Voor de reactie 2 NH3(g) is Kc = 17 bij een bepaalde temperatuur

Voor de reactie
2 NH3(g)
N2(g) + 3 H2(g)
is Kc = 17 bij een bepaalde temperatuur.
Veronderstel dat de beginconcentraties de volgende zijn:
[NH3]o = 0,200
mol
L
[N2]o = 1,000
mol
L
a. Hoe groot is het concentratiequotiënt?
b. In welke richting verloopt de reactie?
a.
1
3
⎡N
⎤ . ⎡H
⎤
3
2
2
⎢ (g) ⎦⎥ ⎣⎢ (g) ⎦⎥
1, 000 ) . (1, 000 )
(
⎣
=
= 25
Q =
2
⎡NH
⎤
( 0, 200 )2
⎢⎣ 3(g) ⎥⎦
b.
Q is dus niet gelijk aan Kc. Er is dus geen evenwicht.
Q (25) is te groot t.o.v. Kc (17) om evenwicht te hebben.
Er moet dus een reactie plaatsgrijpen waardoor Q daalt.
Dit is dus een reactie naar links: enkel dan daalt Q.
[H2]o = 1,000
mol
L