Het Hof actueel

ICC-PIDS-TCT-01- 038/14_Ned
Update: 17 februari 2014
Het Hof actueel
Over het Hof
Onderzoeken en zaken
Opgericht: Door een internationaal verdrag (het Statuut
van Rome), dat op 1 juli 2002 van kracht werd.
8 Onderzoeken: het Parket van de Aanklager onderzoekt in
Uganda, DRC, CAR, Darfur (Sudan), Kenia, Libië, Ivoorkust
en Mali.
Staten die Partij zijn bij het Statuut: 122 landen zijn lid
bij het Statuut van Rome. Waarvan 34 Afrikaanse landen,
18 landen uit de regio Zuid-Oost Azië, 18 Oost-Europese
landen, 27 landen uit de regio Latijns-Amerika en het
Caraïbisch gebied evenals 25 landen in West-Europa en
Noord-Amerika.
9 Voorbereidende onderzoeken: het Parket van de
Aanklager volgt de situatie in Afghanistan, CAR, Colombia,
Georgië, Guinee, Honduras, Nigeria, Zuid-Korea en de
Komoren (Mavi Marmara incidenten).
4 Misdrijven die onder de jurisdictie van het Hof
vallen: De meest ernstige misdrijven die de internationale
gemeenschap aangaan, namelijk genocide, misdaden tegen
de menselijkheid en oorlogsmisdrijven begaan na 1 juli 2002,
evenals het misdrijf agressie, zodra aan de voorwaarden
waaronder het Hof jurisdictie hierover heeft, is voldaan.
26 Arrestatiebevelen: 8 aanhoudingen zijn verricht en
2 arrestatiebevelen zijn herroepen na het overlijden van de
verdachten.
18 Rechters verkozen voor 9 jaar door de Vergadering van
Lidstaten.
8 Personen in verzekerde bewaring:
DRC: Thomas Lubanga Dyilo, Germain Katanga en Bosco
Ntaganda.
CAR: Jean-Pierre Bemba Gombo, Aimé Kilolo Musamba,
Fidèle Babala Wandu en Jean-Jacques Mangenda Kabongo.
Ivoorkust: Laurent Gbagbo.
President: Rechter Sang-Hyun Song.
Aanklager: Mw. Fatou Bensouda.
Griffier: Dhr. Herman von Hebel.
700 Medewerkers: uit ongeveer 90 landen.
6 Officiële talen: Engels, Frans, Arabisch, Chinees, Russisch
en Spaans.
2 Werktalen: Engels en Frans.
Hoofdkantoor: Den Haag, Nederland.
9 Dagvaardingen: alle 9 zijn vrijwillig voor het Hof
verschenen, geen van hen is in verzekerde bewaring.
Voortvluchtig: 13 verdachten. Het ICC is afhankelijk van de
medewerking van staten en internationale organisaties om de
arrestatiebevelen uit te voeren.
21 Zaken zijn voor het Hof gebracht waarvan 5 lopend voor
het Hof en 2 zaken in hoger beroep.
6 Posten: Kinshasa en Bunia (Democratische Republiek van
de Congo “DRC”); Kampala (Uganda); Bangui (Centraal
Afrikaanse Republiek “CAR”); Nairobi (Kenia); Abidjan
(Ivoorkust).
Programma budget voor 2014: € 121 miljoen.
NB: Van dit informatieblad worden regelmatig nieuwe versies gepubliceerd. U kunt de nieuwste versie vinden op de ICC website
www.icc-cpi.int.
Stand van zaken
De situatie in Uganda
Deze situatie werd naar het Hof verwezen door de Ugandese regering, in december 2003. De
Aanklager startte een onderzoek in juli 2004.
• 5 arrestatiebevelen (1 herroepen)
• 0 verdachten in bewaring
• 4 verdachten voortvluchtig
• 1 zaak
• 0 lopende processen
De Aanklager vs. Joseph Kony, Vincent Otti, Okot Odhiambo en Dominic Ongwen (Pre-Trial stage)
Vijf arrestatiebevelen zijn uitgevaardigd voor vooraanstaande leden van het Lords Resistance Army (LRA) in verband met misdaden tegen de
menselijkheid en oorlogsmisdrijven begaan sinds juli 2002 in Uganda. Nadat de dood van Raska Lukwiya werd bevestigd, is de zaak tegen hem
beëindigd. Joseph Kony, Vincent Otti, Okot Odhiambo en Dominic Ongwen zijn niet in de verzekerde bewaring van het Hof.
De situatie in de Democratische Republiek van de Congo (DRC)
Deze situatie werd naar het Hof verwezen door de regering van de DRC in april 2004. De
Aanklager startte een onderzoek in juni 2004.
De Aanklager vs. Thomas Lubanga Dyilo (hoger beroep)
Thomas Lubanga Dyilo, de oprichter van de Union des patriotes congolais [Unie van
• 7 arrestatiebevelen
• 3 verdachten in bewaring
• 1 verdachte voortvluchtig
• 6 zaken
• 1 lopend proces
• 2 zaken in hoger beroep
Congolese Patriotten] (UPC) en de Forces patriotiques pour la libération du Congo [Patriotische strijdkrachten voor de bevrijding van Congo] (FPLC),
voormalig Hoofdcommandant van de FPLC en president van de UPC, is schuldig bevonden door Trial Chamber I op 14 maart 2012 als mede
verantwoordelijke voor de oorlogsmisdrijven het aannemen en dwingen tot dienstplicht van kinderen jonger dan 15 jaar in de FPLC en hen actief
laten deelnemen aan vijandelijkheden tussen september 2002 en augustus 2003. Op 10 juli 2012 werd hij veroordeeld tot totaal 14 jaar gevangenisstraf.
Op 7 augustus 2012 heeft Trial-Chamber I een beslissing genomen over de voorwaarden voor de vergoeding aan de slachtoffers in deze zaak.
Op dit moment is beroep aangetekend tegen alle voornoemde uitspraken. Op dit moment, blijft de heer Lubanga Dyilo in de verzekerde bewaring van
het Hof.
De Aanklager vs. Germain Katanga (Trial stage)
Germain Katanga, de vermeende commandant van de Force de résistance patriotique en Ituri [Patriotische Verzetsbeweging in Ituri] (FRPI),
wordt beschuldigd van drie misdaden tegen de menselijkheid (moord, verkrachting en sexuele slavernij) en zeven oorlogsmisdrijven (het gebruik
van kinderen jonger dan 15 jaar om actief deel te nemen aan vijandelijkheden, het richten van een aanval op een burgerbevolking als zodanig of
tegen afzonderlijke burgers die niet direct betrokken zijn bij de vijandelijkheden, moord met voorbedachten rade, vernietiging van bezittingen,
plunderingen, sexuele slavernij en verkrachting). Zijn proces is begonnen op 24 november 2009 en partijen hebben hun eindconclusie van 15 tot
23 mei 2012 gepresenteerd. Hoewel deze zaak eerder was gecombineerd met de zaak tegen Mathieu Ngudjolo Chui heeft op 21 november 2012 Trial
Chamber II besloten om de zaak tegen hen te splitsen. De uitspraak staat gepland voor 7 maart 2014. De heer Katanga verblijft in de verzekerde bewaring
van het Hof.
De Aanklager vs. Mathieu Ngudjolo Chui (hoger beroep)
Mathieu Ngudjolo Chui, de vermeende voormalige leider van het Front des nationalistes et intégrationnistes [Nationale Integratiefront] werd beschuldigd van
drie misdaden tegen de menselijkheid (moord, verkrachting en sexuele slavernij) en zeven oorlogsmisdrijven (het gebruik van kinderen jonger dan 15 jaar om
actief deel te nemen aan vijandelijkheden, het richten van een aanval op een burgerbevolking als zodanig of tegen afzonderlijke burgers die niet direct betrokken
zijn bij de vijandelijkheden, moord met voorbedachten rade, vernietiging van bezittingen, plunderingen, sexuele slavernij en verkrachting). Hoewel deze zaak
eerder was gecombineerd met de zaak tegen Germain Katanga heeft op 21 november 2012 Trial Chamber II besloten om de zaak tegen hen te splitsen. Op 18
december 2012 heeft Trial Chamber II Mathieu Ngudjolo Chui vrijgesproken voor de aanklachten van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
Op 21 december 2012 is Mathieu Ngudjolo Chui vrijgelaten. Het Bureau van de Aanklager heeft beroep aangetekend tegen de uitspraak.
De Aanklager vs. Bosco Ntaganda (Pre-Trial stage)
Bosco Ntaganda, het vermeende voormalige plaatsvervangend hoofd van de generale staf van de Forces Patriotiques pour la Libération du Congo
[Patriotische strijdkrachten voor de bevrijding van Congo] (FPLC), wordt beschuldigd van zeven oorlogsmisdrijven (het aannemen en dwingen tot
dienstplicht van kinderen jonger dan 15 jaar en hen actief laten deelnemen aan vijandelijkheden, moord, aanvallen tegen de burgerbevolking, verkrachting
en sexuele slavernij en plunderingen) en drie misdaden tegen de menselijkheid (moord, verkrachting en sexuele slavernij en vervolging) in Ituri (DRC).
Op 22 maart 2013 heeft Bosco Ntaganda zichzelf vrijwillig aangegeven en hij bevindt zich nu in de verzekerde bewaring van het ICC. De zitting over de
tenlastelegging heeft plaatsgevonden van 10 tot 14 februari 2014.
De Aanklager vs. Callixte Mbarushimana (aanklachten ongegrond verklaard)
Callixte Mbarushimana, vermeend Uitvoerend Secretaris van de Forces Démocratiques pour la Libération du Rwanda – Forces Combattantes Abacunguzi
(FDLR-FCA), werd beschuldigd van vijf misdaden tegen de menselijkheid (moord, marteling, verkrachtiging, onmenselijke daden en vervolging) en zes
oorlogsmisdrijven (aanvallen tegen de burgerbevolking, vernietiging van bezittingen, moord, marteling, verkrachting en onmenselijke behandeling)
begaan in de Kivus in 2009. Hij werd gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis van het Strafhof op 25 januari 2011. De zitting over de tenlastelegging
heeft plaatsgevonden van 16 tot 21 september 2011. Op 16 december 2011 heeft Pre-Trial Chamber I bij meerderheid besloten de tenlastelegging tegen de
heer Mbarushimana niet te bekrachtigen. Op 23 december 2011 werd hij vrijgelaten. Op 30 mei 2012 heeft de Appeals Chamber het hoger beroep van de
Aanklager tegen dit besluit afgewezen.
De Aanklager vs. Sylveste Mudacumura (Pre-Trial stage)
Sylvestre Mudacumura, vermeend Commandant van de Forces démocratiques de libération du Rwanda – Forces Combattantes Abacunguzi (FDLR-FOCA)
is aangeklaagd voor negen oorlogsmisdaden (aanvallen van de burgerbevolking, moord, verminking, wrede behandeling, verkrachting, marteling,
vernieling van persoonlijke bezittingen, plunderen en excessief geweld tegen de persoonlijke waardigheid), gepleegd tussen 20 januari 2009 en eind
september 2010, en marge van het conflict in de Kivus. De heer Mudacamura is niet in de verzekerde bewaring van het Hof.
De situatie in Darfur, Sudan
Deze situatie werd naar het Hof verwezen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, ingevolge
haar resolutie 1593 van 31 maart 2005. De Aanklager startte een onderzoek in juni 2005.
De Aanklager vs. Ahmad Muhammad Harun (“Ahmad Harun”) en Ali Muhammad Ali
Abd-Al-Rahman (“Ali Kushayb”) (Pre-Trial stage)
• 5 arrestatiebevelen
• 3 dagvaardingen
• 0 verdachten in bewaring
• 4 verdachten voortvluchtig
• 5 zaken
• 1 lopend proces
Voormalig Minister van Staat voor Binnenlandse Zaken, Ahmad Harun, en de vermeende leider van
de Janjaweed militie, Ali Kushayb, worden beschuldigd van 20 misdaden tegen de menselijkheid (waaronder, inter alia, moord, gedwongen verplaatsing
van de bevolking, gevangenneming of ernstige vrijheidsberoving en marteling) en 22 oorlogsmisdrijven (waaronder, inter alia, moord, aanvallen gericht
tegen de burgerbevolking, aanvallen tegen de persoonlijke waardigheid, vernieling van eigendommen en plundering). De twee verdachten zijn Niet in
de verzekerde bewaring van het Hof.
De Aanklager vs. Omar Hassan Ahmad Al Bashir (Pre-Trial stage)
De Sudanese president Omar Al Bashir wordt verdacht van vijf misdaden tegen de menselijkheid (moord, uitroeiing, gedwongen verhuizing, marteling
en verkrachting) en twee gevallen van oorlogsmisdrijven (opzettelijk richten van aanvallen tegen een burgerbevolking als zodanig of tegen afzonderlijke
burgers die niet direct betrokken zijn bij de vijandelijkheden en plundering) en drie gevallen van genocide tegen de etnische groeperingen Fur, Masalit en
Zaghawa. De verdachte is niet in de verzekerde bewaring van het Hof.
De Aanklager vs. Bahar Idriss Abu Garda (aanklachten ongegrond verklaard)
Bahar Idriss Abu Garda, voorzitter en algemeen coördinator van de militaire operaties van het United Resistance Front werd verdacht van drie
gevallen van oorlogsmisdrijven (geweld tegen het leven, opzettelijk richten van aanvallen tegen personeel, installaties, materieel, eenheden en voertuigen
betrokken bij een vredesmissie en plundering) mogelijk begaan tijdens een aanval die op 29 september 2007 werd uitgevoerd op de African Union
Peacekeeping Mission in Sudan. Na een dagvaarding, verscheen hij vrijwillig voor het Hof en de zitting over de tenlastelegging in de zaak werd gehouden
van 19-29 oktober 2009. Op 8 februari 2010 besloot Pre-Trial Chamber I de tenlastelegging niet te bekrachtigen wegens onvoldoende bewijs.
De Aanklager vs. Abdallah Banda Abakaer Nourain (“Banda”) (Trial stage)
Abdallah Banda is aangeklaagd voor drie oorlogsmisdaden (geweld gericht tegen het leven in de vorm van moord, ofwel begaan danwel beoogd, het
opzettelijk richten van aanvallen tegen personeel, installaties, materieel, eenheden en voertuigen betrokken bij een vredesmissie en plundering). Deze
misdaden zijn mogelijk begaan tijdens een aanval die op 29 september 2007 werd uitgevoerd op de African Union Peacekeeping Mission in Sudan, op
de militaire basis van Haskanita, in de omgeving van Umm Kadada in Noord-Darfur, Sudan. In de initiële fase was deze zaak ook gericht tegen Saleh
Mohammed Jerbo Jamus, maar Trial Chamber IV heeft de zaak tegen hem beëindigd, nadat aanwijzingen zijn ontvangen die wezen op zijn dood Het
proces in deze zaak is gepland te beginnen op 5 mei 2014. Abdallah Banda is niet in de verzekerde bewaring van het Hof.
De Aanklager vs. Abdel Raheem Muhammad Hussein (Pre-trial stage)
Abdel Raheem Muhammad Hussein, de huidige Minister van Defensie van Sudan en voormalig Minister van Binnenlandse Zaken en voormalig
speciaal gezant voor de regio Darfur van de President van Sudan, is aangeklaagd voor zeven misdaden tegen de menselijkheid (vervolging, moord,
gedwongen verhuizing, verkrachting, onmenselijke daden, gevangenneming of ernstige vrijheidsberoving en marteling) en zes oorlogsmisdaden (moord,
aanvallen gericht tegen de bevolking, vernietiging van eigendommen, verkrachting, plundering en misdaden tegen de persoonlijke waardigheid). De
verdachte niet in de verzekerde bewaring van het Hof, omdat hij op vrijwillige basis zal verschijnen.
De situatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)
Deze situatie werd naar het Hof verwezen door de regering van de CAR in december 2004. De Aanklager
startte een onderzoek in mei 2007.
De Aanklager vs. Jean-Pierre Bemba Gombo (Trial stage)
• 2 arrestatiebevelen
• 1 aangeklaagde in bewaring
• 3 verdachte in bewaring
• 0 verdachten voortvluchtig
• 2 zaken
• 1 lopend proces
• 1 zaak in de pre-trial fase
Jean-Pierre Bemba Gombo, de vermeende president en hoofdcommandant van de Mouvement de
libération du Congo [Beweging voor de bevrijding van Congo] (MLC), is aangeklaagd voor twee gevallen
van misdaden tegen de menselijkheid (verkrachting en moord) en drie gevallen van oorlogsmisdrijven
(verkrachting, moord en plundering). Zijn proces is begonnen op 22 november 2010. De heer Bemba is in de verzekerde bewaring van het Hof.
De Aanklager vs. Jean-Pierre Bemba Gombo, Aimé Kilolo Musamba, Jean-Jacques Mangenda Kabongo, Fidèle Babala Wandu en
Narcisse Arido (Pre-Trial stage)
Jean-Pierre Bemba Gombo, Aimé Kilolo Musamba, Jean-Jacques Mangenda Kabongo, Fidèle Babala Wandu en Narcisse Arido worden verdacht van
misdrijven tegen de gerechtelijke gang vermeend begaan in relatie tot de zaak The Prosecutor v. Jean-Pierre Bemba Gombo, bestaande uit het door omkoping
beïnvloeden van getuigen voor het ICC en het tonen van bewijs waarvan zij wisten dat het vals of vervalst was. Fidèle Babala Wandu en Aimé Kilolo
Musamba werden op 25 november 2013 na hun arrestatie overgebracht naar het ICC detention centre. De eerste voorgeleiding voor het ICC van Fidèle
Babala Wandu en Aimé Kilolo Musamba werd op 27 november 2013 gehouden. Jean-Pierre Bemba Gombo verscheen tezamen met hen. In navolging
van zijn arrestatie werd Jean-Jacques Mangenda Kabongo overgebracht naar het ICC detention centre op 4 december 2013 en verscheen voor zijn eerste
voorgeleiding voor het hof op 5 december 2013. De beslissing over de tenlastelegging zal schriftelijk worden gedaan binnen afzienbare tijd.Narcisse Arido
zal worden uitgeleverd aan het Hof, na voltooiing van de noodzakelijke gerechtelijke procedures in Frankrijk.
De situatie in Kenia
Op 31 maart 2010 heeft Pre-Trial Chamber II de Aanklager geautoriseerd, om een onderzoek
propiu motu in de situatie in de Republiek Kenia te starten in relatie tot de geweldadigheden na
de verkiezingen in 2007-2008 in het land. Kenia is een lidstaat van het ICC sinds 15 maart 2005.
• 6 dagvaardingen
• 1 arrestatiebevel
• 0 verdachten in bewaring
• 1 verdachte voortvluchtig
• 3 zaken
• 2 lopende processen
De Aanklager vs. William Samoei Ruto en Joshua Arap Sang (Trial stage)
William Samoei Ruto en Joshua Arap Sang worden beschuldigd van drie misdaden tegen de menselijkheid (moord, deportatie of gedwongen
verhuizing van de bevolking en vervolging) vermeend begaan en marge van het geweld na de verkiezingen in 2007-2008. Het proces in deze zaak is
begonnen op 10 september 2013. De verdachten zijn niet in de verzekerde bewaring van het Hof omdat zij vrijwillig verschijnen voor het Hof.
De Aanklager vs. Uhuru Muigai Kenyatta (Trial stage)
Uhuru Muigai Kenyatta wordt beschuldigd van vijf misdaden tegen de menselijkheid (moord, deportatie of gedwongen verhuizing van een
burgerbevolking, verkrachting, vervolging en andere onmenselijke daden) vermeend begaan en marge van het geweld na de verkiezingen in 2007-2008.
Op 23 januari 2014 heeft Trial Chamber V(b) de startdatum van 5 februari 2014 in de zaak van The Prosecutor v. Uhuru Muigai Kenyatta uitgesteld. De heer
Kenyatta is niet in de verzekerde bewaring van het Hof omdat hij vrijwillig verschijnt voor het Hof.
De Aanklager vs. Walter Osapiri Barasa (Trial stage)
Walter Osapiri Barasa is verdacht van drie misdrijven tegen de gerechtelijke gang bestaand uit omkoping of poging tot omkoping ter beinvloeding van
drie getuigen van het ICC. De heer Barasa is niet in de verzekerde bewaring van het Hof.
De situatie in Libië
Op 26 februari 2011 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties unaniem besloten, ingevolge
haar resolutie 1970 om de situatie, met ingang van 15 februari 2011, in Libië te verwijzen naar het
ICC. Op 3 maart 2011 heeft de ICC Aanklager een onderzoek gestart naar de situatie in Libië.
De Aanklager vs. Saif Al-Islam Gaddafi en Abdullah Al-Senussi (Pre-Trial stage)
• 3 arrestatiebevelen (1 herroepen)
• 0 verdachten in bewaring
• 2 verdachten voortvluchtig
• 1 zaak
• 0 lopende processen
Saif Al-Islam Gaddafi en Abdullah Al-Senussi worden verdacht van twee misdaden tegen de menselijkheid (moord en vervolging) vermeend
begaan in Libië van 15 tot tenminste 28 februari 2011. Een arrestatiebevel tegen Muammar Mohammed Abu Minyar Gaddafi was ook uitgevaardigd
maar zijn zaak werd beëindigd op 22 november 2011 vanwege zijn dood. De verdachten zijn niet in de verzekerde bewaring van het Hof. Op 31 mei 2013
heeft Pre-Trial Chamber I de eis van Libië van niet-ontvankelijk verklaring in de zaak tegen Saif Al-Islam Gaddafi afgewezen en Libië herinnerd aan de
verplichting tot uitlevering van de verdachte aan het Hof. Deze uitspraak is onderhevig aan een beroep voor de Appeals Chamber, welke binnen afzienbare
tijd zal beslissen. Op 11 oktober 2013, heeft Pre-Trial Chamber I besloten dat de zaak tegen Abdullah Al-Senussi niet ontvankelijk is voor het ICC omdat
de zaak op dit moment onderdeel is van een nationale zaak uitgevoerd door de Libische autoriteiten en dat Libië bereid en in staat is om een dergelijk
onderzoek uit te voeren. De verdediging heeft beroep aangetekend tegen deze beslissing.
De situatie in Ivoorkust
• 3 arrestatiebevelen
Op 3 oktober 2011 heeft Pre-Trial Chamber III het verzoek van de Aanklager gehonoreerd om • 1 verdachte in bewaring
propriu motu een onderzoek te starten naar de situatie in Ivoorkust inzake de vermeende misdaden • 0 verdachten voortvluchtig
die vallen onder de rechtsmacht van het Strafhof, begaan sinds 28 november 2010, als ook naar • 2 zaken
de misdaden die mogelijk in de toekomst worden gepleegd in de context van deze situatie. Op • 0 processen
22 februari heeft Pre-Trial Chamber III, besloten om de autorisatie tot het doen van onderzoek in
Ivoorkust uit te breiden naar vermeende misdaden die onder de jurisdictie van het Hof vallen, begaan tussen 19 september 2002 en 28 november 2010.
Ivoorkust heeft de rechtsmacht van het ICC op 18 april 2003 aanvaard en dit werd herbevestigd door de President van Ivoorkust op 14 december 2010 en
3 mei 2011. Op 15 februari 2013 heeft Ivoorkust het Rome Statuut geratificeerd
De Aanklager vs. Laurent Gbagbo (Pre-Trial stage)
Laurent Gbagbo wordt beschuldigd van vier aanklachten wegens misdaden tegen de menselijkheid (moord, verkrachting en overig sexueel geweld,
vervolging en andere inhumane daden) vermeend begaan en marge van het geweld na de verkiezingen op het grondgebied van Ivoorkust tussen
16 december 2010 en 12 april 2011. De zitting over de tenlastelegging heeft plaatsgevonden van 19 tot 28 februari 2013. Op 3 juni 2013 heeft, Pre-Trial
Chamber I, de zitting over de tenlastelegging tijdelijk stilgelegd en de Aanklager verzocht om na te gaan om meer bewijs te overleggen of verder onderzoek
te doen naar de tenlasteleggingen tegen Laurent Gbagbo. Op 16 december 2013 heeft de ICC Appeals Chamber, de beslissing bevestigd over de tijdelijke
stopzetting van de zitting over de tenlastelegging. In navolging van deze beslissing heeft Pre-Trial Chamber I een nieuwe planning voor vervolgzittingen
gemaakt inclusief het beschikbaar stellen van additioneel bewijs en bevindingen van de Aanklager, de Verdediging en de slachtoffers die deelnemen aan
deze zaak. De heer Gbagbo is in de verzekerde bewaring van het Hof.
De Aanklager vs. Simone Gbagbo (Pre-Trial stage)
Simone Gbagbo wordt beschuldigd van vier misdaden tegen de menselijkheid (moord, verkrachting en overig sexueel geweld, vervolging en andere
inhumane daden) vermeend begaan en marge van het geweld na de verkiezingen op het grondgebied van Ivoorkust tussen 16 december 2010 en 12 april
2011. Op 1 oktober 2013 heeft Ivoorkust een verzoek tot niet ontvankelijkheid ingediend in de zaak tegen Simone Gbagbo. Pre-Trial Chamber I zal een
beslissing binnen afzienbare tijd hierover nemen. Mevrouw Gbagbo is niet in de verzekerde bewaring van het Hof.
De Aanklager vs. Charles Blé Goudé (Pre-Trial stage)
Charles Blé Goudé wordt beschuldigd van vier misdaden tegen de menselijkheid (moord, verkrachting en overig sexueel geweld, vervolging en andere
inhumane daden) vermeend begaan en marge van het geweld na de verkiezingen op het grondgebied van Ivoorkust tussen 16 december 2010 en 12 april
2011. De heer Blé Goudé is niet in de verzekerde bewaring van het Hof.
De situatie in Mali
De situatie in Mali werd naar het Hof verwezen door de regering van Mali op 13 juli 2012. Op 16 januari 2013 opende de Aanklager een onderzoek naar
de vermeende misdaden begaan op het grondgebied van Mali sinds januari 2012.
www.icc-cpi.int | Dit is geen officieel document. Het is uitsluitend bedoeld als publieksinformatie.
Internationaal Strafhof: Maanweg 174; 2516 AB, Den Haag , Nederland. Postadres: PB 19519; 2500 AB, Den Haag , Nederland.
Tel. + 31 (0)70 515 8515; Fax +31 (0)70 515 8555. Youtube: www.youtube.com/IntlCriminalCourt; Twitter account: www.twitter.com/IntlCrimCourt
Flickr: www.flickr.com/photos/icc-cpi