Niet alle kinderen de pineut in Groninger achterstandswijken

08 april 2014 , pag. 16
Niet alle kinderen de pineut in
Groninger achterstandswijken
Mannus van der Laan
GRONINGEN Meer dan twee op de
vijf (43 procent) van alle kinderen
tot 18 jaar in Groningen groeit op in
een achterstandswijk.
Dat kwam onlangs naar voren uit
het landelijk rapport van Kinderen
in Tel (KiT), een werkgroep van diverse organisaties die zich bezighouden
met kinderrechten. De onderzoekers
noemen dat een verontrustend
hoog percentage, dat ver uitstijgt boven het landelijk gemiddelde.
De percentages op gemeentelijk
niveau zijn nog veel alarmerender,
zo blijkt nu de gegevens daarvan
door het Sociaal Planbureau Groningen naar buiten zijn gebracht. Zo
groeien alle kinderen in Pekela op in
een achterstandswijk. Ook in Vlagtwedde (93 procent), Bellingwedde
(85 procent), Hoogezand-Sappemeer
(80 procent), De Marne (82 procent),
Oldambt (72 procent) en Stadskanaal
(70 procent) woont het overgrote
deel van de kinderen tot 18 jaar in
achterstandswijken.
Volgens Eddy de Tiege, data-analist van het Sociaal Planbureau Groningen, wordt aan de hand van drie
indicatoren bepaald of een postcodegebied een achterstandwijk is. Deze variabelen zijn inkomen, opleidingsniveau en werkloosheidspercentage. ,,Als de optelsom van deze
drie indicatoren lager is dan het landelijk gemiddelde, is er sprake van
een achterstandswijk. Dat is een algemeen geldende maatstaf om wijken te vergelijken, die ook door het
Sociaal Cultureel Planbureau wordt
gebruikt.’’
Het betekent dat alle postcodegebieden in Pekela statistisch tot een
achterstandswijk behoren. In zo’n
gebied kunnen zich best rijkere
buurten bevinden, maar die zorgen
er niet voor dat de wijk het landelijk
gemiddelde haalt. ,,Het wil ook niet
¬ De voedselbank in Groningen. De provincie Groningen telt veel kinderen die opgroeien in een achterstandssituatie. Maar wat houdt dat
precies in? Foto Archief Pepijn van den Broeke
zeggen dat achterstandswijken getto’s zijn of gebieden aan het eind van
de wereld. Achterstandswijk is een
relatief begrip. De achterstand tot
het landelijk gemiddelde kan ook
meer of minder zijn.’’
Lang niet alle kinderen in een achterstandswijk groeien op in armoede. Zelfs degenen die dat wel doen
zijn niet veroordeeld tot achterstand. Er is maar een klein percentage dat er mee te kampen krijgt. De
vraag is ook wat het begrip achterstand precies inhoudt. De Tiege
vindt het niet makkelijk te definieren. ,,Kinderen in een achterstandswijk hebben een verhoogd risico om
werkloos te worden, in de criminaliteit te belanden, verslaafd te raken,
laag opgeleid te blijven of een slechtere gezondheid dan gemiddeld te
krijgen. Of dat ook daadwerkelijk gebeurt, is niet zeker. Ze hebben
slechts een hogere kans daarop."
Er zijn ook Groninger gemeenten
die volgens het rapport geen enkele
achterstandswijk hebben, zoals Bedum, Haren, Ten Boer en Zuidhorn.
Dat houdt niet in dat hier geen kinderen wonen die in een achterstandsomgeving opgroeien. ,,Ze
hebben geen verhoogd risico, maar
het wil niet zeggen dat ze zijn gevrijwaard van achterstand."