Zomer 2013

MAGAZINE OVER WERKEN EN LEREN IN DE METAALBEWERKING | WWW.OOM.NL | NAJAAR 2013
t
r
o
p
x
E de
heeft tor
X-fac
et op
Lees h
a 15
pagin
REPORTAGE
Ode aan
de vakman
‘Ik heb het mezelf geleerd’
‘Beroepsonderwijs kan,
veel leren van Duitsland’
aldus Herman Blom, directeur academisering Stenden Hogeschool Leeuwarden
KIJK OP PAGINA 08
IN DIT
NUMMER:
08
Duitse bedrijven nemen hun
verantwoordelijkheid en begrijpen
dat goede vakmensen van levensbelang zijn voor een succesvolle
economische ontwikkeling, stelt
deskundige Herman Blom.
COLUMN
Supermarkthaat
Marijn de Vries is freelance columnist
en auteur. En ze is profwielrenster
bij het Lotto-Belisol Ladies Team.
In Metaaljournaal schrijft zij over zaken
die haar bezighouden.
Als ik ergens een hekel aan heb, is het aan boodschappen doen. Dat gesjouw langs die schappen met
zo’n ellendig mandje – een muntje voor een kar vergeet ik
natuurlijk altijd mee te nemen. En dan dat gezeul met
overvolle tassen, achterop de fiets, de trappen naar ons
appartement op. Dus ik stel het ’t liefst zo lang mogelijk uit.
Tot op een zeker moment de koelkast helemaal leeg is.
Maar ook in de dagen ervoor weet ik al lang dat ik eigenlijk
naar de supermarkt moet. Want koken met te weinig
ingrediënten is nog irritanter dan een volledig lege koelkast.
Pasta zonder kaas, maaltijden zonder groente... dit staat
bij ons regelmatig op tafel.
Ik vraag mezelf vaak af: hoe komt het dat ik zo’n klein
klusje als boodschappen doen maar blijf uitstellen,
terwijl ik een grote klus als een loodzware training van
vier uur wel zonder morren begin? Ik vind die training
minstens net zo vervelend als naar de supermarkt gaan.
Maar toch doe ik dat wél. Waarschijnlijk is het dit: als ik
een zware training doe, hou ik altijd voor ogen dat juist
die training ervoor kan zorgen dat ik de volgende koers
win. Dat motiveert.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor alles wat je in het leven
doet: dat ene uurtje extra studeren, die keer dat je jezelf
écht een trap onder je kont geeft, kan ervoor zorgen dat
je geen herexamen hoeft te doen. Dat je slaagt. De kunst
bij vervelende bezigheden is dus om altijd het einddoel
voor ogen te houden. Daarom heb ik geen hekel aan
zware trainingen.
Toch gek dat dat bij mij niet voor boodschappen
doen geldt. Alsof een gevulde maag geen belangrijk
doel is. Dus hup, pak die boodschappentassen en ga.
Oké. Ik ben weg. Doei!
BEROEPSONDERWIJS
KAN VEEL LEREN
VAN DUITSLAND
10
15
LEREN OP DE
WERKVLOER
Steeds meer vakmensen in de
sector doen specialistisch werk.
De kennis die daarvoor nodig is,
leren ze in het bedrijf zelf. Hoe
regelen bedrijven dit?
EXPORT HEEFT
DE X-FACTOR
De Nederlandse economie
is grotendeels afhankelijk
van de export. Voor steeds
meer metaalbedrijven is het
de enige manier om nog aan
groei te komen.
24
KLANTENBINDING
27
ODE AAN DE
VAKMAN
Bij Klein Hesselink
Mechanisatie BV in Aalten
volgen alle medewerkers maar
liefst drie à vier cursussen
per jaar. ‘Bijblijven móet!’
Vakmanschap is eeuwenoud,
maar tegenwoordig weer
helemaal hip.
EN VERDER...
4
20
21
26
31
35
Eerst
De hobby van...
Onderwijs
De dialoog
Service
Puzzel, colofon
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
3
EERST
De Maker
TEKST EN FOTO ROB OVERMEER
Steve (31) en Roy (29) Verhoef
Eigenaars van Lasbedrijf Verhoef in Andijk
4
STEVE: ‘We hebben het bedrijf vorig jaar
overgenomen van onze ouders. We werken
met vier man personeel en één stagiair.
Het team is heel jong. Naast het lassen
doen we ook plaatconstructiewerk.’
ROY: ‘We maken producten op maat.
Dit doen we voor de maritieme sector
en voor industriële en designtoepassingen.
Voor deze sluispoldermolen hebben we
de wieken gemaakt. De molen staat
midden in de weilanden. Toevallig gaan
we op deze plek regelmatig vissen.’
STEVE: ‘Vaak komt de klant met een idee
in zijn hoofd. We zetten het dan om naar
een 3D-tekening en vandaaruit werken we
het uit tot een product. Het is geweldig als
de klant naderhand enthousiast reageert
en zegt: zo had ik het precies bedoeld.’
ROY: ‘Ik kan het goed vinden met mijn broer.
Ook buiten het werk. Hij is heel creatief.
Een complex probleem kan Steve in twee
zinnen verwoorden.’
STEVE: ‘Roy is heel goed op de werkvloer.
Hij heeft overwicht. Als hij zegt: zo moet
het gebeuren, dan gaat het ook zo.’
Steve en Roy Verhoef
op een sluispoldermolen
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
TOEN & NU
Aanraders
Daar hang je dan
Beeldend kunstenaar
Tomás Saraceno schiep
voor K21 Ständehaus het
surrealistisch landschap
van draadstaal In orbit.
In de nok van het kunstencentrum in Düsseldorf,
op meer dan twintig meter
boven de binnenplaats, ben
je tot en met september
2014 uitgenodigd om het
enorme cloudscape te verkennen. Geen tijd om
naar Duitsland af te reizen?
Bekijk het spectaculaire
kunstwerk op youtube.com,
zoek op ‘in orbit’.
De technologische ontwikkelingen gaan razendsnel.
En dat heeft invloed op het werk en de werkplek.
In Toen & Nu vertellen metaalbewerkers over toen en over nu.
Deze keer: Roeland Wasser (56) van Spako Food Machinery
in Deurne over hoe de Spako Kookketelfabriek in zestig jaar
transformeerde van wasketelfabriek tot producent van
ambachtelijke en industriële vleesverwerkingsapparatuur.
TOEN In 1953 begon mijn
vader Wim Wasser in een paar
schuurtjes achter het warenhuis
van mijn opa de Spako Kookketelfabriek. Hij maakte op turf of
kolen gestookte ketels, waar huisvrouwen thuis de was in kookten.
Die ketels waren van koper met
een mantel van beton eromheen.
Mijn broer Gabriël en ik hielpen als
kleine mannetjes weleens mee met
het schilderen van die betonlaag.
In de jaren zestig werd de wasmachine gemeengoed en daalde
de vraag naar wasketels. Mijn
vader ging toen geleidelijk aan
steeds meer kookketels maken
voor de vlees- en voedselindustrie. Eerst alleen apparatuur om te
koken, daarna ook voor roken en
later kwam ook het mengen erbij.
Zo zijn de producten van Spako
meeveranderd met de eetgewoonten van de Nederlander:
van ambachtelijk gekookte en
gerookte waar naar steeds meer
kant-en-klaarmaaltijden.’
NU
‘De ketels zijn in de loop der
jaren steeds groter geworden en
ze worden natuurlijk niet meer van
koper en beton, maar van roestvrijstaal gemaakt. We produceren nu
niet alleen meer ketels, maar ook
rookkasten en ovens – dat is ook
te zien aan onze huidige bedrijfsnaam Spako Food Machinery.
Het werk gebeurt sinds 1975 in
een speciaal daarvoor gebouwd
bedrijfspand. Wat gebleven is,
is dat we maatwerk leveren. Elk
apparaat van Spako is helemaal
toegesneden op de omstandigheden en behoeften van de klant.
Nog steeds wordt elke machine
daarom helemaal door één man
gemaakt. De fysieke belasting van
het werk is dan ook niet veranderd.
Wel maken we het ontwerp nu op
de computer en niet meer op de
achterkant van een sigarendoos,
zoals mijn vader deed.’
‘Onze producten zijn meeveranderd met
de eetgewoonten van de Nederlander’
Down
& dirty
welding
tips
Leer de fijne kneepjes van
het lassen op www.weldingtipsandtricks.com. Jody
Collier legt je in grappig
Amerikaans allerlei trucjes
uit om nog beter te tig-,
mig- en elektrodenlassen
en post elke week weer
video’s met nieuwe tips.
Op het Welding Forum
adviseren lassers elkaar bij
lastige laskwesties en in
de Weldmongerstore kun
je terecht voor tig fingers;
lasvingerhandschoenen
die superhandig zijn als je
je vingers wilt sparen bij
het aluminiumlassen.
CAD in
je zak
Ter plekke nog even een
afmeting controleren of een
afstand doormeten? Met de
AutoCAD WS iPhone-app
heb je je ontwerptekeningen
altijd bij de hand. Met deze
app kun je al je AutoCADtekeningbestanden bekijken,
bewerken en met anderen
delen. Gratis te downloaden
in de App-store.
Knutselbeurs
to the max
Behalve in San Mateo, New York, Rome en
Tokyo, nu ook in Hengelo: de Maker Faire.
Op deze beurs, op 23 en 24 november in
Creatieve Fabriek Hazemeijer, laten allerlei
mensen zien wat zij maken op gebied van
technologie, wetenschap, ambachten,
mode, kunst en voeding. Meld je eigen
product aan op www.makerfairetwente.com,
ga naar www.makerfaire.com voor de buitenlandse versies van de beurs en lees het
magazine Make op www.makezine.com.
Pas op: het plezier van de do-it-yourselfproducten werkt aanstekelijk. Voor je het
weet heb je een hobby!
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
5
HET
CV
VAN...
Han Bruning (49)
technisch installateur
Wat heb je gedaan voordat je bij
Jachtwerf Bloemsma ging werken?
‘Na de havo en mts bouwkunde, heb ik eerst een paar
jaar gevaren als stuurman/motordrijver. Daarna had ik
een eigen bedrijf voor zeilende passagiersvaart. In de
winter werkte ik in de scheepsbouw.’
De liefde voor schepen zat dus
al in je bloed?
‘Zeker. Ik voelde me dan ook meteen thuis bij Jachtwerf
Bloemsma. Eerst werkte ik er freelance, daarna in vaste
dienst. Ik fungeer als contactpersoon tussen de eigenaar,
bemanning en werf. Mijn werk bestaat uit onderaannemers
begeleiden, de bemanning wegwijs maken in de techniek
van het schip, kijken of alles goed functioneert en kleine
mankementen verhelpen.’
Dat klinkt alsof je volleerd bent?
‘Een groot deel van mijn kennis heb ik mezelf geleerd.
Maar ik gebruikte alleen de kennis die ik nodig had.
Als je je functie wilt uitbreiden, blijkt dat die kunde op
sommige punten toch te beperkt is. Om die reden heb
ik in 2007 de cursus hydrauliek gevolgd. Die had
meteen nut, want ik heb vervolgens zelf een compleet
hydraulisch systeem ontworpen en in bedrijf gesteld.’
Onlangs heb je ook nog de opleiding
voor scheepswerktuigkundige gedaan.
Waarom?
‘Het is een onzekere tijd en ik begin op leeftijd te raken.
Stel dat de situatie binnen het bedrijf verandert? Dan
heb ik alleen mijn mts bouwkunde, cursus hydrauliek
en zwemdiploma A en B op zak. Ik wil voorbereid zijn op
die situatie. Vorig jaar ben ik daarom de opleiding voor
scheepswerktuigkundige gaan doen. Inmiddels heb ik
mijn diploma en mag ik mezelf scheepswerktuigkundige
voor alle schepen noemen. Daarmee kan ik, mocht het
nodig zijn, ook in andere banen terecht. Ze kunnen mij
bijvoorbeeld inhuren als machinist op schepen.’
Ondervind je al voordelen van het diploma?
‘Ik kan nu met bevoegdheid meevaren met grote schepen
om de bemanning te begeleiden. Laatst moest bijvoorbeeld een schip dat op een andere werf was gebouwd
technisch bekeken worden door een onafhankelijke partij.
Ik heb toen alle technische systemen voor generatoren
en stroomvoorziening nagelopen en getest.’
Superslimme
snelweg
Techniek integreren in kunst voor
iedereen, dat kan social designer
Daan Roosegaarde als geen ander.
Onlangs won hij de grootste internationale designprijs: de Deense
Index: Award 2013. Hij kreeg 100.000
euro voor zijn project Smart Highway;
een reeks innovaties die hij ontwierp
met bouwbedrijf Heijmans om autowegen te moderniseren.
De superslimme snelweg heeft Glow-in-the-dark Lines:
belijning die oplicht in het donker. De nieuwe autoweg
wordt verlicht met Interactive Light: lichten die aanfloepen
met de energie uit wind van langsrijdende auto’s. Ook
leuk: de Electric Priority Lanes; rijstroken voor elektrische
auto’s die al rijdend door inductie met spoelen onder het
wegdek worden opgeladen. En mocht het gaan vriezen,
dan worden bestuurders door de oplichtende ijskristallen
van Dynamic Paint gewaarschuwd voor gladheid.
Nog even en je kunt de Smart Highway zelf uitproberen.
Op een nog geheime locatie in Brabant wordt inmiddels
gewerkt aan een stukje superslimme snelweg.
www.studioroosegaarde.net
6
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
Hoog
logeren
Overnachten in een oude havenkraan, dat kan binnenkort
op het NDSM-terrein in Amsterdam. Scheepswerf Talsma
in Franeker is druk bezig de kraan te verbouwen tot een
hotel met luxe kamers. Compleet met jacuzzi én een
fantastisch uitzicht over de hoofdstad.
In juli is de kraan – die na 25 jaar werkloosheid behoorlijk was
vervallen – in drie delen naar de werf in Friesland getransporteerd.
Daar brengen de mensen van Talsma de buitenkant weer terug in
de oorspronkelijke staat en bouwen ze er vervolgens drie luxe
kamers in. De machinekamer wordt de middelste suite, daarbovenop
en eronder komen de andere twee. Onder in een van de poten komt
een studio en helemaal boven in de giek legt Talsma een jacuzzi
aan. Al dat staalwerk is de scheepsbouwers wel toevertrouwd,
maar bijzonder vinden ze het toch. ‘Zo’n project komt maar een
keer in je leven voorbij’, zegt directeur Jelle Talsma.
TIE
LEZERSDIAE C
BON!
KNIP UIT
GRATIS naar eum HEIM
Techniekmusurnaal
met Metaaljo
h in
hoe de industrie zic
m HEIM ervaar je
entse
Tw
de
n
va
gin
be
In Techniekmuseu
t
twikkelde, vanaf he
t
on
he
uw
n
ee
va
lve
tto
rha
mo
t
ande
n’ is he
rboden af te blijve
uw op stoom, zet
eto
efg
textielindustrie. ‘Ve
we
n
ee
t
rimenteer me
ale uit
museum. Dus expe
n een telefooncentr
r in gang, of bedie
nnis
oto
ke
n
lm
da
se
ak
die
n
Ma
ee
?
lf
ze
derne technieken
mo
er
interov
de
ten
P,
we
AA
t
er
1920. Me
of speel me
k, RFI en infrarood,
g en oud.
jon
or
vo
k
met radar, ballistie
leu
is
. Museum HEIM
actieve orang-oetan
9, Hengelo.
IM, Industriestraat
Techniekmuseum HE
umheim.nl
www.techniekmuse
EERSTE GASTEN
Eind oktober gaat de kraan terug naar Amsterdam om
door Talsma op de oorspronkelijke plek weer te worden
opgebouwd. Nog voor Kerst zullen de eerste gasten
hier op topniveau overnachten. Heb je geen hoogtevrees en lijkt het je wel wat, vanuit je jacuzzi op
vijftig meter hoogte over Amsterdam uitkijken?
Je kunt een suite reserveren op
www.faralda.nl.
De oude NDSM-kraan
wordt weer helemaal in
oude glorie hersteld.
Bon!
bewijs voor
gratis toegearsnongen
voor maximaal 5 p
GSBEWIJS.
MEE ALS TOEGAN
KNIP UIT EN NEEMentree bij HEIM voor maximaal vijf personen
gratis
Deze actiebon biedt
december 2013.
en is geldig t/m 31
(normaal € 6,- p.p.)
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
7
VOORAF
‘Duitse bedrijven
committeren zich
echt aan het opleiden
van potentials’
8
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
‘Beroepsonderwijs
kan veel leren
van Duitsland’
In Duitsland is de jeugdwerkloosheid veel lager
dan in Nederland. Hoe krijgen ze dat voor elkaar?
Herman Blom, directeur academisering aan de
Stenden Hogeschool in Leeuwarden en docent
op verschillende Duitse scholen weet het: ‘Hun
systeem van duaal beroepsonderwijs steekt met
kop en schouders uit boven dat van ons.’
TEKST ANNEMIEK DE GIER FOTO’S HANS VAN DEN HEUVEL
Waarin verschilt het Duitse beroepsonderwijs
van het Nederlandse?
‘De inhoud van het onderwijs is meer dan bij ons georiënteerd op het beroep waarvoor en het bedrijf waarin
wordt opgeleid. Het is totaal anders opgezet dan in
Nederland: in Duitsland werken bedrijven, scholen en
overheden intensief met elkaar samen. Er is een uitgebreid en centraal geregeld systeem van planningen,
regelingen, exameneisen, enzovoort. Duitse bedrijven
nemen hun verantwoordelijkheid en begrijpen dat het
vinden en binden van goede vakmensen van levensbelang is voor een succesvolle economische ontwikkeling.
Zij behandelen hun potentiële nieuwe werknemers
goed: leerlingen zijn tijdens hun opleiding in dienst
van het bedrijf en ontvangen een wettelijk vastgelegde
opleidingsvergoeding. Na hun opleiding is de kans groot
dat leerlingen een vaste aanstelling krijgen.’
In Nederland zijn er toch ook constructies
waarbij scholen en bedrijven samenwerken,
scholingspools bijvoorbeeld?
‘Inderdaad, die zijn er en dat is natuurlijk geweldig.
Helaas staan Nederlandse bedrijven hier toch wat
vrijblijvender in. Een praktijkbegeleider in Duitsland
bijvoorbeeld, moet aan strenge eisen voldoen terwijl
in Nederland de kwaliteit per bedrijf kan verschillen.
Duitse bedrijven committeren zich echt aan het opleiden van potentials.’
Is hier misschien ook een cultuurverschil
in het spel?
‘Ja, zeker. Duitsers staan bekend om hun drang
onzekerheid in te dammen door middel van systemen.
In Nederland moeten we daar niets van hebben, zaken
moeten toch vooral flexibel blijven, niet te gereguleerd
zijn en niet te ver vooruit gepland. De keerzijde hiervan is
onze zeer gebrekkige opleiding van vakmensen. Wat ook
opvalt is dat technici in Duitsland in hoog aanzien staan,
van handwerker tot ingenieur.’
Hoe zorgen we er dan voor dat ook ons
beroepsonderwijs beter georganiseerd wordt?
‘Behalve dat bedrijven hun verantwoordelijkheid moeten
gaan nemen, zal het onderwijssysteem totaal op de schop
moeten. Nederlandse mbo-scholen worden gedwongen
zo veel mogelijk leerlingen binnen te halen, anders
kunnen ze geen omzet maken. Daarom bieden ze een
oerwoud aan verschillende opleidingen aan, waarvan
een groot deel helemaal geen zicht biedt op werk. In
plaats daarvan zou het onderwijs zich moeten richten
op wat bedrijven nodig hebben op de langere termijn.
Het is goed dat de overheid bezig is om de spelregels
voor onderwijsinstellingen te veranderen.’
Zou het Nederlandse beroepsonderwijs niet
gebaat zijn bij een strengere inspectie?
‘Ik vind het typisch Nederlands om dingen eerst mis te
laten gaan en er vervolgens een inspectie op af te sturen.
Dit is “het paard achter de wagen spannen”. Daar kan ik
me oprecht druk over maken. Verspild geld, steek het
liever in zaken vooraf goed regelen en degelijk plannen.’
De Nederlandse overheid gaat zestig miljoen
euro in het techniekonderwijs pompen…
‘Prima, als dat maar niet gebeurt in de vorm van
premies of subsidies. Ik denk dat subsidie de instellingen
en bedrijven ondergraaft. Natuurlijk kan extra geld zin
hebben, in Duitsland besteden ze dit bijvoorbeeld aan
nieuwe opleidingsmogelijkheden voor mensen die na
hun afgeronde opleiding toch niet aan het werk komen.
Als ik zelf die zestig miljoen zou mogen besteden in
Nederland, zou ik het opleidingssysteem per bedrijfstak
centraal regelen, natuurlijk met betrokkenheid van
scholen en werknemers- en werkgeversvertegenwoordiging. De rest zou ik aan bedrijven geven. Daarmee
kunnen ze hun opleidingssystemen ontwikkelen,
zoals het scholen van begeleiders en investeren in leerfaciliteiten. Leerlingen krijgen overigens als volwaardig
werknemer vanzelf de juiste werkattitude mee: ijver,
loyaliteit en het accepteren van regels en hiërarchie.
Dit is ook een belangrijk aspect van het Duitse succes.’
U bent een Duitslandfan?
‘Ja, absoluut. Ik ben er op vakantie geweest en ik heb
mijn ogen de kost gegeven. Nu ik weer terug ben, valt
het verschil in mentaliteit mij weer extra op.’ ]
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
9
IN BEELD
Steeds meer vakmensen in de metaalsector doen uniek en
specialistisch werk. De kennis en vaardigheden die daarvoor
nodig zijn, leren ze in het bedrijf zelf. Waarom is dit belangrijk
en hoe regelen bedrijven dit?
TEKST MARLEEN KAMMINGA EN ANNEMIEK DE GIER FOTO’S MAURITS GIESEN
ieuwe technologieën hebben
de innovatie in de metaalN
industrie een flinke impuls gegeven.
Tegelijkertijd is er concurrentie uit
landen waar de lonen lager liggen.
‘Om aan de vraag van de markt te
blijven voldoen, passen bedrijven
in ons land graag nieuwe technieken
toe en blijven ze zoeken naar
efficiencywinst. Dat leidt tot
innovaties die vaak zo specifiek
zijn dat je zelf je medewerkers
moet trainen om ermee te werken’,
weet Anton Verlaan, regiomanager
Noord-Holland bij OOM.
Bovendien kun je niet opleiden voor
zo’n grote diversiteit aan functies.’
Hij schetst daarvan een voorbeeld.
‘Uit stripjes staal beugeltjes maken,
dat doen we niet meer zelf. Meervoudige bewerkingen die je kunt
robotiseren zijn daarentegen wél
concurrerend, maar dan moeten
de medewerkers meeontwikkelen.
Onze vakmensen zijn steeds meer
procesoperator. Die processen
zijn bedrijfsgebonden, dus de
kennis ervan kunnen ze alleen
in het bedrijf zelf opdoen.’
CONFECTIE VERSUS MAATWERK
TE DUUR, TE SNEL
Het reguliere onderwijs kan daar
nooit helemaal in voorzien, legt hij
uit. ‘Je kunt van opleidingen niet
verwachten dat ze altijd over de
nieuwste software en de meest
geavanceerde machines beschikken:
dat is eenvoudig te duur en daarvoor gaan de ontwikkelingen te snel.
10
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
Scholen, zo legt Verlaan uit, zijn
vooral sterk in het competentiegerichte onderwijs: naast vakkennis
doe je er onmisbare vaardigheden
op, zoals nauwkeurig werken, in
een team werken, enzovoort. ‘Zie
het als confectie versus maatwerk.
De opleiding legt een onmisbare
basis. Daar voegen bedrijven hun
eigen maatwerk aan toe: kennis
die specifiek is voor hun processen,
machines en producten.’
INFORMEEL LEREN
Leren op de eigen werkvloer heet
in de opleidingswereld informeel
leren, omdat er geen algemeen
geldende criteria en diploma’s aan
verbonden zijn. ‘Maar ik merk wel
dat het in de praktijk steeds minder
informeel is’, vertelt Anton Verlaan.
‘Meelopen met een ervaren
medewerker gebeurt nog steeds,
maar je ziet dat bedrijven de
kennisoverdracht toch graag willen
structureren. Dat brengt namelijk
allerlei voordelen met zich mee.
Je kunt bijvoorbeeld objectief vaststellen wat er moet worden geleerd
en wanneer de leerling iets goed in
de vingers heeft.’ ]
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
11
12
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
13
Paul Vesseur
directeur van ACE Carwash Systems in Weesp
‘Wasstraten zijn technisch zeer complex en worden steeds verder doorontwikkeld.
Onze monteurs moeten dus breed én specialistisch inzetbaar zijn. Daar investeren we ook in en
dat gebeurt gestructureerd en doelgericht: elke medewerker heeft een persoonlijk ontwikkelingsplan.
Inhouse trainingen maken deel uit van ons opleidingsaanbod. Deze hebben als voordeel dat de stof
heel sterk is gericht op de praktijk en op het niveau van de medewerkers. Het is ook belangrijk dat we
onze eigen cultuur kunnen laten doorklinken in de interne trainingen. Communicatie en je aan afspraken
houden zijn in dit bedrijf belangrijk en komen dus in bijna elke training terug. En als mensen samen
leren, gaan de neuzen vanzelf dezelfde kant op.’
14
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
THEMA
‘De wereld is groot.
Ook al is het crisis,
er liggen genoeg
kansen’
Export heeft de
X-FACTOR
De Nederlandse economie is voor een groot deel afhankelijk
van de export: zo’n 33 procent van ons inkomen komt uit het
buitenland. Zeker tijdens de crisis is het dus belangrijk dat de
export op peil blijft, ook in de metaalsector.
TEKST GEERTJE TUENTER FOTO’S BOB TREUEN, WILMA PEELEN, MARK VERSTRATEN
e nieuwste Economische
Barometer van Koninklijke
D
Metaalunie over de tweede helft
van dit jaar laat zien dat de binnenlandse markt blijft kwakkelen.
‘Het laatste kwartaal dat er een
substantiële groei in de binnenlandse
orderpositie zat is twee jaar geleden’,
zo meldt het rapport. Gelukkig zijn
er de buitenlandse markten. Want
de export heeft zich opnieuw verder
versterkt, blijkt uit de Barometer.
‘Net als de afgelopen twee jaar ontwikkelt de buitenlandse markt zich
substantieel beter dan de binnen-
t
ash 2011 in Moskou pik
Tijdens de Agroprodm
e.
me
n
eve
in
Ple
e
Rod
Bob Treuen ook het
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
15
‘We kunnen ons
onderscheiden
met innovatie.
Een goede
naam hebben
de Nederlanders
gelukkig al in
het buitenland’
Een bedank
je van Burts
Po
de snelle se
rvice van Mar tato Chips voor
celissen.
landse. Dit geldt voor de realisaties,
de waardering van de orderportefeuille én de verwachtingen voor
het derde kwartaal.’ Paul Verlinden,
beleidssecretaris Internationaal
Ondernemen bij de Koninklijke
Metaalunie, zegt dat het belang van
export in de metaalsector ‘niet te
onderschatten’ is. ‘Export is voor
steeds meer bedrijven in de metaalsector de enige manier om nog
aan groei te komen. Bedrijven die
exporteren, staan er nu beter voor.
Zij hebben hun risico gespreid.’
Alleen bij de exporterende bedrijven
– bedrijven die tien procent of meer
van hun omzet uit het buitenland
halen – is de werkgelegenheid
gelijk gebleven.
ZELF ZOEKEN
Traditiegetrouw is de belangrijkste
partner nog steeds dicht bij huis te
vinden. Verlinden: ‘Duitsland doet
het op het moment goed. In de op-
komende markten, zoals Brazilië,
Rusland, India en China, gaat de
groei inmiddels wat langzamer.’
Belangrijke exporteurs zijn machinebouwers en toeleveranciers. Ook
landen als China, Rusland en
Kazachstan zijn nu grote afnemers.
‘Van de bijna 14.000 leden van de
Metaalunie exporteert 45 procent’,
vertelt Verlinden. ‘Maar er is een
grote groep die slechts incidenteel
exporteert. Bij die groep, zo’n tien
procent van de bedrijven, is de
export puur vraaggedreven. Het is
natuurlijk mooi dat er vraag is naar
Nederlandse producten, maar wij
willen stimuleren dat ondernemers
zelf gaan zoeken naar nieuwe exportmogelijkheden. Ondernemers
moeten er zelf op uit.’ Volgens cijfers
van het ING economisch bureau van
januari dit jaar heeft de machinebouw jaarlijks een groeipotentieel
van zo’n 4,5 procent tot 2020. ‘De
sector is weliswaar conjunctuur-
Marcelissen Food Processing Equipment is een familiebedrijf in het Limburgse Belfeld en specialist in machines
voor de voedselverwerkende industrie. Van ontstenen,
wassen en ontgronden tot schillen, snijden en verpakken.
Het bedrijf begon in 1952 en produceerde toen al voor de
Nederlandse, Duitse en Belgische markt.
Bob Treuen, sales manager: ‘Het leuke is
dat we de ene dag om de tafel zitten met
een snackbarhouder over de aankoop van
een frietsnijder, en de andere dag met
PepsiCo, een van de grootste multinationals ter wereld. Vanaf de jaren tachtig
merkten wij dat er steeds meer spelers
op onze markt kwamen. Wij moesten ons
gaan ontwikkelen. Inmiddels hebben we
aan 103 landen machines geleverd. Zo’n
negentig procent van de omzet komt uit
export. Onze medewerkers zijn er trots op
dat we zaken doen met andere landen.
Ze vinden het leuk dat ze gevraagd
kunnen worden voor een montage in het
buitenland. Van onze monteurs die uitgezonden worden, verwachten we dat
16
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
ze Engels en Duits beheersen. Is dat niet
het geval, dan volgen ze een intensieve
taaltraining. De periode van uitzending
proberen we met interessante voorwaarden zo prettig mogelijk voor hen te
maken. We vergoeden reistijd en overuren, en zorgen dat er tijd is om ook iets
van de omgeving te zien. Ter plaatse is er
altijd iemand van de leiding van ons
bedrijf of een agent om de monteurs te
begeleiden. Kennismaken met andere
culturen is goed voor de ontwikkeling.
Onze monteurs zien bijvoorbeeld hoe
hun buitenlandse collega’s technische
problemen oplossen en worden daar heel
inventief van. Zelfs in Belfeld hebben ze het
over inches, in plaats van millimeters.’
en
Bob Treuen dineert met klanten
agent in Nagoya, Japan.
gevoelig,’ schrijft de ING, ‘maar
relatief goed verbonden met de opkomende economieën. Nederlandse
bedrijven produceren machines
voor halfgeleiders, maar ook voor
bijvoorbeeld de voedselindustrie,
landbouw, metaalbewerking en
de gezondheidszorg.’ Volgens
Verlinden liggen er vooral kansen
voor producenten van technisch
hoogwaardige eindproducten en
kennisintensieve toelevering.
‘Je onderscheiden door innovatie
wordt steeds belangrijker. Een goede
naam hebben de Nederlanders
gelukkig al in het buitenland.’
Jaap Snee
directeur en boer met de
van Ecotoo medewerkers
l in Tokio, Ja
pan.
de
Weerzien met Japanse klanten op
.
London Chelsea Flower Show 2013
UITHOUDINGSVERMOGEN
Wat is volgens de Metaalunie belangrijk voor bedrijven die willen gaan
exporteren, of die hun export willen
vergroten? Verlinden: ‘Goed nadenken over hoe de vraag er over
vijf jaar uitziet. En je afvragen waar
die vraag vandaan komt. Om de
Jaap Sneeboer en
Wilma Peelen.
Sneeboer in Bovenkarspel
produceert handgemaakt
tuingereedschap. Het
familiebedrijf bestaat
dit jaar honderd jaar
en exporteert tachtig
tot negentig procent van
haar producten.
Wilma Peelen, mede-eigenaar: ‘Dit jaar
stonden we al voor de dertiende keer
op de Chelsea Flower Show in Londen,
de grootste tuinbeurs ter wereld. In een
knaloranje tent. Kwaliteit leveren is
heel belangrijk, daar gaan we voor.
Zit er een scheurtje in een handvat,
dan leveren we een nieuw product.
Niet elke klant vraagt om dezelfde
benadering. Amerikanen werken altijd
en waarderen het als je ’s avonds nog
een mailtje stuurt. Duitsers vinden het
prettig als je je talen spreekt. Voor de
Japanse markt lieten we een promotiefilm van Sneeboer in het Japans
nasynchroniseren. Met succes: we
hebben daar het afgelopen jaar het
dubbele omgezet. Japanse klanten
noemen me Wilma San. Zij buigen naar
me, maar je leert al snel: terugbuigen
is not done. Voor onze exportactiviteiten
is het belangrijk om goed op de hoogte
te blijven van de exportdocumenten
die nodig zijn voor het vervoer, en die
verschillen per land. En natuurlijk moeten we onze talen spreken. Dat laatste
is een bottleneck; werknemers beheersen geen vreemde talen meer. Omdat
we exportpotentieel zien in Frankrijk,
willen we investeren in iemand die
de Franse taal machtig is, maar vooralsnog hebben we die niet gevonden.
Ook voor de functie van receptionist
lukt het niet om iemand te vinden die
Engels, Frans en Duits beheerst. Ik ben
zelf maar weer meer gaan werken.’
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
17
Willem Verstraten (zo
on van Mark) aan tafe
l met
een klant in Ougadougo
u, Burkina Fasso.
Steeds meer werknemers
in de metaal volgen
een cursus met hun PTT...
concurrentie met lagelonenlanden
aan te kunnen blijven gaan, is het
van groot belang je te specialiseren,
nieuwe producten te ontwikkelen
en te investeren in automatiseringsprocessen. Daarnaast is training en
opleiding van personeel cruciaal,
zegt Verlinden. ‘We hebben een
groot gebrek aan goed opgeleid personeel.’ Ondernemers in de metaal
zijn zich daarvan bewust, blijkt uit
de Economische Barometer van de
Metaalunie: 45 procent van de deelnemers geeft aan het komende jaar
een stagiair aan te nemen. ‘Metaalondernemers begrijpen dat het
belangrijk is om stage- en leerwerkplekken beschikbaar te stellen.
Zo kunnen ze investeren in de
toekomst van het eigen bedrijf én
maatschappelijk betrokken zijn’,
staat in de Barometer. Ook uithoudingsvermogen is volgens
Verlinden een goede eigenschap
om van handel met het buitenland
een succes te maken: ‘Voor export
moet je de tijd nemen, en misschien
26.444
cursisten in 2012
kost het in het begin zelfs wat geld.
Maar op een gegeven moment is het
ook gewoon een kwestie van doen.
De wereld is gelukkig groot. Ook al is
het crisis, er liggen genoeg kansen.’
ADVIES EN COACHING
De Koninklijke Metaalunie helpt
bedrijven op verschillende manieren
hun export te bevorderen. Bijvoorbeeld met het subsidieprogramma
Starters International Business (SIB),
een samenwerkingsverband
tussen verschillende Nederlandse
organisaties zoals de Metaalunie en
Agentschap NL, uitvoeringsorgaan
van de Rijksoverheid. Dit SIBprogramma is bedoeld voor bedrijven
die willen beginnen met exporteren
of bedrijven die hun export willen
uitbreiden van incidentele export
naar aanbodgerichte, meer structurele export. Ondernemers worden
gewezen op de mogelijkheden en op
de risico’s van handel met klanten
in het buitenland. ‘We leveren
advies en coaching. In een aantal
... en steeds
vaker is dat een
taalcursus.
18.099
cursisten in 2011
11.637
cursisten in 2010
287 362 567
taalcursussen
in 2010
18
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
taalcursussen
in 2011
taalcursussen
in 2012
sessies krijgen de ondernemers
bouwstenen voor het maken van
een exportplan.’ Daarnaast
organiseert de Metaalunie handelsmissies en andere activiteiten die
zijn gericht op het stimuleren en
ondersteunen van internationaal
zakendoen. ‘Een handelsmissie is
een laagdrempelige manier om
direct in contact te komen met
potentiële buitenlandse partners’,
aldus Verlinden. ‘De afspraken in
het buitenland worden van tevoren
voorbereid. We leren ondernemers
ook over cultuurverschillen. Hoe ga
je om met buitenlandse klanten?
Wat willen Duitsers bijvoorbeeld
graag horen?’ In januari volgend
jaar organiseert de Metaalunie een
missie naar die belangrijke handelspartner Duitsland en, verder van
huis, naar Vietnam. ]
Rimas Technology Group in Beringe begon in 1994 als
technische handelsonderneming voor het aluminiumprofielenprogramma van Bosch Rexroth, met klanten
in Nederland en België. Sinds de overname in 2005
exporteert het bedrijf vooral productiemachines
voor de solarindustrie aan relatieve nieuwkomers op
dat gebied, zoals Azerbeidzjan, Tunesië en Jemen.
Mark Verstraten, managing director:
‘Acquisitiebureaus hebben ons geholpen
om vreemde markten te veroveren, een
goede aanwezigheid op internet en
mond-tot-mondreclame deden de rest.
Inmiddels exporteren we bijvoorbeeld
naar Azerbeidzjan, Tunesië, de Filippijnen
en de VS, maar ook in West-Afrika zit
veel potentie. We werden eigenlijk overvallen door de vraag vanuit deze hoeken.
Het verschilt per jaar, maar gemiddeld
komt zo’n zeventig procent van onze
omzet uit het buitenland. Niet alleen uit
solar, maar ook uit de productielijnen
voor de automotive en vliegtuigindustrie.
In de arbeidsovereenkomsten van de
medewerkers is vastgelegd dat iedereen
bereid moet zijn om een poosje voor
het bedrijf naar het buitenland te gaan,
als dat nodig is. We organiseren intern
taalcursussen Engels en Frans en
selecteren nieuwe medewerkers op
taalvaardigheid. Als we zaken gaan
doen met een ‘nieuw’ land, zorgen we
dat we goed beslagen ten ijs komen.
We kopen (reis)boekjes met wetenswaardigheden over het land.
Exportvereniging Fenedex praat ons
bij over de omgangsvormen ter plaatse,
en over de financiële mores winnen
we informatie in bij banken en kredietverzekeraars. In een land als India is
het bijvoorbeeld gebruikelijk om de
laatste tien procent van een factuur
niet te betalen. Klanten zoeken naar
onvolkomenheden in de producten of
het proces om onder de betaling uit
te komen. Het is handig om daarop
te anticiperen door te zorgen dat alles
tot in de puntjes geregeld is.’
w van Mark)
Marianne Verstraten-Winius (vrou
lijn in Canada.
uctie
prod
de
van
ing
open
de
bij
Mark Verstraten (links) met zijn medewerkers
in een fabriek in Toronto, Canada, waar een
productielijn van Rimas wordt geïnstalleerd.
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
19
De hobby
van...
Gerrit Esselink
Eigenaar EMB
Metaalbewerking
In 1977 zag hij met eigen ogen
hoe tractor pulling in Flevoland
geïntroduceerd werd door de
Amerikanen. Sindsdien heeft de
sport zijn hart gestolen. Met de
zelfgebouwde Hurricane komt hij
uit in de 3,5 ton Superstock klasse
in de Grand National League; het
hoogst haalbare niveau in Europa.
Team Hurricane kijkt de
gegevens na van de laatste
wedstrijd in Alphen. Een computer op de tractor registreerde
minutieus wat er gebeurde met
de temperatuur in de motor, de
druk en het brandstofverbruik.
Zaken als weersomstandigheden, bandenspanning en
klepspeling worden handmatig
bijgehouden. Met deze informatie worden de prestaties
van de Hurricane doorlopend
verbeterd.
In de werkplaats naast het huis
van Gerrit komt Team Hurricane
zeker twee avonden per week
bij elkaar om aan de tractor te
sleutelen. De kleppen worden
gesteld, het oliefilter wordt
vervangen, en de olie wordt
uitgekookt, waardoor de
methanol verdampt en de olie
opnieuw kan worden gebruikt.
De tractor loopt op methanol
en verbruikt tijdens een
wedstrijd al gauw twintig liter
brandstof in tien seconden.
Afgezien van het verplichte
standaard motorblok is bijna
alles aan de Hurricane zelfgemaakt. De turbo’s zijn aangepast voor een nog betere
flow. Het maken van onderdelen voor de Hurricane en
het sleutelen eraan vindt
Gerrit minstens zo leuk als
het rijden van een full pull.
‘Door tractor pulling ben ik de
metaalbewerking ingegaan.’
20
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
Twee jaar geleden
is begonnen aan de
Hurricane, een zescilinder. Inmiddels is er
ruim anderhalve ton
aan gespendeerd, en
meer dan vijfduizend
uur aan gewerkt. Het
resultaat? 3.500 pk,
en een toerental van
5.000. Maar: ‘We zijn
met deze tractor nog
in de opbouwende
fase, het duurt echt
jaren voor je iets hebt
waarmee je Europees
kampioen wordt.’
Dit zijn ze dan: de mannen van Team Hurricane. Van
links naar rechts: Luuk ten Broeke, Björn Braakman,
Tom en Gerrit Esselink. Samen doen ze jaarlijks mee
aan allerlei wedstrijden.Teamcaptain Gerrit: ‘Het is
hartstikke leuk om je kennis over te brengen op jonge,
leergierige teamgenoten.’
KIJK OP WWW.HURRICANE.NU OM
DE HURRICANE VOLOP IN ACTIE TE ZIEN.
ONDERWIJS
Geld voor
een goed plan
Een geldbedrag voor metaalbedrijven en vmbo-scholen die structureel met
elkaar samenwerken, is zoiets een goed idee? OOM experimenteert op dit
moment in alle tien regio’s met de zogeheten aanjaagpremie.
TEKST ANNEMIEK DE GIER FOTO’S ROB OVERMEER
e belangstelling van jongeren
voor techniekonderwijs is de
D
afgelopen tien jaar sterk afgenomen.
Dit is niet alleen slecht voor de technische vmbo- en mbo-opleidingen,
die moeite hebben hun opleidingen
in de lucht te houden. Ook het bedrijfsleven kampt met de gevolgen van
de terugloop: er zijn te weinig goed
geschoolde potentiële nieuwe medewerkers. Een mogelijke oplossing
hiervoor zou zijn een betere regionale
samenwerking tussen onderwijs en
bedrijfsleven. Daarom is OOM een
pilot gestart, waarbij scholen en bedrijven die goede plannen hebben
voor samenwerking in aanmerking
kunnen komen voor een bijdrage van
maximaal vijftigduizend euro, vrij
te besteden aan de uitvoering van
het plan. Aan buitenschools leren
bijvoorbeeld, aan gastlessen, een
practicumopstelling of aan materialen. Overigens wel op basis van
co-financiering, school en bedrijf
moeten zelf ook een bedrag inleggen.
SPECIFIEKE KENNIS
Maar wat is nou precies een goed plan?
Bozena van Trigt, beleidsadviseur bij
OOM, vertelt: ‘Wij willen stimuleren
dat scholen en bedrijven op een
structurele manier samen vorm geven
aan beroepsgerichte programma’s.
De vernieuwing van het onderwijsprogramma biedt daartoe een kans.
Dat krijgt een “Lego-structuur”;
een basisdeel en een keuzedeel. Het
keuzedeel kan dan regionaal worden
ingekleurd, dus als er in de regio veel
mechatronicabedrijven zijn, dan
kan daar meer nadruk op komen te
liggen. Op die manier ontstaat bij
leerlingen specifiekere kennis, die
gericht is op het bedrijfsleven in
zijn of haar omgeving. Wat ook kan,
is dat een school bijvoorbeeld een
aantal opleidingsopties voorlegt aan
het bedrijfsleven, waarop bedrijven
een keuze kunnen maken voor de
opleiding die het best aansluit bij
hun wensen.’
Bozena: ‘Iedereen kijkt mee en
beoordeelt de plannen vanuit zijn
eigen perspectief. Dan heb ik het bijvoorbeeld over duurzaamheid, zichtbaarheid voor leerlingen, draagvlak bij
schoolbesturen, aantrekkelijkheid voor
het bedrijfsleven, enzovoort. De meeste
plannen zijn inmiddels binnen en ik
ben nu al enthousiast over wat ik lees.’
GEEN REGELS
Voor de pilot zijn alle tien OOM-regiomanagers op zoek gegaan naar twee
samenwerkingsverbanden in hun
regio, waarbij al een goede dialoog
tussen school en bedrijven aanwezig
was. Deze scholen en bedrijven zijn
uitgenodigd een plan in te dienen
om in aanmerking te komen voor
de aanjaagpremie. Daarvoor heeft
OOM geen vastomlijnde regels of
standaarden voorgeschreven,
aangezien scholen en mkb zo divers
zijn. Wel zijn verschillende koepelorganisaties en sociale partners bij
de pilot betrokken, zoals de VO-raad
(sectororganisatie voortgezet onderwijs), de landelijk programmamanager sector techniek, de
Koninklijke Metaalunie, CNV
en FNV Bondgenoten.
LEERPROCES
Het is de bedoeling dat de pilot dit jaar
wordt afgerond. Daarna zal OOM bekijken of de aanjaagpremie landelijk
beschikbaar komt. De eerste reacties
van deelnemende metaalbedrijven zijn
in elk geval enthousiast. ‘Zij vinden
het prettig om meer invloed te hebben
op het opleidingsaanbod van scholen’,
vertelt Bozena. ‘Voor alle partijen is dit
een belangrijk leerproces. Geld van bedrijven inzetten om het onderwijs beter
te maken is nieuw in Nederland en we
willen kijken op welke manier we de
beste resultaten kunnen bereiken.’
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
21
José Leenders
Mede-eigenaar Klift Metaalbewerking in
Berkel en Rodenrijs en bestuurslid OOM
‘De aanjaagpremie biedt de mogelijkheid om
vanuit bedrijven iets te betekenen voor de
kwaliteit van het beroepsonderwijs. Dat is een
goede zaak, al moeten we wel kritisch blijven
en niet zomaar met geld gaan rondstrooien.
De plannen die we tot nu toe binnen hebben
zijn soms wat erg breed opgezet. Scholen
willen natuurlijk altijd meer doen, bijvoorbeeld
hun hele techniekaanbod promoten. Maar wij
selecteren specifiek op de verbetering van het
metaalonderwijs. Daarnaast is het belangrijk
dat een project scholen en bedrijven laat
samenwerken en dat het is gericht op de
behoefte van het lokale bedrijfsleven. De
constructie van co-financiering zorgt ervoor dat
de aanjaagpremie meer is dan een pot met geld,
alle partijen blijven scherp op de uitvoering van
de plannen. Bij Klift Metaalbewerking werken
we ook samen met scholen, bijvoorbeeld met
een vmbo in Rotterdam. Uiteindelijk levert het
je als bedrijf iets op, namelijk dat je kunt bijdragen aan het inwilligen van de eisen die je
aan leerlingen stelt. Sowieso kan een sterkere
relatie met een school tot mooie dingen leiden,
denk aan stageplekken, gastlessen en bijscholing van docenten. Dit alles zorgt er dan
hopelijk voor dat we in de toekomst meer en
beter opgeleide leerlingen hebben.’
‘Door co-financiering
blijft iedereen scherp’
22
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
Peter Niehoff
Afgevaardigde FNV Bondgenoten
‘Techniek is een ondergeschoven kindje in
onderwijsland. Vooral laaggeschoolde jongeren
ondervinden hier de nadelen van: zij kiezen
voor een algemene vmbo-opleiding en komen
dan vaak terecht in ‘wegwerpbanen’ of flexbanen bij bijvoorbeeld fastfoodrestaurant of
supermarkt. En dat terwijl de techniek zo veel
perspectief biedt, zo veel meer zekerheid ook.
Het is jammer dat een aanjaagpremie nodig is
om scholen en technisch bedrijfsleven beter
te laten samenwerken. Maar als het dan toch
nodig is, dan vind ik de insteek goed en interessant. Op dit moment zijn we nog bezig de
ingediende plannen door te nemen. Mijn taak
is om vanuit FNV Bondgenoten de plannen
mede te beoordelen. Ik kijk vooral of een plan
daadwerkelijk zoden aan de dijk zet, of het
echt om een structurele samenwerking gaat
en of de nadruk ligt op de regio. Natuurlijk zijn
er al veel samenwerkingsverbanden tussen
scholen en bedrijven. Maar om in aanmerking
te komen voor de aanjaagpremie, moet een
samenwerking vernieuwend zijn en een heel
gerichte en concrete aanpak hebben. Steeds
probeer ik me in te leven in de leerling: zou ik
het interessant vinden als ik daar op school
zou zitten? Zou ik overtuigd raken van de
veelzijdigheid van de techniek?’ ]
‘Zo’n plan moet wel
vernieuwend zijn’
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
23
CURSISTEN
‘Wij binden klanten met
de juiste opleidingen’
Bij Klein Hesselink Mechanisatie BV in Aalten volgen
alle medewerkers maar liefst drie à vier cursussen
per jaar. ‘We kunnen niet hebben dat klanten zeggen
dat ze het zelf ook wel hadden gekund.’
TEKST MARLOES DE MOOR FOTO MARK VAN DER ZOUW
anwege de snel veranderende
techniek – vooral op het gebied
V
van elektronica – is bijscholing
onmisbaar, merken ze bij Klein
Hesselink. Daarom besteedt het
bedrijf sinds 2010 veel meer aandacht aan opleidingen en cursussen.
‘Je móet daar tijd voor vrijmaken,
anders loop je in no time hopeloos
achter’, zegt bedrijfsleider Dirk-Jan
Winkelhorst. ‘We kunnen niet hebben dat klanten zeggen “dat hadden
we zelf ook wel gekund”. Ons nieuwe
opleidingsbeleid komt natuurlijk
ook voort uit de recessie. Klanten
proberen steeds meer zelf te doen
en bellen pas als ze er echt niet uitkomen. Dan moet je snel en adequaat
een oplossing kunnen bieden.’
HAKSELAAR EN MAAIDORSER
Aan het eind van elk jaar bekijkt
Winkelhorst met de werkplaatschef
aan welke bijscholing de medewerkers behoefte hebben. Gemiddeld
volgt iedere monteur drie à vier
cursussen per jaar. Harmen te Winkel,
monteur en plaatsvervangend
werkplaatschef, heeft bijvoorbeeld
een cursus gedaan voor het gebruik
van een zelfrijdende hakselaar en
is nu bezig zich te specialiseren
in de maaidorser. Zijn collega
Gerben Lensink heeft zich vooral
24
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
bijgeschoold in de techniek van
tractoren en deed een cursus
voor elektrische en hydraulische
systemen. Winkelhorst: ‘De basisprincipes – zoals het instellen en
uitlezen van de machines – kennen
onze monteurs wel, maar het
gaat vooral om het oplossen van
storingen.’
OMZET GESTEGEN
Collega Stef Lageschaar begint per
september met niveau 4 van de
mbo-opleiding landbouwtechniek
aan de CLAAS Academy. Deze opleiding is gelieerd aan het Duitse
bedrijf CLAAS (de grootste producent
van landbouwmachines in Europa),
waarvan Klein Hesselink de
verkoop- en onderhoudsrechten
heeft. Zo kan Lageschaar de theorie
meteen in de praktijk toepassen.
Klein Hesselink ervaart duidelijk
voordelen van het opleidingsbeleid.
Veel leerlingen melden zich aan
voor een stageplaats. Het bedrijf
krijgt ook steeds meer klanten en
de omzet is de afgelopen jaren
zichtbaar gestegen. ‘Klanten kun
je binnenhalen door te stunten
met prijzen, maar wij binden
ze door kwaliteit te leveren met
de juiste instelling en de juiste
opleidingen.’ ]
Harmen te Winkel
monteur en plaatsvervangend
werkplaatschef
Dirk-Jan Winkelhorst
bedrijfsleider
Gerben Lensink
monteur
Stef Lageschaar
monteur
‘Je móet tijd vrijmaken
voor opleidingen,
anders loop je in
no time hopeloos achter’
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
25
DE DIALOOG
Jesse Mijnen (18) is bbl-leerling plaatwerken bij apparatenfabriek Ara. Hij heeft
pas een verslag ingeleverd voor zijn BeroepsPraktijkVorming-wijzer (een portfolio
dat een overzicht geeft van zijn vorderingen in zijn leerbedrijf en op school) en
heeft daarover een evaluatiegesprek met zijn leidinggevende Tonny te Winkel (44).
Tonny & Jesse
Tonny: ‘Ha Jesse, mooi verslag had je
gemaakt voor je BPV-wijzer.’
Tonny: ‘Dat kan wel zijn, maar je hebt heel
duidelijk beschreven hoe je zoiets doet, en ook
je foto’s van alle handelingen in het proces
waren prima. Wat me wel opviel, is dat je jezelf
kritischer beoordeelt dan ik dat doe.’
Jesse: ‘Ik vond de opdracht niet moeilijk.
Kanten doe ik graag en ik had al vaker een
cilinderkap voor een hydraulische slagschaar
gekant. Het was eigenlijk een routineklusje.’
Jesse: ‘Ik vind het lastig om
mezelf te beoordelen, ik wil niet
opschepperig overkomen.’
Tonny: ‘Bedenk: je bent een leerling, dus je mag een zeperd
maken. Hoe moet je anders een vakman worden? Maar het
gaat goed, dus maak je geen zorgen. Je vaktechnisch inzicht
is ruim voldoende. Je vaktechnische vaardigheden zijn goed,
en ook met je beroepshouding, je functioneren in het bedrijf
en je persoonlijke capaciteiten zit het wel snor.’
Tonny: ‘Binnenkort komt je mentor van het Graafschapcollege, dan
bekijken we hoe we je nog wat extra ondersteuning kunnen bieden.
Maar je bent een prima leerling, en ik heb alle vertrouwen in je
ontwikkeling. Als ik alleen al zag hoe snel je de cnc-machine kon
bedienen… Ik zie jou wel een niveau 4-opleiding volgen.’
Jesse: ‘Het rekenen gaat wat
moeizaam, maar ik ben blij met de
extra lessen op school en de uitleg
bij Ara, dat helpt.’
Jesse: ‘Misschien cnc-plaatwerken, hierna.
Maar dat is toekomstmuziek; eerst maar eens
kijken hoe ik het er bij het volgende werkstuk
van afbreng.’
26
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
REPORTAGE
‘Prachtig werk
dat mij veel
voldoening
geeft’
Ode aan
de vakman
Vakmanschap is eeuwenoud, maar tegenwoordig weer helemaal hip.
Mensen zijn steeds vaker op zoek naar eerlijke, handgemaakte producten.
Het ontbreekt alleen nog aan voldoende goede ambachtslieden om al die
producten te maken, en dat is eigenlijk best vreemd.
TEKST MARLOES DE MOOR FOTO’S MARK VAN DER ZOUW
Pieter Brand (44) is hoefsmid
in Ridderkerk
en handgemaakte racefiets, een custom made zakmes of
een op maat gesmede loungebank. Mooi om te hebben,
E
maar minstens zo mooi om te maken. Want zoiets kan niet
iedereen. Zélf iets maken, of dat nu een fiets, een hek of een
klok is, vereist vakmanschap. Precisie, kwaliteit en maatwerk zijn heel belangrijk. En die kwaliteiten doe je alleen
op door veel te oefenen en ervaring, kunde en vaardigheid
op te bouwen. Niet iedereen die weleens met zijn handen
werkt is dan ook zomaar een ambachtsman.
De vraag naar ambachtelijk gemaakte producten groeit
snel. Consumenten keren zich vaker af van massaproductie en zijn op zoek naar duurzaamheid en kleinschaligheid, naar authentieke, lokale en regionale producten. En dat is precies wat ambachtslieden te bieden
hebben. Zij staan dicht bij de mensen én bij de materialen
waarmee ze werken. Vaak werken ze in kleine werkplaatsen
waar klanten gemakkelijk even binnenlopen. In Brooklyn in
‘Ik rijd zelf paard en kwam daardoor regelmatig
bij de hoefsmid. Dat vond ik zo’n mooi vak dat
ik bij die man in de leer ben gegaan. Ik volgde
daarnaast de Nederlandse Hippische
Beroepsopleiding (NHB) in Deurne. Nu ben
ik zelf hoefsmid en ontvang ik klanten van
maneges, fokkerijbedrijven en sportstallen.
Ik hou van dit werk, omdat ik de hele dag met
paarden in de weer kan zijn. Die liefde voor
paarden moet je wel hebben. Ik geniet ervan
als ze weer mooi op de ijzers staan en goed en
lekker lopen. Ik heb bij mijn smederij ook een
paardenkliniek waar paarden met blessures
terecht kunnen. Ze krijgen een behandeling
met speciaal beslag om de hoeven rust te
geven en te ondersteunen. Prachtig werk
dat mij veel voldoening geeft.’
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
27
REPORTAGE
Geert Jan van der Heide (68)
Maker van historische
blaasinstrumenten in Putten
‘Het is leuk om op een instrument te spelen dat er
mooi uitziet én een tweede leven heeft gekregen.
Ik hou me al dertig jaar bezig met het kopiëren
van historische koperen blaasinstrumenten uit
de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw.
De originelen liggen in een museum, maar
muzikanten krijgen geen toestemming om daarop
te spelen. Om hen daartoe toch in staat te stellen,
maak ik de instrumenten na. Een opleiding is er
niet voor. Ik heb het mezelf geleerd door veel te
studeren in oude literatuur, door te kijken bij
collega’s. Inmiddels heb ik een wereldwijde
klantenkring opgebouwd. Het handwerk van
het vak spreekt me aan. Daarnaast ben ik
geïnteresseerd in geschiedenis en speel ik zelf
ook trompet. De combinatie van die drie is mooi.’
New York bloeit deze trend al volop. Ambachtslieden
maken er in hun eigen werkplaatsjes koksmessen,
snijplanken, glazen of pannen. Dat levert een enorme
toestroom van klanten op: hun producten zijn zo populair
dat er inmiddels wachtlijsten voor zijn. Behalve de
kwaliteit is ook het verhaal achter het product belangrijk.
Een willekeurige winkelketen die een kandelaar verkoopt,
kan daar verder niet zo veel over kwijt. Maar wie kan
vertellen dat hij handgemaakt is door een échte smid, die
in een naar ijzer geurende werkplaats bij flink opgestookt
vuur aan deze kandelaar zat te werken, komt een stuk
interessanter voor de dag.
PLUIZIGE MIDDELEEUWEN
Ambachten bestaan al vanaf de middeleeuwen. Tot eind
achttiende eeuw waren ze verenigd in zogenaamde beroepsgildes, waarbinnen je het vak kon leren. Een vakman werd
opgeleid via het principe van leerling-gezel-meester. Je liep
als leerling mee bij een volleerd ambachtsman. Vervolgens
‘Ik heb het
mezelf
geleerd’
28
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
‘Het mooie is
dat je overal ziet
wat je maakt’
De jonge garde van
Smederij Oldenhave:
Sergio Wopereis en
Erik Oldenhave.
Willem Oldenhave (60)
Smid bij Ambachtelijke Smederij
Oldenhave in Vorden
‘Vijftig jaar geleden hielp ik als jongen al in de
smederij van mijn vader. Na de lts werd ik zelf
smid. Inmiddels hebben we veel grote klanten.
We maakten de kroonluchters van de Ridderzaal
en het hekwerk rond het Torentje en restaureerden Michiel de Ruyter in Vlissingen. Dit hebben
we bereikt door altijd kwaliteit en vakmanschap
te leveren. Ik heb de liefde voor het ambacht
overgebracht op mijn zoon, die vanaf zijn vijftiende in de smederij werkt. Het mooie is dat je
overal ziet wat je maakt: van de fonteinen op het
Binnenhof tot de torenbekroning van de Grote
Kerk van Deventer. Ook de variatie is leuk.
We maken van alles. Kapstokken, hekken, wijnrekken. Als mensen vragen wat we niet kunnen,
weet ik daar geen antwoord op.’
werd je gezel: je kende je vak en ging je specialiseren. De
volleerde ambachtsman kon ten slotte een meesterproef
doen en zijn eigen bedrijf beginnen. Vanaf de achttiende
eeuw veranderde dat systeem en ontstonden ambachtsscholen en specialistische vakopleidingen. Helaas kleeft
aan ambachten, vooral onder jongeren, soms een imago van
pluizige middeleeuwen en bebaarde mannen in stoffige
gildes. Een kantoorbaan met een snelle Engelse benaming
klinkt een stuk veelbelovender. Dat is vreemd, omdat
dat beeld helemaal niet klopt met de werkelijkheid. De
ambachtssector telt 290.000 bedrijven, 865.000 mensen
en een jaarlijkse omzet van 110 miljard euro. Door de vergrijzing komen tot 2021 ruim 200.000 banen vrij. Als er
ergens werkgelegenheid en een rooskleurige toekomst te
vinden zijn, dan is het in deze sector.
HELDER VERHAAL
De overheid heeft de creatieve industrie aangewezen als
Topsector en wil Nederland in 2020 de meest creatieve
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
29
REPORTAGE
economie van Europa laten zijn. Onder deze creatieve
industrie vallen ook de ambachten. Denk maar aan het
maken van mode, sieraden, muziekinstrumenten,
architectuur en designmeubelen. Zeg nou zelf, als
ambachtsman heb je alle reden om trots te zijn op je werk.
Terwijl de ict’er op verjaardagsfeestjes in zijn uitleg
strandt bij ‘iets met computers’, kun je als meubelmaker
of goudsmid met een mooi, helder verhaal voor de dag
komen. Al was het maar door simpelweg te laten zien
wat je hebt gemaakt. ]
‘Dit vak pakt
je en dan
wordt het je
passie’
30
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
Albert de Goeij (52)
Uurwerkmaker in Middelburg
‘Van kleins af aan ben ik al geïnteresseerd in
techniek. Toen ik in aanraking kwam met antieke
klokken, wist ik dat dat mijn vak moest worden.
Het fascineerde me dat in de zestiende eeuw
met eenvoudige middelen en materialen al zo’n
stuk techniek werd gemaakt, dat nu nog altijd
functioneert. Ik volgde de opleiding uurwerktechniek aan de Vakschool in Schoonhoven en
begon in 1985 mijn eigen winkel. Daar verkoop,
repareer en restaureer ik antieke klokken. In de
beginjaren verkocht ik wekelijks een klok. Dat
is minder geworden, omdat antiek bij jongeren
niet populair is. Mijn klantenkring bestaat vooral
uit oudere mensen. Laatst repareerde ik voor
een klant een boerenklok van driehonderd jaar
oud. Prachtig om aan te werken. Dit vak pakt je
en dan wordt het je passie.’
OOMINFO
ALLES OVER OOM OP DE VOLGENDE PAGINA’S WIE WIJ ZIJN | WAT WIJ DOEN |
CONTACTGEGEVENS | ONZE REGELINGEN | ONZE SERVICE | MIJNOOM.NL
Gert Ruiter (54) is directeur van Werkartaal in Zeist,
een stichting die werklozen begeleidt naar de arbeidsmarkt.
‘Bij Werkartaal volgen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zoals werklozen,
WAO’ers en voortijdig schoolverlaters, een individueel traject dat bestaat uit het opdoen
van werkervaring en scholing. Jaarlijks leren zeventig deelnemers hier een vak in onder
andere de metaal-, installatie- en elektrotechniek. Na die periode bemiddelen we hen; bijna
zeventig procent vindt een baan. Voor onze twaalf medewerkers doen we regelmatig een
beroep op de Persoonlijke Trainingstoelage. We hebben bijvoorbeeld vier praktijkopleiders
en die volgen regelmatig een cursus om op de hoogte te blijven van de veranderingen in het
beroepsonderwijs. Met scholing verbeteren we de positie van onze medewerkers, onze
deelnemers en ons bedrijf.’
Een cursus volgen?
Kijk op www.oom.nl/ptt voor meer informatie over de Persoonlijke Trainingstoelage.
Werkartaal is altijd op zoek
naar vacatures voor haar
deelnemers. Is uw bedrijf
in de omgeving van Zeist
gevestigd en heeft u een
vacature? Mail dan naar
[email protected].
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
31
OOM,
AANGENAAM!
OOM is het opleidingsfonds van en voor
145.000 werknemers en 15.000 bedrijven in
de metaalbewerking. OOM geeft voorlichting
en advies over scholing en draagt financieel
bij in de kosten daarvan. Dit gebeurt op basis
van CAO-afspraken die zijn gemaakt door
sociale partners in de sector.
OOM wil hoger en beter opgeleid personeel in de
metaalbewerking, meer instroom van vakmensen
en een aantrekkelijker imago van de sector.
OOM wil daarmee dat bedrijven en werknemers
beter voorbereid zijn op nieuwe ontwikkelingen
en veranderende omstandigheden in de economie en op de (arbeids)markt.
Dat doet OOM door veel persoonlijk contact en
een klantgerichte, stimulerende aanpak. Daarbij
gaat OOM zorgvuldig en transparant om met
sectorgelden.
De dienstverlening van OOM heeft inmiddels
geleid tot bijscholing van 25.000 werknemers, de
instroom van 1.900 leerlingen en 7.000 bedrijven
die actief bezig zijn met scholing en opleiding.
Wie bestuurt OOM?
Het bestuur van OOM bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties; de ‘sociale partners’.
De vertegenwoordigers van de werkgevers
zijn afkomstig uit de Koninklijke Metaalunie.
De werknemersvertegenwoordigers komen
uit FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen en
De Unie.
EEN OPLEIDING?
OOM HELPT
MET RAAD EN DAAD
Via OOM kunnen werknemers en werkgevers
in de metaalbewerking gebruikmaken van
subsidies en financiële bijdragen voor scholing
en ontwikkeling.
Persoonlijke Trainingstoelage voor werknemers (PTT2013)
Deze OOM-regeling vergoedt 50% van de kosten voor een opleiding,
training of cursus van een werknemer, tot een maximum van € 750.
Bedrijven kunnen voorafgaand aan de cursus een bijdrage aanvragen
via www.mijnoom.nl.
Ontwikkelbudget
Investeren in uw personeelsbeleid? Vraag dan een Ontwikkelbudget
aan. Hiermee beschikt u voor een periode van twee jaar over een budget
van € 1.800 om het personeelsbeleid van uw bedrijf te verbeteren.
Er is een Ontwikkelbudget beschikbaar voor maximaal 600 bedrijven.
Leerwerkbijdrage
Aan de slag met een leerling in uw bedrijf? Maak dan gebruik van
onze Leerwerkbijdrage als tegemoetkoming in de opleidingskosten
van een leerling. Voor het schooljaar 2013/2014 geldt een vernieuwde
Leerwerkbijdrage.
Stagebijdrage
Biedt u een stageplaats aan een leerling van vmbo, mbo (BOL) of
hoger onderwijs? Dan komt u in aanmerking voor de stagebijdrage.
Die bijdrage is gebaseerd op een vijfdaagse werkweek en is bij minder
dagen per week evenredig lager. Er kan tot uiterlijk 1 jaar na aanvang
van de stage een bijdrage worden aangevraagd.
Ervaringscertificaat
Een ervaringscertificaat (EVC) maakt het vakmanschap van uw werknemers inzichtelijk en kan zelfs diploma’s opleveren. OOM heeft een
vergoeding voor EVC-procedures die kan oplopen tot maximaal € 750
per kandidaat.
CONTACT
MET OOM
Heeft u een vraag of wilt u hulp van een van
onze medewerkers? Er zijn verschillende manieren
waarop u ons kunt bereiken.
Jobstart
Jobstart is een vergoeding voor het scholen en begeleiden van werkloze
werkzoekenden (langer dan zes maanden) en arbeidsgehandicapten,
die hierdoor geschikt worden gemaakt voor een functie binnen uw bedrijf.
Kijk op www.oom.nl/regelingen voor meer informatie en de
voorwaarden van onze regelingen.
Via de regiomanagers en
bedrijfstakvoorlichters
OOM vindt het belangrijk om aanwezig te zijn
in het land. Daarom zijn er tien regiomanagers en
veertig bedrijfstakvoorlichters. Zij zijn het aanspreekpunt voor werkgevers en werknemers.
Op het hoofdkantoor
Post: Postbus 15, 2390 AA Hazerswoude-Dorp
Bezoek: Frankrijklaan 10, 2391 PX Hazerswoude-Dorp
Tel: 0172 - 52 15 00 | Fax: 0172 - 52 15 77
E-mail: [email protected]
Onze medewerkers zijn bereikbaar van maandag tot
en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur.
Op internet
www.oom.nl, www.mijnoom.nl
32
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
PTT2013
Op www.oom.nl staat
deze meter die aangeeft
hoeveel euro er nog
beschikbaar is voor de
Persoonlijke Trainingstoelage (PTT2013).
Iedere bij OOM
aangesloten
werknemer die
deelneemt ontvangt
een Leertegoedbon
ter waarde van
€ 750,-
LAAT JE BIJPRATEN
OP EEN KENNISAVOND
Is lijmen het nieuwe lassen? LEAN produceren, wat is dat? Bezoek voor een
antwoord op deze en andere vragen een van de kennisavonden van OOM.
Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in je vakgebied, dat gaat
niet vanzelf, daar moet je iets voor
doen. Gelukkig maakt OOM het je
zo gemakkelijk mogelijk. Regelmatig
organiseren we kennisavonden,
waarop je aan de hand van presentaties en workshops wordt bijgepraat
over de nieuwste technieken in de
metaalbewerking. Kennisavonden
worden in alle regio’s georganiseerd;
er is er dus altijd wel een bij jou in de
buurt. Bovendien is de entree gratis
en word je onthaald met een buffet
en uitgezwaaid met een borrel.
Als klap op de vuurpijl krijg je een
Leertegoedbon mee ter waarde
van 750 euro, te besteden aan een
vakgerichte cursus naar keuze.
Bijblijven is een werkwoord.
Schrijf je in voor een kennisavond
op www.kennisavond.nl.
NIEUWE AVONDEN
Binnenkort gaat OOM weer van
start met twee verschillende kennisavonden. Op de kennisavond lijm- en
lasinnovaties maak je kennis met
lijmtechnologie. Je ziet hoe je
mag-last met gevulde draad, leert
hoe je lasmethodebeschrijvingen
toepast en kun je lasvaardigheden
uitproberen op een virtueel lasapparaat. Op de kennisavond
Mechatronica, meettechnieken
en efficiënt produceren ontdek je
hoe ideeën resulteren in innovaties
en nieuwe producten. Je leert hoe je
processen in jouw bedrijf efficiënter
kunt laten verlopen en hoe je technische tekeningen goed interpreteert.
Mocht je zin krijgen om een cursus
te volgen: op beide avonden zijn
opleidingsadviseurs van OOM
aanwezig met wie je je opleidingswensen kunt bespreken.
Foto’s: de kennisavond Mechatronica, Meettechnieken en Lean op 29 januari in het Technum in Vlissingen.
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
33
EXTRA
GELD VOOR
VERNIEUWDE
EVC-REGELING
Per 1 augustus jl. is de EVC-regeling vernieuwd.
Wat is er veranderd, en waarom? Brenda Scheuer,
manager van de afdeling Vergoedingen, legt uit.
Wat houdt de EVC-regeling ook alweer in?
‘Veel werknemers in de metaal hebben het vak in de praktijk
opgedaan en weten niet wat zij vaktechnisch waard zijn.
Met een EVC-procedure wordt dat vakmanschap gemeten,
gewaardeerd en erkend. De EVC-regeling is een bijdrage in
de kosten van die procedure.’
Waarom is de EVC-regeling gewijzigd?
‘De EVC-regeling was in de eerste helft van dit
kalenderjaar zo’n succes en is zo vaak aangevraagd, dat het budget dat ervoor was
begroot op 1 juni was uitgeput. Het bestuur
heeft per 1 augustus jl. € 200.000 aan het
budget toegevoegd én nieuwe voorwaarden
aan de regeling verbonden.’
Wat zijn die voorwaarden?
‘Voortaan geldt een staffellimiet. De regeling
kan worden aangevraagd voor maximaal vijftien
medewerkers of voor dertig procent van het
personeelsbestand. De bijdrage wordt verstrekt
op basis van co-financiering: Ten minste eenderde van de kosten betaalt het bedrijf zelf,
OOM vergoedt maximaal tweederde tot een
maximum van € 750. De EVC-procedure moet
worden uitgevoerd door een erkende EVCaanbieder. En verder geldt, net als bij de PTT:
op is op.’
Tot wanneer is de regeling geldig?
‘Tot en met 31 december 2013. Na een
evaluatie zal per 1 januari 2014 een
vernieuwde EVC-regeling ingaan.’
‘Veel werknemers in de
metaal hebben het vak in de
praktijk opgedaan en weten
niet wat zij vaktechnisch
waard zijn’
Geïnteresseerd in een EVC-traject?
Kijk op www.oom.nl/evc.
34
>> METAALJOURNAAL NAJAAR 2013
OOM IN
DE REGIO
Onze regiomanagers
vertegenwoordigen OOM
in de regio. Bij hem of haar
kun je terecht voor al je
vragen over opleiden en
ontwikkeling.
Rijnmond
Pieter Langeveld
Telefoon: 06 304 112 11
E-mail: [email protected]
Overijssel en de
Noordoostpolder
Jan Abbing
Telefoon: 06 519 908 28
E-mail: [email protected]
Utrecht, het Gooi,
Flevoland, Veluwe
Evert Polhoud
Telefoon: 06 519 916 59
E-mail: [email protected]
Limburg
Patricia Storms
Telefoon: 06 209 568 03
E-mail: [email protected]
Friesland, Groningen
en Drenthe
Michiel Jansen
Telefoon: 06 537 624 17
E-mail: [email protected]
Midden- en Oost-Brabant
Marcellino Kat
Telefoon: 06 519 908 35
E-mail: [email protected]
Zeeland en West-Brabant
Jet Ruiter
Telefoon: 06 519 908 33
E-mail: [email protected]
Noord-Holland
Anton Verlaan
Telefoon: 06 519 908 30
E-mail: [email protected]
Rijnstreek en Haaglanden
Maarten van het Schip
Telefoon: 06 223 428 85
E-mail: [email protected]
Gelderland
Johan-Peter Leeuwenburg
Telefoon: 06 533 661 48
E-mail: [email protected]
Metaaljournaal is een uitgave van
het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Metaalbewerking
(OOM). OOM adviseert over scholing
en ontwikkeling van vakmanschap
in de metaalbewerking. OOM is
de uitvoeringsorganisatie van
sociale partners.
In het fonds zijn de volgende
organisaties vertegenwoordigd:
WOORD
ZOEKER
Speel de puzzel online en maak kans
op deze Bosch Decoupeerzaag. Ga naar
www.metaaljournaal.nl om de woordzoeker
in te vullen. Als je de hoofdprijs niet wint, maak
je altijd nog kans op een van de andere prijzen.
Vanuit werkgevers:
]Koninklijke Metaalunie,
Nederlandse Organisatie van
ondernemers in het MKB in
de metaal
HOOFDPRIJS
Bosch Decoupeerzaag
Vanuit werknemers:
]FNV Bondgenoten
]CNV Vakmensen
]De Unie
5X
TWEEDE
PRIJS
Na schriftelijke toestemming van
OOM is het mogelijk delen uit deze
publicatie over te nemen.
Scandia figuur
doorloopschaar
10X
DERDE
PRIJS
Colofon
]Hoofdredactie:
Michel Revet
]Eindredactie:
Annemiek de Gier
]Redactiecommissie:
Frans Bothof
May Enning
]Redactionele bijdragen:
Irene Geerts
Annemiek de Gier
Marleen Kamminga
Marloes de Moor
Rob Overmeer
Geertje Tuenter
Annemarie Vestering
Marijn de Vries
]Fotografie:
Dick Duyves
Maurits Giesen
Hans van den Heuvel
Rob Overmeer
Verse Beeldwaren
Mark van der Zouw
]Illustratie:
Gerrit de Jager
]Bladmanagement:
Annemarie Vestering
]Grafische vormgeving:
Peter Kortleve
]Ontwerp, art-directie
en productie:
Team Hilgersom, Amsterdam
Metaaljournaal wordt
gedrukt op papier van
verantwoorde herkomst.
Maak de puzzel op
www.metaaljournaal.nl en
speel mee voor de prijzen
De woorden uit de lijst staan kriskras verborgen in het veld
met letters. Als je alle woorden uit de lijst in het letterveld
hebt doorgestreept, vormen de overgebleven letters (in de
leesrichting) de oplossing van de puzzel.
T
K
E
V
C
D
N
A
M
K
A
V
S
R
U
E
B
L
E
S
T
U
N
K
A
T
N
E
T
E
P
M O
C
E
E
W
E
D
R
O
H
P
T
U
I
N
N
K
E
T
U
T
A
A
L
N
N
G
E
E
T
R
N
I
I
H
H
S
I
E
Z
G
R
O
K
A
T
C
S
S
A
L
E
E
A
P
L
V
E
S
E
M
V
D
L
N
C
X
E
T
L
D
L
K
I
E
T
A
T
E
G
K
L
O
K
A
N
D
I
M O
R
E
G
I
O
E
E
N
A
U
O
N
R
O
O
B
N
R
D
D
T
R
Stekkersafe
met ophangoog
BOODSCHAPPEN
TUIN
WERKVLOER
EXPORT
VAKMAN
GELD
HORDE
KNUTSELBEURS
DESIGN
DUITSLAND
TECHNIEK
COMPETENT
TAAL
KLOK
TRACTOR
BOOR
UITLEZEN
EVC
LENEN
REGIO
LAS
KWAST
HELD
TANK
MANEGE
SMID
REGEL
]ISSN: 1568-0959
Dit zijn de winnaars van de zomerpuzzel
Kärcher hogedrukreiniger: B.J.H. Schellingerhout uit Gouda Gereedschapskoffer: Gordon de Clonie Mac Lennan uit
Moordrecht, A.J. Theunisse uit Alblasserdam, Marja Grolleman uit Heeten, Frank ter Horst uit Albergen, W. van Veldhoven uit
Bergen op Zoom Kabelhaspel: Tommy Hofkens uit Rijen, E.A.F. Ververgaert uit Venlo, Loes van den Heuvel uit Someren,
C. Dijkstra uit Sint Jacobiparochie, Gerrit Meijer uit Veenendaal, David Peek uit Groningen, Th. Van Kijk uit Harmelen,
Y. van Kammen uit Feanwalden, A. de Jonge uit Nieuw Bergen, Arie van Diepen uit Spanbroek
METAALJOURNAAL NAJAAR 2013 <<
35
Bezoek een
kennisavond
et
en ga naar huis m
n t.w.v.
een leertegoedbo
*
€ 750
Lijm- en lasinnovaties
Mechatronica,
meettechnieken en
efficiënt produceren
2 OKT Dordrecht
10 OKT Harderwijk
29 OKT Etten Leur
28 OKT Veldhoven
12 NOV Vlissingen
14 NOV Amsterdam
21 NOV Hoorn
26 NOV Terborg
avond.nl
is
n
n
e
.k
w
w
w
p
o
Schrijf je in
De kennisavonden worden mogelijk gemaakt door;
Festo, IJssel technologie, Interlas, Kenteq, Linde Gas, Henkel Loctite,
Mikrocentrum en WTT lasopleidingen.
*
Dit geldt alleen voor werknemers die werkzaam zijn bij een bij OOM aangesloten bedrijf.