Zorginkoopbeleid 2015

Zorginkoopbeleid 2015
Curatieve GGZ, GGZ-instellingen
INKOOP-GGZ_CGGZ2015-2
Generalistische Basis GGZ, Gespecialiseerde GGZ
Inhoud
Voorwoord 3
I
Visie DSW
4
1.1
DSW 4
1.2
Visie op de GGZ
4
Landelijke ontwikkelingen ’15 en beleid DSW 5
2.1
Transitie Jeugd-GGZ
5
2.2
Overheveling langdurige GGZ
5
2.3
Bestuurlijk akkoord en kaderbepaling 6
2.4
CVZ-rapport inzake verzekerde/niet-verzekerde GGZ
6
2.5
Verdere implementatie Generalistische Basis GGZ 7
2.6
Hoofdbehandelaarschap en medebehandelaren
8
II
III
Speerpunten inkoop 2015
3.1Transparantie
10
3.2Patiëntgerichtheid
11
3.3
Doelmatige zorg
12
IV
Bepaling productieafspraak 2015
14
4.1
Contractering GGZ-instellingen
14
4.2
Randvoorwaarden 14
4.3
Financieel kader per GGZ-instelling
15
4.4
Integrale inkoop GB-GGZ en S-GGZ
15
4.5
Type contracten
16
4.6
Prijs- en omzetbepalende criteria
16
4.7Verzekerdenmutaties
20
4.8
Assortimentsafspraken 20
4.9
Voorwaarden en toetsing t.a.v. zorginkoop
21
4.9.1
Controle op randvoorwaarden
21
4.9.2
Controle op tarief- en omzetbepalende criteria
21
4.9.3
Controle op contractuele voorwaarden
21
Processen & Procedures
22
5.1
Contractmodule en zorginkoopprocedure
22
5.2
Tijdpad zorginkoop 2015
22
5.3
Declareren 23
5.4
Voorbehoud 23
V
VINawoord
2
10
24
Bijlage I
Lijst afkortingen
25
Bijlage II
Toelichting casemixwijziging
26
Bijlage III Randvoorwaarden contractering 2015
27
Bijlage IV Contractmodule 2015 28
Voorwoord
Het Zorginkoopbeleid curatieve GGZ 2015 voor GGZ-instellingen van DSW Zorgverzekeraar, Stad Holland Zorgverzekeraar en ANNO12
(zie ook par. 1.1) (hierna te noemen DSW) heeft betrekking op zowel Generalistische Basis GGZ als Gespecialiseerde GGZ. Wij k­ open
de curatieve GGZ (cGGZ) nl. integraal in. In dit document zijn de uitgangspunten en speerpunten opgenomen die wij hanteren
voor de ­zorginkoop cGGZ 2015 en wordt onze inkoopmethode nader toegelicht. U zult zien dat wij het zorginkoopbeleid 2014 v­ eelal
­continueren. Dit omdat de curatieve GGZ-sector wederom een roerig jaar te wachten staat in verband met de overhevelingen
jeugd-GGZ en de langdurige GGZ. Daarbij komt dat de introductie van de Generalistische Basis GGZ nog haar echte beslag moet
­krijgen en wij van mening zijn dat de verdere uitrol en implementatie van de Generalistische Basis GGZ waarschijnlijk het beste
tot stand komt bij beleidscontinuering. Met onze vertrouwde speerpunten ‘transparantie’, ‘patiëntgerichtheid’ en ‘doelmatigheid’
­verwachten wij voldoende, kwalitatief goede zorg voor onze verzekerden in te kunnen kopen.
Vanuit de sector vernemen wij dat er een grote regeldruk wordt ervaren en bestaat er de wens deze druk een halt toe te roepen.
Wij constateren dat de complexiteit van de bedrijfsvoering voor GGZ-aanbieders inderdaad aanzienlijk is toegenomen en willen
daarom gehoor geven aan de oproep uit het veld om de regeldruk waar mogelijk te beperken. Wij hebben er daarom voor gekozen
onze zorginkoopprocedure zo lean en mean mogelijk in te steken door onze digitale contractmodule te vereenvoudigen. Verder k­ orten
wij onze contracten aanzienlijk in. Ook realiseren wij ons dat wij als regionale zorgverzekeraar niet voor alle zorgaanbieders een
even grote onderhandelingspartner zijn. Vandaar dat wij kiezen voor een tweedeling in onze inkoopprocedure; een volledig digitale
inkoopprocedure voor de zorgaanbieders die een beperkt aantal van onze verzekerden behandelen, en een digitale ­inkoopprocedure
­gecombineerd met persoonlijke inkoopgesprekken voor zorgaanbieders die een aanzienlijk deel van onze verzekerde populatie
­behandelen. De belangrijkste punten uit onderhavig inkoopbeleid hebben wij samengevat in de factsheet ‘DSW Zorginkoop 2015,
curatieve GGZ, GGZ-instellingen’, te vinden op onze website (http://www.dsw.nl/Zorgverleners/public/GGZ/2015-Instellingen).
Wij kijken uit naar een (voortzetting van de) constructieve samenwerking.
Zorginkoopteam curatieve GGZ
DSW Zorgverzekeraar
Bas Keijzer (zorginkoper GGZ)
Joerie Mulder (zorginkoper GGZ)
Ilse de Vries (zorginkoper GGZ)
Yvonne van Pareren (adviserend geneeskundige)
Maud Severien
(beleidsmedewerker GGZ)
3
I
Visie DSW
1.1DSW
DSW is een regionale zorgverzekeraar, gevestigd in Schiedam. Naast het label ‘DSW Zorgverzekeraar’ voeren wij het label
‘Stad Holland Zorgverzekeraar’. Wij hebben circa 450.000 verzekerden. Vanaf 2015 contracteert DSW naar alle waarschijnlijkheid ook voor ‘ANNO12 zorgverzekeraar NV (KvK-nummer 58219722)’, statutair gevestigd te Amersfoort. Op dit moment
ligt een aanvraag van ANNO12 om als zorgverzekeraar te mogen optreden ter goedkeuring bij de Nederlandse Bank (DNB).
Zodra de goedkeuring van de DNB is ontvangen en ANNO12 als zorgverzekeraar mag optreden, zullen onze overeenkomsten
mede gelden namens ANNO12 ­zorgverzekeraar NV.
Onze kernwaarden zijn:
• Dichtbij en Menselijk
• Eerlijk en Direct
• Realistisch en Praktisch
•Gezamenlijk
•Eigenzinnig
Wij zijn van mening dat iedereen recht heeft op toegankelijke en betaalbare zorg van hoge kwaliteit. Wij hebben s­ olidariteit
hoog in het vaandel en sluiten dan ook geen collectiviteiten met kortingen af. Deze korting op collectiviteiten moet ­namelijk
betaald worden door een andere groep (individuele) verzekerden. Wij streven naar een zo laag mogelijke, kostendekkende
premie die voor elke verzekerde gelijk is. Op onze website vindt u de premieopbouw terug en ziet u waarop de kosten van
de zorgpremie zijn gebaseerd. Wij zijn een Onderlinge Waarborg Maatschappij en kennen derhalve geen winstoogmerk.
Zo hebben wij in 2013 premie terug betaald aan verzekerden toen bleek dat onze zorgkosten lager uitvielen dan vooraf
­geraamd.
DSW is tegen afschaffing van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Dit artikel behelst de vrije artsenkeuze. Naar ons
inzien is het risico groot dat met het afschaffen van dit artikel het evenwicht in de zorgmarkt (te) sterk wordt verstoord door
de (potentieel) toenemende marktmacht van de (grote) zorgverzekeraars. Op onze website vindt u de open brief1 die wij over
dit onderwerp aan minister Schippers hebben gericht.
1.2
Visie op de GGZ
Wij willen graag kwalitatief goede zorg tegen een betaalbare prijs inkopen voor onze verzekerden. Het herkennen van
­kwalitatief goede GGZ-zorg is helaas nog steeds zo eenvoudig niet. Er is relatief weinig ‘evidence based medicine’ binnen de
GGZ en binnen de sector bestaan verschillende opvattingen over zaken als te verkiezen behandelmethoden en in te zetten
hoofdbehandelaren. Om deze redenen zetten wij in op transparantie. Transparantie zal ons helpen de GGZ op de juiste waarde
te beoordelen. Voor ons is het van groot belang om inzicht te hebben in:
• de zorgvraag van onze verzekerde;
• uw behandelaanbod, zoals uw behandelmethoden, uw zorgprogramma’s, de multidisciplinaire richtlijnen die u volgt of
- bij het ontbreken daarvan - wat als bewezen effectief wordt beschouwd door de beroepsgroep, uw behandelarenmix etc;
• de effecten die u bewerkstelligt met uw zorgaanbod.
Deze transparantie hebben wij nodig om onze andere speerpunten vorm te geven en is ook noodzakelijk om kwalitatief goede
zorg voor onze verzekerden - uw patiënten - nu en in de toekomst beschikbaar en betaalbaar te houden.
De nadere uitwerking van onze drie speerpunten met betrekking tot de inkoop van GGZ 2015 (transparantie, patiëntgerichtheid en doelmatigheid) heeft plaats in Hoofdstuk III.
1
4
http://www.dsw.nl/Consumenten/nieuws; open brief aan minister Edith Schippers, d.d. 31-5-2014
II
Landelijke ontwikkelingen ’15 en beleid DSW
In dit hoofdstuk benoemen wij de meest in het oog springende ontwikkelingen binnen de GGZ-sector, die ook in onze contractering
2015 een belangrijke rol zullen spelen. Tevens schetsen wij per ontwikkeling hoe wij hier in onze zorgcontractering/zorginkoopbeleid
mee om gaan.
2.1
Transitie Jeugd-GGZ
Vanwege de inwerkingtreding van de Jeugdwet per 1 januari 2015, wordt met ingang van die datum de jeugd-GGZ,
­waaronder de dyslexiezorg, naar de Jeugdwet overgeheveld. Dit houdt in dat de zorg voor kinderen en jeugd onder de 18 jaar
vanaf 2015 onder de gemeenten valt en dat deze zorg niet meer wordt ingekocht en niet meer wordt vergoed via de Zvw.
Het deel van de jeugd-GGZ voor jeugdigen van 18-23 jaar blijft vallen onder verantwoordelijkheid van de Zvw. Het GGZ-budget
van zorg­verzekeraars wordt geschoond voor kinderen en jeugd onder de 18 jaar. Uit ramingen van zorgverzekeraars blijkt dat
het budget van zorgverzekeraars mogelijk te sterk wordt verlaagd als gevolg van de transitie jeugd-GGZ (de realisatiecijfers
jeugd-GGZ liggen lager dan de omvang van het budget dat wordt overgeheveld naar gemeenten). Een risico van een te forse
schoning is dat er te weinig middelen overblijven voor de inkoop van volwassenen psychiatrie.
Transitie Jeugd-GGZ in zorginkoopbeleid DSW
• Het deelbudget dat DSW beschikbaar krijgt (en stelt) voor de inkoop van de curatieve GGZ (een afgeleide
van het Macro Prestatie Bedrag) is geschoond voor jeugd-GGZ.
• DSW gaat ervan uit dat zorgaanbieders geen casemixwijziging op leeftijd zullen doorvoeren. I.e.; zorg­
aanbieders die tot en met 2014 (groten)deels kinderen en jeugd onder de 18 jaar behandelen, kunnen dit
‘weggevallen’ zorgaanbod niet ­verleggen naar volwassenen psychiatrie (18+).
• DSW zal de budgetten curatieve GGZ 2015 schonen voor jeugd-GGZ. Wij zullen de realisatiecijfers van
­behandeljaar 2012 gebruiken bij de schoning van de budgetten 2015.
• DSW vindt continuering van zorg van belang. Indien een verzekerde in 2015 de 18-jarige leeftijd bereikt, zal
DSW zich ­inspannen om de zorg te continueren, mits het uiteraard gaat om curatieve GGZ.
2.2
Overheveling langdurige GGZ
Vanwege de hervorming langdurige zorg, zoals afgesproken in het Regeerakkoord2, zal het basispakket met ingang van
1 januari 2015 worden uitgebreid met het tweede en derde jaar intramurale op behandeling gerichte GGZ. Hierbij wordt
een ‘ingroeimodel’ gehanteerd. Mensen die op 31 december 2014 al een ZZP GGZ B hebben in de AWBZ gaan rechtstreeks
over naar de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Mensen die gedurende 2015 de jaargrens van verblijf in het kader van behandeling
­overschrijden, vallen vanaf 2015 wel binnen de Zvw.
Overheveling langdurige GGZ in zorginkoopbeleid DSW
• In onze digitale contractmodule wordt uitgevraagd of een zorgaanbieder langdurige GGZ levert.
• Indien u langdurige GGZ levert dan zullen wij zogenaamde ‘prijsafspraken’ maken voor de langdurige GGZ.
I.e.; wij spreken een prijs af voor de verschillende ZZP’s B. De tariefsbepalende criteria (zie paragraaf 4.6)
zijn hierbij niet van toepassing. Wij hanteren in 2015 geen omzetplafond voor deze doelgroep, noch een
€/patiënt-afspraak.
2
TK 2010-2011, 32 417, nr. 15.
5
2.3
Bestuurlijk akkoord en kaderbepaling
Om effectieve en efficiënte patiëntenzorg te kunnen (blijven) garanderen voor de toekomst en om de volume- en kosten­
ontwikkeling op een structurele manier aan te pakken, is in 2012 het ‘Bestuurlijk akkoord toekomst GGZ 2013-2014’3
­afgesloten. In 2013 zijn de betrokken partijen tot nieuwe afspraken gekomen in een convenant4, dat als aanvulling geldt op het
­Bestuurlijk akkoord toekomst GGZ 2013-2014, waarbij de looptijd van het Bestuurlijk akkoord is verlengd tot het einde van 2017.
Het ­landelijk maximum groeipercentage is o.a. neerwaarts bijgesteld, waarbij wordt opgemerkt dat individuele zorg­aanbieders
hier geen rechten aan kunnen ontlenen in de lokale onderhandelingen. Enkele inhoudelijke punten uit dit akkoord zijn:
• scherpere afbakening noodzakelijk op de aanspraak op cGGZ in de Zvw;
• (forse) inzet op substitutie van patiënten van huidige tweedelijns GGZ naar generalistische Basis GGZ (GB-GGZ)5;
• afbouw huidige beddencapaciteit;
• inzet op effectmeting via ROM;
• inzicht in zorgvraagzwaarte noodzakelijk t.b.v. prestatiebekostiging;
• inzet op doorontwikkelen behandelrichtlijnen en bijbehorende instrumenten;
• macrobudgettaire kader voor de cGGZ uitgangspunt bij zorginkoop;
• bruto uitgavengroei 2013 en 2014 maximaal 1%.
Bestuurlijk akkoord en kaderbepaling in zorginkoopbeleid DSW
• De zorginhoudelijke agenda die is verwoord in het Bestuurlijk akkoord vormt het kader van ons inkoop­
beleid cGGZ 2015.
• Het groeipercentage dat DSW hanteert, is gebaseerd op het budget dat wij als zorgverzekeraar ­beschikbaar
krijgen voor 2015 (afgeleid van het Macro Prestatie Bedrag zoals bepaald door het Zorg Instituut N
­ ederland
(ZIN), voormalig CVZ), en een inschatting van de totale realisatie van de curatieve GGZ in 2014. Het ­laatste
betreft een optelsom van declaraties die betrekking hebben op zorg gestart in 2014 die wij ontvangen
van i­nstellingen en vrijgevestigden. Deze ingeschatte realisatiecijfers zullen worden geschoond voor
de r­ealisatie van kinderen en jeugd tot 18 jaar en enkelvoudige, ernstige dyslexie en vervolgens worden
­afgezet tegen het budget dat wij als zorgverzekeraar beschikbaar krijgen voor de curatieve GGZ (18+).
Op basis ­hiervan b
­ epalen wij hoeveel ruimte (groei/krimp) er beschikbaar is in 2015. Aangezien tijdens
het ­publiceren van dit inkoopbeleid nog niet alle informatie beschikbaar is om de beschikbare ruimte te
­berekenen, ­communiceren wij de beschikbare ruimte (groei/krimp) met u op een later moment.
2.4
CVZ-rapport inzake verzekerde/niet-verzekerde GGZ
Het toenmalige College Voor Zorgverzekeringen (CVZ) – het huidige ZIN - heeft in opdracht van het Ministerie van VWS in
april 2012 het rapport “Geneeskundige GGZ (deel 1) wat verzekerde zorg is en wat niet” uitgebracht, waarin het CVZ mogelijke
maatregelen onderzocht om de curatieve GGZ houdbaar te maken voor de lange termijn. Dit rapport is de opstap naar het
vervolgrapport van het CVZ ‘Advies Geneeskundige Geestelijke Gezondheidszorg, deel 2’ in juli 2013 aangeboden aan minister
Schippers, waarin het CVZ nader ingaat op begrenzing van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg die op grond van
de Zvw is verzekerd. Tevens geeft het CVZ in dit rapport aan welke voorwaarden van belang zijn om gepast gebruik in de GGZ
te bevorderen.
Bestuurlijk akkoord Toekomst GGZ 2013-2014, 18 juni 2012
Onderhandelaarsresultaat geestelijke gezondheidszorg 2014-2017
5
Afkortingenlijst opgenomen in Bijlage I
3
4
6
CVZ-rapportages in (zorginkoop)beleid DSW
• De rapportages van het voormalige CVZ, het huidige ZIN, hebben een nadrukkelijke plek in (de randvoorwaarden van) onze zorginkoop, onze contractering en materiële controles. Alleen te verzekeren zorg komt in
aanmerking voor vergoeding. Wij gaan ervan uit dat u handelt conform de rapporten van het CVZ.
• Verder gaan wij ervan uit dat zorgaanbieders de zorg ‘gepast’ leveren. Wij verwachten van u dat u zorg biedt
van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht wordt verleend, en die is afgestemd op de reële behoefte van de verzekerde. De zorg is daarbij proportioneel, gebaseerd op de laatste
stand van de wetenschap en praktijk met vermijding van onder- en overconsumptie van zorg. Wij gaan
ervan uit dat u een goede afweging maakt van de kosten en baten van de zorg en dat u geen zorg verleent
die leidt tot onnodige kosten.
2.5
Verdere implementatie Generalistische Basis GGZ
In het Bestuurlijk akkoord van juni 2012 zijn afspraken gemaakt over de versterking van de module POH-GGZ bij de huisarts
en de invoering van de GB-GGZ. In 2014 is de GB-GGZ daadwerkelijk geïntroduceerd. De voormalige eerstelijns psychologische
zorg en een deel van de populatie uit de voormalig tweedelijns GGZ is onderdeel gaan uitmaken van de GB-GGZ. Net zoals
afgelopen jaar, zullen wij voor de zorginkoop 2015 een integrale inkoopsystematiek hanteren, waarbij één contract wordt
afgesloten voor zowel GB-GGZ als gespecialiseerde GGZ (S-GGZ). Alle geleverde zorg (zowel GB-GGZ als S-GGZ) valt binnen
één en hetzelfde budget van de zorgaanbieder. Bij voorkeur wordt alle zorg gedeclareerd op één AGB-code. Voor die aanbieders die in aanmerking komen voor een zogenaamde omzetafspraak (zie paragraaf 4.5) wordt een integrale euro per patiënt
gehanteerd. Wij kiezen voor het hanteren van een integrale inkoopsystematiek omdat deze systematiek de flexibiliteit biedt
van het enigszins schuiven met budgetten tussen de GB-GGZ en de S-GGZ. Deze integrale inkoop blijkt in dit introductiejaar
2014 - waar de GB-GGZ nog niet overal vlekkeloos van de grond komt - ook noodzakelijk, daar op voorhand lastig aan te geven
is welk deel van de populatie precies kan worden gesubstitueerd.
Verdere implementatie/uitrol GB-GGZ in zorginkoopbeleid DSW
• In 2014 hebben wij gesteld dat – a.g.v. substitutie van de S-GGZ naar de GB-GGZ - de gemiddelde kosten per
patiënt moesten dalen, hetgeen een van de doelen was van de invoering van de GB-GGZ. Voor 2015 stellen
wij geen verdere daling van de gemiddelde kosten per patiënt ten opzichte van 2014 voor (maar ook geen
stijging), maar zetten wij m.n. in op het echt van de grond krijgen van de GB-GGZ. Wij verwachten van alle
zorgaanbieders dat zij een aanbod GB-GGZ hebben.
• De huisartsen en de Praktijk Ondersteuner Huisartsen GGZ (POH-GGZ) spelen een belangrijke rol bij de versterking van de eerstelijn / GB-GGZ. Momenteel is de aandacht van huisartsen voor GGZ wisselend en is de
kwaliteit van de verwijzingen richting cGGZ voor verbetering vatbaar. De rol van de huisarts en de POH-GGZ
willen wij daarom graag versterken. De inzet van een adequaat screeningsinstrument is wat ons betreft
onontbeerlijk om de triage- en poortwachtersfunctie van de huisarts en POH-GGZ te verbeteren. Daarom
zullen wij in onze kernregio de inzet van een dergelijk screeningsinstrument door huisartsen stimuleren.
7
2.6
Hoofdbehandelaarschap en medebehandelaren
Met de brief van juli 2013 aan de Tweede Kamer6 geeft minister Schippers duidelijkheid over de verantwoordelijkheden die
een hoofdbehandelaar heeft en geeft zij aan dat de controleerbaarheid van de hoofdbehandelaar vergroot moet worden
­(informatie op de factuur). Verder benoemt de minister in deze brief - bij het uitblijven van een veldnorm - kwalificaties
­waarover een hoofdbehandelaar in 2014-2015 (transitieperiode) minimaal dient te beschikken.
Taken hoofdbehandelaar in zorginkoopbeleid DSW
• DSW Zorgverzekeraar gaat ervan uit dat de hoofdbehandelaar zich houdt aan de taken en verantwoordelijk­
heden zoals genoemd in de brief van de minister van 2 juli 2013.
6
8
Hoofdbehandelaarschap GGZ, Ministerie van Volksgezondheid en Sport (kenmerk: 129353-106301-CZ)
Hoofdbehandelaren/medebehandelaren in zorginkoopbeleid DSW
• Wij hebben niet de volledige lijst van minister Schippers overgenomen ten aanzien van het hoofd­
behandelaarschap binnen de GB-GGZ en de S-GGZ. Reden hiervoor is dat wij ten aanzien van het
hoofdbehandelaarschap namelijk een onderscheid zien tussen de GB-GGZ en S-GGZ. Ook zijn wij
­
van ­mening dat een aantal van de negen beroepen uit de brief van de minister niet thuishoort in de ­
opsomming, omdat deze beroepen wat ons betreft niet primair GGZ-gerelateerd zijn.
Tabel 1; hoofdbehandelaren en medebehandelaren conform inkoopbeleid DSW 2015 - GGZ-instellingen
GB-GGZ
Product
Bevoegd als
hoofdbehandelaar
Bevoegd als
ondersteunend personeel
Kort
- Psychiater
- Klinisch psycholoog
- Psychotherapeut
- GZ-psycholoog
Volgens CONO
gecertificeerde beroepen
Middel
- Psychiater
- Klinisch psycholoog
- Psychotherapeut
Volgens CONO
gecertificeerde beroepen
- GZ-psycholoog
S-GGZ
Intensief
- Psychiater
- Klinisch psycholoog
- Psychotherapeut
- GZ-psycholoog
Volgens CONO
gecertificeerde beroepen
Chronisch
- Psychiater
- Klinisch psycholoog
- Psychotherapeut
- GZ-psycholoog
- Verpleegkundig specialist
Volgens CONO
gecertificeerde beroepen
Transitie/
Onvolledig behandeltraject
Alle hierboven genoemde
hoofdbehandelaren
Volgens CONO
gecertificeerde beroepen
N.v.t.
- Psychiater
- Klinisch psycholoog
- Psychotherapeut
Volgens CONO
gecertificeerde beroepen
• Voor de S-GGZ zien wij als hoofdbehandelaren: psychiater, klinisch psycholoog en psychotherapeut.
In afwachting van een nadere veldnorm staan wij aanvullend de volgende hoofdbehandelaren toe als
hoofdbehandelaar binnen de S-GGZ, mits zij over voldoende kennis en vaardigheden beschikken om het
hoofdbehandelaarschap op een verantwoorde wijze in te vullen EN zij binnen de GGZ-instelling in een
gestructureerd multidisciplinair overleg functioneren waarbij tenminste ook een psychiater en/of klinisch
psycholoog betrokken is en waarbij op casusniveau de differentiaal diagnostische mogelijkheden en de
behandelmogelijkheden worden besproken:
-
Klinisch neuropsycholoog alleen voor DSM-stoornissen als gevolg van een hersendysfunctie;
-
Specialist ouderengeneeskunde alleen voor de psychogeriatrie of gerontopsychiatrie;
-
Verslavingsarts in profielregister KNMG alleen voor DSM-diagnoses gerelateerd aan alcohol/middelengebruik;
-
Klinisch geriater alleen voor de psychogeriatrie of gerontopsychiatrie;
-GZ-psychologen.
9
III Speerpunten inkoop 2015
Een van onze belangrijkste taken als zorgverzekeraar is het inkopen van voldoende, kwalitatief goede en doelmatig georganiseerde
zorg voor onze verzekerden. Om deze taak goed te kunnen volbrengen zetten we – net als in eerdere jaren - de komende jaren voor
zowel de GB-GGZ als de S-GGZ in op de reeds genoemde thema’s: Transparantie, Patiëntgerichtheid en Doelmatigheid. In 2015 ligt,
zoals aangegeven, grote nadruk op transparantie omdat bij het ontbreken daarvan andere belangen niet of slechts beperkt toetsbaar
zijn. In dit hoofdstuk volgt een toelichting op deze uitgangspunten.
Verder heeft het Landelijk Platform GGz (LPGGz) ten behoeve van de Zorginkoop van de GGZ 2015 criteria opgesteld, waarvan zij het
van belang acht dat die worden meegenomen in de inkoop. Een aantal van deze criteria hebben wij overgenomen in het inkoopbeleid
2015. Wij verwachten dat uzelf ook kennis heeft genomen van het inkoopdocument van het LPGGz7.
3.1Transparantie
Transparantie is een noodzakelijke voorwaarde om kwaliteit en doelmatigheid te kunnen beoordelen. Het doel is om v­ olledig
inzicht te hebben in de prijs/kwaliteitverhouding van een aanbieder. Deze informatie kunnen onze verzekerden vervolgens
­gebruiken voor het maken van hun keuze voor een aanbieder en wij als zorgverzekeraar om de juiste prijs voor een b
­ ehandeling
te bepalen. Wij richten ons in 2015 ten aanzien van het onderwerp transparantie op de volgende zaken:
Tabel 2; invulling speerpunt transparantie
Speerpunt
Invulling zorginkoop 2015
Transparantie
- Toepassen richtlijnen
- Gebruik zorgprogramma’s en zorgpaden
- Effectmeting en benchmarking
- Inzage in product/dienstaanbod en bekostigingswijze
Toepassen richtlijnen GGZ
Voor de aandoeningen waarvoor multidisciplinaire richtlijnen zijn ontwikkeld, gaan wij ervan uit dat zorgaanbieders
­handelen conform deze richtlijnen. De richtlijnen dienen te zijn toegepast en verwerkt in de zorgprogramma’s en zorgpaden
die u ­hanteert. Het niet (geheel) werken conform de richtlijnen kan betekenen dat ondoelmatige en niet-doeltreffende zorg
­geleverd wordt. In het geval de stand van wetenschap als maatstaf ontbreekt, wordt de inhoud en omvang van de vormen van
zorg bepaald door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoord en adequaat.
Gebruik Zorgprogramma’s / zorgpaden
Wij achten het noodzakelijk dat u voor de stoornissen die u behandelt, zorgprogramma’s en zorgpaden heeft ontwikkeld en
heeft geïmplementeerd, waarbij het helder is welke DBC(‘s) er aan het eind van een zorgpad gedeclareerd wordt/worden.
Het toepassen van zorgprogrammering biedt houvast voor patiënten over de zorg, die mag worden verwacht. En als zorg­
verzekeraar kennen wij ermee de inhoud van de zorg die wij inkopen.
Effectmeting en inzet van E-health zijn o.a. onderdelen die ook een plek dienen te krijgen in de zorgprogrammering /
­zorgpaden. In het volgende hoofdstuk wordt nader uitgewerkt hoe het gebruik van zorgprogrammering een rol speelt in onze
contractering.
7
10
LPGGz, Zorginkoop GGZ 2015, Criteria & accenten vanuit cliënten- / familieperspectief, Utrecht, 25 april ‘14
Effectmeting en benchmarking
Wij vragen van zorgaanbieders dat zij aan effectmeting doen (in ieder geval begin- en eindmetingen) conform de door de
beroepsgroep gevalideerde vragenlijsten. Het uitvoeren van effectmetingen is een randvoorwaarde voor ons in de zorg­
contractering. Zorgaanbieders die geen effectmeting uitvoeren, komen niet in aanmerking voor een contract. Wij hechten
er veel belang aan dat u niet alleen inspanningen pleegt om de effectmetingen uit te voeren, maar dat de effectmetingen
ook teruggekoppeld worden richting de individuele patiënt en dat de uitkomsten gebruikt worden in zijn behandeling.
Uit o.a. de zorgprogramma’s en zorgpaden moet blijken dat de ROM-meting onderdeel uitmaakt van uw behandeling.
Met ­zorgaanbieders die in aanmerking komen voor zogenaamde omzetafspraken (zie paragraaf 4.5) zullen tijdens de
­inkoopgesprekken de uitkomsten van de effectmetingen ook besproken worden. In Hoofdstuk IV wordt nader uitgewerkt hoe
­effectmeting een rol speelt in onze contractering.
Inzage in product- en dienstaanbod en bekostigingswijze
De gemiddelde GGZ-aanbieder is in nogal wat domeinen actief. Wij verwachten derhalve van zorgaanbieders dat zij een ­helder
inzicht kunnen geven in de verschillende producten/diensten die zij aanbieden en de bekostigingswijzen hiervan. Vanuit de
Zvw kunnen wij slechts verzekerde GGZ vergoeden.
3.2Patiëntgerichtheid
Van belang is dat de verzekering aansluit bij de wensen van de verzekerden en dat de zorg aansluit bij de wens van de ­patiënten.
Hierbij is ons uitgangspunt dat meer zorg niet altijd betere zorg betekent, maar dat bij de (specifieke) zorgvraag van de p
­ atiënt,
passende zorg hoort. Het is daarom de wens van ons als zorgverzekeraar om als belangenbehartiger van verzekerden de
­positie van de patiënt een plek te geven bij de beoordeling van en de besluitvorming rondom zorg.
Patiëntgerichtheid van de zorg houdt wat ons betreft onder meer in:
Tabel 3; invulling speerpunt patiëntgerichtheid
Speerpunt
Invulling zorginkoop 2015
Patiëntgerichtheid
- Versterking positie patiënt
- Gebruik zorgprogramma’s en zorgpaden
- (Terugkoppeling) effectmeting
- Structureel overleg cliëntenraden
- Familiebeleid
Versterking positie patiënt
Wij willen bevorderen dat patiënten meer invloed kunnen uitoefenen op de zorg die zij ontvangen. Hiertoe is het van
­belang patiënten bewust te maken van de rechten die zij hebben en de mogelijkheden tot inspraak waarover zij beschikken.
Van belang daarbij is o.a. dat het aanbod transparant is en dat informatie over aanbieders en zorg op een begrijpelijke wijze
beschikbaar is (o.a. transparante website).
In het kader van de versterking van de positie van de patiënt verwachten wij van aanbieders dat zij de patiënt actief betrekken
in de keuze van behandeldoelen (shared decision-making) en deze gezamenlijke doelen ook structureel monitoren gedurende
de behandeling.
Gebruik zorgprogramma’s en zorgpaden
Wij verlangen van u dat voor die aandoeningen waar multidisciplinaire richtlijnen voor zijn ontwikkeld, u handelt conform
deze richtlijnen. De richtlijnen dienen te zijn toegepast en verwerkt in de zorgprogramma’s en zorgpaden die u hanteert.­
Het gebruik van zorgprogramma’s en zorgpaden biedt o.a. houvast voor patiënten over de zorg die mag worden verwacht.
11
(Terugkoppeling) Effectmeting
Wij gaan ervan uit dat zorgaanbieders de resultaten verzamelen van periodiek effectonderzoek in het kader van Routine
­Outcome Monitoring (ROM). Daarbij hechten wij er belang aan dat u niet alleen inspanningen pleegt om de effectmetingen
uit te voeren, maar ook dat u de effectmetingen terugkoppelt richting individuele patiënt en de uitkomsten gebruikt bij de
behandeling van de patiënt. Uit o.a. de zorgprogramma’s en zorgpaden moet blijken dat de ROM-meting onderdeel uitmaakt
van uw behandeling.
Rol cliëntenraden en familie- en patiëntenorganisaties bij aanbieders
Wij verwachten van GGZ-instellingen dat zij structureel overleg met patiënten- en/of familieraad binnen hun beleidsproces
organiseren.
Familiebeleid
Van GGZ-aanbieders die klinische GGZ leveren vragen wij dat zij een vastgesteld familiebeleid hanteren, dat voldoet aan de
inkoopcriteria zoals het LPGGZ die heeft geformuleerd7.
3.3
Doelmatige zorg
Om de zorg toegankelijk te houden moet zij betaalbaar blijven. Concreet steken wij in het kader van doelmatigheid8 in 2015
in op de volgende zaken:
Tabel 4; invulling speerpunt doelmatigheid
Speerpunt
Invulling zorginkoop 2014
Doelmatigheid
- Gepast gebruik van zorg
- Substitutie S-GGZ naar GB-GGZ
- Geen max-max tarieven
- Klinische afbouw
- Kosten per unieke verzekerde (€/patiënt)
- Vervolgkosten
- Tariefsvergelijking
Gepast Gebruik van Zorg
Om zoveel mogelijk verzekerden gebruik te kunnen laten maken van de hulp die zij nodig hebben, zetten wij in op ‘Gepast
Gebruik van Zorg’. Wij gaan ervan uit dat een verzekerde zo licht als mogelijk behandeld wordt en zo zwaar als noodzakelijk.
Substitutie S-GGZ naar GB-GGZ
In het Bestuurlijk akkoord wordt de verwachting uitgesproken dat een substantieel deel van de patiënten in de voormalig
tweedelijns GGZ behandeld moet kunnen worden in de GB-GGZ. Wij constateren dat de Generalistische Basis GGZ nog zijn
echte beslag moet krijgen en zijn van mening dat er nog fors moet worden ingezet op de verdere uitrol en implementatie
van de GB-GGZ. DSW beoogt in 2015 een verdere substitutie van de S-GGZ naar de GB-GGZ. Wij gaan ervan uit dat alle zorgaanbieders een behandelaanbod hebben voor de GB-GGZ. Onze aanname is namelijk dat er bij alle aanbieders patiënten met
een lichte/matige zorgvraag cq. chronische zorgvraag worden geholpen, wiens profielen aansluiten bij de profielen van de
GB-GGZ. Deze patiënten kunnen via de GB-GGZ geholpen worden.
7
8
12
LPGGz, Zorginkoop GGZ 2015, Criteria & accenten vanuit cliënten- / familieperspectief, Utrecht, 25 april ‘14
Doelmatigheid: het te behalen doel wordt met de minst mogelijke kosten bereikt.
Max-max tarieven
De hoofdreden van de invoering van max-max tarieven is zorgaanbieders met een zwaardere patiëntenpopulatie te
­compenseren. Aangezien wij geen inzicht hebben in de zorgvraagzwaarte van onze verzekerden (noch van zorgaanbieders
die ‘lichte’ patiënten behandelen, noch van zorgaanbieders die ‘zwaardere’ doelgroepen behandelen) en wij ook onvoldoende
inzicht in de kostenpatronen van zorgaanbieders en de uitkomsten van zorg hebben, zien wij geen mogelijkheid max-max
tarieven toe te kennen.
Klinische afbouw
Van aanbieders die klinische opnames hebben in het kader van de behandeling, verlangen wij dat zij de klinische capaciteit
afbouwen conform het Bestuurlijk akkoord. Ambulante zorgaanbieders voldoen automatisch aan dit criterium.
Kosten per unieke verzekerde / € per patiënt
Met zorgaanbieders die in aanmerking komen voor een ‘omzetafspraak’, spreken wij een maximaal gemiddeld bedrag per
unieke patiënt af. Wij gaan ervan uit dat het bedrag per unieke verzekerde in 2015 ten opzichte van 2014 maximaal gelijk blijft,
maar gaan er eigenlijk van uit dat als gevolg van het (verder) invoeren van de GB-GGZ en de verdere klinische afbouw u zult
inzetten op het terugbrengen van de kosten per unieke verzekerde. De €/patiënt afspraak is een integrale prijs en komt tot
stand door uw omzetafspraak (GB-GGZ + S-GGZ) 2015 te delen door het aantal unieke verzekerden voor wie u in 2015 binnen
de GB-GGZ en/of S-GGZ een behandeling start.
Wij gaan ervan uit dat zorgaanbieders – behoudens de substitutie naar de GB-GGZ en de transitie jeugd-GGZ - geen casemix­
wijziging toepassen. Onze aanname is dat u zich in 2015 op dezelfde populatie¬ richt als in 2014. Dit wil zeggen dezelfde
regio, dezelfde doelgroepen en dezelfde telling in zorgvraagzwaarte. In 2015 spreken wij met u een omzet per patiënt af, die
is gebaseerd op historische data. Uitgangspunt is dat er geen extra lichtere doelgroepen behandeld mogen worden, om de
­afgesproken omzet per patiënt te realiseren. Om kwetsbare groepen te beschermen, zien wij erop toe dat niet alleen ­‘lucratieve’
groepen worden behandeld, maar dat de huidige mix van patiënten de behandeling krijgt die zij verdient. Indien u toch uw
casemix wilt aanpassen dient u hiervan, met opgaaf van redenen, expliciet melding te maken bij uw voorstel. In bijlage II treft
u een toelichting op het begrip ‘casemixwijziging’.
Vervolgkosten
Tijdens de inkoopgesprekken willen wij graag met u in gesprek gaan over de zogenaamde ‘vervolgkosten GGZ’. Hierbij zullen
wij kijken naar verzekerden die bij u in het verleden in behandeling zijn geweest en de vervolgkosten die zij bij u - of bij andere
GGZ-aanbieders - maken.
Tariefsvergelijking
Wij constateren dat de geoffreerde en afgesproken tarieven 2014 van GGZ-aanbieders sterk uiteen liggen. Tijdens de inkoop
2015 zullen wij benchmarkgegevens met betrekking tot tarieven aan bod laten komen.
13
IV Bepaling productieafspraak 2015
In dit hoofdstuk licht DSW toe welke GGZ-instellingen in aanmerking komen voor een contract, hoe de zorginkoopprocedure verloopt
en hoe de productieafspraak 2015 tot stand komt.
4.1
Contractering GGZ-instellingen
Type instellingen
De volgende GGZ-instellingen komen in aanmerking voor een overeenkomst voor curatieve GGZ 2015:
1. Ex-gecontracteerde GGZ-instellingen
Deze instellingen zijn in 2014 gecontracteerd door DSW.
2. Niet-gecontracteerde GGZ-instellingen
Niet-gecontracteerde GGZ-instellingen komen alleen in aanmerking voor een contract in 2015 als de omzet met ­betrekking
tot verzekerden van DSW minimaal € 25.000 is. Om dit te toetsen kijken wij naar de boekperiode van 1 januari 2013 tot en
met 31 december 2013. In deze periode dient u voor minimaal € 25.000 aan DBC’s GGZ (en eerstelijns psychologische zorg)
te hebben gedeclareerd, voor minimaal tien verzekerden, die ook door ons zijn uitbetaald aan u / onze verzekerden ten
behoeve van door u geleverde zorg. Indien u een lagere omzet heeft en/of minder dan tien verzekerden heeft behandeld,
komt u (nog) niet in aanmerking voor een overeenkomst. U kunt de declaratie via de patiënt op basis van restitutie bij ons
indienen. Zo kunnen wij nagaan of en, zo ja, in hoeverre u bij onze verzekerden in een behoefte voorziet.
Voor vrijgevestigde praktijken die zich in 2015 als GGZ-instelling profileren, geldt dat zij geen zorg meer kunnen leveren op
de AGB-code(s) van de vrijgevestigde praktijk(en). Wij verzoeken deze praktijken zich bij ons te melden. Wij vernemen dan
graag de nieuwe GGZ-instellings AGB-code van u. Indien u in 2014 met DSW een contract heeft gehad als ­vrijgevestigde
praktijk, maar in 2015 alleen op basis van het omzetcriterium zoals wij dat stellen ten aanzien van niet-­gecontracteerde
GGZ-instellingen niet in aanmerking komt voor een contract met ons (ergo, aan de overige randvoorwaarden voldoet
u wel), dan verzoeken wij u contact met ons op te nemen. Afhankelijk van de situatie passen wij dan eventueel een
­hardheidsclausule toe.
4.2Randvoorwaarden
Om in aanmerking te komen voor een productieafspraak 2015 dient u te voldoen aan de randvoorwaarden zoals geformuleerd
in Bijlage III.
14
4.3
Financieel kader per GGZ-instelling
De volgende tabel toont per type GGZ-instelling hoe wij het financiële kader 2015 bepalen.
Tabel 5; maximaal financieel kader per instelling
Type GGZ-instelling
Bepaling financieel kader 2015
Ex-gecontracteerde
GGZ-instellingen
1. DBC-omzet 2014, gecorrigeerd voor jeugd-GGZ
Uitgangspunt voor 2015 is het omzetplafond in de overeenkomst 2014 (=DBC-omzet 2014). Indien
er sprake is van structurele onderproductie, gaan wij uit van de gerealiseerde DBC-omzet 2014.
De DBC-omzet 2014 wordt gecorrigeerd voor de realisatie jeugd-GGZ (cijfers 2012).
2.Groei/krimp
De DBC-omzet 2014, gecorrigeerd voor jeugd-GGZ, wordt vervolgens vermenigvuldigd met het
­beschikbare groei/krimp-percentage (die is gecorrigeerd voor transitie jeugd-GGZ).
3. Maximaal beschikbaar budget en omzetplafond
- Voor aanbieders bij wie de uitkomst van sub 1 en sub 2 (DBC-omzet 2014 * groei/krimp) < € 300.000
wordt een omzetplafond vastgesteld dat correspondeert met de historische schadelast.
- Voor aanbieders bij wie de uitkomst van sub 1 en sub 2 (DBC-omzet 2014 * groei/krimp) > € 300.000
bedraagt het maximaal beschikbare budget deze uitkomst van sub 1 vermenigvuldigd met sub 2.
De hoogte van uw contractomzetplafond hangt af van of, en zo ja, in hoeverre u voldoet aan de
omzetbepalende criteria (zie paragraaf 4.6), en bedraagt dus maximaal de hoogte van het maximaal
beschikbare budget.
Niet-gecontracteerde
GGZ-instellingen
1. Uitbetaalde declaraties
Voor GGZ-instellingen die in 2014 geen contract met ons hadden, geldt dat wij kijken naar DBC’s
GGZ (en consulten eerstelijns psychologische zorg) die in de periode van 1 januari 2013 tot en met
31 december 2013 bij ons zijn ingediend en die wij ook hebben uitbetaald aan u/onze verzekerden ten
behoeve van door u geleverde zorg. Wij dienen in totaal minimaal € 25.000 te hebben uitbetaald in
deze periode voor ten minste tien verzekerden (zie hierboven). Indien u een lagere omzet heeft en/of
minder dan tien verzekerden heeft behandeld, komt u (nog) niet in aanmerking voor een overeenkomst.
U kunt de declaratie via de patiënt op basis van restitutie bij ons indienen. Zo kunnen wij nagaan in
hoeverre uw zorg bij onze verzekerden in een behoefte voorziet.
2.Groei/krimp
Het totaal bedrag aan uitbetaalde declaraties in boven noemde periode wordt gecorrigeerd voor
­realisatie jeugd-GGZ (cijfers 2012) en vervolgens vermenigvuldigd met het beschikbare groei/krimp-­
percentage (die is gecorrigeerd voor transitie jeugd-GGZ).
3. Maximaal beschikbaar budget en omzetplafond
- Voor aanbieders bij wie de uitkomst van sub 1 en sub 2 (uitbetaalde declaraties * groei/krimp)
< € 300.000 wordt een omzetplafond vastgesteld dat correspondeert met de historische schadelast.
- Voor aanbieders bij wie de uitkomst van sub 1 en sub 2 (uitbetaalde declaraties * groei/krimp)
> € 300.000 bedraagt het maximaal beschikbare budget deze uitkomst van sub 1 vermenigvuldigd
met sub 2. De hoogte van uw contractomzetplafond hangt af van of, en zo ja, in hoeverre u voldoet
aan de omzetbepalende criteria (zie paragraaf 4.6), en bedraagt dus maximaal de hoogte van het
maximaal beschikbare budget.
Het financieel kader per instelling betreft een “all-in” afspraak. Vanuit het omzetplafond wordt alle zorg bekostigd. Dit p
­ lafond
wordt niet meer gecorrigeerd voor indexatie, (capaciteit)uitbreidingen etc.
4.4
Integrale inkoop GB-GGZ en S-GGZ
Wij sluiten één overeenkomst met GGZ-instellingen voor 2015 voor zowel de levering van GB-GGZ als voor S-GGZ. Vanuit het
maximaal financieel kader per instelling (zie hierboven) wordt zowel de GB-GGZ als de S-GGZ bekostigd. Met ‘omzet­aanbieders’
spreken wij een integrale €/patiënt af. Wij gaan ervan uit dat alle zorgaanbieders een deel van hun p
­ opulatie ­behandelen
­binnen de GB-GGZ. Onze aanname is namelijk dat er bij alle aanbieders patiënten met een lichte/matige z­ orgvraag c.q.
­chronische zorgvraag worden geholpen, wiens profielen aansluiten bij de profielen van de GB-GGZ. Deze ­patiënten ­kunnen
via de GB-GGZ geholpen worden.
15
4.5
Type contracten
Wij kennen in 2015 twee soorten overeenkomsten ten behoeve van GGZ-instellingen, te weten:
-
Eenjarige overeenkomst met prijsafspraken en een omzetplafond (prijsafspraken);
Deze overeenkomst is van toepassing op GGZ-instellingen van wie de productieafspraak met betrekking tot de DBC-omzet
2014 c.q. ‘de uitbetaalde declaraties in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013’ < € 300.000. Het tarief
wordt bepaald aan de hand van de uitkomsten van tariefbepalende criteria. Er wordt een omzetplafond vastgesteld dat
correspondeert met de historische schadelast. Samenvattend; bij dit type contract spreken wij dus een prijs af en een
omzetplafond.
-
Eenjarige overeenkomst met prijs- en volumeafspraken en een omzetplafond (omzetafspraken);
Deze overeenkomst is van toepassing op GGZ-instellingen van wie de productieafspraak met betrekking tot de DBC-omzet
2014 c.q. ‘de uitbetaalde declaraties in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013’ > € 300.000. Het beschikbare budget bedraagt maximaal het financieel kader zoals geschetst in tabel 5. Het uiteindelijke contract omzetplafond is
uiteindelijk afhankelijk van de uitkomsten op de omzetbepalende criteria. Samenvattend; bij dit type contract spreken wij
een prijs, een volume, een €/patiënt en een omzetplafond af.
Wij hanteren geen betaalovereenkomsten. Indien u geen contract wilt afsluiten c.q. niet in aanmerking komt voor een ­contract
in 2015, kunt u de nota meegeven aan onze verzekerde. Wij betalen onze verzekerden een marktconforme vergoeding, die
­vanaf oktober op onze website staat vermeld. Let op: de geleverde zorg van niet-gecontracteerde zorgaanbieders komt alleen
in aanmerking voor vergoeding als het verzekerde cGGZ betreft, en de zorg rechtmatig en doelmatig is geleverd.
4.6
Prijs- en omzetbepalende criteria
Afhankelijk van het type contract waarvoor u in aanmerking komt (een overeenkomst ‘prijsafspraken’ of een overeenkomst
‘omzetafspraken’, zie paragraaf 4.5), gelden er tarief- dan wel omzetbepalende criteria.
Indien u in aanmerking komt voor ‘prijsafspraken’ dan zijn de tariefbepalende criteria op u van toepassing. Het basistarief
bedraagt 85% van “het maximum NZa-tarief 2013 plus indexatie van 1,5% (2014) plus de indexatie 2015 (wordt nog bepaald)9”.
Indien u - naast de randvoorwaarden zoals opgenomen in Bijlage III - aan alle tariefbepalende criteria voldoet komt u in
aanmerking voor 100% van het maximum NZa-tarief 2013 plus indexatie. Noot; de tariefbepalende criteria zijn slechts van
toepassing op de S-GGZ. Voor de GB-GGZ rekenen wij vaste percentages van het NZa-tarief in onze contracten.
Komt u in aanmerking voor ‘omzetafspraken’ dan zijn de omzetbepalende criteria voor u van toepassing. Het m
­ inimale
­garantiebudget bedraagt 88% van het maximaal beschikbare budget zoals opgenomen in tabel 5. Indien u - naast de
­r­andvoorwaarden zoals opgenomen in Bijlage III - aan alle omzetbepalende criteria voldoet, komt u in aanmerking voor 100%
van het maximaal beschikbare budget.
De tabel op de volgende pagina geeft een overzicht van de tarief- en omzetbepalende criteria.
9
16
DSW heeft een bezwaar lopen tegen de NZa tariefbeschikking 2014 van de gespecialiseerde GGZ en gaat derhalve
- conform inkoop 2014 - bij de zorginkoop 2015 uit de maximum NZa tarieven 2013, gecorrigeerd voor de indexaties
(2014+2015).
Tabel 6; tarief- en omzetbepalende criteria
Criteria
Tariefbepalende inkoopcriteriia
(van toepassing op overeenkomst met
‘prijsafspraken’)
Omzetbepalende inkoopcriteria
(van toepassing op overeenkomst met
‘omzetafspraken’)
Basistarief = 85% van max. NZa-tarief 2013+
indexatie van 1,5% (2014) + indexatie 2015
Minimale omzetgarantie = 88%
Aanleveren effectmetingen SBG
3%
2%
Toepassing Zorgprogramma’s
3%
2%
Disciplinemix
3%
2%
Substitutie/aanbod naar GB-GGZ
3%
2%
Afbouw klinische capaciteit
3%
2%
N.v.t.
2%
€/patiënt
Eindresultaat
Maximaal tarief = 100% van NZa-tarief
2013+indexatie van 1,5% (2014) + indexatie
2015
Maximale omzet = 100%
Hieronder volgt een toelichting op de tarief- en omzetbepalende criteria.
1.SBG
Wij vragen zorgaanbieders aan te geven wat het BRaM (Benchmark Rappportage Module van SBG) percentage is
van ­afgesloten DBC’s GGZ met vóór- EN nameting over de periode 1 januari 2014 tot en met 1 april 2014 (peildatum
1 augustus 2014). Reden dat wij slechts naar één kwartaal in 2014 kijken, is dat de data na aanlevering bij SBG nog kunnen
worden aangepast in BRaM en pas na drie maanden ‘bevroren’ worden. De ‘bevroren’ data van Q1 2014 hanteren wij bij ons
inkoopbeleid.
Conform het convenant zoals dat in 2010 is getekend, dienen zorgaanbieders in 2015 van 50% van de populatie vooren nametingen aan te leveren. In de praktijk zien wij dat diverse zorgaanbieders in het begin last hebben gehad van
­opstartproblematiek, waardoor aanleverpercentages achterblijven op de afgesproken percentages in het convenant (na-ijl
effect). Derhalve stellen wij als eis – om voor de volledige bonus in aanmerking te komen – dat zorgaanbieders over de
periode 1 januari 2014 tot en met 1 april 2014 voor minimaal 35% van de DBC’s GGZ geldige vóór- EN nameting moeten
hebben ­uitgevoerd. Dit moet, zoals gezegd, uit BRaM blijken (peildatum 1 augustus 2014). Indien uit BRaM blijkt dat de
­zorgaanbieder minimaal voor 35% van de DBC’s GGZ geldige vóór- EN nameting heeft verricht, komt de zorgaanbieder in
aanmerking voor het volledige bonuspercentage (zie tabel 6; 3% voor prijsafspraken, 2% voor omzetafspraken). Indien een
zorgaanbieder in de genoemde periode een lager percentage scoort, wordt de te verdienen bonus naar rato toegekend.
2. Toepassing Zorgprogramma’s
Een van onze randvoorwaarden is dat zorgaanbieders zorgprogramma’s en zorgpaden hanteren (zie Bijlage III). Indien een
zorgaanbieder helemaal geen zorgprogramma’s en zorgpaden heeft ontwikkeld en toegepast, komt de ­zorgaanbieder
niet in aanmerking voor een contract. Wij hanteren de volgende definitie ten aanzien van een Zorgprogramma: een
­Zorgprogramma omschrijft alle beschikbare, gewenste, geadviseerde modules die gegeven kunnen worden bij een
­bepaalde omschreven problematiek. Een Zorgpad is een concrete invulling daarvan.
17
Aanvullend stellen wij - in het kader van de tarief/omzet vaststelling - de volgende eisen ten aanzien van ­zorgprogramma’s
en zorgpaden:
- Voor 75% van het curatieve behandelaanbod zijn zorgprogramma’s en zorgpaden ingericht op basis van
zorg­zwaarte. -
Zorgprogramma’s en zorgpaden zijn een uitwerking van landelijk vastgestelde multidisciplinaire richtlijnen
en waar landelijk vastgestelde multidisciplinaire richtlijnen ontbreken zijn de zorgprogramma’s en zorg­
paden gebaseerd op hetgeen dat in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg.
- In de zorgprogramma’s en -paden wordt aandacht besteed hoe, E-health modules en -behandelingen een
plek hebben in deze zorgprogramma’s en -paden.
-
In de zorgprogramma’s en –paden zijn vaste evaluatiemomenten benoemd.
-
De uitkomsten van ROM-metingen ondersteunen de evaluatie en het besluitvormingsproces met b
­ etrekking
tot de voortgang van de behandeling.
Elke subvraag is - afhankelijk van het feit of de zorgaanbieder in aanmerking komt voor prijs- of omzetafspraken - 0,6% c.q.
0,4% waard.
1.Disciplinemix
Wij belonen graag zorgverleners die op een doelmatige wijze hoogwaardig resultaat leveren. Er is echter nog onvoldoende
informatie beschikbaar om deze beoordeling te maken (geen inzicht in zorgvraagzwaarte, nauwelijks inzage in effecten).
Daarom is een van de elementen waarop wij bij de contractering letten de disciplinemix van zorgaanbieders. Wij gaan
ervan uit dat een specialistische zorgvraag een bepaalde inzet van specialistisch personeel vergt. Daarbij komt dat de
tarieven van de cGGZ gebaseerd zijn op een bepaalde inzet van dit specialistische personeel. Wij vragen zorgaanbieders
het totaal aantal FTE op te geven van tijdschrijvend Zvw personeel dat een opleiding heeft afgerond tot een beroep dat
voorkomt op de CONO-beroepentabel. Als peildatum hanteren wij 1 augustus 2014. Wij kijken vervolgens wat het aandeel
is van de volgende acht disciplines in het totaal aantal tijdschrijvend FTE’s:
Tabel 7; disciplinemix in het kader van tarief- en omzetbepalende criteria
Aandeel*
- Arts verslavingszorg
- Psychiater
- Psychotherapeut
- GZ-psycholoog
- Klinisch psycholoog
- Klinisch neuropsycholoog
- GGZ Verpleegkundig Specialist
- Klinisch Geriater
Bonus%
Tarief
< 5%
0%
0%
5-10%
0,6%
0,5%
10-15%
1,4%
1%
15-20%
2,2%
1,5%
> 20%
3%
2%
*personeel in opleiding kan worden meegerekend
18
Bonus%
Omzet
Voorbeeld:
U kijkt naar de disciplines die op 1 augustus 2014 bij uw organisatie werkzaam zijn. Vervolgens kijkt u per
discipline, hoeveel FTE werkzaam is in de Zvw. Let hier bij op; wij vragen bij dit criterium tijdschrijvend
­personeel uit. Verpleegkundigen die werkzaam zijn op een verblijfsafdeling en geen tijd schrijven in de
­behandeling, maar bekostigd worden vanuit de deelprestatie verblijf, vult u niet in bij deze vraag.
Tabel 8; voorbeeld invullen disciplinemixcriterium
Discipline
Totaal FTE
werkzaam per
1 augustus 2014
Waarvan ­werkzaam
in Zvw
(=tijdschrijvend
personeel)
Waarvan werkzaam
in Zvw maar niet
tijdschrijvend
Waarvan ­werkzaam
in andere d
­ omeinen
dan Zvw
(bijv AWBZ, justitie,
etc.)
Basispsycholoog
10 FTE
8 FTE
0 FTE
2 FTE
Verpleegkundige
15 FTE
2 FTE
8 FTE
5 FTE
SPV
10 FTE
7 FTE
0 FTE
3 FTE
Klinische psycholoog
2 FTE
1,7 FTE
0 FTE
0,3 FTE
Psychiater
2 FTE
1,5 FTE
0 FTE
0,5 FTE
Totaal
39 FTE
20,2 FTE
8 FTE
10,8 FTE
Uitkomst: ((1,7 + 1,5)/20,2)*100) = 15,8%. Dit levert een tariefs- c.q. omzetbonus op van 2,2% respectievelijk 1,5%.
1. Substitutie/aanbod naar/in GBGGZ
Zorgaanbieders willen wij stimuleren een deel van hun patiëntenpopulatie te bedienen binnen de GB-GGZ. Indien een
zorgaanbieder helemaal geen zorg aanbiedt binnen de GB-GGZ in 2015, komt deze zorgaanbieder niet in aanmerking voor
een bonuspercentage.
2. Afbouw klinische capaciteit
Van aanbieders die klinisch opnemen in het kader van de behandeling, verlangen wij dat zij de klinische capaciteit afbouwen conform het Bestuurlijk akkoord. Wij verwachten van klinische aanbieders dat zij een deel van de klinische afbouwgelden oormerken als gelden voor de inzet van kwetsbare groepen, bijvoorbeeld FACT-teamgelden.
Ambulante zorgaanbieders voldoen automatisch aan dit criterium.
3. € / patiënt
Dit criterium is slechts van toepassing op zorgaanbieders die in aanmerking komen voor een ‘omzetafspraak’. Met deze
zorgaanbieders spreken wij een bedrag af per unieke patiënt. De €/patiënt afspraak is een integrale prijs en komt tot stand
door uw omzetafspraak (GB-GGZ + S-GGZ) 2015 te delen door het aantal unieke verzekerden voor wie u in 2015 binnen de
GB-GGZ en/of S-GGZ een behandeling start.
Wij gaan ervan uit dat het bedrag per unieke verzekerde in 2015 ten opzichte van 2014 maximaal gelijk blijft, maar gaan er
eigenlijk van uit dat als gevolg van de verdere invoering van de GB-GGZ en de verdere klinische afbouw u zult inzetten op
het terugbrengen van de kosten per unieke verzekerde.
Het criterium ziet er dus als volgt uit: maximaal gemiddelde €/patiënt 2015 < maximaal gemiddelde €/patiënt 2014.
19
4.7Verzekerdenmutaties
In een systematiek van bilaterale zorginkoop is het contractvolume van alle GGZ-instellingen afhankelijk van het a
­ antal
­verzekerden dat bij ons verzekerd is. In onze overeenkomsten nemen wij op dat wij de productieafspraken 2015 kunnen
­bijstellen als gevolg van verzekerdenmutaties. Dit betekent een potentiële verhoging of verlaging van de contractafspraak
2015. Let op; wij zullen niet zonder meer productieafspraken naar boven of naar beneden bijstellen als gevolg van het muteren
van ons verzekerdenbestand. Wij zullen dit pas doen op het moment dat er een relatie bestaat tussen onze verzekerden­
mutaties en de GGZ-consumptie/het GGZ-verbruik bij de zorgaanbieder. Dit impliceert eveneens dat wij niet zonder meer
onze productieafspraken gaan aanpassen indien verzekerdenbestanden van andere zorgverzekeraars muteren.
4.8Assortimentsafspraken
Ten aanzien van S-GGZ maken wij in onze overeenkomsten met GGZ-instellingen de volgende assortimentsafspraken.
1. Diagnostiek DBC’s GGZ
Als zorgverzekeraar kopen wij in principe behandeling in. Uitgangspunt is dat een diagnostische DBC doelmatig in r­ ekening
kan worden gebracht indien en voor zover zij de noodzaak van tweedelijns curatieve zorg heeft uitgesloten en dus geen
behandeling volgt. Wel dient er uiteraard aandacht te blijven voor de kwaliteit van de triage (foutieve verwijzingen van
verwijzers leveren mogelijk meer diagnostiek DBC’s GGZ op). Nu de rol van de huisarts wordt versterkt en de GB-GGZ is
geïntroduceerd, verwachten wij dat het aantal foutieve verwijzingen naar de S-GGZ afneemt. Om deze reden sturen wij op
het terugdringen van de diagnostiek DBC’s.
Voor diagnostiek waarbij vervolgens behandeling elders plaatsvindt, gaan wij uit van de mogelijkheden van onderlinge
dienstverlening. Dit geldt zeker voor diagnose in opdracht of op verwijzing van andere zorgaanbieders.
Vervolg DBC’s diagnostiek (diagnostiek DBC’s met typering vervolg-zorg) sluiten wij uit van contractering.
2. Korte DBC’s (Productgroep Kortdurend)
Wij gaan ervan uit dat – als gevolg van de invoering van de GB-GGZ – het aandeel van DBC’s uit de Productgroep K
­ ortdurend
substantieel afneemt binnen de S-GGZ. Indien u substitueert / zorg aanbiedt naar / binnen de GB-GGZ, dient de offerte
2015 bij voorkeur een lager aantal DBC’s GGZ uit de Productgroep Kortdurend te bevatten dan de Productieafspraak 2014,
maar in ieder geval niet een hoger aantal.
3. Geen casemix wijzigen
Wij gaan ervan uit dat zorgaanbieders - behoudens de substitutie naar de GB-GGZ en de transitie jeugd-GGZ - geen
­casemixwijziging toepassen. Onze aanname is dat u zich in 2015 op dezelfde populatie richt als in 2014, dit wil zeggen
dezelfde regio, dezelfde doelgroepen en dezelfde telling in zorgvraagzwaarte. In 2015 spreken wij met u een omzet per
patiënt af, die is gebaseerd op historische data. Uitgangspunt is dat er geen extra lichtere doelgroepen behandeld mogen
worden, om de afgesproken omzet per patiënt te realiseren. Om kwetsbare groepen te beschermen zien wij erop toe dat
niet alleen ‘lucratieve’ groepen worden behandeld, maar dat de huidige mix van patiënten de behandeling krijgt die zij
verdient. Indien u toch uw casemix wilt aanpassen dient u hiervan, met opgaaf van redenen, expliciet melding te maken
bij uw voorstel. In bijlage II treft u een toelichting op het begrip ‘casemixwijziging’.
4. Bovenregionale functies
Sommige functies/activiteiten dienen volgens ons het beste geconcentreerd aangeboden te worden, daar deze zorg
­complex en/of duur is. Wij denken hierbij aan crisiszorg en Elektroconvulsietherapie (ECT). Wij zullen voor deze zorg geen
nieuwe aanbieders contracteren in 2015.
Voor crisiszorg geldt dat wij dit slechts afspreken met GGZ-instellingen die over een 24-uurs crisisdienst met een regionale
functie beschikken. Voorwaarde is dat deze GGZ-instellingen over deze crisisdienst speciale schriftelijke afspraken hebben
gemaakt met onder andere gemeenten en politie.
20
4.9
Voorwaarden en toetsing t.a.v. zorginkoop
Wij toetsen de afspraken die wij met zorgaanbieders maken tijdens de zorginkoopprocedure. Dit betreffen controles op
­randvoorwaarden, tarief- en omzetbepalende criteria en contractvoorwaarden.
4.9.1 Controle op randvoorwaarden
Om in aanmerking te komen voor een contract 2015 dient de zorgaanbieder te voldoen aan randvoorwaarden (zie Bijlage
III). Deze randvoorwaarden worden uitgevraagd in onze contractmodule (zie Bijlage IV). Wij behouden ons het recht voor
om aanvullende informatie op te vragen en/of te controleren of zorgaanbieders daadwerkelijk voldoen aan de gestelde
­randvoorwaarden.
4.9.2 Controle op tarief- en omzetbepalende criteria
Wij hanteren tarief- c.q. omzetbepalende criteria (zie paragraaf 4.6). Zorgaanbieders die aan de betreffende criteria voldoen
(zie tabel 6) komen in aanmerking voor een hoger tarief c.q. een hogere omzet. Wij houden ons het recht voor om te ­controleren
of u daadwerkelijk aan deze voorwaarden heeft voldaan. Als uit een controle blijkt dat dit niet het geval is, wordt per situatie
bekeken hoe er gecorrigeerd wordt. In ieder geval zal het tarief en/of de omzet worden aangepast, maar mogelijk kunnen er
ook andere maatregelen getroffen worden.
4.9.3 Controle op contractuele voorwaarden
Wij toetsen of zorgaanbieders voldoen aan gestelde contractvoorwaarden. Een van de controles die wij uitvoeren is de c­ ontrole
op het Omzetplafond. GGZ-aanbieders die met ons een contract afsluiten voor 2015 hebben tot 1 april 2017 de m
­ ogelijkheid
om declaraties in te dienen bij ons die betrekking hebben op zorg gestart in 2015 (voor zowel GB-GGZ als S-GGZ). ­Declaraties
ingediend na 1 april 2017 worden niet vergoed en mogen niet in rekening gebracht worden bij verzekerden. ­Wanneer uw
­gedeclareerde omzet 2015 (behorende bij zorg gestart in 2015) ten behoeve van onze verzekerden hoger is dan het a
­ fgesproken
omzetplafond, dan vindt er een zogenaamde opbrengstverrekening plaats. U bent in dit geval het verschil tussen de
­afgesproken omzet en de gedeclareerde omzet (=opbrengstoverschot) aan ons verschuldigd.
21
V
Processen & Procedures
5.1
Contractmodule en zorginkoopprocedure
Onze zorginkoop voor curatieve GGZ verloopt - uitsluitend - via onze online contractmodule (www.dsw.nl/zorgverleners/
public/ggz). Deze module staat open van 1 augustus 2014 tot en met 10 september 2014. Na sluiting van de module kunt u
geen contract meer bij ons aanvragen. Voor meer informatie over de contractmodule verwijzen wij u naar Bijlage IV.
De contractmodule start met randvoorwaarden (zie Bijlage III) en een informatie-uitvraag. Indien u aan alle voorwaarden
voldoet dan ziet het proces er als volgt uit:
- Voor GGZ-instellingen die in aanmerking komen voor ‘prijsafspraken’, wordt automatisch - op basis van de door u
­opgegeven informatie - een contract gegenereerd.
-
Voor GGZ-instellingen die in aanmerking komen voor ‘omzetafspraken’ geldt dat u na het invullen van de rand­voorwaarden
een offerteformat krijgt toegestuurd. Dit dient u in te vullen en uiterlijk 12 september 2014 te retourneren. Dit o
­ fferteformat
beoordelen wij vervolgens, waarna - bij akkoord - het contract wordt aangeboden.
Slechts met een aantal zorgaanbieders voeren wij persoonlijke inkoopgesprekken. Bepalende factoren hierin zijn de omzet van
de zorgaanbieder en de vestigingsplaats van de zorgaanbieder. Zorgaanbieders die hiervoor in aanmerking komen, benaderen
wij hieromtrent.
Meer informatie over onze contractmodule, het aanvragen van een persoonlijk VECOZO certificaat en onze zorginkoop­
procedure vindt u terug op onze website (www.dsw.nl/zorgverleners/public/ggz).
5.2
Tijdpad zorginkoop 2015
Wij hanteren de volgende planning ten aanzien van het inkoopproces 2015 met betrekking tot curatieve GGZ geleverd door
GGZ-instellingen.
22
Tabel 8; Planning inkoopproces 2015
Wat
Wie
Klaar
1
Aanvragen persoonlijk certificaat VECOZO
(t.b.v. inloggen in de contractmodule GGZ
van DSW)
Zorgaanbieder die nog niet beschikt over
een persoonlijk certificaat VECOZO
Z.s.m. maar voor medio/eind juli 2014
(houd u rekening met een doorlooptijd
van zes weken bij VECOZO! Medio/eind
juli 2014 zou u dus een certificaat moeten
aanvragen om in augustus/september
2014 in de contractmodule te kunnen
inloggen)
2
Doorgeven VECOZO-gebruikers­nummer
aan DSW
Zorgaanbieder die nog niet beschikt over
een (geldig) persoonlijk certificaat
VECOZO (dat bij DSW bekend is)
Z.s.m., maar uiterlijk
20 augustus 2014
3
Publiceren inkoopbeleid cGGZ 2015
DSW
1 augustus 2014
4
Openstellen contractmodule cGGZ
DSW
1 augustus 2014
5
Invullen contractmodule cGGZ
Zorgaanbieder
6
Sluiten contractmodule cGGZ
DSW
7
Indienen offerteformat bij DSW
Ca. 40 zorgaanbieders* waar momenteel
de meeste verzekerden van DSW naar toe
gaan (u krijgt in juli 2014 bericht als u tot
deze groep behoort)
Z.s.m. na het invullen van de
contractmodule maar uiterlijk
12 september 2014
8
Zorginkoopgesprekken
DSW en ca. 40 zorgaanbieders* waar momenteel de meeste verzekerden van DSW
naar toe gaan (u krijgt in juli 2014 bericht
als u tot deze groep behoort)
September 2014 t/m november 2014
9
Contact opnemen met zorgaanbieder
inzake contract 2015
DSW
15 november 2014
1 augustus 2014 t/m 10 september 2014
10 september 2014
* Ca. 40 zorgaanbieders waar momenteel veel verzekerden van DSW heen gaan (dit zijn o.a. zorgaanbieders waar de productieafspraak 2014 van DSW > € 300.000), krijgen na het succesvol doorlopen van de contractmodule een offerteformat toegestuurd.
­Uiterlijk 12 september 2014 dient dit offerteformat ingevuld geretourneerd te worden. Let op; hoe sneller u inlogt in onze contractmodule, des te eerder krijgt u het offerteformat toegestuurd en des te meer tijd heeft u om het offerteformat in te vullen.
Wij streven ernaar om de contractafspraken 2015 zoveel mogelijk vóór 15 november 2014 af te ronden.
5.3Declareren
Indien wij in onderhandeling zijn over een contract, kunt u geen nota’s in rekening brengen. De nota zou dan nl. via de
­verzekerde lopen (omdat er nog geen contract is). Indien later blijkt dat u alsnog een contract afsluit, dient er een verrekening
plaats te vinden, waarbij de verzekerde ook belast wordt (denk aan verrekening eigen risico en verrekening eigen bijdrage).
Gecontracteerde aanbieders kunnen, conform contractvoorwaarden, elektronisch bij DSW declareren. Niet-­gecontracteerde
aanbieders kunnen de nota’s aan verzekerden meegeven. De afhandeling van de nota’s verloopt via de restitutieweg.
Dit kan betekenen dat een verzekerde zelf een deel van de nota moet betalen. Onze marktconforme vergoeding 2015 staat
vanaf o
­ ktober 2014 op onze website gepubliceerd.
5.4Voorbehoud
Het inkoopbeleid en de methodiek zijn mede gebaseerd op externe informatie zoals bekend tijdens het starten van de
­inkoopprocedure. Wij behouden ons het uitdrukkelijke recht voor het inkoopbeleid en/of de inkoopmethodiek in de loop van
de procedure alsnog aan te passen indien en voor zover de bedoelde informatie daartoe aanleiding geeft. Wij informeren u
daar terstond over.
23
VINawoord
Wij hopen dat u zich kunt herkennen in onderhavig inkoopbeleid en wensen u succes toe bij het doorlopen van de zorginkoop­
procedure voor 2015 op basis van dit document.
Heeft u vragen over dit inkoopbeleid, dan ontvangen wij deze bij voorkeur zo veel als mogelijk per mail ([email protected]). Dit b
­ evordert
de dossiervorming ten behoeve van naslag en beperkt de kans op vergissingen of misverstanden.
Met vriendelijke groet,
Zorginkoopteam curatieve GGZ
DSW Zorgverzekeraar
24
Bijlage I
Lijst afkortingen
BRaM
Benchmark Rapportage Module
cGGZ
Curatieve GGZ
CVZ
College Voor Zorgverzekeringen
DSW
DSW Zorgverzekeraar
GB-GGZ
Generalistische Basis GGZ
POH-GGZ
Praktijk Ondersteuner Huisarts – GGZ
SBG
Stichting Benchmark GGZ
S-GGZ
Gespecialiseerde GGZ
SH
Stad Holland Zorgverzekeraar
WLZ
Wet Langdurige Zorg
ZIN
Zorg Instituut Nederland
ZvwZorgverzekeringswet
25
Bijlage II
Toelichting casemixwijziging
Toelichting casemix
Onder casemix wordt verstaan; de patiëntenverdeling over productgroepen en zorgvraagzwaarte. Bij substitutie gaan
wij uit van aanpassing van het behandelaanbod voor de bestaande patiëntenpopulatie, dus bij gelijkblijvende casemix.
Zij vormt de ruggengraat van de extramuralisering binnen curatieve GGZ. Ter toelichting: dezelfde patiëntengroep
wordt niet meer (alleen) intramuraal behandeld, maar (eerder) extramuraal.
Uitgangspunt bij dit inkoopbeleid is – behoudens de substitutie van GB-GGZ naar S-GGZ en de transitie jeugd-GGZ een gelijkblijvende casemix. Indien uw voorstel voorziet in een wijziging van de casemix heeft dit mogelijk budgettaire
consequenties en dient u hiervan melding te maken. We onderscheiden twee soorten casemixwijzigingen, te weten
casemixwijziging met extern aangevulde middelen (er komt budget beschikbaar als gevolg van de wijziging) en casemixwijziging zonder extern aangevulde middelen (er komt geen budget beschikbaar voor de wijziging).
1. Casemixwijziging met extern aangevulde middelen leidt mogelijk tot aanpassing van het beschikbare budget.
Afhankelijk van de omvang van de ‘sponsoring’ wordt het beschikbare budget verlaagd of verhoogd.
Voorbeeld 1.1 Casemixwijziging met middelen en verhoging van het beschikbare budget
Een GGZ-aanbieder neemt een groep patiënten over van een andere instelling (waarbij de patiëntenpopulatie afwijkt
van de eigen populatie) en krijgt daarvoor budget mee (sponsoring).
2. Casemixwijziging zonder middelen leidt altijd tot verlaging van het beschikbare budget.
Voorbeeld 2.1 Casemixwijziging zonder middelen en verlaging van het beschikbare budget:
Een GGZ-aanbieder besluit in jaar t+1 zich niet meer te richten op schizofrenie en in ruil daarvoor zich te richten op
relatief eenvoudigere problematiek. Dit is geen substitutie omdat de casemix wijzigt. Aangezien er geen extra geld
beschikbaar komt om de afgestoten schizofrenievraag elders te beantwoorden zal het beschikbare budget dalen voor
het budget dat gepaard gaat met het beantwoorden van de schizofrenievraag in jaar t.
26
Bijlage III Randvoorwaarden contractering 2015
1. Wet- en Regelgeving
De Zorgaanbieder verklaart op de hoogte te zijn van c.q. zich te conformeren aan:
2. -
de relevante wet- en regelgeving van de NZa;
-
de Zorgverzekeringswet;
-
het Besluit zorgaanspraken met als toezichthouder Zorg Instituut Nederland (voorheen College voor Zorgverzekeringen);
-
alle overige relevante wet- en regelgeving;
-
de relevante wijzigingen binnen het veld (transitie jeugdzorg en transitie WLZ).
Behandelcriteria
De Zorgaanbieder verklaart dat:
-
Zij handelt conform de beschikbare (multidisciplinaire) richtlijnen en dat zij voor die stoornissen waarvoor nog geen multidisciplinaire richtlijnen beschikbaar zijn, handelt conform de stand van de praktijk.
- Zij van stoornissen die zij behandelt zorgprogramma’s/zorgpaden/protocollen heeft ontwikkeld op basis van beschikbare multidisciplinaire richtlijnen en voor die stoornissen waar de stand van de wetenschap als maatstaf ontbreekt, zijn
de zorgprogramma’s/zorgpaden/protocollen gebaseerd op hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoord en
adequaat.
-
Zij in 2015 in het behandelproces (in ieder geval bij de start van de behandeling en aan het einde van de behandeling) gebruik maakt van (gedigitaliseerde) Routine Outcome Monitoring (ROM) op basis van wetenschappelijk gevalideerde, door
de beroepsgroep erkende meetinstrumenten waarmee de effectiviteit van de behandeling wordt getoetst.
3. Fraude
De Zorgaanbieder verklaart dat zij zich inspant om:
-
Adequate maatregelen te treffen jegens medewerkers die zijn veroordeeld wegens fraude, die gerelateerd is aan de uitoefening van het beroep.
-
Adequate maatregelen te treffen jegens medewerkers die een schorsing hebben door het medisch tuchtcollege, verbandhoudend met misdragingen jegens patiënten.
27
Bijlage IV
Contractmodule 2015
Schema Inkoopproces 2015
(zie ook: http://www.dsw.nl/Zorgverleners/public/GGZ/2015-Instellingen)
U wilt een GGZ-contract aanvragen voor 2015
Beschikt u over een geldig VECOZO-certificaat?
Nee
U kunt een VECOZO-certificaat aanvragen of
uw oude certificaat verlengen.
Ja
Had u vorig jaar een contract met DSW?
Nee
Ja
Is uw VECOZO-gebruiksnummer gelijk aan
het nummer dat u vorig jaar aan ons heeft
doorgegeven? (zoals genoemd in de brief van
2/3 juni 2014)
Nee
Geef uw VECOZO-gebruiksnummer voor
20 augustus 2014 aan ons door via het
‘gegevensuitvraagformulier’.
Ja
1 augustus t/m 10 september 2014
U kunt een contract aanvragen via onze
contractmodule. We raden u aan wel eerst
ons inkoopbeleid te lezen.
12 september 2014
Deadline voor het inleveren van het
offerteformat (alleen voor omzetaanbieders).
oktober/november 2014
Wij sturen het contract per e-mail naar u toe.
Contractaanvraag
Om in 2015 in aanmerking te komen voor een contract voor Generalistische Basis GGZ en / of een contract voor Gespecialiseerde GGZ,
dient u via onze website (www.dsw.nl/zorgverleners/public/ggz) in te loggen in onze contractmodule GGZ. Alvorens u inlogt, verzoeken wij u ons inkoopbeleid te raadplegen. Buiten onze contractmodule om kunt u geen GGZ-contract bij ons aanvragen.
Vanaf 1 augustus 2014 kunt u inloggen in onze contractmodule ten behoeve van de Zorginkoop 2015 voor cGGZ. Deze module staat
open tot en met 10 september 2014. Na het sluiten van de contractmodule GGZ kunt u geen contract meer aanvragen.
28
Persoonlijk certificaat VECOZO nodig t.b.v. inloggen contractmodule 2015
Net zoals vorig jaar heeft u een persoonlijk certificaat van VECOZO nodig om in te loggen in de contractmodule. U kunt het certificaat
dat u heeft gebruikt voor de contractaanvraag 2014 wederom gebruiken voor de contractmodule 2015. Voorwaarde is wel dat het
VECOZO-certificaat niet verlopen is.
U kunt op www.vecozo.nl controleren of u een certificaat heeft en of uw certificaat nog geldig is. Op de website van VECOZO kunt u
linksboven inloggen. U kunt dan inloggen met uw wachtwoord en wanneer u vervolgens rechtsboven uw nummer aanklikt, krijgt u
een scherm te zien waarin wordt aangegeven hoe lang het certificaat waarmee u bent ingelogd nog geldig is.
Met betrekking tot het persoonlijk VECOZO-certificaat dat u nodig heeft voor onze zorginkoop 2015, kunnen de volgende scenario’s
voor u van toepassing zijn:
1.
U heeft al een geldig VECOZO-certificaat dat bekend is bij DSW?
Indien uw gebruikersnummers(s) van VECOZO correct is én het betreffende gebruikersnummer is nog niet verlopen, dan kunt
u vanaf 1 augustus a.s. met dit VECOZO-certificaat en het bijbehorend gebruikersnummer inloggen in onze contractmodule
GGZ. U behoeft dit nummer niet nogmaals aan ons door te geven.
2.
Uw VECOZO-certificaat is verlopen?
Mocht uw gebruikersnummer van VECOZO verlopen zijn, dan heeft u als gebruiker daarover een emailbericht ontvangen van
VECOZO. U behoeft in dit geval geen nieuw certificaat aan te vragen, maar u kunt via de Afdeling Support van VECOZO uw
gebruikersnummer reactiveren (www.vecozo.nl/contact). Indien uw gebruikersnummer dat verlopen was al bekend bij ons
was, behoeft u dit nummer - na re-activatie via VECOZO - niet nogmaals aan ons door te geven, en kunt u vanaf 1 augustus a.s.
gewoon inloggen in onze contractmodule.
3.
U heeft nog geen VECOZO-certificaat (dat bekend is bij DSW)?
Indien u niet over een persoonlijk VECOZO-certificaat beschikt kunt u de volgende stappen ondernemen:
1. Vraag een persoonlijk VECOZO-certificaat aan bij VECOZO (https://www.vecozo.nl/diensten/administratieve_zaken/kennisbank.aspx?id=1278). Degene die namens een GGZ-instelling het contract aanvraagt, kan een controller / financieel medewerker / beleidsmedewerker zijn. Per GGZ-instelling kunnen maximaal drie personen met een persoonlijk certificaat
van VECOZO inloggen in onze contractmodule. Let op; het aanvragen van een persoonlijk VECOZO-certificaat duurt gemiddeld zes weken. Wij adviseren u derhalve z.s.m. een persoonlijk certificaat aan te vragen! Indien u dit niet direct doet, loopt
u de kans dat u (te) laat bent om via de contractmodule GGZ een contract aan te vragen.
2. Zodra u een / of meerdere persoonlijk(e) certificaat / certificaten van VECOZO in bezit heeft, verzoeken wij u deze gegevens
via ons gegevensuitvraagformulier aan ons door te geven (www.dsw.nl/zorgverleners/public/ggz). Met de gegevens die
wij van u ontvangen, zorgen wij ervoor dat u in onze contractmodule kunt inloggen.
3. Indien u stap 1 en 2 met goed gevolg heeft afgerond, kunt u vanaf 1 augustus a.s. inloggen in onze contractmodule om een
contract voor cGGZ aan te vragen.
Als u al wel een VECOZO-certificaat met gebruikersnummer heeft, maar dit is nog niet bekend bij DSW, dan zijn de stappen
2 en 3 voor u van toepassing; u geeft uw gegevens aan ons door en wij zorgen ervoor dat deze gegevens verwerkt worden
zodat u vanaf 1 augustus a.s. kunt inloggen in onze contractmodule.
Vragen?
Indien u vragen over onze zorginkoopprocedure cGGZ 2015 heeft, verzoeken wij u onze FAQ-lijst te raadplegen die op
onze website te vinden is (www.dsw.nl/zorgverleners/public/ggz).
Indien uw vraag hier niet bijstaat, kunt u uw vraag schriftelijk (per mail) aan ons stellen ([email protected]) o.v.v.
“vragen over de zorginkoopprocedure cGGZ 2015 + [de naam van uw instelling] + [uw instellings AGB-code]”.
29