Brief aan oma

“Zoals de Heer het geeft is het goed.”
Het leven op Zoetelande was soms misschien best bitter,
Maar jij maakte het zoet.
Met een tumpje, suukelohdje of een roze koek,
Maar vooral ook met jouw wijze spreuken uit onverwachte hoek.
Ze staan in geen enkel boek en ik was nog maar een klein meisje,
Toch zullen ze me voor altijd bijblijven: de Zeeuwse zomers en de vele kinderijsjes,
Maar vooral jouw nuchtere wijsjes.
“Tgaeh nie vansehluf.”
Hoorde ik je tijdens de afwas mompelen,
Terwijl je de kopjes 1 voor 1 in het teiltje sop stond onder te dompelen.
Rond koffietijd was er bij Oma in de Langstraat altijd een hoop gezelligheid.
Soms zaten er wel 11 en vergat je in je zorgzaamheid een kommetje voor jezelf.
“Tgaeh nie uut z’n eigen”.
Zei je opgewekt en kordaat om een vervelend klusje gedaan te krijgen.
Getrouw pakte je naald en draad
Om geduldig de winkelhaak in Opa’s overall aan mekaar te rijgen.
Koeken bakken was voor ons een feest, de vette keuken deerde jou het meest,
Maar daarvan ben ik me toen nooit bewust geweest.
Bij Van de Vreugde haalde ik verse gist en er lag een berg pannekoeken voor ik het wist.
Met jouw routine leek ook het bakken van smouters niets.
Je knoopte ze in een theedoek en ik bracht ze rond over dorp, achterop m’n fiets.
“Het is zaliger te geven dan te nemen.”
En in een flits was die stapel lekkers
Richting ooms, tantes, marktkooplui en badgasten verdwenen.
Maar: “Wie wat bewaart, die heeft wat.”
En triomfantelijk was je lach terwijl ik de volgende dag,
Zo koud uit de koelkast, de laatste pannenkoeken op at,
Die je daags tevoren stiekem voor je guus bewaard had.
“Jong geleerd, oud gedaan.”
Je leerde me rekenen en sleep punten aan m’n potlood om te tekenen.
Vaak deden we een potje rummikub of dammen, heel soms met Tanta Coba ook Slabberjannen.
1
Maar het liefst natuurlijk een spelletje badminton,
Als ik bij Oma was, scheen altijd de zon.
“Ellekuh dag een spiekertje.”
Jij haalde water uit de regenton en ik deed de bloemetjes met m’n gietertje.
Hoewel de vakantie voor jou nooit begon,
Genoot je vaak stil als een muisje,
Heel even samen met mevrouw Roozendaal achter bij het Zomerhuisje,
En schoof je bij met een klapstoeltje in de zon.
Veel te vaak lapte je de rrrraeaemen,
En eind Augustus kookten we altijd jam van zelfgeplukte braemen.
Iedere dag bracht je Opa’s koffie in de smisse, keurig op een blaedje.
En je verzuchtte : “Ellekuh dag een draedje”.
“Vele wegen leiden naar Rome.”
En ik zag je wegdromen ....
Als we Flip - of David is zijn echte naam, maar die had ik toen nooit gehoord Door het keukenraam met een zak scharretjes om de hoek van de poort zagen komen....
Aan het schoonmaken was geen ontkomen.
“Vooruit met de geit”, tuurlijk was Tante Pie bereid (desnoods met wat gesmijt).
Hup die visjes voor 12-uur opengereid, de graeten eruit en met echte beuter bereid,
Want gebakken vis was Opa’s lievelingsmaaltijd.
“Wie het kleine niet eert is het grote niet weert.”
Ook dat heb je me geleerd.
Je spaarde zegeltjes voor nieuw servies in een oude doos,
Voor je verjaardag kreeg je volgens mij nooit een roos.
Soms was er best wat loos in dat nest met lastig Leijnse kroost.
Maar jij werd zelden boos,
En op je guus was je altijd groos.
Geen nieuwe kleren of een Mercedes Benz,
“Zo oud worden als Methusalem”,
Dat was jouw wens.
Maar uiteindelijk zat er ook op jouw groeiende ouderdom een rem,
En bleek die hoge leeftijd van 93 toch echt de grens.
2
Tgaeh nie vansehluf....
Dat was wel duidelijk, ook afgelopen zaterdag rond de klok van half elf.
“Je moe jen eigen nie tevee verduuren”
Kwiek lag je nog naar ons te gluren, die laatste uren.
Nog even strijdbaar en dapper als in mijn herinnering van lang geleden,
Lag je nu stiekem te vechten in je bedje op Ter Reede.
Je hebt het vast en zeker nog gedacht, maar ons mooiste versje kreeg je niet meer uitgebracht.
“Ik ga slapen, ik ben moe, ik sluit m’n beide oogjes toe.
Lieve Heere houdt ook deze nacht...”
Helaas was het afgelopen zaterdag echt op, je ongelofelijke wilskracht.
Lieve Oma slaap zacht,
Al die wijze woorden die je ons bijbracht,
Maar vooral de herinnering aan afgelopen zaterdagnacht
Waarin je pappa en mij voor het laatst met al je liefde toelacht,
Dat geeft ons zeker weten nieuwe kracht.
Geboren Pieternella Wisse, 1915 was je verre geboortejaar.
Op papier de Oma van maar een paar.
Zelfs die laatste verwarrende jaren zat je voor al je dierbaren met koffie en een praatje klaar.
Oma Langstraat, Tante Pie, mevrouw Leijnse of Pietje Wisse,
Samen met mij zullen velen je daarom missen, reken maar.
3