"Kamerbrief over WTO-geschil zeehonden" PDF

Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 4
DEN HAAG
Bezuidenhoutseweg 67
2594 AC Den Haag
Postbus 20061
Nederland
www.rijksoverheid.nl
Onze Referentie
Minbuza 2014.89680
Uw Referentie
Bijlage(n)
Datum 25 maart 2014
Betreft WTO-geschil zeehonden
Mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken informeer ik u graag
over de uitkomsten van het WTO-geschil over het EU-verbod op de import van
zeehondenbont en andere producten afkomstig van zeehonden, conform eerder
gedane toezeggingen hierover (zie onder andere TK 2009–2010, 32 123 XIV, nr.
193). Daarbij zal ik u aanvullend informeren over de mogelijke consequenties van
de uitspraak van dit WTO-panel voor de mogelijkheden om andere bontsoorten en
andere producten vanuit dierenwelzijnsoverwegingen te weren van de Europese
markt, zoals aan u toegezegd door de Staatssecretaris van Economische Zaken in
het notaoverleg dierenwelzijn d.d. 2 december 2013.
Op 16 september 2009 stelde de Europese Unie (EU), mede op aandringen van
Nederland, een verbod in op de handel in producten afkomstig van
zeehondensoorten. Met het verbod werd tegemoet gekomen aan de kritiek bij het
publiek en regeringen in verband met dierenwelzijn. Het verbod kent een beperkt
aantal uitzonderingen voor inheemse volkeren en wetenschappelijk onderzoek.
Canada en Noorwegen zijn van meet af aan van oordeel dat dit EU verbod in strijd
is met de WTO-regels en zijn in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
een geschillenprocedure gestart.
Het WTO-panel heeft in oktober 2013 uitspraak gedaan. De uitspraak komt er in
hoofdlijnen op neer dat het EU verbod niet strijdig is met de WTO-regels en
noodzakelijk is ter verwezenlijking van het beoogde doel. Er is geen alternatieve,
minder handelsbelemmerende maatregelen mogelijk.
De voor inheemse volkeren en wetenschappelijk onderzoek voorziene
uitzonderingen op het algemene verbod zijn wel strijdig bevonden met de WTOregels, omdat zij in de praktijk leiden tot ongerechtvaardigde discriminatie.
Canada en Noorwegen hebben beroep ingesteld tegen de uitspraak van het
WTO-panel. Zij zijn van oordeel dat het panel de WTO-regels niet juist heeft
toegepast en ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat het EU verbod WTOconform is.
Nu er beroep is ingesteld, is de uitspraak van het WTO-panel niet van kracht
geworden. Dat betekent dat er nog niet gezegd kan worden of dit invoerverbod op
basis van publieke moraal gerechtvaardigd kan worden en past binnen de WTOregels. De beroepsprocedure is inmiddels van start gegaan. Medio maart vindt de
eerste hoorzitting plaats.
Een analyse van de uitspraak van het WTO-panel en de consequenties van de
uitspraak is niet zinvol tot er een definitieve uitspraak is gedaan. Zodra er een
definitieve uitspraak in deze zaak is zal ik uw Kamer daarover informeren. Daarbij
zal ik ook ingaan op de consequenties van de uitspraak voor de mogelijkheden die
dit biedt om andere producten vanuit dierenwelzijnsoverwegingen van de EUmarkt te weren.
De Minister voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking,
Lilianne Ploumen