Eerstejaarsnummer 2014-2015

faculteitsbl ad
ruimtelijke
wetenschappen
girugten
w w w . g i r u g t e n . n l
girugten
Eerstejaarsnummer
00
jaargang 46
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
redactie
colofon
Eindredactie
Robin Groenewold (hoofdredacteur)
Sanne Feenstra (vormgeving)
Redactie
Thijs Fikken
Nienke Harmelink
Marins Hettinga
Wieke IJbema
Ronald Kleine
Wymer Praamstra
Jeroen de Regt
Paul Steeneken
Steven Wester
Druk
Scholma Druk, Bedum
Oplage
redactioneel
Voor je ligt de speciale eerstejaarseditie van Girugten. In dit nummer kun je lezen wat
Girugten is, wie je docenten voor het komende studiejaar zullen zijn en waar onze studie
zich zoal mee bezig houdt. Daarnaast licht de nieuwe studieadviseur toe waar je op moet
letten tijdens je studieperiode en hebben we voor jullie een aantal artikelen op een rij
gezet, die goed illustreren wat onze studie onder andere inhoudt. Wat nieuw is dit jaar voor
Girugten is dat je naast deze deze geprinte versie nu ook meer dan genoeg kunt lezen op
onze website!
Verder wil ik dit moment ook gebruiken om Thom, Wessel en Jorn te bedanken voor
hun inzet voor Girugten. We gaan jullie missen jongens! Daarnaast is Steven gestopt als
hoofdredacteur om zich te focussen op zijn bestuursjaar bij Ibn Battuta. Gelukkig blijft hij
wel als redactielid om mooie artikelen te schrijven.
Dat betekent ook dat de redactie op zoek is naar nieuwe redactieleden. Houd je van
schrijven, Indesignen of werken met Wordpress? En wil je meer betrokken raken bij waar je
mee bezig bent met je studie en studentenleven? Schrijf of spreek ons dan aan. Wie weet
staat in het volgende nummer dan al een artikel van jou, dat je medestudenten kunnen
lezen.
200 stuks
Veel leesplezier!
E-mail
[email protected]
Contactadres
Postbus 800
9700 AV Groningen
Girugten is het onafhankelijk
faculteitsblad van de Faculteit
Ruimtelijke Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Groningen.
Girugten functioneert als een
zelfstandige redactie onder
faculteitsvereniging Ibn Battuta.
De eindredactie behoudt zich het
recht voor zonder opgaaf van redenen
artikelen in te korten, dan wel te
weigeren.
Robin Groenewold
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
inhoud
Inhoud
4.
11.
Even voorstellen:
de redactie van Girugten
Waarom niet iedereen blij is met snelle
studenten
Wieke IJbema
5.
12.
Wegromantiek
Thijs Fikken
(uit: Pan-American Highway)
6.
redactie
Het mysterie van de woestijn: de Nazca-lijnen
15.
Wieke IJbema
(uit: Pan-American Highway)
8.
Docentenoverzicht
Vakintroductie
redactie
Het risico van de Olympische Spelen
17.
Ibn Battuta
18.
Pro Geo
19.
Geo Promotion
Wymer Praamstra
(uit: Geo Promotion-editie)
9.
Interview met de studieadviseur
Robin Groenewold
10.
Slimme routes naar het Zernike
Saskia Zwiers (oud-redactielid)
12.
4.
10.
14.
6.
4.
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
de redactie
De redactie van Girugten
Wij zijn de redactie van Girugten, het
faculteitsblad van de faculteit Ruimtelijke
Wetenschappen. Wij zetten ons in
om iedereen die verbonden is aan de
faculteit op de hoogte te houden van
de laatste nieuwtjes, ontwikkelingen en
studentenactiviteiten binnen en buiten
onze faculteit. Elk jaar verzorgen we het
eerstejaarsnummer en de Geo Promotioneditie. Daarnaast brengen we ieder jaar nog
een aantal thema-nummers uit, waarin we
artikelen plaatsen die het gekozen thema
ieder op een eigen manier belichten.
In de nabije toekomst betekent dit dat je
steeds meer op onze website zult kunnen
lezen over geografische en planologische
onderwerpen die spelen aan onze faculteit
en daarbuiten.
Houd je zelf erg van schrijven? Of ben je
juist graag bezig met vormgeving en ict? En
wil je graag meer doen dan alleen studeren
voor je studie? Kom dan bij ons! We zijn
weer op zoek naar nieuwe redactieleden
voor het komende studiejaar!
Momenteel maken we de stap naar de
digitale wereld waarbij we ons steeds
meer zullen gaan focussen op onze
digitale aanwezigheid als faculteitsblad.
Robin Groenewold
Hoofdredacteur
Paul Steeneken
Vormgeving
Wieke IJbema
PR
Jeroen de Regt
Secretaris
Marins Hettinga
Redactielid
Sanne Feenstra
Vormgeving
Thijs Fikken
Penningmeester
Nienke Harmelink
Website
Ronald Kleine
Redactielid
Steven Wester
Redactielid
thijs fikken
5.
aan de prestigieuze Columbia University in
New York besloot Kerouac om de grenzen
van persoonlijke vrijheid op te zoeken.
Het resulteerde in een bijbel voor de
Amerikaanse tegencultuur. Zijn boek ‘On
the Road’ beschrijft een hedonistische
levensstijl die aan de basis staat van de
latere hippiecultuur (hoewel Kerouac
bepaald geen hippie was). Het is een
reflectie van de dromen van grote groepen
vastgeroeste jongeren. Breek het normale
patroon, reis, en verrijk jezelf. In Kerouacs
woorden: ‘Nothing behind me, everything
ahead of me, as is ever so on the road.’.
losgeslagen alcoholist. De hippiecultuur
was niet bijster productief. En als wij
allemaal het hedonisme zouden omarmen,
komt er vrij weinig terecht van dat geplande
economische herstel in de komende jaren.
Toch hoopt de wegromanticus in mij op het
herrijzen van deze denkwijze. Kerouac was
onverstandig, maar Kerouac lééfde. Het
ontdekken, reizen en ervaren is iets om
niet te missen. Al is het maar voor een paar
weken per jaar.
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
uit: pan-american highway
Wegromantiek
De weg is mythisch. Reizen, ontdekken
en avontuur trekt ons uit de woonkamer
de wildernis in. De dopamineboost die je
krijgt als je stap voor stap je bestemming
nadert is onbeschrijfelijk. Het enthousiasme
bij aankomst evenmin. Zeker als deze
bestemming onbekend is. Want de grote
drijfveer achter de euforie is de onzekerheid,
de spanning, het wachten op de uitkomst
van je avontuur. Het onderweg zijn.
Dit gevoel, dat vele reisfanaten zullen
herkennen, is iets wat ik wegromantiek
noem. Wegromantiek kan worden gezien
als een geloof in nieuwe ervaringen op
nieuwe plaatsen. De geschiedenis vertelt
over allerlei grote ontdekkingsreizigers:
Christoffel Columbus op zijn schip, David
Livingstone met de benenwagen, en
Roald Amundsen op zijn hondenslee.
Allemaal bekende namen met bekendere
ontdekkingen. Jarenlang was reizen op
deze schaal alleen voor de elite weggelegd.
Maar met de komst van goedkopere auto’s
in de twintigste eeuw groeide de mobiliteit
van de middenklasse. En met die mobiliteit
groeide ook de reislust van de moderne
avonturier: de wegromanticus.
In het Amerika van de jaren ‘40 en ‘50
ontstond een sterke liftcultuur. Arbeiders
reisden van boerderij naar boerderij
om te helpen met oogsten. Geld was er
nauwelijks, en het geld dat er was werd
liever in whisky geïnvesteerd. Om op de
plaats van bestemming te komen werd
gewoon de duim opgestoken. Een kwestie
van noodzaak dus, zeker geen romantiek.
Een van die lifters was Jack Kerouac, de
eerste wegromanticus. Na een opleiding
Dit denken was een van de pilaren van
de hippiecultuur in de jaren ’60 en ’70. In
Amerika ontstonden de ‘leathertramps’ en
‘rubbertramps’. Mensen die rondreisden en
hun idealen verspreidden. Het liften was een
ware cultuur, met openheid en het opdoen
van nieuwe ervaringen als hoofddoel.
Wat een contrast met het reizen van nu.
Een vakantie wordt gepland. De reistijden
kunnen we op de minuut terugvinden
op internet en alles verloopt volgens
schema. Liften is uitgestorven. Sterker nog:
liften is gevaarlijk, onverantwoord, voor
zowel reiziger als chauffeur. Nederlandse
vrachtwagens mogen geen lifters meer
meenemen. En in Texas, Arkansas, North
Carolina, Tennessee en Mississippi is liften
zelfs illegaal. Elk individu rijdt in zijn
eigen auto. De wegen zijn gevuld met lege
capsules. Uit angst voor het onbekende. En
de romantiek? Die is verdwenen.
De kritische lezer heeft het al door: ik
chargeer een beetje. Jack Kerouac was
natuurlijk
een
onverantwoordelijke,
Gelukkig is er een wederopstanding aan
de gang. Routes als de Pan-Amerikaanse
snelweg zijn een grote inspiratie voor
de
postmoderne
avonturier.
Timelapsefilmpjes van obscuur reizende mannen
met groeiende baarden gaan regelmatig
viral op Youtube. In Duitsland is het
aanbieden van Mitfahrgelegenheit groot
geworden. Initiatieven als Couchsurfing en
huizenruil groeien gestaag.
Het is niet alleen leuk om op deze manier
te reizen, het is ook nog eens duurzaam en
goedkoop. Door samen te reizen bespaar je
brandstof. Door bij anderen te overnachten
beperk je de uitgaven aan hotels. Daarnaast
leer je lokale mensen kennen, die je een stuk
meer kunnen vertellen over hun omgeving
dan de gemiddelde reisgids.
De nieuwe Columbus zal je niet snel
worden. En een leven op de weg is ook vrij
onhaalbaar. Maar zo af en toe moet je de
wegromanticus in je laten spreken. Want
iedereen hoort de kick die het onverwachte
met zich meebrengt eens te ervaren. Dus als
je nog geen plannen hebt voor deze zomer… g
girugten
6.
wieke ijbema
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
thema-artikel
Het mysterie van de woestijn: de Nazcalijnen
We vervolgen onze trip over de PanAmerikaanse snelweg door Zuid-Amerika.
Op ongeveer de helft van de reis komen we
via de Panamericana Norte het prachtige
Peru binnen. De Panamericana Norte is
een slechte, slingerende weg die een flink
aantal steden passeert maar de weg voert
vooral door een ruig rotslandschap. Als we
de hoofdstad Lima voorbij rijden, veranderd
dit beeld abrupt. De Panmericana Sur is een
moderne snelweg van goede kwaliteit en
voert zuidwaarts door een woestijn waar
vrijwel niets groeit. De snelweg volgt de
kustlijn en doorkruist slechts een aantal
dorpen. Reizigers die de Panamerican
Road Trip rijden om zo snel mogelijk van
het startpunt naar het eindpunt te komen,
scheuren op hun weg naar Chili snel door
het zuiden van Peru in verband met het
eentonige uitzicht. Maar wie geen tijd heeft
om stil te staan in het gebied en zich tijdens
deze trip alleen maar focust op de weg, kijkt
letterlijk over iets heel indrukwekkends
heen; op deze uitgestrekte vlakte bevindt
zich een complex patroon van lijnen,
cirkels en tekeningen in de grond die alleen
duidelijk zichtbaar zijn vanuit de lucht.
Een 1500 jaar oud mysterieus cadeautje,
achtergelaten door de Nazcabeschaving.
Het is het jaar 1926. Voor het eerst in de
geschiedenis vliegt er een vliegtuigje over
de Nazcawoestijn, een groot plateau in het
zuiden van Peru dat zich tussen de Grote
Oceaan en het Andes gebergte bevindt. De
bemanning van het vliegtuig doet tijdens
deze vlucht een bijzondere vondst: vanuit
de lucht zijn duizenden lijnen, cirkels en
figuren zichtbaar. De vondst wordt bij de
overheid gerapporteerd maar vanwege het
gebrek aan financiële middelen wordt er
niets mee gedaan. Pas eind jaren ’30 begint
de Amerikaan Paul Kusok zich in het gebied
te verdiepen. Hij stelt vast dat er niet alleen
‘de aap’
duizenden lijnen lopen over het terrein
maar dat er ook enkele afbeeldingen van
dieren zichtbaar zijn. Deze figuren zijn
in sommige gevallen ruim 300 meter
lang en zijn vanwege deze afmetingen
alleen waarneembaar vanuit de lucht.
Aangetrokken door het grote mysterie
rondom deze reusachtige tekeningen sluit
Maria Reiche, een Duitse archeologe wiens
naam inmiddels onlosmakelijk verbonden
is met de Nazca lijnen, zich in 1940 bij
Kusok aan. Binnen enkele jaren komen er
verschillende theorieën tot stand over het
doel van de Nazca lijnen, de ene theorie nog
gekker dan de ander.
De lijnen en figuren
Inmiddels is de ontdekking van de Nazca
geogliefen ruim 80 jaar geleden. Toch is er
nog steeds veel onduidelijkheid omtrent
de afbeeldingen. Slechts een aantal zaken
zijn met zekerheid vastgesteld. Zo is er
aangetoond dat de lijnen zo’n 1500 á 1700
jaar oud zijn en gemaakt zijn door de Nazca,
een volk dat in de vroege tussenperiode
in het Andes gebergte naast het gebied
leefde (350 v. Chr. tot 650 na Chr.). Ook is
vastgesteld op welke wijze de tekeningen
werden aangebracht. De figuren zijn in de
grond uitgegraven of tot 10 á 30 centimeter
diep in de rots uitgehakt, soms zijn ze tot 3
meter breed. Vaak werden ze met behulp
van stenen en keien gemaakt. Ondanks
dat de lijnen over heuvels en door ravijnen
lopen, zijn ze altijd kaarsrecht.
Op dit moment zijn er tientallen figuren
ontdekt,
waaronder
tekeningen
van
een hagedis, een condor met een
vleugelspanwijdte van 180 meter, een
kolibrie, een kameleon, een walvis en een
boom. Daarnaast bevinden zich er ook een
paar mensenhanden, een aap, een leguaan,
een hond en driehoeken op de grond. Het
meest bijzondere zijn echter de afbeeldingen van een zeldzame spin (afgebeeld met
een extra poot die in de werkelijkheid
alleen met behulp van een microscoop kan
worden waargenomen) en de afbeelding
van een ‘astronaut’, een marsmannetje. Met
name deze laatste afbeelding heeft geleid
tot theorieën over aliëns: de lijnen zouden
het werk zijn van buitenaardse wezens die
de lijnen als landingsbaan gebruikten voor
hun UFOs. De bekendste theorie is echter
de theorie van Maria Reiche. Zij herkent een
astronomische kalender in de figuren. Er zijn
sterrenconstellaties die overeenkomen met
de patronen in de grond. Mogelijk geven
de lijnen belangrijke landbouw momenten
weer, zoals de zaaitijd, regentijd en
oogsttijd. Andere theorieën stellen echter
dat de tekeningen ondergrondse wateraders
weergeven die gevonden zouden zijn
met een wichelroede. Nog weer anderen
betrekken de lijnen bij theorieën die de
Nazca beschaving in verband brengt met de
mysterieuze Moai beelden op Paaseiland en
de piramides van de Egyptenaren; wie een
lijn trekt van Paaseiland naar de piramides
in Caïro ziet dat deze lijn de Nazca woestijn
kruist. Het daadwerkelijke idee achter de
lijnen is echter tot op heden nog onduidelijk.
Het geheim van conservatie
Hoe komt het dat de lijnen zo lang goed
bewaard zijn gebleven? Dit heeft alles te
maken met de geografie van het gebied. Het
gebied heeft een oppervlakte van 777 km2
(ongeveer zo groot als de stad New York).
De vlakte is bedekt met een roodbruinige
toplaag van vulkanisch gruis. Daaronder
bevindt zich een lichte, gelige bodem.
Wie door de Nazca woestijn loopt laat
een patroon van gele voetstappen achter.
Het gebied geld als één van de droogste
gebieden op aarde. Gemiddeld regent het
ongeveer een half uur per 2 jaar in het gebied.
De uitzichttoren
langs de
Panamericana
met ‘de boom’
een lijn, gezien vanaf de grond
Ook
waait
het
er
7.
de mysterieuze afbeelding van ‘de astronaut’
niet tot nauwelijks. Er is dus geen sprake
van wind of watererosie. Voor het maken
van de tekeningen verwijderden de Nazca
de bovenste rode toplaag van de grond,
waardoor de gelige bodem zichtbaar werd
en er ‘tekeningen’ ontstonden. Omdat
deze opzij geschoven zanddeeltjes niet
terug waaiden of wegspoelden, bleven de
tekeningen bewaard.
De aanleg van de Panamericana
De natuurlijke omstandigheden in het
gebied zijn voor de conservatie van de
tekeningen erg gunstig. Toch worden de
lijnen wel in hun bestaan bedreigd. Eén van
deze bedreigingen wordt gevormd door
de Pan-Amerikaanse snelweg. In 1938 gaf
de Peruaanse overheid toestemming voor
de aanleg van een snelweg van Lima naar
Tacna. Enkele jaren later werd er gestart met
de bouw van deze weg, tot grote frustratie
van de eerder genoemde Maria Reiche. De
Panamericana werd namelijk dwars door de
Nazca lijnen heen gelegd. Er werd destijds
in Peru, net zoals in Nederland en in veel
andere landen, weinig waarde gehecht aan
erfgoed en de overheid was dan ook niet
bereid de snelweg om te leggen. Dit leidde
er toe dat de snelweg dwars door de staart
van de hagedis werd aangelegd en van deze
afbeelding is tegenwoordig dan ook weinig
terug te zien. Enige jaren hierna toonde
de overheid plannen om in het gebied
katoenplantages aan te leggen met behulp
van irrigatie. Maria Reiche wist de overheid
er echter van te overtuigen dit niet te doen
en wende hiermee dit gevaar af.
Veranderingen in erfgoedwaardering
Pas in de jaren ’70 ontstond het besef dat
de Nazca lijnen van historisch belang waren
voor de Peruaanse samenleving. Daarnaast
zag men economische voordelen; de site
van Nazca was interessant voor toeristen.
Deze omslag in de waardering van erfgoed
leidde er toe dat de overheid regelgeving
instelde voor het gebied. Zo werd het
verboden over de vlakte te rijden of te lopen.
Om burgers een kans te geven de lijnen
te bezichtigen zonder ze te beschadigen,
werd er een uitzichttoren gebouwd langs
de Panamericana. Vanaf deze toren is het
mogelijk twee afbeeldingen te zien. In
1995 kreeg Nazca een plek op de UNESCO
werelderfgoedlijst
waarmee
Nazca
internationale erkenning en bescherming
verwierf. Tegenwoordig ontvangt de plek
veel internationale toeristen en stijgen er
vanaf het nabij gelegen vliegveld honderden
vliegtuigjes per dag op om mensen de lijnen
te laten zien.
Het einde in zicht?
Nu het gebied ook internationaal wordt
erkend, lijken de lijnen veilig te zijn.
Toch is niets minder waar. De Peruaanse
overheid kampt met dilemma’s. Vanwege
een groeiende bevolking en vraag
naar elektriciteit is het noodzakelijk
elektriciteitsmasten te bouwen in het
gebied. Vanwege de beschermde status is
dit officieel niet mogelijk maar de regels
worden dusdanig verbogen dat er al enkele
masten zijn verschenen, zonder rekening te
houden met het lijnenpatroon. Daarnaast
brengt het groeiende toerisme - inmiddels
de belangrijkste economische sector –
nadelen met zich mee. Toeristen laten vuil
achter in het gebied, maken (ondanks het
verbod) wandelingen over de vlakte en
betreden het terrein (ondanks het verbod)
met auto’s. Daarnaast nemen ze stenen mee
die in de tekeningen zijn gebruikt, met het
gevolg dat de tekeningen vervagen. Ook de
klimaatverandering heeft gevolgen voor de
Nazca lijnen. Zo zorgt El Niño, een steeds
heftiger fenomeen, door modderstromen en
overstromingen voor schade. Ondanks dat
het gebied als één van de droogste gebieden
op aarde geldt, werd het in 2009 getroffen
door meerdere heftige regenbuien van
langer dan een uur. Ook de wind neemt toe in
het gebied; hierdoor worden de lijnen weer
bedekt met de rode bovenlaag waardoor ze
langzaam verdwijnen. Mocht je de lijnen dus
nog willen bezoeken, stel dit dan niet te lang
uit. Voor je het weet zijn de lijnen voorgoed
verdwenen en zal het geheim van de Nazca’s
voor eeuwig bewaard blijven.
/// Meer weten?
Kijk voor een documentaire over de Nazca
lijnen, theorieën en het leven van Maria
Reiche op www.girugten.nl !
girugten
8.
wymer praamstra
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
uit: geo promotioneditie
Het risico van de Olympische Spelen
De onrust in de Kaukasus is niet iets van de
laatste jaren. De smeltkroes van verschillende
culturen en hun bijbehorende religies en
talen zorgt al honderden jaren voor een
instabiele situatie. Na het uiteenvallen van de
Sovjet-Unie splitsten enkele gebieden zich
af. Georgië, Armenië en Azerbeidzjan zijn nu
dan wel verlost van hun grote overheerser
Rusland, maar zijn sinds die tijd ook het
toneel van interne strijd. De aanslagen en
bloedige gevechten in “autonome”, maar
toch Russische, republieken als Tsjetsjenië,
Dagestan en Noord-Ossetië, die strijden
voor onafhankelijkheid, zijn met regelmaat
in het nieuws. Waarom er tóch gekozen is om
juist in de Kaukasus, in Sotsji, de Olympische
Spelen te organiseren? Misschien om het
gebied meer bij Rusland te betrekken en
op die manier het verzet te verminderen?
De investeringen in het gebied zouden
kunnen zorgen voor meer welvaart, en
dus meer tevredenheid. Feit blijft dat de
veiligheidsmaatregelen voor een megaevent als de Olympische Spelen nog nooit zo
uitgebreid zijn geweest als in Sotsji.
Het was groot nieuws eind december toen
in Volgograd op twee achtereenvolgende
dagen, door zelfmoordaanslagen, meer dan
30 mensen het leven lieten. Een treinstation
werd gedeeltelijk verwoest, terwijl de
dag daarop een bus tot ontploffing werd
gebracht. Het was een volgende klap in
het gezicht van Poetin, die het met de
felle kritiek op zijn anti-homopropaganda
wetgeving al flink te verduren kreeg. De
wereldpers richtte zich op de provinciestad
in het noorden van de Kaukasus en de vragen
over de beveiliging van de Olympische
Spelen in Sotsji werden door deze vreselijke
aanslagen weer sterker. Zeker omdat
door radicale Islamitische groeperingen
in videoboodschappen met meer geweld
tijdens de Spelen werd gedreigd.
Voor president Poetin is het een persoonlijk
project om de Olympische Spelen
zonder noemenswaardige conflicten te
laten verlopen. Rusland kampt sinds het
uiteenvallen van de Sovjet-Unie met een
stevig minderwaardigheidscomplex, vooral
omdat de Westerse grootmachten het
land niet als een waardige concurrent of
partner zien. Het is niet ondenkbaar dat
juist Sotsji binnen Rusland is gekozen
als stad om de Spelen te organiseren,
omdat op die manier de hele wereld kan
zien dat het oppermachtige Rusland zelfs
de moeilijkste, opstandigste provincies
(autonoom of niet) weer de baas is. Dat
juist in het nabij Sotsji gelegen Krasnaja
Poljana de ski- en snowboardwedstrijden
worden gehouden is tekenend voor deze
stelling. De Kaukasusoorlog, het begin
van het conflict tussen Rusland en de
Kaukasische gebieden, werd in het voordeel
van het toen nog Tsaristische Russische Rijk
besloten met een gigantische bloedbad
in precies die stad. De etnische zuivering
van de toenmalige opstandige bewoners
en Russische ‘kolonisatie’ van het gebied is
een aanwijsbaar beginpunt van de huidige
problematiek.
Riciso is een subjectief begrip. Perceptie
van risico gebeurt door verschillende
personen op verschillende manieren. Maar
in praktisch alle risicomodellen en –theoriën
is weergegeven dat om het gevoel van risico
te minimaliseren de waarschijnlijkheid
van het voorkomen van een onvoorziene
omstandigheid als een aanslag of aanval zo
klein mogelijk moet zijn. In een gebied dat
al sinds mensenheugenis is getekend door
zowel religieuze als grondgebied conflicten
de Olympische Spelen organiseren is in
dat opzicht zo ongeveer het domste wat je
kan doen. De redenen van het Olympisch
Commitee om de Spelen toch aan een stad
in de Kaukasus toe te wijzen zijn dan ook
schier ondoorgrondelijk voor de normale
burger. Maar dat geld en politieke invloed
onze huidige maatschappij op meerdere
manieren beïnvloeden mag geen verrassing
zijn. Met 45 graden celsius voetballen in
stadions die door door slavernijachtige
omstandigheden zijn onstaan in Qatar
lijkt dan bijvoorbeeld ook ineens een heel
goed idee. De ethische onjuistheid van het
monetariseren van menselijke levens die
mogelijk verloren gaan bij het kiezen voor
een risicogebied lijkt op de beslissende
momenten naar de achtergrond zijn gedrukt.
De cijfers lopen wat uiteen, maar in ieder
geval meer dan 37.000 politiemensen,
beveiligers en militairen moeten er rond
het Olympisch gebied voor zorgen dat de
Olympische Spelen zonder terroristische
incidenten verlopen. Nog eens 30.000
militairen houden het grensgebied met de
opstandige Georgische republiek Abchazië
in de smiezen. Satellieten zorgen voor
observatie, zodat vanuit de ruimte zelfs
de kleinste details niet worden gemist.
Al een maand voor de officiële opening
kon niemand zonder de juiste papieren
Sotsji in en uit. En in het onwaarschijnlijke
geval van een raketaanval is er altijd
nog het luchtafweergeschut en anders
enkele squadrons gevechtsvliegtuigen.
De kustzone wordt door torpedojagers en
onderzeeërs in de gaten gehouden. Al het
telefoon- en internet verkeer staat onder
controle De €2,2 miljard die hiervoor nodig
is, is een schijntje als gekeken wordt naar de
totale kosten van rond de €40 miljard. Laten
we hopen dat dat genoeg is om de veiligheid
van sporters van over de hele wereld te
waarborgen. Op naar goud! g
PUTIN OP HET IJS
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
interview
robin groenewold
9.
Interview met de studieadviseur
De faculteit heeft een nieuwe studieadviseur
gekregen. Nienke Harteveld volgde in mei
Niels Rambags op, die begon aan zijn nieuwe
baan aan de RuG. Tijd voor een nadere
kennismaking met Nienke!
Vertel eens over jezelf. Wie ben je?
Mijn naam is Nienke Harteveld en sinds
1 mei ben ik bij de FRW in dienst als
studieadviseur. Ik heb zelf ongeveer zeven
jaar aan de RUG gestudeerd. Na mijn
propedeuse Engelse Taal en Cultuur ben ik
de (toen nog) kopstudie American Studies
gaan doen. Op mijn 22e was ik klaar en
toen bedacht ik me: ‘dat is wel heel jong om
afgestudeerd te zijn en de serieuze wereld
in te trekken’ en toen ben ik geschiedenis
gaan studeren. Mijn studententijd ligt dus al
een tijdje achter me, maar nog niet zo ver dat
ik er niets meer van weet. Ik ben inmiddels
een jaar of zes aan het werk, waarvan vijf bij
het Instituut voor Communicatie, Media &
IT aan de Hanzehogeschool. Hier werkte ik
als coördinator van het roosterproces en als
studieadviseur/studievoorlichter voor één
van de opleidingen. Daarin vond ik de rol als
studieadviseur het leukst en interessantst,
alleen was er voor mij helaas niet de
mogelijkheid om dat verder uit te breiden,
totdat de baan van studieadiveur aan de
FRW voorbij kwam. Als studieadviseur kan
ik me bezighouden met het contact met de
studenten en hen begeleiden tijdens het
studieproces, wat ik erg leuk vind.
Wat is voor jou de uitdaging?
De uitdaging voor mij zit in het geven van
voorlichting aan en het ontvangen van
grote groepen. Toen ik voor het eerst voor
een groep van ongeveer tachtig eerstejaars
studenten stond was dat wel iets waarbij ik
dacht: ‘dit is uit mijn comfort zone’. Maar ik
kijk er wel erg naar uit. Ik heb een belangrijk
verhaal dat ik graag aan ze wil vertellen en ik
wil ze er op wijzen waar ze allemaal tijdens
hun studie rekening mee moeten houden.
Wat heeft je ertoe bewogen om specifiek
voor de FRW te kiezen?
Voor een gedeelte omdat hier een vacature
was, maar toen ik mij inlas in wat de FRW
was kwam ik erachter dat het een kleine
faculteit is met veel persoonlijk contact.
Ik kom oorspronkelijk van de Faculteit van
Letteren. Daar zitten vijf studieadviseurs
en dus is het heel anders ingericht dan hier
het geval is. Ook hoe de functie is ingericht
spreekt mij erg aan, omdat het persoonlijk
contact met de studenten en collega’s
meer wordt gefaciliteerd. Naast adviseren
en voorlichten ben ik ook veel bezig met
het organiseren en plannen van andere
activiteiten. Het werk bij de FRW is veel
afwisselender dan bij de grotere faculteiten.
Ik ben me op dit moment als een gek aan
het inlezen en lees alles wat ook maar
iets te maken heeft met de WIM-lijn,
waterinfrastructuur en milieuwetgeving.
Eigenlijk alles over ruimtelijke ordening.
Op het moment is het dus nog lastig om
vakinhoudelijke vragen volledig te kunnen
beantwoorden maar gelukkig kan ik mensen
goed doorverwijzen naar de docenten die
dat wel kunnen.
Een nieuwe studieadviseur betekent vaak
ook een nieuwe manier van werken en een
andere benadering. Wat zal er anders gaan
bij jou dan hoe het is gegaan bij Niels?
Niels heeft denk ik een hele andere
persoonlijkheid dan ik. Niels heeft
altijd een sterke mening en is duidelijk
aanwezig. Ik denk dat ik in vergelijking
iets terughoudender ben maar mijn doel
is wel om zo laagdrempelig mogelijk naar
studenten te zijn, zoals Niels dat ook was.
Ik hoop dat ik hetzelfde gevoel aan de
studenten kan geven. Het zal natuurlijk
voor iedereen waarschijnlijk wel even
wennen zijn. Ik verwacht voor het komende
jaar nog niet heel veel verandering. Het
duurt denk ik ook wel een jaar om in je rol
van studieadviseur te groeien. Kortom,
ik probeer zoals het ging gewoon door te
zetten.
Wat kun je betekenen voor de eerstejaars?
Door de matchingsactiveiten heb ik nu al
veel contact met de eerstejaars. Maar het
blijft, zoals het altijd al is geweest, essentieel
om met de problemen die je tijdens de
studie tegenkomt naar de studieadviseur te
komen. Daarbij begrijp ik dat het een grote
stap kan zijn om je persoonlijke problemen
te melden maar ik hoop dat studenten dit
wel zullen doen. Wanneer je problemen
namelijk tijdig meldt kunnen we, eventueel
samen met het Studenten Service Centrum,
kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat
je goed kunt blijven studeren zonder dat
er consequenties zijn en je bijvoorbeeld
studievertraging oploopt. Wanneer je pas
achteraf meldt dat er problemen waren
tijdens je studie dan is dit al te laat. De
examencommissie en BSA commissie
vragen altijd bij mij na of een student zich
(indien mogelijk) tijdig bij mij gemeld heeft
met een probleem dat voor (eventuele)
studievertraging kan zorgen en het is voor
de student het beste als ik dit inderdaad kan
bevestigen. Daarbij is het nog belangrijk om
te weten dat de examencommissie altijd
zelfstandig handelt en alleen informatie
bij mij opvraagt over de situatie van een
student. Het gebeurt helaas nog niet altijd
dat studenten dit op tijd doen. Ik wil daar
het komende jaar veel op hameren.
Is er nog iets wat je kwijt wilt aan alle
studenten?
Studenten zijn er zelf verantwoordelijk
voor om hun studie succesvol af te ronden.
Maar het is ook heel belangrijk om een hele
leuke tijd te hebben tijdens je studietijd.
Ik hoop dat studenten een goede balans
tussen de twee kunnen vinden, zoals ik
zelf denk ik ook wel heb gedaan tijdens
mijn studententijd. Dit is ook het moment,
zeker voor eerstejaars, om een leuk leven
op te bouwen. Hou je wat mij betreft dan
ook veel bezig met nevenactiviteiten en
het verenigingsleven. Het ene hoeft niet ten
koste gaan aan het andere.
Oh! Misschien is dit nog wel leuk en handig
om te vertellen: ik heb een eeneiige
tweelingzus die in Groningen woont. Er zijn
al een aantal collega’s die al heel hard naar
haar gezwaaid hebben, terwijl ze dachten
dat ik het was. Dit zorgt natuurlijk voor
bijzondere en hilarische situaties. Als je me
dus denkt te zien lopen in de stad, maar ik
reageer niet als je naar me zwaait: dit is niet
omdat ik je negeer, maar omdat ik het niet
ben. g
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
fietsen in Groningen
saskia zwiers
10.
Slimme fietsroutes naar...
Misschien kreeg je tijdens de KEI-week
al een gele flyer of zag je onderweg naar
college borden die je de weg naar Zernike
wijzen. De eerste maand van dit collegejaar
helpt de gemeente eerstejaars studenten
op de juiste weg met het project ‘Slimme
Routes’. Na het succes van vorig jaar besloot
de gemeente om ook dit jaar weer een
campagne te houden ter bevordering van de
doorstroming van het verkeer.
Heb je ze al gezien? Sinds de KEI-week staan
er grote gele borden langs de fietspaden
naar Zernike. Ook op de weg zijn symbolen
gespoten. Deze bewegwijzering is een
campagne van de gemeente Groningen om
studenten te wijzen op ‘stoplichtvrije routes’
naar Zernike. De focus is op twee routes:
vanaf de Herman Colleniusbrug linksaf over
het Jaagpad langs het Reitdiep of via de
Kerklaan, Bessemoerstraat door het park
tussen Selwerd en Paddepoel.
stad. De Zonnelaan en de route langs het
crematorium vormen de hoofdfietsroutes
van en naar Zernike. In combinatie met
het drukke bus- en autoverkeer zorgt
het fietsverkeer op de Zonnelaan voor
doorstromingsproblemen op de aansluiting
met de Noordelijke Ringweg (Plataanlaan).
De grote stroom fietsers van en naar
Zernike verstoort de doorstroming van het
autoverkeer dusdanig dat lange wachtrijen
voor het autoverkeer ontstaan.
Als je voor deze fietsroutes kiest kun je
gemakkelijk doorfietsen. Veel medewerkers
van de RUG en Hanze gebruiken de route
langs het Jaagpad al, maar studenten maken
er amper gebruik van. Eerder onderzoek van
Erik Meijles & Peter de Groote met GPStrackers (2010) toonde dit al aan. Vormt het
kruispunt bij de Wilhelminakade (Jumbo
Supermarkt) een te groot obstakel? Is de
route simpelweg te onbekend bij studenten?
Kan betere bewegwijzering dit veranderen?
Het Slimme Route project doet hiertoe een
aanzet.
Via het ‘Slimme Route’-project wordt gezocht
naar een creatieve oplossing voor de frictie
tussen fietsvriendelijke infrastructuur en
de doorstroming van auto’s. In plaats van
te kiezen voor traditionele infrastructurele
aanpassingen zet de gemeente in op het
stimuleren van alternatieve fietsroutes.
Infrastructurele maatregelen zoals stoplichten of de voorrangsituatie veranderen
pakken al gauw negatief uit voor fietsers.
Ook een tunnel aanleggen is niet realistisch
in tijden van bezuinigingen. Door meer
verkeer via de routes langs het Jaagpad
en de Bessemoerstraat te leiden is de
druk op de Zonnelaan afgenomen. Dit is
een eenvoudige ingreep, doordat gebruik
wordt gemaakt van bestaande fietsroutes.
Via promotie op locatie en verschillende
communicatiemiddelen worden fietsers
daarom op alternatieve routes gewezen.
Deze fietsroutes zijn niet altijd bekend
bij nieuwe studenten, terwijl de routes
gemakkelijker zijn dan stoplichtrijke
Zonnelaan.
Verkeersknelpunt
Goede informatie voor of tijdens het fietsen
kan het gedrag van de fietser beïnvloeden. De
Zonnelaan is met dagelijks meer dan 10.000
fietsers één van de drukste fietsroutes in de
Europees Project
De gemeente Groningen neemt van 2011
tot 2014 deel aan het fietsproject CHAMP
(Cycling Heroes Advancing sustainable
Mobility Practice). Aan dit project doen
7 Europese fietssteden mee, allen
‘kampioenen van de fiets’ in eigen land.
CHAMP is een gesubsidieerd project met hulp
van de Europese Unie, om fietsmobiliteit te
promoten. De hoofddoelstelling van CHAMP
is om 10% meer fietsgebruik te genereren in
de deelnemende steden in de periode 20112014. Om deze doelstelling te behalen richt
het project zich op innovatieve methoden
gericht op gedragsverandering van de
fietser. De deelnemende steden hebben
in 2012 elkaar bezocht en geanalyseerd.
Deze externe analyse bracht een aantal
knelpunten naar boven, waaronder de druk
op gestalde fietsen in de binnenstad en de
drukke fietsroute naar Zernike.
Klankbord en tips
Het
CHAMP-project
is
gericht
op
kennisuitwisseling en het onderzoekt de
implicaties voor gedragsverandering onder
fietsers. Het project ‘Slimme Routes’ is daarom
van tevoren ook bestudeerd met gebruikers
en fietsexperts. Een klankbordgroep
van studenten en medewerkers van de
Hanzehogeschool en Rijksuniversiteit en
de Fietsersbond Groningen hielpen bij de
keuze van de fietsroutes en de insteek voor
communicatiemiddelen. In het najaar is het
project geëvalueerd. Een aantal onderdelen
van de fietsroutes zijn nog niet optimaal
en sommige delen worden aangepakt. Op
verschillende locaties gaat het beter, maar
nog niet overal: hier kun je meer over lezen
in het artikel op de volgende pagina.
Wil je meer weten of heb je tips voor
verbetering van deze fietsroutes? Kijk dan
op www.slimmeroute.nl. g
wieke ijbema
11.
H e t ‘S l i m m e Rou t e s’- proj ec t : wa a ro m n i e t i e d e r e e n b l ij i s m e t s n e l l e s t u d e n t e n
Je bent op weg naar college of
misschien wel een belangrijk
tentamen. Je slaat vanaf de
Kerklaan
het
park
tussen
Paddepoel en Selwerd in en
fietst stevig door richting de
Crematoriumlaan, precies zoals
de Slimme Route je adviseert. Je
rijdt vlot onder het viaduct door
en dan plots, net voordat je linksaf
wilt slaan, zie je een rouwauto
de Crematoriumlaan oprijden,
gevolgd door een lange stoet
lopende mensen. Wat doe je dan?
Fiets je door? Of blijf je wachten?
Het ‘Slimme Routes’-project moet
de doorstromingsproblemen in
de stad voor bus-, auto- en
fietsverkeer verhelpen en biedt
fietsende studenten de snelste
route naar hun eindbestemming:
het Zernike complex. Hoewel
deze nieuwe routes goed worden
ontvangen door de grote groepen
fietsende studenten zijn niet
alle partijen even blij met de
duidelijk aangegeven route. Één
van de minder tevreden partijen
is uitvaartonderneming Yarden,
eigenaar van het in begin jaren
’60 gebouwde crematorium aan
de Crematoriumlaan.
Onwetendheid over hoe men
zich dient te gedragen bij het
naderen van een rouwstoet lijkt
echter een grotere rol te spelen.
Veel studenten weten niet dat
het sinds 2010 verboden is om
een rouwstoet te doorkruizen.
Daarnaast
beseffen
fietsers
zich vaak niet zij geen voorrang
hebben wanneer zij vanaf het
fietspad aan de Crematoriumlaan
de weg opdraaien. Alhoewel de in
de inleiding geschetste situatie
dus slechts één juist antwoord
kent (de fietser dient te stoppen
voor de rouwstoet), is er te weinig
kennis bij passerende fietsers.
Steeds
vaker
doorkruisen
fietsende studenten de rouwstoeten op de Crematoriumlaan.
Uitvaartonderneming
Yarden
klaagt al enkele jaren over deze
fietsers maar ziet het afgelopen
jaar een toename van het aantal
incidenten. De fietsers zorgen
voor gevaarlijke situaties. Vorig
jaar liep een frontale botsing met
een studente die op de motorkap
van een rouwauto terecht kwam
net goed af. Afgezien van de
schrik die dit de betreffende
studente en de bestuurder van
de lijkwagen opleverde, zorgt
zo’n situatie voor onnodig extra
leed bij de familieleden die op
dat moment afscheid nemen
van een naaste. Het doorkruisen
van een rouwstoet getuigd niet
van respect en fatsoen. Yarden
roept fietsers dan ook op om een
naderende rouwstoet voorrang
te geven en even te wachten tot
de rouwstoet voorbij is. Want hoe
zou jij je voelen als er tijdens de
uitvaart van je oma zowel links
als rechts fietsers langs je heen
zoeven?
Het verhogen van de kennis
over de verkeerssituatie rondom
het crematorium zou dus een
oplossing kunnen zijn voor het
probleem. Dit neemt echter niet
weg dat er ook een verandering
zal moeten plaatsvinden in de
mentaliteit van de fietsers. Het is
maar de vraag of een student die
te laat komt voor zijn tentamen zal
wachten op een rouwstoet. Haast
en gewoontegedrag zijn moeilijk
beïnvloedbaar. De gemeente
Groningen
zal
binnenkort
opnieuw met Yarden in gesprek
gaan over wat de beste manier
is om het probleem rondom de
Crematoriumlaan op te lossen.
Hopelijk zal dit er toe leiden dat
ook op dit stuk van de Slimme
Route alle weggebruikers op
gepaste wijze met elkaar omgaan.
Yarden vermoedt dat de toename
van het aantal problemen tijdens
een uitvaart samenhangt met
de campagne van het ‘Slimme
Routes’-project en het daardoor
toegenomen aantal fietsers wat
rijdt via de Crematoriumlaan.
Wat doe jij als je een
rouwstoet tegenkomt op de
Crematoriumlaan? Heb jij een
goed idee over hoe de Gemeente
Groningen het probleem zou
kunnen oplossen? Of wil je
reageren op dit artikel? Mail je
reactie naar [email protected]
voor plaatsing in het discussietopic op onze website. g
/// meer weten? Universiteitskrant (Anne Carlijn Kok en Peter
Keizer, www.ukrant.nl)
12.
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
docentenoverzicht
Docenten aan de faculteit
In het eerste jaar van je studie leer je
ongelofelijk veel nieuwe mensen kennen.
Onder die mensen vallen ook de docenten
aan onze faculteit. Om je alvast een
voorsprong te geven hebben wij een lijst
samengesteld met alle docenten die je het
komende jaar tegen zal komen. Lees het
goed door, en misschien kan je er nog wel
wat voordeel uithalen voor op je tentamen
of practicum !
Dr. J.R. Beaumont
Ruimtelijke planning 2: urban challenge
Justin Beaumont (1973) is geboren in
Welwyn Garden City (Engeland). Hij
heeft de functie van assistant professor
bij Planologie aan onze faculteit. Hij
geeft het eerstejaarsvak, Ruimtelijke
Planning: the urban challenge, dat een
aantal stadsgerelateerde onderwerpen
introduceert. Beaumonts expertise ligt in
de volgende onderwerpen: Stadsgeografie,
urban governance and politics, sociaalruimtelijke (on)rechtvaardigheid in steden,
post-seculiere steden/stedelijkheid en faith
based organisations in Europa. Onderzoeken
waar Beaumont zich mee bezighoudt zijn
(1) steden met succes in Europa, en (2)
postseculiere ruimten in de stad in het
Verenigd Koninkrijk en Nederland.
M. Boisen, MSc
Denken over Geografie en Planologie,
Ruimtelijke Planning 2: The Urban Challenge
Martin Boisen werkt sinds vorig jaar aan onze
faculteit, hij kwam over van de universiteit
van Utrecht. Ondanks dat hij nog maar een
jaar aan onze faculteit werkt, werd hij vorig
meteen genomineerd voor de docent-vanhet-jaar-verkiezing! Hij verzorgt in blok
1a en 1b meteen al twee vakken, waarvan
Ruimtelijke Planning 2: The Urban Challenge
ook door de TP-studenten gevolgd wordt.
Dr. A.E. Brouwer
Economische geografie 1
Aleid Brouwer is universitair docent bij
de basiseenheid Economische Geografie.
Zij zal in het eerste jaar Economische
Geografie: Grote theorieën en actuele
thema’s verzorgen, samen met dhr.
Sijtsma. Het onderzoek van Brouwer richt
zich onder andere op FDI (Foreign Direct
Investment),
internationale
(re)locatie,
bedrijfsheterogeniteit en gedragseconomie.
Brouwer is in 2005 gepromoveerd in
aansluitend werkte zij als universitair docent
bij de vakgroep International Economics
& Business, ook bij de RuG. In haar vrije
tijd is zij bezig met provinciale politiek en
wijkontwikkeling.
terry van dijk
peter groote
de Ruimtelijke Wetenschappen op een
bedrijfsdemografisch martin
onderwerp
boisen
en
Drs. H.C. Diederiks
Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek
Chris Diederiks heeft na zijn middelbare
school in Emmeloord net als jullie gekozen
voor een studie aan de Faculteit Ruimtelijke
Wenschappen. Na zijn afstuderen heeft hij
de Lerarenopleiding Aardrijkskunde gedaan.
Vervolgens heeft hij een aantal jaren op
verschillende middelbare scholen gewerkt
totdat hij de kans kreeg om aan de slag te
gaan als docent in de bacheloropleiding
SG&P. Zijn vrije tijd besteedt hij graag aan
reizen en wielrennen.
Alle eerstejaars
FRW zullen hem in het eerste jaar ook
tegenkomen bij Inleiding Wetenschappelijk
Onderzoek.
Dr. ir. T. van Dijk
Ruimtelijk ontwerpen 1: Regionale strategieën
Terry van Dijk (1975) verzorgt het allereerste
vak in de ontwerplijn van Technische
Planologie, die vier jaar geleden werd
ingezet. Hij studeerde in Wageningen,
promoveerde in Delft, deed een NWOPostDoc onderzoek in Wageningen en is nu
dus universitair docent bij ons. Heeft veel in
het buitenland onderzoek gedaan, met name
naar ingrepen in agrarische structuur en
bescherming van open ruimte tussen grote
steden.Van Dijk onderzoekt nu vooral de
verleidingskracht van regionale ontwerpen:
wat doet een ontwerp met mensen, hoe ze
kijken naar hun regio, hoe beïnvloedt een
ontwerp hun beslissingen?
Prof. dr. J. van Dijk
Economie
Jouke van Dijk (1956) is hoogleraar
Regionale
Arbeidsmarktanalyse
en
verschijnt om die reden vaak in het
Dagblad van het Noorden. Hij is in 1981
afgestudeerd aan de economische faculteit
en richtte zich in zijn proefschrift op
‘Migratie en Arbeidsmarkt’.Als onderzoeker
houdt hij zich (volgens zijn website) bezig
met ‘… arbeidsmarktvraagstukken als
werkloosheid, werkgelegenheid, migratie
en arbeidsmarktbeleid…’. In het eerste jaar
komen jullie hem samen met prof. dr. Strijker
tegen bij economie.
13.
J.H.A. Vogelzang
Regio in kwestie: China, Economische
Geografie 1
Jessica Vogelzang is een van de jongere
docenten die lesgeeft aan de faculteit.
Ondanks dat is ze niet een onbekende,
ze heeft namelijk zelf Sociale Geografie
& Planologie gestudeerd, en is na de
masters Lerarenopleiding Aardrijkskunde
en Culturele Geografie aan het werk gegaan
als docent in Meppel. Na vijf jaren lesgeven
heeft ze de overstap gemaakt naar de
universiteit en geeft zodoende het komende
jaar de vakken Regio in kwestie: China en
Economische Geografie 1. Al zullen dit niet
de enige vakken zijn waar je haar tegen het
lijf kunt lopen. Ook bij de vakken Denken
over Geografie en Planologie, Inleiding
Wetenschappelijk Onderzoek, Statistiek
1, Economie en Fysische Geografie van
Nederland zal ze met enige regelmaat te
zien zijn. Kortom, een docent die je je hele
eerste studiejaar zult zien!
Dr. P.D. Groote
Culturele geografie
Peter Groote werd in 1962 geboren in het
Friese Oosterwolde, maar groeide op in
Stadskanaal. Hij studeerde in 1988 aan
onze faculteit af in de regionale geografie
op een afstudeeronderzoek naar de
stedelijke planning in Lahore, Pakistan.
Na zijn afstuderen verhuisde hij binnen
het WSN-gebouw naar de Economische
Faculteit, waar hij in 1995 zijn dissertatie
over investeringen in infrastructuur in de
negentiende eeuw verdedigde. Vanaf 1996
is hij weer terug op het oude nest, waar
hij vooral cursussen culturele en politieke
geografie verzorgt. Toch kruipt het bloed nog
steeds waar het niet gaan kan, zodat hij nog
steeds graag bijklust in de cultuurhistorie
en de economische geschiedenis.
Dr. T. Haartsen
Geografie en planologie van Nederland
Net als Chris Diederiks en Annemieke
Logtmeijer is ook Tialda Haartsen geboren
en getogen in de Noordoostpolder. Na haar
studie Regionale Geografie (nu Culturele
Geografie) aan onze Faculteit is zij, via wat
omzwervingen richting onder andere het
Arctisch gebied, als promovendus bij de FRW
terecht gekomen. Haar promotieonderzoek
ging over veranderingen in gebruik,
eigendom en beelden van het platteland.
Sinds eind 2002 werkt ze als universitair
docent bij Culturele Geografie.
D.J. Herbers
Population Dynamics
Daniël Herbers is net begonnen aan het
tweede jaar van zijn PhD. Het eerste jaar
heeft hij doorgebracht in Barcelona, om
daar de European Doctoral School of
Demography te volgen. In zijn PhD project
wil hij kijken hoe veranderingen in het
leven van het individu invloed kunnen
hebben op de woon-en leefsituatie en
het welzijn op oudere leeftijd. Dit jaar
gaat Daniël een aantal colleges geven bij
Population Dynamics. Daarnaast helpt hij
bij het organiseren van de ‘International
Conference of Population Geographies’ die
in juni 2013 in Groningen wordt gehouden.
Dr. W.J. Meester
Statistiek 1
Wim Meester werd in 1953 in Heerenveen
geboren en groeide op in Akkrum. Hij
studeerde aan onze eigen faculteit, toen
nog Geografisch Instituut geheten, en werkt
er sinds 1983. Vanaf het begin heeft hij zich
hier bezig gehouden met onderzoek, in het
bijzonder naar imago’s en de waardering van
vestigingsplaatsen. Later is het onderwijs
er als taak bijgekomen. Jullie zullen hem
tegenkomen bij het vak Statistiek 1.
Dr. L.B. Meijering
Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek
Louise Meijering studeerde regionale
geografie aan de RUG. Na haar promotie
heeft ze onder andere aan de Universiteit
van
Uppsala
gewerkt.
Binnen
de
bachelor geeft ze vooral vakken op het
gebied van methodologie. Daarom zal
ze in de propedeuse het vak Inleiding
wetenschappelijk
onderzoek
en
wetenschappelijk presenteren verzorgen.
Dr. ir. E.W. Meijles
Fysische geografie van de wereld
Erik Meijles is geboren en getogen in
West-Friesland
(Noord-Holland)
en
heeft, na zijn middelbare school, Bodem,
Water en Atmosfeer gestudeerd in
Wageningen. Hij studeerde af op een
geomorfologische kartering in Costa Rica
en op de invloed van het landbouwbedrijf
op de bodemopbouw in Zeeland. Daarna
heeft hij een promotieonderzoek afgerond
in Plymouth (UK) over de gevolgen van
begrazing en heidebranden op bodem
en hydrologie van Dartmoor. Vervolgens
heeft Erik onderwijservaring opgedaan bij
Milieukunde aan het HBO Van Hall Larenstein
en heeft hij zich gericht op toepassingen
van Geografische Informatiesystemen in
omgevingswetenschappen. Sinds 2007 is
Erik werkzaam aan de faculteit en terug bij
zijn favoriete vakgebied: geografie van de
natuurlijke omgeving.
C. Mulder
Population Dynamics
Prof. Dr. C. Mulder is in maart 2011 benoemd
tot hoogleraar Demografie en Ruimte aan
onze faculteit. Daarvoor was Mulder acht
jaar aan de Universiteit van Amsterdam
dit vakgebied. Ook is ze als onderzoeker
verbonden geweest aan de Faculteit
Geowetenschappen aan de Universiteit
Utrecht. Ze heeft geografie gestudeerd
aan de Universiteit van Amsterdam.
Haar interesses liggen onder meer
in
huisvesting en woningbezit, residentiële
mobiliteit, woningkeuze, familieverbanden
en de verbanden tussen huisvesting en
demografisch gedrag.
W. Rauws MSc
Ruimtelijk ontwerpen 3: ontwerpatelier
Ward Rauws, geboren in Lelystad, studeerde
in 2009 af op een onderzoek naar de
ontwikkeling van stad-land relaties in
Montpellier, Frankrijk. Sindsdien is hij in
dienst bij de faculteit als onderzoeker en
docent bij de basiseenheid Planologie. Hij is
betrokken bij onderzoeken naar peri-urbane
gebieden, ruimtelijke conceptvorming en
complexiteit & planning binnen Nederland
en op Europees niveau. Daarnaast is hij
medeoprichter van het Groninger Dispuut
der Planologen Ekistics.
prof. dr. G. de Roo
Ruimtelijke planning 1: structuren & functies
Gert de Roo is hoogleraar in de Planologie en
voorzitter van de Basiseenheid Planologie.
Daarnaast is hij President van de Association
of European Schools of Planning (AESOP).
AESOP vertegenwoordigt 170 universitaire
scholen in Europa die verantwoordelijk zijn
voor planologisch onderwijs en onderzoek.
AESOP is, samen met ACSP, de Amerikaanse
zusterorganisatie, mondiaal toonaangevend
als platform voor het planningtheoretische
debat, voor de ontwikkeling van het
planologisch onderwijs en voor interactie
tussen academici die ruimtelijke planning
als hun object van studie zien. Als hoofd
van de BE Planologie is verantwoordelijk
voor de ontwikkeling van planologisch
onderzoek en onderwijs. Dit heeft onder
meer geleid tot een fundamentele
herziening en vernieuwing van de Ba
14.
Technische Planologie en de beide masters
in de planologie die aan onze faculteit zijn
verbonden. Zijn persoonlijke interesses
liggen op diverse terreinen, die onder meer
de besluitvorming beslaan rond interventies
in de fysieke leefomgeving. Veel van zijn
onderzoeken en publicaties zijn gericht
op de gevolgen van decentralisatie-,
integratie- en transitieprocessen, in het
bijzonder die het fysieke omgevingsbeleid
raken. Een ander belangrijk deel van zijn
onderzoek betreft de ontwikkeling en de
onderbouwing van beslissingsmodellen, die
keuzes kunnen ondersteunen ten aanzien
van ingrepen in de fysieke leefomgeving.
Dr. ir. W.G.Z. Tan
Ruimtelijk Ontwerpen 2: Bouwen, Ruimtelijk
Ontwerpen 4: Innovatief Denken
Wendy Tan is nieuw aan onze faculteit,
ze werkt hier sinds afgelopen jaar en is
Universitair Docent Infrastructuurplanning
en Vervoer. Ze is begonnen met studeren in
Singapore, waarna ze in Delft haar master en
PhD heeft behaald. In het eerste jaar zullen
de TP-studenten haar vaak tegenkomen,
omdat ze betrokken is bij twee vakken in de
Propedeuse.
tialda haartsen
Dr. F.J. Sijtsma
Economische geografie 1
Frans Sijtsma (1964) is docent economische
geografie bij onze faculteit. Daarnaast
doet hij ook veel werk voor de Faculteit
Bedrijfskunde en Economie.
S. Slabbers
Ruimtelijk ontwerpen 1: regionale strategieën
Landschaparchitect Ir. Steven Slabbers
bekleedt aan onze faculteit de functie van
hoogleraarschap binnen het vakgebied van
o.m de landschapsarchtitectuur. Technisch
Planologiestudenten krijgen het eerste jaar
college van hem. Stevens Slabbers is sinds
enkele jaren actief op onze Faculteit en hij
is tevens directeur van het bureau Bosch
en Slabbers, dat actief is op verschillende
terreinen van planning in zowel het landelijk
als het stedelijk gebied. In zijn colleges kan
hij de projecten waaraan zijn bureau heeft
gewerkt goed gebruiken om zijn verhaal te
vertellen aan de studenten.
Prof. dr. D. Strijker
Economie
Dirk Strijker (1953) is hoogleraar Culturele
geografie
en
is
verantwoordelijk
voor
de
Mansholtleerstoel
voor
Plattelandsontwikkeling.
Hij
bekleed
veel functies binnen de faculteit: zo
is hij voorzitter van de Basiseenheid
Culturele Geografie en voorzitter van de
Faculteitsraad. Zijn interesse ligt vooral
op het gebied van het platteland en kan
elke student verbaast doen staan over
zijn grote kennis van namen van kleine
gehuchtjes in de Veenkoloniën (zoals daar
is: Gasselterboerveenschemond).
erik meijles
Dr. ir. S.G. Weitkamp
Denken over geografie en planologie,
Ruimtelijke
Informatiekunde:
Data
&
Cartografie
Dr. ir. S.G. Weitkamp is sinds twee
jaar werkzaam bij de FRW. Hij is
assistent professor aan de RUG. Zijn
interessegebieden zijn landscape research
en GIS (geographic information systems). Hij
heeft landschapsarchitectuur gestudeerd
aan de Universiteit Wageningen. Naast
docent is hij ook coördinator van het
Honours College, dus de toppers onder de
eerstejaars krijgen veel met hem te maken.
Drs. C. Zuidema
Ruimtelijke planning 1: structuren & functies
Christian Zuidema werkt sinds 2003 aan
uiteenlopende onderwerpen. Hij richt
zich vooral op het Stedelijke Milieu.
Centraal staan daarbij onder andere de
problemen rondom luchtkwaliteit, de
groeiende invloed van de Europese Unie
op Nederlandse overheden en de toekomst
van het Nederlandse milieubeleid. Zuidema
heeft zijn PhD-traject aan onze faculteit
afgelegd. g
gert de roo
dirk strijker
cris zuidema
15.
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
vakintroductie
Vakintroductie
Culturele Geografie
SG&P
Semester 1a
Bij het vak Culturele Geografie draait
het allemaal om betekenis, ‘meaning’, de
relatie tussen mensen en plaatsen. Peter
Groote vertelt op levendige wijze over
de verschillende onderwerpen, waarbij
de betekenis van de plek een centrale rol
speelt. Vraagstukken omtrent etniciteit en
natuurontwikkeling worden besproken,
maar ook verschijnselen als globalisering en
lokalisering komen langs. Bovendien is het
boek ‘People and Place’ zowel interessant
als leuk om te lezen. Veel van de namen die
je hoort bij dit vak zal je later in je studie
weer tegenkomen. Een goed vak om op te
bouwen dus!
Denken over geografie en planologie
SG&P
Semester 1a
Dit is een nieuwe cursus en het is wat meer
praktijkgericht. Er wordt aandacht besteed
aan het toepassen van academische
vaardigheden
in
sociaal-ruimtelijke
vraagstukken. Ook komen er verschillende
actuele thema’s aan bod, waarbij je leert hoe
een geograaf of planoloog dit waarneemt.
Dit vak wordt gegeven door middel van
hoorcolleges, werkcolleges en een excursie.
Je wordt beoordeeld op je deelname
tijdens de werkcolleges en toetsing, dus
een actieve houding is heel belangrijk. De
nieuwe docent Martin Boisen neemt dit vak
voor zijn rekening.
Economische Geografie 1: grote theorieën
en actuele thema’s
SG&P en TP
Semester 1a
In deze cursus bespreken Aleid Brouwer
en Frans Sijtsma de basisbegrippen
binnen de economische geografie. De
eerste colleges gaan over de ‘klassieke’
vestigingsplaatstheorieën van bijvoorbeeld
Von Thunen en Christaller. Later worden
nieuwere theorieën uitgelegd. Centraal in
de colleges ligt de vraag of we de actuele
ontwikkelingen beter kunnen begrijpen aan
de hand van de grote theorieën. Kloppen
de modellen ook in het dagelijks leven of
komen ze alleen goed uit op papier?
Ruimtelijk Ontwerpen 1: regionale
strategieën
TP
Semester 1a
Een vak waardoor meteen veel aspecten
van de planologie duidelijk worden voor de
student. De vele aspecten en problemen bij
het oplossen van ruimtelijke vraagstukken
komen aan bod. Na colleges van Terry van
Dijk en Steven Slabbers volgen vijf excursies
naar planologisch interessante gebieden in
Nederland. Of het nou Drenthe of Almere
is, overal zijn interessante ruimtelijke
structuren te vinden die aan de hand van
opdrachten worden behandeld.
Ruimtelijke Planning 1:
structuren en functies
TP
Semester 1a
Dit vak kan worden gezien als een
inleiding in de planologie. Het boek ‘Van
Grachtengordel tot Vinexwijk’ behandelt
bijna de hele geschiedenis van de planologie
van Nederland en geeft een goede basis
voor de rest van je studie. Ook ingewikkelde
processen binnen de planologie worden
geïntroduceerd en vervolgens in latere
vakken uitgediept. Een goede inzet bij dit
vak levert bij andere vakken een voorsprong
op, en is dus aan te raden. Verder zijn de
colleges van dit vak meestal erg interessant
en gezellig. De docenten zijn zeer kundig:
professor De Roo is van internationaal
aanzien en Chris Zuidema werd vorig
studiejaar nog verkozen tot docent van het
jaar.
Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek
SG&P en TP
Semester 1b
Bij Inleiding Wetenschappelijk Onderzoek
zet je je eerste stappen in het onderzoeksveld. Tijdens hoorcolleges en practica leer
je hoe het onderzoeksproces eruit ziet en
schrijf je je eerste literatuurbespreking. Het
onderdeel bibliotheekvaardigheden bestaat
uit twee cursussen waarin je leert hoe je de
juiste artikelen voor jou onderzoek kunt
vinden. Ook je presentatievaardigheden
worden op de proef gesteld. In kleine
groepen bespreek je het onderzoek waarna
je kritiek ontvangt van je medestudenten.
Het is dé basis voor een wetenschappelijke
manier van werken.
Population Dynamics
SG&P en TP
Semester 1b
Deze cursus wordt in het Engels gegeven.
Het gaat over demografie en veranderingen
die in de bevolkingsopbouw ontstaan
door bijvoorbeeld veranderingen in
het vruchtbaarheidscijfer, sterftecijfer,
het aantal huwelijken en scheidingen,
maar ook het stijgen van de gemiddelde
levensverwachting. Daarnaast wordt er
aandacht besteed aan de gevolgen van
deze veranderingen. Je kunt hierbij denken
aan de gevolgen die vergrijzing van de
bevolking kan hebben op de arbeidsmarkt,
de huizenmarkt en de manier waarop
mensen samenleven. De colleges worden
gegeven door verschillende docenten; Hans
Elshof, Daniël Herbers , Clara Mulder en een
aantal gastsprekers. Per college komt er een
ander thema aan bod, waarbij je verwacht
wordt bijbehorende artikelen te lezen. Het
vak wordt getoetst door middel van een
tentamen (60%) en opdrachten (40%).
Ruimtelijke planning 2: urban challenge
SG&P en TP
Semester 1b
Ook deze cursus wordt in het Engels
gegeven. Dit vak, ruimtelijke planning,
richt zich op de stedelijke planning en
stedelijke cultuur. Tijdens de hoorcolleges
worden verschillende stedelijke theorieën
en concepten behandeld die je goed
moet weten voor het tentamen. Veel van
deze theorieën zul je ook later zeker nog
tegenkomen. Daarnaast moet je in een
groep
verschillende
deelopdrachten
maken, waarbij je vaak moet kijken naar
veranderingen
in
bepaalde
steden,
problemen en oplossingen. Aan het einde
van elk van deze deelopdrachten betrek je
deze aspecten op een zelfgekozen stad. Als
laatste maak je een eindopdracht waarbij
de stad, die jou groepje heeft gekozen,
centraal staat. Het vak wordt gegeven
door ‘faculteitsfilosoof’ Justin Beaumont
en Martin Boisen. Het wordt getoetst door
middel van de opdrachten (60%) en een
tentamen (40%).
Ruimtelijk Ontwerpen 2: bouwen
TP
Semester 1b & 2b
Dit is voor velen een van de lastigste
vakken in het eerste jaar Technische
Planologie. Bouwen bestaat uit twee
onderdelen, sterkteleer en bouwrijpmaken,
en wordt sinds een paar jaar gesplitst
gegeven. Sterkteleer gaat vooral over met
natuurkundige principes berekeningen
uitvoeren op constructies om hun sterkte en
stijfheid te berekenen. Bij bouwrijpmaken
leer je over bodemgesteldheid en
16.
waterhuishouding. Onderschat dit vak niet,
ga naar de colleges en maak je opdrachten,
dan krijg je het inzicht dat je nodig hebt om
de tentamens te halen.
Fysische geografie van de wereld
SG&P en TP
Semester 2a
Bij het vak fysische geografie van de
wereld leer je kennis maken met een
andere invalshoek van de geografie. Ook
al lijkt fysische geografie weinig te maken
te hebben met ons vakgebied, het is toch
onmisbare kennis voor een geograaf. Bij
dit vak wordt er ingegaan op onderwerpen
als geologie, klimaat, bodemkunde en
hydrologie. Deze onderwerpen kunnen
nog bekend voorkomen van de middelbare
school, maar bij dit vak wordt er nog een
stuk gedetailleerder op de stof ingegaan.
Er wordt gekeken naar mondiale fysisch
geografische
processen,
waarbij
de
ontstaansgeschiedenis
van
Nederland
door de populaire docent Erik Meijles als
voorbeeld wordt gebruikt.
Ruimtelijke informatiekunde 1:
data en cartografie
SG&P en TP
Semester 2a
Bij dit vak draait het om het verkrijgen van
data over allerlei geografische gegevens
van binnen en buiten Nederland en die
vervolgens verwerken. Hier kunnen dan
vervolgens kaarten van gemaakt worden,
die weer gebruikt kunnen worden voor
verder
wetenschappelijk
onderzoek.
Een voorbeeld is het verzamelen van de
spreiding van studenten over verschillende
wijken in Groningen. Van deze gegevens leer
je vervolgens duidelijke en overzichtelijke
kaarten te maken. Bij dit vak heb je naast
de gebruikelijke hoorcolleges ook een
aantal werkcolleges, waarbij je leert hoe
je een goede kaart maakt. Ook leer je hier
hoe je moet werken met geografische
informatiesystemen (GIS).
Statistiek 1
SG&P en TP
Semester 2a
Statistiek staat bekend als een struikelvak
binnen onze faculteit. Dat is het trouwens
niet alleen bij ons, maar bij meer faculteiten.
Statistiek is wel een vak dat van groot belang
is voor je wetenschappelijke carrière. Je
hebt het vaak nodig bij het schrijven van
je bachelor –en masterscriptie. Bij dit vaak
krijg je hoorcolleges waar de stof wordt
uitgelegd, daarnaast nog werkcolleges
waar je vervolgens statistische opdrachten
voorgeschoteld krijgt. Als laatste heb je
ook nog computerpractica waar je aan
de hand van het programma SPSS kennis
leert maken met digitale statistiek. Docent
Wim Meester onderwijst je hierin op
klassieke maar heldere wijze. Hoorcolleges
zijn bijvoorbeeld niet terug te vinden op
internet.
Regio in kwestie: China
SG&P
Semester 2b
China heeft met ruim 1,3 miljard inwoners
de grootste bevolking ter wereld. Alleen
dit al maakt van China een zeer interessant
land. Daarnaast zijn er nog zoveel dingen
die China bijzonder maken, zoals de rijke
historie en de politieke perikelen als de
éénkindpolitiek. Bovendien is de cultuur
heel anders dan die in Europa. Maar
China heeft ook een groeiende economie
en kan niet langer genegeerd worden
door de westerse wereld. Daarom is het
belangrijk om te weten met wat voor land
we te maken hebben. In dit vak wordt
een eerste kennismaking gemaakt met
het merkwaardige land China. Een soort
van casestudie waarbij je vanuit veel
geografische perspectieven naar de staat
kijkt.
Economie
SG&P
Semester 2b
Ondanks dat wij geen economische studie
doen, is het ook voor ons belangrijk om
wat van de economie af te weten. Dat
wordt al aangetoond door de vakken over
economische geografie. Dit vak gaat verder
in op het economische aspect zelf. Daarmee
valt het vak wat minder in lijn met de andere
vakken van onze studies, maar toch is het
nuttige kennis. Voor mensen die economie
op de middelbare school hebben gehad,
zal er ongetwijfeld één en ander bekend
voorkomen, maar toch is het zeker geen vak
om te onderschatten. Vanaf vorig jaar is het
aantal hoorcolleges daarom opgeschroefd
en worden er klassikaal oefenopgaven
behandeld die je op weg helpen bij het
tentamen.
Geografie & planologie van Nederland
SG&P
Semester 2b
In dit vak wordt de kennis die opgedaan
is in de voorgaande vakken toegepast op
Nederland. Dat wordt gedaan aan de hand
van thema’s als de ruimtelijke ordening,
natuur en landschap. En dat gebeurt niet
alleen in de collegebanken, maar er hoort
ook een excursie bij. De eerste bestemming
is Nederlands jongste provincie. Flevoland
is ingepolderd en ingericht door mensen
en is daarmee anders dan alle andere
provincies. De docente, Tialda Haartsen,
is daar geboren en getogen en deed er
het nodige onderzoek naar. Daarna gaat
de reis door naar Rotterdam. Er wordt
bijvoorbeeld een kijkje genomen in één van
de grootste havens ter wereld. Ook zullen
verschillende wijken worden geanalyseerd
om de verschillen en overeenkomsten te
ontdekken en te verklaren. Al met al een
interessante en leerzame trip.
Ruimtelijk Ontwerpen 3: ontwerpatelier
TP
Semester 2b
Dit intensieve vak is de verbinding tussen
alles wat je in het eerste jaar hebt geleerd
en de alledaagse praktijk. Vorig jaar
betekende dit zeven weken lang twee
volle dagen per week in Haren aan de slag
met het maken van regiovisies, plannen en
concrete ontwerpen in de gemeente Haren.
Deze producten moesten aan het eind van
de cursus ook aan afgevaardigden van de
gemeenteraad van Haren gepresenteerd
worden. Naast het feit dat het fijn is om je
kennis in de praktijk te gebruiken is het ook
een heel gezellig vak waarbij je veel contact
hebt met je studiegenoten en docenten.
Op de website van Girugten zijn de projecten
en verschillende berichten uit de media
hierover terug te vinden.
Ruimtelijk Ontwerpen 4:
innovatief denken
TP
Semester 2b
Bij Innovatief denken leer je van Paul Ike
manieren om anders en vooral creatief over
problemen na te denken. In de verschillende
opdrachten ga je zelf bezig met het vinden
van oplossingen met nieuwe methoden. De
literatuur hierbij is erg leerzaam en veel
methoden zijn erg grappig om een keer mee
te werken. Een vak wat niet alleen binnen
de planologie handig kan zijn, maar waar je
ook in het dagelijks leven gebruik van kan
maken. g
17.
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
studentenorganisaties
Ibn Battuta
Lieve lezers,
In de eerste Girugten van dit collegejaar
kan Ibn Battuta natuurlijk niet ontbreken.
Een nieuw jaar met ook weer een nieuw
bestuur. Sinds 17 juni hebben wij als nieuwe
bestuur de touwtjes in handen en proberen
wij alles in goede banen te leiden. Wij zien
het komende verenigingsjaar met veel
enthousiasme tegemoet en hopen dat jullie
er net zoveel zin in hebben als wij! Om een
beeld te geven van de veelzijdigheid aan
activiteiten die vanuit Ibn Battuta worden
georganiseerd, hier een overzicht van de
activiteiten die aan het eind van vorig
collegejaar hebben plaatsgevonden.
De Lezingencommissie heeft in mei twee
lezingen georganiseerd. Begin mei vond
de W.J. van den Bremenlezing plaats
met als spreker niemand minder dan
Deltacommissaris Wim Kuijken. Daarnaast
heeft Le’cie met de ‘Wildernis in Nederland’lezing in Borrelcafé Oblomov de afsluitende
activiteit van het seizoen georganiseerd.
De Sport- en spelcommissie heeft een
gezellige
ouderwetse
spelletjesavond
neergezet. Daarnaast hebben zij nog een
liftexperience, het Gotchaspel en een WKpoule georganiseerd. De laatste activiteit
van dit collegejaar die door de Ses’cie werd
georganiseerd was een leuke sportmiddag,
die door de Eerstejaarscommissie (EJC)
werd afgesloten met een barbecue. Door
het Pedelgenootschap is op 2 juni ook weer
de halfjaarlijkse cantus georganiseerd, een
geslaagde avond met veel gezang,
gezelligheid en bier natuurlijk. De
Excursiecommissie
heeft
ons
onder
andere meegenomen naar het nieuwe
stadhuis in Almelo met als afsluiting
een barbecue. Daarnaast zijn we naar
woningbouwvereniging Lefier geweest om
woningcomplexen in de Korrewegwijk te
bekijken.
De EJC heeft ook weer voor een aantal
gezellige dagen gezorgd met een Stef
Stuntpiloottoernooi voorafgaand aan de
KB-bekendmakingsborrel, een pyjamafeest
en een middag kanoën door de grachten. Als
afsluiting van het verenigingsjaar is er een
‘Glow in the dark’ themafeest georganiseerd
op 27 mei. Als laatste activiteit, om de
vakantie in te luiden, heeft er een weekend
op Schiermonnikoog plaatsgevonden waar
een grote groep leden van Ibn Battuta een
fantastisch weekend heeft beleefd.
Ook de komende tijd zal er veel te doen
zijn. In het weekend van 5,6 en 7 september
zal het introductieweekend op Ameland
plaatsvinden, een perfecte gelegenheid om
je medestudenten beter te leren kennen.
Na het introductiekamp op Ameland zullen
er in de gehele maand september vele
activiteiten worden georganiseerd door de
verschillende commissies. Op 15 september
bijvoorbeeld zal de International Day
vanEGEA plaatsvinden met als afsluiter
een gezellige barbecue met internationale
studenten. Daarnaast kun je op vrijdag 19
september, als het weer het toelaat, met
de Excursiecommissie mee een middag
wadlopen.
Ook dit jaar zal het muziekfestival Zwemfest
weer plaatsvinden. Onze vereniging
organiseert dit muziekfestival, dat op 25
september wordt gevierd in de Vera, samen
met de verenigingen VIP, GLV Idun en Ubbo
Emmius Het belooft een geweldige avond
te worden. De kosten zijn €5,00 voor leden
van Ibn Battuta en €7,50 voor niet-leden. Als
afsluiting van de eerste collegemaand zal
het jaarlijkse liftweekend plaatsvinden van
26 tot 28 september, georganiseerd door de
Sport- en spelcommissie. De bestemming
zal pas bekend worden gemaakt op de dag
van vertrek. Deelnemen moet in duo’s, dus
meld je snel aan op de website!
De gehele eerste collegemaand zullen
er natuurlijk ook de nodige feesten en
borrels worden georganiseerd. Benieuwd
wat voor leuke dingen er nog meer op het
programma staan? Of wil je meer informatie
over de geplande activiteiten? Check de
site, www.ibnbattuta.nl. Hier vind je een
overzicht van alle geplande activiteiten
én meer informatie. Ook kun je je hier
aanmelden voor de activiteiten waaraan je
wilt deelnemen.
Wij hopen jullie snel eens te zien in de
koffiekamer of tijdens een gezellige
activiteit!
bestuur ibn battuta 2014-2015 (v.l.n.r.): marc boogert (commissaris externe betrekkingen), steven wester
(penningmeester), ellen stoppels (secretaris), wouter van heugten (commissaris interne betrekkingen/
vicevoorzitter) en ronald kleine (voorzitter)
18.
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
studentenorganisaties
Pro Geo
Als nieuwe eerstejaars begin je een nieuwe
periode in je opleiding. Als het goed is heb
je je tijd aan de middelbare school pas
enkele maanden geleden afgesloten. Je
hebt gekozen om te komen studeren aan
de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen
(FRW) van de Rijksuniversiteit Groningen.
Er gaan op de universiteit veel dingen net
wat anders dan op de middelbare school.
Zo moet je nu zelf je boeken kopen en je
je op tijd inschrijven voor de vakken die je
wenst te volgen. Alles bij elkaar genomen
krijg je op de universiteit te maken met een
stuk meer zelfstandigheid. Dat is natuurlijk
hartstikke fijn, maar het is goed voor te
stellen dat je soms even door de bomen het
bos niet meer ziet. Mede daarom is enkele
decennia geleden de Stichting Pro Geo in
het leven geroepen. Pro Geo wordt bestuurd
door een vijftal studenten, die ervoor zijn
om jouw belangen als student aan de FRW
te behartigen.
de zaken die op dat moment spelen binnen
de faculteit. Tevens organiseert Pro Geo elk
jaar enkele studiegerelateerde activiteiten,
waaronder de uitreiking van de prijs voor de
docent van het jaar.
Bij Pro Geo kun je terecht met al je vragen,
klachten en opmerkingen die betrekking
hebben op de faculteit. Was de collegezaal
veel te klein voor het aantal studenten?
Leek het tentamen weinig van doen te
hebben met de studiestof? Of wil je gewoon
iets graag weten? Leg de studiegerelateerde
zaken waar jij mee zit bij ons neer, dan
nemen wij contact op met de docent of de
Opleidingscommissie. Je kunt ons bereiken
via de e-mail ([email protected]) of via onze
website www.progeo.nl.
Arjen Terpstra - Vicevoorzitter
Tweedejaars Sociale Planologie
De
hierboven
al
genoemde
term
Opleidingscommissie (OC) is een belangrijk
begrip voor de studenten en Pro Geo. In een
OC, vergelijkbaar met een leerlingenraad,
evalueren studenten en docenten de
vakken die in de afgelopen periode zijn
gegeven. Elke opleiding, zowel bachelor
als master, heeft een eigen OC. Voor
het komende studiejaar zijn wij op zoek
naar een eerstejaarsstudent Technische
Planologie en een eerstejaarsstudent
Sociale Geografie en Planologie die zich
willen aansluiten bij diens betreffende OC.
De inschrijving hiervoor start in september,
en je kan solliciteren door een e-mail met je
CV naar [email protected] te sturen.
De leden van Pro Geo zijn verder
studentleden in de Faculteitsraad (F-raad),
welke enkele keren per jaar vergadert over
Mocht je meer willen weten over wat Pro Geo
doet en hoe de bestuursleden jou kunnen
ondersteunen bij je studie, kun je ons altijd
een e-mail sturen of een van ons aanspreken
als je ons tegenkomt. Pro Geo heeft een
eigen plek in het Duisenberggebouw, waar
de kans groot is dat je een van ons kunt
vinden.
Veel succes in je eerste studiejaar!
Stichting Pro Geo
van boven naar beneden:
Jan-Aike Noordermeer - Voorzitter
Derdejaars Sociale Geografie & Planologie
Jeroen de Regt - Secretaris
Derdejaars Sociale Geografie & Planologie
Lennard Rauh - Penningmeester
Tweedejaars Sociale Geografie & Planologie
Lianne Hummel - Commissaris OC’s
Tweedejaars Sociale Planologie
19.
girugten
00 / September 2014
eerstejaarsnummer
studentenorganisaties
Geo Promotion
Beste eerstejaars,
Als bestuur van Geo Promotion willen
wij ons graag aan jullie voorstellen. Geo
Promotion is een stichting die is gelieerd aan
de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. Als
aparte stichting houdt Geo Promotion zich
al sinds 1986 bezig met het organiseren
van voornamelijk congressen, altijd met een
ruimtelijk thema. De afgelopen jaren heeft
het congres bijvoorbeeld in het teken gestaan
van de grensoverschrijdende regio, de stad
van de toekomst en risicomanagement.
Het huidige bestuur is op het moment van
schrijven druk bezig met de voorbereiding
voor het 18e congres wat plaats zal vinden
in februari, 2015. Op dit moment zijn we aan
het zoeken naar een relevant (ruimtelijk)
thema. Relevant voor de tijdsgeest maar
ook zeker voor de driehoek overheid,
bedrijfsleven en de academische wereld.
Het congres is hiermee een uitstekende
mogelijkheid om een gevoel te krijgen voor
een mogelijk toekomstig werkveld. Om deze
reden raden wij het dus ook zeker aan om
als eerstejaars naar het congres te komen.
Als eerstejaars ben je vaak nog zoekend
naar welke kant je op kunt en wilt en het
congres kan erbij helpen om hier richting
aan te geven.
Daarnaast is het ook gewoon een
interessante dag waarbij theorie en praktijk
samen komt.
Voor de meest recente ontwikkelingen
en informatie over vorige congressen kan
je terecht op www.geopromotion.nl. Hier
zullen te zijner tijd het thema en de exacte
datum en locatie worden bekendgemaakt.
Ook zijn we te vinden op Facebook en
Twitter onder de naam Geo Promotion.
Namens het gehele bestuur,
Niels Kuiper
Secretaris
v.l.n.r. Eliza Janssen, Lisa Katuin, Wendy
Oude Vrielink, Niels Kuiper, Tessa Haarler &
Joost Sissingh
faculteit
ruimtelijke
wetenschappen
contactadres
postbus 800
9700 AV Groningen
e-mail
[email protected]