Samenvatting ondersteuningsplan 2014-2016 en

Samenvatting
ondersteuningsplan
2014-2016 en
uitwerking sept. 2014
L. Simonse
1
17-03-2015
Inhoudsopgave
1. Inleiding ....................................................................................................................................4
Passend onderwijs .....................................................................................................................4
Ondersteuningsplan ...................................................................................................................5
2. Missie en visie............................................................................................................................5
Missie van het samenwerkingsverband .......................................................................................5
Visie van het samenwerkingsverband ..........................................................................................5
3. Beoogde resultaten....................................................................................................................5
Basisondersteuning....................................................................................................................5
Focus op professionalisering .......................................................................................................6
Dekkend netwerk van ondersteuningsvoorzieningen....................................................................6
Geen thuiszitters........................................................................................................................6
Deelnamepercentage .................................................................................................................6
4. Inrichting passend onderwijs.......................................................................................................6
Vormgeving zorgplicht................................................................................................................7
Basisondersteuning....................................................................................................................7
Extra ondersteuning...................................................................................................................9
Toeleiding naar extra ondersteuning (routes) ............................................................................ 11
Doorgaande lijn ....................................................................................................................... 14
5. Samenwerking met ouders ....................................................................................................... 14
Ouders als educatief partner..................................................................................................... 14
Afstemming rondom individuele leerlingen ............................................................................... 15
Ouders en medezeggenschap ................................................................................................... 15
6. Organisatie van het samenwerkingsverband .............................................................................. 15
Bestuurlijke uitgangspunten ..................................................................................................... 15
Inrichting van de organisatie ..................................................................................................... 16
Medezeggenschap ................................................................................................................... 17
Personeel ................................................................................................................................ 17
Geschillenregeling.................................................................................................................... 17
Gemeenten en ketenpartners................................................................................................... 18
7. Passend onderwijs in relatie tot gemeentelijk beleid .................................................................. 18
Beleidsontwikkelingen bij gemeenten ....................................................................................... 18
Uitgangspunten voor samenwerking ......................................................................................... 19
Samenwerking met jeugdhulp................................................................................................... 19
8. Kwaliteitsontwikkeling.............................................................................................................. 19
Monitoring en evaluatie ........................................................................................................... 19
Planning- & controlcyclus ......................................................................................................... 20
2
Verantwoording....................................................................................................................... 20
9. Financiën................................................................................................................................. 20
Allocatiemodel......................................................................................................................... 20
3
1. Inleiding
Passend onderwijs
Op 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs in werking getreden. Meer informatie over passend onderwijs is te vinden op www.passendonderwijs.nl of www.steunpuntpassendonderwijs.nl
(voor ouders).
Passend onderwijs legt een zorgplicht bij scholen. Dat betekent dat zij er per 1 augustus 2014 voor verantwoordelijk zijn om alle leerlingen die extra ondersteuning
nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden. Daarvoor werken reguliere en
speciale scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden.
School heeft zorgplicht
Ouders melden hun kind schriftelijk aan bij de school van hun keuze. Verwachten
ze dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft, dan geven ze dit meteen aan.
Ook als ouders hun kind bij meerdere scholen hebben aangemeld, moeten ze dit
bij de aanmelding aangeven. In dat geval krijgt de school van eerste voorkeur de
zorgplicht. Dat betekent dat die school de taak heeft om het kind een passende
onderwijsplek te bieden.
Samenwerkingsverbanden van scholen in de regio
Om ervoor te zorgen dat alle kinderen een passende plek krijgen, hebben scholen
regionale samenwerkingsverbanden gevormd. In het primair en het voortgezet
onderwijs zijn in totaal 152 samenwerkingsverbanden opgericht (77 in het po en
75 in het vo). In deze samenwerkingsverbanden werken het regulier en speciaal
onderwijs (cluster 3 en 4) samen. De scholen in het samenwerkingsverband maken
afspraken over onder andere de begeleiding en ondersteuning die alle scholen in
de regio kunnen bieden en over welke leerlingen een plek kunnen krijgen in het
speciaal onderwijs. Ook maakt het samenwerkingsverband afspraken met de gemeenten in de regio over de inzet en afstemming met (jeugd)zorg.
Financiering extra ondersteuning
De samenwerkingsverbanden ontvangen geld voor extra ondersteuning. Dit wordt
verdeeld op basis van de afspraken die in het samenwerkingsverband zijn gemaakt over de scholen. Zo is meer maatwerk mogelijk en het geld zo veel mogelijk
worden gebruikt voor ondersteuning op de reguliere school en in de klas. Uit de
middelen betaalt het samenwerkingsverband ook het voortgezet speciaal onderwijs ((v)so) voor het aantal leerlingen dat vanuit samenwerkingsverband daar is
ingeschreven.
Bron: www.passendonderwijs.nl
4
Ondersteuningsplan
Het doel van een samenwerkingsverband passend onderwijs is ervoor te zorgen dat leerlingen die
extra ondersteuning nodig hebben een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen.
In het ondersteuningsplan beschrijft het samenwerkingsverband hoe zij dat wil realiseren.
Het samenwerkingsverband stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een ondersteuningsplan vast.
Over het concept ondersteuningsplan wordt op overeenstemming gericht overleg gevoerd met de
gemeente. Het definitieve ondersteuningsplan wordt toegezonden aan de inspectie.
Het bestuur van PPO Rotterdam heeft ervoor gekozen het eerste ondersteuningsplan op te stellen
voor de duur van twee jaar (2014-2016) en het ondersteuningsplan voor de navolgende twee jaar
te herzien en actualiseren.
2. Missie en visie
Missie van het samenwerkingsverband
“Een succesvolle schoolloopbaan voor alle kinderen in Rotterdam!”
•
PPO Rotterdam wil een succesvolle schoolloopbaan voor alle leerlingen in de gemeente
Rotterdam helpen realiseren.
•
Alle leerlingen hebben structureel een uitstekende basisondersteuning; een groep
leerlingen heeft daar bovenop extra onderwijsondersteuning nodig.
•
Alle leerlingen verdienen het om hun talenten en mogelijkheden maximaal te kunnen
ontwikkelen.
•
Leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte zijn een gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid van alle schoolbesturen.
Visie van het samenwerkingsverband
Passend onderwijs is een verandering van de kijk op leerlingen die extra hulp nodig hebben. De
vraag wat er precies aan de hand is met een leerling wordt minder belangrijk. In plaats daarvan
komt de vraag centraal te staan welke aanpak een leerling nodig heeft. Deze aanpak kan uit diverse onderdelen bestaan, uitgevoerd door de diverse onderwijsinstanties binnen PPO Rotterdam. We
zullen meer gaan naar hybride vormen van onderwijs: speciaal onderwijs, specialistische begeleiding en regulier onderwijs in de school. Alles moet gecombineerd kunnen worden in een normale
schooldag op iedere school. Het gaat erom dat we met elkaar ervoor zo rgen dat de juiste mensen
en expertise op het juiste moment georganiseerd en toegewijd aanwezig zijn voor iedere leerling.
Goede ondersteuning voor leerlingen is gebaat bij pedagogisch optimisme. We richten ons op de
mogelijkheden van leerlingen, leerkrachten en ouders. Wezenlijke instrumenten zijn daarbij het
vakmanschap van de leerkracht en een goede samenwerking met de ouders. We richten ons te
allen tijde op preventie met als uitgangspunt: regulier waar het kan, speciaal waar het moet of
gewenst is.
Verdere uitgangspunten:
•
Waar mogelijk de ondersteuning schoolnabij/thuisnabij aanbieden.
•
Het werken volgens de visie en systematiek van handelingsgericht en oplossing sgericht
werken en gebruikmaken van handelingsgerichte diagnostiek.
•
Ondersteuning bieden in goede samenwerking en in goed overleg met andere
ondersteuners/netwerkpartners die deel uitmaken van het integrale zorgsysteem van het
gezin waar het kind deel van uitmaakt; waarbij het uitgangspunt is één gezin, één kind,
één plan.
•
De noodzakelijke bureaucratie moet altijd ten dienste staan van het geven van de juiste
ondersteuning
3. Beoogde resultaten
Basisondersteuning
Er is een gezamenlijk niveau aan basisondersteuning dat op alle scholen aanwezig moet zijn.
Uitgangspunt is dat deze basisondersteuning geboden wordt onder regie en verantwoordelijkheid
van scholen en schoolbesturen. De inzet van het samenwerkingsverband is mede gericht op de
doelstelling om alle scholen per 1 augustus 2016 aan de eisen van de basisondersteuning te laten
voldoen.
5
Focus op professionalisering
Het ultieme doel is om alle onderwijsprofessionals deskundig(er) te maken zodat zij optimaal
toegerust zijn om passend onderwijs aan ieder kind te kunnen geven. Passend onderwijs wordt
tenslotte gerealiseerd in de klas. Dit vraagt dat we leerkrachten optimaal faciliteren bij hun
professionele ontwikkeling, zodat zij (nog) sterker kunnen worden in het omgaan met verschillen.
Dekkend netwerk van ondersteuningsvoorzieningen
Met de vaststelling van de basisondersteuning, inzicht in de extra ondersteuningsmogelijkheden
binnen de scholen en een daarop aansluitend aanbod van ondersteuningsmogelijkheden vanuit het
samenwerkingsverband hebben we de basis voor een dekkend netwerk van ondersteuning.
En inzicht in de inspanningen die nog gedaan moeten worden voor het realiseren van een sluitend
dekkend netwerk van ondersteuning voor alle kinderen binnen Rotterdam.
Geen thuiszitters
We willen geen thuiszitters hebben binnen PPO Rotterdam. Hiertoe worden tussen de
schoolbesturen, het samenwerkingsverband PPO Rotterdam en de samenwerkingsverbanden van
de omliggende regio’s afspraken gemaakt. Deze afsprake n worden jaarlijks geëvalueerd.
Deelnamepercentage
Het deelnamepercentage van de leerlingen uit Rotterdam aan speciaal basisonderwijs en speciaal
onderwijs is niet hoger dan bij de start van Passend Onderwijs.
De mogelijke besparingen die met een lager verwijzingspercentage gepaard gaan, laat het
samenwerkingsverband ten goede komen aan de verdere versterking van de onderwijsondersteuning op scholen.
4. Inrichting passend onderwijs
PPO Rotterdam werkt wijkgericht. Ieder werkgebied (een of meer wijken) heeft een onderwijsarrangeerteam tot haar beschikking. De formatie per onderwijsarrangeerteam is vastgesteld naar
rato van het leerlingaantal in dat werkgebied. In ieder onderwijsarrangeerteam zitten de volgende
deskundigen:

(Psycho)diagnosticus

Taal-/spraak specialist

Didactische specialist

Gedragsspecialist
De overige deskundigheid binnen de onderwijsarrangeerteams is afhankelijk van de behoefte van
de scholen in het werkgebied. Het onderwijsarrangeerteam heeft ook kennis van de deskundigheid
binnen de scholen voor basisonderwijs en speciaal (basis)onderwijs in het werkgebied en is in staat
om onderwijsondersteuningsvragen te koppelen aan de deskundigheid in het werkgebied en betrekt deze al in een vroegtijdig stadium bij ondersteuningsvragen vanuit een school. Het onderwijsarrangeerteam betrekt ook de deskundigheid die er is binnen het samenwerkingsverband als
geheel. De ondersteuning vanuit het onderwijsarrangeerteam wordt flexibel, op maat en met een
minimum aan bureaucratie geleverd.
Er zijn specialismen die niet in alle onderwijsarrangeerteams vertegenwoordigd kunnen zijn. Deze
zijn ondergebracht in een zogenaamd specialistisch team. Ondersteuning van het specialistisch
team kan door een onderwijsarrangeerteam op afroep ingezet worden binnen de scholen.
In het specialistisch team zitten de volgende deskundigen:

Coördinator voorschools maatschappelijk werk

Ouderfunctionarissen

Aandachtsfunctionarissen

Coördinatoren tussenvoorzieningen

Specialistische ambulant begeleiders cluster 3
Iedere school heeft vanuit het onderwijsarrangeerteam binnen haar werkgebied een vaste schoolcontactpersoon. De schoolcontactpersoon is het eerste aanspreekpunt als het gaat om onderwijsondersteuningsvragen. De schoolcontactpersoon overlegt ook met de intern begeleider, de schoolmaatschappelijk werker en ouders in het onderwijs -zorg-overleg (OZO).
De schoolcontactpersoon biedt zelf de benodigde ondersteuning of schakelt het onderwijsarrangeerteam in. De schoolcontactpersoon meldt de onderwijsondersteuningsvraag aan de teamleider
van het onderwijsarrangeerteam.
6
De schoolcontactpersoon is de verbindende schakel tussen de school en he t onderwijsarrangeerteam. Belangrijk is dat de schoolcontactpersoon ook nee kan zeggen en de school kan versterken
door in geval van een bovengemiddelde ondersteuningsaanvraag, het gesprek aan te gaan.
In beginsel kan iedere school gebruik maken van een a antal uren schoolcontactpersoon.
De verdeelsleutel is op basis van leerlingaantal:
<50
50-300
300-450
450-600
600-750
750-900
>900
SOlln.
lln.
lln.
lln.
lln.
lln.
lln.
school
SBOschool
45 uur
80 uur
90 uur
135 uur
180 uur
Extra uren SCP LAN 1-2 groepen
Extra uren SCP LAN meer dan 2 groepen
225 uur
270 uur
315 uur
50 uur
24 uur
48 uur
De urenverdeling is 70:30 à 70% contacttijd, 30% reistijd/voorbereidingstijd.
Werkplekfaciliteit op scholen is zeer aan te bevelen. SBO-scholen krijgen voor 80 uur een schoolcontactpersoon toegewezen, SO-scholen voor 50 uur. Bij kleine scholen (minder dan 50 leerlingen)
is de formule anders.
Zowel scholen, PPO Rotterdam als de jeugdhulpverlening werken daar waar het wettelijk mogelijk
is met hetzelfde dossier. Het dossier wordt in principe beheerd door de school.
Het systeem waarmee gegevens worden uitgewisseld tussen school en PPO Rotterdam is nog niet
bekend. Daarmee houdt de werkgroep gegevensoverdracht zich bezig.
Vormgeving zorgplicht
Het is enorm belangrijk dat ouders zich goed kunnen informeren over de ondersteuningsmogelijkheden binnen de scholen. Ouders kunnen hun kind dan beter gericht aanmelden, waardoor de kans
groter is op een goede match tussen kind en school. De website van het samenwerkingsverband
biedt ouders (en professionals) zicht op de ondersteuningsmogelijkheden binnen het samenwerkingsverband en kan zo behulpzaam zijn bij het vinden van scholen, die voor het kind ‘interessant’
kunnen zijn. Het samenwerkingsverband wil ook graag benaderbaar zijn om zoekende ouders (en
professionals) op weg te helpen.
Het is goed voorstelbaar dat de zorgplicht scholen voor lastige opgaves kan stellen. In zes of
maximaal tien weken moet de ondersteuningsbehoefte van een kind in beeld komen, bekeken worden of de school daarin zelf kan voorzien (met eventueel hulp van buiten) of dat een andere oplossing meer voor de hand ligt. Ondertussen moet intensief met de ouders worden samengewerkt. In
dergelijke situaties kan een beroep worden gedaan op het onderwijsarrangeerteam dat voor de
school ter beschikking staat. Leden van het onderwijsarrangeerteam kunnen inhoudelijk meekijken, meedenken over de ondersteuningsmogelijkheden, helpen snel de goede deskundigheid te
vinden, indien nodig een goede communicatie tussen betrokkenen bevorderen en preventief optreden wanneer escalatie dreigt. Ook de schoolmaatschappelijk werker kan hierbij een zinvolle rol
vervullen.
Het samenwerkingsverband wil door actief te helpen bouwen aan de wijkgerichte aanpak de voorwaarden scheppen waardoor een school met (dringende) vragen rond leerlingen met een extra
ondersteuningsbehoefte snel terecht kan bij collega’s in het onderwijs, de jeugdgezondheidszorg of
andere partners. Een dergelijke voorwaarde is ook dat bij dreigend vastlopen van een situatie (bestuurlijk) wordt opgeschaald om te voorkomen dat een kind verstoken blijft van de beste combinatie van onderwijs, ondersteuning en zorg.
De uitgangspunten van dit plan kunnen eventueel conflicteren met het eigen aannamebeleid van
de school. De besturen van PPO Rotterdam hebben afgesproken dat indien er sprake is van conflicterend beleid een kind niet thuis zal komen te zitten maar het onderwijs krijgt waar het behoefte
aan heeft. De eerste planperiode zal mede op basis van concrete casussen gekeken worden of en
zo ja welke nieuwe gezamenlijke afspraken er tussen schoolbesturen gemaakt moeten worden om
goed uitvoering te kunnen geven aan de zorgplicht.
Basisondersteuning
Basisondersteuning is de ondersteuning die van alle basisscholen in het samenwerkingsverband
verwacht mag worden. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het realiseren van het overeengekomen niveau van basisondersteuning. PPO Rotterdam ondersteu nt daarbij.
7
Alle scholen krijgen ondersteuningsuren ten behoeve van de basisondersteuning van het onderwijsarrangeerteam ter beschikking. Van deze ondersteuning kan de school in samenspraak met de
schoolcontactpersoon gebruikmaken, zonder dat hiervoor toestemming van de teamleider van het
onderwijsarrangeerteam nodig is. Het gaat bijvoorbeeld om een consult of verheldering van de
hulpvraag, observatie van de leerkracht-leerling interactie en kortdurende (consultatieve) begeleidingstrajecten bij enkelvoudige vragen. Bovenstaande activiteiten worden in principe uitgevoerd
door de schoolcontactpersoon. Deze kan echter ook gebruikmaken van deskundigheid binnen zijn
onderwijsarrangeerteam.
Met de schoolbesturen is afgesproken dat de reserves van beide WSNS-verbanden worden aangewend voor professionalisering van en versterking voor de scholen.
Binnen PPO Rotterdam is het volgende niveau van basisondersteuning afgesproken.
•
Iedere school (Bao en SBO) scoort minimaal een 3 op de door PPO Rotterdam
geselecteerde indicatoren uit het toezichtkader van de onderwijsinspectie. Dit zijn de
indicatoren die een directe relatie hebben met passend onderwijs.
•
Iedere school werkt volgens de zeven uitgangspunten van handelingsgericht werken.
•
In regelmatige gesprekken tussen intern begeleider, schoolcontactpersoon,
schoolmaatschappelijk werker en ouders wordt samengewerkt met betrekking tot de groep
kinderen die extra ondersteuning en/of zorg (nodig) hebben. De samenwerking tussen
scholen wordt op wijkniveau georganiseerd. Daarbij is de rol van een school voor speciaal
(basis)onderwijs van belang.
•
Preventieve en licht curatieve interventies:
Vroegtijdige signalering van leer-,
Vroegtijdige signalering vereist de aanweopgroei- en ontwikkelingsproblemen.
zigheid van diagnostische
expertise en wordt in samenwerking met
ketenpartners (onder andere schoolmaatschappelijk werk) georganiseerd zodat adequaat kan worden doorgezet.
Een aanbod voor leerlingen met ernstige
Op elke basisschool wordt gebruik gemaakt
lees-/spellingproblemen (dyslexie)
van protocollen voor ernstige leesproblemen
en ernstige rekenproblemen
en dyslexie en ernstige reken-/ wiskunde(dyscalculie).
problemen en dyscalculie.
Een afgestemd aanbod voor leerlingen
met meer of minder dan gemiddelde
cognitieve mogelijkheden.
Aanpak gericht op sociale veiligheid
en voorkomen van gedragsproblemen
(internaliserend en externaliserend).
(Para)medische ondersteuning
De leerkracht moet planmatig en proactief
kunnen werken. Hij geeft directe feedback:
informatief en positief bekrachtigend.
De leerkracht moet om kunnen gaan met
verschillen tussen leerlingen door te differentiëren in instructie, verwerking en/of
leerstofaanbod en zelf de benodigde extra
ondersteuning kunnen bieden bij basisvakken. Daarbij uitgaande van de zeven uitgangspunten van handelingsgericht werken.
Elke school werkt tenminste met de volgende protocollen en heeft onderstaande kennis:

Pestprotocol.

SISA.

Meldcode kindermishandeling.

De leerkracht moet preventief
kunnen handelen met betre kking tot
orde verstorend gedrag.

Kennis van het signaleren van
gedragsproblemen.

Kennis van technieken om
gedragsproblemen te voorkomen.

Kennis van technieken om reeds
ontstane gedragsproblemen
aan te pakken in de klas.

Signaleren van licht verstandelijk
beperkten en ggz-problematiek.
Alle scholen werken tenminste met de vol-
8
Toegankelijk schoolgebouw met aangepaste
werk- en instructieruimtes en hulpmiddelen.
gende protocollen:

Protocol medicijngebruik.

Protocol medische ondersteuning.
De school heeft een goed functionerend
netwerk van zorgprofessionals om zich
heen.
Vooralsnog is het uitgangspunt de
bestaande Verordening Voorzieningen
Huisvesting Onderwijs.
Extra ondersteuning
Extra ondersteuning omvat alle vormen van ondersteuning die de basisondersteuning overstijgen.
Voor een leerling die extra ondersteuning nodig heeft stelt het bevoegd gezag van de school na
overleg met de ouders een ontwikkelingsperspectief vast. De totstandkoming van dit ontwikkelingsperspectief is de verantwoordelijkheid van de school, maar kan mede vorm gegeven worden
met ondersteuning van de leden van het onderwijsarrangeerteam.
In de schoolondersteuningsprofielen van de scholen staat beschreven welke extra ondersteuningsmogelijkheden de scholen zelf hebben.
Aanvullend daarop biedt PPO Rotterdam de volgende arrangementen aan:
•
Psychodiagnostisch onderzoek
•
Leesbehandeling
•
Ambulante begeleiding (didactisch, werkhouding, sociaal-emotioneel, gedrag, jonge kind en
hoogbegaafdheid)
•
Logopedie (ambulante begeleiding en onderzoek)
•
Speciaal basisonderwijs
•
Speciaal onderwijs (categorie laag, midden en hoog)
De periode tot 2016 wordt gebruikt om de arrangementen die vanuit PPO Rotterdam worden aangeboden verder uit te werken. Er wordt daarbij uitgegaan van een vraaggestuurd principe.
Overgangsregelingen
Tussenvoorzieningen
In het schooljaar 2014-2015 worden de bestaande tussenvoorzieningen (BOS, HEI, observatieplaatsen SBO) gecontinueerd.
Voormalige leerlinggebonden financiering
Per 1 augustus 2014 is de leerlinggebonden financiering (rugzakfinanciering) beëindigd.
Het bestuur van PPO Rotterdam heeft voor leerlingen die op de teldatum 1 oktober 2013 een LGF budget toegekend hebben gekregen welke doorloopt tot na 1 augustus 2014 een overgangsregeling ingesteld. De LGF-middelen worden nog toegekend zolang de leerling met de rugzakindicatie
nog aanwezig is op de school. Deze regeling geldt tot uiterlijk 1 a ugustus 2016. Deze regeling geldt
ook voor leerlingen die in de periode 1 oktober 2013 tot 1 augustus 2014 een LGF-budget hebben
toegekend gekregen. De bekostiging in de overgangsregeling eindigt op het moment dat de oorspronkelijke indicatie afloopt of op het moment da t de leerling het primair onderwijs verlaat.
Voor leerlingen die tot 1 augustus 2014 geen rugzak hadden kan het bevoegd gezag van de school
een arrangement aanvragen bij het onderwijsarrangeerteam, zoals ambulante begeleiding.
In incidentele gevallen kan het bevoegd gezag van de school voor maximaal 1 schooljaar (dus tot
2015-2016) een bedrag aanvragen ter hoogte van maximaal het reguliere deel van de rugzak (ta rief 2013-2014). Het gaat om een bedrag van maximaal € 7.000,- per leerling per jaar, m.u.v. MG.
Compensatiemaatregel AWBZ
Leerlingen die, om onderwijs te kunnen volgen, ook zorg op school nodig hebben, konden voorheen
een beroep doen op de AWBZ. Per 1 augustus 2014 is het AWBZ-budget onderdeel van het ondersteuningsbedrag per leerling dat wordt toegekend aan de samenwerkingsverbanden.
In het schooljaar 2014-2015 kent PPO Rotterdam aan alle SO-scholen en basisschool Pluspunt 70%
toe van de in het schooljaar 2013-2014 afgegeven beschikking, tot een maximum van €202.283,-.
9
Daarnaast stelt PPO Rotterdam een budget schrijnende gevallen in (frictiepotje) van €200.000,-.
Deze middelen moeten dan wel uit de reguliere bekostiging van PPO Rotterdam kunnen worden
betaald. De scholen wordt gevraagd opnieuw een beschikking aan te vragen bij PPO Rotterdam.
Voor het schooljaar 2015-2016 wordt er nieuw beleid ontwikkeld.
Zorgplan motoriek
SCOOR blijft het zorgplan motoriek aanbieden. De bekostiging komt nu voor rekening van de
school. PPO Rotterdam stelt een overgangsjaar in voor die scholen die reeds gebruik maakten van
de subsidieregeling vanuit WSNS Rotterdam-Noord, die dit aanbod wel willen maar het niet kunnen
betalen. Er wordt geïnventariseerd voor welke scholen het nodig is om een overgang in de vorm
van een geldbedrag te realiseren.
Leerplichtige Anderstalige Nieuwkomers (LAN)
Leerplichtige Anderstalige Nieuwkomers tussen de 6 en 12 jaar oud worden in Rotterdam opgevangen in schakelklassen eerste opvang. Hier volgt de LAN-leerling een intensief taalprogramma
waardoor hij/zij beter kan deelnemen aan het onderwijs. Ouders kunnen zich rechtstreeks melden
bij een van de basisscholen in Rotterdam met een schakelklas eerste opvang. De centrale coördinatie van de LAN-voorzieningen is in handen van PPO Rotterdam. Er is één centrale LANcoördinator voor de hele stad Rotterdam.
10
Toeleiding naar extra ondersteuning (routes)
Actie
Betrokkenen
lk .en/of IB zorgen voor basisondersteuning en evt.
extra ondersteuning
lk., IB, ouders
evt. andere scholen ook S(B)O
evt. externe instanties
IB schakelt hierbij ondersteuning SCP en/of SMW in
SCP en/of SMW, evt. OAT
evt. andere scholen ook S(B)O
IB, ouders
evt. externe instanties
dir. vraagt arrangement SWV aan (op voorspraak
SCP en met goedkeuring TL OAT)
dir, IB, ouders
OAT, SCP, evt. SMW
evt. S(B)O
evt. externe instanties
TL OAT wijst arrangement toe (in geval van SBO/SO
via TLC) . SCP zorgt voor contacten met betrokkenen.
dir, IB, ouders
OAT, SCP, evt. SMW, evt. TLC
evt. S(B)O
evt. externe instanties
dir, IB, ouders
OAT /ST of S(B)O voert arrangement uit.
SCP zorgt voor contacten met betrokkenen.
OAT/ST, SCP, evt. SMW
evt. S(B)O
evt. externe instanties
OAT evaluaeert arrangement.
SCP zorgt voor contacten met betrokkenen.
dir, IB, ouders
OAT, SCP, evt. SMW
evt. S(B)O
evt. externe instanties
Afkortingen:
IB = intern begeleider
lk. = leerkracht
OAT = onderwijsarrangeerteam
SBO = speciaal basisonderwijs
SCP = schoolcontactpersoon PPO Rotterdam
SMW = schoolmaatschappelijk werker
SO = speciaal onderwijs
ST = specialistisch team
SWV = samenwerkingsverband
TL OAT = teamleider onderwijsarrangeerteam
TLC = toelaatbaarheidscommissie
11
Procedure en voorwaarden
De schooldirecteur vraagt via de schoolcontactpersoon een arrangement aan bij het onderwijsarrangeerteam. Als er geen school bekend is, kan de aanvraag door andere betrokkenen gedaan
worden. Het e-mailadres [email protected] kan alleen gebruikt worden voor leerlingen
van buiten het samenwerkingsverband.
Scholen kunnen zelf de benodigde gegevens uit hun dossier verzamelen of, als zij dat makkelijker
vinden, het (digitaal aan te leveren) aanvraagformulier op de website gebruiken. Het aanvraagformulier is dus niet verplicht.
De schoolcontactpersoon onderhoudt bij de aanvraag van een arrangement de contacten met de
school, de ouders en eventuele externen en bewaakt het proces. De teamleider van het onderwijsarrangeerteam is eindverantwoordelijk voor het proces.
De schoolcontactpersoon heeft voorafgaand aan de aanmelding ruggespraak met de teamleider
van het onderwijsarrangeerteam, omdat deze een totaaloverzicht heeft van de ingezette ondersteuning in de wijk.
Het onderwijsarrangeerteam toetst of de leerling voldoet aan de criteria:
Algemene criteria
1. De schoolcontactpersoon heeft ruggespraak gehad met de teamleider van het onderwijsarrangeerteam over de aanvraag.
2. De school en de schoolcontactpersoon hebben de ouders betrokken bij de aanvraag en de ouders stemmen hiermee in.
3. De school levert (naast algemene gegevens van de leerling, de ouders en de school) in ieder
geval de volgende gegevens aan:
•
De aanleiding voor en het doel van de aanvraag
•
De personen en instanties die betrokken zijn bij de ondersteu ning van de leerling
•
De gegeven ondersteuning en het effect daarvan
•
Een recent overzicht van niet-methodegebonden toetsen
•
De belemmerende en bevorderende factoren die van invloed zijn op het
onderwijsleerproces
•
De onderwijsbehoeften van de leerling op het gebied van
A. De hoeveelheid aandacht en tijd
B. Onderwijsmaterialen
C. Ruimtelijke omgeving
D. Expertise
E. Samenwerking met andere instanties
•
De ondersteuningsbehoeften van de school en de ouders
Aanvullende criteria toelaatbaarheid speciaal basisonderwijs
1. De leerling is tussen de 5½ en 11½ jaar oud. Een beredeneerde afwijking is mogelijk.
2. De school kan onvoldoende tegemoet komen aan de onderwijsbehoeften van de leerling, ook
met extra ondersteuning van de eigen school, andere scholen in de wijk of het samenwerkingsverband.
3. Andere scholen in de woonomgeving van de leerling kunnen onvoldoende tegemoet komen aan
de onderwijsbehoeften van de leerling, ook met extra ondersteuning van die scholen, a ndere scholen in de wijk of het samenwerkingsverband.
4. Een of meer schoolondersteuningsprofielen binnen het speciaal basisonderwijs komen te gemoet
aan de onderwijsbehoeften van de leerling.
Aanvullende criteria toelaatbaarheid speciaal onderwijs
1. De leerling is tussen de 3½ en 12 jaar oud. Een beredeneerde afwijking is mogelijk.
2. De school kan onvoldoende tegemoet komen aan de onderwijsbehoeften van de leerling, ook
met extra ondersteuning van de eigen school, andere scholen in de wijk of het same nwerkingsverband.
3. Andere scholen in de woonomgeving van de leerling kunnen onvoldoende tegemoet komen aan
de onderwijsbehoeften van de leerling, ook met extra ondersteuning van die scholen, andere scholen in de wijk of het samenwerkingsverband.
4. De schoolondersteuningsprofielen binnen het speciaal basisonderwijs komen onvoldoende tegemoet aan de onderwijsbehoeften van de leerling.
5. Een of meer schoolondersteuningsprofielen binnen het speciaal onderwijs komen tegemoet aan
de onderwijsbehoeften van de leerling.
12
Deskundigenadvies
Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van een leerling tot het speciaal (basis)onderwijs wint
het onderwijsarrangeerteam advies in van twee deskundigen. Dit gebeurt onder verantwoordelijkheid van de teamleider van het onderwijsarrangeerteam.
Het eerste deskundigenadvies wordt bij voorkeur uitgebracht door de schoolcontactpersoon. Indien
de schoolcontactpersoon geen orthopedagoog of psycholoog is zal dit worden gedaan door een
orthopedagoog of psycholoog vanuit het onderwijsarrangeerteam. Voor het tweede deskundigenadvies wordt vanuit het onderwijsarrangeerteam een professional gevraagd met relevante deskundigheid ten aanzien van de speciale onderwijsvraag van de leerling. Zo kan het zijn dat er een orthopedagoog, psycholoog of maatschappelijk werker vanuit het onderwijsarrangeerteam wordt
gevraagd. In voorkomende gevallen kan er op consultbasis een deskundigenadvies worden gevraagd aan de jeugdartsen van het Centrum voor Jeugd en Gezin en Revalidatiecentrum Rijndam.
Voor een kinderpsychiatrisch deskundigenadvies kan het diagnostiekteam van het Centrum voor
Jeugd en Gezin worden geconsulteerd.
Los van deze wettelijk verplichte adviezen kunnen de medewerkers van het speciaal (basis)onderwijs worden ingeschakeld voor een observatie of advies ten aanzien van passende onderwijsondersteuning. Ouders kunnen een oriënterend bezoek brengen aan een school voor speciaal
(basis)onderwijs voordat zij hun beslissing nemen ten aanzien van de uitgebrachte adviezen.
Toelaatbaarheidsverklaring
Het onderwijsarrangeerteam stelt (in nauw overleg met de ouders en de intern begeleider) een
inhoudelijk onderbouwd eindadvies op. Het eindadvies omvat een integratief beeld (inclusief de
deskundigenadviezen), een beschrijving van de onderwijsbehoeften van de leerling en de ondersteuning die de leerling derhalve nodig heeft, het soort onderwijs waarnaar wordt verwezen, de
categorie van bekostiging hiervan en de data van ingang en einde van de toelaatbaarheidsverklaring. De formulering van het eindadvies gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de teamleider
van het onderwijsarrangeerteam.
Het eindadvies wordt ondertekend door het bevoegd gezag van de school en door de ouders. De
leden van de toelaatbaarheidscommissie beoordelen het eindadvies op volledigheid en zorgvuldigheid. De voorzitter van de toelaatbaarheidscommissie geeft vervolgens een toelaatbaarheidsverklaring af. Dat gebeurt in principe binnen een week na ontvangst van het eindadvies. Een kopie van
de toelaatbaarheidsverklaring wordt verzonden aan het schoolbestuur, de ouders, de school waar
de leerling wordt ingeschreven en het onderwijsarrangeerteam. De school waar de leerling wordt
ingeschreven ontvangt ook een kopie van het eindadvies.
Als het schoolbestuur of de ouders het niet eens zijn met de beslissing van het samenwerkingsverband, kunnen zij hiertegen bezwaar maken bij het bestuur van het samenwerkingsverband.
Voordat het bestuur een nieuwe beslissing neemt, moet het advies over het bezwaar inwinnen bij
de Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring sbo/(v)so, die in stand gehouden wordt door de Stichting Onderwijsgeschillen.
Toelaatbaarheidsverklaringen zijn altijd tijdelijk tenzij een kind gezien zijn onderwijsbehoeften
permanent aangewezen is op een speciale (basis)onderwijsvoorziening. Het onderwijs op een lesplaats zal vaker dan voorheen gericht zijn op terugkeer van de leerling naar het regulier basisonderwijs. Dit laatste betekent ook dat de school, die de aanvraag voor de lesplaats heeft gedaan,
goed geïnformeerd blijft over en betrokken wordt bij de vorderingen van de leerling op de lesplaats.
Uitgangspunt is, dat wanneer een toelaatbaarheidsverklaring is afgegeven, er altijd een plaats is
voor een leerling binnen het onderwijsarrangement dat gewenst is. De komende periode zullen
afspraken worden gemaakt om dit zo snel mogelijk te kunnen realiseren.
De toelaatbaarheidscommissie
PPO Rotterdam kiest voor een smalle onafhankelijke toelaatbaarheidscommissie. De toelaatbaarheidscommissie heeft als voornaamste taak te beoordelen of het eindadvies van het onderwijsarrangeerteam alle noodzakelijke onderdelen bevat en of de processtappen volledig en zorgvuldig
zijn doorlopen. Het inhoudelijk eindadvies van het onderwijsarrangeerteam is bindend voor de toelaatbaarheidscommissie. Hierdoor is er sprake van een doorgaande lijn in het onderwijsproces.
Korte lijnen, wederzijds vertrouwen en vermindering van bureaucratie zijn hierbij belangrijke uitgangspunten.
13
Het is belangrijk dat de verschillende onderwijsarrangeerteams op dezelfde manier werken en op
dezelfde manier overwegingen maken ten aanzien van verw ijzingen. De voorzitter van de toelaatbaarheidscommissie zal hierover twee maal per jaar overleggen met de teamleiders van de onderwijsarrangeerteams. De toelaatbaarheidscommissie heeft een signalerende functie om de onderwijsarrangeerteams te attenderen op eventuele verschillen.
Jaarlijks maakt de voorzitter een evaluatieverslag waarin de kengetallen opgenomen zijn.
De toelaatbaarheidscommissie bestaat uit een voorzitter en twee leden. Allen zijn onafhankelijk
van de (speciale) scholen die deel uitmaken van PPO Rotterdam en leggen verantwoording af aan
de directeur. Zij worden benoemd op basis van ervaring en expertise. Zij krijgen een passende
beloning. De commissie wordt administratief ondersteund door het stafbureau.
Rechtstreekse instroom vanuit voorschoolse voorzieningen
Voor een kleine groep leerlingen is bij de geboorte al duidelijk - of wordt op de voorschoolse voorziening al duidelijk - dat zij aangewezen zullen zijn op het speciaal onderwijs. Deze leerlingen volgen daarom niet de reguliere route van ondersteuningstoewijzing.
PPO Rotterdam zal er alles aan doen om de instroom van deze groep leerlingen zo soepel mogelijk
te laten verlopen. Hiervoor worden duidelijke richtlijnen uitgewerkt.
Doorgaande lijn
Een goede overdracht is voor ieder kind belangrijk, maar voor kinderen die extra ondersteuning
nodig hebben is dit een extra aandachtspunt.
Voorschoolse voorzieningen
Met voorschoolse voorzieningen wordt gedoeld op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. De
gemeenten zijn verantwoordelijk voor deze voorschoolse educatie. Er wordt ook gedoeld op aanvullende ondersteuning vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin.
De komende periode wordt er met de betrokken partijen gekeken of de aanwezige formats en afspraken nog voldoen of dat ze moeten worden bijges teld. De gemeente Rotterdam en PPO Rotterdam hebben afgesproken samen op te trekken bij het maken van afspraken over aansluiting en
samenwerking tussen Nieuw Rotterdams Jeugdstelsel en passend onderwijs voor wat betreft de
instroom vanuit voorschoolse voorzieningen.
De twee Rotterdamse MKD’s zijn van een schoolcontactpersoon voorzien. Kinderen zitten hier tijdelijk en gaan daarna naar een vorm van onderwijs, vaak speciaal (basis)onderwijs. De schoolcontactpersoon kan de brug vormen tussen MKD en onderwijsarrangeerteam.
Het voorschools maatschappelijk werk wordt in het schooljaar 2014-2015 gecontinueerd volgens
de reeds bestaande invulling. Een aparte financieringsstroom (impulsgelden SMW) maakt deze
tijdelijke continuering mogelijk.
Voortgezet onderwijs
Wat betreft het voortgezet onderwijs hebben we voornamelijk te maken met Koers VO, het samenwerkingsverband voor het voortgezet onderwijs waar ook de stad Rotterdam onder valt.
Met Koers VO stemmen we af hoe we bij de overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs de doorgaande leerlijn voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte kunnen
waarborgen en thuiszitten van deze leerlingen kunnen voorkomen.
5. Samenwerking met ouders
Ouders als educatief partner
PPO Rotterdam is van mening dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun
kind. Scholen zijn primair verantwoordelijk voor het onderwijs. In de communicatie tussen ouders
en scholen betekent dit onderscheid dat ouders voor de school de rol van pedagogisch partner vervullen en dat de school voor de ouders de onderwijskundig partner is. Daarbij zijn zij beiden gericht
op hetzelfde doel: kinderen maximale kansen bieden. Onderwijs en opvoeding zijn zo nauw met
elkaar verbonden dat scholen en ouders als partners moeten optrekken om deze gezamenlijke
doelstelling te bereiken.
Het omgaan met ouders is een belangrijke competentie voor alle medewerkers binnen PPO Rotterdam.
14
Afstemming rondom individuele leerlingen
PPO Rotterdam ziet het als haar taak ouders goed te facilitere n ten behoeve van het vinden van
optimaal onderwijs voor hun kind.
Daartoe richt PPO Rotterdam een steunpunt in waar ouders terecht kunnen met alle vragen rondom passend onderwijs voor hun kind. In de meeste gevallen verloopt de samenwerking tussen de
school en ouders goed. De scholen kunnen zelf de ondersteuning vormgeven aan ouders (onder
meer door inzetten van schoolmaatschappelijk werk). In die situaties waar deze samenwerking niet
lukt of ondersteuning vanuit PPO Rotterdam gewenst is, kan het steunpunt ouders:
1. informeren
2. adviseren
3. bemiddeling bieden
Het steunpunt is een laagdrempelige, eigen ingang voor ouders. Ook gesprekken op school en
huisbezoeken door een ouderfunctionaris kunnen ingezet worden.
Ouders worden ondersteund waar nodig waarbij wederzijdse betrokkenheid van ouders en school
het uitgangspunt blijft. De ouderfunctionaris treedt op als belangenbehartiger van ouders en heeft
een bemiddelende en adviserende rol.
Bij signalering (en vermoeden) van kindermishandeling is de aandachtsfunctionaris van PPO Rotterdam een aanspreekpunt voor medewerkers van PPO Rotterdam. Ook kan de aanda chtsfunctionaris van PPO Rotterdam worden ingeschakeld op het moment dat een school handelingsverlegen
is.
Wanneer er op een school sprake is van signalering of vermoeden van mishandeling, dan zijn in
eerste instantie de verantwoordelijke gesprekspartners de leerkracht, intern begeleider, directie, de
eventueel aanwezige schoolaandachtsfunctionaris, de schoolmaatschappelijk werker en de betrokken ouders.
Ouders en medezeggenschap
Ouders hebben op twee manieren inspraak op de wijze waarop het samenwerkingsverband is
vormgegeven:
1.
via het adviesrecht dat de medezeggenschapsraad van een individuele school heeft op het
schoolondersteuningsprofiel;
2.
via deelname in de ondersteuningsplanraad van het samenwerkingsverband.
6. Organisatie van het samenwerkingsverband
Bestuurlijke uitgangspunten
PPO Rotterdam heeft als rechtsvorm een vereniging. Op 28 maart 2013 zijn de statuten gepasseerd bij de notaris. Daarbinnen is gekozen voor het directie/bestuursmodel met de mogelijkheid
om te groeien naar een raad van toezichtmodel. Er zijn momenteel 23 aangesloten besturen.
Uitgangspunten binnen de vereniging zijn:
•
Een goede werkbare besluitvormingsprocedure.
•
Borging van de gezamenlijke verantwoordelijkheid binnen de vereniging.
•
Mogelijkheid tot daadkrachtig bestuur, zodat voor alle schoolbesturen duidelijk is waar men
aan toe is en waar dit samenwerkingsverband voor sta at.
•
Grote besturen kunnen niet domineren en kleine besturen kunnen niet stagneren.
In principe wordt getracht besluiten te nemen op basis van consensus.
Er is voor gekozen om alle deelnemende schoolbesturen binnen de algemene vergadering één stem
te geven.
De vereniging kent twee organen, te weten de algemene vergadering en het bestuur. De vereniging wordt bestuurd door een uit de algemene vergadering gekozen dagelijks bestuur. De algemene vergadering functioneert als intern toezichthoudend orgaan.
Bij de samenstelling van het bestuur wordt rekening gehouden met een evenwichtige vertegenwoordiging van de diverse schoolbesturen per onderwijssoort (basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs), denominatie en grootte.
15
Inrichting van de organisatie
De volgende uitgangspunten zijn leidend voor de inrichting van de organisatie:

Verantwoordelijkheid voor de ondersteuningsvraag zo laag mogelijk in de organisatie beleggen.

Medewerkers van het samenwerkingsverband werken vanuit voor de scholen overzichtelijke en
herkenbare teams.

Goede balans tussen centrale sturing en decentrale uitvoering.

De vraag van de school staat centraal, het samenwerkingsverb and is dienstverlenend en flexibel en werkt met hoogwaardige en bevoegde professionals.

Heldere verantwoordelijkheids- en taakverdeling. Taak, prestatie, verantwoordelijkheid en
middelen horen bij elkaar. Verantwoording en transparantie gaan daarmee samen.

Optimale focus op het primaire proces met een doelmatige overhead.

Wederzijds vertrouwen, onafhankelijkheid en heldere afspraken staan binnen de organisatie
voorop.
De dagelijkse leiding van de organisatie ligt in handen van de directeur.
Het primaire proces wordt uitgevoerd door negen onderwijsarrangeerteams. Ieder onderwijsarrangeerteam heeft een teamleider als leidinggevende van het team en een plaatsvervangend teamleider. Ondersteuning van het specialistisch team kan door een onderwijsarrangeerteam op afroep
ingezet worden binnen de scholen. De te amleider van het specialistisch team is aangewezen als
plaatsvervanger van de directeur.
De onderwijsarrangeerteams zijn zoveel mogelijk georganiseerd rondom de indeling van de diagnostische teams zoals beschreven in het Nieuw Rotterdams Jeugdstelsel.
Binnen het stafbureau zijn de belangrijkste ondersteunende processen geborgd. Het gaat hierbij
om: kwaliteitszorg, financiën, personeelszorg, ICT en communicatie. Het stafbureau bestaat uit een
programmamanager, beleidsadviseurs en het bedrijfsbureau. Elk onderwijsarrangeerteam heeft
een secretarieel ondersteuner.
De medewerkers van het bedrijfsbureau worden aangestuurd door het hoofd bedrijfsbureau.
PPO Rotterdam heeft een contract met een administratiekantoor voor de uitvoering van de personeels- en financiële administratie.
Binnen het samenwerkingsverband opereren twee ‘beleidsadviesgroepen’ (BAG). Een bestaat uit
een vertegenwoordiging van directeuren uit de negen werkgebieden en een bestaat uit een vertegenwoordiging van intern begeleiders uit de negen werkgebieden. Deze adviesorganen geven st rategisch en tactisch advies aan de directeur van het samenwerkingsverband en vormen hiermee de
verbinding tussen beleid en uitvoering. De adviesorganen worden voorgezeten door de directeur
van het samenwerkingsverband.
De overige organen binnen het samenwerkingsverband worden elders in dit stuk beschreven.
OPR
MR
PPO groot
BAG dir.
BAG IB
TLC
Ombudsp
ALV
Bestuur
Directeur
Teaml. ST dir. taken
Hoofd bedrijfsb.
Progr. manager
Beleidsadviseurs
Officemanagers
Medew. personeel
Medew. financiën
Secr. onderst. OAT
Algemene med.
S
t
a
f
b
u
r
e
a
u
Teamleiders
OAT A
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
SCP LAN
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
OAT B
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
SCP LAN
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
OAT C
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
SCP LAN
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
OAT D
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
SCP LAN
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
OAT E
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
OAT F
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
SCP LAN
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
OAT G
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
SCP LAN
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
OAT H
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
OAT I
Teamleider
Plv. teamleider
SCP
SCP S(B)O
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
AB
Leesbeg.
Logopedist
Psychodiagn.
Spec. Team
Teamleider
VSMW
Ouderfunctionaris.
Aandachtsfunct.
Tussenvoorz.
Spec. AB cluster 3
16
Medezeggenschap
Het bestuur van PPO Rotterdam heeft een medezeggenschapsstatuut vastgesteld. Dit heeft betrekking op beide onderstaande medezeggenschapsorganen. Daarnaast hebben beide organen een
eigen reglement.
Ondersteuningsplanraad
De Wet Passend Onderwijs schrijft voor dat het samenwerkingsverband een ondersteuningsplanraad instelt. De leden van de ondersteuningsplanraad zijn ouders en personeelsleden van de scholen. Het samenwerkingsverband heeft de voorafgaande instemming van de ondersteuningsplanraad
nodig met betrekking tot de vaststelling of wijziging van het ondersteuningsplan . Maar ook kan de
ondersteuningsplanraad onderwerpen die zij belangrijk vindt met het bestuur van het samenwe rkingsverband bespreken of op eigen initiatief adviezen geven.
De ondersteuningsplanraad van PPO Rotterdam bestaat uit 14 leden van wie 7 ouders en 7 personeelsleden. De zetels zijn verdeeld over twee kiesgroepen; 8 zetels voor de kiesgroep grote
schoolbesturen (BOOR, RVKO, PCBO, Kind en Onderwijs) en 6 zetels voor de kiesgroep overige
besturen (alle overige leden van het samenwerkingsverband).
Medezeggenschapsraad
Omdat PPO Rotterdam personeel in dienst heeft, is er ook een medezeggenschapsraad ingericht
voor het samenwerkingsverband. Deze bestaat uit 7 leden die uit en door het personeel worden
gekozen. De medezeggenschapsraad heeft instemmingsbevoegdheid op bestuursbesluiten met
betrekking tot het personeel en adviesbevoegdheid op andere besluiten, zoals omschreven in het
reglement van de medezeggenschapsraad.
De medezeggenschapsraad is bevoegd over aangelegenheden die het samenwerkingsverband betreffen aan het bestuur voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken.
Personeel
De werknemers van WSNS Rotterdam-Noord en –Zuid en enkele medewerkers van ECSO zijn
overgenomen door PPO Rotterdam met behoud van hun rechtspositie tot 2017. Ook voor het door
WSNS Rotterdam-Noord en -Zuid ingeleende personeel is met de schoolbesturen overeengekomen
dat zij tot 2017 hun deskundigheid binnen PPO Rotterdam kunnen inzetten. Hiermee kan de continuïteit van de ondersteuning gewaarborgd blijven.
De functies binnen PPO Rotterdam zijn vastgelegd in een functieboek.
Vanaf 1 augustus 2014 wordt gestart met het ma ken van een goede match tussen de nieuwe functies en de betrokken capaciteit. Bij het formatieplan wordt uitgegaan van het uitgangspunt dat de
personele lasten binnen de organisatie de komende jaren niet gro eien maar gefaseerd zullen afnemen. Uiteraard gebeurt dit in goed overleg met de medezeggenschapraad van het samenwerkingsverband.
De ambulant begeleiders vanuit het speciaal onderwijs, aan wie het samenwerkingsverband tot en
met het schooljaar 2015-2016 een financiële verplichting heeft op basis van de ‘tripartiete overeenkomst personele gevolgen passend onderwijs’, worden vooralsnog niet overgenomen.
De ambulant begeleiders van cluster 3 en 4 worden naar rato verdeeld over de onderwijsarrangeerteams van PPO Rotterdam. De specialistische ambulant begeleiders van cluster 3 worden ondergebracht in het specialistisch team en zijn beschikbaar voor alle onderwijsarrangeerteams.
Bij WSNS Rotterdam-Zuid werd het maatschappelijk werk uitgevoerd door een medewerker in
loondienst en bij WSNS Rotterdam-Noord werden deze medewerkers gedetacheerd vanuit Stichting
MEE. In het schooljaar 2014-2015 wordt de bestaande situatie gecontinueerd. De uren maatschappelijk werk worden vanuit het specialistisch team naar rato verdeeld over de onderwijsarrangeerteams.
Geschillenregeling
Uiteraard probeert PPO Rotterdam geschillen zo veel mogelijk te voorkomen. Daarvoor is goede
communicatie heel belangrijk. Bij een verschil van mening (tussen ouders, scholen, besturen en/of
het samenwerkingsverband) is de eerste stap een goed gesprek tussen beide partijen.
Als het niet lukt om een meningsverschil zelf op te lossen, kan het helpen als een derde partij bemiddelt of advies geeft. Binnen PPO Rotterdam kunnen de partijen bij een (onafhankelijke) ombudspersoon terecht voor feedback. Het is soms verhelderend om een opvatting te bespreken met iemand die naar hetzelfde vraagstuk kijkt vanuit een andere invalshoek.
17
Het inschakelen van een onderwijsconsulent of mediator is een volgende mogelijkheid.
Als een geschil toch langs de formele weg opgelost moet worden, kunnen de partijen, afhankelijk
van het soort geschil, terecht bij verschillende instanties. Hierover is meer informatie te vinden op
de website www.geschillenpassendonderwijs.nl. PPO Rotterdam is aangesloten bij de Landelijke
Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring sbo/(v)so, de Landelijke Klachtencommissie
Onderwijs en de Commissie van Beroep PO/VO, die door Stichting Onderwijsgeschillen in stand
worden gehouden.
Bij onderlinge geschillen tussen de deelnemende schoolbesturen van PPO Rotterdam, kunnen een
of meerdere schoolbesturen het geschil voorleggen a an de landelijk ingestelde geschillencommissie. Het bestuur van het samenwerkingsverband stelt wel enkele regels over de gang naar de geschillencommissie:
1. Eerst zullen de schoolbesturen die een geschil hebben met elkaar in onderling overleg zoeken naar een oplossing voor het geschil.
2. Als dat niet lukt, dan schakelt het bestuur van het samenwerkingsverband een mediator in
die het gesprek aangaat tussen de besturen die onderling een geschil hebben.
3. Leidt mediation niet tot oplossing, dan mag elke schoolbestuur dat betrokken is bij het geschil, dit voorleggen aan de geschillencommissie.
Gemeenten en ketenpartners
PPO Rotterdam en de gemeente Rotterdam zijn wettelijk verplicht op overeenstemming gericht
overleg (OOGO) met elkaar te voeren over het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband
en over het beleidsplan met betrekking tot de zorg voor jeugd van de gemeente. Er wordt gezamenlijk een procedure voor dit overleg vastgesteld.
Het eerste overleg over het ondersteuningsplan heeft plaatsgevonden op 22 januari 2014 en na
een constructief gesprek is er overeenstemming bereikt.
Het overleg over het beleidsplan Nieuw Rotterdams Jeugdstelsel (voor zover het de afstemming
van en effectieve samenwerking met het onderwijs betreft) vond plaats op 4 en 27 juni 2014 met
de zeven samenwerkingsverbanden waar de Rotterdamse scholen bij zijn aangesloten. De samenwerkingsverbanden kunnen zich vinden in het Beleidsplan. De uitwerking op het terrein onderwijs
en jeugdhulp wordt samen ter hand genomen. (bron: Beleidsplan Nieuw Rotterdams Je ugdstelsel
2015-2018)
Andere samenwerkingspartners van PPO Rotterdam zijn bijvoorbeeld de samenwerkingsverbanden
in de directe omgeving, de landelijke instellingen voor cluster 1 en 2, de pabo’s in de regio en de
onderwijsinspectie.
7. Passend onderwijs in relatie tot gemeentelijk beleid
Beleidsontwikkelinge n bij gemeenten
Rotterdammers kunnen voor jeugdhulp vanaf 2015 terecht in hun eigen wijk. Daarmee komt een
einde aan de huidige situatie dat zij met allerlei instellingen en hulpverleners te maken hebben. Er
komen in Rotterdam 42 wijkteams jeugd en gezin. Jeugdhulp wordt hiermee dichtbij de gezinnen,
sneller en goedkoper georganiseerd.
De wijkteams jeugd en gezin zijn de belangrijkste vernieuwing van het Nieuw Rotterdams Jeugdstelsel. Dit nieuwe stelsel komt er omdat de gemeente vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk wordt
voor alle hulp, zorg en ondersteuning aan jeugdige Rotterdammers en hun ouders. De gemeente
gaat die hulp inkopen. Rotterdam grijpt deze kans aan om jeugdhulp eenvoudiger te maken. O uders en kinderen hebben straks nog maar te maken met één contactpersoon in hun eigen wijk.
De gemeente Rotterdam is al verantwoordelijk voor de jeugdgezondheidszorg en preventief jeugdbeleid en wordt dat straks in 2015 voor alle geïndiceerde jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg
voor de jeugd, hulp aan jeugdige verstandelijk beperkten en de begeleiding en verzorging van
jeugdige lichamelijk en zintuiglijke gehandicapten.
Meer kinderen groeien op in een kansrijk en veilig thuis, dat is het doel waar wij in Rotterdam aan
werken. Daarom moeten wij ervoor zorgen dat:
1. meer Rotterdamse kinderen en jongeren opgroeien tot zelfredzame Rotterdammers;
2. meer Rotterdamse opvoeders zich zelfstandig kunnen redden;
3. jeugdhulp passend is (niet te zwaar en niet te licht);
18
4. jeugdhulp voor de jeugd sneller beschikbaar is;
5. jeugdhulp tegen aanvaardbare kosten is.
(bron: www.rotterdam.nl/decentralisatiejeugdzorg)
Uitgangspunten voor samenwerking
PPO Rotterdam en de gemeente hebben gezamenlijke uitgangspunten benoemd voor de nieuwe
werkwijze en organisatie van onderwijsondersteuning en zorgtoewijzing:
1. Hulp en ondersteuning worden zo mogelijk geboden in de eigen vertrouwde omgeving van
het gezin en het kind. Deze hulp wordt snel, effectief en dichtbij geboden.
2. Hulp en ondersteuning: vrijwillig waar het kan, en gedwongen waar het moet.
3. De veiligheid van het kind staat voorop. Elk kind heeft recht op een optimale (onderwijs)
ontwikkeling en een passende (onderwijs)plek.
4. Uitgaan van de (ontwikkelings)mogelijkheden van kind, gezin en de pedagogische civil society.
5. Inzetten op preventie en vroegsignalering ter voorkoming van grotere zorgen.
6. De professional krijgt meer ruimte en mandaat om het werk effectiever te kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd worden eisen gesteld aan de competenties en het in acht nemen van de
kaders waarbinnen gewerkt zal worden.
7. Hulp en ondersteuning worden handelingsgericht en in samenhang geboden, vanuit het
principe één gezin, één plan, één regisseur. De ondersteuning wordt monodisciplinair geboden als het kan en multidisciplinair als het moet.
8. Specialismen worden ontkokerd. Professionals verbreden hun handelingsrepertoire en hun
handelingsbekwaamheid.
9. Bij hulp en ondersteuning maken hulpverleners maximaal gebruik van de informatie die
eerder al ingewonnen is. Ouders en kinderen behoeven slechts één keer de benodigde informatie te leveren. De bureaucratie wordt verminderd.
10. Er wordt gewerkt volgens het model van Handelingsgericht werken (HGW )
Samenwerking met jeugdhulp
De schoolmaatschappelijk werker werkt op school en is de schakel naar het wijkteam van de wijk
waar het kind woont. De schoolmaatschappelijk werker draagt zorg voor afstemming over zorg en
ondersteuning op school.
Door PPO Rotterdam wordt verwacht dat er regelmatig een gesprek plaatsvindt tussen de intern
begeleider, de schoolcontactpersoon van PPO Rotterdam, de scho olmaatschappelijk werker en ouders. Dit overleg wordt onderwijs-zorg-overleg (OZO) genoemd. Het staat de leden van het OZO
vrij het onderwijs-zorg-overleg op structurele of incidentele basis uit te breiden. Onder de verantwoordelijkheid van de school met facilitering van de schoolcontactpersoon wordt in het onderwijs zorg-overleg samengewerkt met betrekking tot de groep leerlingen, die extra ondersteuning en/of
zorg (nodig) hebben. Het onderwijs-zorg-overleg heeft een schakelfunctie tussen onderwijs en
jeugdhulp.
De samenwerking tussen PPO Rotterdam en de gemeente Rotterdam moet nog verder worden uitgewerkt. PPO Rotterdam wil in de periode 2014-2016 ook samen met de gemeente in beeld brengen welke consequenties de invoering van passend onderwijs eventueel h eeft op leerlingenvervoer,
onderwijshuisvesting en leerplicht.
8. Kwaliteitsontwikkeling
Om kwaliteit aantoonbaar te maken en waar nodig te verhogen, gaat PPO Rotterdam een kwaliteitsmanagementsysteem invoeren. PPO Rotterdam zal in navolging van het Expert ise Centrum
voor Speciaal Onderwijs haar kwaliteitsmanagementsysteem inrichten conform de CIIO Maatsstaf.
De CIIO Maatstaf is een vertaling van de ISO 9001 standaard voor de professionele kennisintensieve organisaties, opgebouwd uit de domeinen Beleid, Org anisatie, Primair Proces, Mensen, Partners
en Reflectie. Het domein Primair Proces zal als eerste ontwikkeld worden. Aan de hand van bestuurlijke thema’s en actuele ontwikkelingen maakt PPO Rotterdam een keuze voor de volgorde
van inrichten van het kwaliteitsmanagementsysteem.
Monitoring en evaluatie
Goede monitoring ondersteunt de sturing (op korte termijn), de beleidsevaluatie (op langere termijn) en vereenvoudigt de verantwoording achteraf.
19
PPO Rotterdam houdt ondermeer de volgende gegevens bij:
 gegevens over financiën
 gegevens over personeel
 uren preventie, arrangementen en overig
 aantal en soort afgegeven arrangementen
 aantal thuiszitters
Planning- & controlcyclus
Er is een eerste opzet gemaakt voor de planning- en controlcyclus. Deze vormt een onderdeel van
het jaarplan 2015, waarin ook de planning voor procedures, onderzoeken en de POP-cyclus zijn
meegenomen.
Onderdeel
Verantwoordelijke
Uitvoerende
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Dec
Opmerkingen
Planning en control cyclus
Meerjarenbeleidsplan
Directeur
Ondersteuningsplan
Directeur
Directeur in
samenwerking met
beleidsadviseur, hoofd
bedrijfsvoering,
plaatsvervangend
directeur
Directeur in
samenwerking met
beleidsadviseur, hoofd
bedrijfsvoering,
plaatsvervangend
directeur
Begroting
Hoofd bedrijfsbureau
Hoofd bedrijfsbureau
Perspectiefnota/voorjaarnota
MT (hoofd bedrijfsbureau)
Hoofd bedrijfsbureau
(Jaarplan ), schooljaar
Hoofdbedrijfsbureau
Hoofd bedrijfsbureau
Jaarverslag
Hoofd bedrijfsbureau
Hoofd bedrijfsbureau
(helpdeskmedewerkers)
Hoofd bedrijfsbureau
Kwartaalrapportages
Bestuursrapportages
MT/Beleidsadviseurs
Beleidsadviseur
Hoofd bedrijfsbureau
4 jaar verder kijken, reflectie ondersteuningsplan + alle
zaken die we ontwikkelen , afronding in november 2015.
Gaat over kalenderjaren 2016-2020
De start agenderen in september 2015, 1 feb 2016
inleveren voor MR/OPR, 1 mei inleveren bij Inspectie. In
2016 pas opleveren.
Agenderen op vergadering Bestuur, ALV, MR en OPR,
halverwege november
Beleidsmatige voorbereiding van de begroting, afgerond in
mei
Jaarplan is gevolg van perspectiefnota. Jaarplan leidt tot
begroting. Agenderen in vergadering ALV, Bestuur, MR, OPR
Door Dyade wordt dit uitgevoerd (van december tot mei,
format ligt er voor klaar). Account wordt hier bij betrokken
(in mei). In juni naar OC&W (30 juni)
Ziekteverzuim, personeel, taakbeleid, uitputtingsoverzicht
financien
Beleidsmatige rapportage (arrangementen,
professionalisering en opleiding, klachten, projecten,
inspraak, overleg (wie waar), kengetallen)
Verantwoording
Over het gevoerde beleid en de inzet van het geld legt PPO Rotterdam jaarlijks verantwoording af
in een jaarverslag en jaarrekening. Hierin informeert PPO Rotterdam de overheid en andere belanghebbenden over de gang van zaken binnen het samenwerkingsverband, de behaalde resultaten
en de inzet van middelen. Het verslag wordt opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het jaarverslag 2013 is op 9 april 2014 vastgesteld door het bestuur. Voor het jaarverslag
van 2014 en de kwartaalrapportages en bestuursrapportages van 2015 zijn afspraken gemaakt in
bovenstaande planning- en controlcyclus.
9. Financiën
Allocatiemodel
Het samenwerkingsverband is ingericht vanuit het expertisemodel. Dat wil zeggen dat de schoolbesturen de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de inrichting en uitvoering van onderwijsondersteuning vanuit de opdracht van de wetswijziging passend onderwijs hebben gedelegeerd
naar één organisatie. Uitgangspunt is centrale sturing op financiën en kwaliteit van de onderwijsondersteuning. Naast de huidige onderwijsprofessionals die vanuit PPO Rotterdam ten dienste
staan van de scholen worden de komende tijd ook de mogelijkheden uitgewerkt om scholen een
budget c.q. vouchers te geven die naar eigen inzicht kunnen worden besteed aan ondersteunende
arrangementen. Dit uiteraard binnen de doelstelling waar het budget van passend onderwijs voor
bedoeld is en de gezamenlijk vastgestelde kwaliteitskaders.
20