COM(2014)600/F1 - NL

EUROPESE
COMMISSIE
Brussel, 22.9.2014
COM(2014) 600 final
ANTWOORDEN VAN DE COMMISSIE OP HET JAARVERSLAG VAN DE
REKENKAMER VAN 2013
HOOFDSTUK 8 - ONDERZOEK EN ANDER INTERN BELEID
NL
NL
ANTWOORDEN VAN DE COMMISSIE OP HET JAARVERSLAG VAN DE
REKENKAMER VAN 2013
HOOFDSTUK 8 — ONDERZOEK EN ANDER INTERN BELEID
8.6. De Commissie is van mening dat het door de Rekenkamer vastgestelde foutenpercentage
slechts één indicator is voor de doeltreffendheid van de besteding van de EU-uitgaven. Het is ook
van belang om rekening te houden met de resultaten van haar meerjarige controlestrategie. Op basis
daarvan berekenen haar diensten een percentage resterende fouten, waarin rekening wordt gehouden
met terugvorderingen, correcties en de effecten van al hun controles en audits in de
uitvoeringsperiode van het programma. Het berekende restfoutenpercentage aan het eind van 2013
bedroeg ongeveer 3 % voor de onderzoekscluster, 0,95 % voor de "Een leven lang leren" en "Jeugd
in actie" programma's beheerd door nationale agentschappen, en minder dan 2 % voor
binnenlandse zaken en justitie.
8.9. De Commissie erkent het type en de waaier aan fouten die de Rekenkamer heeft vastgesteld.
Tekstvak 8.1 – Fouten in de gedeclareerde kosten voor een KP7-project voor Europese
onderzoeksfinanciering
De Commissie benadrukt dat het type fouten waarop de Rekenkamer wijst enkel kon worden
ontdekt door een grondige audit achteraf en niet vooraf.
Door de regels voor Horizon 2020, het nieuwe kaderprogramma, zullen de meeste van deze types
fouten niet meer voorkomen, omdat een schatting van de gemiddelde personeelskosten zal worden
toegestaan (aangezien dit de gebruikelijke methode is van de begunstigde), de btw tot de
subsidiabele kosten zal worden gerekend als deze niet terugvorderbaar is en een forfaitaire
vergoeding van de indirecte kosten het vastgestelde type fout zal voorkomen.
8.12. De verdeling van de middelen is afhankelijk van de bepalingen van de door de begunstigden
gesloten consortiumovereenkomst, waarbij de Commissie geen partij is. De Commissie is van
mening dat de overdracht van middelen tussen de leden van het consortium het best binnen het
consortium zelf geregeld wordt. Als de Commissie vaststelt dat de verdeling van de middelen
vertraagd is, is het de standaardprocedure dat zij samen met de projectcoördinator de redenen van
deze vertraging opvolgt.
Daarnaast heeft de Commissie de coördinatoren herinnerd aan hun verplichting om middelen zo
snel mogelijk over te dragen.
Tekstvak 8.2 – Fouten in de gedeclareerde kosten voor een LLP-project
De Commissie erkent de fouten die de Rekenkamer heeft vastgesteld en zal het onverschuldigd
betaalde bedrag terugvorderen.
8.15. In het tweede vermelde geval, voor de kosten van workshops die een universiteit organiseerde
(24 000 EUR), hield de universiteit zich niet aan de nationale regels. Volgens deze regels was een
volledig openbare inschrijvingsprocedure nodig voor alle bedragen boven 10 000 EUR. Dit maakt
de betalingen voor de workshop niet subsidiabel, ondanks de toegevoegde waarde van de workshop
(en de aanvaardbare kosten hiervoor). Dit toont aan dat het voor de Commissie moeilijk is om te
garanderen dat alle kosten subsidiabel zijn, zeker wanneer nationale (of zelfs regionale) autoriteiten
bijkomende regels opleggen die verder gaan dan de eisen die in het onderzoekskaderprogramma
worden gesteld en die niet noodzakelijk geschikt zijn voor de financiering van onderzoek.
Tekstvak 8.3 – De Europese meerwaarde van projecten kan worden beperkt door nietsubsidiabele kosten
Derde paragraaf:
Deze bevinding heeft betrekking op het probleem van het gemengd gebruik van hetzelfde materiaal
voor andere interne veiligheidstaken. De Commissie zal deze bevinding opvolgen door het
afgesloten Spaanse jaarlijks programma EBF van 2009 te heropenen.
8.23.
Eerste streepje:
De regels voor Horizon 2020 zijn aangepast zodat het gebruik van begrote tarieven voor
personeelskosten subsidiabel zal worden, als ze gebaseerd zijn op de gebruikelijke methodes van de
begunstigde. Indirecte kosten zullen worden gebaseerd op een terugbetaling van een forfaitair
bedrag, om zo dit type fout te vermijden.
Tweede streepje:
Een geschikte follow-up van de algemene verplichting om geraamde kosten aan te passen is
moeilijk gebleken onder KP7. Om die reden staat Horizon 2020 toe geraamde cijfers te gebruiken
voor gemiddelde personeelskosten als dit de gebruikelijke methode is van de begunstigde om zo dit
risico op fouten weg te nemen.
8.24. De Commissie erkent dit probleem en investeert momenteel zwaar om uniforme procedures
voor Horizon 2020 te waarborgen, in het bijzonder door de oprichting van het gemeenschappelijk
ondersteuningscentrum. Dit centrum groepeert juridisch advies, bedrijfsprocessen, IT en audit in
één enkel directoraat dat ondersteuning biedt aan al de diensten van de Commissie die zich
bezighouden met onderzoek.
8.27. De auditstrategie is een meerjarige strategie binnen de hele Commissie. Jaarlijkse
schommelingen vallen te verwachten, zowel in het totale aantal audits als tussen de diensten zonder
dat de globale efficiëntie van de audits achteraf daardoor wordt beïnvloed. Mocht er in een bepaald
jaar een achterstand opgelopen zijn, zal deze in de daaropvolgende jaren worden gecompenseerd in
overeenstemming met het meerjarige karakter van de auditstrategie.
Voornamelijk voor het Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (ERCEA) waren de
audits iets later begonnen dan voorzien in de auditstrategie. De trend toont echter dat de kloof wordt
gedicht.
8.32. Het jaarlijkse activiteitenverslag bood volledige transparantie door een indicatie te geven van
het restfoutenpercentage, het risicodragende bedrag en de materialiteit. De beslissing om geen
voorbehoud te maken voor betalingen voor het kaderprogramma voor concurrentievermogen en het
ICT-beleidsondersteuningsprogramma is nauwkeurig afgewogen en is gebaseerd op het feit dat het
restfoutenpercentage niet kon worden gebruikt om te extrapoleren en degelijke conclusies te trekken
gezien het beperkte aantal audits (14 afgeronde audits). DG CONNECT gaat door met zijn
inspanningen om de non-research auditstrategie volledig toe te passen en nauw toe te zien op de
resultaten. Deze programmapijler van het CIP is geïntegreerd in Horizon 2020 in de nieuwe
programmaperiode.
8.33.
Eerste streepje:
De Commissie is van mening dat het door de Rekenkamer vastgestelde foutenpercentage slechts
één indicator is voor de doeltreffendheid van de besteding van de EU-uitgaven. Het is ook van
belang om rekening te houden met de resultaten van haar meerjarige controlestrategie. Op basis
daarvan berekenen haar diensten een percentage resterende fouten, waarin rekening wordt gehouden
met terugvorderingen, correcties en de effecten van al hun controles en audits. Het berekende
restfoutenpercentage aan het eind van 2013 bedroeg ongeveer 3 % voor de onderzoekscluster, 0,95
% de "Een leven lang leren" en "Jeugd in actie" programma's beheerd door nationale
agentschappen, en minder dan 2 % voor binnenlandse zaken en justitie.
Aanbeveling 1:
De Commissie aanvaardt deze aanbeveling. De communicatiecampagne heeft tot op vandaag meer
dan 3100 mensen bereikt tijdens 24 evenementen. De Commissie zal deze inspanningen blijven
voortzetten met als doel begeleiding bij Horizon 2020 te verschaffen (zie aanbeveling 3).
Aanbeveling 2:
De Commissie aanvaardt deze aanbeveling. Op het gebied van onderzoek worden de
personeelsleden van de Commissie via voorlichtingsactiviteiten gewaarschuwd voor de specifieke
risico's van verschillende types begunstigden. Die hebben zowel betrekking op het
betalingsstadium, waar er nog een effect kan zijn op KP7, als op de fase waarin het contract wordt
gesloten, waar de effecten zich in Horizon 2020 zullen doen voelen. Voor Horizon 2020 zal dit type
informatie systematischer worden ingevoegd in het informatiesysteem dat de Commissie gebruikt.
De verwachting is dat 83 % van de audits achteraf voor de periode 2012-2016 zal worden
geselecteerd op basis van verschillende risicofactoren, waardoor aan de aanbeveling van de
Rekenkamer zal worden tegemoetgekomen.
Voor ander intern beleid zal de aanbeveling verder worden geanalyseerd in het licht van de nieuwe
programmacontext om tot een kosteneffectieve oplossing te komen.
Aanbeveling 3:
De Commissie aanvaardt deze aanbeveling en erkent haar verplichting om tijdig en op een
efficiënte manier voor begeleiding van begunstigden te zorgen. Voor programma's van de periode
2014-2020 is de begeleiding al veel vroeger aangeboden dan voor eender welk programma uit het
verleden.
Voor onderzoek is een reeks documenten reeds beschikbaar op de website van het
deelnemersportaal
(http://ec.europa.eu/research/participants/portal/desktop/en/funding/reference_docs.html).
In één van die documenten, de Horizon 2020 "Annotated Grant Agreement" (AGA), worden in
detail en met een groot aantal praktische voorbeelden alle bepalingen van de subsidieovereenkomst
uitgelegd. Er is bijzondere aandacht besteed aan die delen van de subsidieovereenkomst die
aanzienlijk verschillen van KP7, zoals de nieuwe bepalingen voor personeelskosten.
Voor onderwijs en cultuur heeft de Commissie uitvoerige richtsnoeren opgesteld voor de nationale
agentschappen. Die hebben betrekking op het beheer van alle fasen van de projectcyclus en de
toepassing van internecontrolenormen, waaronder specifiek de selectie, de uitvoering en de
registratie van controles op begunstigden van het Erasmus+ programma.
Verdere doelgerichte richtsnoeren zullen worden opgesteld voor zover nodig.