de Beek 2014

LANDGOED DE BEEK NAARDEN
Grootte: ca.18 ha.
Eigenaar: de Staat, sedert 1945.
Beheerder: het Goois Natuurreservaat (GNR).
Startpunt: het toegangshek bij het kruispunt Oud Blaricummerweg/Bollelaan.
Bereikbaarheid: vanaf Hotel Jan Tabak aan de Amersfoortsestraatweg 27 in Bussum de
Brediusweg volgen richting Huizen. Nadat u over een viaduct gereden bent, passeert u twee
oude tolhuisjes met een stenen bruggetje; direct daarna is rechts toegang tot het landgoed.
Met de bus lijn 100 of 101, vanaf station Naarden-Bussum richting Huizen, halte Amersfoortsestraatweg. Ongeveer 350 meter verder lopen, dan komt u bij de twee tolhuisjes (zie
boven).
Duur van de wandeling: ongeveer 1 uur.
INLEIDING
Het huidige landgoed De Beek behoorde oorspronkelijk met Oud-Bussem tot een groter
aaneengesloten complex. In de 17e en 18e eeuw kenmerkte dit zich door de formele aanleg,
gebaseerd op de Franse tuinarchitectuur, d.w.z. geometrische vormen, rechte vakken en lanen, sterrenbossen, ornamenten en waterkommen.
Deze stijl was sterk beïnvloed door Daniël Marot, die in 1686 in dienst kwam van Willem
III en de Friese stadhouders. Hij ontwierp o.a. delen van het Loo en het Haagse Binnenhof.
In de 18e eeuw komt de Engelse landschapsstijl in zwang. Deze streeft een meer natuurlijk
geheel na met bochtige lanen, verrassende doorkijkjes en waterpartijen. Architecten van deze stroming, die zich in het Gooi verdienstelijk gemaakt hebben, zijn o.a. Zocher, Springer
en Tersteeg. De laatste heeft naar alle waarschijnlijkheid in 1909 de tuin direct rondom het
vroegere Huize De Beek aangelegd. De bostuin van De Beek is al eerder samen met die van
Oud-Bussem aangelegd. Voor zover te achterhalen (Universiteit van Wageningen) is dit door
Springer gedaan. In De Beek werd dankbaar gebruik gemaakt van een natuurlijke overgang
van hoog naar laag en van de aanwezige en nog te graven zanderijsloten. De te voorschijn
tredende kwel (een bronnetje) liet het water van nature stromen en zal tot de naam van het
landgoed geïnspireerd hebben. De zandafgravingen in dit gebied startten op kleine schaal in
het midden van de 18e eeuw en gingen door tot het begin van de 20e eeuw. Het zand werd
verkocht o.a. voor wegenaanleg en woningbouw in Amsterdam. Het werd vervoerd via de
zanderijsloten, die aansluiting gaven op de overige waterwegen.
In 1825 kwam het totale complex in handen van Abraham Bredius. Hij heeft het landgoed
De Beek van nieuwe grond voorzien en verfraaid. De oude bomen hier dateren nog uit die
tijd. Ongeveer in 1850 was de aanleg klaar. De waterpartijen in het landgoed zijn gegraven
in 1905. In 1925 werd de afzanding hervat, nu in het meest zuidelijke deel en het terrein van
de tegenwoordige kwekerij. In de oorlog is het beheer verwaarloosd en is misschien een gedeelte van het bomenbestand in de potkachel verdwenen. Een feit is, dat veel vakken na de
oorlog zijn aangeplant. Enige jaren na de oorlog heeft het GNR het beheer van het Rijk
overgenomen en krijgt daarvoor een vergoeding.
De Beek - 1
WANDELROUTE
Na het hek meteen rechtsaf langs het water (zie kaart). Nadat u langs het
eerste heuveltje bent gelopen, gaat u meteen links een klein pad in.
1. Aan de linkerkant enkele grove dennen
(Pinus sylvestris) waarvan er een scheef staat. In
deze statige vorm zouden we hier zijn oorspronkelijke naam pijnboom willen gebruiken. De grove den werd vroeger massaal aangeplant op arme
zandgronden, waar praktisch geen andere boom
het uithield. Dit gebeurde voor het eerst in 1515
bij Breda: het Mastbos. Door de dichte aanplant
werden rechte stammen gevormd, die als scheepsmasten dienden. Dennen herkennen we aan de stand van hun naalden. Deze staan in een kokertje, steeds met twee tot vijf bijeen. Het hout wordt als grenen verkocht. De houtige
schubben van de rijpe kegels beschermen de zaadjes door zich alleen met mooi weer te openen (weerhuisje). Op een warme aprildag kunt u de kegels horen openknappen. Door een
windvlaag worden de gevleugelde zaden meegenomen. De zo uitgestrooide exemplaren
groeien uit tot vliegdennen. De Vlieghei hier vlakbij is er naar genoemd.
Bij de kruising de weg rechtsaf naar het bruggetje.
Vlak voor de brug ziet u langs het pad oude stronken liggen. Een heel leger van schimmels,
bacteriën en kleine diertjes gebruiken deze als voedselbron. Zij dragen zo bij tot het uiteenvallen van zo'n restant. Een groep van deze
opruimers, de consolevormige paddenstoelen, groeit alleen op hout.
Zij behoren tot de houtzwammen.
De sporen komen bij rijpheid door de poriën aan de onderzijde naar
buiten en worden door de wind meegenomen. De paddenstoel is het
vruchtlichaam van de eigenlijke zwam, die zich in de vorm van een
zwamvlok of mycelium in het rottende hout bevindt. Dit mycelium
witte bultzwam
is soms zichtbaar als fijne
(meestal) witte strengen.
De op den duur ontstane humus maakt deel uit van
de kringloop van het bos: recycling. De natuur
werkt efficiënt! De oude beuken die hier staan hebben mos onder aan de stam. Sommige van deze
mossen lijken op kleine kerstboompjes. Wanneer
we ze nader bekijken (met een loep) zien we dat de
blaadjes naar achteren omgekruld zijn, net kleine
klauwtjes: klauwtjesmos. Mossen zuigen als een
spons regenwater op, dat ze heel geleidelijk weer
afgeven. Zo houden ze de atmosfeer van het bos
vochtig. Dit is nodig voor het ontkiemen van ande- haarmos
klauwtjesmos
sterrenmos
re planten. Voor degenen die wat meer in mossen
geïnteresseerd zijn: rechts boven op de heuvel, achter de bank: haarmos, sterrenmos en kussentjesmos.
De Beek - 2
Na de brug rechtsaf.
2. Direct links staat een taxus (Taxus baccata) onder een grote beuk.
Taxus is afgeleid van texe (= weven). De bast werd hiervoor gebruikt, omdat hij geen hars bevatte. Baccata staat voor bes en duidt hier op een
schijnbes. Nu zoekt u waarschijnlijk naar bessen. Mis... mannetje en
vrouwtje wonen apart, ieder in een eigen huis (boom). De taxus is tweehuizig en deze is mannelijk. In de bloeitijd, maart-april, zijn de gele mannelijke bloeivormen te zien. De vrouwelijke zijn groen, later uitgroeiend
tot de rode bes. Vogels lusten gelukkig ook schijnbessen, zodat ze voor de
verspreiding van het zaad zorgen. Nog sterker... het zaad wint aan kiemkracht door de darmpassage. Een andere naam voor taxus is venijnboom.
Alles is giftig aan deze boom, behalve het rode vruchtvlees. Vroeger plantte men in onwetendheid wel eens een taxushaag om een weiland. Dat bleek geen slim idee.
Later kwam men tot de ontdekking, dat de consumptie van 500 gram taxusloof dodelijk was
voor het vee. Echte bessen zijn vruchten ontstaan uit een vruchtbeginsel. De zaadjes zitten
er helemaal in opgesloten: bedektzadigen. De coniferen behoren tot de naaktzadigen, d.w.z.
dat de zaden in de oksels van houtige of vlezige schubben staan, die zo gerangschikt zijn dat
ze kegels of kegelbessen vormen. De taxus, ook een conifeer of naaldhoutgewas, heeft
slechts één zaadje en dit wordt omgeven door een zaadmantel.
Even verder staat links een Buxus sempervirens of palmboonpje, met takken vol glanzende
groene blaadjes.
Bij de splitsing rechts omhoog lopen.
Op de hoek staat links een roodbloeiende esdoorn (Acer rubrum). Zie
kaartje. Hij bloeit eind maart, begin april, vóór de bladeren uitlopen,
helemaal bovenin. Schitterend afstekend tegen de blauwe hemel! Het
is het blad van déze acer-soort dat het Canadese wapen siert: "Maple
Leaf".
We komen nu in een laantje met oude beuken. Hier, maar meer nog
verderop langs het pad, zien we hoe enkele beukennootjes tot kleine
boompjes uitgegroeid zijn en 's winters het verdorde blad vasthouden.
Men noemt ze daarom wel ongelovige beuken: ze geloven gewoon nog niet in een seizoenswisseling! De betekenis ervan (zonwering, vorstwering?) is nog niet duidelijk. Gedacht
wordt ook aan bescherming tegen diervraat: de dorre bladeren beschermen de knoppen.
Beuken herkennen we aan hun lange spoelvormige knoppen. De bomen hebben
van nature een dunne lichtgrijze schors, bij ons groen door algen, waardoor ze erg
gevoelig zijn voor zonnebrand (schorsbrand). Vrijstaande bomen vormen afhangende takken, waarmee ze hun stam beschermen. Het heldergroene mos aan de
voet van de beuken is sterrenmos. Rechts van het pad staan lelietjes-van-dalen.
Op het hoogste punt van het paadje, waar dit naar links buigt, zien we direct beneden ons de oude pijlers van een brug. Deze brug was een vroegere verbinding van
het oude landhuis "Huize De Beek" met de bostuin en de tuinmanswoning (nu
kwekerij). Het huis is in 1909 gebouwd in opdracht van P. van Leeuwen Boomkamp. In verband met de verdedigingsfunctie van de Vesting Naarden
(schootsveld) mochten er tot 1926 alleen houten huizen in de omgeving staan die
snel konden worden afgebroken of verbrand. In 1930 is het vervangen door een
stenen huis. De laatste eigenaar (voor buurtbewoners Hinlopenlaan 9) moest in
1970 wijken voor de nieuwe A1.
De Beek - 3
U blijft langs het water lopen, en komt dicht bij de snelweg. Het pad splitst
zich; neem het hoogste: links, weg van links negeren.
Voor we weer gaan dalen zien we pal aan het pad, rechts, twee linden,waarvan er een zo goed als dood is. We zullen er later meer zien,
maar deze kunt u meteen herkennen aan de uitlopers onder aan de
stam. Die kunnen voor verjonging zorgen als de stam ooit in verval
raakt. Overigens zijn linden op deze arme grond heel trage groeiers.
Deze twee zijn waarschijnlijk even oud als de grootste beuken van
het landgoed.
U komt nu weer vlak langs het water te lopen. Waar het pad met een flauwe bocht
naar links van het water afwijkt ziet u links,
achter wat loofhout, een bosje fijnsparren.
3. Bij de fijnspar staan alle naalden afzonderlijk aan de twijgjes. De
boom is gemakkelijk te herkennen aan zijn vorm (kerstboom), maar vooral aan zijn lange kegels (12-18 cm). Het duurt echter 40 jaar eer er kegels
geproduceerd worden. Dus geen wonder dat ze nooit aan de kerstboom
hangen! Het hout, vurenhout genaamd, wordt gebruikt voor allerlei bouwdoeleinden. Kijkt u eens op de grond naar sparappels mét of zonder vraatsporen van eekhoorn (l) of muizen (r).
U bent nu afgebogen van het verkeerslawaai. Bij de T-spitsing
voor het bankje linksaf. Bij de volgende splitsing scherp
rechts. Houdt de rand van de kwekerij links van u en loop zo
op een hemlockbos af dat u aan de linkerkant passeert(dus bij de splitsing
links aanhouden).
4. De Westerse hemlockspar (Tsuga heterophylla) is van ver te herkennen aan
de sierlijk overhangende topscheut, en van dichtbij aan de wat rommelige stand
van de korte, slappe naalden. Dat laatste kunt u goed zien bij de jonge hemlockopslag die u her en der onder de bomen ziet.
5. Tegenover de hemlocks staan tulpenbomen
(Liriodendron tulipiferum). De bladeren lijken op die van een esdoorn
waar de top uitgeknipt is. De groene, van binnen iets oranje bloemen
zijn tulpvormig en 10 cm groot, evenals die van de magnolia, een familielid. Deze laatste wordt vaak ten onrechte tulpenboom genoemd. De
Liriodendrons bloeien pas na 15 jaar in de maand juni, aan het eind van
de opgaande takken.
hemlockkegel
6. Het hemlockbos gaat over in een bos van reuzenlevensbomen
(Thuja plicata). Deze levensboom dankt zijn naam aan het duurzame
hout en zijn grote omvang. De Indianen snijden er kano's en totempalen
uit. De boom kan 60 m hoog worden en 10 m breed, met
"steunberen" (exemplaar in Seattle).
Na de thuja's het tweede pad rechtsaf nemen, ter hoogte van het woonhuis.
De Beek - 4
Als u het paadje inloopt ziet u links een aantal donkergroene naaldbomen met hangende takken en hele kleine naalden: Kaukasische
sparren.
7. Ook ziet u tussen de eiken rechts en links aanplant van lariks.
Aan de ondergroei is te merken dat er veel licht doorvalt. De lariks
of lork is een naaldboom, die 's winters al het blad laat vallen. De
zgn. kortloten blijven dan als bobbelige stompjes achter. (Langloten
zijn loten die voor de lengtegroei van een boom zorKaukasische spar
gen).
Rechts, 10 m voor het einde van het pad begint een
interessant hoekje. Abraham Bredius, die dit gebied
opnieuw liet beplanten, heeft hier als hobby enige
minder algemene exoten neergezet. Het GNR probeert dit stukje in ere te houden door eenzelfde type
aanplant. Bomen uit een klimaat overeenkomende
met het onze, slaan het beste aan. Vooral Noord Amerika, de westkust van Canada en delen
van Japan komen daarvoor in aanmerking.
8. Hier vallen rechts vlak aan het pad meteen enkele donkergroene
naaldbomen op. Ze hebben lange en kortere glanzende
naalden, die opmerkelijk mooi horizontaal in twee rijen
zijn ingeplant. Het zijn reuzenzilversparren (Abies grandis). Zijn kegels worden 8 cm groot, maar verschijnen pas
wanneer de boom vijf meter hoog is. Onder zeer gunstige
omstandigheden kan deze soort een reus van wel 90 m
worden! (Vancouver). Onder een zilverspar of zilverden
zult u geen kegels vinden. Zijn kegels vallen namelijk niet
af, maar uiteen; alleen de centrale as blijft over. Eigenlijk is het geen spar en
ook geen den. Iedere naald staat apart (spar) maar zijn hout wordt verkocht
als dennenhout! Het is dan ook beter over een abies te spreken. Op hem is
het kerstlied 'Oh Tannenbaum' gecomponeerd. Wij Nederlanders hebben dit
klakkeloos vertaald en bezingen er de fijnspar mee! Het voordeel van een
abies kerstboom is dat hij zelden naalden laat vallen. Hij is in Nederland niet
geschikt voor bosbouw, dus prijzig. Het zilver in de naam slaat op de zilverkleurige stam van Abies alba, de meest verspreide soort in Europa. Voor degenen, die zelf willen determineren, staan achterin
enkele kenmerken.
Andere interessante bomen in dit hoekje zijn:
9.
dwergcipres
twee soorten dwergcipres (Chamaecyparis)
10. en de watercipres (Metasequoia). Deze laatste naaldboom ontvouwt begin april heldergroene blaadjes. In 1941 is hij door een
houtvester in China ontdekt. Pas na 1948 zijn verschillende botanische tuinen in het bezit van zaad gekomen. Nu is hij overal verspreid. Ook deze boom verliest 's winters zijn blad.
De Beek - 5
lariks
Aan het einde van het pad rechtsaf. Zo’n 20 meter verderop een vijfsprong
met rechts een hulst.
11. Achter de hulst, rechts, staan nog een paar ongewone bomen: Japanse
cipressen (Cryptomeria japonica). De wetenschappelijke naam is afgeleid van
het Griekse kruptos = verborgen en meros = deel en duidt hier op verborgen
bloemdelen. Deze bomen zijn de moeite waard om even van dichtbij te bekijken. Kenmerkend zijn de sikkelvormige, naar binnen gebogen naalden. De
bomen zijn in hun oorspronkelijke groeiplaats Japan een belangrijke houtleverancier en spelen een rol in het volksleven. Bij tempels staan eeuwenoude
exemplaren.
Tegenover de hulst ziet u links een V-vormige afslag. Neem hiervan het rechter pad het loofbos in.
tamme kastanje
Langs dit paadje (zie kaartje) vinden we ook 's winters de bladeren van de tamme kastanje (Castanea sativa = eetbaar) en de
Amerikaanse eik (Quercus rubra), waarvan het blad in herfstboeketten verwerkt wordt.
Aan het eind bij de T-splitsing linksaf.
Amerikaanse eik
Voor u ziet u een opnieuw uitgegraven poeltje dat is bedoeld
om diverse amfibieënsoorten een onderkomen te verschaffen, zodanig dat er
een uitwisseling tussen verschillende populaties in andere vennen in het Gooi
kan plaatsvinden. Om te voorkomen dat het ven direct weer dichtslibt is rond
het ven de begroeiing van bomen en struiken weggehaald. Voordat u linksaf gaat
kunt u hier een uitstapje maken naar rechts naar een varenbeuk, een boom met
zeer diep ingesneden, soms zelfs wilgachtige bladeren. Ongeveer 75 m lopen. De
beuk staat rechts, tegenover een naaldhoutbosje dat zich aan de linkerkant van
het pad bevindt. Op ca. 80 cm hoogte is op de stam een ring te zien: het bewijs
dat de boom geënt is. Wanneer takken worden afgesneden of beschadigd gaan er
gewone bladeren en bladeren met tussenvormen groeien.
Hoewel het lijkt dat dit de rand van het landgoed is, ligt deze aan de overkant
van het weiland, het in 1925 afgezande zuiddeel. Daar in de
hoge rand hebben wel eens bergeenden gebroed, die gebruik
bosuil
maakten van de vele konijnenholen. We lopen nu door een
laan van oude beuken. In één ervan hangt een grote uilenkast met een gat
van 12 cm doorsnee, bedoeld voor de bosuil, maar soms in beslag genomen door de holenduif. De kleinere kastjes, die we tegenkomen met gaten van 32 mm zijn voor de koolmezen. Hier op de rand van weiland en
bos is het een bij uitstek geschikt gebied voor de buizerd. We herkennen
deze grote vliegende muizenvanger o.a. aan zijn miauwachtig geschreeuw.
Met de bocht mee naar links lopen.
douglas
12. In het bos aan de linkerkant staan enkele hoge naaldbomen: douglas (Pseudotsuga menziesii). Deze soort werd in 1792 voor het eerst gevonden in Canada op het eiland Vancouver door A. Menzies, de meest
De Beek - 6
bekende ontdekkingsreiziger op botanisch gebied. In 1827 zond Douglas, een Schotse plantkundige, zaad naar zijn vaderland. We herkennen de boom aan zijn kegels met drietandige
dekschubben. Jonge bomen hebben een gladde schors met harsbulten, oude exemplaren een
gegroefde stam. Het is een geliefde boom voor de bosbouw. Hij heeft weinig ziektes, verdringt geen andere soorten, groeit snel en levert waardevol hout: Oregon pine.
Aan het einde linksaf de verharde weg op.
13. Hier komen we na 50 m aan de rechterkant weer de Kaukasische spar (Picea orientalis) tegen met zijn afhangende takken. Deze onderscheidt zich van andere sparren door de
zeer korte naalden. Tekening zie pag. 5.
Het eerste paadje rechts voor de bocht naar links nemen. Even verderop bij
de viersprong rechts aanhouden.
We hebben hier een prachtig uitzicht over het weiland, in het verleden waarschijnlijk een
van de vele engen (akkers) rond het brinkdorp Oud-Bussem.
Rechts langs het weiland blijven lopen. Ter hoogte van de grote villa de verharde weg linksaf nemen.
Deze laan wordt geflankeerd door laanbomen bij uitstek: linden. Ondanks het euvel van de
waterloten die regelmatig weggesneden moeten worden, werden vele dorpspleinen en oprijlanen ermee beplant, voor eeuwen. Het aanplanten van linden gold in de 17e eeuw als een
statussymbool.
14. Verderop rechts bij een oprit naar het huis staat een jeneverbessoort de cederhoutboom of potloodceder (Juniperus virginia). Van deze soort worden de cederhouten potloden en sigarenkistjes gemaakt. De boom werd vroeger ten onrechte voor een ceder gehouden. Jeneverbessen hebben
vlezige schijnbessen die uit schubben bestaan. De
vergroeiing van deze schubben is bij sommige soorten duidelijk boven aan de kegelbessen te zien. De
geur van het hout verjaagt motten, ideaal dus voor
kleerkasten.
Hier en daar staat in plaats van een linde een vervallen boom
met blad dat wat lijkt op dat van een vlier. Het zijn vederesdoorns die hier kwijnen door gebrek aan licht. In de winter
zijn ze te herkennen aan hun glanzend groene, taaie waterloten. Juist door de slechte staat van de stam kunnen we hier vaak interessante zwammen op
vinden, bv. het judasoor. Judasoor is meestal te vinden op vlieren, maar is dus ook niet vies
van een vederesdoorn.
Voor korte tijd verlaat u het landgoed. Bij de Oud Blaricummerweg linksaf
het fietspad nemen en na een 100-tal meters door een klaphek weer De Beek
binnengaan.
De Oud Blaricummerweg liep vroeger (1818) lijnrecht vanaf de Rijksweg naar Amersfoort
naar het landgoed Oud-Bussem. De stenen palen aan het begin van de weg geven nog de
oude markering van de oprijlaan aan.
De Beek - 7
In De Beek bij de eerste splitsing links aanhouden. Bij de splitsing daarna
rechts, dan weer rechts en direct daarna rechts een klein paadje in naar beneden naar het water..
Misschien zitten hier nog bessen aan de taxusstruiken. Zo ja, dan kunt u nu zien dat het geen
echte bessen zijn, maar vlezige bekervormige omhulsels. De bessen, ook wel snottebellen
genoemd, zijn eetbaar en smakelijk zoet. Probeert u maar; wel het groene pitje uitspugen
want dat is giftig.
Beneden scherp linksaf langs het water.
Als u een felblauw gekleurde vogel over het water ziet scheren is dat een ijsvogel. Het water is hier ondiep en relatief schoon. De bodem is zandig zodat
we de vissen kunnen zien zwemmen. De ijsvogel is hier vele jaren gesignaleerd, maar een strenge winter kan zijn aantal behoorlijk decimeren.
Waar rechts aan het water een naaldboom (douglas)
staat, na een bamboebosje, zien we links twee oude bomen, die staan te treuren (treurbeuken). Hier kunnen we
de douglas duidelijk herkennen aan zijn slanke spitse roodbruine knoppen. Aan zijn voet staat een koningsvaren. Geen alledaagse verschijning, en beschermd! De sporen zitten in het midden van de plant op
aparte bladeren, die er dan als verdord uitzien. Voor de bocht naar
koningsvaren
links zien we rechts een boom met een gladde lichtgevlekte stam, de
plataan (Platanus x acerifolia). Het blad lijkt op dat van een esdoorn. Door zijn dicht bladerdek is hij in het zuiden zeer geliefd als schaduwboom.
Nadat u een dicht rododendronbosje gepasseerd bent, gaat u rechts de brug
over en rechtdoor naar de uitgang.
We hopen dat u het prettig heeft gevonden om dit landgoed eens door een 'naaldhoutbril' te
bekijken.
Wilt u meer over naaldbomen weten dan kunt u terecht bij Pinetum Blijdenstein,
v.d.Lindenlaan 125 in Hilversum, 035-6231123, geopend van maandag t/m vrijdag van
9.00 – 16.00 uur en van april t/m oktober op zaterdag en zon-en feestdagen van
12.00 – 16.30 uur.
Van april t/m oktober elke tweede zondag van de maand om 14.00 uur een rondleiding
Op woensdag is de toegang gratis.
Literatuur:
H. Johnson: Het bomenboek.
Dr. B.K. Boom: Nederlandse Dendrologie.
Th.H. Klinkspoor: Kosmos Bomenboek.
Deze beschrijving van Doe-Het-Zelfwandeling De Beek is samengesteld door natuurgidsen
van het IVN afdeling Gooi en omstreken.
De Beek - 8
Aanvullende determineertabel voor De Beek.
Struiken of bomen met vlezige kegelbessen:
-Blaadjes schubvormig en/of naaldvormig
-Blaadjes naaldvormig, op de twijg verder
lopend als een groene lijst. Onderzijde
van blad met lichtgroene huidmondjes
-juniperus
-taxus
Bomen met bij rijpheid, houtige kegels:
-Blaadjes schubvormig:
1
kegel eirond, kantschubben aan de voet meteen uiteenwijkend. (indien niet zo, dan raken de randen elkaar niet
-thuja
2
kegel bolrond, kantschubben
eerst een stukje evenwijdig lopend, dan
uiteenwijkend een X of Y figuur vormend, behalve de Lawsonia-soorten, die
nooit een figuur vormen. Plant meestal
met overhangende top.
-chamaecyparis
-Blaadjes naaldvormig:
-Alle naalden in de herfst afvallend, naalden dun en zacht:
1
kortloten blijven als bobbels op de twijgen achter. Naalden in
bundels.
-lariks
2
samengesteld blad (steel met daaraan tweerijïg naalden)
valt als één geheel af.
-metasequoia : naalden en takjes
overstaand, kegels alleenstaand.
-taxodium : naalden en takjes ver
spreid, kegels in trossen tot enkele bijeen. Bloeitrossen
voor de bladvorming.
- Naalden niet afvallend in de herfst:
1 sikkelvormig gebogen naalden in een spiraal van 5 cm om de twijg.
-cryptomeria
2 2-5 naalden bijeen in een kokertje.
-pinus
De Beek - 9
3 naalden ieder afzonderlijk:
-hemlock : blaadjes duidelijk gesteeld. Steeltje loopt evenwijdig aan
de twijg en staat ongeveer loodrecht op de naald.
-douglas : rode, puntige knoppen, jonge bomen met harsbulten en
kegels met drietandige dekschubben. Bij wrijven van het blad een sinaasappelgeur.
-picea :
lange hangende kegels.
Wanneer u er een naald aftrekt gaat een stukje bladkussen als een
soort vlaggetje mee. Het bladkussen is als een sikkel te voelen.
-abies :
rijpe kegels rechtopstaand. Bij aftrekken van een naald
blijft een gaaf rond litteken achter.
De Beek - 10
De Beek - 11
Wat is het IVN?
Het IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie is een landelijke organisatie van beroepskrachten en talrijke vrijwilligers.
Zij brengt mensen op vele manieren met de natuur en het milieu in contact. Zij wil daarbij de
noodzaak van natuur- en milieubehoud onder de aandacht brengen.
Het IVN telt landelijk ongeveer 17.000 leden, over ruim 180 afdelingen verdeeld. Een van
die afdelingen is de afdeling Gooi en omstreken met ongeveer 190 leden.
Wat doet het IVN?
Het IVN afdeling Gooi en omstreken
•
•
•
•
•
•
Organiseert regelmatig wandelingen in natuurgebieden, maar ook op andere plaatsen in
de regio waar natuur te vinden is.
Maakt beschreven wandelingen om er zelf op uit te trekken.
Geeft korte natuurcursussen.
Leidt op verzoek groepen, schoolklassen en verenigingen rond.
Verzorgt educatieve programma’s voor scholen.
Houdt op verzoek lezingen over natuurgebieden in de regio en over natuur- en milieuonderwerpen.
Het IVN leidt haar eigen gidsen op en organiseert bovendien diverse activiteiten voor leden
en donateurs.
Meer informatie
De wandelingen worden regelmatig gecontroleerd, maar heeft u op- of aanmerkingen,
dan graag contact opnemen met:
secretariaat IVN Gooi e.o.
e-mail [email protected]
Donateur worden van het IVN?
Bel Saskia Nijhof 0652677602 of
mail secr. [email protected]
januari 2014
De Beek - 12