Schoolgids 2014-2015

-1-
Inhoudsopgave
Een woord vooraf
3
1. De school
4
2. Uitgangspunten en identiteit
6
3. De organisatie van het onderwijs
11
4. De zorg voor de kinderen
16
5. Contacten met ouders
24
6. Diverse zaken die voor ouders belangrijk zijn
28
7. De ontwikkeling van het onderwijs in de school
39
8. De relatie school en omgeving
43
9. De resultaten van het onderwijs
48
10. Leerplicht
50
11. Namen en e-mailadressen
57
-2-
Een woord vooraf
Waarom een schoolgids voor ouders?
Scholen verschillen in de manier van werken, in sfeer en in wat kinderen er leren. Scholen hebben
verschillende kwaliteiten. De schoolgids laat zien wat ouders van een school kunnen verwachten en
wat de school voor een kind kan betekenen. De gids bevat allerlei informatie over de school.
Daardoor kan de gids een hulp zijn voor de ouders die mogelijk nog een school moeten kiezen.
Bovendien geeft de gids veel praktische informatie.
Wat staat er in deze schoolgids?
In deze schoolgids vindt u uitgebreide informatie over de St. Jozefschool. Niet alleen belangrijke
adressen of schooltijden, maar ook welke uitgangspunten de school heeft en hoe de school daar
organisatorisch uitvoering aan geeft.
U leest er ook in op welke wijze we de voortgang van het onderwijs aan uw kind bijhouden, hoe we
de resultaten met de ouders bespreken en hoe we de leerlingen begeleiden.
Wij hechten grote waarde aan een goede samenwerking met de ouders. Op welke wijze deze
samenwerking gestalte krijgt binnen onze school, kunt u lezen in een apart hoofdstuk in deze
schoolgids.
Kortom, we proberen u door middel van de gids zo volledig mogelijk te informeren over alle zaken
die direct of indirect met de school te maken hebben.
Voor een aantal zaken in deze schoolgids genoemd, kunt u veel uitgebreider informatie vinden in
het schoolplan dat op school aanwezig is. U kunt hier altijd naar vragen.
Actuele informatie over onze school zullen we bekend maken in “PRIKBORDje”, een
informatieblaadje dat iedere week via e-mail verspreid wordt én op de website te vinden is.
Goedkeuring en reacties
De inhoud van deze gids is goedgekeurd door het team en heeft de instemming van de
medezeggenschapsraad van onze school.
We stellen het erg op prijs, wanneer u op- en aanmerkingen over de inhoud ervan doorgeeft aan
Janneke Smulders ([email protected]).
We wensen u en uw kind(eren) veel plezier en succes het komende schooljaar.
Paul Hoogwegt, directeur
-3-
1. De school
Naam, adres, telefoon/e-mail/website
Naam:
Adres:
Telefoon:
E-mail:
Website:
St. Jozefschool (verder in deze gids Jozefschool genoemd)
Bernadettestraat 1, 5688 KN Spoordonk-Oirschot
0499-550324
[email protected]
www.skobos.nl en dan klikken op Jozefschool Spoordonk
 Richting en bestuur
De Jozefschool is een R.K. basisschool.
De Jozefschool is een van de vijf basisscholen in Oirschot die onder het bestuur vallen van Stichting
Katholiek Onderwijs de Beerzen Oirschot en Spoordonk (SKOBOS).
 Directeur
Paul Hoogwegt
De Schout 16
5688 VK Oirschot
Telefoon: 0499-574932
 Situering
De school is gelegen in het kerkdorp Spoordonk nabij de H. Bernadettekerk en een gymzaal.
De school zit onder één dak met het dorpshuis Den Deel, waar ook schoolse activiteiten plaats
kunnen vinden.
 Schoolgrootte
De school telt bij aanvang van het schooljaar 2014-2015 ongeveer 160 kinderen. Dit aantal groeit
dit schooljaar tot ongeveer 174.
-4-
 Voedingsgebied van de school
De kinderen komen niet alleen uit de kern van het dorp Spoordonk,
maar ook uit de omgeving daarvan. Er komen kinderen van “De
Stille Wille”; de rand van de gemeente Oisterwijk; en het
“buitengebied” (in het noorden de Koevoortseweg; in het zuiden “De
Heilige Eik”; in het oosten halverwege Spoordonk-Oirschot.).
 Populatie
De kinderen komen veelal uit een gemiddeld sociaal milieu. Er is
nauwelijks sprake van zgn. “culturele minderheden”.
-5-
2. Uitgangspunten en identiteit
2.1 Inleiding
Om de identiteit van de school duidelijk voor het voetlicht te brengen, wordt hieronder de missie
beschreven en wordt de visie op het basisonderwijs vanuit vier gezichtspunten neergezet. De vier
invalshoeken komen ook in samenhang voor. Onder de kopjes “karakteristiek” vindt u een beknopte
toelichting. Deze is ingevoegd ter verheldering.
2.2 Missie
Kort en krachtig zetten we de school eerst even neer:
St. Jozefschool
een leeromgeving in ontwikkeling
waarbinnen mensen centraal staan
De St. Jozefschool is een basisschool van katholieke signatuur die altijd in ontwikkeling is. Het doel
dat we ons stellen is de kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12/13 jaar vanuit onderwijskundig
perspectief volgens de elementen hierna genoemd bij “visie op hoofdlijnen” te begeleiden in hun
ontwikkeling. Belangrijk hierbij zijn: Een goede aansluiting op die vorm van (voortgezet) onderwijs
waar de kinderen volgens hun capaciteiten, mogelijkheden en belangstelling “thuis” horen en de
persoonlijke en maatschappelijke vorming.
Daarbij houden we rekening met de kerndoelen die alle kinderen moeten bereiken, tenzij aangepaste
leerlijnen en/of handelingsplannen zijn geschreven. In het licht van de kerndoelen is er aandacht
voor onderwijs in samenhang.
Speerpunten in ons onderwijs zijn: Betrokkenheid, differentiatie, effectiviteit, zelfstandigheid,
samenwerking, thematisch werken, meervoudige intelligentie en I.C.T.
We hechten veel waarde aan:
- een goede relatie en samenwerking met de ouders;
- werken in een sfeer waarin iedereen zich thuis, veilig en gelukkig voelt;
- een leefbaar tempo voor werken en leren.
2.3 Visie op hoofdlijnen
In onderstaande karakteristieken beschrijven we hoe we nu en in de nabije toekomst vorm willen
geven aan onze visie.
2.3.1 Pedagogisch
We scheppen een pedagogisch klimaat waarin veiligheid en geborgenheid centraal staan en waarin
zelfstandigheid en zelfvertrouwen verder kunnen groeien. In relatie met elkaar en de leerkrachten
wordt er gewerkt in een klimaat dat een beroep doet op de mogelijkheden van het kind
(competentie). Met mate houden we rekening met de vrije keuze van de kinderen.
Ook leren samenwerken en elkaar helpen horen bij het onderwijs.
Hiermee komen we tegemoet aan basisbehoeften (competentie, relatie, autonomie) van kinderen.
-6-
Karakteristiek bij 2.3.1
 We spelen in op de verschillen die er tussen kinderen zijn door vooraf bij de instrumentele leerstofonderdelen
te bepalen wat hun behoefte is, welk aanbod het meest geschikt is. We maken gebruik van directe instructie
en er zijn weektaken en handelingsplannen waarin de kinderen op het niveau dat ze aankunnen, aangesproken
worden. Ze kunnen deels naar vrije keuze werken, waarbij ze elkaar kunnen helpen. Door middel van de
weektaak bevorderen we de zelfstandigheid en vergroten we het zelfvertrouwen.
 We houden rekening met de verschillende intelligenties van kinderen (kinderen zijn op verschillende
manieren knap). Dit uit zich m.n. in het gebruik van diverse didactische structuren (werkvormen) in de
groepen. Verder streven we ernaar om aan te sluiten bij de individuele intelligenties van de kinderen,
bijvoorbeeld bij de verwerking van opdrachten of het opstellen van groepsplannen en handelingsplannen.
 Een aantal didactische structuren doet impliciet een beroep op zelfstandigheid en zelfvertrouwen.
 Op gezette tijden vinden er door de hele school thematische activiteiten plaats. Hierbij wordt regelmatig een
beroep gedaan op de zelfstandigheid van de kinderen. Ook aan de thematische activiteiten zijn
keuzeopdrachten gekoppeld. Aanvullend hierop kennen we kiesbordactiviteiten en opdrachten i.v.m.
techniek. Hiermee doen kinderen succeservaringen op waardoor het zelfvertrouwen groeit.
 Om de betrokkenheid zo groot mogelijk te laten zijn en zo veel mogelijk aan te sluiten bij de basisbehoeften,
a. bieden we het onderwijs, daar waar mogelijk, in samenhang aan (m.n. bij thematische activiteiten).
b. maken we de onderwijsruimten uitnodigend/aantrekkelijk. Betrokkenheid kan ook ontstaan door
extrinsieke motivatie.
c. hebben we ’s ochtends een inloop
d. geven we zo veel mogelijk betekenisvolle opdrachten waarvan de bedoeling duidelijk is of wordt.
e. worden aantrekkelijke, zelfcorrigerende, computerprogramma’s gebruikt en wordt regelmatig gebruik
gemaakt van de mogelijkheden van het internet (Beeldbank, Teleblik, KlasseTV).
f. worden er excursies gemaakt.
2.3.2 Onderwijskundig
We erkennen en accepteren dat mensen ongelijk zijn en laten dit zien in de benaderingswijze van de
leerlingen en de invulling van het curriculum.
Zo veel als kan, wordt er leerstof aangeboden in de zone van de naaste ontwikkeling, waarbij we
een zo groot mogelijke betrokkenheid nastreven. Sleutelwoorden hierbij zijn: bedoeling en
betekenis. Het doel van de activiteiten moet – voor zover dat gezien het ontwikkelingsstadium kan voor de kinderen duidelijk zijn. We streven hierbij tevens naar handelingen en opdrachten waar de
kinderen betekenis aan kunnen geven.
Dit bewerkstelligen we onder andere door, daar waar mogelijk, leerstof in samenhang aan te bieden.
We dagen kinderen uit hun talenten te ontdekken.
We hechten grote waarde aan een ononderbroken (leer-)proces.
Karakteristiek bij 2.3.2
 We gaan uit van een ontwikkelingsgerichte werkwijze waarbij we in beeld hebben wat kinderen nodig
hebben om een volgende stap te zetten in het ontwikkelingsproces (handelingsgericht werken; 1-Zorgroute)
We zorgen hierbij voor een rijke leeromgeving.
 Voor de leerlingen die de basisstofleerlijnen met gemak doorlopen zijn er mogelijkheden om leerstoflijnen
toe te voegen, om te verdiepen, om keuzes te maken, om hun talenten verder te ontplooien (M.I.).
 We volgen de ontwikkeling van de kinderen door gesprekken, observaties, en door methodeafhankelijke en
methodeonafhankelijke toetsen af te nemen.
 We hanteren een leerlingvolgsysteem.
 Van alle leerlingen wordt digitaal een historisch overzicht bijgehouden.
 Voor aanvang van het nieuwe schooljaar vindt er een duidelijke overdracht plaats waarbij met en over de
leerlingen gesproken wordt.
 Er is een vast dagrooster dat begint met een inloop en de kring waarna instructiemomenten en tijden van
zelfstandig werken elkaar afwisselen.
 We plannen zo veel mogelijk instructiemomenten in, waarbij we ook het DI-model hanteren. Instructietafels
zijn in elke groep een vast fenomeen.
-7-
 Om tegemoet te komen aan verschillen die er tussen kinderen zijn, scheppen we begeleide, geleide en vrije
situaties. Door middel van de weektaak bevorderen we de zelfstandigheid, vergroten we het zelfvertrouwen
en geven we kinderen zo veel mogelijk leerstof op maat.
 Om een aantal activiteiten op een goede manier te organiseren, wordt er in alle groepen gewerkt met een
planbord en/of kiesbord. Ook kleuters werken aan een weektaak als ze er aan toe zijn.
 Voor de vakgebieden lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen en wiskunde hebben we scherp in beeld
wat de leerstoflijnen en doelen zijn.
 In alle groepen wordt er meerdere malen per jaar een thema uitgevoerd waarbij we proberen zoveel mogelijk
vakken te integreren. Op deze wijze vergroten we de samenhang en de betrokkenheid van de kinderen en
hopen we het leerrendement te verhogen.
 We gebruiken uitgangspunten en werkvormen van Meervoudige Intelligentie.
 De computer vormt in cursorische en ondersteunende zin een vast onderdeel van het lesprogramma.
 In alle groepen wordt gebruik gemaakt van een digitaal schoolbord. Zowel bij instructie als bij inoefening
van vaardigheden en kennis door kinderen zelf.
 We brengen de leerlingen, zowel actief als passief, in aanraking met allerlei “podiumactiviteiten” zoals
toneel- en dansuitvoeringen, talentenshows en musicals.
 Om pragmatische redenen delen we de kinderen in een van de drie grote groepen (onder-, midden- of
bovenbouw) in waarbij het kind in die groep komt waar de beste ontplooiingskansen liggen.
2.3.3 Levensbeschouwelijk
De katholieke identiteit komt niet alleen naar voren in het vak levensbeschouwing, maar werkt ook
impliciet door bij de uitvoering van de pedagogische en onderwijskundige taak.
Binnen de school is er begrip en respect voor andere geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen, tenzij deze strijdig zijn met de mensenrechten.
Parallel aan de maatschappelijke ontwikkeling van een overwegend christelijke maatschappij naar
een multireligieuze maatschappij, heeft de vroegere catechese zich op onze school ontwikkeld in de
richting van levensbeschouwing. De catecheselessen hadden als doel verdieping van kennis en
beleving van het christelijk geloof. Levensbeschouwing leert kinderen omgaan met levensvragen en
is gericht op de ontwikkeling van een persoonlijke levensbeschouwelijke identiteit van leerlingen.
Hierbij wordt op onze school wel het christelijk perspectief nadrukkelijk aangereikt als bron van
zin. Geïnspireerd door christelijke traditie, voor zover deze bijdraagt aan medemenselijkheid en een
betere samenleving, willen we meehelpen om de kinderen op te voeden tot verantwoordelijke en
sociaal verdraagzame mensen.
Karakteristiek bij 2.3.3
enkele praktische consequenties
 Door middel van diverse werkvormen verdiepen de kinderen zich in levensbeschouwelijke thema’s. Ze
worden zich bewust van de eigen standpunten en leren daarover met anderen te communiceren. Verhalen
uit de kinderbijbel en de kinderliteratuur zijn een onderdeel van het lesmateriaal.
 In het jaarrooster is een aantal filosofische gesprekken opgenomen.
 Kennis over andere godsdienstige/levensbeschouwelijke stromingen komt niet alleen aan de orde bij
levensbeschouwing maar ook bij de leerstof van “oriëntatie op mens en wereld”.
 De samenwerking met de parochie komt vooral tot uiting in de voorbereiding op de Eerste Communie en
het Vormsel, waarvan een deel door de leerkracht van de betreffende leeftijdsgroep wordt verzorgd in
samenwerking met de Sacramentenwerkgroep van de parochie en de pastores. Niet alle kinderen
ontvangen de sacramenten. De school is bereid dat deel te verzorgen dat voor alle kinderen in het kader
van levensbeschouwing leerzaam is. Het gaat dan om het inhoudelijke deel. Het organisatorische deel,
bijvoorbeeld het oefenen in de kerk, valt daar buiten.
 Belangrijke christelijke feesten zoals Kerstmis en Pasen worden op school gevierd.
 Jaarlijks is er een actie voor een goed doel.
 Er wordt gewerkt met dagopeningen.
 Het team bezint zich regelmatig onder externe deskundige begeleiding op
- onderwerpen die in de lessen levensbeschouwing aan bod komen;
- actuele levensbeschouwelijke zaken.
-8-
2.3.4 Maatschappelijk
Het team heeft megatrends besproken en de invloed en het belang ervan voor onze school
aangegeven. De trends staan in onderstaande tekst schuin gedrukt.
De maatschappelijke visie beperkt zich hier tot de mate waarop we inspelen op megatrends in de
maatschappij en daarmee een plaatsbepaling van de school in deze Spoordonkse gemeenschap.
We houden rekening met een aantal trends in de maatschappij:
Belangrijk vinden we:
De behoefte aan zingeving, meer verdraagzaamheid/tolerantie, de aandacht voor waarden en
normen; de opvatting dat mensen ongelijk zijn; individualisering; I.C.T.; communicatie en de
hogere eisen aan het communicatieve vermogen; aandacht voor het lokale – het brengen van
voorzieningen naar de mensen; maatschappelijke uitvalsverschijnselen.
In de school komen de trends in samenhang voor. De ene trend kan de andere tevens oproepen.
Door de individualisering en de opvatting dat mensen ongelijk zijn qua aanleg, wat om een meer
individuele benadering vraagt, ontstaat het gevaar van een te individuele aanpak alleen maar gericht
op persoonlijk resultaat. Zouden we aan onze aandacht voor emotie, affectie en hechting een te
groot gewicht toekennen, dan kunnen we ons verliezen in een te sociale benadering die te ver af
staat van de realiteit van alledag. Een evenwichtige benadering is daarom belangrijk, omdat we dan
alle aspecten die in onze situatie relevant zijn, met mate in of bij ons onderwijs kunnen betrekken.
Karakteristiek bij 2.3.4
De behoefte aan zingeving, meer verdraagzaamheid/tolerantie, de aandacht voor waarden
en normen
Dit aspect is niet alleen terug te vinden in de praktijk van alledag. We maken gebruik van dagopeningen,
observeren de kinderen op sociaal-emotioneel gebied, hebben een methode voor sociaal-emotionele vorming,
een “pestprotocol”, en beleid m.b.t. agressie en geweld. Filosoferen met kinderen is een vast onderdeel van het
programma van het levensbeschouwelijk onderwijs.
Individualisering; de opvatting: mensen zijn ongelijk
In ons onderwijs houden we rekening met verschillen in aanleg die er nu eenmaal tussen mensen zijn. Kinderen
zijn op verschillende manieren knap (Meervoudige Intelligentie). Behalve dat kinderen gezamenlijk in kleine of
grote groepen werken aan dezelfde leerstof, krijgen kinderen ook onderwijs op maat. Dit is te zien tijdens de
weektaak, rekenen, spelling en technisch lezen. Ook de groepsplannen en handelingsplannen die we voor een
aantal kinderen maken, zijn hiervoor illustratief. De komende jaren zal nog meer dan nu het geval is, het
onderwijsaanbod afgestemd worden op het ontwikkelingsniveau van het kind.
We waken er tegelijkertijd voor, dat ons onderwijs niet een “ieder voor zich” wordt, maar dat er ook
gezamenlijke beleving is. We houden weliswaar rekening met verschillen, maar medemenselijkheid,
samenwerken en gelijkwaardigheid staan hoog in het vaandel.
I.C.T.
Het gebruik van computers en bijbehorende apparatuur, zoals digitale schoolborden, camera’s, scanners en
netwerkprinters, geeft ons meer mogelijkheden op het gebied van informatieverwerving en communicatie. We
benutten deze kansen.
Hogere eisen aan het communicatieve vermogen
Het is zeer belangrijk, dat kinderen goed leren communiceren. Dit aandachtspunt vinden we vooral terug in het
taalonderwijs, woordenschat en I.C.T., maar ook in spel en sociaal-emotionele vorming.
Aandacht voor het lokale
Door de individualisering en het gevoel van een grote afstand tussen de eigen leefomgeving en de landelijke
overheid, ontstaat er meer aandacht voor de eigen omgeving: Mensen zoeken elkaar op en vinden het belangrijk
goede contacten op plaatselijk niveau te hebben. In Spoordonk neemt de basisschool een voorname plaats in.
Veel ouders leren elkaar pas goed kennen, doordat hun kinderen naar deze school gaan.
-9-
Waar mogelijk spelen we in of schenken we aandacht aan plaatselijke gebeurtenissen georganiseerd door
kerk (communie, vormsel) en de Jeugdzorg. Bovendien maken we gebruik van de mogelijkheden die
gemeente en de verenigingen bieden. Verder kent de school een “lage drempel” en wordt de mening van
ouders in individuele gesprekken, tijdens informatieavonden en vergaderingen van de oudervereniging en
medezeggenschapsraad ter harte genomen.
- 10 -
de
de
de
de
3. De organisatie van het onderwijs
3.1 Bouwen, groepen en teamleden
 Bouwen
We kennen een onder-, midden- en bovenbouw. De onderbouw bestaat uit de jaargroepen 1, 2 en 3.
De middenbouw herbergt de jaargroepen 4, 5 en 6 en de jaargroepen 7 en 8 vormen de bovenbouw.
Het is van het aantal leerlingen afhankelijk hoeveel leerkrachten er in een bouw werken en hoeveel
basisgroepen gevormd worden. Een basisgroep kan bestaan uit één jaargroep, maar is het aantal
leerlingen per jaargroep gering, dan worden er in een bouw basisgroepen gecreëerd van waaruit
instructiegroepen samengesteld worden. Zo zijn er in het schooljaar 2014-2015 in de middenbouw
drie jaargroepen, maar twee basisgroepen. Elke basisgroep kent een eindverantwoordelijke
groepsleerkracht. De groepsleerkrachten zijn niet alleen verantwoordelijk voor hun eigen
basisgroep, maar ook voor het onderwijs aan de andere groepen of subgroepen (bij instructies) die
binnen de bouw gevormd worden als zij de betreffende instructie verzorgen.

Schema groepen – leerkrachten
Groep
1/2a
1/2b
Eindverantwoordelijke
basisgroepsleerkracht(en)
Willeke van Leest
3
Janneke Mencke
Annelies van Roij
Marijke Swaans
4/5
Ilse van kerkoerle
5/6
Janneke Smulders
Noortje van Rijen
7
Winanda vd Biggelaar
Clasien Groenland
Lieke vd Sande
Patrick Sanders
8
Bijzonderheden
Willeke van Leest: maandag t/m donderdag
Janneke Mencke: maandag en dinsdag
Annelies van Roij: donderdag en vrijdag en in de
tweede helft van het schooljaar ook op woensdag
Marijke Swaans: de gehele week
Op woensdag (alleen de eerste helft van het
schooljaar) en op vrijdag zijn er twee leerkrachten
verantwoordelijk voor drie jaargroepen
Ilse van Kerkoerle: de gehele week
Janneke Smulders: maandag en dinsdag
Noortje van Rijen: woensdag, donderdag en vrijdag
Wanneer Janneke Smulders r.t. verzorgt op een deel
van de dinsdag, zal Miriam de Koning in de groep
werken.
Miriam de Koning: ondersteunend één ochtend
Winanda vd Biggelaar: maandag en vrijdag
Clasien Groenland: dinsdag, woensdag en
donderdag
Lieke vd Sande: maandag en dinsdag
Patrick Sanders: woensdag, donderdag en vrijdag
- 11 -

Speciale taken
Taak
Naam
Algemene leiding, directie Paul Hoogwegt
Bouwcoördinatie
Onderbouw: Willeke van Leest
Middenbouw: Janneke Smulders
Bovenbouw: Clasien Groenland
Interne begeleiding
Miriam de Koning
Coördinatie leerlingenzorg Janneke Smulders
I.C.T.
Patrick Sanders en Ilse van Kerkoerle
Remedial teaching
Janneke Smulders
De school kent een managementteam dat bestaat uit de directeur, de intern begeleider en de
bouwcoördinatoren.
 Overige medewerkers
 De school heeft twee medewerkers in dienst om de school schoon te houden (Lia van der Schoot
en Maria de Goeij)
 Op school werken een conciërge (Rien van der Leest) en een administratief medewerkster
(Gemma Robben); beiden gedetacheerd.
 De organisatie voor zorg voor leerlingen met specifieke behoeften
De kinderen die extra hulp nodig hebben, worden zo veel mogelijk in de betreffende groep
geholpen door de eigen leerkracht. Zijn daar geen mogelijkheden voor, of is een andere leerkracht
vaardiger op dat gebied, dan krijgt het kind hulp van een leerkracht die vrij geroosterd is of van een
remedial teacher. Verderop gaan we hier nog op in.
3.2 De activiteiten voor de kinderen
Inleiding:
In het schoolplan is beschreven op welke wijze we met de kerndoelen die door de overheid zijn
voorgeschreven, omgaan. Het zou te ver voeren alle doelstellingen, leerstof, enz. hier volledig te
beschrijven. Mocht u hierin interesse hebben, dan kunt u het schoolplan inzien.
3.2.1 Leer- en vormingsgebieden / kerndoelen
De leer- en vormingsgebieden kunt u vinden in het kerndoelenboekje van het Ministerie van
Onderwijs Cultuur en Wetenschappen. Het team probeert deze doelen te realiseren. Voornemens die
we gemaakt hebben ter verbetering van het onderwijs vindt u in het schoolplan in het deel
“Planning”. Informatie over de kerndoelen kunt u terugvinden op het internet: http://tule.slo.nl Zie
ook: Hoofdstuk 8.
3.2.2 Overige activiteiten en vieringen
De school organiseert/doet mee aan de volgende activiteiten:
Algemene activiteiten
 Leesprogramma's voor alle groepen georganiseerd door de
bibliotheek te Oirschot.
 Programma culturele vorming geleverd door Kunstbalie, voor alle
groepen.
 Sponsoractiviteit gekoppeld aan de vastenactie.
 In september/oktober is er voor de gehele school een Ludieke dag,
- 12 -
een dag georganiseerd rondom een bepaald thema, waarbij alle kinderen hun creativiteit tentoon
kunnen spreiden.
 Elk jaar is er een schoolreis voor alle groepen. Deze dag wordt gepland in mei of juni.
 Vieringen: Naast de vaste vieringen zoals carnaval; verjaardagendag groepsleerkrachten; jubilea;
Sinterklaas; Kerstmis; en Pasen, worden er ook periodeafsluitingen georganiseerd. Dit kunnen,
behalve vieringen, ook creatieve – of spelactiviteiten zijn.
Groepsspecifieke activiteiten:
 Spelletjesdag voor de kinderen van groep 1 t/m 3 en een bosspel voor de groepen 4 en 5.
 Sportdag: Schoolvoetbal- en basketbaltoernooi in het voorjaar voor groep 6 tot en met 8 samen
met de andere basisscholen in Oirschot. Zowel de jongens als de meisjes kunnen kiezen voor
beide sporten.
 Een atletiekdag voor groep 8, georganiseerd door de plaatselijke atletiekvereniging.
 We verlenen medewerking aan de voorbereiding op de eerste communie en het vormsel.
 Schaaktoernooi, georganiseerd door de leerkracht van groep 6 aan het einde van het schooljaar
voor de leerlingen van groep 6, 7 en 8. De kinderen van groep 5 die al
kunnen schaken, mogen ook aan het schaaktoernooi deelnemen.
 Boomplantdag voor groep 6.
 Excursies van het I.V.N. in het voor- en najaar voor groep 6 en 7.
 Theoretisch en praktisch verkeersexamen voor groep 7.
 Gastlessen bureau Halt voor groep 8
 Excursie voor groep 8 naar een Oirschots industriebedrijf.
 Kinderpostzegelactie voor groep 8.
 Verkeersveiligheidsdag voor de kinderen van groep 8.
 Schoolkamp aan het begin van het schooljaar heeft groep 8 een
schoolkamp (drie nachten).
3.2.3 Werken met computers
Vanaf groep 1 werken de kinderen ook met computers. De
computer wordt vooral als leermiddel gebruikt. Zo zijn er
programma’s voor: Ruimtelijke oriëntatie, rekenen, taal,
topografie, wereldoriëntatie en leesonderwijs. Daarnaast is I.C.T.
op onze school een doel op zich: Vanaf groep 4 krijgen de
kinderen, door middel van zelfstandig werk, een cursus in
computervaardigheid. Bovendien wordt in de bovenbouw gewerkt
met digitale cursussen voor PowerPoint en Excel.
In elk klaslokaal hangt een digitaal schoolbord.
3.2.4 Zelfstandig werken
Zoals u in onze visie heeft kunnen lezen, nemen zelfstandigheid
en zelfvertrouwen een belangrijke plaats in. De werkwijze in de
groepen doet een beroep op de zelfstandigheid. Het komt
dagelijks voor dat de leerkracht instructie geeft aan een deel van
de kinderen, terwijl de anderen met een taak bezig zijn. In groep
2 leren we de kinderen al om het gemaakte werk te registreren.
In de groepen 3 t/m 8 wordt daarop voortgebouwd.
Behalve zelfstandige verwerking van oefenstof (na instructie)
werken de kinderen ook zelfstandig aan taken. We kennen op
onze school de zogenaamde weektaak. Kinderen krijgen de
- 13 -
opdracht om in een week bepaalde taken te maken die vooraf op een formulier genoteerd zijn. De
leerkracht varieert per kind of per groep van kinderen de hoeveelheid leerstof en de
moeilijkheidsgraad. Op datzelfde formulier geven de kinderen aan wanneer het werk afgemaakt is.
Behalve het oefenen van leerstof die in de taak opgesloten zit, heeft het zelfstandig werk de
volgende doelen:
 Elkaar helpen wanneer dat nodig is. De leerkracht kan immers even niet beschikbaar zijn.
 Het vergroten van de zelfstandigheid.
 Bevorderen van de verantwoordelijkheid voor het werk.
 Het leren plannen van het werk.
 Registreren van gemaakt werk.
Door middel van het kiesbord dat in groep 1 t/m 8 gebruikt wordt, kunnen kinderen ook “inhangen”
op activiteiten naar keuze.
3.2.5 Benutting van de onderwijstijd
Onderwijstijd
Groepen 1, 2, 3 :
952,00 uur
Groepen 4 t/m 8:
999,25 uur
Tijd die aan de verschillende vormingsgebieden besteed wordt in uren en tienden van uren
Gebied \ leerjaar
kring
ontwikkelingsactiviteiten
Nederlandse taal
Engelse taal
rekenen en wiskunde
oriëntatie op mens en wereld
lichamelijke opvoeding
kunstzinnige oriëntatie
zelfstandig werk / weektaak
ochtendpauze
totaal per week
1, 2
3,00
6,00
5,00
2,75
3,50
2,50
1,00
1,25
25,00
3
3,00
4
3,00
5 en 6
3,00
7 en 8
3,00
6,00
6,50
3,50
2,75
2,00
2,50
4,00
1,25
25,00
4,00
2,75
1,50
2,50
4,75
1,25
26,25
5,75
0,75
4,00
2,75
1,50
2,50
4,75
1,25
26,25
5,75
0,75
4,00
2,75
1,50
2,50
4,75
1,25
26,25
Bij de kring hebben de onderwerpen te maken met dagopening en dagsluiting, levensbeschouwing
en filosoferen, sociaal emotionele vorming, taal en verkeer.
 Bij groep 1 en 2 zijn ook reken- en taalopdrachten verwerkt in ontwikkelingsactiviteiten.
 Oriëntatie op mens en wereld omvat: Aardrijkskunde, geschiedenis, techniek, milieu, gezond en
redzaam gedrag, verkeer en natuuronderwijs.
 Kunstzinnige oriëntatie omvat: Tekenen en handvaardigheid, muziek en beweging, spel en
bevordering van het taalgebruik.
 Bij zelfstandig werk komen vooral opdrachten voor uit de gebieden: Nederlandse taal, rekenen
en wiskunde en oriëntatie op mens en wereld.
 Wanneer er thematisch gewerkt wordt, worden leerstofonderdelen uit verschillende vakgebieden
in samenhang aangeboden.
- 14 -
3.2.6 Maatregelen ter voorkoming en bestrijding van lesuitval
Wanneer er een leerkracht afwezig is vanwege ziekte of verlof, bekijken we in eerste instantie of
een parttime leerkracht bereid is om de betreffende leerkracht te vervangen. Is dit niet het geval, dan
wordt er een vervanger benaderd uit de vervangerspool van SKOBOS. Als er geen vervanger is,
wordt er intern naar een oplossing gezocht.
We kiezen naar gelang de situatie uit de volgende mogelijkheden:
 De LIO-stagiaire neemt de groep over.
 De stagiaire neemt onder supervisie de groep over.
 De groep verdelen over meerdere groepen.
 Een leerkracht let op twee groepen.
 Drie kleine groepen tot twee grotere formeren, zodat er een leerkracht vrij komt.
 Remedial teaching vervalt, de r.t.-er neemt een groep over.
 Ambulante uren van i.c.l.-er, i.c.t.-er, i.b.-er of directeur worden ingezet.
- 15 -
4. De zorg voor de kinderen
4.1 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen
De ontwikkelingen van de kinderen worden vanaf groep 1 bijgehouden. In groep 1/2 maken we
gebruik van een leerlingvolgsysteem voor kleuters.
Vanaf medio groep 1 worden toetsen afgenomen van het Cito-leerlingvolgsysteem.
4.1.1 Evaluatie en toetsing
Er wordt getoetst om: te onderzoeken of aan bepaalde leervoorwaarden voldaan is; vorderingen te
peilen; bepaalde leermoeilijkheden op te sporen; makkelijker te kunnen selecteren; na te gaan of
doelstellingen bereikt zijn; het verloop van het onderwijsleerproces te evalueren; het schoolniveau
in de gaten te houden.
Welke toets wanneer wordt afgenomen is te zien op de zgn. toetskalender in het Schoolplan.
We hebben dezelfde methodeonafhankelijke toetsen als alle andere basisscholen in het
Samenwerkingsverband Bladel.
De toetsen van het LOVS leveren informatie voor de groepsoverzichten en groepsplannen. Deze
worden door de leerkracht met de IB-er besproken en zijn bepalend voor de volgende stap.
De uitslagen van toetsen die genoemd zijn in de kalender, worden in besproken in
een teamvergadering samen met de uitslag van de Cito Eindtoets voor groep 8 besproken, zodat we
op basis van deze gegevens eventuele aanpassingen in ons onderwijs kunnen aanbrengen.
Andere evaluatiemomenten:
De leerkrachten van groep 1/2 houden door middel van een leerlingvolgsysteem de vorderingen van
de leerlingen bij. Bij observatie let de leerkracht op de resultaten en op de wijze waarop deze
bereikt worden.
In de andere groepen worden de vorderingen vooral gepeild d.m.v. het bekijken van het gemaakte
werk en schriftelijke of mondelinge toetsing. Bij lichamelijke opvoeding is de kwaliteit van het
getoonde of vertoonde doorslaggevend. Bij expressieactiviteiten kijken we niet alleen naar het
resultaat, maar ook hoe een kind tot een bepaald resultaat gekomen is en in welke mate aan de
opdracht voldaan is.
Door middel van rapporten, ouderavonden, 10-minutengesprekken n.a.v. het rapport, en tussentijds
contact wordt u op de hoogte gehouden van de vorderingen van uw kind. Als kinderen 6 maanden
of langer op school zitten krijgen de kinderen een rapport. Alle ouders ontvangen drie maal per jaar
een schriftelijk rapport. Bij het eerste rapport hoort een mondelinge toelichting van de
groepsleerkracht. Hiervoor worden alle ouders uitgenodigd. Bovendien worden tijdens
rapportgesprekken van het schooljaar ook de toetsscores van de toetsen van het Cito
Leerlingvolgsysteem besproken.
Bij de volgende rapportages nodigt de leerkracht alleen ouders uit wanneer dat nodig is. Uiteraard
worden tijdens dat gesprek tevens de toetsscores besproken. Ook ouders kunnen zich aanmelden
voor een gesprek. Als daar aanleiding voor is, wordt tussendoor wederzijds contact opgenomen.
De doelmatigheid van de aan individuele leerlingen geboden hulp wordt systematisch beoordeeld
op de volgende wijzen:
- Voordat een leerling extra individuele hulp krijgt, zijn de uitslagen van de toetskalender bekend.
- Wanneer een kind door de ambulante begeleider of door de schoolbegeleider getoetst is, wordt na
het extra programma (groepsplan en/ of handelingsplan) op een vooraf vastgesteld tijdstip
geëvalueerd.
- 16 -
De evaluatie van de procedures die we hanteren om leerlingen die belemmeringen ondervinden te
signaleren en hulp te bieden, vindt plaats op de volgende wijze:
Minstens tweemaal per jaar worden de procedures geëvalueerd. De wijze van hulpverlening vanuit
het speciaal onderwijs wordt geëvalueerd met de ambulante begeleider zelf en tijdens het overleg
met de scholen die deel uitmaken van het samenwerkingsverband.
4.1.2 Rapportage (extern)
Wanneer een leerling de school verlaat om naar een andere basisschool te gaan, bijvoorbeeld
vanwege een verhuizing, vult de leerkracht een "formulier leerlinggegevens" in. Daarop staan alle
gegevens betreffende de leerstof die tot dan toe aan bod gekomen is aangevuld met relevante
informatie over de leerling. Vertrekt een leerling naar een school voor speciaal (basis-)onderwijs,
dan is de rapportage afhankelijk van wat de ontvangende school nog vraagt. Er is dan immers al
veelvuldig contact geweest.
Als een kind naar het voortgezet onderwijs gaat, wordt een digitaal onderwijskundig rapport
opgesteld t.b.v. de school voor voortgezet onderwijs.
4.2 Capaciteitenonderzoek
In de groepen 4 en 7 wordt bij alle leerlingen een capaciteitenonderzoek afgenomen, respectievelijk
de NSCCT (Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test) en de Drempeltest (inclusief een
leermotivatietest (LMT) die de leermotivatie, het zelfvertrouwen en het doorzettingsvermogen van
de leerlingen meet).
De afname van deze onderzoeken brengt een aantal voordelen met zich mee:
 Door het gebruik van deze onderzoeken zijn we beter in staat om het onderwijsaanbod af te
stemmen op de capaciteiten van de (groep) leerlingen.
 Deze onderzoeken kunnen een signaalfunctie hebben als er een verschil is tussen de prestaties
die we nu al meten en het vermogen om goede resultaten te behalen.
 De Drempeltest kan onderdeel uitmaken van een dyslexieonderzoek.
 Door het gebruik van deze onderzoeken zijn we beter in staat het leerrendement van ons
onderwijs te bepalen, afgezet tegen de mogelijkheden die de kinderen hebben.
 De Drempeltest kan ons helpen bij de advisering van de leerlingen van groep 8.
4.3 De 1-Zorgroute
Het doel van de zorg op onze school is passend onderwijs bieden, waarin alle leerlingen optimaal
kunnen ontwikkelen op basis van hun mogelijkheden en talenten. Vanuit het inmiddels oude
samenwerkingsverband Bladel is bepaald dat 1-zorgroute de wijze wordt waarop we
handelingsgericht gaan werken. In het schooljaar 2010-2011 zijn we gestart met de invoering van
de 1-Zorgroute. Hiermee willen we bereiken dat wij in staat zijn om in onze groepen het onderwijs
af te stemmen op de onderwijsbehoeften van de kinderen. We werken handelingsgericht en gaan
planmatig om met verschillen in onderwijsbehoeften tussen kinderen.
De uitgangspunten van de 1-Zorgroute zijn:
1. Leerlingen verschillen in onderwijsbehoeften. Deze verschillen worden gerespecteerd. We
werken en denken vanuit onderwijsbehoeften in plaats van het benoemen van tekorten of
defecten die een kind heeft.
2. In plaats van ons te richten op leerlingen met een achterstand (de ‘uitvallers’) proberen wij
vroegtijdig leerlingen te signaleren die extra aandacht nodig hebben en het onderwijsaanbod af
te stemmen op deze leerlingen.
3. We richten ons voortdurend op de positieve kwaliteiten en mogelijkheden van het kind.
- 17 -
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
We richten ons niet alleen op het kind, maar brengen alle factoren in kaart en richten ons op de
interacties (en effecten daarvan) tussen het kind, medeleerlingen, leerkracht en ouders.
We werken met groepsplannen om te kunnen omgaan met de verschillende onderwijsbehoeften
van kinderen. In een groepsplan worden alle gegevens die voor de individuele leerlingen in de
groep van belang zijn, vastgelegd. Het groepsplan dient als leidraad voor het bepalen van het
handelen van de leerkracht.
Een individueel handelingsplan kan een onderdeel zijn van een groepsplan. We streven ernaar
om een leerling zo veel mogelijk aan te laten sluiten bij een groep.
Wij bieden de zorg zoveel mogelijk binnen de klas. Indien dit om bepaalde redenen niet
mogelijk is, vindt de hulp veelal plaats in de r.t.-ruimte (zie plattegrond).
De intern begeleider begeleidt de leerkrachten bij het uitvoeren van de stappen uit 1-zorgroute,
volgt de voortgang en leidt groepsbesprekingen en leerlingenbesprekingen in school.
Door de invoering van 1-zorgroute besteden we aandacht aan de kwaliteiten van bijvoorbeeld
leerlijnen, het leerlingvolgsysteem, de zorgstructuur, differentiatievormen en het
klassenmanagement.
Het kind wordt actief betrokken bij de stappen die in de zorg worden gezet. Wij gaan met het
kind in gesprek. Kinderen kunnen zelf informatie geven over wat goed gaat, wat minder goed
gaat, wat ze willen leren en waar zij de hulp van de leerkracht bij nodig hebben.
Goede communicatie, afstemming en samenwerking met de ouders is belangrijk. Zij kennen
hun kind immers als geen ander.
1-Zorgroute wordt in groep 1 t/m 8 uitgevoerd. De groepsbesprekingen en
leerlingenbesprekingen zijn belangrijke schakelmomenten in de zorg aan leerlingen.
We streven naar een goede en efficiënte samenwerking in de regio tussen school en allen die
bovenschools bij de zorg aan leerlingen betrokken zijn, zoals het samenwerkingsverband, de
school voor speciaal basisonderwijs het speciaal onderwijs en de jeugdzorg (zie ook paragraaf
5.6.2).
We besteden aandacht aan de instroom van leerlingen vanuit de peuterspeelzaal naar groep 1
van de basisschool en aan de uitstroom van leerlingen uit groep 8 naar het voortgezet
onderwijs. Op deze manier is er sprake van een doorgaande lijn en doorgaande zorg.
4.4 Groepsbespreking en leerlingenbespreking
Drie maal per jaar hebben de leerkrachten onder leiding van de intern begeleider een
groepsbespreking en leerlingenbespreking. Tijdens een groepsbespreking wordt de groep als geheel
besproken en in het kort worden de ontwikkelingen van alle leerlingen besproken. De leerlingen die
extra zorg nodig hebben, worden vervolgens nog besproken in een bespreking. Deze wordt ook drie
maal per jaar gehouden. Hierbij zijn de leerkracht, de i.b.-er en een onderwijsadviseur vanuit Fontys
Fydes aanwezig. De i.b.-er maakt per leerling een verslag, overlegt met de remedial teacher en
neemt, indien nodig, contact op met externen. Uit dit gesprek kan de vraag naar een onderzoek
komen. Er wordt dan met u contact opgenomen.
Eén maal per jaar heeft het team van de school een leerlingenbespreking m.b.t. de groepen 1 t/m 8.
4.5 Handelingsplan
Nadat gebleken is dat er bij een leerling op een bepaald punt een grote achterstand is waardoor ’t
kind niet samen met anderen aan een groepsplan deel kan nemen, stelt de leerkracht in overleg met
de r.t.-er en/of de i.b.-er een individueel handelingsplan op. Hierop wordt aangegeven wat het
probleem is; wat men wil bereiken; op welke manier en met welke middelen men het probleem op
denkt te lossen; hoe men het één en ander organiseert en wanneer en waarmee men de resultaten
toetst. Het opgestelde handelingsplan wordt met de betreffende ouder(s) besproken. Daarna wordt
het door hen tevens, ter goedkeuring, ondertekend. Na afloop van een handelingsplan vindt er weer
een gesprek plaats met de ouders en dient er weer, afrondend, een handtekening gezet te worden.
Het individuele handelingsplan maakt onderdeel uit van het groepsplan.
- 18 -
4.6 De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
De speciale zorg voor deze kinderen blijkt ook al uit hetgeen hierboven beschreven is.
Termen als groepsbespreking, leerlingenbespreking, groepsplan, handelingsplan, intern begeleider,
interne
coördinator
leerlingenzorg,
remedial
teacher,
ambulant
begeleider
en
samenwerkingsverband duiden op een zorgstructuur. We kunnen daar nog aan toevoegen: de
onderzoeken en de consultatiemogelijkheid van de jeugdarts en zijn of haar assistenten en de
logopedist(e) van de GGD.
De speciale zorg voor kinderen die zeer weinig moeite hebben met de leerstof, uit zich in het
aanbieden van verbredings- en verdiepingsmateriaal of het aanbieden van een aparte leerlijn.
4.6.1 Procedure bij leerproblemen
In het kort de door ons gehanteerde procedure:
1. De leerkracht ontdekt een bepaald probleem bij een kind. Hij of zij raadpleegt collega’s en
informeert de ouders.
2. Blijft het probleem, dan wordt niet alleen de leerling, maar ook het pedagogisch-didactisch
handelen van de leerkracht tijdens de groepsbespreking en vervolgens de leerlingenbespreking
besproken.
3. De i.b.-er noteert gegevens, bevindingen enz.. Het kan zijn dat de leerkracht na overleg met de
i.b.-er en/of remedial teacher een individueel handelingsplan opstelt. Het kan ook zijn, dat er
eerst een onderzoek plaats moet vinden door een gekwalificeerd onderwijsbegeleider en/of de
jeugdarts en/of de logopediste.
4. Stel dat het laatste het geval is, dan wordt er contact opgenomen met de ouders. De ouders
moeten toestemming geven.
5. Het onderzoek vindt plaats. Ook het pedagogisch-didactisch handelen van de leerkracht en de
situatie in de groep worden bekeken.
6. Na het onderzoek wordt in overleg met betrokkenen, indien nodig, een individueel
handelingsplan opgesteld.
7. Na verloop van een bepaalde tijd vindt een evaluatie en/of herhalingsonderzoek plaats.
8. Tijdens de volgende groepsbespreking en/of leerlingenbespreking of eerder (einddatum
handelingsplan) worden de resultaten besproken.
9. Is er voldoende vooruitgang, dan maken we een volgende stap. Maar is er op een gegeven
moment geen vooruitgang meer te bespeuren en zijn we om een of andere reden niet in staat de
leerling goed te helpen, dan kunnen we in overleg met de ouders en de onderzoeker gaan denken
aan aanmelding bij een nog in te stellen commissie van het nieuwe samenwerkingsverband, wat
ambulante begeleiding of een verwijzing naar een ander type school tot gevolg kan hebben.
4.6.2. Passend onderwijs
Met ingang van 1 augustus 2014 gaat Passend Onderwijs van start en houden de huidige
samenwerkingsverbanden Weer Samen Naar School op te bestaan. Dit houdt in dat ons
schoolbestuur deel gaat uitmaken van SWV De Kempen 30-09 . In dit nieuwe
samenwerkingsverband participeren meerdere schoolbesturen voor primair, speciaal basisonderwijs
en speciaal onderwijs.
Passend onderwijs is er voor alle leerlingen. In de praktijk gaat het vooral om leerlingen die extra
ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een verstandelijke
beperking, een chronische ziekte of bijvoorbeeld gedrags- of leerproblemen. Maar ook hoogbegaafdheid kan aanleiding zijn om extra ondersteuning te organiseren.
De nieuwe Wet Passend Onderwijs schrijft enerzijds een aantal zaken voor die het nieuwe
samenwerkingsverband moet regelen, anderzijds geeft de wet vrijheden om op lokaal niveau zelf
beleid te maken. Dit beleid wordt gemaakt door het bestuur van het samenwerkingsverband dat
- 19 -
bestaat uit een vertegenwoordiging van alle deelnemende schoolbesturen. De schoolbesturen die in
het samenwerkingsverband samenwerken krijgen van het ministerie van OC&W geld om het
onderwijs te regelen voor leerlingen die deze extra ondersteuning nodig hebben. Hiertoe maken de
schoolbesturen gezamenlijk een ondersteuningsplan dat moet garanderen dat iedere leerling een
passend onderwijsaanbod krijgt. De bijdrage die ons samenwerkingsverband vanaf augustus 2014
krijgt voor het regelen van een passend onderwijsaanbod is overigens kleiner dan in de oude situatie
tot augustus 2014 toen de extra ondersteuning geregeld werd binnen de kaders van “Weer Samen
naar School”. De nieuwe wetgeving Passend Onderwijs heeft door allerlei herverdeeleffecten geleid
tot een bezuiniging van bijna 15% voor onze regio.
Voor de meeste leerlingen zal er door de invoering van passend onderwijs in de dagelijkse praktijk
weinig veranderen. Wel verandert mogelijk de organisatie van de ondersteuning op school en
worden er op termijn minder kinderen doorverwezen naar het speciaal onderwijs, omdat het
samenwerkingsverband de ambitie heeft om voor zoveel mogelijk leerlingen thuisnabij het passend
onderwijsaanbod te realiseren.
Zorgplicht
Schoolbesturen krijgen vanaf 1 augustus 2014 zorgplicht. Dit betekent dat de scholen ervoor
moeten zorgen dat iedere leerling, die bij de school staat ingeschreven of is aangemeld en die extra
ondersteuning nodig heeft, een passend onderwijsaanbod krijgt. Dit houdt in dat na aanmelding de
school eerst zorgvuldig gaat onderzoeken wat uw kind nodig heeft en of de school die
ondersteuning zelf kan realiseren, eventueel met ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.
Als de school de ondersteuning niet zelf kan bieden en aangeeft dat uw kind het beste naar een
andere school kan gaan, moet de school, na overleg met u, zorgen dat er een andere school
gevonden wordt die wel een passend aanbod kan doen en uw kind kan toelaten. Dit kan een andere
basisschool zijn, maar ook een school voor speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs. Goed
overleg met de ouders is uiteraard erg belangrijk.
Na 1 augustus 2014 kijken we niet meer naar wat er met het kind aan de hand is, maar proberen we
de vraag te beantwoorden welke extra onderwijsbehoefte de leerling heeft en welke extra
ondersteuning dan geregeld moet worden.
Schoolondersteuningsprofiel.(SOP)
Iedere school stelt binnen passend onderwijs een ondersteuningsprofiel op, waarin de school
beschrijft welke ondersteuning zij kan bieden en hoe deze ondersteuning is georganiseerd. De
medezeggenschapsraad heeft adviesrecht op het vaststellen van het schoolondersteuningsprofiel.
Verwijzingscommissies.
Na 1 augustus 2014 bestaan de Permanente Commissie Leerlingenzorg ( voor verwijzing naar het
speciaal basisonderwijs) en de Commissies voor Indicatiestelling ( voor verwijzing naar speciaal
onderwijs) niet meer. Binnen het nieuwe samenwerkingsverband worden deze commissies
samengevoegd tot één commissie voor toelaatbaarheidsverklaringen.
Geldigheid huidige beschikkingen
Voor leerlingen die gebruik maken van de huidige rugzakbekostiging in de basisschool gaat in de
toekomst een en ander wijzigen. De huidige rugzak moet straks door het samenwerkingsverband
worden omgezet in een arrangement binnen een passende voorziening. Volgens de wet zijn de
huidige beschikkingen voor een rugzak vanaf 1 augustus 2014 niet meer geldig. Het bestuur van het
samenwerkingsverband heeft echter het besluit genomen dat tot het moment van omzetten van die
rugzak in een arrangement de ambulante begeleiding en de begeleiding vanuit de basisschool zeker
voor het schooljaar 2014-2015 worden bekostigd. In de praktijk betekent dit dat het eerste
schooljaar voor deze leerlingen in de ondersteuning niets hoeft te wijzigen.
- 20 -
Meer informatie
De overgang naar de nieuwe Wet Passend Onderwijs is niet met ingang van het schooljaar 20142015 afgerond. De regering zal ook komend schooljaar nog vele aanpassingen en aanvullingen op
de huidige wet bekend maken en de schoolbesturen moeten ten aanzien van verschillende thema’s
nog verder beleid ontwikkelen.
Als school wijzen wij u graag op enkele informatiebronnen m.b.t. Passend Onderwijs, te weten:
* Passend Onderwijs Informatiegids voor ouders ( uitgave Steunpunt Passend Onderwijs) *
www.steunpuntpassendonderwijs.nl * www.passendonderwijs.nl * www.medezeggenschappassendonderwijs.nl * www.mensenrechten.nl * www.onderwijsconsulenten.nl *
www.onderwijsgeschillen.nl * www.rsvbreda.nl ( website van het eigen samenwerkingsverband)
4.6.3 Bovenschoolse plusklas voor bijzonder begaafde leerlingen van SKOBO
Sinds het voorjaar van 2014 is er binnen SKOBOS een Bovenschoolse Plusklas voor de bijzonder
begaafde leerlingen van SKOBOS ingericht. Deze klas is gesitueerd in basisschool de Linde. In
deze klas bieden we nu nog op één dag, maar in de loop van het schooljaar 2014-2015 op twee
dagen aan een bijzondere groep leerlingen van SKOBOS bijzondere lesactiviteiten aan.
Wat is de achtergrond van deze Bovenschoolse Plusklas?
Binnen de groep leerlingen van SKOBOS is een aantal kinderen dat een meer dan gemiddelde
begaafdheid heeft. Het gaat dan niet alleen om intelligentie, maar bijvoorbeeld ook om het
denkvermogen, een eigen manier van denken en gedrag, een bijzondere belangstelling en een
speciale houding ten opzichte van leren.
Deze kinderen hebben we voor wat betreft hun specifieke begaafdheid niet altijd even goed in
beeld. Dat is ook erg ingewikkeld, omdat ze niet altijd opvallen door o.a. goede leerprestaties. Het
betekent dat deze leerlingen niet altijd het juiste onderwijs- en ontwikkelingsaanbod krijgen waar ze
wel recht op hebben.
Omdat we dat niet gewenst vinden, hebben we in het schooljaar 2013-2014 besloten om deze
specifieke groep kinderen beter in kaart te brengen en voor hen, nadat we ze in beeld hebben
gekregen, een specifiek onderwijsaanbod te ontwikkelen.
Wat gebeurt er in het schooljaar 2014-2015?
De bovenschoolse plusklas draait nog maar net. Dat betekent dat we voor het schooljaar 2014-2015
nog veel zaken verder moeten uitwerken. In ieder geval gaan we aan de slag met:
- Het organiseren van een algemene informatieavond voor álle belangstellende ouders in het
kader van hoogbegaafdheid, in september/oktober 2014;
- Het opstarten van een tweede groep bijzonder begaafde leerlingen na de herfstvakantie,
gericht op een jongere leeftijdscategorie;
- Het inrichten van een systeem van monitoring om zicht te krijgen of deze bijzondere
voorziening daadwerkelijk voor de leerlingen iets “oplevert”; we gaan in dit kader in ieder
geval bij leerlingen, ouders en leerkrachten “informatie” ophalen; verder zullen we
nauwlettend de resultaten binnen de eigen school volgen om te zien of daar geen negatieve
effecten ontstaan van het structureel één dag per week in een andere omgeving dan de eigen
school onderwijs krijgen;
- Het maken van een verdere uitwerking van de inhoud van het aanbod;
- Het gaan zoeken van samenwerking met andere “aanbieders” van onderwijs aan bijzonder
begaafde leerlingen.
Wilt u meer informatie?
Als u meer informatie wilt hebben over deze bijzondere klas, dan kunt u de website van Skobos
www.skobos.nl raadplegen; daar komt regelmatig nieuwe informatie over deze klas te staan.
- 21 -
U kunt ook contact opnemen met Marianne Louwerse, leerkracht van en verantwoordelijk voor de
Bovenschoolse Plusklas van SKOBOS. Zij is bereikbaar op basisschool de Linde. U kunt uw vraag
ook mailen naar: [email protected]
4.7 Naar het voortgezet onderwijs
In het laatste basisschooljaar zal gekozen moeten worden voor een bepaalde vorm van voortgezet
onderwijs. Voordat uw kind toegelaten kan worden, vraagt de school van uw keuze het advies van
de directeur van de basisschool en de uitslag van de Cito-eindtoets.
Op grond van de op school behaalde resultaten, de werkhouding en de belangstelling van uw kind
zullen we samen de mogelijkheden bekijken.
U krijgt een voorlopig advies van onze school voordat u de uitslag van de Cito-eindtoets heeft.
De Cito-eindtoets wordt dit schooljaar afgenomen op 21, 22 en 23 april 2015.
4.8 De leraren
4.8.1 Vervanging van leerkrachten
Bij ziekte van een leerkracht komt er in principe een invalkracht. Wanneer er geen invalkracht
beschikbaar is, wordt er intern naar een oplossing gezocht. Zie ook: “Maatregelen ter voorkoming
en bestrijding van lesuitval”.
“Oudere” leerkrachten kunnen gebruik maken van een wettelijke regeling die hen toestaat,
afhankelijk van hun leeftijd, een halve tot ongeveer anderhalve dag per week minder te werken (de
zogenaamde BAPO-regeling). In dat geval zal een andere leerkracht de groep begeleiden.
Een enkele keer volgen leerkrachten cursussen onder schooltijd of hebben zij een dag buitengewoon
verlof. In dergelijke gevallen wordt de groep door een invalkracht overgenomen.
We streven ernaar om steeds dezelfde vervanger in te zetten.
4.8.2 De begeleiding en inzet van stagiaires
Onze school biedt stagiaires de gelegenheid om de praktijk van het vak te leren kennen.
De leerkracht van de groep waarin stage gelopen wordt, begeleidt de stagiaire en blijft altijd
eindverantwoordelijk.
W.b. PABO-studenten: naarmate de studenten in een hoger leerjaar van de PABO komen, neemt de
verantwoordelijkheid van de student toe. Tegenwoordig hebben we te maken met vierdejaars
studenten die een aantal weken achter elkaar een klas overnemen en zo veel mogelijk
verantwoordelijkheid gedurende die periode moeten dragen, de zgn. LIO-stagiaire (Leraar In
Opleiding). De groepsleerkracht blijft echter ook in dit geval eindverantwoordelijk voor een goede
gang van zaken. Wanneer een stagiaire vanuit de opleiding de opdracht krijgt om een
aaneengesloten periode les te geven in een bepaalde groep, informeren we u via PRIKBORDje.
4.8.3 Scholing van leraren
Leraren volgen jaarlijks cursussen om kennis en vaardigheden te vergroten. We kunnen ook
cursussen op onze eigen school plaats laten vinden, al of niet in samenwerking met andere
Oirschotse basisscholen. Jaarlijks wordt er een “nascholingsplan” opgesteld (zie Schoolplan).
- 22 -
4.9 Onderwijs aan zieke kinderen
Als een leerling ziek thuis of in een ziekenhuis is, blijft de school verantwoordelijk voor het
onderwijs aan deze leerling. Bij langdurige ziekte kan de school de hulp inroepen van de
schoolbegeleidingsdienst.
- 23 -
5. Contacten met ouders
5.1 Informatierecht
We hechten zeer grote waarde aan een goed contact met u. We informeren u zo volledig mogelijk
op verschillende manieren, zodat u op de hoogte bent van wat er op school gebeurt.
Iedere ouder heeft in principe recht op informatie van de school over zijn of haar kind. Er zijn
echter wel verschillen. Ouders die getrouwd, samenwonend of gescheiden zijn, maar daarbij wel
beiden het gezag hebben over het kind (de kinderen), hebben recht op alle informatie.
Ouders die geen gezag (meer) hebben, hebben ook recht op informatie over hun kind(eren). De
ouder zal daar echter wel zelf om moeten vragen. Als het gaat om vader, moet deze bovendien het
kind hebben erkend, anders heeft hij helemaal geen recht op informatie, ook niet als hij erom
vraagt. Deze ouders hebben een beperkt recht op informatie over hun kind. Het betreft alleen
belangrijke feiten en omstandigheden, dus informatie over schoolvorderingen en evt. sociaalpedagogische ontwikkelingen op school.
Als het belang van het kind zich tegen informatieverstrekking verzet, dan hebben de ouders ook
geen recht op informatie. Dit kan het geval zijn indien een rechter of psycholoog heeft geoordeeld
dat het geven van informatie aan een ouder het kind zal schaden.
5.2 Schriftelijke informatie
Voor het begin van elk schooljaar wordt een nieuwe schoolgids samengesteld met allerlei gegevens
omtrent zaken in en om de school.
Door het jaar heen ontvangen de ouders regelmatig schriftelijke informatie over incidentele en alle
belangrijke zaken die de school betreffen. We gebruiken daarvoor PRIKBORDje, ons
informatieblaadje dat vrijwel wekelijks op vrijdag uitkomt. De kinderen en de leerkrachten zetten
regelmatig foto’s of verhalen over gebeurtenissen in de eigen groep of bouw op hun weblog. U kunt
deze, samen met uw kinderen, bekijken op de website van onze school.
5.3 Informatieavond
De ouders worden door de groepsleerkracht tijdens een informatieavond op de hoogte gebracht van
de leerstof en de te hanteren werkwijzen. Deze avond is er voor elke groep en vindt plaats aan het
begin van het schooljaar.
5.4 Een kijkje nemen op school
Sinds oktober 2012 hebben we op onze school een inloop voor
ouders. Ouders krijgen de gelegenheid om van 8.20 uur tot 8.30
uur een kijkje te nemen in de klas van hun kind. Door het
invoeren van een inloop kunnen de ouders zien waar hun
kinderen aan werken. Daarmee worden inzichten in de
werkwijzen van onze school en betrokkenheid van ouders bij de
ontwikkeling van hun kind vergroot. Bovendien werkt de
belangstelling van de ouders motiverend voor de kinderen:
“Wat ik doe, doet ertoe en is belangrijk!”
- 24 -
Tevens zijn ouders van nieuwe leerlingen (die nog geen kinderen op school hebben) van harte
welkom om eens op onze school te komen kijken.
Hiervoor kan eenvoudig een afspraak gemaakt worden met de directeur en/ of de
bouwcoördinatoren.
5.5 Website
Op de website van onze school vindt u allerlei relevante informatie. Naast onderwijskundige
informatie over onze school vindt u op de website o.a. de schoolgids, een schoolagenda,
aankondigingen, de wekelijkse nieuwsbrieven en foto’s van schoolactiviteiten. U vindt onze
website via www.skobos.nl en klikt dan op “Jozefschool Spoordonk”.
5.6 Ouderraad
Wat is een ouderraad?
De Wet Medezeggenschap op Scholen geeft aan dat er op elke school een ouderraad (OR) mag
bestaan. De ouderraad mag de schoolleiding gevraagd en ongevraagd van advies dienen en dient
derhalve enkel als adviesorgaan. De ouderraad heeft recht op informatie, om haar functie (advies
geven) zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren. De ouderraad zal altijd proberen de belangen van
kinderen zo goed mogelijk te behartigen.
De Wet Medezeggenschap op Scholen formuleert het volgende:
“Het verschil tussen een MR en een OR is dat de MR een beleidsorgaan is, dat invloed kan
uitoefenen op de besluitvorming van het bevoegd gezag. De OR wordt meer als een
activiteitengroep beschouwd.”
Wat doet de ouderraad van de St. Jozefschool?
De ouderraad heeft in samenwerking met de school, de volgende taken op zich genomen:
- Het onderhouden van contacten tussen ouders en school over
algemene zaken.
- Het assisteren bij en organiseren van diverse activiteiten.
- De organisatie van de schoolreis.
- Regelen van het pakket van de schoolfotograaf.
- De controle op hoofdluis na elke vakantie.
- Jaarlijks organiseert de ouderraad een jaarvergadering met
aansluitend een gastspreker.
- Verkeersveiligheid rondom school d.m.v. verkeersouders.
De ouderbijdrage
De ouderraad vraagt voor elk kind een vrijwillige bijdrage om de speciale activiteiten onder
schooltijd mogelijk te maken of te ondersteunen. Aan activiteiten die voor kinderen onder schooltijd
georganiseerd worden, zullen alle kinderen deelnemen, onafhankelijk van de bijdrage die u hiervoor
geeft. De inning van deze bijdrage vindt plaats in januari. De hoogte van deze ouderbijdrage wordt
vastgesteld tijdens de jaarvergadering. Tijdens deze avond legt de ouderraad tevens verantwoording
af van de besteding van de gelden.
De ouderraad is samengesteld uit zeven ouders. De zittingsperiode is in principe voor 3 jaar, daarna
vinden er opnieuw verkiezingen plaats.
- 25 -
Hoe worden de leden van de OR gekozen?
Na een zittingsperiode van maximaal 3 jaar is ieder lid herkiesbaar.
Wanneer er vacatures ontstaan in de ouderraad wordt hiervan melding gemaakt in het PRIKBORDje.
Iedere ouder die interesse heeft kan hierop reageren. De benoemingen worden dan vervolgens
tijdens de jaarvergadering met goedvinden van alle aanwezigen officieel.
Hoe vaak vergadert de OR?
De OR vergadert zo’n 6 à 7 keer per jaar. Iedere vergadering is ook iemand van het schoolteam
aanwezig. Daarnaast nodigt de ouderraad ook jaarlijks de MR en de verkeersouders uit om een
vergadering bij te wonen en eventueel bepaalde zaken samen te bepreken.
In januari wordt er op school een jaarvergadering gehouden. De ouders worden hiervan op de
hoogte gesteld door middel van PRIKBORDje en een persoonlijke uitnodiging. De OR nodigt een
gastspreker uit die tijdens de jaarvergadering een nader te bepalen thema behandelt. Het onderwerp
sluit aan bij basisschoolouders.
Heeft u vragen en/of ideeën, neem dan contact met ons op. Wilt u meer informatie over de OR, dan
kunt u contact opnemen met één van de leden van de OR of mail naar: [email protected].
De namen van de leden van de ouderraad vindt u in het adressenbestand achter in deze schoolgids.
5.7 Ouderhulp
Naast de ouderhulp die voortkomt uit activiteiten van de ouderraad, helpen er ouders op school bij
de verwerking van foto’s, de bibliotheek, de hoofdluiscontrole, het kaften van nieuwe boeken, het
versieren van de school en uitstapjes. Er zijn twee “verkeersouders” die zich bezighouden met de
verkeersveiligheid rondom de school.
Elke groep heeft een klassenouder die de leerkracht assisteert bij organisatorische zaken zoals het
regelen van ouders bij diverse buitenschoolse activiteiten. Jaarlijks wordt er tijdens de
informatieavond een nieuwe klassenouder gekozen. U krijgt hier informatie over via PRIKBORDje.
Wanneer er incidenteel een beroep op u gedaan wordt door team of ouderraad, hopen we dat u uw
medewerking wilt verlenen.
Regels voor ondersteunende werkzaamheden van ouders
 Ouders kunnen naar gelang de aard van de activiteiten of werkzaamheden worden aangezocht
door de ouderraad, de leerkrachten, klassenouder of de directie.
 De leerkracht die voor de activiteit verantwoordelijk is, maakt
afspraken met de betreffende ouder(s) over de uit te voeren
werkzaamheden.
 De leerkracht attendeert de ouders op het volgende: Er mag geen
privé-informatie betreffende de kinderen naar buiten komen. Zaken
over kinderen die de ouders (toevallig) horen of zien, worden niet
doorgespeeld aan andere ouders, slechts aan de leerkracht indien dit
nodig is.
 Ouders die meewerken onder schooltijd zijn verzekerd.
- 26 -
5.8 Medezeggenschapsraad / Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad
De overheid heeft een medezeggenschapsraad (MR) ingesteld om de belangen van ouders,
leerlingen en personeel te kunnen behartigen en om invloed uit te kunnen oefenen op het beleid van
het bestuur en de school.
Hiermee wordt bereikt dat kwalitatief goed onderwijs wordt gewaarborgd in een veilige omgeving
voor leerlingen en personeel.
De MR is dus een groep mensen die over de schouder van de leerkrachten en de directie meekijkt.
Medezeggenschap houdt in:
 Meedenken en vooruitzien
 Meepraten en initiatieven nemen
 Meebeslissen en eigen visie ontwikkelen
Afhankelijk van het onderwerp heeft de MR advies- dan wel instemmingsrecht.
De MR bestaat uit leerkrachten en ouders van kinderen die op de St. Jozefschool zitten.
Het MR-reglement ligt op school ter inzage.
De MR vergadert ongeveer 8 keer per jaar. De data van de vergaderingen zullen via het
PRIKBORDje worden bekend gemaakt. De agenda en notulen worden via e-mail verspreid aan de
ouders die zich daarvoor opgeven. Aan het begin van het schooljaar staat er een oproep in
PRIKBORDje zodat u zich op kunt geven. De vergaderingen zijn openbaar, zodat iedereen kan
komen luisteren.
Hoe worden de leden van de MR gekozen?
Na een zittingsperiode van maximaal 3 jaar is ieder lid herkiesbaar.
Wanneer er vacatures ontstaan in de medezeggenschapsraad wordt hiervan melding gemaakt in
PRIKBORDje. Iedere ouder die interesse heeft, kan hierop reageren. De ouders die hebben
gereageerd, schrijven een stukje over zichzelf in het PRIKBORDje met daarin verwerkt hun
motivatie om MR-lid te worden. Ouders kunnen daarna hun keuze maken door een
antwoordstrookje in de brievenbus van de MR te deponeren. De stemmen worden geteld door de
voorzitter van de ouderraad.
In de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) hebben een ouder en een leerkracht van
de Jozefschool zitting.
De GMR wordt gevormd door de afgevaardigden van de basisscholen van SKOBOS. Dit is het
overkoepelende orgaan van alle katholieke basisscholen in de Beerzen, Oirschot en Spoordonk.
De GMR geeft advies en instemming over zaken waarvoor men door de afzonderlijke
medezeggenschapsraden gemandateerd is. Ook dit is vastgelegd in een reglement dat op school ter
inzage ligt.
De namen van de leden van de MR en de GMR vindt u in het adressenbestand achter in deze
schoolgids.
- 27 -
6. Diverse zaken die voor ouders belangrijk zijn
 Regels en afspraken
Om alles op school zo goed mogelijk te laten verlopen, zijn er regels opgesteld m.b.t. gedrag en
zelfstandigheid.
 Pesten
Bij pesten wordt onmiddellijk ingegrepen. De ervaring leert dat het soms niet
eenvoudig is pesterijen de kop in te drukken. De zaak heeft meestal twee
kanten. Aan de ene kant het gepeste kind weerbaarder maken en aan de andere
kant pestende kinderen bewust maken van hetgeen ze aanrichten bij de ander.
Een gesprek met alle betrokkenen vormt meestal de sleutel tot een oplossing.
Er is een pestprotocol op onze school aanwezig. De leerkrachten hebben met
elkaar afspraken gemaakt, om zo uniform mogelijk met dit probleem om te
kunnen gaan. Tevens wordt er maandelijks een pestposter behandeld in alle
groepen. Onze methode van sociaal emotionele vorming is tevens gericht op ’t
voorkomen van pestgedrag.
 Huiswerk
We vinden dat huiswerk zo veel mogelijk beperkt moet blijven. In een aantal gevallen is het echter
wenselijk een beroep op uw medewerking te doen en de kinderen thuis wat te begeleiden.
Enkele voorbeelden:
* Vanaf groep 3 krijgen de kinderen leesboekjes mee naar huis, zodat ze op eigen niveau het
technisch lezen kunnen oefenen. Sommige kinderen hebben daar wat hulp bij nodig, anderen
nauwelijks.
* Het kan sporadisch voorkomen dat uw kind thuis wat werk maakt. Het is beslist niet onze
bedoeling werk van school te verplaatsen naar huis in die zin, dat u alles thuis nog uit moet gaan
leggen! Wanneer u merkt dat het die kant opgaat, moet u onmiddellijk contact opnemen met de
leerkracht.
* Tot en met groep 6 wordt er geen werk meegegeven van de vakken van wereldoriëntatie. Dat
blijft beperkt tot plaatjes zoeken en materiaal meenemen naar school. De kinderen krijgen op school
tijd om te repeteren, alleen of samen met de leerkracht. In de groepen 7 en 8 is het de gewoonte dat
de kinderen hun map mee naar huis mogen nemen, om de leerstof nog eens door te lezen voor een
proefwerk. Op school is dan al gerepeteerd.
* Om te wennen aan de gang van zaken op het voortgezet onderwijs en om bepaalde leerstof nog
eens extra onder de aandacht te brengen, kunnen aan de kinderen van de bovenbouw – naast het
leren voor een proefwerkje - huiswerkopdrachten meegegeven worden. De huiswerkopdracht is een
week van tevoren door de leerkracht opgegeven. De leerlingen van groep 7 krijgen 1 taak per week
mee naar huis. De leerlingen van groep 8 krijgen 2 taken per week mee naar huis. Een agenda voor
de groepen 7 en 8 om het huiswerk te noteren, wordt door de school verstrekt.
 Mobiele telefoons leerlingen
Het is leerlingen niet toegestaan mobiele telefoons mee naar school te nemen. Wanneer u uw kind
wilt bereiken, of als een kind u om een of andere reden snel nodig heeft, kan dat door middel van de
telefoon van school. Mocht u uw kind toch een mobiele telefoon mee willen geven naar school om
zwaarwegende redenen, neem dan even contact op met de groepsleerkracht. Mocht dat leiden tot
een bepaalde afspraak, dan blijft echter overeind: Geen telefoon in de klas.
- 28 -
 De middaglunch op school
Vanwege het continurooster blijven alle kinderen over op school.
De groepen 1 t/m 8 lunchen allen rond het middaguur. De kinderen krijgen voldoende tijd om hun
boterhammen op te eten. De leerkrachten zijn aanwezig in hun groep en zorgen gedurende zo’n 10
minuten voor een activiteit tijdens de lunch. Hiermee waarborgen we de rust voor de kinderen
tijdens de lunch. Daarna gaan de kinderen om 12.00 uur buiten te spelen.
Er is altijd surveillance op het schoolplein aanwezig.
Er zijn koelkasten op school waar de kinderen hun drinken voor het overblijven
in zetten. In iedere groep staat een bak waar kinderen ’s morgens zelf hun
drinken voor het overblijven in zetten. Daarna gaat een kind (hulpje) of
leerkracht die bak in de koelkast zetten. De broodtrommels blijven in de tassen.
Ieder kind zit tijdens de lunch aan een tafel.
Afval gaat terug in het broodtrommeltje mee naar huis. Op deze wijze ziet u wat
de kinderen hebben gegeten.
Er wordt gezorgd voor materiaal om de tafels eventueel schoon te maken. Bij de
onderbouw zijn ook “snoetenpoetsers” om de gezichten (indien nodig) schoon te
maken. Bij slecht weer blijven de kinderen in de klas.
Richtlijnen voor de lunch
 Geen koek, snoep of chips bij de lunch. Dit brengt de kinderen in de
verleiding hun brood niet (helemaal) op te eten. Bovendien passen deze waren niet in een
gezonde lunch.
 De kinderen eten boterhammen, eventueel aangevuld met ontbijtkoek, eierkoek, krentenbol,
rijstwafel of fruit / rauwkost.
 De kinderen drinken bij voorkeur water, melk, diksap/ranja of vruchtensap.
 Verjaardagen
De verjaardagen van de leerkrachten wordt ieder jaar op een
feestelijke wijze gevierd. Het feest van de leerkrachten is
een gezamenlijk feest voor de groepen 1 tot en met 8. Het is
niet de bedoeling dat er cadeautjes worden gekocht voor de
leerkrachten. Natuurlijk vinden ze het wel leuk om een
gezellige tekening of knutselwerkje te ontvangen. U
ontvangt tijdig informatie over de datum van deze
“Verjaardagendag”.
Bij de verjaardag van een leerling is het een leuke gewoonte dat de jarige trakteert. Alleen de
kinderen van de eigen groep krijgen een traktatie dus geen vriendjes, vriendinnetjes, of broertjes en
zusjes in andere groepen. Liever geen snoepgoed. Denk eens aan fruit, noten, worteltjes, kaas, enz..
Zit uw kind in een combinatiegroep, dan wordt verwacht dat alle kinderen van de groep zoals die op
moment van het uitdelen van de versnapering is samengesteld, getrakteerd worden.
 Mobiele telefoon
Om in noodgevallen te kunnen telefoneren en om zelf bereikbaar te zijn tijdens excursies of
uitstapjes met kinderen, wordt er tijdens uitstapjes altijd een mobiele telefoon meegenomen. Het
nummer waarop men bereikbaar is, zal altijd op school gemeld worden.
- 29 -
 Uitnodigingen voor verjaardagen / Kerstkaarten
We stellen het erg op prijs wanneer u uw kind de uitnodigingen voor het verjaardagsfeestje thuis
niet op school door uw kind laat uitdelen. Dit om teleurstelling bij klasgenootjes te voorkomen.
Hetzelfde geldt voor de kerstkaarten in de decembermaand. Gelieve deze om dezelfde reden niet uit
te laten delen op school.
 Roken
Vanaf 1 januari 1990 geldt in alle openbare gebouwen een rookverbod. Het rookverbod is ook van
kracht tijdens ouderavonden. De indeling van het schoolgebouw laat niet toe dat er een ruimte voor
rokers ingericht kan worden. Verder willen we u ook verzoeken om niet te roken wanneer u met uw
eigen auto kinderen vervoert bij schoolse aangelegenheden.
 Snoepen
We zijn een gezonde school en willen deze visie ook aan uw kind meegeven. Geef uw kinderen
daarom geen snoep mee naar school. Wanneer uw kind trakteert vanwege een verjaardag, wilt u dan
a.u.b. een traktatie bedenken die gezond is en niet slecht is voor de tanden?
 Pulz centrum voor kunsteducatie
Om de kwaliteit van het muziekonderwijs te verhogen, hebben we
besloten om samen te gaan werken met Pulz, centrum voor
kunsteducatie, voorheen Muziek-en Dansinstituut Best-Oirschot.
Sinds 2006 worden de muzieklessen voor de leerlingen van groep 4 en
5 verzorgd door een docente van het centrum. Het programma voor de
overige groepen is inmiddels verbeterd, waardoor we ons inziens een
heel mooie muzieklijn op onze school aan kunnen bieden.
De aangeboden leerstof en de verkregen vaardigheden in de groepen 4 en 5 zijn dusdanig, dat de
kinderen hierna de mogelijkheid hebben om een muziekinstrument te leren bespelen. Aan het eind
van groep 5 krijgen de kinderen een diploma of een getuigschrift. Dat betekent dat u uw kind niet
meer op hoeft te geven voor de lessen ”Muzikale Verkenning” (de vroegere AMV-lessen). U klopt
pas weer aan bij de muziekschool wanneer uw kind een instrument wil leren bespelen.
We verwachten dat de kinderen zo nog enthousiaster gemaakt kunnen worden voor muziek en dat
er meer talenten aangesproken worden dan voorheen.
Momenteel (juni 2014) dreigt Pulz failliet te gaan. We zoeken voor een passende oplossing als dit
werkelijk gebeurt.
 Typeopleiding
Vanuit school hebben wij geen voorkeur voor een bepaalde opleiding. Tijdens de
informatieavonden van groep 6-7-8 zullen er folders liggen en gaande het schooljaar delen we
folders uit van verschillende typeopleidingen. U kunt zo zelf uw keuze maken.
 Hygiëne
We hechten veel waarde aan een schone school. Vooral aan de toiletten wordt door onze
schoonmaaksters en onze conciërge de nodige zorg besteed. In de toiletgroepen zijn papieren
handdoekjes. We proberen de kinderen bewust te maken van het belang van een schoon gebouw en
een speelplaats zonder papiertjes en andere rommel. Afval wordt zo veel mogelijk gescheiden
ingezameld.
- 30 -
 Bibliotheek
a. De schoolbibliotheek (onderdeel van bibliotheek de Kempen)
Op gezette tijden zijn er vrijwilligers aanwezig die de kinderen kunnen begeleiden bij het uitzoeken
van de juiste boeken.
De groepen 3 en 4-5-6 krijgen op maandag de gelegenheid om te ruilen. Groep 1-2-3 en 7-8 mogen
op vrijdag ruilen.
Er mogen alleen boeken meegenomen worden in een WATERDICHTE (plastic) TAS. Dit
natuurlijk ter verlenging van de levensduur van de boeken.
b. De openbare bibliotheek
De openbare bibliotheek in Oirschot heeft een zeer ruime keus aan
materialen.
c. De klassenbibliotheek
In iedere bouw is een collectie boeken aanwezig die aansluit bij de
belevingswereld van de kinderen in die groep. Deze boeken blijven op
school en mogen dus niet mee naar huis genomen worden.
 Jeugbladen, boekenseries en cd-rom’s
We krijgen regelmatig folders van allerlei uitgeverijen die via de school boeken en/of cd-rom’s
willen verkopen. We leggen deze folders tijdens de informatieavond van de groep ter inzage.
Komen er folders binnen nadat de informatieavonden hebben plaats gevonden dan wordt in
PRIKBORDje vermeld dat er folders bij de conciërge kunnen worden opgehaald. De school werkt
slechts mee in de volgende gevallen:
a.
b.
c.
d.
Het betreft materiaal van een educatieve uitgeverij.
Het materiaal is geschikt voor kinderen van de basisschoolleeftijd.
De boeken of cd-rom’s worden rechtstreeks aan de ouders gezonden.
De betaling geschiedt zonder tussenkomst van de school.
 Weblog
Sinds 1 januari 2012 wordt er geen schoolkrant meer gedrukt. Informatie met betrekking tot de
groepen wordt op de website van de school geplaatst. Iedere groep heeft een eigen weblog die door
de groepsleerkracht en de leerlingen zelf met nieuws over de eigen groep, foto’s e.d. gevuld wordt.
 Gevonden voorwerpen
Bij de conciërge staat een doos met gevonden voorwerpen. Mist u iets, kijk dan gerust even in deze
doos. Wanneer uw kind iets kleins verloren is (horloge, kettinkje), informeer dan even bij de
conciërge.
 Lijm
Het kan zijn dat er per ongeluk Technicoll op de kleding van uw kind komt tijdens een van de
lessen. Op school is oplosmiddel aanwezig. De conciërge zal u helpen. U kunt de kleding in dat
geval beter niet eerst wassen. Er wordt echter meestal milieuvriendelijke uitwasbare lijm gebruikt.
- 31 -
 Schoolverf
Het verhaaltje over lijm geldt in principe ook voor de schoolverf. De ene kleur gaat gemakkelijker
uit de kleren dan de andere.
U kunt verf in kleding het beste verwijderen op de volgende manier:
1. Eerst de opgedroogde verfresten verwijderen.
2. Vlek nat maken met koud/handwarm water.
3. De vlek insmeren met vlekkendepper ossengalzeep/ babyshampoo.
4. Met een nagelborsteltje de vlek verwijderen.
5. De behandeling herhalen indien de vlek niet verdwenen is.
6. Zeepresten goed uitspoelen.
7. Het kledingstuk in de wasmachine wassen.
 Hoofdluis
Hoofdluis komt op vrijwel elke school eens een keer voor en gaat ook aan onze school niet voorbij.
We maken gebruik van “luizencapes”. De leerlingen maken hier het gehele schooljaar gebruik van,
ongeacht of er luizen of neetjes zijn geconstateerd. Na elke vakantie komt een aantal vrijwilligers de
kinderen controleren op hoofdluis. Op deze wijze hopen we een en ander onder controle te houden.
Wordt er bij uw kind hoofdluis geconstateerd, dan wordt er met u contact opgenomen. Er kan aan u
gevraagd worden uw kind op te halen en meteen te behandelen. Wanneer u bij uw kind hoofdluis
ontdekt, meldt u dat dan a.u.b. aan de leerkracht. Marijke Swaans is de contactpersoon voor
hoofdluis.
Via internet is informatie te vinden: www.huidinfo.nl/hoofdluis.html
 Schoolfotograaf
De schoolfotograaf komt in mei/juni van elk schooljaar voor het maken van groepsfoto’s,
portretfoto’s, en “familiefoto’s” (alleen schoolgaande broertjes en zusjes). De ouderraad bepaalt het
pakket dat u aangeboden wordt.
 Opnamen beeld en geluid
De ouders hebben toestemming gegeven voor het gebruik van persoonlijke informatie ten behoeve
van onderwijs en aan onderwijs gerelateerde activiteiten voor de periode dat de leerling op deze
school onderwijs geniet. Er is echter een grijs gebied. Vandaar deze “regeling”.
Gedragscode
Wanneer er opnamen gemaakt worden die vervolgens verspreid gaan worden, stelt de leerkracht
alles in het werk om er naar vermogen voor te zorgen dat bij openbaar worden van de opname geen
negatief beeld van een kind kan ontstaan.
Vastleggen en verspreiding
Bij bepaalde belangrijke gebeurtenissen of schoolactiviteiten worden er door een ouder of een
andere vrijwilliger die door de leerkracht daarvoor benaderd is, opnamen gemaakt. De leerkracht
bepaalt of deze opnamen op de website gezet kunnen worden, rekening houdend met de
gedragscode. Te denken valt aan opnamen van de Ludieke Dag, de Kerstmusical, Carnaval, het
kamp van groep 8 en de afscheidsmusical.
U kunt deze foto’s downloaden en naar een ontwikkelcentrale zenden zonder verdere tussenkomst
van de school.
- 32 -
Vrije opnamen
Het kan zijn dat er een schoolactiviteit is waarbij de leerkracht geen opnames gepland heeft. Ouders
nemen dan misschien zelf hun camera mee. In dat geval wijst de leerkracht de ouder op wat in de
gedragscode is vermeld.
Bovendien deelt de leerkracht de ouder mee dat de opnamen alleen voor eigen gebruik zijn en dat
de opnamen niet vermenigvuldigd mogen worden voor de verkoop.
Tot slot
Op school worden door daarvoor benaderde ouders met een digitale camera foto’s gemaakt van
bepaalde activiteiten. Deze foto’s worden gepubliceerd op de website van onze school.
Verder worden er van sommige activiteiten video-opnames gemaakt. Ook hiervoor worden weer
ouders benaderd. Het bijbestellen van een DVD wordt door de school geregeld.
 Spel en beweging groep 1/2
De kinderen van groep 1/2 gaan naar de speelzaal en gymzaal. Voor de bewegingslessen hebben de
kinderen gymschoenen nodig. Wilt u bij aanvang van het schooljaar de gymschoenen voorzien van
naam en in een tas aan de kinderen meegeven. Mochten de schoenen te klein zijn, dan worden ze
door de leerkracht weer mee naar huis gegeven.
 Fruit eten en drinken groep 1/2/3
De kinderen van de onderbouw nemen 's morgens fruit en/of groenten mee. Geen koeken! Alhoewel
er voor het gezamenlijk eten hiervan voldoende tijd wordt gereserveerd, vinden we het prettig dat
het fruit "hapklaar" wordt meegegeven. Dank voor uw medewerking.
Bij binnenkomst wordt het fruit in een grote mand of bak gelegd. Voorzie het fruit of het fruitbakje
op een of andere manier van een naam zodat het, wanneer het tijd is voor het fruithapje,
gemakkelijk uit te delen is.
 Tussendoortje
De gewoonte die bij de kleuters geldt (fruithapje en drinken), trekken we door naar groep 4 t/m 8.
Dus wilt u ook deze kinderen fruit en drinken meegeven voor in de ochtendpauze. Dat schept
duidelijkheid.
 Wensjes / presentjes groep 1/2
De leerlingen van groep 1/2 maken wensjes voor de verjaardag van hun vader of moeder. Aan het
begin van het schooljaar kunnen de ouders de data van verjaardagen doorgeven aan de leerkracht
van hun kind.
 Schoolbenodigdheden vanaf groep 3
Ouders zorgen zelf voor een leeg etuitje. De inhoud zoals kleurpotloden, potlood, gum en vulpen of
pen wordt door de school geleverd.
De school zorgt voor al het benodigde materiaal. Een multomap en een
vulpen worden eenmalig verstrekt. Ook stiften zijn in de klas
aanwezig.
Kinderen nemen dus geen schrijfgerei mee naar school!
Wanneer een multomap of ander materiaal naar ons idee te vlug
versleten is, vragen we u nieuw materiaal van thuis mee te nemen, of
een vergoeding wanneer de school het nieuwe materiaal levert.
- 33 -
 Verzekeringen
 Meewerkende ouders op school zijn verzekerd.
 De leerlingen zijn niet t.o.v. elkaar verzekerd. In die gevallen wordt de w.a.-verzekering van de
ouders aangesproken.
 Alle kinderen van de school zijn collectief verzekerd i.v.m. ongevallen. Deze verzekering is van
kracht tijdens de schooluren en bovendien 1 uur voor en 1 uur na school (reistijd). Van deze
verzekering kunt u gebruik maken, als u kosten hebt ten gevolge van een ongeval betreffende uw
kind terwijl uw eigen verzekering deze kosten niet vergoedt.
De mogelijkheid bestaat om deze schoolverzekering uit te breiden. Neemt u dan contact op met de
school, uw verzekeringsmaatschappij of met de maatschappij waarbij wij als school (via SKOBOS)
zijn aangesloten. Het adres hiervan kunt u vinden achter in deze schoolgids.
N.B.: De school is niet aansprakelijk voor schade aan fietsen, brillen, kleding, enz..
Schade door leerlingen toegebracht aan eigendommen van de school en aan het gebouw ten gevolge
van baldadigheden e.d. wordt op de ouders verhaald.
 Klachtenregeling en vertrouwenspersonen
Wanneer er klachten of vertrouwelijke onderwerpen zijn die u en/of uw kind willen bespreken,
benader dan in eerste instantie de groepsleerkracht. Is dat om een of andere reden niet mogelijk,
neem dan contact op met de directeur, Paul Hoogwegt.
Bij zeer ernstige klachten is er een officiële klachtenregeling door het bestuur van SKOBOS
vastgesteld. Er is een interne contactpersoon op school voor deze klachten. Lieke van de Sande is
bij ons op school de interne contactpersoon, zij aanhoort de klacht en verwijst u daarna naar de
externe vertrouwenspersoon van het schoolbestuur en / of naar de algemene klachtencommissie
waarbij het schoolbestuur is aangesloten. De klacht zal volgens een bepaalde procedure en zeer
vertrouwelijk behandeld worden.
De klachtenregeling ligt ter inzage op school.
De interne contactpersoon kan ook benaderd worden wanneer u of uw kind redenen hebben om
buiten de groepsleerkracht of de directie om, een vertrouwelijk gesprek te voeren.
Namen en adressen van de interne contactpersoon, externe vertrouwenspersonen, algemene
klachtencommissie en vertrouwensinspecteurs (bij seksuele intimidatie, seksueel misbruik en
ernstig fysiek of geestelijk geweld) staan vermeld achter in deze schoolgids.
 Bescherming persoonsgegevens
Het registeren en verspreiden van persoonlijke informatie tijdens schoolactiviteiten is in deze tijd
niet meer weg te denken. Via groepsfoto’s, website, schoolkrant, tijdens schoolprojecten en
activiteiten zoals sportdagen en uitstapjes wordt mogelijk persoonlijke informatie van uw kind
d.m.v. foto of video vastgelegd en verspreid. Ook klassenlijsten die verstrekt worden aan de ouders,
bevatten informatie zoals adres, telefoon en geboortedatum. Daar niet alle gebruik van persoonlijke
informatie in de wet “bescherming persoonsgegevens” is beschreven, vragen wij als school
toestemming voor het gebruik van deze informatie van uw kind en wel ten behoeve van het
onderwijs en activiteiten die met dat onderwijs te maken hebben. Deze toestemming is eenmalig
voor de periode dat uw kind op onze school onderwijs geniet. Bij inschrijving van een leerling
wordt hiervoor een formulier ter ondertekening aangeboden.
- 34 -
 Kledingvoorschriften
Op onze school wordt alle kleding die de veiligheid van het bewuste kind en anderen in gevaar
brengt of de onderlinge communicatie belemmert, verboden. Hieronder vallen ook bepaalde
sieraden e.d. die gevaarlijk kunnen zijn bij bijvoorbeeld de gymlessen.
Het dragen van petten, mutsen en andere hoofddeksels in de klas is niet toegestaan.
 Beroepscode
Regelmatig hoort of leest men berichten over vervelende, relationele situaties op scholen tussen
leerkrachten en leerlingen. Dit soort situaties willen we natuurlijk voorkomen. Daarom is op onze
school de beroepscode van kracht.
Een beroepscode beoogt de normen en gedragsregels vast te leggen die van belang zijn voor de
personeelsleden werkzaam in het onderwijs. Hoe gaat men om met leerlingen? Wanneer zijn
situaties acceptabel, wanneer niet meer? De beroepscode geeft de medewerkers houvast bij de
beoordeling van de eigen situatie.
Een goede beroepscode geeft collega's en stafleden, maar ook ouders tevens de mogelijkheid om
een personeelslid aan te spreken op gedrag dat afwijkt van de code.
De beroepscode is een voor iedereen openbaar document. Wilt u de code graag inzien, dan kunt u
contact opnemen met de directie.
 Geneesmiddelengebruik
Indien leerlingen van onze school tijdens hun verblijf op school geneesmiddelen/zelfzorgmiddelen
toegediend moeten krijgen of bij zichzelf toe mogen dienen, worden daarvoor met de ouders
duidelijke afspraken gemaakt. Er wordt een overeenkomst opgesteld waarin alle specificaties
betreffende de toediening worden vermeld.
Gebruikt (een van) uw kind(eren) geneesmiddelen of zelfzorgmiddelen, maak dan zo snel mogelijk
een afspraak met de groepsleerkracht om de overeenkomst in te vullen.
 Fietsen
Op school is plaats voor het stallen van fietsen. Als de afstand huis - school niet te groot is
verzoeken wij u, om uw kind te voet naar school te laten gaan. Kinderen uit de kom van Spoordonk
mogen niet met de fiets naar school komen in verband met de beperkte ruimte. Indien dit
incidenteel toch wenselijk is, verzoeken wij u om dit even door te geven aan de groepsleerkracht.
Het is niet toegestaan om op de speelplaats te fietsen, als er kinderen spelen.
 Spelen op de speelplaats
Vooralsnog is het hek van de school ’s avonds en in het weekend
gewoon geopend. We vinden het gezellig als de kinderen van onze
school lekker op het plein kunnen spelen. Vanwege de veiligheid is
het echter verboden om op de speelplaats te fietsen en te voetballen.
Houdt u hier a.u.b. rekening mee. Het zou jammer zijn wanneer we
de speelplaats af zouden moeten sluiten omdat men zich niet aan de
regels kan houden.
 Brabants Verkeersveiligheidslabel (BVL)
Onze school is in het bezit van het Brabants
Verkeersveiligheidslabel. Dit label ontvangt een school wanneer
men aan bepaalde voorwaarden voldoet. Zo moet men op een
goede manier het verkeersonderwijs verzorgen, zowel op
theoretisch als op praktisch gebied. Ook moet er structureel
gewerkt worden aan de verkeersveiligheid rondom de school. Er
moet aandacht besteed worden aan een veilige haal- en
- 35 -
brengsituatie. Ook dient de route van huis naar school regelmatig onder de loep te worden
genomen. In dit kader is er een zoen- en zoefzone gecreëerd. In deze zone laat u uw kind uit de auto
stappen en rijdt u zelf verder. Hierdoor ontstaat een betere doorstroom van het verkeer en kan uw
kind de school op een veilige manier bereiken. Een veilige looproute is aangegeven door middel
van gekleurde voetstapjes.
 Vervoer van kinderen
Het komt regelmatig voor, dat we een beroep op u doen om kinderen onder schooltijd te vervoeren
i.v.m. een excursie of uitstapje. We stellen deze hulp zeer op prijs. We dienen echter wel rekening
te houden met de wettelijke regels. Hieronder vindt u een samenvatting van deze regels:
Het dragen van autogordels op zitplaatsen voorin én achterin personenauto’s is verplicht. Voor
kinderen (tot 18 jaar) kleiner dan 1,35 meter geldt sinds 1 maart 2006 dat zij in de auto altijd een
goedgekeurd zitje of een zittingverhoger moeten gebruiken. Dat geldt zowel voor- als achterin. In
een auto zonder gordels mogen kinderen jonger dan drie jaar helemaal niet worden vervoerd. De
autostoeltjes en zittingverhogers moeten voldoen aan bepaalde Europese veiligheidseisen en
voorzien zijn van een keuringslabel. Voor de duidelijkheid: de verplichting om kinderzitjes te
gebruiken is er niet om het bestuurders lastig te maken, maar omdat kinderen recht hebben op
veilig vervoer.
In gevallen van groepsvervoer, in onze situatie dus, is het gebruik van kinderzitjes nog niet
verplicht. De kinderen moeten wel in de autogordels zitten. Wanneer u slechts twee zitjes in de auto
heeft, mag een derde kind tussen de zitjes in plaats nemen. U dient dan wel de aanwezige gordel te
gebruiken.
Wanneer u kinderen met de auto naar school brengt
of ophaalt, wilt u dan uit veiligheidsoverwegingen
uw wagen in de daarvoor bestemde ruimten op het
kerkplein parkeren. Laat uw kind niet op de weg inof uitstappen. Dit levert zeer gevaarlijke situaties
op. We hebben sinds een aantal jaren de zoen en
zoefzone. U kunt daar met uw auto stoppen, uw
kind uit laten stappen, gedag zeggen en weer
doorrijden. Zo voorkomen we opstoppingen.
 Buitenschoolse activiteiten
Onderwijs zoals dat verzorgd wordt aan de onder SKOBOS ressorterende scholen beperkt zich niet
puur tot het verzorgen van lessen binnen een gebouw en/of het speelterrein. Soms worden lessen
buiten het schoolterrein verzorgd. Verder kent het onderwijs al vele decennia activiteiten buiten
school die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het kind.
Aangezien activiteiten buiten het schoolgebouw ook zekere risico's met zich meebrengen, zijn
voorwaarden opgesteld waaraan dit soort activiteiten moet voldoen. Het informeren en toestemming
verkrijgen van ouders krijgt hierin speciale aandacht, omdat zij de activiteiten vaak niet direct als
vanzelfsprekend bij het onderwijs vinden behoren. Ouders die hun kind aan school toevertrouwen,
moeten erop kunnen vertrouwen dat activiteiten op een goede en verantwoorde manier
plaatsvinden.
Er zijn een aantal uitgangspunten te noemen:
Activiteiten vinden altijd plaats onder verantwoordelijkheid van de school.
Eindverantwoordelijkheid wordt nimmer overgedragen aan een andere organisatie of persoon.
Activiteiten passen binnen de doelstellingen van het onderwijs.
Activiteiten kunnen worden begeleid door zowel personeelsleden als niet-personeelsleden.
- 36 -
Begeleiders zijn minimaal 18 jaar oud en zijn herkenbaar voor de kinderen.
Begeleiders van een activiteit buiten het schoolgebouw zijn zich bewust van de verantwoordelijkheid die ze dragen voor andermans kinderen en zorgen ervoor dat de veiligheid van kinderen
gewaarborgd is.
Ouders zijn tevoren op de hoogte van een activiteit buiten school en gaan hiermee akkoord.
Uitgangspunt is dat ouders akkoord gaan met deelname aan activiteiten. Ouders verlenen hiervoor
hun toestemming door een formulier te ondertekenen bij aanmelding van hun kind op school.
Naast deze algemene toestemming hebben ouders het recht om per activiteit geen toestemming te
geven. Zij dienen dat dan zelf aan de directie van de school te melden.
De mening van ouders die geen toestemming verlenen voor deelname aan een bepaalde activiteit
wordt gerespecteerd, m.a.w. hun kind neemt geen deel aan die activiteit, maar blijft op school.
Ouders die geen toestemming verlenen ontnemen hun kind mogelijk belevingservaringen en leuke
momenten waarvan de school vindt dat deze belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het kind. Met
deze ouders zal dan ook een gesprek worden aangegaan.
De risico's van ongevallen zijn bij een activiteit buiten het schoolgebouw veelal groter dan bij het
verblijf op school. Een goede verzekering is hierbij van belang. Voor het geval dat begeleiders na
een voorval aansprakelijk gesteld worden, heeft het bestuur van SKOBOS een
aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Deze verzekering betreft personeelsleden, kinderen,
stagiaires, ouders en vrijwilligers die namens de school handelen ten tijde van de activiteit.
Verder is een aanvullende verzekering afgesloten voor schade die de eigen (ziektekosten)verzekering van ouders niet dekt.
We onderscheiden de volgende activiteiten buiten het
schoolgebouw:
1.
Wandelen
1a.
Wandelen naar de gymzaal
1b.
Wandelen naar… van…
Binnen de bebouwde kom
1c.
Wandelen naar… van…
Buiten de bebouwde kom
2.
Fietsen naar.. van …
3a.
Zwemmen in lesverband
3b.
Zwemmen recreatief
4.
Georganiseerde uitstapjes met auto’s of andere vervoermiddelen
4a
Uitstapjes: schoolreizen, pretparken….
4b.
Uitstapjes: excursies, theater, museum….
4c.
Uitstapjes openbaar vervoer
5.
Spontane uitstapjes
6.
De begeleiding
Bij alle activiteiten zijn begeleiders nodig, uiteraard afhankelijk van de leeftijdsgroep en de soort
activiteiten. Hiervoor is een schema ontworpen waar de school zich aan houdt.
Het totale protocol Buitenschoolse Activiteiten heeft u ontvangen bij de aanmelding.
 Veiligheid op school / Bedrijfshulpverlening
Op grond van de Arbo-wet moeten alle scholen, net als bedrijven, een veiligheidsplan hebben. Onze
school heeft dit vorm gegeven in een zgn. bedrijfshulpverleningsplan. Dit plan is altijd in te zien.
Indien u dit wens kunt u even contact opnemen met de directie.
Onze school beschikt over bedrijfshulpverleners. Zij zijn getraind op het gebied van eerste hulp en
brandbestrijding. Jaarlijks vinden er herhalingscursussen plaats om de kennis en vaardigheden van
de BHV-ers up to date te houden.
- 37 -
Patrick Sanders is Arbo-coördinator van onze school. Hij is tevens “Veiligheidscoördinator”. Er zijn
ontruimingsplannen voor zowel de school als de gymzaal als dorpshuis Den Deel. Jaarlijks vindt er
op school minstens één ontruimingsoefening plaats. Deze oefening wordt zowel in de klas als met
het team geëvalueerd. Zaken die niet goed lopen, worden bijgesteld. Op deze manier proberen we
de veiligheid van uw kind ook in het schoolgebouw te waarborgen.
 Algemene vragen over het onderwijs
Heeft u algemene vragen over het onderwijs, dan kunt u telefonisch terecht bij een landelijke
informatie- en advieslijn (op schooldagen tussen 10.00 en 15.00 uur).
Het telefoonnummer is: 0800-5010. Het gebruik van dit telefoonnummer is kosteloos.
 Stichting Leergeld
De Stichting Leergeld zet zich in voor schoolgaande kinderen van 4 tot 18 jaar die, als gevolg van
armoede binnen het gezin, niet voldoende in staat blijken te zijn om gebruik te maken van allerlei
voorzieningen en diensten binnen de gemeente. Hierbij valt te denken aan: lid worden van een
sportvereniging, schoolreisjes, overblijfmogelijkheden op school en de aanschaf van leermiddelen.
De doelstelling van de Stichting Leergeld is: “Geen kinderen die langs de zijlijn moeten toekijken.
Alle kinderen mogen meedoen.”
In Best, Oirschot en Son en Breugel wordt dit landelijk initiatief ondersteund met een lokale
Stichting Leergeld.
Het geld moet vooral komen van subsidies, giften en donaties van particulieren, bedrijven en
gemeentefondsen binnen de regio.
Een coördinator begeleidt vrijwilligers om de aanvragen te beoordelen, bij mensen op huisbezoek te
gaan, de situatie te bekijken en te helpen bij het doen van de aanvraag.
Wilt u doneren, wilt u zich als vrijwilliger aanmelden of bent u in de situatie dat u een beroep wilt
doen op Stichting Leergeld, dan vindt u achter in deze gids de nodige adresgegevens.
- 38 -
7. De ontwikkeling van het onderwijs in de school
Het onderwijs is doorlopend in ontwikkeling. Het team probeert voortdurend de kwaliteit van het
onderwijs op een hoger plan te brengen. We doen dat planmatig met of zonder begeleiding van
derden. In het beleidsplan 2014-2018 dat in het deel Planning van het schoolplan is opgenomen,
kunt u lezen waaraan het team de komende jaren aandacht gaat besteden.
Hieronder geven we beknopt weer welke onderwerpen op de agenda staan voor het schooljaar
2014-2015. Vanuit onze visie hebben we een aantal aandachtspunten geformuleerd. Deze staan dik
gedrukt. Daaronder staan de onderwerpen die daarmee te maken hebben en op de agenda gezet zijn.
Schooljaar 2014-2015
Waarborgen van de kwaliteit
Schoolconcept en passend onderwijs
Kaders
De onderwerpen waar we aandacht aan besteed hebben en in de toekomst nog besteden en
die kenmerkend zijn voor de vernieuwing:
1-Zorgroute: We hebben in beeld wat kinderen nodig hebben om een volgende stap te zetten
in het ontwikkelingsproces; we zorgen hierbij voor zo veel mogelijk instructiemomenten
(klassenmanagement), een rijke leeromgeving en hebben in beeld bij de leerstofonderdelen
van lezen, spelling, begrijpend lezen, en rekenen wat de doelen en leerstoflijnen zijn. Ook is
hierbij aandacht voor de kinderen die de basisleerstoflijnen met gemak doorlopen (meer- en
hoogbegaafden). Niet de methode van het leerstofjaarklassensysteem, maar de behoefte van
het kind en de kerndoelen zijn uitgangspunt. We volgen de ontwikkeling van de kinderen
door gesprekken, observaties, en het afnemen van toetsen. De betrokkenheid vergroten we
niet alleen door gesprekken en een aantrekkelijke leeromgeving, ook portfolio’s en aanbod
van onderwijs in samenhang (“thema’s”) dienen hetzelfde doel. Leraren doen vooral ook
dingen waar ze goed in zijn; niet alleen de basisgroep profiteert zo van de betreffende
kwaliteiten, ook de andere groepen.
Organisatie
Anticiperen
Zolang we nog niet verbouwd hebben, richten we ons vooral op het onderwijsinhoudelijke.
Toch kunnen we in de noodvoorziening al een en ander realiseren. Niet alleen in de
onderbouw, maar ook in de midden- en bovenbouw zijn halfopen wanden. In februari/maart
2015 betrekken we ons gerenoveerde gebouw waarin 3 units of bouwen gerealiseerd zijn.
Hiermee wordt bevorderd dat
- de samenwerking van collega’s onderling gestimuleerd wordt;
- er mogelijkheden ontstaan om meer gebruik te maken van elkaars kwaliteiten;
- er meer instructiemomenten kunnen komen met meer onderwijs op maat;
- een aantrekkelijkere leeromgeving gemaakt kan worden;
- er meer computers voor de kinderen beschikbaar zijn in het zicht van de leerkracht.
Groepenmanagement
We werken met een dagindeling waarbij we elke dag hetzelfde ritme nastreven.
We plannen zo veel mogelijk instructiemomenten op maat in de blokken en maken zo veel
als kan, gebruik van elkaars kwaliteiten.
De groepsplannen worden per bouw gemaakt worden als dat efficiënter is.
- 39 -
Voor een aantal leerkrachten is het de eerste keer dat men met halfopen wanden werkt.
Kwaliteitskaarten
De kaart “Actieve en zelfstandige rol van de leerling” wordt besproken als onderdeel van
“talentontwikkeling en zelfverantwoordelijkheid van de kinderen”.
Verbouwing
De verwachting is dat we na de carnavalsvakantie 2015 het gerenoveerde gebouw kunnen
betrekken. Voor de zomervakantie van 2014 vindt de verhuizing plaats naar de tijdelijke
voorziening die op de speelplaats is opgebouwd.
Tevredenheidenquête
Begin 2015 zal er een tevredenheidenquête worden afgenomen.
De verbeteronderwerpen die hieruit naar voren komen, zullen in de tijd weggezet worden naar
gelang de prioriteit.
De resultaten van het onderwijs
Woordenschat vergroten is al enige tijd een aandachtspunt. Er is een Handboekstuk opgesteld met
richtlijnen. We houden een vinger aan de pols en evalueren de resultaten.
Ook studievaardigheden is een leerstofonderdeel waaraan het afgelopen jaar extra aandacht besteed
is. De Cito-Eindtoets zal aangeven of alle onderdelen op niveau zijn. Zo niet, dan volgt een
herbezinning op het materiaal dat hiervoor gebruikt wordt en op de werkwijzen.
Meer onderwijs op maat; betrokkenheid en betekenis vergroten
Thema’s
Vorig schooljaar is een start gemaakt met het opzetten van thema’s: 6 per jaar in een tweejaarlijks
programma. Uiteindelijk zullen we beschikken we over 12 uitgewerkte thema’s. We werken er ook
dit schooljaar 3 heel goed uit. De thema’s worden opgezet vanuit de kerndoelen en omvatten
tenminste onderwerpen in samenhang uit de vakgebieden van wereldoriëntatie en techniek. Ook
woordenschatonderwijs en M.I. worden erin geïntegreerd. Er wordt gewerkt vanuit de kerndoelen.
Methoden voor w.o. worden bronmateriaal. De coördinator biedt een structuur waarin de thema’s
uitgewerkt kunnen worden.
De St. Jozefschool (gebouw) bestaat in 2014 75 jaar. Één van de thema’s zal gaan over 75 jaar St.
Jozefschool.
Talentontwikkeling en zelfverantwoordelijkheid van de kinderen
We stimuleren de betrokkenheid van de kinderen bij de eigen ontwikkeling. Er is een Plan van
Aanpak gemaakt. De kwaliteitskaart “Actieve en zelfstandige rol van de leerling” is hierin
meegenomen. Dit schooljaar wordt het document besproken.
Onderwerpen als portfolio en talentenontwikkeling worden besproken evenals “trotsmappen” die
gebruikt worden in de onderbouw.
Passend onderwijs / Adaptief onderwijs / Differentiatie
a. 1-Zorgroute
Vanuit het Samenwerkingsverband is bepaald dat de 1-Zorgroute de wijze wordt waarop we
handelingsgericht gaan werken om een zo groot mogelijke adaptiviteit te krijgen.
Het doel is uiteindelijk dat alle kinderen die leerstof aangeboden krijgen die bij hen past (zone
van de naaste ontwikkeling).
- 40 -
Na de groepsplannen van technisch lezen, spelling en rekenen volgt nu het opstellen van een
groepsplan begrijpend lezen.
Voor alle genoemde groepsplannen blijft het aandachtspunt: een concrete, nauwkeurige en
volledige formulering van de diverse onderdelen van het groepsplan.
b. Persoonskenmerken
In het kader van Passend Onderwijs krijgen we steeds meer te maken met kinderen met een
specifiek gedrag. We laten ons voorlichten door onze eigen gedragsspecialist en een deskundige
die vanuit de praktijk kan vertellen over kinderen met een bepaalde “problematiek”, om zo te
leren hoe we met deze kinderen goed om kunnen gaan.
Een van de collega’s volgt de studie gedragsspecialist en zal samen met een ambulant
begeleider het team van de nodige informatie kunnen voorzien op het moment dat ’t nodig is.
c. Meer- en hoogbegaafdheid
Door het afnemen van de SiDi-3 en het DHH hebben we de kinderen van onze school beter in
beeld gekregen wat betreft meer- en hoogbegaafdheid. Naar aanleiding van het opstarten van de
SKOBOS Plusklas zijn we op schoolniveau nader gaan bekijken hoe we de kinderen meer
uitdaging kunnen geven. Dit onderwerp is op een studiedag aan bod geweest en leerkrachten
hebben websites doorgekregen met de opdracht een project uit te zoeken en aan te bieden aan de
meer- en hoogbegaafde kinderen. Voor dit schooljaar heeft de vorige groepsleerkracht een plan
van aanpak gemaakt qua projecten voor deze leerlingen.
Verder hebben we aan het eind van het schooljaar bekeken wat het verder invullen van het DHH
(naast alleen module 1 wat noodzakelijk was voor de opstart van de SKOBOS Plusklas) ons
oplevert. Op moment van schrijven van dit Deel Planning zijn de resultaten daarvan niet
bekend, maar deze worden meegenomen naar en gebruikt in het volgend schooljaar.
We werken dus aan een aangepast aanbod voor de kinderen die gesignaleerd en
gediagnosticeerd zijn.
d. Dyscalculieprotocol
Dit schooljaar oriënteren we ons op materiaal voor leerkrachten om kinderen met ernstige
rekenproblemen te kunnen helpen en op een dyscalculieprotocol. Een van de teamleden volgt
een Master SEN opleiding met de modules die betrekking hebben op rekenen waarbij
dyscalculie een van de onderwerpen is en informeert daarna het team.
e. Meervoudige intelligentie
De coördinator zorgt ervoor dat gewaarborgd wordt dat leerkrachten didactische structuren en
M.I.-activiteiten inzetten in de dagelijkse praktijk en vooral bij groepsplannen en thematisch
werken.
f. Peuterspeelzaal/kinderdagverblijf
Onder hetzelfde dak komt een organisatie die peuterspeelzaalactiviteiten en BSO organiseert:
Korein. Visie, afstemming van het pedagogisch klimaat, inhoudelijke werkwijzen en het
kindvolgsysteem zijn o.a. de onderwerpen van gesprek. Ook het startmoment zal bepaald
worden.
g. Voortgezet onderwijs
De leraren van onze school krijgen de gelegenheid om in contact te komen met hun collega’s in
het voortgezet onderwijs, gaan ermee in gesprek en ontvangen ze ook hier op school. De doelen
zijn: Kennis nemen van de werkwijzen, didactische werkvormen en het pedagogisch klimaat;
zicht krijgen op onderwerpen die de doorgaande lijn kunnen bevorderen.
Tijdens de laatste studiedag van vorig schooljaar bleek dat er bij de huidige leerkrachten van de
bovenbouw geen behoefte is om deze bezoeken voort te zetten. Alle leerkrachten hebben
- 41 -
immers al deelgenomen aan deze uitwisseling. Indien de samenstelling (leerkrachten) van onze
bovenbouw in de toekomst verandert, dan nemen de “nieuwe” bovenbouwleerkrachten graag
weer deel.
We nemen een onderwerp uit deze uitwisseling mee dat onze leerkrachten die een bezoek
hebben afgelegd, is opgevallen: het leren leren. We bekijken dit schooljaar hoe we dit
onderwerp aan kunnen pakken.
I.C.T.
Implementatie van portal omgeving
SharePoint wordt geïmplementeerd. De mogelijkheden om met elkaar te communiceren en van
elkaars bestanden gebruik te maken, worden vergroot. De consequenties hiervan voor de huidige
website, het e-mailverkeer en overige praktische zaken worden in beeld gebracht en met de
betrokkenen gecommuniceerd. Alle medewerkers waarvoor deze verandering relevant is, nemen
kennis van de mogelijkheden en werken zich in. Er zullen per doelgroep scholingsbijeenkomsten
worden georganiseerd.
Nieuwe methoden zoeken
Aanvankelijk lezen
De leerkrachten van de onderbouw en de leescoördinator verkennen de nieuwe versie van Veilig
Leren lezen. De kennis die vorig schooljaar is opgedaan m.b.t. leesrijpheid én de onze werkwijze op
meerdere keren per jaar een leesgroep te starten, worden als criteria gebruikt om de methode op
waarde te schatten.
Beeldend Vormen
Er wordt onderzocht in hoeverre het noodzakelijk is om nieuw (boek)materiaal aan te schaffen
m.b.t. beelden vormen. Er zijn tegenwoordig tal van websites die aanbod hebben. Belangrijk is wel
de waarborging van de doorgaande lijn. De coördinator bekijkt in hoeverre het mogelijk is beeldend
vormen te integreren in thematisch werken visa de kerndoelen van SLO.
Nederlandse taal
Woordenschat
Gedurende het vorig schooljaar heeft de projectgroep verschillende mogelijkheden bekeken waarop
woordschatonderwijs structureel ingebracht kan worden in ons onderwijs. Hiervoor is het boek ‘op
woordenjacht’ aangeschaft. In dit boek worden verschillende praktijkvoorbeelden gegeven die
passen bij ons onderwijsconcept om de woordenschat in de klas te vergroten. Daarnaast zijn er in
een studievergadering voorstellen gedaan hoe we structureel aan woordenschatonderwijs gaan
werken.
Er is een Handboekstuk opgesteld. Hierin staan de gemaakte afspraken en de benodigde materialen
uitvoerig in beschreven.
Er worden relaties gelegd naar lezen, begrijpend lezen (luisteren), en thematisch werken.
Begrijpend lezen
In het begin van het schooljaar 2013-2014 hebben we ons georiënteerd op de mogelijke methoden
die een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van het woordenschatonderwijs in combinatie
met begrijpend lezen. Er is voor gekozen om Nieuwsbegrip XL uit te proberen. Er is een
proeflicentie voor twee maanden aangevraagd. Bevalt de methode goed, dan wordt de licentie
verlengd.
- 42 -
8. De relatie school en omgeving
Onze school staat niet op een eiland. Het is onontbeerlijk contacten te onderhouden en samen te
werken met:
a. basisscholen in de omgeving
Onze school is een van de 5 scholen die onder het bestuur vallen van Stichting Katholiek Onderwijs
Beerzen Oirschot Spoordonk (SKOBOS). Deze scholen proberen nauw samen te werken en
gezamenlijk afspraken te maken, zonder dat de eigen identiteit verloren gaat.
De scholen die onder het bestuur van SKOBOS staan:
De Beerze
St. Antoniusschool
De Linde
Plataan
St. Jozefschool
Middelbeers, Oostelbeers
Oirschot
Oirschot
Oirschot
Spoordonk
b. scholen voor speciaal basisonderwijs
De basisscholen in de Beerzen, Oirschot en Spoordonk zijn aangesloten samenwerkingsverband
Passend Onderwijs De Kempen. In dit verband proberen we met elkaars hulp kinderen met
leermoeilijkheden op de basisschool te begeleiden. Hiermee zou een verwijzing naar een speciale
basisschool of een school voor speciaal onderwijs voorkomen kunnen worden.
Zie in dit verband ook de passage over passend Onderwijs in deze schoolgids.
c. scholen voor voortgezet onderwijs
De samenwerking met het voortgezet onderwijs in de omgeving beperkt zich tot het uitwisselen van
informatie die vooral toegespitst is op de inrichting van het voortgezet onderwijs en het afstemmen
van regelingen. Tevens is er contact over de basisschoolleerlingen die in de brugklassen zijn
ingestroomd.
Om kennis te nemen van elkaars werkwijzen is er een uitwisselingsprogramma. Leerkrachten van
de bovenbouw van SKOBOS scholen bezoeken de Kempenhorst terwijl iedereen aan het werk is.
Leerkrachten van de Kempenhorst zijn tevens ook te gast op de basisscholen.
Op initiatief van het voortgezet onderwijs kunnen ook activiteiten ontplooid worden die er toe
leiden dat de kinderen van groep 8 een beter inzicht krijgen in wat het voortgezet onderwijs te
bieden heeft. Zo organiseert een aantal scholen in de omgeving bijvoorbeeld jaarlijks een
introductieochtend of –middag. Wanneer uw kind hieraan mee wil doen, kunt u vrijstelling
aanvragen.
d. Fontys Fydes
Onderwijsbegeleiding
Wij maken gebruik van onderwijsadviseurs van Fontys Fydes op de volgende wijze:
 Medewerkers van deze dienst helpen de leerkrachten bij het vernieuwen van het onderwijs en
geven adviezen wanneer er leerproblemen zijn ontstaan bij een of meerdere kinderen.
 Wanneer er diepgaand onderzoek plaats moet vinden omdat we de sterke en zwakke punten van
uw kind willen laten analyseren bij leer- of sociaal-emotionele problemen, komt er iemand van
deze dienst een onderzoek afnemen. We hebben dan eerst uw toestemming gevraagd. De
medewerker van Fontys Fydes bespreekt de uitslag van dit onderzoek met u, de i.b.-er en de
leerkracht. Er kan in dit kader ook gebruik gemaakt worden van andere aanbieders.
- 43 -
e. Jeugdgezondheidszorg GGD
Jeugdgezondheidszorg: een gezonde keuze voor alle leerlingen
Onze school werkt samen met het team Jeugdgezondheidszorg van de GGD. Dit team
bestaat uit een jeugdarts, jeugdverpleegkundige, assistente, psycholoog en een
preventiemedewerker. We leggen kort uit wat dit team voor de ouders, verzorgers en
leerlingen kan betekenen.
Antwoord op vragen
Ontwikkelt mijn kind zich goed? Waar komt die lichamelijke klacht vandaan? Is dit gedrag
normaal?
Opvoedtwijfels? Voor dit soort vragen kunnen u en uw zoon of dochter terecht bij het team
Jeugdgezondheidszorg. Zij geven advies en bekijken samen met u of verder onderzoek nodig is.
Contactmomenten
Tijdens de basisschoolperiode komen alle leerlingen van groep 2 en 7 op een vast moment in
contact met de medewerkers van het team Jeugdgezondheidszorg. Zij kijken naar de lichamelijke,
psychische en sociale ontwikkeling van uw kind. Denk aan groei, motoriek, leefstijl, spraak en taal,
maar ook aan schoolverzuim en gedrag. U kunt bij elk contactmoment aanwezig zijn.
Inentingen
In het jaar dat uw kind 9 jaar wordt, krijgt hij of zij de laatste twee inentingen tegen DTP (Difterie,
Tetanus en Polio) en BMR (Bof, Mazelen en Rode hond). Meisjes van 12 jaar krijgen ook de
vaccinatie tegen HPV (baarmoederhalskanker). De GGD verstuurt hiervoor uitnodigingen.
Gezonde school
De GGD helpt bij het realiseren van een veilige, gezonde en hygiënische school. Bijvoorbeeld door
het voorkomen en bestrijden van hoofdluis en het geven van voorlichting over een gezonde
leefstijl. Ook doet de GGD metingen over een gezond leefklimaat en adviseert de school hierin.
Over de GGD
Vanuit de Wet Publieke Gezondheid is de GGD verantwoordelijk voor de jeugdgezondheidszorg
van
kinderen van 4 t/m 19 jaar. De GGD zet zich in om eventuele gezondheidsproblemen en -risico’s op
te sporen en zo veel mogelijk te beperken. Onder meer via gezondheidsonderzoeken houdt de GGD
(in samenwerking met de school) zicht op de lichamelijke, geestelijke en emotionele ontwikkeling
van kinderen en jongeren. Zo ook op de gezondheidssituatie van uw kind. De GGD gaat zorgvuldig
om met alle persoonsgegevens van u en uw kind.
De GGD is partner in het Centrum voor Jeugd en Gezin.
Heeft u vragen?
Stuur een e-mail naar: [email protected]
Vermeld altijd de voor- en achternaam en geboortedatum van uw kind
Of bel de GGD Brabant-Zuidoost via: 088 0031 414 op maandag t/m vrijdag: 9.00 - 11.00
uur en 14.00 - 15.00 uur
Kijk op de website www.ggdbzo.nl/ouders
f. Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
Het centrum voor Jeugd en Gezin is dé plek voor vragen en advies over opvoeden en opgroeien.
- 44 -
Wat is het Centrum voor Jeugd en Gezin?
Een plek waar ouders, kinderen en jongeren terecht kunnen met vragen over opvoeden en
opgroeien.
Voor wie is het Centrum voor Jeugd en Gezin?
CJG is er voor alle ouders, kinderen en jongeren uit de gemeente Oirschot. U bent welkom bij het
inlooppunt in De Enck of op een van hun andere locaties. Meer informatie hierover is te lezen op de
website: www.cjgoirschot.nl .
Waarom een Centrum Jeugd en Gezin?
Opvoeden en opgroeien: niemand kan je vertellen ‘hoe het moet’. Maar de medewerkers van het
Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) kunnen je wél vertellen ‘hoe het kan’. Het CJG is de centrale
vraagbaak voor grote en kleine vragen van ouders en jongeren. De medewerkers van het CJG
luisteren en geven advies of hulp. Samen met u gaan zij op zoek naar een antwoord of oplossing
waar u echt mee verder kan.
Bereikbaarheid
Het CJG is iedere werkdag telefonisch bereikbaar van 09.00 tot 13.00 uur. Als de medewerker niet
direct een antwoord heeft, dan wordt u altijd later teruggebeld.
Als u liever een medewerker van het CJG persoonlijk spreekt, kunt u terecht bij het inlooppunt in
De Enck (De Loop 67) in Oirschot. Tevens zijn medewerkers van het CJG te vinden op de plekken
waar u vaak komt! De website bevat een plattegrond waarop alle locaties van het CJG te vinden
zijn.
g. Schoolmaatschappelijk werk (SMW) en Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
Het Schoolmaatschappelijk Werk (SMW) en de GGD zijn een onderdeel van Centrum Jeugd en
Gezin (CJG).
Schoolmaatschappelijk werk is een vorm van maatschappelijk werk die op school plaatsvindt. Het
doel is om bij te dragen aan een optimale ontwikkeling van het kind door al in een vroeg stadium
hulp te bieden bij problemen. Het gaat daarbij vooral om sociaal-emotionele problemen,
gedragsproblemen en problemen in de thuissituatie die van invloed zijn op de schoolsituatie.
Schoolmaatschappelijk werk is een aanvulling op de al aanwezige leerlingenzorg op school. Zij
vormt een brug tussen leerling, ouders, school en hulpverlenende instanties. Zij signaleert, geeft
informatie en advies, bemiddelt, biedt hulp aan leerlingen, ouders en school en verwijst indien
nodig door.
Enkele voorbeelden van problemen waarbij het schoolmaatschappelijk werk kan ondersteunen:
- Omgang met anderen: problemen met klasgenoten, broers of zussen, ouders of leerkrachten
- Gedragsveranderingen
- Ontwikkelingsproblemen
- Bejegening: pesten en gepest worden
- Opvoeding
- Huiselijk Geweld
- Zelfvertrouwen: faalangst, onzekerheid, gebrek aan sociale vaardigheden
- Verwerken van verlies: door bijvoorbeeld echtscheiding of het overlijden van een dierbare
Op school is een Intern Zorgteam (IZT) samengesteld, bestaande uit de schoolmaatschappelijk
werkster, de jeugdverpleegkundige van de GGD en de i.b.-er. Zij hebben 6x per jaar een spreekuur
op school. Het is een laagdrempelige vorm van hulpverlening voor zowel school als leerlingen en
hun ouders / opvoeders. Zowel de school als de leerkracht of zijn / haar ouders kunnen een vraag
neerleggen bij het IZT. De schoolmaatschappelijk werkster stelt vervolgens samen met u een plan
van aanpak op. Dat kan bijvoorbeeld zijn:
- het geven van informatie en advies
- 45 -
- een aantal gesprekken met de leerling en/of de ouders
- een aantal gesprekken met de leerkracht
- bemiddeling tussen ouders en school
- praktische ondersteuning in de thuissituatie
De schoolmaatschappelijk werker heeft nauw contact met andere lokale zorgpartners, zowel binnen
als buiten de school. Bijvoorbeeld met het Algemeen Maatschappelijk Werk, de kinderopvang, de
GGD, Bureau Jeugdzorg, huisartsen, de leerplichtambtenaar, de thuiszorg, het jongerenwerk, het
Jeugd Preventie Programma en de politie. Gezamenlijk bespreken zij signalen, ontwikkelingen en
zorgwekkende situaties van leerlingen om uiteindelijk de hulpverlening zo goed mogelijk op elkaar
te kunnen afstemmen.
Voor onze school is Sanneke van der Sanden de schoolmaatschappelijk werkster. U kunt contact
met haar opnemen via school (de intern begeleider), maar ook rechtstreeks:
Dommelregio
De Loop 67 (in De Enck)
5688 EW Oirschot
0499-572694
Sanneke van der Sanden, 06-30544166, [email protected]
h. Netwerk Jeugdhulpverlening
Heeft u vragen over de opvoeding of problemen met uw kind (tussen 0 en 18 jaar) die verder reiken
dan zaken die u bij het Centrum voor Jeugd en Gezin kwijt kunt, dan kan het Netwerk
Jeugdhulpverlening u misschien helpen.
Het is niet altijd eenvoudig, het opvoeden van een kind. Ondanks de goede zorgen kunnen er thuis,
in de buurt, op school of op straat grote en kleine problemen voorkomen. Slecht eten, opstandig
zijn, gepest worden, moeilijk contacten leggen, slecht leren. Dit is slechts een kleine greep uit de
mogelijke problemen. Problemen waar niet altijd meteen een oplossing voor is. Een aantal
professionele vakmensen werkt samen in het Netwerk Jeugdhulpverlening Oirschot, zodat u de
beste hulp kunt krijgen voor uw kind.
Het kan zijn dat u zich zorgen maakt over uw kind. U bespreekt dit dan bijvoorbeeld op het
consultatiebureau, met de leerkracht of met de huisarts. Als u er samen niet uitkomt, kan uw situatie
besproken worden in het genoemde netwerk. De privacy van u en uw kind staat daarbij voorop. Als
u niet wilt dat uw naam genoemd wordt, dan wordt uw vraag anoniem behandeld.
In het Netwerk zijn de volgende instanties vertegenwoordigd: Kinderdagverblijven,
peuterspeelzalen, basisscholen, politie, maatschappelijk werk, thuiszorg (afdeling ouder/kindzorg),
Jeugdpreventieproject, GGD (afdeling Jeugdgezondheidszorg) en de gemeente Oirschot
(leerplichtambtenaar).
Het Netwerk heeft een folder uitgegeven met informatie. Deze folder is niet alleen op school
verkrijgbaar, maar ook bij de gemeente en andere genoemde instanties.
De heer P. Vrijsen van het Maatschappelijk Werk Dommelregio (kantoor in gemeenschapshuis “De
Enck”) is voorzitter van het Netwerk. Hij is telefonisch bereikbaar onder nummer 0499-572694 op
maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 10.00 uur. Met hem kunt u rechtstreeks contact opnemen als u
een probleem besproken wilt hebben in het netwerk. Ook via school kunt u contact (laten) leggen.
i. Politie
Vertegenwoordigers van de school en de politie hebben samen een schooladoptieplan ondertekend
met als doel: “Bevordering welzijn van jeugdigen en het verstevigen van het vertrouwen van de
jeugd in de politie”.
Deze doelstelling wil de politie bereiken door de school een vast aanspreekpunt bij de politie te
geven; het opbouwen van een relatie; het signaleren van risicogedrag in een vroegtijdig stadium; het
- 46 -
functioneren als intermediair tussen de school en de overige instanties; het voorkomen van strafbare
gedragingen en ander normafwijkend gedrag door het ondersteunen of opzetten van projecten die
gericht zijn op preventie. In samenwerking met bureau Halt verzorgt de politie voor groep 8 een
gastles over “vandalisme”.
De contactpersoon voor onze school vanuit de politie afd. Z.O.-Brabant is de buurtbrigadier van
Spoordonk, de heer Hennie de Leest.
j. bibliotheek
Met bibliotheek De Kempen zijn afspraken gemaakt over het lenen van boekencollecties (bijv. bij
thematische activiteiten) en groepsbezoeken. De St. Jozefschool doet mee aan leesprogramma “de
Rode Draad”, de voorleeswedstrijd en activiteiten rond de Kinderboekenweek.
k. PABO’s en opleidingen
De contacten met de PABO’s en andere instellingen zoals het ROC die studenten opleiden, dienen
om de stage van de studenten zo soepel mogelijk te laten verlopen. De PABO’s en de scholen van
het ROC geven de basisscholen elk schooljaar informatie over hun werkwijze en hetgeen men van
de studenten verwacht.
l. Gemeente Oirschot
Er wordt samengewerkt met de Gemeente Oirschot daar waar het gaat om projecten bestemd voor
leerlingen, die vanuit de gemeente worden gesubsidieerd.
Tevens heeft de gemeente de zorg voor het onderwijs. Dat betekent dat er allerlei situaties zijn
waarin samenwerken noodzakelijk is. Als voorbeelden kunnen we huisvesting, onderhoud en
verkeersbeleid noemen.
m. Parochie en SOL
We werken samen met de parochie daar waar het gaat om het vastenproject, de voorbereiding op de
eerste communie en het vormsel.
De schoolbegeleider van SOL komt een aantal keren per jaar tijdens de teamvergadering, om
toelichting te geven op projecten en om een levensbeschouwelijk onderwerp nader te belichten. (Zie
ook: Schoolplan.) Meer informatie over SOL kunt u vinden op www.sol-identiteitsbegeleiders.nl.
n. Kunstbalie
Kunstbalie voorziet de basisscholen in Oirschot van
programma’s die te maken hebben met kunst en cultuur.
In overleg met afgevaardigden van de scholen wordt
jaarlijks een programma samengesteld. Activiteiten vinden
plaats op school maar ook elders (bijvoorbeeld in een
theater).
U krijgt hierover tijdig informatie via het PRIKBORDje.
- 47 -
9. De resultaten van het onderwijs
Onze school heeft goede resultaten bereikt, wanneer het kind o.a. op die school voor voortgezet
onderwijs terecht komt waar het thuis hoort.
Hierbij spelen de volgende factoren een grote rol:










De belangstelling van het kind.
De capaciteiten van het kind.
De inzet en de werkhouding van de leerling.
De sociaal-emotionele gesteldheid en de persoonlijkheidsstructuur.
De belangstelling en interesse voor het leren van het kind zelf, maar ook de houding die ouders
tegenover het schoolgaan en studeren hebben.
De gezinssituatie; de relatie met de ouder(s) of verzorger(s), en eventuele broertjes en zusjes.
De mogelijkheid om thuis rustig te kunnen werken.
De relatie met de leerkrachten.
De keuze van vriendjes en vriendinnetjes.
Invloeden van buitenaf, dus anders dan die van het gezin of de school. Bijvoorbeeld: de sfeer bij
verenigingen; televisieprogramma’s; boeken en tijdschriften; enz..
Een school levert een bijdrage aan de ontwikkeling van het kind, maar heeft het laten slagen van
een schoolloopbaan niet alleen in de hand.
Het is dan ook onjuist om een school alleen te beoordelen op uitslag van een Cito-eindtoets of het
aantal leerlingen dat naar een bepaalde school voor voortgezet onderwijs gaat.
Een school die er alles aan doet om kinderen op de eigen basisschool te houden, heeft een grotere
kans op een lagere score dan een school die snel kinderen naar een school voor speciaal (basis)
onderwijs verwijst. Is deze eerstgenoemde basisschool dan minder goed?
Bovendien: Bij ons doen in principe alle kinderen van groep 8 mee aan de Cito-eindtoets, tenzij er
gegronde redenen zijn om een leerling de Niveautoets ter vervanging van de Cito-eindtoets te laten
maken. Het aantal leerlingen van groep 8 verschilt van jaar tot jaar. In het algemeen kan men
zeggen: Hoe minder leerlingen des te groter de kans op schommelingen in de uitslagen.
De scores van de Cito-eindtoets van onze school van de afgelopen 5 jaar:
Jaar
Standaardscore
2010
535,2
2011
539,4
2012
534,7
2013
530,8
2014
538
standaardschaal: 501 - 550
landelijk gemiddelde standaardscore ligt rond 535
Er zijn momenteel wel mogelijkheden om te zien, of leerlingen naar hun vermogen presteren. Maar
er zijn geen mogelijkheden om de overige invloeden en de inwerkende kracht daarvan te meten
voor elk kind.
We volgen de ontwikkeling van uw kind(eren) met een methodeonafhankelijk digitaal
leerlingvolgsysteem waarmee we op den duur het leerrendement voor bepaalde leerstofonderdelen
kunnen vaststellen.
De doelstelling die we als basisschool hebben, is de kinderen naar die vorm van voortgezet
onderwijs begeleiden waar ze volgens hun aanleg, mogelijkheden en belangstelling thuis horen.
Omdat we zelf graag willen zien hoe het met “onze kinderen” in het voortgezet onderwijs gaat,
volgen we de kinderen nog vier jaar. We kunnen dan beoordelen, of het advies juist was. De
leerkracht van groep 8 heeft altijd contact met de brugklascoördinatoren over de resultaten van de
- 48 -
leerlingen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs (en indien wenselijk ook gedurende de
volgende jaren).
Hieronder geven we aan welk advies de kinderen van groep 8 dit jaar en de afgelopen 4 jaren
hebben gekregen en hoeveel kinderen conform het advies deze opleiding nog volgen. Het gaat om
de periode 2010 t/m juli 2014 inclusief de adviezen en plaatsingen van de schoolverlaters (groep 8)
van het schooljaar 2013-2014.
Advies
VMBO-B / BK / K
VMBO-T
VMBO-T / HAVO
HAVO
HAVO / VWO
VWO
Aantal
26
28
20
24
17
21
- 49 -
Vervolgopleiding
Conform Anders dan
advies
advies
25
1
27
1
20
0
20
4
17
0
18
3
10. Leerplicht
10.1 Leerplicht en wet
De tekst die nu volgt (tot: "Aanvullende opmerkingen") is letterlijk overgenomen uit een schrijven
van de Gemeente Oirschot:
Hierbij willen wij uw aandacht vragen voor de regels die gelden bij de aanvraag van verlof buiten
de reguliere schoolvakanties.
In de leerplichtwet staat dat uw kind de school moet bezoeken als er onderwijs gegeven wordt.
Leerlingen mogen dus nooit zomaar van school weg blijven. In een aantal gevallen is echter een
uitzondering op deze regel mogelijk:

Extra verlof in verband met religieuze verplichtingen
Wanneer uw kind plichten moet vervullen die voortvloeien uit godsdienst of levensovertuiging,
bestaat er recht op verlof.
Als richtlijn geldt dat hiervoor één dag per verplichting vrij wordt gegeven. Indien uw kind gebruik
maakt van deze vorm van extra verlof, dan dient U dit minimaal twee dagen van te voren bij de
directeur te melden.

Op vakantie onder schooltijd
Voor vakantie onder schooltijd kan alleen een uitzondering op de hoofdregel gemaakt worden als
uw kind tijdens de schoolvakanties niet op vakantie kan gaan door de specifieke aard van het
beroep van (één van) de ouders. In dat geval mag de (adjunct)directeur éénmaal per schooljaar uw
kind vrij geven, zodat er toch een gezinsvakantie kan plaatshebben. Het betreft hier de enige
gezinsvakantie in dat schooljaar.
Bij uw schriftelijke aanvraag (liefst 8 weken voor aanvang van het verlof) moet een
werkgeversverklaring worden gevoegd waaruit de specifieke aard van het beroep én de
verlofperiode van de betrokken ouder blijken.
Voorwaarden voor het toekennen van het vakantieverlof zijn de volgende:
- de aard van het beroep van een van de ouders (horeca en aanverwante bedrijven)
- het feit dat er onoverkomelijke bedrijfseconomische belangen moeten zijn. Hiervan ligt de
bewijslast bij de aanvrager;
- eenmaal per schooljaar met een maximum van 10 schooldagen;
- en niet gedurende de eerste twee lesweken van het schooljaar.
NB: het is heel belangrijk om het eerste en tweede genoemde punt in samenhang te zien! De
aanvrager zal dan ook voortaan in zijn aanvraag moeten aantonen dat, wanneer hij tijdens de
reguliere schoolvakanties op vakantie gaat, hij een belangrijk deel van zijn inkomsten uit zijn
bedrijf misloopt.

Verlof in het geval van “Andere gewichtige omstandigheden” (artikel 11g)
Onder “Andere gewichtige omstandigheden” vallen situaties die buiten de wil van de ouders en/of
de leerling liggen. Voor bepaalde omstandigheden kan dan vrij worden gevraagd. Hierbij moet
worden gedacht aan:
- Een verhuizing van het gezin.
- Het bijwonen van een huwelijk van bloed- en aanverwanten.
- Ernstige ziekte van bloed- of aanverwanten (het aantal verlofdagen wordt bepaald in overleg met de directeur en/of de leerplichtambtenaar).
- Overlijden van bloed- of aanverwanten.
- 50 -
-
Viering van een 25-, 40- of 50- jarig ambtsjubileum en het 12½, 25-, 40-, 50-, of 60- jarig
(huwelijks)jubileum van bloed- of aanverwanten.
De volgende situaties zijn geen “andere gewichtige omstandigheden”:
- Familie bezoek in het buitenland.
- Vakantie in een goedkope periode of in verband met een speciale aanbieding.
- Vakantie onder schooltijd bij gebrek aan andere boekingsmogelijkheden.
-
Een uitnodiging van familie of vrienden om buiten de normale schoolvakantie op vakantie
te gaan.
Eerder vertrek of latere terugkeer in verband met (verkeers)drukte.
Verlof voor een kind, omdat andere kinderen uit het gezin al of nog vrij zijn.
Verlofaanvragen worden altijd individueel beoordeeld.
Een aanvraag voor verlof wegens “andere gewichtige omstandigheden” dient zo spoedig mogelijk
bij de directeur te worden ingediend (bij voorkeur minimaal 8 weken van te voren).

Hoe dient u een aanvraag in?
Aanvraagformulieren voor verlof buiten de schoolvakanties zijn verkrijgbaar bij de administratie
van de school. U levert de volledig ingevulde aanvraag, inclusief relevante verklaringen, in bij de
directeur van de school.
De directeur neemt een besluit over een verlofaanvraag voor een periode van maximaal 10
schooldagen. Als een aanvraag voor verlof vanwege “andere gewichtige omstandigheden” meer
dan 10 schooldagen beslaat, wordt aanvraag doorgestuurd naar de leerplichtambtenaar van de
woongemeente. De leerplichtambtenaar neemt vervolgens een besluit, na de mening van de
directeur te hebben gehoord.

Niet eens met het besluit?
Wanneer uw verzoek om extra verlof wordt afgewezen en U bent het niet eens me dat besluit, dan
kunt U schriftelijk bezwaar maken.
U dient een bezwaarschrift in bij de persoon die het besluit heeft genomen.

Ongeoorloofd verzuim
Verlof dat worden opgenomen zonder toestemming van de directeur of de leerplichtambtenaar,
wordt gezien als ongeoorloofd schoolverzuim. De directeur is verplicht dit aan de
leerplichtambtenaar te melden. De leerplichtambtenaar beslist of er proces verbaal wordt
opgemaakt.
Vanaf schooljaar 2012-2013 wordt voor al het luxeverzuim (als zonder toestemming, buiten de
schoolvakanties, toch op vakantie wordt gegaan) proces verbaal opgemaakt!
Indien U nog vragen heeft over het onderwerp “extra verlof” of andere onderwerpen over de
leerplicht, kan kunt u contact opnemen met de leerplichtambtenaar in uw woongemeente.
Gemeente Oirschot: Mirjam de Vries-van Gerwen, telefoon: 0499 – 583333.
- 51 -
10.2 Aanvullende opmerkingen
Alle Oirschotse basisscholen hebben bovenstaande en onderstaande tekst over leerplicht en verlof in
hun schoolgids of informatieboekje opgenomen en hanteren dezelfde regels.
Let wel: Een kind heeft geen "recht" op een vrije dag bij een bepaalde feestelijke gebeurtenis. Het is
bijvoorbeeld niet de bedoeling dat u voor een vrijdag een vrije dag vraagt terwijl het eigenlijke feest
op zaterdag is!
Het begin van de leerplicht
Een kind moet naar school uiterlijk op de eerste dag van de nieuwe maand na zijn of haar vijfde
verjaardag.
Heeft een kind nog niet de leeftijd van zes jaar bereikt, dan kan deze leerling op verzoek van de
ouders vijf uren per week worden vrijgesteld van schoolbezoek.
Daarnaast kan de schoolleiding ten hoogste vijf uren per week verlof verlenen voor kinderen die
nog niet de leeftijd van zes jaar bereikt hebben.
Regels m.b.t. vierjarigen
Hoewel vierjarigen nog niet leerplichtig zijn, zijn we geen
voorstander van tussendoor vrijaf nemen voor deze groep
kinderen. We gaan er vanuit dat u zich houdt aan de
schooltijden zoals die in de schoolgids staan vermeld.
Door uw kind met vier jaar naar school te laten gaan,
conformeert u zich aan de geldende tijden. Wilt u vrij voor
uw vierjarige omdat u tijdens de schoolvakanties vanwege
uw beroep geen vrij kunt nemen, of wilt u vrij vanwege
gewichtige omstandigheden, vraag dit dan schriftelijk aan bij
de directie.
Artsenbezoek
Wanneer u met uw kind even naar de tandarts, orthodontist, dokter of het ziekenhuis moet, geef dit
dan even schriftelijk of telefonisch door aan de betreffende groepsleerkracht. Wanneer u ruim van
tevoren al een afspraak heeft gemaakt, stellen we het op prijs dat u de datum ervan zo spoedig
mogelijk aan de leerkracht doorgeeft. Hij/zij kan hiermee dan rekening houden met de planning van
het programma van uw kind.
Wilt u proberen afspraken zoveel mogelijk buiten schooltijd te plannen?
10.3 Toelating
10.3.1 vier-jarigen
Toelatingstijdstip
Als een kleuter drie jaar en tien maanden is, vindt er een overdracht plaats tussen kinderdagverblijf
en/of peuterspeelzaal en de school. De leerkracht waarbij de kleuter in de groep komt, neemt
contact op met de ouder(s). Daarna krijgt de kleuter de gelegenheid om bij wijze van gewenning de
school vijf keer bezoeken. Tevens wordt dan de datum bepaald van de eerste echte schooldag.
Wij geven het advies om kinderen die in de zomervakantie, 4 jaar worden, na de vakantie te laten
starten. Deze kinderen worden op de laatste vrijdag van de zomervakantie uitgenodigd om kennis te
komen maken met de leerkracht en de klas.
- 52 -
Voortraject
Jaarlijks worden de ouders van potentiële nieuwkomers benaderd via media en/of peuterspeelzaal.
Voordat u uw kind inschrijft, kunt u contact opnemen met de directie van de Jozefschool. Er wordt
een afspraak gemaakt voor een bezoek. U krijgt een rondleiding en u kunt zich laten informeren.
Alle Oirschotse basisscholen hebben één datum waarop nieuwe leerlingen kunnen worden
ingeschreven. Deze datum - meestal in maart - is in onderling overleg vastgesteld en wordt tijdig
bekend gemaakt. Bij een verhuizing kunt u uw kind uiteraard op elk willekeurig tijdstip aanmelden.
Voedingsgebieden
Er zijn geen strikte grenzen aan de voedingsgebieden. Dat wil zeggen dat ouders vrij zijn om de
school te kiezen waarvan zij vinden dat die het beste bij hun kind past.
10.3.2 Wisseling van school
Na een verhuizing is overstappen van de ene naar de andere basisschool vanzelfsprekend, maar we
zouden ook te maken kunnen krijgen met andere omstandigheden betreffende basisscholen binnen
SKOBOS:
1. Bij wisseling van school omwille van negatieve ervaringen zullen scholen onderling contact
opnemen en met alle partijen (beide scholen en ouders) de situatie bespreken.
2. Indien naar aanleiding van negatieve ervaringen met een school een groep van 3 gezinnen of
meer gelijktijdig hun kind aanmelden op de collega-school, dan zal het schoolbestuur daarvan in
kennis worden gesteld. Er zal een werkgroep worden ingesteld die de aard en omvang van de
klachten van deze ouders zal onderzoeken en deze werkgroep zal aanbeveling doen over de te
volgen procedure. Zolang het onderzoek niet afgerond is, zullen de betreffende kinderen niet
overgeplaatst worden.
10.3.3 Onderwijsactiviteiten en wet
Bij aanmelding op onze school verplichten ouders zich conform artikel 41 van de wet om hun
kinderen aan alle voor hen bestemde onderwijsactiviteiten deel te laten nemen.
Welke uitzonderingen hierop mogelijk zijn, leest u bij "Vrijstelling".
10.4 Vakanties en vrije dagen
De basisscholen van Oirschot hebben met de andere basisscholen in de omgeving gekozen voor zo
min mogelijk versnippering van vakantiedagen over het schooljaar en geprobeerd een evenwichtige
verdeling te krijgen door telkens een aantal weken les af te wisselen met een vakantie. Dat lukt
echter niet altijd. We proberen namelijk ook om zo veel mogelijk vakanties gelijk te laten lopen met
die van het voortgezet onderwijs in de directe omgeving. Scholen voor voortgezet onderwijs moeten
rekening houden met examens. Verder conformeren we ons zo veel mogelijk aan het provinciaal
advies.
- 53 -
Vakantie
DATA
van
studiedag SKOBOS (vr)
studiedag school (ma)
herfst
studiedag school (wo)
Kerst
verhuisdag
carnaval
studiedag school (do)
Goede Vrijdag middag
tweede Paasdag
meivakantie
Hemelvaart
Pinksteren
studiedag school (di)
vrijdagmiddag voor zomervakantie
zomer
03-10-2014
06-10-2014
20-10-2014
19-11-2014
22-12-2014
13-02-2015
16-02-2015
05-03-2015
03-04-2015
06-04-2015
27-04-2015
14-05-2015
25-05-2015
26-05-2015
17-07-2015
20-07-2015
t/m
03-10-2014
06-10-2014
24-10-2014
19-11-2014
02-01-2015
13-02-2015
20-02-2015
05-03-2015
03-04-2015
06-04-2015
08-05-2015
15-05-2015
25-05-2015
26-05-2015
17-07-2015
28-08-2015
(Wanneer alleen de middag vrij is, eten de kinderen niet meer op school en is de school om 12.00 uur uit.)
10.5 Schooltijden
We hebben op onze school een continurooster en hanteren het 5 gelijke dagen model. Groep 1 t/m 8
hebben gelijke schooltijden. Voor de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015 geldt dat alle kinderen
naar school gaan van 8.30 uur tot 14.15 uur; tot 14.15 uur om alle kinderen in acht schooljaren
voldoende lesuren te laten maken. Dit is een overgangssituatie. Met ingang van het schooljaar 20152016 gaan de kinderen naar school van 8.30 uur tot 14.00 uur.
Laat uw kind(eren) niet te vroeg naar school gaan. Ze mogen pas om 08.15 uur op de speelplaats
zijn. Vanaf die tijd is er toezicht.
Gymnastiek
De tijden van de gymlessen zijn voor schooljaar 2014-2015 als volgt:
DAG
maandag
dinsdag
dinsdag
woensdag
woensdag
woensdag
donderdag
donderdag
vrijdag
vrijdag
vrijdag
TIJD
13.30-14.15
12.45-13.30
13.30-14.15
09.00-09.45
12.45-13.30
13.30-14.15
12.45-13.30
13.30-14.15
09.00-09.45
12.45-13.30
13.30-14.15
GROEP
3
4/5
5/6
1/2
7
8
4/5
5/6
1/2/3
7
8
- 54 -
De kinderen van groep 3 t/m 8 krijgen gymles in de gymzaal*.
Benodigde kleding: Sportbroekje, shirtje (of een gympakje), en gymschoenen die geen gladde of
zwarte zolen hebben. Er zijn gymschoentjes zonder veter in de handel. Die zijn voor kinderen in de
lagere groepen erg handig. Heeft uw kind (vanaf groep 3) veterschoenen, dan gaan we er van uit dat
het zelf kan strikken. Wilt u zo vriendelijk zijn de kleding van een merkteken te voorzien?
 Het dragen van sieraden tijdens de gymles kan gevaarlijk zijn en is daarom verboden.
 Douchen na de les vinden wij voor de kinderen van groep 5 t/m 8 een goede gewoonte. De
leerkracht controleert dit. Geef uw kind een handdoek mee. Schoon ondergoed en schone sokken
zijn aan te bevelen. Er is geen tijd om uitgebreid haren te wassen met shampoo.
 Deodorant mag niet worden gebruikt.
 Kan uw kind om een of andere reden niet meedoen met de gymles, of mag uw kind niet douchen,
geef dan een briefje mee!
 Wanneer een kind geen gymspullen of bijvoorbeeld geen gymschoenen bij zich heeft, mag het
niet meedoen met de gymles.
* Om de kinderen van groep 1 en 2 ook kennis te laten maken met de “grote gymzaal” en om eens
fijn wat meer ruimte te hebben, wordt er daar voor alle kleuters iedere week op woensdag een
gymles verzorgd.
10.6 Vrijstelling
De scholen onder het schoolbestuur van SKOBOS zijn alle katholieke scholen. Vanuit de identiteit
van het katholiek onderwijs wordt op alle scholen catechese gegeven.
De catechese op onze scholen is gebaseerd op algemeen christelijke grondslagen met accenten die
typerend zijn voor het katholicisme. Vanuit de kerndoelen is er ook aandacht voor andere
godsdiensten, echter meer benaderd vanuit cognitief-sociaal oogpunt. Zie ook: Visie “2.3.3
levensbeschouwelijk”.
Afhankelijk van de situatie in de parochie worden in een aantal scholen onder SKOBOS activiteiten
aangeboden die ten dienste staan van de inwijdingsrituelen in de Katholieke Kerk, zoals
kerkbezoek, activiteiten rond de voorbereidingen op de eerste communie en het vormsel. Er zijn
meerdere activiteiten denkbaar waarbij de school een begeleidende en ondersteunende rol heeft
binnen de katholieke geloofsgemeenschap.
De Wet op het Primair Onderwijs schrijft in artikel 58 voor dat de toelating tot de school niet mag
worden geweigerd op grond van godsdienstige gezindheid of levensbeschouwing, indien er binnen
redelijke afstand van de woning van een leerling geen gelegenheid bestaat tot het volgen van
openbaar onderwijs. Dientengevolge (art 58 lid 2) kunnen leerlingen die aldus zijn toegelaten, niet
verplicht worden om godsdienstonderwijs te volgen.
Het beleid van SKOBOS ten aanzien van deze “problematiek” is als volgt:
1. Scholen in Spoordonk, Middelbeers en Oostelbeers weigeren geen leerlingen op grond van
godsdienstige of levensbeschouwelijke gronden vanwege het ontbreken van openbaar onderwijs
binnen redelijke afstand.
2. Scholen in Spoordonk, Middelbeers en Oostelbeers wijzen ouders op de mogelijkheid die artikel
58 geeft om vrijstelling te krijgen voor het volgen van catecheselessen in het algemeen of lessen ter
voorbereiding op intreding in de katholieke geloofsgemeenschap in het bijzonder.
Indien ouders daartoe verzoeken, wordt vrijstelling verleend.
- 55 -
3. Scholen in Spoordonk, Middelbeers en Oostelbeers bieden een alternatief (les)programma aan
aan die leerlingen die vrijstelling hebben gekregen conform het vorige lid.
4. Scholen in Oirschot-kern verlenen geen vrijstellingen voor het volgen van catecheselessen, doch
over het volgen van activiteiten die rechtstreeks te maken hebben met de inwijdingsrituelen in de
Katholieke Kerk kunnen in overleg met de directie uitzonderingen gemaakt worden.
5. Voor de overige vakken en vakgebieden worden geen vrijstellingen verleend.
10.7 Schorsen en verwijderen van leerlingen
Schorsen
Schorsen is een ultieme straf die alleen toegepast wordt als een “afkoelingsperiode” na een
opeenvolging van kwalijke incidenten en wangedrag wenselijk is. Voordat de schorsing een feit is,
wordt er een gesprek gevoerd met de ouders. In dergelijke gevallen hebben er uiteraard van tevoren
al gesprekken plaats gevonden.
Het bestuur van onze school en de leerplichtambtenaar worden op de hoogte gebracht van de
schorsing en de duur van de schorsing.
Verwijderen
Een leerling wordt van school verwijderd, als
 er voor de betreffende leerling op onze school geen mogelijkheden meer zijn om na herhaaldelijk
wangedrag dat al minimaal één schorsing heeft opgeleverd, normaal te kunnen functioneren.
Tevens wordt hierin de mate waarin andere kinderen disfunctioneren door het gedrag van
betreffende leerling, betrokken.
 de ouders niet bereid zijn mee te werken aan een noodzakelijke overplaatsing om het kind na
wangedrag op een andere (basis)school een nieuwe kans te geven.
Een kind wordt pas van school verwijderd nadat er overleg geweest is met de ouders en het
schoolbestuur. Weigeren de ouders overleg, dan zal het bestuur een bindend besluit nemen in het
belang van het kind en de school. Zijn de ouders het niet eens met het bestuursbesluit, dan kunnen
ze hiertegen in beroep gaan.
We zullen bij verwijdering alles in het werk stellen om een geschikt alternatief voor de leerling te
vinden.
Nadrukkelijk vermelden we dat bovenstaande niets te maken heeft met een niet opgevolgd advies
van onze school om uw kind aan te melden bij een speciale basisschool of een bepaalde school voor
speciaal onderwijs. Wanneer u in zo’n geval uw kind ondanks ons advies toch bij ons op school wilt
houden, zullen we de consequenties daarvan met u doornemen.
- 56 -
11. Namen en adressen
Schoolbestuur
Onze school valt onder het bestuur van Stichting Katholiek Onderwijs de Beerzen Oirschot
Spoordonk (SKOBOS).
Postadres:
SKOBOS,
Postbus 55
5688 ZH, Oirschot.
Tel: 0499-550517
E-mail: [email protected]
Website: www.skobos.nl
Voorzitter van de Raad van Toezicht:
Dhr. J. den Otter, Castaert 32, 5688 PH Oirschot.
College van Bestuur:
Dhr. F. Bruinsma
Tel: 0499-550517 (kantoor)
E-mail: [email protected]
Medezeggenschapsraad St. Jozefschool
Voorzitter:
Sandra Janus (ouder)
(lkr)
Noortje van Rijen (lkr)
Nog in
vullen
Annelies Roefs (ouder)
E-mail:
te Janneke Smulders (lkr)
Emiel Heijms (ouder)
[email protected]
Vertegenwoordiging in de Gemeenschappelijke MedezeggenschapsRaad (GMR):
Personeelsgeleding: Marijke Swaans
Oudergeleding: Marianne Huijts
E-mail: [email protected]
- 57 -
Ouderraad St. Jozefschool
Voorzitter:
Anja Hovers
Nancy van der Hijden
Secretaris:
Karen Verspaandonk
Esther van Brunschot
Penningmeester:
Inge Rijnen
Mandy Rijnen
Esther de Koning
E-mail: [email protected]
Verkeersouders
Corné Erven
Adrie van der Hijden
[email protected]
[email protected]
- 58 -
Personeelsleden
Winanda vd Biggelaar
[email protected]
Janneke Mencke
[email protected]
Maria de Goei
[email protected]
Gemma Robben
Clasien Groenland
[email protected]
Annelies van Roij
[email protected]
Paul Hoogwegt
Noortje van Rijen
[email protected]
[email protected]
[email protected]
Ilse van Kerkoerle
[email protected]
Lieke van de Sande
[email protected]
Miriam de Koning
Patrick Sanders
[email protected]
[email protected]
Willeke van Leest
[email protected]
Rien van der Leest
[email protected]
Lia van der Schoot
[email protected]
Janneke Smulders
[email protected]
Marijke Swaans
[email protected]
- 59 -
Klachten
Interne contactpersoon St. Jozefschool:
Lieke van de Sande Wilg 1
5682 HB Best
Tel.: 0499-330180
Externe Vertrouwenspersoon SKOBOS:
Dhr. W. van Nunen Van Heesterbeeckstraat 11
Mevr. A. Vugts –Kuiper, Nevenakker 23
5688 RG Oirschot
5688 PK Oirschot
Tel.: 0499-570260
Tel.: 0499-323106
Diverse instanties
Schoolongevallenverzekering
VKO-verzekeringen
Postbus 59
2200 AB Noordwijk
Telefoon: 071-3643100
Advies en Meldpunt kindermishandeling
Telefoon: 0900-123 123 0
U wordt automatisch doorgeschakeld met het
meldpunt in de regio.
Schoolmaatschappelijk werk
Centraal kantoor Dommelregio
Telefoon: 040 – 2048500
www.dommelregio.nl
Bureau Jeugdzorg
Wal 20
5611 CG Eindhoven
Telefoon: 040-799 91 00
www.jeugdzorg-nb.nl
Stichting Leergeld Best e.o.
www.leergeld.nl
T 06 27650302
E [email protected]
Netwerk Jeugdhulpverlening Oirschot
Dhr. P. Vrijsen
tel.: 0499-572694
(maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 10.00)
GGD Zuidoost Brabant
Postbus 810
5700 AV Helmond
Telefoon: 088 0031 422
E-mail: [email protected]
www.ggdbzo.nl
Klachtencommissie voor het Katholiek
Onderwijs (Regio Zuid)
Postbus 82324
2508 EH Den Haag
Tel.: 070-3925508 (dagelijks tot 12.30 u)
Klachtmeldingen over seksuele intimidatie,
seksueel misbruik, Ernstig psychisch of
fysiek geweld
Meldpunt vertrouwensinspecteurs
Tel: 0900-1113111 (lokaal tarief)
- 60 -