ONTZAGWEKKENDE DAGEN!

ONTZAGWEKKENDE DAGEN!
door Shlomo Hizak
Ja, spreid de tabernakel van Uw vrede over ons uit. Geprezen bent U, o Here, die de
tabernakel van vrede over ons, over Israël en over Jeruzalem uitspreidt.
Nu de Jood op de drempel van een nieuw jaar staat, zijn
er onrust en gemengde gevoelens in zijn ziel. Aan de ene
kant is er het gevoel dat het beter is om het verleden te
vergeten. ‘Zet een streep onder het jaar met al zijn tegenspoed.’ Aan de andere kant is er de aspiratie om aan
een nieuw, beter levenshoofdstuk te beginnen. Daarom
spreken we het gebed uit met de woorden: “Begin het jaar
en de zegeningen ervan…”
nieuwsbrief lezen, willen aansporen de woorden van het
Joodse volk te herhalen die zij aan het begin van Soekot
(het loofhuttenfeest) bidden.
Inmiddels ligt de viering van ons Joodse Nieuwjaar
en Jom Kippoer (Grote Verzoendag) in Israël en in de
Joodse wereld achter ons. Toen we bij elkaar waren, heb
ik gebeden om hoop en vrede in ons land en in de hele
wereld, en om de verlossing van de hele mensheid. We
zijn nu bezig onszelf te onderzoeken als we nadenken
over alles wat we het afgelopen jaar gedaan hebben. Na
de tien dagen van inkeer en berouw vierden we Jom Kippoer, de Grote Verzoendag.
“En de HERE verheft Zijn stem voor zijn strijdmacht
heen, want zijn leger is zeer talrijk; want machtig is (het
leger) dat zijn woord volbrengt; want groot is de dag des
HEREN en zeer geducht! Wie zal hem verdragen?" (Joël
2:11).
Jom Kippoer wordt biddend en vastend gevierd. Dat
moet ons er aan herinneren dat de wereld herstel nodig
heeft. Niet alleen ons eigen land, maar landen overal ter
wereld.
In deze tijd van spanning en onrust worden er nog
steeds terroristische aanslagen in ons land gepleegd. Een
paar uur voor het begin van Jom Kippoer detoneerde
een jonge moslimvrouw in een restaurant in Haifa een
krachtige bom die zij bij zich had. Een grote tragedie, die
leidde tot de dood van 20 Israëlische Joden en Arabieren.
Bijna 60 mensen raakten gewond, van wie sommigen er
nog altijd zeer ernstig aan toe zijn.
Je voelt de verwachtingen in de Schrift:
“Schrikkelijk en vreselijk is het, zijn recht en zijn hoogheid gaan van hemzelf uit.” (Habakuk 1:7).
“Nabij is de grote dag des HEREN, nabij en hij nadert
haastig. Hoort, de dag des HEREN; bitter schreeuwt dan
de held. Die dag is een dag van verbolgenheid, een dag
van benauwdheid en van angst, een dag van vernieling en van vernietiging, een dag van duisternis en van
donkerheid, een dag van wolken en van dikke duisternis"
(Zefanja 1:14-15).
Nieuwe maan
In Psalm 81:4 lezen we: “Blaast de bazuin op de nieuwe
maan…” Als het nieuwe maan was, het begin van de
maand (hodesh), werd de sjofar (ramshoorn) geblazen.
In dit korte vers zit een diepe betekenis. Hodesj (maand)
komt van het Hebreeuwse hadasj (nieuw). Verder heb
je het woord hidsjoe (vernieuwen, namelijk je daden).
Sjofar komt van het Hebreeuwse sjiproe (verbeteren,
namelijk je daden).
Dit restaurant was een plek waar Joden en Arabieren
bij elkaar kwamen om te eten en te praten. Het stond al
jaren bekend als een plek van coëxistentie.
Geest van Verzoening
We zijn dankbaar dat er in veel Joden en Arabieren nog
steeds een geest van verzoening aanwezig is. Velen van
ons geloven dat dit het enige antwoord voor ons conflictgebied is. Wij Joden en Arabieren moeten samen leven
en elkaar respecteren. Moge de Here de Palestijnen en de
Israëli’s Zijn vrede schenken. In deze dagen hebben we
ook uw gebeden nodig. Ik zou onze vrienden die deze
Je voelt je gedrongen om moreel zelfonderzoek te doen
naar alles wat je het afgelopen jaar hebt gedaan. Als iemand, wat God verhoede, iets verkeerds heeft gedaan ten
opzichte van de Schepper van het heelal of ten opzichte
van zijn medemens, dan moet hij dat goedmaken en berouw tonen om weer tot de Here te kunnen gaan. Het is
Ontzagwekkende Dagen door Shlomo Hizak
1
niet voldoende om alleen maar de vergeving van de Heer
te zoeken. Je moet je ook verzoenen met en vergeving
vragen van je medemens, anders kun je het nieuwe jaar
niet rein en vrij van zonde beginnen.
De dagen van Rosh Hashana tot Jom Kippoer worden
wel de Ontzagwekkende Dagen genoemd.
Anders dan andere feesten
De Ontzagwekkende Dagen zijn een tijd van geestelijke
worsteling, heel anders dan alle andere feesten van
Israël. En ze zijn een bron van problemen voor ieder die
probeert iets van de essentie ervan te begrijpen. Aan de
ene kant zijn het feestdagen, aan de andere kant vervullen ze je met een gevoel van angst en oordeel.
Berouw en vasten vormen de essentie van de Ontzagwekkende Dagen. Alleen die naam al wekt angst en
beven. Parallel aan deze gevoelens loopt de naderende
vreugde, zoals je die bij de andere feesten vindt. Maar het
uiteindelijke resultaat van de 'Ontzagwekkende Dagen' is
wel het gevoel dat je met iets schitterends en verhevens te
maken hebt gehad.
In de Joodse traditie bestaan er over de inhoud van Rosh
Hashanah (Nieuwjaar) lijnrecht tegenover elkaar staande
meningen. In de Schrift (de Bijbel) wordt Rosh Hashanah
gedefinieerd als de eerste dag van de zevende maand, de
‘dag van het bazuingeschal’. Dit wordt geïnterpreteerd
als ‘de dag van het uitroepen’. In Numeri 29:1 wordt
Rosh Hashanah als volgt gedefinieerd:
“En in de zevende maand, op de eerste dag der maand,
zult gij een heilige samenkomst hebben, gij zult generlei
slaafse arbeid verrichten, het zal een jubeldag voor u zijn”.
In Leviticus 23:23-24 wordt Rosh Hashanah genoemd
als dag waarop de sjofar wordt geblazen, maar ook als
herinneringsdag.
“En de HERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten:
In de zevende maand, op de eerste der maand, zult gij een
rustdag hebben, aangekondigd door bazuingeschal, een
heilige samenkomst.”
De term Rosh Hashanah (nieuwjaar, ook wel genoemd
‘het begin van het jaar’) kom je in de Pentateuch nergens
tegen. Hij duikt slechts een keer op in Ezechiël 40:1:
“In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, in
de aanvang van het jaar, op de tiende der maand, in het
veertiende jaar, nadat de stad was gevallen, op diezelfde
dag, was de hand des HEREN op mij en Hij bracht mij
daarheen.”
2
De betekenis wordt hier niet duidelijk weergegeven,
maar de naam Rosh Hashanah is veel later door de wijzen gegeven.
In de Schrift wordt Rosh Hashanah gekenmerkt als de
‘dag van het bazuingeschal’. Maar in de Schrift wordt
niets gezegd over de scheppingsdag, de verwekking van
de wereld of de herinnering aan 'de dag van oordeel voor
allen die in de wereld komen' (allemaal eigenschappen
die door de Joodse traditie wel aan deze dag worden toegeschreven). De wijzen verbinden Rosh Hashanah met
de woorden van Psalm 81:4-5, waar staat:
“Blaast de bazuin op de nieuwe maan, op volle maan voor
onze feestdag. Want dit is voor Israël een inzetting, een
verordening van Jakobs God”.
Dag van het Bazuingeschal
Je kunt over de traditie van de feestdagen een heleboel
schrijven. In de rabbijnse literatuur wordt het verband
met de bijbelverzen uit Ezechiël en de Psalmen met
verschillende benamingen weergegeven. Deze benamingen zijn ‘dag van het bazuingeschal’ en ‘feestdag van
de ramshoorns’. Tegenwoordig is de meest gebruikelijke
term ‘Rosh Hashanah’.
Rosh Hashanah is niet met een historische gebeurtenis of met de Joodse landbouwkalender verbonden. Het
wordt beschouwd als een herinneringsdag, de eerste dag
van het nieuwe jaar, omdat Rosh Hashanah wordt gezien
als de dag waarop de eerste mens werd geschapen. En
omdat de mens op deze dag centraal staat, heeft men er
een dag van oordeel voor de mens van gemaakt. Op deze
dag onderzoekt een mens zijn daden van het afgelopen
jaar. Daarom komt op elke Rosh Hashanah de vraag
naar de toestand en de opdracht van de mens opnieuw
naar voren.
In Psalm 8:6 staat: “Toch hebt Gij hem bijna goddelijk
gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond”.
Wat is het belang van de mens als je hem met de Schepper vergelijkt? Het antwoord zit hem in het koningschap
van God, in herinneringen en in het blazen van de
ramshoorn, waarmee het weldadige bestaan van de Here
wordt erkend. Het is het verlangen van de mens om met
de Schepper verbonden te zijn. Dat geeft de mens zijn bijzondere status en zijn menselijke waarden. De erkenning
van het koningschap van de hemel getuigt van de hogere
ziel van de mens.
De Hebreeuwse maand Tisjri is de zevende maand van
de Joodse kalender. Hij wordt symbolisch weergegeven als een weegschaal, omdat de daden van de mens
tijdens deze maand dag en nacht worden gewogen. In
overeenstemming met het klimaat in Israël en met de
Ontzagwekkende Dagen door Shlomo Hizak
traditie worden de verdiensten en de schuld van de
wereld tijdens de oordeelsdagen van Rosh Hashanah en
Jom Kippoer (de Grote Verzoendag) op een weegschaal
gewogen.
De klank van de ramshoorn die we in de maand Elloel
en op Rosh Hashanah horen, wekt ons op om goede
daden te doen, onze slechte daden te betreuren en de
strijd aan te gaan met de machten van het kwaad en
de duisternis die de mens dwarszitten en zijn daden
saboteren.
Op Rosh Hashanah klinkt de ramshoorn feestelijk. Dan
wordt het nieuwe jaar ingeluid. Het belangrijkste doel
van de ramshoorn is het op gang brengen van een morele
inventarisatie en het teweegbrengen van een bijzondere
geestelijke vervoering in het hart van degene die het
geluid hoort, zodat een mens zijn daden kan rechtzetten
en zijn hart onderzoeken. De klank van de ramshoorn
stimuleert ook dat er goede eigenschappen in de ziel
van een mens worden geplant. Dit met de bedoeling dat
hij van goede wil zal zijn, rechtvaardig, eerlijk, nederig,
onderworpen en verlangend naar een leven met een
geestelijke dimensie.
Verboden op de ramshoorn te blazen
Tijdens de ballingschappen van het Joodse volk zijn er
tijden geweest dat de ramshoorn tijdens de Ontzagwekkende Dagen niet geblazen mocht worden. Toen de Romeinen in het land Israël heersten, beletten zij de Joden
op de ramshoorn te blazen. Tijdens de periode van het
Britse mandaat in het land Israël mocht de ramshoorn
niet bij de Klaagmuur worden geblazen. Na de Zesdaagse
oorlog en na vele jaren onder Jordaanse heerschappij
is de Klaagmuur nu weer de plaats waar de ramshoorn
gehoord kan worden.
De eerste dag van de Joodse maand Elloel is een tijd
waarin geldt:
“Van mijn geliefde ben ik en van mij is mijn geliefde”
(Hooglied 6:3).
De initialen van Elloel staan voor het Hebreeuwse vers
“Lkol dodi v ldodi li”. Beide maanden Elloel en Tisjri
bestaan uit heilige en Ontzagwekkende Dagen die volgens de Joodse traditie een bijzondere kracht bezitten
die de overige dagen van het jaar missen. Zelfs Joden
die het judaïsme niet meer praktiseren, worden stil en
keren terug naar de rots waaruit ze zijn gehouwen. Ze
willen niets liever dan hun dorst lessen uit de bron van
levend water.
De speciale gebeden van de Ontzagwekkende Dagen
worden gekenmerkt door enerzijds rust en kalmte, anderzijds vurigheid. De grote nadruk ligt op de Here, op
Zijn majesteit en Zijn macht. De gebeden die de komst
van El Shaddai aankondigen, begeleiden het blazen van
de ramshoorn. Zo werd vroeger ook een koninklijk persoon aangekondigd.
De Joden gaan in groten getale naar de synagoge,
iedereen naar zijn gewoonte, om het lied en de gebeden
te horen die koning Salomo bad bij de inwijding van de
eerste tempel. De gebeden op Rosh Hashanah en Jom
Kippoer worden in het meervoud gezegd, zodat de mensen het gevoel zullen hebben dat ze voor elkaar garant
staan. Vooral buitengewoon is ook dat Joden niet alleen
voor Israël bidden, maar voor alle mensen van de wereld,
en dat ze een verantwoordelijkheid voor de hele wereld
erkennen.
In een van de gebeden, ‘onderzoek en heb ontzag’,
verklaren we dat de macht en het gezag bij de mens
liggen. Dit omdat de dagen van de mens geteld zijn
en hij gebaseerd is op stof. Zelfs als hij er in slaagt
over iemand anders te heersen, dan is dat maar voor
een korte tijd. Want vandaag is hij er en morgen is hij
verdwenen.
Een van de mooiste gebeden waarmee het streven wordt
uitgedrukt om de wereld in het ‘koninkrijk van El Shaddai’ te veranderen, is wel het gebed Alenoe Lsahabeach
(we zijn geroepen om te loven). Dit komt uit de slotgebeden die het hele jaar door elke dag drie keer worden
gezegd.
Maar op Rosh Hashanah en Jom Kippoer wordt het op
feestelijke toon gezegd, met ontzag en geestelijke vervoering en met gebogen knieën. In dit gebed drukken we
uit dat de dag komt dat alle volken van de wereld zullen
verklaren dat er een Heer in hemel en op aarde is.
Als mensen heersen over het land, de zee en de lucht, en
zich zelfs een weg in de ruimte banen, als de vooruitgang
en ontdekkingen de grenzen van ons voorstellingsvermogen doorbreken, groeit de macht van de mens over
al die talloze mogelijkheden. En toch blijft de mens heel
beperkt. Hij die in de hemelen zit, waakt vanuit Zijn
heilige woning over ons.
Jeremia 29:13- 14 spreekt van dit verlangen:
“Dan zult gij Mij zoeken en vinden… Dan zal Ik Mij door
u laten vinden, luidt het woord des HEREN.”
Ontzagwekkende Dagen door Shlomo Hizak
3