Resultaat HOC 126 - 14 mei 2014

VERSLAG ONDERHANDELINGEN 14 MEI 2014
HOOG OVERLEGCOMITE (HOC 126)
Dagorde:
1. ATO - CGPR
2. Berekening uren in geval van staking (vervolg HOC 124)
3. Stage universiteitsstudente bij WPR
4. Weging functie "adviseur-diensthoofd DSR/rekrutering"
5. Risicoanalyse DGA "de meest blootgestelde functies"
6. Dienstenaanbod psychosociale risicoanalyse - DGA
7. Het gebruik van den Charter Diversiteit bij evaluaties
8. Schietstand Ieper
9. Brieven van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
10. Varia
a. Het verlof voor het geven van bloed, bloedplasma en bloedplaatjes
b. Maaltijden bij grote evenementen
c. Gehoorbescherming bij concerten en grote ordediensten
d. Preventieadviseur bij grote evenementen
e. Drie groene lichtenprocedure
Voorafgaande opmerkingen
Het VSOA zou willen weten of mevrouw Couffez aanwezig is als lid van CGJWB of enkel voor de
punten die haar betreffen.
Mevrouw Couffez is aanwezig om de punten te behandelen die haar betreffen.
Het VSOA zou willen dat de vertegenwoordiger van de CG snel reageer opdat een verantwoordelijke
van CG/WB aanwezig zou zijn, zoals wettelijk bepaald.
Thierry Gillis vernam pas om 9.05 uur dat de directrice van CGIWB wegens ziekte afwezig zou zijn en
hij heeft onmiddellijk contact opgenomen met Koen Van Laethem die echter verhinderd is wegens
andere activiteiten.
Behandelde punten
1. ATO-CGPR
De dienst public relations en protocol (CGPR) neemt regelmatig deel aan communicatieacties om de
organisatie bij het grote publiek te promoten. Het gaat meer bepaald om opendeurdagen in entiteiten
van de federale of lokale politie of om beurzen. Van de gebeurtenissen waaraan CGPR deelneemt,
staan er twee op de lijst van de terugkerende gebeurtenissen waarvoor een afwijking vereist is (de
nationale feestdag op 21 juli en de landbouwbeurs van Libramont). Niettemin moet het personeel van
CGPR af en toe de prestatienorm overschrijden als het deelneemt aan gebeurtenissen die grote
verplaatsingen vereisen en/of tamelijk lang duren, rekening houdend met de tijd die nodig is om de
stand op te stellen en af te breken. CGPR vraag dus een afwijking voor volgende terugkerende
gebeurtenissen:
• het autosalon/salon voor bedrijfsvoertuigen in januari in Brussel;
• het vakantiesalon in januari of februari in Brussel;
• de 20 km van Brussel in mei;
• de deelname aan de politiedwang in het Groothertogdom Luxemburg op de eerste zondag van juli;
• de opendeurdagen in de federale of lokale Politie-entiteiten buiten Brussel en de twee Brabantse
provincies.
De ACOD herinnert eraan dat ze gewoonlijk neen zegt tegen de aanvragen voor afwijking van de
arbeidstijd. Ze wil akkoord gaan met het afwijkingsprincipe voor CGPR, maar wil niet dat deze
gebeurtenissen aan de lijst van de terugkerende gebeurtenissen worden toegevoegd.
CGPR verduidelijkt dat 'terugkerend' op een twintigtal gebeurtenissen slaat.
Het VSOA verwerpt systematisch alle aanvragen voor afwijking van de arbeidstijd.
Het NSPV is van mening dat bij het lezen van de ontwerpbrief van de minister van Binnenlandse
Zaken CGPR niet de enige betrokken dienst is. Men zal om het even wat op de lijst van de
terugkerende gebeurtenissen beginnen te zetten en het gaat niet akkoord. Er mag enkel in een
afwijking voor deze gebeurtenissen worden voorzien voor CGPR en niet 'voor de andere diensten van
de federale politie, zoals bepaald in de ontwerpbrief van de minister.
Het ACV-politie voegt eraan toe dat de dienst CGPR enkel voor zichzelf om een afwijking heeft
gevraagd, maar dat de minister van Binnenlandse Zaken andere diensten heeft opgenomen in de
ontwerpbrief. Het geeft een negatief antwoord om dezelfde redenen als het NSPV.
De voorzitter vat samen dat de vakorganisaties gekant zijn tegen het feit dat deze gebeurtenissen op
de lijst van de terugkerende gebeurtenissen zouden worden gezet, maar niet tegen een specifieke
afwijking van de arbeidstijd voor CGPR.
Het ACV-politie gaat evenmin akkoord voor CGPR. Het spreekt zich vandaag niet uit, maar zal zich
uitspreken als CGPR een specifieke afwijkingsaanvraag indient bij het hoog overlegcomité.
2. Betekening uren in geval van staking (vervolg HOC 124)
Zoals afgesproken tijdens het hoog overlegcomité 124 van 12 maart 2014 heeft Robert Elsen de
uitvoerende nota betreffende de inhouding op de wedde in geval van staking met referentie
DGP/DPS-292/4-P van 18februari 2002 aan de vakorganisaties bezorgd.
Het VSOA heeft als reactie hierop gezegd dat de verwijzing naar artikel XI. II. 14 RPPol misschien
terecht was, maar het stelt een zekere tegenstrijdigheid vast met de nota DGP-DPS-292/4 van 18
februari 2002. Terwijl een bron van de formule van 'dagen' spreekt, spreekt een andere bron immers
van ‘uren'. Bovendien vindt de vakorganisatie dat er nog stof voor discussie is, want de formule als
dusdanig bevat nog enkele onrechtvaardigheden, bijvoorbeeld naargelang men gedurende één dag
staakt in een lange of korte maand. Ze verduidelijkt dat de inhouding op de wedde varieert naargelang
van de maand waarin de staking plaatsvindt. De toestand moet worden onderzocht. De uurwedde is
bekend en een evenredige behandeling lijkt haar logisch. Ze voegt er eveneens aan toe dat er
volgens haar nooit over de nota van 2002 werd onderhandeld.
Robert EIsen antwoordt dat bij een staking in februari er meer op de wedde van het personeelslid zal
worden ingehouden dan bij een staking in januari, want de berekening gebeurt op basis van het aantal
werkdagen, zoals bepaald in artikel XI. II.14 RPPol.
De ACOD legt uit dat de berekening eenvoudiger is in andere diensten van het openbaar ambt
namelijk op basis van 1/30e, ongeacht de maand.
DSJ heeft de website van het federaal openbaar ambt geraadpleegd en de regelgeving is dezelfde als
die in artikel XI.lI. 14RPPol
.
Het VSOA zou willen weten of er werd onderhandeld over de nota DGP/DPS-292/4-P van 18 februari
2002. De nota bevat andere referenties en het zou de vakorganisatie logisch lijken dat dit punt op de
agenda van een volgend onderhandelingscomité wordt gezet.
DSJ weet niet of daarover werd onderhandeld in 2002. Ze heeft eveneens een nota van de heer
Darquennes uit 2002 geraadpleegd waarin precies hetzelfde artikel wordt vermeld.
De voorzitter vraagt aan DSJ om na te gaan of er over deze nota werd onderhandeld en bevestigt dat
dit punt aan de voorzitter van het ondehandelingscomité zal worden overgemaakt.
Thierry Gillis verduidelijkt dat de nota DGP/DPS-292/4-P van 18 februari 2002 enkel een toepassing is
van artikel XI. II. 14 RPPol waarover wél werd onderhandeld.
3. Stage van universiteitsstudenten bij de WPR
Het VSOA wil meer informatie over de stages van de universiteitsstudenten bij WPR. Het legt uit dat
een studente die tijdens haar stage in Kortrijk naar snellere vaststellingsmethodes zocht aan een
prioritaire opdracht werd blootgesteld. Het vraagt zich af of dat wettelijk is en of de begeleiding van
een stagiaire tijdens dergelijke opdrachten wel onder de verantwoordelijkheid van een lid van het
basiskader valt. Er werd contact opgenomen met DAH die het heeft gehad over een risicoanalyse die
het VSOA niet heeft ontvangen. Het vraagt om dringende preventieregels op te stellen en zou de
risicoanalyse met het advies van de preventieadviseur en de verschillende stageplaatsen binnen de
federale politie willen bekomen. Ondertussen heeft het van DSE documenten gekregen waarin een
stageverantwoordelijke wordt vermeld, maar deze stageleider wamt niet bij naam genoemd.
Volgens deze nota mogen de stagiairs de personeelsleden niet vergezellen tijdens prioritaire
opdrachten. Ze mogen dus niet aanwezig zijn tijdens een interventie van DAH. Wat deze stagiaire
betreft, had men om toestemming moeten vragen en een risicoanalyse moeten uitvoeren.
De voorzitter antwoordt dat de stage ondertussen afgelopen is.
De Dir Ops van DAH zegt als reactie hierop dat de nota van DSE wordt toegepast, want voor iedere
stagiair wordt een aanvraag ingediend en is er een evaluatie met de dienst waar de student stage
zal/open. Het federaal parket heeft een lijst van de verschillende activiteiten goedgekeurd. Er is
eveneens voorzien in een werkpostfiche. Dit dossier wordt naar de universiteit gestuurd om te worden
geanalyseerd op het gebied van de verzekering. DSE vult het dossier aan en volgt het op. Voor de
stagiaire in West- Vlaanderen werd een stage/eider (de heer Decramer) aangewezen. De stagiair
loopt stage in verschillende diensten. DAH stelt voor om in de toekomst samen met de
preventieadviseur het risico te onderzoeken van elke opdracht of taak die moet worden uitgevoerd. In
het document van DSE is er sprake van een werkpostfiche die DAH heeft opgesteld.
Het VSOA verwijst naar bladzijde 5 van de nota van DSE waarin staat dat een risicoanalyse moet
worden uitgevoerd. Het zou deze risicoanalyse vandaag willen ontvangen. De stagiair is toeschouwer
en onderworpen aan de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de
uitvoering van hun werk. De werkgever moet zich ervan vergewissen dat alle preventiemaatregelen in
acht worden genomen en daarvoor is een risicoanalyse nodig.
CG/WB moet de dienst die de stagiair begeleidt, helpen bij het invullen van de activiteitenlijst en werd
zelfs niet op de hoogte gebracht. Het VSOA herinnert eraan dat volgens de nota een student niet in
een voertuig mag stappen dat naar de plaats van een interventie rijdt. Waar moet een stagiair die de
personeelsleden vergezelt postvatten? Bovendien had de stagiaire in kwestie op dat ogenblik geen
rode overgooier. De personeelsleden van DAH vergezellen naar de plaats van een interventie is
gevaarlijk en men kan de stagiair niet aan de kant van de autosnelweg achterlaten. Men geeft de
verantwoordelijkheid aan personeelsleden die niet weten hoe ze moeten handelen, want de nota werd
niet nageleefd. Er is een nota opgesteld om de overheid te dekken en de verantwoordelijkheid wordt
bij de personeelsleden op het terrein gelegd.
De Dir Ops antwoordt dat de werkpostfiches en de risicoanalyse werden opgesteld. De voorzitter
voegt eraan toe dat er een risicoanalyse wordt gemaakt zodra iemand op de plaats van een ongeval
aankomt. Men kan niet alle situaties op papier analyseren. De nota werd toegepast, zoals de Dir Ops
van DAH tweemaal heeft gezegd. De Dir Ops legt uit dat collega's niet wilden dat de stagiaire aan
deze interventie zou deelnemen en ze werd dus door twee HINP's begeleid. Deze stagiaire ging
achter in het voertuig zitten en kreeg een fluorescerende vest. In de toekomst moeten de te volgen
stappen voor de toekomstige aanvragen worden onderzocht
Het VSOA maakt een vergelijking met SPC en de toestand is dezelfde. Men stuurt een stagiair naar
een opdracht in het gezelschap van een INP, er ontstaat ruzie en de INP is verantwoordelijk voor deze
stagiair. Volgens de nota moet een stageverantwoordelijke worden aangewezen. De veiligheid van de
stagiair moet worden verzekerd.
De Dir Ops zou een voorbeeld willen van een situatie waarbij de stagiairs niet in alle veiligheid worden
begeleid. Hij stelt vast dat een lijst is opgesteld van een hele reeks problematische omstandigheden,
maar zou willen weten hoe de stagiairs volgens het VSOA begeleid moeten worden. Hij herinnert
eraan dat alles beschreven staat in een functieprofiel dat verantwoordelijkheidsdomeinen bevat.
Het VSOA wil dat de nota wordt toegepast, en zeker punt 3 en 5. Het wil ook dat een risicoanalyse
wordt uitgevoerd.
Het ACV-politie beoogt enkel het welzijn van de personeelsleden. Een fatsoenlijke risicoanalyse is
noodzakelijk. Deze analyse zal DAH en de voorzitter helpen om na te gaan of deze lijst
samenhangend is.
CG/WB vermeldt dat die stages in West-Vlaanderen plaatsvonden en men was van plan om dit thema
in het BOC te bespreken teneinde een lijst op te stellen van alle diensten met stagiairs. Daardoor had
CG/WB kunnen helpen bij de opstelling van de risicoanalyse.
De voorzitter besluit dat dit probleem in het BOC zal worden behandeld en dat iedereen zich zorgen
maakt over de veiligheid van de personeelsleden, met inbegrip van de stagiairs.
Het NSPV heeft begrepen dat de risicoanalyses in elk BOC zouden worden gemaakt, maar
verduidelijkt dat het een nationaal probleem betreft.
Het ACV-politie sluit zich hierbij aan.
De preventieadviseur meent dat elke streek verschillend is en de risico's dus eveneens verschillen. Ze
vindt dat men post per post moet bekijken en dat dit eveneens een opvolging in het BOC mogelijk zou
maken.
Het ACV-politie volgt deze gedachtegang voor de werkposten, maar niet voor de opdrachten.
Het zou interessant zijn om op nationaal niveau over een globale risicoanalyse te beschikken die als
uitgangspunt voor de gedeconcentreerde diensten zou kunnen dienen. Het vraagt de voorzitter om
hierover na te denken.
Volgens de ACOD is de risicoanalyse dezelfde voor elke WPR-eenheid. De opdrachten zijn dezelfde.
CG/WB Voegt eraan toe dat men rekening moet houden met de keuzes van de stagiair en zijn
thesis. De risico's zijn verschillend. De stagiair moet samen met de overheid nagaan welke risico's er
aan zijn thesis zijn verbonden.
Het VSOA voegt eraan toe dat een stagiair die in een eenheid aankomt over al het nodige materiaal
moet beschikken (bijvoorbeeld "fluorescerende vest).
De voorzitter zegt tot slot dat er verder zal worden nagedacht binnen de overheid en dat de
vakorganisaties op de hoogte zullen worden gehouden van het vervolg.
De Dir Ops DAH zal de risicoanalyse via DSIS versturen.
4. Weging functie "adviseur-diensthoofd DSR/rekrutering"
Dominique Dindeleux stelt het functieprofiel van de adviseur-diensthoofd DSR/rekrutering voor.
Laatstgenoemde zal het nationale rekruteringsbeleid van de geïntegreerde politie implementeren. In
dit kader is hij verantwoordelijk voor de medewerkers van de dienst rekrutering (supralokale netwerk)
die gericht op zoek gaan naar mensen die bi de politie willen werken. Hij is ook verantwoordelijk voor
Job-info. De overheid heeft een voorstel voor weging in klasse 2 gedaan en de wegingscommissie
heeft eveneens een advies uitgebracht voor klasse 2.
Het ACV-politie, het NSPV. het VSOA en de ACOD gaan akkoord met deze weging.
5. Risicoanalyse DGA “ de meest blootgestelde functies “
In het kader van het globaal preventieplan DGA 2013-2017 en als antwoord op de operationele
doelstelling in de opdrachtbrief DGA 2013-2017 'het invoeren van een kIachtenmanagement en het
inrichten van de interne auditfunctie door tot het opstellen van een risicoanalyse voorde meest
blootgestelde functies bij te dragen' werd op 4 februari 2014 het project 'risicoanalyse DGA voor de
meest blootgestelde functies' opgestart. Met het oog op een efficiëntere kwaliteitszorg binnen DGA
werd dit project opgestart volgens de principes van het 'projectmanagement’. Dit proces, beheerd door
DGA. vereist de toepassing van het model van projectbeschrijvings- en projectopvolgingsfiches
volgens een unieke procedure die een overzicht en opvolging van alle binnen DGA ontwikkelde
projecten mogelijk maakt. Gelet op de gevolgen van dit project op federaal vlak heeft DGA beslist om
het hoog overlegcomité te raadplegen. Om het analyse- en adviesproces betreffende de resultaten
van de risicoanalyses te bevorderen, lijkt het immers beter om het HOC te raadplegen in plaats van
alle eventueel betrokken BOC's. Het spreekt voor zich dat de BOC's volgens het communicatieplan
zullen worden geïnformeerd. DGA vraagt of er vragen zijn over het project.
Het VSOA juicht het initiatief om volgens deze methodologie te werken toe, maar vindt dat ze op heel
de federale politie zou moeten worden toegepast. Het stelt voor om de leden van DGA naar het
commissariaat-generaal te detacheren om deze procedure op heel de federale politie toe te passen
Bovendien verduidelijkt het dat, zoals bij wet bepaald, deze taak en meer bepaald de
methodologische ondersteuning toegewezen is aan de interne dienst voor preventie en bescherming
op het werk en ze dus niet door DGA moet worden uitgevoerd. Wat de inhoud betreft, verduidelijkt het
dat de termijn voor de opstelling van de documenten en de risicoanalyses niet erg realistisch ts.
DGA antwoordt dat het de taak van een interne dienst is om steun te bieden en ze zal die dienst niet
vervangen. Haar rol is beperkt tot het verstrekken van informatie over de methodologie en ze zal
samenwerken met CG/WB. De werkgever moet de risicoanalyse uitvoeren met de hulp van de interne
dienst voor preventie en bescherming op het werk. Dat is het kader dat ze wil invoeren. De termijn
werd bewust gekozen, want op die manier oefent ze druk uit om de documenten tijdig te ontvangen.
De termijn voor de uitvoering van een risicoanalyse bedraagt 2 weken en dat is haalbaar. Ze weet dat
het op operationeel vlak niet a/tijd mogelijk is om de personeelsleden vrij te maken. Als ze meer tijd
geeft, zal de termijn niet worden nageleefd. De methodologie werd samen met personeelsleden van
CG/WB opgesteld. Laatstgenoemden blijven wel degelijk de experts en het is de taak van DGA om het
kader vast te leggen, opvolgingen te verzekeren, te informeren. De expert/animator
preventieadviseur helpt de dienst bij alle stappen.
Het NSPV meent dat alle actoren in het document zijn opgenomen en dat zou moeten beantwoorden
aan wat men van een risicoanalyse verwacht.
Het ACV-politie keurt het document van DGA goed, maar sluit zich aan bij de gedachtegang van het
VSOA betreffende de preventieadviseur. Het hoopt dat deze nota een inspiratiebron zal zijn voor alle
DG's en dat dergelijke informatie ooit tijdens de opleiding van het officierenkader zal worden
verspreid.
DGA legt uit dat in heel België entiteiten werken en zou willen weten of de risicoanalyses in het HOC
of in het BOC moeten worden voorgelegd.
Het NSPV verduidelijkt dat alles met een nationale draagwijdte in het HOC moet worden behandeld.
DGA zou via de lokale BOC's willen werken als het om een specifieke entiteit gaat, maar wil voor alle
andere entiteiten via het HOC werken en het dossier indien nodig in het BOC verfijnen.
Het VSOA vraagt welke methode zal worden toegepast.
DGA heeft de methode van KINNEY gebruikt door uitleg toe te voegen. Ze bestudeert eerst het
gevaar, vervolgens de risico's, de doelgroep, wat de eenheid momenteel doet. Wat functioneert en
wat niet en tot slot wat er kan worden gedaan om de toestand te verbeteren.
Het VSOA dringt er bij de vertegenwoordiger van de CG opnieuw op aan om deze methodologie op
heel de federale politie toe te passen.
De vertegenwoordiger van de CG zal de verantwoordelijke van CG/WB hierover inlichten.
6. Dienstenaanbod psychosociale risicoanalyse - DGA
DGA legt uit dat de psychosociale risicoanalyses moeten worden uitgevoerd en wil een kader
vastleggen. De nota werd samen met CG/WB - psychosociale dienst opgesteld. Ze wil dit
dienstenaanbod op intranet zetten en de directeurs informeren over het bestaande en over de te
volgen procedure.
De ACOD feliciteert DGA met de opstelling van dit document
Het VSOA verduidelijkt dat een nieuw koninklijk besluit is verschenen en dat het document moet
worden aangepast. Deze nota lijkt de vakorganisatie correct te zijn, maar als ze de link legt met de
verkeerspost van Wetteren, weet ze niet of deze procedure zal worden toegepast.
Ze verduidelijkt dat ze wil dat de stressenquêtes anoniem worden afgenomen. Ze zou eveneens willen
weten wie de expert is. Het VSOA herinnert eraan dat volgens het koninklijk besluit CG/WB de
uitvoerder moet zijn, maar bij het lezen van deze nota heeft het eerder de indruk dat alles door DGA
wordt uitgevoerd en dat CG/WB enkel een advies moet geven. Hel VSOA leest opnieuw het woord
'animateur' in hel dossier, maar zou willen weten in welke wet deze term is opgenomen en wat de
Nederlandse vertaling ervan is.
DGA antwoordt dat de expert in punt 3 van de nota wordt vermeld en dus CG/WB is. Wat de
anonimiteit betreft, zal geen enkele naam worden vermeld in de verslagen, maar ze kan niets anders
doen dan personeelsleden bijeenbrengen. Het woord 'animaleur (Nederlandse vertaling: animator)
komt uit de codex over het welzijn op het werk.
Het ACV-politie feliciteert DGA met dit werk, maar wil ook dat de nota wordt aangepast ingevolge het
koninklijk besluit van 10 april 2014 betreffende de preventie van psychosociale risico's op het werk.
Het NSPV maakt zich zorgen over de capaciteit bij CG/WB om deze opdrachten te kunnen vervullen.
DGA vraagt of ze de aangepaste versie aan de vakorganisaties moet voorleggen. Ze verduidelijkt dat
elke situatie een specifieke methodologie met zich meebrengt. Deze methodologie is louter specifiek
voor de operationele opdrachten en niet voor de ergonomie bijvoorbeeld.
De voorzitter vraagt aan DGA om de aangepaste nota via DSIS naar de vakorganisaties te sturen.
Het VSOA benadrukt dat deze procedure voor heel de federale politie zou moeten gelden.
De vertegenwoordiger van de CG kan niet spreken namens heel de federale politie. De vier pijlers
willen een dergelijke werkwijze en een werkgroep werd opgericht. CG/WB geeft echter aan dat hij
onvoldoende capaciteit heeft om deze taak uit te voeren.
Het VSOA voegt eraan toe dat de vertegenwoordiger van de CG ervoor zou kunnen zorgen dat de
beslissing aan het directiecomité wordt voorgelegd.
De vertegenwoordiger van de CG vindt dat de werkgroep over een dergelijke procedure had moeten
beslissen en dat deze methode op de vier DG's zou moeten worden toegepast. Hij zal de werkgroep
duidelijk maken dat er een methode bestaat. De werkgever zal er alles aan doen opdat er van
gedachten zou worden gewisseld om een goed product te bekomen.
De voorzitter stelt de vertegenwoordiger van de CG voor om deze methodologie op de agenda van
het directiecomité te zetten opdat over deze methode een akkoord kan worden bereikt.
7. Het gebruik van het Charter Diversiteit bij evaluaties
Dit punt werd niet besproken. CGO heeft de informatie rechtstreeks aan het VSOA meegedeeld. Het
probleem is opgelost.
8. Schietstand leper
De voorzitter deelt de vakorganisaties mee dat hij, op basis van het verslag van de preventieadviseur
dat hij gisteren heeft ontvangen, heeft besloten om de schietstand van leper voorlopig te sluiten. De
Regie der Gebouwen zal op de hoogte worden gebracht en hij zal wachten totdat de werken zijn
uitgevoerd alvorens de schietstand te heropenen.
Het VSOA benadrukt dat meerdere problemen blijven bestaan, meer bepaald op het gebied van
elektriciteit In een schietstand kunnen de kabels immers niet aan de muur worden bevestigd en
bovendien is er een probleem met de branddeur. Deze stand was van het begin af aan slecht ingericht
en de normen werden niet nageleefd. Het vraagt om dit lokaal om te vormen in een opleidingscentrum
voor geweld beheersing zonder vuurwapen. Het verduidelijkt dat het niet de bedoeling is om
schietstanden te sluiten, maar om schietstanden te openen die aan de normen voldoen. Het voegt
eraan toe dat een dossier werd ingediend voor de oprichting van een nieuwe schietstand, maar
voorlopig is de VCLP niet vertegenwoordigd en het vindt dat hierin moet worden voorzien.
De ACOD zou willen weten wat er zal worden gedaan voor het personeel dat niet meer naar deze
schietstand za/ kunnen gaan.
Het ACV-politie vraagt of de personen die aan de schadelijke stoffen worden blootgesteld door de
medische dienst werden onderzocht. Het herinnert eraan dat de problematiek van de douches
eveneens moet worden onderzocht.
DSL zal de toestand in zijn geheel onderzoeken om te bepalen welke investeringen nodig zijn opdat
deze stand aan de normen zou voldoen of om na te gaan of het aangewezen is de stand definitief te
sluiten. De voorzitter verduidelijkt dat er naar alternatieven zal worden gezocht en oplossingen zullen
worden uitgewerkt opdat de GPI 48 zou worden nageleefd. Hij zal de vakorganisaties op de hoogte
houden van het verdere verloop. CG/WB deelt de vakorganisaties mee dat de personeelsleden van de
schietstand van leper door de arbeidsgeneesheer zullen worden onderzocht.
Het VSOA veronderstelt dat de personeelsleden naar de schietstand van Kortrijk zullen moeten gaan
en zou willen welen of deze stand aan de normen voldoet.
CG/WB is naar Kortrijk gegaan en vindt dat een risicoanalyse moet worden uitgevoerd.
Het VSOA zou willen dat deze analyse zo snel mogelijk wordt uitgevoerd want sommige leden van de
federale politie hebben deze schiet stand al bezocht.
De voorzitter zegt tot besluit dat de schietstand voorlopig zal worden gesloten en dat hij de
vakorganisaties op de hoogte zal houden van de resultaten van de analyse en van het gevolg dat aan
dit dossier wordt gegeven.
9. Brieven van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
De voorzitter herinnert eraan dat de vakorganisaties hadden gevraagd om tijdens elk hoog
overlegcomité overleg te plegen over de brieven van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal
Overleg. Een waarschuwing betreffende het inspectiebezoek in het Justitiepaleis van Luik in 2013,
opgesteld volgens de voorschriften van artikel 21 van het Sociaal Strafwetboek, werd naar de CG
gestuurd. DSL heeft reeds het nodige gedaan om aan de eisen te voldoen.
Een evaluatie en een stand van zaken zullen worden opgesteld en de overheid zal het nodige doen
om de toestand te verbeteren.
Het ACV-Politie verduidelijkt dat er in 2013 bezoeken plaatsvonden en het is logisch dat men zich
afvraagt wat er wem verwezenlijkt. Op de dag zelf van het bezoek van de sociale inspectie op de
werkplaats, werd er overeenstemming bereikt en vandaag had de heer Mahieu kunnen uitleggen wat
er werd verwezenlijkt en had CG/WB over deze aanbevelingen een advies kunnen uitbrengen. Het
laatste bezoek dateert van oktober 2013 en het is nu mei 2014.
De voorzitter verduidelijkt dat de overheid vóór 23 juni 2014 een concreet actieplan inclusief
uitvoeringstermijnen moet bezorgen aan de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Het ACV-politie twijfelt aan de uitvoerbaarheid van de in de nota vermelde vragen vóór 23 juni 2014.
Bovendien benadrukt het dat in de lokalen asbest werd ontdekt en dat de personeelsleden dringend
door de medische dienst moeten worden onderzocht. Het zou het verslag willen ontvangen dat werd
opgesteld nadat de aanwezigheid van asbest was vastgesteld.
De ACOD verduidelijkt dat de personeelsleden van de laboratoria als eersten zouden moeten
verhuizen indien in Vottem een gebouw voor de federale politie wordt opgericht.
De voorzitter antwoordt dat het nog minstens twee jaar za/ duren voordat de gebouwen in Vottem in
gebruik kunnen worden genomen en dat wat de personeelsleden betreft, DSL het nodige zal doen om
onderzoeken te doen. Hij zal eveneens het verslag vragen aan DSL en vervolgens de link leggen met
CG/WB om de vakorganisaties een stand van zaken te geven.
Op basis van de ontvangen documenten vindt het ACV-politie dat het hoog overlegcomité de sluiting
van dit gebouw zou moeten eisen. Het voegt eraan toe dat als het comité en de voorzitter ervan tot
een sluiting beslissen, de Regie der Gebouwen wel zal moeten handelen.
Het verduidelijkt dat het comité en de voorzitter een verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van het
personeel. De werkgever is sinds 2013 op de hoogte van de problemen.
Het VSOA wil het advies van de preventieadviseur.
Thierry Gillis voegt eraan toe dat het verslag over deze bezoeken aan het BOC van Luik werd
voorgelegd en de werkgever is dus sinds 2013 op de hoogte van de beschreven toestand. Hij vestigt
echter de aandacht op het feit dat het verslag niet louter de federale politie betreft en dat men de
problemen die specifiek betrekking hebben op de federale politie moet vaststellen.
Bovendien konden ondertussen misschien verbeteringen worden aangebracht Hij zal aan de
preventieadviseur de verslagen vragen die in het BOC werden ontvangen.
De ACOD sluit zich aan bij Thierry Gillis en de risico's voor de federale politie zouden opnieuw moeten
worden bepaald. Ze wacht dus op een stand van zaken door de voorzitter alvorens een eindbeslissing
te nemen.
Het VSOA kan de voorzitter alleen maar op het hart drukken de personeelsleden niet aan een
dergelijke situatie bloot te stellen en ze uit het gebouw weg te halen.
Het NSPV herinnert eraan dat de verschillende preventieadviseurs moesten bijeenkomen en er is dus
nood aan een gezamenlijk verslag. De vragen van de federale politie zijn duidelijk. Het kan alleen
maar aanraden dat men zeker moet zijn dat de nodige middelen werden ingezet ten aanzien van de
FOD.
Het ACV-politie stelt voor om deze werkplaats te bezoeken. Het stelt voor om de voorzitter van het
bevoegde BOC. een lid van het hoog overlegcomité en de preventieadviseur voor dit bezoek uit te
nodigen. Deze rapportering zal het hoog overlegcomité onmiddellijk een duidelijk beeld geven. Het
eist dat de personeelsleden uit het gebouw worden weggehaald als deze analyse' niet gebeurt.
De voorzitter stelt vast dat de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg het gebouw niet
heeft gesloten en besluit dat er geen onmiddellijk gevaar is. Hij zal de toestand morgen onderzoeken
samen met de heer Mahieu en contact opnemen met dirco Desenfants en met de dirju. Hij zal de
brieven die in 2013 werden verstuurd en een kopie van het verslag dat DSL op 23 juni zal versturen,
opvragen. Hij zal vervolgens feedback geven over de toestand.
Indien nodig zal dringend een hoog overlegcomité worden georganiseerd.
De ACOD dringt erop aan om de arbeidsgeneesheer en de preventieadviseur van Luik uit te nodigen.
De vakorganisaties gaan akkoord met deze procedure.
10. Varia:
a. Het verlof voor het geven van bloed, bloedplasma en bloedplaatjes
Het VSOA deelt de leden van het hoog overlegcomité mee dat de CSD van Tongeren om de
agendering van dit punt heeft gevraagd. Tijdens een lokaal BOC werd er immers gezegd dat forfaitair
3.48 uur zou worden toegekend voor verlof voor het geven van bloed. Volgens een Europees advies
zou deze werkwijze echter onwettig zijn.
De ACOD voegt eraan toe dat de nota verschillend wordt geïnterpreteerd in verschillende politiezones.
Ze wijst er eveneens op dat het moeilijk is om attesten te bekomen en men vertrouwen zou moeten
hebben in het personeel dat na het geven van bloed naar het werk terugkeert.
Het ACV-politie heeft aan een geneesheer gevraagd hoelang een bloedafname duurt Hij antwoordde
dat een bloedafname 1.30 uur duurt. De verplaatsingstijd is maximum twee uur. Volgens het ACVpolitie moeten de personeelsleden dus 3.48 uur krijgen voor het geven van bloed. Het vindt echter dat
er niet mag worden afgeweken van hetgeen bij wet is bepaald, want als men van alles afwijkt, verliest
het statuut al zijn waarde.
Het VSOA meent dat het verstandig zou zijn forfaitair 3.48 uur te voorzien, maar dit staat niet in de
wet. Wat de attesten betreft, vraagt de vertegenwoordiger van de CG zich af of het niet doeltreffender
zou zijn om een modelattest te gebruiken waarop de verpleegster of de geneesheer enkel een
stempel en een handtekening moet zetten. Men zou aan de hrm-dienst kunnen vragen om dit attest
op Portal te zetten.
De voorzitter zegt tot slot dat DSJ een nota heeft opgesteld die in acht moet worden genomen.
b. Maaltijden bij grote evenementen
Het VSOA herinnert eraan dat dit punt reeds werd besproken tijdens het vorige hoog overlegcomité en
het zou een stand van zaken willen.
Thierry Gillis verduidelijkt dat de informatie naar de dirco's werd gestuurd opdat de personeelsleden
fatsoenlijke maaltijden zouden krijgen. Hij hoopt dat de verantwoorde/ijken kennis hebben genomen
van de informatie en dat ze de nota bij grote evenementen zullen toepassen. Hij heeft trouwens de
gelegenheid aangegrepen om verschillende regels die bij grote evenementen moeten worden
nageleefd in herinnering te brengen.
c. Gehoorbescherming bij concerten en grote ordediensten
Het VSOA herinnert eraan dat dit punt eveneens werd besproken tijdens het vorige hoog
overlegcomité en het zou een stand van zaken willen. Het verduidelijkt dat de aanvraag van 2012
dateert en dat het tijd is dat de aankoop gebeurt. Dit materiaal zal slechts op lange termijn
beschikbaar zijn.
De voorzitter verduidelijkt dat een bestek werd opgemaakt dat op 10 mei werd ondertekend en naar
DGA werd gestuurd voor het eerste groene licht. Hij vraagt aan DGA om hem op de hoogte te houden
van het vervolg. Hij zal de stand van zaken aan de vakorganisaties meedelen.
Het VSOA denkt dat aan CG/WB een risicoanalyse werd gevraagd naar aanleiding van een
gehoorincident.
Thierry Gillis komt terug op de problematiek en legt uit dat er moest worden nagegaan of de
bescherming die eveneens als radio wordt gebruikt adequaat is bij grote evenementen. De overheid
heeft ermee ingestemd om gehoorbescherming aan te kopen waarbij men het oortje kan blijven
dragen. Hij heeft nog geen feedback ontvangen over dit dossier. Hij voegt eraan toe dat de CIK's op
maat gemaaide oortjes hebben verkregen waarbij het personeelslid zelf de frequentie kan regelen.
Het VSOA zegt als reactie hierop dat bepaalde personen van het CIK deze gehoorbeschermers
hebben getest en dat ze op de markt zijn voor 10 euro. Ze maken radiocontact mogelijk en bieden
bescherming bij grote evenementen. Het VSOA wacht op een snel antwoord. Albertine Sauwens zal
inlichtingen inwinnen bij de CIK's en de overheid de referenties geven van het gebruikte materiaal.
De vertegenwoordiger van de CG zal de dirco's naar de behoeften vragen en als de kostprijs niet te
hoog is, kan de aankoop doorgaan.
Het ACV-politie wil preciseren dat de oortjes dit jaar niet zullen kunnen worden aangekocht als de
procedure van de drie groene lichten wordt nageleefd. Het beseft dat de termen 'beheer en dynamiek'
geen continu proces inhouden. Een opvolging zou nodig zijn en dat is niet het geval.
Thierry Gillis zal bij de aankoopdienst informeren of de aanvraag werd ingediend.
d. , Preventieadviseur bij grote evenementen
Het VSOA vraagt eveneens een stand van zaken over de betrokkenheid van de preventieadviseur bij
grote evenementen. Naar aanleiding van een probleem in Wetteren werd een advies uitgebracht. Het
zou willen weten wat de huidige toestand is en of er altijd een preventieadviseur aanwezig zal zijn op
het terrein bij grote evenementen.
Thierry Gillis verduidelijkt dat er gezien de afwezigheid van CGIWB geen enkel antwoord kan worden
gegeven. Hij zal bij CG/WB inlichtingen inwinnen.
e. De drie groene lichtenprocedure
Het VSOA vraagt eveneens een stand van zaken over het dossier betreffende de procedure van de
drie groene lichten dat van 2010 dateert. De exacte versie van de nota die in het comité moet worden
besproken, bevat verkeerde informatie.
De voorzitter zal inlichtingen inwinnen bij CGIWB.
Het VSOA herinnert zich een BOC waarin CG/WB de procedure heeft voorgesteld. Het is nu een jaar
later en deze procedure werd nog niet toegepast. In het BOC werd een nota opgesteld, maar niet alle
elementen zijn opgenomen. Er moeten nog wijzigingen worden aangebracht.
De voorzitter zal de stand van zaken vragen en DSA verzoeken om naar het hoog overlegcomité te
komen.
f. De examens in het Duits
De ACOD heeft DSR-DSE al meermaals gevraagd of de gecertificeerde opleidingen ook in het Duits
zouden kunnen worden versheid, maar ze heeft nooit een antwoord gekregen. De personeelsleden
kunnen niet slagen voor hun gecertificeerde opleidingen omdat ze niet in hun moedertaal worden
gegeven en ontvangen dus geen competentieontwikkelingstoelage.
De voorzitter zal inlichtingen inwinnen bij de directeur van DSR-DSE.
g. Het samenvallen van examens
De ACOD deelt de voorzitter mee dat het examen van sociale promotie en een examen voor het
bekomen van de competentieontwikkelingstoelage op dezelfde dag worden georganiseerd. Dit
probleem moet worden opgelost, want de personeelsleden moeten één van beide examens kiezen.
Ze vraagt aan de voorzitter om erover te spreken met de directeur van DSR-DSE.
De voorzitter zal met de directeur van DSR-DSE spreken om een oplossing te vinden.
h. Convocatie voor de selectiecommissies
De ACOD heeft vastgesteld dat er in de convocatiebrieven stond dat voor bepaalde CALogvacatures
enkel de eerste 20 ingeschreven kandidaten voor de selectiecommissie zullen kunnen verschijnen.
Dat is al gebeurd bij de federale politie, maar nu gebeurt het bij de lokale politie. Ze weet niet in
hoeverre deze procedure wettig is. Ze zou een juridisch advies willen.
De voorzitter antwoordt dat er geen juridisch advies nodig is om te stellen dat deze werkwijze onwettig
is.
De ACOD vraagt zich af op basis van welke criteria men bepaalt wie aan de selectiecommissie mag
deelnemen. De ACOD zal het schrijven naar de voorzitter sturen.
i. Competentieontwikkelingstoelage
Het NSPV herinnert de voorzitter eraan dat als een CALog-personeelslid zijn aanvraag om een
gecertificeerde opleiding te volgen binnen de voorgeschreven termijn naar zijn overheid heeft
verstuurd, maar deze overheid ze niet tijdig aan DSE heeft bezorgd, het personeelslid om een
afwijking kan vragen om de toelage te bekomen voor het eerste jaar. Sinds oktober 2013 werden
afwijkingsaanvragen verstuurd naar DSPC en de personeelsleden hebben nog steeds geen antwoord
gekregen. Het zou willen dat deze problematiek snel wordt opgelost.
De voorzitter zal inlichtingen inwinnen bij de betrokken dienst.
Het ACV-politie ontvangt ook veel brieven waarin melding wordt gemaakt van problemen met de
datum van inschrijving voor de gecertificeerde opleidingen. Om al deze moeilijkheden te vermijden,
zou het nuttig zijn om de personeelsleden via DSP aan de datums te herinneren.
De voorzitter antwoordt dat dit onmogelijk is gelet op het capaciteitstekort van 20 %.
Het ACV-politie meent dat het de taak is van de respectieve hrm-verantwoordelijke om elk
personeelslid van zijn eenheid te beheren.
j. e-platform van scholen
Het ACV-politie licht de voorzitter in over een goed initiatief in de scholen. Een e-platform werd ter
beschikking gesteld van de leerlingen. Dit platform geeft de studenten echter toegang tot
vertrouwelijke nota's die niet op Portal staan. Het vindt het abnormaal dat de nota's die niet via Portal
mogen worden verspreid, zelfs niet voor didactische doeleinden, wel worden verspreid in de scholen.
Sommige nota's zijn vertrouwelijk en mogen zich niet op de platformen bevinden. Men zou de
verantwoordelijken van de scholen ervan bewust moeten maken dat het belangrijk is te controleren
wat er op de platformen staat. Het maakt van de gelegenheid gebruik om eraan te herinneren dat de
vakorganisaties tijdens een vorig hoog overlegcomité hadden gevraagd om de directeurs van de
scholen te kunnen ontmoeten.
De voorzitter zal de vraag aan DSE voorleggen.
k. Psychosociale belasting van de diensten
Het ACV-politie maakt zich zorgen over de psychosociale belasting in bepaalde diensten als gevolg
van bepaalde beperkingen. Sommige diensten lijken er meer onder te lijden dan andere. Het hoopt
dat de werkgever rekening zal houden met de psychosociale belasting door een verschuiving van de
werklast van de ene naar de andere persoon in het kader van de optimalisering.
De voorzitter zal de directeurs bewust maken van deze problematiek.