
Opdracht
werkcolleges
Het belang van het vaststellen van de leernoodzaak te
verwoorden
Opdracht
werkcolleges
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Gewenst gedrag te analyseren
Opdracht
werkcolleges
Leerdoelen op te stellen
Opdracht
werkcolleges
Leerstof te bepalen en te ordenen
Didactisch vorm te geven
Opdracht
werkcolleges
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Eindgesprek
Te evalueren
Opdracht
werkcolleges
Verbeteringen voor te stellen op basis van een
evaluatie
Opdracht
werkcolleges
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
120
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Eindgesprek
De elementaire aspecten van
schoolloopbaanbegeleiding
(SLB) te benoemen
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
5 en 6
55%
Niveau van toetsing:
Toepassing Kennis en Inzicht
Oordeelsvorming
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Hoobroeckx, Froukje (2002). Onderwijskundig ontwerpen : het ontwerp als
basis voor leermiddelenontwikkeling Bohn Stafleu Van Loghum
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
121
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Mediation en conflicthantering
3 EC (84 uur studiebelasting
2.3.3
9 weken
Nederlands
Marjolein Hensen-Broeders
Korte beschrijving van de inhoud
Er is een toenemende aandacht voor mediation. Daardoor krijgen steeds meer professionals er direct
of indirect mee te maken. Dit geldt ook voor studenten die in de toekomst functies vervullen waarin ze
kunnen verwijzen naar mediation. In dit onderdeel leert de student hoe een HR-functionaris een rol
kan spelen bij conflictpreventie én indien er toch sprake is van arbeidsgerelateerde conflictsituaties
hoe een HR-functionaris hierin een bemiddelende rol kan vervullen.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze
bouwsteen kan de student:
De student heeft elementaire
kennis met betrekking tot soorten
van conflicten.
Vormen van conflictbehandeling te
benoemen.
Een conflictanalyse uit te voeren
Conflictstrategieën te benoemen.
Uitleggen wat mediation inhoudt.
Voor- en nadelen van mediation
benoemen en aangeven wanneer
mediation een geschikte vorm is
voor conflictbehandeling.
De student kan de rol van een
mediator benoemen.
De student heeft kennis van de
juridische aspecten van mediation.
De student weet wat de Harvardmethode bij het onderhandelen
inhoudt.
De student weet wat mediation
vaardigheden zijn en kan deze
herkennen en toepassen.
De student weet wat
verwijsmogelijkheden zijn en kan
deze toepassen.
De student kan als bemiddelaar
optreden in een gesprek tussen
twee partijen.
Cesuur:
Werkvorm(en)
Toets
Werkcollege/Training
Toets
Werkcollege/Training
Toets
Werkcollege/Training
Toets
Werkcollege/Training
Toets en
Assessment/leerverslag
Werkcollege/Training
Toets en
assessmen/leerverslag
Toets
Werkcollege/Training
Toets
Werkcollege/Training
Assessment en
leerverslag
Werkcollege/Training
Assessment en
leerverslag
Werkcollege/Training
Assessment en
leerverslag
Werkcollege/Training
Hulpmiddelen
Werkcollege/Training
55 van de 100 punten
voor het assessment
en leerverslag én 55
122
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
van de 100 punten
voor het tentamen.
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
5
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Toepassen Kennis en Inzicht,
Communictaie en Leervaardigheden.
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Apol, G., Kalff, S., Reijerkerk, L. & Uitslag, M. (2006). Conflicthantering en
mediation. Bussum: Uitgeverij Coutinho b.v.
Aanbevolen literatuur
Mediation op het werk, Dr. A.F.M. Brenninkmeijer e.a., 2007, SDU Uitgevers
bv.
Juridische aspecten van mediation, mr. Eva Schutte en mr. Jacqueline
Spierdijk, 2011, SDU Uitgevers bv.
Mediation in de praktijk, M.D. Vreugdenhil, eerste druk, Boomdoc.
e
Excellent onderhandelen, Roger Fisher e.a., 38 druk, Buisness Contact
e
Onderhandelen met lastige mensen, William Ury, 18 druk, Buisness Contact.
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
123
124
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Psychologie / Diagnostiek
3 EC
2.3.4
9 weken
Nederlands
Jacqueline Rietveld
Korte beschrijving van de inhoud
Psychologie is een belangrijk fundament voor de aankomend HR professional. Deze zal
immers organisatieprocessen en gedrag van individuen en groepen willen begrijpen,
voorspellen en beïnvloeden. Ook om goed te kunnen functioneren in jaar 3 van de opleiding,
waarin een start gemaakt wordt met het uitvoeren van externe opdrachten, is het belangrijk
om essentiële kenmerken van en verschillen tussen de belangrijkste psychologische
mensvisies en hun manifestaties binnen het HR werkveld te kunnen benoemen. Daarnaast
wordt in dit onderdeel ingegaan op gevolgen van perceptie en attributie en groepsgedrag.
Psychodiagnostiek is een specifiek onderdeel van de psychologie dat zich richt op het meten
van gedrag en persoonlijkheidskenmerken voor het kunnen adviseren over iemands
geschiktheid voor een bepaalde functie of opleiding of als input voor een loopbaanadvies of
een gesprek over iemands loopbaan.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Werkvorm(en)
Na afloop van deze opdracht is de student in staat om:
Kennis
Hulpmiddelen
Wijsman,
Psycholo en
sociol
Participatie
Colleges
Opdracht
Essentiele kenmerken van en verschillen tussen de
belangrijkste psychologische mensvisies en hun
manifestaties binnen het HR werkveld te benoemen
De implicaties van resultaten van internationaal
onderzoek op het gebied van interactie psychologie en
verhouding persoon-taak- organisatie voor het HR
vakgebied te onderkennen
Uit te leggen welke gevolgen menselijke perceptie
mogelijkheden en attributie hebben voor de HR
praktijk
Te benoemen hoe groepen ontstaan en onder welke
condities processen van conformatie en
125
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Participatie
opdracht
Colleges
Opdracht
Eindgesprek
opdracht
Opdracht
Eindgesprek
Hulpmiddelen
gehoorzaamheid optreden.
Een definitie te geven van psychodiagnostiek
Te omschrijven wat de waarde is van standaardisatie
Kenmerken van selecteren te schetsen (ethisch,
juridisch, wenselijke antwoorden)
Verschillen weer te even tussen een ongewapend
oordeel en psychodiagnostiek
Het matchingsprincipe te omschrijven
De meetpretentie en de voorspellende waarde van
verschillende instrumenten te benoemen
Factoren te onderkennen die de betrouwbaarheid en
validiteit van een meetinstrument beïnvloeden
De onderzoeksgegevens te vergelijken met het
functieprofiel
Vast te stellen waar de geschiktheidsdrempel ligt
Mondeling en schriftelijk systematisch te rapporteren
over de resultaten van het selectieonderzoek.
De COTAN-kwaliteitseisen toe te passen op
de meetinstrumenten van het
selectieonderzoek
Inzien
De student beseft dat mensbeelden
bepalend zijn voor de manier waarop HRM
wordt vormgegeven
De student wordt meer bewust van
perceptie en beoordelingstendensen
De student evalueert de waarde van
psychodiagnostiek in selectie van personeel
Toepassen
De student kan een praktijkcasus analyseren
vanuit verschillende mensvisies, perceptie
en attributie mechanismen, en vanuit
groepsprocessen en de opdrachtgever
adviseren over de te volgen jobcoaching
De student kan een selectiecasus uitwerken
en in een rapport weergeven wat de
selectieresultaten zijn en een onderbouwd
advies geven over de meest geschikte
kandidaat
126
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
3, 5, 8
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Toepassing Kennis en Inzicht
Oordeelsvorming
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Aanbevolen literatuur
Wijsman, E, Psychologie en Sociologie, Wolters Noordhoff, Groningen.
Hoofdstukken Gedrag en Invloeden op gedrag (1), Persoonlijkheid (2),
Attitude (5), Perceptie (6), Groepsprocessen (9), Sociale beïnvloeding
(11).
Kooreman, A.(2006) Het psychologisch rapport: van sluitpost tot
visitekaartje. Amsterdam: Harcourt.
Laak, J.J.F. ter & Goede, M.P.M. de (2005). Psychologische diagnostiek;
inhoudelijke en methodologische grondslagen. Amsterdam: Harcourt
Book Publishers. Hoofdstukken 5, 6 en 8.
Spijkerman, R. & Admiraal, D. (2000). Loopbaancompetentie,
management van mogelijkheden. Alphen aan den Rijn: Samsom.
Drenth, P.J.D. & Sijtsma, K. (2006). Testtheorie: Inleiding in de Theorie
van de Psychologische Test en zijn Toepassingen. Bohn Stafleu van
Loghum.
Handleidingen tests in te zien bij docent
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
127
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2COA
Coaching
3 EC
2.3
9 weken
Basiscommunicatie
N.v.t.
Nederlands
Jane Klaarwater
Korte beschrijving van de inhoud
In dit onderdeel leert de student een coachingstraject te ontwerpen en methodisch een
coachingsgesprek te voeren. Hierbij laat de student zien over verschillende coachingstechnieken te
beschikken.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Niveau Bloom: weten
Werkvorm(en)
Leerverslag
Training
Leerverslag
Training
Leerverslag
Training
Leerverslag
Training
Leerverslag
Leerverslag
Training
Training
Leerverslag
Training
Hulpmiddelen
De eigenschappen en vaardigheden
noemen waar een coach over dient te
beschikken.
Niveau Bloom: weten
De rol van een coach te benoemen.
Niveau Bloom: weten
Valkuilen bij coaching te benoemen.
Niveau Bloom: inzien
Uitleggen uit welke verschillende fasen
een veranderingsproces kan bestaan.
Niveau Bloom: inzien
Uitleggen wat verstaan wordt onder
coaching en het verschil met adviseren
en therapie aan te geven.
Niveau Bloom: inzien
Verschillende vormen van coaching te
onderscheiden en aan te geven in
welke situaties deze verschillende
vormen juist wel of juist niet goed
inzetbaar zijn.
128
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Niveau Bloom: toepassen
Leerverslag
Training
Assessment
Training en
daarnaast zelf
gesprekken
HRvoeren
Assessment
Training en
coachingsgesprekken
Leerverslag
Zelfstudie
Hulpmiddelen
Een coachingstraject te ontwerpen.
Niveau Bloom: toepassen
Een coachingsgeprek in te richten en
uit te voeren.
Niveau Bloom: toepassen
Verschillende coachingstechnieken toe
te passen.
Niveau Bloom: analyseren en
synthetiseren
Op eigen coachtechnieken en
vaardigheden te reflecteren.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
5
55% van de 100 punten voor het assessment
en
55% van de 100 punten voor het leerverslag
Niveau van toetsing:
Toepassen, Kennis en Inzicht
Communicatie
Leervaardigheden
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
9024418097
Ham, M. van den. (2008). Duurzaam coachen. Arbeidsgerelateerde
coaching met een blijvend effect. Amsterdam: Boom.
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
129
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2SM
Strategic Management 1
6 EC
2.4.1
9 weken
Nederlands/English within the School of Business
Erik Jan Rodenhuis
Korte beschrijving van de inhoud
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:





After having completed this course, the
student:
Is capable of using strategic management
terms, concepts, research, theories, and
techniques and makes contextual
applications to a given case;
Identifies the central strategic issues and
problems in complex, comprehensive
cases; analyzes forces in an
organization’s internal environment and
draws strategically significant
conclusions based on the analysis;
analyzes the forces in an organization’s
external strategic environment and
draws strategically significant
conclusions based on the analysis; makes
an accurate profile of strengths,
weaknesses, opportunities, and threats
as a basis for further strategic decision
making;
develops, and evaluates, a range of
appropriate strategic options based on
an understanding of the organization’s
strategic position;
CBL
Test with MC
questions.
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
CBL
Lecturers
Fundamentals
of Strategy
(2009),
Johnson G. en
Scholes K.
130
Bouwsteendoelstellingen:



Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
is able to consider appropriate ways to
express the strategic purpose of an
organisation;
can identify the influence of different
stakeholder group in terms and can set
priorities in stakeholder management
understands the various processes of
strategy development, strategic planning
and implementation;

Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
3,8 10, 11
55%
Niveau van toetsing:
Toepassing Kennis , inzicht en
oordeelsvorming
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Johnson, G., Whittington, R. & Scholes, K. (2012). Fundamentals of Strategy.
Harlow: Pearson Education
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
131
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR2AV
Consultancy (Strategic Management 2)
3 EC
2.4.2
9 weken
Modulen Communicatie 1, 2 en 3
Nederlands
Jan Peter Peterson
Korte beschrijving van de inhoud
Binnen alle functies binnen het HR-werkveld (personeelsadviseur, re-integratieadviseur,
loopbaanadviseur, assessment-adviseur, coach) vervult de afgestudeerde HRM-er een adviserende
rol. Vaak binnen een constellatie van complexe relaties en belangen. Daarom is het voor de
beginnend beroepsbeoefenaar belangrijk om verschillende rolopvattingen en adviesoriëntaties te
kunnen onderscheiden en de invloed van de eigen paradigma’s en die van de gesprekspartner te
onderkennen. Wanneer een adviesvraag zich aandient moet de afgestudeerde
HRM-er het adviesvraagstuk kunnen typeren en het adviesproces ontwerpen.
Om duidelijkheid te verschaffen richting de cliënt en om de concurrentie met collega-adviseurs aan
te kunnen gaan is het van belang dat de adviseur een realistische offerte op kan stellen en het
offerteproces op heldere wijze vorm kan geven. Wanneer de offerte wordt geaccepteerd komt het
adviesproces in een volgende fase, tijdens dit proces is het van belang dat de adviseur zich bewust
is van uiteenlopende opvattingen met betrekking tot het kernproces van adviseren en in staat is
enkele van deze zienswijzen op het eigen proces toe te passen. In dit onderdeel maakt de student
daartoe kennis met de gestructureerde denkbeelden van Hannah Nathans m.b.t. adviseren en met
de adviesconcepten van Adriaan Bekman. Studenten verkennen de mogelijkheden om een
horizontaal adviesproces in te richten.
Om een adviesproces niet alleen procesmatig maar ook inhoudelijk goed te verzorgen, is het van
belang dat er onderzoek wordt gedaan om zowel de vorm als de inhoud van het advies te
optimaliseren. Daarnaast wordt de communicatieve component niet verwaarloosd; adviseren kan
niet plaatsvinden zonder communicatie. Studenten leren weerstanden en tegenstellingen te duiden
en onderkennen, en passende acties te ondernemen, zij schrijven een adviesrapportage en brengen
middels een presentatie het organisatieadvies over. Hierbij houden zij rekening met factoren die
van invloed zijn op de acceptatie en ontwikkelen passende strategieën. De studenten werken in
groepen van drie personen aan een P&O vraagstuk, waarbij zij zich bekwamen in de vijf
vaardigheden die een adviseur moet bezitten: zelfmanagement, communicatieve vaardigheden,
creatieve vaardigheden, organisatorische vaardigheden en strategische vaardigheden.
Binnen de cursus doorlopen de studenten aan de hand van een realistische casus alle voornoemde
adviesstappen, waarbij de bijeenkomsten input vormen voor de activiteiten, gesprekken en
reflecties in de periode tussen de bijeenkomsten.
132
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Verschillende rolopvattingen en
adviesoriëntaties onderscheiden.
De invloed van de eigen paradigma’s en die van
de
gesprekspartner onderkennen.
Adviesvraagstukken typeren en een
adviesproces te ontwerpen.
Een realistische offerte opstellen en het
offerteproces
Vormgeven.
Kernprocessen van adviseren toepassen
Adviesconcepten onderscheiden en een
horizontaal adviesproces inrichten.
Onderzoek doen om de vorm en inhoud van het
advies optimaliseren.
Weerstanden en tegenstellingen onderkennen
en passende acties ondernemen.
Factoren herkennen die van invloed zijn op de
acceptatie en passende strategieën ontwikkelen.
Het adviesproces afronden.
Middels een presentatie het
adviesproces en het organisatieadvies
overbrengen.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
3, 6 en 12
55%
Niveau van toetsing:
Weten
Inzien
Toepassen
Analysereen, synthetiseren
Integreren
133
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)


Nathans, H. (2005), derde druk, Adviseren als tweede beroep.
Deventer: Kluwer
De Mythe doorbroken, Nederlandse Organisatie voor toegepast
natuurwetenschappelijk onderzoek TNO, A. Nauta, M.R. de Bruin, R.
Cremer
ISBN
9013028802
Aanbevolen literatuur

Grit, R & Gerritsma, M. (2011) Competent adviseren. Groningen:
Wolters-Noordhoff
 Nederhoed, P. (2000) Helder rapporteren. Houten: Bohn Stafleu /
Lochem
 Heerink, M. (2007) Rapporteren. Amsterdam: Pearson
 Bekman, A. (2005) Adviseren in verandering, een horizontale manier
van adviseren. Assen: Koninklijke van Gorcum BV
 Bekman, A. (1997) Adviseren, het geheim van de smid. Assen: Van
Gorcum
In de hand-out genoemde suggesties m.b.t. de inhoudelijke kant van het
advies
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
134
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HRM2CM
Change Management
3 EC
2.4.3
Nederlands / Engels
Dhr, E. Rodenhuis
Korte beschrijving van de inhoud
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
After completion of this competent , the student
1. Is able to describe the tools, processes , skills
and principles involved in change management
Opdracht
Short answer
test
2. Is able to relate change to required
objectives
Presentation
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Project
Tutorials
Hoorcolleges
Kotter Jo
P. Leadin
Chang
3. nieuw: Is able to judge the effectiveness and
appropriateness of choices in a change
processes
4. Is able to design a plan for implementation of
change
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
3, 8, 10
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Kotter, Leading Change, Harvard Business Review
Aanbevolen literatuur
55%
Niveau van toetsing:
Toepassing Kennis en Vaardigheden
Oordeelsvorming
ISBN
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
135
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
SLB 2
Studieloopbaan begeleiding 2
3 EC
2.1, 2.2, 2.3, 2.4
9 weken verdeeld over het gehele studiejaar
Nederlands
Danny Beetsma
Korte beschrijving van de inhoud
Tijdens de groepsbijeenkomsten heeft de studiecoach een structurerende rol en is
facilitator bij het groepsproces tijdens de bijeenkomst. De bijeenkomsten worden
voorbereid door twee studenten, met hulp van de studiecoach. Deze denkt mee en geeft
aanwijzingen voor de invulling van het programma. De voorbereidende studenten
bepalen in overleg met de studiecoach hoe het betreffende thema zo goed mogelijk uit
de verf kan komen. De thema’s die in ieder geval aan de orde komen zijn:




ethische dilemma’s;
de NVP gedrags- en beroepscode;
netwerken en personal branding;
en ‘ik als professional’.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
Portfolio
student:
participatie
Werkvorm(en)
Slb
bijeenkomsten
individuele
gesprekken
Hulpmiddelen
WVO
bespreekbaar maken van werk en studie
gerelateerde situaties, met het oog op de
ontwikkeling van de HBO
kerncompetenties, kortom de eigen
effectiviteit als aankomend HR
professional;
bespreekbaar maken van leerpunten in je
functioneren als student;
uitwisselen van feedback op je
functioneren als student;
oefenen met het evalueren van je
leerproces, het formuleren van inzichten
en opstellen van leerdoelen en je
ontwikkelingsplan;
oefenen in het effectief samenwerken;
kennismaken met methodieken ten
behoeve van persoonlijke ontwikkeling en
loopbaanbegeleiding;
136
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
zicht krijgen op trends en
ontwikkelingen in het HRM
werkveld
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Leervaardigheden
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
55%
Niveau van toetsing:
Leervaardigheid
ISBN
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
137
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR3HREO
Strategisch HRM (Reorganisatie)
3 EC
3.1.1
9 weken gedurende module 1 jaar 3
Jaren 1 en 2
Nederlands
Wolter van der Berg
Korte beschrijving van de inhoud
Studenten schrijven voor de directie een reorganisatieplan. De organisatie moet krimpen en de
directie wil weten wat de gevolgen zijn voor de organisatie.
Studenten maken gebruik van een personeelsinformatiesysteem en analyseren de data, waarna een
notitie wordt geschreven.
Wekelijks vindt een consultatiemoment plaats waarin studenten hun kennis delen met elkaar en de
docent en de voortgang bespreken van de opdracht.
Werkvormen
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Leerverslag waarin wordt gereflecteerd op de inhoud van de opdracht, het individueel leerproces
en het groepsproces.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van Strategisch HRMReorganisatie
Inzien
De student kan met eigen woorden vertellen
wat een reorganisatie, sociaal plan en
outplacement inhoudt.
De student typeert de rollen van de diverse
belanghebbenden.
Analyseren, synthetiseren
De student weegt belangen af en motiveert
keuzes in organiseren van de reorganisatie.
De student stelt aan de hand van een analyse
van de situatie een sociaal plan op met
outplacement als onderdeel. (In het 3e jaar
wordt een hoger beheersingsniveau dan
“toepassen” verwacht. Vandaar dat ik het
leerdoel anders geformuleerd heb en onder
het beheersingsniveau “synthetiseren” heb
gezet. Kun je je hierin vinden?).
Integreren
Werkvorm(en)
Opdracht+
Eindgesprek
Reorganisatieplan
+ Consultatie +
Eindgesprek
Opdracht+
Eindgesprek
Reorganisatieplan
+ Consultatie +
Eindgesprek
Opdracht+
Reorganisatieplan
Hulpmiddelen
138
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
De student kan over een
bezuinigingsdoelstelling adviseren.
De student treedt zelfstandig op jegens de
opdrachtgever.
Eindgesprek
+ Consultatie +
Eindgesprek
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 3, 8
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Toepassing Kennis en Vaardigheden
Oordeelsvorming
Communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Kluijtmans, F. (2014). Leerboek HRM, tweede druk, Noordhoff Uitgevers.
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
139
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR3ZVB
Strategisch HRM-Ziekteverzuimbeleid
3 EC
3.1.2
9 weken in module 1 jaar 3
RAG
Nederlands
Frederiek Dekens
Korte beschrijving van de inhoud
In opdracht van de directie schrijven studenten in een kleine groep een beleid en advies betreffende
ziekteverzuim. In de organisatie bestaat de behoefte aan een goed onderbouwd en geactualiseerd
ziekteverzuimbeleid met daarin onder andere aandacht voor de rol van leidinggevenden, HRM,
Arbodienst, bedrijfsarts, ondernemingsraad en natuurlijk de medewerkers zelf.
Studenten maken gebruik van een personeelsinformatiesysteem en analyseren de data, waarna een
beleidsnotitie wordt geschreven.
Wekelijks vindt een consultatiemoment plaats waarin studenten hun kennis delen met elkaar en de
docent en de voortgang bespreken van de opdracht.
Ter ondersteuning wordt een hoorcollege verzorgd over het schrijven van beleidsnotities.
Werkvormen
Hoorcollege
Consultatie
Opdracht
Eindgesprek
Individueel leerverslag, waarin aan het einde van de opdracht wordt gereflecteerd op de
inhoud van de opdracht, het groepsproces en het individuele leerproces.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Inzien
Kan de student de effecten van wet- en
regelgeving op de organisatie aangeven.
Opdracht+
Eindgesprek
Beleidsnotitie
Eindgesprek
Toepassen
Kan de student wet- en regelgeving
toepassen op de organisatie.
Opdracht
Eindgesprek
Beleidsnotitie
Opdracht
Eindgesprek
Beleidsnotitie
Opdracht
Beleidsnotitie
Hulpmiddelen
Na afronding van het onderdeel
ziekteverzuimbeleid:
Analyseren, synthetiseren
Kan de student ziekteverzuim binnen een
(middelgrote) organisatie analyseren en
kwantificeren.
Kan de student op basis van een analyse
Eindgesprek
Eindgesprek
140
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Eindgesprek
Werkvorm(en)
Eindgesprek
Opdracht
Beleidsnotitie
De student beoordeelt de voorgestelde
maatregelen op effectiviteit en kosten.
Opdracht +
eindgesprek
Beleidsnotitie
+ eindgesprek
Cesuur
55%
aangeven welke verzuimoorzaken aanwezig
zijn.
Integreren
Een beleidsnotitie schrijven op het gebied
van gezondheid en verzuim waarin een
advies wordt uitgebracht aan de directie van
een (middelgrote) organisatie.
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 6, 7
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Toepassing Kennis en Inzicht
Oordeelsvorming
Communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Kluijtmans, F., en Blankemeijer, R. (2014). Leerboek human resource
management. Tweede druk, Noordhoff.
Weijts, W., en van Duinhoven, C. (2011) Casemanagement bij verzuim en reintegratie. Tweede druk, Thema.
Berkenbosch R.J, en Koetsenruijter A.W.M. (2013). Schrijven van
beleidsnotities. Vierde druk. Noordhoff
9789001730055
Aanbevolen literatuur
Potting, K. (2010). Personeelsmanagement nader becijferd. 3e druk, Couthinho.
Baarda, P.R., en Kouwenhoven, C.P.M. (2007). Ken- en stuurgetallen voor
personeelsmanagement. Tweede druk, Kluwer.
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
http://www.grafimediacao.nl
http://www.arboportaal.nl/
http://cbs.nl
http://www.arbografimedia.nl
http://duurzameinzetbaarheid.nl/
141
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR3HPL
Strategisch HRM: jaarplan
3 EC
3.1.3
9 weken gedurende module 1 jaar 3
Jaren 1 en 2
Nederlands
Wolter van der Berg
Korte beschrijving van de inhoud
In opdracht van de directie ontwikkelen studenten een strategisch HR jaarplan. Met relevante kenen stuurgetallen en met raadpleging van interne en externe bronnen. Studenten voeren analyses
hierop uit, die uitmonden in een plan van aanpak waarbinnen de lange termijn belangen van de
organisatie worden vertaald naar de eigen HRM verantwoordelijkheid.
Studenten maken gebruik van een personeelsinformatiesysteem en analyseren de data, waarna een
plan wordt geschreven.
Wekelijks vindt een consultatiemoment plaats waarin studenten hun kennis delen met elkaar en de
docent en de voortgang bespreken van de opdracht.
Werkvormen
Consultatie
Opdracht
Eindgesprek
Individueel leerverslag, waarin aan het einde van de opdracht wordt gereflecteerd op de
inhoud van de opdracht, het groepsproces en het individuele leerproces.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van Strategisch HRM-Jaarplan:
Werkvorm(en)
Weten
De student kent de belangrijkste
ontwikkelingen in het HRM vakgebied.
Opdracht
Eindgesprek
Eindgesprek
Toepassen
De student maakt gebruik van HRM ken- en
stuurgetallen.
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
Analyseren, synthetiseren
De student analyseert de sterken en zwakten,
kansen en bedreigingen op HRM gebied voor
een middelgrote organisatie.
De student kan prioriteiten stellen inzake
meerdere problematieken door het afwegen van
belangen.
De student stelt een Strategisch Personeelsplan
op voor een middelgrote organisatie.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Hulpmiddelen
Opdracht
Opdracht
Eindgesprek
Opdracht
Consultatie
Eindgesprek
55%
Niveau van toetsing:
142
1, 2, 3, 6
Kennis en inzicht
Toepassing Kennis en inzicht
Oordeelsvorming
Communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Kluijtmans, F. (2014). Leerboek HRM, tweede druk, Noordhoff Uitgevers.
Aanbevolen literatuur
ISBN
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
143
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR3EXOP1 en HR3EXOP2
Externe Opdrachten
6 EC
3.1.4; 3.2
18 weken
Onderzoek 1 en 2, Adviesvaardigheden
n.v.t.
Nederlands
Jane Klaarwater
Korte beschrijving van de inhoud
Het onderdeel Externe Opdrachten geeft gelegenheid om in moduul 1 en 2 van het 3e studiejaar
circa één dag per week ervaring op te doen in de praktijk op het gebied van HRM, HRD of toegepast
onderzoek. De opgedane kennis en vaardigheden in voorgaande studiejaren zullen dus worden
toegepast in een concrete werk- of onderzoekssituatie.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Niveau Bloom: toepassen
Werkvorm(en)
Scoring rubric
opdracht
Uit te voeren
opdracht
Scoring rubric
opdracht
Uit te voeren
opdracht
Scoring rubric
opdracht
Uit te voeren
opdracht
Scoring rubric
opdracht
Uit te voeren
opdracht
Scoring rubric
opdracht
Uit te voeren
opdracht
Scoring rubric
opdracht
Uit te voeren
Hulpmiddelen
Verwachtingsmanagement hanteren
bij een externe opdrachtgever.
Niveau Bloom: toepassen
Een bijdrage leveren op het gebied
van toegepast onderzoek, HRM of
HRD binnen een organisatie.
Niveau Bloom: toepassen
Laten zien te beschikken over een
professionele houding (gemotiveerd,
flexibel, respectvol, goed voorbereid,
passende kleding, accuraat,
punctueel).
Niveau Bloom: toepassen
Afgesproken deadlines behalen en
gemaakte afspraken nakomen. Indien
er wijzigingen optreden in afspraken
informeert de student betrokkenen
tijdig en adequaat.
Niveau Bloom: toepassen
Goed samenwerken (collegiaal en
hulpvaardig).
Niveau Bloom: toepassen
144
Bouwsteendoelstellingen:
Met eigen ideeën en initiatieven
komen en vanuit andere
invalshoeken werken.
Niveau Bloom: toepassen
Aantoonbaar en actief de bestaande
kennis toepassen.
Niveau Bloom: toepassen
Een (externe) opdracht in een groep
en conform de eisen uitvoeren.
Niveau Bloom: toepassen
Een professionele presentatie geven
die aansluit bij het publiek.
Niveau Bloom: analyseren,
synthetiseren
Methodisch (7S model) een
organisatie in kaart te brengen en te
analyseren of de inrichting van de
organisatie samenhang heeft en in
evenwicht is en daar de eigen
mening over geven.
Niveau Bloom: analyseren,
synthetiseren
Nieuwe inzichten verkrijgen middels
vragen aan de organisatie, literatuur
en andere bronnen.
Niveau Bloom: analyseren,
synthetiseren
Kritisch te zijn ten opzichte van het
eigen functioneren en aandacht te
besteden aan de eigen ontwikkeling.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Afhankelijk van de opdracht wordt gewerkt aan:
1,2,3,4,5,6,7,8,9,10,11,12.
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
opdracht
Scoring rubric
opdracht
Uit te voeren
opdracht
Scoring rubric
opdracht
Uit te voeren
opdracht
Scoring rubric
opdracht
Presentatie
Leerverslag (ook
opgenomen in
scoring rubric
opdracht)
Uit te voeren
opdracht
Leerverslag (ook
opgenomen in
scoring rubric
opdracht)
Uit te voeren
opdracht
Leerverslag (ook
opgenomen in
scoring rubric
opdracht)
Uit te voeren
opdracht
55% van de 100 punten
Niveau van toetsing:
Toepassen, Kennis en Vaardigheden
Oordeelsvorming, Communicatie,
Leervaardigheden
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Schermer, K. (2013). De effectieve projectgroep. Groningen/Houten: Noordhoff
Uitgevers bv
ISBN
978-90-01-91050-1
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
145
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
SLB 3
Studieloopbaanbegeleiding 3
3 EC
3.1.5
1 semester
1e twee jaar HRM
Nederlands
Danny Beetsma
Korte beschrijving van de inhoud
Bij intervisie wordt op een systematische manier aandacht geschonken aan werk- en
ontwikkelingsvraagstukken. Door de stappen te volgen van de intervisiemethode die je hebt
gekozen worden ervaringen omgezet in nieuwe inzichten, die kunnen leiden tot uitbreiding van je
gedragsrepertoire.
In de begeleide intervisie bijeenkomsten voer je met een groep derdejaars studenten
gestructureerd overleg om werk- en studiesituaties te verhelderen en te bewerken. Een vorm van
collegiale consultatie met als doel het op peil houden of verbeteren van je functioneren.
Intervisie en begeleide intervisie
Een belangrijk verschil tussen begeleide intervisie in het eerste semester van het derde studiejaar
en intervisie tijdens de stage is –het woord zegt het al- de begeleiding. Gebleken is dat een docent
vaak nét even een andere invalshoek neemt, of doorvraagt waar studenten tevreden zijn met het
antwoord. De vorm intervisie is echter in beide gevallen hetzelfde. De studiecoach heeft in het 3e
studiejaar de functie van ‘facilitator op afstand’. Eén of meer studenten begeleiden de bijeenkomst,
de studiecoach komt pas in beeld als de studenten aanvulling en/of hulp nodig hebben bij hun
leerproces, en vertoont voorbeeldgedrag als het gaat om vragen stellen en reflecteren. Als het goed
is ben je dan in het stagejaar klaar om intervisie zelfstandig vorm te geven.
Kenmerken (begeleide) intervisie
Het gaat bij begeleide intervisie om situaties waar de probleeminbrenger invloed op heeft. Dit
betekent dat een intervisievraag/ probleem altijd een zakelijke en een persoonlijke kant heeft. De
zakelijke kant wordt gevormd door het werk als insteek te nemen. De persoonlijke kant komt naar
voren doordat het gaat om de persoonlijke manier van handelen omtrent het probleem.
In begeleide intervisie gaat het vaak om een dilemma waar je op meerdere manieren tegenaan
kunt kijken en wat op meerdere manieren aangepakt kan worden. Deze keuzevrijheid en het bieden
van alternatieven voor het oplossen van een probleem vormen één van de belangrijkste aspecten
van intervisie. Andere aspecten van intervisie komen naar voren in de volgende definitie:
Er is sprake van:






collegiale ondersteuning;
onderlinge advisering bij werkproblemen;
een leergroep bestaande uit gelijken;
een gezamenlijke vastgestelde structuur;
een poging om tot oplossingen en inzichten te komen;
een zelfsturend en op reflectie gericht leerproces.
146
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
Portfolio
student:
participatie
Werkvorm(en)
Slb
bijeenkomsten
Hulpmiddelen
VAS
VAS
bespreekbaar maken van werk- en
studiegerelateerde situaties, met het oog op
persoonlijke ontwikkeling;
uitwisselen van feedback op je functioneren;
oefenen met het formuleren van je
professionele ontwikkeling (mede aan de hand
van het portfolio);
verwerven van intervisievaardigheden en inzicht
krijgen in het omgaan met intervisie met
betrekking tot het toekomstige werkveld.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
Leervaardigheden
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Geen
Aanbevolen literatuur
55%
Niveau van toetsing:
Leervaardigheden
ISBN
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
147
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Strategic HRD
3 EC
3.2.1
Nederlands
Korte beschrijving van de inhoud
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
1. Het verschil te onderkennen tussen strategisch
HRD en HRD strategieën
Project
Consultatie
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Opdracht
Leerverslag
Eindgesprek
2. Verschillende internationale HRD strategieën te
kunnen toepassen
3. De ontwikkeling te schetsen van training en
Ontwikkeling naar Strategisch HRD
4. De relatie te kenschetsen tussen HRM en HRD
5. De rol van management in SHRD te beschrijven
6. Beslissingen te kunnen nemen mbt outsourcing
van HRD
7. Gestructureerde HRD initiatieven te nemen binnen
kleine en middelgrote organisaties
8. Het fenomeen van „De lerende organisatie‟ te
beschrijven en het ontwikkelingsperspectief ten
Kenschetsen
9. Transformationele veranderingen te sturen vanuit
een HRD perspectief
10. HRD beslissingen te kunnen nemen in een
internationale omgeving
148
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
11. Te onderkennen op welke manier HRD
kan bijdrage aan de waarden van de
organisatie, integriteit, diversiteit, milieu.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
5, 6, 10
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
55%
Niveau van toetsing:
Toepassing Kennis en Vaardigheden
Oordeelsvorming
ISBN
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
149
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Arbeidsmarkt 2
3 EC
3.2.2
9 weken
Eerste 2 jaren HRM en onderzoekseenheden
Nederlands
Danny Beetsma
Korte beschrijving van de inhoud
Het succes van de organisatie (en HRM) wordt voor een groot deel bepaald door aantrekken van het
juiste personeel. Naast het inzetten van de juist werving en selectie instrumenten, is het belangrijk
om kennis te hebben van de arbeidsmarkt, en werkgelegenheidsbeleid in het bijzonder.
In groepjes van twee studenten een onderzoek uitvoeren met daarbij de volgende uitgangspunten:
Doelstelling onderzoek
Een eenduidig beeld bieden van (de ontwikkeling van) de arbeidsmarkt op Europees, Nederlands en
Regionaal niveau binnen de sector.................., dat kan dienen als uitgangspunt en basis voor
beleidsontwikkeling door de ‘de drie O’s’ (overheid, onderwijs en ondernemers).
Probleemstelling onderzoek
Wat kan, anno nu, een jongere in Friesland merken van de inspanningen om de doelstelling uit de EU
2020-strategie, om meer werkgelegenheid te creëren, te halen?
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
1. Kent de student het Europese, Nationale en
Regionale
(Friesland) werkgelegenheidsbeleid
Project
Consultatie
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
onderzoeksrapport
2. Kan de student aangeven welke invloed het
geformuleerde beleid heeft voor een specifieke
doelgroep.
3. Kan de student de verschillende
beleiden met elkaar in verband brengen
en een eigen oordeel vormen hierover
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
55%
Niveau van toetsing:
150
4, 10, 11
Toepassing Kennis en Vaardigheden
Oordeelsvorming
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Aanbevolen literatuur
Verhoeven, N. Wat is onderzoek? Den Haag: Boom onderwijs.
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
www.overheid.nl
http://www.europanu.nl/id/vg9pl67j6rzj/werkgelegenheids_en_sociaal_beleid
www.uwv.nl
www.werk.nl
151
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Teambuilding
3 EC
3.2.3
9 weken
Basiscommunicatie
n.v.t.
Nederlands
Marjolein Hensen-Broeders
Korte beschrijving van de inhoud
Teams kunnen –zoals gezegd- geweldige resultaten bereiken. Een goed team is in staat zeer complexe
problemen op te lossen of enorme successen te behalen. Maar waarom is teamwork zo populair?
Wat zijn de succesfactoren? Valkuilen? Waarom kunnen we niet zonder teams en vinden we het
tegelijkertijd soms ook vervelend. In deze training gaan studenten op zoek naar de geheimen en
raadselen rondom het werken in teams. Hierbij laat de student zien een goede teamanalyse te
kunnen uitvoeren en daarbij management en teamleden van advies te kunnen voorzien waardoor de
effectiviteit van een team/organisatie wordt verbeterd.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
.Uitleggen wat groepsdynamica is en hoe het
werkt.
Uitleggen wat de verschillende stadia zijn van het
groepsvormingsproces.
Uitleggen wat teamrollen zijn en hoe deze van
invloed zijn op de teameffectiviteit.
Kunnen benoemen van jouw
voorkeurstemrollen en de bijdrage die daarmee
aan het team wordt geleverd.
Kunnen benoemen van de belangrijkste thema’s
die de effectiviteit van teams beïnvloeden.
Kunnen benoemen en toelichten van de
principes van teamcoaching.
Kunnen toepassen van verschillende interventies
Productmap
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Training
Productmap
Training
Productmap
Training
Productmap
Training
Productmap
Training
Productmap
Training
Productmao
Training
om teameffectiviteit te verbeteren.
Cesuur:
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
5, 6, 8
55 van de 100 punten voor de procuctmap
Niveau van toetsing:
Toepassen kennis en inzicht,
Communicatie, Leervaardigheden.
152
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Aanbevolen literatuur
Remmerswaal, J., Handboek Groepsdynamica, Nelissen, Soest, 2004
Remmerswaal, J., Begeleiden van groepen, Groepsdynamica in praktijk,
Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, 2001
Belbin, M., Management teams, Academic Service, Den Haag, 2006
Belbin, M., Teamrollen op het werk, Academic Service, Den Haag, 2009
Schouten, J., Verbeteren van teams, Thema, 2007
Lingsma, M., Aan de slag met teamcoaching, Nelissen, Soest, 2005
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
153
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR3EXOP1 en HR3EXOP2
Externe opdrachten
3 EC
3.2
9 weken
Nederlands
Jane KLaarwater
Korte beschrijving van de inhoud
Zie beschrijving Externe opdrachten 3.1
154
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
AOP
Arbeids- & Organisatiepsychologie
3 EC
3.2.5
9 weken
Nederlands
Danny Beetsma
Korte beschrijving van de inhoud
Zaken uit dat vak die tijdens dit onderdeel aan de orde komen zijn:









wederzijdse beïnvloeding van individu en organisatie;
motiveren van mensen;
functioneren van mensen in groepen;
communicatie en informatieoverdracht;
macht en leiding geven;
overleg en besluitvorming;
structuur van organisaties;
cultuur en organisatieverandering;
stress en conflicthantering.
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Weten
Kan de student benoemen welke
fundamenten liggen onder gedrag in
organisaties.
Inzien
Kan de student een inschatting maken van
welke persoonlijkheid het beste bij welk
type baan of organisatie past.
Toepassen
Kan de student de verschillende motivatie
theorieën onderscheiden en toepassen op
een casus.
Kan de student bepalen welke rol emoties
spelen in een bepaalde casus over gedrag
in organisaties.
Analyseren en Integreren
155
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Kan de student op basis van een analyse
een advies geven om een effectief team te
creëren.
Kan de student een analyse maken van
leiderschap binnen een organisatie en
bepalen of aanpassingen wenselijk zijn en
welke dat dan zijn.
Kan de student een analyse maken van
politiek gedrag binnen een organisatie en
daar een standpunt in bepalen.
Kan de student op basis van een analyse
een onderbouwd advies geven ten aanzien
van het oplossen van een conflictsituatie.
Kan de student op basis van een analyse
van een case een advies geven over de
aanpak van een gewenste organisatie
verandering.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
5.
8.
9.
10.
55%
Niveau van toetsing:
Toepassing kennis en vaardigheden
Oordeelsvorming
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Robbins, S. P. (2011). Gedrag in organisaties. Pearson. 10e editie.
Aanbevolen literatuur
ISBN
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
156
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Minor
Healthy Careers
3 EC
Moduul 4
9 weken
jaar 2 afgerond
Nederlands
Jacqueline rietveld
Korte beschrijving van de inhoud
Steeds meer werkgevers erkennen de urgentie om iets te doen aan klachten, verzuim en preventie en
vragen om professionals in Arbeid & Gezondheid die werknemers, managers en organisaties begeleid
bij het gezond en productief houden van mensen en organisaties. In de minor Healthy Careers staat
vitaal werken centraal en wordt aangesloten bij het lectoraat en de muzich agogische modellen van
Social Works & Arts en bij de onderzoekslijn ‘vitaliteit’ van de School of Business (Dr. Alexander Grit).
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Werkvorm(en)
Kennis
participatie
Kennis heeft van Motivatie en Arbeid &
Gezondheidtheorieën vanuit psychologie,
sociologie/recht, filosofie/ethiek en economie;
opdrachten
Colleges
Trainingen
Consultatie
Opdrachten
Hulpmiddelen
Hofstee,
Bredt, F. (2011).
Gezond
Weet hoe werknemers met psychische klachten
gemotiveerd aan het werk kunnen (blijven) en deze
kennis kan toepassen in arbeidssituaties;
gedrag is
besmette
Muzische interventies kan toepassen bij
loopbaanadvisering of loopbaantraining;
Luth, J.K.
samenst.
(2011)
Weet hoe psychodiagnostiek gebruikt kan worden als
(start van) loopbaanadvisering of loopbaantraining;
Muzische
theorie
Leeftijdsgericht organisatiebeleid kan ontwikkelen op
het gebied van gezondheid en ziekte;
Onderzoek kan doen naar voorwaarden voor vitaliteit
Deze onderzoeksvragen van het werkveld methodisch
kan onderzoeken en op basis daarvan een advies voor
vervolgstappen kan formuleren;
Multidisciplinair kan samenwerken binnen een
157
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
participatie
Colleges
Trainingen
Consultatie
Opdrachten
Hulpmiddelen
projectgroep en reflecteren op eigen inbreng en
bijdrage;
Inzien
Verschillende mens- en arbeidvisies kan
onderscheiden, herkennen en gebruiken bij
eigen visieontwikkeling in
loopbaanvraagstukken en de meerwaarde
van muzische interventies bij
loopbaanadvisering
opdrachten
Toepassen
De student kan een passende
loopbaancoaching ontwikkelen ter
bevordering van vitaliteit, deze
toepassen en evalueren op effectiviteit
participatie
De student kan een onderzoeksvraag
over voorwaarden van vitaliteit
beantwoorden door middel van een
kwalitatief onderzoek op organisatie of
maatschappelijk niveau
presentatie
opdrachten
Colleges
Trainingen
Consultatie
Opdrachten
De student kan een client adviseren
over vitaal werken door middel van een
psychodiagnostisch onderzoek
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
2, 3 ,5, 6, 10
55%
Niveau van toetsing:
Toepassen
kennis en inzicht, oordeelsvorming
communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Aanbevolen literatuur
Luth, J.K.W. samenst. (2011) Reader Muzische Theorie. Leeuwarden, Stenden
Behrend, D. (2008) Muzisch-agogische methodiek, een handleiding. Coutinho,
5e druk. ISBN 978 90 4690 075 8
Huizinga, J. Homo Ludens, (1938 / 2010) Proeve eener bepaling van het spelelement der cultuur, Amsterdam University Press ISBN 978 90 8964 194 6
De invulling van de vrije ruimte van minoren in 'De Creatieve Professional' blz.
26 www.stenden.com/Documents/Creatieve%20professional%20II.pdf
DiSK, Digitale Sociale Kaart, wegwijzer naar werk, wonen, welzijn en zorg in
gemeente en regio. http://www.digitale-socialekaart.nl/organisatie/outsiders21/beroepenorientatie-en158
loopbaanplanning.html
David Rebergen. Psyche en werk.
Yperen, T. van & Bommel, M. van (2009). Erkenning interventies: criteria
2009-2010; Erkenningscommissie (Jeugd)Interventies
Bilthoven, NJi / RIVM
Spreen, M. , Timmerman, M.E., Horst, P. ter & Schuringa E. (2010) Formalizing
Clinical Decisions in Individual Treatments: Some First Steps. Journal of
Forensic Psychology Practice, 10:285–299, 2010. Geestelijke GezondheidsZorg
Eindhoven en de Kempen, Eindhoven
Behrend, D (2000) Muzisch-agogische methodiek, een handleiding. Hoofdstuk
2 en 4, Coutinho, 5e druk. ISBN 9789046900758
Einden, H. van den, Pecht, R.(2004). De Groene Spelen voor jong en oud.
Albert Sickler bv, 1e druk. ISBN 90725942312004
Te vinden op BB:
Folders in pdf.formaat van uitgeverijen van coachspellen:
- Gerrickens
- Thema
Behrend, D (2000) Muzisch-agogische methodiek, een handleiding. Hoofdstuk
2 en 4, Coutinho, 5e druk. ISBN 9789046900758
Einden, H. van den, Pecht, R.(2004). De Groene Spelen voor jong en oud.
Albert Sickler bv, 1e druk. ISBN 90725942312004
Te vinden op BB:
Folders in pdf.formaat van uitgeverijen van coachspellen:
- Gerrickens
- Thema
Drenth, P.J.D.& Sijtsma, K. (1990) Testtheorie, inleiding in de theorie van de
psychologische test en zijn toepassingen. Houten, Van Loghum Slaterus
Kooreman, A. (2003) Het psychologisch rapport; van sluitpost tot
visitekaartje. 3e druk, Swets en Zeitlinger
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
159
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR3MIN2
International HRM
3 EC
Module 4
9 weken module 4 jaar 3
P en jaar 2
Nederlands
Frederiek Dekens
Korte beschrijving van de inhoud
During the minor IHRM students will study the interplay of factors in the international and domestic
environment of the organisation (labour market, legislations, unions, culture, political, economical, legal
system, etcetera), the internationalisation strategy and goals of the organisation and practises in reaching these
and HRM issues and instruments.
Several educational methods are part of the minor such as weekly CBL sessions in which cases will be discussed,
fieldtrips, a group assignment advising the top management of a hotel chain, an individual assignment, studentled seminars and learner reports.
Werkvormen
(Guest)Lectures
CBL
Workshops
Group and individual assignments
Student-led seminars
Fieldtrips: visit to an international company and the Royal Tropical Institute
Learner reports in which students describe the preparation of the cases, discuss the outcomes and
reflect on their learning process per case.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
student:
Werkvorm(en)
Describe and analyze the characteristics,
contributions and limitations of prominent models of
human resource management (HRM)
Explain the differences between contingency and
divergence theories of HRM and different
institutional and cultural factors
Participation
CBL
(Guest)
Lectures
Lecture
Understand how and why HRM approaches in the
Asian context are similar to, or different from, those
in the West
Participation
CBL
Evaluate the applicability of HRM approaches and
discuss the implications of change for HRM
Participation
CBL
Hulpmiddelen
160
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Understand the origin and validity of three different
views on culture: positivist, interpretive and critical.
Explain the major points of difference between these
views. Present the different management knowledge
developed by each view.
Analyze a situation using each of the three views
Combine each mode of analysis to reach an enriched
understanding of a Situation and diversity
management
Participation
CBL
Understand the concepts of ethics, corporate social
responsibility, equal opportunity and diversity
management
Differentiate perspectives of corporate social
responsibility
Explain how ethical employment practices can
contribute to sustainable business success and social
development
Critically evaluate the gaps between the aspirations
of corporate social responsibility and diversity
management strategies
Participation
(Guest) lecture
CBL
Lecture
Participation
CBL
Describe the role of European/international labor
Unions
Participation
CBL
Understand the process of strategic management and
appreciate its implementation from differing
perspectives
Know and distinguish between the various modes of
entry for international strategy
Identify ways that project management and
organizational behavior conceptualize the
implementation of strategy
Participation
Advice
CBL
Group
assignment +
presentation
Explain why IHRM and SHRM are an integral part of
all stages of the process of strategic management
Participation
Advice
Analyze the competitive position of an organization,
its resources and core competences
Participation
Advice
Formulate IHRM strategies, policies and practices
based on the corporate, international and business
level strategies of the organization
Advice
CBL
Group
assignment +
presentation
CBL
Group
assignment +
presentation
Group
assignment +
presentation
Critically evaluate the success of IHRM from multiples
perspectives (e.g. customers, owners, managers and
employees)
Participation
Advice
Literature
review
Hulpmiddelen
CBL
Group and
individual
assignment
161
Bouwsteendoelstellingen:
Explain the importance of knowledge sharing for the
competiveness of the multinational.
Distinguish the range of mechanisms that
multinationals have at their disposal to enhance
knowledge sharing.
Discuss the nature of development programs for
global leaders with reference
To the objectives, content and limitations of these
programs
Toetsvorm(en)
Participation
Werkvorm(en)
CBL
Participation
CBL +guest
lectures
Group
assignment +
presentation
Advice
Critically evaluate the main objectives and
effectiveness of cross-cultural skills training for
expatriates
Identify and discuss a range of emerging issues
relating to the design, content and delivery of crosscultural skills training for expatriates
Participation
CBL + guest
lecture +
fieldtrip
Identify the key components of an effective
performance management system (PMS)
Participation
CBL
Explain why PMSs developed for domestic employees
are not automatically usable at international
locations.
Explain the role that a nation’s culture plays in the
effective execution of PMSs
Compare and contrast PMSs in some leading world
economies.
Design a comprehensive and effective PMS for an
MNC.
Participation
Advice
CBL
Group
assignment +
presentation
Understand the complexities faced by IHR managers
Participation
Identify the international total reward objectives for
the MNC and the employee
Differentiate between the key components of global
total rewards
Explain the going rate and balance sheet approaches
to international compensation and their
advantages/disadvantages
Explain the current best practices to the tax
equalization and tax protection approaches to
international taxation
Participation
Advice
Fieldtrip
CBL
CBL + guest
lecture
Group
assignment +
presentation
Apply IHRM competences to a comprehensive case
study
Participation
Advice
Defend chosen IHRM methods to implement
change using the right IHRM terms
Participation
Literature
review
CBL + guest
lecture
Group
assignment +
presentation
CBL
Assignments +
Presentation
Understand the complexity of doing business in an
international environment.
Identify the different HRM issues in an international
Participation
Advice
Literature
CBL, SLS
Group and
individual
Hulpmiddelen
162
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
review
Werkvorm(en)
assignment
Apply the PESTEL method understanding the
international business environment of chosen
countries.
Participation
SLS
Cesuur
Assignments: 55%
CBL: 79%
Fieldtrips: 100%
Lectures: 80%
context.
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
1, 2, 3, 4, 6, 8,
Hulpmiddelen
Niveau van toetsing:
Knowledge and insight
Apply knowledge and insight
Judgement of relevant data
Communication
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Harzing, A.W.; Pinnington, A. (2011). International Human Resource Management,
third edition, Sage Publications.
Articles published on Blackboard.
Aanbevolen literatuur
Sparrow, P. (2009). Handbook International Human Resource Management,
integrating People, Process, and Context,Wiley.
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
163
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
Minor
Change and Innovation
15 EC
3.3/ 3.4
8 weken
Engels/ English
Mr Erik Jan Rodenhuis
Korte beschrijving van de inhoud
Werkvormen
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Project
Burnes, B.
(2009)
Managin
Change
After completion of the module, the student is
able to:







Distinguish the key differences between
the Prescriptive and the Analytical
streams of strategy and the
consequences for the vision on
organisational change
Distinguish the key differences between
the planned and emergent approaches
to organisational change
Describe how organizations can manage
change effectively
Identify the range of choices that
organizations have when considering
change
Understand the interdependencies
between strategic choice, the
organisations trajectory process and the
actual change processes taking place
Explain the relationships between
management, leadership and
organisational change
Evaluate the impact of sustainability,
workforce diversity and business ethics
on the need for organisational change
Aassignment
Student
Led Seminars
CBL
CBL
Lecturers
Tutorials
Student-led
seminars
Guest lectures
164
Bouwsteendoelstellingen:




Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Understand the trends and
considerations of innovation trends;
Recognize the drivers and consequences
of organisational change on the
individual employee level, organisational
level and societal level.
Evaluate strengths and weaknesses of
different approaches to change and the
role of change agents
Be capable to provide a seminar to
fellow students in a student-led seminar
and provide them with a learning
experience.
Cesuur
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
1, 3, 8, 9, 10, 11, 12
55%
Niveau van toetsing:
Toepassen Kennis en Inzicht,
Oordeelsvorming
Communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Burnes, B. (2009). Managing change: a Strategic Approach to Organisational
Dynamics. Harlow: FT Prentice Hall
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
165
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
HR4STA
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Taal bouwsteen:
Eigenaar
42 EC
Jaar 4
1176 uren
150 EC van de 180 EC (jaar 1, 2 en 3)
Nederlands
Maarten Raangs
Stage
Korte beschrijving van de inhoud
Het vierde studiejaar staat volledig in het teken van de praktijk, waarbij de implementatie van de theorie
binnen het werkterrein van Human Resource Management moet plaatsvinden. In dit afsluitende jaar van de
opleiding wordt een harmonieuze overgang naar de arbeidsmarkt beoogd. Dit vormt de verbinding tussen wat
binnen de opleiding aan theoretische vorming wordt aangeboden en de praktijk in de stagebiedende
instellingen/bedrijven.
Werkvormen
Praktijk
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Participatie
Kerntaken van het beroep
1. De hr-professional initieert
en ontwikkelt activiteiten op
de te onderscheiden en
samenhangende hrwerkterreinen in relatie tot
institutionele en
maatschappelijke
ontwikkelingen, voert deze
uit, evalueert deze en stelt
ze zonodig bij, zowel binnen
de nationale als
internationale context.
2. De hr-professional is
verantwoordelijk voor de
informatievoorzieing op het
gebied van hr; geeft
gevraagd en ongevraagd
informatie aan de diverse
stakeholders binnen en
buiten de organisatie op het
terrein van hr, richt daarvoor
hr-informatiesystemen in en
beheert deze.
3. De hr-professional adviseert
het management over de
inhoud en aanpak van de hrwerkterreinen, de interne en
externe
arbeidsverhoudingen,
organisatieontwikkeling,
organisatieontwerp,
taakontwerp en de daaruit
voortkomende
implementatievraagstukken.
4. De hr-professional ontwikkelt
activiteiten op het terrein
van interne- en externearbeidsmarkttransities, voert
Portfolio (case study,
instellingsverslag
voortgangsverslagen en
stageeindverslag)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
Praktijk
Stagebegeleider
en stagedocent
(coach)
166
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
deze uit, evalueert deze en
stelt ze zonodig bij.
5. De hr-professional ontwikkelt
activiteiten op het terrein
van loopbaanontwikkeling en
loopbaanbegeleiding en
(andere) professionele ‘éénop-één situaties’, voert deze
uit, evalueert deze en stelt
ze zonodig bij.
6. De hr-professional adviseert
het management over hractiviteiten op een zodanige
wijze dat (primaire)
processen binnen de
organisatie geoptimaliseerd
worden; daarbij formuleert
hij meetbare hrdoelstellingen, assisteert het
management bij de
uitvoering van de
activiteiten, evalueert deze
en relateert de uitkomsten
aan de organisatieuitkomsten/resultaten.
7. De hr-professional maakt
financiële verkenningen,
berekeningen en kostenbaten-analyses op de hrwerkterreinen, maakt hierbij
gebruik van ken- en
stuurgetallen en rapporteert
daarover aan het
management.
8. De hr-professional
anticipeert op de gewenste
organisatiestrategie en
organisatiecultuur, en
vertaalt strategie- en
cultuurveranderingen naar
hr-werkterreinen en hruitvoeringspraktijken.
9. De hr-professional is in staat
om de rol van effectief hrleiderschap ten opzichte van
het management vorm te
geven en gebruikt de
implicaties daarvan in zijn
uitvoeringspraktijken.
10. De hr-professional levert
door middel van het
(zelfstandig) uitvoeren dan
wel het beoordelen of
begeleiden van
praktijkgericht onderzoek
een bijdrage aan de
verbetering en innovatie van
zijn organisatie en
beroepspraktijk.
11. De hr-professional is een
‘reflective practioner’ met
oog voor het belang van
corporate governance en
ethiek. Hij heeft een
kritische en onderzoekende
houding ten opzichte van de
eigen beroepspraktijk en hij
167
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
is in staat om sturing te
geven aan zijn eigen
ontwikkeling en die van zijn
omgeving en om het
transitieproces naar concrete
actie in gang te zetten.
12. Ondernemerschap: In staat
zijn om zich te richten op zijn
of haar
managementvaardigheden en
ondernemerschap, bekeken
door zijn of haar eigen ogen,
op basis van waarden die
bijdragen aan de zorg voor
mensen en zorg voor de
wereld.
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
1, 6 en 10
Niveau van toetsing:
N2: Toepassen van kennis en inzicht
2, 3, 4, 5, 7, 8, 9, 11 en 12
N3: Oordeelsvorming
1 tot en met 12
Communicatie en leervaardigheden
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
ISBN
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
168
Code bouwsteen:
Naam bouwsteen:
Studielast:
Periode:
Duur:
Instapniveau:
Combinatie
Taal bouwsteen:
Eigenaar:
HR4SCR
Scriptie
18 EC
4.4
504 uren
Jaar 1, 2 en 3 van de opleiding
Nederlands
Maarten Raangs
Korte beschrijving van de inhoud
De afstudeeropdracht is een werkstuk waarin de student aantoont over de nodige vaardigheden en
intellectuele bagage te beschikken tot het behalen van het diploma. De student dient te bewijzen op
zelfstandige wijze een uitgebreide opdracht die zich over meerdere maanden uitstrekt tot een goed
einde te kunnen brengen. De scriptie moet onder andere bestaan uit een theoretische reflectie en
bestudering van een praktijksituatie, er dient kritisch te worden geflecteerd ten aanzien van de
literatuur. Daarnaast moet de student blijk geven van een eigen visieontwikkeling en dient de scriptie
een heldere argumentatielijn te bezitten en voldoende diepgang te bieden.
Doelstellingen en wijze van toetsing en werkvorm
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Na het volgen van deze bouwsteen kan de
Scriptie en
eindpresentatie/student:
verdediging
Werkvorm(en)
Praktijk
Hulpmiddelen
Scriptiebegeleider
De hr-professional initieert en ontwikkelt
activiteiten op de te onderscheiden en
samenhangende hr-werkterreinen in relatie
tot institutionele en maatschappelijke
ontwikkelingen, voert deze uit, evalueert
deze en stelt ze zo nodig bij, zowel binnen
de nationale als internationale context.
De hr-professional adviseert het
management over de inhoud en aanpak
van de hr-werkterreinen, de interne en
externe arbeidsverhoudingen,
organisatieontwikkeling,
organisatieontwerp, taakontwerp en de
daaruit voortkomende
implementatievraagstukken
De hr-professional adviseert het
management over hr-activiteiten op een
zodanige wijze dat (primaire) processen
binnen de organisatie geoptimaliseerd
169
Bouwsteendoelstellingen:
Toetsvorm(en)
Werkvorm(en)
Hulpmiddelen
worden; daarbij formuleert hij meetbare
hr-doelstellingen, assisteert het
management bij de uitvoering van de
activiteiten, evalueert deze en relateert de
uitkomsten aan de organisatieuitkomsten/resultaten.
De hr-professional levert door middel van
het (zelfstandig) uitvoeren dan wel het
beoordelen of begeleiden van
praktijkgericht onderzoek een bijdrage aan
de verbetering en innovatie van zijn
organisatie en de beroepspraktijk.
Cesuur
55%
Competenties en niveau van toetsing:
Competenties en BOKS:
1, 3, 6 en 10
Niveau van toetsing:
N3: Oordeelsvorming
Communicatie
Literatuur
Verplichte literatuur (boeken, artikelen)
Verhoeven, N. (2011). Wat is Onderzoek? Groningen: Boom Lemma
ISBN
9059316711
Aanbevolen literatuur
Internet bronnen (aanbevolen/verplicht)
170
Bijlage D
Nadere toelichting op de onderwijseenheden van het curriculum voor de
propedeutische en de post-propedeutische fase:
Verkorte studieroute HRM.
Het verkorte studieprogramma van de opleiding HRM is ontstaan vanuit
de situatie dat er meerdere studenten aanwezig waren in het voltijdse
programma die beschikten over een groot deel toegekende vrijstellingen.
Er wordt geen standaard verkort programma aangeboden en toegekende
vrijstellingen zijn individueel.
De geldende afspraken binnen HRM verkort.
1. Uitgangspunt is het voltijdse programma van HRM. Vorm, inhoud en grootte zijn
leidend voor het verkorte programma.
2. De aanvraagprocedure voor de vrijstellingen is van kracht zoals beschreven in
deze OER.
3. Er zijn een groot aantal vakgebieden (bouwstenen) aangewezen en beschreven
met een zelfstudieprogramma. Die onderwijsonderdelen kunnen in een begeleide
situatie of in een zelfstudie situatie met consultatie gevolgd worden.
Bouwstenen met zelfstudieprogramma’s (in alfabetische volgorde)zijn:
Basiscommunicatie (1.1 en 1.2), Bedrijfscommunicatie (2.1), Engels 1 (1.1),
Engels 2 (1.4), Externe opdrachten en trends HRD (3.1 en 3.2), Finance - BE3
(1.2), Loopbaan 1 (1.3), Management 1(1.1), Marketing 1 (1.4), Ontslag 1(1.3),
Operationeel; Management (1.4) en Vergaderen en presenteren (1.4).
4. Alle onderwijseenheden welke niet vrijgesteld zijn en geen aangeboden
zelfstudiepakket hebben zijn verplicht te volgen studieonderdelen in de daarvoor
bestemde moduulperioden.
5. Deelname aan het verkorte studieprogramma is mogelijk bij bij gemiddelde
toekenning van vrijstelllingen tussen de 60 en 80 ec studiebelasting.
6. Door de combinatie van vrijstellingen en de mogelijkheid tot zelfstudiepakketten
tekent de student zelf per module in voor de verplichte onderwijseenheden en
bespreekt met de loopbaanbegeleider de studieplanning.
 Zie voor vrijstellingen ook de Bijlage Vrijstellingenbeleid
Overzicht onderwijsprogramma HRM Voltijd 2013-2014
(verkorte studieprogramma)
Propedeutische fase
Jaar 1 cohort 2013-2014
Periode 1
Vak
Business English 1
Management
Management acc.
SLB 1.1
Basiscommunicatie
Periode 2
Vak
HRM 1
Onderzoek 1
Bedrijfsadm.
Finance
Schrift.comm.
Periode 3
Vak
Loopbaan 1
Arbeidsmarkt
Ontslag
Recht
Onderzoek 2
Periode 4
Vak
Marketing 1
Business English 2
Operationeel Man.
Vergaderen/presenteren
SLB 1.2
Schematisch overzicht Propedeuse programma HRM 2013-2014
(Verkorte studieroute)
 In grijs de aangeboden programma onderdelen met een zelfstudiepakket.
171
Overzicht onderwijsprogramma HRM Voltijd 2014-2015 Verkorte
studieprogramma
Post-propedeutische fase
Jaar 2 cohort 2012-2013
Periode 1
Periode 2
Periode 3
Periode 4
Vak
HRM 2
Bedrijfscommunicatie
Marketing 2
Conceptueel denken
Vak
Prestatie beoord.
HRM 3
CM/MD
Mond. comm. 3
Vak
Loopbaan 2
HRD 1
Mediation
Psych./Diagnostiek
Vak
Strategisch 1
Strategisch 2
Change management
SLB
VAS
RAG
Coaching
Adviesvaardigheden
Jaar 3 cohort 2011-2012
Periode 1
Vak
Strategisch HRM:
jaarplan
Ziekteverzuimbeleid
Stratisch HRM:
reorganisatie
Externe opdrachten
SLB 3
Periode 2
Vak
Strategisch HRD
Externe
opdrachten.
Arbeidsmarkt 2
Teambuilding
Arbeids/org.
Psychologie
Periode 3 en 4
Minor
Change and Innovation
module 3
International HRM module
4
Healthy Careers module 4
Jaar 4
Vak
Stage
Scriptie
Schematisch overzicht Post- Propedeuse programma HRM 2013-2014,
Verkorte studieprogramma.
 In grijs de aangeboden programma onderdelen met zelfstudiepakket.
In aanvulling op de Moduultentamenregeling de doorstroomeisen in de PostPropedeutische fase van de opleiding HRM.
Toelaatbaarheid tot de stage HRM.
De student is in de Post-Propedeutische fase toelaatbaar tot de stage wanneer hij/ zij:
a) in het bezit is van 150 EC uit de P- en hoofdfase,
b) de onderwijseenheden onderzoek 1 & 2 succesvol heeft afgerond en
c) de onderwijseenheden SHRM en SHRD gevolgd heeft.
d) de student verkorte studieroute kan afwijking van deze afspraken aanvragen
bij de examencommissie om daarmee het studieprogramma studeerbaar te
houden.
172
Bijlage E Jaartoetsrooster HRM
Het jaartoetsrooster 2014 2015 wordt in samenwerking met de Opleidingsexamencommissie
opgesteld en gepubliceerd op 1 september 2014.
173
Bijlage F Vrijstellingenbeleid Examencommissie School of Business
In artikel 10 van hoofdstuk 5 van het OER wordt de regelgeving met betrekking tot het verlenen van
vrijstellingen door de Examencommissie beschreven. Het eerste geeft aan dat vrijstellingen worden
verleend op basis van het vrijstellingenbeleid.
In dit document worden de uitgangspunten voor het vrijstellingenbeleid beschreven.
1. Vrijstellingen moeten door de student vroegtijdig worden aangevraagd, in principe uiterlijk
tot zes weken voor de start van het desbetreffende opleidingsonderdeel. Onder
‘programmaonderdeel’ wordt verstaan elke notitie in Progress.
2. Studenten moeten vrijstellingsverzoeken indienen op de daartoe bestemde formulieren die
op Blackboard zijn geplaatst.
3. Onvolledig en incompleet ingevulde verzoeken worden niet in behandeling genomen en
worden geretourneerd.
4. De student moet documenten bij het verzoek toevoegen waaruit blijkt dat aan de
kwalificaties/doelen/competenties is voldaan.
5. De examencommissie laat zich adviseren door vakdocenten en/of modulecoördinatoren
voor een inhoudelijke weging van het vrijstellingsverzoek. Een onderzoek kan deel uitmaken
van de procedure.
6. Zolang een vrijstellingsverzoek niet is toegekend, wordt de student geacht aan alle
verplichtingen te voldoen die voor het desbetreffende programmaonderdeel zijn
geformuleerd. Een student wordt geacht de toetsen te maken zolang een vrijstellingsverzoek
niet is toegekend; als de student zakt voor de betreffende toets, wordt een
vrijstellingsverzoek afgewezen.
7. De examencommissie kan een verzoek afwijzen als de documenten die als grond voor het
vrijstellingsverzoek dienen, ouder zijn dan vijf jaar.
8. Vakken en toetsen uit een vooropleiding (voortgezet onderwijs, mbo) geven geen
grond/recht op een vrijstelling.
9. De examencommissie heeft het recht om vrijstellingsverzoeken af te wijzen als dat leidt tot
een individueel programma dat als niet stimulerend voor de studievoortgang wordt geacht.
10. De examencommissie kan verzoeken tot het vrijstellen van vaardigheden afwijzen als tot de
mening van de examencommissie het onderhouden van deze vaardigheden een belangrijk
doel is.
11. Studenten kunnen geen vrijstellingen aanvragen voor onderdelen uit de set van eindwerken.
Hardheidsclausule: de examencommissie is bevoegd in bepaalde gevallen tegemoet te komen aan
onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij toepassing van het vrijstellingenbeleid.
174
Bijlage G
Literatuurlijst/ Literature List
Basiscommunicatie, vergaderen en presenteren.
1. Gesprekken in organisaties, Noordhoff Uitgevers, 5 druk
English 1 en 2.
2. Market Leader upper intermediate coursebook & practice file Benelux pack, Pearson
Publishers, 3rd Edition
HRM 1.
3. Leerboek HRM , Noordhoff Uitgevers, 1 Druk
Loopbaan 1.
4. Understanding Careers A Metaphor-Based Approach, Sage Publication, 1st edition
Management.
5. Organisation and Management an International Approach, Noordhoff Uitgevers, 2nd Edition
Management accounting.
6. Basisboek bedrijfseconomie, Noordhoff Uitgevers, 9 Druk
7. Basisboek bedrijfseconomie opgaven, Noordhoff Uitgevers, 9 Druk
Marketing 1.
8. Principes van Marketing met MyLan NL toegangscode, Pearson Education, 6th Edition.
Onderzoek 1 en 2.
9. Wat is onderzoek?, Boom Uitgevers, 4 Druk.
Operationeel Management.
10. Operationeel Management in de dienstverlening, Pearson Education, 2nd Edition
PGO
11. Probleemgestuurd leren een wegwijzer voor studenten, Noordhoff Uitgevers, 6 Druk.
Recht 1, ontslag.
12. Basisboek Recht, Noordhoff Uitgevers, 13 e Druk.
13. Wetteksten Hoger Onderwijs 2013 2014, Noordhoff Uitgevers, 29 Druk
SLB
14. Greep krijgen op je studieloopbaan hbo, Dekkers onderwijsadviesbureau, 2 Druk.
Adviesvaardigheden.
15. Adviseren als tweede beroep, Kluwer, 3 Druk.
Bedrijfscommunicatie.
16. Corporate communication worldwide, Noordhoff Uitgevers, 2 Druk
Change Management.
175
17. Leiderschap bij verandering, Academic service Uitgeverij, 1 druk.
Coaching.
18. Duurzaam coachen arbeidsgerelateerde coaching met een blijvend effect, Uitgeverij
Nelissen, 1 druk.
HRD.
19. Onderwijskundig ontwerpen 3, Bohn Stafleu van L:ochum, 1 druk.
HRM 2 en HRM 3.
20. Leerboek HRM, Noordhoff Uitgevers, 1 druk.
Loopbaan 2.
21. Understanding Careers A Metaphor-Based Approach, Sage Publication, 1st edition
Marketing 2.
22. Principes van Marketing met MyLan NL toegangscode, Pearson Education, 6th Edition.
Mediation.
23. Conflicthantering en mediation, Uitgevrij Coutinho BV, 2e druk.
Psychologie en diagnostiek.
24. Psychologie en sociologie, Noordhoff Uitgevers, 6e druk.
Re-integratie, Arbeid en Gezondheid.
25. Casemanagement bij verzuim en reintegratie, Uitgeverij Thema, 1e druk.
Strategisch management 1 en 2.
26. Fundamentals of strategy, Pearson Education, 2nd Edition.
Arbeids- en Organisatiepsychologie.
27. Gedrag in organisaties, Noordhoff Uitgevers, 6e druk.
Arbeids- en Organisatiepsychologie.
28. Set; Gedrag in organisaties + samenvatting, Noordhoff Uitgevers, 6e druk.
Externe opdrachten(verplichte literatuur extra)
29. Schermer, K. (2013). De effectieve projectgroep. Groningen/Houten: Noordhoff Uitgevers bv
Bruin, F. d. (2013). Hobeon, Lectoraat Logistiek Noord Nederland bij Stenden, haalbaarheidsonderzoek. Den
Haag.
Croon, B. &. (2010). Scholen voor Ambities, Sectorplan HBO Noord-Nederland 2010-2015,.
176
Mannen, A. (2013). Strategisch beleidsplan School of Business 2013-2017.
Wereldwijs. (2013). Wereldwijs Onderwijs en Onderzoek, de koers van Stenden 2013-2017. Leeuwarden.
177