Duurzaam organiseren - Antwerp Management School

68
visie
Duurzaam HRM (6)
Duurzaam organiseren
bart cambré, peggy de prins, ans de vos en lou van beirendonck
[competence center ‘next generation work: sustainability through people’]
tekst
In deze Visie-reeks wordt dieper ingegaan op de vlag en lading van het concept ‘duurzaam HRM’. In deze zesde
bijdrage gebeurt dat vanuit het perspectief van duurzaam organiseren.
Duurzaam HRM beweegt zich in een complex
daadwerkelijk binnen hun bereik liggen. In
arbeidsorganisatie’, ‘sociale innovatie’, het
krachtenveld en beoogt ambitieuze doel­
dezelfde lijn kan duurzame inzetbaarheid
‘nieuwe werken’, ‘slimmer organiseren’ en
stellingen. Om succesvol te zijn, moet duur­
worden gedefinieerd. Duurzaam inzetbaar
dies meer worden in het actuele beleids-,
zaam HRM voortdurend balanceren tussen
betekent dat medewerkers doorlopend over
managements- en duurzaamheidsdiscours
belangen en uitkomsten van mede­werkers
daadwerkelijk realiseerbare mogelijkheden
dan ook graag en gretig gebruikt.
(bijvoorbeeld een goede werk-privébalans,
en ook over de voorwaarden beschikken
Deze concepten hebben gemeen dat zij
engagement, inzetbaarheid,…), organisaties
om in het huidige en toekomstige werk met
vaak als tegenpolen gepositioneerd word­en
(bijvoorbeeld kwaliteit, efficiëntie, flexibiliteit,
behoud van gezondheid en welzijn te (blijven)
ten aanzien van de tayloristische arbeids­­
innovatie, omzet, marktaandeel, winst,…)
functioneren.
organisatie. Regelnoodzaak en regel­ver­
én de ruimere maatschappij (bijvoorbeeld
Dat impliceert een werkcontext die hen daar­
mo­gen worden in het tayloristische ge­
werk­gelegenheid bieden, kansengroepen te­
toe in staat stelt, en de attitude en motivatie
dachte­goed uit elkaar getrokken. Dat wordt
werk­stellen, milieudoelstellingen halen,…).
om deze mogelijkheden daadwerkelijk te be­
gecompenseerd door snel groeiende, de
Een mooie hefboom voor dit ambitieuze en
nut­ten (Van der Klink et al., 2011). De vraag
productiviteit volgende lonen. Tot de groei
holistische streven vinden we terug in de
die zich hierbij onmiddellijk opdringt, luidt
stokte en de markt niet alleen meer producti­
traditie van herontwerp en (sociaal) inno­
hoe zo’n duurzame werkcontext er dan zoal
viteit, maar productiviteit én kwaliteit én
vatieve visies op werken en organiseren.
uitziet.
flexibiliteit én innovatie én duurzaamheid
Het belang van de context
Omgevingsbewuste organisaties
Ervaring leert dat een organisatie gebaseerd
Het basisidee binnen deze traditie is dat de
Veel organisaties zijn ‘omgevingsbewust’:
op verregaande arbeidsdeling niet gelijk­
organisatie van het werk een onmiskenbare,
ze kennen de relevante ontwikkelingen in
tijdig kan voldoen aan deze ‘nieuwe’ eisen
maar vaak onzichtbare invloed heeft op
hun omgeving en zijn in staat om deze te
en dat hierdoor de continuïteit en het voort­
gedrag. In de organisatorische context
vertalen naar een visie op de toekomst. Maar
bestaan onder druk komen te staan. Vandaar
worden de randvoorwaarden gecreëerd om
of omgevingsbewustzijn leidt tot continuïteit,
het pleidooi voor innovatieve arbeids­­­or­ga­­
het gewenste gedrag te stimuleren (De Lange
is afhankelijk van de vraag of een organisatie
ni­saties, gekenmerkt door integraal her­
& Koppens, 2007). Zo verwijst het concept
er ook in slaagt om deze visie te vertalen naar
ontwerp, minder arbeidsdeling, kanteling,
‘capabilities’ naar het individueel vermogen
een passende organisatie van het werk (De
meer teamwerking, meer zelfsturing en ver­
(wat iemand kan, zijn competenties en talen­
Lange & Koppens, 2007).
breding van taken. Terecht vullen experts
t­­­en) in relatie tot de mogelijkheden die de
De organisatie van het werk moet het
aan dat er noodzakelijke randvoorwaarden
omgeving biedt (waartoe iemand in staat
gedrag immers stimuleren dat nodig is om
nodig zijn om zelfsturing en een innovatieve
wordt gesteld).
de visie op de toekomst waar te maken.
arbeidsorganisatie tot stand te laten komen.
Volgens de grondlegger van deze ‘capability-
Rond deze basisassumptie is inmiddels een
Betrokkenheid van medewerkers bij de ver­
approach’, Amarth Sen, vormt ‘capability’
rijke traditie ontstaan van herontwerp en
ande­ring, ondersteunend leiderschap en
het geheel van taken die voor mensen
(sociaal) innovatieve visies op werken en
integraal herontwerp vormen hier elementen
waarde­vol en belangrijk zijn en die ook
(arbeids)organisatie. Termen als ‘innovatieve
van.
eiste.
HR square nr 136 januari 2014
visie
69
V.l.n.r.: Peggy De Prins, Bart
Cambré, Lou Van Beirendonck en
Ans De Vos
Antwerp Management School
“Door het uitvoerend werk los te
koppelen van het regelend werk,
de scheiding van denken en doen,
organiseert men aangeleerde hulpe­
loos­­­heid bij medewerkers.”
© gf
In de praktijk
van traditionele tayloristische organiseer­
en maken dat mensen langer en met meer
Maakt de theorie zich in de praktijk ook
principes, tonen immers weinig respect
‘werkgoesting’ of bevlogenheid aan de slag
waar? Anno 2013 kunnen we een relatief
voor de kwaliteiten en de capaciteiten van
kunnen blijven (Flanders Synergy, 2012).
positieve balans opmaken. De toon in recente
de medewerkers. Door het uitvoerend werk
Kwaliteit van de arbeid kunnen we onder meer
(empirische) state-of-the-art artikelen met
los te koppelen van het regelend werk, de
vertalen als ‘actieve jobs’. Dat is een begrip
betrekking tot sociale innovatie is immers
scheiding van denken en doen, organiseert
ontleend aan de inzichten van Karasek (1979).
bemoedigend (zie Pot, 2009). Volberda
men aangeleerde hulpeloosheid bij mede­
Het zijn jobs waarin een goed evenwicht
et al. (2010) vonden in Nederland dat
werkers en procedureel gedrag in plaats
wordt gevonden tussen regelmogelijkheden
sociaal innovatieve bedrijven een hogere
van zelfredzaamheid en probleemoplossend
en taakeisen, kortom tussen werkdruk en
innovativiteit (+31%) en productiviteit (+21%)
vermogen op uitvoerend niveau.
autonomie. In dit soort jobs beschikt men
vertonen, waardoor zij betere korte- en lange-
Men organiseert lange besluitvormings- en
over meer leermogelijkheden én worden
termijn-bedrijfsprestaties kunnen realiseren.
probleemoplossingscycli in plaats van lenig­
stress­­risico’s
Sociaal innovatieve bedrijven halen in verge­
heid en wendbaarheid. Duurzaam organi­
zijn in België slechts 21% van de jobs echt
lijking met niet-sociaal innovatieve bedrijven
seren in termen van sociale innovatie biedt
‘actieve jobs’ (EWCS, 2010).
twee keer zo veel omzet uit nieuwe producten
hierop een antwoord door zowel slagvaardige
Als aan de huidige generatie werknemers
en diensten en 14% meer omzet uit verbeter­
organisaties, als werk van betekenis centraal
gevraagd wordt of ze zich hetzelfde werk nog
de producten en diensten. Dat biedt dan ook
te stellen. Kwaliteit van de organisaties en
op de leeftijd van 60 jaar zien uitvoeren, zijn
meer mogelijkheden om duurzame concur­
kwaliteit van de arbeid treden dan samen op
de verschillen groot (zie figuur 1: samenhang
gereduceerd.
Momenteel
rentie­voordelen te ontwikkelen.
Daarnaast zijn sociaal innovatieve bedrijven
beter in staat om nieuwe klanten aan te
trekken (+17%), hebben zij meer tevreden
medewerkers (+12%) en een hogere omzet­
B Leermogelijkheden
Laag
Werkdruk
hoog
hoog
stijging (+16%) en winstgroei (+13%). Een
mooie balans, die de gedachte ondersteunt
Zinloos werk
(low strain)
een duurzaam antwoord biedt in termen van
omgevingsbewustzijn en continuïteit, én in
termen van respect en balans.
Respect en balans
Regelmogelijkheden
(controle)
dat sociale innovatie vandaag wel degelijk
organisatie en de kwaliteit van de arbeid is
één van de hoofdkenmerken van sociale
inno­vatie én ondersteunt meteen zowel
het respect- als het balansidee uit ons
eerder beschreven ROC-model. ROC staat
Job @ 60: 68%
Job @ 60: 64%
Job @ 60: 57%
Job @ 60: 46%
Passief werk
De synergie tussen de kwaliteit van de
Actief werk
Slopend werk
(high strain)
Laag
A Stress risico’s
voor respect, openheid en continuïteit. De
Figuur 1: Samenhang tussen werkdruk en regelmogelijkheden (Karasek, 1979) en het aandeel
keuzes die organisaties maken op basis
actieve Belgen dat de huidige job tot de leeftijd van 60 jaar kan uitvoeren (EWCS, 2010).
januari 2014 nr 136 HR square
70
visie
tussen werkdruk en regelmogelijkheden).
structuurverandering en flexibiliteit).
Bij de actieve werknemers is dat 64%, bij
De klassieke tayloristische organisatie
de leidinggevende thuis werkt, lager liggen
mensen met slopend werk is dat slechts
(kwa­d rant III) kent vaak een functionele
dan wanneer de manager aanwezig is.
46%. Voor alle duidelijkheid, het samen­
organi­satie­vorm en biedt de werknemers
Daarenboven weten we ook dat organisaties
stellen van de arbeidsplaatsen (met de
weinig flexibiliteit. Als organisaties gekanteld
het ‘nieuwe werken’ invoeren als kosten­
bij­h orende werkdruk en autonomie) is de
worden naar een meer stroomsgewijze vorm
besparing (bijvoorbeeld om minder kan­
verant­woordelijkheid van de organisatie. Het
van organiseren (kwadrant IV), waarbij de
toor­­ruimte nodig te hebben). Dat is op zich
is dan ook op dat niveau, dat de oplossingen
basisprocessen van de organisatie centraal
natuurlijk niet verkeerd, maar om als organi­
gezocht moeten worden.
staan en de organisatie ingericht wordt
satie positieve resultaten van het ‘nieuwe
Het eerdere geuite optimisme dient vanuit
volgens klant- of productgroepen, hoeft
werken’ te verkrijgen, moet vol­doende
dit perspectief dan ook gemilderd te worden.
dat niet noodzakelijk samen te gaan met
aandacht besteed worden aan de structurele
We moeten met zijn allen nog een lange weg
het aanbieden van veel flexibiliteit aan de
component. Het is in kwadrant II, dat de
afleggen om jobs en ‘capabilities’ beter op
medewerkers.
innovatieve arbeidsorganisatie vorm krijgt.
elkaar af te stemmen. Recente initiatieven
Klassieke stroomsgewijze benaderingen
Hier gaat kwaliteit van de arbeid samen met
zoals het ‘nieuwe werken’ kunnen hieraan
zo­als de sociotechniek stellen dat teams de
organisatieresultaten zoals productiviteit en
een steentje bijdragen.
bouwsteen van dit ‘nieuwe organiseren’ zijn.
snelheid van dienstverlening.
Fromen (2011) dat de arbeidservaring en de
arbeidsresultaten van medewerkers van wie
Men gaat dan uit van teams met een sterke
Vertrekken vanuit een maatwerkbenadering
Het ‘nieuwe werken’
cohesie en identiteit. Het is nog maar de
voor de medewerkers én een strategische
Bijl (2009) definieert het ‘nieuwe werken’ als
vraag hoe dat gerijmd kan worden met teams
reflectie van de organisatie zal ook positieve
“een visie om werken effectiever, efficiënter,
waarbij de helft thuis werkt of met maat­
effecten hebben op de innovatie­capaciteit
maar ook plezieriger te maken voor zowel
werkprogramma’s zoals I-deals.
van organisaties (Prahalad & Krishnan,
de organisatie als de medewerker.” Die visie
Medewerkers in kwadrant IV krijgen sowieso
2008). We hebben allemaal andere noden
wordt gerealiseerd door de medewerker
wel een rijkere jobinhoud en worden er dus
en wensen. Het kan zeker bij­­d ragen aan
centraal te stellen en hem – binnen bepaalde
zelf beter van. Het is dan ook nog maar
de organisatieprestaties indien we hiermee
grenzen – de ruimte en vrijheid te geven in
de vraag of dat eveneens geldt voor de
rekening houden. Maar deze flexibele
het bepalen hoe hij werkt, waar hij werkt,
mensen in kwadrant I. Hier bevinden zich
werkvormen kunnen alleen maar zinvol tot
wanneer hij werkt, waarmee hij werkt en met
de organisaties die ‘meestromen’ op de
stand komen indien de organisatie hiervoor
wie hij werkt (Bijl, 2009).
huidige trend om het ‘nieuwe werken’ in te
structureel aangepast en klaargemaakt is.
Flexibiliteit troef dus. De vraag die zich hierbij
voeren. Al te vaak wordt het ‘nieuwe werken’
meteen opdringt, is in welke mate het ‘nieuwe
gereduceerd tot een vorm van thuiswerk,
Conclusie
werken’, met name flexibiliteit, vlot ingepast
waarbij de controle op de medewerker
Duurzaam werken hangt bijgevolg nauw
kan worden in de concepten van het ‘nieuwe
blijft bestaan, of tot het inrichten van
samen met duurzaam organiseren. Waar
organiseren’ (zie figuur 2: Samenhang tussen
een nieuwe werkplek met aandacht voor
HR traditioneel de voorvechter en bewaker
architecturale hoogstandjes, maar niet
is van duurzaam omgaan met het menselijk
voor de ruimere organisatiecontext en de
kapitaal, dient het tegelijk gericht te zijn op
arbeidsorganisatie.
de ruimere organisatiecontext waarbinnen
Peters en Heusinkveld (2010) tonen empi­
het werk plaatsvindt.
risch aan dat de CEO en de HR-manager
Het is de grote uitdaging voor duurzaam
vatbaar zijn voor de druk die ze ervaren van
HR om mens en organisatie op elkaar af
collega’s, sectorgenoten en service pro­
te stemmen en om iedereen binnen de
viders. Flexibel werken wordt dan ingevoerd
organisatie hiervan te overtuigen. Dat is wel­
om ‘erbij te horen’ en niet uit bezorgdheid
licht op zich al een duurzame uitdaging.
Hoog
I
Meestromend
II
Innovatieve
Arbeids–
organisatie
Flexibiliteit
Laag
III
Klassieke
organisatie
IV
Stroomsgewijs
om duurzaam om te gaan met het menselijk
kapitaal binnen de organisatie.
Integraal
Aspect
Structuurverandering
Is de organisatie er klaar voor?
Flexibiliteit in de vorm van thuiswerk kan
ook negatieve effecten hebben. We weten al
dat het thuiswerk niet voor iedereen is. Het
Figuur 2: Samenhang tussen structuurverandering en
flexibiliteit.
hangt samen met functie, sector, leeftijd en
tal van andere factoren, waar een organisatie
niet altijd vat op krijgt. Zo vinden Golden en
HR square nr 136 januari 2014
De bibliografie vindt u op
www.hrsquare.be