Gewestelijk Expresnet breidt fors uit tegen 2017

Do o r i r . E m i l ( C . ) H a r t m a n e n d r s. A r n o l d W i e l i n g a * )
Voor het behalen van besparingen door samenwerking tussen gemeenten
en het waterschap is het
van belang om het beleid
optimaal op elkaar af te
stemmen. Diverse regio’s
zijn daarom begonnen met
De essentie van samenwerking is om als gemeente (of waterschap) een stuk sturing en
autonomie los te laten in het vertrouwen
er meer voor terug te krijgen. Als een ieder
binnen een samenwerkingsverband slechts
gaat voor het eigen belang en geen oog
heeft voor het belang van de anderen, is
samenwerking bij voorbaat kansloos. Samenwerken en het conformeren aan het
collectief kan daarom op gespannen voet
staan met de autonomie van een partij.
Vanuit onze betrokkenheid bij gezamenlij-
jaar). Een dergelijke visie geeft veel sturing aan de te maken keuzes voor de komende (korte termijn) planperiode. In het
kader van die lange termijn visie moet nagedacht worden wat toekomstige ontwikkelingen concreet kunnen betekenen voor
de zuiveringskring (of regio). Daarbij gaat
het onder meer om ontwikkelingen op het
gebied van wet- en regelgeving, technologie & innovatie, ecologie, klimaat, duurzaamheid, doelmatigheid, demografie,
arbeidsmarkt en organisatie. Daarbij moet
Lessen van gezamenlijke
het gezamenlijk opstellen
van vGRP’s. Bij samenwerking ontstaat re­
gelmatig
spanning tussen het individuele en het collectieve
belang.
Deze
spanning
speelt ook bij gezamenlijke vGRP projecten. Daarom is het belangrijk om
een zorgvuldig planproces
te doorlopen met tijdige
betrokkenheid
van
be-
stuurders en met oog voor
de wederzijdse belangen.
26
ke planvormingsprocessen in diverse regio’s
delen wij graag onze ervaringen op dit vlak.
Beleid op basis van visie
Het nastreven van dezelfde doelen binnen
de zuiveringskring (of regio) legt een belangrijke basis voor het bereiken van maatschappelijke winst. Omdat gemeenten tot
nu toe veelal autonoom hun beleidskeuzes
maakten, kan het beleid van buurgemeenten binnen een zuiveringskring aanzienlijk
verschillen. Gebleken is dat het heel verhelderend werkt om de overeenkomsten
en verschillen qua beleidsdoelstellingen
tussen de betrokken gemeenten in een
overzicht te presenteren. Op basis daarvan kan de discussie worden gevoerd over
wat het gezamenlijke en meest doelmatige
beleid zou moeten worden. Vanwege de
gemeentelijke autonomie, zal er altijd
ruimte moeten blijven voor lokaal maatwerk. Deze ruimte moet echter niet te snel
worden gebruikt, omdat daarmee het streven naar een zo hoog mogelijke doelmatigheidswinst wordt ondermijnd. Afwijken
is alleen acceptabel als dat een duidelijke
verbetering voor die gemeente oplevert op
het vlak van kosten, kwaliteit of kwetsbaarheid. Binnen een zuiveringskring kunnen bijvoorbeeld grote verschillen bestaan
qua grondslag, waardoor in een bepaalde
gemeente strengere eisen aan de grondwaterstanden gesteld moeten worden dan in
de andere gemeenten. Ook kan gevarieerd
worden qua tempo in het bereiken van
de doelen als bijvoorbeeld een gemeente
een relatief grotere inspanning heeft te
leveren om een bepaald doel te bereiken.
Wat in nog weinig regio’s aandacht krijgt
(en wat dus beter zou kunnen), is dat de
gezamenlijke doelen en beleidskeuzes worden gebaseerd op een gezamenlijke integrale lange termijn visie (bijvoorbeeld 30
de afvalwaterketen in samenhang worden
beschouwd met het oppervlaktewatersysteem en de stedelijke wateropgave.
Afspraken kostenverdeling
In de vGRP’s worden maatregelprogramma’s opgenomen voor de komende planperiode en deels ook daarna.
Door de maatregelprogramma’s van de
betrokken gemeenten en het waterschap
goed op elkaar af te stemmen, kan werk
met werk worden gemaakt en kan optimalisatie van maatregelen plaatsvinden met
uiteindelijk kostenbesparingen tot gevolg.
Deze afstemming kennen we
vanuit uitgevoerde optimalisatiestudies, maar
kan ook heel goed
plaatsvinden bij
het gezamenlijk opstellen
van vGRP’s.
Aanbeveling
is om bij die
afstemming
ook meteen
afspraken
t e
maken over eenduidige kostenverdeling.
Nu vinden er tussen de waterpartners nog
vaak ingewikkelde verrekeningen plaats,
waarbij het nog al eens lastig blijkt om
tot onderlinge overeenstemming te komen
over kostenverdeelsleutels. Dat komt vooral door de spanning tussen het individuele belang en het gezamenlijke belang. De
ervaring leert dat zodra het om concrete
geldbedragen gaat, het individuele belang
de boventoon gaat voeren. Verhitte discussies over geld doen over het algemeen
kostenverdeelsleutels (of uitgangspunten
waarlangs tot een goede kostenverdeling
gekomen kan worden), kunnen moeilijke
discussies - op het moment dat het over
concrete bedragen gaat - voorkomen. De
praktijk leert echter dat die (bestuurlijke)
afspraken opengebroken kunnen worden
als het eigen belang verdedigd moet worden. Voorbeeld daarvan is dat binnen een
zuiveringskring een optimaal pakket van
maatregelen was gevonden waarmee een
investeringsbesparing van circa 6 miljoen
planproces de randvoorwaarden en verwachtingen van bestuurders en managers
duidelijk zijn, zodat de ambtenaren in de
onderhandelingen weten wat hun speelruimte is. Daarbij gaat het om kaders ten
aanzien te voeren beleid, de intensiteit
van de samenwerking en verwachtingen
van hun betrokkenheid bij het te doorlopen planproces. Nu zien we vaak dat bestuurders en managers pas aan het eind
van het planproces worden betrokken Veel
van het beleid is dan op ambtelijk niveau
e planvorming in de keten
geen goed aan de onderlinge relaties. Het
vanuit financieel oogpunt beschouwen van
de afvalwaterketen als ware het één object
bevordert het vinden van een optimale
inrichting van de waterketen. Het vooraf
(bestuurlijk) afspreken
van
standaard
kon worden gerealiseerd (een besparing
van 30 procent). De kosten van dat
optimale maatregelpakket werden
onder de betrokken partijen
verdeeld volgens een voor-
onderling afgesproken. Ook financiële
uitgangspunten worden zoveel mogelijk
geharmoniseerd. De speelruimte voor een
individuele gemeente aan het eind van
het planproces is daardoor beperkter,
soms tot ongenoegen van de betrokken
bestuurders. Door bij de aanvang van het
gezamenlijke planvormingstraject daar
goed over af te stemmen met de betrokkenen, kan deze frustratie achteraf worden
voorkomen.
Investeer in een goed planproces
af bestuurlijk
overeengekomen
verdeelsleutel. Daarmee was elke partij
goedkoper uit dan in de referentiesituatie zonder samenwerking. Toch wilde
één gemeente niet akkoord gaan, omdat
die betreffende gemeente een aanzienlijk
bedrag moest bijdragen aan maatregelen
die in de andere gemeenten gerealiseerd
zouden worden.
Betrek bestuurders en managers
Bij samenwerking zullen partijen een
stuk invloed en sturing uit handen moeten (durven) geven
in het vertrouwen er meer
voor terug te krijgen.
Dat vergt dat aan
de voorkant van
het
Het gezamenlijk opstellen van afvalwaterketenbeleid binnen een zuiveringskring of
regio heeft absoluut meerwaarde op het
vlak van de 4 K’s. De potentiële winst valt
of staat echter met de zorgvuldigheid van
het samenwerkingsproces. Door te veel focus op kostenbesparing op het opstellen
van het vGRP zelf, kan dat onder druk komen te staan. Als men er naar streeft om
het planproces zo snel mogelijk met elkaar
te doorlopen, ontstaat het risico dat kansen worden gemist en daarmee de structurele besparingen minder hoog uitpakken.
Daarom pleiten wij ervoor om niet te veel
te besparen op het planproces.
Tot slot
Het gezamenlijk opstellen van vGRP’s is
een concrete stap richting een doelmatiger beheer van de afvalwaterketen en
brengt de realisatie van doelstellingen uit
het regeerakkoord en het Bestuursakkoord
Water dichterbij. Daarbij is het belangrijk
om zorgvuldig het proces te doorlopen,
met oog voor wederzijdse belangen - zowel op het niveau van bestuurders - managers als ambtenaren. ▪
*) Auteurs zijn werkzaam bij Royal
HaskoningDHV.
27