PD Les 3

Maatschappijleer
Macht & zeggenschap
Vmbo-T
2014 - 2015
Les 3
Prinsjesdag
De vorige les hebben we gezien wat er na de verkiezingen gebeurd. De stemmen worden geteld, de kiesdeler wordt berekend,
de zetels verdeeld en er wordt een kabinet gevormd. Het kabinet maakt een regeerakkoord waarin ze hun plannen schrijven
voor de komende vier jaar.
Dit regeerakkoord wordt ieder jaar bijgesteld en aangevuld in de troonrede. De koning(in) leest de troonrede voor aan het
begin van het parlementaire jaar in de Ridderzaal. Dit gebeurt op Prinsjesdag, de derde dinsdag in september. Op dezelfde dag
biedt de minister van Financiën de miljoenennota aan de Tweede Kamer aan. Hierin staat hoeveel geld er voor de plannen
beschikbaar is het komende jaar.
Ministers & staatssecretarissen
Terug naar het regeerakkoord. Als dit akkoord is bereikt kan ons landsbestuur aan de slag. Maar wat doen regering, kabinet en
parlement eigenlijk?
De begrippen regering en kabinet worden vaak door elkaar gebruikt. Toch betekenen ze niet hetzelfde. Het kabinet bestaat uit
alle ministers en staatssecretarissen. De regering wordt gevormd door de koning(in) en de ministers. De koning(in) zit dus niet
in het kabinet en de staatssecretarissen zitten niet in de regering.
De regering is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van ons land. Iedere minister heeft een bepaald onderwerp
(beleidsterrein) onder zijn beheer, bijvoorbeeld onderwijs of gezondheidszorg. Soms is een beleidsterrein zo groot dat er een
soort ‘hulpminister’ moet worden aangesteld voor een onderdeel van het takenpakket van een minister. Zo’n hulpminister
noem je een staatssecretaris. De voorzitter van alle ministers is de minister-president. Een ander woord voor minister-president
is premier.
Ministers en staatssecretarissen maken dus keuzes op een bepaald beleidsterrein. Zij
moeten die keuzes en hun nieuwe wetsvoorstellen verantwoorden tegenover het volk
(lees: de vertegenwoordigers die namens het volk keuzes maken in de Tweede Kamer).
Het parlement
Het parlement bestaat uit de Tweede en Eerste Kamer. Samen heten zij de Staten-Generaal. De Tweede Kamer is belangrijker
dan de Eerste Kamer, omdat de leden van de Tweede Kamer rechtstreeks worden gekozen door het volk en meer bevoegdheden
hebben dan de leden van de Eerste Kamer.
De Tweede Kamer
De 150 leden van de Tweede Kamer hebben twee belangrijke taken:
1: Samen met de regering wetten maken en die goedkeuren: om de taak van medewetgever
goed te kunnen uitvoeren hebben Tweede Kamerleden een aantal rechten (stemrecht,
recht van amendement, recht van initiatief, budgetrecht).
2: De regering controleren: om de regering goed te kunnen controleren hebben Tweede
Kamerleden een aantal rechten (o.a. recht van motie, vragenrecht, recht van interpellatie,
recht van enquete)
2
De Eerste Kamer
Een ander woord voor Eerste Kamer is de Senaat. De Eerste Kamer telt 75 leden. Zij worden
niet rechtsreeks gekozen door het volk, maar door de leden van de Provinciale Staten.
De taak van de Eerste Kamer is veel beperkter dan die van de Tweede Kamer. De
Eerste Kamer heeft geen recht van initiatief en amendement en mag wetsvoorstellen alle
goed- of afkeuren.
Het staatshoofd
De positie van staatshoofd wordt in ons land sinds 1814 erfelijk vervuld door de opvolgers van koning Willem I, Prins van OranjeNassau. Naast ceremoniële taken (‘lintjes knippen’) heeft de koning(in) ook politieke taken, zoals:
- ondertekenen van alle wetten
- voorlezen van de troonrede op Prinsjesdag
- benoemen van ministers
- overleg met de minister-president over het kabinetsbeleid
Huiswerk
1) Herhaal les 1 t/m les 3, noteer de vragen die je hebt.
2) Welke ministers hebben we op dit moment? Voor welk beleidsterrein zijn zij verantwoordelijk?
www.rijksoverheid.nl/regering/bewindspersonen
3) Zoek uit wat de betekenis is van de verschillende rechten van Tweede Kamerleden. De rechten kun je vinden bij punt 2 onder
het kopje ‘Tweede Kamer’ van deze lesbrief.