zorgvuldigheid bij invoering WMO

Retouradres: t.a.v. Frieda Both, secretaris Sociale pijler, Gemeente Zaanstad,
Postbus 2000, 1500 GA Zaandam
Aan de leden van de Vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Behandeld door:
Datum:
Onderwerp:
Contactgegevens
Gemeente Zaanstad
Frieda Both
Postbus 2000
1500 GA Zaandam
Tel: 06-21518682
[email protected]
www.g32.nl
Thérèse van Schie/ Frieda Both
10 april 2014
Invoering van de nieuwe Wmo heeft baat bij zorgvuldigheid
Geachte leden van de commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Binnenkort behandelt u de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Uw voorbereiding
volgen wij met grote belangstelling. De vele vragen, die u bij uw voorbereiding heeft gesteld,
getuigen van een grote betrokkenheid bij de mensen om wie het gaat en bij de gemeenten en
de organisaties die de wet straks gaan uitvoeren.
Wij schrijven u deze brief in goede afstemming met de VNG. In de aanloop naar het
Kamerdebat over de wet zal de VNG namens alle gemeenten nog andere punten aan de orde
stellen en reageren op ingediende moties en amendementen.
Het is u bekend dat gemeenten zich grote zorgen maken over de randvoorwaarden waaronder
de decentralisatie van de AWBZ-taken haar beslag moet krijgen. Een overgrote meerderheid
van gemeenten heeft dit tijdens een Bijzondere Algemene Ledenvergadering van de VNG eind
november 2013 in een resolutie kenbaar gemaakt. In deze resolutie gaven gemeenten aan
goede structurele randvoorwaarden nodig te hebben om de decentralisatie van AWBZ-taken
tot een succes te maken. Er werd gepleit voor wettelijke borging van de samenwerking tussen
zorgverzekeraars en gemeenten, substantiële verlaging van de besparingstaakstelling voor
huishoudelijke hulp en begeleiding en financiële compensatie voor het overgangsrecht.
Het kabinet is gemeenten in het vervolg hierop enigszins tegemoet gekomen door 200 miljoen
euro extra beschikbaar te stellen en toe te zeggen dat eventuele financiële knelpunten die
ontstaan goed gemonitord zullen worden en dat gemeenten in de oplossing ervan niet alleen
zullen staan. Met alleen deze toezegging kunnen gemeenten niet uit de voeten.
De G32 gemeenten blijven aandringen op een grotere financiële compensatie en wettelijke
borging van de samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars in de
Zorgverzekeringswet. Daarnaast is nu al duidelijk dat de 200 miljoen euro voor het
overgangsjaar in elk geval niet voldoende zal zijn. In deze brief vragen wij daar uw aandacht
voor, alsmede voor een aantal andere specifieke punten.
Het overgangsrecht
Een zorgvuldige invoering van het nieuwe stelsel is essentieel. De wet voorziet hier ook in.
Bestaande cliënten behouden tot maximaal een jaar na invoering hun recht op zorg. Dit geeft
de cliënt en zijn netwerk, aanbieders én gemeenten de tijd om in samenspraak, voor zover
1/3
mogelijk, tot een aangepast ondersteuningsaanbod te komen. Als de wet op 1 juli a.s. is
gepubliceerd, en de verordeningen vervolgens in oktober door de gemeenteraden zijn
vastgesteld, kunnen gemeenten met deze inwoners in gesprek. Gemeenten willen hierbij
zorgvuldigheid betrachten door met alle huidige cliënten het gesprek te voeren en hen na
onderzoek een nieuw ondersteuningsarrangement aan te bieden.
De bezuinigingsopgave van 25% gaat echter ook gelijk op 1 januari 2015 in. En dit plaatst ons
als gemeenten voor een onmogelijke opgave. Als we de herbeoordeling in de loop van 2015
gefaseerd uitvoeren, conform het overgangsrecht, leidt dat tot een financieel tekort. Met veel
minder geld moeten de bestaande aanspraken betaald worden. Gemeenten kunnen wel iets
doen door een verlaging van de tarieven bij zorgaanbieders per 1 januari 2015, maar dat kan
lang niet de hele bezuiniging van 25% opvangen. Er is immers ook een daling van het volume
(lees: een ander ondersteuningsaanbod) voor nodig en die is pas later te verwachten met de
nieuwe instroom en na de herbeoordeling van de huidige cliënten.
Een extra groot risico op een financieel tekort speelt bij de huidige cliënten met een
Persoonsgebonden Budget. Bij een groot aantal gemeenten is het aandeel PGB-houders heel
hoog, soms wel meer dan 50%. Gemeenten kunnen niet een generiek besluit nemen om per 1
januari 2015 alle PGB-tarieven naar beneden bij te stellen. Dat betekent dat alle PGB-cliënten
afzonderlijk opgeroepen moeten worden om met hen naar een goedkoper
ondersteuningsarrangement te zoeken. Daar ontbreekt echter de tijd voor, nog afgezien van
de vraag of deze tijdsbesteding zinvol zou zijn, aangezien veel mensen zich zullen beroepen
op de overgangsbepalingen.
Geen enkele gemeente kan zich een financieel tekort veroorloven. Daarom is het enige
alternatief dat zij nog dit jaar, dus vóór 1 januari 2015, alle huidige cliënten herbeoordelen en
een nieuw ondersteuningsarrangement bieden. Dat kan pas op zijn vroegst vanaf oktober
2014 beginnen, nadat de wet en de daarop gebaseerde verordeningen zijn vastgesteld, de
inkoopcontracten zijn afgerond en alle cliëntgegevens beschikbaar zijn gesteld. In grotere
gemeenten gaat het om duizenden cliënten, die in enkele maanden beoordeeld moeten
worden. Die herbeoordeling vergt tijdelijke heel veel extra capaciteit; onze inschatting is dat
dit de gemeenten landelijk 100 miljoen euro zal kosten.
Het lijkt ons echter vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid niet wenselijk om in zo’n korte tijd
zo’n grote herbeoordelingoperatie uit te voeren. Die staat namelijk ook op gespannen voet met
de zorgcontinuïteit waar cliënten op rekenen gelet op de overgangsbepalingen. Eenzijdig
doorzetten van de kant van gemeenten zal ongetwijfeld leiden tot vele bezwaarprocedures en
negatieve publiciteit. Dat zal het hele proces van de hervorming van de langdurige zorg geen
goed doen.
Op basis van berekeningen door meerdere steden komen wij op een bedrag van minimaal
1
zo’n 300 miljoen euro dat het landelijk extra zou kosten om gemeenten financieel in staat te
stellen in 2015 de zorgcontinuïteit te bieden die volgt uit de overgangsbepalingen. Dit bedrag
komt bovenop de reeds toegezegde 200 miljoen. Wij vragen u dit budget beschikbaar te
stellen, zodat gemeenten de intentie van het overgangsrecht in 2015 kunnen waarborgen. Op
die manier kunnen gemeenten de herbeoordeling zorgvuldig uitvoeren en huidige cliënten een
nieuw ondersteuningsaanbod doen op een moment dat in lijn is met hun overgangsrecht.
Inzicht in volume en prijsafspraken per geleverd zorgproduct
Het ontbreekt gemeenten tot nu toe aan een gedetailleerd en betrouwbaar inzicht in de
huidige volume- en prijsafspraken per geleverd zorgproduct. Deze informatie is voor ons
1
Zie ook de brief van de 14 Twentse gemeenten van 26 maart jl., en op basis van doorrekeningen door Zaanstad,
Groningen en Utrecht.
2/3
noodzakelijk om op korte termijn tot verantwoorde afspraken met de zorgaanbieders te
komen. Wij verzoeken u er bij het kabinet op aan te dringen dat deze informatie ons zo snel
mogelijk ter beschikking wordt gesteld.
2012 als basisjaar
In de bestuurlijke gesprekken tussen VWS en VNG is steeds gesteld dat voor de berekening
van de overheveling van het budget voor de nieuwe taken 2012 als basisjaar geldt. Het
ministerie wil nu overstappen naar 2013 als basisjaar. De G32 lijkt deze verandering echter
ongunstig. In 2013 en 2014 zijn voor 2015 beleidswijzigingen aangekondigd binnen de AWBZ.
Door AWBZ-partijen is op deze beleidswijzigingen geanticipeerd door bijvoorbeeld bepaalde
indicaties niet meer af te geven, vacatures niet in te vullen of door tariefverlagingen. Anders
gezegd: de ruimte om te zoeken naar kostenbesparingen is er al voor een deel uit.
Als gemeenten hier dan nog de volle bezuiniging van 25% op moeten doorvoeren treft dat de
burgers onevenredig hard. Gemeenten zouden graag zien dat de staatssecretaris zich aan de
eerder gemaakte afspraken met betrekking tot het peiljaar houdt.
Tot slot: willen gemeenten daadwerkelijk tot uitvoering van de wet op 1 januari 2015 a.s.
kunnen overgaan, dan zijn betere randvoorwaarden en tijdige afronding van de parlementaire
behandeling, dat wil zeggen vóór 1 juli a.s., essentieel. Een eventueel uitstel vinden wij niet
wenselijk. Op lokaal niveau zijn de voorbereidingen immers al langere tijd volop aan de gang.
Wij wensen u veel wijsheid toe bij de behandeling van de nieuwe Wmo 2015. Indien u nog
nadere informatie wenst dan zijn wij graag bereid om een toelichting te geven. Een afschrift
van deze brief is ook gestuurd aan Staatssecretaris Van Rijn.
Hoogachtend,
Jannie Visscher
Wethouder gemeente Groningen
Dossiertrekker WMO G32 sociale pijler
Corrie Noom
Wethouder gemeente Zaanstad
Voorzitter G32 sociale pijler
3/3