pan-american highway.indd

girugten
faculteit
ruimtelijke
wetenschappen
contactadres
postbus 800
9700 AV Groningen
e-mail
[email protected]
faculteitsbl ad
ruimtelijke
wetenschappen
w w w . g i r u g t e n . n l
girugten
04
jaargang 45
Pan-American highway
pan-american highway.indd 2-3
5-6-2014 15:58:30
3.
girugten
girugten
04 / juni 2014
PAN-AMERICAN HIGHWAY
redactie
04 / juni 2014
PAN-AMERICAN HIGHWAY
inhoud
colofon
redactioneel
Eindredactie
Steven Wester (hoofdredacteur)
Sanne Feenstra (vormgeving)
Beste lezer,
Redactie
Eva Bouw
Thijs Fikken
Thom van der Gragt
Robin Groenewold
Nienke Harmelink
Marins Hettinga
Wieke IJbema
Wymer Praamstra
Jeroen de Regt
Jorn van der Scheer
Paul Steeneken
Wessel van Vliet
Saskia Zwiers
Druk
Scholma Druk, Bedum
Introductie
Pan-Americanisme
Voor je ligt alweer het laatste Girugtennummer van het collegejaar 2013-2014. Het thema
van dit nummer is de Pan-American Highway. We nemen je mee op een reis van Alaska
naar Vuureiland, langs geografische en planologische verschijnselen die te bewonderen
zijn langs de weg. Deze weg is overigens niet een volledig aaneensluitende route van noord
naar zuid: daar zorgt het zogenaamde Darien Gap voor. Alle details hierover zullen voorbij
komen in dit nummer.
Teerzand in Alberta
America’s Great National Parks
Het nummer is gemaakt in samenwerking met de alumnivereniging van de faculteit, de
Professor Keuningvereniging. Sierdjan Koster en Viktor Venhorst hebben een artikel
geschreven over het ruimtelijk verspreidingsgedrag van afgestudeerden aan onze
Faculteit. Verder is de rubriek Geografen aan het Werk weer aanwezig, met een artikel
vanuit Vancouver.
Wymer Praamstra
4
Wessel van Vliet
5
Nienke Harmelink
6
Robin Groenewold
7
Jeroen de Regt
8
Laredo en Nuevo Laredo
Dit was het laatste nummer waar Eva aan heeft meegewerkt als redactielid van Girugten.
Namens ons allemaal wil ik haar bedanken voor haar jarenlange inzet! Vanaf aankomend
collegejaar zullen we weer behoefte hebben aan een aanvulling van de redactie. Dus
mocht het je leuk lijken te schrijven over je eigen vakgebied samen met een gezellige groep
mensen, laat dan wat van je horen!
Panama: dwars tussen de America’s
Thom van der Gragt
10
Thijs Fikken
12
Oplage
600 stuks
Veel leesplezier,
E-mail
Steven Wester
Hoofdredacteur
[email protected]
Contactadres
Postbus 800
9700 AV Groningen
Girugten is het onafhankelijk
faculteitsblad van de Faculteit
Ruimtelijke Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Groningen.
Girugten functioneert als een
zelfstandige redactie onder
faculteitsvereniging Ibn Battuta.
De eindredactie behoudt zich het
recht voor zonder opgaaf van redenen
artikelen in te korten, dan wel te
weigeren.
pan-american highway.indd 4-5
Wegromantiek
13 Dárien Gap
Ronald Kleine
14 Colombia: the only risk is wanting
to stay
Eva Bouw
16
De Nazca-lijnen
18
Een dovend Vuurland
20
Geslaagd in de Stad
Wieke IJbema
Marins Hettinga
Sierdjan Koster & Viktor Venhorst
23
Geografen aan het werk
24
Verslag van het Geo Promotioncongres
26
Ibn Battuta
Ronald, Jeroen & Nienke
27
Pro Geo
Herman Kok
5-6-2014 15:58:32
girugten
wymer praamstra
4.
04 / juni 2014
PAN-AMERICAN HIGHWAY
thema-artikel
Het idee voor een alle Amerikaanse landen
verbindende intercontinentale weg werd
op de vijfde Pan-Amerikaanse Conferentie
in 1923 voor het eerst geopperd. Aan het
eind van de 19e eeuw was een treinspoor
met hetzelfde doel in overweging genomen,
maar dit bleek al snel een onhaalbaar
project. Uiteindelijk duurde het, mede door
de politieke instabiliteit in grote delen van
de Amerika’s en de rest van de wereld, tot
1937 voordat er daadwerkelijk een verdrag
werd getekend door de deelnemende
landen. In 1950 was Mexico het eerste land
dat ook daadwerkelijk het afgesproken stuk
weg opleverde, de Tweede Wereldoorlog
hielp in de tussenliggende periode niet mee
aan een snelle realisatie van het gigantische
project. Uiteindelijk is het oorspronkelijke
plan, zowel per spoor als per weg, nooit
helemaal
werkelijkheid
geworden,
maar dankzij extensieve binnenlandse
snelwegsystemen is er toch een rijdbare
noord-zuidverbinding gevormd.
Bijzonder bij het berijden van de weg zijn de
verschillen in cultuur, klimaat en natuur die
je tegenkomt in de, afhankelijk van je route,
maximaal 21 landen. De eindeloze bossen en
pan-american highway.indd 6-7
wessel van vliet
5.
04 / juni 2014
PAN-AMERICAN HIGHWAY
thema-artikel
Historie en introductie van de
‘Pan-Amerikaanse snelweg’
Anders dan de naam misschien doet
vermoeden is er bij de Pan-American
Highway eigenlijk geen sprake van één weg
die Alaska in het noorden en Argentinië
in het zuidelijkste puntje verbindt. Het
is eerder een netwerk van wegen die er
gezamenlijk, met een totale lengte van
ongeveer 48.000 kilometer, voor zorgen dat
er een mogelijkheid is om de twee uiterste
plekken in de Amerika’s te overbruggen.
Over de precieze lengte van de verbinding
is eigenlijk geen duidelijkheid, maar
het schijnt dat je met een minimum van
ongeveer 17.900 kilometer Alaska vanuit
Vuurland kunt berijden. Neem je één of
twee aftakkingen van de kortste route, dan
zit je al snel op het dubbele of driedubbele.
Het enige stuk waar geen conventionele
verbinding, een berijdbare weg dus, te
vinden is heet de Darién Gap. De moerassen
en bossen in het grensgebied van Panama
(Midden-Amerika) en Colombia (ZuidAmerika) zijn wel via een boot te omzeilen,
waardoor het noorden en zuiden toch
verbonden zijn. Verderop in deze Girugten
wordt hier uitgebreid aandacht aan besteed.
girugten
vlaktes die je tegenkoment op de honderden
kilometers
zonder
noemenswaardige
bewoning in delen van Alaska staan in
schril contrast met de gigantische steden
in de rest van Amerika en Mexico. Terwijl
woestijnachtige stukken weg en alleen bij
goed weer toegankelijke boswegen in ZuidAmerika het tegenovergestelde zijn van de
sneeuwstormen en ijsroutes die in het ijzige
noorden te vinden zijn. De gastvrijheid
in de indianenreservaten, kleine dorpjes
en eenzame huizen in bergpassages in de
vele landen is extra welkom als je net de
met prikkeldraad bewaakte grens tussen
bijvoorbeeld Amerika en Mexico hebt
overgestoken. De tocht door de Amerika’s
leidt van de meest ontwikkelde landen ter
wereld tot de meest schrijnende armoede
die je je kan voorstellen.
Een veelvoud aan verslagen van mensen
die de tocht in klassieke auto’s, op de
motor, met de fiets of zelfs lopend hebben
gedaan is te vinden in de uithoeken van het
internet en de obscuurdere boekenzaakjes.
De aantrekkingskracht van een dergelijk
avontuur mag duidelijk zijn. Redelijk
letterlijk krijg je bij het volgen van de PanAmerikaanse snelweg een doorsnede te
zien van de verschillende landen die de
Amerika’s kleur geven. In deze Girugten volg
je de route en zullen ‘onderweg’ hoogte- en
dieptepunten en opmerkelijke verhalen
deze tocht illustreren.
Pan-Amerikanisme
Een snelweg als symbool van Pan-Amerikaanse geofrictie
Als een levensader loopt de Pan-Amerikaanse
snelweg door het Amerikaanse continent. Een
rode draad, tienduizenden kilometers lang,
die achttien landen verweeft en koelbloedig
Köppen’s
hele
klimaatclassificatie
aaneenrijgt. Een snelweg waarop zowel
pinguïns als ijsberen de verkeersveiligheid
in gevaar kunnen brengen. Maar ook: een
symbool van het Pan-Amerikaanse streven
naar een verbeelde geografische eenheid.
Pan-Amerikaanse gedachtes leidden tot
een reeks Pan-Amerikaanse conferenties,
Pan-Amerikaanse Spelen en de oprichting
van de Organisatie van Amerikaanse Staten.
Maar waar ligt de historische oorsprong van
dit streven? Of loopt de Pan-Amerikaanse
route dood en jagen Pan-Amerikaanse
sympathisanten ijlend een fata morgana na?
Panamerika: geohistorie of geofictie?
Clovistheorie
Waar begon het ooit, Panamerika?
Geologisch gezien miljoenen jaren terug
in de tijd, toen Zuid-Amerika zich van het
oercontinent Gondwanaland afscheidde
en later via de Panamese landengte met
Noord-Amerika verbonden raakte. De eerste
menselijke bewoning van deze Amerikaanse
landmassa dateert van veel later. Het meest
bekend is de theorie van de Beringlandbrug,
in wetenschappelijke kringen aangeduid
als de Clovistheorie. Tijdens de laatste
ijstijd zou de zee tussen Alaska en oostelijk
Siberië zijn drooggevallen, waardoor de
toenmalige mens vanuit de Afrikaanse wieg
top-down het Amerikaanse continent kon
inlijven. Via Alaska, langs de Rockies en
de Andes helemaal naar de koude tenen
van het continent, richting Vuurland (zie
Marins haar artikel): in de antropologie is
de Pan-Amerikaanse route al eeuwenoud.
Tegenwoordig verliest de Clovistheorie in
rap tempo aanhang. Al veel eerder zouden
gemeenschappen Amerika met bootjes
of vlotten hebben bereikt en bewoond.
Hoe dan ook, Amerika werd van buitenaf
bevolkt; de eerste ‘Pan-Amerikanen’ waren
allochtonen die vervolgens uitwaaierden
over het hele continent.
Indianenverhalen
Deze eerste Pan-Amerikaanse ‘kolonisatie’
lijkt in eerste instantie nog relatief
eendrachtig, maar het vervolg was dat zeker
niet.. 10.000 jaar is ruim voldoende om
processen als geografische verspreiding
en evolutie van de menselijke soort vrij
spel te geven en zowel sociaal-culturele
als genetische verschillen van formaat te
laten ontstaan. In de eeuwen direct vóór
Columbus werd Amerika bevolkt door
talloze volken en culturen, waaronder de
Inuit in Alaska, de Blackfoot op de NoordAmerikaanse Great Plains, de Mexicaanse
Azteken en de Inca’s in de Andes. Naburige
culturen lagen bovendien regelmatig
met elkaar in de clinch. Sinds Christopher
Columbus op de vroege ochtend van
zaterdag 12 oktober 1492 land in zicht
kreeg en de lokale bevolking foutief voor
Indianen aanzag kwam deze benaming in
gebruik als verzamelnaam voor vrijwel alle
Amerikaanse volkeren. Maar in het tijdperk
na Columbus veranderde er desondanks
weinig aan het cultureel complexe karakter
van het continent waardoorheen men
later de langste snelweg ter wereld zou
aanleggen.
De Nieuwe Wereld
Dat de Europeanen het nieuw ontdekte
continent meteen als eenheid beschouwde
en diens bevolking over één kam scheerde
is natuurlijk alles behalve vreemd. Tussen
oost en west bleek een landmassa te
liggen die ruim een kwart van de wereld
besloeg en ongekende mogelijkheden met
zich mee bracht. Amerika, vernoemd naar
een Europeaan, werd voor ons de ‘Nieuwe
Wereld’. Elke Europese mogendheid met ook
maar enig zelfrespect verwierf er land en
macht. Vanuit antropologisch en biologisch
perspectief betekende de Columbiaanse
uitwisseling echter een periode van chaos
en conflict. Panamerika werd een eenheid
in de hoofden van de mensen aan onze
kant van de Atlantische Oceaan, maar bleef
intern gefragmenteerd, versterkt door
concurrerende koloniale invloeden en de
daaropvolgende periode van natievorming.
Wie in de geohistorie zoekt naar een PanAmerikaanse rode draad en iets van een
continentale identiteit en eensgezindheid
moet goed zoeken.
variëren tussen de 25.000 en 50.000
kilometer: werk in tentamens met zulke
marges en elke student studeert cum laude
af. In de Pan-Amerikaanse weg zit zelfs een
gat van zo’n honderd kilometer nabij Darièn,
Panama, waarover meer in Ronalds artikel
op bladzijde #. De Amerikaanse schrijver
en journalist Jake Silverstein beschreef de
route in 2006 treffend als ‘a system so vast,
so incomplete and so incomprehensible
it is not so much a road as it is the idea
of Pan-Americanism itself’. Planning als
afspiegeling van wat er leeft (of niet leeft) in
een samenleving.
Panamerika is vandaag de dag meer
geofictie dan historie, al kan zulke fictie
in no-time veranderen in historie. Want
historie is kneedbaar, slechts schijnbaar
objectief en staat vaak in dienst van de
(geo-)politieke aspiraties in het heden.
Anderson’s ‘Imagined Communities’ en
Orwell’s 1984 tonen uitstekend aan dat
de je door tactische geschiedschrijving
geografische identiteiten kunt smeden.
Door een gemeenschappelijke vijand aan
te wijzen bijvoorbeeld. Als de Russen nou
eens een poging doen heel Panamerika in te
lijven. Wie weet dat dit via een omweg leidt
tot een iets robuustere Pan-Amerikaanse
snelweg.
/// Meer weten?
1984 is een absolute must als je wilt lezen
hoe geofictie de geest van een samenleving
kan smeden. Over het debat omtrent
de eerste bewoners van Amerika is de
Wikipediapagina ‘oudste bewoners van
Amerika’ een goed startpunt. De laatste
inzichten zijn dat Panamerika in meerdere
golven bevolkt is geraakt: ‘De indianen
kwamen in golven’ - Volkskrant (14 juni
2012).
Geofictie?
En daarmee lijkt deze verbeelde PanAmerikaanse identiteit eigenlijk sprekend
op de Pan-Amerikaanse snelweg. Deze
weg is namelijk zo onsamenhangend dat
het eerder een netwerk van afzonderlijke
snelwegen is. Er zijn vele aftakkingen
en alternatieve routes, in zo’n mate dat
schattingen van de lengte van de weg
5-6-2014 15:58:33
girugten
nienke harmelink
6.
04 / juni 2014
pan-american highway
thema-artikel
Teerzand
Teerzand bestaat uit bitumen dat
samengedrukt is met zand en klei.
Bitumen is een bestandsdeel van aardolie
en kenmerkt zich door een hoge mate
van dichtheid en viscositeit. Aangezien
bitumen bij kamertemperatuur een vaste
verschijningsvorm heeft, dient zij voor
het raffineren eerst gesmolten te worden
tot vloeibare stof. Dit wordt gedaan met
behulp van grote hoeveelheden stoom.
Bitumen vormt een belangrijk bestandsdeel
voor ondermeer asfalt en wordt als
zodanig toegepast in wegverhardingen,
dakbedekking en geluidsisolatie. Bitumen
wordt ook soms gebruikt als soil conditioner
om de weerstand van de bodem tegen
erosie te verhogen.
Teerzand is een zogeheten onconventionele
fossiele brandstof. Met onconventioneel
brandstof wordt bedoelt dat het afwijkt
van de gebruikelijke (dus conventionele)
brandstoffen. Het proces van bitumen
naar aardolie of andere verrijkingen
is kostbaar en vergt ten opzichte van
conventionele brandstoffen relatief veel
energie. Desondanks vindt de winning
van aardolie uit het teerzand steeds vaker
plaats. Argumenten die hiervoor worden
aangedragen zijn ondermeer de eindigheid
van de conventionele voorraad, (geo)
politieke spanningen en de wens tot minder
buitenlandse afhankelijkheid. Ook een zeer
hoge potentiële commerciële exploitatie
van aardolie uit teerzand en de hoge prijzen
van aardolie uit conventionele bronnen
zijn belangrijke beweegredenen van grote
olieconcerns.
pan-american highway.indd 8-9
robin groenewold
7.
04 / juni 2014
pan-american highway
thema-artikel
Controversiële aardoliewinning in
‘the wilds of Canada’
De eerste bestemming van onze route op de
Pan- Amerikaanse snelweg is de stad Fort
McMurray. Het is gelegen in de Canadese
staat Alberta, ruim 400 km ten noorden van
Edmonton. Voor de komst van de Europeanen
(eind 18e eeuw) vormde dit gebied de
vestigingsplaats van de zogenoemde First
Nation inwoners, maar sinds de jaren 90
van de vorige eeuw spelen de stad en
haar omgeving een prominente rol in de
Canadese aardolie-industrie. Hier bevinden
zich namelijk teerzandvelden waar aardolie
uit gewonnen wordt. Dit biedt kansen, maar
kent ook een keerzijde.
girugten
Het gebied
Het gebied waar de aardolie in teerzand
zit opgeborgen beslaat 140.000 vierkante
kilometer. Ter vergelijking, Nederland
past hier ruim 3,5 keer in. De bewezen
aardolievoorraad in het gebied is 170
miljard vaten. De aardolie bevindt zich
onder een boreaal bos en is één van ’s
werelds grootste oliereservoirs. Slechts
20% van het teerzand bevindt zich aan het
aardoppervlak. Dit is nabij de Athabasca
River en hier wordt de olie dan ook relatief
gemakkelijk in de mijnbouw gewonnen. De
restende olie zit op zo’n 75 meter onder
het aardoppervlak. Om deze olie te winnen
wordt heet water in de bron geïnjecteerd..
Dit zorgt ervoor dat de olie vloeibaar wordt
en vervolgens kan worden opgepompt. Er
is hierbij veel water nodig. Voor één vat
teerzandolie (zo’n 159 liter) worden twee
tot vier vaten water verbruikt. Hiernaast
wordt ook gebruik gemaakt van methaan-of
aardgas om het water te verwarmen. De teerzandgronden in Alberta bestaan
uit drie velden. Bij de centraal gelegen
Boomtown Fort McMurray bevindt zich het
grootste depot, namelijk het Athabasca
Depot. De andere twee depots zijn het
Peace River depot en het Cold Lake depot.
De Great Canadian Oil Sands opende haar
eerste grote mijn in het gebied in 1967.
De groei was tot 2000 langzaam omdat de
kosten niet opwegen tegen de baten op de
wereldmarkt. Door stijgende olieprijzen
kwam daar verandering in. Het werken in
een oliedepot vergt veel van de werknemers
en hun gezinnen. Het is zwaar en hard
werken, vaak wonen werknemers voor een
lange tijd gescheiden van hun familie en
men bevindt zich in ‘the wilds of Northern
Alberta’. Daartegenover staat wel een flink
salaris. Het zoeken naar een beter bestaan
is het voornaamste doel van de bevolking
die naar het gebied ge(im)migreerd is vanuit
elders in Canada of het buitenland. Controversieel
De regering van Alberta is erg blij met het
geld dat de teerzandindustrie oplevert. Toch
is deze methode van aardoliewinning bij de
lokale gemeenschap en ook op mondiale
schaal controversieel. Zoals al aangegeven
worden er veel natuurlijke (energie)bronnen
gebruikt, zoals grote hoeveelheden water.
Deze raken vervolgens vervuild met
methaan- of aardgas dat op zijn plaats ook
eveneens gewonnen moet worden. Wat
betreft het water dient te worden vermeld
dat het vervuilde valwater in bepaalde
gevallen in het oppervlaktewater komt. Dit
heeft als gevolg dat de lokale bevolking het
water niet meer durft te drinken. Wel wordt
getracht om het water te zuiveren en in een
kringloop op te nemen. Daarnaast zoekt
bijvoorbeeld Shell naar een mogelijkheid
om de vrijgekomen restwarmte in dit
zuiveringsproces om te zetten in stoom
wat vervolgens gebruikt kan worden bij de
oliewinning.
Ook wat betreft CO2-emissie is de situatie
niet wenselijk. Zo wordt de Kyoto-norm
aanzienlijk overschreden. Verder schijnt
onder de First Nations gemeenschap sprake
te zijn van een extreem hoog aantal mensen
die met kanker te maken krijgen. De kleine
gemeenschappen in het gebied die zich
tegen de industrie verzetten kunnen op
weinig sympathie rekenen. Je zou hierbij
kunnen stellen dat er sprake is van een
‘survival of the fittest’, met een economisch
motief. Een ander punt van controversie is het
verlies aan bos en leefgebied voor dieren.
Zo zijn er inmiddels woestijnen van
tientallen vierkante kilometers ontstaan. De
in duizenden jaren opgebouwde humuslaag
is door het afgraven totaal verwijderd.
Doordat er een toendraklimaat heerst, kan
er de komende decennia ook bijna niets
groeien. Wat betreft het ecosysteem is dan
ook sprake van een neerwaartse spiraal.
America’s Great National Parks
Wanneer je van plan bent om de PanAmerikaanse snelweg af te reizen is het
als geograaf eigenlijk onvermijdelijk om
een keer van je route af te wijken. Dat is
natuurlijk helemaal niet vervelend of erg,
zeker niet wanneer het een bezoek betreft
aan een nationaal park.
Er zijn drie nationale parken in de buurt van
de route die je eigenlijk wel gezien moet
hebben. Als eerste is dat het groen, sneeuw
en ijs van het Glacier National Park. Ten
tweede is er het Badlands National Park met
zijn scherpe pieken en geschiedenis. Tot slot
is er het wereldbekende Yellowstone Park
met haar geisers en poelen van extremofiel
leven. Wanneer je nog nooit over deze
parken gehoord, gezien of gelezen hebt wil
ik je er nu graag even wat kort over vertellen.
Glacier National Park
Één van de eerste nationale parken (of
wanneer je vanuit het zuiden komt, de
laatste) die je tegenkomt in de Verenigde
Staten is het Glacier National Park. Dit park
kenmerkt zich door prachtige vergezichten
van bergen, meren en sneeuw en ijs. Het
gebied is binnen de VS behoorlijk bekend en
een favoriete locatie voor kamperen en het
spotten van beren. Ook deze regio heeft een
lange geschiedenis van Native Americans.
De regio onderscheidt zich echter door de
snel veranderde omgeving en haar gletsjers.
Deze gletsjers hebben de laatste decennia
echter te lijden gehad door veranderende
weeromstandigheden
waardoor
het
aanzicht van het park langzaam veranderd.
Badlands National Park
Ongeacht waar in de westerse wereld
je je bevind, je zult er niet snel iemand
ontmoeten die nog nooit van de Grand
Canyon gehoord heeft. Voor de Badlands
daarentegen is dat niet het geval, maar dat
betekent niet dat dit terecht is. Het Badlands
National Park ligt in de Amerikaanse staat
South Dakota en is een gebied dat zichtbaar
sterk geërodeerd is door wind en water. Het
gebied bestaat uit een grote hoeveelheid
scherpe ‘inselbergen’ wat leidt tot een
bijna buitenaards landschap. Verschillende
stammen van de inheemse bevolking
maakten dit gebied duizenden jaren
geleden al tot hun woongebied totdat de
Amerikaanse overheid in 1890 de meeste
landeigenaren van inheemse afkomst
onteigende van hun grond. Dit leidde tot wat
tegenwoordig bekend is als de Wounded
Knee Massacre en decennia later tot het
Wounded Knee incident. Mochten de natuur
en geschiedenis van de regio echter nog
niet genoeg zijn om je over te halen, dan is
er in de buurt van het park een symbool van
het Amerikaanse nationalisme te vinden:
Mount Rushmore.
Yellowstone Park en de National Park
Service
De nationale parken van de Verenigde Staten
zijn in de vorige eeuw in het leven geroepen
om bescherming te bieden aan de natuur. De
natuur hier werd namelijk in steeds grotere
mate onderworpen aan de vooruitgang van
de industriële samenleving. Deze parken
worden verzorgd door de National Park
Service, te herkennen aan de typische
groene uniformen. Yellowstone Park werd in
1872 als eerste aangewezen als gebied van
onschatbare waarde voor de Amerikaanse
samenleving en zou ook voor toekomstige
generaties beschikbaar moeten blijven.
Het park staat sindsdien symbool voor
alle pracht en praal aan natuur dat NoordAmerika te bieden heeft. Het is een begrip
wereldwijd en velen onder jullie zullen
er een goed beeld van hebben. Wanneer
je echter nog niet in de gelegenheid bent
geweest om het park in levende lijve te
zien zou je dat om de volgende reden nog
moeten doen: Het gebied ligt bovenop een
zogenaamde supervulkaan, met als gevolg
dat het park bezaait is met fenomenen als
geisers, bijzondere mineraalafzettingen en
unieke flora en fauna. Het landschap is net
zo uniek als de vulkanische omgevingen
zoals je die ziet in bijvoorbeeld IJsland maar
dan als groot verschil met veel meer leven.
Het is in dit park waar onder andere vele
verschillende extremofiele bacterieën zijn
gevonden die ons begrip van het leven op
de kop hebben gezet.
Bovengenoemde parken zijn slechts
een kleine greep uit de vele nationale
parken die je tegenkomt langs de route
van de Pan-Amerikaanse snelweg en waar
nog ontzettend veel meer over valt te
vertellen. Hoe meer je er bezoekt, des te
meer je te weten komt. Hopelijk krijg je
de kans om in ieder geval een paar van de
meest bijzondere locaties van het NoordAmerikaanse continent te bezichtigen.
Goede reis!
Kortom, de winning van aardolie uit
teerzand is controversieel. De argumenten
vóór hebben met name van economische
of geopolitieke aard. Tegenstanders van
de teerzandwinning dragen het milieu
en de leefomgeving van mens en dier als
argumenten aan. Al staat momenteel de
economie met 1-0 voor, de tijd zal het leren...
5-6-2014 15:58:38
girugten
8.
jeroen de regt
9.
04 / juni 2014
pan-american highway
thema-artikel
Laredo en Nuevo Laredo: twee steden,
één naam
De route van de Pan-Amerikaanse snelweg
doorkruist vele landen, waardoor er eveneens
veel landsgrenzen worden overgestoken.
Deze grenzen zijn veelal zwaarbewaakt, met
strenge grenscontroles en grensposten die
elkaar nauwlettend in de gaten houden. Een
van die landsgrenzen, tussen de Verenigde
Staten van Amerika en Mexico, vormt de
grens tussen twee zeer verschillende landen
met afwijkende culturen. De landen delen
stukken van elkaars geschiedenis; er hebben
veel onderlinge incidenten, annexaties
en zelfs enkele oorlogen voorgedaan. Op
één plek langs de lange grens tussen de
Grote Oceaan en de Golf van Mexico komt
die geschiedenis samen, als waar het dat
nergens anders doet: in het zuiden van Texas
en het noorden van Tamaulipas vinden we
Laredo, een stad die door de grens in tweeën
is gesplitst.
Geschiedenis
De geschiedenis van Laredo begon
halverwege de achttiende eeuw, toen
kapitein Tomás Sánchez in 1755 de
pan-american highway.indd 10-11
nederzetting Villa de San Agustin de Laredo
stichtte. Het stadje ontwikkelde zich snel
tot de hoofdstad van Nuevo Santander, een
Spaanse kolonie aan de Golf van Mexico.
Vervolgens is in 1762 het stadje onderdeel
geworden van de nu Amerikaanse staat
Texas, om vervolgens in 1840 de hoofdstad
te worden van de República del Río Grande.
Deze republiek, vernoemd naar de rivier die
door het gebied liep en waar Laredo aan
gelegen is, werd gesticht door tegenstanders
van het toenmalige Mexicaanse bewind.
De República del Río Grande bestond
slechts elf maanden, waarna het gebied ten
noorden van de Rio Grande onderdeel werd
van de Republic of Texas; het grotere gebied
ten zuiden van de rivier werd opnieuw
toegevoegd aan Mexico. Dat gold ook voor
Laredo, dat door middel van militaire acties
werd afgescheiden van Texas. Nog geen
zes jaar later brak echter de MexicaansAmerikaanse oorlog uit, waarbij de Texas
Rangers Laredo bezetten. Na de oorlog werd
bij de Vrede van Guadalupe Hidalgo (1848)
40.000 mensen de dood, en alleen al in 2011
vielen meer dan 11.000 doden. De strijd is
het hevigst in de Mexicaanse grenssteden
Cuidad de Júarez en Nuevo Laredo; diens
strategische ligging en de aanwezigheid
van
grote
aantallen
internationale
vrachtvervoerders maken het interessante
doorvoerhavens van drugs.
de grens tussen de Verenigde Staten van
Amerika en Mexico opnieuw vastgesteld,
waarbij grotendeels de Rio Grande werd
gevolgd. Sindsdien is Laredo, aangezien het
ten noorden van de rivier ligt, onafgebroken
onderdeel geweest van de Texas, dat op diens
beurt inmiddels onderdeel was geworden
van de Verenigde Staten van Amerika.
De op dat moment weer Amerikaans
geworden stad werd echter grotendeels
bewoond door mensen met een Mexicaanse
achtergrond. Een in de stad gehouden
referendum leidde tot de overhandiging van
een petitie door het stadsbestuur aan de
lokale Amerikaanse overheid. Deze petitie
werd afgewezen, waarop veel families
besloten de stad Laredo te verlaten, en de
staatsgrens over te steken naar de zuidelijke
oever van de Rio Grande. Op deze plek, recht
tegenover Laredo, werd in 1848 de nieuwe
stad Nuevo Laredo gesticht. De stad is sinds
de stichting gelegen in de Mexicaanse staat
Tamaulipas, welke grotendeels de contouren
volgt van het oude Nuevo Santander.
Cártel del Golfo verdedigde jarenlang met
hand en tand hun invloed over Nuevo Laredo,
tot de militaire afdeling van het kartel
Los Zetas zich in 2012 afscheidde van de
organisatie, en daarbij de invloed op de stad
overnam. Dat leidde tot een hevige strijd
tussen beide organisaties, die het sterkst tot
uiting kwam tijdens de massaslachting van
2012, waarbij strijders van Cártel del Golfo
enkele tientallen vermoedelijke leden van
Los Zetas ter dood brachten.
In de gehele metropoolregio Laredo-Nuevo
Laredo, welke bestaat uit in totaal achttien
verschillende plaatsen, woonden in 2010
naar schatting ruim 775.000 inwoners.
Daarvan woont het gros in de twee steden
die in de regio centraal staan: ongeveer
373.000 in Nuevo Laredo, en 236.000 aan
de overkant in Laredo.
Handel
Laredo en Nuevo Laredo hebben zich in de
eeuwen erna ontwikkeld tot een belangrijke
handelspost voor zowel de Verenigde Staten
van Amerika als Mexico. De grensovergang
over de Rio Grande behoort tot de drukste
van de gehele Amerikaans-Mexicaanse
grens: ruim 45% van de Amerikaanse
internationale handel met Mexico vindt via
Laredo plaats. Het percentage in de andere
richting, de Mexicaanse internationale
handel met de Verenigde Staten, ligt rond
35%. Zowel Laredo als Nuevo Laredo is
daardoor toegespitst op diensten binnen de
logistieke sector, grotendeels gericht op het
zo soepel mogelijk laten verlopen van de
handel die tussen beide steden plaatsvindt.
Drugsoorlog
De gunstige economische ligging van
Laredo en Nuevo Laredo heeft echter ook
grote negatieve gevolgen, met name voor de
zuiderburen. De stad lag jarenlang binnen
het territorium van de Cártel del Golfo, een
van de oudste criminele organisaties van
Mexico. Nadat het nationale drugsbeleid
vanuit Mexico-City radicaal wijzigde en de
aanval werd geopend op de drugskartels,
brak de Mexicaanse drugsoorlog uit, met
desastreuze gevolgen. In heel Mexico
vonden sinds de jaren tachtig meer dan
Vicieuze cirkel
Door de grote toename van geweld en
criminaliteit is Nuevo Laredo op dit moment
een gevaarlijke stad om te bezoeken,
waardoor Amerikaanse dagjesmensen een
stuk minder vaak de oversteek naar de
stad maken dan voorheen. Dit heeft weer
zijn weerslag op de lokale economie en
de welvaart van de lokale bevolking, die
daardoor behalve qua veiligheid ook wat
welvaart betreft in de problemen komen.
Daarmee treedt een vicieuze cirkel in
werking: voor de armere bevolkingslagen
van de stad zijn de arbeidskansen zodanig
beperkt, dat de stap naar het illegale circuit
ineens een stuk kleiner is geworden.
Toekomst
De toekomst van het stedenduo is ongewis:
Nuevo Laredo zal uit de drugsoorlog
moeten komen wil het diens economische
positie kunnen vasthouden, laat staan
verbeteren. Zolang de drugskartels er hun
dagelijkse strijd uitvoeren en op straat
de dienst uitmaken, zijn er onvoldoende
mogelijkheden om een gezond lokaal
economisch systeem te ontwikkelen. Aan
de overkant van de Rio Grande geniet
men voldoende Texaanse steun om de
stad draaiende te houden, maar zolang de
drugsoorlog bij de zuiderburen voortduurt,
levert men ook in Laredo in op diens
economische
mogelijkheden.
Zolang
iemand zijn of haar leven moet wagen om in
Nuevo Laredo over straat te kunnen, ligt de
ontwikkeling van de gehele metropoolregio
Laredo-Nuevo Laredo stil. En dat is gezien
de strategische locatie uiteraard erg zonde.
5-6-2014 15:58:41
girugten
thom van der gragt
10.
11.
04 / juni 2014
PAN-AMERICAN HIGHWAY
thema-artikel
ingang in de grote oceaan van het panamakanaal. links de brug van de pan-amerikaanse snelweg.
werd afgezien van een kanaal op zeeniveau
en werd er overgestapt op het gebruik van
sluizen. Om deze sluizen met water te vullen
moest er een apart meer gecreëerd worden.
Zo werd in die tijd de grootste dam en het
grootste door mensen gemaakte meer
aangelegd. Toen het kanaal in 1914 voltooid
was, was het het grootste project dat de VS
ooit hadden uitgevoerd met 375 miljoen
dollar (met infl atie nu gelijk aan 8,6 miljard).
Panama: dwars tussen de Amerika’s
Dat in Panama niet alleen maar Nederlandse
studentjes kunnen verdwijnen wordt
hopelijk snel duidelijk met dit artikel. Zoals
de Trans-Americana de verbindingsroute is
tussen Noord en Zuid Amerika, zou je Panama
met zijn kanaal als de poort tussen de Grote
Oceaan en de Atlantische Oceaan kunnen
zien. Een verbinding tussen het oosten en
westen van de Amerika’s. Al meer dan 500
jaar lang bestaat de wens om van Panama
een verbinding tussen de twee oceanen te
maken. In al die jaren is deze route van een
ezelspad, via een spoorweg naar uiteindelijk
het kanaal van nu gegroeid. Zoals de hele
westerse wereld Rusland nu als de as van het
kwaad beschouwd omdat het met zijn vloot
een strategisch interessant conflictgebied
bezet (de Krim), zo was ook Panama ooit
ingepalmd door de Verenigde Staten.
Vroeger
Panama werd als eerste ontdekt door een
Spaanse ontdekkingsreiziger genaamd
Rodrigo de Bastidas in het jaar 1501 toen
hij vanuit Venezuela op zoek was naar
goud. In 1513 kwam een andere Spaanse
ontdekkingsreiziger, ‘Vasco Núñez de
Balboa’s’, dankzij een boottocht van
de Grote naar de Atlantische oceaan
erachter dat Panama het smalste stuk
land was tussen deze beide oceanen. De
Panamese landengte zou snel uitgroeien
tot een belangrijke handelsroute binnen
het Spaanse Koninkrijk. Charles de Vijfde,
koning van Spanje en keizer van Duitsland
beval al in 1534 dat er een studie gedaan
moest worden om een kanaal door Panama
aan te leggen. Echter was dit nog veel te
ingewikkeld voor die tijd, dus zou de route
over land gaan. Spaans goud en zilver dat in
het westen van Zuid-Amerika was gevonden
werd over land in Panama getransporteerd
om naar Spanje te worden verscheept. Deze
route stond echter ook wel bekend als de
‘route van de kruizen’, naar de vele graven
langs deze weg. Ondanks dat Europese
ziektes het einde van de gehele inheemse
Panamese bevolking zou betekenen,
leefden er genoeg mensen om de Spaanse
kolonies te plunderen. Ook kende Panama
de ‘Cirramons’, ontsnapte Afrikaanse
slaven die zelf een koninkrijk in Panama
hadden gesticht en in samenwerking met
pan-american highway.indd 12-13
Vasco
Núñez
de
Balboa,
Spaanse
ontdekkingsreiziger: de eerste man die een
vestiging stichtte in de nieuwe wereld, en de
Grote Oceaan via Panama bereikte
de Engelsen de Spanjaarden overvielen. Net
zoals alle andere delen van de nieuwe wereld
was ook Panama erg gewild bij Europese
mogendheden. Zelfs Schotland heeft in
de 18e eeuw een kolonie geprobeerd op
te zetten in Panama. Dit mislukte echter
jammerlijk en zorgde ervoor dat een derde
van de Schotse adel bankroet ging.
(een beetje) Onafhankelijkheid!
Met de val van de Spaanse koloniën riep
ook Panama zichzelf uit tot onafhankelijk
land in 1821, om zich vervolgens meteen
met Colombia te verenigen in een Groot
Colombia. Toen in 1841 de Panamese
bevolking meer onafhankelijkheid wilde
zagen de VS hun kans schoon. Ze sloten een
verdrag met Groot Colombia om in ruil voor
militaire steun een spoorweg aan te leggen
dwars door Panama. Door de ontdekking
van goud in Californië was er een grote
vraag ontstaan om snel te kunnen reizen;
de snelste manier was in die tijd/periode
dus via een spoorweg door Panama. Dit
zou zodoende de eerste transcontinentale
spoorweg van de wereld worden! De VS
bleven tot 1903 actief betrokken bij het
onderdrukken van de Panamese bevolking.
De regering van Groot Colombia had
echter steeds meer moeite met het onder
controle houden van de rebellen die
een onafhankelijk Panama wilden. De VS
gebruikten de onafhankelijkheidsgevoelens
als drukmiddel om een eigen stuk land te
bemachtigen over de breedte van Panama. Zo
zou de VS een eigen kanaal kunnen bouwen
en alle inkomsten zelf kunnen innen. Groot
Colombia ging hier echter niet mee akkoord,
dus veranderden de VS hun standpunt
snel en steunden ze in 1903 de rebellen.
Door de onafhankelijkheid van Panama
verviel Groot Colombia tot het Colombia
van tegenwoordig. De VS hadden gekregen
wat ze wilden en begonnen meteen met de
bouw van het kanaal. En de bevolking van
Panama? Die kreeg tot en met 1963 een
schaduwregime van machtige families. Het
leger speelde hier handig op in en wist met
een coup de macht te grijpen. Vanaf dat
moment hield het leger de macht en werden
er slechts schijnverkiezingen gehouden.
De VS moesten een verdrag tekenen om
het kanaal in 1999 te overhandigen aan
Panama. De militaire leiding werd steeds
meer paranoïde. Ze positioneerde onder
meer hun militaire leider als de eeuwige
gids van de revolutie (een terechte naam
voor een man van het volk toch). Uiteindelijk
werden bij een verkiezing in 1988 de
winnende
oppositieleden
opgesloten
en dit resulteerde in massale rellen en
opnieuw ingrijpen van de VS. Ditmaal werd
er wel een democratisch gekozen president
geïnstalleerd en zo is Panama sinds 1989
een democratie waarbij de verkiezingen
stabiel en eerlijk verlopen.
Het kanaal
Zoals al eerder gezegd was er al vanaf het
moment dat Panama gekoloniseerd werd
door Spanje interesse in een kanaal. De
Spaanse koning had al in 1543 een studie
bevolen om uit te zoeken hoe het beste een
handelsroute voor Spaanse schepen die van
Peru terugkwamen opgezet kon worden.
De technologische kennis was toen echter
nog niet ver genoeg om daadwerkelijk een
kanaal door Panama te graven. Interesse
voor een kanaal kwam er opnieuw toen in
1877 twee Franse ingenieurs een voorstel
Ondanks dat het kanaal nu zo’n 100 jaar oud
is domineert het nog steeds de moderne
scheepvaart met o.a. een aparte term voor
de grootste schepen die er doorheen kunnen
varen. Deze staan bekend als Panamax
schepen, en mogen maximaal 80.000 ton
zwaar zijn. Leuk feitje, de kleinste tol ooit
betaald voor het kanaal was 36 cent. Dit was
voor iemand die het kanaal over zwom.
indienen om het kanaal te bouwen. Na het
geslaagde Suezkanaal waren de Fransen
erg optimistisch. Een ondernemer genaamd
Lesseps verwierf in totaal 400 miljoen
dollar om het kanaal te bouwen. Ze sloten
een contract met Groot Colombia (waar
Panama toen nog een provincie van was)
om het kanaal te mogen bouwen. Echter
hebben de Fransen op dat moment veel te
weinig onderzoek verricht. De bedoeling
was om een kanaal zonder sluizen op
zeeniveau aan te leggen. Het laagste
punt van de route ligt echter alsnog 115
meter hoog. Als de Fransen dan in 1881
begonnen zijn met de bouw van het kanaal
worden ze geconfronteerd met enorme
tegenslagen. Er sterven in de acht jaar van
de bouw zo’n 22.000 arbeiders. Door onder
andere mismanagement lijdde het Franse
project enorme verliezen en werd het in
1889 gestopt. Op dit moment kregen de VS
interesse om hier een kanaal te bouwen. Ze
kochten de rechten om het kanaal te bouwen
over van de Fransen voor 40 miljoen. Echter
ging de Colombiaanse regering niet akkoord
met het voorstel van de VS. Toen steunde
de VS snel de rebellen om van Panama een
onafhankelijk land te maken. Zo kregen ze
alsnog een strook land in bezit die volledig
in eigendom van de VS was. De VS begonnen
meteen met een commissie die erop moest
toezien dat niet dezelfde fouten werden
gemaakt als bij de Franse poging. Een van
de grootste problemen was naast malaria
de dronkenschap onder de arbeiders. Er
was niks te doen in Panama behalve naar
de kroeg gaan. Het eerste wat de hoofdprojectontwikkelaar dan ook deed was een
grote hoeveelheid voorzieningen bouwen.
Uiteindelijk zetten de arbeiders zelfs een
eigen zeer competitieve honkbalcompetitie
op. Daarnaast werd er gebruik gemaakt van
veel moderner gereedschap en machines.
Toch kwamen er ondanks alle maatregelen
nog zo’n 5600 arbeiders om het leven. Er
En wat nu?
Sinds de Panamese regering het kanaal in
1999 overnam heeft het substantieel veel
bijgedragen aan Panama. Panama heeft de
grootste economie van Centraal Amerika
en staat vierde in het lijstje met LatijnsAmerikaanse landen. Sinds 2006 heeft
Panama een economische groei van 10%
per jaar en daarmee de snelst groeiende
economie van Latijns-Amerika. Ook de
toeristische sector doet het goed. Toerisme
wordt ondersteund door de regering en
groeit elk jaar. In 2012 waren er 2,2 miljoen
toeristen in Panama.
Toch staan het land nog enkele uitdagingen
te wachten. China is bezig met het opzetten
van een spoorverbinding door Colombia om
de twee oceanen te verbinden. Hongkong
(niet helemaal hetzelfde als China) wil
daarentegen een kanaal door Nicaragua
bouwen. Panama zelf wil zijn kanaal ook
uitbreiden zodat er grotere schepen
doorheen kunnen varen. Er staan dus nog
genoeg planologische uitdagingen klaar
voor Panama.
5-6-2014 15:58:43
girugten
thijs fikken
12.
04 / juni 2014
pan-american highway
thema-artikel
girugten
04 / juni 2014
pan-american highway
thema-artikel
ronald kleine
&
eva bouw
13.
Darién Gap
Wegromantiek
Een ondoordringbaar stukje Amerika
De Pan-Amerikaanse snelweg, een weg
vanuit Prudhoe Bay, Alaska, gaat helemaal
naar beneden via Midden-Amerika richting
het puntje van Zuid-Amerika, Ushuaia,
Argentinië. Een bijna aaneengesloten weg
van naar schatting 48.000 km. Inderdaad,
bijna aaneengesloten. Op de helft van de
Pan-Amerikaanse snelweg, op de grens van
Panama en Colombia, zit namelijk een gat van
100 kilometer, het Darién Gap. Het Darién
Gap is vernoemd naar de gelijknamige regio,
Darién, waarin dit gat van 100 kilometer ligt.
In dit artikel zal het obstakel van de PanAmerikaanse snelweg worden uitgelicht.
De weg is mythisch. Reizen, ontdekken
en avontuur trekt ons uit de woonkamer
de wildernis in. De dopamineboost die je
krijgt als je stap voor stap je bestemming
nadert is onbeschrijfelijk. Het enthousiasme
bij aankomst evenmin. Zeker als deze
bestemming onbekend is. Want de grote
drijfveer achter de euforie is de onzekerheid,
de spanning, het wachten op de uitkomst
van je avontuur. Het onderweg zijn.
Dit gevoel, dat vele reisfanaten zullen
herkennen, is iets wat ik wegromantiek
noem. Wegromantiek kan worden gezien
als een geloof in nieuwe ervaringen op
nieuwe plaatsen. De geschiedenis vertelt
over allerlei grote ontdekkingsreizigers:
Christoffel Columbus op zijn schip, David
Livingstone met de benenwagen, en
Roald Amundsen op zijn hondenslee.
Allemaal bekende namen met bekendere
ontdekkingen. Jarenlang was reizen op
deze schaal alleen voor de elite weggelegd.
Maar met de komst van goedkopere auto’s
in de twintigste eeuw groeide de mobiliteit
van de middenklasse. En met die mobiliteit
groeide ook de reislust van de moderne
avonturier: de wegromanticus.
In het Amerika van de jaren ‘40 en ‘50
ontstond een sterke liftcultuur. Arbeiders
reisden van boerderij naar boerderij
om te helpen met oogsten. Geld was er
nauwelijks, en het geld dat er was werd
liever in whisky geïnvesteerd. Om op de
plaats van bestemming te komen werd
gewoon de duim opgestoken. Een kwestie
van noodzaak dus, zeker geen romantiek.
Een van die lifters was Jack Kerouac, de
eerste wegromanticus. Na een opleiding
pan-american highway.indd 14-15
aan de prestigieuze Columbia University in
New York besloot Kerouac om de grenzen
van persoonlijke vrijheid op te zoeken.
Het resulteerde in een bijbel voor de
Amerikaanse tegencultuur. Zijn boek ‘On
the Road’ beschrijft een hedonistische
levensstijl die aan de basis staat van de
latere hippiecultuur (hoewel Kerouac
bepaald geen hippie was). Het is een
reflectie van de dromen van grote groepen
vastgeroeste jongeren. Breek het normale
patroon, reis, en verrijk jezelf. In Kerouacs
woorden: ‘Nothing behind me, everything
ahead of me, as is ever so on the road.’.
Dit denken was een van de pilaren van
de hippiecultuur in de jaren ’60 en ’70. In
Amerika ontstonden de ‘leathertramps’ en
‘rubbertramps’. Mensen die rondreisden en
hun idealen verspreidden. Het liften was een
ware cultuur, met openheid en het opdoen
van nieuwe ervaringen als hoofddoel.
Wat een contrast met het reizen van nu.
Een vakantie wordt gepland. De reistijden
kunnen we op de minuut terugvinden
op internet en alles verloopt volgens
schema. Liften is uitgestorven. Sterker nog:
liften is gevaarlijk, onverantwoord, voor
zowel reiziger als chauffeur. Nederlandse
vrachtwagens mogen geen lifters meer
meenemen. En in Texas, Arkansas, North
Carolina, Tennessee en Mississippi is liften
zelfs illegaal. Elk individu rijdt in zijn
eigen auto. De wegen zijn gevuld met lege
capsules. Uit angst voor het onbekende. En
de romantiek? Die is verdwenen.
De kritische lezer heeft het al door: ik
chargeer een beetje. Jack Kerouac was
natuurlijk
een
onverantwoordelijke,
losgeslagen alcoholist. De hippiecultuur
was niet bijster productief. En als wij
allemaal het hedonisme zouden omarmen,
komt er vrij weinig terecht van dat geplande
economische herstel in de komende jaren.
Toch hoopt de wegromanticus in mij op het
herrijzen van deze denkwijze. Kerouac was
onverstandig, maar Kerouac lééfde. Het
ontdekken, reizen en ervaren is iets om
niet te missen. Al is het maar voor een paar
weken per jaar.
Gelukkig is er een wederopstanding aan
de gang. Routes als de Pan-Amerikaanse
snelweg zijn een grote inspiratie voor
de
postmoderne
avonturier.
Timelapsefilmpjes van obscuur reizende mannen
met groeiende baarden gaan regelmatig
viral op Youtube. In Duitsland is het
aanbieden van Mitfahrgelegenheit groot
geworden. Initiatieven als Couchsurfing en
huizenruil groeien gestaag.
Het is niet alleen leuk om op deze manier
te reizen, het is ook nog eens duurzaam en
goedkoop. Door samen te reizen bespaar je
brandstof. Door bij anderen te overnachten
beperk je de uitgaven aan hotels. Daarnaast
leer je lokale mensen kennen, die je een stuk
meer kunnen vertellen over hun omgeving
dan de gemiddelde reisgids.
De nieuwe Columbus zal je niet snel
worden. En een leven op de weg is ook vrij
onhaalbaar. Maar zo af en toe moet je de
wegromanticus in je laten spreken. Want
iedereen hoort de kick die het onverwachte
met zich meebrengt eens te ervaren. Dus als
je nog geen plannen hebt voor deze zomer…
Onherbergzaam gebied
Het Darién is een provincie in Panama.
Er wonen zo’n 40.000 mensen op een
oppervlakte van ruim 11.000 km2. De
bevolkingsdichtheid van het gebied is
dus ongeveer 3,6 personen per km2.
Ter vergelijking, Nederland heeft een
gemiddelde bevolkingsdichtheid van 498
personen per km2, en onze dunst bevolkte
gemeente, Schiermonnikoog, heeft nog
steeds 23 personen per km2. Dit schept ons
een beeld van het geringe aantal mensen
dat in de provincie Darién woont.
Een lage bevolkingsdichtheid dus, maar dat
is niet zo gek gezien de onherbergzaamheid
van het gebied. Het Darién is de provincie
waarin het Darién Gap ligt. Het Darién
Gap is een van de meest ondoordringbare
oerwouden ter wereld. De provincie kent veel
bergen en hitte en een vochtigheidsgraad
die de honderd procent nadert. Dit samen
met diepe en brede rivieren, maakt het
dat de langste weg ter wereld zelfs moet
zwichten voor de woeste natuur. Het woeste
gebied trekt niet veel mensen aan, maar
mocht je de overtocht willen maken, denk
dan wel om de jaguars, dodelijke fer-delance slangen en andere dieren, die het hier
wel prettig wonen vinden. Het Darién Gap
is het kleine stukje land dat de oversteek
per auto of motor van Midden- naar ZuidAmerika nagenoeg onmogelijk maakt.
Guerrillastrijders en drugshandel
Mocht je nog niet zijn afgeschrokken door
het onherbergzame gebied of de dodelijke
dieren die er leven, houd dan wel rekening
met de guerrillastrijders die je onderweg
tegen kunt komen. Rond de grens van
Panama en Colombia bevinden zich de
FARC rebellen. De FARC (Revolutionairy
Armed Forces of Colombia) rebellen zijn een
communistische, revolutionaire en illegaal
bewapende organisatie in Colombia. De FARC
is al vanaf het begin van de Colombiaanse
burgeroorlog in 1964-1966 gesticht als
de militaire vleugel van de Colombiaanse
communistische partij en is daarmee de
oudste guirrillagroep in Zuid-Amerika. Het
aantal leden van de FARC wordt geschat
op zo’n 9000 tot 15000 leden, waarvan
ongeveer 20 tot 30 procent jongeren onder
de 18 jaar zijn.De FARC was ontstaan als een
ideologische guirrillabeweging, maar nadat
bekend werd dat de groep betrokken was bij
drugshandel, vond een officiële afsplitsing
met de communistische partij plaats.
De FARC, die door de Colombiaanse regering,
de VN, de EU en de Verenigde Staten wordt
gezien als terroristische organisatie, vond
haar ideale uitvalsbasis op de grens van
Colombia en Panama, in het Dárien Gap.
Door de dichte, ondoordringbare begroeiing
van het regenwoud in het Darién Gap, zorgt
het Dárien Gap voor een plaats waar de
groep zich goed kan terugtrekken. De FARC
kan zich goed schuil houden in het Dárien
Gap, maar de FARC vind hier ook het ideale
gebied om gevangenen schuil te houden.
De organisatie houdt inmiddels honderden
mensen gevangen, als ruilmiddel om FARCleden vrij te krijgen.
Onderhandelingen
Gelukkig
is
er
een
ommekeer
gekomen sinds 2002, toen de nieuwe
Colombiaanse president Álvaro Uribe, de
onderhandelingen staakte met de FARC,
maar (daarentegen) hard ging optreden
tegen de organisatie. De FARC, die vele
politieke- en militaire gevangenen schuil
hield, was genoodzaakt om gevangen vrij
te laten, vanwege door de VS gefinancierde
druk van het Colombiaanse leger op de FARC.
In 2012 zijn vele vredesonderhandelingen
getekend, maar (daarentegen)
is de
boel zeker nog niet gesust, want in 2013
sneuvelden er nog dertien militairen door
een aanval van de FARC. In het Dárien Gap
wordt de FARC niet op de vingers gekeken.
Het is een ondoordringbaar gebied waarin
de FARC zich goed terug kan trekken, en
waarbij nog steeds activiteiten van de FARC
plaatsvinden, zoals ontvoeringen, moorden
en illegale drugshandel.
Avonturiers
Het Darién Gap is een onherbergzaam
gebied vol dodelijke dieren en onderworpen
aan verzetsstrijders. Voor de normale mens
wordt het ook wel bestempeld als een
no-go-area, maar juist daardoor komen
er ook avonturiers op af. Pioniers gaan
graag deze uitdaging aan. Er zijn dan ook
al verschillende pogingen gedaan om dit
ruige landschap te doorkruisen, zowel
te voet als met voertuigen. De eerste
doorkruising na de koloniale periode was
in 1924 door de Marsh Darién Expedition.
De grootste uitdagingen toen der tijd waren
het ruige landschap, de dichte begroeiing
en het warme vochtige klimaat. De eerste
doorkruising met een voertuig was in 1960
door de Trans- Darién Expedition met een
Land Rover en een jeep. De tocht duurde
136 dagen.
Vanaf de oprichting van de FARC in 1964
werd het nog gevaarlijker om dit oerwoud te
5-6-2014 15:58:44
14.
doorkruisen. Toch zijn er nog verscheidene
mensen geweest die deze tocht hebben
ondernomen.
Waaronder
bijvoorbeeld
een evangelist Arthur Blessitt, die de
doorkruising van het Darién Gap zag als
pelgrimstocht. Tijdens deze pelgrimstocht
droeg hij een 3,5 meter lang houten kruis en
had hij maar een beperkt aantal bezittingen
mee zoals een machete, water, een Bijbel,
schrijfwaren en religieuze stickers om zijn
gedachtegoed uit te dragen. Zijn ervaringen
zijn terug te lezen in zijn boek ‘The Cross’ en
zijn tocht is verfilmd onder dezelfde naam
als zijn boek.
De meeste tochten worden ondernomen
vanuit Panama naar Colombia, waarschijnlijk
omdat de meeste reizigers ook de
Panamericana afreizen van noord naar zuid.
Vanaf 1990 werd het doorkruisen van het
Darién Gap wel erg gevaarlijk. De conflicten
in Colombia liepen erg uit de hand, dankzij
drugsactiviteiten en politieke onstabiliteit.
Gelukkig is de rust in Colombia weer
een beetje wedergekeerd, maar de FARC
houdt zich nog steeds schuil in dit gebied.
Een positief reisadvies zal de Darién Gap
voorlopig nog niet krijgen.
Laatste noot
Dan als laatste noot de ervaringen van
Robert Young Pelton over het Dárien Gap.
Robert Young Pelton, schrijver voor National
Geographic en bekend van zijn boek The
World’s Most Dangerous Places, moest een
televisiespecial maken over het Dárien
Gap. In het Dárien gap was hij 10 dagen
gekipnapped, en daarna gelukkig weer
vrijgelaten, omdat hij toevallig de leider van
de rebellen kende uit een vorig interview.
Zijn noot over het Dárien Gap zegt eigenlijk
precies waarom het Dárien Gap het enige
stuk land is dat de Pan-American Highway
onderbreekt.
“The Darién Gap is one of the last - not only
unexplored - but one of the last places people
really hesitate to venture to... The basic
problem of the Darién Gap is that it’s one of
the toughest hikes there is. It’s an absolute
pristine jungle but it’s got some nasty sections
with thorns, wasps, snakes, thieves, criminals,
you name it. Everything that’s bad for you is in
there.” (Robert Young Pelton)
/// Meer weten?
ht tp://www.middenamerika.nl/panama/
highlight/darien-provincie/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Revolutionaire
_Strijdkrachten_van_Colombia
http://www.blessitt.com/
pan-american highway.indd 16-17
Colombia, the only risk is wanting to stay
Colombia lijkt niet de meest voor de hand liggende vakantiebestemming.
Het staat bekend om de cocaïne kartels, ontvoeringen, aanslagen en FARC
rebellen. Toch probeert de overheid van Colombia het toerisme steeds
meer te stimuleren. Met de slagzin ‘Colombia, the only risk is wanting to
stay’ proberen ze de westerse toerist ervan te overtuigen dat Colombia
een veilig vakantieland is. De natuur in het land is prachtig, de mensen
behulpzaam (toeristen brengen nou eenmaal geld in het laatje) en een
avonturier kan hier zijn of haar hart ophalen. Toch is een bezoek aan dit
land niet geheel zonder gevaar. Het is er stukken veiliger dan vroeger en
er worden ‘nog maar’ enkele honderden mensen per jaar ontvoerd. Toch
blijven er veel politie en militairen nodig om het land veilig te houden.
Als toerist zal je niet snel ontvoerd worden, tenzij je betrokken bent in de
drugshandel, in dat geval kun je maar beter thuis blijven.
Tom Waes onderzoekt in zijn programma ‘Reizen Waes’ of het mogelijk
is om op vakantie te gaan ‘tussen de gewapende guerrilla, vulkanen
of waanzinnige dictators’, aldus de Belgische omroep ‘één’. Hij reist in
Colombia van het Noorden naar het zuidelijkere Caño Canoas, om hier
een prachtige waterval te aanschouwen. Het begin op Playas Blanca valt
vies tegen. Wat een prachtig strand had moeten zijn, ziet zwart van de
mensen en voor je rust hoef je er niet heen te gaan. Als toerist kom je
terecht in een hinderlaag van mensen die je van alles aan willen smeren;
eten, souvenirs of zelfs massages. Waes krijgt het uiteindelijk wel voor
elkaar om een kijkje te nemen in het huis van zijn masseuses. Tijdens dit
bezoek ontdekt hij de realiteit van het leven in Colombia. Het is er dan
wel minder gevaarlijk dan vroeger, maar het leven is er zwaar volgens
de dames. Ze hebben weinig werk en hun leefomstandigheden zijn ook
verre van optimaal; ze wonen in een krottig huisje met een tuin vol afval.
Gelukkig ziet de toekomst van hun kinderen er wel beter uit, omdat zij de
kans krijgen om langer naar school te gaan.
De tweede stop van Tom is bij een uitgedoofde vulkaan, waar je kunt
badderen in de warme en helende modder in de krater van de vulkaan.
Eenmaal bij aankomst blijkt ook deze toeristische bestemming nogal een
flop. De vulkaan is zelf aangelegd – in tegenstelling tot de natuurlijke
vulkaan die beloofd wordt in de brochure – en wordt met plastic netten
bij elkaar gehouden. Je kunt er wel ‘heerlijk’ badderen in de modder met
tientallen andere westerse toeristen.
Na te hebben gebadderd tussen de westerse toeristen vertrekt hij snel
15.
naar de stad Meddelline, de voormalige woonplaats van Pablo Escobar.
Pablo Escobar was de beroemdste en beruchtste drugsbaron van
Colombia en daarmee ook een van de rijkste mensen ter wereld. Hij mocht
dan wel een van de ergste criminelen ooit zijn, toch heeft hij nog steeds
behoorlijk veel bewonderaars. Pablo Escobar is in 1993 na zijn arrestatie
doodgeschoten, al wordt er ook wel beweerd dat hij eerst beschoten is
door de politie en daarna zichzelf heeft doodgeschoten.
In Medelline kun je een heuse Escobar tour doen, waarbij Tom Waes het
voormalige huis van Pablo Escobar bezoekt, en hij zelfs in de martelkelder
mag kijken. Maar of je daar nou zo blij van wordt…
Dat Pablo Escobar zo bewonderd wordt lijkt raar, maar al snel wordt
duidelijk dat hij ook veel voor de inwoners van Medelline heeft betekend.
Hij kwam op voor de armen, en heeft voor hen zelfs een hele wijk laten
bouwen – Barrio Escobar. Daarnaast verwacht ik dat hij ook voor veel
werkgelegenheid heeft gezorgd met zijn zwarte praktijken. Een slimme
crimineel dus. Waes bezoekt ook de wijk Barrio Escobar, maar doet dit wel
onder strenge politiebegeleiding.
Als voetballiefhebber kun je in Colombia ook je hart ophalen. Medellin
was óók de woonplaats van een beroemde voetballer: Andrés Escobar,
die overigens geen familie is van Pablo Escobar. Andrés Escobar is in
1994 doodgeschoten omdat hij een eigen doelpunt had gemaakt op
het wereldkampioenschap voetbal in 1994 in de Verenigde Staten. In
Colombia nemen ze voetbal misschien iets té serieus. Een voetbalwedstrijd
bijwonen is wel echt een hele ervaring, zoveel enthousiasme zie je zelden,
en dit is dus ook wat Tom doet.
Na dit voetbalavontuur reist Tom verder naar het zuiden naar de hoofdstad
Bogotá. Er wordt nog wel een korte tussenstop gemaakt, om een lokaal
vervoermiddel uit te proberen: een 600 meter lange kabelbaan. Ja, een
kabelbaan, waar iedereen gebruik van maakt om snel van de ene berg
naar de andere berg te gaan. Kinderen gaan op deze manier naar school
en een opa van 80 slingert ook gerust naar de overkant.
In Bogotá bezoekt Tom een kledingfabriek waar ze kogelvrije- vesten en
pakken maken. Dat moet natuurlijk even getest worden. In Colombia doen
ze hier niet zo moeilijk over. De baas van de fabriek heeft een geweer bij
de hand en test op Tom of het vest écht kogelvrij is. Een leuke, maar vooral
spannende toeristische attractie.
Het laatste gedeelte van Tom’s reis omvat de tocht naar Caño Canoas.
Hiervoor vliegt hij eerst naar La Macarena, wat nog maar kort veroverd
is door het leger uit handen van de rebellen. Echter zitten er rondom dit
gebied nog steeds rebellen, dus over het land reizen naar La Macarena
is niet aan te raden. Vanaf La Macarena gaat Tom per boot over een
rivier om te overnachten bij zijn gids (volgens Tom waarschijnlijk een
voormalige cocaïneboer). De volgende dag trekken ze verder het oerwoud
in en moeten ze uiteindelijk te voet verder, omdat het oerwoud erg
dichtbegroeid is. De gids vertelt dat het mogelijk is dat ze FARC-rebellen
tegen komen onderweg, maar ziet dit niet als een probleem: ‘het zijn ook
maar mensen’. Tussendoor laat de gids nog een unieke plek zien waar een
van kleur veranderende waterplant bloeit en verder in de jungle raken
ze nog een beetje verdwaald. Uiteindelijk bereiken ze het eindpunt Caño
Canoas, een prachtige waterval, waar verder geen toerist te bekennen is.
De reis van Tom Waes door Colombia begon niet al te goed, maar werd
wel steeds beter. Zolang je je maar niet aan de toeristische brochures
vastklampt, blijkt Colombia prachtig te zijn. Je moet echter niet te bang
zijn aangelegd én van een beetje avontuur houden. Er zijn veel militairen
en politie nodig om de veiligheid te garanderen en in het oerwoud
houdt de FARC zich nog steeds schuil. Naast de reis van Tom Waes zijn er
natuurlijk nog veel meer plekken die je als toerist zou kunnen bezoeken.
Ook de festiviteiten en carnaval in Colombia hebben zeker toeristische
potentie. Verder zijn er nationale parken en zijn er in de hoofdstad Bogotá
musea waar je pre-Colombiaanse kunst en kunst uit de koloniale periode
kunt bekijken. Je kunt tegenwoordig ook al groepsreizen naar Colombia
boeken, dus zo onontgonnen is het nou ook allemaal weer niet. Ook blijkt
na wat social media-ophef dat Tom zeker niet de eerste toerist was die de
waterval in Caño Canoas bezocht heeft. Desalniettemin is deze aflevering
van Reizen Waes goed om onze vooroordelen over Colombia eens op de
proef te stellen. Of misschien een klein beetje te bevestigen?
/// Meer weten?
Reizen Waes: http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1410456
en
http://www.een.be/programmas/reizen-waes/reizen-waes-debestemmingen
Pablo Escobar: http://nl.wikipedia.org/wiki/Pablo_Escobar
Andés Escobar: http://nl.wikipedia.org/wiki/Andr%C3%A9s_Escobar
5-6-2014 15:58:46
girugten
16.
wieke ijbema
17.
04 / juni 2014
pan-american highway
thema-artikel
Het mysterie van de woestijn: de Nazcalijnen
We vervolgen onze trip over de PanAmerikaanse snelweg door Zuid-Amerika.
Op ongeveer de helft van de reis komen we
via de Panamericana Norte het prachtige
Peru binnen. De Panamericana Norte is
een slechte, slingerende weg die een flink
aantal steden passeert maar de weg voert
vooral door een ruig rotslandschap. Als we
de hoofdstad Lima voorbij rijden, veranderd
dit beeld abrupt. De Panmericana Sur is een
moderne snelweg van goede kwaliteit en
voert zuidwaarts door een woestijn waar
vrijwel niets groeit. De snelweg volgt de
kustlijn en doorkruist slechts een aantal
dorpen. Reizigers die de Panamerican
Road Trip rijden om zo snel mogelijk van
het startpunt naar het eindpunt te komen,
scheuren op hun weg naar Chili snel door
het zuiden van Peru in verband met het
eentonige uitzicht. Maar wie geen tijd heeft
om stil te staan in het gebied en zich tijdens
deze trip alleen maar focust op de weg, kijkt
letterlijk over iets heel indrukwekkends
heen; op deze uitgestrekte vlakte bevindt
zich een complex patroon van lijnen,
cirkels en tekeningen in de grond die alleen
duidelijk zichtbaar zijn vanuit de lucht.
Een 1500 jaar oud mysterieus cadeautje,
achtergelaten door de Nazcabeschaving.
Het is het jaar 1926. Voor het eerst in de
geschiedenis vliegt er een vliegtuigje over
de Nazcawoestijn, een groot plateau in het
zuiden van Peru dat zich tussen de Grote
Oceaan en het Andes gebergte bevindt. De
bemanning van het vliegtuig doet tijdens
deze vlucht een bijzondere vondst: vanuit
de lucht zijn duizenden lijnen, cirkels en
figuren zichtbaar. De vondst wordt bij de
overheid gerapporteerd maar vanwege het
gebrek aan financiële middelen wordt er
niets mee gedaan. Pas eind jaren ’30 begint
de Amerikaan Paul Kusok zich in het gebied
te verdiepen. Hij stelt vast dat er niet alleen
‘de aap’
duizenden lijnen lopen over het terrein
maar dat er ook enkele afbeeldingen van
dieren zichtbaar zijn. Deze figuren zijn
in sommige gevallen ruim 300 meter
lang en zijn vanwege deze afmetingen
alleen waarneembaar vanuit de lucht.
Aangetrokken door het grote mysterie
rondom deze reusachtige tekeningen sluit
Maria Reiche, een Duitse archeologe wiens
naam inmiddels onlosmakelijk verbonden
is met de Nazca lijnen, zich in 1940 bij
Kusok aan. Binnen enkele jaren komen er
verschillende theorieën tot stand over het
doel van de Nazca lijnen, de ene theorie nog
gekker dan de ander.
De lijnen en figuren
Inmiddels is de ontdekking van de Nazca
geogliefen ruim 80 jaar geleden. Toch is er
nog steeds veel onduidelijkheid omtrent
de afbeeldingen. Slechts een aantal zaken
zijn met zekerheid vastgesteld. Zo is er
aangetoond dat de lijnen zo’n 1500 á 1700
jaar oud zijn en gemaakt zijn door de Nazca,
een volk dat in de vroege tussenperiode
in het Andes gebergte naast het gebied
leefde (350 v. Chr. tot 650 na Chr.). Ook is
vastgesteld op welke wijze de tekeningen
werden aangebracht. De figuren zijn in de
grond uitgegraven of tot 10 á 30 centimeter
diep in de rots uitgehakt, soms zijn ze tot 3
meter breed. Vaak werden ze met behulp
van stenen en keien gemaakt. Ondanks
dat de lijnen over heuvels en door ravijnen
lopen, zijn ze altijd kaarsrecht.
Op dit moment zijn er tientallen figuren
ontdekt,
waaronder
tekeningen
van
een hagedis, een condor met een
vleugelspanwijdte van 180 meter, een
kolibrie, een kameleon, een walvis en een
boom. Daarnaast bevinden zich er ook een
paar mensenhanden, een aap, een leguaan,
een hond en driehoeken op de grond. Het
meest bijzondere zijn echter de afbeeldingen
van een zeldzame spin (afgebeeld met een
extra poot die in de werkelijkheid alleen
met behulp van een microscoop kan worden
waargenomen) en de afbeelding van een
‘astronaut’, een marsmannetje. Met name
deze laatste afbeelding heeft geleid tot
theorieën over aliëns: de lijnen zouden
het werk zijn van buitenaardse wezens die
de lijnen als landingsbaan gebruikten voor
hun UFOs. De bekendste theorie is echter
de theorie van Maria Reiche. Zij herkent een
astronomische kalender in de figuren. Er zijn
sterrenconstellaties die overeenkomen met
de patronen in de grond. Mogelijk geven
de lijnen belangrijke landbouw momenten
weer, zoals de zaaitijd, regentijd en
oogsttijd. Andere theorieën stellen echter
dat de tekeningen ondergrondse wateraders
weergeven die gevonden zouden zijn
met een wichelroede. Nog weer anderen
betrekken de lijnen bij theorieën die de
Nazca beschaving in verband brengt met de
mysterieuze Moai beelden op Paaseiland en
de piramides van de Egyptenaren; wie een
lijn trekt van Paaseiland naar de piramides
in Caïro ziet dat deze lijn de Nazca woestijn
kruist. Het daadwerkelijke idee achter de
lijnen is echter tot op heden nog onduidelijk.
Het geheim van conservatie
Hoe komt het dat de lijnen zo lang goed
bewaard zijn gebleven? Dit heeft alles te
maken met de geografie van het gebied. Het
gebied heeft een oppervlakte van 777 km2
(ongeveer zo groot als de stad New York).
De vlakte is bedekt met een roodbruinige
toplaag van vulkanisch gruis. Daaronder
bevindt zich een lichte, gelige bodem.
Wie door de Nazca woestijn loopt laat
een patroon van gele voetstappen achter.
Het gebied geld als één van de droogste
gebieden op aarde. Gemiddeld regent het
ongeveer een half uur per 2 jaar in het gebied.
De uitzichttoren
langs de
Panamericana
met ‘de boom’
een lijn, gezien vanaf de grond
Ook
pan-american highway.indd 18-19
waait
het
er
de mysterieuze afbeelding van ‘de astronaut’
niet tot nauwelijks. Er is dus geen sprake
van wind of watererosie. Voor het maken
van de tekeningen verwijderden de Nazca
de bovenste rode toplaag van de grond,
waardoor de gelige bodem zichtbaar werd
en er ‘tekeningen’ ontstonden. Omdat
deze opzij geschoven zanddeeltjes niet
terug waaiden of wegspoelden, bleven de
tekeningen bewaard.
De aanleg van de Panamericana
De natuurlijke omstandigheden in het
gebied zijn voor de conservatie van de
tekeningen erg gunstig. Toch worden de
lijnen wel in hun bestaan bedreigd. Eén van
deze bedreigingen wordt gevormd door
de Pan-Amerikaanse snelweg. In 1938 gaf
de Peruaanse overheid toestemming voor
de aanleg van een snelweg van Lima naar
Tacna. Enkele jaren later werd er gestart met
de bouw van deze weg, tot grote frustratie
van de eerder genoemde Maria Reiche. De
Panamericana werd namelijk dwars door de
Nazca lijnen heen gelegd. Er werd destijds
in Peru, net zoals in Nederland en in veel
andere landen, weinig waarde gehecht aan
erfgoed en de overheid was dan ook niet
bereid de snelweg om te leggen. Dit leidde
er toe dat de snelweg dwars door de staart
van de hagedis werd aangelegd en van deze
afbeelding is tegenwoordig dan ook weinig
terug te zien. Enige jaren hierna toonde
de overheid plannen om in het gebied
katoenplantages aan te leggen met behulp
van irrigatie. Maria Reiche wist de overheid
er echter van te overtuigen dit niet te doen
en wende hiermee dit gevaar af.
Veranderingen in erfgoedwaardering
Pas in de jaren ’70 ontstond het besef dat
de Nazca lijnen van historisch belang waren
voor de Peruaanse samenleving. Daarnaast
zag men economische voordelen; de site
van Nazca was interessant voor toeristen.
Deze omslag in de waardering van erfgoed
leidde er toe dat de overheid regelgeving
instelde voor het gebied. Zo werd het
verboden over de vlakte te rijden of te lopen.
Om burgers een kans te geven de lijnen
te bezichtigen zonder ze te beschadigen,
werd er een uitzichttoren gebouwd langs
de Panamericana. Vanaf deze toren is het
mogelijk twee afbeeldingen te zien. In
1995 kreeg Nazca een plek op de UNESCO
werelderfgoedlijst
waarmee
Nazca
internationale erkenning en bescherming
verwierf. Tegenwoordig ontvangt de plek
veel internationale toeristen en stijgen er
vanaf het nabij gelegen vliegveld honderden
vliegtuigjes per dag op om mensen de lijnen
te laten zien.
Het einde in zicht?
Nu het gebied ook internationaal wordt
erkend, lijken de lijnen veilig te zijn.
Toch is niets minder waar. De Peruaanse
overheid kampt met dilemma’s. Vanwege
een groeiende bevolking en vraag
naar elektriciteit is het noodzakelijk
elektriciteitsmasten te bouwen in het
gebied. Vanwege de beschermde status is
dit officieel niet mogelijk maar de regels
worden dusdanig verbogen dat er al enkele
masten zijn verschenen, zonder rekening te
houden met het lijnenpatroon. Daarnaast
brengt het groeiende toerisme - inmiddels
de belangrijkste economische sector –
nadelen met zich mee. Toeristen laten vuil
achter in het gebied, maken (ondanks het
verbod) wandelingen over de vlakte en
betreden het terrein (ondanks het verbod)
met auto’s. Daarnaast nemen ze stenen mee
die in de tekeningen zijn gebruikt, met het
gevolg dat de tekeningen vervagen. Ook de
klimaatverandering heeft gevolgen voor de
Nazca lijnen. Zo zorgt El Niño, een steeds
heftiger fenomeen, door modderstromen en
overstromingen voor schade. Ondanks dat
het gebied als één van de droogste gebieden
op aarde werd het gebied in 2009 getroffen
door meerdere heftige regenbuien van
langer dan een uur. Ook de wind neemt toe in
het gebied; hierdoor worden de lijnen weer
bedekt met de rode bovenlaag waardoor ze
langzaam verdwijnen. Mocht je de lijnen dus
nog willen bezoeken, stel dit dan niet te lang
uit. Voor je het weet zijn de lijnen voorgoed
verdwenen en zal het geheim van de Nazca’s
voor eeuwig bewaard blijven.
/// Meer weten?
Kijk voor een documentaire over de Nazca
lijnen, theorieën en het leven van Maria
Reiche op www.girugten.nl !
5-6-2014 15:58:48
girugten
marins hettinga
18.
19.
04 / juni 2014
pan-american highway
thema-artikel
Een dovend Vuurland
Vuurland, in het Spaans Tierra del Fuego,
is een archipel onder het zuidelijkste
puntje van Zuid-Amerika en een van de
23 provincies van Argentinië. Het land
heeft een toendraklimaat en bestaat voor
het grootste deel uit dor gras waar alleen
schapen zich mee kunnen voeden. Het is een
ruig landschap met (ijzige) meren, rivieren
en gletsjers. De rivieren zitten vol forel, zalm
en hier een daar een bever. Op de rotsachtige
kliffen zijn pinguïns en zeeleeuwen te zien.
Niets doet vermoeden dat dit land ooit
bewoond was door vele indianen.
De Yahgan, de oorspronkelijke bewoners
van deze eilanden, leefden duizenden
jaren op dit kille land. Ze zorgden voor
warmte door het maken van vuren en deze
waren van levensbelang voor de Yahgans.
Ze leefden namelijk vrijwel naakt, op een
cape van zeehonden- of ottervel na, en
smeerden zich alleen in met dierenvet om
zich te beschermen tegen uitdroging en
onderkoeling. Kleding had geen enkele
nut in het koude water, dierenvet wel.
Vrouwen hadden een groot aandeel in het
overleven van de stam, zij waren degenen
die naar mossels doken en vissen vongen.
Daarnaast zorgden ze voor de kinderen,
roeiden in kano’s en repareerden deze.
Mannen hadden echter ook wel eens de
broek aan: zij waren degenen die de kano’s
maakten. De Yahgans werden ook wel
kano-indianen genoemd omdat ze veel tijd
doorbrachten op de koude zee, daarom
namen ze zelfs vuur mee op hun kano. De
eerste Europeaan, die het land ontdekte,
was Ferdinand Magellaan (1480-1521) die
door de naar hem genoemde zeestraat voer
en deze vuren van de Yahgan indianen zag.
Een uiterst creatieve uitspatting van de heer
Magellaan leidde toen tot de uiteindelijke
benaming van dit archipel: Vuurland.
Tal van jaren later voer het schip ‘The
Beagle’ langs Vuurland met aan boord de
ontdekkingsreiziger Charles Darwin. Hij was
een jonge bioloog die veel betekend heeft
voor het beeld wat de mens van zichzelf
heeft. Hij was in goed gezelschap. Met hem
waren er nog drie Yahgan indianen aan
boord, die weer werden teruggebracht naar
Vuurland. Zij waren enkele jaren eerder van
het eiland geplukt door kapitein FitzRoy
en meegenomen naar Engeland om ze
pan-american highway.indd 20-21
De inspanningen van de kolonisten, die
hier ooit met zulke goede intenties waren
aan komen waaien, leken tevergeefs en
hebben uiteindelijk geleid tot de uitroeiing
van een volk. De Vuurlanders bleken slecht
bestand te zijn tegen de slachtpartijen,
de genocide door sommige kolonisten,
de kerstening en de Europese ziektes die
werden meegebracht zoals de mazelen
en tuberculose. Zo slecht zelfs, dat tussen
1850 en 1910 maar liefst 85% tot 90%
van de bevolking overleed en in 1916 nog
maar honderd Yahgan indianen over waren.
Anno 2014 is er nog exact één volbloed
Yahgan over. Met haar dood zal dit volk zijn
uitgestorven, en met het volk ook hun taal.
dat de missionarissen op dit eiland goed
werk deden en dat de eindresultaten van
dit project goed zouden zijn. De Engelsen
begonnen op Vuurland kerkjes te bouwen
en namen verschillende gezinnen mee
naar het eiland Falkland waar ze in alle rust
verkerstend konden worden en de Engelse
taal konden leren in plaats van hun eigen
‘dierlijke gebrabbel’. Ook moesten ze kleren
gaan dragen in plaats van de dierenvellen,
alleen werden deze koud en nat waardoor
de Yahgan-indianen juist ziek werden.
Darwins aantekeningen
daar (onze) beschaving bij te brengen. De
godsdienst, Engelse kleren en een keurige
Engelse naam werd hen opgedwongen. Nu
werden zij door ‘The Beagle’ teruggebracht
naar hun moederland om hun eigen volk te
bekeren en beschaving bij te brengen.
Darwin was een aantal jaren eerder hevig
geschokt bij het aanzien van hun volk
en noemde ze beestachtige wilden. Hij
ontdekte allerlei dierlijke trekken bij deze
mensen en vond de wilden op duivels
lijken. Deze ervaringen met de wilden van
Vuurland bracht één van zijn revolutionaire
gedachtes voort. Hier ontstond het inzicht
dat we niet geschapen zijn naar Gods
evenbeeld, maar zelf ook beesten zijn
en van beesten afstammen. Alle mensen
behoren tot dezelfde soort, wat radicaal
anders was vóór die tijd waarin slavernij de
normaalste zaak van de wereld was.
In de 19e eeuw leefde men in de overtuiging
dat mensen die niet naar christelijke
principes leefden gedoemd waren tot
eeuwig lijden en onwetendheid. Ze wilden
deze indianenstam oprecht helpen en
dat kon alleen door het evangelie te
verkondigen. Charles Darwin zelf had zijn
twijfels over bepaalde aspecten van het
christendom maar was wel van mening
Toen kwam de omslag. Door de
grootschalige bemoeienissen keerden de
indianen zich tegen de missionarissen en
moordden ze op één na allemaal uit. Maar
het misverstand dat deze Vuurlanders, die
hier al duizenden jaren leefden, toch hulp
nodig hadden, bleek hardnekkig. Er kwamen
nieuwe missionarissen, onder leiding van
Thomas Bridges, om Gods woord onder
deze primitievelingen te verspreiden. Ook
kwamen er zeehondenjagers mee omdat er
met de huiden aardig geld te verdienen viel.
Daarnaast verkochten zeelieden alcohol en
snuisterijen voor huiden en begonnen ze
te jagen op walvissen. Helaas betekende
dit dat de Yahgan een gebrek aan voedsel
kregen doordat er minder zeehonden waren
en er telkens minder walvissen strandden.
na wat aangeleerde beschaving terug waren
uitgezet, bleken opnieuw verwilderd. Het
aanbod om opnieuw mee terug te gaan naar
Engeland werd afgeslagen; in Vuurland had
men vis, bessen en een vrouw. Hier blijkt
maar weer dat de kwaliteit van leven voor
ieder mens wat anders inhoudt.
Er werd goud gevonden en de grasvelden
bleken uiterst goed te zijn om schapen
te hoeden, wat een nieuwe stroom van
kolonisten lokte. Helaas betekende dit dat
de indianen in de weg stonden. Omdat deze
zich telkens minder meewerkend opstelden
loofden de schapenboeren zelfs geld uit
voor elk indianenhoofd om zo de inheemse
bevolking uit te moorden
Thomas Bridges kreeg van de Argentijnse
regering grote stukken land met de
veronderstelling om de toestand van
de Yahgan te verbeteren, maar in plaats
daarvan bouwde hij zijn eigen ranch. Hij
hield meer dan 4500 schapen en grote
kuddes runderen, paarden en veel varkens.
Hij liet de Vuurlanders hekken om zijn
graslanden maken en liet ze zijn huis,
schuren en pakhuizen bouwen. Hij vestigde
een kolonie van Yahgan werknemers op
zijn ranch en niemand mocht zonder zijn
toestemming langs de kustlijn jagen of
eten verzamelen. De arbeiders kregen geen
salaris, maar kregen wel eten dat op de
ranch werd geproduceerd en kleding om er
fatsoenlijk uit te zien.
Om de Yaghan bevolking na haar uitsterven
te eren en te begrijpen proberen Chileense
antropologen de taal nu nog vast te leggen
voor het te laat zal zijn. Uit dit onderzoek
blijkt dat de taal veel gecompliceerder is
dan wat op het eerste gezicht alleen maar
dierlijk gebrabbel leek. Door het Guinness
Book of Records werd het Yahganse woord
‘mamihlapinatapai’ als het moeilijkste te
vertalen woord uitgeroepen. Het betekent
iets als: de blik die wordt uitgewisseld door
twee mensen die geen initiatief willen of
durven nemen om iets aan te nemen, maar
wel hopen dat de ander het doet. Wellicht
dat door deze eervolle vermelding de
Yahgan-taal met de dood van de laatste
volbloed toch niet helemaal zal uitsterven.
De edele woestelingen
Naar verloop van de tijd bleek het een
triest voorbeeld van goede bedoelingen
van de kolonisten die volstrekt verkeerd
uitpakten. Ook de drie Yahgan indianen die,
Tijden zijn eerste tocht naar en van Vuurland (1826 – 1830) nam Fitzroy een paar Yahgans
mee naar Engeland. Om precies te zijn gijzelde hij enkelen omdat ze een boot gestolen
hadden en kocht hij een Yahgan-kindje voor een paarlemoeren knoopje. Hij nam ze mee
om hen op te voeden, maar in werkelijkheid werden ze ook geëxposeerd aan de Engelse
bevolking. De Britse reizigers hadden de vier indianen de namen Fuegia Basket, Boat
Memory, York Minster en Jemmy Button (zoals de naam misschien al verraadt, was dit
die van het paarlemoeren knoopje) gegeven. In de achttiende eeuw was er de populaire
‘nobele wilde’-theorie wat inhield dat de woeste inboorlingen nog slechts de enige zuivere
wereldburgers waren. Men sleepte een ‘wilde’ uit het oerwoud, voerde hem naar Europa,
trok hem een Europees kostuum aan en toonde de ‘edele woesteling’ aan het volk. Over
de Vuurlanders werd verteld dat ze kannibalen waren en de verhalen over het eten van
mensen. deden het goed in de Britse salons. De kranten begonnen veel te publiceren
over de gasten uit Vuurland en ze werden al snel beroemdheden. Zo mochten ze voor
King William IV optreden en gaf Queen Adelaide aan het meisje, Fuegia Basket, een mooie
victoriaanse hoed. Ze waren een succes maar werden, behalve Boat Memory die in 1830
aan de pokken overleed, toch weer terug naar hun vaderland gebracht. Daar konden ze
voordat ze ‘losgelaten’ werden, ook eerst nog nuttig als tolk functioneren en helpen ‘de
beschaving’ aan de andere wilden bij brengen.
Jemmy, eigenlijk Orundellico genaamd, zou het aan het begin van de eenentwintigste eeuw
nog schoppen tot het onderwerp van een mooie, wetenschappelijke biografie. Geschreven
door Nick Hazlewoods kwam ‘Savage. The life and times of Jemmy Button’ uit in 2000.
5-6-2014 15:58:50
girugten
20.
sierdjan koster
&
viktor venhorst
04 / juni 2014
pan-american highway
ingezonden artikel
21.
Recht
Geslaagd in de Stad
Afgestudeerd! En nu? Deze vraag wordt elkaar
jaar door tienduizenden pas afgestudeerde
HBO- en universiteitsstudenten gesteld.
Welke baan past bij mij en waar wil ik het
liefst wonen? Niet alleen voor studenten
zijn dit belangrijke vragen, ook studiesteden
hebben een belang. In de huidige economie,
met kennis als een cruciale productiefactor,
is het hebben van een hoog opgeleide
beroepsbevolking een groot voordeel. Niet
alleen vormen geschoolde werknemers
een aantrekkelijke locatiefactor voor
bedrijven, door het consumptiepatroon
van de afgestudeerden, creëert een hoog
opgeleide beroepsbevolking ook banen aan
de onderkant van de arbeidsmarkt (Moretti,
2012). Vooral typische studentensteden
zoals Groningen en Maastricht zien daarom
de uitstroom van de net afgeleverde
studenten met lede ogen aan.
Hoewel de veronderstelde braindrain een
sterk beeld vormt, is er weinig bekend
over
de
daadwerkelijke
mobiliteit,
zowel op de arbeidsmarkt als ruimtelijk,
van pas afgestudeerden. Uit eerder
onderzoek bleek al wel dat het met de
netto braindrain 1,5 jaar na afstuderen
wel meevalt (Venhorst et al., 2011), ook
in Groningen en Maastricht. Hoewel na
afstuderen inderdaad veel studenten
verkassen (naar de Randstad) houden
studiesteden van elk studentencohort
meer hoogopgeleiden over dan dat ze voor
aanvang van de studieperiode van dat
cohort hadden. De echte verliezer is het
ommeland waarvandaan de studenten naar
de studiesteden zijn gekomen. Kortom, het
verhaal is genuanceerder dan verondersteld.
Alle reden om ook op de langere termijn –
tot 18 jaar na afstuderen – nog eens goed
te kijken naar de arbeidsmarktcarrière en
ruimtelijke mobiliteit, het werken en wonen,
van hoogopgeleide afgestudeerden.
45000
gelinkt worden aan inkomensgegevens en
baankenmerken (Belastingdienst) en ook
studiegegevens (DUO, voorheen IBG). Met
deze gegevens kan er over tijd een beeld
geschetst worden van waar afgestudeerden
werken en wonen.
Voor dit specifieke onderzoek gebruiken we
baan- en inkomensgegevens voor de periode
1999 – 2008. Dit is de observatieperiode
voor alle resultaten. Afstudeergegevens zijn
beschikbaar voor een langere periode: 1990
– 2006. Dit betekent dat afgestudeerden op
het moment van observatie in verschillende
fasen van hun carrière zitten. In het jaar 2000
bijvoorbeeld, heeft iemand die in 1995 is
afgestudeerd al 5 jaar arbeidsmarktervaring
terwijl een in 1999 afgestudeerde pas
net op de arbeidsmarkt actief is. Voor
afgestudeerden uit 2004 observeren we in
2000 zelfs de (bij)baan tijdens de studie.
Omdat we geinteresseerd zijn in het verloop
van de carrière en niet zozeer in verschillen
tussen kalenderjaren, maken we bij de
analyses de tijd relatief tot het moment van
afstuderen. In alle onderstaande grafieken
duidt t=0 het moment van afstuderen aan,
t+x geeft de tijd op de arbeidsmarkt weer en
t-x de tijd als student of zelfs nog daarvoor
in sommige gevallen.
Werken
Zoals verwacht vinden afgestudeerde
studenten van het HBO en de universiteit
snel een baan. Een jaar na afstuderen heeft
ongeveer 80% een baan in loondienst
Werknemer
Zelfstandige
of werkt als zelfstandige (Figuur 1). Dit
percentage stijgt naar 90% vier jaar na
afstuderen en blijft dan ongeveer stabiel.
Dit patroon zullen we vaker zien, veel
dynamiek in de eerste jaren afstuderen en
daarna een redelijk stabiel beeld. Wel zien
we dat het aandeel zelfstandigen in de loop
van de carrière toeneemt. Dit is verklaarbaar
aangezien afgestudeerden ervaring opdoen
in hun carrières en dit kan worden ingezet
om je eigen bedrijf te starten. Uiteindelijk is
12% van de afgestudeerden zelfstandige.
Niettemin is duidelijk dat hoogopgeleide
afgestudeerden als groep snel hun weg op
de arbeidsmarkt vinden.
Scholier/student
Uitkering / pensioen
Overig
100%
90%
80%
70%
pan-american highway.indd 22-23
50%
40%
30%
20%
10%
0%
Economie
Techniek
35000
30000
25000
Gemiddeld
Landbouw en natuurlijke
omgeving
Gezondheidszorg
Gedrag en maatschappij
20000
15000
10000
Je opleidingsrichting is belangrijk voor je
carrière. Dit geldt in enige mate voor de
kans op een baan, maar vooral voor het
gemiddeld loon (Figuur 2). In de figuur
zie je duidelijk een loonsprong vlak na
afstuderen en een gestage groei daarna.
Rechtenstudenten, economen en technici
mogen de hoogste lonen verwachten.
Gedrag- en maatschappijwetenschappen,
inclusief
geografen,
planologen
en
demografen, zitten onder het gemiddelde,
ongeveer gelijk aan gezondheidszorg. Het
werkelijke inkomen voor gezondheidszorg
ligt waarschijnlijk echter hoger, omdat
de best verdienende medici zich vaak in
maatschappen organiseren en daardoor in
de zelfstandigenstatistiek terecht komen.
Onderwijs en taal en cultuur studies sluiten
de rij.
60%
Data
Om de dynamiek in het werken en wonen
van afgestudeerden in kaart te brengen
hebben we gebruik gemaakt van microdata,
beheerd door het CBS. De microdata bestaat
uit verschillende modules die aan elkaar
gelinkt kunnen worden op individueel
niveau. Deze links kunnen gelegd worden op
basis van een geanonimiseerde versie van
het Burgerservicenummer (BSN). Zo geeft
de Gemeentelijke Basisadministratie het
woonadres. Via het BSN kan dit vervolgende
40000
Natuur
T = - 7 T = - 6 T = - 5 T = - 4 T = - 3 T = - 2 T = - 1 T = 0 T = 1 T = 2 T = 3 T = 4 T = 5 T = 6 T = 7 T = 8 T = 9 T = 10 T = 11 T = 12 T = 13 T = 14 T = 15 T = 16 T = 17 T = 18
Tijd tov verlaten hoger onderwijs
figuur 1: arbeidsmarktpositie rondom het moment van afstuderen.
bron: venhorst, koster en van dijk (2013)
5000
0
T = - 7 T = - 6 T = - 5 T = - 4 T = - 3 T = - 2 T = - 1 T = 0 T = 1 T = 2 T = 3 T = 4 T = 5 T = 6 T = 7 T = 8 T = 9 T = 10T = 11T = 12T = 13T = 14T = 15T = 16T = 17T = 18
Tijd tov verlaten hoger onderwijs
Figuur 2: Ontwikkeling van het totaal netto
jaarloon, gemiddeld naar studierichting.
Legenda op volgorde van gemiddeld inkomen
op t=18. Bron: Venhorst, Koster en Van Dijk
(2013)
Binnen de groep van afgestudeerden zijn
er nog meer belangrijke verschillen te
zien in de prestaties op de arbeidsmarkt.
Universitair opgeleiden presteren over het
algemeen beter dan HBO-ers in termen
van inkomens, zowel uit loondienst als
uit zelfstandigheid. Opvallend is ook
het verschil in loonontwikkeling tussen
mannen en vrouwen. In de eerste paar
jaar na afstuderen realiseren vrouwen en
mannen een vergelijkbare loonsprong.
Daarna ontwikkelt het gemiddeld netto loon
van hoogopgeleide vrouwen zich echter
amper verder, terwijl dat van mannen blijft
groeien. Uiteindelijk (18 jaar na afstuderen)
verdienen mannen gemiddeld €40.000,-terwijl het gemiddelde loon van vrouwen
rond €22.500,-- ligt, hetzelfde niveau als 5
jaar na afstuderen. Hoewel vrouwen in veel
gevallen wel een baan hebben is deze vaak
part-time, wat deels het grote ‘gender-gap’
verklaart.
Wonen
De arbeidsmarktdynamiek die we hierboven
hebben besproken hangt sterk samen met
ruimtelijke dynamiek. Banen op niveau of
aansluitend op je opleiding zijn immers niet
overal in dezelfde mate aanwezig. Als je niet
wilt verhuizen kan het zijn dat je genoegen
moet nemen met een baan onder je niveau of
langer moet wachten voor je een geschikte
baan vindt. De migratiepatronen verschillen
sterk tussen steden. We kunnen grofweg
drie typen steden onderscheiden: de grote
steden, studiesteden en woonsteden.
Voorbeelden van deze typische patronen
zijn weergegeven in Figuur 3, waarin de
verdeling van alle afgestudeerden over de
steden is afgezet tegen het moment in de
carrière.
Amsterdam
-De grote steden zijn Amsterdam en
Rotterdam in onze selectie van steden. We
zien dat deze steden aantrekkelijk zijn als
studiestad, maar ook vlak na de studietijd.
Amsterdam heeft het grootste aandeel
afgestudeerden vier jaar na afstuderen, wat
aangeeft dat veel afgestudeerden hierheen
trekken om hun eerste baan te vinden. De
grote steden worden gaandeweg de carrière
minder aantrekkelijk onder invloed van
gezinsvorming, daarmee samenhangende
veranderende woonwensen en de hoge
huizenprijzen, en we zien een doorlopende
dalende trend nadien.
Groningen
Emmen
14
12
10
8
%
6
4
2
0
T= - T = - T = - T = - T = - T = - T = - T = - T = - T = - T = 0 T = T = T = T = T = T = T = T = T = T = T = T = T = T = T = T = T = T =
10 9
8
7
6
5
4
3
2
1
1
2
3
4
5
6
7
8
9 10 11 12 13 14 15 16 17 18
Tijd tov verlaten hoger onderwijs
Figuur 3: Afgestudeerden wonend in drie representatieve steden, aandeel van het totaal
Bron: Venhorst, Koster en Van Dijk (2013)
5-6-2014 15:58:50
22.
girugten
herman kok
23.
04 / juni 2014
pan-american highway
geografen aan het werk
- De studiesteden zijn Groningen, Maastricht,
maar ook Leeuwarden en Enschede. Deze
steden hebben een grote instroom van
studenten, waarvan een groot deel na
afstuderen weer vertrekt. Daarna blijft het
aandeel min of meer stabiel. Het lukt deze
steden dus beter dan Amsterdam om hun
aandeel hoogopgeleiden over tijd op peil te
houden, hoewel op een lager niveau.
- De woonsteden zijn Deventer, Emmen,
Apeldoorn en in mindere mate Zwolle.
Het aandeel afgestudeerden dat in deze
steden woont is redelijk stabiel over de hele
carrière.
Zelfs onder een stabiel nettobeeld kan nog
een grote hoeveelheid in- en uitstroom
zitten. In Figuur 4 geven we de verhuiskans
weer, uitgewerkt naar afstand. De figuur laat
zien dat een op de zes afgestudeerden 1
jaar na het afstuderen verhuist. Dit aandeel
daalt vervolgens erg snel, zeker wanneer
verhuizingen binnen hetzelfde coropgebied
(arbeidsmarktregio) buiten beschouwing
worden
gelaten.
Deze
verhuizingen
hebben waarschijnlijk weinig te maken met
een nieuwe baan, maar veeleer met het
vervullen van woonwensen die net buiten
het stedelijke centrum worden gezocht. De
verhuiskans daalt dus. Als er nog verhuisd
wordt verder op in de carrière, gaat dit
vooral over bestemmingen dichtbij.
Conclusies en beleid
Voor alle gemeenten geldt dat het ijzer
moet worden gesmeed wanneer het heet
is. De meeste dynamiek vindt plaats in
de eerste vijf jaar na afstuderen. Figuur
4 laat dit zien voor verhuizingen, maar
we zien vergelijkbare patronen voor
baanwisselingen. Dit is het moment waarop
veel mensen keuzes maken die met beleid
eventueel te beïnvloeden zijn.
interessant zijn voor recent afgestudeerden,
maar ook verderop in de carrière. Het gaat
er bij het beleid dus niet om te focussen op
de arbeidsmarkt of de woningmarkt. Het
gaat erom na te gaan hoe de verschillende
groepen bediend worden, wat verbeterd
kan worden, maar ook waar de stad het al
goed doet.
Naarmate de carrière vordert treedt er een
nieuwe fase in: de meeste afgestudeerden
zijn aan het werk, verhuizen komt minder
vaak voor en dan vaak ook nog naar
bestemmingen dichtbij. Waar eerst de
arbeidsmarktomstandigheden
leidend
zijn in de bestemmingskeuze gaan nu
andere zaken meespelen waardoor locatie
moeilijker is aan te passen: een partner
met een baan, eventueel kinderen, een
koopwoning. Steden moeten in deze fase,
vaak samen met de omliggende regio,
opletten of er ook een wooncarrière
mogelijk is.
Moretti, E. (2012). The new geography of
jobs. Houghton Mifflin Harcourt.
Wonen of werken, waarmee houden we
pasafgestudeerden vast? Het is duidelijk
dat deze beleidsvraag te simplistisch is.
In steden leven verschillende groepen
afgestudeerden naast elkaar: sommigen
zitten aan het begin van hun carrières,
anderen zijn al jaren onderweg. De stad moet
Verhuizing tussen gemeenten maar binnen COROP
Verhuizing tussen provincie maar binnen landsdeel
Bronnen
Edzes, A. J. E., Broersma, L., & Van Dijk, J.
(2011). Brain drain of brain gain?: hoger
opgeleiden in grote steden in Nederland.
Rijksuniversiteit
Groningen
/
Nicis
Institute, Den Haag. http://irs.ub.rug.nl/
ppn/33400599X
Venhorst, V. A., Koster, S., & van Dijk, J. (2013)
Geslaagd in de stad. URSI Research Report
no 344, RUG / Platform31, Den Haag. http://
ursi.eldoc.ub.rug.nl/root/ResRep/2013/
URSI-344/
figuur 4: verhuiskans afgestudeerden, naar
afstand.
bron: Venhorst, Koster en Van Dijk (2013)
Verhuizing tussen COROP maar binnen provincie
Verhuizing tussen landsdelen maar binnen Nederland
0,18
0,16
Geografen aan het werk
Op een avondvlucht van Brussel naar
Istanbul had ik eens ruim de tijd om na
te denken over de link tussen geografie
en het werk dat ik doe bij Multi. Multi
is
een
winkelvastgoedonderneming
gericht op investeren, ontwikkelen en
beheren van vastgoed in Nederland en
elders in Europa. In Istanbul is er een
conceptvergadering gepland met het
Turkse team, waarin de voortgang van alle
ontwikkelingsprojecten wordt besproken.
Bij de conceptvergaderingen zitten we met
alle projectdisciplines samen, inclusief
architecten, commerciële mensen, verhuur
en techniek. Het hebben van een eigen
gefundeerde mening staat hierbij centraal,
want anders heeft het geen zin om met alle
betrokken vakgebieden samen te zitten. Ik
doe aan de discussie mee vanuit strategie en
onderzoek, mijn werkveld in de organisatie
waarbij ik me vooral op de buitenlandse
activiteiten richt.
Multi, opgericht in 1982, is uitgegroeid tot een
krachtige Europese speler in winkelvastgoed.
In het licht van de economische cyclus
en de vastgoedcyclus maakt Multi thans
een transitie door van een ontwikkelaar
met investeringsactiviteiten naar een
investeerder met ontwikkelingsactiviteiten.
Voor het onderzoek een nieuwe en zeer
interessante dimensie.
Grotendeels valt mijn werk in drie delen
uiteen: het volgen van landen en markten op
macro niveau, het analyseren en evalueren
van projecten op micro niveau en het volgen
van trends zoals de impact van sociale
media en webwinkels op winkelvastgoed
en winkellocaties, bevolkingsdynamiek,
vergrijzing en duurzaamheid. Trends
waarvan we zien of verwachten dat die de
kernactiviteiten sterk zullen beïnvloeden.
0,14
0,12
0,1
0,08
0,06
0,04
0,02
0
T = -7 T = -6 T = -5 T = -4 T = -3 T = -2 T = -1 T = 0 T = 1 T = 2 T = 3 T = 4 T = 5 T = 6 T = 7 T = 8 T = 9 T = 10 T = 11 T = 12 T = 13 T = 14 T = 15 T = 16 T = 17 T = 18
Tijd tov verlaten hoger onderwijs
pan-american highway.indd 24-25
In de periode dat projectontwikkeling binnen
de organisatie centraal stond bestond mijn
rol vooral uit het beoordelen van locaties,
en afhankelijk van de mogelijkheden ter
plaatse, het formuleren van een voorlopig
programma en het geven van input voor
het conceptontwerp. In de vervolgfases
werkte ik verder met het projectteam aan
optimalisatie van het programma en concept
om vervolgens op basis van onderzoek de
gesprekken met beleggers en partners te
faciliteren om markthaalbaarheid van het
project te benadrukken. Na oplevering van
een winkelproject komt dan de evaluatie:
in welke mate voldoet het project aan de
verwachtingen en bovenal, wat kunnen
we er van leren. De variëteit in het werk
is enorm, een combinatie van veldwerk,
productie aan de desk en vooral veel interne
en externe discussies.
Multi’s expansie naar Turkije is in de bijna
13 jaar dat ik bij Multi werk een belangrijk
onderdeel van mijn werk geweest. Het
feit dat ik met een Turkse getrouwd ben,
regelmatig in het land kwam en in het
vakgebied al wat mensen had leren kennen,
gaf mij een belangrijke voorsprong. De eerste
marktverkenningen begonnen in 2003, twee
jaar na een grote economische crisis in het
land. Turkije als marktbestemming was toen
niet evident. Na een lang proces van het
verkennen van de markt, beoordelen van
locaties, overtuigen van het management
en het aantrekken van beleggers en
internationale huurders waarbij mijn rol
gericht op onderzoek en inhoud was,
heeft Multi uiteindelijk elf winkelcentra
in het land kunnen ontwikkelen, die Multi
tot op de dag van vandaag beheert. Een
krachtige economische groei en vooral
een opkomende stedelijke middenklasse
zijn belangrijke succesfactoren geweest.
Achteraf was de timing van de expansie
goed, Multi was de eerste buitenlandse
speler in de markt en de lokale concurrentie
was nog gefragmenteerd.
mee en de lokale concurrentie is sterk en
geconcentreerd.
Hoe ziet mijn typische werkdag er uit? Ik zou
het niet weten, want iedere dag is anders.
Alles is sterk afhankelijk van kansen en
problemen die zich voor doen. Wel is het zo
dat de geografische bagage verkregen uit
studie en promotie dagelijks wordt ingezet.
Winkelvastgoed en geografie gaan goed
samen. Location intelligence zoals men het
in Noord-Amerika wel noemt is belangrijk in
de besluitvorming rond vastgoed en valt in
financiële investeringsmodellen moeilijk te
modelleren.
Dr Herman J Kok MRE MRICS
Associate Director Research & Concepts
International Markets
Multi
Verder dan Turkije is Multi nog niet
gekomen. In het verleden zijn er ook wel
verkenningen gedaan in China en India,
maar dat bleek voor een speler als Multi toch
wel complex. Ook hebben we een paar jaar
serieus naar Brazilië gekeken. Multi heeft
een sterke basis in Lissabon en van daaruit
gezien is Brazilië wel een logisch doel. De
Braziliaanse markt is groot en kent een snel
groeiende middenklasse. Wat dat betreft
wel wat overeenkomsten met Turkije. Een
markt als Brazilië verkennen is fascinerend.
Ver weg van de grote volwassen markten,
gelegen ten zuiden van de evenaar, en
met complexe importreguleringen werkt
de markt echt anders, vooral op het vlak
van mode. Uiteindelijk is het er niet van
gekomen. De internationale cyclus zat niet
5-6-2014 15:58:51
girugten
04 / juni 2014
pan-american highway
geo promotioncongres
ronald kleine
jeroen de regt
nienke harmelink
24.
Het Geo Promotioncongres
Risico’s te boven: van onzekerheden naar kansen!
Het onderwerp van het Geo Promotioncongres
was dit jaar risicomanagement. Voor
studenten is dit een interessant, maar relatief
onbekend terrein. Daarentegen is er in de
ruimtelijke sector recentelijk veel expertise
over risicomanagement opgebouwd. Tijdens
het congres is getracht de recentelijk
opgebouwde kennis en expertise over te
brengen op de studenten. Dit werd gedaan
door middel van lezingen, workshops en
een plenaire discussie waarin verschillende
interessante partijen met ervaring in het
desbetreffende onderwerp deelnamen.
Opening
Het congres startte met een aantal lezingen.
De dag werd geopend door Maurits
Jongebreur, de voorzitter van het bestuur
van Geo Promotion, en dagvoorzitter
Jacques Wallage (voormalig burgemeester
van Groningen). Beide mannen wierpen een
blik op het verloop van de dag en hun eigen
visie op risicomanagement.
Jacques Wallage gaf een passend voorbeeld
van risicomanagement dat zich afspeelde op
de plek waar tevens het congres plaatsvond,
pan-american highway.indd 26-27
namelijk de Euroborg. In het voortraject
van de realisatie van het stadion riskeerde
Wallage het nodige om de tribunes tot het
veld te laten doorlopen. Later ondervond
hij, in de vorm van een slechte veldkwaliteit,
het risico van de bouw van de parkeergarage
onder het stadion. Een voorbeeld van
saillante details in een groots project vol
risico’s.
Lezingen
Na deze opening was het tijd voor een viertal
lezingen, gegeven door Margriet Kuijper, Zef
Hemel, Hermen Borst en Frank Vanclay.
Margriet Kuijper
Margriet Kuijper is projectmanager bij de
Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM).
Zij noemde een breed scala aan risico’s
waar de NAM bij haar werkzaamheden
tegenaan loopt. Zo vertelde ze dat de
vaststaande locatie van aardgas en aardolie
in de bodem, ertoe leidt dat de beslissing
over waar wel en waar niet geboord kan
en mag worden voornamelijk van politieke
aard is. In een klimaatdiscussie over de
nut en noodzaak van ondergrondse CO2opslag in Barendrecht kwam de vraag naar
de veiligheid ervan bovendrijven. Hiermee
werd het belang van draagvlak aangetoond.
Margriet Kuijper gaf aan dat, indien de
communicatie naar bewoners beter was
geweest, de weerstand tegen het project
naar alle waarschijnlijkheid geringer was
geweest. Dan had het project misschien
een andere afloop had gekend. Andere
voorbeelden die de weerstand tegen
werkzaamheden van de NAM aantonen
zijn onder meer gevoelens van sentiment
en historie (oude boerderijen in het
aardbevingsgebied in Noord-Groningen),
het verlies van ecologische waarden en
erfgoed (flora en fauna in de Waddenzee,
welke wereldberoemd zijn) en (het gebrek
aan) vertrouwen in de NAM, wetenschap
en onderzoeksinstanties. De NAM heeft
mede
hierom
een
maatschappelijk
acceptatiemodel opgezet voor potentiële
controversiële praktijken. Dit model werd in
de lezing verder toegelicht. Afsluitend werd
de positie van de (Rijks)overheid behandeld
binnen het risicomanagementvraagstuk.
25.
Zef Hemel
De tweede lezing werd gehouden door
Zef Hemel, adjunct-directeur van de
Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam.
Hij gaf een geheel ander perspectief op
risico’s gemanaged moeten worden. Hij
vertelde dat de gemeente Amsterdam niet
langer top-down communiceert naar de
burgers maar juist pleit voor het centraal
stellen van burgers. Zodoende worden
de werkzaamheden van de overheid
transparanter. Burgers moeten hierbij met
voorstellen komen en kleuren hierdoor het
beleid (bottum-up benadering). Daarnaast
zorgt de overheid door transparantie van
haar plannen en projecten voor begrip en
rust bij de bevolking. Als voorbeeld noemde
hij de Noord-Zuid Lijn in Amsterdam:
de burgers keerden zich hier volledig
tegen de overheid, omdat er constant
problemen boven water kwamen. Juist door
transparantie hierover naar de burgers zijn
er geen geheimen en is de acceptatie onder
burgers hoger.
Hermen Borst
Hermen Borst is hoofdontwerper bij het
Ministerie van Infrastructuur en Milieu
en sprak onder meer over het historische
verloop van het ruimtelijke ordeningsbeleid.
Momenteel is er een proces gaande
van transformatie, bestaande uit een
energieke samenleving (geïllustreerd door
bijvoorbeeld crowdfunding) en nieuwe
verdienmodellen. Daarnaast is ook het
decentraliseren van de overheid een
onderdeel van dit transformatie proces.
Tal van ruimtelijke fysieke ingrepen
(hoogspanningsmasten,
windenergie)
kennen een onzekerheidsmarge met
onbekende risico’s (mogelijke gevolgen
van elektromagnetische straling, lawaai
voor omwonenden) en leiden tot een
maatschappelijke
discussie.
Adaptief
vermogen van de overheid is hierbij dan ook
van groot belang. Ook de samenwerking
tussen zowel markt en overheid als tussen
lokale overheden, werden door Borst
benadrukt.
Frank Vanclay
De vierde en laatste spreker was Frank
Vanclay, professor in de Culturele Geografie
aan
de
Rijksuniversiteit
Groningen.
Vanclay is gespecialiseerd in Social Impact
Assessment (SIA), wat een goede koppeling
is tussen risicomanagement en culturele
geografie. SIA is het managementproces
van sociale kwesties omtrent ruimtelijk,
fysieke ingrepen. Hierbij is het behalen van
een zogeheten ‘social licence to operate’
van groot belang volgens Vanclay. Het
bedrijfsleven dient na te denken over
oplossingen om de maatschappelijke
acceptatie en ‘‘toestemming’’ van burgers
te behalen en zodoende van NIMBY (not in
my backyard) te gaan naar PIMBY (please in
my backyard). Ook de filosofie ‘free, prior
and informed consent’ kan hierbij worden
gehanteerd en zodoende een win-winsituatie voor bedrijfsleven en burgers creëren.
Workshops
Het middagprogramma bestond uit twee
workshoprondes, waarin nieuwe kennis
kon worden opgedaan en eigen kennis
van
risicomanagement
kon
worden
gedeeld. De workshops, die verzorgd
werden door de NAM, TAUW, Syntrus
Achmea, Antea Group, Rijkswaterstaat,
Gemeente Groningen, Rien Herber en
WesselinkVanZijst, gaven ieder in eigen stijl
een beeld van risicomanagement binnen
hun vakgebied aan de geïnteresseerde
studenten. Waar de Gemeente Groningen
een petje-op-petje-af quiz combineerde
met een gebiedsontwikkelingsproject bij
bedrijventerrein de Euroborg, vertelde Antea
Group in een presentatie met interactie de
zaal over hoe zij risicomanagement binnen
het bedrijf regelen. Hier wordt
direct
de geweldige diversiteit aan workshops
duidelijk die het congres van Geo
Promotion dit jaar te bieden had.. Tijdens
deze workshops hebben studenten de kans
gekregen om kennis op te doen. Deze kennis
was afkomstig van verschillende personen
en instanties, opererende op de werkvloer
en ons toekomstige werkveld. Zodoende
waren ze erg nuttig. Uiteindelijk kon de
verkregen kennis worden toegepast tijdens
de plenaire discussie en afsluiting.
Plenaire discussie
Het panel voor de plenaire discussie bestond
uit Hermen Borst, Rien Herber, Tamara Metze
en Marc Wesselink. De discussieleider was
Jacques Wallage. De deelnemers aan het
congres kregen in deze plenaire discussie
de ruimte om al hun vragen, opmerkingen
en ideeën over risicomanagement te
delen met de panelleden. Daarnaast droeg
Wallage zeker bij aan het voortzetten van
de discussie met het panel. Door middel van
deze discussie werd nog meer duidelijk hoe
veelzijdig het begrip risicomanagement is
en op hoeveel manieren dit begrip ingebed
kan worden in het beleid van bedrijven en
instellingen.
Afsluitingspraatje
Opvallend was de invloed van Zef Hemel
op de invulling van de dag. Zijn visie op
risicomanagement en zijn bottom-up
beleid ten opzichte van grote projecten was
vaak een uitgangspunt tijdens discussies.
Bottom-up en top-down zijn beiden als
beleidsvorm in zijn uiterste vorm niet
ideaal. Het gaat om een combinatie daarvan.
Volledig bottom-up zal leiden tot veel
overleg en belangenbehartiging, waardoor
vele projecten zullen worden uitgesteld
of afgeblazen. Maar daarnaast zal topdown beleid zorgen voor conflicten tussen
bevolking en overheid. Het vinden van een
balans tussen de twee beleidsvormen is
een van de vele lessen die werden geleerd
tijdens het Geo Promotion Congres 2014.
5-6-2014 15:58:51
26.
girugten
04 / juni 2014
pan-american highway
studentenorganisaties
04 / juni 2014
pan-american highway
studentenorganisaties
Ibn Battuta
Geachte leden van Ibn Battuta,
Er zijn weer een aantal leuke en vooral
interessante dingen gebeurd en activiteiten
georganiseerd.Ten eerste is er een nieuw
Kandidaatsbestuur voor 2014-2015 bekend
geworden! Zij werden 15 april op hun eigen
bekendmakingsborrel onder luid applaus
onthaald. Het KB zal bestaan uit de volgende
personen: Ronald Kleine (voorzitter),
Wouter van Heugten (vicevoorzitter/
commissaris interne betrekkingen), Ellen
Stoppels (secretaris), Steven Wester
(penningmeester)
en
Marc
Boogert
(commissaris externe betrekkingen).
Het 53e bestuur wil jullie van harte
feliciteren en wenst jullie een fijne maar
leerzame kandidaatsperiode toe!
Pro Geo
De Buitenlandse Excursie vond dit jaar plaats
van 15 tot en met 23 maart en ging met maar
liefst 49 man naar Georgië en Armenië. De
reis begon in de stad Tblisi en ging daarna
door naar Jerevan. In de tussentijd werden
verscheidene uitstapjes gemaakt naar
allerlei bijzondere en fascinerende plaatsen.
Al met al een fantastische en geslaagde reis!
De afgelopen activiteiten bestonden onder
andere uit een excursie naar het voormalig
suikerunieterrein en de centrale as,
bedrijfsbezoeken naar Royal Haskoning DHV
en OV- bureau Groningen Drenthe en een
geslaagd Bendeluxweekend georganiseerd
door EGEA.Daarnaast vond het jaarlijkse
Nationaal Geografisch en Planologisch
Symposium plaats, dit keer in Groningen.
Samen met onze zusterverenigingen
uit Utrecht, Amsterdam, Nijmegen en
Wageningen is een interessante en
verrijkende dag neergezet. Het thema
was: ‘Terug naar de toekomst, the power
of cultural heritage’. Deze dag stond onder
leiding van Martin Boisen.
Andere activiteiten die de afgelopen tijd
hebben plaatsgevonden zijn de Carrièredag
en de W.J. van den Bremenlezing, wat
allebei grote successen waren. Verder staan
er dit jaar nog een paar mooie activiteiten
op de planning, waaronder het jaarlijkse
Schierweekend. Dit vindt plaats van vrijdag
11 tot en met zondag 13 juli. Er zijn nog een
paar plekken beschikbaar, dus wees snel
met inschrijven!
Met vriendelijke groet,
Het 53e bestuur van Ibn Battuta
Beste studenten,
De studenten die vanaf 1 september
2014 jullie belangen vertegenwoordigen
zijn bekend! Met grote vreugde kunnen
wij jullie mededelen dat (v.l.n.r.) Jan-Aike
Noordermeer, Arjen Terpstra, Lennard
Rauh, Jeroen de Regt en Lianne Hummel
namens jullie plaats zullen nemen in de
Faculteitsraad. Daarnaast vormen zij vanaf 1
september tevens het bestuur van Stichting
Pro Geo. Om jullie kennis te laten maken met
onze opvolgers en hun visie op het onderwijs
hebben wij hun gevraagd te reageren op
de volgende stelling: ‘De FRW moet meer
stagemogelijkheden aanbieden.’ De reacties
lees je hieronder. Wij, het huidige bestuur
van Pro Geo, wensen onze opvolgers veel
plezier en succes toe komend jaar!
Jan-Aike Noordermeer
Ik ben het met deze stelling eens,
mits het bij aanbieden blijft. Een van
de wezenlijke verschillen tussen een
universitaire opleiding en een opleiding
aan een hogeschool is dat laatstgenoemde
voornamelijk praktijkgericht is, terwijl de
universiteit juist meer op theorie gebaseerd
is. Hoewel een stage standaard beter past
bij het HBO dan bij het WO, wil dat niet
zeggen dat een stage bij een universitaire
opleiding zou misstaan. Sterker nog, ik denk
dat het heel veel kan toevoegen. Zo kun je
jezelf ontwikkelen en alvast kennis opdoen
in de wereld waar je later eventueel komt
te werken en zodoende je kansen op de
arbeidsmarkt te vergroten. Ik vind echter dat
je zelf moet kunnen kiezen of een stage iets
toevoegt voor jou!
Arjen Terpstra
In principe vind ik dat het aanbieden
van
stagemogelijkheden
niet
de
verantwoordelijkheid is van de FRW. In
pan-american highway.indd 28-29
27.
girugten
eerste instantie moeten er relevante en
kwalitatief goede studies aanwezig zijn. Ik
vind het echter wel belangrijk dat studenten
zich kunnen oriënteren op het vervolg na
hun studie. Als een student een stage wil
doen, zou de faculteit als faciliterende
partij kunnen werken, door studenten te
helpen bij het vinden van een stage. Een
actieve houding van de studenten is dan
wel belangrijk. Studenten dienen naar mijn
mening het initiatief te nemen. Daarnaast
kan er gezocht worden naar de mogelijkheid
een verbinding te maken tussen stage
en studie, bijvoorbeeld door een stage
te verbinden aan je scriptie, zonder
daarvoor vertraging op te lopen. Hierbij
zou de faculteit kunnen samenwerken met
bijvoorbeeld Ibn Battuta, NEXT en het Urban
Gro Lab. Ook zou er een vak ontworpen
kunnen worden om tegemoet te komen aan
studenten die een stage willen lopen.
Lennard Rauh
Op dit moment wordt er op de arbeidsmarkt
naar de “complete” student gezocht.
Dit zijn de studenten die zich tijdens de
studententijd actief hebben opgesteld met
betrekking tot persoonlijke ontwikkeling
door het bezoeken van bijvoorbeeld carrière
dagen en stages maar hieronder valt ook
het actief opstellen van studenten binnen
het gehele studentenleven, bijvoorbeeld in
studieverenigingen en organisaties buiten
de studie. Ik ben van mening dat de faculteit
zeker nog een stap kan zetten in het
aanbieden van meer stages. Daarnaast moet
er ook een oplossing bedacht worden om de
studenten die zich in mindere mate bezig
houden met deze persoonlijke ontwikkeling
bij dit stage proces te betrekken. Voor
zowel de student als voor de faculteit zal
dit positief uitpakken; de student krijgt een
betere positie op de arbeidsmarkt en de
faculteit komt beter bekend te staan binnen
het vakgebied. Kortom, meer stage plekken
zullen leiden tot de “complete” student!
Jeroen de Regt
Een stage zie ik als de brug, de directe
verbinding, tussen je studie en je werk. Bij
een stage doe je in de praktijk ervaring
op over hoe het is om te werken voor
een bedrijf binnen het werkveld wat je
interessant lijkt. Je zult goede begeleiding
krijgen zodat je gewend kunt raken aan
hoe het is om straks daadwerkelijk aan de
slag te gaan. Werken bij een bedrijf brengt
immers andere uitdagingen met zich mee
dan studeren. Verder krijg je een prima
beeld van het deel van het werkveld waarin
je wel, of misschien juist niet wilt komen
te werken. Het ‘gat’ tussen je opleiding en
je daaropvolgende carrière wordt via een
stage een stuk kleiner, en er bestaat zelfs
een kans dat je stage directe arbeidskansen
biedt bij je stagebedrijf! Alle reden dus om te
werken aan betere stagemogelijkheden bij
onze Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen.
Lianne Hummel
Met deze stelling ben ik het eens. Het is
belangrijk dat studenten kunnen proeven
aan het leven na de studententijd. Stages
zijn een goede voorbereiding op dit
werkende leven. Een voorwaarde hiervoor is
uiteraard dat een stage niet ten koste moet
gaan van de kwaliteit van het onderwijs.
Daarnaast moet er een goede manier van
toetsing gevonden worden. Een andere
belangrijke voorwaarde is een relevante
stage waarbij uitdaging geboden wordt
voor de student. Ik denk dat studenten van
de FRW het bedrijfsleven van grote dienst
kunnen zijn. Wij zijn immers op de hoogte
van de laatste theorieën en beschikken over
vernieuwende ideeën.
5-6-2014 15:58:52