Meer- en hoogbegaafdheid

Protocol Meer - en Hoogbegaafdheid
1
Nutsschool Hertogin Johanna-Poolster
protocol meer-en hoogbegaafdheid NHJ-Poolster/ januari 2014 t/m januari 2016 /jvd
De missie van de Nutsscholen en de NHJ-Poolster
Op de Nutsscholen geven wij eigentijds onderwijs, passend bij wat de leerlingen van nu
vragen. Op de Nutsschool Hertogin Johanna-Poolster vinden wij het belangrijk dat kinderen
hun talenten en hun mogelijkheden ten volle kunnen ontdekken en ontwikkelen. Dat kan op
cognitief, sociaal, creatief en sportief gebied. Het accent ligt hierbij op het verder ontwikkelen
van probleemoplossend en reflectief vermogen. Belangrijk hierbij is dat leerlingen betrokken
worden bij het proces van leren en evalueren en zo eigenaar leren worden van hun eigen
leerproces.
In het kader van Passend Onderwijs willen wij passend onderwijs geven aan alle leerlingen.
Ook de talentvolle leerlingen zijn leerlingen die uitgedaagd behoren te worden en die een
passend leerstof aanbod nodig hebben.
We zien dit als een voorziening die behoort tot de basiszorg van onze scholen.
Wij stellen hoge verwachtingen aan leerlingen en stemmen die af op de potentie van ieder
kind.
Definitie meer-en hoogbegaafdheid bij de Nutsscholen
Het Informatiepunt Onderwijs, Hoogbegaafdheid en Excellentie van SLO
http://hoogbegaafdheid.slo.nl/begeleiding/begaafdheidskenmerken geeft een uitgebreide
omschrijving van de theorie en de kindkenmerken bij meerbegaafdheid en hoogbegaafdheid.
We onderschrijven de definitie en de zienswijze zoals deze door SLO is verwoord.
Als we spreken van hoogbegaafde leerlingen bij de Nutsscholen bedoelen we cognitief
begaafde leerlingen met een IQ gelijk aan of hoger dan 130.
Bij het vaststellen van de diagnose hoogbegaafdheid wordt alleen het IQ gemeten met een
test: ( Wisc III ) door een orthopedagoog.
Hoogbegaafdheid is meer dan een cognitieve voorsprong. Om uit te kunnen blinken heeft de
leerling creativiteit en doorzettingsvermogen nodig. Deze onderdelen worden niet gemeten in
de genoemde test.
Als we spreken over meerbegaafde leerlingen bedoelen we de kinderen met een behoorlijke
ontwikkelingsvoorsprong. Deze leerlingen behalen hoge scores op de Citotoetsen ( I of I+).
Vooral hoge scores op de vakgebieden Rekenen-Wiskunde en Begrijpend lezen kunnen
duiden op meerbegaafdheid.
Het onderwijs aan meer- en hoogbegaafde leerlingen
Op de Nutsschool Hertogin Johanna-Poolster geven wij een passend aanbod voor de meer -en
hoogbegaafde leerlingen. Ook zijn we alert op de “onderpresteerders”. Deze leerlingen
presteren onder door de afwezigheid van boeiend en uitdagend aanbod. Dat dit probleem
wordt onderkend en ondersteund door de leerkracht is van groot belang. Hiervoor gebruiken
wij onze eigen observatie, alsook de gegevens uit Viseon en KIJK. Dit zijn onze genormeerde
observatiesystemen in ons leerlingvolgsysteem.
Het signaleren van de meer-en hoogbegaafde leerling
1. De leerkrachten kunnen observatiegegevens en eigen ervaringen vertalen naar de
onderwijsbehoeften van deze leerlingen.
2. De leerkrachten kunnen zodanig differentiëren dat er een uitdagend en verrijkend
aanbod beschikbaar is voor de meer-en hoogbegaafde leerlingen.
3. Per vakgebied bekijkt de leerkracht of een kind in aanmerking komt voor extra
aanbod op grond van behaalde toetsen.
4. Het gaat om de vakgebieden: rekenen-wiskunde, taal, spelling en begrijpend lezen.
5. Bij de Citotoetsen moet het kind 2x achter elkaar een I of I+ score hebben behaald.
protocol meer-en hoogbegaafdheid NHJ-Poolster/ januari 2014 t/m januari 2016 /jvd
2
6. Bij de methode gebonden toetsen moet minimaal 2x een 90% score worden
behaald.
7. In groep 3 en 4 is de norm de 95%.
8. In groep 1 en 2 analyseert de leerkracht de observatiegegevens uit KIJK. Een
ontwikkelingsvoorsprong van minimaal een half jaar op leeftijdsgenootjes kan een
signaal zijn.
9. Daarnaast observeert de leerkracht de taakgerichtheid en de werkhouding van het
kind. De leerling moet voldoende zelfsturend vermogen hebben, d.w.z. dat de
leerling in staat moet zijn gedurende voldoende tijd zelfstandig of in duo’s te
werken.
Het aanbod Met de ouders van de leerling die is gesignaleerd wordt een gesprek gevoerd.
Soms wordt de leerling zelf in het gesprek betrokken. Een meer- of hoogbegaafde leerling
wordt in de instructie-onafhankelijke subgroep geplaatst in het groepsplan. Dat betekent
verkorte instructie en zelfstandig aan het werk kunnen gaan. Als extra verrijkingsaanbod is er
verdiepings -en verbredingsstof. 80% van de verrijkingsstof moet worden beheerst. Voor het
verrijkingsaanbod wordt minimaal 1x per week 15 minuten instructie gegeven door de
leerkracht.
Bij rekenen- wiskunde kan de leerling werken met routeboekjes. Hierin is de leerstof compact
samengesteld. Na het vlotter doorwerken van de basisrekenstof volgt het verrijkingsaanbod:
bv. Rekentijgers. Voor taal bestaat het verrijkingsaanbod uit Plustaak Taal.
Voor de groepen 1 en 2 is er het aanbod “Pientere kinderen” uit de methode Piramide. Verder
is het verrijkingsaanbod: Acadin ,
Met deze verrijkingsstof komen we tegemoet aan de behoefte van meer –en hoogbegaafde
leerlingen. Zij hebben namelijk doorgaans:
 weinig behoefte aan instructie op het basisaanbod van de methode
 weinig behoefte aan herhalings- en oefenstof
 een hoog werktempo
 vaak een didactische voorsprong
Met verrijken bedoelen wij dus: Niet meer maar anders.
Belangrijk hierbij is dat leerlingen betrokken worden bij het proces van leren en evalueren en
zo eigenaar leren worden van hun eigen leerproces. Hiervoor houden wij een “doelen”
gesprek met de leerling.
Voor de hoogbegaafde leerlingen in de groepen 6-7-8 is er een bovenschoolse Plusklas.
-
-
Een kind dat hoogbegaafd is kan bedreigd worden in zijn of haar sociaal emotionele
ontwikkeling omdat het in de eigen omgeving geen ‘peers’ (ontwikkelingsgelijken)
ontmoet. Hij of zij ervaart dit als: Er is niemand die denkt en doet als ik.
Het signaleringstraject van de hoogbegaafde leerling ten behoeve van plaatsing in de
bovenschoolse Plusklas vindt plaats op de eigen school in samen werking met
leerkracht, IB, ouders en leerling. Er moet een verslag komen van een
capaciteitenonderzoek. De school laat het onderzoek uitvoeren door een erkend en
onafhankelijk orthopedagoog op kosten van de school. Met toestemming van ouders.
protocol meer-en hoogbegaafdheid NHJ-Poolster/ januari 2014 t/m januari 2016 /jvd
3
-
Het moment van onderzoek voor een diagnose HB vindt bij voorkeur plaats vanaf
leerjaar 5. Een IQ van 130 of hoger is een diagnose hoogbegaafdheid.
Leerlingen uit groep 6,7 en 8 kunnen hiermee deelnemen aan de Plusklas één dagdeel
per week. De Bovenschoolse Plusklas is op De Lockaert; één van de Nutsscholen. De
werkwijze van de Plusklas is vastgelegd in een protocol en wordt met de ouders
besproken. De aanmelding voor de Plusklas loopt via de aanmeldingscommissie van
het Nut.
Het Informatiepunt Onderwijs, Hoogbegaafdheid en Excellentie van SLO
http://hoogbegaafdheid.slo.nl/begeleiding/begaafdheidskenmerken geeft meer informatie.
Gedragingen en leereigenschappen, die kenmerkend zijn voor (hoog)begaafde kinderen:





















Is snel van begrip.
Kan grote denk- en leerstappen maken.
Kan verworven kennis goed toepassen.
Beschikt over een groot probleemoplossend vermogen.
Beschikt over een goed geheugen.
Toont een brede algemene interesse.
Is een doorvrager.
Is een scherp waarnemer.
Is verbaal vaardiger dan leeftijdsgenoten.
Valt op door een origineel gevoel voor humor.
Toont een creatief denkvermogen.
Denkt buiten de reguliere kaders.
Wekt de indruk geestelijk vroegrijp te zijn.
Zoekt uitdagingen.
Toont een groot doorzettingsvermogen wanneer het uitgedaagd wordt.
Kan zich sterk concentreren wanneer de activiteit aansluit bij interessegebieden.
Is perfectionistisch ingesteld.
Is in staat tot zelfreflectie.
Heeft een grote behoefte aan autonomie.
Accepteert regels en tradities niet klakkeloos, maar bevraagt deze.
Zoekt ontwikkelingsgelijken in oudere kinderen.
Het gaat steeds om een combinatie van meerdere gedrags- en leereigenschappen. De
aanwezigheid van één of twee gedragingen vormt nog geen indicatie voor (hoog)begaafdheid.
protocol meer-en hoogbegaafdheid NHJ-Poolster/ januari 2014 t/m januari 2016 /jvd
4
5
protocol meer-en hoogbegaafdheid NHJ-Poolster/ januari 2014 t/m januari 2016 /jvd