Leerlingenstatuut (2014-2015) - Stedelijk College Zoetermeer

inhoud
Algemeen deel
Schoolgebonden deel
Bijlage
LEERLINGENSTATUUT
SCZ Stedelijk College
Van Doornenplantsoen 1
2722 ZA Zoetermeer
Tel. (079) 331 03 00
Fax (079) 331 40 40
E-mail: [email protected]
Website: www.stedelijk-college.nl
LEERLINGENSTATUUT
1
inhoud
Inhoudsopgave
Algemeen deel
Preambule . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
I Algemene bepalingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
III Dagelijkse gang van zaken op school . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
IV Strafmaatregelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Algemeen deel
II Het onderwijs, toelating, bevordering, inhoud, afsluiting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
V Vaststelling. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Schoolgebonden deel
Artikel 2. Gedragscode kleding en accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Artikel 3. Veiligheid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Artikel 4. De les - verlof - verzuim - te laat - uit de les verwijderd . . . . . . . . . . . . . . . 15
Schoolgebonden deel
Artikel 1. Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Artikel 5. Toetsing en beoordeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Artikel 6. Rapportage en bevordering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Artikel 8. Tot slot. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Bijlage
Artikel 7. iPads . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Bijlage
Bijlage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
LEERLINGENSTATUUT
2
inhoud
Algemeen deel
Preambule
I
Algemeen deel
In dit Leerlingenstatuut zijn artikelen opgenomen die de rechten en plichten van de leerlingen
regelen. Daarnaast kent de school een stelsel van ongeschreven regels, dat het sociale
verkeer tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en medewerkers van de school
regelt. Hierbij gaan wij uit van normen en waarden, die gebaseerd zijn op wederzijds respect,
onderling vertrouwen en solidariteit.
Wij verwachten dat de leerling hierdoor zowel in school als daarbuiten in staat is om actief en
positief te participeren, conform de missie/visie van de school.
Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepaling
Schoolgebonden deel
Bijlage
Dit leerlingenstatuut verstaat onder:
1.1.
Bevoegd gezag: het bestuur van de Stichting Stedelijk Voortgezet Onderwijs
Zoetermeer (SSVOZ)
1.2.
School: onderdeel van de SSVOZ onder leiding van een directeur.
1.3.
Leerlingen: leerlingen die op één van de scholen van de SSVOZ staan ingeschreven.
1.4.
Ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen.
1.5.
Directeur: de door het College van Bestuur doorgemandateerde eindverantwoordelijke
van één van de scholen van de SSVOZ.
1.6.
Directie: de directeur samen met de adjunctdirecteuren.
1.7.
Voorzitter College van Bestuur: het bevoegd gezag van de SSVOZ.
1.8.
Personeel: het aan de SSVOZ verbonden onderwijzend (OP) en onderwijsondersteunend personeel (OOP).
1.9.
Docenten: leden van het personeel die een onderwijstaak vervullen.
1.10. Geleding: alle leerlingen, alle ouders of al het personeel.
1.11. Medezeggenschapsraad: de raad als bedoeld in art. 3 van de Wet
Medezeggenschap op Scholen (WMS).
1.12. Medezeggenschapsreglement: het reglement als bedoeld in art. 23 van de WMS.
1.13. Leerlingenraad: een geledingenraad, samengesteld uit en door de leerlingen, als
bedoeld in art. 20 van de WMS.
1.14. Schoolgids en schoolplan: de schooldocumenten als bedoeld in de zin van de WVO.
1.15. Inspectie: de inspecteur die belast is met het toezicht op het onderwijs als bedoeld in
art. 113 WVO.
1.16. Afdelingsleiders: functionarissen, verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding over één
of meerdere afdelingen, sectoren of jaarlagen.
Artikel 2. Leerlingenstatuut
2.1.
Dit leerlingenstatuut legt de rechten en verplichtingen van de leerlingen vast, die staan
ingeschreven op één van de scholen die deel uitmaken van de Stichting Stedelijk
•
Stedelijk College, Van Doornenplantsoen 1, 2722 ZA Zoetermeer;
www.stedelijk-college.nl
•
SCZ Picasso Lyceum, Paletsingel 38c, 2718 NT Zoetermeer,
www.picasso-lyceum.nl
•
SCZ Het Atrium, Paltelaan 1, 2712 RN Zoetermeer,
www.hetatrium-pro.nl
en het bevat tevens de daaruit voortvloeiende opdrachten aan de andere geledingen
en aan het bevoegd gezag.
LEERLINGENSTATUUT
3
2.2.
2.3.
2.5.
Algemeen deel
2.4.
Het statuut is bindend voor alle geledingen, met inachtneming van de bepalingen in
het medezeggenschapsreglement en wettelijke bepalingen.
Het bevoegd gezag legt elke twee jaar in een leerlingenstatuut de rechten en plichten
van de leerlingen vast. Tussentijdse wijziging van het leerlingenstatuut is mogelijk. Het
bevoegd gezag legt elke wijziging van dit statuut voor aan de medezeggenschapsraad.
Het leerlingenstatuut bestaat uit twee delen:
I.
een algemeen gedeelte, geldend voor alle leerlingen die staan ingeschreven op
één van de scholen die deel uitmaken van de SSVOZ
II. een schoolgebonden gedeelte, geldend voor de leerlingen van de betreffende
school.
De directie van een school draagt zorg voor het plaatsen van het leerlingenstatuut op
de website van de school.
inhoud
Algemeen deel
Artikel 3. Recht op informatie
3.2.
3.3.
Artikel 4.
4.1.
4.2.
4.3.
Recht op privacy
Er is op school een leerlingenregister, waarin slechts de hierna te
noemen gegevens van de leerlingen zijn opgenomen:
•
naam en adres;
•
geboorteplaats en datum;
•
datum van inschrijving;
•
naam en adres van de ouders;
•
naam en adres school van herkomst;
•
het onderwijskundig rapport
•
datum van verlaten school en reden daarvan;
•
gegevens over studievorderingen en studieverloop;
•
naam en adres van (eventuele) ontvangende school bij vroegtijdig
schoolverlaten;
•
gegevens over de lichamelijke constitutie en leerstoornissen van de leerling;
•
gegevens die voor het functioneren van de school of voor het verkrijgen van
faciliteiten onmisbaar zijn;
•
registratie van aanwezigheid en incidenten.
Voor opname van andere dan in lid 1 genoemde gegevens wordt in overleg met de
MR door het bevoegd gezag een procedure bepaald.
Het leerlingenregister is slechts toegankelijk voor:
•
de desbetreffende leerling en indien deze minderjarig is ook de ouders;
•
de docenten van de desbetreffende leerlingen;
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
De directie draagt er zorg voor, dat ten behoeve van de inschrijving aan de leerling en
de ouders algemene informatie wordt verstrekt over de doelstelling, het onderwijsaanbod en de werkwijze van de school, de toelatingseisen, de cursusduur, over de
mogelijkheden voor vervolgonderwijs dan wel over het beroepenveld waarvoor
wordt opgeleid; de eventueel aan de toelating verbonden kosten, alsmede over
andere aangelegenheden die van direct belang zijn voor de toekomstige leerling.
Onder verantwoordelijkheid van de directie worden jaarlijks ouders en leerlingen
geïnformeerd over resultaten, in-, door-, en uitstroomgegevens, en regelingen en
procedures voor ouders en leerlingen van de school.
Onder verantwoordelijkheid van de directie worden jaarlijks via de informatiegids van
de school informatie, regelingen en procedures die betrekking hebben op de school
bekend gemaakt.
Schoolgebonden deel
3.1.
4
4.4.
4.5.
de schooldecaan;
de directie;
de afdelingsleider;
de leerlingbegeleiders;
het bevoegd gezag;
de inspecteur;
daartoe door de overheid aangewezen personen met het oog op de financiële
controle.
Gegevens uit het register worden niet zonder toestemming van de leerling aan andere
personen of instanties doorgegeven.
Wanneer informatie over gedrag en/of schoolresultaten aan de ouders wordt doorgegeven, wordt de leerling -indien mogelijk- hiervan vooraf in kennis gesteld.
De in het eerste lid genoemde gegevens, opgenomen in het leerlingenregister, blijven
in het leerlingenregister bewaard uiterlijk tot en met de periode die op grond van weten regelgeving hiervoor is verplicht en/of toegestaan.
5.1.
5.2.
5.3.
6.2.
6.3.
6.4.
6.5.
6.6.
6.7.
6.8.
Vrijheid van meningsuiting
Leerlingen hebben vrijheid van meningsuiting, behoudens het gestelde dienaangaande in de wet.
Leerlingen hebben klachtrecht, krachtens de voor de SSVOZ geldende klachtenregeling.
De school geeft een schoolkrant uit die beschikbaar is voor alle geledingen van de
school.
De redactie van de schoolkrant stelt een redactiestatuut op.
Het bevoegd gezag stelt het redactiestatuut vast en heeft de eindverantwoordelijkheid
voor de inhoud van de schoolkrant.
De leerlingen hebben het recht een eigen leerlingenblad uit te brengen. De school
stelt hiervoor een jaarlijks vast te stellen budget ter beschikking.
De leerlingen dragen zelf de verantwoordelijkheid voor de inhoud van het
leerlingenblad. Zij worden geacht hierbij de algemene normen van fatsoen te
respecteren.
Er is een mededelingenbord, waarop leerlingen, leerlingenraad en andere leerlingenorganisaties, zonder toestemming vooraf, mededelingen van nietcommerciële aard
kunnen ophangen. Deze mededelingen mogen niet kwetsend zijn voor anderen.
Besluiten van de voorzitter van de raad van bestuur en de directie en andere
informatie of maatregelen die betrekking hebben op de rechten en plichten van
leerlingen worden op een voor een ieder toegankelijke wijze gepubliceerd.
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
Artikel 6.
6.1.
Vrijheid van vergadering
Leerlingen hebben vrijheid van vergadering. In overleg met de directie worden
afspraken gemaakt omtrent tijd en plaats van vergadering, indien deze in de school
en/of onder schooltijd plaatsvindt.
De vergaderingen van de leerlingen zijn openbaar, tenzij de meerderheid van de
aanwezige leerlingen anders beslist.
In het schoolgebonden gedeelte van het leerlingenstatuut kunnen nadere regels zijn
opgenomen m.b.t. doelstellingen, structuur, organisatie, faciliteren e.d. van een
leerlingenraad op de school.
Schoolgebonden deel
Artikel 5.
Algemeen deel
•
•
•
•
•
•
•
inhoud
Algemeen deel
5
inhoud
Algemeen deel
Artikel 7. Recht op medezeggenschap
7.1.
7.2.
7.4.
7.6.
ll
HET ONDERWIJS toelating, bevordering, inhoud, afsluiting
8.2.
8.3.
8.4.
8.5.
8.6.
8.7.
Toelating en bevordering
De SSVOZ is toegankelijk voor alle leerlingen. Hierbij vindt geen discriminatie plaats
wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke
grond dan ook.
Aan de plaatsing tot een bepaald leerjaar, een bepaalde onderwijssoort dan wel een
bepaalde opleiding op de SSVOZ kunnen nadere eisen worden gesteld in verband
met de vooropleiding dan wel de prestaties in de vooropleiding.
De plaatsingscommissies van de scholen beslissen over de plaatsing van de leerling.
Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de ouders en de
leerlingen.
Een besluit tot weigering van toelating wordt schriftelijk en met opgave van redenen
aan de betrokkene, en indien deze nog geen 18 jaar is, ook aan de ouders
meegedeeld, waarbij tevens de mogelijkheid van beroep wordt vermeld.
Binnen 30 dagen kan een herziening van een besluit tot weigering van toelating
schriftelijk worden aangevraagd door de leerling en, indien deze nog niet de leeftijd
van 18 jaren heeft bereikt, door de ouders bij de directeur. Op dit verzoek wordt zo
spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen beslist, na overleg met de inspectie
en/of de ambtenaar leerplichtzaken. Er wordt pas beslist nadat de leerling en/of de
ouders gehoord zijn en inzage hebben gehad in betreffende adviezen en rapporten.
Nadere informatie over de normen op grond waarvan toelating tot het eerste leerjaar
plaatsvindt, wordt gegeven in de schoolgidsen van de scholen van de SSVOZ.
De normen alsmede de procedures tot bevordering naar een hoger leerjaar worden
uitgereikt aan de leerlingen en maken deel uit van de schoolgids.
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
Artikel 8.
8.1.
Schoolgebonden deel
7.5.
Algemeen deel
7.3.
De directie bevordert het totstandkomen van een leerlingenraad op de school. De
directie bevordert het functioneren van de leerlingenraad.
De leerlingenraad is bevoegd gevraagd of ongevraagd advies uit te brengen aan de
medezeggenschapsraad, met name over die aangelegenheden, die de leerlingen in
het bijzonder aangaan. Ook kan de leerlingenraad gevraagd en ongevraagd advies
uitbrengen aan de directie en de voorzitter van het College van Bestuur.
De leerlingenraad kan de medezeggenschapsraad verzoeken het bevoegd gezag in
kennis te stellen van een schriftelijk advies als bedoeld in het tweede lid, eerste zin.
Het bevoegd gezag moet binnen drie maanden schriftelijk een met redenen omklede
reactie aan de medezeggenschapsraad uitbrengen, die vervolgens de geledingenraad
daarvan op de hoogte moet brengen.
De medezeggenschapsraad kent diverse instemming- en adviesbevoegdheden zoals
geregeld in het medezeggenschapsreglement van de school, conform de WMS.
De ouder/leerlingengeleding heeft voor een aantal bijzondere medezeggenschapsaangelegenheden een afzonderlijk instemmingsrecht zoals beschreven in het
Medezeggenschapsstatuut en het medezeggenschapsreglement.
De directie stelt een budget aan de leerlingenraad ter beschikking voor de
noodzakelijke kosten die voortvloeien uit de taken en functies van de leerlingenraad in
het kader van de medezeggenschap.
De leden van de leerlingenraad mogen, uit hoofde van hun lidmaatschap van deze
raad, op geen enkele wijze benadeeld worden in hun positie op school.
6
8.8.
De directie, gehoord hebbende de docentenvergadering dan wel deelvergadering,
beslist, binnen de kaders van de vastgestelde bevorderingsprocedures, over de
toelating van de leerlingen tot het volgende leerjaar.
De docentenvergadering adviseert daarbij over de te vervolgen loopbaan van de
leerling. De leerling wordt in kennis gesteld van het uitgebrachte advies.
9.1.
9.2.
9.3.
9.5.
Artikel 10.
Inhoud van het onderwijs
11.1.
11.2.
11.3.
11.4.
11.5.
Bijlage
10.1. De leerlingen hebben er recht op dat de docenten zich inspannen om behoorlijk
onderwijs te geven, overeenkomstig het vastgestelde schoolplan en het lesrooster.
10.2. De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen om het onderwijsproces goed te laten
verlopen.
10.3. De scholen van de SSVOZ bieden meer dan één schooltype/leerwegen aan. De
beslissing over de door de leerling te volgen opleiding wordt door de directie genomen
na overleg met de betreffende leerling en zijn/haar ouders.
10.4. In onderling overleg tussen de leerling, de docenten die lesgeven aan de betrokken
leerling en de decaan wordt een keuzeadvies opgesteld. Daarbij wordt uitgegaan van
de door de leerling behaalde resultaten in en getoonde belangstelling voor de
verschillende vakken. Andere factoren mogen op dit advies geen invloed hebben. Bij
de uiteindelijke keuze speelt dit advies een zwaarwegende rol. De beslissing ligt
echter bij de ouders en de leerling, met inachtneming van de formele toelatingsvoorwaarden of overgangsvoorwaarden.
Artikel 11.
Schoolgebonden deel
9.4.
Kosten van het onderwijs
Aan de toelating tot de SSVOZ zijn geen financiële drempels verbonden voor ouders
en/of leerlingen.
Hiertoe wordt een overeenkomst aangegaan als bedoeld in WVO, art. 27, lid 2. De
betreffende procedures staan beschreven in de schoolgids. De school verschaft
specificaties van de besteding van de ouderbijdragen.
Leerlingen waarvoor door de ouders of de leerling de gevraagde bijdrage(n) niet of
niet geheel is (zijn) voldaan, kunnen door de directie worden uitgesloten van de
voorziening of activiteit waarvoor de bijdrage is bedoeld. Indien de bewuste activiteit
uitdrukkelijk deel uitmaakt van de voorgeschreven lesgebonden activiteiten, draagt de
school zorg voor een vervangende activiteit.
De directie draagt er zorg voor dat de kosten voor de bijdrage(n) als hierboven
bedoeld, zo laag mogelijk worden gehouden.
Voor leerlingen of ouders die om aantoonbare financiële redenen de kosten van de
leer- en hulpmiddelen of van bepaalde onderwijsactiviteiten waaraan kosten zijn
verbonden (werkweken, excursies e.d.) niet of niet geheel kunnen opbrengen, bestaat
de mogelijkheid van een betalingsregeling.
Algemeen deel
Artikel 9.
inhoud
Algemeen deel
Huiswerk
Leerlingen hebben de plicht het opgegeven huiswerk te maken.
Docenten zien er op toe, dat het totaal van het aan leerlingen opgegeven huiswerk
geen onredelijke belasting voor de leerlingen oplevert.
Het huiswerk wordt zoveel als mogelijk is over de week en over het schooljaar
verspreid.
Leerlingen hebben er recht op dat door docenten gecorrigeerd huiswerk wordt
besproken.
In het schoolgebonden gedeelte kunnen specifieke huiswerkregels staan, zoals deze
op de betreffende school gelden.
LEERLINGENSTATUUT
7
Artikel 12.
inhoud
Algemeen deel
ICT en digitale hulpmiddelen
Artikel 13.
Toetsing en beoordeling
De procedures betreffende toetsing en beoordeling zijn in het schoolgebonden
gedeelte opgenomen.
Artikel 14.
Examens (school en eindexamens)
Artikel 15.
Bijlage
DAGELIJKSE GANG VAN ZAKEN OP SCHOOL
Schoolgebonden deel
14.1. Het bevoegd gezag stelt een examenreglement vast. Het reglement bevat in elk geval
de maatregelen bij onregelmatigheden en regels met betrekking tot de organisatie van
en de gang van zaken tijdens het examen, en de samenstelling en het adres van de
commissie van beroep.
14.2. Het bevoegd gezag stelt vóór 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting
vast. In het programma wordt in elk geval aangegeven welke onderdelen van het
examenprogramma op het schoolexamen worden getoetst, de verdeling van de
examenstof over de toetsen van het schoolexamen, de wijze waarop het schoolexamen plaatsvindt en de regels die aangeven op welke wijze het cijfer voor het
schoolexamen voor een leerling tot stand komt.
14.3. Het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting worden door de
directie vóór 1 oktober toegezonden aan de inspectie en de medezeggenschapsraad
en beschikbaar gesteld aan de leerlingen.
14.4. Nadere regels betreffende schoolexamen en eindexamens zijn per school in het
'Examenreglement en het Programma van Toetsing en Afsluiting' opgenomen.
lll
Algemeen deel
Het gebruik van ICT-voorzieningen en digitale hulpmiddelen in de school of ten
behoeve van de school is uitsluitend toegestaan voor het volgen van het onderwijsleerproces en ten behoeve van de bedrijfsvoering van de school. Nadere uitwerking
inzake het gebruik van ICT-voorzieningen en digitale hulpmiddelen liggen op
schoolniveau vast in gedragsprotocollen.
Aanwezigheid in lessen
15.1. De leerlingen zijn verplicht de lessen volgens het voor hen geldende rooster te volgen.
Vrijstelling van het volgen van lessen kan met inachtneming van de wettelijke
voorschriften slechts worden gegeven door de directie namens het bevoegd gezag.
15.2. De directeur is bevoegd om verlof te verlenen wegens "andere gewichtige
omstandigheden" wanneer dit om niet meer dan 10 schooldagen per schooljaar gaat.
Bij verlof over meer dan 10 schooldagen moet goedkeuring worden gevraagd aan de
leerplichtambtenaar.
15.3. Nadere regels ten aanzien van aanwezigheid in lessen staan opgenomen in het
schoolgebonden gedeelte van het leerlingenstatuut en/of het verzuimprotocol van de
school.
Artikel 16.
Lesuitval
16.1. Lesuitval en tussenuren dienen zoveel mogelijk beperkt te worden.
16.2. Bij het uitvallen van lessen als gevolg van de afwezigheid van docenten wordt zo snel
mogelijk aan de leerlingen bericht gegeven.
16.3. De directie legt in de schoolgids vast welke maatregelen worden genomen om
lesuitval te vermijden.
LEERLINGENSTATUUT
8
Artikel 17.
inhoud
Algemeen deel
Niet-lesgebonden activiteiten
18.1.
18.2.
18.4.
18.5.
18.6.
18.7.
18.8.
18.9.
18.10.
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
18.3.
Orde en gedragsregels
Rechten
Leerlingen hebben het recht voorstellen te doen aan de directie of het bevoegd gezag
over alle zaken die betrekking hebben op hun positie binnen de school.
Pauzes, vrije uren en tussenuren door lesuitval kunnen door de leerlingen worden
doorgebracht in de daartoe door de directie aangewezen ruimten.
De leerlingen hebben met inachtneming van algemene fatsoensnormen het recht op
vrijheid van uiterlijk. Op grond van eisen m.b.t. hygiëne en / of veiligheid kunnen door
de directie aanvullende kledingvoorschriften worden gegeven.
De leerlingen hebben recht op gelegenheid tot lichamelijke verzorging (toiletbezoek
etc.).
Plichten
Indien een leerling naar het oordeel van de docent de voortgang van de les verstoort,
kan hij/zij verplicht worden de les te verlaten en zich bij de door de directie daartoe
aangewezen functionaris te melden.
Ieder is verplicht de door haar/hem gebruikte ruimten opgeruimd en schoon achter te
laten.
De leerling houdt zich op de terreinen en in de gebouwen van de school en bij
acviteiten die onder de verantwoordelijkheid van de school vallen aan de voorschriften
die op de school gelden.
De scholen van de SSVOZ voeren een sterk terughoudend beleid m.b.t. het gebruik
van tabak, alcohol en drugs.
Roken
Het is wettelijk verboden in schoolgebouwen te roken.
Tijdens klassenavonden en andere (leerling)activiteiten voor de derde of hogere
klassen die buiten de lesuren en/of buiten het schoolgebouw worden gehouden, geldt
de volgende regel: er mag, op een daarvoor aangewezen plaats, alleen worden
gerookt als dat van tevoren is afgesproken.
Schoolgebonden deel
Artikel 18.
Algemeen deel
17.1. Onder niet-lesgebonden activiteiten wordt verstaan: activiteiten met vrijwillige
deelname die buiten de lesuren en binnen of buiten het schoolgebouw plaatsvinden.
Het beleid ten aanzien van deze activiteiten wordt opgenomen in de schoolgids.
17.2. De niet-lesgebonden activiteiten kunnen worden georganiseerd door de directie, ofwel
onder verantwoordelijkheid van de directie door docenten, ouders en /of leerlingen,
dan wel derden.
17.3. De directie doet tijdig aankondiging van de activiteiten, en geeft tevens aan bij welke
de deelname verplicht is en wat de eventuele kosten zijn.
17.4. Leerlingen hebben recht op voldoende begeleiding van docenten bij niet lesgebonden
activiteiten die door of onder verantwoordelijkheid van de directie worden
georganiseerd.
17.5. De directie stelt zo mogelijk ruimte beschikbaar voor door leerlingen georganiseerde
niet-lesgebonden activiteiten en zorgt voor voldoende begeleiding binnen de feitelijke
mogelijkheden van de school.
17.6. De leerlingen zijn verplicht de door hen in het kader van niet-lesgebonden activiteiten
gebruikte ruimten en materialen van de school opgeruimd achter te laten.
17.7. De orde en gedragsregels zijn tevens van toepassing op alle lesvervangende en
niet-lesgebonden activiteiten.
9
Schade
lV
Bijlage
19.1. Ten aanzien van de aansprakelijkheid bij door of aan leerlingen toegebrachte schade
gelden de hierop betrekking hebbende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
19.2. De ouders van een leerling die schade heeft veroorzaakt, worden hiervan door of
vanwege de school in kennis gesteld.
19.3. Tegen een leerling die opzettelijk schade toebrengt aan het schoolgebouw,
eigendommen van de school of eigendommen van derden, worden door de directie
disciplinaire maatregelen getroffen.
19.4. Kosten ontstaan door schade worden op (de ouders van) de leerling verhaald.
19.5. De school is niet aansprakelijk voor ontvreemding van eigendommen van leerlingen of
daaraan toegebrachte schade.
Schoolgebonden deel
Artikel 19.
Algemeen deel
Alcohol
18.11. Op school is het tijdens lesdagen en op tijden waarop werk ten behoeve van het
onderwijs wordt verricht, niet toegestaan om alcohol in bezit te hebben, te nuttigen of
onder invloed van alcohol te zijn.
18.12. Het is verboden om op school, klassenavonden, feesten, werkweken en andere onder
verantwoordelijkheid van de school georganiseerde bijeenkomsten alcoholhoudende
drank mee te nemen of deze vooraf te nuttigen.
Drugs
18.13. Met drugs worden bedoeld: alle bij de wet genoemde verboden stoffen, zoals
cannabis, XTC en cocaïne.
18.14. Het is wettelijk verboden drugs in bezit te hebben, te verhandelen, verspreiden of te
gebruiken. Daarom is het bezit van drugs op school en in de omgeving van de
school verboden.
18.15. Op school en tijdens door de school georganiseerde activiteiten is men niet onder
invloed van drugs.
18.16. Bij handel in drugs of verspreiding daarvan wordt de politie ingeschakeld.
Gokken
18.17. Gokken om geld of goederen, in welke vorm dan ook (kaartspelen, dobbelen enz.) is
verboden in de school, op de schoolterreinen en tijdens door de school
georganiseerde activiteiten.
inhoud
Algemeen deel
STRAFMAATREGELEN
Artikel 20.
Straffen
20.1. Tegen handelingen van de leerlingen in strijd met de voorschriften die op de school
gelden, kunnen disciplinaire maatregelen worden getroffen.
20.2. Er moet een zeker verband bestaan tussen de aard van de opgelegde straf en de
overtreding waarvoor deze straf wordt opgelegd. Ook moet er een redelijke
verhouding bestaan tussen de zwaarte van de straf en de overtreding.
20.3. De directie en/of de afdelingsleiders kunnen voorwerpen waarvan het gebruik dan wel
het bezit niet geoorloofd is voor de duur van maximaal 5 schooldagen onder hun
beheer nemen. In geval van voorwerpen waarvan het gebruik dan wel het bezit
wettelijk niet geoorloofd is worden deze door de directie en/of de afdelingsleiders bij
de politie ingeleverd.
20.4. De volgende straffen, opklimmend in zwaarte, kunnen door de directeur aan
leerlingen worden opgelegd:
•
een waarschuwing
LEERLINGENSTATUUT
10
•
•
•
•
•
een berisping
het verrichten van strafwerk
het ontzeggen van de toegang tot bepaalde lessen voor een nader te bepalen tijd
schorsing
definitieve verwijdering
Schorsing
21.1. De leerling kan door de directeur de toegang tot alle lessen worden ontzegd voor ten
hoogste 5 schooldagen.
21.2. De directeur deelt zijn beslissing schriftelijk mee aan de ouders.
21.3. Schorsing van meer dan één dag wordt bovendien gemeld aan het bevoegd gezag,
de inspecteur en de ambtenaar leerplichtzaken van de gemeente waar de leerling
woonachtig is.
21.4. Schorsing van meer dan 5 schooldagen kan uitsluitend voorkomen indien wordt
voorgesteld een leerling definitief te verwijderen.
Definitieve verwijdering
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
22.1. Het bevoegd gezag kan besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling, nadat
deze en, indien deze minderjarig is, ook de ouders, voogden of verzorgers van de
leerling, in de gelegenheid is, onderscheidenlijk zijn, gesteld hierover te worden
gehoord. Een leerling wordt niet op grond van onvoldoende vorderingen in
de loop van een schooljaar verwijderd.
22.2. Definitieve verwijdering van een leerplichtige leerling geschiedt slechts na overleg met
de inspectie en de ambtenaar leerplichtzaken van de gemeente waar de leerling
woonachtig is. Hangende dit overleg, kan de desbetreffende leerling worden
geschorst.
22.3. Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een definitieve verwijdering schriftelijk en
met opgave van redenen in kennis.
22.4. De besluiten tot definitieve verwijdering van een leerling worden schriftelijk en met
opgave van redenen aan de betrokkene en, indien deze minderjarig is, ook aan de
ouders, voogden of verzorgers van de betrokkene, medegedeeld, waarbij tevens de
inhoud van het tweede lid wordt vermeld.
22.5. Het besluit tot definitieve verwijdering van school wordt niet eerder geëffectueerd dan
nadat er vanwege het bevoegd gezag van de school, conform het gestelde in artikel
27, lid 1 WVO, zorg voor is gedragen, dat een andere school, dan wel een instelling
als bedoeld in artikel 1 WVO, bereid is de leerling toe te laten.
22.6. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 10 schooldagen na dagtekening van het
besluit tot definitieve verwijdering van school, kan door ouders, voogden of verzorgers
van de betrokkene (en bij meerderjarigheid, betrokkene zelf) in het kader van de
wettelijke klachtenregeling een klacht worden ingediend bij het bevoegd gezag van de
school, dan wel bij de klachtencommissie, waarbij de school is aangesloten, indien en
voor zover de klacht betrekking heeft op het genomen besluit, dan wel op de gevolgde
procedure welke tot dit besluit heeft geleid.
Het adres van het bevoegd gezag van de Stichting Stedelijk Voortgezet Onderwijs
Zoetermeer luidt:
Bestuur van de Stichting Stedelijk Voortgezet Onderwijs Zoetermeer,
Dorpsstrat 10, 2712 AK Zoetermeer. Het adres van de klachtencommissie, waarbij het
bevoegd gezag van de Stichting Stedelijk Voortgezet Onderwijs Zoetermeer is
aangesloten, is: Landelijke klachtencommissie voor het openbaar en algemeen
toegankelijk onderwijs, Postbus 162, 3440 AD Woerden.
Schoolgebonden deel
Artikel 22.
Algemeen deel
Artikel 21.
inhoud
Algemeen deel
11
22.7. Het bevoegd gezag kan de desbetreffende leerling, gedurende de behandeling van
het verzoek om herziening van een besluit tot definitieve verwijdering, de toegang tot
de school ontzeggen.
inhoud
Algemeen deel
Artikel 23.
In de gevallen waarin dit leerlingenstatuut niet voorziet beslist de directeur na overleg met de
voorzitter van de voorzitter van de centrale directie.
V
VASTSTELLING
Schoolgebonden deel
Artikel 24.
Algemeen deel
23.1. Bij afwezigheid van de directeur worden diens in dit reglement genoemde bevoegdheden uitgeoefend door de waarnemend directeur of de daartoe aangewezen
functionaris.
23.2. De onder artikel 21 genoemde maatregel wordt bij afwezigheid van de directeur
slechts genomen wanneer te verwachten valt dat deze afwezigheid nog langer dan
één week zal duren. Als de verwachte afwezigheid niet meer dan één week zal duren,
wordt door de waarnemend directeur artikel 20 toegepast met mededeling aan de
ouders, dat na terugkomst van de directeur een definitieve beslissing genomen zal
worden.
Dit leerlingenstatuut is van kracht per 1 augustus 2008 en kan worden aangehaald als
"Leerlingenstatuut Stichting Stedelijk Voortgezet Onderwijs Zoetermeer".
Bijlage
Aldus vastgesteld d.d. 3 september 2013
Drs. P.T.E. Reenalda
Voorzitter College van Bestuur.
LEERLINGENSTATUUT
12
inhoud
Schoolgebonden deel
LEERLINGENSTATUUT
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
•
•
•
•
•
Schoolgebonden deel
•
•
•
•
De leerling neemt zelf verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces en is daarmee ook
medeverantwoordelijk voor het leerproces in de klas.
Het leefklimaat op school wordt in belangrijke mate door de leerling zelf bepaald. De
leerling kan daartoe bijdragen door vriendelijk voor de anderen te zijn en respect te tonen
voor alle mensen die op school aanwezig zijn. De leerling wordt geacht waarde te
hechten aan een nette en veilige omgeving en niet andere mensen te storen of te
hinderen door houding, taalgebruik of gedrag.
De leerling is tijdens schooltijden, dus van 8.00 tot 17.15 uur beschikbaar.
Leerlingen van de leerjaren 1 en 2 mogen niet van het schoolterrein af.
De leerling zorgt er voor dat alles in en rond het gebouw en op het plein netjes blijft.
Zonwering gebruiken, ramen openen of sluiten en radiatoren open- of dichtdraaien
gebeurt alleen door de docent of op diens aanwijzingen.
De leerling mag de lift alleen gebruiken als hij toestemming heeft van een afdelingsleider.
De leerling zet zijn (brom)fiets op slot in de daarvoor bestemde stalling.
De toezichthouder (Biesieklette) en de school kunnen niet aansprakelijk gesteld worden
voor diefstal en/of vernieling.
De leerling is alleen in de stalling voor het wegzetten en ophalen van zijn (brom)fiets.
Tijdens de pauzes zijn de leerlingen niet in de lokalen.
De leerling gooit het afval uiteraard in de daarvoor bestemde bakken.
Leerlingen hebben een aantal malen per jaar corveedienst.
De leerling mag zijn mobiele telefoon overal in het gebouw gebruiken behalve in de
lokalen.
Als mobiele telefoons en persoonlijke geluidsdragers in lokalen worden opgemerkt,
kunnen ze worden ingenomen en bij de afdelingsleider gebracht.
De afdelingsleider kan besluiten deze voor de duur van maximaal een week in bewaring
te houden.
Tijdens schooltijden bezorgt de leerling op het schoolterrein en in het gebouw geen
overlast.
Het gebouw en het schoolterrein zijn uitsluitend bedoeld voor de leerling van het Stedelijk
College.
De leerling neemt dus geen vrienden of bekenden mee.
Voor leerlingen van de leerjaren 1 en 2 is roken op het schoolterrein verboden.
Kosten die ontstaan door schade die een leerling heeft veroorzaakt, worden op de
ouders/verzorgers verhaald.
Algemeen deel
Artikel 1. Algemeen
13
inhoud
Schoolgebonden deel
Artikel 2. Gedragscode kleding en/of accessoires
•
Het Stedelijk College heeft een gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires.
In deze gedragscode is omschreven welke regels gelden ten aanzien het dragen van
bepaalde kleding en/of accessoires en de redenen hiervan. Te denken valt aan
mogelijkheden tot identificatie, communicatie, sociale veiligheid, fysieke veiligheid,
fysieke hygiëne, fysieke leerervaring en afstemming arbeidsmarkt.
Algemeen deel
De leerling bergt zijn jas en overige overkleding op in zijn garderobekastje. De leerling
neemt zijn jas dus niet verder mee het gebouw in. Kleding mag nooit de onderlinge
communicatie negatief beïnvloeden.
Dat betekent voor de leerling dat kleding niet provocerend, beledigend of aanstootgevend
mag zijn voor anderen.
De volledige tekst van de gedragscode staat op de website van de school en is als
bijlage opgenomen in dit leerlingenstatuut.
Het dragen van beschermende werkkleding is verplicht tijdens de praktische lessen in de
onderbouw, practicumlessen natuur- en scheikunde (onder- en bovenbouw) en de lessen
van de beroepsvoorbereidende programma's. Het dragen van beschermende
werkkleding draagt bij aan het voorkomen van schade aan de bovenkleding, aan het
voorkomen van lichamelijk letsel en aan het bevorderen van een hygiënische situatie.
Bovendien is het dragen van werkkleding volgens de Arbo-wet verplicht.
Schoolgebonden deel
•
Werkkleding
De werkkleding moet worden aan- en uitgetrokken in de praktijklokalen. Buiten deze
lokalen wordt geen werkkleding gedragen.
Het dragen van sportkleding is tijdens de gymlessen verplicht. Het is niet toegestaan om
schoenen, die buiten zijn gedragen in de gymzaal te gebruiken. Het dragen van
bijvoorbeeld hoofddoekjes, sieraden en zichtbare piercings is niet toegestaan tijdens de
gymlessen. Deze kleding en/of accessoires beperken de bewegingsvrijheid en kunnen
ergens aan blijven hangen. Dit beperkt de lesmogelijkheden en kan letsel tot gevolg
hebben. De schoolleiding staat leerlingen toe tijdens de gymlessen een sporthoofddoekje
te dragen, dat voldoet aan richtlijnen van de school.
•
Waardevolle spullen, zoals iPads, sieraden, horloges en geld dienen door de leerling,
voorafgaand aan de les, in zijn/haar garderobekastje te worden opgeborgen. De
docenten nemen geen eigendommen van de leerlingen in bewaring.
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
Bewegen en sport / Lichamelijke opvoeding
•
14
inhoud
Schoolgebonden deel
Artikel 3. Veiligheid
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
•
Een leerling kan alleen onderwijs op de juiste wijze volgen als hij zijn iPad, boeken,
schriften, overig lesmateriaal en het opgedragen huiswerk bij zich heeft.
Het is belangrijk, dat de leerling regelmatig naar school gaat. Veelvuldig schoolverzuim
verstoort het leerproces en kan een slechte invloed hebben op de resultaten van de
leerling en kan zelfs betekenen dat de leerling zonder diploma de school verlaat. Onder
verzuim verstaan wij bijvoorbeeld ongeoorloofd afwezig zijn (spijbelen en te laat komen)
en afwezigheid door ziekte.
Ouders/verzorgers dienen volgens de leerplichtwet de school op de hoogte te brengen en
te houden van ziekteverzuim of andere redenen van verzuim. Het is dan ook belangrijk,
dat de ouder/verzorger van de leerling de afwezigheid van de leerling, indien mogelijk
vóóraf, maar in ieder geval tijdig meldt aan de school.
Indien de leerling verzuimt van school, wordt door zijn mentor nagegaan wat hiervan de
achterliggende oorzaak is. De mentor doet navraag bij de leerling.
De school is verantwoordelijk voor het bijhouden van het mogelijke verzuim van de
leerling.
De registratie van het verzuim wordt gedaan met behulp van het schooladministratiesysteem Magister.
Bij ongeoorloofd verzuim (o), te laat komen en veelvuldig ziekteverzuim gaat de school
natuurlijk eerst in gesprek met ouders/verzorgers en de leerling. Het doel van het gesprek
is het beëindigen van het verzuim. De leerplichtwet stelt een grens van 18 uur waarbij de
school het verzuim bij de leerplichtambtenaar moet melden. Ook bij tien maal te laat
komen gaat er een melding naar de leerplichtambtenaar.
Als er sprake is van meer dan gemiddeld ziekteverzuim, langdurig ziekteverzuim of een
vermoeden van ziekteverzuim doet de school melding bij de Jeugdgezondheidszorg
(JGZ).
Tevens is de school verplicht om het te laat komen, de verzuim- en ziekmeldingen door te
geven aan het landelijk digitaal verzuimloket van de overheid. Iedere melding wordt door
het digitaal verzuimloket doorgestuurd naar de ambtenaar leerplichtzaken van de
woonplaats van de leerling.
Schoolgebonden deel
Artikel 4. De les - verlof - verzuim - te laat - uit de les verwijderd
Algemeen deel
•
•
•
Op het Stedelijk College zijn één of meer vertrouwenspersonen aangesteld.
Er geldt een verbod op crimineel gedrag, zoals vandalisme, diefstal, intimidatie
waaronder ook seksuele intimidatie, bedreiging, mishandeling en discriminatie.
Er geldt een verbod op het gebruik/bezit van alcohol, drugs of wapens in of om de school.
Van een strafbaar feit wordt aangifte gedaan.
Ook in geval van het vermoeden van crimineel gedrag kan contact met de politie worden
opgenomen.
De school behoudt zich het recht voor om de verhuurde garderobekastjes te openen.
Vuurwerk (afsteken) is verboden.
De school draagt er zorg voor dat de schoolregels worden nageleefd en heeft een
protocol waarin is opgenomen hoe te handelen in geval de regels niet worden nageleefd
(convenant schoolveiligheid). De school zorgt ervoor dat ouders en leerlingen op de
hoogte zijn van de afspraken die voortvloeien uit de uitvoering van het convenant.
15
•
inhoud
Schoolgebonden deel
Verzuim- en ziekmelding leerling
De leerling dient op tijd in de les aanwezig te zijn.
Voor leerlingen in de onderbouw die buiten Zoetermeer woonachtig zijn en die niet op tijd
kunnen komen door een ongunstige verbinding van het openbaar vervoer is bij de
assistent-afdelingsleider een zgn. "OV-pas" aan te vragen.
•
Indien de leerling te laat komt, dient hij zich bij het Centraal-Leerling-Informatie-Punt
(CLIP) te melden. Daar ontvangt hij een toegangspasje voor de desbetreffende les. Het
te laat komen wordt op school geregistreerd. De leerling wordt dezelfde dag na zijn
laatste lesuur bij het CLIP verwacht om daar tot uiterlijk 17.15 uur aanwezig te zijn.
•
Bij veelvuldig en aanhoudend te laat komen wordt een melding gedaan bij de ambtenaar
Leerplichtzaken van de woonplaats van de leerling.
Bijlage
•
Schoolgebonden deel
Te laat komen
Algemeen deel
Indien de leerling om welke reden dan ook de school moet verzuimen, dient de ouder/
verzorger als volgt te handelen:
1. De ouder/verzorger belt 's morgens tussen 07.30 en 08.00 uur de school (0793310300) op om het verzuim en de reden ervan te melden en geeft dan zo mogelijk
het gekleurde formulier "Melding van afwezigheid" mee (geen mondelinge boodschap)
aan broer, zus of vriend(in) voor de desbetreffende mentor.
Bij terugkomst levert de leerling het ingevulde "Melding van Afwezigheid" bij het
Centraal-Leerling-Informatie-Punt (CLIP) in.
Het formulier "Melding van afwezigheid" is bij het CLIP verkrijgbaar.
De ouder/verzorger kan ook gebruik maken van de digitale "betermelding". Deze is te
vinden op onze website: www.stedelijk-college.nl > info > aanwezigheidsmelding.
2. Bij ongeoorloofd verzuim is de school verplicht dit te melden bij de ambtenaar
Leerplichtzaken van de woonplaats van de leerling.
3. Bij meer dan gemiddeld ziekteverzuim wordt er een melding gedaan bij de
jeugdgezondheidszorg.
Verlof
•
Verlof voor bezoek aan huisarts / tandarts / fysiotherapeut, enz. moet vooraf schriftelijk
aangevraagd worden bij de mentor.
•
Alle andere vormen van (vakantie) verlof dient de ouder/verzorger van de leerling aan te
vragen bij de directie.
Hierbij verwijzen wij u naar de brochure "Verlof buiten de schoolvakanties en de
leerplicht". Deze brochure is bij het Centraal-Leerling-Informatie-Punt van school en bij de
afdeling "leerplichtzaken" van de gemeente Zoetermeer verkrijgbaar.
Uit de les verwijderd
•
Als de leerling zich zodanig gedraagt dat de docent het nodig vindt dat de leerling de les
moet verlaten, geeft hij hem een uitstuurbriefje, waarmee de leerling zich meldt bij het
CLIP.
•
De leerling meldt zich na afloop van het lesuur bij de docent die hem eruit gestuurd heeft
en bespreekt met hem de gevolgen van de verwijdering. Verwijderingen kunnen
aanleiding zijn tot schorsing.
LEERLINGENSTATUUT
16
inhoud
Schoolgebonden deel
Artikel 5. Toetsing en beoordeling
Begrippen:
• Overhoring
Proefwerk
•
Een schriftelijke of mondelinge overhoring over een afgeronde hoeveelheid leerstof. Ook
kan het een praktische toetsing zijn bij bepaalde vakken. De te bestuderen stof wordt
minimaal één week van tevoren opgegeven. Een proefwerk telt zwaarder dan een verhoring.
•
Van tevoren moet de docent duidelijk vertellen welke eisen aan die toetsing worden
gesteld. Ook moet vooraf duidelijk zijn of, en zo ja op welke manier, de waardering voor
de toetsing (mede)bepalend is voor het rapportcijfer.
•
De eisen aan alle vormen van toetsing zijn vastgesteld in het PTA (Programma van
Toetsing en Afsluiting). Het PTA wordt aan het begin van het schooljaar op de website
www.stedelijk-college.nl (Homepage> download> PTA's) gepubliceerd.
•
Een leerling mag (behalve als het gaat om een herkansing) slechts twee schriftelijke
werken per dag krijgen. Voor toetsweken (TalentenMavo en TechnoMavo) geldt deze
regel niet.
•
In de week voorafgaande aan de toetsweek worden er geen proefwerken of overhoringen
gegeven. Inhaalwerk of herkansingen vallen buiten deze regeling.
•
De docent kijkt de proefwerken en schriftelijke overhoringen binnen tien lesdagen na.
•
Als er sprake is van een andere manier van toetsing spreekt de docent met de leerlingen
een redelijke termijn af waarbinnen het resultaat van die toetsing bekend zal zijn.
Wanneer in geval van overmacht de docent niet in staat is het werk tijdig na te kijken,
dan wordt de betreffende afdelingsleider hierover geïnformeerd en worden de leerlingen
hiervan op de hoogte gesteld.
•
Een leerling is ongeoorloofd afwezig als er voor de aanvang van het proefwerk geen
(ziek)melding is binnengekomen. Voor het proefwerk wordt dan het cijfer 1 toegekend.
•
Indien de leerling door geoorloofde afwezigheid een overhoring of proefwerk heeft
gemist, moet de leerling de eerste les na het gemiste werk zelf actie ondernemen door
met de docent een inhaaltijdstip af te spreken.
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
De docenten gebruiken niet alleen overhoringen en proefwerken om te weten te komen
of de leerling de leerstof beheerst. Het is ook mogelijk dat de toetsing gebeurt door
middel van het houden van spreekbeurten, presentaties en boekbesprekingen, het
uitvoeren van handelingsopdrachten, het toepassen van gespreksvaardigheid, het maken
van werkstukken en (practicum-)verslagen, het afnemen van vaardigheidstoetsen, door
lichamelijke oefeningen of door het toezien op het juiste gebruik van instrumenten en
materialen.
Schoolgebonden deel
•
Algemeen deel
Een schriftelijke of mondelinge overhoring over een klein gedeelte van de leerstof van een
bepaalde periode. Ook kan het een praktische toetsing zijn bij bepaalde vakken. Het te
bestuderen gedeelte wordt ruim van tevoren opgegeven.
17
Als een overhoring of proefwerk niet op het afgesproken tijdstip is ingehaald, kan dat
gevolgen hebben voor het cijfer van het werk.
•
De leerling heeft het recht het nagekeken werk in te zien. Is de leerling het niet eens met
de beoordeling van het werk, dan kan er bezwaar worden aangetekend bij de docent.
Daarna eventueel bij de mentor en de afdelingsleider (in aangegeven volgorde).
•
Een leerling die fraudeert tijdens een overhoring, een proefwerk of een andere toetsing,
kan bestraft worden met het cijfer 1.
Algemeen deel
•
inhoud
Schoolgebonden deel
Artikel 6. Rapportage en bevordering
•
1e en 2e leerjaar
Er zijn vier rapportagemomenten per jaar. Het rapportcijfer is een voortgangscijfer met
één decimaal. Het laatste rapport van het schooljaar is tevens het toelatingsrapport tot
het volgende leerjaar.
•
3e en 4e leerjaar (+5DC/TC)
•
Magister
Bijlage
De leerlingen in het 3e en 4e leerjaar ontvangen cijferrapporten. De cijfers op de
rapporten zijn voortgangscijfers in één decimaal. In het 3e leerjaar ontvangt de leerling
rapport 1 t/m 4 en in het 4e leerjaar ontvangt hij rapport 5 t/m 7. Leerjaren 3 en 4 zijn
doorlopende examenjaren.
Schoolgebonden deel
De school hanteert overgangsnormen waaraan moet worden voldaan. De overgangsnormen
worden aan het begin van het schooljaar gepubliceerd. (zie website www.stedelijk-college.nl)
De leerling kan bovendien zijn resultaten en cijfers inzien in Magister.
Naast bovenstaande gegevens is het ook mogelijk het opgegeven huiswerk en de
aanwezigheidsadministratie in te zien.
•
Fronter
Alle leerlingen hebben toegang tot onze elektronische leeromgeving Fronter (ELO).
Elke leerling ontvangt bij aanvang van zijn studie de inloggegevens van zijn mentor.
Op Fronter staan onder andere bestanden die de leerling bij zijn lessen nodig heeft. Ook
worden met deze ELO toetsen afgenomen. Fronter is via onze website benaderbaar.
•
Contactavonden
Naar aanleiding van twee rapporten worden voor ouders/verzorgers contactavonden
gehouden. Daar kunnen ouders/verzorgers met de mentor en/of vakdocent van de
leerling overleg plegen en nadere informatie krijgen. Indien daartoe aanleiding is, worden
ouders/verzorgers en de leerling door de school uitgenodigd voor een gesprek. De
leerling moet bij de contactavond aanwezig te zijn. Onder andere zal zijn zelfevaluatie
besproken worden. De leerling ontvangt een kopie van het rapport uit handen van zijn
mentor. Bij het rapport ontvangen ouders/verzorgers de uitnodiging voor de
contactavond.
LEERLINGENSTATUUT
18
inhoud
Schoolgebonden deel
Artikel 7. iPads
•
Naast een aantal schoolboeken zullen alle leerlingen van het 1e, 2e en 3e leerjaar en
klas 4TL een iPad van school in bruikleen krijgen.
Ook kan de iPad in de les worden ingezet bij het maken van aantekeningen, opdrachten
en toetsen of voor het opzoeken van informatie.
Algemeen deel
Deze iPad blijft eigendom van de school. Wel mogen de leerlingen de iPad mee naar huis
nemen, mede omdat deze zal dienen als hun agenda. Tevens wordt een aantal boeken
hierop digitaal aangeboden.
Uiteraard zal de iPad ervoor zorgen dat de leerling een veel lichtere schooltas zal krijgen.
Leerlingen van het 1e leerjaar worden voorgelicht over het gebruik van de iPad zoals in
het omgangsprotocol is vastgelegd.
Artikel 8. Tot slot
•
•
•
•
•
LEERLINGENSTATUUT
Bijlage
•
Bij overtredingen worden passende maatregelen of sancties genomen.
Bij overtreding volgt altijd een gesprek met de leerling. Hierbij kunnen de ouders/
verzorgers van de leerling worden betrokken.
In ernstige gevallen kan een leerling worden geschorst. Meerdere schorsingen kunnen
leiden tot definitieve verwijdering van school.
Als de leerling van mening is dat de geschreven en ongeschreven regels niet juist zijn
toegepast, kan hij nadere uitleg vragen aan de betreffende docent.
Kunnen de leerling en de docent het niet eens worden, dan kan de leerling zich wenden
tot de mentor.
Vervolgens kunnen achtereenvolgens de afdelingsleider, de directie of het bevoegd
gezag worden ingeschakeld. In de gevallen waarin dit statuut niet voorziet, beslist de
directie (eventueel) in overleg met het bevoegd gezag.
Schoolgebonden deel
Voor het gebruik van internet verwijzen wij naar het protocol internetgebruik. Dit protocol
staat op de website www.stedelijk-college.nl (Homepage> Download> Protocollen) en is
op school in te zien.
19
inhoud
Bijlage
Gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires
Onderstaande tekst is aangepast aan de situatie op het Stedelijk College.
•
•
•
Ad. a
De gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires dient in samenhang te worden
gelezen en geldt zowel in het schoolgebouw als op alle tot de school behorende terreinen,
zoals schoolplein en sportvelden.
Schoolgebonden deel
De school is niet aansprakelijk voor de situatie die kan ontstaan als leerlingen zich niet
aan de gedragscode kleding houden.
De gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires heeft zowel betrekking op
leerlingen als op werknemers. Tot de werknemers behoren docenten, docentassistenten,
onderwijsondersteunend personeel, administratief personeel en systeembeheerders.
De gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires geldt ook voor externen,
zoals medewerkers van het cateringbedrijf, medewerkers van bedrijven en instellingen
die gastlessen verzorgen, stagiaires en medewerkers van pedagogische opleidingen, en
ingeleende werknemers, zoals het schoonmaak-, technisch- en onderhoudspersoneel.
Algemeen deel
De gedragscode ten aanzien van kleding en/of accessoires is op 31 januari 2006 voorgelegd
aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) ter toetsing aan de Algemene Wet Gelijke
Behandeling. Het oordeel van de CGB is te vinden op www.cgb.nl onder "Oordeel 2006-170“.
Ad. b
Ad. c
Bijlage
Voor eventueel niet genoemde kleding en/of accessoires geldt, dat deze naar het oordeel van
de schoolleiding kan worden verboden als niet passend in een werkomgeving die de school
vormt voor leerlingen en werknemers.
Naar het oordeel van de schoolleiding kan op grond van acceptabele (medische en/of
psychische) redenen het dragen van kleding, die het hoofd en het gezicht geheel of
gedeeltelijk bedekt, (tijdelijk) worden toegestaan.
Identificatie
Het dragen van kleding, die het hoofd en het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt is
verboden. Het gaat hierbij om kleding, waarbij de ogen, neus én mond niet zichtbaar zijn,
zoals een bivakmuts, burqa, chador gezichtssluier en een nikaab.
Reden:
Het is lastig voor medewerkers van de school om leerlingen, werknemers en externen te
identificeren als het gehele gezicht niet (goed) kan worden gezien en het bemoeilijkt
bovendien het beschermen van bezittingen van leerlingen, werknemers en externen en de
eigendommen van de school.
Communicatie
Het dragen van kleding, die het hoofd en het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt is
verboden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een bivakmuts, burqa, chador gezichtssluier en
een nikaab.
LEERLINGENSTATUUT
20
Reden:
Het is enerzijds lastig voor een docent les te geven, voor een docentassistent
lesondersteunende werkzaamheden te verrichten, voor externen om (gast-)lessen te
verzorgen en anderzijds voor leerlingen om optimaal onderwijs te ontvangen als het gehele
gezicht (ogen, neus én mond) niet (goed) kan worden gezien, omdat hierdoor de
mogelijkheid tot een goede communicatie en non-verbale interactie wordt belemmerd.
Ook het onderwijsondersteunend personeel moet goed kunnen communiceren met de
leerlingen, onder meer om de orde te kunnen handhaven. Het onderwijsondersteunend en
administratief personeel staat ook in communicatieve relatie tot elkaar, tot de leerlingen, tot
de overige werknemers en tot externen. Om hun werkzaamheden goed te kunnen uitvoeren
dienen zij gemakkelijk gesprekken te kunnen voeren met elkaar, met de leerlingen, met de
overige werknemers en met externen.
Het dragen van kleding en/of accessoires, die als aanstootgevend kunnen worden
beschouwd, is verboden.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bivakmutsen, te blote kleding, baseballpetten, jassen,
modehoofddoekjes en sjaals (uitsluitend van toepassing in het schoolgebouw), kleding en/of
accessoires voorzien van teksten en/of afbeeldingen, die voor anderen beledigend (kunnen)
zijn.
Fysieke veiligheid (lessen lichamelijke opvoeding)
Bijlage
Reden:
Het dragen van de genoemde kleding en/of accessoires is verboden in verband met het
overschrijden van de fatsoensnormen en het voorkomen van wanordelijkheden.
Schoolgebonden deel
Sociale veiligheid
Algemeen deel
Het onderwijsleerproces beperkt zich echter niet tot een leslokaal. Een goede communicatie
is niet alléén van belang in de lessen, maar ook in pauzes en op het schoolplein.
inhoud
Bijlage
Het verwijderen van de volgende kleding en/of accessoires is tijdens de lessen lichamelijke
opvoeding verplicht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om kleding en/of accessoires (zoals sjaals
en riemen), baseballpet, bivakmuts, burqa, chador, gezichtssluier, hoofddoek, modehoofddoekje, nikaab, lange rok, tulband, sieraden (zoals horloges, kettingen, oorbellen, oorringen
en ringen) en zichtbare piercings.
Reden:
De genoemde kleding en/of accessoires beperken de bewegingsvrijheid en kunnen ergens
aan blijven hangen, hetgeen de lesmogelijkheden beperkt en letsel tot gevolg kan hebben.
Opmerking:
De schoolleiding staat leerlingen, die vanwege hun religieuze overtuiging een hoofddoek
dragen toe tijdens de lessen lichamelijke opvoeding een sporthoofddoekje te dragen.
Het gaat hierbij uitsluitend om een sporthoofddoekje van het merk "Capsters", type
"Aerobics", dat uit hygiënisch oogpunt als eigendom van de leerling door de leerling of diens
ouders/verzorgers wordt aangeschaft. Het genoemde sporthoofddoekje kost ca. € 25,00 en
is verkrijgbaar via www.capsters.com.
LEERLINGENSTATUUT
21
inhoud
Bijlage
Fysieke veiligheid (practicumlessen)
Reden:
De genoemde kleding en/of accessoires beperken de bewegingsvrijheid, kunnen ergens aan
blijven hangen of vlamvatten, hetgeen de lesmogelijkheden beperkt en letsel tot gevolg kan
hebben.
Algemeen deel
Het verwijderen van de volgende kleding en/of accessoires is tijdens practicumlessen natuuren scheikunde, techniek en handvaardigheid verplicht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om
kleding en/of accessoires (zoals sjaals en riemen), baseballpet, bivakmuts, burqa, chador,
gezichtssluier, hoofddoek, modehoofddoekje, nikaab, lange rok,tulband, sieraden (zoals
horloges, kettingen, oorbellen, oorringen en ringen) en zichtbare piercings.
Opmerking:
Zie ook opmerking bij ›Fysieke veiligheid en hygiëne“.
Het dragen van beschermende en/of brandwerende kleding tijdens practicumlessen natuuren scheikunde, techniek en handvaardigheid kan verplicht worden gesteld.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om katoenen bodywarmers, (latex) werkhandschoenen,
katoenen (jas)schorten, kaplaarzen, monddoekjes, katoenen overalls, veiligheidsbrillen,
veiligheidshandschoenen, veiligheidshelmen, veiligheidsschoenen en katoenen werkjassen.
Opmerking:
De schoolleiding verplicht leerlingen, die vanwege hun religieuze overtuiging een hoofddoek
dragen, tijdens de practicumlessen natuur-en scheikunde, techniek en handvaardigheid, uit
het oogpunt van fysieke veiligheid en/of hygiëne, een katoenen hoofddoek te dragen.
Bijlage
Reden:
Het dragen van beschermende en/of brandwerende kleding draagt bij aan het voorkomen
van schade aan de bovenkleding, aan het voorkomen van lichamelijk letsel en aan het
bevorderen van een hygiënische situatie.
Schoolgebonden deel
Fysieke veiligheid en hygiëne
Fysieke veiligheid en hygiëne (sieraden)
Het verwijderen van sieraden tijdens de practicumlessen natuur-en scheikunde, techniek en
handvaardigheid is verplicht. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om horloges, kettingen, lange
oorbellen, oorringen en ringen.
Reden:
Het verwijderen van sieraden draagt bij aan het voorkomen van lichamelijk letsel (kunnen
namelijk ergens achter blijven hangen), aan het voorkomen van schade aan de sieraden en
aan het bevorderen van een hygiënische situatie.
LEERLINGENSTATUUT
22
inhoud
Algemeen deel
Schoolgebonden deel
Bijlage
@ 2014 SCZ Stedelijk College, Zoetermeer,
Het Stedelijk College (vmbo: TalentenMavo, TechnoMavo, Vakcollege Techniek, Vakcollege
Mens & Dienstverlenen, Brede opleidingen, tevens lwoo en lwt) vormt samen met het
Picasso Lyceum (gymnasium, atheneum, havo en TOPmavo) de Scholen Combinatie
Zoetermeer (SCZ). De SCZ en Het Atrium (school voor praktijkonderwijs) zijn onderdeel van
de Stichting Stedelijk Voortgezet Onderwijs Zoetermeer (SSVOZ).
LEERLINGENSTATUUT
23