Meer informatie over de sprekers en de inhoud van lezing/workshop

Meer informatie over de sprekers en de inhoud van lezing/workshop:
1. Anniek van Doornik: Het beoordelen van de verstaanbaarheid als onderdeel van de
diagnostiek van spraakontwikkelingsstoornissen.
Anniek van Doornik, Hogeschooldocent spraak-en taalontwikkelingsstoornissen Hogeschool
Utrecht. In de afrondende fase van de master Logopediewetenschap.
Lezing
De behandeling van spraakontwikkelingsstoornissen vormt een aanzienlijk deel van de
caseload van de logopedist. Rond de 7% van alle kinderen heeft een
spraakontwikkelingsstoornis en wordt daarvoor behandeld. Het is onze taak als logopedist
om de juiste diagnose te stellen en op basis daarvan een behandelvoorstel te doen. De
keuze voor de soort behandeling is afhankelijk van de aard van de
spraakontwikkelingsstoornis. In Nederland worden grofweg vier soorten
spraakontwikkelingsstoornissen onderscheiden: fonetische spraakstoornissen, fonologische
spraakstoornissen, verbale ontwikkelingsdyspraxie en dysarthrie. Om de juiste diagnose te
stellen maken we meestal een inventarisatie van de kenmerken van de spraak op
foneemniveau en van de syllabestructuur. Hierbij maken we gebruik van verschillende
onderzoeksmiddelen zoals het afnemen van een plaatjestest of het inventariseren van het
foneemrepertoire en syllabestructuren op basis van de spontane spraak (Priester, Post, &
Goorhuis-Brouwer, 2009). Op basis van onze bevindingen wordt een differentiaaldiagnose
gesteld waarbij de aard van de stoornis wordt gebaseerd op kenmerken van de
oppervlaktestructuur van de spraak. Het vaststellen van de ernst van de
spraakontwikkelingsstoornis is meestal gebaseerd op een persoonlijke inschatting van de
logopedist. Het beoordelen van de verstaanbaarheid is in de meeste gevallen geen vast
onderdeel van onze onderzoeksprocedure.
In deze lezing wil ik graag ingaan op de rol die het beoordelen van de verstaanbaarheid kan
hebben binnen het diagnostisch proces bij kinderen met spraakontwikkelingsstoornissen.
Hierbij wordt de vraag beantwoord of het meten van verstaanbaarheid gebruikt kan worden
om de ernst en/of de aard van de stoornis vast te stellen. Een centrale rol hierbij speelt de
Schaal voor Verstaanbaarheid in de Context-NL (ICS-NL) die ik in het kader van mijn
masterthesis voor de Master Logopediewetenschap heb vertaald vanuit het Engels. Deze
schaal is ontworpen aan de Charles Sturt University, Australië door Sharynne Mc Leod en is
inmiddels in 45 talen vertaald (S. McLeod, Harrison, & McCormack, 2012). Mijn onderzoek
heeft een bijdrage geleverd aan de validering van het instrument en we hebben onderzocht
hoe verschillende diagnostische taken een bijdrage kunnen leveren aan het vaststellen van
de aard en ernst van spraakontwikkelingsstoornissen.
Workshop
In deze workshop maak je kennis met de Schaal voor Verstaanbaarheid in de Context-NL
(ICS-NL). Aan het eind van de workshop weet je hoe je de schaal kunt gebruiken in de
dagelijkse praktijk. We staan stil bij praktische toepassing ervan voor de diagnostiek en we
bespreken welke rol de ICS-NL kan spelen bij het stellen van (SMART)-doelen en de
evaluatie van de behandeling. Dit wordt toegepast op een casus van een meisje van 4 jaar.
Literatuur
McLeod, S., Harrison, L. J., & McCormack, J. (2012). translated by van Doornik-van der
Zee, J.C., Terband H. R. T.(Eds.), Schaal voor verstaanbaarheid in de context: Nederlands [
[Intelligibility in Context Scale: Dutch]]. Bathurst, NSW, Australia: Charles Sturt University.:
Retrieved from http://www.csu.edu.au/research/multilingual-speech/ics.
McLeod, S., Harrison, L. J., & McCormack, J. (2012). The intelligibility in context scale:
Validity and reliability of a subjective rating measure. Journal of Speech, Language and
Hearing Research, 55(2), p648-9p.
Priester, G. H., Post, W. J., & Goorhuis-Brouwer, S. M. (2009). Problems in speech sound
production in young children. an inventory study of the opinions of speech therapists.
International Journal of Pediatric Otorhinolaryngology, 73(8), 1100-1104.
2. Pieter le Rütte en Edith Taal: ‘Ken je wat je kan?’ – In hoeverre zijn we ons bewust
van onze kwaliteiten en hoe zetten we deze in voor ons werk?
Pieter le Rütte, opgeleid als logopedist Hogeschool Utrecht. Werkzaam geweest in
verpleeghuis, primair onderwijs, eigen praktijk (1988-1999). Vanaf 2000
kwaliteitsmedewerker NVLF en o.a. kwaliteitskringbegeleiders opgeleid en begeleid. Vanaf
2007 beleidsmedewerker kwaliteitszorg bij Verenso, specialisten ouderengeneeskunde.
Richtlijnontwikkeling en -implementatie, organisatie congressen, visitatie. Speciale interesse
in begeleiding groepsprocessen, gesprekken, intervisie.
Edith Taal, opgeleid als logopedist Hogeschool Utrecht. Nu docent Spreken op de
Acteursopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en logopedist bij de
Aurisgroep. Daarnaast is zij als eigenaar van “Wat je zegt!” werkzaam als
coach/adviseur/trainer Mondelinge Communicatie. Opdrachten zijn
uiteenlopend: speechcoach Joop van den Ende Theaterproducties, coaching Leidinggeven
bij technische bedrijven, privélessen voor acteurs, speeches redigeren en voorbereiden met
directieleden etc.
Lezing
Hoe wordt je carrière beïnvloed door je aangeboren, aangeleerde, ontwikkelende
kwaliteiten? Ieder heeft kwaliteiten, eigenschappen, competenties. Een deel heb je ‘van
jezelf’ (kernkwaliteiten), een deel heb je aangeleerd tijdens je opleiding/studie, een deel
ontwikkel je (verder) in de loop van je leven. Deze en andere factoren bepalen wie je bent en
wordt, privé en in werk.
De grootste kwaliteiten worden soms bewust, soms onbewust, soms ook niet ingezet. Er zijn
kwaliteiten die zich met de jaren, soms per levensfase, ontwikkelen. Sommige mensen
gebruiken grote kwaliteiten niet of nauwelijks in hun werk. Het is interessant om te verkennen
over welke kwaliteiten de aanwezigen tijdens de alumnidag (moeten) beschikken, welke zij
aan het ontwikkelen zijn en welke zij inzetten of (nog) niet.
Workshop
In de workshop gaan we praktisch aan de slag met het bewust worden van bestaande,
ontwikkelende en gewenste kwaliteiten, met hoe we die inzetten als individu, maar ook als lid
van een team.
Literatuur
Margreeth Kloppenburg, Jaco van der Schoor en Rob Groen, Leve het verschil , Sdu
uitgevers, Den Haag 2009.
Daniel Ofman, Bezieling en Kwaliteit in Organisaties, Kosmos uitgevers, Utrecht 2007.
Mathieu Weggeman, Leidinggeven aan professionals? Niet doen!, Scriptum, Schiedam
2007
Pieter Winsemius, Je gaat het pas zien als je het doorhebt (over Cruijff en leiderschap),
Balans, 2004
3. Frieda Debets en William van Aalst: Dementie en taal
Frieda Debets werkt als logopedist bij de afdeling Revalidatie, sectie Logopedie, van het
Radboudumc en is medeoprichter van de landelijke werkgroep logopedie en dementie.
Daarnaast is Frieda gastdocent geriatrie bij de verpleegkundige vervolgopleiding (VVO) en
geeft sinds 2012 de post HBO cursus Communicatie met ouderen met cognitieve
beperkingen.
William van Aalst werkt als Physician Assistant Klinische Geriatrie bij het Radboudumc. Is
verantwoordelijk voor de geheugen en behandelpolikliniek. Is betrokken bij wetenschappelijk
onderzoekbij dementie en dan met name medicamenteuze onderzoeken.
Lezing
Een algemene inleiding over het ziektebeeld dementie en de verschillende
verschijningsvormen in soort en in leeftijd. Vervolgens een koppeling naar het vakgebied van
de logopedische praktijk. Wat kunnen wij voor patiënt en partner betekenen?
Workshop
Casuïstiek vanuit de gezamenlijke praktijk (het radboudumc) van William van Aalst en Frieda
Debets.
Literatuur
 Communicatieproblemen bij dementie (Logopedie maart 2014).
Een inventarisatie van voorlichtings- en behandelmaterialen voor patiënten met
beginnende dementie en communicatieproblemen (PDF)
 Taalstoornissen bij dementie
Dr. Dr. R.S. Prins, Drs. drs. N.D. Prins, Dr. Dr. E.G. Visch-Brink
Handboek Stem– Spraak– Taalpathologie (maart 2002)
 Handig bij dementie
Ruud Dirkse, Lenie vermeer
Uitgeverij: Kosmos
Prijs: € 22,50 ISBN-nummer: 978 90 215 55034
 Care to communicate
Helping the older person with dementia. Jennie Powel (logopedist)
ISBN 1.874790.48.5
 De magische wereld van Alzheimer
25 tips Voor Meer Begrip En Tevredenheid Huub Buijssen 2011
Prijs: € 15,99 ISBN: 9789000305049
4. Eveline Leeuwenburg: Leren eten en drinken niet altijd vanzelfsprekend
Eveline Leeuwenburg – Grijseels, preverbaal logopedist. Groepspraktijk voor logopedie en
Rijnland Ziekenhuis Leiderdorp. Zij werkt met baby’s en jonge kinderen met eet – en
drinkproblemen, zowel in de thuissituatie als in het ziekenhuis. Daarnaast geeft zij samen
met Clairette van der Weerd verschillende cursussen over eet – en drinkproblemen. Over dit
onderwerp hebben zij door hun jarenlange ervaringen het boek “ Hoera, ik eet!” kunnen
schrijven.
Lezing
Logopedische interventies op basis van de principes van functioneel leren, aan de hand van
casuistiek rond problemen bij drinken, eten van de lepel en kauwen.
In deze presentatie wordt ingegaan op de logopedische mogelijkheden van de behandeling
van eet- en drinkproblemen bij jonge kinderen.
Dertig jaar geleden werden eet- en drinkproblemen steeds meer onderkend. Vanuit het
revalidatieteam van kinderen met een tonusregulatiestoornis kreeg de logopedist de taak het
eten en drinken te begeleiden. Helen Mueller kwam als een van de eersten met een
bruikbaar concept voor deze groep kinderen. De technieken waren duidelijk en overzichtelijk,
handvatten waar je als logopedist iets mee kon.
Al snel bleek dat er ook andere kinderen waren met voedingsproblemen. Voor de
behandeling van deze kinderen moest een vertaalslag gemaakt worden. Helaas wordt dat
niet altijd goed gedaan. Zo wordt bijvoorbeeld de lepeldruk te pas en te onpas toegepast. Bij
sommige kinderen zelfs met averechts effect. Ook worden kinderen tegenwoordig in een
‘therapeutisch’ verantwoorde houding gezet, zonder dat dit een positieve uitwerking op de
eetsituatie heeft.
Het feit dat sommige materialen beter zouden zijn voor de ontwikkeling van de
mondmotoriek wordt maar al te vaak gesuggereerd. Het positieve effect is echter nooit
wetenschappelijk bewezen. Ook ligt de oplossing van een probleem bij het eten en drinken
meestal niet in het gebruik van een andere beker of lepel.
De belangrijkste boodschap is dat het opendoen van de trukendoos onvoldoende is.
Het “ oefenen” moet functioneel zijn: op dàt moment en met dàt eten voor dàt specifieke
kind. De adviezen zijn dan ook alleen zinvol als zij aansluiten op de mogelijkheden van de
thuissituatie of omgeving.
Door de ervaringen met de Honger Provocatie op Maat in het Rijnland Ziekenhuis,
Leiderdorp, hebben we geleerd hoe belangrijk de motivatie is om te leren eten is. Deze inner
drive wordt uitgelokt door honger. Zoals dr. Wauters, kinderarts, jaren geleden al zei:
“Honger is de beste saus!”
In deze lezing zal ik met behulp van videofragmenten uit de praktijk aandacht besteed
worden aan deze huidige kijk op interventies bij eet- en drinkproblemen.
Workshop
Tijdens de workshop zullen Eveline en Clairette aan de hand van casuïstiek en het
stappenplan de deelnemers begeleiden om de logopedische interventies in kaart te brengen.
De deelnemers worden in de gelegenheid gesteld de bedachte interventies ook zelf te
ervaren.
Tevens bestaat de mogelijkheid om op de studiedag het boek “ Hoera, ik eet!” aan te
schaffen.