functiebeschrijving - Samen Veilig Midden

FUNCTIEBESCHRIJVING Samen Veilig Midden-Nederland
Functie
Afdeling
: Medewerker SAVE
: SAVE
Datum : november 2013
Pagina : 1 van 3
DOEL VAN DE FUNCTIE
Het geven van advies, consult, ontvangen van meldingen, bieden van crisisinterventie, onderzoeken, beoordelen
en managen van de veiligheid van jeugdigen en gezin en het uitvoeren van jeugdbescherming-, en
reclasseringsmaatregelen.
Tijdelijk is het doel van deze functie ook het ,indien nodig, opstellen van een indicatiestelling- en besluit. Dit doel
vervalt na de inwerkingtreding van de nieuwe Jeugdwet.
ORGANISATORISCHE POSITIE
De medewerker SAVE ressorteert hiërarchisch onder de Teammanager en krijgt inhoudelijke
advies en/of wordt inhoudelijk ondersteund door de van de gedragswetenschapper, vertrouwensarts en/of
juristen. De medewerker geeft zelf geen leiding.
Bij het nemen van kernbeslissingen is de medewerker verplicht om de gedragswetenschapper te consulteren. Het
overzicht van de kernbeslissingen is beschikbaar voor alle medewerkers.
RESULTAATGEBIEDEN
1. Advies, consult en meldingen
 Heeft eerste contact met een adviesvrager, consultvrager of melder;
 Informeert de beller over de werkwijze en mogelijkheden van het SAVE team;
 Geeft advies of (participatief) consult aan de beller of neemt de melding aan;
 Verzamelt informatie en maakt een taxatie van de veiligheid, ontwikkelingsbedreigingen,
kindermishandeling en de criminogene factoren: en bepaalt de urgentie bij een melding;
 Maakt afspraken over de terugkoppeling naar de consultvrager of melder;
 Stelt een voorlopig plan van aanpak op;
 Registreert de meldingen, advies- en consultvragen en start dossiervorming op conform gestelde eisen.
Resultaat: Optimale toegankelijkheid gecreëerd voor personen die een melding willen doen, een advies of
consult vragen. Daarnaast heeft een adequate eerste beoordeling plaatsgevonden van de casus en is deze
voorzien van een passend vervolg.
2. Crisisinterventie (binnen kantooruren)
 Neemt een melding over een crisis of spoedeisende situatie aan;
 Inventariseert zorgen en sterke kanten; maakt een taxatie van veiligheid, ontwikkelingsbedreigingen,
kindermishandeling en criminogene factoren én activeert de sterke kanten van de jeugdige en maakt
daarbij gebruik van het gezin en het netwerk;
 Voert gesprekken met jeugdige en cliëntsysteem en observeert indien gewenst de jeugdige;
 Biedt crisisinterventie;
 Borgt dat een (voorlopig) veiligheidsplan is gemaakt met de jeugdige, gezin en netwerk en zorgt dat dit
wordt uitgevoerd;
 Zorgt dat, indien nodig, specialistische (crisis)hulp en Jeugdzorg Plus wordt ingezet..
 Draagt zorgt, indien nodig, voor overdracht naar een andere organisatie (bijvoorbeeld een buurtteam of
een sociaal wijk Buurtteam);
 Gaat parallelle processen aan met het Meld- en Crisispunt (MCP) bij complexe casuïstiek en extreme
onveiligheid;
Resultaat: De veiligheid van de jeugdige is in de crisissituatie direct geborgd; er is adequate hulp geboden en de
casus is voorzien van een passend vervolg.
3. Onderzoeken, beoordelen en managen van veiligheid
 Verricht (AMK) onderzoek op basis van het voorlopige plan van aanpak;
 Legt huisbezoeken af en voert gesprekken met de ouder(s) en/of de jeugdige;

Inventariseert zorgen en sterke kanten; maakt een taxatie van veiligheid, ontwikkelingsbedreigingen,
kindermishandeling en criminogene factoren én activeert de sterke kanten van de jeugdige en maakt
daarbij gebruik van het gezin en het netwerk;
 Trekt conclusies en koppelt de bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van het onderzoek terug
naar het cliëntsysteem en informanten;
 Stelt voorwaarden om de veiligheid en ontwikkeling afdoende te borgen en borgt dat een daarop
passend (veiligheid)plan wordt gemaakt met de jeugdige, gezin en het netwerk;.
 Monitort de realisatie van het plan; is voortdurend alert op risico’s ten aanzien van de bedreiging van de
jeugdige en criminogene factoren; en stelt indien nodig bij;
 Zorgt indien nodig, dat specialistische zorg en jeugdzorg plus ingezet worden binnen het plan;
 Stelt indien nodig de Raad van de Kinderbescherming in kennis of doet aangifte bij politie en/of
rapporteert aan Justitie;
 Monitort en, indien nodig, handelt t.b.v. de veiligheid van de jeugdige tijdens het onderzoek van de Raad
voor de Kinderbescherming door informatie uit te wisselen en daar waar nodig cliënt(systeem) hierop aan
te spreken;
 Zorgt voor overdracht naar relevante instanties; en bewaakt indien nodig het vervolgtraject door middel
van rappel;
 Gaat parallelle processen aan met het Meld- en Crisispunt (MCP) bij complexe casuïstiek en extreme
onveiligheid;
Resultaat: De veiligheid van jeugdige is duurzaam gewaarborgd.
4. Uitvoeren van jeugdbeschermingsmaatregelen en voorzieningen in het gezag (voorlopige)
ondertoezichtstelling en (voorlopige) voogdijmaatregel
 Voert jeugdbeschermingsmaatregelen uit conform de wettelijke maatregelen en legt daarbij de regie
zoveel mogelijk bij jeugdige, gezin en netwerk;
 Zorgt in het kader van ondertoezichtstelling voor besluitvorming en uitvoering, conform geldende
richtlijnen tot opheffen, dan wel tot verlengen van ondertoezichtstelling, het uithuisplaatsen dan wel
thuisplaatsen van de jeugdige, het begeleiden en toezien op omgangsregelingen, het aanvragen van een
verderstrekkende maatregel en het reageren op nieuwe signalen en/of meldingen;
 Zorgt in het kader van de voogdijmaatregel voor besluitvorming en uitvoering conform geldende
richtlijnen tot het uithuisplaatsen dan wel thuisplaatsen van de jeugdige en het reageren op nieuwe
signalen en/of meldingen;
 Vertegenwoordigt de organisatie bij rechtszittingen;
 Treedt op als voogd uit naam van de organisatie met daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden ten
aanzien van veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige.
 Stelt in overleg met de Gedragwetenschapper en het Juridisch Centrum verweerschriften op inzake hoger
beroep;
 Sluit aan bij en werkt parallel samen met de lokale zorg voor jeugd, scholen, politie en overige
samenwerkingspartners.
Resultaat: De (voorlopige) ondertoezichtstelling of de (voorlopige) voogdijmaatregel is uitgevoerd conform
wettelijke maatregelen, protocollen en methodieken.
5. Uitvoeren van jeugdreclasseringmaatregelen
 Voert jeugdreclasseringmaatregelen uit conform de wettelijke maatregelen en legt daarbij de regie zoveel
mogelijk bij jeugdige, gezin en netwerk;
 Onderhoudt contacten met justitiële autoriteiten en ketenpartners en informeert en adviseert hen over
de afstemming en samenwerking in de zorgverlening richting jeugdigen;
 Participeert in lokale en regionale samenwerkingsverbanden; en verwoordt indien nodig de positie en rol
van BJU.
 Sluit aan bij en werkt parallel samen met de lokale zorg voor jeugd, scholen, politie en overige
samenwerkingspartners.
Resultaat: De Jeugdreclasseringmaatregelen zijn conform de wettelijke maatregelen, protocollen en methodieken
uitgevoerd. Daarnaast is er een sluitend netwerk opgebouwd met relevante partijen,zodanig dat toegankelijkheid
voor en daarmee de samenwerking met ketenpartners is geoptimaliseerd.
6. Indicatiestelling en -besluit opstellen (dit resultaatgebied vervalt na inwerkingtreding van de nieuwe wet Zorg
voor de Jeugd)
 Schrijft de indicatiestelling ten behoeve van de geïndiceerde (jeugd)zorg en stelt het indicatiebesluit op;
 Ziet toe op de uitvoering van de indicatiebesluit conform (wettelijke) richtlijnen en kaders.
Resultaat: Het indicatiebesluit is vastgesteld zodanig dat het voldoet aan zowel de (wettelijke) richtlijnen en
kaders als aan de vraag van de jeugdige. Het cliëntsysteem is geïnformeerd en de juiste zorgaanbieders zijn
ingeschakeld. Tevens is beoordeeld of het aanbod voldoet aan het indicatiebesluit.
PROFIEL VAN DE FUNCTIE
Kennis










HBO diploma (SPH, MWD, Pedagogiek)
Geregistreerd in het beroepsregister BAMW
Kennis van en inzicht in het hulpaanbod en hulpverleningsmethodieken
Kennis van de toepassing van de geldende en wettelijke kaders voor jeugdzorg
Kennis van pedagogiek, (ontwikkeling)psychologie en diagnostiek
Kennis van psychiatrie, verslaving(problematiek), verstandelijke beperkingen en (seksueel-) geweld
Kennis van complexe gezinssystematiek en de signalen van kindermishandeling
Kennis van de sociale kaart
Kennis en inzicht in crisis, crisissituaties, crisismanagement en crisisinterventies
Kennis en inzicht in interventies ten behoeve van het verhogen van veiligheid van jeugdigen
Vaardigheden
 Zie compententieprofiel medewerker primair proces