Bijlage 10 - Productschap Akkerbouw

VERGADERING
DATUM
AGENDAPUNT
BIJLAGE
: BESTUUR
: 12 JUNI 2014
:7
: 10
SUBSIDIEVERZOEK BRANCHEORGANISATIE AKKERBOUW (OPSTARTSUBSIDIE)
1.
Samenvatting
Een aantal partijen in de akkerbouwketen heeft besloten tot de oprichting van de Brancheorganisatie Akkerbouw (BO Akkerbouw). De voorliggende subsidieaanvraag betreft een aanvraag om de activiteiten van de BO Akkerbouw mogelijk te maken (opstartsubsidie). Verzocht wordt om een subsidiebedrag van maximaal € 50.000,-. Er wordt niet verzocht om de
overdracht van activa of de overname van menskracht van het productschap.
2.
Bijlagen
•
•
3.
Beoogd wordt de formele oprichting van de vereniging te laten plaatshebben op
12 juni a.s. Daarom zijn de concept-statuten bijgevoegd;
Een ondernemingsplan met begroting (d.d. 1 juni 2014) wordt aan het bestuur van
het Productschap Akkerbouw aangeboden.
Verantwoording
A.
aspecten van de PBO-toets:
- het beoogde activiteitenpakket van de BO Akkerbouw sluit nauw aan bij het takenpakket
dat het productschap uitvoerde en bestaat dan ook uit de voortzetting van een aantal activiteiten van het productschap. Het doel van de subsidie is dan ook herleidbaar tot de wettelijke
taken en bevoegdheden van het productschap;
- het doel van de activiteiten die met de subsidie mogelijk moeten worden gemaakt is niet
goed te bereiken door middel van financiering door privaatrechtelijke organisaties (voor een
aantal activiteiten zal algemeen verbindend verklaring vereist zijn!);
- uitgaande van de suggestie van de subsidieaanvrager voor de financiering van het subsidiebedrag (50% bestemmingsreserves die zich richten op de teelt en 50% bestemmingsreserves die zich richten op handel en industrie) geldt dat doel en doelgroep van de BO Akkerbouw nauw aansluiten bij de doelgroep die de middelen bij het productschap bijeengebracht
heeft.
B.
a)
b)
c)
te overwegen subsidievoorwaarden bij de toekenning door het bestuur:
Verordening PA subsidieverstrekking 2010 is van toepassing
een voorbehoud voor een goedgekeurde (herziene) begroting waarin de subsidie is
opgenomen
de activiteiten die met de subsidie mogelijk moeten worden gemaakt staan onder
gelijke voorwaarden open voor alle - voor de BO Akkerbouw relevante - delen van de
akkerbouwketen
d)
gelet op de activiteit en het gevraagde subsidiebedrag geen aparte subsidietoekenning en –vaststelling, maar uitsluitend een financiële verantwoordingsplicht. De verantwoording moet worden afgelegd aan het productschap danwel – na opheffing van
het schap – aan de bij wet aan te wijzen vereffenaar (de Minister van EZ).
4.
Advies dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur adviseert positief over de voorliggende aanvraag.
Brancheorganisatie Akkerbouw i.o.
Productschap Akkerbouw
t.a.v. het bestuur
postbus 908
2700 AX ZOETERMEER
Betreft
Kenmerk
Toestelnr.
:
:
:
subsidieverzoek
JW.B.14.006
079 3 68 7522
Zoetermeer, 19 mei 2014
Geacht bestuur,
Zoals u bekend is, heeft een aantal partijen in de akkerbouwketen besloten tot de
oprichting van de Brancheorganisatie Akkerbouw (hierna: BO Akkerbouw). Het doel van de
vereniging is akkerbouwsectoren en –ketens te ondersteunen in hun ambitie om duurzaam
en maatschappelijk verantwoord te ondernemen. De BO Akkerbouw streeft naar erkenning
als brancheorganisatie in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013
(gemeenschappelijke ordening van markten voor landbouwproducten). Voor de financiering
van een aantal van haar beoogde activiteitenprogramma’s zal de BO Akkerbouw
verzoeken om algemeen verbindend verklaring.
Omdat de BO Akkerbouw i.o. thans niet over eigen financiële middelen beschikt, verzoekt
zij aan het productschap om een startsubsidie van maximaal € 50.000,- voor de lasten die
samenhangen met de oprichting van de vereniging. Deze lasten zijn nodig om de
sectoractiviteiten mogelijk te maken. Een voorlopige begroting met de hier bedoelde lasten
treft u aan als bijlage bij deze brief.
Omdat de doelgroep voor de BO Akkerbouw nauw aansluit bij de kring van heffingbetalers
binnen het Productschap Akkerbouw, wordt, bij toekenning van de gevraagde subsidie,
voorgesteld de subsidie voor 50% te financieren uit bestemmingsreserves van het
productschap die zich richten op de teeltsector en voor 50% uit bestemmingsreserves die
zich richten op handel en industrie.
p/a Louis Braillelaan 80, Postbus 908, 2700 AX Zoetermeer
Brancheorganisatie Akkerbouw i.o.
Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid tot een nadere toelichting op ons subsidieverzoek.
Met vriendelijke groet,
namens vertegenwoordigers van de aan BO Akkerbouw i.o. deelnemende organisaties en
ondernemingen,
Jaap Haanstra
Vakgroep Akkerbouw LTO
Teun de Jong
Nederlandse Akkerbouw Vakbond
Erik Pelleboer
Nederlands Agrarisch Jongeren Contact
Jos van Campen
Cosun
Cees van Arendonk
Nederlandse Aardappel Organisatie
Bert Jansen
Avebe
Antoon van Vugt
CZAV
Watze van der Zee
Vlas en Hennep.nl
Matthé Vermeulen
Koninklijke Vereniging het Comité van Graanhandelaren
Vincent Roelofs
Agrifirm Plant
Niels Louwaars
Plantum
René van der Linden
Vavi
p/a Louis Braillelaan 80, Postbus 908, 2700 AX Zoetermeer
Brancheorganisatie Akkerbouw i.o.
Bijlage bij brief JW.B.14.006 d.d. 19 mei 2014
Voorlopige begroting opstartkosten
bestuurskosten
notaris €
juridisch en fiscaal advies €
overige bestuurskosten €
500
1.000
500
€
publiciteitskosten
ontwikkeling en productie website €
ontwikkeling huisstijl €
drukwerk €
2.000
5.000
5.000
2.500
€ 12.500
apparaatskosten
automatisering
inrichting
opzet financiële administratie
overige apparaatskosten
€ 10.000
€ 6.000
€ 17.500
€ 2.000
€ 35.500
totaal
€ 50.000
p/a Louis Braillelaan 80, Postbus 908, 2700 AX Zoetermeer
1
026760/EST/TKO
AKTE VAN OPRICHTING BRANCHEORGANISATIE AKKERBOUW
Op twaalf juni tweeduizend veertien verschenen voor mij, mr. Eelko Drewes
Smit, notaris te ‘s-Gravenhage:
1. ***, geboren te *** op ***, wonende te ***, ***, identiteitsbewijs: ***,
nummer ***, afgegeven te ***, geldig tot ***;
2. ***, geboren te ***, wonende te ***,***, identiteitsbewijs ***, nummer
***, afgegeven te ***, geldig tot ***,
hierna samen te noemen: ‘de oprichters’.
OPRICHTING VERENIGING
De oprichters verklaren een vereniging op te richten en daarvoor de volgende
statuten vast te stellen.
STATUTEN
INDELING
Deze statuten zijn ingedeeld in de volgende hoofdstukken:
Hoofdstuk I.
Naam, zetel en doel
Hoofdstuk II.
Leden en partners
Hoofdstuk III. Algemene ledenvergadering
Hoofdstuk IV.
Bestuur
Hoofdstuk V.
Beheer
Hoofdstuk VI.
Secties en werkgroepen
Hoofdstuk VII. Overig
HOOFDSTUK I. NAAM, ZETEL EN DOEL
ARTIKEL 1 – NAAM
1. De vereniging draagt de naam Brancheorganisatie Akkerbouw. (afgekort: BO
Akkerbouw).
2. De vereniging heeft haar zetel in de gemeente *** en is aangegaan voor
onbepaalde tijd.
ARTIKEL 2 – DOEL
1. De vereniging heeft ten doel om de belangen van de ondernemingen in de
keten van uitgangsmateriaal, teelt, handel en verwerking van
akkerbouwproducten met betrekking tot productie, verwerking, handel en
afzet te behartigen en te bevorderen dat de producten van de akkerbouw
voldoen aan de wensen van de consument.
2. De vereniging tracht dit doel te bereiken door:
a. te fungeren als platform voor de akkerbouwsector en als intermediair
voor overleg tussen de sector en de overheid;
b. het bewaken en ten gunste van de sector beïnvloeden van nationale en
internationale regelgeving;
c. het informeren over nationale en internationale regelgeving en te
adviseren over de uitvoering en handhaving daarvan;
Document Number: 1123616
Version: 1
2
d.
het ontwikkelen en verspreiden van kennis ten behoeve van een
optimalisatie van de akkerbouwteelten in Nederland;
e. het participeren in en het stimuleren van onderzoek;
f. het ontwikkelen en voor gebruik beschikbaar maken van informatie die
kennis inzake en de transparantie van de markt verbeteren;
g. het ontwikkelen en faciliteren van certificatieschema’s;
h. het faciliteren en uitvoeren van crisismanagement;
i. het verkrijgen van een erkenning als brancheorganisatie volgens de
Verordening (EU) 1308/2013 tot vaststelling van een
gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten;
j. het indienen van verzoeken tot algemeen verbindend verklaring van
regelingen en programma’s en de daarmee samenhangende
financiering en het (doen) uitvoeren van deze regelingen of
programma’s;
en voorts al hetgeen met één of ander rechtsreeks of zijdelings verband
houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
3. De vereniging kan haar doel mede nastreven door het oprichten van,
deelnemen in, samenwerken met of het secretariaat voeren van andere
rechtspersonen met een soortgelijk of afgeleid doel.
4. De vereniging heeft geen winstoogmerk.
HOOFDSTUK II. LEDEN EN PARTNERS
ARTIKEL 3 – LIDMAATSCHAP
1. Het lidmaatschap van de vereniging kan worden aangevraagd door:
a. organisaties die ondernemingen vertegenwoordigen die actief zijn in de
Nederlandse akkerbouwketen op het vlak van uitgangsmateriaal, teelt,
handel en/of verwerking;
b. ondernemingen die actief zijn in de Nederlandse akkerbouwketen op het
vlak van uitgangsmateriaal, handel en/of verwerking.
2. De aanvraag voor het lidmaatschap wordt ingediend onder de in het
huishoudelijk reglement genoemde voorwaarden.
3. Het bestuur beslist over toelating van de aanvrager. Indien de aanvrager is
aangesloten bij een organisatie bedoeld in het eerste lid onder a, dan wel
valt onder de werkingsfeer van een organisatie bedoeld in het eerste lid
onder a, beslist het bestuur over de toelating nadat deze organisatie is
gehoord.
4. Indien het bestuur negatief besluit over toelating kan de aanvrager beroep
aantekenen bij de algemene ledenvergadering.
5. Naast leden kent de vereniging partners. Een partner kan zijn een
organisatie van in Nederland actieve bedrijven, die in belangrijke mate actief
zijn in of voor de Nederlandse akkerbouwsector in brede zin. Een partner is
geen lid in de zin van de wet. Ten aanzien van de toelating van partners is
het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid van overeenkomstige
toepassing.
3
6.
Een lid of partner maakt, al naar gelang zijn activiteiten, deel uit van één
van de in artikel 15, eerste lid genoemde secties.
ARTIKEL 4 – EINDE LIDMAATSCHAP EN PARTNERSCHAP
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. wanneer het lid ophoudt te bestaan of in het geval het lid in staat van
surseance van betaling of faillissement verkeert;
b. door opzegging door het lid, welke opzegging uitsluitend kan geschieden
tegen het einde van een boekjaar, met inachtneming van een
opzeggingstermijn van tenminste twee maanden;
c. door opzegging namens de vereniging door een besluit van het bestuur;
d. door ontzetting namens de vereniging door een besluit van het bestuur;
e. onverminderd het bepaalde onder a van dit lid, door fusie van een lid,
waarbij de rechtspersoon ophoudt te bestaan; het lidmaatschap gaat in
dit geval slechts over op de verkrijgende rechtspersoon indien het
bestuur op schriftelijk verzoek van de betrokkene daartoe besluit.
2. Wanneer het lidmaatschap in de loop van een boekjaar, ongeacht de reden
of oorzaak eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse contributie voor het
geheel door het lid verschuldigd, tenzij het bestuur anders besluit.
3. In het huishoudelijk reglement van de vereniging worden nadere regels
gesteld met betrekking tot de beëindiging van het lidmaatschap.
4. Ten aanzien van het partnerschap is het bepaalde in het eerste tot en met
het derde lid van overeenkomstige toepassing.
ARTIKEL 5 – CONTRIBUTIE EN OVERIGE MIDDELEN
1. De algemene ledenvergadering stelt, op voorstel van het bestuur, de hoogte
van de contributie van de leden en de partners vast. De hoogte van de
verschuldigde contributie kan per lid en partner verschillen. De wijze van
berekenen van de contributie die ten grondslag ligt aan dit voorstel van het
bestuur zal worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement.
2. Naast de contributie bestaat ook de mogelijkheid om van de leden en
partners financiële bijdragen voor specifieke projecten te vragen.
3. De middelen van de organisatie kunnen tevens bestaan uit gelden door de
Rijksoverheid of andere instellingen ter beschikking gesteld, inkomsten
verkregen door activiteiten in het kader van algemeen verbindend
verklaarde regelingen, donaties en andere wettige baten.
4. De middelen bedoeld in het tweede en derde lid komen uitsluitend ten goede
aan activiteiten die van belang zijn voor degenen die de betreffende
middelen hebben opgebracht.
ARTIKEL 6 – VERANTWOORDELIJKHEDEN LEDEN
Personen die in andere organisaties als vertegenwoordiger van de vereniging zijn
benoemd houden, met inachtneming van eventuele geheimhoudingsplicht, de
vereniging op de hoogte van hun bevindingen aldaar.
HOOFDSTUK III. ALGEMENE LEDENVERGADERING
ARTIKEL 7 – BIJEENROEPING
Document Number: 1123616
Version: 1
4
1.
Algemene ledenvergaderingen worden gehouden waar en wanneer het
bestuur zulks wenselijk oordeelt, wanneer het bestuur daartoe door de wet,
de statuten, het huishoudelijk reglement of andere rechtsgeldig tot stand
gekomen reglementen verplicht is of wanneer tenminste een kwart van de
leden of de leden van één sectie door middel van een aan het bestuur
gericht schrijven hiertoe een verzoek indient, met opgaaf van de te
behandelen punten.
2. Indien het bestuur aan een zodanig verlangen niet binnen veertien dagen na
dato van het onder lid 1 bedoelde schrijven gevolg heeft gegeven, hebben
de betreffende leden de bevoegdheid zelf tot oproeping van de vergadering
over te gaan, zulks onder inachtneming van de hiervoor geldende wettelijke
bepalingen. In dat geval voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
3. De algemene ledenvergaderingen worden door het bestuur geconvoceerd
met inachtneming van een termijn van tenminste zeven dagen. In
uitzonderingsgevallen – zulks ter beoordeling van het bestuur – kunnen
vergaderingen ook op een kortere termijn worden bijeengeroepen. De
agenda wordt door het bestuur opgesteld en dient steeds in de convocatie te
worden vermeld. Verzoeken van leden tot agendering van onderwerpen die
door het bestuur niet zijn ingewilligd, worden ter vergadering wel genoemd.
4. Alle conform de statuten aan de algemene ledenvergadering voorbehouden
beslissingen aangaande het bestuur worden als afzonderlijk agendapunt aan
de algemene ledenvergadering voorgelegd.
ARTIKEL 8 – INTERNE ORDE
1. Alle leden en partners hebben recht van toegang tot de algemene
ledenvergaderingen en kunnen daarin het woord voeren met betrekking tot
alle zaken welke aan de orde zijn.
2. De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter van het
bestuur en, in geval van afwezigheid van de voorzitter, de vicevoorzitter van
het bestuur. In geval van de afwezigheid van zowel de voorzitter van het
bestuur als de vicevoorzitter, leidt het bestuurslid dat het meeste aantal
jaren als bestuurslid actief is, of indien dit er meerdere zijn het bestuurslid
dat het meeste aantal jaren als bestuurslid actief is en het oudste in jaren is,
de algemene ledenvergadering.
ARTIKEL 9 – GOEDKEURING
1. Aan de goedkeuring van de algemene ledenvergadering zijn onderworpen:
a. de jaarplannen en de daarvan afgeleide begroting van inkomsten en
uitgaven;
b. de rekening en verantwoording van inkomsten en uitgaven;
c. het aanvragen van algemeen verbindend verklaringen;
d. besluiten tot het oprichten van en deelnemen in rechtspersonen en
vennootschappen;
e. vaststelling van het huishoudelijk reglement en eventuele andere
reglementen van de vereniging, alsmede de eventuele wijzigingen
5
daarvan;
f. de vaststelling van de hoogte van de contributie;
g. al die handelingen en besluiten waarvoor de goedkeuring door de
algemene ledenvergadering bij of krachtens de wet dwingend is
voorgeschreven.
2. De algemene ledenvergadering kan bij een daartoe strekkend besluit
duidelijk te omschrijven andere dan hiervoor omschreven besluiten van het
bestuur aan haar goedkeuring onderwerpen. Een dergelijk besluit van de
algemene ledenvergadering wordt onmiddellijk aan het bestuur
medegedeeld. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan tegen en door
derden geen beroep worden gedaan.
3. Behoudens spoedeisende gevallen is het bestuur verplicht de goedkeuring te
vragen vóórdat het besluit wordt genomen dan wel de (rechts)handeling
wordt verricht.
ARTIKEL 10 – BESLUITEN
1. Ter vergadering hebben alle leden stemrecht.
2. Ter zake van het uitbrengen van hun stem worden leden vertegenwoordigd
door:
a. een bestuurder van het lid; of
b. een door het bestuur van het lid aangewezen vertegenwoordiger.
3. Besluiten worden genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen.
4. Het door een lid aantal uit te brengen stemmen is gelijk aan het pro rato
gedeelte van de contributiebedragen van dat lid ten opzichte van de totale
contributiebijdrage aan de vereniging. Het totaal aantal stemmen komt voor
de helft toe aan de leden van de sectie Teelt en voor de andere helft aan de
leden van de sectie Uitgangsmateriaal, Handel en Verwerking.
5. Een besluit kan slechts worden genomen indien ter vergadering ten minste
de helft van de leden van de sectie Teelt en de helft van de leden van de
sectie Uitgangsmateriaal, Handel en Verwerking aanwezig zijn.
6. In het huishoudelijk reglement worden nadere bepalingen omtrent het
bepalen van het aantal stemmen, de wijze van stemmen en het nemen van
besluiten opgenomen.
7. Partners hebben geen stemrecht.
HOOFDSTUK IV. BESTUUR
ARTIKEL 11 – BESTUUR
1. Het bestuur bestaat uit tenminste 5 personen, inclusief de voorzitter. Een
onvoltallig bestuur behoudt haar bevoegdheden. In het huishoudelijk
reglement worden nadere regels gesteld omtrent de samenstelling van het
bestuur.
2. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter. De
voorzitter kan buiten de leden worden benoemd. In dat geval wordt de
voorzitter benoemd conform de procedure in artikel 12.
3. Bestuursleden worden op voordracht van de leden benoemd door de
Document Number: 1123616
Version: 1
6
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
algemene ledenvergadering. In het huishoudelijk reglement worden regels
gesteld omtrent de wijze van opmaken van de voordracht. De voordracht is
niet bindend.
Bestuursleden handelen zonder last en ruggespraak van het lid dat zij
vertegenwoordigen.
Bestuursleden, inclusief de voorzitter, worden benoemd voor een periode
van vier jaar. Een aftredende bestuurder is onmiddellijk en onbeperkt
herbenoembaar. De voorzitter kan na afloop van de benoemingsperiode
eenmaal worden herbenoemd. Een na herbenoeming aftredend voorzitter is
de eerste drie jaar niet herbenoembaar als voorzitter.
Het bestuur beziet met enige regelmaat of zijn samenstelling aanpassing
behoeft. De bevindingen worden voorgelegd aan de algemene
ledenvergadering.
Elk bestuurslid kan door de algemene ledenvergadering, onder opgaaf van
reden, worden ontslagen of geschorst. Een schorsing, die niet binnen drie
maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het
verloop van die termijn.
Elk bestuurslid kan door het bestuur worden geschorst bij een besluit
genomen met algemene stemmen van alle overige bestuursleden. Een
schorsing, die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot
ontslag door de algemene ledenvergadering, eindigt door het verloop van die
termijn.
Het bestuur komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.
Het bestuur wordt geadviseerd door de secties en kan zich laten adviseren
door derden.
Het bestuur besluit, nadat de sectie(s) betrokken bij het betreffende
onderwerp zijn gehoord.
In het huishoudelijk reglement worden nadere regels gesteld omtrent de
vergaderingen en besluitvorming van het bestuur. Het bestuur kan ook op
andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen als alle bestuurders
zich schriftelijk vóór het voorstel hebben verklaard. Onder een schriftelijke
verklaring wordt ook begrepen een langs elektronische weg gezonden
leesbaar en reproduceerbaar bericht, aan het adres dat het bestuur voor dit
doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt.
Het bestuur kan een of meer van de haar in deze statuten of het
huishoudelijk reglement toegekende bevoegdheden delegeren aan een of
meer daartoe door het bestuur aangewezen bestuursleden of de directeur.
Het bestuurslidmaatschap eindigt:
a. door het verstrijken van de benoemingstermijn;
b. het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging van het lid door
wie de betreffende bestuurder is voorgedragen;
c. indien het lid door wie de betreffende bestuurder is voorgedragen de
betreffende bestuurder niet langer als vertegenwoordiger aanwijst;
7
d.
e.
door zijn vrijwillige ontslag;
indien de algemene ledenvergadering hem ontslaat, wegens
verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of
wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan
zijn handhaving als bestuurder redelijkerwijs niet van de vereniging kan
worden verlangd;
f. door diens onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf.
ARTIKEL 12 – VOORZITTER
1. Bij een vacature voor de functie van voorzitter stelt het bestuur uit de leden
een selectiecommissie samen.
2. De voorzitter wordt benoemd door de algemene ledenvergadering op
bindende voordracht van de selectiecommissie. Aan de voordracht kan het
bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee derde van
de geldig uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene
ledenvergadering.
3. Het bestuur kan de selectiecommissie bij laten staan door een werving en
selectiedeskundige.
4. In het huishoudelijk reglement worden nadere regels gesteld omtrent de
selectiecommissie.
ARTIKEL 13 – VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN
1. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging.
2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan de voorzitter
of twee gezamenlijk handelende bestuurders.
3. Het bestuur ziet toe op de naleving van hetgeen in statuten, reglementen en
besluiten van de algemene ledenvergadering is bepaald.
4. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel
doorlopende volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen
(waaronder de directeur), zowel samen als afzonderlijk, om de vereniging
binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
5. Ieder lid van het bestuur vertegenwoordigt de vereniging met inachtneming
van de begrenzing aan zijn bevoegdheid gesteld.
6. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering,
bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging,
vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van
overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk
medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot
zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
7. Het ontbreken van goedkeuring, als bedoeld in het vorige lid, tast de
vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur niet aan.
HOOFDSTUK V. BEHEER
ARTIKEL 14 – DIRECTEUR EN VERENIGINGSBUREAU
1. Het bestuur stelt een directeur aan die fungeert als secretaris en
penningmeester van het bestuur. De directeur maakt geen deel uit van het
Document Number: 1123616
Version: 1
8
bestuur.
2. De directeur heeft tot taak het:
a. terzijde staan van het bestuur en uitvoering geven aan het beleid;
b. leiding geven aan het verenigingsbureau en het beheren van de
geldmiddelen;
c. onderhouden van de contacten met leden, externe organisaties,
overheden en pers.
3. De directeur voert zijn taak uit met behulp van een verenigingsbureau.
4. De directeur en de medewerkers van het verenigingsbureau zijn verplicht tot
geheimhouding van alle zaken- en bedrijfsgeheimen die zij in die
hoedanigheid vernemen, en van alle aangelegenheden, ten aanzien waarvan
de vereniging geheimhouding heeft opgelegd, of waarvan zij het
vertrouwelijke karakter moeten begrijpen. Op deze plicht zullen zij zich zo
nodig tegenover de algemene ledenvergadering en de bestuursleden moeten
beroepen.
5. In het huishoudelijk reglement worden nadere regels gesteld omtrent de
directeur en het verenigingsbureau.
HOOFDSTUK VI. SECTIES EN WERKGROEPEN
ARTIKEL 15 – SECTIES
1. Er worden twee secties ingesteld:
a. de sectie Teelt;
b. de sectie Uitgangsmateriaal, Handel, en Verwerking
2. Secties bestaan uit vertegenwoordigers van de leden en de partners
3. Het bestuur kan andere dan de in het eerste lid genoemde secties instellen
en opheffen.
4. De secties worden bijgestaan door medewerkers van het verenigingsbureau.
5. Besluiten van het bestuur die betrekking hebben op het werkterrein van één
of meer secties vereisen een voorafgaand advies van de desbetreffende
sectie(s).
6. Indien het bestuur wenst af te wijken van het advies van een sectie, wordt
voorafgaand aan het bestuursbesluit de sectie of een vertegenwoordiger
daarvan uitgenodigd het advies, al dan niet schriftelijk, toe te lichten.
7. Nadere regels omtrent de secties worden vastgelegd in het huishoudelijk
reglement.
ARTIKEL 16 – WERKGROEPEN
1. Het bestuur en/of de secties kunnen werkgroepen instellen en opheffen. Een
werkgroep kan alleen worden opgeheven door het orgaan dat de werkgroep
heeft ingesteld.
2. Werkgroepen kunnen bestaan uit vertegenwoordigers van de leden en de
partners, alsmede adviseurs.
3. Werkgroepen worden bijgestaan door medewerkers van het
verenigingsbureau.
4. Besluiten van het bestuur die betrekking hebben op het werkterrein van één
9
of meer werkgroepen vereisen een voorafgaand advies van de
desbetreffende werkgroep(en).
5. Nadere regels omtrent de werkgroepen worden vastgelegd in het
huishoudelijk reglement.
HOOFDSTUK VII. OVERIG
ARTIKEL 17 – VERSLAGGEVING EN VERANTWOORDING
1. Het boekjaar van de vereniging is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur brengt op een algemene ledenvergadering, te houden binnen
zes maanden na het einde van het boekjaar (behoudens verlenging van deze
termijn door de algemene ledenvergadering), zijn jaarverslag uit en doet,
onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten,
rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen jaar gevoerd bestuur.
3. Het bestuur legt de jaarstukken ter goedkeuring voor aan de algemene
ledenvergadering. Wordt over de getrouwheid van deze stukken geen
verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk
Wetboek overgelegd, dan benoemt de algemene ledenvergadering een
kascommissie van tenminste twee personen, afkomstig van twee
verschillende leden en uit twee verschillende secties bedoeld in artikel 15,
eerste lid, en die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De
kascommissie onderzoekt de jaarstukken van het bestuur en brengt aan de
algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit. Het bestuur is
verplicht om de kascommissie inzage te geven in de gehele boekhouding en
de daarop betrekking hebbende bescheiden en om alle door haar gewenste
inlichtingen te verstrekken. Als de commissie dat voor een juiste vervulling
van haar taak noodzakelijk acht, kan zij zich laten bijstaan door een externe
deskundige. De commissie brengt van haar onderzoek verslag uit aan de
algemene ledenvergadering, vergezeld van een advies tot al of niet
goedkeuring van de jaarstukken.
4. Nadat de jaarstukken zijn goedgekeurd door de algemene ledenvergadering
wordt het voorstel gedaan om kwijting te verlenen aan het bestuur voor de
door hem daarmee afgelegde rekening en verantwoording.
5. Het bestuur stelt ieder jaar een begroting op voor het komende jaar.
ARTIKEL 18 – WIJZIGINGEN
1. Wijziging van deze statuten kan slechts plaatsvinden bij besluit van de
algemene ledenvergadering genomen met ten minste twee derden van de
geldig uitgebrachte stemmen. Oproeping geschiedt met inachtneming van
het bepaalde in artikel 2:42 Burgerlijk Wetboek.
2. Een besluit als bedoeld in het eerste lid treedt in werking zodra aan alle
wettelijke bepalingen is voldaan.
ARTIKEL 19 – ONTBINDING
1. Ontbinding van de vereniging vindt plaats:
a. door een daartoe strekkend besluit van de algemene ledenvergadering,
met een meerderheid van tenminste drie vierde van het aantal geldig
Document Number: 1123616
Version: 1
10
uitgebrachte stemmen;
b. door insolventie na faillissement;
c. door de rechter in de gevallen in de wet bepaald;
d. door het geheel ontbreken van leden.
2. In geval van een voorstel tot ontbinding van de vereniging zal het
ontbindingsvoorstel met de uitnodiging voor de algemene ledenvergadering
worden meegezonden. De uitnodiging zal ten minste veertien dagen vóór de
vergadering aan de leden worden toegezonden.
3. De bestemming van een eventueel batig saldo zal worden bepaald door de
algemene ledenvergadering en, indien daartoe de gelegenheid ontbreekt,
door de voorzitter van de Kamer van Koophandel waar de BO Akkerbouw ten
tijde van het besluit tot ontbinding staat ingeschreven.
4. Een besluit tot juridische fusie of juridische splitsing wordt genomen door de
algemene ledenvergadering.
5. Op zodanig besluit is het bepaalde in artikel 18 van overeenkomstige
toepassing, zulks onverminderd de bijzondere voorschriften van de wet.
ARTIKEL 20 – SLOTBEPALING
1. Alle onderwerpen met betrekking tot de vereniging, waarin door deze
statuten niet wordt voorzien, worden zo nodig geregeld in het huishoudelijk
reglement of andere reglementen.
2. Het huishoudelijk reglement wordt opgesteld door het bestuur en
vastgesteld door de algemene ledenvergadering.
3. In alle gevallen waarin deze statuten of op grond daarvan gestelde
reglementen niet voorzien of onduidelijk geacht worden, beslist het bestuur.
ARTIKEL 21 – OVERGANGSBEPALING
In afwijking van artikel 11 lid 1 bestaat het eerste bestuur uit twee (2)
bestuurders. Het eerste bestuur is verplicht ervoor te zorgen dat het bestuur zo
spoedig mogelijk uit tenminste vijf (5) bestuurders bestaat.
SLOTVERKLARINGEN
De verschenen personen verklaarden ten slotte:
Eerste bestuur
Het eerste bestuur bestaat uit twee (2) leden.
In afwijking van de in de statuten voorgeschreven procedure worden voor de
eerste maal tot bestuurslid benoemd:
1. ***, geboren te *** op ***, wonende te ***, ***, identiteitsbewijs: ***,
nummer ***, afgegeven te ***, geldig tot ***;
2. ***, geboren te *** op ***, wonende te ***, ***, identiteitsbewijs: ***,
nummer ***, afgegeven te ***, geldig tot ***.
Eerste boekjaar
Het eerste boekjaar van de vereniging eindigt op eenendertig december
tweeduizend veertien.
Adres
Het adres van de vereniging is ***.
11
Inschrijving in het handelsregister
Het bestuur draagt zorg voor onmiddellijke eerste inschrijving van de vereniging
in het handelsregister, om te voorkomen dat de bestuursleden hoofdelijk
aansprakelijk blijven voor verbintenissen van de vereniging.
WOONPLAATSKEUZE
Partijen kiezen voor alles wat deze akte betreft woonplaats op het kantoor van
de notaris, bewaarder van deze akte.
AANGEHECHTE STUKKEN
Aan deze akte zijn de navolgende stukken gehecht:
twee (2) verklaringen.
SLOT
De verschenen personen zijn mij, notaris, bekend.
WAARVAN AKTE
verleden te 's-Gravenhage ten dage in het hoofd van deze akte gemeld.
Na zakelijke opgave en toelichting van de inhoud van deze akte aan de
verschenen personen hebben dezen verklaard tijdig voor het verlijden van de
inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen, daarmee in te stemmen en op
volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.
Vervolgens is deze akte, na beperkte voorlezing, onmiddellijk door de
verschenen personen en mij, notaris, ondertekend.
Document Number: 1123616
Version: 1
ONDERNEMINGSPLAN BRANCHE ORGANISATIE AKKERBOUW
(1 juni 2014)
1. Inleiding
De Nederlandse akkerbouw levert een substantiële bijdrage aan de Nederlandse economie
en vervult belangrijke maatschappelijke functies. Om als totale sector adequaat te kunnen
inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen bestaat binnen de ketens in de akkerbouw (uitgangsmateriaal, teelt, handel en verwerking) behoefte om de organisatiestructuur van de
sectorbelangenbehartiging nader te bezien. Een reden hiervoor is ondermeer het wegvallen
van het Productschap Akkerbouw (PA).
Het bedrijfsleven heeft op 22 oktober 2013 een brief gestuurd aan de Minister van Economische Zaken waarin werd gemeld dat overeenstemming was bereikt over het inrichten van
een brancheorganisatie, zoals voorzien in de besluiten tot herziening van het
gemeenschappelijk landbouwbeleid (BO Akkerbouw). In het akkerbouwbrede overleg van 17
januari 2014 is besloten om verder te werken aan de oprichting van de BO Akkerbouw en
niet te wachten tot alle wettelijke bepalingen voor de brancheorganisatie volgens het model
van de integrale gemeenschappelijke marktordening bekend zijn.
Bijgaand ondernemingsplan strekt hiertoe.
2. Visie
Er zijn in Nederland circa 20.0001 ondernemingen die zich bezig houden met de veredeling,
teelt, handel en verwerking van akkerbouwproducten. Dit zijn bedrijven die bijvoorbeeld granen, aardappelen en suikerbieten telen, verhandelen in verse vorm en verwerken tot levensmiddelen zoals brood, aardappelproducten, bier en suiker en producten waarin suiker
verwerkt is. De sector zorgt voor uitgangsmateriaal in de vorm van pootgoed en zaaizaden,
die hun weg vinden over de gehele wereld. Ook leveren deze bedrijven grondstoffen voor de
voedingsmiddelenindustrie, de diervoederindustrie en tal van andere industrieën, die er medicijnen, papier of textiel van maken.
De producten van de Nederlandse akkerbouw vervullen een aantal belangrijke behoeften. Zij
zijn een belangrijke bron van voedsel voor mens en dier. Plantaardige producten zijn als
hernieuwbare grondstoffen duurzaam en onmisbaar om de biobased economy tot ontwikkeling te brengen en de eiwittransitie mogelijk te maken. Plantaardige producten zijn belangrijk
voor de menselijke voeding en dragen bij aan de gezondheidstoestand van de consument.
Werk en inkomen
De sociaaleconomische betekenis van het akkerbouwcluster is omvangrijk. Tienduizenden
gezinnen in Nederland zijn voor werk en inkomen afhankelijk van de akkerbouwkolom. De
productiewaarde van de akkerbouwketens in Nederland bedraagt circa 16 miljard euro en
biedt werk aan circa 75.000 personen exclusief de werkgelegenheid in de primaire akkerbouw die ongeveer 15.000 bedrijven omvat. De totale exportwaarde bedraagt rond 6 miljard
euro.
1
In dit aantal zijn ook meegenomen de bedrijven die zich in het tweede stadium van verwerking bevinden, zoals brood- en banketbakkerijen en bierbrouwerijen.
1
Beheerder van landschap en natuur
Het Nederlandse landschap bestaat voor bijna twee miljoen hectare uit cultuurgrond. Dit is
ongeveer 60% van het totale oppervlak. Hiervan is circa een miljoen hectare in gebruik als
weiland. De akkerbouw (inclusief snijmaïs) gebruikt ongeveer 800.000 hectare en levert
daarmee een wezenlijke bijdrage aan het beheer van de open ruimte in Nederland.
Aantrekkingskracht van Nederland
Nederland is een aantrekkelijk vestigingsland voor bedrijven in de akkerbouwkolom. Door het
gunstige klimaat voor bijvoorbeeld de teelt van aardappelen en suikerbieten zijn hier kwalitatief goede grondstoffen ruimschoots beschikbaar. Ook de aanwezigheid van grote zeehavens in Rotterdam en Amsterdam vergemakkelijkt de aan- en afvoer van grondstoffen en
eindproducten. Nederlandse handelaren kennen als geen ander de wensen van de binnenen buitenlandse klanten en weten deze optimaal te bedienen. Bovendien is de ‘thuismarkt’
groot door de aanwezigheid van grote voedingsmiddelenindustrieën. In een straal van 500
kilometer rond Nederland is een rijke afzetmarkt aanwezig. Verder is Nederland ten opzichte
van andere landen een geschikte plaats voor agro-industriële verwerkers, evenwel met een
sterke concurrentie vanuit de ons omringende landen.
Er treedt in Nederland vrijwel geen verlies op in het productieproces: alle onderdelen (food,
feed en non-food) kunnen worden afgezet tegen een redelijke prijs. Tot slot leiden factoren
als de aanwezigheid van goed gekwalificeerd personeel, de milieuregels en het fiscale klimaat tot een stabiele economische omgeving.
Akkerbouw is continu in verandering
De positie van de akkerbouw verandert snel. Het bedrijfsleven zelf - zowel afzonderlijk als
geheel - is als eerste verantwoordelijk voor het behoud van de vitaliteit van het akkerbouwcluster. De wensen van de markt zijn hierbij leidend. De uitgangspositie is goed: de bedrijfsvoering is veelal modern en innovatief.
Een belangrijk deel van de uitdagingen zal door de bedrijven zelf moeten worden aangegaan. Een deel van de vraagstukken heeft evenwel een precompetitief dan wel sectoroverschrijdend karakter. Zo berust de vooraanstaande positie van de Nederlandse agrosector
vooral op zijn voorsprong op het gebied van agrokennis. Kennisontwikkeling en innovatie is
cruciaal voor de noodzakelijke versnelling van de ontwikkeling naar duurzame agrobusiness.
Het op peil houden van de investeringen in kennis en innovatie vereist een intensieve samenwerking tussen het bedrijfsleven onderling en tussen het bedrijfsleven en de overheid.
Het topsectorenbeleid van de overheid is op deze gedachte gestoeld.
Het bedrijfsleven ziet het als een uitdaging in te spelen op deze ontwikkelingen en de uitdagingen die dat met zich mee brengt. Deels doen de bedrijven dat zelf, deels vervullen de
bestaande ondernemersverenigingen en koepels een belangrijke rol. Op een aantal punten
evenwel, van collectief dan wel precompetitieve aard, ziet men een faciliterende rol weggelegd voor de BO Akkerbouw.
Het bedrijfsleven verwacht dat de BO Akkerbouw op eigentijdse wijze inhoud geeft aan datgene wat plantenveredeling, teelt, handel en verwerking in overgrote meerderheid gezamenlijk willen uitvoeren en financieren. Immers met name de relatief kleinschalige (akkerbouw)bedrijven zijn individueel niet in staat te doen wat in collectief verband wel mogelijk en
vanuit een maatschappelijk en sectorbelang ook gevraagd wordt.
2
De komende jaren zullen er hogere eisen gesteld worden aan de kwaliteit van de producten.
Het gaat daarbij om gezondheid, veiligheid, smaak, fytosanitaire risico’s voor de export en
intern gebruik van plantmateriaal en duurzaamheid van de productiemethoden. De verdere
verduurzaming van de wijze van produceren gaat om “profit, planet, people” en komt er in
grote lijnen op neer dat de wereld door de productieprocessen gelijk of zelfs beter achtergelaten wordt voor komende generaties. De bodemvruchtbaarheid, natuur en biodiversiteit, en
plantgezondheid hebben daarin bijzonder aandacht naast de ambitie van de Nederlandse
akkerbouwsector om in 2030 emissieneutrale productieprocessen te realiseren. Door de in
Nederland gebruikelijke gewasrotaties kunnen deze uitdagingen niet afzonderlijk per gewas
worden gerealiseerd. Daarom is een collectieve sectoroverschrijdende aanpak nodig.
3. Doelen
Het algemene doel van de BO Akkerbouw is om de akkerbouwsectoren te ondersteunen met
betrekking tot hun ambitie om duurzaam en maatschappelijk verantwoord te ondernemen.
Hiertoe worden de gezamenlijke belangen van de ondernemingen in de keten van uitgangsmateriaal, teelt, handel en verwerking met betrekking tot productie, handel, verwerking en
afzet behartigd en wordt bevorderd dat de producten van de akkerbouw voldoen aan de
wensen van de consument.
De BO Akkerbouw wil dit doel op de volgende manieren bereiken:
- fungeren als platform voor de akkerbouwsector en als intermediair voor overleg tussen
de sector en de overheid;
- fytosanitair: de plantgezondheid in stand houden en bevorderen;
- de kwaliteit van producten verder verbeteren en waarborgen (zowel ten behoeve van
binnenland als export);
- de voedselveiligheid borgen en bevorderen;
- fungeren als platform en coördinatiepunt voor crisismanagement;
- de bodemvruchtbaarheid op peil houden en verbeteren;
- de gewasgroei, de opbrengst en de oogstzekerheid optimaliseren;
- de milieubelasting minimaliseren;
- het participeren in en het stimuleren van (collectief) onderzoek en innovatie;
- het rendement van de teelten verbeteren;
- te fungeren als expertisecentrum t.a.v. relevante regelgeving van de overheid;
- een erkenning te verkrijgen als brancheorganisatie in het kader van het EUlandbouwbeleid;
- het indienen van verzoeken tot algemeen verbindend verklaring voor de financiering van
activiteitenprogramma’s die betrekking hebben op vorenstaande onderwerpen.
Doelgroep
Zoals eerder opgemerkt, zijn er in Nederland circa 20.000 ondernemingen die zich bezig
houden met de veredeling, teelt, handel en verwerking van akkerbouwproducten. Niet al deze sectoren participeren in de BO Akkerbouw. De primaire doelgroep van de BO bestaat uit
alle persoonlijke ondernemingen en rechtspersonen die akkerbouwgewassen telen en de
bedrijven die als toeleverancier of als afnemer rechtstreeks zaken doen met akkerbouwers.
Het betreft ongeveer 15.000 bedrijven en een teeltareaal van ruim 530.000 ha. (exclusief
snijmaïs). Tot de akkerbouwgewassen worden de gewassen in bijlage 1 gerekend.
Eén Brancheorganisatie voor de akkerbouw
De primaire taak van de BO Akkerbouw is het faciliteren van de bedrijven in de ketens in de
akkerbouw. Gezocht wordt naar een duidelijke, simpele en herkenbare structuur voor de
3
bedrijven in de sector. Er mag geen versnippering en “dubbel werk” ontstaan ten opzichte
van de bedrijven en de ondernemersorganisaties. De BO moet “lean and mean” zijn. Onderkend wordt dat de behoeftes per keten dan wel gewas verschillend kunnen zijn. Het moet
derhalve mogelijk zijn om maatwerk per sector/keten te leveren. Aandachtspunt is of door
bundeling van kennis en kunde alsmede het ontwikkelen van kennis en kunde de bestaande
brancheorganisaties kunnen worden “ontzorgd”.
4. Werkterreinen en instrumenten
Het Nederlandse akkerbouwbedrijfsleven heeft met de BO Akkerbouw vooral voor ogen om
een structuur tot stand te brengen, die het mogelijk maakt collectieve maatregelen te nemen
ter voorkoming van ziekten en plagen en collectieve (onderzoeks)programma’s op te zetten
met het oog op keteninnovaties op brede terreinen als bodemvruchtbaarheid, plantgezondheid etc., met andere woorden thema’s die dikwijls gewasoverschrijdend zijn en te maken
hebben met de duurzaamheid van landbouwsystemen, die - zoals dat in de akkerbouw gebruikelijk is - meerdere gewassen omvatten.
Het aandachtsveld van de BO Akkerbouw omvat vooralsnog de volgende werkterreinen:
Platformfunctie
De BO Akkerbouw biedt een platform aan het bedrijfsleven voor gemeenschappelijke onderwerpen. De organisatie kan optreden als aanspreekpunt en samenwerkingspartner voor organisaties van buiten de sector: bedrijven, onderzoeksinstellingen, scholen, overheid etc. De
BO Akkerbouw kan desgewenst een rol spelen als expertisecentrum voor bepaalde beleidsterreinen. Voorbeelden zijn landbouwbeleid, gewasbeschermingsbeleid en bemestingsbeleid. Niet alle organisaties beschikken binnen hun eigen organisatie over de benodigde expertise.
Plantgezondheid
Het gaat om afspraken en spelregels die gemaakt worden om de kwaliteit en de gezondheid
van de akkerbouwteelten in ons land te bevorderen. Het doel is om de belasting van het milieu te minimaliseren en de kwaliteit van het product voor de export te waarborgen. Plantgezondheid, preventie en fytosanitaire kwaliteit van het product staan centraal. De verantwoordelijkheid voor de betreffende wetgeving berust bij de Rijksoverheid. De BO Akkerbouw fungeert als aanspreekpunt voor de overheid en praat mee over wetgeving, uitvoering en handhaving.
Kennis & innovatie
Het gaat om de ontwikkeling (onderzoek) en verspreiding van kennis die van belang is om de
akkerbouw in ons land te optimaliseren. Het doel is om de belasting van het milieu te minimaliseren, de bodemvruchtbaarheid en kwaliteit van de bodem te optimaliseren en kwaliteit
en het rendement van de akkerbouw te verbeteren. Bovendien worden innovatieve en fundamentele onderzoeksterreinen in ontwikkeling genomen, die op langere termijn een positieve bijdrage kunnen leveren aan de rentabiliteit van de akkerbouwketens in ons land. Via de
BO kan geparticipeerd worden in het onderzoek dat verricht wordt in het kader van de Topsectorenaanpak van het Ministerie van EZ (topsectoren ‘Agro&food’ en ‘Tuinbouw en uitgangsmateriaal’). Ook de activiteiten in het kader van het in stand houden van een effectief
gewasbeschermingsmiddelenpakket voor alle teelten worden hieronder begrepen. Naast de
beschikbaarheid van een coördinator effectief middelenpakket (CEMP) gaat het om de bijdrage van bedrijfslevenzijde aan het Fonds Kleine Toepassingen.
4
Markttransparantie
Het gaat om het verbeteren van de kennis inzake en de transparantie van de markten van de
producten van de akkerbouw, ondermeer door verzamelen en voor gebruik beschikbaar maken van informatie over marktontwikkelingen.
Voedselveiligheid en duurzaamheid
Transparantie is noodzakelijk om vertrouwen te winnen in de markt. Certificering is een
noodzakelijk instrument om te laten zien hoe de productie is ingericht. De BO faciliteert het
platform voor het certificatieschema VVAK voor de voedsel- en voederveiligheid in akkerbouwketens. VVAK is erkend als hygiënecode food en hygiënecode feed en bevat een duurzaamheidmodule die voldoet aan de Renewable Energy Directive (RED).
Crisismanagement
Een verstoring bij één of meer bedrijven kan gevolgen hebben voor de hele keten. Een adequate vorm van crisiscommunicatie en –coördinatie kan het bedrijfsleven behulpzaam zijn.
Goed overleg met de overheid (spreken met één mond) en slagvaardig en eenduidig handelen is dan gewenst.
Sectorcommunicatie, bijvoorbeeld “Week van de akkerbouw”.
Faciliteren deelsectoren (maatwerk)
Het faciliteren van deelsectoren voor specifieke onderwerpen (hygiëneprotocol aardappelen,
deelname vlas- en hennepsector aan Europese vlas- en henneppromotieorganisatie CELC,
wijnsector op het terrein van verantwoord alcoholbeleid en vakonderwijs, etc., etc.).
5. Organisatie en “goed bestuur”
De BO Akkerbouw wordt opgericht door de organisaties die het akkerbouwbedrijfsleven vertegenwoordigen. Voor de primaire sector betreft dit LTO Nederland en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV). Het Nederlands Agrarische Jongeren Kontact (NAJK) zal als mede
initiatiefnemer als partner deelnemen.
Voor handel en industrie gaat het om (vertegenwoordigende) organisaties en in voorkomend
geval om individuele (coöperatieve) bedrijven die betrokken zijn bij de handel en/of verwerking van één of meer akkerbouwproducten.
In bijlage 2 zijn de organisaties/bedrijven opgenomen die tot op heden hebben aangegeven
in beginsel geïnteresseerd te zijn.
Organigram
Het is de bedoeling, gelet op het te ontwikkelen takenpakket binnen de BO, twee secties in
te richten. Eén sectie ten behoeve van de teelt, de primaire sector en één sectie ten behoeve
van de sectoren uitgangsmateriaal, handel en verwerking (UHV). In bijlage 5 is een organigram bijgevoegd.
Rechtsvorm
Als rechtsvorm is gekozen voor een vereniging.
5
Bestuur
De BO Akkerbouw beschikt over een bestuur. De leden van de vereniging dragen de leden
van het bestuur voor. De voorzitter kan zowel uit het midden van de leden als van buiten
komen. Het bestuur kiest uit zijn midden een vicevoorzitter.
Het bestuur bestuurt op hoofdlijnen. Per sectie fungeert een eigen overleg. Afspraken moeten worden gemaakt over de taakverdeling tussen het bestuur en de secties. Aandachtspunt
is dat recht gedaan wordt aan de behoefte om binnen de sectie de eigen zaken te kunnen
bespreken, zeker als de sectie zelf zorgt voor de financiering.
Benoemingstermijn
De benoemingstermijn voor de leden is vier jaar, welke verlengd mag worden door herbenoeming. Een na herbenoeming aftredende voorzitter is de eerste drie jaar niet herbenoembaar.
Bestuursbesluiten
Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. In nader uit te werken statuten
en huishoudelijk reglement wordt aangegeven welke regels er met betrekking tot de besluitvorming gelden.
Bestuursvergaderingen
Het bestuur komt ten minste tweemaal per jaar bijeen voor de vaststelling en ontwikkeling
van afspraken en activiteiten. Het kan zich laten adviseren door derden.
Samenstelling van het bestuur
Voor de eerstkomende periode van twee jaar wordt gewerkt met een breed samengesteld
bestuur. In de eerste periode moet vooral aan draagvlak worden gewerkt. Na twee jaar wordt
de werkwijze geëvalueerd en wordt bezien of het bestuur in omvang kan worden verkleind.
Samenstelling bestuur:
teelt: 6 leden
- 4 leden namens LTO-Nederland
- 2 leden namens Nederlandse Akkerbouw Vakbond
- 1 lid namens NAJK
uitgangsmateriaal, handel en verwerking: 8 leden
- 1 lid namens NAO
- 1 lid namens Vavi
- 1 lid namens Comité van Graanhandelaren
- 1 lid namens Plantum
- 1 lid namens AVEBE
- 1 lid namens Cosun
- 1 lid namens CZAV
- 1 lid namens Agrifirm Plant
- (eventueel) 1 roulerend lid namens deelnemende “kleine” sectoren (gezamenlijke benoeming)
Beide geledingen hebben evenveel stemmen.
6
6. Uitgangspunten financiering
Algemene kosten
De algemene kosten van de BO Akkerbouw worden gefinancierd met behulp van een lage
basisbijdrage. De sectie teelt en de sectie uitgangsmateriaal, handel en verwerking betalen
elk de helft van de kosten.
Teelt
Bij de teelt wordt rekening gehouden met het saldo van het gewas. Er wordt onderscheid
gemaakt tussen gewassen met een hoger saldo (factor 2) en gewassen met een minder
hoog saldo (factor 1). Consumptieaardappelen, pootaardappelen, suikerbieten en uien zijn
gewassen met een hoger saldo. Granen en zetmeelaardappelen worden gezien als gewas
met een minder hoog saldo. De inning van de bijdrage loopt mee met de inning van de bijdragen op basis van het algemeen verbindend verklaarde programma voor onderzoek en
innovatie.
Uitgangsmateriaal, handel en verwerking
De onderverdeling van de kosten die in rekening worden gebracht bij de sectie uitgangsmateriaal, handel en verwerking geschiedt als volgt. Met uitzondering van hele kleine sectoren
worden de participanten geacht allen de zelfde bijdrage te doen. Uit de begrotingsbijlage bij
deze notitie blijkt dat voor 2015 gerekend wordt met een bedrag van € 145.500 aan algemene kosten die ten laste van de sectie UHV komen. Er ontstaat dan de volgende verdeling
over sectoren/bedrijven:
gewicht
bedrag
AVEBE
1
17.118
NAO
1
17.118
Vavi
1
17.118
Comité
1
17.118
Agrifirm
1
17.118
CZAV
1
17.118
Cosun
1
17.118
Plantum
1
17.118
Vlas en hennep
0,25
4.279
Graszoden
0,25
4.279
8,5
145.500
Bij de sectie UHV wordt de bijdrage in rekening gebracht bij de organisaties/ondernemingen.
Kosten programma’s en projecten:
- Specifieke activiteiten worden projectmatig aangepakt en gefinancierd.
- Voor activiteiten met “algemeen nut” kan beroep worden gedaan op het algemeen verbindend verklaren door EZ voor niet leden.
- De overheid werkt mee om de registratie van bedrijven en de verstrekking van gegevens
op basis waarvan heffingen kunnen worden opgelegd zo efficiënt mogelijk te doen verlopen.
7
-
Financiering van serviceactiviteiten/dienstverlening (bijvoorbeeld markttransparantie)
heeft plaats op basis van het profijtbeginsel.
In bijlage 3 is de begroting van de BO Akkerbouw voor 2015 opgenomen.
7. Overdracht reserves PA
Afgelopen november heeft het bestuur van het Productschap Akkerbouw een zogenaamd
afbouwplan vastgesteld. Omdat het het voornemen van de sectoren is een aantal collectieve
activiteiten die voorheen binnen PA werden uitgevoerd, voort te zetten binnen de BO Akkerbouw, meent het bestuur van PA dat, indien na vereffening van het productschap een saldo
zou resteren, dit ten goede moet komen van de BO. Hiermee wordt voldaan aan het uitgangspunt dat uit heffingsgelden bijeengebrachte reserves zoveel mogelijk ten goede dienen
te komen aan doel en de doelgroep van de heffing.
Bij de overdracht van middelen is de door de SER in juli 2012 opgestelde “Leidraad afbouw
of opheffing product- en bedrijfschappen” leidend. De overdracht van taken of middelen naar
de BO vereist een bestuursrechtelijk besluit van PA, waarin nauwkeurig de voorwaarden
voor de overdracht zijn geformuleerd. Een dergelijk besluit voorziet onder meer in voorwaarden ten aanzien van:
- de toegankelijkheid voor de doelgroep van bedrijven die de middelen door middel van
een heffing bijeengebracht heeft,
- de beschikbaarheid van (onderzoeks)resultaten voor deze doelgroep en
- rapportering en verantwoording.
8. Transitiebudget
Naast structurele financiering dient eveneens voorzien te worden in een transitiebudget. Immers, er zijn veel eenmalige activiteiten die moeten worden verricht om de nieuwe organisatie operationeel te krijgen. Gedacht kan worden aan:
- Oprichtingskosten vereniging (statuten, inschrijving etc.).
- Inrichting (kantoor)organisatie (administratie, ICT etc.).
- Voorbereiden programma’s met het oog op een verzoek tot algemeen verbindend verklaring.
Voorgesteld wordt voor deze kosten een beroep te doen op PA (startsubsidie) door inzet van
de na de afbouw van PA resterende reserves.
9. Legitimiteit en draagvlak
De legitimiteit zal voortdurend "verdiend" moeten worden bij:
- de primaire doelgroep, de ondernemers in de akkerbouw. Draagvlak bij hen is cruciaal.
Dat geldt in het bijzonder als zij op grond van een AVV verplicht worden jaarlijkse bijdragen te betalen aan bepaalde activiteiten;
- de dragende organisaties die de BO hebben opgericht en in stand houden;
- de minister/staatssecretaris van Economische Zaken die de BO een erkende status geeft
en maatregelen algemeen verbindend kan verklaren.
De legitimiteit moet verdiend worden door het leveren van kwalitatief uitstekende producten
en diensten die nauw aansluiten bij de (veranderende) wensen en behoeften van de ondernemingen. Om er zeker van te zijn dat de activiteiten meerwaarde hebben, organiseert de
BO Akkerbouw periodiek (jaarlijks) een proactieve dialoog met representanten van de primai-
8
re doelgroep waaronder critici, legt jaarlijks verantwoording af over het werk en organiseert
jaarlijks een digitale klanttevredenheidsmeting annex behoeften peiling en beoordeling van
voorgenomen acties. Daarnaast wordt periodiek (jaarlijks) een bijeenkomst georganiseerd
met de voor de BO Akkerbouw relevante stakeholders (EZ, agribusiness, NGO’s).
Draagvlak bij de akkerbouwers is voor alle activiteiten die de BO onderneemt van groot belang. De organisaties die de primaire sector vertegenwoordigen representeren een royale
meerderheid van de akkerbouwers en het areaal. Hetzelfde geldt voor de plantenveredeling
en de handels- en verwerkingssectoren. Dit laat onverlet dat veel aandacht zal worden besteed aan het vergroten van de betrokkenheid van niet georganiseerde ondernemers. Eens
in de drie tot vier jaar wordt door middel van een algemene draagvlaktoets gemeten hoe de
ondernemers de diverse activiteiten van de BO beoordelen.
Het aspect van draagvlak speelt in het bijzonder bij activiteiten waarvoor een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV) en collectieve financiering aan de orde is.
10. Activiteiten met AVV/collectieve financiering
Voor een aantal activiteiten van de BO Akkerbouw speelt het al dan niet aanwezig zijn van
“free riders” een prominente rol. De BO Akkerbouw is voornemens een beroep op het
departement te doen om maatregelen algemeen verbindend te verklaren. Te denken valt aan
de financiering van onderzoek en innovatie en andere collectieve maatregelen bijvoorbeeld
gericht op de borging van plantgezondheid, in relatie tot het behoud van exportpositie en
voedselveiligheid. We refereren hierbij aan de mededeling van het kabinet dat Nederland
verzocht heeft aan de Europese Commissie aan de doelen waarvoor AVV kan worden
aangevraagd de onderwerpen diergezondheid, plantgezondheid en voedselveiligheid toe te
voegen.
Alleen op die manier kan het vraagstuk van de "free riders" worden ondervangen en kunnen
afspraken effectief het beoogde doel bereiken. Als bijlage 4 is een beschrijving opgenomen
van het activiteitenprogramma rondom onderzoek en innovatie dat zich leent voor AVV.
11. Ondersteuning
De BO Akkerbouw wordt ondersteund door een uitvoerend bureau van beperkte omvang. Er
kan een beroep worden gedaan op (voormalige) medewerkers van PA. Dit zorgt ervoor dat
kennis kan worden behouden en kan worden bespaard op de kosten van het Sociaal Plan.
De plaats van vestiging dient nog te worden bepaald.
12. Tijdpad
De BO Akkerbouw wordt opgericht in het tweede kwartaal van 2014. In de tweede helft van
2014 wordt een jaarplan voor 2015 opgesteld en een meerjarenvisie op het onderzoek. Tevens is het de bedoeling om voor 1 januari 2015 de erkenning als brancheorganisatie te verkrijgen en de algemeen verbindend verklaring voor bepaalde programma’s en de financiering
daarvan.
Zoetermeer, 12 juni 2014
Ref.: El
9
Bijlage 1: Akkerbouwgewassen
Tot akkerbouwgewassen worden gerekend:
- tarwe
- gerst
- rogge
- haver
- triticale
- groene erwten (droog te oogsten) en schokkers
- kapucijners en grauwe erwten
- bruine bonen
- veldbonen
- koolzaad
- karwijzaad
- blauwmaanzaad
- vlas
- graszaad
- aardappelen (poot-, consumptie-, zetmeel-)
- bieten (suiker-, voeder-)
- luzerne
- maïs (snij-, korrel-, corn cob mix)
- groenbemestinggewassen
- cichorei
- hennep
- uien (zaai-, poot-, plant-, zilver)
- graszoden
- en alle andere dan de hiervoor genoemde akkerbouwgewassen
10
Bijlage 2: deelnemende organisatie en ondernemingen
-
Vakgroep Akkerbouw LTO
Nederlandse Akkerbouw Vakbond
NAJK
Cosun
Nederlandse Aardappel Organisatie
AVEBE
CZAV
vlas- en henneporganisatie i.o.
Koninklijke Vereniging het Comité van Graanhandelaren
Agrifirm Plant
Plantum
Vavi
De Nederlandse Vereniging van Kwekers van Graszoden
VIGEF (nog te benaderen)
Frugiventa (nog te benaderen)
11
Bijlage 3: begroting BO Akkerbouw 2015
In Euro’s
Lasten
totaal
sleutel
sectie
sectie
teelt
UHV
50%
50%
Algemene lasten
opstartkosten
50.000 subsidie PA
25.000
25.000
bestuur
10.000 basiscontributie
5.000
5.000
voorzitter
25.000 basiscontributie
12.500
12.500
secties
10.000 basiscontributie
5.000
5.000
personeels- en bureaukosten
246.000 basiscontributie
123.000
123.000
subtotaal
341.000
170.500
170.500
11.000 AVV PG
pm
-
3.004.200 AVV K&I
pm
pm
pm
pm
Lasten verbonden aan programma's
teeltvoorschriften
onderzoek en innovatie (inclusief gewasbescherming /
kleine toepassingen)
markttransparantie
294.000 profijtbeginsel
akkerbouwcertificering
27.500 toeslag op tarief
pm
pm
algemeen crisismanagement en sectorcommunicatie
50.000 profijtbeginsel
pm
pm
3.386.700
-
-
pm
pm
pm
3.727.700
170.500
170.500
241.800
96.300
145.500
bijdrage uit programma's
49.200
49.200
startsubsidie PA
50.000
25.000
25.000
341.000
170.500
170.500
subtotaal
faciliteren specifieke akkerbouwketens
TOTAAL
Baten
Algemene lasten
contributies
TOTAAL
Deze begroting is een uittreksel van een meer uitgebreide begroting.
12
Bijlage 4: Activiteitenpakket Kennis & innovatie
In deze bijlage is aangegeven voor welke pakket aan activiteiten op het vlak van Kennis &
innovatie een AVV zal worden aangevraagd. De projecten en projectvoorstellen zijn gegroepeerd naar de hoofdthema’s. Het merendeel van de projecten is gewasoverschrijdend. Veelal betreft het projecten waar meerdere ketenschakels actief zijn. Het betreft in hoge mate de
participatie in het zogenaamde topsectorenbeleid. De akkerbouwsector is actief op het vlak
van de topsector Agro & Food en de topsector Tuinbouw en Uitgangsmateriaal.
Er wordt gewerkt vanuit een meerjarenvisie (4 jaar). Deze visie wordt neergelegd in een
kennis en innovatieprogramma (“lange termijn”), die door het bestuur wordt vastgesteld, nadat deze via een draagvlaktoets door alle bedrijfsgenoten is beoordeeld. Bij nieuwe omvangrijke projecten is een tussentijdse draagvlaktoets voorzien. In de visie wordt meegenomen
dat het bestuur wordt gemandateerd om op te treden bij plotseling opkomende urgente onderzoeksvragen ("brand").
Voor het reguliere teeltonderzoek worden regionale programmeringcommissies ingesteld,
bestaande uit leden van de dragende organisaties en een evenredige vertegenwoordiging
van niet-georganiseerde bedrijfsgenoten. Die commissies hebben tot doel in het licht van de
vastgestelde meerjarenvisie de prioriteiten voor de onderzoeksvragen te bepalen, op basis
waarvan het onderzoeksprogramma wordt bepaald. In een bijlage is aangegeven welk activiteitenpakket op de plank ligt. Dit betreft enerzijds (onderzoeks)projecten die door afbouw van
PA tussentijds zijn gestopt en anderzijds onderzoeksvoorstellen die reeds binnen de akkerbouw de hoogste prioriteit hebben gekregen. Het merendeel van de projecten en projectvoorstellen is gewasoverschrijdend. In de tweede helft van 2014 zal de informatie die in de
bijlage te vinden is, worden gebruikt bij de opstelling van een programma dat in 2015 van
start kan gaan.
Met deze middelen zet de sector collectief in op onderzoek en innovatie. Onderzoek en innovatie, gerelateerd aan de hoofdthema’s bodem, bemesting, water, kwaliteit, gewasbescherming en overige akkerbouwgerelateerde onderwerpen, dient drie doelen: (1) praktijkvragen
voor de sector oplossen, (2) grensverleggende innovaties en (3) cash/in-kind contrafinanciering binnen het topsectorenbeleid.
Ad. 1: jaarlijks zet de sector (via PA) circa 3 miljoen euro weg aan (praktijk)onderzoek. De
onderzoekswensen worden regionaal in kaart gebracht en geprioriteerd. De sector zit zelf
aan het stuur en beslist zelf over de in te zetten middelen. Ieder jaar worden er circa 20-25
onderzoekswensen geprioriteerd en weggezet voor uitvoering bij o.a. Wageningen UR, DLV
Plant, Louis Bolk Instituut, Altic, Nutriënten Management Instituut, HLB en overige EUerkende en niet-EU-erkende onderzoeksinstellingen. Nieuw is dat de BO zal gaan werken
vanuit een meerjarenvisie, die iedere 4 jaar wordt vernieuwd.
Ad. 2: Het project Kiemkracht wordt voor 50% uit collectieve middelen (van PA) gefinancierd.
Het InnovatieNetwerk financiert de resterende 50%. Binnen Kiemkracht wordt gewerkt aan,
voor de akkerbouw, grensverleggende innovaties. Met Kiemkracht tracht de sector blijvend
nieuwe concepten, met een meerwaarde voor de akkerbouwpraktijk, te ontwikkelen. Ook
voor Kiemkracht geldt dat collectieve financiering een vereiste is, zodat mislukte en/of geslaagde innovaties terugvloeien richting de gehele sector.
Ad. 3: Het praktijkonderzoek dat bij EU-erkende onderzoeksinstellingen wordt weggezet
loopt als cash financiering mee in diverse PPS-en. Zo is de akkerbouwsector direct betrokken bij PPS-en binnen de topsectoren Agri&Food en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen. Onderzoeksprogramma's, geïnitieerd en gefinancierd door de sector (via PA), sluiten via PPS-en
aan op de door de overheid beschikbaar gestelde DLO-capaciteit en vice versa. De beschikbare DLO-capaciteit wordt zo effectief benut.
13
Via de PPS-en is tevens aansluiting gezocht met het fundamentele onderzoek vanuit NWO.
NWO heeft als aanvulling op de PPS Duurzame Bodem een fundamenteel programma
Duurzame Bodem geschreven. Hiermee wordt ingezet op fundamenteel bodemonderzoek.
Via de PPS Duurzame Bodem wordt fundamenteel onderzoek vertaald naar praktijkonderzoek en via de onderzoeksprogramma's van de sector wordt praktijkonderzoek doorvertaald
naar het handelingsperspectief van de ondernemer; een mooie stroom informatie die met het
wegvallen van collectieve middelen dreigt te komen vervallen. Daarnaast dient de beoogde
BO een ketenfunctie te hebben. Het akkerbouwbedrijfsleven (Cosun, Agrifirm, AVEBE, NAO,
CZAV, IRS) zal in-kind alsmede financieel bijdragen aan de PPS-en in de topsectoren
Agri&Food en Tuinbouw&Uitgangsmaterialen.
Lopende (onderzoeks)projecten
De projecten zijn/worden voor het grootste gedeelte eind 2013 (voorlopig) gestaakt i.v.m.
opheffing PA.
Kwaliteit
- Rasvergelijking zetmeelaardappelen (Avebe, PPO, vanaf 2008 jaarlijks).
- Toepassing van Royal MH in de bewaring van aardappelen (SPNA, 2012 t/m 2014).
- Bewaarstrategie aardappelen van lichte grond (DLV Plant, 2012 t/m 2015).
- Rassenonderzoek zaaiuien op zand- en lössgrond (ALTIC,2013 t/m 2014).
- Opbrengstverbetering zetmeelaardappelteelt (PPO, vanaf 2012 jaarlijks).
- Energiebesparing bewaring akkerbouwproducten (PPO, 2013 t/m 2015).
- Kalktolerante lupinerassen (Rusthoeve/LBI/DLV, 2012 t/m 2014).
- Mogelijkheden van meerjarige graanachtige grassen voor erosiebestrijding
(DLV/PPO/HAS, 2012 t/m 2015) .
- Wintergranen voor waterberging (DLV/PPO, 2012 t/m 2014).
- Cultuur- en gebruikswaardeonderzoek (cgo) granen, cichorei, vlas, maïs, uien
suikerbieten, lokgewassen en groenbemesters (PPO/IRS/DLV, 2012 t/m 2014).
Ziekten en plagen
- Waardplantstatus nieuwe groenbemesters (PPO, 2011 t/m 2014).
- vestiging en verspreiding van het maïswortelknobbelaaltje binnen een perceel
(HLB/WUR, 2012 t/m 2016).
- Beheersing M. minor in bouwplanverband (DLV/BLGG, 2013 t/m 2016.
- Optimale inzet vang-/lokgewassen (DLV/BLGG, 2013 t/m 2016).
- Inventarisatie vreterij in aardappel (PPO, 2012 t/m 2014).
- Beheersing van valse meeldauw in uien (PPO, vanaf 2004 jaarlijks).
- Ziektebeheersing met Lysobacter (WUR, 2011 t/m 2014).
- Aarfusarium in brouwgerst (PPO, 2013 t/m 2014).
- Alternaria in aardappel (PPO, 2013 t/m 2015).
- Vervolgonderzoek Deltaplan Erwinia C (HZPC, vanaf 2013 jaarlijks).
-
Bodem, bemesting en water
Commissie Bemesting Akkerbouw/Vollegrondsgroente (PPO, vanaf 2004 jaarlijks).
Nieuwe bijmestsystemen en -strategieën in aardappelen (PPO/ALTIC, 2011 t/m 2014).
Rijenbemesting: kansen, nieuwe producten en technieken (PRI/PPO/ALTIC, 2012 t/m
2014).
Oogst en toediening van maaimeststoffen (DLV 2013 en 2014) .
Perspectieven van bodemverbeteraars (PPO, NMI, IRS, 2010 t/m 2015).
Overig
14
-
-
Onkruidbestrijding, standdichtheid en drogen graszaad (Rusthoeve/DLV vanaf 2009
jaarlijks).
Duistbestrijding in bouwplanverband (SPNA, 2012 t/m 2015).
Actualisatie spuitdoppen (DLV, vanaf 2009 jaarlijks).
Communicatie resultaten collectief gefinancierd onderzoek (PA t/m 2013);
o kennisakker.nl;
o bijeenkomsten regionaal (o.a. winterprogramma ZLTO, LLTB, NAV, LTO);
o landelijke intermediairendagen;
o nieuwsbrieven;
o tips;
o brochures/leaflets;
o keuzeschema’s/Modules website.
Systeeminnovaties en fundamenteel onderzoek en innovatie;
o smartbot (WUR, 2011 t/m 2014);
o ijKakker (LTO Noord, 2012 t/m 2014);
o pootaardappelacademie (LTO Noord, 2012 t/m 2014);
o kiemkracht.
Projectvoorstellen
Deze voorstellen zijn (nog) niet aanbesteed i.v.m. opheffing PA.
Kwaliteit
- Teeltoptimalisatie granen.
- Inwendige verwerkingskwaliteit van cichorei.
Ziekten en plagen
- Biologische AM bestrijding.
- (Bestrijdings)effect thermofiele en mesofiele vergisters op koprot.
- Japanse haver als stuifdek tegen aaltjes.
- Effect van zaadbehandeling met nicotinoïden in cichorei.
Bodem, bemesting en water
- Niet Kerende Grondbewerking in het bouwplan granen (uitbreiding van in 2013 af te
sluiten onderzoek door SPNA).
- Bestrijding wortelonkruiden bij Niet Kerende Grondbewerking (NKG).
- Systeemvergelijking grondbewerking
o
Overig
- Voorlichtingsboodschappen m.b.t.:
o teeltoptimalisatie van haver en Quinoa;
o optimalisatie signalering ritnaaldschade en dry core;
o beheersing trips in uien;
o effect van organische stof en verdichting op de buffercapaciteit van de bodem
i.v.m. erosie;
o toevoegen van nitrificatieremmers aan organische mest;
o inzet Fytobakken ter reductie van emissie en zuivering tot drinkwater;
brandstofbesparing in relatie tot grondbewerking.
15
Bijlage 5: organigram
Dragende organisatie (brancheorganisaties en ondernemingen)
BO Akkerbouw
bestuur
Producentenorganisatie
Sectie uitgangsmateriaal, handel en verwerking
Sectie teelt (LTO, NAV en NAJK)
Producentenorganisatie Akkerbouw
16