20. Zinvol ouder worden

20. Zinvol ouder worden
‘Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen in Nederland. De wereld
om me heen blijft maar veranderen, ik kan het allemaal niet goed meer
bijbenen. Mijn kinderen en kleinkinderen snappen niet waar ik me druk
over maak. Ik heb het idee dat ze met niet zo goed begrijpen. Ze hebben
me eigenlijk ook niet meer nodig. Dat voelt soms erg eenzaam.’
Als je ouder wordt, gaan lichaam en geest langzaam of soms snel achteruit. Veel ouderen kunnen in deze fase terugvallen op de familiekring,
maar dat geldt niet voor iedereen. Je kunt letterlijk of figuurlijk alleen
komen te staan. Dan kun je het gevoel krijgen dat je wel ‘klaar’ bent met
het leven. Wat is er nodig om de ‘zin’ in het leven te behouden? En wat
kan de samenleving daarin betekenen?
De Nederlandse bevolking wordt in rap tempo ouder. Ons land ‘verzilvert’, om het vriendelijk te zeggen. Er zijn steeds meer ouderen én ze
bereiken steeds hogere leeftijden. We worden zo oud omdat we zo lang
jong blijven, hoor je vaak. En je ziet het om je heen. De babyboomers
van nu maken zich op voor hun tweede jeugd op de leeftijd dat hun
ouders al bijna aan het bejaardenhuis gingen denken. Fitte zeventigers
hollen rondjes door de wijk.
Intussen is die jeugdigheid niet eeuwig. Vroeg of laat geeft je lijf aan dat
de rek eruit is. Broers, zussen en vrienden van je leeftijd worden ziek of
sterven. Het is geen wonder dat je je dan vaker zorgen maakt. ‘Wat als
ik dement word? Wie kijkt er dan nog naar me om?’ Als je het alleen
Lezen
Meer lezen
niet meer redt, hoop je dat ánderen er voor je zijn. Om
de zorg en aandacht te geven die je nodig hebt. Het gaat niet zozeer om ouderdom,
maar vooral om de kwetsbaarheid die daarmee gepaard kan gaan. Van
de 65-plussers is ongeveer een kwart kwetsbaar (hoofdstuk 32).
De
betaalbaarheid van de Afweging
zorg
Samenleving
In vergelijking met de landen om ons heen is de vergrijzing nog
niet zo ver gevorderd. Maar in internationaal opzicht geven wij
wel veel geld uit aan de zorg voor ouderen. Dat kan op den duur
een probleem vormen. Medio 2012 heeft de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) het rapport Redzaam ouder uitgebracht,
over de vraag hoe dit probleem kan worden ondervangen.
Medisch
Om
een tekort aan zorg voor niet-redzame ouderen te voorWetenschappelijk
komen, moeten alle burgers voorzorgsmaatregelen treffen en
zelf hun oude dag organiseren, zo suggereert het rapport. Als
redzame ouderen meer voor zichzelf zorgen, blijft er meer
geld over voor de collectieve zorg voor niet-redzame ouderen
Behandeling
160
Bijbels
20. ZINVOL OUDER WORDEN
– mensen met de hoogste zorgnood. Dit kan worden bereikt
door ouderen meer te laten sparen, door nieuwe verzekeringsvormen en door andere vormen van zorg. Het rapport noemt
bijvoorbeeld de volgende opties:
• Zorgverleners moeten meer dan nu zorg aan huis bieden. Zo
kun je als oudere ondanks complexe problemen je (zelf)redzaamheid zo lang mogelijk behouden.
• Als burger moet je meer verantwoordelijkheid krijgen: je moet
meer zelf investeren en/of je directe omgeving en netwerk
inzetten voor je oude dag.
• In ‘ruil’ daarvoor zul je als burger beter zelf kunnen bepalen
hoe je zorg eruitziet.
Christelijke zorg
Van meet af aan heeft de christelijke kerk zich ingezet voor zorg en
aandacht. Naar het voorbeeld van de Barmhartige Samaritaan hebben
christenen pastorale en medisch-verpleegkundige zorg gegeven. Lukas
10: 33-34 omschrijft die zorg heel kernachtig: de helper is met innerlijke
ontferming bewogen, hij verbindt de wonden, hij verzorgt de zieke. De
stelling van de vroege christenen was: ‘Caritas Christi urget nos’ – de
liefde van Christus dringt ons (2 Korintiërs 5: 14).
Via de zorgverlening door kloosters zijn zorgorganisaties ontstaan, gericht op leven en welzijn. En als er niets meer viel te behandelen, ontving
de stervende altijd nog de pallium caritatis: hij kreeg de warme mantel
van de christelijke liefde omgeslagen. We kennen deze palliatieve zorg
nog altijd – tot en met de palliatieve sedatie toe, in de laatste levensfase
als er verder geen behandeling meer mogelijk is. In hoofdstuk 25 komen
we daarop terug.
Christelijke zorg is er dus tot aan het graf, als het leven wijkt voor de
dood. Die zorg kan ook pastoraal van aard zijn, vooral als mensen zich
voor hun dood niet hebben verzoend met God en mensen. Want zonder verzoening is het vreselijk om in de handen van de levende God
te vallen (Hebreeën 10: 31). Mensen die sterven in verbondenheid met
Christus, mogen in rust sterven (1 Korintiërs 15: 20 | Thessalonicenzen
4: 16). Jezus ging ons voor: Hij stierf, stond op en voer ten hemel (Openbaring 14: 13). In dat perspectief begraven we de doden.
Hulp van de techniek
Ook vandaag de dag zijn duizenden werknemers en vrijwilligers vanuit
deze bewogenheid actief in de zorg. Christelijke zorg krijgt op allerlei
manieren vorm. Tegelijkertijd kunnen mensen door de technische ontwikkelingen steeds langer en beter voor zichzelf zorgen – ook als ze
met lichamelijke klachten kampen. Boodschappen kun je elektronisch
doen, de computer helpt je bij het doseren van je medicijnen, en met
alarmeringssystemen kun je snel hulp inroepen.
Waarschijnlijk zal de techniek in de toekomst steeds meer zorgtaken
overnemen. Dat geldt zeker nu de kloof groeit tussen vraag naar zorg
en beschikbaarheid van zorg. Met telezorg, telegeneeskunde, thuiszorgtechniek en slim-wonentechnologie kan heel veel hulp via apparaten
worden gegeven. Zo kan de groeiende groep ouderen langer zelfstandig
161
DEEL 4 LEVEN IN DE LAATSTE FASE
blijven wonen. Maar dan moeten die ouderen wel in staat zijn om met
deze nieuwe technologie om te gaan.
Als het ouderen lukt om deze techniek goed te gebruiken – en dat is in
iedere situatie opnieuw de vraag – kan de doelmatigheid van de zorg
sterk verbeteren. Maar lever je daarmee ook kwaliteitszorg? Je kunt je
afvragen of mensen het persoonlijke contact met de hulpverlener wel
kunnen missen. Ook zorgverleners beseffen steeds vaker dat je er met
techniek alleen niet bent. Niet voor niets zien we de wijkverpleegkunLezen
Meer lezen
digen weer in de buurtzorg verschijnen. Bij het verlenen
van zorg zijn
ook emotionele en morele aspecten van belang – anders kun je niet van
echte hulpverlening spreken. Juist voor ouderen die meer op zichzelf
komen te staan, is aandacht minstens zo belangrijk als de technische
medische zorg. Anders kunnen mensen de zin in het leven verliezen.
Uitbuiting
van ouderen
Samenleving
Afweging
Financiële mishandeling van ouderen is een groot probleem in
deze tijd. Vanuit een christelijke visie op zorg zou hier oog voor
moeten zijn. Notarissen krijgen regelmatig te maken met ouderen die onder dwang van familieleden, kennissen of zorgmedewerkers hun testament aanpassen of een volmacht afgeven.
Soms wordt er na zo’n volmacht ineens veel meer geld van de
rekening afgeschreven. Daarom zijn 1.500 notarissen van de KoMedischNotariële Beroepsorganisatie (KNB) en het Ministerie
ninklijke
Wetenschappelijk
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2013 een proef gestart
in grote steden om uitbuiting van ouderen te voorkomen. Notarissen worden getraind om misstanden sneller te herkennen.
Als er een vermoeden van uitbuiting is, moet dat bij een speciaal meldpunt worden aangekaart. Ook banken, woningcorporaties en organisaties voor thuiszorg zijn betrokken bij de proef.
Behandeling
Bijbels
Klaar met het leven
Verschillende ontwikkelingen in onze samenleving maken dat vragen
rond ‘goed’ ouder worden steeds belangrijker worden. Sommige ouderen ervaren het leven als steeds minder zinvol. Uiteindelijk kun je op
het punt komen dat je leven voor je gevoel klaar is: verder leven voelt
Pastoraal
‘zinloos’. In een christelijke levensvisie bestaat die zinloosheid niet. Ieder
mens heeft waarde voor God, en daarmee is elk mensenleven een zinvol leven. Het kan wel zijn dat je die zin niet erváárt, maar dat betekent
niet dat je leven zinloos is.
In de huidige maatschappij wordt daar soms heel anders over gedacht.
Leven is niet langer heilig en dat kan grote consequenties hebben. Neem
bijvoorbeeld het leven van mensen met Alzheimer. Omdat wij steeds ouder worden, is deze ziekte aan een opmars bezig. Patiënten en de mensen om hen heen krijgen te maken met de ernstige gevolgen daarvan. De
ziekte bepaalt hen bij indringende vragen over de menselijke waardigheid:
kun je bij een zwaar dement iemand nog wel spreken van zinvol leven?
De wens kan opkomen om het leven in deze fase te mogen beëindigen.
Een wilsverklaring kan op zo’n moment van essentieel belang blijken.
Met de NPV-Levenswensverklaring (waarover meer in het volgende
hoofdstuk) kun je van tevoren aangeven dat levensbeëindiging voor jou
162
20. ZINVOL OUDER WORDEN
geen optie is. Je laat ermee zien dat het leven – ook in de gebrokenheid – waardevol is. Een wilsverklaring waarin iemand de wens om levensbeëindiging aangeeft in geval van dementie, wordt overigens niet
vanzelfsprekend omgezet in levensbeëindigend handelen.
Goede zorg kan maken dat oudere mensen weer meer ‘zin’ in het leven
ervaren. Neem de Rotterdamse zorginstelling Akropolis van de Stichting
Humanitas. Deze organisatie is op zichzelf niet tegen levensbeëindiging
en praktiseerde die ook zeer regelmatig. Tót er vanaf 1999 een nieuwe,
positieve, levenbestendige zorgomgeving werd ingericht. Door deze levensbestendige zorg ‘wil geen enkele oudere meer dood’, zo gaf directeur prof. dr. H.M. Becker (geb. 1942) in 2011 aan tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de NPCF.
Ongeneeslijk oud?
Het bovenstaande voorbeeld laat zien dat het heel gevaarlijk is om te
spreken van ‘voltooid leven’ en ‘zinloos leven’. Misschien zijn mensen helemaal niet klaar met het leven, maar is de maatschappij klaar met hen.
Ze voelen zich vergeten en hebben het ‘wel gehad’. Er zijn oudere, nog
kerngezonde mensen die verlangen naar de dood. Het leven boeit hen
niet meer. Ze zijn ‘ongeneeslijk oud’, wordt soms gezegd. Maar hoezo ben
je ‘ongeneeslijk’ oud? Is het niet onzin om te suggereren dat je wel of niet
kunt ‘genezen’ van ouderdom? En wie bepaalt of het leven is voltooid?
De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) verdedigt met verve het standpunt dat het aan de mens zelf is om te zeggen
wanneer zijn leven klaar is. Dan moet je de kans hebben om er een einde
aan te maken. Of liever: een einde aan te láten maken. In 2010 startte
de NVVE met een aantal bekende Nederlanders de campagne ‘Voltooid
Leven’. Het doel: stervenshulp aan ouderen die hun leven ‘voltooid’ vinden, eenvoudiger maken. De bedoeling was om de kwestie op de maatschappelijke en politieke agenda te zetten. In een mum van tijd waren
er 116.871 steunbetuigingen. Voldoende voor een burgerinitiatiefwet die
bij de Tweede Kamer werd ingediend. In het regeerakkoord van VVD en
PvdA is opgenomen dat de maatschappelijke discussie over het levenseinde wordt voortgezet en kan leiden tot aanpassing van de wet.
Zou het toeval zijn dat het zelfbeschikkingsrecht vooral een stokpaardje
is van hoogopgeleide babyboomers? Om raadselachtige redenen zijn
zij ervan overtuigd dat ze overal recht op hebben: op geluk, de eeuwige
jeugd, gezondheid, een vroegpensioen en dus ook op de zelf geregisseerde dood. Tegelijkertijd geloven ze met aandoenlijke naïviteit dat ze in
een samenleving leven waarin iedereen het beste met elkaar voorheeft.
Het pijnlijke punt is uiteraard dat niet iederéén in dit land het beste met
elkaar voorheeft. Zo zijn er volwassen kinderen die hun hulpbehoevende
en oude vader een hele last vinden. En die hem dat ook fijntjes laten merken, aldus E. Sturm en R. Braams. En straks de begrafenis: dat doet de gemeente maar. Het stijgend aantal getuigt van hedendaags individualisme.
Een ondoordacht debat
Je zou verwachten dat de mensen die pleiten voor euthanasie of zelfdoding bij ‘voltooid leven’, diepgaand hebben nagedacht over deze in163
leving
ch
DEEL 4 LEVEN IN DE LAATSTE FASE
grijpende thematiek. Want als je iets niet scherp onder woorden kunt
brengen – zoals het begrip ‘voltooid leven’ – kun je het dan wel veilig in
wetgeving vastleggen? Er moet op zijn minst royaal wetenschappelijk onderzoek zijn verricht rond het thema. Er zijn vragen te over: Wat is de aard
van de problematiek? Om hoeveel mensen gaat het die voor zelfdoding
willen kiezen? Zijn er alternatieven? Zijn andere oplossingen geprobeerd
voordat mensen overgaan tot zelfdoding?
Zo zijn er nog veel meer onderzoeksvragen, maar het onthutsende is
dat grondig onderzoek ontbreekt. Daar wordt in het debat blijkbaar willens en wetens aan voorbijgegaan. We gaan op dit punt dus heel voorbarig en onbezonnen te werk – alsof het om iets onbetekenends gaat.
Bestaat er iets dat fundamenteler is dan het mensenleven? Het geeft te
denken als je bij deze fundamentele problematiek genoegen neemt met
een kokervisie. Waarom zou je niet zoeken naar alternatieven om deze
doelgroep te helpen, in plaats van te helpen deze mensen te doden?
Met de mythe van het ‘voltooide leven’ ga je voorbij aan de echte problemen waarmee ouderen worstelen. Heel veel oudere mensen zijn eenzaam. Ze zijn de zin in het leven kwijtgeraakt. Hun leven lijkt doelloos: ze
missen contact en vaak ook een levensvisie die houvast geeft. In een internationaal onderzoek vanuit Oxford (2011) is aangetoond dat geloven een
wezenlijk onderdeel is van de menselijke natuur. God schiep mensen in
gemeenschap – met Hem en met mensen. Dat vraagt oprechte aandacht
voor de identiteit van de oudere mens en voor zijn waardigheid. Ook als je
ouder bent, heb je het nodig om actief te blijven. En natuurlijk kun je niet
zonder respect en koestering. Al is het maar dat iemand oog heeft voor je
levensverhaal. Dit maatschappelijke probleem los je op met aandacht en
zorg – en niet door oudere mensen de dood in te jagen!
En die 116.871 steunbetuigingen dan, die het burgerinitiatief Uit Vrije Wil heeft ingediend bij de Tweede Kamer? Daar schuilt nog een adder onder
het gras. In het voorstel pleiten mensen voor stervenshulp, met als een
van de voorwaarden dat de stervenswens ‘invoelbaar’ moet zijn. Maar
nádat de handtekeningen waren verzameld en het initiatief aan de Kamer werd aangeboden, verdween de verwijzing naar de ‘invoelbaarheid’
uit het conceptwetsvoorstel. Filosoof en suïcideconsulent Ton Vink gaf
in Trouw aan dat het burgerinitiatief daarmee volgens hem zijn rechtsgeldigheid heeft verloren.
Hoogleraar staatsrecht Jit Peters, een van de opstellers van het conceptwetsvoorstel,
Meerwuifde
lezende kritiek van Vink weg: in een wetsvoorstel worden dingen anders uitgewerkt
dan in de tekst van een burgerinitiatief.
Maar is dat zo? De term ‘invoelbaarheid’ maakt een zeer wezenlijk verschil. Hier is – bij alles wat al is genoemd – ook nog een vorm van fraude
in het spel, want burgers hebben voor een andere tekst getekend. Hoe
staat het met onze rechtsstaat?
Hoe zit het eigenlijk met het tegengeluid vanuit christelijke
Afweging
kring in de discussie over ‘zinloos leven’? Het Platform Zorg voor
Leven en de NPV presenteerden in 2010 de campagne ‘Mijn leven maak ik zelf niet uit’. Het is een campagne vóór betere zorg en tégen
hulp bij zelfdoding van mensen die hun perspectief kwijt zijn. Op de web164
20. ZINVOL OUDER WORDEN
site staan waardevolle opiniestukken. Je kon er je steun betuigen aan de
zorg voor het leven. Toch was het aantal steunbetuigingen uit de achterban gering. Is er wel oog voor deze problematiek?
Misschien weerspiegelen ouderen wel simpelweg de boodschap die de samenleving hun geeft. Stel dat het deze boodschap is: ‘Eigenlijk zijn we wel
klaar me jou. Als je dement wordt, ben je afgeschreven. Dan heb je geen
betekenis meer voor je familie en de samenleving. En voor jezelf. En als je
leven geen nut meer heeft, is zelfdoding een ‘waardig’ en logisch einde.’
Dat nooit, zul je als christen vanuit mededogen bij deze woorden denken.
We mogen elkaar niet loslaten, wat totaal iets anders is dan bevoogden.
Het is toch onze taak om elkaar tot een zinvol bestaan te roepen (Galaten
6: 2)? God wil er juist zijn voor mensen die – al dan niet door eigen schuld
– in moeiten en ellende zijn beland. Maar hoe geef je mensen dan hun
‘zin’ terug? Hoe kun je de cultuur zo inrichten dat ouderen hun leven niet
beschouwen als zinloos en voltooid? ‘Vrolijk vergrijzen’, schreef Sandra
Heerma van Voss in 2012 boven een artikel in NRC Weekblad. Zij doelde
hierbij niet op de karikatuur van het zwitserlevengevoel. Het leven van
ruim 2,6 miljoen 65-plussers heeft ook zijn schaduwzijden. Maar met de
juiste (mantel)zorg en aandacht kan het leven toch zijn zin en perspectief
behouden. Laat de samenleving zich dan dáárvoor inzetten!
Een prachtig voorbeeld van genezende aandacht is het maken van een
levensboek met ouderen. Het kwam in hoofdstuk 18 al even aan bod. In
zo’n boek schrijf je samen de levensverhalen van iemand op. Veel vrijwilligers – maar ook betaalde tekstschrijvers – maken met ouderen zo’n
levensboek. Het begeleiden van een levensboek betekent dat je oprecht
aandacht hebt voor de identiteit van de oudere mens en voor zijn waardigheid. Je bevestigt de zinervaring van iemand, of brengt die terug. Zulke
ervaringen geven hoop voor de toekomst. Ze dringen de roep om levensbeëindiging terug zonder die overigens totaal weg te nemen, blijkt uit onderzoek. Moeten we niet zonder reserves aan de kant van het leven gaan
staan en zulke initiatieven met beide handen aangrijpen?
De Kampense hoogleraar ethiek dr. F. de Lange (geb. 1955) spreekt over de
mythe van de ouderdom. Schat jezelf niet te oud in. Als oudere is het goed
om zo lang mogelijk sportief en gezond te leven. Ben je van middelbare
leeftijd, denk dan ook alvast na over je oude dag. Zodat je voorbereid bent
op die fase van het leven. Ook jongeren moeten vroegtijdig leren denken
over het ouder worden. Het zijn maar een paar voorbeelden van manieren
om als samenleving ánders met ouderdom om te gaan. Als zulke nieuwe
culturele vanzelfsprekendheden ingang vinden, wordt de vergrijzing geen
maatschappelijke plaag. Dan wordt het een natuurlijk gevolg van een welbesteed leven, zo concludeert prof. dr. mr. C.J.M. Schuyt (geb. 1943) in zijn
boek Frisse kijk op vergrijzing. Solidariteit tussen generaties, vanuit een
frisse kijk op vergrijzing!
Leven met sterfelijkheid
In zijn Belijdenissen denkt de kerkvader Augustinus diep na over de
tijd. Hij laat zien dat je als mens vaak vooral in de toekomst en het
verleden leeft. Je probeert krampachtig te blijven leven in een tijd die
al voorbij is. Of je probeert al te leven in een tijd die nog moet komen.
165
DEEL 4 LEVEN IN DE LAATSTE FASE
Lezen
Meer lezen
We lijden aan die verlangens: naar een betere tijd, of een
hemelse toekomst. De Bijbel noemt ons ‘vreemdelingen’ die op reis zijn naar het
hemelse vaderland (1 Petrus 1: 1-2 | Hebreeën 11: 8-16).Tegelijk lijden
we aan onze ‘vergankelijkheid’. Het besef dat er ooit een eind komt aan
het aardse leven, dat we sterfelijk zijn, is voor mensen maar moeilijk
te verwerken.
Het is onderdeel van je menselijke bestaan dat je worstelt met deze sterSamenleving
Afweging
felijkheid. Maar dit besef ontbreekt totaal in de discussie over ‘voltooid
leven’. Ten diepste kan de mens niets tegennatuurlijkers bedenken dan
suïcide, maar daar gaat het in dit debat vreemd genoeg niet over. Dit is
kenmerkend voor de analytische ethiek die nu overheerst. Ethici willen
morele problemen direct hanteerbaar maken. Dat laat geen ruimte voor
onderliggende, grote levensvragen die júíst bij kwesties rond leven en
dood aandacht moeten krijgen: Wat (of wie) geeft het leven van een
mens betekenis?
Wat is het doel van ons leven? Wat ontbreekt er bij
Medisch
iemand die ‘ziek van ouderdom’ wordtWetenschappelijk
genoemd? Of: wat ontbreekt er
in zijn sociale omgeving?
Met het verdwijnen van het transcendente is iets verloren gegaan. In
plaats van God is de mens de norm voor zichzelf geworden. Zo kan het
dat we mensen doden die zelf bepaald hebben dat ze ‘klaar zijn’ met het
leven. Beseffen we wel dat andere mensen zich misschien ook overbodig gaan voelen en denken dat iedereen
wel ‘klaar’ met hen is?
Behandeling
Navolging
Bijbels dóór de dood
In het leven van Jezus en in de navolging van Hem (Johannes 8:
12 | Romeinen 8: 29) stuit je voortdurend op allerlei paradoxen:
genade voor schuldigen, vrijheid in gebondenheid, overwinning door overgave. De grootste paradox is misschien wel dat
Pastoraal
we leven ontvangen door Jezus
te volgen tot in de dood. Wie
zou geen gehoor willen geven aan de genadevolle uitnodiging
van Jezus? Hij roept allen tot Zich (Mattheüs 4: 19 | Johannes 7:
37). Mensen die vermoeid en belast zijn, belooft Hij rust (kagö
ana-pausö humas): een nieuw leven in rust en vrede (Openbaring 14: 13 | Jesaja 32: 18).
Tot slot: tot in de grijsheid
Het is niet goed als een samenleving door wetgeving respect, vertrouwen en veiligheid voor oudere mensen aan banden legt. God sluit ouderen niet uit, wíj mogen dat ook niet doen. Rond het levenseinde mag
je als oudere weten dat God er is. Je mag met Hem in gesprek gaan, of
anderen mogen dat voor je doen. ‘Luister naar Mij,’ zegt JHWH, ‘U, die
door mij gedragen bent vanaf de moederschoot […] Tot uw ouderdom
toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot uw grijsheid toe zal Ik u dragen. Ik heb het
gedaan en Ik zal u opnemen, Ik zal dragen en redden’ (Jesaja 46: 3-5).
In Psalm 92 vind je mooie woorden over de rol die ouderen mogen
hebben: ‘In de ouderdom zullen zij nog vrucht dragen, zij zullen fris en
groen zijn’ (Psalm 92: 15). Daarom bidt de oude dichter van Psalm 71: ‘Ja,
ook nu de ouderdom en grijsheid gekomen is – verlaat mij niet, o God,
totdat ik deze generatie Uw sterke arm verkondigd heb, alle nakomelingen Uw macht’ (Psalm 71: 18).
166
20. ZINVOL OUDER WORDEN
Ben je christen, dan weet je dat het goed is om bij de dag te leven. Het
is genoeg om elke dag opnieuw te leren gehoorzamen aan God. Misschien mag je oud en grijs worden. Het kan zijn dat nieuwe generaties
dan nieuwe lasten op je schouders leggen. Je mag God bidden dat je
alle jaren door een verkondiger van Zijn kracht mag blijven.
167