M-999

ZEER BELANGRIJK - ZEER BELANGRIJK - ZEER BELANGRIJK
> Bewaar de creditcard met NOODCODE zeer zorgvuldig!
> Noteer deze code in agenda, organizer of mobiele telefoon.
> Zonder deze code kan het systeem niet uitgeschakeld worden in een noodsituatie, en
kunnen ook GEEN (nieuwe) handzenders bij-geprogrammeerd worden.
> Deze code staat alleen, en nergens anders, op de creditcard of hieronder vermeld!
Installateur :
12
12
GEBRUIKSAANWIJZING
META AUTO-ALARMSYSTEMEN M-999II / M-999III
SCM/TNO GOEDGEKEURD KLASSE 2 EN 3
DOOR INSTALLATEUR IN TE VULLEN:
De M-999II en de M-999III voldoen aan de keuringseisen van het SCM
(Stichting Certificering Motorrijtuigbeveiliging) ten behoeve van de verzekeraars en zijn
getest/goedgekeurd door het TNO.
Contactpersoon:.................................................................
Inbouw datum:...................................................................
Systeem type:
0
0
M-999 klasse 2
M-999 klasse 3
TNO goedkeuringsnummer: AA-030010
TNO serienummer van oranje sticker onder op controle-unit: A3...........................
Knip dit gedeelte uit en bewaar het op een veilige plaats.
&
Systeem type:
NOODCODE:
ZENDERCODE:
M-999
&
&
Indien gemonteerd door een erkend inbouwstation auto-beveiligingssystemen, kan er
een "certificaat auto-alarm" ten behoeve van de verzekering worden afgegeven.
Advies: Lees deze gebruiksaanwijzing geheel door, zodat u volledig op de hoogte bent
van de functies van uw alarmsysteem.
FUNCTIES:
# Radiografische afstandsbediening (2), P.T.T./R.C.D. goedgekeurd, “rolling codes
systeem”.
# Afstandsbediening met 2 knoppen om bepaalde functies te bedienen.
# Ultrasonar interieurbeveiliging d.m.v. micro-sensoren, tijdelijk eenvoudig uit te
schakelen met de afstandsbediening.
# Dubbele, automatisch inschakelende motorblokkering (SCM/TNO eis).
# Preventieve dashboard knipper-L.E.D. tevens status L.E.D.functie; een inbraakpoging
wordt aangegeven via de dashboard knipper L.E.D.
# Insteltijd van 45 sec om de werking van het alarm te controleren zonder sirenegeluid
# Omtrekbeveiliging, alarm gaat af indien portier, motorkap of kofferdeksel wordt
geopend
# Alarmering via knipperlichten en sirene.
# Aan/uit bevestiging via knipperlichten.
# 30 Seconden alarm met automatische reset.
# Complete kabelboom, gedeeltelijk zwarte bedrading om sabotage te bemoeilijken.
Stekker verbindingen voor diverse accessoires.
# Krachtige noodstroomsirene 125dB. In geval van sabotage loeit de sirene op een
eigen accu.
# Mogelijkheid om de sirene, voor 1 in/uitschakeling, tijdelijk uit te schakelen met de
afstandsbediening.
# Noodprocedure om alarm uit te schakelen met speciale code, in te geven dmv
contactslot.
# Aansluiting voor directe aansturing van elk type centrale portiervergrendeling
(eventueel m.b.v. een extra servomotor, afhankelijk van autotype).
1
# Eventueel aansturing van comfortfunctie van de auto. Comfortfunctie: indien de
deuren met de sleutel op slot gedraaid worden en de sleutel vastgehouden wordt,
sluiten de elektrische ramen automatisch.
# Uitgang t.b.v. diverse opties (automatische elektrische ramensluiter, etc.).
De volgende functies zijn door het inbouwstation naar wens te programmeren:
# Anti Car Jack functie, deuren worden tijdens het rijden vergrendeld.
# Het alarm automatisch opnieuw in laten schakelen indien het alarm per ongeluk is
uitgezet.
# Binnenverlichting 20 sec. laten branden bij uitschakelen van het alarm*.
# Extra sirene aansluitmogelijkheid*.
* Functies kunnen niet tegelijk gebruikt worden
# Alarm automatisch laten inschakelen na sluiting van de deuren, zonder de deuren te
vergrendelen.
# Sirene beep bij aan- en uitschakelen van alarm systeem.
# Paniekfunctie, af laten gaan van het alarm in een bedreigende situatie.
ONDERHOUD, REPARATIE, INSPECTIE:
Indien er een verzekeringscertificaat bij het systeem is afgegeven, geldt het volgende:
#
Bij eventuele storing dient u direct contact op te nemen met een erkend
inbouwbedrijf, bij voorkeur dat waar het systeem is gemonteerd, om de storing
te laten verhelpen.
#
Reparaties mogen uitsluitend door een erkend inbouwbedrijf worden uitgevoerd.
#
Minimaal éénmaal per jaar dient het systeem te worden gecontroleerd door een
erkend inbouwbedrijf, liefst welke het systeem heeft gemonteerd. Laat door het
inbouwbedrijf de controle op uw eigen certificaatdeel aftekenen. Bij een verzoek
om schadevergoeding is het mogelijk dat de verzekeringsmaatschappij u verzoekt
om het afgetekende certificaatdeel te overleggen.
#
het systeem heeft geen onderhoud nodig, m.u.v. de batterijen van de
handzenders. Zie blz.7.
#
Het is aan te bevelen zelf periodiek het alarm op goede werking te controleren
(zie blz. 3)
# M-999III: Klasse 3 uitgevoerd met hellingshoekdetectie M-16G; beveiligt tegen
opkrikken van de auto. Eventueel uitschakelbaar dmv handzender.
*
INHOUDSOPGAVE:
ONDERWERP:
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
*
HANDLEIDING BIJ STORINGEN:
PAGINA:
Functies
Rolling Codes / Afstandsbediening
Inschakelen van het alarm / Testen / Zelftest
Tijdelijke uitschakeling ultrasoon interieurbeveiliging
en hellingshoekdetectie (klasse 3)
Uitschakelen van het alarm
Automatische inschakeling motorblokkering
Uitschakelen van de motorblokkering
NOODPROCEDURE Uitschakelen van het alarm ZONDER handzender
Bestellen extra handzenders
Vervangen van de batterij
Synchronisatie van handzender
Noodstroomsirene
Hellingshoekdetectie (M-999III klasse 3)
Status dashboard knipper L.E.D.
Automatisch opnieuw inschakelen (optie)
Automatisch deuren vergrendelen, anti car jack functie (optie)
Paniekfunctie handzender (optie)
Waar moet u op letten
Onderhoud, reparatie, inspectie
Storingen, vals alarm
Gegevens van uw alarmsysteem > ZEER BELANGRIJK!
Gegevens inbouwstation
2
1
3
3
4
4
5
5
6
7
7
7
8
8
9
9
10
10
10
11
11
12
12
->
->
->
Het susteem reageert niet of minder goed (op sommige locaties) op de
handzenders dan wat u gewend bent:
Batterij
zie blz. 7.
U bevindt zich waarschijnlijk in een gebied waar veel zendinstallaties actief zijn
(bijv. vliegveld, PTT-zendmasten, etc.). Daardoor is het mogelijk dat het
zendersignaal van uw afstandsbediening, ondanks de PTT/RCD goedkeuring,
gestoord wordt. Het beste is dit op te lossen door zo dicht mogelijk bij de
blokkeercentrale (dashboard van de auto), het systeem te bedienen desnoods in
de auto indien het uitschakelen problemen geeft.
Indien dit niet lukt, kunt u de noodprocedure gebruiken, zie blz 6.
Indien u zich verwijderd heeft van de storingsplaats, kunt u het nog eens
proberen met de afstandsbediening.
*
->
Auto start niet als systeem uitgeschakeld is:
Accu is leeg/zwak, met als gevolg dat het systeem zichzelf inschakelt (blokkeert)
*
**
Vals alarm:
Lees status L.E.D. code uit zie blz. 9.
Neem indien nodig contact op met het inbouwstation.
*
**
Status L.E.D. blijft knipperen óók als alarm is uitgeschakeld:
Zie blz. 9.
11
Automatisch de portieren vergrendelen tijdens het rijden,
Anti Car Jack functie (optie)
Indien ingesteld door het inbouwstation kan het alarm systeem automatisch de deuren
vergrendelen indien er met de auto gereden wordt.
Werkingswijze:
5 sec. nadat het contact van de auto aangezet is zullen de deuren vergrendelen. Deze
functie wordt geblokkeerd indien het bestuurdersportier open staat, of geopend wordt
binnen de 5 sec. De deuren worden dan niet vergrendeld.
De portieren ontgrendelen als het contact van de auto wordt uitgezet of als de portieren
op de normale wijze worden geopend.
ROLLING CODES / AFSTANDSBEDIENING:
De afstandsbediening van de M-999 werkt volgens het zgn. 'rolling codes' principe.
Gebruikmaking van dit systeem garandeert voor 100% dat alléén u het alarm kunt inen uitschakelen. Het is namelijk absoluut onmogelijk deze code te "kraken".
Wanneer de afstandsbediening wordt gebruikt, zendt deze het unieke serienummer en
de identificatie per afstandsbediening, waardoor het alarm het serienummer van de
zender herkent. Tevens wordt de rolling-code uitgezonden. Deze rolling code is een
volkomen willekeurige code, die elke keer verandert wanneer de afstandsbediening
wordt gebruikt.
De afstandsbediening is uitgevoerd met 2 drukknoppen, knop A is voor het in- en
uitschakelen, knop B is tbv bepaalde extra functies en programmeerfuncties die alleen
door het inbouwstation kunnen worden uitgevoerd.
PANIEKFUNCTIE (optie):
Door middel van programmering door het inbouwstation van de alarm- controleunit is
het mogelijk het alarm te voorzien van een paniekfunctie. Hierdoor is het mogelijk het
alarm via de afstandsbediening te laten afgaan.
Werkingswijze:
Het alarm staat niet ingeschakeld of het alarm staat op scherp.
Indien de knop B van de handzender wordt ingedrukt, zal het systeem gedurende 10
sec. seconden afgaan. Tijdens deze alarmering kunt u het alarm met knop B
uitschakelen.
De status van het alarm is hierna hetzelfde als voor het gebruik van de functie.
NB:
Indien er door een erkend inbouwstation een certificaat t.b.v. de verzekering wordt
afgegeven, mag de paniekfunctie niet worden ingesteld!
WAAR MOET U OP LETTEN:
#
De override code NIET in het voertuig bewaren (blz 12)
#
De afstandsbedieningen niet blootstellen aan overmatige hittebronnen, water en
stoten.
#
Indien het systeem is uitgebreid met de M-8G automatische ramen-daksluiter, let
dan altijd op dat bij het aanzetten van het systeem niemand bekneld kan raken
door de ramen en/of het dak die automatisch sluiten bij inschakeling van het
systeem. Indien er personen of huisdieren in de auto achterblijven, sluit dan eerst
zelf de ramen en eventueel het schuifdak.
De garantietermijn is 5 jaar op fabrieksfouten van het systeem, indien er spraken is van
montagefouten vervalt het recht op garantie. De aankoopdatum is bepalend voor de
garantietermijn, dus bewaar de aankoopnota zorgvuldig. De garantie geldt voor de 1e
eigenaar van het voertuig.
10
INSCHAKELEN VAN HET ALARM / TESTEN:
Druk op knop A van de handzender.
De knipperlichten van de auto knipperen
2 maal.
De dashboard L.E.D. zal constant gaan branden,
ten teken dat het alarm in de "instelperiode" verkeert
(45 sec). De eventueel aanwezige centrale
vergrendeling van de auto zal, indien aangesloten op het
alarmsysteem, sluiten. Indien gebruik wordt gemaakt
van een optionele stuurunit of comfortfunctie van de auto, zullen tevens de elektrische
ramen en/of het dak van de auto worden gesloten.
Tijdens deze instelperiode (45 seconden) kunt u het alarm zelf eenvoudig testen of alle
beveiligingsfuncties nog werken.
Indien u een alarm simuleert, b.v. u beweegt in de auto, u opent en deur, kofferbak of
motorkap zal de sirene beeps geven, ten teken dat het alarm een alarmmelding
signaleert. In deze periode zal het alarm dus niet afgaan. Na 45 sec. zal de dashboard
L.E.D. gaan knipperen, het alarm staat nu "op scherp" en zal bij een alarmmelding
afgaan.
ZELF CONTROLE VAN ALARMSYSTEEM
Indien bij het inschakelen van het alarm één van de deuren niet goed gesloten is of een
schakelaar defect is, b.v. motorkap, zal de sirene één beep geven. Controleer de
schakelaars op een goede werking.
Indien bij in-uitschakelen de sirene 5 beeps geeft: zie noodstroomsirene blz 8.
3
TIJDELIJKE UITSCHAKELING ULTRA-SONAR en
HELLINGSHOEKDETECTOR:
Met behulp van de handzender is het mogelijk om (tijdelijk) de ultra-sonar interieurbeveiliging uit te schakelen, b.v. wanneer u bij warm weer de ramen open laat of als er
huisdieren/kinderen in de auto achterblijven. Wanneer u in dit geval het alarm aanzet
blijft de auto op alle punten beveiligd, behalve het interieur
Werking:
* Zet het alarm aan met knop A van de
handzender
* Druk binnen 45 sec (instel tijd) op
knop B van de handzender
* De knipperlichten zullen 3x oplichten
* Op dit moment zijn is het ultrasonar
uitgeschakeld.
Het ultra-sonar schakelt automatisch
weer in, wanneer het systeem een
volgende keer wordt ingeschakeld.
Eerst
Binnen 45 sec
Met behulp van de handzender is het ook mogelijk om (tijdelijk) de hellingshoek
beveiliging uit te schakelen, b.v. wanneer het voertuig op transport staat. Wanneer u in
dit geval het alarm aanzet blijft de auto op alle punten beveiligd (deurcontacten,
startblokkering, etc.), behalve het bij het optakelen.
Werking:
* Druk nadat u de ultrasoon sensoren hebt uitgeschakeld binnen 45 sec (instel tijd)
nogmaals op knop B van de handzender
* De knipperlichten zullen (nogmaals) 3x oplichten
* Op dit moment zijn de sensoren en de hellingshoekdetector uitgeschakeld.
Het geheel schakelt automatisch weer in, wanneer het systeem een volgende keer
wordt ingeschakeld.
UITSCHAKELEN VAN HET ALARM:
Druk op knop A van de handzender.
* De knipperlichten van de auto zullen éénmaal oplichten
De dashboard L.E.D. zal doven. Indien van toepassing zal
de centrale vergrendeling openen.
Indien de dashboard L.E.D. blijft knipperen: zie blz. 9.
Indien van toepassing zal de interieurverlichting 20 sec.
branden.
NB. In alle gevallen is het zo, dat wanneer het alarm en dus de startblokkering worden
uitgeschakeld, de motorblokkering automatisch weer inschakelt, wanneer er niet met de
auto wordt gereden.
4
STATUS L.E.D:
In de auto is een status knipper L.E.D. gemonteerd.
De status L.E.D. geeft aan in welke status het alarm zich bevindt,
- Indien de status L.E.D. niet brandt, is het alarm uitgeschakeld.
De motorblokkering is nog niet in werking getreden.
- Brandt de status L.E.D. constant:
verkeert het alarm in de 'instelperiode' 45 sec (blz 3.) OF
is alleen de motorblokkering ingeschakeld, maar het alarm is (nog) uitgeschakeld.
- Knippert de status L.E.D. dan staat het alarm op 'scherp'.
- Knippert de status L.E.D. in een onregelmatig tempo, zie hieronder.
Wanneer het alarm is afgegaan (inbraakpoging), dan geeft de dashboard L.E.D. tevens
aan wat de oorzaak van de alarmering is; de L.E.D. knippert dan met pauzes een
bepaald aantal keren achter elkaar:
# 1x = Massaschakelaar portier, motorkap of kofferdeksel.
(schakelaar defect? met name motorkap)
# 2x = Ultrasonar interieurbeveiliging (ramen/dak goed gesloten?)
# 4x = Startpoging
# 5x = Uitval van stroomvoorziening bij ingeschakeld alarm.
# 6x = Hellingshoekdetector
De status L.E.D. blijft deze status vasthouden in het geheugen en zal deze dus blijven
geven wanneer het alarm wordt uitgezet.
Als het contact van de auto is aangeweest (gereden of gestart) of het alarm wordt weer
aan gezet, wordt deze status gewist en zal de status L.E.D. weer normaal gaan
knipperen bij inschakeling van het alarm.
NB Elke keer als het contact van de auto uitgezet wordt, knippert de LED het aantal
keren hoeveel afstandsbedieningen geprogrammeerd zijn op het alarm (meestal 2 maal)
Automatisch opnieuw inschakelen van het alarm (optie)
Indien ingesteld door het inbouwstation kan het alarm systeem automatisch weer
inschakelen indien het alarm systeem per ongeluk met de afstandsbediening is
uitgeschakeld.
Werkingswijze: Indien het alarm is uitgeschakeld door de afstandsbediening en er
binnen 2 minuten geen deur wordt geopend, zal het systeem weer inschakelen. De
deuren worden dan niet vergrendeld.
9
NOODPROCEDURE
UITSCHAKELING VAN DE HET ALARMZONDER HANDZENDER:
In geval van nood, handzender kwijt/batterij leeg, kunt u ALLEEN met gebruikmaking
van een speciale “OVERRIDEcode” dmv een noodprocedure het alarm uitschakelen.
N.B. Deze procedure zal altijd als gevolg hebben dat het alarm enkele malen afgaat, daar
de procedure IN de auto moet worden uitgevoerd. Een paar keer oefenen met de sirene
uitgeschakeld (zie blz 8) voorkomt stress in een noodsituatie.
De code is fabrieksmatig ingesteld en staat, indien ingevuld, op blz 12 vermeld.
DEZE CODE STAAT ALLEEN OP DE RODE CREDIT CODEKAART VERMELD EN
NERGENS ANDERS!
Deze code kan gewijzigd worden, door het inbouwstation, voor een persoonlijke code.
Het alarmsysteem is ingeschakeld en de status LED knippert.
* Open de auto met de sleutel, het alarm gaat af, stap in, sluit de deur en zet het
contactslot in de ‘aan’ positie (dashboard lampjes aan)
* Wacht tot de status LED uitgaat, houdt de override code bij de hand,
* Zet binnen 15 sec het contactslot in de ‘uit’ positie.
* Wacht tot de status LED de eerste knippering geeft van de code, bv als het eerste
cijfer van de code een 3 is, zet dan het contact in de ‘aan’ positie na 3 knipperingen
van de LED.
* Zet het contactslot in de ‘uit’ positie en wacht op de volgende knippercode van de
LED overeenkomstig met het volgende cijfer van de code. En zet dan het contactslot
weer even in de ‘aan’ positie.
* Na goede invoering van de 5 cijferige code zal het systeem uitschakelen, de status
LED stopt met knipperen, u kunt de auto starten.
Mocht de procedure fout verlopen, kunt u deze gewoon weer van af het begin
doorlopen.
Zet het contactslot in de ‘aan’ positie (dashboard lampjes aan) etc
BESTELLEN EXTRA HANDZENDER:
Bij het systeem worden 2 afstandsbedieningen meegeleverd. U kunt extra zenders onder
vermelding van de zendercode (blz.12) bij uw leverancier/inbouwstation bestellen.
Deze zal ook de zender bij u blokkeersysteem bekend maken.
Het inbouw station heeft de ‘OVERRIDE CODE’ nodig om de zenders in te lezen.
Er kunnen maximaal 4 zenders op het systeem geprogrammeerd worden.
Indien een zender is kwijtgeraakt kan deze door het inbouwstation gewist worden uit
het systeem, deze kan dan niet meer gebruikt worden.
VERVANGEN VAN DE BATTERIJ:
De batterij (Lithium) in de handzender gaat bij normaal gebruik ongeveer twee jaar mee.
Wanneer de batterij leeg begint te raken is dat te merken, het bereik wordt minder, u
moet steeds dichter naar de auto om het systeem aan en uit te zetten (normaal bereik
ca 7 - 8 meter). Indien de batterij bijna leeg is zal de LED op de zender na indrukken
voor een moment oplichten en dan geheel niet meer branden.
In dit geval dient de batterij te worden vervangen. Neem voorzichtig de bovenste helft
van de zender af. U kunt nu de batterij uit het houdertje schuiven. Vervang de batterij
door hetzelfde type: CR 2032 3 VOLT. Let bij het plaatsen op de juiste polariteit, de
plus (+) omhoog! Klik nu het dekseltje weer vast.
De LED brandt constant, druk nu 2 maal op knop A of B van de zender.
Voer eventueel de synchronisatie procedure uit indien de zender nu niet werkt.
LET OP: De lege batterij dient als KCA te worden afgevoerd.
SYNCHRONISATIE HANDZENDER
In het, onwaarschijnlijke, geval dat er meer dan 256 keren achter elkaar op de zender
gedrukt wordt buiten het bereik van het systeem, of de batterijen zijn vervangen, moet
de volgende procedure, bij de auto, gevolgd worden.
* Houdt tegelijk de knoppen A en B tegelijk ingedrukt tot dat de zender LED uitgaat
(ong. 10 sec)
* De knoppen loslaten en controleer of de zender LED blijft branden
* Druk een van de twee knoppen in, zodat de zender LED knippert en uitgaat.
De zender is nu gesynchroniseerd met het systeem.
6
7
NOODSTROOM-SIRENE
AUTOMATISCHE INSCHAKELING VAN DE MOTORBLOKKERING:
De M-999II en M-999III zijn uitgerust met een noodstroom-sirene die automatisch gaat
loeien indien b.v. de accu losgekoppeld wordt terwijl het alarm is ingeschakeld
(sabotage!). De sirene loeit maar de richting aanwijzers van de auto knipperen dan niet.
Wanneer de accu moet worden losgekoppeld voor werkzaamheden aan de auto, b.v.
een beurt in de garage, levert dit geen problemen op. Wanneer namelijk het alarm is
uitgeschakeld is tevens deze noodstroomvoorziening uitgeschakeld.
De M-999 is een SCM/TNO goedgekeurd systeem. Onderdeel daarvan is de verplichting
dat de motorblokkering altijd automatisch inschakelt indien u de auto verlaat, ook al
schakelt u het alarm niet in!
De motorblokkering schakelt altijd in nadat;
*
U het alarm inschakelt met de handzender,
*
U het contact van de auto afzet en daarna uitstapt, na 30 sec
Het is mogelijk de sirene tijdelijk uit te schakelen tijdens de waakstand. Indien eventueel
geluidsoverlast niet gewenst is bv geparkeerd bij hotels of ziekenhuizen of om het alarm
te testen.
*
U het contact van de auto afzet en daarna niet uitstapt, na 4 minuten
*
U het alarm uitschakelt, maar niet instapt, na 4 minuten.
Werkingwijze:
* Bij draaiende motor, druk gedurende 2 sec
op knop A van de handzender (De status
LED licht even op)
Het automatisch inschakelen van alleen de blokkeringen (het alarm was NIET
ingeschakeld dmv een afstandsbediening) wordt aangegeven door:
Indien het alarm (per ongeluk) afgaat is het mogelijk om de sirene uit te zetten zonder
het alarm uit te schakelen, druk tijdens een alarm cyclus, op knop B van de handzender.
* Zet de motor uit binnen 10 sec
(anders wordt deze functie niet geactiveerd)
Als nu het alarm wordt ingeschakeld, zal de sirene geen geluid geven indien het alarm
afgaat. De sirene functie wordt hersteld bij de volgende inschakeling van het
alarmsysteem.
Indien de sirene 5 beepsignalen geeft bij in-en uitschakelen is de interne noodstroom
accu van de sirene leeg of defect, de sirene wordt automatisch opgeladen door de
autoaccu spanning. Als deze melding zich blijft voordoen neem dan contact op met uw
inbouwstation.
HELLINGSHOEKDETECTIE M-999III klasse 3
* De knipperlichten van de auto, deze lichten éénmaal op.
* De status LED gaat aan en blijft constant branden.
N.B. de centrale vergrendeling wordt dan NIET gesloten.
UITSCHAKELING VAN DE MOTORBLOKKERING:
* Automatisch wanneer u het alarm uitschakelt, OF:
* Wanneer het alarm niet was ingeschakeld met de handzender:
Druk 2x op knop A van handzender (alarm aan en weer uit), OF
zet het contact van de auto aan (dashboard lampjes aan)
en druk 1x op knop A van de handzender
De L.E.D. dooft en u kunt de auto starten
De M-999III klasse 3 is uitgerust met een hellingshoekdetector die het alarm af laat
gaan indien de auto opgekrikt wordt. Het parkeren op een helling of gedeeltelijk op de
stoep heeft geen invloed op de werking van de detector, deze onthoudt de stand waarin
de auto geparkeerd wordt. De detector kan eventueel tijdelijk worden uitgeschakeld met
de handzender zie blz 4.
8
5