Brief statenfractie PVV inzake subsidieonderzoek

^^{j3ÜaiUS:::iaiil
'£
groningen
Aan Provinciale Staten
bezoekadres: M a r t i n i k e r k h o f 12
postadres: Postbus 610
9700 A P
Groningen
algemeen t e l e f o o n n r : 050 316 49 I I
algemeen faxnr.: 050 316 49 33
Datum
Briefnummer
Zaaknummer
Behandeld door
Telefoonnummer
E-mail
Antwoord op
Bijlagen
www.proyinciegroningen.nl
[email protected]
^i^vw.jiï^
- 4 MAART 2014
2014-07412/1 o/A. 13, FC
496201
Scheper M.
(050)316 4241
[email protected]
Onderwerp
Brief statenfractie P W inzake subsidieonderzoek
UJ
Geachte dames en heren.
(/)
1. Samenvatting
De PW-fractie heeft een subsidieonderzoek uit laten voeren naar de subsidiëring
van COS Groningen en IVN Nederland over de periode 2003-2010. De
hoofdconclusie is dat over de onderzochte periode de betreffende subsidiëring
geen aantoonbare bijdrage aan beleidsdoelen heeft geleverd. Dit doordat
maatschappelijke effecten en prestatie-indiactoren niet specifiek en meetbaar
waren geformuleerd. De aanbevelingen kunnen gerubriceerd worden in enerzijds
zorgen voor betere formulering van prestatie-indicatoren en maatschappelijke
effecten en anderzijds in een scherpere controle op het behalen van de
maatschappelijke doelstellingen en prestatie-indicatoren.
Het belang van goede en meetbare prestatie-indicatoren en maatschappelijke
effecten onderkennen wij. Met de invoering van de digitale monitor Groningen is
een eerste stap gezet naar een betere monitoring van de realisatie van de
beleidsdoelen en doelstellingen. Onze ambitie is ook om dit verder uit te bouwen
bij de Begroting 2015. Ten aanzien van een scherpere controle op het behalen van
maatschappelijke effecten bij subsidiëring verwijzen wij naar het ingevoerde beleid
ten aanzien van het Rijkssubsidiekader per 1 januari 2013. Hierbij wordt een
evenwicht gezocht tussen de uitgangspunten "sturing op prestaties" en
"verantwoord vertrouwen en risico acceptatie".
2. Doel en wettelijke grondslag
In uw vergadering van 11 december 2013 heeft u besloten om de brief van de heer
van Kesteren, fractievoorzitter van de P W , betreffende verzoek om agendering
rapport P W inzake subsidieonderzoek in handen van ons college te stellen. In
deze brief zullen wij u inhoudelijk ingaan op de brief van de PW-fractie.
3. Procesbeschrijving en planning
Niet van toepassing.
o
06-HB-SG-001
4. Begroting
Niet van toepassing.
De provincie Crcningeo werkt vaU^&rs r^onvisn die zijn vastf^eis-yd in een handvea! voor dienstveriening.
Dit handvest vmüt u op onze website ot Kimt u opvragen bij de afdeiing Communicatie en Kabinet. Pubüeksvoofïichting: 050 316416Ö
5. Inspraak/participatie
Niet van toepassing.
6. Nadere toelichting
6.1 Brief P W en onderzoeksrapport "subsidies provincie Groningen in
beeld".
In opdracht van de PW-fractie is een onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit
van subsidies. In dit onderzoek wordt de subsidiëring over de jaren 2003-2010
aan COS Groningen en IVN Groningen getoetst aan de conclusies van een eerder
uitgevoerd onderzoek van de Noordelijke Rekenkamer (NRK) uit 2008.
Naar aanleiding van het onderzoeksrapport heeft de PW-fractie een begeleidende
brief meegestuurd.
Het rapport komt met de volgende hoofdconclusie:
De subsidiëring aan COS en IVN Groningen heeft geen aantoonbare bijdrage aan
de beleidsdoelen geleverd. De reden hiervan is te vinden in het feit dat de
beleidsdoelen en prestatie-indicatoren niet specifiek en niet meetbaar waren
geformuleerd.
Ten aanzien van de onderzochte instellingen worden in het onderzoek en brief van
de P W de volgende conclusies geformuleerd:
COS Groningen (inmiddels Noordbaak).
Van de meeste projecten van het COS kan geen aantoonbare bijdrage aan de
provinciale beleidsdoelen worden vastgesteld, meestal doordat er in de
subsidieaanvragen geen beoogde maatschappelijke effecten waren geformuleerd.
In de visie van de onderzoeker paste het COS in sommige gevallen eenzijdig de
subsidievoorwaarden aan of werd geen verantwoording afgelegd over de beoogde
resultaten. De P W is van mening dat er sprake zou zijn van misbruik of zelfs
fraude van subsidiegelden door het COS.
IVN Nederland.
Uit de jaarlijkse verslaggeving van het IVN is gebleken dat de meeste projecten
van het IVN geen aantoonbare bijdrage aan de provinciale beleidsdoelen hebben
geleverd. De primaire oorzaak hiervan ligt bij het ontbreken van duidelijke effectindicatoren in de subsidieaanvraag. De IVN-organisatie heeft de capaciteit om
maatschappelijke effecten te bewerkstelligen met subsidie, zolang de provincie hen
duidelijke doelen stelt om naartoe te werken.
Het onderzoeksrapport en de brief van de P W bevatten eveneens diverse
aanbevelingen. Deze zijn ruwweg te rubriceren in twee onderdelen:
1. Betere formulering en monitoring van maatschappelijke effecten en prestatieindicatoren;
2. Scherpere controles op het behalen van maatschappelijke effecten en
prestatie-indicatoren.
6.2 Reactie op de onderzoeksresultaten en brief van de P W .
In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het een gedegen onderzoeksrapport
betreft op wetenschappelijke basis. Hierbij merken wij wel op dat het onderzoek
zich beperkt tot twee instellingen. Bovendien overlapt de onderzochte periode
(2003-2010) het onderzoek van de NRK. Hierdoor komen de conclusies
grotendeels overeen met die van de NRK uit 2008. Nieuwe ontwikkelingen vanaf
2011 zijn niet onderzocht, waardoor ingevoerde verbeteringen in het proces niet in
de conclusies zijn meegenomen.
COS Groningen/Noordbaak.
De suggestie dat COS misbruik gemaakt of zelfs gefraudeerd zou hebben van
subsidiemiddelen wordt door ons niet onderschreven. De subsidies zijn
verantwoord via jaarverslagen en jaarrekeningen, vergezeld van een
controleverklaring van de accountant, waarbij is getoetst of de middelen zijn
besteed conform de subsidievoorwaarden. Wel kan gesteld worden dat in de
betreffende periode door ons onvoldoende is gestuurd op prestaties. COS bestaat
inmiddels niet meer en is overgegaan in Noordbaak. Bij deze instelling hebben wij
begin 2012 ook ingegrepen a.g.v. een slechte financiële positie en is een zakelijker
werkrelatie met duidelijker subsidievoorwaarden ingevoerd. Overigens stopt na
2015 de subsidiëring aan Noordbaak.
IVN Groningen
De hoofddoelstelling van het beleid ten aanzien van Natuur en Milieueducatie is
inderdaad onvoldoende SMART-geformuleerd. IVN Groningen voert een aantal
functies uit die voor ons van groot belang zijn. Deze functies worden vorm gegeven
via een concreet werkplan van het IVN, die wel SMART zijn geformuleerd.
Aanbevelingen uit het onderzoeksrapport en brief P W
1. Betere formulering en monitoring van maatschappelijke effecten en prestatieindicatoren
Een belangrijk aandachtspunt uit het rapport en de aanbevelingen heeft betrekking
op een betere formulering van maatschappelijke effecten en prestatie-indicatoren.
Het belang hiervan wordt door ons zeker onderkend. De input voor het opstellen
van de Begroting dient te komen uit de verschillende inhoudelijke beleidsnota's. In
deze beleidsnota's dienen de beoogde maatschappelijke effecten zo SMART
mogelijk te worden vertaald in beleidsdoelstellingen en daaraan gekoppelde
kengetallen en prestatie-indicatoren. Voor het realiseren van het beleid kan gebruik
worden gemaakt van het instrument subsidies. Het is dan ook van belang dat de
gesubsidieerde prestaties en/of activiteiten SMART worden geformuleerd en goed
aansluiten op de beleidsdoelstellingen, kengetallen en prestatie-indicatoren.
Beleidsmonitoring vindt plaats om vast te kunnen stellen of de beoogde
maatschappelijke effecten daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Met het invoeren van de digitale Monitor Groningen is door ons een verdere stap
gezet naar een betere monitoring van de realisatie van de maatschappelijke
effecten en prestatie-indicatoren en de daarmee gemoeide inzet van middelen. In
de Begroting 2014 is al een forse verbeterslag gemaakt ten aanzien van het
SMART formuleren van beleidsdoelen en -doelstellingen, evenals de daaraan
gekoppelde kengetallen en prestatie-indicatoren. Hierbij is ook aangegeven dat dit
een groeimodel is, waarbij de formulering van kengetallen en prestatie-indicatoren
steeds scherper zal moeten worden. Bij de Begroting 2015 zal het SMARTformuleren van kengetallen en prestatie-indicatoren verder verbeterd worden.
2.
Scherpere controles op het behalen van maatschappelijke effecten en
prestatie-indicatoren.
Met ingang van 1 januari 2013 wordt het Rijkssubsidiekader (RSK) toegepast bij
bijna alle subsidieverleningen door de provincie Groningen. De strekking van dit
kader is dat het afleggen van verantwoording is gebaseerd op een risicoanalyse.
Hoe groter het subsidiebedrag/risico, hoe meer verantwoordingseisen. Aan dit RSK
ligt een aantal essentiële uitgangspunten ten grondslag, in relatie tot de
aanbeveling van de P W zijn met name de uitgangspunten "sturing op prestaties"
en "verantwoord vertrouwen en risico acceptatie" van belang. Bij sturing op
prestaties gaat het vooral om het vooraf vaststellen en definiëren van de prestatie
c q . activiteit waarvoor de subsidie wordt verstrekt tegen een vooraf afgesproken
prijs. Bij verantwoord vertrouwen en risico-acceptatie verschuift de aandacht in de
uitvoering naar de risicogebieden en -groepen en naar de uitzonderingen. Dit
betekent ook meer eigen verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger. Werken
vanuit vertrouwen betekent ook dat een zeker risico wordt geaccepteerd. Controle
achteraf vindt plaats door op basis van risico inschatting steekproefsgewijs te
onderzoeken of de gesubsidieerde prestaties daadwerkelijk zijn geleverd. Hierbij
merken wij op dat bij vermoedens van misbruik en/of oneigenlijk gebruik van de
subsidie wij gebruik zullen maken van de mogelijkheid om nadere gegevens op te
vragen bij de subsidieontvanger en subsidies lager of nihil vast te stellen. In 2015,
nadat het 2 jaar van kracht is, zal een evaluatie plaats vinden. Tenslotte merken wij
op dat het naleven van de subsidievoorwaarden ook onderdeel is van de controle
op de rechtmatigheid bij de jaarrekening.
7. Afsluiting
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Groningen:
, voorzitter.
, secretaris.
Bijlagen:
Nr.
1
2
Titel
Subsidies provincie Groningen in beeld
Brief PW-fractie
Soort bijlage
Rapport
Brief