Jaarrekening 2013 - Stadsgewest Haaglanden

Jaarrekening
2013
Uitgave
Stadsgewest Haaglanden
juni 2014
Stadsgewest Haaglanden
Schedeldoekshaven 101
Postbus 66
2501 CB Den Haag
T070 7501 500
[email protected]
Iwww.haaglanden.nl
Fotografie
Goedgekeurd op 25 juni 2014
ruimte
Nivo, Delfgauw
wonen
Druk
milieu
Zwart op Wit, Delft
verkeer en vervoer
Ontwerp
economie
jeugdzorg
Zwart op Wit, Delft
Paul Lunenburg
Sicco van Grieken
Stadsgewest Haaglanden
Jaarrekening
2013
Goedgekeurd op 25 juni 2014
Inhoudsopgave
Deel 1 Jaarverslag
5
Hoofdstuk
1 Inleiding
2 Kerngegevens
10
3 Programmaverantwoording
13
13
17
17
20
23
Inhoudsopgave
2
3.1
3.2
3.2.1
3.2.2
3.2.3
3.3
3.4
3.4.1
3.4.2
3.5
3.5.1
3.5.2
3.5.3
3.6
3.6.1
3.6.2
3.6.3
3.6.4
3.6.5
3.7
Programma Bestuur
Programma Mobiliteit
Programmaonderdeel Openbaar Vervoer
Programmaonderdeel Verkeer
Algemene aanpak, ondersteuning en financiering van de verschillende beleidsdoelstellingen
Programma Jeugdzorg
Programma Economie
Programmaonderdeel Werken
Programmaonderdeel Toerisme en Cultuur
Programma Milieu
Programmaonderdeel Luchtkwaliteit
Programmaonderdeel Externe Veiligheid
Programmaonderdeel Overige activiteiten
Programma Ruimte
Programmaonderdeel Ruimtelijke Ordening Programmaonderdeel Water en Waterkader
Programmaonderdeel Groen
Programmaonderdeel Europa
Programmaonderdeel Financiering Woningbouw
Programma Wonen
4 Paragrafen
4.1
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Paragraaf 1 Weerstandsvermogen
Paragraaf 2 Onderhoud Kapitaalgoederen
Paragraaf 3 Financiering
Paragraaf 4 Bedrijfsvoering
Paragraaf 5 Verbonden partijen
Paragraaf 6 Grondbeleid
6
27
31
31
32
35
35
35
36
39
39
42
42
44
46
49
54
54
58
58
61
63
63
Deel 2 Jaarrekening
65
Hoofdstuk
5 Balans 2013
66
6 Recapitulatiestaat programmarekening
68
7 Programmarekening 2013
70
8 Toelichtingen
8.1
8.2
8.3
8.4
8.5
Staat van herkomst en besteding van middelen
Waarderingsgrondslagen
Toelichting op de balans
Toelichting op de programmarekening
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid
Deel 3 Overige gegevens
86
86
87
89
106
110
115
Hoofdstuk
9 Besluit
117
10 Controleverklaring
Bijlagen
1
2a
2b
3
4
5
6
7
118
Kostenverdeelstaat
Overzicht personeelssterkte en -lasten
Specificatie personeelslasten
Berekening bijdrage per gemeente
Sisa-overzicht
Overzicht beleggingen BOR
Kwartaaloverzichten liquiditeitspositie
Toelichting op gebruikte afkortingen
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
120
120
121
122
123
124
130
131
133
3
4
Deel 1 Jaarverslag
Hoofdstuk 1
Inleiding
Voor u ligt de jaarrekening 2013. Bij de opstelling van de begroting 2013 is
uitgegaan van de situatie, zoals die begin 2012 bekend was. De cijfers zijn met
twee begrotingswijzigingen geactualiseerd. De verschillen tussen de begroting
en realisatie worden in het hoofdstuk Analyse begrotingsafwijkingen en
begrotingsrechtmatigheid toegelicht.
Voor de toekomst van het Stadsgewest Haaglanden als Wgr-plusregio zijn twee
ontwikkelingen van belang:
1. Het Kabinet is voornemens om de Wet Gemeenschappelijke Regelingen Plus
(Wgr-plus), waarop de plustaken van het huidige Stadsgewest Haaglanden zijn
gebaseerd, met ingang van 1 januari 2015 in te trekken.
2. Gemeenten zijn bezig met de opbouw van de Metropoolregio Rotterdam Den
Haag (MRDH). In de gemeenschappelijke regeling MRDH is opgenomen dat deze
in werking treedt op de dag nadat de Eerste Kamer het voorstel voor de Wet
afschaffing plusregio’s heeft aangenomen.
In de nota ‘Bestuur en bestuurlijke inrichting: tegenstellingen met elkaar verbinden’, die de
regering op 10 oktober 2011 aan beide Kamers der Staten-Generaal heeft gezonden
is de visie over de bestuurlijke inrichting van het land gegeven. In deze visienota
wordt de opheffing van de Wgr-plus-status voor de stadsregio’s aangekondigd.
In het regeerakkoord van het huidige kabinet Rutte II wordt dit voornemen
opnieuw geformuleerd. Op 17 juni 2013 heeft de minister de Wijziging van de
Wet gemeenschappelijke regelingen en enkele andere wetten in verband met de
afschaffing van de plusregio’s (‘Wet afschaffing plusregio’s’) aan de Tweede Kamer
aangeboden. In het wetsvoorstel wordt geregeld dat de wettelijke taken en de
bijbehorende financiële middelen (BDU) voor Verkeer en Vervoer van het huidige
Stadsgewest Haaglanden en de stadsregio Rotterdam worden toegekend aan een
vervoerregio. In de aanbiedingsbrief bij het wetsvoorstel wordt de beoogde datum
van inwerkingtreding genoemd, namelijk 1 januari 2015. De vaste commissie voor
Binnenlandse Zaken heeft de fracties in de gelegenheid gesteld om tot 5 september
2013 vragen te stellen over het wetsvoorstel. Het verslag van bevindingen van de
Kamercommissie is op 11 september 2013 vastgesteld.
In zijn brief van 14 november 2013 geeft minister Plasterk een nadere toelichting
op zijn nota ‘Bestuur in samenhang’ naar aanleiding van de door de Eerste Kamer
aangenomen motie Vliegenthart. Op 20 november publiceert de minister een nota
van beantwoording (dagtekening 8 november 2013) naar aanleiding van vragen die
de Tweede Kamer heeft gesteld over de ‘Wet afschaffing plusregio’s’. In beide nota’s
bevestigt de minister de opheffing van de Wgr-plus per 1 januari 2015. Inhoudelijk
zijn er geen principiële wijzigingen ten opzichte van het op 17 juni 2013
gepresenteerde wetsontwerp.
Inleiding
Op 15 april 2013 zijn de voorstellen voor de gemeenschappelijke regeling MRDH
inclusief een concept Verordening Vervoersautoriteit en de contouren van de
Strategische Agenda aangeboden aan de 24 colleges van de gemeenten binnen de
stadsregio Rotterdam en het Stadsgewest Haaglanden. Aan de colleges is gevraagd
om te bevorderen dat de gemeenten zich voor 1 augustus 2013 uitspreken over de
voorstellen. Op basis van de reacties zijn de voorstellen aangepast en op
28 oktober 2013 is het definitieve voorstel voor de gemeenschappelijke regeling
MRDH aangeboden aan de 24 colleges met het verzoek om deze aan de
gemeenteraden voor te leggen met als doel de regeling nog in 2013 te treffen.
Vanwege de door het Rijk aangekondigde intrekking van de Wgr-plus en de start
van de MRDH met de pijlers VA en Economie, heeft het dagelijks bestuur van het
Stadsgewest op 13 maart 2013 de intentie uitgesproken dat de gemeenschappelijke
regeling Stadsgewest Haaglanden per 1 januari 2014 wordt beëindigd. Hier heeft
men twee voorwaarden aan verbonden: per die datum moet de Wgr-plus zijn
6
afgeschaft én de beleidstaken Verkeer en Vervoer en Economie moeten zijn
ondergebracht in de MRDH. Vanwege de vertraging in het wetgevingstraject is deze
datum verschoven naar 1 januari 2015.
Het dagelijks bestuur van het Stadsgewest heeft, conform het advies van de Kring
van gemeentesecretarissen, op 18 oktober 2013 besloten in te zetten op een
plaatsing van het volledige personeel van het Stadsgewest Haaglanden in een vaste
aanstelling volgens een vast te stellen verdeelsleutel uiterlijk per 1 januari 2015,
volgens de rechtspositie van de ontvangende gemeente. Aan de Kring is de opdracht
gegeven om een zorgvuldig en geregisseerd plaatsingsproces te ontwerpen.
Voor wat betreft de huidige taken van het Stadsgewest Haaglanden die niet naar
de MRDH overgaan, heeft het dagelijks bestuur op 18 oktober 2013 besloten om
eerst de nadere uitwerking van de bestuurlijk platforms MRDH af te wachten
en daarna te verkennen voor welke taken van het Stadsgewest Haaglanden een
oplossing gevonden moet worden om de inhoudelijke continuïteit te waarborgen.
Het dagelijks bestuur heeft daarbij aangegeven dat bij die verkenning dan ook
over de grenzen van de negen gemeenten heen gekeken kan worden. Dit omdat
voor sommige beleidsterreinen samenwerking met andere dan Haaglandengemeenten kansen biedt. Het initiatief voor de verkenning ligt bij de Kring van
gemeentesecretarissen.
Bij de samenstelling van de jaarrekening 2013 was de wetswijziging tot opheffing
van de ‘plusstatus’ nog niet behandeld in de Tweede Kamer. De activa zijn in deze
jaarrekening gewaardeerd tegen going concern-waarde en er is geen reorganisatie­
voorziening opgenomen. De bij opheffing van het Stadsgewest benodigde afkoop
van contracten is meegenomen in de paragraaf weerstandsvermogen.
De WNT (Wet Normering bezoldering Topfunctionarissen publieke en semi­publieke
sector) stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke
en semipublieke sector. De algemene bezoldigingsnorm van de WNT bedraagt na
indexering voor 2013: € 228.599.
Dit bedrag is opgebouwd uit de volgende onderdelen:
cc Bruto beloning: € 187.340
cc Belastbare vaste en variabele kostenvergoedingen: € 8.069
cc Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn: € 33.190.
In overeenstemming met de WNT, dat is ingevoerd op 1 januari 2013, worden
onderstaande gegevens van de voormalige secretaris vermeld.
Naam
Beloning
Belaste variabele en vaste onkostenvergoeding
Voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn
Functie
Duur en omvang van het dienstverband in het boekjaar
M.F. Stein
F 121.857,05
F 44,10
F 8.127,12
Secretaris
12 maanden voltijds dienstverband
Verder zijn de leden van het algemeen en dagelijks bestuur van Stadsgewest
Haaglanden onbezoldigd, waardoor zij niet getoetst worden voor de WNT.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
7
Bestuursorganen en portefeuilleverdeling dagelijks bestuur
Totdat het Stadsgewest Haaglanden beëindigd wordt, bestaat het Stadsgewest uit
de volgende bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de
voorzitter. Het algemeen bestuur heeft vijf adviescommissies ingesteld:
cc de commissie Ruimtelijke Ordening, Grondbeleid, Volkshuisvesting en Milieu
(RGVM);
cc de commissie Verkeer en Vervoer en Economische Zaken (VVEZ);
cc de commissie Jeugdzorg;
cc de commissie van advies voor bezwaarschriften;
cc de Rekeningcommissie.
De programma’s zijn als volgt verdeeld over de leden van het dagelijks bestuur:
Programma (onderdeel)
(Regio)bestuurder
Voorzitter
Bestuur
Jeugdzorg
Wonen
Concernzaken, Communicatie en Europa
Groen, Recreatie en Toerisme
Milieu
Financiën
Economie
Mobiliteit
Ruimte
J.J. van Aartsen
drs. F.H. Buddenberg
ir. B. Emmens
drs. J.Th. Hoekema
mr. M.A. Houtzager
H.H.V. Horlings
W.A. Mateman
J. van der Tak
drs. P.W.M. Smit
mr. drs. G.A.A. Verkerk
Het resultaat en de voorgestelde bestemming
Het jaar 2013 kon worden afgesloten met een voordelig resultaat van € 660.454.
Gelet op de verwachte opheffing van Stadsgewest Haaglanden, wordt voorgesteld
om € 100.000 van dit resultaat toe te voegen aan de bestemmingsreserve
Mobiliteitsbevordering en de rest van het voordelige resultaat toe te voegen aan
de algemene reserve. Op een later moment in 2014 kan bij het opstellen van het
liquidatieplan voor de gehele algemene reserve worden besloten over een voorstel
tot besteding en bestemming.
Voorstel resultaatbestemming
Op 17 februari 2010 heeft het algemeen bestuur de nota Risico’s en weerstands­
vermogen vastgesteld. In deze nota wordt de omvang van het weerstandsvermogen,
afhankelijk van de werkelijke risico’s, vastgesteld op een bandbreedte tussen de
€ 5 miljoen en € 10 miljoen. Het algemeen bestuur heeft ook bepaald dat het
weerstandsvermogen uit eigen middelen wordt opgebouwd en dat eventuele
exploitatieoverschotten worden toegevoegd, totdat de ondergrens bereikt is.
Daarna worden naar behoefte middelen toegevoegd aan het weerstandsvermogen.
Gelden worden aan gemeenten teruggestort, nadat de bovengrens van de
bandbreedte bereikt is. Door de voorgenomen intrekking van de Wgr-plus en de
vorming van de MRDH is de kans groter dat het risico ‘bestuurlijke ontwikkelingen’
(zie risicoparagraaf) zich voordoet en heeft de egalisatiereserve de benodigde
ondergrens niet bereikt. Dit risico nam nominaal sterk af, doordat de gemeenten
toezegden het overtollige personeel over te nemen.
Inleiding
Als verdeling van het resultaat wordt voorgesteld:
1. een bedrag van € 100.000 beschikbaar te stellen voor het mobiliteitsbeleid
van het Stadsgewest Haaglanden en te storten in de bestemmingsreserve
Mobiliteitsbevordering;
2. het resterende bedrag van € 560.454 toe te voegen aan de egalisatiereserve.
8
Marap’s
In de verslagperiode zijn twee Marap’s uitgebracht, die op 10 juli en op 27 november
2013 door het algemeen bestuur zijn vastgesteld.
Digitaal PR-jaarverslag 2013
Begin 2014 is het digitale PR-jaarverslag 2013 verschenen. In dit PR-jaarverslag wordt
een aantal markante projectresultaten die in 2013 zijn behaald, uitvergroot in korte
teksten, films, infographics, fotografie en cijfers. Het digitale PR-jaarverslag 2013 van
het Stadsgewest Haaglanden is te raadplegen op www.haaglanden.nl/jaarverslag2013.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
9
Hoofdstuk 2
Kerngegevens
Kerngegevens
Aantallen inwoners
bedragen in euro’s
Bron CBS Bron CBS Begroting
2012
2013 2015
1-1-2012
Groei
% 1-1-2013
Groei
% 1-1-2014
Kerngegevens
Delft
98.675 Den Haag
502.055 Leidschendam-Voorburg 72.405 Midden-Delfland
18.225 Pijnacker-Nootdorp
50.103 Rijswijk
46.990 Wassenaar
25.762 Westland
101.980 Zoetermeer
122.331 Totaal
1.038.526 10
422 3.801 183 26 351 382 -106 718 761 6.538 0,4
99.097 0,8 505.856 0,3
72.588 0,1
18.251 0,7
50.454 0,8
47.372 -0,4
25.656 0,7 102.698 0,6 123.092 0,6 1.045.064 984 3.923 877 197 626 269 -59 574 497 7.888 1,0
100.08
0,8 509.779
1,2
73.465
1,1
18.448
1,2
51.080
0,6
47.641
-0,2
25.597
0,6 103.272
0,4 123.589
0,8 1.052.952
Financiële structuur
bedragen in euro’s
Totaal bedragen
2013
2012
Totaal bedragen per inwoner
2013
2012
Totaal baten
412.897.526
404.916.759
395,09
389,90
Specificatie
Bijdragen van het Rijk
Bijdragen van derden
Bijdragen van gemeenten, algemeen
Bijdragen van gemeenten, Fonds Groen Haaglanden
Bijdragen van gemeenten, MOB-fonds
Renten en balansmutaties
368.087.208
24.363.914
5.725.450
1.045.064
366.453.166
18.882.753
4.790.448
1.038.526
352,21
23,31
5,48
1,00
352,86
18,18
4,61
1,00
9.653.337
4.022.552
9.325.311
4.426.555
9,24
3,85
8,98
4,26
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
11
Programma Bestuur
Hoofdstuk 3
Programmaverantwoording
3.1 Programma Bestuur
Het Stadsgewest Haaglanden is een plusregio (Wgr-plus, november 2005) waarin
negen gemeenten in de regio Haaglanden met elkaar samenwerken, namelijk de
gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, PijnackerNootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer. Het Stadsgewest is een
vorm van verlengd lokaal bestuur en kent geen open huishouding. Het voert alleen
die taken uit die bij of krachtens de wet zijn opgedragen of die door de provincie
(in geval van de jeugdzorg) of de negen gemeenten zijn overgedragen. Het bestuur
zet zich in voor projecten en investeringen die het economisch functioneren, de
werkgelegenheid en het vestigingsklimaat van de regio ten goede komen. Hierbij
gaat het bijvoorbeeld om taken op het gebied van verkeer en vervoer, economie,
ruimte, wonen, groen, jeugdzorg, milieu en Europa.
Het Stadsgewest kent drie bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks
bestuur en de voorzitter. Het algemeen bestuur bestaat uit leden die de
gemeenteraden van de negen stadsgewestelijke gemeenten uit hun midden en uit
de colleges van burgemeester en wethouders kozen. Het dagelijks bestuur wordt
door en uit leden van het algemeen bestuur gekozen. Alle gemeenten die binnen
het Stadsgewest samenwerken zijn met één lid per gemeente in het dagelijks bestuur
vertegenwoordigd. Het is in het Stadsgewest gebruik dat deze leden lid zijn van het
college van burgemeester en wethouders. De burgemeester van Den Haag is qualitate
qua voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Het algemeen
bestuur vergadert ongeveer zes maal per jaar. De vergaderingen zijn openbaar. Het
dagelijks bestuur vergadert tweewekelijks en deze vergaderingen zijn besloten. Dit
alles gebeurt op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen en bepalingen van
de gemeenschappelijke regeling van het Stadsgewest.
Het algemeen bestuur telde in het verslagjaar 65 leden. Uit zijn midden heeft
het algemeen bestuur vijf commissies van advies ingesteld: de commissie voor
Ruimtelijke Ordening, Grondbeleid, Volkshuisvesting en Milieu (RGVM), de
commissie voor Verkeer en Vervoer en Economische Zaken (VVEZ), de commissie
Jeugdzorg en de Rekeningcommissie. Het Stadsgewest Haaglanden kent ook een
commissie van advies voor de bezwaarschriften en een commissie voor georganiseerd
overleg. In beide commissies is het algemeen bestuur met één lid vertegenwoordigd.
Het dagelijks bestuur bestond uit tien leden: één per gemeente en de voorzitter.
Onderling heeft het dagelijks bestuur de portefeuilles verdeeld: Verkeer en Vervoer,
Wonen, Ruimtelijke Ordening, Vinex-Vinac, Water- en Grondbeleid, Groen,
Recreatie en Toerisme, Economie, Agribusiness, Kenniseconomie, Milieu, Jeugdzorg,
Europa, Cultuur, Bestuurlijke Organisatie, Communicatie, Financiën, P&O en
Juridische- en Facilitaire Zaken.
Wat wilden we bereiken?
Het programma stond in 2013 in het teken van:
cc kiezen en doelmatig en efficiënt uitvoeren van activiteiten en investeringen doen
die door de gemeenten en inwoners als nuttig en noodzakelijk worden ervaren;
cc hanteren van transparante besluitvormingsprocessen, zowel voor gemeenten als
voor burgers en andere belanghebbenden;
cc aangaan van allianties met andere overheden en externe partijen, indien dat voor
de positie van de regio nuttig en noodzakelijk is.
Wat hebben we er voor gedaan?
In 2013 is de vorming van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) per
1 januari 2015 krachtig voortgezet. Het Stadsgewest heeft daarvoor overleg gevoerd
met de negen Haaglanden-gemeenten, de gemeente Rotterdam, de stadsregio
Rotterdam en heeft bijgedragen aan de bestuurlijke en inhoudelijke opzet van de
MRDH/VA.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
13
Op 27 maart 2013 vond voor de derde maal het Metropoolcongres plaats. Deze
netwerkbijeenkomst voor raads- en collegeleden werd georganiseerd door het
Stadsgewest Haaglanden, de stadsregio Rotterdam en de gemeenten Den Haag en
Rotterdam. Het thema van het Metropoolcongres was ‘Kwaliteiten verbinden’.
De bijeenkomst telde ruim 450 deelnemers en vond plaats in de Stadsgehoorzaal
in Vlaardingen. Alle 24 gemeenten van beide stadsregio’s waren vertegenwoordigd,
evenals de provincie Zuid-Holland.
Het Stadsgewest heeft in 2013 deelgenomen aan het Platform Zuidvleugel en er is
periodiek overleg gevoerd met de overige stadsregio’s in Nederland. Verder heeft
Haaglanden contacten onderhouden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO).
Alle openbare vergaderingen, bijbehorende beleidsdocumenten en besluitvorming
zijn op www.haaglanden.nl gepubliceerd. Via de website van het Stadsgewest zijn de
vier vergaderingen van het algemeen bestuur ‘live’ te volgen geweest. In de huis-aanhuisbladen is regelmatig aandacht besteed aan de ontwikkeling van grote regionale
projecten. In juni is het digitale PR-jaarverslag 2012 verschenen dat door ruim
700 geïnteresseerden op de website is geraadpleegd. Het relatiemagazine #MRDH, dat
in samenwerking met de stadsregio Rotterdam tot stand komt, verscheen driemaal
in 2013. Dit magazine is bestemd voor raads- en collegeleden in beide regio’s,
bedrijfsleven, maatschappelijke partijen en andere overheden. Aan de hand van
projecten, plannen, trends en opinies in het metropoolgebied laat het verbindingen,
samenhang en samenwerking zien.
Het algemeen bestuur heeft in 2013 vier keer vergaderd. Het dagelijks bestuur
vergaderde negentien keer. De commissie RGVM is vier keer bijeen geweest, de
commissie VVEZ vijf keer en de commissie Jeugdzorg twee keer.
De Rekeningcommissie heeft in juni aan het algemeen bestuur advies uitgebracht
over de jaarrekening 2012. De commissie van advies voor de bezwaarschriften heeft
in 2013 één bezwaarschrift afgehandeld.
Wat heeft het gekost?
Kosten programma Bestuur
Werkelijk
2012
Begroting
2013
Werkelijk
2013
Totaal lasten programma bestuur
Totaal baten programma bestuur
Nadelig saldo programma bestuur
1.518.339
155.423
1.362.916
1.202.700
119.800
1.082.900
1.223.562
219.576
1.003.986
0,21
1,17
0,96
Programma Bestuur
Baten per inwoner
Lasten per inwoner
Saldo per inwoner
14
bedragen in euro’s
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
15
Programma Mobiliteit
3.2 Programma Mobiliteit
Wat wilden we bereiken?
Het Stadsgewest Haaglanden streeft binnen het programma Mobiliteit naar het
vergroten van de verkeersveiligheid en het verbeteren van de bereikbaarheid en
leefbaarheid in de regio. Dit wordt gedaan door het jaarlijks opstellen en uitvoeren
van het programma Mobiliteit, dat zijn basis heeft in de Regionale Nota Mobiliteit
(RNM 2005), het supplement hiervan Naar een toekomstbestendige bereikbaarheid
(2008) en de Update Regionale Mobiliteit (2013). De geactualiseerde en aangescherpte
doelstellingen zijn meegenomen in de programmabegroting 2013.
De lange-termijnambities van de RNM en het supplement worden jaarlijks
geconcretiseerd en vertaald naar de korte termijn in het Investeringsprogramma
Verkeer en Vervoer (IPVV). Het IPVV legt vast welke partijen betrokken zijn, welke
verantwoordelijkheden zij hebben en om welke kosten het gaat. Jaarlijks laat het van
de diverse projecten zien hoe het gaat met de voorbereiding en uitvoering.
De bezuinigingen op de Brede Doeluitkering (BDU) zijn voor de helft ten laste
van het openbaar vervoer en voor de helft ten laste van verkeer gekomen. In
2013 is nog bezuinigd in de dienstregeling. Voor 2014 en verder is de bezuiniging
opgevangen door de taakstelling ten aanzien van de opbrengsten voor HTM op een
hoger niveau vast te stellen als gevolg van de hogere reizigersopbrengsten in het
jaar 2010. Hierdoor wordt er minder subsidie aan HTM uitbetaald. Aangezien de
nieuwe trams bovendien later instromen dan verwacht, is er voor het jaar 2014 en
een gedeelte van 2015 minder subsidie nodig voor het betalen van de kapitaallasten
van deze trams. Voor de korte termijn betekent dit dat er meer subsidie beschikbaar
is voor de ‘gewone’ dienstuitvoering. Voor de jaren 2017 tot en met 2026 is een
hoofdlijnenakkoord gesloten met de HTM. De invulling van de volledige, op dit
moment bekende, bezuinigingsopgaaf, is door dit hoofdlijnenakkoord gerealiseerd.
Er wordt niet gesneden in het voorzieningenniveau. De bezuiniging wordt gevonden
in een efficiënter werkende HTM en een lager vooraf gecalculeerd rendement voor
de HTM.
De bezuinigingen voor verkeer zijn gevonden door in de begroting tot 2024 te
korten op verschillende programmabudgetten. Het resultaat daarvan heeft zijn
weerslag gevonden in het IPVV 2013 en IPVV 2014. Vooralsnog heeft dat niet geleid
tot het schrappen van geplande projecten.
Het Stadsgewest Haaglanden werkte in 2013 ook aan:
cc 50% meer instappers in het openbaar vervoer in 2030;
cc meer verplaatsingen op de fiets;
cc beter voorspelbare reistijd met de auto in de spits;
cc minder verkeersslachtoffers;
cc verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.
3.2.1 Programmaonderdeel Openbaar Vervoer
Wat hebben we er voor gedaan?
Doel: 50 procent meer instappers in het openbaar vervoer in 2030
Netwerk RandstadRail
Voor de periode 2010-2015 is geld beschikbaar gesteld om de Visie Netwerk
RandstadRail (2009) te realiseren. Dit geld is ingebracht door het ministerie van IenM
(€ 100 miljoen), de regiogemeenten (€ 50 miljoen) en het Stadsgewest Haaglanden
(€ 350 miljoen). Concreet is hiervoor een eerste serie van 40 trams type Avenio
aangeschaft en de infrastructuur aangepast. Het betreft vooral de routes van de
lijnen 9, 11, 15 en 17 en trajectdelen van en naar remises. Verder worden in het
netwerk enkele kwaliteitsverbeteringen doorgevoerd, zoals twee nieuwe TOP-haltes
op Den Haag Centraal Station en Hollands Spoor. In 2013 is de Bosbrug vervangen
en zijn tegelijk werkzaamheden in het kader van Netwerk RandstadRail uitgevoerd
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
17
in de Rijnstraat, evenals op en langs de routes van de tramlijnen 9 en 11.
De werkzaamheden voor de verhoging van de (straks vaste) Hoornbrug starten
medio 2014. Voorafgaand worden werkzaamheden uitgevoerd op de Haagweg en
wordt de verbindingsboog Vuursteen aangelegd in Ypenburg Centrum.
De werkzaamheden voor de lijnen 17 zuid starten medio 2014. In het najaar van
2014 en 2015 is voorzien in twee fasen van langdurige werkzaamheden op en langs
de Koninginnegracht en de Nieuwe Parklaan.
Tramlijn 19
Tramlijn 19 verbindt Leidschendam-Voorburg, de Haagse wijken Leidschenveen
en Ypenburg, Rijswijk (Vrijenban) en Delft (TU-gebied). De aanleg van het eerste
deel (Leidschendam-Delft NS-station) is reeds in 2010 afgerond. In 2013 zijn
voorzieningen getroffen om het kort-trajectrijden van lijn 19 mogelijk te maken.
Voor de tijdelijke inzet van tweerichting-materieel (type Regio Citadis) zijn daarvoor
twee keervoorzieningen gerealiseerd (Leidschendam MCH en Delft Nieuwe Plantage).
Het tweede deel (Delft NS-station - TU Delft/Technopolis) is in uitvoering. De
planning gaat er vanuit dat de exploitatie van de hele tramlijn 19 in december
2015 kan starten. Dit hangt voor een belangrijk deel af van de besluitvorming over
de Sint Sebastiaansbrug en het tracé in Technopolis. Voor een efficiënte exploitatie
van tramlijn 19 en in gevallen van calamiteiten op het railnet is bovendien een
keervoorziening Westvest nodig; het overleg daarover is gaande. Het totale project
kost circa € 140 miljoen (prijspeil 2009, inclusief indexering). De verwachting is
dat het project ondanks tegenvallers en vertraging binnen het budget kan worden
gerealiseerd.
Toegankelijkheid OV (TOV)
Het project implementatieplan Toegankelijkheid bushaltes in Haaglanden loopt tot
2015. Het doel van het project is dat in 2015 minstens 53 procent van alle haltes
aan de eisen van toegankelijkheid voldoet. Het project verloopt voorspoedig. Het
TOV-programma wordt in 2014 afgerond. Naar verwachting is in 2015 meer dan
53 procent van alle bushaltes in Haaglanden toegankelijk en is aan de doelstelling
voldaan.
Dynamische reisinformatie
De aanbestedingen van OV-knoopdisplays en vlaggenmastdisplays op haltes zijn in
2012 gegund. In 2012 zijn ongeveer 50 haltes voorzien van OV-knoopdisplays. In
2013-2014 worden de resterende 120 OV-knoop- en vlaggenmastdisplays geplaatst.
Verder zijn vanaf 2012 ruim 800 haltes voorzien van dynamische reizigersinformatie
met een kleine haltepaaldisplay.
Programma Mobiliteit
Aanbesteding en concessiebeheer
De huidige railconcessies van HTM en RET lopen eind 2016 af. Omdat het
aanbesteden en gunnen van een railconcessie een complexe zaak is, startten het
Stadsgewest Haaglanden en de stadsregio Rotterdam in 2012 met de voorbereiding
van de volgende concessie. Als startdocument is in 2013 de Nota van Uitgangspunten
gepubliceerd. De reacties hierop vormden de basis voor het opstellen van het
Ontwerp Programma van Eisen dat aan het einde van het verslagjaar vrijwel gereed was
en in 2014 voor inspraak wordt vrijgegeven. Het besluit om de nieuwe railconcessies
met een openbare aanbestedingsprocedure te gunnen of onderhands te gunnen via
inbesteding zal in een later stadium worden genomen. Basis voor dit besluit vormt
de onderhandse bieding die HTM naar verwachting in 2015 gaat doen op basis van
bovengenoemd Programma van Eisen.
In 2013 is het beter monitoren en beheren van de rail- en busconcessies
voortgezet. Het overleg over de managementinformatie is vast onderdeel van het
concessieoverleg.
OV-chipkaart
In 2013 werden de sterabonnementen omgezet naar een OV-chipkaartproduct in
de vorm van het Regioabonnement. Het Regioabonnement is geldig bij alle vijf
vervoerders in de regio´s Haaglanden en Rotterdam. Naast de wagenverkoop zijn er
18
nog enkele kaartsoorten niet omgezet naar een OV-chipkaartproduct. Eind 2013 is
een studie afgerond naar de vervanging van het Regioabonnement naar een nieuwe
abonnementsvorm die geldig is in de gehele provincie Zuid-Holland. Besluitvorming
is in 2014 voorzien.
Sociale veiligheid
De reguliere inzet voor de sociale veiligheid in het openbaar vervoer bleef op een
aanvaardbaar niveau en er werd weer een aantal gecoördineerde acties met de
politie uitgevoerd. Daarbij controleerde de politie niet alleen op het bezit van een
vervoerbewijs, maar ook op bijvoorbeeld drugs- en wapenwetgeving, legitimatie
en openstaande boetes. In 2013 werd het overleg met het Rijk over een basisnorm
voor de inzet op sociale veiligheid afgerond. Besloten werd daar niet toe over te
gaan, maar een standaard voor een veiligheidsscan te ontwikkelen die gebruikt kan
worden bij de totstandkoming van nieuwe concessies.
Klanttevredenheid
Het landelijke klantoordeel voor het openbaar vervoer is in 2013 gewaardeerd met
een 7,4. Dat is evenveel als in 2012. De regio Haaglanden scoorde in 2013 een
gemiddeld klantoordeel van 7,3. Ook dat is net zoveel als in 2012. In onderstaande
tabel is het algemeen klantoordeel voor de diverse concessies in Stadsgewest
Haaglanden opgenomen.
Algemeen klantoordeel concessies in Stadsgewest Haaglanden
Stadsgewest Haaglanden
Rangschikking
SGH alle concessies
HTM RR-tram
HTM tram stad
HTMbuzz bus stad
Veolia bus regio
2013
Oordeel Rangschikking
(50)
(74)
(30)
(47)
7,3
7,4
7,1
7,5 7,4
2012
Oordeel
(49)
(63)
(19)
(35)
7,3
7,4
7,2
7,5
7,4
StedenbaanPlus
Rond StedenbaanPlus is in 2013 bezien hoe het programma in de toekomst het beste
vorm kan krijgen. In diverse bijeenkomsten is bepaald wat de focus moet zijn en
hoe die efficiënt kan worden ingepast in de werkstroom van de partners. Dit heeft
ertoe geleid dat het projectbureau is opgeheven. Er is een programmacoördinator
aangesteld, terwijl de inhoudelijke verantwoordelijkheden bij de partners zijn
komen te liggen. De naam van het programma is weer ‘Stedenbaan’, de inhoud en
de ambities zijn dezelfde gebleven.
Met het uitbrengen van de jaarlijkse Stedenbaanmonitor is een duidelijk
beeld gegeven van de stand van zaken. In de vastgoedmarkt zit nog steeds
weinig beweging. Daarom is de nadruk meer komen te liggen op kwaliteit en
alliantievorming. Met name de kwaliteit van de keten zal meer aandacht moeten
krijgen.
RegioTaxi
Connexxion is sinds maart 2010 uitvoerder van de RegioTaxi Haaglanden.
Door de vele bezuinigingsmaatregelen van de deelnemende gemeenten, is het
vervoersvolume verder gestegen. Om de kwaliteit op een goed niveau te houden
bespreken de partijen in een tweemaandelijks overleg de ontstane knelpunten.
Tijdens dit overleg kunnen partijen ook tot preventieve maatregelen besluiten.
Eindstation Erasmuslijn (Metro E)
Een besluit over de aanleg en bouw van het Eindstation Erasmuslijn is genomen.
Er komt een viaduct op +2-niveau. Voorbereidende werkzaamheden zijn gestart.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
19
BleiZo
De besprekingen over het realiseren van station BleiZo tussen de
Gemeenschappelijke Regeling (Zoetermeer en Lansingerland), Stadsgewest
Haaglanden, het ministerie van IenM, NS en ProRail zijn voortgezet. De
besprekingen hebben, na moties in de Tweede Kamer en bestuurlijk overleg eind
2013, erin geresulteerd dat een werkgroep is geformeerd die mogelijke oplossingen
voor de inpassing in de dienstregeling in beeld moet brengen. In april 2014 vindt
hierover afrondend bestuurlijk overleg plaats.
3.2.2 Programmaonderdeel Verkeer
Wat hebben we er voor gedaan?
Doel: meer verplaatsingen op de fiets
Programma fiets
Als uitwerking van de Fietsnota Haaglanden 2010-2017 zijn er in 2013 verschillende
knelpunten op het lokale en regionale fietsroutenet aangepast. Ook is gewerkt aan
een update van het fietsknooppuntensysteem. In 2013 is gestart met de bouw van
de fietsbrug over de Vliet in Rijswijk. De fietstunnel onder de Zuidelijke Randweg
Naaldwijk (Piet Struijkweg) is geopend. De voorbereidingen zijn gestart voor de
aanleg van het drievoudige fietsviaduct ‘de Snelbinder’ over het Vlietpolderplein
in Westland. Ook zijn afspraken gemaakt over het uitbreiden van fietsenstallingen
bij stations en OV-haltes. Verder is een begin gemaakt met de uitwerking van een
concreet doelgroepenbeleid, gericht op het stimuleren van het fietsgebruik.
De jaarlijkse actie ‘Op de fiets werkt beter!’ is bedoeld om het fietsen naar het werk
te promoten. Met deze actie steunen we tevens een aantal goede doelen. In 2013
fietsten 2.462 deelnemers van 105 bedrijven een afstand van 2,24 miljoen kilometer.
Doel: Beter voorspelbare reistijd met de auto in de spits
Dynamisch Verkeersmanagement (DVM)
In 2013 werkte het regionaal verkeerskundig team (uitvoeringsunit) de scenario’s
voor DVM verder uit. In Haaglanden zijn de scenario’s rondom Delft, Zoetermeer
en in het Westland operationeel. Ook de scenario’s in de gemeente Den Haag zijn
operationeel. MAP Traffic Management (MAPtm) zet deze in en rondom Den Haag
in. In 2013 is de knoop doorgehakt om dit in de toekomst als gemeente zelf te
gaan doen. Verder zijn in 2013 de laatste Dynamische Route Informatiepanelen
(DRIP’s) geplaatst en is geregeld dat deze DRIP’s nog zeven jaar na afloop van de
garantietermijn gefinancierd zijn.
Programma Mobiliteit
Sinds de oprichting in 2011 participeert het Stadsgewest Haaglanden in Regiodesk.
Deze organisatie coördineert de inzet van dynamische verkeersmaatregelen tussen de
verschillende centrales in de Zuidvleugel. Met name bij incidenten, evenementen en
wegwerkzaamheden is de inzet van regelscenario’s succesvol. In diverse programma’s
(Beter Benutten, mobiliteitsaanpak, Quick Wins) heeft het Stadsgewest succesvol
gelobbyd voor een bijdrage voor DVM-systemen, waaronder aanpassingen van
verkeerregelinstallaties (vri’s). Deze aanpassingen zullen de komende jaren onder
meer in Den Haag, Wassenaar, Rijswijk en Delft worden doorgevoerd. Op veel
provinciale wegen in de regio zijn vri’s al aangepast en op afstand aanstuurbaar.
In 2013 is samen met het groene golf team verdere invulling gegeven aan de
mogelijkheden voor verdergaande samenwerking tussen wegbeheerders op
functioneel en technisch beheer. De gemeente Den Haag en de provincie
Zuid-Holland zijn met financiële steun vanuit het Stadsgewest een aanbesteding
gestart voor een nieuw gezamenlijk systeem op de verkeerscentrale.
De afstemming van wegwerkzaamheden is onder de vlag van Bereik! gecontinueerd
en verder geprofessionaliseerd. In het kader van het landelijk spoor ITS is gestart
met de aanbesteding van een aantal reisinformatieproducten. Dit heeft vijf winnaars
opgeleverd. Om de reisinformatieproducten te voeden is een data-top5 opgesteld,
20
om de data van maximum snelheden, incidenten, evenement, wegwerkzaamheden
en regelscenario’s naar serviceproviders te verbeteren.
Ketenmobiliteit
Voorheen werd aan ketenmobiliteit gewerkt onder de naam mobiliteitsmanagement.
Daarmee worden de activiteiten bedoeld die bewust keuzegedrag van de reiziger
stimuleren: wel of niet reizen en zo ja, met welk vervoermiddel en op welk
tijdstip. Hiervoor heeft het Stadsgewest in 2013 o.a. het Regionaal Convenant
Mobiliteitsmanagement ‘Bereikbaar Haaglanden’ uitgewerkt: 75 bedrijven hebben
maatregelen genomen die bijdragen aan de reductie van het aantal autokilometers.
In 2013 zijn projecten in het kader van het Regionale Convenant en de Task
Force Mobiliteitsmanagement grotendeels afgerond. Onder de vlag van de
‘Bereikbaarheidsverklaring Beter Benutten’ (zie ook volgende alinea) is een aantal
specifieke projecten rondom de gebiedsgerichte aanpak mobiliteitsmanagement
overeengekomen met het regionale bedrijfsleven. Hiermee ontstond een nieuw
kader voor de samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven voor het
mobiliteitsmanagement bij bedrijven. Ook hebben diverse bedrijvenverenigingen
zich bij het Regionale convenant aangesloten; zij vertegenwoordigen in totaal
ca. 250 bedrijven. De nadruk bij Beter Benutten ligt op ‘package deals’ tussen
overheden en het bedrijfsleven. Succesvolle projecten vanuit het convenant zijn
nu ondergebracht in de Beter Benutten-gebieden Centrale Zone, Zoetermeer en
Delft. Het convenant en zijn verworvenheden, zoals de Mobiliteitsmakelaar, de
‘Koplopersbijeenkomsten’ en het portal Bereikbaar Haaglanden worden tot en met
eind 2014 doorgezet. Per gebied is een trio van ambassadeurs, CEO’s en wethouders
ingesteld, evenals lokale projectgroepen vanuit het bedrijfsleven.
Beter Benutten
In het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
(BO MIRT) in het najaar van 2011 is een samenhangend pakket vastgesteld
met maatregelen ter verbetering van de OV-, fiets- en weginfrastructuur en met
vraagbeïnvloedingsmaatregelen door het bedrijfsleven. Het totaalprogramma
Beter Benutten Haaglanden van € 158,8 miljoen wordt gefinancierd door het
Rijk (€ 74 miljoen) en de regiopartijen Haaglanden, gemeenten, provincie,
Rijkswaterstaat en bedrijfsleven (€ 84 miljoen). De uitvoering van het programma
wordt aangestuurd door een bestuurlijk trio: de minister van Infrastructuur
en Milieu, de regiobestuurder Haaglanden en de CEO van Siemens Nederland
namens het bedrijfsleven. Dit programma moet leiden tot 20 procent minder files.
De uitvoering van het programma 2011 is in volle gang. Eind 2014 is volgens
planning tweederde van het aantal beoogde effecten behaald. De overige effecten
worden in de jaren 2015, 2016 behaald. De uitvoeringsorganisatie draait onder
verantwoordelijkheid van het Stadsgewest. Het bedrijfsleven is nauw betrokken bij
de uitvoering. In aanvulling op dit programma is op 6 maart 2014 door het trio
besloten om een vervolgprogramma Beter Benutten te gaan opstellen. Het Rijk
draagt daaraan € 50 miljoen (incl. BTW) bij; de regiopartijen 50 miljoen (excl.
BTW). In 2014 werken we samen met alle betrokken regiopartijen, bedrijfsleven
en met het Rijk het vervolgprogramma uit. Dit programma moet 10 procent
reistijdverbetering opleveren op de grootste knelpunten. Voor vijf gebieden (Centrale
Zone Den Haag, Zoetermeer, Delft, Westland, Leidse regio) zijn ambassadeursduo’s
actief (lokale bestuurder en lokale werkgever). Zij zetten zich in voor
vraagbeïnvloedingsmaatregelen in samenhang met de uitvoering van de verbeterde
infrastructuurmaatregelen (de eerdergenoemde ‘package deals’). Het programma
Haaglanden maakt onderdeel uit van het landelijk programma. Met twaalf regio’s in
het land zijn soortgelijke programma’s overeengekomen.
Rotterdamsebaan
Het project omvat de boortunnel tussen Ypenburg en Binckhorst, de aansluiting
op de rijksweg bij het knooppunt Ypenburg en de aansluiting op de centrumring.
In 2007 is de besluitvorming over de Rotterdamsebaan afgerond. In het MIRToverleg van mei 2008 is besloten dat de Rotterdamsebaan wordt opgenomen in
de planstudietabel van het MIRT-projectenboek 2009 met een rijksbijdrage van
€ 225 miljoen (incl. BTW). Samen met het Rijk zijn de voorwaarden hiervoor
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
21
nader uitgewerkt en in december 2008 vastgelegd in een brief van de minister aan
het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van onder meer prijspeilaanpassingen,
tunnelwetgeving en het besluit tot een langere tunnel zijn de projectkosten gestegen
ten opzichte van de raming die als basis diende voor de besluitvorming in het BO
MIRT van 2008 en is een tekort ontstaan in de financiële dekking van het project.
De totale kosten voor de aanleg van de Rotterdamsebaan zijn inmiddels begroot op
€ 565 miljoen excl. BTW. De minister van IenM heeft op 20 augustus 2012 een extra
financiële bijdrage toegezegd van € 70 miljoen. De toegezegde rijksbijdrage bedraagt
daarmee in totaal € 295 miljoen (incl. BTW). Het algemeen bestuur heeft in de
vergadering van 10 oktober 2012 ingestemd met verzending van de subsidieaanvraag
aan de minister van IenM voor de rijksbijdrage. In november 2012 en aanvullend
daarop in april 2013 is de subsidieaanvraag verzonden. De minister heeft in juni
2013 de beschikking voor de Rotterdamsebaan afgegeven.
3-in-1-project
Ter verbetering van de bereikbaarheid van het Westland wordt de infrastructuur in
het Westland verbeterd met:
cc verlengde Veilingroute tot de N213 (uitvoeringsperiode 2012-2014);
cc reconstructie knooppunt Westerlee en de omlegging Oranjesluisweg (2011-2014);
cc tweede ontsluitingsweg Hoek van Holland en Pettendijk (uitgevoerd in 2011).
De provincie Zuid-Holland is trekker van dit 3-in-1-project en het Stadsgewest
bewaakt in de projectgroep en stuurgroep de scope, kosten en planning. De gunning
en start van de werkzaamheden heeft eind 2011 plaatsgevonden. Het project
is inmiddels vol in uitvoering. Op 29 oktober 2013 is de Piet Struijkweg en het
Vlietpolderplein geopend. Eind 2013 is afgesproken tussen de partijen dat vanwege
de vorderingen in het werk en de komende opheffing van de stadsregio’s het project
financieel wordt afgerond. De bijdrage van het Stadsgewest, de stadsregio Rotterdam
en gemeente Westland wordt omgezet naar een vaste bijdrage. Verder financieel
risico komt te liggen bij de uitvoerende partij, de provincie Zuid Holland. Hierover
wordt begin 2014 een overeenkomst getekend.
MIRT-Verkenning Haaglanden
De MIRT-verkenning Haaglanden is in 2012 afgerond. In het MIRT-overleg van
begin december 2011 is een bestuurlijke voorkeur uitgesproken voor een pakket
aan maatregelen op de A4-passage en de Poorten & Inprikkers. Het is een pakket
maatregelen aan de weginfrastructuur ter grootte van € 567 miljoen. Over de
bekostiging vanuit de regio zijn in het algemeen bestuur van januari 2012 en in
het dagelijks bestuur van april 2012 afspraken gemaakt. De rijksstructuurvisie en
bestuursovereenkomst, waarin de afspraken zijn opgenomen, werden tijdens het
BO-MIRT van november 2012 vastgesteld.
Programma Mobiliteit
Van een onderdeel van de MIRT-verkenning Haaglanden, de capaciteit vergroting
N211 en ongelijkvloerse kruisingen, is de planstudie inmiddels opgestart. Dit wordt
volgens afspraak uit de bestuursovereenkomst uitgevoerd en gefinancierd door de
provincie Zuid-Holland. Het Stadsgewest is betrokken bij de planstudie.
Nieuwe Westelijke Oeververbinding (NWO)
In 2011 zijn de studies afgerond naar de alternatieven van de Nieuwe
Westelijke Oeververbinding (NWO). Daarbij zijn zowel de Blankenburgtunnel
als de Oranjetunnel onderzocht. Bij het MIRT-overleg in december 2011 is een
voorkeur uitgesproken voor het realiseren van een Blankenburgtunnel. In het
regeringsakkoord van najaar 2012 is opgenomen dat de Blankenburgtunnel
gerealiseerd zal worden. Het ministerie van IenM is trekker van deze studie.
Het Stadsgewest bewaakt het belang van de regio en de gemeenten.
22
Doel: Minder verkeersslachtoffers
Duurzaam veilig
De doelstellingen voor verkeersveiligheid voor in 2020 zijn: maximaal 20 doden
en maximaal 247 ziekenhuisgewonden. Om deze doelstellingen te bereiken
heeft het Stadsgewest zich samen met de Haaglanden-gemeenten gericht op het
verkeersveiliger maken van de verkeersinfrastructuur. Voor het basis- en voortgezet
onderwijs biedt het Stadsgewest de programma’s ‘School op Seef’ en ‘TotallyTraffic’
aan. Voor senioren zijn door de gemeenten in de regio samen met VVN
rijvaardigheidstesten georganiseerd. Dit alles om mensen meer vaardigheden voor
veilige verkeersdeelname te leren.
De verkeersongevallencijfers over 2013 zijn nog niet bekend. De kwaliteit van de
registratie van verkeersslachtoffers is de laatste jaren afgenomen. Het vergelijken van
de cijfers is daardoor niet goed mogelijk.
Doel: Verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving
Luchtkwaliteit
Het Stadsgewest heeft gekozen voor de inzet van milieuvriendelijke aardgas/
groengasbussen, in het kader van de aanbesteding van het busvervoer in Haaglanden
en de onderhandse gunning van het stadsbusvoer in Den Haag. Vanaf eind 2009 zijn
deze aardgasbussen ingestroomd. De bussen van de HTM rijden op groen gas. Groen
gas is gemaakt van afvalstoffen en zorgt ervoor dat de Haagse bussen klimaatneutraal
rijden.
Verder is het rijden op aardgas en elektriciteit gestimuleerd met subsidieregelingen
voor aardgas/groengasauto’s en dito tankstations, en elektrische scooters. In 2013
hebben 131 aardgas/groengasauto’s van gemeenten, bedrijven en particulieren een
subsidie toegezegd gekregen. De actieve houding van twee autodealers in de regio
heeft voor bijna een verdrievoudiging ten opzichte van 2012 gezorgd. Daarnaast zijn
in 2013 circa 43 subsidies verstrekt bij aanschaf van een nieuwe elektrische scooter.
3.2.3 Algemene aanpak, ondersteuning en financiering van de verschillende
beleidsdoelstellingen
Wat hebben we ervoor gedaan?
Monitoring en effectmeting verkeers- en vervoersbeleid
Het Stadsgewest Haaglanden bewaakt jaarlijks hoever de uitvoering van de
beleidsdoelstellingen uit de RNM is gevorderd. In het voorjaar van 2013 is een
drieluik Resultaten Verkeer en Vervoer gepubliceerd. Hierin wordt het beleid uit de
jaren 2010 tot en met 2012 geschetst. In november 2013 is de Update Regionale Nota
Mobiliteit verschenen. Hierin is geen nieuw verkeer- en vervoersbeleid gepresenteerd.
In 2013 is een werkgroep monitoring Vervoersautoriteit opgericht die zich bezig
houdt met het ontwikkelen van een monitoringsinstrument om de indicatoren uit
de Strategische Bereikbaarheidsagenda te meten.
Externe contacten en communicatie
Het Stadsgewest profileert zich als een professionele, pro-actieve organisatie
en draagt dat beeld uit. Het neemt actief deel in StedenbaanPlus, Railforum en
aanverwante groepen, om goed te kunnen inspelen op de belangen van de regio
in treinverbindingen. In internationaal verband wil het Stadsgewest gelden als
voortrekkende regio op het gebied van lichte sneltramvoorzieningen.
Het Stadsgewest heeft vanuit Verkeer en Vervoer ook in 2013 deelgenomen aan tal
van overlegstructuren; soms actief en initiërend, soms volgend. Enkele voorbeelden
hiervan zijn:
cc diverse werk- en stuurgroepen in het kader van het bestuurlijk overleg (BO) MIRT
Zuidvleugel;
cc de programmaraad van het Kennisplatform Verkeer en Vervoer;
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
23
cc het
cc het
cc het
cc het
OV-bureau Randstad;
samenwerkingsverband Bereik!;
platform van stadsregio’s SkVV;
Bestuurlijk Koepeloverleg IenM.
Op Randstadniveau is gewerkt aan de integratie van de verschillende openbaarvervoersystemen onder de noemer R-Net. Ook in Europees verband neemt het
Stadsgewest deel aan samenwerkingsverbanden.
Het Stadsgewest droeg ook in 2013 actief bij aan de profilering van Haaglanden op
congressen en seminars door het leggen van contacten en het uitdragen van onze
doelstellingen en resultaten.
Samenwerking tussen Rijk en regio in Zuidvleugelverband
In 2013 is de samenwerking in Zuidvleugelverband in het kader van het BO MIRT
en de adaptieve agenda Zuidelijke Randstad voortgezet en geïntensiveerd. Het
Stadsgewest heeft in dat kader in 2013 actief gewerkt aan een aantal projecten
die voor de regio van belang zijn, waaronder de A4-passage Den Haag en
Poorten & Inprikkers. Verder zijn samen met het Rijk de financiële kaders uit
het Voorjaarsakkoord en Regeerakkoord uitgewerkt. Daarbij zijn geen projecten
geschrapt, maar is een aantal projecten wel gefaseerd (zie ook hierna).
Mobiliteitsfonds Haaglanden
Het Stadsgewest Haaglanden ontvangt de rijksbijdrage voor het regionale verkeer- en
vervoersbeleid sinds 2005 via de zogenaamde Brede Doeluitkering (BDU) Verkeer
en Vervoer. De BDU-gelden die het Stadsgewest tot en met 2024 ontvangt, zijn
volledig toegewezen aan ontwikkeling van het OV-voorzieningenniveau en het
afronden van lopende projecten en programma’s. Zoals aangegeven in de inleiding
bij dit hoofdstuk is bezuiniging op de BDU-gelden in het jaar 2013 ingevuld door
het snijden in het voorzieningenniveau en het toekennen van lagere budgetten
voor programmaprojecten. Vooralsnog heeft dit niet geleid tot het schrappen van
projecten.
Programma Mobiliteit
Regiofonds BOR
Het Regionaal fonds Bereikbaarheidsoffensief Haaglanden (regiofonds BOR) is de
tweede bron voor regionale bijdragen aan verkeer- en vervoersmaatregelen. Het
fonds bevat een vaste lijst projecten die aanvankelijk uiterlijk in 2010 gerealiseerd
moesten zijn. In 2010 heeft het ministerie van IenM een generiek uitstel verleend
van de bestedingstermijn met één jaar en voor een vijftal projecten met meerdere
jaren. In 2011 zijn daar nog vier projecten aan toegevoegd vanwege onvoorziene
vertraging in de uitvoering. Voor de projecten die uitstel hebben gekregen wordt
voor het ministerie van IenM jaarlijks een voortgangsrapportage geschreven. Tijdige
uitputting van middelen blijft voor het Stadsgewest een permanent aandachtspunt.
Investeringsprogramma Verkeer en Vervoer (IPVV)
Het Investeringsprogramma Verkeer en Vervoer (IPVV) bevat per gemeente een
overzicht van alle projecten en de financiering daarvan. Het wordt jaarlijks
geactualiseerd in overleg met de gemeenten. Het IPVV 2014 (en actualisatie van het
IPVV 2013) is in juli 2013 door het algemeen bestuur vastgesteld.
Metropoolregio en Vervoersautoriteit
Vanuit het Stadsgewest Haaglanden is, in samenwerking met vele andere partners,
verder gewerkt aan de totstandkoming van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag
(MRDH) en in het bijzonder de Vervoersautoriteit (VA). Dit is gedaan tegen de
achtergrond van de kabinetsplannen inzake de intrekking van de Wgr-plus en de
wens tot versterking van de samenwerking op het niveau van de Metropoolregio.
De VA zal onderdeel zijn van de MRDH en zal uitvoering geven aan de verkeer- en
vervoerstaken die het Rijk zal overdragen. Het gaat daarbij om een vergelijkbaar
takenpakket als dat van de stadsregio’s: strategie en beleid, concessiemanagement,
beheer en onderhoud van railinfrastructuur, het plannen en helpen ontwikkelen
van nieuwe weginfrastructuur, mobiliteitsmanagement en dynamisch
24
verkeersmanagement en natuurlijk verkeersveiligheid. Ook voor de bijbehorende
middelen (BDU en inwonerbijdrage) wordt adequaat beheer georganiseerd.
In juli 2013 is met de Strategische Bereikbaarheidsagenda Vervoersautoriteit
Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de Organisatie Vervoersautoriteit Metropoolregio
Rotterdam Den Haag ingestemd. Na de zomer van 2013 is de kwartiermaker voor
de Vervoersautoriteit aangesteld. Samen met de leden van het kwartiermakersteam
wordt er gewerkt aan het operationeel maken van de nieuwe organisatie. Indien de
wetgeving omtrent de afschaffing van de Wgr-plus voorspoedig verloopt moet de
Vervoersautoriteit per 1 januari 2015 operationeel zijn. De projectorganisatie die
voor dit doel is ingesteld wordt, behalve door het Stadsgewest Haaglanden, bekostigd
door de stadsregio Rotterdam en de gemeenten Rotterdam en Den Haag.
Wat heeft het gekost?
Kosten programma Mobiliteit
bedragen in euro’s
Werkelijk
2012
Totaal lasten programma mobiliteit
Totaal baten programma mobiliteit
Nadelig saldo programma mobiliteit Baten per inwoner
Lasten per inwoner
Saldo per inwoner
Begroting
2013
Werkelijk
2013
280.282.046 293.360.900 284.361.408
280.010.651 293.082.300 284.082.807
271.395
278.600
278.601
271,83
272,10
0,27
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
25
Programma Jeugdzorg
3.3 Programma Jeugdzorg
Waar ging het over?
Het Stadsgewest Haaglanden is op grond van de Wet op de jeugdzorg
verantwoordelijk voor de jeugdzorg in Haaglanden. Voor de periode 2013-2016 is
een nieuw beleidskader jeugdzorg opgesteld en ter uitvoering daarvan in 2013 het
Uitvoeringsprogramma Jeugdzorg 2013. Kern van het beleid is de instellingen voor
jeugdzorg in staat te stellen om tijdig voldoende zorg van goede kwaliteit te leveren
aan jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben.
Op 1 januari 2015 wordt de nieuwe wetgeving van kracht die regelt dat de
gemeenten verantwoordelijk worden voor de ‘brede’ jeugdzorg. Het Stadsgewest is
tot 2015 verantwoordelijk voor de jeugdzorg op grond van de huidige Wet op de
jeugdzorg. Met het oog op de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten sorteert
het Stadsgewest daar waar mogelijk voor op de toekomstige situatie en ondersteunt
het gemeenten en instellingen bij de voorbereidingen op het nieuwe stelsel. De
negen Haaglanden-gemeenten werken samen om de transitie vorm te geven en te
bezien op welke onderdelen van het toekomstig stelsel samenwerking nodig is. Begin
2013 hebben de gemeenten en het Stadsgewest opnieuw afspraken gemaakt over
de koppeling tussen ‘afbouw’ van het jeugdzorgstelsel en ‘opbouw’ van het nieuwe
stelsel voor jeugdhulp onder verantwoordelijkheid van de gemeenten.
Wat wilden we bereiken?
De inzet van het beleid (Uitvoeringsprogramma 2013) was het tijdig bieden van
passende en effectieve jeugdzorg aan kinderen, jongeren en hun ouders. Zorg die zo
mogelijk in de eigen leefomgeving plaatsvindt en geen onnodige kosten met zich
meebrengt.
Met oog op de transitie van de jeugdzorg is invulling gegeven aan de afbouw van
taken en activiteiten en overdracht naar de gemeenten.
Wat hebben we er voor gedaan?
Vraag en aanbod
Bureau Jeugdzorg en de jeugdzorgaanbieders zijn financieel in staat gesteld om de
gevraagde zorg te leveren. In 2013 is de vraag naar vrij-toegankelijke jeugdzorg
vrijwel constant gebleven. Het aantal jeugdigen met een beschermings- en
jeugdreclasseringsmaatregel nam in 2013 flink af. Daarmee zet de trend van
afgelopen jaren door. Het aantal onderzoeken naar kindermishandeling is weer
verder toegenomen.
De wachtlijst is in 2013 zeer beperkt gebleven: op de verschillende ‘peilmomenten’
stonden er tussen de nul en tien jeugdigen op de wachtlijst (definitie wachtlijst:
langer dan negen weken zonder andere vorm van jeugdzorg wachten, voordat de
jeugdzorg start). Het aantal buitenregionale plaatsingen is verder toegenomen.
Regie
De afstemming tussen instellingen - zowel in beleidsmatige zin als op incidenteel
casusniveau - is een vast gesprekspunt tussen instellingen en Stadsgewest. Regelmatig
toetsen zij gezamenlijk of de afspraken tussen het Leger des Heils, Bureau Jeugdzorg,
Jeugdformaat en Horizon in de praktijk ook werken. In dit verband zijn afspraken
gemaakt over de doorstroom crisisopvang, voorkomen uitval, etc.
Het Stadsgewest heeft het functioneren van de zware jeugdzorg op de agenda gezet.
Inzet is om de infrastructuur van de specialistische jeugdzorg te versterken. De
positie van het expertiseteam jeugdzorg waarin Bureau Jeugdzorg en zorgaanbieders
zitting hebben, wordt verstrekt en trajectzorg wordt breed ingevoerd. Het resultaat
moet zijn dat jeugdigen met meervoudige, zware problematiek tijdig de juiste zorg
aangeboden krijgen in de regio. De instellingen en voorzieningen die daarbij een
rol spelen bieden een integraal, omvattend aanbod aan, dat zich kan uitstrekken
over meerdere jaren. De versterking van de infrastructuur loopt samen op met de
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
27
innovatieagenda van de gemeenten voor 2015 en de daarop volgende jaren.
De gesloten jeugdzorg wordt nadrukkelijk als onderdeel gezien van de infrastructuur
zware zorg.
Nieuw aanbod
Het Leger des Heils is gestart met een verzwaarde crisisgroep, met name voor
jonge kinderen met psychiatrische en gedragsproblemen. Naar aanleiding van
achterblijvende instroom en onderzoek van de inspectie naar de kwaliteit is
besloten de +groep af te bouwen en de kinderen waarom het gaat naar de Jutters
toe te leiden. De hiermee vrijvallende capaciteit wordt ingezet voor de opvang van
tienermoeders en hun baby’s.
Bureau Jeugdzorg heeft ingezet op het voorkomen van maatregelen
Jeugdbescherming en uithuis­plaatsingen met behulp van ambulante hulp en drang.
Voor de ontwikkeling van deze aanpak is subsidie ontvangen van het ministerie van
Veiligheid en Justitie (de zogenoemde Vliegwielprojecten).
Het Stadsgewest heeft bij wijze van experiment vijftig door de Opvoedpoli uit te
voeren jeugdzorgtrajecten (in combinatie met J-GGZ) gesubsidieerd. Deze trajecten
zijn naar tevredenheid uitgevoerd. Ook de inspectie heeft een overwegend positief
oordeel gegeven over de kwaliteit van de uitvoering.
Jeugdformaat heeft in 2013 als onderdeel van de ambulante jeugdzorg, schuld­
hulpverlening aangeboden. Schulden vormen in veel gevallen een belangrijk
facet van de problematiek in gezinnen. Snelle aanpak van schuldproblemen is
in veel gevallen een voorwaarde voor de aanpak van jeugdzorgproblematiek. De
evaluatie laat zien dat deze inzet van schuldhulpverlening gunstig uitwerkt op de
hulpverlening.
Horizon is eind 2013 gefuseerd met Avenier (voormalig landelijke aanbieder),
hiermee heeft Horizon zijn mogelijkheden uitgebreid voor de behandeling van
jeugdigen en gezinnen. Horizon wil zich richten op de kortdurende opvang van
problematische gezinnen.
Afbouw, ombouw en opbouw
Het Stadsgewest heeft in samenspraak met de instellingen en gemeenten
actief ingezet op de transitie en innovatie van de jeugdzorg. Bovendien zijn
voorbereidingen voor de beëindiging van de taak jeugdzorg getroffen.
Programma Jeugdzorg
Medio 2013 is door het dagelijks bestuur besloten de subsidierelatie met de door
het Stadsgewest gesubsidieerde instellingen per 1 januari 2015 te beëindigen.
Tegelijkertijd heeft het dagelijks bestuur besloten 8 miljoen euro vrij te maken
(risicoreserve jeugdzorg) ten behoeve van de transitiekosten van de gesubsidieerde
instellingen. Met dit budget moeten de instellingen in staat worden gesteld zich in
te stellen op de situatie na 1 januari 2015 (bezuinigingen, nieuwe wetgeving, nieuw
gemeentelijk beleid).
De gemeenten hebben naar aanleiding van afspraken tussen Rijk, IPO en VNG in
oktober 2013 een zogenoemd Regionaal Transitie Arrangement (RTA) opgesteld.
In het RTA dient de borging van zorg continuïteit, inclusief de daartoe benodigde
zorginfrastructuur, belegd te worden. Het RTA dient verder inzicht te geven in
de frictiekosten waarmee de instellingen te maken krijgen. De gemeenten in
Haaglanden hebben gezamenlijk een RTA opgesteld, waarin richtinggevende
afspraken zijn gemaakt met de instellingen over de inzet in de periode 2015-2017
en het opvangen van de frictiekosten. De inzet van het transitiebudget dat door het
Stadsgewest is vrijgemaakt is hier aan verbonden.
In vervolg op de RTA wordt een innovatieagenda opgesteld door de jeugdzorg­
instellingen. Voor de uitvoering van deze innovatieagenda kunnen de jeugdzorg­
instellingen een beroep doen op het transitiebudget.
28
In nauwe samenspraak met de negen gemeenten en de instellingen voor jeugdzorg
heeft het Stadsgewest in 2012 een ‘startfoto’ laten opstellen voor ieder gemeente.
Met de informatie die binnen de kennisinfrastructuur ‘Jeugdzorg Haaglanden’ wordt
verzameld, is in kaart gebracht in hoeverre iedere gemeente de jeugdzorg gebruikt.
In 2013 is besloten deze startfoto te actualiseren. Het Stadsgewest is opdrachtgever
namens de Haaglanden-gemeenten. Het Stadsgewest is per 1 januari 2014 gestopt
met de kennisinfrastructuur, de gemeenten nemen de kennisinfrastructuur over.
‘Verwijzing’ naar geïndiceerde ambulante jeugdzorg (vooral Jeugdformaat) zonder
indicatiebesluit is in 2013 vervolgd. Een eerste evaluatie hiervan heeft geleid tot
strakkere afspraken tussen Stadsgewest, Bureau Jeugdzorg (BJZ) en Jeugdformaat.
Voor 2014 wordt alle enkelvoudige ambulante hulp op deze wijze onder regie
gebracht van de gemeenten (met betrokkenheid van BJZ).
Wat heeft het gekost?
Kosten programma Jeugdzorg
bedragen in euro’s
Werkelijk
2012
Totaal lasten programma zorg
Totaal baten programma zorg
Nadelig saldo programma zorg
Baten per inwoner
Lasten per inwoner
Saldo per inwoner
Begroting
2013
Werkelijk
2013
108.962.598 110.503.000 111.013.989
108.766.453 110.228.800 110.768.515
196.145
274.200
245.474
105,99
106,23
0,24
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
29
Programma Economie
3.4 Programma Economie
Wat wilden we bereiken?
Het programma Economie stimuleert de regionale economie en bevordert daarmee
de werkgelegenheid in Haaglanden. De begroting voor dit programma is verdeeld
in de hoofdstukken ‘Werken’ en ‘Toerisme’, vanwege de portefeuilleverdeling in het
dagelijks bestuur van Haaglanden.
Het beoogde maatschappelijke effect van het hoofdstuk ‘Werken’ is:
cc een evenwichtig aanbod van bedrijventerreinen en kantoorlocaties;
cc een evenwichtig aanbod van detailhandel;
cc een transparante markt voor commercieel onroerend goed;
cc versterking van de internationale profilering van de stad Den Haag;
cc ontwikkeling van nieuwe glastuinbouwgebieden nabij de Greenport;
cc een goede bereikbaarheid van de economische centra over de weg en met het OV;
cc een goede afstemming van onderwijs en arbeidsmarkt;
cc stimulering van de kennisontwikkeling en -uitwisseling, met name bij
ondernemers;
cc samenwerken met onderwijs- en kennisinstellingen.
Het beoogde maatschappelijke effect van het hoofdstuk ‘Toerisme’ is:
cc verrijking van het leisure-aanbod voor toeristen en recreanten;
cc een goede bereikbaarheid van de toeristische centra over de weg en met het OV;
cc een goede ontsluiting van de groengebieden met de fiets.
3.4.1 Programmaonderdeel Werken
Wat hebben we ervoor gedaan?
cc de Kantorenstrategie Haaglanden 2012-2020 legt de afspraken vast tussen de
gemeenten over de vermindering van het planaanbod en de benoeming van
zes kantoorversterkingsgebieden; lokale kantoorontwikkelingen, zoals een
transportlogistiekcentrum op Harnaschpolder, zijn in 2013 getoetst aan deze
afspraken;
cc de Detailhandelstructuurvisie 2020 is in 2013 vastgesteld. De basis hiervan heeft
het Stadsgewest samen met de stadsregio Rotterdam opgesteld met oog op de
toekomstige MRDH. De Haaglanden-gemeenten houden vast aan restrictief
uitbreidingsbeleid;
cc voldoende aanbod van de juiste kwaliteit voor het bedrijfsleven vormt het
kernpunt van de bedrijventerreinenstrategie uit 2008: de bedrijven op deze
terreinen bieden werkgelegenheid aan ruim 25% van de beroepsbevolking. In de
toekomst zal het ruimteaanbod voor bedrijven vooral via herstructurering van
verouderde bedrijventerreinen gevonden moeten worden;
cc de afspraken die gemeenten hebben gemaakt over gewenste ontwikkelingen in de
detailhandel, locaties van bedrijventerreinen en van kantoren, alle vastgesteld in
het AB, zijn ingebracht in de discussie over de voorbereiding van de Visie Ruimte
en Economie van de provincie Zuid-Holland;
cc het Stadsgewest heeft ook in 2013 een werkgelegenheidsonderzoek uitgevoerd, om
goed inzicht te houden in de ontwikkeling van de werkgelegenheid in 2012.
De werkgelegenheid is opnieuw gedaald;
cc Steenworp blijft zich richten op het transparant maken van het aanbod van
bedrijfsonroerend-goed, waardoor bedrijven in Haaglanden blijven of zich hier
vestigen. Alle gemeentelijke bedrijvencontactpersonen gebruiken het Bedrijven
Informatiesysteem (BIS), een geavanceerde database van Steenworp. Via de
website van Steenworp kan iedereen met het BIS op zoek naar de gewenste
bedrijfshuisvesting;
cc het Stadsgewest heeft samen met onder andere de Kamer van Koophandel
Den Haag de competitie voor de Haaglandenprijs voor startende ondernemingen
georganiseerd (de zogenaamde Baby Tycoon Award) en die voor de gevestigde
ondernemers (de Ondernemersprijs Haaglanden);
cc het Stadsgewest heeft, in het kader van de afbouw van Haaglanden, besloten op
1 januari 2015 de participatie in de West-Holland Foreign Investment Agency
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
31
(WFIA) te beëindigen. De WFIA heeft ook weer in 2013 laten zien van nut te zijn
voor het aantrekken van buitenlandse bedrijven voor de regio. 42 internationale
bedrijven hebben zich met de service die WFIA biedt, gevestigd in West-Holland;
cc met het oog op de metropoolvorming heeft het Stadsgewest samen met de
stadsregio Rotterdam inhoudelijke input geleverd voor hoe de 24 gemeenten de
economische pijler van de MRDH zien. Het Economisch vestigingsklimaat voor
bedrijven staat bovenaan de lijst, evenals economische vernieuwing met als
doel de werkgelegenheid voor de toekomst veilig te stellen in een internationale
concurrerende setting.
3.4.2 Programmaonderdeel Toerisme en Cultuur
Wat hebben we ervoor gedaan?
In 2013 is een kwaliteitsimpuls gegeven aan het regionaal fietsknooppuntennetwerk.
Naast het opheffen van de knelpunten is in overleg met de negen Haaglandengemeenten gewerkt aan een uitbreiding van de netwerken Haaglanden en MiddenDelfland. Overleg met de provincie Zuid-Holland en de andere Zuid-Hollandse
regio’s leverde een voorstel op voor een gezamenlijke aanpak van het beheer en
onderhoud van de regionale fietsknooppuntennetwerken en (op termijn) het
Landelijk Fietsroutenetwerk.
Na de fietsknooppuntennetwerken groeit op het water een landelijk dekkend
vaarknooppuntennetwerk. In 2013 heeft het Stadsgewest Haaglanden het initiatief
genomen om ook in onze regio een sloepennetwerk tot stand te brengen. Dat idee
werd goed ontvangen en zo zaten in december 2013 alle betrokken partners aan
tafel om dit project verder uit te werken. Met subsidie van provincie en Stadsgewest
werken we in 2014 verder aan de bewegwijzering en een mooie kaart.
In het voorjaar 2013 werd de fietsroute Atlantikwall Den Haag Scheveningen
gepresenteerd. Tijdens de presentatie maakte het Stadsgewest Haaglanden bekend
ook het initiatief te gaan nemen voor een vervolgroute Atlantikwall Hoek van
Holland. Deze route verschijnt in het voorjaar van 2014.
De lesbrief “Romeinen in Haaglanden” is in voorbereiding in samenwerking met het
Erfgoedhuis Zuid-Holland, die de lesbrief vanaf mei 2014 en ook de komende jaren
verder verspreid.
Ter gelegenheid van Monumentendag 2013 droeg het Stadsgewest Haaglanden bij
aan het door een aantal regiogemeenten ontwikkelde fietsrouteboekje Macht en
Pracht in Haaglanden.
Programma Economie
Wat heeft het gekost?
Kosten programma Economie
32
bedragen in euro’s
Werkelijk
2012
Begroting
2013
Werkelijk
2013
Totaal lasten programma economie
Totaal baten programma economie
Nadelig saldo programma economie
Baten per inwoner
Lasten per inwoner
Saldo per inwoner
1.802.263
348.113
1.454.150
1.802.700
323.600
1.479.100
1.662.114
343.941
1.318.172
0,33
1,59
1,26
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
33
Programma Milieu
3.5 Programma Milieu
Wat wilden we bereiken?
Zowel in het Milieuplan Haaglanden, als in de Visie op duurzame ontwikkeling en
het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (RSP) is opgenomen dat Haaglanden
zich moet ontwikkelen tot de duurzaamste regio in de Randstad. Het Stadsgewest
heeft de trend ingezet naar samenhang van beleid tussen verkeer en milieu,
woningbouwopgaven en energiebesparing, groen en kwaliteit van de leefomgeving,
economie en duurzame energie. Deze trend moet structureel en vanzelfsprekend
worden, omdat een integrale benadering van sectorale issues meerwaarde oplevert
voor de regio.
De regionale milieusamenwerking concentreert zich op vier thema’s: klimaat en
energie, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Het programma Milieu bestaat uit de
onderdelen Luchtkwaliteit, Externe Veiligheid en Overige activiteiten.
3.5.1 Programmaonderdeel Luchtkwaliteit
Wat hebben we er voor gedaan?
Het Stadsgewest en de gemeenten in Haaglanden nemen maatregelen om de
luchtkwaliteit te verbeteren. Zo promoot de campagne ‘Haaglanden rijdt schoon’
het rijden op aardgas/groengas. Deze campagne loopt in ieder geval door tot eind
2014. De deelnemers aan het Regionaal Platform Rijden op Groengas (gemeenten,
autodealers, importeurs, leasemaatschappijen, vulpunthouders, groengasleveranciers
en netwerkbedrijven) zetten vanuit een gezamenlijk en individueel belang de
schouders eronder.
Er is een landelijke lobby gestart voor gelijke heffingen (accijns) op schone
brandstoffen. De rijksoverheid stimuleert het elektrisch rijden meer dan het schoon
rijden op groengas en dat komt de groengas Campagne ‘Haaglanden rijdt schoon’
niet ten goede. Bij de lobby wordt samen opgetrokken met regio’s en provincies in
het land van Zwolle tot Arnhem en Haaglanden. Ook de premie op de aanschaf van
groengas-auto’s en van elektrische scooters doet het goed.
Er is nu ook een subsidieregeling voor duurdere e-scooters die ingezet worden
voor koeriersdiensten zoals pizza-bezorgers. Elektrisch vervoer is in opmars.
Het Stadsgewest ondersteunt de gemeenten financieel bij het uitrollen van de
e-oplaadinfrastructuur in de gemeente en daarmee in de regio.
De genoemde projecten maken onderdeel uit van het Nationaal
Samenwerkingsprogramma Lucht en worden gefinancierd uit middelen van het
ministerie van IenM die het Stadsgewest ontvangt voor de Haaglanden-gemeenten,
behalve voor Den Haag. Den Haag krijgt rechtstreeks middelen van het ministerie.
3.5.2 Programmaonderdeel Externe Veiligheid
Wat hebben we er voor gedaan?
De uitvoering van een nieuw samenwerkingsprogramma voor de periode 20112014 loopt en bouwt voort op de werkzaamheden van 2006 tot 2011. Het Bureau
Externe Veiligheid (EV) Haaglanden zorgt samen met de EV-netwerkcoördinatoren
van gemeenten, adviseurs van de Veiligheidsregio Haaglanden en EV-specialisten
voor een borging van het EV-aspect in lokaal beleid. Ook werken ze aan de borging
van het EV-aspect in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo),
vergunningverlening en handhaving en in ruimtelijke ontwikkelingen.
Het bureau is in 2013 een lobby gestart richting provincies en Rijk voor het
ontwikkelen van regelgeving om de veiligheidsrisico’s rond nieuwe schone
brandstoffen als CNG in de ruimtelijke omgeving te beperken. Een tijdrovend proces
waar veel disciplines bij betrokken worden.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
35
Het Bureau EV houdt digitale kaarten actueel die de gemeenten inzicht geven in
transportroutes van gevaarlijke stoffen (auto en rail), de ligging van buisleidingen
met gevaarlijke stoffen en de locaties van particuliere propaantanks.
3.5.3 Programmaonderdeel Overige activiteiten
Wat hebben we er voor gedaan?
Klimaat en energie
Het Stadsgewest Haaglanden neemt deel aan het Klimaatfonds Haaglanden. Met een
jaarlijkse financiële bijdrage aan het fonds compenseert het Stadsgewest Haaglanden
haar CO2-uitstoot. Het fonds zet de middelen in voor de subsidiëring van
bijvoorbeeld energiebesparingsmaatregelen en groepsaankoop van zonnepanelen
in de gemeenten. De voorbereiding van de groepsaankoop maakt onderdeel uit
van het stimuleringsprogramma Zonnig Haaglanden. Binnen dit programma zijn
woningcorporaties benaderd gebruik te maken van subsidie voor aanschaf van
zonnepanelen voor hun flats. De website (www.zonnig.haaglanden.nl) is beschikbaar
voor iedereen die wil berekenen hoeveel winst zonnepanelen op het dak van zijn
huis opleveren.
Concrete maatregelen voor de individuele gemeenten dan wel een samenwerking
van gemeenten, staan vermeld in het in 2013 afgekomen rapport Backcasting
Haaglanden Klimaatneutraal 2050. De focus ligt in het rapport op het lokale en
regionale beleid voor verkeer en vervoer, de glastuinbouw en wonen. De drie
grootste veroorzakers van CO2-uitstoot in Haaglanden zijn mobiliteit (auto’s en
bussen), energiegebruik in gebouwen en woningen en vooral in de glastuinbouw.
Van deze disciplines worden maatregelen gevraagd om de uitstoot te verminderen
en/of CO2-neutraal te worden. De gemeenten en de Vervoerautoriteit i.o. zijn nu
aan zet om maatregelen daadwerkelijk uit te voeren. Het Stadsgewest heeft in 2013
gemeenten ondersteuning geboden voor het organiseren van politiek draagvlak.
Het Stadsgewest Haaglanden verleent in 2013 subsidie voor de realisatie van vier
duurzame warmteprojecten in de Delft, Westland, Pijnacker-Nootdorp en MiddenDelfland. Het gaat in het totaal om een bedrag van € 1,4 miljoen.
Geluidsanering van woningen
Een aantal gemeenten komt in aanmerking voor budget van het Rijk (ISV-budget,
uitgave door provincie Zuid-Holland) om woningen te saneren, zodat geluidhinder
wordt tegengegaan. Het Stadsgewest coördineert in opdracht van deze gemeenten
de geluidsanering van woningen voor de periode 2011-2014. De bundeling van
de activiteiten heeft een financiële rijksbonus voor de geluidsanering opgeleverd
en zorgde dat het wiel maar één keer uitgevonden hoefde te worden voor alle
gemeenten.
Programma Milieu
Wat heeft het gekost?
Kosten programma Milieu
Werkelijk
2012
Begroting
2013
Werkelijk
2013
Totaal lasten programma milieu
Totaal baten programma milieu
Nadelig saldo programma milieu
Baten per inwoner
Lasten per inwoner
Saldo per inwoner
2.292.735
1.342.447
950.288
2.112.000
1.235.600
876.400
2.356.375
1.516.766
839.610
36
bedragen in euro’s
1,45
2,25
0,80
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
37
Programma Ruimte
3.6 Programma Ruimte
Wat wilden we bereiken?
Vanuit het programma Ruimte werkt het Stadsgewest aan de ambitie om van
Haaglanden een beter functionerende regio te maken. Het programma zet in op
een aantal onderwerpen en thema’s rond de ruimtelijke ordening. Die ambitie is in
het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (RSP) verwoord. Kern van het RSP is te
komen tot een duurzame ontwikkeling van de regio met een sterk internationaal
profiel. De internationale concurrentie moet worden aangegaan, mede op basis
van een goed functionerend stedelijk netwerk en een goede kwaliteit van woon- en
leefomgeving.
Wat hebben we er voor gedaan?
Het programma Ruimte heeft zich op de volgende programmaonderdelen gericht:
cc Ruimtelijke Ordening: vooral de inzet op de juridisch-planologische advisering
van het dagelijks bestuur, en de herijking van de programma’s van het RSP. Een
inzet die nodig is, gelet op de gevolgen van de economische crisis, en bestuurlijk
zorgvuldigheid behoeft;
cc Water/Klimaat: de voorbereiding en formulering van de regionale klimaat-adaptatie
strategie (RAS);
cc Groen: prioriteiten uit het Groenbeleidsplan Haaglanden 2009 en de herziening, en
bijdrage van het Fonds Groen Haaglanden aan regionale groenprojecten;
cc Europa: uitwerking van de notitie streefbeeld en de Roadmap naar concrete
bijdragen.
Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
Naast de organieke werkzaamheden is vanuit het Stadsgewest ook in 2013 een
bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag
(MRDH). De werkzaamheden vloeiden voort uit het kabinetsvoornemen om de Wgrplus-regio’s af te schaffen en zijn onderschreven door de dagelijks besturen van de
stadsregio Rotterdam en het Stadsgewest Haaglanden. Voor de samenwerking tussen
de 24 gemeenten op het gebied van Ruimte en Groen is geen formele rol voorzien
in de MRDH, maar wordt er gestudeerd op Bestuurlijke Tafels waaraan de gemeenten
op basis van vrijwilligheid kunnen deelnemen. Voor het beleidsveld Ruimte is een
koppeling voorzien in de uitwerking van het Economisch vestigingsklimaat van de
Metropoolregio.
Hieronder wordt per programmaonderdeel uiteengezet welke werkzaamheden zijn
verricht in 2013.
3.6.1 Programmaonderdeel Ruimtelijke Ordening
Wat wilden we bereiken?
Het beleid van het programma Ruimte is vastgelegd in het RSP. Kern van het
RSP is om te komen tot een duurzame ontwikkeling van de regio met een sterk
internationaal profiel. De internationale concurrentie moet worden aangegaan,
mede op basis van een goed functionerend stedelijk netwerk en een goede kwaliteit
van woon- en leefomgeving.
Wat hebben we er voor gedaan?
Herijking Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020
Met de gemeenten is overleg gevoerd over de gewijzigde vraag/aanbodverhoudingen
in de verschillende beleidsprogramma’s en de mogelijke consequenties die dat
kan hebben. Na een aantal brede bestuurlijke bijeenkomsten -in eerste instantie
geïnitieerd door het dagelijks bestuur- is onderzocht welke mogelijkheden voor
herprogrammering op bestuurlijk draagvlak kunnen rekenen en kunnen worden
voorgelegd.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
39
Monitoring uitvoering RSP (RSP-barometer)
De sector Ruimte richt zich op de uitvoering van het RSP 2020, nadat het algemeen
bestuur van het Stadsgewest Haaglanden dit in april 2008 heeft vastgesteld.
De insteek is om de voortgang van het RSP halfjaarlijks te monitoren.
Om een overzicht te krijgen van de uitvoeringsresultaten van het RSP heeft
het programma Ruimte een projectformat opgesteld en voor alle ruim 100
uitvoeringsprojecten voor het RSP afgesproken wie lokaal en regionaal de bestuurlijk
verantwoordelijken zijn. Het Stadsgewest stelt met de informatie over de voortgang
van de individuele projecten een overzicht op, de ‘RSP-barometer’. Hiermee bewaakt
het Stadsgewest de voortgang en signaleert gewenste of noodzakelijke bestuurlijke
actie.
Vanwege de herijking en herziening van sectorale programma’s is de barometer in
2013 niet uitgebracht. De discussies rond de herijking hebben overigens wel tot een
scherp beeld geleid van voortgang, vraag en aanbod.
Advisering bestemmingsplannen en structuurvisies
De sector Ruimte heeft op de gebruikelijke wijze in 2013 integraal advies
uitgebracht over de ontvangen ruimtelijke plannen van gemeenten, provincie
en hoogheemraadschappen. In 2010 betrof het 103 plannen, in 2011 ging het
om 176 ruimtelijke plannen en vijf structuurvisies en in 2012 zijn 221 adviezen
gegeven, waarvan twee met betrekking tot structuurvisies. Ook in 2013 zijn er
een vergelijkbaar aantal adviezen gegeven; 215 over bestemmingsplannen en
omgevingsvergunningen en drie over structuurvisies. Hiervan zijn 13 plannen
aan het dagelijks bestuur voorgelegd voor een bestuurlijk oordeel. Daarnaast vond
halfjaarlijks overleg plaats met de afzonderlijke gemeenten in samenwerking met de
provincie.
In de opmaat naar de nieuwe omgevingswet is er aan de gemeenten informatie
verstrekt over inhoud en procedure van de besluitvorming, die in 2014 in eerste
instantie voorzien wordt. De implementatie loopt nog door tot in 2018. Via het
overleg met de landelijke koepelorganisaties van VNG, UvW en IPO is inbreng
geleverd bij het besloten wetgevingstraject van het Rijk.
Bestuurlijke tafel met de provincie Zuid-Holland
De provincie Zuid-Holland wil de dossiers RO met de regio delen en niet afzonderlijk
met gemeenten. Dit gebeurt tijdens een zogeheten ‘Bestuurlijke Tafel’ met het
bestuurlijk overleg RO. Deze overleggen hebben in 2013 op 15 mei en 30 oktober
plaatsgevonden. Daarnaast is ambtelijk geadviseerd over de inhoud van de
koersnotitie van de provincie.
Programma Ruimte
Tijdens de laatste bestuurlijke tafel is gesproken over de actualisatie van de
Provinciale Structuurvisie (PSV), waarbij deze en de provinciale nota mobiliteit
uiteindelijk gecombineerd zijn in de visie Ruimte en Mobiliteit. Hoewel de
inkaderende koersnotitie voor de visie positief door de gemeenten ontvangen is,
roept de kort voor de Kerst naar de Provinciale Staten verstuurde concept-visie de
nodige vragen op. Hierover vindt inmiddels intensief bestuurlijk overleg plaats
tussen regio en provincie en is door het Stadsgewest een zienswijze ingediend.
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)
Een economisch sterk Haaglanden is onder andere afhankelijk van de bereikbaarheid
van de regio. Die bereikbaarheid staat niet op zichzelf, maar heeft direct te maken
met andere ruimtelijke ontwikkelingen in en rond de regio.
Het Bestuurlijk Overleg MIRT (BO MIRT) wordt eenmaal per jaar gehouden met de
ministeries van IenM, BZK/WWI en de decentrale overheden op het niveau van de
landsdelen. Het Stadsgewest neemt deel aan het Zuidvleugeloverleg. Het BO MIRT
is daarmee het integrale bestuurlijke gremium, waarin alle onderwerpen die tussen
het Rijk en de Zuidvleugelpartijen spelen, met name gericht op het gebied van
ruimtelijk-fysieke investeringen besproken (kunnen) worden.
40
Met de Adaptieve Agenda Zuidelijke Randstad 2013-2014 (AAZR) hebben de
Zuidvleugelpartners en het Rijk in het BO MIRT in november 2013 de gezamenlijke
ambities en strategieën bepaald voor een concurrerende en duurzame ontwikkeling
van de Zuidelijke Randstad. In de AAZR staan de opgaven centraal. Deze worden
met publiek-private partners omgewerkt naar oplossingen. De AAZR bevat
afspraken waarvan de uitvoering in 2014 start, zoals over de ontwikkeling van
een warmtenet, knooppuntontwikkeling rond station Laan van NOI in Den Haag
en MIRT-onderzoeken naar de realisatie van de verstedelijking, de internationale
connectiviteit van de Zuidelijke Randstad en de bereikbaarheid in en om Rotterdam
Den Haag.
Tevens zet de AAZR een aantal opgaven op de kaart dat in 2014 wordt uitgewerkt
met het oog op de meerwaarde die het heeft hierover afspraken te maken in
het BO MIRT in november 2014. De opgaven zijn bijvoorbeeld: het nationaal
energieakkoord, het marktinitiatief voor vers-vervoer van de greenport via spoor
en water, campusontwikkeling en het deltaprogramma. Uitgangspunt bij de
uitvoering van alle afspraken is het toegroeien naar een nieuwe werkwijze waarin de
gezamenlijke overheden open staan voor initiatieven uit markt en samenleving en
deze willen faciliteren als zij bijdragen aan de realisatie van de ambities.
Medewerkers vanuit de verschillende sectoren van het Stadsgewest hebben in 2013
bijgedragen aan formulering van de AAZR, en bij de uitwerking van vraagstukken.
Samenwerking bij gebiedsontwikkeling en projecten
Het Stadsgewest tracht vanaf het begin mee te denken met het opstellen van
gemeentelijke visies en plannen. Met deze actieve betrokkenheid wil het Stadsgewest
vanuit het (boven)regionale beleid kansen benutten. Het gaat dan niet alleen om
betrokkenheid bij individuele plannen, maar ook om versterking van de regionale
kennisuitwisseling en samenwerking. Zo kunnen de samenwerkende gemeenten
zo efficiënt mogelijk werken. Naast periodieke overleggen met de gemeenten is de
sector Ruimte in 2013 ook nauw betrokken geweest bij een aantal ontwikkelingen en
projecten.
StedenbaanPlus
Het programma StedenbaanPlus geeft invulling aan de gezamenlijke ambitie van
de overheden, NS en ProRail om openbaar vervoer en verstedelijking meer in
samenhang te ontwikkelen: Transit Oriented Development. Goed bereikbare locaties
dragen immers bij aan de agglomeratiekracht van de gehele zuidelijke Randstad.
De centrale programmacoördinatie van StedenbaanPlus verbindt de sectorale
activiteiten, draagt zorgt voor de jaarlijkse monitor Stedenbaan en faciliteert het
ontstaan van uitvoeringsallianties van overheden en maatschappelijke partners
gericht op ontwikkeling rond stations.
De samenwerking binnen StedenbaanPlus heeft in 2013 meer in het teken
gestaan van de inhoudelijke koerswijziging die in 2012 ingegaan was, en meer
aandacht besteed aan kwalitieit en alliantievorming vanwege de stagnatie in de
vastgoedmarkt. Daarnaast is invulling gegeven aan de wens van de partners om
door een nieuwe structuur beter aan te sluiten bij hun beleids- en besluitvorming.
In 2014 start StedenbaanPlus vanuit een nieuwe structuur waarin de overlegtafels
op het gebied van verstedelijking en wonen (portefeuillehoudersoverleg Wonen
Zuidvleugel), programmering van werklocaties (de REO’s) en verkeer en vervoer
primair verantwoordelijk zijn voor de implementatie van de Stedenbaanambities.
Zowel voor de afgesproken producten binnen StedenbaanPlus (zoals de
Stedenbaanmonitor), het verfijnen van de inhoudelijke koerswijziging als de nieuwe
organisatiestructuur is vanuit het Stadsgewest capaciteit geleverd.
Westlandse Zoom
De verminderde afzet van gronden bij woningbouwprojecten in de Westlandse
Zoom heeft gemeenten ertoe gebracht de voorgenomen woningbouwprogramma’s
te herzien. De gemeenten Westland en Den Haag zijn in 2011 met deze herziening
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
41
aan de slag gegaan en de aanpassingen zijn via de stuurgroep door het dagelijks
bestuur in de regionale woningbouwprogrammering vastgelegd en aanvaard door de
provincie. Vanwege opheffing van het Stadsgewest zijn de voorbereidingen gestart
om het convenant te beëindigen in 2014.
3.6.2 Programmaonderdeel Water en Waterkader
Wat wilden we bereiken?
De klimaatveranderingen dwingen ons om het watersysteem in de regio
duurzamer en beter beheersbaar te maken, zodat we wateroverlast voorkomen.
Met het Regionaal Bestuursakkoord Water uit 2006 en het programma Waterkader
Haaglanden, kwam een samenwerking tot stand, met het doel het regionaal
watersysteem in 2015 op orde te hebben. Dit bestuursakkoord is gericht op het
beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. De volgende partijen
hebben getekend en zijn dus onderdeel van het akkoord: de Haaglandengemeenten (behalve Zoetermeer, onderdeel van Hoogheemraadschap Rijnland), het
Hoogheemraadschap van Delfland, de provincie Zuid-Holland en het Stadsgewest
Haaglanden. De rol van het Stadsgewest hierbij is coördinerend en faciliterend. In
het kennisprogramma van Waterkader Haaglanden hebben overheden, bedrijven en
kennisinstellingen in zeven proeftuinen kennis ontwikkeld en toegepast.
Wat hebben we er voor gedaan?
Het kennisprogramma Waterkader Haaglanden liep 31 december 2011 af en kreeg
een vervolg met de Bestuursovereenkomst Water- en Klimaattafel op 16 november
2011. In deze overeenkomst is afgesproken dat overheden blijven investeren
in kennisontwikkeling op het gebied van water, ruimte en klimaat. De regio
Haaglanden dient als ‘experimenteerruimte’ voor bedrijven en kennisinstellingen
om nieuwe ontwikkelingen in de praktijk te testen. De samenwerking tussen
overheden, bedrijven en kennisinstellingen wordt de komende jaren gecontinueerd
en verdiept. Voor het realiseren van een duurzaam watersysteem hanteren partijen
een integrale aanpak. Hierbij is tevens oog voor een duurzame ruimtelijke inrichting
tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
In de Bestuursovereenkomst Water- en Klimaattafel is afgesproken dat het
Hoogheemraadschap van Delfland de regie voert over de ‘Watertafel’ en het
regionaal strategisch overleg over water, aan water gerelateerde ruimtelijke
onderwerpen en kennisontwikkeling. De Watertafel is in 2013 twee keer bijeen
geweest.
Programma Ruimte
Regionale klimaat Adaptatie Strategie (RAS) Haaglanden
De negen Haaglanden-gemeenten, de provincie Zuid-Holland, de twee
waterschappen en het Stadsgewest Haaglanden hebben in 2013 onder regie en
facilitering van het Stadsgewest en met financiële, inhoudelijke en capacitaire
steun van de Stichting Kennis voor Klimaat gewerkt aan de RAS Haaglanden. Deze
RAS wordt begin 2014 opgeleverd. Daarnaast zijn onderzoeken begeleid die voor
projecten die binnen een aantal gemeenten en waterschappen zijn gestart door
consortia van Kennis voor Klimaat, zoals Climate Proof Cities.
3.6.3 Programmaonderdeel Groen
Het beleid van het programmaonderdeel Groen is vastgelegd in het Groenbeleidsplan
Haaglanden. Het groen in Haaglanden heeft de laatste jaren een hoge plek op de
bestuurlijke agenda gekregen. Een belangrijke reden hiervoor is de economische
betekenis van een mooie groene omgeving. Recreatie, toerisme en het
vestigingsmilieu voor bedrijven varen er wel bij. Door de omvangrijke en snelle
verstedelijking van onze regio zijn we ons steeds meer bewust van de waarde van het
groen: voor het leefklimaat en de rijkdom van onze natuur.
Wat wilden we bereiken?
Het Stadsgewest Haaglanden wil het groen behouden, versterken, verbinden
en ontsluiten. Het groene netwerk bestaat uit metropolitane landschappen,
42
de stadsrandparken en de groen-blauwe schakels. Het moet niet alleen goed
functioneren, maar ook goed bereikbaar zijn vanuit de stad.
De grotere groengebieden moeten met het groene netwerk uitnodigen om te
wandelen, te fietsen, te varen of op een andere manier te recreëren. Slechts dan
draagt het optimaal bij aan een goed leefklimaat binnen de regio. Dit vergt inzet op
de groene verbindingen en een vitale groenstructuur. Met name de vitaliteit van de
veenweidegebieden verdient de aandacht. Door noodzakelijke neveninkomsten voor
boeren wordt het planologisch kader steeds vaker verruimd, waardoor het landschap
verandert. De opgave luidt dan ook ‘door ontwikkeling het landschap behouden’.
Vanuit de onderlinge verwevenheid van water en groen wordt de focus op groen
steeds meer verbreed naar de aandacht voor groen-blauw en het groen-blauwe
netwerk. Biodiversiteit, ecologische oeververbindingen en de kwaliteit van het water
spelen hierbij een grote rol.
Aandacht voor het groen draagt ook bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en
dit komt weer ten goede aan de doelstelling van Haaglanden om een duurzame regio
te zijn. Bovendien zijn er kansen op het gebied van voedselstrategie en biomassa.
Wat hebben we er voor gedaan?
Ondanks de teruglopende investeringsbereidheid van de rijksoverheid is ook
dit jaar met alle belanghebbenden gewerkt aan het tot uitvoering brengen van
groene projecten. Het Stadsgewest investeerde met publieke en private partners
in het regionale groen en zocht naar nieuwe manieren om dragers te vinden voor
versterking van de recreatieve kwaliteit.
Ontwikkeling landschapstafel Hof van Delfland
Nadat begin 2013 bleek dat een gezamenlijke groenautoriteit, die ook de
opheffing van de recreatieschappen behelsde, niet op bestuurlijk draagvlak van
met name de gemeenten kon rekenen, is als pilot gestart met het onderzoek
naar de landschapstafel Hof van Delfland. Met deze constructie worden
strategische, tactische en operationele werkzaamheden gecombineerd. Naast de
grondgebiedgemeenten en de provincie kunnen ook terreinbeherende organisaties,
andere belanghebbenden en private partijen deelnemen. Begin 2014 is aan de
betrokken een intentieverklaring voorgelegd.
Metropolitaan Landschap Hof van Delfland
Het Stadsgewest heeft in de Hof van Delfland samen met de provincie Zuid-Holland
een meerjaren uitvoerings- en investeringsprogramma opgesteld dat tot eind 2013
duurt. Het Stadsgewest heeft aan meerdere sleutelopgaven gewerkt voor de Hof
van Delfland. Na 2013 wordt een vervolg van de samenwerking voor de Hof van
Delfland voorzien in de eerder genoemde landschapstafel.
Uitvoeringsprogramma Groen provincie Zuid-Holland
In 2011 begon het Stadsgewest met het maken van afspraken met de provincie
over de uitvoering van de regionale en provinciale ambities, waarbij de (co-)
financieringsopgave en het beheer geborgd zijn. De provincie stelde in oktober
2012 de Beleidsvisie Groen en het Uitvoeringsprogramma Groen vast. Het Stadsgewest
heeft zowel in 2012 als in 2013 projecten van gemeenten gecombineerd en bij
de provincie voor subsidie aangedragen. In 2013 heeft de provincie, dankzij
bemiddeling van het Stadsgewest, via deze constructie € 720.000 aan provinciale
subsidies toegekend voor investeringen in het groen. In 2013 zijn nieuwe
financieringsafspraken voor een bedrag van ongeveer € 650.000 gemaakt voor 2014.
Metropolitaan Landschap Duin Horst Weide
Het Stadsgewest werkt samen met de regio Holland-Rijnland en de provincie aan het
Interreg IV project ‘Mijn Groen Ons Groen’. Vanuit het Stadsgewest is er gewerkt
aan het tot stand brengen van fysieke projecten, zoals de voedselstrategie en het
Duivenvoordse polderpad. De regio vervulde bij deze projecten een coördinerende
en faciliterende rol, die naar verwachting in 2014 afgerond zullen worden.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
43
Gebiedsprofielen PSV
In het kader van de Provinciale Structuurvisie (PSV) heeft het Stadsgewest in 2013
samen met andere partijen gewerkt aan het gebiedsprofiel Midden-Delfland, het
gebiedsprofiel Kust en het gebiedsprofiel Wijk en Wouden.
Fonds Groen Haaglanden
In 2013 hebben gemeenten en particulieren 22 aanvragen ingediend voor de
prioriteitenlijst van het fonds. Deze zijn allemaal op de prioriteitenlijst geplaatst.
Vervolgens is er subsidie aangevraagd voor 17 projecten. Dit betrof een totale
investering van € 8 miljoen, waarvan een kleine € 1,1 miljoen is gefinancierd uit het
fonds. De meeste projecten worden in 2014 en 2015 uitgevoerd. Eind 2013 is ook
de verordening van het fonds aanpast op basis van de evaluatie begin 2013, met de
bedoeling het gebruik te versimpelen en de toepasbaarheid te vergroten.
Zwethzone
In 20131 is de uitvoering van het project Zwethzone grotendeels afgerond. Dit
is gevierd met een open dag voor belangstellenden. In 2014 wordt de laatste
procedures en werkzaamheden verricht voor een fietsverbinding en vindt de
financiële afsluiting plaats.
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
De sector Ruimte heeft samen met de Gegevensautoriteit Natuur (GaN) de NDFF
ontwikkeld en het daarbij behorende contract tussen de GaN en het Stadsgewest. De
doelen zijn drieledig:
cc begeleiden van het verder ontwikkelen en functioneren van de databank voor de
regio Haaglanden;
cc werken met de NDFF: het gebruik van gegevens in relatie met juridische
procedures (ruimtelijke ontwikkeling, natuurwetgeving en WABO);
cc ontwikkelen van een natuurlijke verbinding binnen de gemeentelijke organisaties
tussen de beleidsvelden ecologie, economie en leefbaarheid.
In 2013 heeft de GaN haar eigen opheffing aangekondigd. Het IPO, de ministeries
van EZ en IenM nemen de NDFF databank over samen met de contracten.
Voedselstrategie
Programma Ruimte
Om antwoord te geven aan een behoefte voor veilige en herkenbare lokale
producten, heeft het Stadsgewest besloten om pilot-initiatieven te ontwikkelen
in delen van de regio en deze mogelijk te verbinden met andere soortgelijke
initiatieven in de Randstad (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam). Het gaat om
voedselproductie in de gebieden rond de steden, maar ook met aandacht voor wat
er in de steden gebeurt. Lokale initiatieven (local2local) dragen essentieel bij aan
de regionale economie, de vitaliteit van de landschappen en het verkorten van de
afstand producent-consument.
Onder begeleiding is door gemeenten van gedachten gewisseld over de ervaringen
van Rotterdam (‘Uit Je Eigen Stad’), Amsterdam (de voedselvisie en het verbonden
systeem van markten en scholen) en Utrecht (met het eigen merk ‘Lekker Utregs’).
Elk vanuit een eigen insteek bieden ze inzicht voor een eigen voedselstrategie, en
daarmee kon de basis gelegd worden voor een regionale bestuurlijke conferentie in
Duin Horst en Weide, begin 2014. De feitelijke uitwerking van het plan voor een
local2local systeem voor (delen) van de regio is voor 2014 gepland.
Mogelijk wordt de voedselstrategie onderdeel van een Randstedelijke deelname aan
een breder Europees project op dit onderwerp.
3.6.4 Programmaonderdeel Europa
Wat wilden we bereiken?
Europa heeft sterke regio’s nodig en Haaglanden wil een samenhangende regio met
Europese dimensie zijn. Het Stadsgewest heeft sinds 2010 een regiobestuurder Europa
met ondersteuning vanuit de sector Ruimte. Er werd vorm gegeven aan het Europees
44
beleid en concrete plannen voor projecten in de nieuwe programmaperiode (20142020), in nauwe samenwerking met de provincie Zuid-Holland.
Wat hebben we er voor gedaan?
Vanuit het programmaonderdeel Europa is in eerdere instantie als overlegorgaan
een ambtelijk kennisplatform Europa opgericht onder alle negen Haaglandengemeenten en provincie Zuid-Holland. Dit orgaan kan voorstellen aanbieden aan
het bestuurlijk platform Europa en aan het dagelijks bestuur. Op gezette tijden wordt
overleg georganiseerd tussen de regiobestuurder Europa en de portefeuillehouders
die inhoudelijk betrokken zijn bij Europese projecten. Belangrijke functie van
het platform is kennis delen, inzet bundelen en initiatieven coördineren voor
projectontwikkeling.
In 2012 is de beleidsnotitie Streefbeeld Europees beleid geschreven en een bijbehorend
ambitiedocument met mogelijke projecten (‘Roadmap’) voor de komende periode
(voornamelijk 2014-2020). In de notitie staat omschreven hoe en met welke thema’s
het Stadsgewest in haar werkzaamheden de relatie met de Europese Unie vormgeeft.
In 2013 is verder gewerkt aan de voorstellen van de Roadmap om tot meer concrete
ideeën voor projecten te komen. Het betreft de trajecten:
cc energie/warmte in het kader van het programma Kansen voor West (EFRO);
cc regionale voedselsystemen als onderdeel van local2local-initiatieven, ondersteund
door PURPLE;
cc bilaterale initiatieven met ondernemers van Westland en ondernemers van OostEuropa;
cc verder uitwerken van het verzoek vanuit Stuttgart/Ludwigsburg voor een
gezamenlijk project over energie-efficiënte.
PURPLE (Peri-Urban Regions Platform Europa)
Het Stadsgewest neemt sinds de oprichting ervan in 2004 actief deel aan het
Europees Platform PURPLE. De samenwerking op dit dossier in de Randstad bestaat
uit de provincies Zuid-Holland, Utrecht, Noord-Holland en Flevoland, Amsterdam
als lid van de G4 en Haaglanden als Wgr-plus-regio. In dit bestuurlijk Europees
platform is in 2013 onder andere gewerkt aan het beleid op het gebied van de
stad-landrelatie, de landbouw in transitie (het hervormde Gemeenschappelijk
Landbouw Beleid van de Europese Unie), het territoriale cohesiebeleid, de
prioriteiten van nieuwe beleidskaders van de Europese Unie (2014-2020) en het
Plattelandsontwikkelingsprogramma POP-3.
Het Stadsgewest Haaglanden werkt bestuurlijk samen met de provincie Zuid-Holland
en neemt als vertegenwoordiger van de Randstad deel in de Executive Board van
het platform. Ambtelijk participeert de regio in een expertgroep Randstad (de relatie
stad-land), die ook de deelname aan de bijeenkomsten van PURPLE voorbereidt.
In het kader van PURPLE nam de portefeuillehouder twee keer deel aan de General
Assembly van het PURPLE-platform en de bijbehorende conferenties op het gebied
van de relatie stad-land en het ontwikkelen van de peri-urbane gebieden.
Op 23 en 25 oktober 2013 vond in Bologna de slotconferentie plaats over
het OESO-onderzoek over de relatie tussen urbane, peri-urbane en rurale
gebieden, de verschillende functionele, administratieve partnerschappen en
samenwerkingsconstructies en de nieuwe Europese financiële instrumenten voor
2014-2020 die de geïntegreerde aanpak steunen.
De netwerken PURPLE (peri-urbane regio’s), Metrex (metropolitane regio’s) en
Eurocities (grootstedelijke problematiek) waren actief bij de einddiscussies en in
de voorbereiding van de eindconclusies. Vanuit de drie netwerken is een speciale
workshop georganiseerd over de ervaringen van dichtbevolkte gebieden. De
ervaringen van de verschillende conferenties en bezoeken zijn ingezet bij het
uitwerken van de projectideeën vanuit het Kennisplatform Europa.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
45
Op 13 juni 2013 is namens het Stadsgewest het eerste regionaal Convenant
of Mayors van Nederland ondertekend. Dit Convenant is bedoeld om via het
burgemeestersnetwerk de Europese energiedoelstellingen te realiseren. Bij de
verantwoording van de sector Milieu in deze jaarrekening wordt hier uitvoeriger op
ingegaan.
Het Stadsgewest heeft in oktober 2013 deelgenomen aan de ‘Open Days’ in
Brussel om verder inzicht te krijgen in de mogelijkheden en kansen van Europese
samenwerking in de volgende programmaperiode (2014-2020). Hierbij is gesproken
met vertegenwoordigers van verschillende netwerken (waaronder PURPLE, RURBAN,
Eurocities) en met vertegenwoordigers van diverse Europese regio’s. Voorbereiding
van en deelname aan een internationaal (PURPLE-)seminar over voedselzekerheid
tijdens de Open Days illustreert de positie en betrokkenheid van het Stadsgewest.
Het Stadsgewest participeert gedurende het jaar verder actief in regionale, nationale
en Europese netwerken met het doel om betere kennis van het Europees beleid in
te zetten voor de regio en tot een betere samenwerking met andere gemeenten en
regio’s binnen Europa te komen.
3.6.5 Programmaonderdeel Financiering Woningbouw
Vinex Grondkostenfonds
In 2013 is vooruitlopend op de afschaffing van de Wgr-plus de VINEX
grondkostenverordening versneld afgerond. Om dit mogelijk te maken is de
verordening in 2013 door het algemeen bestuur aangepast. Als laatst betrokken
partijen heeft locatie Ypenburg subsidie ontvangen voor de laatste 18 bouwrijp
opgeleverde kavels, Zoetermeer ingestemd met versnelde bijdrage aan het fonds
en Pijnacker-Nootdorp ingestemd met een lagere, maar vervroegde ontvangst van
subsidie. Er kan geen tekort meer ontstaan in het fonds. Het fonds zal in 2014
op nul of mogelijk met een licht positief eindsaldo worden geliquideerd. Ook het
VINEX-convenant kan dan worden ingetrokken waarmee het VINEX-dossier voor
Haaglanden wordt gesloten.
Wat heeft het gekost?
Programma Ruimte
Kosten programma Ruimte
46
bedragen in euro’s
Werkelijk
2012
Begroting
2013
Werkelijk
2013
Totaal lasten programma ruimte
Totaal baten programma ruimte
Nadelig saldo programma ruimte Baten per inwoner
Lasten per inwoner
Saldo per inwoner
3.082.647
2.621.253
461.394
8.003.500
6.661.900
1.341.600
6.916.531
6.198.460
718.071
5,93
6,62
0,69
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
47
Programma Wonen
3.7 Programma Wonen
Waar gaat het over?
Het Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 (RSP) verwoordt de ambitie van het
Stadsgewest en de aangesloten gemeenten dat Haaglanden zich verder ontwikkelt als
een regio van internationale allure. De regio biedt een duurzame kwaliteit van leven
door een veilige schone en aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een sterke
sociale structuur.
Het programma Wonen richt zich voor die gewenste kwaliteit van leven op een
goede, duurzame kwaliteit van woon- en leefomgeving voor huidige en toekomstige
inwoners en faciliteert de vraag naar woningen en woonmilieus die voor het
realiseren van de RSP-ambitie nodig is.
De gemeenten werken samen met marktpartijen en woningcorporaties om de
opgave voor wonen in de praktijk te vertalen. Het Stadsgewest heeft de taak om,
waar mogelijk, in de noodzakelijke randvoorwaarden daarvoor te voorzien.
Wat wilden we bereiken?
Voor het programma Wonen wordt de kwaliteit van leven primair bepaald door
een voldoende aanbod van woningen van een goede kwaliteit in gedifferentieerde
woonmilieus en vitale buurten en wijken. De realisatie van de volgende
subdoelstellingen is daarbij essentieel:
cc het bevorderen van een woningaanbod dat aansluit bij de vraag van de
(toekomstige) inwoners van Haaglanden (betere afstemming aanbod/vraag) door:
cc het wegwerken van de kwantitatieve en kwalitatieve woningtekorten;
cc het realiseren van een hoog tempo van verbetering of herstructurering van de
bestaande woningvoorraad;
cc het creëren van de variatie aan woonmilieus;
cc het stimuleren van voldoende aanbod van wonen/zorg.
cc het bevorderen van intensiever gebruik van het bestaande stedelijk gebied door:
cc te streven dat 80% van de verstedelijking plaatsvindt binnen bestaand bebouwd
gebied;
cc het stimuleren van innovatie ten behoeve van de realisatie van het (centrum)
stedelijk woonmilieu (innovatieve ideeën voor woningen en het aantrekken
nieuwe doelgroepen).
cc een ongedeelde regio met duurzame vitale veilige en stimulerende wijken en
buurten door:
cc voldoende aanbod voor de huidige bewoners van wijken en buurten met als
belangrijk uitgangspunt een open woningmarkt (aandacht voor sociale cohesie);
cc een versterking van de sociaal-economische structuur (onderdeel van
herstructurering);
cc voldoende aanbod voor de toenemende vraag van ouderen naar wonen en zorg/
welzijn;
cc toezicht op de realisatie van de gemeentelijke taakstellingen voor
verblijfsgerechtigden (statushouders).
Wat hebben we er voor gedaan?
Bijdrage bestuurlijke en ambtelijke overleggen
Sommige inhoudelijke (wonen-)vraagstukken ondervinden in toenemende mate
invloed van een groter schaalniveau, zoals de metropool- of Zuidvleugelschaal.
In 2013 is vanuit Wonen zowel bestuurlijk als ambtelijk inbreng geleverd bij
diverse overleggen op Zuidvleugel-, provinciale- en in dit jaar in mindere mate ook
op MRDH-schaal. Respectievelijk waren dat bestuurlijke deelname aan het regioportefeuillehoudersoverleg Wonen Zuidvleugel van de provincie, de deelname aan
de bestuurlijke afstemmingstafels Zuidvleugel/PZH en de voorbereidingsoverleggen
voor portefeuillehoudersoverleg Zuidvleugel/PZH.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
49
Wonen databank
Zoals elk jaar zijn ook in 2013 de gegevens in de wonen-databank
www.haaglandenincijfers.nl bijgewerkt. Deze informatie over het beleidsterrein
Wonen en aanverwante thema’s in de regio ondersteunt beleidsontwikkeling
en -uitvoering op de aangegeven doelen. De databank is (grotendeels) openbaar
toegankelijk.
In 2013 heeft de nadruk van het programma Wonen gelegen op de volgende
projecten en producten die gericht waren op de aangegeven doelen.
Afstemming woningbouwprogramma
In 2012 verscheen de bundel Inventarisatie Woonmilieus Haaglanden. Deze
indeling naar woonmilieus van de bestaande woningvoorraad in Haaglanden en
woningbouwplannen is samen met de gemeenten opgesteld. Met de ‘Rosetta’methode - die de stadsregio Rotterdam ook gebruikt - kwamen de partijen tot
gedeelde definities en beelden van de in de regio voorkomende woonmilieus.
Op basis van de inventarisatie zijn vervolgens de bestuurlijke gesprekspunten
geformuleerd. Eind 2013 heeft dit in nauwe samenspraak met de gemeenten
via bestuurlijke overleggen geleid tot een regionaal afgestemd regionaal
woningbouwprogramma. Dat programma is in december door het dagelijks bestuur
aan de provincie toegezonden. Hierbij zijn de kwantitatieve uitgangspunten van
het RSP/Woonvisie niet veranderd. Grote opgave is vooral de komende jaren beter
aan te sluiten bij de kwalitatief veranderende vraag. Deze aanpak voorziet in een
jaarlijkse gezamenlijke bespreking door gemeenten van de woningbouwplannen,
het opstellen van en Handreiking voor de nadere invulling van woonmilieus en het
in beeld brengen van enkele ‘best practices’ die inzichtelijk moeten maken hoe een
woonmilieu kwalitatief van karakter kan ‘verkleuren’.
Woningmarktmonitor
In 2013 zijn (voorlopig cijfer) circa 3.400 woningen nieuw gebouwd (ambitie RSP/
Woonvisie: jaarlijks 6.000). Nadere gegevens zijn te vinden in de (jaarlijkse) Monitor
Woningbouw over 2013. De jaarlijkse inventarisatie van realisatie en planning van
woningbouwaantallen binnen de regio vond ook in 2013 plaats. In het kader van
bestemmingsplantoetsing en bovenregionale monitoring is input geleverd.
Grote Woontest Haaglanden
Programma Wonen
Eind 2012 is het gelukt om met een groot aantal partijen uit de regio (gemeenten,
marktpartijen en woningcorporaties en met een financiële stimulering vanuit BZK)
gezamenlijk de eerste Grote Woontest Haaglanden (GWTH) te laten uitvoeren.
Bij de Grote Woontest worden de regionale woonmilieudefinities gebruikt bij de
enquêtering van (ruim 18.000) inwoners van de regio. De resultaten van de Grote
Woontest Haaglanden kwamen in 2013 voor de deelnemers beschikbaar en zijn in
regionaal verband betrokken bij de bespreking van het woningbouwprogramma.
De resultaten van de GWTH zijn gepresenteerd aan het algemeen bestuur.
WoON
Voor inzicht in de veranderende vraag is ook aangesloten bij het landelijke WoONonderzoek dat iedere drie jaar door het Rijk wordt uitgevoerd. Gemeenten en regio’s
kunnen hierbij extra enquêtes inkopen, waarmee nu in de regio uitspraken gedaan
kunnen worden tot op gemeenteniveau. Van het onderzoek WoON12 kwamen de
resultaten eveneens in 2013 beschikbaar en deze zijn beschreven in een regionale
rapportage. De resultaten zijn in regionaal verband betrokken bij de bespreking van
het woningbouwprogramma en gepresenteerd aan het algemeen bestuur.
Een beschrijving van de werkzaamheden die het programma Wonen verrichtte
voor het Grondkostenfonds Vinex is opgenomen onder het onderdeel Financiering
Woningbouw van het programma Ruimte.
50
Stimulering Collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) en transformatie kantoren en
woningen
In 2013 is een bijdrage verstrekt uit het stimuleringsfonds Collectief particulier
opdrachtgeverschap. Zeven gemeenten kunnen desgewenst nu nog een beroep doen
op een bijdrage uit dit fonds.
Om de transformatie van kantoren naar woningen te stimuleren is ten behoeve van
kennisdeling een bijdrage geleverd aan nog een quickscan voor haalbaarheid (Den
Haag).
Regionale Huisvestingsverordening Haaglanden - woonruimteverdeling
In 2013 vond het regulier beheer plaats voor de huisvestingsverordening. Punt
van aandacht vormde in 2013 ook de vraag naar de toekomst van de regionale
woonruimteverdeling/regionale huisvestingsverordening ná het vervallen van de
Wgr-plusbevoegdheid (het algemeen bestuur is nu wettelijk bevoegd een verordening
vast te stellen) per 2015. De stadsgewestelijke adviescommissie Voorrangsbepaling
(SAV), die is ingesteld op grond van de Regionale Huisvestingsverordening, werkte in
2013 aan het jaarverslag 2012. De SAV adviseert het dagelijks bestuur onder andere
over de uniforme afhandeling door individuele gemeentelijke toetsingscommissies
van individuele aanvragen om voorrangsverlening bij woonruimteverdeling.
De SAV evalueert jaarlijks de toetsing op gemeentelijk niveau. Dit gebeurt op basis
van door de lokale toetsingscommissies aangeleverde gegevens. Het Stadsgewest
voert het secretariaat van de SAV. De bij de regionale huisvestingsverordening
horende regionale Uitvoeringsregels voorrang zijn in 2013 in nauw overleg met de
gemeentelijke toetsingscommissies geëvalueerd en geactualiseerd vastgesteld.
De vragen die onder andere burgers en advocaten via de e-mail of telefonisch
stellen, gaan met name over de Huisvestingsverordening en dan vooral over de
woonruimteverdeling. Het Stadsgewest beantwoordt deze vragen in principe binnen
vijf werkdagen.
Regionale prestatieafspraken en monitoring
In 2010 heeft het Stadsgewest Haaglanden met de Sociale Verhuurders Haaglanden
(SVH) de Regionale prestatieafspraken 2010-2014 gemaakt. Belangrijke
aandachtspunten hierin zijn de thema’s:
cc woonruimteverdeling, waaronder lokale beleidsruimte;
cc toewijzing aan de (financiële) doelgroep van beleid en de lagere middeninkomens;
cc nieuwbouw;
cc duurzaamheid, waaronder het warmtenet.
In 2013 zijn, op basis van het Protocol gegevenslevering en de Prestatieafspraken,
een Jaarrapportage prestatieafspraken en de Aanbodrapportage woonruimteverdeling
uitgebracht. In 2013 verscheen ook de jaarlijkse rapportage over het bezit van de
woningcorporaties die SVH-lid zijn.
In 2012 werd het beleidsprincipe ‘30% sociaal’ geëvalueerd. De uitkomsten van
de rapportage hierover worden bij de herijking van woningbouwprogramma en
de vervolg-prestatieafspraken betrokken. Deze evaluatie is in 2013 bestuurlijk
besproken. Het algemeen bestuur is hierover in februari 2014 geïnformeerd.
De monitorgegevens over 2012 zijn ingebracht in de in 2013 herziene Wonen
databank. In 2013 is, mede op basis van de monitoringsrapporten, samen met
de SVH het samenvattende Jaarverslag prestatieafspraken 2012 uitgebracht.
Daarnaast vond periodiek ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats met de SVH
over woonruimteverdeling en prestatieafspraken. In 2013 is de, samen met de
sector Milieu gestarte, uitwerking van de artikelen over duurzaamheid in de
prestatieafspraken voortgezet.
In 2013 verschenen de resultaten van de gezamenlijke opdracht om de
volkshuisvestelijke gevolgen van de kabinetsvoornemens ten aanzien van
woningcorporaties op de sociale woningvoorraad in de regio in beeld te brengen.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
51
De financiële problemen bij woningcorporatie Vestia, de grootste woningcorporatie
in de regio Haaglanden, vormden hiervoor mede de aanleiding. Mede in vervolg
hierop is in 2013 gestart met het gesprek met de Sociale Verhuurders Haaglanden
om te komen tot nieuwe prestatieafspraken voor de periode vanaf 2015. Hiervoor is
gezamenlijke ondersteuning/procesbegeleiding door een extern bureau gevraagd en
zijn diverse onderzoeken verricht in 2013.
(Tijdelijke) huisvesting arbeidsmigranten
In 2013 is samen met de ingestelde werkgroep huisvesting arbeidsmigranten gewerkt
aan de uitvoering van het actieplan. In 2013 is er twee maal bestuurlijk overleg met
het Rijk gevoerd. Om het onderwerp nadrukkelijker onder de aandacht te krijgen
van gemeenten en corporaties is in 2012 een aanjaagteam ingesteld, bestaande uit
een wethouder, corporatiedirecteur en werkgever. Dit aanjaagteam rapporteerde in
2013 over hun werkzaamheden in een vervolg-brede conferentie voor alle betrokken
partijen. Het team komt nog eenmaal bijeen ter evaluatie. Op de landelijke website
www.flexwonenarbeidsmigranten.nl is een regio-pagina ingericht waarvoor input is
geleverd.
Toezicht op de huisvesting van vergunninghouders (statushouders)
Per oktober 2012 is de taak huisvesting vergunninghouders van rijkswege
opgedragen aan de provincie. De provincie verstrekte tot die tijd jaarlijks een
(gedeeltelijk doorbetaalde) bijdrage aan het Stadsgewest voor de uitvoering van deze
taak, deze bijdrage kwam hiermee in 2013 uiteraard te vervallen.
In 2013 vond op verzoek van gemeenten en toezichthouder een bijeenkomst plaats
voor betrokken partijen in de regio met het doel uitwisseling van ‘best practices’
en het versnellen van de matching tussen vraag van het Centraal Orgaan opvang
Asielzoekers (COA) en woningaanbod in gemeenten. Op verzoek van de nieuwe
toezichthouder, gemeenten en COA wordt het organiseren van deze periodieke
overleggen (2x per jaar) gecontinueerd.
Beheer Besluit Woninggebonden Subsidies
De rijksregeling voor het BWS (Besluit Woninggebonden Subsidies) is met ingang
van 2005 beëindigd. Hoewel in 2010 op initiatief van het Rijk een afkooptraject voor
de jaarlijkse uitbetaling heeft plaatsgevonden, liepen er in 2013 nog enkele dossiers
die uitbetaald moeten worden aan particuliere eigenaren van sociale koopwoningen
en woningcorporaties. Er loopt actie om ook te komen tot afkoop van de laatste
dossiers in 2014. In 2012 zijn de laatste vrijvallende middelen via afsluitend
verdeelbesluit (voorlopig) verdeeld. De gelden zijn uitbetaald aan de gemeenten met
het verzoek hier een volkshuisvestelijke bestemming aan te geven. In 2014 vindt de
definitieve eindafrekening plaats.
Wat heeft het gekost?
Programma Wonen
Kosten programma Wonen
52
bedragen in euro’s
Werkelijk
2012
Begroting
2013
Werkelijk
2013
Totaal lasten programma wonen
Totaal baten programma wonen
Saldo programma wonen
Baten per inwoner
Lasten per inwoner
Saldo per inwoner
5.131.926
4.169.469
962.457
912.300
22.700
889.600
796.991
19.459
777.532
0,02
0,76
0,74
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
53
Hoofdstuk 4
Paragrafen
Paragraaf 1 Weerstandsvermogen
Algemeen
Weerstandsvermogen
Het financieel weerstandsvermogen is het vermogen van het Stadsgewest om nietstructurele financiële risico’s te kunnen opvangen zonder dat de uitvoering van
de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als
de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s, waarvoor geen
afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of voorzieningen
zijn ingesteld.
De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel af te dekken
zijn:
cc risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld
door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van contracten en
regelgeving);
cc risico’s financieel afdekken door:
cc het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden
gekwantificeerd;
cc het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel
kunnen worden gekwantificeerd.
Het begrip weerstandscapaciteit
De omvang van het benodigde weerstandsvermogen wordt bepaald door de
omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de ‘resterende’ risico’s. Onder
weerstandscapaciteit wordt verstaan het geheel aan financiële middelen (met name
reserves), dat beschikbaar is en aangewend kan worden om mogelijke risico’s op te
vangen. Met ‘resterende’ risico’s worden de risico’s bedoeld die onvoldoende onder
controle kunnen worden gehouden door stuur- en beheersmaatregelen en waarvoor
(nog) geen specifieke voorzieningen zijn of kunnen worden getroffen.
De omvang van het huidige weerstandsvermogen
De omvang van de algemene reserve en de treasurymanagementreserve van het
Stadsgewest bedroeg op 31 december 2013, na verwerking van de winstbestemming
2012, maar zonder de verwerking van het resultaat 2013, respectievelijk € 4.978.558
en € 722.588. Met deze reserves kunnen incidentele tekorten worden opgevangen.
De begroting van het Stadsgewest bevat geen ruimte om structurele tekorten op te
vangen. Op basis van de hierna vermelde risico’s en de inschatting van de kans, zou
een weerstandsvermogen van circa € 6,8 miljoen aanwezig moeten zijn.
Paragrafen
De gewenste omvang van het weerstandsvermogen
In artikel 52 derde lid en artikel 54 tweede en zesde lid van de Regeling stadsgewest
Haaglanden 1995 is de aanzuivering van een eventueel nadelig exploitatiesaldo van
het Stadsgewest gelegd bij de deelnemende gemeenten.
Om inzicht te krijgen in de omvang van de risico’s wordt jaarlijks in de begroting
en de rekening een overzicht van de gekwantificeerde risico’s opgenomen.
Naar aanleiding van deze berekening heeft het algemeen bestuur op 17 februari
2010 besloten door toevoeging van komende exploitatieoverschotten het
weerstandsvermogen te vergroten tot een bandbreedte van € 5 tot € 10 miljoen.
De gemeenten worden driemaal per jaar geïnformeerd over het verloop van de
begroting, namelijk bij de eerste en tweede Marap en bij de jaarrekening. Bij deze
rapportages wordt tevens een overzicht gegeven van de actuele risico’s. Betreffende
de ontwikkeling van specifieke grote risico’s wordt het bestuur tussentijds
geïnformeerd. Gemeenten moeten daarom in staat worden geacht op basis van de
informatie voldoende voorzieningen in de eigen begroting te treffen. Dat risico kan
betrokken worden bij het geheel van door de gemeente gelopen risico’s.
54
Risicoinventarisatie
Deze paragraaf geeft een overzicht van de belangrijkste risico’s voor het Stadsgewest
en een inschatting van de kans dat deze zich voordoen. Ze zijn weergegeven per
programma. In dit overzicht zijn alleen de risico’s weergegeven die de normale
bedrijfsuitvoering te boven gaan.
De normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en zijn dus vrij goed meetbaar.
Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het
afsluiten van verzekeringen. Het gaat dan bijvoorbeeld om brand, wateroverlast en
uitval van ICT.
Programma
Aangemeld
Soort risico
Omvang
Kans
Omschrijving
Effect
Toelichting
Bestuur
2007
Politiek
F 5.200.000 incidenteel
100%1) Risico’s als gevolg van bestuurlijk organisatorische ontwikkelingen
Dekkingsrisico op de vaste lasten
Op 27 maart 2013 heeft het DB besloten tot het voornemen van opheffing van het
Stadsgewest Haaglanden, onder de voorwaarde dat dan de ‘plus’ door het Rijk is
ingetrokken en de MRDH is opgericht. Omdat tevens besloten is het overtollige personeel bij de gemeenten in dienst
te nemen worden de frictiekosten beperkt tot de lopende contracten. Bron is
het Ontwerp Liquidatieplan Stadsgewest Haaglanden dat op 19 februari 2014 is
besproken in het AB.
Te nemen maatregel 1)De kosten voor de liquidatie van het Stadsgewest worden in het liquidatieplan
meegenomen en van dekking voorzien.
Programma
Aangemeld
Soort risico
Omvang
Kans
Omschrijving
Effect
Toelichting
Bestuur
2007
Politiek
F 450.000 structureel
50%
Doorberekening huisvestingslasten aan (tijdelijke) projecten
Dekkingsrisico op de vaste lasten
De huisvestingskosten zijn verdeeld over de geraamde bezetting. Dit is inclusief
personen die niet tot de formatie van het Stadsgewest behoren, maar bijvoorbeeld in
verband met de uitvoering van een project ruimte bezetten. Na afloop van dat project
ontstaat leegstand en zullen de huisvestingskosten per eenheid omhoog gaan. De doorbelasting van kosten aan deze onderhuurders bedraagt ongeveer F 450.000
op jaarbasis. Doordat een aantal projecten formeel in 2011 aflopen, is dit risico vanaf
2012 groter.
Te nemen maatregel Leegstand tijdig voorkomen door verlenging van contracten van onderhuurders of aantrekken van nieuwe (gelieerde) huurders.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
55
Programma
Bestuur
Aangemeld
Soort risico
Omvang
Kans
Omschrijving
Effect
Toelichting
2012
Politiek
F 100.000 incidenteel
50%
Inhuur externen voor essentiële functies
Kostenverhoging
Ten gevolge van de Kabinetsvoornemens en de daardoor ontstane onzekerheid zal
het personeelsverloop toenemen. Voor essentiële functies zullen (tijdelijk) externen
moeten worden aangetrokken.
Te nemen maatregel Duidelijkheid verkrijgen over de effecten van de plannen en dit communiceren.
Programma
Mobiliteit
Aangemeld
Soort risico
Omvang
Kans
Omschrijving
Effect
Toelichting
2006
Uitvoerend
Onbekend (ingeschat op F 600.000 structureel)
10%
Kostenoverschrijding ten gevolge van aanleg infrastructuur
Honoreren claims en meerwerk
Door het uitvoeren van infrastructurele werken treden drie soorten risico’s op:
-Risico’s met betrekking tot de uitvoering: voor deze risico’s sluit het Stadsgewest zoveel mogelijk verzekeringen af;
- Risico’s met betrekking tot de subsidieafrekening. Het Rijk kan bij de vaststelling van
de subsidiabele kosten afwijken van de door het Stadsgewest ingediende afrekening;
- Risico’s die optreden als het Stadsgewest opdrachtgever is: voor deze risico’s is de juridische kwaliteit van de opdrachtverstrekking en de controle op de uitvoering essentieel.
Te nemen maatregel Monitoren uitvoering.
Programma
Mobiliteit
Aangemeld
Soort risico
Omvang
Kans
Omschrijving
Effect
Toelichting
2010
Uitvoerend
F 3.000.000 incidenteel
50%
Opbrengstrisico railvervoer HTM + HTMbuzz
Honoreren hogere exploitatievergoeding/cq snijden in het voorzieningenniveau
In de onderhandelingen met HTM over de resterende concessieperiode 2011-2017 is
afgesproken de onzekerheid voor een hogere of lagere opbrengst van het railvervoer
te delen, voor de bus concessie stadsvervoer dragen wij het gehele opbrengstrisico. Te nemen maatregel Overleg met HTM.
Mobiliteit
2013
Uitvoerend
F 2.000.000 incidenteel
10%
Garantie op technische staat aardgasbussen
Schade herstellen
Na de gunning van de stadskavel bus zijn de bij HTM in gebruik zijnde aardgasbussen
overgedragen aan HTMbuzz. Het Stadsgewest Haaglanden heeft de technische staat
van de bussen gegarandeerd, voor zover eventuele gebreken uitgaan boven de
garantie van de producent.
Te nemen maatregel Rapportage bij de periodieke keuring.
Paragrafen
Programma
Aangemeld
Soort risico
Omvang
Kans
Omschrijving
Effect
Toelichting
56
Programma
Aangemeld
Soort risico
Omvang
Kans
Omschrijving
Effect
Toelichting
Zorg
2014
Uitvoerend
F 515.000 structureel
50%
Dekking personeelslasten medewerkers Jeugdzorg
Dekkingsrisico op personeelslasten
Het programma Jeugdzorg richt zich op de planning en financiering van de jeugdzorg
in Haaglanden. Per 1 januari 2015 komt de Wet op de jeugdzorg te vervallen.
De nieuwe Jeugdwet is vanaf dat moment van kracht. Deze Wet regelt dat de
beleidsverantwoordelijkheid voor het taakveld jeugdzorg op dat moment bij de
individuele gemeenten komt te liggen.
Bij het Stadsgewest Haaglanden is een zestal medewerkers tot 1 januari 2015 belast
met de planning en financiering van de jeugdzorg. Met het wegvallen van de diverse
geldstromen ontstaat er een dekkingsprobleem dat op jaarbasis ruim F 500.000
bedraagt.
Te nemen maatregel Monitoren uitvoering.
Programma
Aangemeld
Soort risico
Omvang
Kans
Omschrijving
Effect
Toelichting
Ruimte en Wonen
2011
Uitvoerend
F 50.000 structureel
50%
Dekking apparaatskosten Grondkostenfonds/Vinex
Dekkingsrisico op de vaste lasten
Voor de beheersing en afwikkeling van het Grondkostenfonds is 0,6 fte beschikbaar.
Naar het zich laat aanzien zal dit fonds in 2014 worden beëindigd. Hierdoor ontstaat
een dekkingsrisico voor de vaste lasten.
Te nemen maatregel Verwerven van vervangende omzet of personeelsreductie.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
57
Paragraaf 2 Onderhoud kapitaalgoederen
Activa met een gezamenlijke aanschaffingsprijs vanaf € 10.000 worden geactiveerd
en afgeschreven. Activa onder dit bedrag worden in het jaar van aanschaf ten laste
van het resultaat gebracht.
Oplaadapparatuur OV-chipkaart
Ingaande 1 november 2010 is bij HTM het gebruik van de chipkaart voor het
reizen met openbaar vervoer mogelijk. Bij Veolia en RET was dit al eerder het geval.
Hiervoor zijn trams en bussen voorzien van kaartlezers. Om de in omloop zijnde
OV-chipkaarten op te waarderen bestaan diverse mogelijkheden. Een daarvan is
het opladen via zogenaamde Afhaal- en Verkoopmachines (AVM’s). Per ultimo
2010 heeft het Stadsgewest 71 machines en in 2011 nog eens 29 machines met
randapparatuur aangeschaft en deze zijn bij wederverkopers in de regio geplaatst. De
apparaten zijn gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs onder aftrek van de afschrijving.
De afschrijving wordt over 5 (volle) jaren verspreid.
Automatiseringsapparatuur en programmatuur
Artikel 9 lid 3 van de Financiële verordening regelt de activering en
afschrijvingstermijn van de activa. In 2011 is nieuwe apparatuur en programmatuur
aangeschaft. Deze wordt in 5 jaar afgeschreven.
Meubilair
De afschrijvingstermijn van nieuw meubilair bedraagt 12 jaar.
Railinfra
Het Stadsgewest heeft de afgelopen jaren enkele nieuwe tramlijnen met bijbehorende
kunstwerken aangelegd. Het gaat hier om delen van tramlijn 17 en tramlijn 15.
Daarnaast zijn er uitvoerende werkzaamheden verricht voor de aanleg van tramlijn
19. Ook die gingen gepaard met een aantal investeringen. Deze investeringen zijn
volledig gefinancierd door subsidies en bijdragen. Met de gemeente Den Haag heeft
het Stadsgewest overeenstemming bereikt over de overdracht van de kunstwerken en
de daarbij te vergoeden onderhoudsbijdrage. De bijdrage is inmiddels betaald. Met
de gemeente Rijswijk lopen de gesprekken hierover nog.
Personenbussen voor het openbaar vervoer
In verband met de gunning van de concessie voor het personenvervoer in de stad
aan HTMbuzz, heeft in december 2012 de (door)levering plaatsgevonden van
stadsbussen van HTM, via het Stadsgewest aan HTMbuzz. Tengevolge van de door
het Rijk opgelegde bezuinigingen op het openbaar vervoer is de dienstregeling
aangepast. Hierdoor waren 20 bussen minder benodigd. Deze bussen zijn eigendom
van het Stadsgewest. Getracht is de bussen aan andere OV-bedrijven te verkopen,
maar dit is tot op heden niet gelukt. Vandaar dat deze bussen in 2013 worden
afgeschreven ten laste van de exploitatie Openbaar Vervoer.
Paragraaf 3 Financiering
Inleiding
Paragrafen
Met ingang van 1 januari 2001 is de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido)
in werking getreden. In deze wet worden de kaders gesteld voor een verantwoorde,
prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van
decentrale overheden. In 2009 is de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale
Overheden (RUDDO) opgesteld en later, naar aanleiding van de onrust op de
financiële markten aangescherpt op het landencriterium en de rating-eisen. In
de wet is de treasuryfunctie gedefinieerd als ‘het sturen en beheersen van het
verantwoorden over en het toezicht op de financiële vermogenswaarden, de
financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s’. Op
de treasuryfunctie was de nota treasurybeleid van 15 november 1995 van toepassing.
58
Een gewijzigd financieringsstatuut is in 2005 vastgesteld. In dit statuut wordt de
beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van
uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten.
Bijdragen van de deelnemende gemeenten
Ingevolge artikel 52, lid 4, van de gemeenschappelijke Regeling stadsgewest
Haaglanden 1995 wordt bij de begroting voor de berekening van de bijdrage per
deelnemende gemeente uitgegaan van het inwonertal op 1 januari van het jaar,
voorafgaand aan het jaar waarvoor de bijdrage is verschuldigd. De definitieve
bijdrage wordt gebaseerd op het werkelijke inwoneraantal per 1 januari van het
verslagjaar.
Het aantal inwoners van de aan het Stadsgewest deelnemende gemeenten bedraagt
per 1 januari 2013 in totaal 1.045.064. De bijdrage per inwoner bedraagt volgens de
begroting, inclusief de bezuinigingstaakstelling, € 5,46. De werkelijke bijdrage op
basis van de gerealiseerde werkgeverslasten leidt tot een eindafrekening van € 5,48
per inwoner. Daarnaast is een bijdrage van € 1 voor het Fonds Groen Haaglanden en
een bijdrage voor het Mobiliteitsfonds van € 9,13 in rekening gebracht.
Omdat de totale stijging van het inwoneraantal niet gelijk over de gemeenten is
verdeeld, betekent dit dat sommige gemeenten een naheffing krijgen en andere een
terugbetaling. De berekening hiervan is in bijlage 3 opgenomen.
Treasury
Inleiding
In de vergadering van het algemeen bestuur van 20 april 2005 is de financiële
verordening vastgesteld. Deze regelt met name de relatie tussen het algemeen
bestuur en het dagelijks bestuur. De gewijzigde verhouding, die op basis
van gewijzigde wettelijke voorschriften zijn aangepast, maakte een nieuwe
treasuryverordening noodzakelijk. Op 20 februari 2006 is dit Treasurystatuut
vastgesteld.
In dit statuut is de ‘beleidsmatige infrastructuur’ van de treasuryfunctie vastgelegd
in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het
statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf
mogelijk. Naast het financieringsstatuut wordt jaarlijks een treasuryparagraaf
opgenomen in zowel de begroting als het jaarverslag. Hierin worden de specifieke
beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van
treasury neergelegd. In de tussenliggende bestuursrapportages wordt de tussentijdse
verslaglegging opgenomen.
Algemene ontwikkelingen
Rentevisie
Op grond van de inzichten bij de begroting, medio 2012, werd er geen grote daling
of stijging van de rente van kortlopende geldleningen verwacht. Verwacht werd
dat de rente van langlopende geldleningen gering zou stijgen. Bovendien was de
verwachting dat het rentepercentage van kortlopende geldleningen lager zou zijn
dan dat van langlopende geldleningen. Daarom zijn in het verslagjaar de kasgelden
ten behoeve van de lopende exploitatie vrijwel steeds tegen deposito uitgezet. Per
16 december is het Schatkistbankieren ingevoerd. De decentrale overheden zijn
verplicht hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Hiertoe is met de
staat een rekening-courantovereenkomst gesloten.
Binnen de met BNG Vermogensbeheer (BVB) gesloten beleggingsovereenkomst
is belegd in voornamelijk vastrentende waarden en garantieproducten. Dit
omdat bleek dat, met name voor de fondsen, over langere tijd over aanzienlijke
kasgeldoverschotten kon worden beschikt. Deze uitzettingen van gelden zijn in
overeenstemming met de bepalingen uit de wet Fido (RUDDO).
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
59
In overleg met de belegger is in de loop van het jaar de rating van de diverse
fondsen kritisch gevolgd. Besloten is, gezien de korte resterende looptijd, enkele
door kredietbeoordelaars afgewaardeerde fondsen niet tussentijds te verkopen.
Inmiddels zijn deze fondsen afgelost.
Door deze strategie heeft het Stadsgewest geen afwaarderingen op beleggingen
hoeven te plegen. Als gevolg van het schatkistbankieren per 16 december 2013 is
één derde van de portefeuille vrijgemaakt en gestort in de schatkist.
Financieringsoverschot
Met name de instelling van het Regionaal Fonds Bereikbaarheidsoffensief (BORfonds) heeft geleid tot een kasoverschot. Volgens besluit van het algemeen
bestuur wordt het BOR-fonds voor wat betreft de rentetoerekening beschouwd als
een zelfstandige eenheid: dat wil zeggen dat de gerealiseerde marktrente wordt
toegerekend. Ook voor het Grondkostenfonds worden afzonderlijke afspraken
gemaakt, die in het jaarlijkse Taakstellende TreasuryPlan (TTP) worden vastgelegd.
Aan de overige fondsen is de gemiddelde eenmaandsdeposito toegerekend. In 2013
was deze rente 0%.
Treasurybeheer
Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders
van het huidige financieringsstatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die
zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht
houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële
posities en de hieraan verbonden risico’s.
Risicobeheer
Met betrekking tot het risicobeheer heeft het bestuur als algemeen uitgangspunt
vastgesteld dat alleen leningen of garanties worden verstrekt uit hoofde van de
‘publieke’ taak. Indien middelen worden uitgezet, dienen deze een prudent karakter
te hebben en niet gericht te zijn op het genereren van inkomen door het lopen van
overmatige risico’s. Onder risico’s worden verstaan zowel renterisico’s (vaste schuld
en vlottende schuld), kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s en valutarisico’s.
Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de
richtlijnen en de limieten zoals deze zijn neergelegd in de financiële verordening.
In die zin is het uitgangspunt dat voldaan wordt aan het kasgeldlimiet en de
renterisiconorm. Op grond van het treasurystatuut hebben geen derivatentransacties
plaatsgevonden. In het verslagjaar zijn geen leningen uit hoofde van de publieke
taak verstrekt, andere leningen zijn evenmin verstrekt. De kasgeldlimiet bedraagt
8,2%. Aangezien het Stadsgewest geen langlopende leningen heeft afgesloten is de
renterisiconorm niet relevant.
Paragrafen
Renterisicobeheer
In het kader van het renterisicobeheer zijn in het verslagjaar plannen geformuleerd
die voorstaan dat zowel de kasgeldlimiet als de renterisiconorm niet wordt
overschreden. Alle treasury-activiteiten worden gebaseerd op een korte termijn
liquiditeitenplanning (looptijd tot een jaar) en waar mogelijk een meerjarige
liquiditeitenplanning met een looptijd van vier jaar. Binnen dit kader wordt
gestreefd naar spreiding in de rente typische looptijden van uitzettingen.
Overigens is gebleken, dat de door de gemeenten verwachte uitname uit de
investeringsfondsen steeds later werd gerealiseerd dan door hen geraamd. Hierdoor
was de rente op deze fondsen niet optimaal.
Kredietrisicobeheer
Om kredietrisico’s te spreiden is het merendeel van de overschotten, meestal in
de vorm van deposito’s, bij een partij met een triple A-rating geplaatst. Een deel
van de gelden is op korte termijn vastgezet in het Geldmarkt-selectfonds, juridisch
een onderling beleggingsfonds, waarbij de participanten bekend zijn. Dit fonds,
dat beheerd wordt door BVB, een volle dochter van de BNG (Bank Nederlandse
Gemeenten), belegt in minimaal single A-fondsen.
60
Valutarisicobeheer
Valutarisico’s zijn uitgesloten doordat uitsluitend belegd wordt in de Nederlandse
geldeenheid, de euro.
Kasbeheer
Geldstromenbeheer
Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken is het liquiditeitsgebruik
beperkt door de geldstromen op stadsgewestniveau op elkaar en op de
liquiditeitenplanning af te stemmen. Bovendien is gebruik gemaakt van het product
‘pakket geïntegreerde dienstverlening’ van de BNG. Het betalingsverkeer wordt
elektronisch uitgevoerd door de BNG.
Interne financiering
Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door
primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen)
te gebruiken, teneinde het renteresultaat te optimaliseren. Financieringen worden
enkel aangetrokken voor de uitoefeningen van de publieke taak.
Kwartaalrapportage van de liquiditeitspositie
Ten gevolge van de wijziging van de wet Fido van maart 2008 behoeft de rapportage
inzake de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet (modelstaat A) niet meer
per kwartaal aan de provincie te worden toegestuurd. Deze rapportage is als bijlage 6
in deze jaarrekening opgenomen.
Wat heeft het gekost?
Kosten Financiering
bedragen in euro’s
Werkelijk
2012
Begroting
2013
Werkelijk
2013
Totaal baten financiering en algemene dekkingsmiddelen
Totaal lasten financiering en algemene dekkingsmiddelen
Voordelig saldo financiering en algemene dekkingsmiddelen
Toevoegingen
Onttrekkingen
Voordelig saldo financiering na bestemming
Lasten per inwoner
Baten per inwoner
Saldo per inwoner (opbrengst)
7.502.950
591.188
6.911.762
2.967.896
2.752.579
6.696.445
7.285.700
666.600
6.619.100
2.303.500
1.906.800
6.222.400
7.268.849
372.959
6.895.889
3.533.142
2.479.153
5.841.900
3,74
9,33
-5,59
Paragraaf 4 Bedrijfsvoering
Deze paragraaf omvat de besturing en de beheersing van, het toezicht op en de
verantwoording over de bedrijfsprocessen binnen de organisatie.
Personeel en organisatie
In het begrotingjaar 2013 is het mobiliteitsbeleid Stadsgewest Haaglanden in
uitvoering genomen. Het heeft geleid tot veel voorbereidende activiteiten voor
mobiliteit naar de deelnemende gemeenten of elders. Dat geldt in mindere mate
voor het beleidsveld Verkeer en Vervoer, maar zeker voor de andere beleidsvelden.
Het mobiliteitsbeleid is het gevolg van het besluit van het dagelijks bestuur
de gemeenschappelijke regeling Stadsgewest Haaglanden per 1 januari 2015 te
beëindigen en daarvoor vrijwillige mobiliteit van medewerkers te stimuleren een
nieuwe betrekking te vinden bij de deelnemende gemeenten of elders en vacatures
bij het Stadsgewest alleen nog tijdelijk worden vervuld.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
61
In het verslagjaar is besluitvorming tot stand gekomen over het sociaal statuut
en is in de commissie voor georganiseerd overleg een aanzet geven voor de
onderhandelingen over het sociaal plan.
De situatie in het verslagjaar - de afbouw van het Stadsgewest Haaglanden - vroeg
om een geheel aangepast P&O-beleid. Zowel de organisatieontwikkeling als het
personeelsbeleid waren afgestemd op een tijdelijke situatie. De verdere ontwikkeling
van het personeelsinformatiesysteem is opgeschort, omdat investeringen voor
uitbreiding niet meer verantwoord zijn. Ook worden geen nieuwe personele
instrumenten ontwikkeld, uitgezonderd een voortdurende aanscherping en
monitoring van het mobiliteitsbeleid.
Communicatie
Het bureau Communicatie heeft voor de beleidsgebieden Verkeer en Vervoer,
Ruimte, Groen, Economie, Wonen, Milieu en Jeugdzorg communicatieondersteuning
geboden in de vorm van communicatieadvies en mediaondersteuning. Op
strategisch en operationeel niveau is meegewerkt aan de totstandkoming van de
uitgangspunten voor de communicatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
In 2013 is in de communicatieaanpak ruimte geboden voor:
cc verstevigen van contacten op bestuurlijk niveau, onder andere door een
substantiële bijdrage te leveren aan het Metropoolregiocongres op 27 maart 2013;
cc actuele en bondige (digitale) informatievoorziening door het beschikbaar stellen
van het digitale PR-jaarverslag 2012, diverse digitale nieuwsbrieven, de inzet van
social media (Twitter), de website www.haaglanden.nl en Extranet;
cc actieve publieksgerichte communicatie door publieksacties zoals ‘Op de fiets
werkt beter’, Open dag van de Zwethzone in oktober en de promotie voor het
gebruik van schone en duurzame brandstoffen in de vorm van subsidieregelingen
voor onder andere e-scooters. Meer informatie is opgenomen in het digitale
PR-jaarverslag 2013 (www.haaglanden.nl/jaarverslag2013).
In het verslagjaar zijn de bewoners van Haaglanden via de huis-aan-huisbladen
en www.haaglanden.nl regelmatig geïnformeerd over de besluitvorming van het
dagelijks en algemeen bestuur en over grote publieksprojecten. Via de website van
Haaglanden konden geïnteresseerden de vier vergaderingen van het algemeen
bestuur live volgen of integraal terug kijken.
De website van het Stadsgewest Haaglanden is ruim 80.000 maal geraadpleegd in
2013. De populairste onderwerpen waren de huisvestingsverordening, Wonen en
‘OV van de toekomst’. Totaal werden er ongeveer 14.000 bestanden van deze website
gedownload. Het Stadsgewest heeft rond de 700 volgers op Twitter. In 2013 heeft de
organisatie 86 tweets en 45 persberichten verstuurd.
Het relatiemagazine #MRDH, een gezamenlijke uitgave van het Stadsgewest en de
stadsregio Rotterdam, is driemaal verschenen. Dit magazine is bedoeld voor raadsen collegeleden van beide regio’s, het bedrijfsleven, maatschappelijke partijen en
andere overheden. Aan de hand van projecten, plannen, trends en opinies in het
metropoolgebied laat het verbindingen, samenhang en samenwerking zien. Door
dit gezamenlijke product met de stadsregio Rotterdam is een efficiencyslag in
communicatiemiddelen en -budget bereikt.
Paragrafen
Administratieve organisatie en interne controle
Alle kritische processen binnen het Stadsgewest zijn beschreven. De beschreven
processen met een (relevant) financieel aspect worden bij de interne controles
getoetst op actualiteit en zonodig gewijzigd (met name naar aanleiding van
gewijzigde wet- of regelgeving). De interne controlefunctie toetst - naast de
rechtmatigheid - tevens de juiste werking van de administratieve organisatie
en doet waar nodig aanbevelingen ter verbetering van de bedrijfsvoering.
Het Stadsgewest heeft zich dit verslagjaar qua bedrijfsvoering gericht op het
continueren, en waar dit nog nodig en zinvol was op het verder ontwikkelen, van
zijn efficiënte ondersteuning van de primaire processen. De digitale dossiervorming
62
is vergevorderd, het financiële systeem (uit 2011) levert elke gewenste
managementinformatie en de automatisering is betrouwbaar en up-to-date.
Paragraaf 5 Verbonden partijen
Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie
waarin het Stadsgewest Haaglanden zowel een bestuurlijk als een financieel belang
heeft.
Het Stadsgewest kent één verbonden partij, namelijk:
West Holland Foreign Investment Agency (WFIA)
De Stichting WFIA voert de acquisitie van buitenlandse bedrijven uit. De WFIA
is op 31 oktober 2000 door het Stadsgewest samen met de gemeenten Den Haag,
Delft, Leiden, Zoetermeer en de Kamer van Koophandel Den Haag voor onbepaalde
tijd opgericht. Er is met opzet gekozen voor een privaatrechtelijke constructie
voor de uitoefening van deze wettelijke taak van het Stadsgewest, omdat dit in het
buitenland meer tot de verbeelding spreekt. De oprichtende partijen subsidiëren
de Stichting. De regiobestuurder Economische Zaken van het Stadsgewest zit in het
bestuur van de Stichting. Daarnaast vindt maandelijks inhoudelijke afstemming
plaats op ambtelijk niveau. Het Stadsgewest heeft, in het kader van de afbouw van
Haaglanden, besloten op 1 januari 2015 de participatie in de West-Holland Foreign
Investment Agency (WFIA) te beëindigen. De WFIA heeft ook weer in 2013 laten
zien van nut te zijn voor het aantrekken van buitenlandse bedrijven voor de regio.
42 internationale bedrijven hebben zich met de service die WFIA biedt, gevestigd in
West-Holland.
Paragraaf 6 Grondbeleid
Het Stadsgewest heeft, naast het bezit van volgende percelen die nodig waren voor
de aanleg van tramlijnen, geen grond in eigendom.
Gemeente
Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Rijswijk Kadastrale aanduiding
Oppervlakte (ha.a.ca)
A 2914 G 0000 D 8011 G 0000 D 8015 G 0000 G 2985 G 0000 G 2989 G 0000 G 2994 G 0000 G 2999 G 0000 G 3001 G 0000 G 3009 G 0000 I 2128 G 0000 I 2131 G 0000 I 2134 G 0000 I 2139 G 0000 0.30.15
0.55.80
0.38.80
0.49.00
0.40.00
0.37.00
0.07.30
0.20.50
0.05.10
0.05.03
0.42.26
0.22.74
0.33.75
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
63
64
Deel 2 Jaarrekening
Hoofdstuk 5
Balans 2013
Balans activa
bedragen in euro’s
31 december
2013
31 december
2012
215.527
190.155
21.464
11.574
315.531
228.336
23.610
14.468
19.842.467
0,00
20.281.187
91.956.263
95.450.708
3.023.398
18.976.432
-60.016
4.554
21.944.368
5.477.415
5.735.714
1.263.827
5.125.269
17.602.225
Nog te ontvangen opbrengsten
Vooruitbetaalde kosten
Liquide middelen
6.214.129
34.775
231.613.102
3.362.847
2.013.129
Totaal vlottende activa
259.806.374
200.276.024
Totaal
280.087.561
295.726.732
Vaste activa
Materiële vaste activa
Investeringen met een economisch nut
Apparatuur chipkaart
Kantoorautomatisering
Meubilair
Vergaderinstallatie
Financiële vaste activa
Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Beleggingen BOR
Voorraden
Aardgasbussen
Totaal vaste activa
2.912.500
Vlottende activa
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Vorderingen op openbare lichamen
BTW Compensatiefonds
Te vorderen omzetbelasting
Overige vorderingen
Totaal vorderingen
Balans
Overlopende activa
66
177.297.823
Balans passiva
bedragen in euro’s
31 december
2013
31 december
2012
Vaste passiva
Eigen vermogen
Algemene Reserves
Egalisatiefonds
Nog te bestemmen resultaat
4.978.558
660.454
5.639.014
4.289.858
1.037.700
5.327.558
Bestemmingsreserves
Overige bestemmingsreserves
Treasurymanagement
Huisvesting
Reserve cultuurhistorisch onderzoek
Reserve transitie jeugdzorg
Reserve BWS
Realisatie woonvisie
Reserve Vinac eigen bouw
Hof van Delfland
Wachtgeldfonds
Regionaal Structuurplan
Kennis voor Klimaat
Fonds Groen haaglanden
EZ Algemeen bedrijvenonderzoek
Verbetering ondersteuning primair proces
Automatisering
Mobiliteitsbevordering
Afbouw organisatie
Totaal vaste financieringsmiddelen
722.588
1.234.464
20.000
50.000
5.122.838
1.323.712
164.600
51.858
827.389
20.522
136.248
2.285.352
8.183
89.227
210.358
18.552
42.874
12.328.763
17.967.777
16.253.333
40.501.984
31.150.492
722.588
273.541
20.000
0
5.191.560
1.361.046
177.100
51.858
789.458
20.522
76.948
1.788.933
8.183
89.227
254.811
100.000
0
10.925.775
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd
korter dan één jaar
Overlopende passiva
Te betalen kosten
Vooruit ontvangen bedragen
16.860.792
6.931.710
16.725.002
152.365
Van derden ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel
Verplichtingen BWS
Totaal vlottende passiva
197.822.111
231.442.671
3.187
262.119.784
2.869
279.473.399
Totaal
280.087.561
295.726.732
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
67
Hoofdstuk 6
Recapitulatiestaat programmarekening
Programmarekening over het begrotingsjaar 2013
Baten
bedragen in euro’s
Raming 2013 voor wijziging
Lasten
Saldo
Baten
Raming 2013 na wijziging
Lasten
Saldo
Omschrijving programma’s
1 Bestuur
2 Mobiliteit
3 Zorg
4 Economie 5 Milieu
6 Ruimte
7 Wonen
Subtotaal programma’s
119.800
365.098.100
102.025.000
301.600
945.000
1.757.000
22.700
470.269.200
1.202.700
365.376.700
102.257.200
1.731.700
1.821.400
3.157.900
764.800
476.312.400
1.082.900
278.600
232.200
1.430.100
876.400
1.400.900
742.100
6.043.200
119.800
293.082.300
110.228.800
323.600
1.235.600
6.661.900
22.700
411.674.700
1.202.700
293.360.900
110.503.000
1.802.700
2.112.000
8.003.500
912.300
417.897.100
1.082.900
278.600
274.200
1.479.100
876.400
1.341.600
889.600
6.222.400
0
130.000
0
5.674.200
476.073.400
0
0
2.500
476.314.900
0
-130.000
2.500
-5.674.200
241.500
1.206.500
405.000
0
5.674.200
418.960.400
389.100
275.000
2.500
418.563.700
-817.400
-130.000
2.500
-5.674.200
-396.700
241.500
-241.500
0
1.906.800
2.303.500
396.700
0
Algemene dekkingsmiddelen
Interne bijdragen
Treasury
Onvoorzien
Bijdragen van de deelnemende gemeenten
Voordelig resultaat voor bestemming
Dekking van het nadelig saldo
Recapitulatiestaat
Toevoeging/onttrekking aan reserves
Resultaat na financiering
68
Programmarekening over het begrotingsjaar 2013 [vervolg]
Baten
Lasten
Realisatie 2013
Saldo
1.223.562
286.403.953
111.013.989
1.662.114
2.356.375
6.916.531
796.991
410.373.515
1.003.986
278.601
245.474
1.318.172
839.610
718.071
777.532
5.181.446
Omschrijving programma’s
1 Bestuur
2 Mobiliteit
3 Zorg
4 Economie 5 Milieu
6 Ruimte
7 Wonen
Subtotaal programma’s
219.576
286.125.352
110.768.515
343.941
1.516.766
6.198.460
19.459
405.192.069
Algemene dekkingsmiddelen
Interne bijdragen
Treasury
Onvoorzien
Bijdragen van de deelnemende gemeenten
Voordelig resultaat voor bestemming
1.177.166
366.233
0
5.725.450
412.460.918
372.104
856
0
410.746.474
-805.063
-365.377
0
-5.725.450
1.714.444
2.479.153
3.533.142
1.053.989
660.454
Dekking van het nadelig saldo
Toevoeging/onttrekking aan reserves
Resultaat na financiering
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
69
Hoofdstuk 7
Programmarekening 2013
Lasten programma Bestuur
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
Bestuur
Personeelslasten
Uitkeringen voormalig gecommitteerden (pensioenen)
Vergaderkosten bestuur
Ombudsman
Representatie
Programma activiteiten bestuur
RAS-cultuur
Bovenregionale samenwerking
Doorberekende kosten bestuursapparaat
Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Totaal lasten programma bestuur
1.518.339
1.009.720
32.456
23.062
0
3.148
191.738
38.001
71.863
148.351
1.518.339
1.202.700
740.500
35.800
24.500
1.000
10.000
177.500
0
90.000
123.400
1.202.700
1.223.562
794.982
31.610
13.162
0
449
188.646
0
64.154
130.560
Totaal baten programma bestuur
Nadelig saldo programma bestuur
155.423
1.362.916
119.800
1.082.900
219.576
1.003.986
Programmarekening
1.1
70
1.223.562
Baten programma Bestuur
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
1.1
Bestuur
Overige inkomensoverdrachten
RAS-cultuur
155.423
118.474
36.949
119.800
119.800
0
219.576
219.576
0
Totaal baten programma bestuur
155.423
119.800
219.576
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
71
Lasten programma Mobiliteit
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
2.1
2.2
Verkeer
Personeelslasten
Personeelslasten SKVV
Uitbestede werkzaamheden
Uitbestede werkzaamheden BOR
Uitbestede werkzaamheden Bereik!
Uitbestede werkzaamheden SKVV
Uitbestede werkzaamheden OV-bureau Randstad
Subsidies en bijdragen (BDU)
Subsidies en bijdragen (BOR)
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Doorberekende kosten bestuursapparaat SkVV Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Openbaar vervoer
Personeelslasten
Aanschaf aardgasbussen
Afschrijving aardgasbussen
Bijkomende kosten aardgasbussen
Uitbestede werkzaamheden
Afschrijvingen chipkaart apparatuur
Uitbestede werkzaamheden o.m. Stedenbaan
Subsidies en bijdragen (BDU)
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Totaal lasten programma mobiliteit
65.312.054
2.468.889
530.159
13.273.620
172.323
1.228.021
620.625
456.175
38.532.593
6.139.410
1.680.804
209.435
214.969.992
1.178.182
27.283.848
2.912.696
2.689.474
100.005
894.762
179.184.224
726.801
280.282.046
130.912.300
2.393.300
494.200
20.000.000
0
2.180.000
399.400
450.000
93.000.000
10.000.000
1.739.500
255.900
162.448.600
1.484.000
0
0
75.000
8.000.000
0
802.300
151.000.000
1.087.300
293.360.900
119.709.654
2.398.874
458.202
25.800.405
145.840
1.891.493
451.510
448.096
67.788.055
16.494.880
1.575.622
Totaal baten programma mobiliteit
Nadelig saldo programma mobiliteit 280.010.651
271.395
293.082.300
278.600
284.082.807
278.601
Programmarekening
72
214.132
166.694.299
1.289.679
0
2.912.500
96.166
2.952.917
100.004
798.659
157.735.879
808.495
284.361.408
Baten programma Mobiliteit
bedragen in euro’s
Progr.
Omschrijving
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
2.1
2.2
Verkeer
Compensatie salarislasten
Rentetoevoeging MOB
Rentetoevoeging BOR
Inkomensoverdrachten Inkomensoverdrachten Rijk (BDU)
Inkomensoverdrachten Rijk (BOR)
Inkomensoverdrachten Rijk (Bereik!)
Inkomensoverdrachten gemeenten (Bereik!)
Inkomensoverdrachten gemeenten (OV-bureau Randstad)
Inkomensoverdrachten provincie (Bereik!)
Inkomensoverdrachten provincie (OV-bureau Randstad)
Overige inkomensoverdrachten gemeenten (MOB-fonds)
Overige inkomensoverdrachten (Bereik!)
Overige inkomensoverdrachten (SKVV)
Overige inkomensoverdrachten (BOR)
Overige inkomensoverdrachten (OV-bureau Randstad)
Overige inkomensoverdrachten (doorberekende kosten)
Afrekening subsidies en bijdragen voorgaande jaren
Openbaar vervoer
Overige inkomensoverdrachten Inkomensoverdrachten van het Rijk
Overige inkomensoverdrachten (Stedenbaan)
Inkomensoverdrachten Rijk (Stedenbaan)
Inkomensoverdrachten provincie (Stedenbaan)
65.120.479
0
415.511
0
3.178.013
42.429.819
6.719.994
721.530
0
0
395.425
103.125
9.325.311
111.067 1.360.219 0
353.050
0
7.415
214.890.172
2.495.898 211.499.512
557.763
0
336.999
134.081.300
43.100
0
0
5.500.000
105.133.900
10.000.000
154.100
268.300
0
0
47.500
9.581.700
1.757.600
1.149.500
0
402.500
43.100
0
159.001.000
2.000.000
156.198.700
205.900
596.400
0
119.431.052
18.738
0
5.154
7.195.281
82.291.314
14.757.522
127.793
0
0
172.255
45.764
9.653.337
1.591.446
1.123.843
0
402.331
0
3.730
Totaal baten programma mobiliteit
280.010.651
293.082.300
284.082.807
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
166.694.300
6.097.813
159.797.828
189.169
609.490,65
0
73
Lasten programma Zorg
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
Jeugdzorg
Personeelslasten
Subsidies en bijdragen (VWS-taken)
Subsidies en bijdragen (Justitietaken)
Afrekening subsidies voorgaande jaren
Uitbestede werkzaamheden
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
RAS
Personeelslasten
Subsidies en bijdragen
Subsidies en bijdragen cultuurwerker
Uitbestede werkzaamheden
RAS projecten
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Totaal lasten programma zorg
106.527.664
515.994
84.645.183
21.167.013
0
0
199.474
2.434.934
53.231
2.341.647
21.758
2.139
0
16.159
108.962.598
110.134.800
557.800
87.200.000
22.100.000
0
72.000
205.000
368.200
0
0
0
8.200
360.000
0
110.503.000
110.651.845
548.491
86.988.324
22.331.266
517.226
44.123
222.415
Totaal baten programma zorg
Nadelig saldo programma zorg
108.766.453
196.145
110.228.800
274.200
110.768.515
245.474
Programmarekening
3.1
3.2
74
362.144
0
0
0
2.598
359.546
0
111.013.989
Baten programma Zorg
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
3.1
3.2
Jeugdzorg
Rentebaten
Overdrachten van het Rijk (J&G)
Overdrachten van het Rijk (Justitie)
Bijdrage van het ministerie van VWS in de bestuurskosten
Afrekening voorgaande jaren
Overige inkomensoverdrachten
Overige inkomensoverdrachten (bijdrage van de provincie Zuid-Holland
en de gemeente Den Haag voor bestuurskosten)
RAS
Afrekening voorgaande jaren
Bijdrage van de provincie Zuid-Holland Bijdrage van de provincie in de bestuurskosten
Bijdrage van de provincie in de kosten van de cultuurwerker
106.327.806
24.011
83.157.535
21.167.013
200.000
1.419.607
44.030
315.610
2.438.647
0
2.341.647
75.000
22.000
109.868.800
0
85.577.500
22.100.000
250.000
1.622.500
0
318.800
360.000
0
360.000
0
0
110.406.371
0
85.866.444
22.331.266
250.000
1.639.106
0
319.555
Totaal baten programma zorg
108.766.453
110.228.800
110.768.515
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
362.144
0
362.144
0
0
75
Lasten programma Economie
Progr.
Omschrijving
Programmarekening
4.1
76
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
Economie
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden
Subsidies en bijdragen
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Bijdrage gemeentelijke cultuurwerker
Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Totaal lasten programma economie
1.802.263
843.569
425.642
166.953
366.099
1.802.700
889.300
328.000
216.700
346.700
1.662.114
790.124
291.171
216.700
342.119
1.802.263
22.000
1.802.700
1.662.114
Totaal baten programma economie
Nadelig saldo programma economie
348.113
1.454.150
323.600
1.479.100
343.941
1.318.172
22.000
Baten programma Economie
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
4.1
Economie
Overige inkomensoverdrachten (detachering) Overige inkomensoverdrachten Overige inkomensoverdrachten (werkgelegenheidsregister Haaglanden) Bijdrage provincie cultuurwerker
348.113
111.950
17.314
218.849
0
323.600
87.600
0
214.000
22.000
343.941
86.871
13.351
221.719
22.000
Totaal baten programma economie
348.113
323.600
343.941
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
77
Lasten programma Milieu
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
Algemeen
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden RSP-balans
Uitbestede werkzaamheden Klimaat en Energie
Uitbestede werkzaamheden Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Luchtkwaliteit
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden Luchtkwaliteit
Subsidies en bijdragen
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Externe veiligheid
Personeelslasten
Subsidies en bijdragen
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Totaal lasten programma milieu
798.862
462.230
0
100.740
65.431
170.461
1.039.281
127.495
253.193
580.088
78.505
454.592
124.506
265.488
64.598
2.292.735
810.000
471.700
0
95.000
70.000
173.300
854.400
103.700
100.000
600.000
50.700
447.600
269.700
116.600
61.300
2.112.000
1.141.904
114.856
79.092
900.742
47.214
Totaal baten programma milieu
Nadelig saldo programma milieu
1.342.447
950.288
1.235.600
876.400
1.516.766
839.610
Programmarekening
5.1
5.2
5.3
78
806.358
474.481
0
54.162
91.077
186.638
408.113
276.108
69.622
62.383
2.356.375
Baten programma Milieu
Progr.
Omschrijving
5.1
5.2
5.3
Algemeen
Overige inkomensoverdrachten Klimaat en Energie
Overige inkomensoverdrachten
Totaal baten programma milieu
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
84.307
1.200
83.107
88.000
0
88.000
89.048
0
89.048
Luchtkwaliteit
Rente
Overige inkomensoverdrachten
813.281
12.112
801.169
700.000
0
700.000
979.834
0
979.834
Externe veiligheid
Projectsubsidie
444.859
444.859
447.600
447.600
447.884
447.884
1.342.447
1.235.600
1.516.766
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
79
Lasten programma Ruimte
Programmarekening
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
6.1
6.2
6.3
6.4
6.5
Ruimtelijke ontwikkeling
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden
Uitbestede werkzaamheden Water
Subsidies en bijdragen (Zwethzone)
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Groen
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden
Uitbestede werkzaamheden (Hof van DelflandD)
Bijdrage Nationale Databank Flora en Fauna
Subsidies en bijdragen Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Water
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden
Subsidies en bijdragen
Doorberekende kosten bestuursapparaat (bijlage 1)
Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Europa
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden
Doorberekende kosten
Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Financiering woningbouw
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden
Subsidies en bijdragen Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Totaal lasten programma ruimte
1.497.348
325.731
105.808
0
953.425
112.384
814.568
303.225
35.920
65.000
37.950
254.475
117.998
181.670
137.979
1.035
0
42.656
3.163.400
375.500
90.000
71.000
2.500.000
126.900
1.689.500
351.800
90.000
40.000
40.000
1.039.400
128.300
0
0
0
0
0
0
0
0
0
138.200
73.400
20.000
44.800
121.250
72.731
6.485
42.034
589.061
45.982
0
523.496
19.583
3.012.400
47.500
0
2.944.600
20.300
3.012.137
48.818
0
2.944.380
18.939
3.082.647
8.003.500
6.916.531
Totaal baten programma ruimte
Nadelig saldo programma ruimte 2.621.253
461.394
6.661.900
1.341.600
6.198.460
718.071
80
2.666.437
401.982
169.077
66.492
1.894.611
134.275
1.116.707
300.446
41.911
69.245
38.860
542.982
123.263
0
0
0
0
0
Baten programma Ruimte
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
6.1
6.2
6.3
Ruimtelijke ontwikkeling
Overige inkomensoverdrachten
Overige rente
Overdrachten van het rijk
Overdrachten van het Rijk inzake Zwethzone Groen
Overige rente
Overige inkomensoverdrachten gemeenten
(Fonds Groen Haaglanden)
Financiering woningbouw
Overige rente
Overige inkomensoverdrachten gemeenten 999.987
0
9.696
0
990.291
1.032.205
4.205
1.028.000
589.061
22.903
566.158
2.610.300
110.300
0
0
2.500.000
1.039.400
0
1.039.400
3.012.200
15.000
2.997.200
2.146.923
91.372
0
0
2.055.551
Totaal baten programma ruimte
2.621.253
6.661.900
6.198.460
1.039.400
0
1.039.400
3.012.137
856
3.011.281
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
81
Lasten programma Wonen
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
Wonen
Personeelslasten
Uitbestede werkzaamheden
Doorberekende kosten bestuursapparaat Zie kostenplaatsen en kostenverdeelstaat (bijlage 1)
Vrijval verplichtingen BWS
Totaal lasten programma wonen
5.131.926
481.414
508.944
236.758
3.904.810
5.131.926
912.300
509.900
196.500
205.900
0
912.300
796.991
450.538
123.830
217.560
Totaal baten programma wonen
Saldo programma wonen
4.169.469
962.457
22.700
889.600
19.459
777.532
Programmarekening
7.1
82
5.063
796.991
Baten programma Wonen
Progr.
Omschrijving
bedragen in euro’s
Werkelijke uitkomst
2012
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
7.1
Wonen
Overige inkomensoverdrachten
BWS rente reserve BWS
Overige inkomensoverdrachten van het Rijk
Vrijval en correctie verplichtingen BWS
4.169.469
51.674
17.545
198.100
3.902.150
22.700
22.700
0
0
0
19.459
19.459
0
0
0
Totaal baten programma wonen
4.169.469
22.700
19.459
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
83
Lasten programma Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Progr.
Omschrijving
Werkelijke uitkomst
2012
bedragen in euro’s
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
Financiering
Overige rente
Doorberekende rente
Niet in te delen lasten
Interne bijdragen en doorberekeningen t.b.v. reserves
Saldo kostenplaats automatisering
Saldo kostenplaats huisvesting
Saldo kostenplaats P&O
510.249
4.266
505.983
0
80.939
41.862
39.077
0
277.500
15.000
260.000
2.500
389.100
75.000
39.100
275.000
Totaal lasten financiering en algemene dekkingsmiddelen
591.188
666.600
Programmarekening
8.1
8.2
84
856
0
856
0
372.104
44.452
39.077
288.574
372.959
Baten programma Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Progr.
Omschrijving
Werkelijke uitkomst
2012
8.1
8.2
Financiering
Rente rekening-courant
Overige rente
Doorberekende rentebaten
Bijdragen van de deelnemende gemeenten
Zie voor de berekening van de bijdrage per deelnemende gemeente bijlage 3
Interne bijdragen en doorberekeningen t.b.v. reserves
Opslag salarislasten wachtgeldfonds
Saldo kostenplaats facilitaire zaken
Totaal baten financiering en algemene dekkingsmiddelen
Totaal lasten financiering en algemene dekkingsmiddelen
Voordelig saldo financiering en algemene dekkingsmiddelen
bedragen in euro’s
Begroting Werkelijke uitkomst
voor 2013
2013
7.222.549
40.947
1.352.615
13
5.828.974
280.401
280.401
0
7.502.950
591.188
6.911.762
6.079.200
5.000
400.000
0
5.674.200
1.206.500
206.500
1.000.000
7.285.700
666.600
6.619.100
6.091.683
2.057
364.175
0
5.725.450
Toevoegingen
Reserve wachtgeldfonds
Reserve BWS
Reserve realisatie woonvisie
Reserve fonds Groen Haaglanden
Reserve Vinac Eigen Bouw
Reserve Waterkader
Reserve huisvesting
Verwerking resultaat 2012
Reserve Hof van Delfland
Reserve kennisalliantie
Reserve Investor Relations (WFIA)
Reserve cultuurhistorisch onderzoek
Reserve transitie Zorg
Reserve mobiliteitsbevorderende opleidingen/trainingen
Reserve afbouw organisatie
Egalisatiefonds
398.875
17.545
20.000
1.032.205
178.100
0
0
25.000
50.000
0
25.000
0
100.000
0
1.121.171
2.967.896
206.500
0
0
0
0
59.300
1.000.000
0
0
49.000
0
50.000
0
250.000
688.700
2.303.500
396.742
0
0
1.039.400
0
59.300
1.000.000
Onttrekkingen
Reserve wachtgeldfonds
Reserve BWS Reserve fonds Groen Haaglanden
Reserve automatisering
Reserve huisvesting
Reserve realisatie woonvisie
Reserve kennisalliantie
Reserve cultuurhistorisch onderzoek
Reserve Hof van Delfland
Reserve Vinac Eigen Bouw
Reserve Investor Relations (WFIA)
Reserve transitie zorg
Reserve mobiliteitsbevorderende opleidingen
Reserve afbouw Stadsgewest Haaglanden
Verwerking resultaat 2012
Egalisatiefonds: saldo resultaat
599.361
59.633
254.475
41.862
39.077
381.000
50.000
5.000
0
1.000
0
0
0
0
1.321.171
2.752.579
206.100
125.400
0
75.000
39.100
45.000
0
0
0
12.500
49.000
42.000
75.000
200.000
1.037.700
1.906.800
1.037.700
2.479.153
Voordelig saldo financiering na bestemming
6.696.445
6.222.400
5.841.900
1.177.166
177.166
1.000.000
7.268.849
372.959
6.895.889
Mutaties in reserves
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
0
49.000
0
50.000
0
250.000
688.700
3.533.142
358.812
68.722
542.982
44.452
39.077
37.334
0
0
0
12.500
49.000
0
81.448
207.126
85
Hoofdstuk 8
Toelichtingen
8.1 Staat van herkomst en besteding van middelen
Liquiditeitspositie per 31 december 2013
bedragen x 1.000 euro’s
31-12-201331-12-2012
Op korte termijn beschikbaar
Liquide middelen en deposito’s
Overige vlottende middelen
231.613
28.193
259.806
177.298
22.978
200.276
Af: Schulden op korte termijn
Werkkapitaal
Vastgelegde middelen
262.120
-2.313
20.281
17.968
279.473
-79.197
95.450
16.253
Gefinancierd met
Eigen vermogen
Het werkkapitaal is in het verslagjaar toegenomen met 17.968
76.884
Toelichtingen
Dit is nader te specificeren in de volgende staat
van herkomst en besteding van middelen
86
Herkomst van middelen
Toename overlopende activa
Toename liquide middelen
Vermeerdering verplichting BWS
Afname vlottende passiva
Per saldo herkomst
873
54.315
0
17.354
72.542
Besteding van middelen
Afname vlottende activa
Per saldo besteding
-4.342
-4.342
Per saldo toename werkkapitaal
76.884
16.253
8.2 Waarderingsgrondslagen
Vaste activa
In het kader van de bezuinigingen 2011-2014 zijn per 2011 de afschrijvings­
termijnen voor meubilair (van 10 naar 12 jaar) en automatiseringsapparatuur (van
3 naar 5 jaar) verlengd. De investeringen van vaste activa worden in het jaar van
ingebruikname geactiveerd en ingaande het eerste volle jaar lineair afgeschreven in:
cc 12 jaar - de bureau-inrichting;
cc 5 jaar - voertuigen en telefooninstallatie, automatiseringsapparatuur en
-programmatuur;
cc 5 jaar - OV chipkaart apparatuur.
De in voorgaande jaren opgebouwde reserve automatisering wordt ingaande 2011
afgebouwd in 5 jaar.
Personenbussen voor het openbaar vervoer
In verband met de gunning van de concessie voor het personenvervoer in de
stad aan HTMbuzz heeft in december 2012 de (door)levering plaatsgevonden van
stadsbussen van HTM, via het Stadsgewest aan HTMbuzz. Ten gevolge van de door
het Rijk opgelegde bezuinigingen op het openbaar vervoer is de dienstregeling
aangepast. Hierdoor waren twintig bussen minder benodigd. Deze bussen zijn
eigendom van het Stadsgewest. Getracht is de bussen aan andere OV-bedrijven
te verkopen, maar dat is in 2013 niet gelukt. De bussen zijn in deze jaarrekening
afgewaardeerd ten laste van het exploitatie budget Openbaar Vervoer.
Vorderingen
De vorderingen zijn voor de nominale waarde opgenomen, voor zover van
toepassing zijn vorderbare renten toegerekend.
BTW-compensatiefonds
Ingaande 1 januari 2003 is de Wet BTW-compensatiefonds (BCF) in werking
getreden. Dit bepaalt dat de betaalde omzetbelasting voor activiteiten die
voortkomen uit de wettelijke taken, voor een vooraf afgesproken percentage (thans
geheel) gecompenseerd kunnen worden uit het compensatiefonds. Bij het van kracht
worden van de wet is een brief aan de Belastingdienst verzonden, waarin gesteld
is dat alle taken van het Stadsgewest, behoudens de aanleg van railinfra, wettelijke
taken zijn. Over de jaren tot en met 2012 is een definitieve beschikking ontvangen,
maar de laatste controle van de Belastingdienst betrof de aangifte over 2003. Bij
controle kunnen afwijkingen van de beschikkingen worden geconstateerd. Omdat
de aangiften volledig verwerkt zijn in het resultaat over de betreffende jaren kan een
afwijkende vaststelling een correctie op het rekeningresultaat betekenen.
Belegging BOR-fonds
Per 5 februari 2003 werd een overeenkomst met BNG Vermogensbeheer (BVB)
gesloten voor de belegging van het BOR-fonds. Basis voor de belegging is een
liquiditeitenplanning. Het beheer voldoet aan de wettelijke voorschriften (Wet
financiering decentrale overheden). De toevoegingen en onttrekkingen worden
vooraf gemeld aan BVB, zodat voldoende liquiditeiten aanwezig zijn om de
verplichtingen van het fonds na te komen. De opbrengsten worden, behoudens
de hiervoor genoemde onttrekkingen, herbelegd. Op de balans wordt de nominale
waarde van de stortingen weergegeven, waarbij de waarde per ultimo als toelichting
wordt opgenomen.
Schulden
De schulden worden voor de nominale waarde opgenomen.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
87
Liquide middelen
De liquide middelen zijn nominaal gewaardeerd. De op daggeld en deposito
berekende rente is toegevoegd.
Egalisatiefonds
Dit fonds is ingesteld voor de egalisatie van het exploitatiesaldo. Toevoegingen en
bestemmingen vinden plaats op basis van een besluit van het algemeen bestuur.
Op 17 februari 2010 heeft het algemeen bestuur een bandbreedte bepaald van
€ 5 miljoen tot € 10 miljoen waarbinnen de reserve zich, afhankelijk van de
aanwezige risico’s, kan bewegen. Totdat de ondergrens van € 5 miljoen is bereikt,
wordt een eventueel voordelig exploitatiesaldo geheel toegevoegd aan deze reserve.
Grondkostenfonds
Gedurende de looptijd van het Vinex-convenant worden door het Rijk en de
gemeenten bedragen gestort in het Grondkostenfonds. Uit dit fonds worden
subsidies verstrekt voor onrendabele plannen op basis van de verwachte voortgang.
Daarbij wordt de werkelijke voortgang van het voorgaande jaar verrekend. Daarnaast
wordt rente toegerekend. Ontvangsten en uitgaven zijn jaarlijks niet gelijk. Dit
verklaart het saldo op deze post. Het fonds zal in 2014 op nul of mogelijk met een
licht positief eindsaldo worden geliquideerd.
Resultaatbepaling
Ontvangsten en uitgaven worden ten gunste c.q. ten laste gebracht van het jaar
waarin de prestatie is geleverd. Voor subsidieverstrekkingen wordt de volgende
toerekening gemaakt:
cc exploitatiesubsidies worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben;
cc bij projectsubsidies wordt de voorschotbetaling verantwoord in het jaar van
betaling en de eindafrekening in het jaar van de beschikking.
Renten worden toegerekend aan het jaar waarin het tegoed c.q. de schuld rente heeft
gekweekt.
Toelichtingen
Ten behoeve van de gemeenschappelijke kosten zoals opleidingen, huisvesting,
automatisering, financiën, communicatie en archief wordt in de begroting een
kostenverdeling gemaakt op basis van sleutels. Namelijk op basis van verwerkte
facturen voor financiën en op basis van personen voor de overige kosten. In de
jaarrekening worden de gemaakte kosten zo veel mogelijk verantwoord op de
desbetreffende functie. Zo worden de studiekosten van de deelnemers geboekt op het
programma waar die medewerker werkzaamheden verricht. Bovendien worden de
gemeenschappelijke kosten toegerekend op basis van de in de begroting gehanteerde
sleutels. Dit kan leiden tot over- en onderschrijdingen op een programma. Deze
(technische) verschillen worden niet nader in de analyse verklaard.
88
8.3 Toelichting op de balans
Materiële vaste activa
Investeringen met een economisch nut
Apparatuur chipkaart
€ 215.527
Ingaande 1 november 2010 is bij HTM het gebruik van de chipkaart voor het
reizen met openbaar vervoer mogelijk. Bij Veolia en RET was dit al eerder het
geval. Hiervoor zijn trams en bussen voorzien van kaartlezers. Er bestaan diverse
mogelijkheden om de in omloop zijnde OV-chipkaarten op te waarderen. Een
daarvan is het opladen via zogenaamde Afhaal- en Verkoopmachines (AVM’s). Per
ultimo 2010 heeft het Stadsgewest 71 machines en in 2011 nog eens 29 machines
met randapparatuur aangeschaft en deze zijn bij wederverkopers in de regio
geplaatst. De apparaten zijn gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs onder aftrek van
de afschrijving. De afschrijving wordt over 5 (volle) jaren verspreid.
bedragen in euro’s
Apparatuur Chipkaart
Saldo per 1 januari 2013 (100 machines)
Afschrijving 2013
Saldo per 31 december 2013 Kantoorautomatisering Deze post bestaat uit:
315.531
-100.004
215.527
€ 190.155
bedragen in euro’s
Kantoorautomatisering
Automatiseringsapparatuur
Telefooncentrale
Financieel pakket
Plannings- en reserveringspakket
Totaal
253.380
71.426
34.850
17.955
377.611
Afschrijvingen tot het dienstjaar
Afschrijving 2013
Saldo per 31 december 2013 118.157
69.299
190.155
Meubilair
€ 21.464
De hier genoemde investeringen zijn alle in het jaar 2011 gedaan.
bedragen in euro’s
Meubilair
Saldo per 1 januari 2013 Afschrijving
Saldo per 31 december 2013
25.756
4.293
21.464
Vergaderinstallatie € 11.574
In 2012 zijn de projectoren en aanvullende apparatuur van de vergaderzalen
vernieuwd.
bedragen in euro’s
Vergaderinstallatie
Saldo per 1 januari 2013 Afschrijving 2013
Saldo per 31 december 2013
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
14.468
2.893
11.574
89
Financiële vaste activa
Beleggingen BOR
€ 19.842.467
Per 5 februari 2003 heeft het Stadsgewest, conform bestuursbesluit, de belegging
van de gelden van het BOR-fonds aan BNG Vermogensbeheer (BVB) opgedragen.
Conform het contract wordt elk kwartaal een rapportage ontvangen en met de
belegger besproken. Gebleken is dat alle transacties in het verslagjaar voldoen aan de
voorwaarden die de wet Fido (Ruddo 2009) en het Stadsgewest stellen.
In overleg met de belegger werd de liquiditeitsprognose verder bijgesteld. Per
ultimo 2013 bedroeg de beurswaarde van deze beleggingen € 86.711.811, zodat een
waardestijging van € 66.869.344 werd behaald. Het rendement over 2013 bedroeg
1,95% (2012 was 5,28%). Omgerekend naar totaalrendement vanaf 2003 op basis
van de gemiddelde belegging bedroeg deze 33,2%. De belegging staat op de balans
nominaal gewaardeerd. Opbrengsten worden direct weer belegd, rekening houdend
met het liquiditeitsschema en nadere afspraken.
De waardering van de beleggingen door de erkende rating-bureaus was op
balansdatum 17,7% AAA (triple A) en 82,3% AA (double A). In het verslagjaar
behoefden geen afwaarderingen plaats te vinden.
Rating hoofdniveau
Rating detailniveau
17,7%
82,3%
17,7%
AAA
AA
82,3%
AAA
AA-
Landenverdeling
Sectorverdeling
17,7%
82,3%
Financieel
Liquiditeiten
100,0%
Toelichtingen
90
Nederland
bedragen in euro’s
Belegging BNG Vermogensbeheer
Belegging
Saldo per 1 januari 2013 Opnames
Saldo per 31 december 2013
91.956.263
72.113.796
19.842.467
Voorraden
Voorraad aardgasbussen
€0
Ingaande 9 december 2012 is de busconcessie, na een openbare aanbesteding,
gegund aan HTMbuzz. Conform het bestek zijn daarbij de voor de exploitatie
benodigde 115 bussen overgedragen aan de nieuwe concessiehouder. Vanwege de
doorgevoerde bezuinigingen waren voor deze exploitatie twintig bussen minder
benodigd dan destijds door HTM zijn aangekocht. Door onze verplichting alle
bussen van de voorgaande exploitant over te nemen, bleven deze bussen als
voorraad bij het Stadsgewest. De producent van de bussen werd gevraagd deze
overtollige voorraad op de markt te zetten. Er zijn gesprekken gevoerd met potentiele
kopers, maar deze hebben geen resultaat opgeleverd. Voorzichtigheidshalve waren de
bussen per 31 december 2012 gewaardeerd op de helft van de verkrijgingsprijs.
In 2013 is de andere helft afgewaardeerd. Het verschil tussen de verkoopopbrengst
en de boekwaarde wordt verrekend met het Mobiliteitsfonds.
Vlottende activa
Vorderingen
€ 21.944.368
Het saldo van de post vorderingen is als volgt samengesteld:
bedragen in euro’s
Vorderingen
Gemeenten
Overige publiekrechtelijke lichamen
Totaal 1.493.464
1.040.262
2.533.726
Vorderingen BTW compensatiefonds
Te vorderen omzetbelasting Totaal openbare lichamen 18.976.432
-60.016
21.450.142
Overige (bedrijfsleven)
Vorderingen op personeel
489.672
4.554
494.226 Totaal
21.944.368
De post vorderingen heeft de volgende ouderdom
Uit 2009
Uit 2010
Uit 2012
Uit 2013
Totaal
16.183
61.354
4.205
21.809.664
21.944.368
In het saldo debiteuren is geen voorziening voor dubieuze posten opgenomen.
Nog te ontvangen opbrengsten
€ 6.214.129
Hierin zijn onder meer begrepen de afrekening van de exploitatie RegioTaxi voor een
bedrag van € 2.158.053, het nog te ontvangen bedrag voor OV exploitatie van
€ 1.895.053 en de van de provincie te ontvangen EFRO subsidie voor € 297.591.
Vooruitbetaalde kosten en vooruit ontvangen facturen
€ 34.775
Deze post betreft onder meer de vooruitbetaalde bijdrage 2014 aan de VNG
(€ 13.385) en een bedrag van € 11.787 voor de licentieovereenkomst Stadsgewest
Haaglanden, Den Haag en Delft 2014.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
91
Liquide middelen
Deze post is als volgt opgebouwd:
€ 231.613.102
bedragen in euro’s
Liquide middelen
ING in bedrijf rekening
ING spaarrekening
RC Schatkistbankieren BNG
BOR
LIRA
Kas
Totaal
751
147
229.019.088
2.465.686
94.471
32.408
551
231.613.102
Kredietfaciliteit BNG bank
Het Stadsgewest heeft bij de BNG een rekening-courantlimiet van € 10.000.000.
Deze liquide middelen staan ter vrije beschikking van het Stadsgewest Haaglanden.
In het verslagjaar behoefde van deze kredietfaciliteit geen gebruik te worden
gemaakt.
Met ingang van half december 2013 zijn decentrale overheden verplicht hun
overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Hiertoe is met de staat een
rekening-courantovereenkomst gesloten.
Eigen vermogen
Reserves
Algemene reserve
Egalisatiefonds
€ 4.978.558
Het Stadsgewest Haaglanden beschikt over een egalisatiefonds. De middelen van
dit fonds dienen ter dekking van een eventueel door bijzondere omstandigheden
ontstaan tekort op de exploitatierekening. Gezien de in de paragraaf
Weerstandsvermogen vermelde risico’s is het fonds te gering: uitgaande van de
opstelling in deze paragraaf zou, uitgaande van een going-concern tussen de
€ 5 miljoen en € 10 miljoen als weerstandsvermogen aanwezig moeten zijn.
Gegeven het voornemen het Stadsgewest per 1 januari 2015 op te heffen zijn
frictiekosten te verwachten. Deze zijn afhankelijk van de doorstroming van
personeel naar ander werk bij gemeenten of bij de MRDH en afhankelijk van de
kosten van afkoop van contracten. Bij de vaststelling van de jaarrekening was
over de toekomst nog geen (definitief) besluit genomen, zodat nog geen specifieke
reorganisatievoorziening is gevormd.
Het bestuur heeft op 17 februari 2011 besloten het weerstandsvermogen op
het benodigde peil te brengen door toevoegingen uit toekomstige exploitatie­
overschotten. Conform de Regeling stadsgewest Haaglanden 1995 blijven
de gemeenten aansprakelijk voor rekeningtekorten die het egalisatiefonds
overschrijden. Het verloop op deze post is als volgt:
Toelichtingen
bedragen in euro’s
Egalisatiefonds
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging rekeningresultaat 2012 Saldo per 31 december 2013 4.289.858
688.700
4.978.558
Onverdeeld resultaat 2012
€ nihil
Het onverdeeld voordelig resultaat over het boekjaar 2012 bedroeg € 1.037.700 en is,
conform het besluit van het algemeen bestuur van 10 juli 2013 in het verslagjaar als
volgt verdeeld:
92
bedragen in euro’s
Onverdeeld resultaat 2012
Saldo per 1 januari 2013
Financiering van de afbouworganisatie
Investor relationsprogramma
Transitie Jeugdzorg
Toevoeging aan de egalisatiereserve
Totaal
Saldo per 31 december 2013
1.037.700
250.000
49.000
50.000
688.700
1.037.700
nihil
Nog te bestemmen resultaat 2013
€ 660.454
Het jaar kon worden afgesloten met een voordelig resultaat van € 660.454.
Het resultaat werd behaald door:
bedragen in euro’s
Nog te bestemmen resultaat 2013
Sub totaal financiering
276.789
78.914
28.726
160.928
36.790
623.529
112.068
1.040.955
-1
-1
1.317.744
-657.289
660.454
31 december 2013
31 december 2012
722.588
1.234.464
20.000
50.000
5.122.838
1.323.712
164.600
51.858
827.389
20.522
136.248
2.285.352
8.183
89.227
210.358
18.552
42.874
12.328.763
722.588
273.541
20.000
0
5.191.560
1.361.046
177.100
51.858
789.458
20.522
76.948
1.788.933
8.183
89.227
254.811
100.000
0
10.925.775
Onderschrijdingen op de programma’s
Bestuur
Zorg
Economie
Milieu
Ruimte (door achterblijvende uitgaven Groenfonds)
Wonen
Totaal overschotten
Overschrijdingen op de programma’s
Mobiliteit
Totaal tekorten
Totaal
Afwijking in mutaties in reserves
Bestemmingsreserves
Overige bestemmingsreserves
Treasurymanagement
Huisvesting
Reserve cultuurhistorisch onderzoek
Reserve transitie jeugdzorg
Reserve BWS
Realisatie woonvisie
Reserve Vinac eigen bouw
Hof van Delfland
Wachtgeldfonds
Regionaal Structuurplan
Kennis voor Klimaat
Fonds Groen haaglanden
EZ Algemeen bedrijvenonderzoek Verbetering ondersteuning primair proces
Automatisering
Mobiliteitsbevordering
Afbouw organisatie
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
93
Reserve Treasurymanagement € 722.588
De reserve is bedoeld om als het treasuryresultaat in enig jaar negatief uitvalt
deze reserve voor dekking aan te wenden. Sinds de instelling van de reserve is het
treasuryresultaat steeds positief geweest en zijn de behaalde voordelen ingezet voor
afdekking van eenmalige kosten. De reserve is in het verslagjaar niet gemuteerd.
Huisvesting
€ 1.234.464
Bij de gedwongen verhuizing van de Grote Marktstraat naar de Schedeldoekshaven
is met de verhuurder een afkoopsom voor de inrichting van het nieuwe pand
overeengekomen van €1 miljoen. Dit bedrag is toegevoegd aan de reserve
huisvesting. Het verloop van de reserve huisvesting is als volgt:
bedragen in euro’s
Huisvesting
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
273.541
1.000.000
-39.077
1.234.464
Reserve cultuurhistorisch onderzoek
€ 20.000
De reserve is gevormd uit de verdeling van het resultaat 2011 en bedoeld voor het
geven van bijdragen aan cultuurhistorisch onderzoek in de regio. In het verslagjaar
hebben geen mutaties op deze post plaatsgevonden.
Transitie Jeugdzorg € 50.000
Deze reserve is in 2013 gevormd. Er zijn nog geen onttrekkingen geweest.
BWS
€ 5.122.838
De reserve bevat het vrij besteedbare deel van de voor volkshuisvestingsdoeleinden
geoormerkte bedragen ingevolge BWS-subsidies voor het Stadsgewest. Het verloop op
deze post is als volgt:
bedragen in euro’s
BWS
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
5.191.560
-68.722
5.122.838
Het rentepercentage bedroeg in 2013 0, er heeft daarom geen rentetoevoeging
plaatsgevonden.
Toelichtingen
Reserve realisering Woonvisie € 1.323.712
Bij besluit van het bestuur van 13 april 2011 is deze reserve gevormd uit de
afrekening Vinac met als doel de monitoring en bevordering van de woningbouw in
lijn met Regionale Woonvisie. Het verloop op deze post is als volgt:
bedragen in euro’s
Reserve realisering Woonvisie
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
94
1.361.046
-37.334
1.323.712
Reserve Vinac Eigenbouw € 164.600
Het algemeen bestuur heeft bij de opheffing van het Vinacfonds besloten om
dit deel te reserveren en het voor de bestemming eigenbouw te behouden via
een stimuleringsregeling CPO. Hierdoor is de (transitorische) post ‘van derden
ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel’ overgeboekt als
bestemmingsreserve voor het bedrag van € 207.200. Er is een subsidieregeling
hiervoor ingesteld. In 2011 en 2012 heeft één gemeente zijn subsidieplafond daarin
benut (Rijswijk € 19.800). De overige acht kunnen nog steeds aanvragen doen, de
regeling heeft geen eindtermijn. In 2011 is ten laste van deze reserve nog een bedrag
van € 9.300 voor licentiekosten geboekt. In 2013 is een bedrag onttrokken ten
behoeve van de gemeente Westland.
bedragen in euro’s
Gemeente Westland
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
177.100
-12.500
164.600
Reserve Hof van Delfland
€ 51.858
In het verslagjaar hebben geen mutaties plaatsgevonden in deze reserve.
Wachtgeldfonds € 827.389
Het Stadsgewest is aansprakelijk voor het eventuele wachtgeld van medewerkers.
Deze reserve dient er toe deze aansprakelijkheid, evenals eventuele andere bijzondere
regelingen met personeel, af te dekken. In het verslagjaar werden de salarislasten
van vijf bovenformatieven verantwoord, onder aftrek van de opbrengsten uit (deels
interne) detachering. Het fonds is, conform de begroting, gevoed met een opslag van
2% over de loonsom. Het verloop is als volgt:
bedragen in euro’s
Wachtgeldfonds
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging: 2% opslag op de salarissen
Overige toevoegingen
Onttrekking: salarissen voormalig personeel en bovenformatieven
Saldo per 31 december 2013
789.458
177.166
219.576
-358.812
827.389
In de onttrekking is een bedrag van € 211.000 opgenomen voor de afkoop van de
overdracht van een personeelslid naar de Omgevingsdienst Haaglanden.
Regionaal Structuurplan Haaglanden € 20.522
In het verslagjaar hebben geen mutaties op deze post plaatsgevonden.
Waterkader ‘Kennis voor Klimaat’ Het verloop op deze post is als volgt:
€ 136.248
bedragen in euro’s
Waterkader ‘Kennis voor Klimaat’
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging Saldo per 31 december 2013
76.948
59.300
136.248
Fonds Groen Haaglanden
€ 2.285.352
Bij besluit van het algemeen bestuur van 17 februari 2010, is een bijdrage
opgenomen van € 1,00 per inwoner voor het Fonds Groen Haaglanden. Deze post
heeft voor 2013 het volgende verloop:
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
95
bedragen in euro’s
Fonds Groen Haaglanden
Saldo per 1 januari 2013
Bijdragen gemeenten
Uitgaven Saldo per 31 december 2013
1.788.933
1.039.400
-542.982
2.285.352
Van dit saldo is een bedrag van € 1.645.457 door middel van subsidiebeschikkingen
verplicht.
Overige reserves Deze post bestaat uit de reserves:
€ 369.194
bedragen in euro’s
Overige reserves
Automatisering
Verbetering ondersteuning primair proces
Mobiliteitsbevordering
Algemeen bedrijvenonderzoek
Afbouw organisatie
Totaal
210.358
89.227
18.552
8.183
42.874
369.194
Automatisering € 210.358
Ingaande 2011 wordt voor het doen van investeringen geen reserve meer gevormd
uit de exploitatie, maar worden investeringen geactiveerd en afgeschreven in het
aantal jaren verwachte levensduur. Dit heeft tot gevolg dat de in de afgelopen jaren
gevormde reserve automatisering zal vrijvallen. De vrijval zal gelijklopen met de
afschrijvingsduur van de in december 2010 aangeschafte apparatuur. Het verloop
van de reserve is als volgt:
bedragen in euro’s
Automatisering
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
254.811
-44.452
210.358
Verbetering ondersteuning van het primair proces € 89.227
In het verslagjaar hebben geen mutaties op deze post plaatsgevonden.
Toelichtingen
Mobiliteitsbevordering
€ 18.552
Uit het resultaat van 2011 is een bedrag van € 100.000 gereserveerd voor de
instelling van deze reserve. De reserve heeft ten doel de extra kosten te dekken voor
mobiliteit bevorderende maatregelen met het oog op de door de Minister van BZK
voorgenomen indiening van een wet tot opheffing van de Wgr-plus. Het verloop
van de reserve is als volgt:
bedragen in euro’s
Mobiliteitsbevordering
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
Algemeen bedrijvenonderzoek € 8.183
In het verslagjaar hebben geen mutaties op deze post plaatsgevonden.
96
100.000
-81.448
18.552
Reserve afbouw organisatie € 42.847
Deze reserve is gevormd uit het resultaat 2012 voor een bedrag van € 250.000.
In 2013 is een bedrag van € 207.126 onttrokken aan de reserve.
Reserve Investor relations €0
Deze reserve is gevormd vanuit resultaat 2012 met een bedrag van € 49.000.
Dit bedrag is ook weer onttrokken in 2013.
Vlottende passiva
Kortlopende schulden € 40.501.984
Deze post is samengesteld uit de volgende onderdelen:
bedragen in euro’s
Kortlopende schulden
1. Crediteuren gemeenten
2. Overige publiekrechtelijk lichamen
3. Overige crediteuren
Totaal crediteuren
24.506.937
6.666.441
8.533.834
39.707.211
Overige (betalingen onderweg)
Totaal kortlopende schulden
794.772
40.501.984
115.000
40.386.987
40.501.984
De post crediteuren kan op basis van ouderdom als volgt worden gespecificeerd
2007
2013
Totaal
Provincie Zuid-Holland
Provincie Noord-Holland
Ministerie van IenM-SSO/Financiën
Rijkswaterstaat Corporate Diensten
Belastingdienst
Stadsregio Rotterdam
Dienst Stadsbeheer
Gemeente Pijnacker-Nootdorp
Gemeente Westland
Gemeente Zoetermeer
Dienst stedelijke ontwikkeling
Gemeente Delft
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Gemeente Rijswijk
Arcadis Nederland BV
KWS Infra bv
HTM exploitatie
BAM Wegen Regio West
ABP
Connexxion Taxi Services
OnderwijsAdvies
Ministerie V en W Stadsregio Rotterdam
Royal Haskoning DHV
Omgevingsdienst Haaglanden
Overig
Totaal Crediteuren
Betalingen onderweg
Totaal kortlopende schulden
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
5.507.893
376.591
135.957
553.805
92.195
148.589
3.833.579
2.010.240
977.621
24.249
9.258.414
1.077.061
318.046
6.564.054
282.819
624.912
3.252.640
136.772
119.964
861.372
170.017
1.533.220
115.000
101.736
52.933
1.577.532
39.707.211
794.776
40.501.984
97
Op het moment van het opstellen van de jaarrekening waren alle facturen uit 2013 betaald.
Te betalen kosten
€ 16.860.792
bedragen in euro’s
Te betalen kosten
OV Vaststellingen
Vaststellingen subsidies RAS
Project AROV
Zwethzone
Project INFRA
Overig
Totaal
Vooruit ontvangen bedragen 3.470.285
467.808
954.913
1.202.641
8.815.000
1.950.145
16.860.792
€ 6.931.710
bedragen in euro’s
Vooruit ontvangen bedragen
Bijdrage aan OV-bureau
Mijlpaal 1B
Overig
Totaal
Van derden ontvangen voorschotbedragen
met een specifiek bestedingsdoel
82.645
6.372.794
476.271
6.931.710
€ 197.822.111
bedragen in euro’s
Van derden ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel
Toelichtingen
BOR-fonds Stadsgewestelijk Grondkostenfonds
Mobiliteitsfonds Fonds Luchtkwaliteit
Warmtenet
Jeugdhulpverlening Jeugdhulpverlening Vliegwiel I en II
Jeugdhulpverlening RAS
Jeugdhulpverlening provinciale middelen
Verkeersveiligheid Westland
Ontwikkelingsfonds Zwethzone
Vervoersautoriteit
Bereik!
SkVV
Tarievenbureau OV
DVM Zuidvleugel
Wonen ++
Regionale uitvoer ISV geluid
OV-bureau Randstad
Taskforce mobiliteitsmanagement Stedenbaan
Waterkader
Totaal
37.790.767
2.308
146.923.715
3.417.552
38.540
6.141.608
0
110.156
89.787
0
1.032.873
8.201
981.421
503.845
46.367
343.000
10.420
192.484
107.928
49.443
13.286
18.412
197.822.111
Bij Koninklijk Besluit van 10 juli 2007 is het Besluit begroting en verantwoording
provincies en gemeenten (BBV) gewijzigd. Eén van de wijzigingen is dat de voorheen
als voorzieningen van derden met een specifieke aanwending gerubriceerde
posten nu vallen onder de vlottende passiva. Artikel 49 b geeft hiervoor de
omschrijving “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen
voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen
98
ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”. Deze voorschotten zijn
ontvangen van het Rijk, de provincie en de gemeenten. Onderstaand is deze post
gespecificeerd naar afzonderlijke bestedingsdoelen.
Aan de balanspost worden de ontvangen voorschotten toegevoegd, terwijl de in de
exploitatie verantwoorde bestedingen aan het passief worden onttrokken.
Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR) € 37.790.767
Op 12 oktober 2000 is samen met de bestuursovereenkomst BOR het convenant
regiofonds BOR getekend. In het convenant is vastgelegd, dat het Stadsgewest
Haaglanden fondsbeheerder zal zijn. Het fonds omvat een inleg van regionale
partijen (gemeenten, provincie en het Stadsgewest) van in totaal ruim 285 miljoen
euro. In 2006 en 2010 heeft het Rijk extra toezeggingen gedaan voor stortingen
in het fonds. De eerste tranche van 3,3 miljoen euro is door het Stadsgewest in
2007 gestort. De verdubbeling van het Rijk heeft plaatsgevonden in 2009. Voor de
tweede tranche zal de stadsregio Rotterdam als administratiekantoor dienen. Het
Stadsgewest Haaglanden heeft zijn bijdrage van 6 miljoen euro in 2009 overgemaakt.
Vervolgens zal de stadsregio Rotterdam de beschikkingen afgeven. De realisatie van
de projecten blijft achter bij de planning. In 2010 en 2011 zijn extra inspanningen
geleverd voor ondersteuning aan gemeenten om knelpunten op te lossen.
De rente op de storting van het Rijk wordt toegevoegd aan de post onvoorzien
van het fonds en gebruikt voor de jaarlijkse indexering. De rente zal pas worden
gerealiseerd bij de executie van de beleggingsportefeuille. Voor een tijdelijk
overschot in liquiditeiten wordt, als de markt daarvoor gunstig is, een deposito
geplaatst. Deze rente wordt direct toegevoegd aan het fonds.
Het ministerie van IenM heeft als einddatum voor de declaratie van projecten
31 december 2011 vastgesteld. Hierop is voor negen projecten uitstel verleend.
Deze negen projecten zijn: Rotterdamsebaan, OV-knoop Delft/Spoortunnel Delft,
Masterplan stations gebied Voorburg, Wateringveldsepolderweg, Fietstunnel Den
Deyl, Fietsbrug over het Rijn-Schiekanaal/Vliet, Reconstructie Beatrixlaan en
Haagweg, Tuindersweg en Quick Wins 1e tranche. Hierover wordt jaarlijks aan het
ministerie gerapporteerd.
In 2012 heeft het ministerie nogmaals uitstel verleend voor de Quick Wins 1e
tranche in verband met het mislukken van de aanbesteding. De overige projecten
liggen op planning.
bedragen in euro’s
Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR)
Saldo per 1 januari 2013
52.383.788
Toevoegingen
Bereik Rente schatkistbankieren Totaal inkomsten
4.430
5.154
9.584
Uitgaven
Rotterdamsebaan
Verbreding Prinses Beatrixlaan
Kosten BNG, beheerloon en bet. verkeer
Verlengde Oosterheemlijn
Fietstunnel Den Deijl
Dris Totaal uitgaven
Eindsaldo 31 december 2013
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
11.822.037
1.211.230
145.840
803.390
37.817
582.291
14.602.605
37.790.767
99
Grondkostenfonds € 2.308
Het Grondkostenfonds is destijds ingesteld om de gecalculeerde verschillen in de
grondexploitaties van verschillende gemeentelijke plannen te egaliseren. Het fonds
zal in 2014 worden afgerekend. Het verloop van het fonds is als volgt:
bedragen in euro’s
Grondkostenfonds
Saldo per 1 januari 2013
Toevoegingen
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
452.129
2.561.460
-3.011.281
2.308
Bij het taakgericht treasuryplan 2012 is de prognose over het verloop van het fonds
tot de einddatum geactualiseerd. Deze prognose geeft een uiteindelijk (gering)
positief saldo.
Mobiliteitsfonds € 146.923.715
Het Mobiliteitsfonds heeft als doel door middel van de subsidiering van openbaar
vervoer en infrastructuurprojecten van regionaal belang de mobiliteit in Haaglanden
te bevorderen. Voorts wordt noodzakelijk onderzoek uit het fonds gedekt. Het fonds
wordt gevoed door de BDU-bijdragen van het Rijk, de gemeentelijke bijdragen en
de rente op het saldo van het fonds. De raming van uitgaven en inkomsten in een
tienjarenperspectief wordt vastgelegd in het Investeringsprogramma Verkeer en
Vervoer (IPVV).
Als gevolg van de invulling van de door het Kabinet opgelegde bezuinigingen op
de BDU-VV voor 2012 en latere jaren is de frequentie van een aantal buslijnen
teruggebracht. Hierdoor zijn twintig bussen niet meer nodig voor de bedrijfsvoering.
De bussen zijn als voorraad verantwoord.
bedragen in euro’s
Mobiliteitsfonds
Beginsaldo per 1 januari 2013
157.653.318
Toevoegingen
Toelichtingen
Huur Telexstraat
BDU inkomsten
Gemeentelijke bijdragen
Strandexpress Den Haag
Provincie 3 in 1
Gemeentelijke bijdrage Regiotaxi
Bijdrage provincie en SR inzake chipkaartassortiment
Bijdrage provincie Hoornbrug
Doorbelaste personeelskosten
Afrekening infraproject Delftechpark
Bijdrage Delft in lijn 19
Subtotaal inkomsten
145.733
231.628.000
9.481.742
307.804
992.596
2.158.053
59.213
4.000.000
215.207
28.378
2.122.059
251.138.786
Uitgaven
Beter benutten projecten
Taskforce projecten
Programma Fietsplan filevrij
Prins Clausplein
Prinses Beatrixlaan Noord
Prinses Beatrixlaan Zuid
Verkeersveiligheid Westland
A-4 Delft-Schiedam
Oostelijke Randweg Pijnacker
100
4.758.413
28.080
659.355
4.599.660
1.085.344
550.000
1.296.487
10.847.249
3.750.000
bedragen in euro’s
Mobiliteitsfonds [Vervolg]
DVM Zuidvleugel
N223
Quick win maatregelen
Quick win maatregelen
Hooipolderweg
Kosten aardgasbussen inclusief afwaardering
Overige exploitatiekosten OV
WOEJ bussen
Exploitatievergoeding OV
Beheer en onderhoud infrastructuur
Beheer en onderhoud Zoetermeerlijn
Levensverlengend onderhoud en midlife revisie Trams
RegioTaxi
Toegankelijke bushaltes Tarieven en chipkaartkosten
Hooipolderweg
Studieprojecten
Actieprogramma Openbaar vervoer projecten
Netwerk RandstadRail projecten
Bijdrage SKVV
Ketenmobiliteit projecten
Verkeersveiligheid
Fietsmaatregelen
Personeelskosten
Subsidies gemeentelijke projecten
Inleg BOR-fonds
Lijn 19
Subtotaal uitgaven
10.666
5.144.830
-129.757
50.208
3.000.000
3.008.666
1.445.635
30.000
142.005.587
1.292.925
1.124.527
7.384.659
5.236.149
1.725.739
991.188
2.000.000
338.833
6.475.232
19.226.582
113.931
1.496.397
3.445.680
9.175.164
5.801.981
1.956.845
3.116.337
8.825.797
261.868.388
Eindsaldo 31 december 2013
146.923.715
Fonds Luchtkwaliteit € 3.417.552
Samen met de provincie Zuid-Holland en andere regio’s heeft het Stadsgewest
maatregelen voorbereid die een positief effect op de luchtkwaliteit gaan opleveren.
In het verslagjaar zijn subsidies uitgekeerd voor warmteprojecten, groendaken,
aardgasvoertuigen en e-scooters. De toe te rekenen rente over 2013 was 0.
bedragen in euro’s
Fonds Luchtkwaliteit
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
Warmtenet
4.397.386
-979.834
3.417.552
€ 38.540
bedragen in euro’s
Warmtenet
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
56.362
-17.822
38.540
Jeugdhulpverlening € 6.141.608
Op het programma Jeugdhulpverlening worden enerzijds subsidies ontvangen van
de ministeries van VWS en Justitie en een bijdrage van de gemeente Den Haag en
anderzijds subsidies verstrekt aan de instellingen. De besteding van deze bedragen
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
101
is voorzien in het meerjarenbeleidsplan. De afname van dit fonds met € 3.225.888
wordt als volgt gespecificeerd:
bedragen in euro’s
Jeugdhulpverlening
Saldo per 1 januari 2013
9.367.496
Toevoegingen
Ontvangen subsidies ministerie VWS en Justitie
Vaststelling subsidies 2012
Onttrekking: betaalde subsidies
Saldo per 31 december 2013
104.289.942
1.639.105
-109.154.936
6.141.608
Jeugdhulpverlening Vliegwiel l en ll
€0
Bij brief van 7 november 2012 heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie een
subsidie toegekend van € 750.000 voor het project Integrale Jeugdbescherming
(Vliegwiel 1). Bij brief van 1 november 2012 is de uitbreiding met Vliegwiel ll voor
€ 120.000 toegekend. Deze projecten hebben tot doel door een integrale benadering
van Bureau Jeugdzorg en met gebruik van een nieuw ontwikkeld instrument de
instroom en duur van ondertoezichtstellingen (OTS) en uithuisplaatsingen te
verminderen. De subsidies zijn als voorschot verstrekt, waarbij de eindafrekening
uiterlijk 1 april 2014 moet worden ingediend. In 2013 zijn de projecten Vliegwiel I
en II afgerekend.
bedragen in euro’s
Jeugdhulpverlening Vliegwiel l en ll
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
681.880
-681.880
0
Jeugdhulpverlening RAS € 110.156
Op 1 januari 2006 is de bestuursovereenkomst voor de Regionale Agenda
Samenleving (RAS) Haaglanden van kracht geworden. Met het RAS willen
de gemeenten in Haaglanden, het Stadsgewest en de provincie Zuid-Holland
maatschappelijke vraagstukken met een bovenlokaal karakter integraal aanpakken.
Deze post heeft voor 2013 het volgende verloop:
bedragen in euro’s
Jeugdhulpverlening RAS
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
110.101
428.605
-428.550
110.156
Toelichtingen
Jeugdhulpverlening provinciale middelen € 89.787
Ingaande 2004 wordt een meerjarige subsidie ontvangen van de provincie ZuidHolland voor een aantal specifieke jeugdzorgprojecten. Daarnaast hebben de
gemeenten Rijswijk en Zoetermeer een projectbijdrage gegeven. De in een jaar
niet uitgegeven middelen worden gestort in de voorziening Jeugdhulpverlening
provinciale middelen. In het verslagjaar hebben geen mutaties op deze post
plaatsgevonden.
Verkeersveiligheid Westland
€0
Op 5 april 1995 is door het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Westland
(inclusief Hoek van Holland) en het bedrijfsleven de samenwerkingsovereenkomst
Verkeersveiligheid Westland gesloten, met als doel het aantal verkeersslachtoffers
in het Westland aanmerkelijk terug te dringen. Ingaande 2005 is, conform de
102
afspraken, geen gemeentelijke bijdrage meer geheven. In het verslagjaar is een
bijdrage aan de Oostelijke Randweg verstrekt.
Het verloop van de post is als volgt:
bedragen in euro’s
Verkeersveiligheid Westland
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
618.817
-618.817
0
Ontwikkelingsfonds Zwethzone € 1.032.873
Met het convenant Zwethzone heeft het Stadsgewest met een aantal gemeenten
de uitvoering van een ecologische zone langs de Zweth vastgelegd. De uitvoerings­
kosten worden ten laste van dit fonds gebracht. Verwachting is dat het fonds in
2014 wordt afgerekend. Het verloop van de post is als volgt:
bedragen in euro’s
Ontwikkelingsfonds Zwethzone
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
3.088.424
-2.055.551
1.032.873
Vervoersautoriteit
€ 8.201
Voor de dekking van de aanloopkosten voor de instelling van de vervoersregio is
door de gemeenten Rotterdam en Den Haag en de twee stadsregio’s elk € 50.000 ter
beschikking gesteld. In het verslagjaar zijn de kosten van externe adviezen uit het
fonds betaald.
bedragen in euro’s
Vervoersautoriteit
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
76.646
200.000
-268.445
8.201
Bereik! € 981.421
Bereik! is een samenwerkingsverband van wegbeheerders in de regio Haaglanden en
Rotterdam die projecten (doen) uitvoeren om de mobiliteit van het (auto)verkeer te
bevorderen.
bedragen in euro’s
Bereik!
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
868.577
2.004.337
-1.891.493
981.421
SkVV € 503.845
De Stadsregio’s kader Verkeer en Vervoer (SkVV) is een samenwerkingsverband tussen
de stadsregio’s om het beleid op het gebied van Verkeer en Vervoer af te stemmen.
bedragen in euro’s
SkVV
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
465.080
689.118
-650.353
503.845
103
Tarievenbureau Openbaar Vervoer
€ 46.367
Het Tarievenbureau Openbaar Vervoer is een samenwerkingsverband van IPO en
SkVV. Het Tarievenbureau beheert het Landelijk Tarievenkader [LTK], beoordeelt
of dit Tarievenkader uitbreiding en/of aanpassing behoeft en doet daar in
voorkomende gevallen voorstellen voor. Het Tarievenbureau berekent onder andere
de jaarlijkse verhoging van de landelijke openbaarvervoertarieven en is betrokken
bij de opbrengstverdeling. IPO en SkVV betalen elk de helft van de kosten van het
Tarievenbureau. SkVV belast haar aandeel door aan de zeven stadsregio’s.
Er zijn geen mutaties geweest in 2013.
DVM Zuidvleugel
€ 343.000
DVM Zuidvleugel valt onder de samenwerkingsorganisatie Bereik!, de samen­
werkings­organisatie voor bereikbaarheidsvraagstukken in de regio’s Haaglanden en
Rotterdam van Rijkswaterstaat Zuid-Holland, provincie Zuid-Holland, Stadsgewest
Haaglanden, stadsregio Rotterdam en de gemeenten Rotterdam en Den Haag.
Bereik! Houdt zich met name bezig met projecten op het gebied van dynamisch
verkeersmanagement (DVM) en wegbeheer.
Het ministerie van IenM heeft in het kader van de mobiliteitsaanpak korte termijn
cofinanciering ter beschikking gesteld voor DVM Zuidvleugel. Hiermee worden
mensen ingehuurd voor de Regiodesk, opleidingen verzorgd en onderzoeken gedaan.
De looptijd van het budget is 2011-2013.
In het verslagjaar hebben geen mutaties op deze post plaatsgevonden.
Wonen++ € 10.420
bedragen in euro’s
Wonen++
Saldo per 1 januari 2013
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
Regionale uitvoering ISV geluidsanering
22.420
-12.000
10.420
€ 192.484
bedragen in euro’s
Regionale uitvoering ISV geluidsanering
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
OV-bureau Randstad
203.276
38.271
-49.063
192.484
€ 107.928
bedragen in euro’s
Toelichtingen
OV-bureau Randstad
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
250.087
305.937
-448.096
107.928
Taskforce Mobiliteitsmanagement € 49.443
De Taskforce is een samenwerkingsverband met bedrijven in de regio die het
convenant mobiliteitsmanagement hebben ondertekend en zich inzetten voor de
uitvoering in het eigen bedrijf van de genoemde maatregelen in dit convenant.
104
In het verslagjaar hebben geen mutaties op deze post plaatsgevonden.
Stedenbaan€ 13.286
Het project Stedenbaan heeft als doel de ruimtelijke ontwikkelingen te concentreren
bij openbaar vervoerknooppunten, om daarmee het openbaar vervoer te bevorderen.
bedragen in euro’s
Stedenbaan
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging
Onttrekking
Saldo per 31 december 2013 199.875
612.071
-798.659
13.286
Waterkader € 18.412
Dit betreft het restant van de bijdrage van het Rijk in het kader van het programma
‘Ruimte voor water en economische ontwikkeling in Haaglanden’ en ‘Kennis voor
Klimaat’. In het verslagjaar hebben geen mutaties op deze post plaatsgevonden.
Verplichtingen BWS€ 3.187
In 2012 zijn, conform een besluit van het algemeen bestuur van 4 juli 2012, de
verplichtingen van de BWS verordening 2006 afgekocht. De budgetten zijn op basis
van het inwonertal aan de gemeenten uitgekeerd. In 2013 hebben nog een paar
kleine mutaties plaatsgevonden.
bedragen in euro’s
Verplichtingen BWS
Saldo per 1 januari 2013
Toevoeging Onttrekking
Saldo per 31 december 2013
2.869
5.063
-4.745
3.187
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Het Stadsgewest is opdrachtgever voor het openbaar vervoer. Met de drie vervoerders
in de regio zijn meerjarige contracten afgesloten voor het vervoer volgens de
overeengekomen dienstregeling. Deze concessies zijn afgegeven onder de voorwaarde
van het verkrijgen van voldoende middelen van het Rijk (thans BDU). De concessies
betreffen:
bedragen in euro’s
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
HTM voor railvervoer (3 jaar voor 115 miljoen euro per jaar)
HTMbuzz buskavel Haaglanden-stad (periode 9 dec 2012 – 7 dec 2019)
Veolia (3,7 jaar voor 18 miljoen euro per jaar)
340.000.000
102.000.000
66.000.000
Levensduurverlengend onderhoud
HTM inzake trams
Totaal openbaar vervoer
Credit Suisse (huurcontract voor 6 jaar)
Gemeente Den Haag huurcontract Telexstraat voor 24 jaar
Totaal verplichtingen
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
15.000.000
523.000.000
3.900.000
10.000.000
536.900.000
105
Eigendom trammaterieel bij beëindiging van de concessie
In de concessie (12 december 2005) en in de exploitatieovereenkomst met HTM
is bepaald, dat zij bij beëindiging van de concessie HTM de nog in gebruik zijnde
GTL-trams en het sneltrammaterieel en alle daarin aangebrachte apparatuur
ter beschikking zal stellen aan het Stadsgewest of de nieuwe concessiehouder
respectievelijk tegen de marktwaarde en de dan geldende boekwaarde. Deze bepaling
is opgenomen om enerzijds HTM niet te belasten met afschrijvingskosten van
trams, die, bij het ontbreken van een concessie, niet meer gebruikt kunnen worden
en anderzijds de nieuwe concessiehouder niet te verplichten nieuwe trams aan te
schaffen, waarmee de exploitatiekosten onevenredig zouden kunnen toenemen.
8.4 Toelichting op de programmarekening
Programma Bestuur
Personeelslasten
De overschrijding aan de lastenkant betreft personele inzet waarvoor ook baten
worden ontvangen (zie ook de batenkant).
Bovenregionale samenwerking
De onderschrijding op deze post wordt veroorzaakt een lagere contributieafdracht
voor bovenregionale samenwerkingsverbanden.
Programma Mobiliteit
Programmaonderdeel Verkeer
De lagere uitgaven ten behoeve van subsidies van het programmaonderdeel Verkeer
worden veroorzaakt door achterblijvende uitvoering en declaratie van gemeentelijke
projecten. Aan de volgende projecten en programma’s zijn o.a. subsidies uitgekeerd:
bedragen in miljoen euro’s
Uitgekeerde subsidies
Beter Benutten projecten Prins Clausplein A-4 Delft Schiedam Oostelijke Randweg Pijnacker N223 Hooipolderweg Actieprogramma Openbaar Vervoer Verkeersveiligheid Fietsmaatregelen Gemeentelijke projecten Lijn 19 Netwerk RandstadRail 4,8
4,6
10,8
3,8
5,1
5,0
6,5
3,4
9,2
5,1
8,8
19,2
Toelichtingen
De uitgaven ten behoeve van aanleg Raillijn 19 waren oorspronkelijk begroot onder
het programma Openbaar Vervoer, maar zijn verantwoord onder Verkeer uitbestede
werkzaamheden, dit verklaart de overschrijding op deze post. Voor deze post geldt
ook dat de personeelslasten van de ondersteunende afdelingen lager zijn uitgevallen
dan oorspronkelijk begroot, in verband met het niet geheel invullen van vacatures.
De overschrijding bij de inkomensoverdrachten wordt veroorzaakt door de eigen
bijdrage van de gemeente Delft in het aanleg project Raillijn 19, deze was niet
begroot onder de inkomsten, maar als negatieve kosten. Dit betreft een technische
overschrijding.
De post Inkomensoverdrachten van het Rijk (BDU) betreft het saldo tussen de
werkelijke kosten en de werkelijke inkomsten van BDU gerechtigde projecten.
106
Het lijkt nu of er minder BDU is ontvangen. Dit is echter vertekend omdat volgens
de BBV-regels de opbrengsten de kosten niet mogen overschrijden. De totale
ontvangen BDU-uitkering wordt als opbrengsten geboekt op de balanspost
(overlopende passiva) ‘het Mobiliteitsfonds’. Het saldo van de uitgaven wordt
onttrokken uit het Mobiliteitsfonds en als opbrengst geboekt.
Bereikbaarheidsoffensief Randstad (BOR)
De afwijkingen op de posten Subsidies en bijdragen (BOR) en Inkomensoverdrachten
Rijk (BOR) komen door het feit dat afrekeningen van uitstelprojecten tot 2014 toch
nog zijn afgerekend in 2013. Dit was nog niet voorzien bij de begrotingsbijstelling
in oktober 2013. Tevens is de aanbesteding voor de onderhoudskosten voor de
Dynamische Reis Informatie Panelen afgerond.
Programmaonderdeel Openbaar Vervoer
Aan de volgende projecten en programma’s zijn subsidies uitgekeerd c.q. gelden
besteed:
bedragen in miljoen euro’s
Uitgekeerde subsidies/gelden besteed
Afboeking 20 aardgasbussen Toegankelijkheid bushaltes 2,9
1,8
Voorts is aan de exploitatie van het openbaar vervoer € 158,5 miljoen besteed.
De personeelslasten zijn lager uitgevallen, omdat diverse formatieplaatsen
vooruitlopend op de vorming van de VA niet zijn ingevuld.
De afschrijvingskosten op de verkoopautomaten van de chipkaart zijn niet begroot
op deze post maar onder de uitbestede werkzaamheden. Dit betreft in feite geen
overschrijding.
De 20 aardgasbussen die in eigendom zijn van het Stadsgewest zijn geheel
afgeschreven.
In het najaar leek het er nog op dat de bussen verkocht konden worden. Helaas is
deze deal afgeketst. De verwachting is nu dat deze bussen niet verkocht kunnen
worden. In overleg met HTM en HTMbuzz wordt nu bezien of de bussen eventueel
dienst kunnen doen met de winterperikelen en de grotere NRR werken.
Bij de begrotingswijziging zijn we er vanuit gegaan dat we bij Uitbestede
werkzaamheden meer kosten zouden gaan maken op LVO (Levensverlengend
onderhoud) en Midlife Revisie van de trams. Deze kosten zijn uiteindelijk niet
gemaakt.
De kosten van openbaar vervoer (de post Subsidies en bijdrage BDU) zijn begroot als
saldo inclusief de overige inkomensoverdrachten. Deze inkomsten zijn echter wel
geboekt op de overige inkomensoverdrachten (zie de batenkant).
Voor de post Doorberekende kosten geldt ook dat de personeelslasten van de
ondersteunende afdelingen lager zijn uitgevallen dan oorspronkelijk begroot, in
verband met het niet geheel invullen van vacatures.
Aan de batenkant zijn de overige inkomensoverdrachten, met uitzondering van de
bijdragen van de gemeenten aan het RegioTaxi vervoer, opgenomen in de begroting
onder de subsidies en bijdragen. De werkelijke bijdragen zijn hieronder verantwoord.
Voor de Inkomensoverdrachten van het Rijk geldt het volgende: vanwege
de eenmalige afwaardering van de aardgasbussen is de onttrekking aan het
Mobiliteitsfonds hoger dan in de bijgestelde begroting is vermeld. Het totale bedrag
blijft wel binnen de ruimte die in het IPVV voor het jaar 2013 voor openbaar
vervoer exploitatie is opgenomen.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
107
Programma Jeugdzorg
De totale omvang van de verleende subsidies bedroeg circa € 110.000.000. De doel­
uitkering 2013 bedroeg ruim € 104.000.000. Het niet doorberekenen van de korting
van 2,65% in 2013 (€ 2.150.000), extra uitgaven i.v.m. de transitie van de Jeugdzorg
(€ 400.000), ontvangen baten in 2012 en daaraan verbonden verplichtingen in 2013
(€ 2,6 miljoen voor projecten en innovatie van instellingen) en een nabetaling
(€ 580.000, dit betreft afrekening subsidie 2012) verklaren in grote lijn het verschil.
Dit verschil is gedekt uit de overlopende passiva Jeugdzorg (de stand per 31-12-2013
van deze post is circa € 6,3 miljoen).
Het verschil tussen de begroting en de exploitatie is een gevolg van de hoger
dan geraamde vaststelling van de subsidies aan de instellingen. Dit verschil is
in verhouding tot de omzet gering. Omdat, als gevolg van de voorgeschreven
methodiek, de ontvangen en uitgekeerde subsidies worden gemuteerd op de
transitorische post Jeugdhulpverlening (van derden ontvangen voorschotbedragen
met een specifiek bestedingsdoel) heeft deze wijziging geen effect op het resultaat.
Programma Economie
Er wordt een programmeringsbeleid gevoerd voor nieuwe kantorenlocaties,
bedrijventerreinen, detailhandels- en leisurevoorzieningen. Het programma bevat
verder het regionaal promotie- en acquisitiebeleid en verlenen van service aan
bedrijven die bedrijfsruimte in de regio zoeken. Om het beleid te onderbouwen
worden databestanden beheerd en onderzoeksprojecten ondersteund en uitgevoerd.
Het niet doorgaan van een onderzoeksproject naar een tool voor stimuleren van
nieuwe werkgelegenheid in de regio is één van de oorzaken van de onderschrijding
op dit programma. Daarnaast zijn er lagere lasten door het openhouden van een
(deeltijd) vacature.
Programma Milieu
In 2013 is meer dan voorzien gebruik gemaakt van de subsidieregelingen behorende
bij de subsidieverordening Luchtkwaliteit Haaglanden 2010. Aan gemeenten zijn
subsidies toegekend voor het realiseren van collectieve warmtesystemen, groene
daken op scholen. Verder hebben particulieren gretig gebruik gemaakt van de
mogelijkheid een premie te krijgen op de aanschaf van een aardgasauto en ook op
de aanschaf van een elektrische scooter. De verstrekte subsidies worden gedekt uit
het Fonds Luchtkwaliteit.
Programma Ruimte
Toelichtingen
De overschrijding van de post ‘uitbestede werkzaamheden RO’ wordt veroorzaakt
doordat kosten van de personele begeleiding voor het project Zwethzone vanwege
de beoogde afronding dit jaar, in afwijking van voorgaande jaren, op deze post
geboekt zijn. De onderschrijding op de post ‘subsidies en bijdragen RO’ hangt
eveneens samen met dit project. Door de late start van de benodigde procedures
voor de realisatie van een brug en fietspad kon de realisatie niet in 2013 gestart
worden.
De overschrijding op de post ‘Hof van Delfland’ wordt gecompenseerd met de
onderschrijding op de post ‘uitbestede werkzaamheden’ binnen het budget voor
Groen. Hier is door besluitvorming eerder in voorzien.
De onderschrijding op de post ‘uitbestede werkzaamheden Europa’ is mede
veroorzaakt door verplaatsing van het debat met Europarlementariërs van 2013 naar
2014.
108
Programma Wonen
Aan de lastenkant vertonen de posten ‘Personeel’ en ‘Uitbestede werkzaamheden’
een onderschrijding.
Programma Financiering
Rentebaten en -lasten
Conform de treasuryverordening worden binnen het Stadsgewest afspraken gemaakt
over de hoogte van de te vergoeden c.q. in rekening te brengen rente. Het gaat
hierbij met name om het Mobiliteitsfonds, de investeringen infrastructuur, het BORfonds en het Grondkostenfonds. In afwijking op de begroting, waarbij uitsluitend
het structurele deel van de treasury-activiteiten is geraamd, zijn de werkelijke
uitkomsten van zowel de lasten- als de batenkant en de totaal ontvangen c.q.
doorberekende rentebaten opgenomen. Het netto treasuryresultaat (saldo van de
baten en lasten) bedroeg € 365.377.
Bijdragen van deelnemende gemeenten
Conform gemaakte afspraken wordt de begroting gebaseerd op de geschatte
inwoneraantallen per gemeente. In de jaarrekening worden de werkelijke aantallen
opgenomen, zodat per gemeente een verrekening plaatsvindt. In het verslagjaar
gaat het om ongeveer 5.800 inwoners extra voor een bedrag van circa € 32.000.
Daarnaast vindt verrekening plaats van het verschil tussen de geraamde en de
werkelijke loonstijging. Daarom wordt een bedrag van € 19.400 extra in rekening
gebracht. In totaal wordt aan de gemeenten een bedrag van € 51.250 nagefactureerd.
Voor een berekening van de bedragen per gemeente wordt verwezen naar bijlage 3.
Kostenplaatsen
De kosten van gemeenschappelijke voorzieningen, zoals huisvesting, communicatie,
automatisering en de financiële administratie worden op basis van objectieve
sleutels doorberekend aan de gebruikers. In de centraal gemaakte kosten zitten
echter posten waarvoor in voorgaande jaren reserves zijn opgebouwd. Het gaat
hier om toevoegingen aan de vervangingsreserve voor automatisering, huur en
incidentele projecten, zoals de verbetering van de ondersteunende processen. Omdat
deze kosten onttrokken worden aan reserves moeten ze jaarlijks afzonderlijk in de
exploitatierekening worden verantwoord. Hiervoor is in het programma Financiering
de post ‘Interne bijdragen en onttrekkingen’ opgenomen, waarbij als last de
onttrekkingen aan de reserves wordt opgenomen. Vervolgens wordt het saldo vóór
bestemming bepaald. Hierna wordt door middel van toevoegingen en onttrekkingen
de mutatie op de reserve verantwoord.
Onvoorziene uitgaven
In de begroting is een bedrag voor ‘onvoorzien’ opgenomen. Feitelijk gaat het
hier niet om onvoorzien, maar om een afrondingspost voor het verschil tussen de
begrote uitkomst en de berekende bijdrage van de gemeenten. Op de post worden
geen kosten geboekt. Het voorgeschreven overzicht ‘onvoorzien’ is derhalve niet
opgesteld.
Omzetbelasting en BTW-compensatiefonds (BCF)
Het Stadsgewest kan, evenals de gemeenten, het saldo van de betaalde en in
rekening gebrachte omzetbelasting declareren bij het BCF. Deze betaalt met ingang
van 2008 de omzetbelasting geheel uit.
Bedrijfsvoering
De kosten van de ondersteunende afdelingen worden door middel van de
kostenverdeelstaat op basis van objectieve gegevens, namelijk arbeidsplaatsen en
ontvangen facturen, doorbelast op de programmaonderdelen. De kostenverdeelstaat
is als bijlage 1 in de rekening opgenomen. Per saldo zijn de overschrijdingen op
de posten ruimschoots gedekt door besparingen op andere posten. In totaal is een
onderbesteding verantwoord van € 454.465.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
109
Ter dekking van extra gemaakte kosten is in totaal € 290.000 onttrokken uit de
reserve mobiliteitsbevorderende opleidingen/trainingen en de reserve afbouw
organisatie.
Personeelslasten
Het openhouden van diverse vacatures gaf een besparing van € 180.000.
Huisvesting
Dit is onder meer een gevolg van de verwerking van de bij de verlenging
van de huur bedongen korting (€ 40.000 per jaar) en de wijziging van
afschrijvingssystematiek, waarbij investeringen niet meer direct worden
afgeschreven, maar over de verwachte economische levensduur (€ 38.000).
Automatisering
Vanwege de verwachte opheffing zijn er geen investeringen meer gedaan in
vernieuwing, vervanging en verbetering (€ 140.000).
Accountantskosten
Door een gunstige aanbesteding en een spaarzaam gebruik van adviesdiensten kon
op de accountants- en advieskosten € 63.000 worden bespaard. Daarnaast konden
de externe controlewerkzaamheden met minder uren toe door de verbeterde
administratie en interne controle.
Overzicht incidentele baten en lasten
De werkzaamheden van het Stadsgewest kenmerken zich veelal door een
projectmatige aanpak. Voor de planning van deze werkzaamheden wordt jaarlijks
een werkplan opgesteld. Hierin wordt, onder meer door prioritering, de gevraagde
productie in samenhang gebracht met de beschikbare capaciteit. In het algemeen
wordt hierbij extra inhuur, tenzij voor specifieke deskundigheden, voorkomen.
Hoewel de output van het Stadsgewest dus projectmatig is, is de financiering dat
niet. Door de bijdrage van de gemeenten en de langlopende subsidietoezeggingen
van Rijk en provincie is de financiering structureel. Het, volgens de BBV
voorgeschreven, overzicht van incidentele baten en lasten wordt derhalve niet
opgesteld.
8.5 Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid
Bij de analyse van de programma’s is al ingegaan op de verschillen tussen de
financiële realisatie en de definitieve begrotingscijfers. Bij dit totaaloverzicht wordt
in verband met de rechtmatigheid ter aanvulling de volgende toelichting gegeven.
Het resultaat voor bestemming bedraagt € 1.317.744. Na verwerking van de mutaties
in de reserves bedraagt het resultaat € 660.554. Voor dit bedrag wordt een voorstel
gedaan tot resultaatbestemming.
Rechtmatigheid
Toelichtingen
Op het niveau van de afzonderlijke programma’s is geen sprake van een
overschrijding van de begroting en derhalve ook niet van een onrechtmatigheid.
Overhead
Bij de opstelling van de begroting worden de gezamenlijke kosten (overhead) voor
de functies Personeel en Organisatie, Communicatie, Financiën, DIV (archief),
Automatisering, Juridische Zaken en Facilitaire Zaken verdeeld op basis van uren,
personeelsleden en ontvangen facturen. Hiermee wordt een toegestaan budget
per programma gecreëerd. De kosten van de voorzieningen worden echter zo veel
mogelijk gebracht ten laste van de werkelijke gebruiker. Zo worden bijvoorbeeld
opleidingskosten en reiskosten ten laste van het programma gebracht waar de
betreffende medewerker aan werkt. Omdat dit werkelijke gebruik sterk afwijkt van
110
het geraamde gebruik, ontstaan door de hele rekening verschillen tussen geraamde
en werkelijke doorberekende kosten. Het totaal van deze verschillen is neutraal. De
verschillen per functie worden in de desbetreffende hoofdstukken niet toegelicht.
De grote afwijkingen per programma zijn toegelicht in het onderdeel 8.4. Voor zover
van toepassing worden de positieve saldi per programma met name verklaard door:
Programma Bestuur
Positief resultaat op personeelslasten en minder kosten voor bovenregionale
samenwerking.
Programma Jeugdzorg
Het positief resultaat is zeer gering in relatie tot de financiële omvang van dit
programma. Het betreft kleine verschillen.
Programma Economie
Minder kosten door niet bezetten van een vacature en door minder uitbestede
werkzaamheden.
Programma Milieu
Het voordelige saldo is voornamelijk veroorzaakt door lagere uitgaven voor
uitbestede werkzaamheden binnen dit programma.
Programma Ruimte
De onderschrijding van de begroting wordt met name veroorzaakt doordat de
ingediende declaraties voor het Fonds Groen Haaglanden ver achterbleven bij de
subsidietoezeggingen. Dit (kas)voordeel leidt tot een lagere onttrekking aan de
reserve waardoor een hoger dan geraamde reserve op de balans wordt verantwoord.
Programma Wonen
De afwijking ten opzichte van de begroting is enerzijds veroorzaakt door de
uitdiensttreding van personeel en anderzijds door een verminderde uitgave aan
uitbestede werkzaamheden.
Programma Financiering
Exploitatie
De hogere, dan geraamde opbrengst van dit programma wordt veroorzaakt door:
bedragen in euro’s
Programma Financiering
Treasury-resultaat
Gemeentelijke bijdrage
Interne bijdragen en doorberekeningen t.b.v. reserves Onvoorzien
Totaal
235.377
51.250
-12.337
2.500
276.789
Het treasuryresultaat is het verschil tussen de ontvangen en naar projecten en
fondsen doorberekende renten. Het resultaat is € 235.377 hoger dan het begrote
bedrag van € 130.000. Het gerealiseerde treasuryresultaat komt daarmee op
€ 365.377.
Met name de doorberekende rente geeft, ten gevolge van de lage rentestand een
voordeel.
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
111
Mutaties in de reserves
De hogere toevoegingen aan reserves wordt veroorzaakt door:
bedragen in euro’s
Toevoegingen
Wachtgeldfonds
Fonds Groen Haaglanden
Totaal
190.000
1.040.000
1.230.000
De hogere onttrekkingen aan reserves wordt veroorzaakt door:
bedragen in euro’s
Onttrekkingen
Wachtgeldfonds Fonds Groen Haaglanden
Overig
Totaal
153.000
543.000
-123.000
573.000
Totaal mutaties in de reserves
657.000
Gezien bovenstaande verklaringen worden alle begrotingsafwijkingen als rechtmatig
bestempeld.
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid
Baten bedragen in euro’s
Raming begrotingsjaar
nà wijziging
Lasten
Saldo
Baten Realisatie
begrotingsjaar
Lasten
Saldo
Omschrijving programma’s
Bestuur
Mobiliteit
Zorg
Economie
Milieu
Ruimte
Wonen
Subtotaal programma’s
Financiering
Interne bijdragen
Onvoorzien
Bijdrage gemeenten
Subtotaal financiering
Toelichtingen
Resultaat voor bestemming
Mutaties in reserves
Voordelig resultaat na bestemming
112
119.800
293.082.300
110.228.800
323.600
1.235.600
6.661.900
22.700
411.674.700
1.202.700
293.360.900
110.503.000
1.802.700
2.112.000
8.003.500
912.300
417.897.100
1.082.900
278.600
274.200
1.479.100
876.400
1.341.600
889.600
6.222.400
219.576
284.082.807
110.768.515
343.941
1.516.766
6.198.460
19.459
403.149.524
1.223.562
284.361.408
111.013.989
1.662.114
2.356.375
6.916.531
796.991
408.330.970
1.003.986
278.601
245.474
1.318.172
839.610
718.071
777.532
5.181.446
405.000
1.206.500
0
5.674.200
7.285.700
275.000
389.100
2.500
666.600
-130.000
-817.400
2.500
-5.674.200
-6.619.100
366.233
1.177.166
0
5.725.450
7.268.849
856
372.104
0
0
372.959
-365.377
-805.063
0
-5.725.450
-6.895.889
418.960.400
418.563.700
-396.700
410.418.373
408.703.929
-1.714.444
1.906.800
2.303.500
396.700
2.479.153
3.533.142
1.053.989
420.867.200
420.867.200
0
412.897.526
412.237.072
-660.454
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid [vervolg]
Begrotingsafwijking
Baten Lasten
Saldo
Waarvan
onrechtmatig
Omschrijving programma’s
Bestuur
Mobiliteit
Zorg
Economie
Milieu
Ruimte
Wonen
Subtotaal programma’s
Financiering
Interne bijdragen
Onvoorzien
Bijdrage gemeenten
Subtotaal financiering
Resultaat voor bestemming
Mutaties in reserves
Voordelig resultaat na bestemming
99.776
-8.999.493
539.715
20.341
281.166
-463.440
-3.241
-8.525.176
20.862
-8.999.492
510.989
-140.586
244.375
-1.086.969
-115.309
-9.566.130
78.914
-1
28.726
160.928
36.790
623.529
112.068
1.040.954
0
0
0
0
0
0
0
0
-38.767
-29.334
0
51.250
-16.851
-274.144
-16.996
-2.500
0
-293.641
235.377
-12.337
2.500
51.250
276.789
0
0
0
0
0
-8.542.027
-9.859.771
1.317.744
0
572.353
1.229.642
-657.289
0
-7.969.674
-8.630.128
660.454
0
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
113
Deel 3 Overige gegevensz
114
Deel 3 Overige gegevens
116
Besluit
Hoofdstuk 9
Besluit
Aldus,
met inachtneming van de in de risicoparagraaf opgenomen risico’s
1. een bedrag van € 100.000 toe te voegen aan de bestemmingsreserve
Mobiliteitsbevordering;
2. het resterend voordelige exploitatieresultaat van € 560.454 toe te voegen aan de
egalisatiereserve;
3. de onder het programma Financiering aangegeven toevoegingen en
onttrekkingen aan de reserves vast te stellen;
Goedgekeurd door het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden in de
openbare vergadering d.d. 25 juni 2014
Voorzitter,
Secretaris,
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
117
Controleverklaring
Hoofdstuk 10 Controleverklaring
118
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
119
Bijlagen
Bijlage 1
Kostenverdeelstaat begroting 2013
bedragen in euro’s
Kostensoort
Begroting Realisatie FAZ
AUT
P&O
FIN
DIV
COM
JZ
Geboekt
2013
2013 op kosten
plaatsen
Personeel algemeen
Salariskosten
Kosten geneeskundig onderzoek Kosten salarisadministratie Kosten vorming, opleiding en training
Vergoeding reis- en verblijfkosten Overige personeelslasten
Dienstverlening door derden
2.697.312
2.342.312
20.000
30.000
160.000
40.000
65.000
40.000
2.562.566
2.159.314
25.846
60.939
203.996
21.404
90.125
941
413.684
407.608
0
0
5.929
71
77
0
397.780
389.192
0
0
8.528
60
0
0
410.645
218.631
25.846
60.379
19.224
0
85.623
941
347.364
342.651
0
0
6.380
283
-1.950
0
223.805
222.801
0
0
739
76
189
0
485.132
455.291
0
0
28.835
767
238
0
126.450
123.140
0
0
2.962
349
0
0
157.706
0
0
560
131.399
19.799
5.948
0
Huisvesting
Huur kantoorpand Facilitaire diensten Schoonmaken Afschrijving en onderhoud meubilair c.a. 920.000
670.000
90.000
110.000
50.000
829.223
673.803
43.172
100.397
11.851
829.223
673.803
43.172
100.397
11.851
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Automatiseringsbeheer
Afschrijving en onderhoud ICT
325.000
325.000
183.495
183.495
0
0
161.984
161.984
0
0
21.512
21.512
0
0
0
0
0
0
0
0
Reproductie
Kopieerkosten en drukwerk
150.000
150.000
133.826
133.826
132.608
132.608
0
0
0
0
33
33
0
0
0
0
0
0
1.185
1.185
Kantoorbehoeften
Schrijf- en bureaubehoeften
20.000
20.000
6.906
6.906
6.852
6.852
0
0
11
11
0
0
0
0
7
7
0
0
37
37
Financiën
Accountantskosten
(Efficiency-)onderzoek
90.000
50.000
40.000
27.086
20.275
6.811
0
0
0
0
0
0
0
0
0
24.998
20.275
4.723
0
0
0
0
0
0
2.088
0
2.088
0
0
0
Porti Porti Koerierskosten
50.000
45.000
5.000
23.867
20.769
3.099
21.054
20.769
285
0
0
0
0
0
0
25
0
25
0
0
0
25
0
25
0
0
0
2.764
0
2.764
Telefoon
Telefoonkosten
50.000
50.000
38.468
38.468
38.468
38.468
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Documentaire informatievoorziening
Abonnementen op periodieken e.d.
Voorzieningen elektronisch archief
55.000
30.000
25.000
30.943
19.480
11.463
0
0
0
0
0
0
1.204
1.204
0
389
389
0
12.959
1.496
11.463
1.742
1.742
0
5.305
5.305
0
9.344
9.344
0
225.000
100.000
10.000
20.000
85.000
10.000
0
4.582.312
288.889
117.518
9.405
10.573
119.626
9.784
21.983
4.125.270
125.933
115.360
0
10.573
0
0
0
1.567.822
22
22
0
0
0
0
0
559.785
549
549
0
0
0
0
0
412.409
26
26
0
0
0
0
0
394.347
9.806
22
0
0
0
9.784
0
246.570
151.114
100
9.405
0
119.626
0
21.983
638.019
0
0
0
0
0
0
0
133.842
1.439
1.439
0
0
0
0
0
172.475
Doorbelasting FAZ
Personeelslasten
Doorberekening kosten v. kostenplaatsen
1.567.822
-407.608
-1.160.215
11.413
32.486
8.696
24.751
16.848
47.956
8.696
24.751
15.761
44.862
5.163
14.696
1.311.745
341.032
970.713
Doorbelasting AUT
Personeelslasten
Doorberekening kosten v. kostenplaatsen
-603.684
-400.605
-203.079
8.792
4.457
17.035
8.636
8.792
4.457
15.936
8.079
5.221
2.646
519.632
344.828
174.804
Doorbelasting P&O
Personeelslasten
Doorberekening kosten v. kostenplaatsen
-459.105
-236.119
-222.986
10.266
9.695
5.299
5.004
9.604
9.070
3.146
2.971
404.051
207.805
196.247
Doorbelasting FIN
Personeelslasten
Doorberekening kosten v. kostenplaatsen
-504.783
-386.800
-117.983
2.218
677
4.436
1.353
0
0
496.100
380.146
115.953
Doorbelasting AZ
Personeelslasten
Doorberekening kosten v. kostenplaatsen
-306.463
-247.806
-58.658
10.790
2.554
3.535
837
288.747
233.480
55.267
Doorbelasting COM
Personeelslasten
Doorberekening kosten v. kostenplaatsen
-760.463
-511.818
-248.645
7.633
3.708
749.121
504.185
244.936
Doorbelasting JZ
Personeelslasten
Doorberekening kosten v. kostenplaatsen
Interne doorbelastingen kostenplaatsen
2.576
-183.398
-147.838
-35.561
183.398
147.838
35.561
4.582.312
4.127.846
0
0
0
0
0
0
0
4.127.846
Diverse uitgaven en inkomsten Kosten voorzieningen
Bijdrage aan personeelsvereniging
BZB/EHBO
Dienstverlening door derden
Verzekeringen
Diverse uitgaven/inkomsten
Subtotaal
Bijlagen
Doorberekeningen
Totaal 120
2.576
Bijlage 2a Personeelssterkte en -lasten 2013
Omschrijving
Kostenplaatsen
Personeel en organisatie
Financiën, ICT, Facilitair en
Doc. informatievoorziening
Communicatie
Juridische zaken
Bestuur
Gewezen gecommitteerden
Bestuur
Mobiliteit
Zorg
Economie
Milieu
Ruimte
Wonen
Totaal
bedragen in euro’s
Realisatie 2013
Realisatie 2013
Personen totaal
Formatie totaal
peildatum 31-12-13 peildatum 31-12-13
Begroting 2013
Formatie totaal
Realisatie 2013
Werkgeverslasten
Begroting 2013
Werkgeverslasten
2.046.387 217.648
1.281.399
30,0
3,2
15,8
25,9
2,2
13,7
30,4
2,1
18,0
2.159.314 218.631 1.362.252 8,0
3,0
7,4
2,6
7,5
2,8
455.291 123.140 409.413
137.927
5,0
5,0
4,4
4,4
3,9
3,9
826.592 31.610 794.982 776.300 35.800
740.500
36,0
7,0
8,4
8,6
10,0
6,0
34,6
6,0
7,8
7,7
8,9
6,0
40,1
6,3
10,5
9,9
9,0
6,1
3.688.553 548.491 790.124 865.445 823.977 450.538 3.877.300
557.800
889.300
845.100
848.200
509.900
111,0
101,3
116,2
10.153.034 10.350.287
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
121
Bijlage 2b Specificatie personeelslasten 2013
Bijlagen
Salarissen
Sociale verzekeringspremies
Pensioenpremies
Overige pers.lasten en tijdelijk personeel
Salarissen gedetacheerden
Uitkeringen vm.gecommitteerden en personeel
Totaal
122
bedragen in euro’s
Totaalbedrag Totaalbedrag
2013
2012
6.942.496 724.377 1.131.522 1.001.439 321.591 31.610 10.153.034 7.408.453
480.603
1.318.721
567.077
324.247
32.021
10.131.123 Bijlage 3
Berekening bijdrage per gemeente bedragen in euro’s
Inwoners 1 januari 2013
Bijdrage
Totaal
algemene
bijdrage
Delft
Den Haag
Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland
Pijnacker-Nootdorp
Rijswijk
Wassenaar
Westland
Zoetermeer
Totaal
541.070
2.761.974
396.330
99.650
275.479
258.651
140.082
560.731
672.082
5.706.049
Totale algemene bijdrage 2013
99.097
505.856
72.588
18.251
50.454
47.372
25.656
102.698
123.092
1.045.064
5,46
5,46
5,46
5,46
5,46
5,46
5,46
5,46
5,46
Verrekening loon-
Voorschot
compensatie
2013
1.840
9.391
1.348
339
937
879
476
1.906
2.285
19.401
539.200
2.744.200
395.400
99.100
274.000
256.600
140.700
556.900
668.100
5.674.200
5.725.450
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
Afrekening
2013
3.710
27.165
2.278
889
2.416
2.930
-142
5.737
6.267
51.250
123
Bijlage 4
Sisa-overzicht 2013
Departement
Nummer
Specifieke uitkering
Juridische grondslag
Ontvanger
Indicatoren
IenM
E11B
Nationaal
Samenwerkings­
programma
Luchtkwaliteit (NSL)
Sisa tussen
medeoverheden
Provinciale beschikking
en/of verordening
Gemeenten en
gemeenschappelijke
regelingen (Wgr)
(SiSa tussen
medeoverheden)
Hieronder per regel één
beschikkingsnummer
en in de kolommen
ernaast de
verantwoordings­
informatie
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E11B/01
1 DGWM 2006-9945
2 PZH 2007-319040
3 PZH-2010-163812690
Kopie
beschikkingsnummer
Besteding (jaar T) ten
laste van provinciale
middelen
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E11B/02
F 252.466
F 162.786
F 564.582
Cumulatieve besteding
ten laste van rente­
baten gemeente
op door provincie
verstrekte bijdrage NSL
tot en met (jaar T)
Deze indicator
is bedoeld voor
de tussentijdse
afstemming van
de juistheid en
volledigheid van de
verantwoordings-­
informatie
Aard controle n.v.t
Indicatornr. E11B/07
1 DGWM 2006-9945
2 PZH 2007-319040
3 PZH 2010-163812690
Kopie
beschikkingsnummer
Aard controle n.v.t
Indicatornr. E11B/08
F 423.879
F 645.421
F 918.255
Cumulatieve besteding
ten laste van rente­
baten gemeente
op door provincie
verstrekte bijdrage NSL
tot en met (jaar T)
Deze indicator
is bedoeld voor
de tussentijdse
afstemming van
de juistheid en
volledigheid van de
verantwoordings-­
informatie
Bijlagen
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E11B/11
1 DGWM 2006-9945
2 PZH 2007-319040
3 PZH 2010-163812690
124
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E211B/12
F 262.699
F 51.121
F 19.073
Bijlage 4
Sisa-overzicht 2013[vervolg]
Departement
Nummer
Indicatoren
IenM
E11B
Besteding (jaar T)
ten laste van eigen
middelen
Besteding (jaar T) ten
laste van bijdragen
door derden =
contractpartners
(niet Rijk, provincie of
gemeente)
Besteding (jaar T) ten
laste van rentebaten
gemeente op door
provincie verstrekte
bijdrage NSL
Teruggestort/verrekend
in (jaar T) in verband
met niet uitgevoerde
maatregelen
Aard controle R
Indicatornr. E11B/03
F0
F0
F0
Cumulatieve besteding
ten laste van eigen
middelen tot en met
(jaar T)
Aard controle R
Indicatornr. E11B/04
F0
F0
F0
Cumulatieve besteding
ten laste van bijdragen
door derden = contract­
partners (niet Rijk,
provincie of gemeente)
tot en met (jaar T)
Aard controle R
Indicatornr. E11B/05
F0
F0
F0
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E11B/07
F0
F0
F0
Deze indicator
is bedoeld voor
de tussentijdse
afstemming van
de juistheid en
volledigheid van de
verantwoordings-­
informatie
Deze indicator
is bedoeld voor
de tussentijdse
afstemming van
de juistheid en
volledigheid van de
verantwoordings-­
informatie
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E11B//09
F 35.098
F0
F 5.369.720
Cumulatief
teruggestort/verrekend
in (jaar T) in verband
met niet uitgevoerde
maatregelen tot en met
(jaar T)
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E11B//10
F0
F0
F0
“Eindverantwoording
Ja/Nee
Deze indicator
is bedoeld voor
de tussentijdse
afstemming van
de juistheid en
volledigheid van de
verantwoordings-­
informatie
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E11B/13
F0
F0
F0
Als u kiest voor ‘ja’,
betekent dit dat het
project is afgerond en u
voor het komende jaren
geen bestedingen meer
wilt verantwoorden
Aard controle n.v.t.
Indicatornr: E11B/14
Nee
Nee
Nee
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
125
Bijlage 4
Sisa-overzicht 2013 [vervolg]
Departement
Nummer
Specifieke uitkering
Juridische grondslag
Ontvanger
Indicatoren
IenM
E27
Brede doeluitkering
verkeer en vervoer
Wet BDU Verkeer en
Vervoer (art. 10)
Provincies en
stadsregio’s (Wgr+)
Eindsaldo/-reservering
(jaar T-1)
Rentebaten (jaar T)
Aard controle R
Indicatornr. E27/01
F 93.191.188
Eindsaldo/-reservering
(jaar T)
Aard controle R
Indicatornr. E27/02
F 698.934
Aard controle R
Indicatornr. E27/07
F 75.146.285
Individuele
bestedingen (jaar T) die
meer dan 20% van de
totaal ontvangen BDU
bedragen
IenM
E28
VWS
H4
Bijlagen
126
Regionale
mobiliteitsfondsen
Verzameluitkering VWS
Besluit
Infrastructuurfonds
Regeling
verzameluitkering
Provincies en Wgr+
regio’s
Omschrijving
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. E27/08
1 HTM
Eindsaldo (jaar T-1)
Provincies, gemeenten
en gemeenschappelijke
regelingen (Wgr)
Aard controle R
Indicatornr. E28/01
F 116.260.263 Eindverantwoording
Ja/Nee
Nee
Besteding (jaar T)
Aard controle R
Indicatornr. H4/01
F 250.000
Individuele
bestedingen (jaar T) die
meer dan 20% van de
totaal ontvangen BDU
bedragen
Bedrag
Aard controle R
Indicatornr. E27/09
F 107.915.596
Dotatie regio in (jaar T)
Aard controle R
Indicatornr. E28/02
F0
Bijlage 4
Sisa-overzicht 2013 [vervolg]
Departement
Nummer
Indicatoren
IenM
E27
Ontvangen BDUbijdrage V&W (jaar T)
Terugbetaling door
derden vanuit BDUbijdrage verstrekte
middelen in (jaar T)
Besteding (jaar T)
Correctie over
besteding (jaar T-1)
Aard controle R
Indicatornr. E27/03
F 231.628.000
Aard controle R
Indicatornr. E27/04
F 3.730
Aard controle R
Indicatornr. E27/05
F 250.375.567
Aard controle R
Indicatornr. E27/06
F0
Dotatie Rijk in (jaar T)
Rentebaten (jaar T)
Besteding (jaar T) uit
fonds (onderscheid
herkomst middelen niet
nodig)
Eindsaldo (jaar T)
Aard controle R
Indicatornr. E28/03
F0
Aard controle R
Indicatornr. E28/04
F 2.998.023
Aard controle R
Indicatornr. E28/05
F 14.598.174
Aard controle R
Indicatornr. E28/06
F 104.660.112
IenM
E28
VWS
H4
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
127
Bijlage 4
Sisa-overzicht 2013 [vervolg]
Departement
Nummer
Specifieke uitkering
Juridische grondslag
Ontvanger
Indicatoren
VWS
H8
Doeluitkering
jeugdzorg (Bureau
Jeugdzorg +
Zorgkosten Jeugdzorg)
Wet op de jeugdzorg
(art. 37) en Regeling
bekostiging jeugdzorg
2009
Provincies en
stadsregio’s (Wgr+)
Aantal Onder
toezichtstelling (OTS),
(jaar T-1)
Aantal OTS (jaar T-1),
overig
Aard controle D1
Indicatornr. H8/01
629
Aantal Individuele
Traject Begeleiding
(jaar T) (ITB), harde kern
Aard controle D1
Indicatornr. H8/02
1.195
Aantal ITB (jaar T),
Criem
Aard controle D1
Indicatornr. H8/07
76
Aantal aanmeldingen
(jaar T-1) aan het LBIO
door bureau jeugdzorg
Aard controle D1
Indicatornr. H8/08
164
Aantal afmeldingen
(jaar T-1) aan het LBIO
door bureau jeugdzorg
Aard controle D2
Indicatornr. H8/13
0
Aard controle D2
Indicatornr. H8/14
0
Bijlagen
128
Bijlage 4
Sisa-overzicht 2013 [vervolg]
Departement
Nummer
Indicatoren
VWS
H8
Aantal voorlopige
voogdij (jaar T-1)
Aantal voogdij (jaar T-1)
Aantal
jeugdreclassering
(jaar T-1)
Aantal samenloop
(jaar T-1)
Aard controle D1
Indicatornr. H8/03
7
Aantal scholing- en
trainingsprogramma’s
(STP) (jaar T-1)
Aard controle D1
Indicatornr. H8/04
383
Besteding (jaar T)
aan stichting die een
bureau jeugdzorg
in stand houdt -deel
justitietaken
Aard controle D1
Indicatornr. H8/05
646
Besteding (jaar T)
aan stichting, die een
bureau jeugdzorg in
stand houdt -deel taken
bureau jeugdzorg
en subsidie bureau
jeugdzorg
Aard controle D1
Indicatornr. H8/06
129
Besteding (jaar T) aan
zorgaanbod
Aard controle D1
Indicatornr. H8/09
0
Omvang egalisatie­
reserve jeugdzorg per
31 december (jaar T)
Aard controle R
Indicatornr. H8/10
F 21.845.056 Eindverantwoording
Ja/Nee
Aard controle R
Indicatornr. H8/11
F 20.779.457
Aard controle R
Indicatornr. H8/12
F 64.891.317
Aard controle R
Indicatornr. H8/15
F 6.141.608
Aard controle n.v.t.
Indicatornr. H8/16
Nee
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
129
Bijlage 5
Bijlagen
%
0.29
0.332
4.25
Totaal
130
Overzicht beleggingen BOR ISIN
Lening
Nominaal
BNG FIDO
8.042.203
GMS VLT
01-31-2014
BNG FIDO
7.258.312
GMS VLT
01-31-2014
BNG FIDO
57.209.380
KMS ARTA
XS0190990837 11.000.000
Rabobank
04-22-2014
Cash EU (Actual)
-
Openstaande
-
posten
83.509.895
bedragen in euro’s
Gemid. aan-
koopkoers
Koers
Kostprijs
Markt-
waarde
Opgelopen
rente
Totale
waarde
%
10.000,00
10.002,58
8.042.203
8.044.276,12
-
8.044.276,12
9,28
10.000,00
10.000,09
7.258.312
7.258.377,32
-
7.258.377,32
8,37
11.050,55
10.474,41
63.219.536 59.923.450,20
- 59.923.450,20
69,10
108,22
101,13
11.904.200 11.123.750,00
324.047,95 11.447.797,95
13,20
-
-
-
-
-
-
-
-
90.424.250 86.349.853,64
-
-
-
37.909,04
0,00
0,04
324.047,95 86.711.810,63 100,00
Bijlage 6
Kwartaaloverzichten liquiditeitspositie
Eerste kwartaal 2013
bedragen x 1.000 euro
Stappen 1 t/m 4 (1)
Vlottende
schuld
(2)
Vlottende
middelen
0
0
0
0
157.392 188.846 176.983 174.407 -157.392
-188.846
-176.983
-174.407
Stappen 5 t/m 9 Variabelen
Bedragen
(5)
(6a) = (5>4) (6b) = (4>5) Kasgeldlimiet (KGL)
Ruimte onder de kasgeldlimiet Overschrijding van de kasgeldlimiet Begrotingstotaal Percentage regeling Kasgeldlimiet (1)
Vlottende
schuld
(2)
Vlottende
middelen
0
0
0
0
1
1
1
1
-1
-1
-1
-1
Stappen 5 t/m 9 Variabelen
Bedragen
(5)
(6a) = (5>4) (6b) = (4>5) Kasgeldlimiet (KGL)
Ruimte onder de kasgeldlimiet Overschrijding van de kasgeldlimiet -1
nee
Begrotingstotaal Percentage regeling Kasgeldlimiet 8,2
-
Ultimo maand 1 Ultimo maand 2 Ultimo maand 3 (4) gemiddelde van (3)
(3) = (1)-(2)
Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
39.058 -213.465
nee
Berekening kasgeldlimiet (5)
(7)
(8)
(5) = (7) x (8) / 100 Tweede kwartaal 2013
476.312 8,2
39.058
bedragen x 1.000 euro
Stappen 1 t/m 4 Ultimo maand 4
Ultimo maand 5
Ultimo maand 6
(4) gemiddelde van (3) (3) = (1)-(2)
Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
Berekening kasgeldlimiet (5)
(7)
(8)
(5) = (7) x (8) / 100 Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
131
Bijlage 6
Kwartaaloverzichten liquiditeitspositie [vervolg]
Derde kwartaal 2013
bedragen x 1.000 euro
Stappen 1 t/m 4 (1)
Vlottende
schuld
(2)
Vlottende
middelen
0
0
0
0
-
-
-
-
-
Stappen 5 t/m 9 Variabelen
Bedragen
(5)
(6a) = (5>4) (6b) = (4>5) Kasgeldlimiet (KGL)
Ruimte onder de kasgeldlimiet Overschrijding van de kasgeldlimiet Begrotingstotaal Percentage regeling Kasgeldlimiet (1)
Vlottende
schuld
(2)
Vlottende
middelen
0
0
0
0
-
-
-
-
-
Stappen 5t/m9 Variabelen
Bedragen
(5)
(6a) = (5>4) (6b) = (4>5) Kasgeldlimiet (KGL)
Ruimte onder de kasgeldlimiet Overschrijding van de kasgeldlimiet Ultimo maand 7
Ultimo maand 8
Ultimo maand 9
(4) gemiddelde van (3) (3) = (1)-(2)
Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
geen ruimte
nee
Berekening kasgeldlimiet (5)
(7)
(8)
(5) = (7) x (8) / 100 Vierde kwartaal 2013
- 8,2
-
bedragen x 1.000 euro
Stappen 1 t/m 4 Ultimo maand 10
Ultimo maand 11
Ultimo maand 12
(4) gemiddelde van (3)
(3) = (1)-(2)
Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-)
geen ruimte
nee
8,2
-
Berekening kasgeldlimiet (5) Bijlagen
(7)
(8)
(5) = (7) x (8) / 100
132
Begrotingstotaal Percentage regeling Kasgeldlimiet
Bijlage 7
Toelichting op gebruikte afkortingen
AAZR
Adaptieve Agenda Zuidelijke Randstad
BBSH
Besluit beheer sociale huursector
BBV
Besluit begroting en verantwoording
BDU
Brede doeluitkering
BJZ
Bureau Jeugdzorg
BLS
Besluit locatiegebonden subsidies
BOR
Bereikbaarheidsoffensief Randstad
Btev
Besluit transportroutes externe veiligheid
BWS
Besluit woninggebonden subsidies
BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
CJG
Centrum voor Jeugd en Gezin
DRIS
Dynamisch reisinformatiesysteem
EZ
Ministerie van Economische Zaken
EV
Externe veiligheid
FES
Fonds Economische Structuurversterking
Fido
Wet financiering decentrale overheden
G3
Amsterdam, Rotterdam en Den Haag
GaN
Gegevensautoriteit Natuur
IenM
Ministerie van Infrastructuur en Milieu
IPO
Interprovinciaal Overleg
IPVV
Investeringsprogramma Verkeer en Vervoer
J-GGZ
Geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd
J-LVG
Zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen
LWI
Landelijk werkende instelling
LNG
Liquefied natural gas
MIRT
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
MRDH
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
NDFF
Nationale Databank flora en Fauna
NRR
Netwerk RandstadRail
NSL
Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit
NWO
Nieuwe Westerlijke Oeververbinding
OV
Openbaar vervoer
POP-3Plattelandsontwikkelingsprogramma
PSV
Provinciale Structuurvisie
RNM
Regionale Nota Mobiliteit
RGVM
Commissie Ruimtelijke Ordening, Grondbeleid, Volkshuisvesting en Milieu
RSL
Regionaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit
RSP
Regionaal Structuurplan Haaglanden, vastgesteld in 2008
RTA
Regionaal Transitie Arrangement
SVH
Sociale Verhuurders Haaglanden
VINAC
Vierde Nota Actualisering
Vinex-locatie
Locatie genoemd in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra
VNG
Vereniging Nederlandse Gemeenten
VVEZ
Commissie Verkeer en Vervoer en Economische Zaken
VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Wgr-plus
De in procedure gebrachte aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen
Wjz
Wet op de jeugdzorg
Wmo
Wet maatschappelijke ontwikkeling
WNT
Wet Normering bezoldering Topfunctionarissen (semi-)publieke sector
ZAT
Zorg- en adviesteam (binnen het onderwijs)
Stadsgewest Haaglanden c Jaarrekening 2013
133
Jaarrekening
2013
Uitgave
Stadsgewest Haaglanden
juni 2014
Stadsgewest Haaglanden
Schedeldoekshaven 101
Postbus 66
2501 CB Den Haag
T070 7501 500
[email protected]
Iwww.haaglanden.nl
Fotografie
Goedgekeurd op 25 juni 2014
ruimte
Nivo, Delfgauw
wonen
Druk
milieu
Zwart op Wit, Delft
verkeer en vervoer
Ontwerp
economie
jeugdzorg
Zwart op Wit, Delft
Paul Lunenburg
Sicco van Grieken
Stadsgewest Haaglanden