Marcus 10, 46-52 In die tijd kwam Jezus vergezeld van zijn

Marcus 10, 46-52
In die tijd kwam Jezus vergezeld van zijn leerlingen in Jericho. Maar toen ze, vergezeld van een
flinke menigte, weer uit Jericho wegtrokken, zat een blinde bedelaar langs de weg. Bartimeüs, de
zoon van Timeüs. Zodra hij hoorde dat het Jezus de Nazarener was begon hij luidkeels te roepen:
“Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij!”. Velen snauwden hem toe te zwijgen, maar hij riep
nog veel harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij!”. Jezus bleef staan en zei: “Roep hem
eens hier”. Zij riepen de blinde toe: “Heb goede moed! Sta op, Hij roept u”. Hij wierp zijn mantel af,
sprong overeind en kwam naar Jezus toe. Jezus vroeg hem: “Wat wilt ge dat Ik voor u doe?”. De
blinde antwoordde Hem: “Rabboeni, maak dat ik zien kan!”. En Jezus sprak tot hem: “Ga, uw geloof
heeft u genezen”. Terstond kon hij zien en hij sloot zich bij Hem aan op zijn tocht.
Duiding
Met dit verhaal wordt de belangrijke centrale sectie van het Marcus-evangelie afgesloten. Aan die
centrale sectie gaat een ander genezingsverhaal van een blinde vooraf. Uit de context van dat
verhaal blijkt dat Marcus symbolisch de leerlingen van Jezus op het oog heeft. Zij zijn geestelijk
verblind: “Begrijpen en verstaan jullie heet nog niet? Jullie hebben toch ogen, zie je dan niet?”.
Hetzelfde geldt voor dit verhaal. Het brengt de geloofsgroei van Bartimeüs in beeld. Blind en uitgerangeerd zit hij langs de weg. Zijn kreet om hulp is de uitdrukking van zijn beginnend geloof: “Jezus,
zoon van David, heb medelijden met mij”. Als Jezus hem bij zich roept, werpt hij zijn mantel af en
springt overeind. Dit gebaar vertolkt een grote stap in zijn geloof: overeenkomstig de voorafgaande
aansporingen van Jezus geeft hij alles prijs wat hij bezit, namelijk zijn mantel. “Wat wilt ge dat Ik voor
u doe?”, vraagt Jezus… net zoals Hij dat deed in het voorafgaande gesprek met de zonen van
Zebedeüs. Bartimeüs vraagt echter geen macht of aanzien, geen ereplaats zoals zij… hij wil alleen
‘zien’. “Uw geloof heeft u gered”, zegt Jezus… en Bartimeüs volgt Hem op zijn weg naar Jeruzalem.
Jezus navolgen op zijn levensweg… daar komt het op aan in het Marcus-evangelie. Het volstaat niet
te belijden dat Jezus de Messias is, zoals Petrus reeds deed. Je kunt Jezus pas echt ‘zien’ zoals Hij
is, je gelooft pas echt als je Hem ook volgt op zijn weg tot onder het kruis. In tegenstelling tot de
twaalf, die tot nog toe slechts hun onbegrip tentoonspreiden, is Bartimeüs een voorbeeld van een
volwaardige leerling.
Bezinning
Veel mensen hebben van alles om gelukkig te zijn,
maar zijn zelden blij of gelukkig.
Veel mensen kijken veel televisie, maar zien nauwelijks nog iemand staan.
Veel mensen beschikken over een overvloed aan zenders, maar kunnen elkaar niet meer ontvangen.
Veel mensen hebben meer dan voldoende geld, maar zijn ‘als mens’ armer dan ze denken.
Veel mensen hebben veel kennissen, maar kennen hen nauwelijks.
Veel mensen hebben van alle afgoden, maar de onbaatzuchtige God is hun onbekend.
Veel mensen zoeken naar echt contact, naar een ontmoeting die niet te koop is…
maar die ontvang je maar als je omziet naar elkaar, en aandacht hebt voor de ander.