Bescherming van software: welke alternatieven bestaan er?

Legal
Bescherming van software: welke alternatieven bestaan er?
Het is opmerkelijk dat het overgrote deel van de jonge start-ups zich op heden focust op de ontwikkeling van
innovatieve software. Gezien het specifieke karakter hiervan, gaat deze ontwikkeling vaak gepaard met zware
investeringen. Niettemin blijft software van nature nochtans eenvoudig te kopiëren. Uw software voorzien van de
nodige beschermingsmechanismen is dan ook van kapitaal belang.
Op heden wordt de bescherming van software in België geregeld door de softwarewet van…. Deze wet bepaalt dat software
geniet van auteursrechtelijke bescherming van zodra het gaat om een eigen intellectuele schepping van de ontwikkelaar. Deze
bescherming wordt automatisch bekomen van zodra voldaan is aan de voorwaarde van originaliteit en blijft gelden tot 70 jaar
na de dood van de softwareontwikkelaar. Gelet op het feit dat geen formaliteit vervuld dient te worden, is dit dan ook de meest
eenvoudige en kosteloze manier van bescherming van software.
De keerzijde is evenwel dat de omvang van bescherming beperkt is tot de uitdrukkingswijze van het computerprogramma
(zijnde, de bron- en doelcode), maar niet de idee en beginselen omvat die aan de grondslag van het programma liggen. Aldus
blijft het vrij gemakkelijk voor derden om varianten op de software te ontwikkelen. Een andere pijnpunt aan de
auteursrechtelijke bescherming is de onduidelijkheid over het startpunt van de bescherming, juist omdat de softwarewetgeving
geen officiële registratie vereist.
In de praktijk kan deze bewijsproblematiek vaak tot discussie leiden over wie als eerste de software heeft ontwikkeld en aldus
als auteur beschouwd mag worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de informatica- en telecommunicatie-industrie reeds
geruime tijd haar misnoegen uit over de beperkingen van voormelde auteursrechtelijke bescherming. Het feit dat het verkrijgen
van dergelijke bescherming geen inspanningen vraagt, weegt immers niet op tegen het gebrek aan bescherming van het
functionele aspect van software. Innovatieve software is veelal bestemd om bepaalde problemen op te lossen of tot een bepaald
resultaat te bekomen, zodat het louter beschouwen van software als een geschreven bron- of doelcode die door de computer
wordt gelezen een te beknopte visie is die niet strookt met de praktijk.
Deze kritiek heeft er dan ook voor gezorgd dat veel softwareontwikkelaars een toevlucht hebben gezocht tot het octrooirecht,
met het oog op bescherming van de functionele elementen en de technische realisatie van hun innovatieve idee en concept.
Naast de ruimere en sterkere bescherming - die meer duidelijkheid biedt - dan een auteursrechtelijke bescherming, verschaft
een bescherming via octrooi ook een beter perspectief voor bedrijven die een licentiepolitiek willen uitbouwen.
Middels een octrooi kunnen zij immers aan geïnteresseerde licentienemers meer zekerheid bieden omtrent de in licentie gegeven
rechten. Nochtans biedt ook deze intellectueelrechtelijke bescherming geen allesomvattende oplossing. Zo sluiten immers het
Europees Octrooiverdrag en de Belgische octrooiwet “computerprogramma’s als zodanig” uit van hun toepassingsgebied zodat
er in principe geen octrooi kan worden verkregen voor software. Uit de praktijk blijkt evenwel dat het Europees Octrooibureau
(EOB) over de jaren heen reeds meer dan 30.000 softwareoctrooien heeft toegekend.
De reden hiervoor kon gevonden worden in een gewijzigde omschrijving van de octrooivraag, en het feit dat het EOB ervan
uitgaat dat de term “als zodanig” impliceert dat uitvindingen waarin een computerprogramma verwerkt zit niet onder de
uitsluiting vallen. Het EOB is daarbij van mening dat computer-geïmplementeerde uitvindingen een voldoende technisch
karakter hebben om als uitvinding gekwalificeerd te worden. Desalniettemin blijft een octrooi(aanvraag) een kostelijke en
tijdrovende procedure, die overigens enkel leidt tot een tijdelijke bescherming van 20 jaar. Om deze redenen blijft een
octrooirechtelijke bescherming van software voor veel KMO’s en start-ups dan ook een onaantrekkelijk alternatief.
Niettemin bestaan er naast het auteurs- en octrooirecht ook nog andere beschermingsalternatieven, die gekenmerkt worden
door een pragmatische aanpak en lage kost:
(1) Deponeren via i-DEPOT: Een i-DEPOT is een wettelijk bewijsmiddel dat uw software voorziet van een datumstempel. Het
biedt daarbij geen intellectueel eigendomsrechtelijk bescherming (dewelke u overigens al bezit via het auteursrecht), maar
bewijs wel dat u op een bepaalde datum een computerprogramma bezat. Dit kan nuttig zijn om bewijs te leveren op het
moment dat er een conflict bestaat omtrent de vereiste van originaliteit. Bovendien wordt de inhoud van uw i-DEPOT
geheim gehouden. Een i-DEPOT aanvragen is eenvoudig, veilig en goedkoop en kan op 2 manieren: (i) online voor 5 jaar
en voor een prijs van 35 euro of (ii) een i-DEPOT envelop voor 5 of 10 jaar en voor een prijs van 45 resp. 65 euro. Het iDEPOT kan onbeperkt worden verlengd in de tijd. Bij niet-verlenging, wordt het i-DEPOT automatisch vernietigd voor de
toekomst wat evenwel geen invloed heeft op de geldigheid ervan als bewijsmiddel.
(2) Neerlegging bij de notaris: Middels een authentieke akte kan bij de notaris de bron- en doelcode van de ontwikkelde
software worden neergelegd met het oog op het verkrijgen van een vaste datum. De echtheid van deze vaste datum kan
niet worden betwist, maar verleent evenwel geen intellectueel eigendomsrechtelijke bescherming (cfr. het i-DEPOT). Bij
neerlegging wordt de geheimhouding van de software evenwel gegarandeerd.
(3) Bedrijfsgeheim: In het geval de nieuw ontwikkelde software louter voor intern gebruik zal dienen en niet commercieel zal
worden aangeboden aan het grote publiek, wordt best een beroep gedaan op geheimhoudingsovereenkomsten en
confidentialiteitsclausules teneinde werknemers en medecontracten te onderwerpen aan de nodige discretie. Naast een
lage kost, heeft dit als een grote voordeel dat voor lange tijd een eenvoudige bescherming kan worden geboden op maat.
Liesl Molinarolli & Anaïs De Boulle – Legal Department