Verslag van de Tiende Jan Brouwer Conferentie WAT IS

K ON I N K L I J K E
H O L LA N D S C H E MA A T S C H A P P I J
DE R W E T E N SC H A P PE N
CARE
WAT IS TECHNISCH MOGELIJK
EN WAT IS MENSELIJK WENSELIJK?
Verslag van de
Tiende Jan Brouwer Conferentie
Summary in English
24 januari 2014 te Haarlem
Ir. L.E.J. Brouwer
(1910 - 1983)
J
an Brouwer kwam
uit een geslacht van
geleerden - zijn vader
was geoloog met internationale bekendheid, zijn oom,
naar wie hij was genoemd, een wereldberoemde
wiskundige. Hijzelf had een uitermate goed verstand
en een fenomenaal geheugen.
Op 21-jarige leeftijd studeerde hij in Delft af als
mijnbouwkundig ingenieur.
Na zijn studie trad Brouwer in dienst bij de Bataafse
Petroleum Maatschappij, waar hij als geoloog,
organisator en manager o.m. werkzaam was in
het Verre Oosten. Tijdens de oorlog was hij als
liaison-officier van de troepen van generaal McArthur
betrokken bij de herovering van Hollandia en andere
delen van Nederlandsch-Indië. Vanaf 1946 vervulde hij steeds verantwoordelijker functies bij de
B.P.M. Hij beëindigde zijn actieve loopbaan als
president-directeur van de Koninklijke Nederlandsche
Petroleum Maatschappij in 1971. Daarna bleef hij
nog tien jaren als commissaris aan de ‘Koninklijke’
verbonden.
In het begin van de 80er jaren heeft Ir. Brouwer
een deel van zijn vermogen bestemd voor
een fonds ten behoeve van interdisciplinair
wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Dit
fonds is begin 2003 door de familie Brouwer
aan de zorg van de Koninklijke Hollandsche
Maatschappij der Wetenschappen toevertrouwd,
waarbij de statutaire doelstelling als volgt is
geformuleerd: het stimuleren van multidisciplinair,
maatschappij georiënteerd onderzoek dat inzicht
geeft in concrete maatschappelijke problemen
en in potentie moet bijdragen aan de oplossing
daarvan.
CARE
WAT IS TECHNISCH MOGELIJK
EN WAT IS MENSELIJK WENSELIJK?
KONINKLIJKE
HOLLANDSCHE MAATSCHAPPIJ
DER WETENSCHAPPEN
CARE
WAT IS TECHNISCH MOGELIJK
EN WAT IS MENSELIJK WENSELIJK?
Verslag van de Tiende Jan Brouwer Conferentie
24 januari 2014 te Haarlem
Summary in English
Uitgave Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen
(Mogelijk gemaakt door het Jan Brouwer Fonds)
Colofon
Deze uitgave Care is een weergave van de Tiende Jan Brouwer Conferentie, gehouden
op 24 januari 2014 in het Hodshon Huis te Haarlem. De conferentie stond onder
voorzitterschap van Prof. dr. P. Schnabel en is georganiseerd door de Koninklijke
Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en het Jan Brouwer Fonds. Het
was de tiende conferentie in een reeks over de implicaties van demografische
veranderingen en generatiebeleid.
Uitgave: Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (deze uitgave is
mogelijk gemaakt door het Jan Brouwer Fonds)
Redactie: Ger Tielen, Boudi Dortland en Saskia van Manen
Drukkerij: StyleMathôt, Haarlem
ISBN: 9789078396147
Mei 2014
Exemplaren van deze uitgave kunnen (zolang de voorraad strekt) worden besteld bij de
Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Ze kunnen tevens in PDFformaat worden gedownload van de website www.khmw.nl.
Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen
Postbus 9698
2003 LR Haarlem
[email protected]
www.khmw.nl
Inhoud
Pag.
Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner - Voorwoord
7
Mevrouw Drs. M.L.L.E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner, voorzitter Jan
Brouwer Fonds en onder-voorzitter Koninklijke Hollandsche Maatschappij der
Wetenschappen, oud-staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Pearl Dykstra - Ten geleide
Mevrouw Prof. dr. P.A. Dykstra, hoogleraar empirische sociologie Erasmus
Universiteit Rotterdam, lid Wetenschappelijke Raad van het Jan Brouwer Fonds
9
Sophia de Rooij - Effectieve ouderenzorg
Prof. dr. S.E.J.A. de Rooij, internist-geriater, hoogleraar geriatrieouderengeneeskunde AMC/UvA
13
Ad van Berlo - Domotica en slim wonen: wat is menselijk wenselijk?
Dr. ir. A. van Berlo MA, manager R&D Smart Homes, Nationaal Kenniscentrum
Domotica & Slim Wonen
31
Nick Guldemond - Over de rol van technologische ontwikkelingen
en zorgbeleid ten behoeve van integrale zorg
Dr. N.A. Guldemond, PhD DSc (med), Chief Innovation Officer & Business
Development UMC Utrecht
47
Martin van Rijn - Van systemen naar mensen
Drs. M.J. van Rijn, staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport
63
Jeroen van Baar - Reflectie
J.R. van Baar BSc, deelnemer Nationale DenkTank 2013
69
Summary in English
73
Deelnemerslijst
83
5
Voorwoord Care: wat is technisch mogelijk en wat is menselijk wenselijk?
Ook dit jaar mochten we een aandachtige en omvangrijke groep toehoorders ontvangen voor de Jan Brouwer Conferentie. Ons thema dit jaar poogde een grote afstand
tussen maatschappij en wetenschap te overbruggen, die tussen kwetsbaarheid en technologische innovatie.
In onze ouder wordende samenleving verschuiven de verhoudingen tussen de beschikbaarheid van techniek en de mogelijkheid om deze te gebruiken. Nieuwe gadgets,
apparaten, gebruiksmogelijkheden volgen elkaar in een industrieel ritme op. Daardoor
openen steeds nieuwe werelden hun deuren en gaan mensen anders met elkaar om.
De wereld wordt anders. Voor diegenen die niet meedoen in deze beweging wordt de
afstand tot de anderen steeds groter. Als je niet bent opgegroeid in de digitale wereld
dan is het moeilijk om deze aan te wenden binnen je normale leven. En het is al helemaal moeilijk om voor jouw vragen antwoorden te vinden binnen dat verre, vreemde
technische domein. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de mogelijkheden om via
technische middelen de zorg voor kwetsbare ouderen, de care, te verbeteren een minder
hoge vlucht nemen dan de techniek in de cure, die jonge mensen van hun klachten af
kan helpen.
Dat is de aanleiding geweest om dit jaar de Jan Brouwer Conferentie te wijden aan dit
aandachtsgebied en om wetenschap en praktijk met elkaar te verbinden. Wat is technisch mogelijk en wat is menselijk wenselijk?
In de besloten kring van het Hodshon Huis gaven de sprekers openhartig hun visie en
schetsten de stand van zaken en daarop wisselden toehoorders en sprekers van gedachten. Voor degenen die aanwezig waren en een bijdrage leverden dank voor uw komst.
Zoals elk jaar kunt u het resultaat zelf in dit boekje teruglezen. Niet helemaal (door een
uitzonderlijke technische storing in de opname) maar waarschijnlijk genoeg om een
beeld te krijgen van de verschillende dimensies en invalshoeken. Hopelijk genoeg om
geïnspireerd te raken en dit thema ergens in uw achterhoofd mee te nemen.
Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner
voorzitter Jan Brouwer Fonds
7
8
Pearl Dykstra
lid Wetenschappelijke Raad van het Jan Brouwer Fonds
Ten Geleide
Een zorgloze oude dag? Technische innovaties en maatschappelijke kansen en
belemmeringen in de ouderenzorg
De ouderenzorg heeft te kampen met wat wel de Wet van Baumol wordt genoemd.
Die wet heeft betrekking op de dienstensector en vooral het publieke en semipublieke
deel ervan, waartoe de ouderenzorg behoort. De arbeidsproductiviteitsstijging in
deze sector loopt structureel achter op die in de agrarische en de industriële sector
omdat de dienstensector zich veel minder dan de andere sectoren zou lenen voor
mechanisering en automatisering. Onder andere daardoor neemt de relatieve kostprijs
in de dienstensector toe.
Door deze stijgende kostprijs en door stijgende zorgbehoeften als gevolg van de
veroudering van de bevolking, voelt het zittende kabinet zich gedwongen verregaande
maatregelen te treffen. Een van die maatregelen is een verschuiving van intramurale
ouderenzorg (verzorgings- en verpleeghuizen) naar extramurale zorg (thuiszorg). Een
andere maatregel houdt een verschuiving in van professionele zorg naar mantelzorg.
Deze ontwikkelingen hebben bij veel ouderen van vandaag en (over)morgen het
angstige vermoeden doen postvatten dat voor hen niet zozeer een zorgzame als veeleer
een zorgloze oude dag in het verschiet ligt.
Maar misschien is deze angst wat voorbarig. Beleidsmakers in de ouderenzorg
anticiperen niet alleen op het genoemde kabinetsbeleid, maar ook op toekomstige
tekorten op de arbeidsmarkt en veranderende wensen van cliënten. Ze ontwikkelen
en implementeren nieuwe vormen van zorg. Sleutelwoorden zijn zorg in de buurt
en zelfregie. Deze beleidsmakers lijken er ook niet van overtuigd te zijn dat de Wet van
Baumol voor eens en altijd geldt. Daartoe verwijzen ze naar allerlei ontwikkelingen
in de zorgtechnologie op terreinen van domotica, informatica, robotica, telematica
en zo meer. Deze technische innovaties zouden minder arbeidsintensieve zorg via
onder andere zorg op afstand en digitale zelfmanagementsystemen mogelijk maken.
Technische innovaties staan daarom hoog op de agenda van beleidsmakers in de
ouderenzorg. Ook mantelzorgers kijken hoopvol naar technische vernieuwingen
omdat ze hun taken kunnen verlichten. Tot slot bieden deze innovaties aan ouderen
de mogelijkheid om hun autonomie langer in stand te houden. Maar dat betekent
nog niet dat de genoemde technische vernieuwingen eenvoudig zijn in te voeren.
Daarvoor liggen er te veel maatschappelijke belemmeringen op de loer. Ze vergen
bijvoorbeeld grote investeringen die in een tijd van verregaande bezuinigingen
niet eenvoudig zijn op te brengen. Ze botsen ook met de professionele ideologie
van veel beroepsbeoefenaars in de ouderenzorg en de vaardigheid en bereidheid van
9
veel cliënten om zich deze technologieën eigen te maken.
Op basis van bovenstaande overwegingen zijn de eerste twee doelstellingen van de
tiende Jan Brouwer Conferentie geformuleerd: (1) inzicht verkrijgen in het beoogde
beleid en (2) inzicht verkrijgen in de mogelijkheden van technologische toepassingen
ter ondersteuning van zorg aan chronisch zieken, gehandicapten en kwetsbare ouderen.
Bewust is ervoor gekozen om de aandacht vooral te richten op de mogelijkheden
voor ondersteuning van zelfzorg, mantelzorg en thuiszorg. Om te beginnen zijn er
huisalarmeringssystemen die de gebruiker de verzekering geven dat als er iets gebeurt
een verzorger wordt opgeroepen. Een ander soort systemen ondersteunt de gebruiker
bij fysieke en/of cognitieve beperkingen. Zo zijn er signaleringssystemen die gebruikers
eraan herinneren dat ze vergeten zijn het gas uit te draaien, of dat er medicijnen
moeten worden ingenomen. Tot slot zijn er digitale systemen die een belangrijke rol
kunnen spelen in het bewaken van de gezondheid en resultaten kunnen doorspelen aan
professionals en familieleden.
De derde doelstelling van de conferentie was om stil te staan bij kansen en belemmeringen
wat betreft de verspreiding van innovaties in de zorgverlening aan mensen die thuis
wonen. De Raad voor de Volksgezondheid heeft eind 2010 een advies aan de regering
uitgebracht “Ruimte voor arbeidsbesparende innovatie in de zorg. Door slimmer werken
meer kwaliteit met minder mensen”. Dit advies vat de problemen simpel samen: veel
innovatie, weinig implementatie. Sommige belemmeringen zijn financieel van aard.
In de financiële vergoeding van extramurale zorg via de AWBZ, bijvoorbeeld, wordt
uitsluitend arbeid vergoed, waardoor arbeidsbesparing omzet kost. Een ander voorbeeld
is dat de kosten voor de ICT-infrastructuur die noodzakelijk is voor veel zorginnovaties
grotendeels uit bestaande tarieven moeten worden betaald en geëxploiteerd. Tijdens de
conferentie is door een groep van eminente sprekers uitgebreid ingegaan op de vraag
welke mogelijkheden er zijn om de hiervoor beschreven belemmeringen uit de weg te
ruimen en kansen te grijpen, met andere woorden: hoe technische innovaties succesvol
aan de man/vrouw te brengen.
Daarnaast is er weerstand onder zorgverleners - zowel professionele krachten als
mantelzorgers. Er zijn bij hen twijfels over de geschiktheid van technologische
vernieuwingen voor oudere hulpbehoevenden. Zorg op afstand conflicteert met
opvattingen over het belang van face-to-face contact. Zorg leveren via een videonetwerk,
een werkwijze waarmee velen niet vertrouwd zijn, past niet binnen gangbare ideeën
over wat “goede zorg” inhoudt. Uiteraard zijn er ook drempels bij de cliënten zelf.
Onbekendheid met technologische zorginnovaties kan een belemmering vormen.
In huis aangebrachte digitale detectiesystemen kunnen worden gezien als in inbreuk
op privacy. Het gebruik van bepaalde hulpmiddelen kan vaardigheden vereisen die
cliënten niet (langer) hebben. Ook kan de gebruikersvriendelijkheid gebrekkig zijn.
Vandaar dat tijdens het congres stil is gestaan bij zowel de ethische dimensie als het
cliëntenperspectief bij technologische zorginnovaties.
10
Het lijkt erop dat zorg en technologie nog twee verschillende werelden zijn die
grotendeels onafhankelijk van elkaar opereren. Wederzijdse informatieverstrekking
en betrokkenheid creëren bij alle spelers zijn strategieën om de werelden bij elkaar
te brengen. Vanuit de aanbieders van technologie is meer kennis over zorgprocessen
nodig en vanuit de partijen betrokken bij de zorg is een grotere bereidheid nodig
om gebruik te maken van de mogelijkheden van technologie. Niet verrassend is dat
sprekers en deelnemers van gedachten hebben gewisseld over de mogelijkheden van
zorgtechnologie voor zogenaamde “zelfregie in de zorg”.
Het Jan Brouwer Fonds is de sprekers bijzonder erkentelijk voor hun waardevolle
bijdragen. Met hun deskundigheid en professionele betrokkenheid bij de ouderenzorg
hebben ze de conferentiedeelnemers niet alleen duidelijk gemaakt wat technisch
mogelijk is in de ouderenzorg maar ook wat menselijk wenselijk is.
11
12
Sophia de Rooij
internist-geriater, hoogleraar geriatrie-ouderengeneeskunde AMC/UvA
Effectieve ouderenzorg
Achtergrond
De afgelopen jaren is er in rap tempo een kentering gekomen in
het denken over welzijn en zorg voor ouderen, weliswaar voornamelijk ingegeven van overheidswege door kostenbeheersing,
maar ook door veranderingen in het denken over ouder worden
door de ouderen zelf. Tegelijk met meer aandacht voor welbevinden, individuele zelfredzaamheid, gezondere leefgewoonten,
levensloop bestendig wonen en een andere rol voor informele
netwerken, zijn ook nieuwe vormen van samenleven ontstaan:
stadsdorpen, virtuele leefgemeenschappen en Huizen voor de
Buurt, gerund door vrijwilligers en ouderen zelf. Het zelf vormgeven van de oude dag met accenten op succesvol verouderen en gezonder ouder worden
heeft in toenemende mate weinig meer gemeen met het oude “aanbodsgerichte” denken vanuit de professionele welzijn- en
gezondheidszorg. Ook de klant vraagt
Nieuwe vormen van samenleven ontstaan:
om zorg op maat, om effectieve ouderenstadsdorpen, virtuele leefgemeenschappen
zorg die rekening houdt met individuele
doelen.
en huizen voor de buurt, die worden gerund
Via de toegang tot e-health en m-health
door vrijwilligers en ouderen zelf
zal het beroep dat op de zorg, huisarts,
wijkverpleegkundige, medisch specialist
en ziekenhuis, wordt gedaan ook een ander karakter krijgen. Niet alleen de vorm van
het contact met professionele hulpverleners is hierdoor aan het veranderen (telemedicine, screen-to-screen) maar ook de inhoud en resultaten (patient relevant outcomes,
over-en onderbehandeling, kosten per gewonnen levensjaar) van de diagnostische en
therapeutische adviezen is onderwerp van maatschappelijk debat.
Nu
De oudere van nu is toenemend actief op
internet en heeft een sociaal netwerk dat
Ouderen geven zelf vorm aan de oude
steeds vaker ook via de sociale media contact
dag en condities voor succesvol en gezond
onderhoudt met elkaar. Deze ontwikkeling
betreft ruim 60% van de hedendaagse ououder worden, haaks op het oude
deren. Informatie over gezondheid en wel“aanbodsgerichte” denken vanuit de zorg
zijn bereikt deze groep ouderen via veel
meer wegen dan alleen via professionals.
Veel van deze ouderen zijn slechts incidenteel in beeld bij de professionele zorg. Door
de beschikbare informatie op internet ontstaan bij deze “self-supporting” ouderen wel
13
nieuwe vraagstukken zoals de betrouwbaarheid van de aangeboden informatie.
Bij ouderen met nieuwe en bestaande zorgvragen groeit de behoefte aan zelfregie en
goede ondersteuning hierbij. Het accent van deze ondersteuningsbehoefte komt hierbij
steeds meer te liggen op preventie van fysieke en cognitieve beperkingen voortkomend
uit de zich openbarende chronische ziekten, dan op steun bij benodigde aanpassing ten
gevolge van bestaande beperkingen. “Preventie en voorzorg” is beter dan “acceptatie en
aanpassen” lijkt het adagium van het nieuwe ouder te gaan worden.
Overmorgen
Als we de oudere met zijn hulpvraag daadwerkelijk centraal stellen, en zijn behoefte aan
zelfregie serieus nemen, kunnen we in ieder geval constateren dat er op korte termijn
behoefte is aan nieuwe zorgconcepten. Als
het gaat om innovaties in de zorg, dan betreft
Preventie en voorzorg (het nieuwe
dat niet alleen de ontwikkeling en inzet van
adagium) gaan gepaard met de behoefte
moderne medische technologie, aangeboden
aan nieuwe zorgconcepten
in tweedelijns en derdelijns centra.
Als we uitgaan van de wijk binnen een gemeente of stad als de nieuwe omgeving en eenheid waarbinnen zelfzorg & preventie, welzijn, zorg en aanvullende diensten geboden
gaan worden, zijn naast het katalyseren van de bewustwording bij cliënt en professional
voor deze ontwikkelingen ook innovatieve zorgconcepten nodig om kwaliteitszorg toegankelijk en betaalbaar te houden en dichtbij de cliënt gesitueerd. Het gewenste resultaat van zorg en welzijn is hierbij leidend, en niet het aantal verrichtingen.
Tijdens de lezing is ingegaan op een 4-tal cliënten/patiënten en wat deze inzichten nu
voor hen zouden betekenen en wat zij nodig zouden kunnen hebben aan zorgconcepten
voor effectieve ouderenzorg.
Innovatieve zorgconcepten in onderlinge samenhang t.b.v. van effectieve
ouderenzorg zoals de stichting effectieve ouderenzorg deze nastreeft
14
1. De Vitaliteitswijzer
Achtergrond
Er is een duidelijke trend waarneembaar waarbij mensen zelf actief bezig zijn met hun
gezondheid. Er zijn talloze apps en apparaten die hierop inspelen door middel van preventie, voorzorg, interventie en (continue and on demand) monitoring. Onderzoeksbureau Technavio voorspelt dat er in 2014 wereldwijd ongeveer zo’n USD 4,1 miljard
zal omgaan in de markt van mobiele gezondheidsapplicaties. In 2010 was dat nog maar
USD 1,7 miljard. Dit illustreert hoe groot de verwachte groei van deze markt is. Daarnaast zijn de bestaande zorgsystemen niet meer van deze tijd, niet alleen in financieel
opzicht. De Europese commissie geeft met de Digitale Agenda een duidelijke richtlijn
om vergrijzing en beschikbaarheid van zorg anders te adresseren. Zij onderkent hierbij
ook de rol van hefboom voor sociale innovatie die is weggelegd voor ICT-oplossingen.
De uitdaging is om het huidige en te ontwikkelen aanbod aan te laten sluiten op de
vraag die soms nog geformuleerd moet worden door de oudere van nu.
Ook veel zorgprofessionals zijn bekend met deze ontwikkelingen en geïnteresseerd in
nieuwe mogelijkheden. In de medische wereld worden technologische hulpmiddelen in
toenemende mate toegepast, uit een survey onder artsen bleek dat 90% regelmatig apps
gebruikt en bijna 10 % apps gebruikt voor patiënten. Uit een onderzoek naar de toepassing van mobile health in de gezondheidszorg kwam naar voren dat 1/3 van de zorgprofessionals denkt dat apps en andere vormen van zorgtechnologie zoals sensormonitoring
kunnen voorkómen dat iemand ziek wordt of meer beperkingen ontwikkelt. Bijna de
helft van de zorgprofessionals is bovendien van mening dat (mobiele) technologie de
grootste mogelijkheden biedt voor kostenbesparing in de zorg.
15
Ouderenacademie
De Ouderenacademie is een kennisplatform in ontwikkeling en richt zich op het ontsluiten van informatie over gezondheidzorg ten behoeve van de health literacy van
ouderen. Het platform bevat onder meer de Vitaliteitswijzer 1.0 (zie ook www.ouderenacademie.nl) en bevat naast een zelftest ter identificatie van problemen die veel bij
ouderen voorkomen, ook betrouwbare informatie over zelfzorg om deze problemen eerst
zelf aan te pakken. De Ouderenacademie is ingericht met behulp van financiering door
het Nationaal Programma Ouderenzorg.
De Vitaliteitswijzer 1.0 is nu een zelftest voor ouderen (65-plussers). Door het invullen
van een reeks eenvoudige vragen kunnen ouderen zelfstandig veelvoorkomende (geriatrische) problemen op systematische wijze opsporen. Met de uitslag van de zelftest kunnen ze vervolgens zelf een actieplan opstellen. De aanbevelingen zijn makkelijk uit te
voeren en hebben een positief effect op bestaande klachten en een preventieve werking.
Daarnaast kunnen ouderen zien hoe fit zij zijn in vergelijking met leeftijdsgenoten. Ook
geeft de uitslag van de test advies over de betrouwbaarheid van websites die informatie
verschaffen over bepaalde onderwerpen.
De Vitaliteitswijzer versie 1.0 is als onderdeel van de toolkit effectieve ouderenzorg ontwikkeld door een team van ruim 50 ouderen, geriaters, huisartsen, wijkverpleegkundigen, onderzoekers, geriatrieverpleegkundigen, ergotherapeuten en fysiotherapeuten.
De onderwerpen zijn zoveel mogelijk uitgewerkt volgens bestaande nationale richtlijnen. Ter controle is de content van de Vitaliteitswijzer tevens door een externe leesgroep (vakgroep communicatie wetenschappen UvA, TNO, klinische informatiekunde
(AMC), geriatrie-ouderengeneeskunde (AMC) en ouderen zelf) beoordeeld op wetenschappelijke onderbouwing, praktische relevantie en “geschiktheid voor ouderen”.
De Vitaliteitswijzer is niet alleen beschikbaar op de website van de Ouderenacademie
maar zal ook binnenkort als versie 2.0 worden aangeboden in de vorm van een zogenaamde webapplicatie. Dit is een software programma, vaak afgekort als app, dat speciaal is ontwikkeld om op mobiele apparatuur te gebruiken. Het principe van de test is in
beide vormen grotendeels gelijk, maar de app heeft additionele waarde doordat ouderen
hun eigen voortgang kunnen bijhouden en zichzelf qua score kunnen vergelijken met
leeftijdsgenoten. Zowel bij het webontwerp (inhoud, vormgeving en structuur) als het
ontwerp van de applicatie wordt bewust rekening gehouden met de doelgroep.
Te ontwikkelen product:
De Vitaliteitswijzer 3.0 (werktitel Zelfzorgplein) zal verder reiken dan de huidige zelftesten en zal als een zelfzorgplein worden ingericht dat middels meerdere onderdelen de
oudere in staat stelt zelf de regie over zijn preventie, voorzorg, welzijn en gezondheid te
voeren, inclusief organisatie van medicatie en leefregels.
De Vitaliteitswijzer 3.0 wordt niet alleen ontwikkeld voor vitale ouderen, maar het beoogde digitale en interactieve zelfzorgplein kan ook worden ingericht voor ouderen met
16
multimorbiditeit en dementie of voor ouderen met multimorbiditeit en een oncologische ziekte.
De behoefte aan de Vitaliteitswijzer 3.0 wordt geïllustreerd door de volgende feiten:
§§ In de huidige samenleving wordt eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid
steeds belangrijker, bij ouderen komt meer nadruk te liggen op zelforganisatie en
zelfredzaamheid. Dit is het vermogen van een persoon om welbevinden te ervaren
ondanks leeftijd gerelateerd verlies van cognitieve en fysieke functies, met als doel
een zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven te bereiken.
§§ Een goede ondersteuning is belangrijk omdat optimaal zelfmanagement de gevolgen
van ziekte en beperkingen kan verminderen. Bovendien heeft zelfzorgmanagement
een potentiele preventieve functie: het kan zorggebruik uitstellen of zelfs voorkomen.
§§ Het is gebleken dat het aan passende ondersteuning en adequate en tijdige hulp bij
coördinatie echter vaak ontbreekt. Informatie die wordt aangeboden is vaak onvoldoende betrouwbaar, onvolledig of nauwelijks afgestemd op de specifieke informatiebehoeften van ouderen. Dit zorgt voor een tekort aan middelen die ouderen ondersteunen in hun zelfmanagement zodat zij
niet op een doeltreffende manier eigen regie
Wat helpt is dat ouderen de
kunnen voeren over ziekte en bestaan.
snelst
groeiende groep internet- en
§§ Ouderen zijn niet alleen de snelst groeiende
smartphone-gebruikers vormen in
leeftijdsgroep maar ook de snelst groeiende
groep internet- en smartphonegebruikers in
Nederland
Nederland.
§§ 85% van de ouderen die gebruikt maakt van
het internet, zoekt naar informatie betreffende zijn/haar gezondheid. Uit onderzoek
is gebleken dat na het bestuderen van online gezondheidsinformatie ongeveer de
helft van de mensen hun levensstijl aanpaste.
Door een beproefde combinatie van een wetenschappelijke en een praktische aanpak
kunnen wij een betrouwbare omgeving garanderen die volledig aansluit bij wat ouderen
wensen en nodig hebben om zelf hun gezondheid op verantwoordelijke wijze te organiseren.
Ondernemingsplan:
Dit project werd aanvankelijk opgestart als onderdeel van het Nationaal Programma
Ouderenzorg en in 2012 gepresenteerd als product dat tot stand kwam met een intensieve samenwerking met ouderen zelf. Meerdere websites voor en door ouderen hebben
een link naar de Vitaliteitswijzer geplaatst.
Voor het ondernemingsplan van versie 3.0 won ons team in 2013 de Ordina Challenge
Award. Inmiddels is een start gemaakt met de ontwikkeling van versie 3.0 en sloten zich
enkele nieuwe partners aan zodat we met hun kennis en middelen in april 2014 een
MVP op kunnen leveren. Onderdelen van dit plan zijn ook ingediend bij het onderdeel
17
Memorabel van Deltaplan Dementie dat door VWS, ZonMw, Alzheimer Nederland en
vele andere partners in 2013 werd opgestart.
2. Functiebehoud In Transitie: FIT zorgmodel
Momenteel wordt er door veel professionals aandacht besteed aan proactieve ouderenzorg bij thuiswonende ouderen. Niet altijd gebeurt dit op systematische wijze en is de
beoogde werkwijze wetenschappelijk onderzocht op (kosten-)effectiviteit.
Functiebehoud in Transitie is het eerstelijns transitie-experiment waarbij een praktijkverpleegkundige of wijkverpleegkundige samen met de huisarts oudere patiënten met
een verhoogd risico op functieverlies begeleidt door middel van maximaal 6 huisbezoeken. Voor dit experiment is een gevalideerd screeningsinstrument beschikbaar (Identification of Seniors At Risk, ISAR-PC), een systematisch onderzoek naar 25 bij ouderen
veel voorkomende problemen en een protocol voor multidisciplinare begeleiding. Het
geriatrisch assessment en de protocollen voor de verpleegkundigen en de huisarts zijn
ook verwerkt in een digitale ouderenzorgmodule.
In februari 2014 worden de resultaten verwacht van de 2-jarige gerandomiseerde studie
onder bijna 12.000 thuiswonende ouderen van 70 jaar en ouder in de regio NoordKennemerland. Van hen ontvingen er 6.000 gewone zorg en uit de 6.000 anderen werd
uiteindelijk 18% geselecteerd die baat zou kunnen hebben bij proactieve wijkverpleegkundige begeleiding bij somatische psychische en sociale problemen. Als uitkomst is
het fysiek functioneren, de sleutel tot sociaal participeren, na 2 jaar gekozen. Ouderen
mochten zelf prioriteren waar ze samen met de verpleegkundige aan wilden werken. In
de huisbezoeken werden ze coachend begeleid. Dit coachend begeleiden vormde evenals de sociale omgeving van de oudere effectief in kaart brengen een sleutelelement van
het project.
Door deze methodiek in de huisartsenpraktijk te implementeren zal een oudere naar
verwachting ook met de juiste informatie in het ziekenhuis kunnen worden opgenomen
18
en zal er regionaal vloeiende zorg geboden kunnen worden. De digitale ondersteuning
van de overdracht van informatie zal hier zeker aan bij dragen. Bruggen bouwen slaat
schotten neer.
3. Transmurale zorgbrug
Een acute ziekenhuisopname is een risicovolle gebeurtenis voor 65-plussers. Ongeveer
30% van deze ouderen heeft drie maanden na opname nieuwe beperkingen in het functioneren en 25% komt binnen deze periode te overlijden. Bij een acute ziekenhuisopname heeft 75% van de oudere patiënten multimorbiditeit en daarnaast gemiddeld vijf
geriatrische problemen, zoals een delier, polyfarmacie en mobiliteitsproblemen. Goede
begeleiding tijdens en na ziekenhuisbehandeling is nog niet de norm voor deze patiëntengroep.
In 2010 werd gestart met de ontwikkeling van verbeterde transmurale herstelzorg door
de inzet van de wijkverpleegkundige. Deze komt in het ziekenhuis al kennis maken met
de oudere patiënt en krijgt het zorgbehandelplan mee dat is opgesteld door het geriatrieteam van het ziekenhuis waar de patient verblijft. De wijkverpleegkundige begeleidt
vervolgens de oudere patiënt thuis verder bij het herstelzorgtraject, dit gebeurt in nauwe
afstemming met huisarts, thuiszorg en ziekenhuis. Dit traject heeft als uiteindelijk doel
minder sterfte na ontslag, behoud van functioneren na ziekenhuisopname, minder vermijdbare heropnames en voorkomen van verpleeghuisopname.
Verbeterpunten
Uit onze eerdere studies onder acuut opgenomen ouderen in Nederlandse ziekenhuizen
bleek dat het zorgtraject van acuut opgenomen ouderen kan worden verbeterd door:
1. een systematische opsporing van ouderen met een verhoogd risico op functionele
achteruitgang direct bij ziekenhuisopname: niet alle ouderen hebben intensieve
zorg nodig van een geriatrieteam.
19
2. het systematisch diagnosticeren van de aanwezige geriatrische problemen die naast
de acute en chronische ziekte(n) bestaan.
3. een betere overdracht tussen ziekenhuis en thuissituatie: de medische overdracht
arriveert vaak laat in de thuissituatie waardoor onduidelijkheid ontstaat over de
(nieuwe) medicatie.
4. individuele begeleiding na ziekenhuisontslag: veel oudere patiënten worden naar
huis ontslagen met gewijzigde medicatie, nieuwe leefregels en veranderde fysieke
omstandigheden zonder dat het ziekenhuis zich er van vergewist dat de zorg thuis
goed aansluit.
5. de zorg thuis niet alleen te richten op ondersteuning maar ook op herstellen en zelf
de regie voeren over dit herstelproces.
Transitional Care
In de Verenigde Staten zijn meerdere studies verricht naar zogenaamde “Transitional
Care”. De twee grondleggers van dit concept, Eric Coleman en Mary Naylor, hebben
beiden onafhankelijk van elkaar laten zien dat begeleiding van oudere ziekenhuispatiënten door een speciaal opgeleide verpleegkundige minder heropnames oplevert. Meerwaarde van de interventie was dat deze verpleegkundige zowel in het ziekenhuis als in
de thuissituatie vooral ook ouderen en hun mantelzorgers coachte in herstel na ziekenhuisbehandeling. In Nederland was deze vorm van herstelzorg nog niet ontwikkeld. Dit
concept werd in het kader van het Nationaal Programma Ouderenzorg vertaald naar het
transitie-experiment de Transmurale ZorgBrug.
Dit innovatieve zorgexperiment kent drie fasen.
Fase 1: Geriatrie team biedt aanvullende zorg tijdens opname
Oudere patiënten die langer dan twee dagen in het ziekenhuis zijn opgenomen, krijgen
naast de behandeling van de acute ziekte ook een evaluatie door het geriatrieteam. Dit
team bestaat uit een gespecialiseerde verpleegkundige en een geriater. Binnen 48 uur
worden alle nieuwe patiënten onderzocht door middel van een screeningsinstrument
dat ouderen met een verhoogd risico op functieverlies kan selecteren. Deze ouderen
krijgen een onderzoek naar aanwezigheid van geriatrische problemen, gevolgd door een
interventie op maat. Deze interventie wordt opgestart door de verpleegkundige, maar
mocht een oudere vijf of meer geriatrische problemen hebben of een psychisch probleem (zoals een delier) dan komt de geriater ook in consult. De prioritering die de
oudere zelf aan de problemen geeft is leidend bij het uiteindelijke zorgbehandelplan.
Fase 2: Overdracht in het ziekenhuis
Centraal in de transmurale zorgbrug is de begeleiding van de oudere door een “transitiecoach”, een verpleegkundige met deskundigheidsniveau 5, werkzaam in de eerste
lijn (in de huisartspraktijk of in de wijk). Deze verpleegkundige maakt “kennis” met de
oudere en zijn mantelzorger in het ziekenhuis. De verpleegkundige krijgt tijdens een
overdracht van het geriatrieteam ook het zorgbehandelplan mee. Dit zorgbehandelplan
vormt de basis voor de verdere begeleiding na het ziekenhuisontslag.
20
Fase 3: Begeleiding na ziekenhuisbehandeling
Binnen twee dagen na thuiskomst komt de verpleegkundige bij de oudere op bezoek.
Tijdens dit huisbezoek wordt onder meer de medicatie doorgenomen. Ondanks de medicatieoverdracht vanuit het ziekenhuis, worden regelmatig medicatieproblemen geïdentificeerd, zoals het niet hervatten (of onnodig dubbelen) van medicatie die thuis werd
gebruikt. Indien nodig overlegt de verpleegkundige met de huisarts of met de arts uit het
ziekenhuis. Daarnaast wordt tijdens dit bezoek ook aandacht besteed aan het herstelproces. Samen met de patiënt wordt nagegaan of afspraken met de thuiszorg toereikend
zijn en of de mantelzorger in staat is aanvullende zorg te bieden. Indien nodig regelt de
verpleegkundige de benodigde (extra) voorzieningen, zoals uitbreiding van thuiszorg of
hulpmiddelen.
Twee weken na thuiskomst volgt een tweede huisbezoek. Tijdens dit bezoek wordt het
zorgbehandelplan doorgenomen. De oudere zelf wordt nogmaals gevraagd naar zijn prioriteiten en welke doelen hij de komende periode zelf wil behalen. Ouderen blijken in de
thuissituatie namelijk veel beter in staat hun prioriteiten aan te geven. Zo nodig wordt
tijdens het huisbezoek ook een controle-afspraak bij de medisch specialist voor besproken. Na deze twee bezoeken volgen op zes weken, drie en zes maanden na ontslag uit
het ziekenhuis nog drie contactmomenten. Hierbij wordt telkens het zorgbehandelplan
als uitgangspunt genomen. De verpleegkundige beslist samen met de oudere hoeveel
bezoeken daadwerkelijk nodig zijn. In de praktijk blijkt dat in de regel drie huisbezoeken
vaak voldoende zijn.
Scholing en website
Alle verpleegkundigen die in het zorgexperiment participeren hebben een 10-daags
scholingsprogramma gevolgd van Hogeschool InHolland en zijn daarmee tevens officieel opgeleid tot praktijkondersteuner huisarts, gespecialiseerd in ouderenzorg. Deze
verpleegkundigen werden speciaal geschoold in de methodiek van coachend begeleiden
van oudere patiënten met multimorbiditeit en beperkingen. Inmiddels hebben ruim 150
verpleegkundigen deze scholing gevolgd. Zonder uitzondering geven zij aan dat zij meer
oog hebben gekregen voor de behoeften maar ook voor de mogelijkheden van ouderen zelf.
Financiering
De wijkverpleegkundige zorg die nu wordt geleverd binnen het transitie-experiment is
vooralsnog niet regulier gefinancierd en wordt betaald uit de AWBZ terwijl de besparing
ligt bij de ZVW.
Per ziekenhuispatiënt kost deze zorg ongeveer 360 euro (max. zes bezoeken van één uur).
Deze zorg kan geïntegreerd worden in het reguliere takenpakket van de wijkverpleegkundige of gespecialiseerde praktijkondersteuner ouderenzorg.
Resultaten
De uitkomsten van deze studie hebben 40% reductie in sterfte binnen 30 dagen na ontslag uit het ziekenhuis laten zien. Ook is er sprake van minder kosten door vooral uitstel
van opname in langdurige zorg. Na het bekendmaken van deze resultaten in onder meer
21
de Volkskrant (29 nov. 2013) hebben zich reeds 15 ziekenhuizen en nog meer zorgorganisaties aangemeld voor meer informatie of deelname.
Scholing
Door een projectgroep is een toolkit gemaakt bestaande uit 25 veel voorkomende problemen bij ouderen met daarin de beschikbare kennis op gebied van deze geriatrische
problemen. De toolkit is beschikbaar via www.effectieveouderenzorg.nl. Alle vragenlijsten en onderdelen van beide besproken innovatieve zorgexperimenten zijn via deze site
beschikbaar gesteld.
22
4. Hospital @ Home
Achtergrond
Het H@H zorgprogramma is een nieuwe zorgvorm die kwalitatief vergelijkbaar is met
ziekenhuisbehandeling en -zorg. H@H bevat evenals ziekenhuiszorg ook diagnostiek,
therapeutische behandeling en medische en verpleegkundige zorg. Het H@H zorgprogramma zal als [gewenst] alternatief voor gebruikelijke ziekenhuiszorg worden aangeboden aan specifieke groepen patiënten, zoals oudere patiënten met recidiverend chronisch hartfalen, met exacerbatie COPD en aan ouderen met (recidiverende) infecties
aan lucht-en urinewegen.
Patiënten met een acute exacerbatie van hun bekende (chronische) ziekte die op de
Spoedeisende hulp (SEH) van een ziekenhuis worden gepresenteerd, zullen na diagnostiek en therapeutisch advies op de SEH als alternatief voor ziekenhuisbehandeling
het H@H zorgprogramma krijgen aangeboden:
medische en verpleegkundige zorg, ondersteund
De Transmurale Zorgbrug
door technologische zorg in de vorm van senvoor
wijkverpleegkundige begeleiding
sormonitoring en andere domotica, in hun eina een ziekenhuisbehandeling leidt
gen woonomgeving. Alle intraveneuze toediening van medicatie is thuis mogelijk, ook zijn
tot hoge sterftereductie
hulpmiddelen zoals zuurstofbehandeling, hooglaagbed, monitoring vitale parameters etc. thuis
realiseerbaar. De zorg zal worden gecoördineerd door een wijkverpleegkundige met een
24x7 ondersteuning door een arts die gespecialiseerd is in ouderengeneeskunde en ruim
ervaren is het verlenen van acute medische zorg.
23
Het H@H zorgprogramma voorziet in een zorg die kwalitatief vergelijkbaar is met het
ziekenhuis, maar voor 50% goedkoper kan worden geleverd aan patiënten die ook bij
voorkeur thuis behandeld wensen te worden.
Te ontwikkelen product:
Het H@H zorgprogramma zit thans midden in zijn start-up, die in 6 fases kan worden
onderverdeeld:
1. Onderzoeksfase: wie zijn de partners van het H@H zorgprogramma, wat moet de
content zijn van de zorgprotocollen, hoe is de acceptatie, hoe ziet de uitkomst van
het H@H zorgprogramma in Nederland eruit? Hoe verhouden zich de kosten en baten van de uitvoer van het H@H zorgprogramma door een professionele organisatie?
2. Ontwikkelingsfase: uitwerken van de onderdelen van het H@H zorgprogramma in
samenwerking met doelgroep en workshop met prof. Dr. B. Leff.
3. Testfase I: Eerste versie in testsetting met ouderen en zorgprofessionals verbeteren.
4. Testfase II: uitvoeren gerandomiseerde studie in basiszorgregio van een Amsterdams
ziekenhuis
5. Presentatiefase: eindresultaten gerandomiseerde studie. Investeren in naamsbekendheid door promotieplan. Aanbieden van H@H zorgprogramma door professionele organisatie.
6. Onderhoudsfase: onderhoud en uitbreiding, implementatie van H@H zorgprogramma in andere basiszorgregio’s van Amsterdamse ziekenhuizen en in de 7 andere
Nederlandse ouderennetwerken.
Sinds eind 2012 is de projectgroep bezig met het
voorbereiden, aanzoeken en spreken van partners
voor het H@H zorgprogramma dat voortbouwt op de
(goede) resultaten van eerdere gezamenlijke transitie-zorgexperimenten, namelijk FIT en de Transmurale Zorgbrug [zie ook www.effectieveouderenzorg.
nl]. Tevens zijn financieringsvoorstellen geschreven
voor de eerste 2 fases van [email protected] onderzoeksfase
van het H@H zorgprogramma is daarmee in volle gang en wij zijn op dit moment bezig
met het verwerven van financiering voor de ontwikkelfase. Nadat de contacten zijn gelegd met de oorspronkelijke onderzoekers van het Johns’ Hopkins Medical Center zijn
de eerste reacties over onze ideeën zeer positief en het Johns’ Hopkins heeft zijn steun
reeds toegezegd.
Nieuwe zorgconcepten zoals
de Vitaliteitswijzer zijn sleutel
tot zelfredzaamheid, sociaal
participeren, waardigheid en
welbevinden
24
Benodigde financiering:
Het H@H zorgprogramma is ingediend als projectidee voor een doelmatigheidsstudie
en mag thans binnen het doelmatigheidsprogramma van ZonMw worden uitgewerkt tot
een volledig projectvoorstel dat in maart 2014 door [buitenlandse] peer-reviewers zal
worden beoordeeld.
De financiering van H@H-zorg is in principe reeds geregeld via volledig pakket thuis
[VVT product] maar echter door het ontbreken van transmurale samenwerkingsafspraken wordt H@H in deze vorm nergens in Nederland 7 x 24 uur aangeboden.
Gelet op de specifieke kenmerken van ons gezondheidszorgsysteem is een doelmatigheidsstudie niet alleen wenselijk maar ook verstandig ten aanzien van implementatie
van de resultaten die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de organisatie van de
ziekenhuiszorg.
Dames en heren,
Gezond ouder worden betekent voor degene die er al over nagedacht heeft niet alleen
zo lang mogelijk gezond blijven, dus voorkomen, uitstellen en adequaat behandelen van
ziekten, maar ook het voorkomen van beperkingen en ongemakken die de oude dag
kunnen vergezellen. Behoud van fysiek functioneren is de sleutel tot zelfredzaamheid,
sociaal participeren, waardigheid en welbevinden.
In de fase waar niet alleen ziekten maar ook beperkingen hun intrede hebben gedaan en
een acute ziekte om direct handelen vraagt, dient dit handelen vooral de doelen van de
patiënt na te streven en niet per se gericht te zijn op technische ingrepen ten behoeve
van levensverlenging. Bij goede ouderenzorg gaat het om weten wanneer te behandelen,
te behouden of te berusten.
25
Dit vraagt om tijdige communicatie en afstemming met ouderen en hun naasten. Randvoorwaarden zijn adequate scholing van artsen, verpleegkundigen en van de ouderen
zelf. Ook telt een optimale inzet van technologie. Wetenschappelijke inzichten ondervangen daarnaast onheuse onderbehandeling en belastende overbehandeling.
Effectieve ouderenzorg is wat mij betreft het antwoord op het bovenstaande. Effectieve
ouderenzorg vraagt echter ook om revolutionaire zorgconcepten en bereidheid tot innovaties.
De 4 zorgconcepten vertonen in samenhang een aanzet tot effectieve ouderenzorg. Wij
zijn aan zet om hier gezamenlijk soep van te maken, de wijkverpleegkundige is hierbij
onze soepsteen.
Soepsteen, onmisbaar ingrediënt om samen te werken
26
Discussie
Schnabel: Ik denk dat we een mooi beeld hebben gekregen. Het van de dementie is
toch wel een grote stoorzender. Met name de lichamelijke problematiek hiervan, welke
betekent dat de zelfstandigheid snel een probleem kan worden. Misschien wilt u daar
dan nog eerst iets over zeggen.
Mevr. De Rooij: De meeste mensen met dementie wonen gewoon thuis. Dementie
is niet een ziekte die alleen ontstaat door de ziekte van Alzheimer. Het kan ook door
diabetes, suikerziekte en te hoge bloeddruk ontstaan. De prijs die we betalen voor het
steeds ouder worden, is ook dat we te maken hebben met ziekten aan organen waar
we nog niet veel aan kunnen doen. Maar dat betekent dat we ook stil moeten staan
bij de zorg die deze mensen nu nodig hebben en ik denk dat door de zorg goed te organiseren in de wijk en de mensen niet uit hun verband te halen, we veel winst kunnen
boeken. Ik denk dat we dat op dezelfde manier kunnen doen als bij lichamelijke ongemakken.
Schnabel: Waar komen die wijkverpleegkundigen eigenlijk opeens vandaan? Ze waren
toch weggeduwd, ze waren er even niet en nu hebt u ze opeens?
Mevr. De Rooij: Ja we hebben ze. Ik was afgelopen week in Diemen waar we zorg en
welzijn in een soort grote proeftuin aan elkaar koppelen, en daar vertelde een wijkverpleegkundige heel enthousiast dat ze aan een fantastisch project had meegewerkt. Dat
was de transmurale zorgbrug, en ze hoopte dat ze zo kon blijven werken. Dus ze zijn er
en er komen er ook bij.
Schnabel: Is deze nu weer apart opgeleid?
Mevr. De Rooij: Ja, het maakt wel deel uit van het normale functioneren van een
wijkverpleegkundige, het zit gewoon in hun functie om ouderen te begeleiden bij de
overgang van ziekenhuis naar huis, maar er is één onderdeel waar ze extra opleiding voor
krijgen, dat is “coachend proberen te verzorgen” (verzorgen met de handen op de rug).
Samen met InHolland hebben wij deze opleidingen verzorgd, inmiddels hebben ca 180
wijkverpleegkundigen de opleiding gevolgd.
De Vries: Ik ben 85, dus behoor ik tot uw doelgroep. Misschien kunt u volgende keer
een klant hier laten spreken. Want wat ik hier ook weer zie: het zijn de deskundigen die
óver ons praten. Circa 10 jaar geleden moest ik een openhartoperatie ondergaan in het
O.L.V. Gasthuis. Ik kreeg een heel draaiboek met wat er allemaal gebeuren moest en
om de beurt kwamen alle personen die er bij betrokken waren zich aan mij voorstellen
terwijl ik op bed zat. Dat gaf mij heel veel vertrouwen: dus laat de patient aan het woord,
ook hier! Het is soms moeilijk om wetenschappers en hulpverleners, de goede niet te na
gesproken ervan te overtuigen dat mensen met verminderde vermogens nog wel capaci-
27
teiten hebben. Klanten beklagen zich vaak over de betutteling van hulpverleners, onder
meer van hulpen in de huishouding.
Mevr. De Rooij: U bent 85, mensen als u die de eigen zorg ter hand nemen, komen er
steeds meer. U weet dat we met veel ouderen in contact zijn binnen de kring van ouderenzorg AMC en partners. We hadden met u en anderen vorig jaar ook gesprekken.
Daarin kwam naar voren dat het woord “functieverlies” te negatief was, u gaf aan dat er
over “functiebehoud” zou moeten worden gesproken. Daar hebben we naar geluisterd en
zo veel mogelijk aangepast in onze terminologie.
Spreeuwenberg: Ik ben blij met uw verhaal. Wat houdt “hospital at home” eigenlijk in?
Mevr. De Rooij: Als een oudere door de waarnemende huisarts naar het ziekenhuis
wordt gestuurd, omdat hij niet helemaal op de hoogte is van zijn/haar wensen, en op
het moment van de hulpvraag te benauwd is om te zeggen dat hij/zij eigenlijk thuis wil
blijven, dat die oudere dan op de spoedeisende hulp bekeken wordt en dat daar besloten
wordt dat hij/zij (bijv. na constatering van longontsteking) dan thuis behandeld wordt.
De wijkverpleegkundige kan meegaan naar huis, zij installeert daar een aantal zaken
zodat de zorg kan worden opgestart, en zij kan dezelfde 9 dagen die de patiënt anders in
het ziekenhuis zou moeten doorbrengen, thuis doorbrengen met behulp van de wijkverpleegkundige. Dat kan alleen als er op de spoedeisende hulp een wijkverpleegkundige
24 uur per dag aanwezig is.
Schnabel: Het valt me op dat er steeds over de waarnemend huisarts gesproken wordt,
is dat juist?
Mevr. De Rooij: Ja vaak zijn er jonge huisartsen die ’s avonds en ’s nachts waarnemen
en geroepen worden bij voor hem of haar onbekende patiënten. Die moet soms snel een
beslissing nemen, en hij kan dan niet altijd gemakkelijk in het dossier van de eigen huisarts van de patiënt komen (waarmee ik nog maar eens een lans wil breken voor het EPD).
Kuenen: Dank voor uw verhaal. Ik wil het even hebben over het levenstestament, dat
mijns inziens tot doel heeft dat je zelf de regie houdt over je leven. Hoe kun je nu uw
verhaal samen met het levenstestament tot één gedekt geheel maken?
Mevr. De Rooij: Dit verhaal heb ik een keer met de heer Kruitberg doorgenomen. Hij
zei: “Als ik nou op straat neerval en ik word door omstanders gevonden en ik moet naar
het ziekenhuis, wat kan ik dan doen, wat kan ik opschrijven?” Ik heb daar een brief
van gemaakt en met hem doorgenomen en deze in ons medisch dossier gezet (elektronisch patiëntendossier) en dan hoop ik dat als de heer K. door een ambulance naar de
Eerste Hulp wordt gebracht, dat dit daar dan gelezen wordt en er rekening mee wordt
gehouden. En ik heb hem geadviseerd om een kopie van die brief in z’n portemonnee
te stoppen.
28
Kuenen: Dat is natuurlijk nog maar het begin. We zouden in ons land een “levenstestament” als een wettelijk geaccepteerd document moeten hebben.
Mevr. De Rooij: Ik ben het helemaal met u eens. Het zou voor mij veel prettiger zijn als
ik zo’n gesprek niet op de Eerste Hulp zou moeten houden, maar op een rustig moment
bij de huisarts. Steeds meer huisartsen voeren ook zo’n gesprek, maar het is nog niet
standaard ingevoerd. Of het ook wettelijk moet…. Ik denk dat het ook zou helpen als
de patiënt er zelf om zou vragen.
Van Boxtel: Het is een hele mooie vraag, omdat het natuurlijk over meer gaat dan alleen de zorg. Ik kan alleen maar zeggen: vooral het bespreken, hetzij met kinderen, hetzij met familieleden of bekenden. Het is nog geen gemeengoed. Er ligt voor veel mensen
in gezinsverband nog een taboe op. Men begint pas te praten als het al in de eindfase zit,
maar men zou het veel eerder met elkaar moeten bespreken.
Pijnenborg: de oplossing voor het probleem dat zich voordoet is dat er iemand is die je
persoonlijke belangen behartigt. Dat als je ziek wordt dat die persoon de eerste is die gebeld wordt. Als dat geen familielid kan zijn, dan moet men denken aan het mentorschap.
Dat mentorschap zou veel meer onder de aandacht van ouderen gebracht moeten worden.
Mevr. Koemans: De ziekenhuiszorg “at home”: zijn er ook contra-indicaties? Wie zou
die moeten geven?
Mevr. De Rooij: De zorg kàn thuis gegeven worden als er een 24-uurs wijkverpleegkundigen zorg is. Het belangrijkste criterium is, wat mij betreft, dat de klant het zelf moet
willen, dat hij of zij er voor kiest, en dat wij het systeem daar zo voor inrichten dat het
ook mogelijk is. Het is goedkoper dan het ziekenhuis, dus voor de kosten hoeven we het
niet te laten. Het heeft vooral te maken met de organisatie van onze zorg op dit moment.
De arts of de ambulance is op een zeker moment verantwoordelijk voor het opstarten, het
besluitmoment moet niet in het huis van de patiënt zijn, maar er moet een goede diagnostiek zijn en een aanzet voor therapie en dus zou de spoedeisende hulp de plek zijn waar je
dat met elkaar bespreekt. Op die plek moet ook de sociale situatie in de besluitvorming
meegewogen worden. Ik heb het natuurlijk over mensen die thuis behandeld kùnnen
worden, dus als er een Intensive Care behandeling nodig is, dan is er een andere situatie.
29
30
Ad van Berlo MA
Manager R&D Smart Homes, Nationaal Kenniscentrum Domotica & Slim Wonen
Domotica en slim wonen: wat is menselijk wenselijk?
Inleiding
Smart Homes is het nationaal Kenniscentrum voor Domotica &
Slim Wonen. Domotica is de integratie van diensten en technologie in de leef- en woontechnologie ten behoeve van een betere
kwaliteit van wonen. Het kenniscentrum is in 1993 gestart met
een eerste domoticawoning. Begin 2014 heeft Smart Homes 15
medewerkers, van wie de meesten werken aan Europees gefinancierd onderzoek en de anderen aan kennisoverdracht via o.a.
De Slimste Woning van Nederland, beurzen en seminars. Smart
Homes heeft geen structurele financiering en haalt haar inkomsten uit door de EU gefinancierd onderzoek, nationale projecten, beurs en de partner
community van bedrijven.
De Slimste Woning van Nederland, in de tuin van het Evoluon te Eindhoven
Flashback over 20 jaar
Smart Homes startte in 1993 met de bouw van de z.g. Modelwoning voor Alle Leeftijden, een demonstratiewoning met domotica, gebouwd volgens de uitgangspunten van
het toen juist ontwikkelde Seniorenlabel. Hiermee werd voor het eerst een bijna ideale
woning getoond voor langer zelfstandig wonen met minimaal wenselijke afmetingen
(ongeveer 80 m2), volledig toegankelijk, aanpasbaar, flexibel en slim. De toen aangebrachte domotica was vooral gericht op meer veiligheid (actieve en passieve alarmering,
inbraaksignalering, rooksignalering, automatische verlichting voor valpreventie), com-
31
fort (lichtscenario’s, elektronisch deurslot), etc. Op basis van veel bezoeken door vele
duizenden senioren in de jaren tot 1998, werd een z.g. tien-punten lijstje opgesteld met
gewenste domotica-applicaties. Die werden vervolgens in 5 voorbeeldprojecten met elk
ongeveer 25 woningen in praktijk gebracht. In 2000 was er eerst een project in Nuenen,
gevolgd door projecten in Oss, Eindhoven, Werkendam en Roosendaal, alle gesubsidieerd door de Provincie Noord-Brabant. De techniek van een slimme woning werd
toen gerealiseerd door een domotica-bussysteem te koppelen aan personenalarmering
teneinde de meldingen naar buiten mogelijk te maken. Er was eind negentiger jaren nog
geen IP technologie, waarover diensten gerealiseerd konden worden.
Doel van de demonstratieprojecten was te achterhalen wat ouderen echt met domotica
zouden willen, welke deelsystemen adequaat werkten (elektronische sloten, passieve
alarmering, bussystemen, etc.) en hoe dit alles het best geïnstalleerd kon worden. Er was
immers nog geen ervaring met domotica, dus de installateurs moesten deze technologie
ook nog leren.
De volgende applicaties werden in deze eerste demonstratieprojecten en later in veel
andere projecten aangebracht:
Centrale toegang
Voor de bewoner is er toegang tot het eigen flatgebouw door een
magneetkaart in een gleuf aan te brengen (near field communicatie
bestond eind 90er jaren nog niet). Voor de hulpverlener is er alleen
toegang met de magneetkaart na een noodoproep. Voor de bezoeker
is er een bellentableau en bij aanbellen verschijnt het beeld van de
bezoeker op de TV van de bewoner.
Entree
In de hal of entree van het appartement is een eenvoudige draaiknop waarmee bij aanwezigheid van de bewoner (dus bij binnenkomst) het inbraakalarm uit gezet en de inactiviteitmeting tegelijkertijd aan gezet kunnen worden. Het licht in de hal en de verwarming gaan automatisch aan en de verwarming automatisch hoger. Bij afwezigheid, dus
bij verlaten van het appartement door de bewoner, gaan de elektrische
kookplaat en diverse rechter wandcontactdozen spanningsloos. Hiermee
gaan de apparaten, die hierop aangesloten zijn, automatisch uit. Ook
gaan bij het omzetten van de knop in de hal de inactiviteitmeting uit en
het inbraakalarm aan (de infrarood melders worden dus steeds gebruikt
voor ofwel inbraakmelding ofwel inactiviteitmeting).
Woonkamer
In de woonkamer bevindt zich een besturingspaneel met tekst in een venstertje om
hiermee de actuele temperatuur, vochtigheid en alarmeringstatus te kunnen aflezen.
Met een afstandbediening zijn lichtscenario’s en temperatuur te regelen. Ook bevindt
zich in de woonkamer de zorgalarmeringstelefoon. Hierop zit uiteraard de rode knop
32
voor een acute noodoproep, maar men kan via de halssnoer ook op afstand de telefoon
aannemen, via een code de centrale toegangsdeur en de eigen voordeur op een afstand
openen. Bij een acuut alarm gaan alle lampen aan, worden de wandcontactdozen spanningsloos en gaan de geluidsbronnen automatisch uit, zodat de stem van de centralist
op afstand goed te horen is. De zorgalarmeringstelefoon zorgt dus voor de doorgifte van
4 typen alarm: acute noodoproep, passieve alarmering of inactiviteitsmeting, inbraakalarm en rookalarm.
Keuken
In de keuken is steeds een elektrische kookplaat aanwezig, die alleen bediend kan worden wanneer een z.g. kookknop ingeschakeld is. Dit is om te vermijden dat personen
met dementie per ongeluk de kookplaat inschakelen
zonder te gaan koken. Verder gaat de elektrische
kookplaat automatisch uit bij het verlaten van de
woning of bij het slapen gaan, via het inschakelen
van de knop “weg” of “nacht”.
Slaapkamer
Boven het bed is er een dag-/nachtschakelaar, die elke avond op “nacht” gezet moet
worden en elke ochtend op “dag”. Met de nachtschakeling gaan alle rechterwandcontactdozen uit, waarop diverse apparaten aangesloten zijn, behalve koelkast, diepvries
e.d. De inbraakalarmering gaat automatisch aan en de inactiviteitsmeting automatisch
uit. Ook gaat de verwarming automatisch lager. Verder is er op de slaapkamer ook nog een rookmelder,
die via de zorgalarmeringstelefoon gekoppeld is aan
de zorgcentrale. De zorgcentrale fungeert dus ook als
eerste opvang van een brandalarm, omdat de brandweer het signaal niet rechtstreeks wil ontvangen.
Naast of onder het bed is een bewegingsmelder aangebracht, waarmee het licht ’s nachts
automatisch aangaat, wanneer iemand b.v. naar het toilet moet. Dit moet vooral het
vallen voorkomen, maar maakt het ook gemakkelijker de weg te vinden.
33
Voordeur
De voordeur van elk appartement heeft een elektronisch slot, dat in de meeste gevallen
te bedienen is via een tag.
Resultaten van evaluaties van de eerste projecten
Vooral de eerste projecten zijn door diverse organisaties geëvalueerd. Zo stelde Anke
Eijck zich in 2003 de vragen: Ervaren ouderen domoticavoorzieningen in d’Altenaer te
Werkendam als nuttig en bruikbaar? En zijn deze domoticavoorzieningen ook gebruiksvriendelijk?
Woonzorgcomplex d’Altenaer te Werkendam (opgeleverd in 2002)
Van de 40 bewoners die mee deden aan het onderzoek en die inmiddels bijna 2 jaar van
de voorzieningen gebruikt gemaakt hadden, vond 92% het nuttig dat de elektrische apparaten automatisch uitgaan en de verwarming omlaag bij het omzetten van de knop
in hal en slaapkamer. Er waren opmerkingen als: “Da’s fijn ja, dan lig ik in bed niet te
denken of ik nou alles wel uitgedaan heb”. Maar ook gaf 67% aan wel eens te vergeten
de woning in de juiste stand te zetten. Sommigen vonden het makkelijk, maar vele
anderen hadden er moeite mee: “We zijn anderhalf jaar verder, het is nog steeds geen
automatisme”. “’s Nachts vergeet ik het niet, maar overdag nog wel regelmatig”.
34
Woning in “thuis/weg stand” zetten
Automatische verlichting in de hal
Slechts 25% vond de afstandsbediening nuttig. Als belangrijkste reden werd genoemd:
“het is niet nodig, ik kan nog goed lopen, dan kan een beetje beweging geen kwaad”.
Het beeld van de bezoeker die aanbelt op TV: dat werd slechts door 19% van de geïnterviewden als nuttig ervaren. Opmerkingen waren: “Het is niet nodig”; “De TV hoeft niet
de hele dag in de stand-by te staan”. “Er zijn veel handelingen nodig om iemand op TV
te zien, wanneer de TV niet aanstaat”.
Over het passief alarm zelf was men in
het algemeen zeer tevreden: “Het is wel
een fijn idee dat je hier niet dagen op
de grond hoeft te liggen als je gevallen
bent”.
Ons huis en ons leven zullen steeds meer
“gecontroleerd” worden door machines.
Is dit menselijk wenselijk?
Wat de automatische verlichting in de hal betreft, 73% vond die nuttig. Voor de badkamer was dit 68%. Kritische opmerkingen van de degenen die het niet nuttig vonden:
“Hij blijft te lang aan”. “Hij hoeft niet aan als buiten de zon schijnt”.
De plintverlichting voor automatisch licht ’s nachts bij het naar het toilet gaan: “Als
mijn man zich omdraaide in bed ging dat licht aan”. “Het is niet vervelend, maar toch
veel licht ’s nachts”.
35
Plintverlichting naast het bed
Elektrisch slot op voordeur
De eigen voordeur hoeft voor de meesten (75%) niet op afstand geopend te worden.
Men loopt liever naar de voordeur om iemand binnen te laten. Wel gebruikte men de
zorgtelefoon om de centrale toegangsdeur op afstand te openen.
De algemene conclusie van het onderzoek was dat de meeste bewoners domoticavoorzieningen wel accepteren, mits in sommige gevallen duidelijk verbeterd (licht te fel, te
lang aan, betere afstandsbediening, etc.) en dat ze ze ook goed in staat zijn om die te
gebruiken.
Bereikte aantallen installaties na ongeveer 10 jaar
Er zijn geen exacte gegevens bekend over alle woningen in Nederland waarin globaal
de domoticavoorzieningen zoals hierboven beschreven, of een groot deel daarvan, zijn
aangebracht. Maar op basis van de gerealiseerde projecten in het eerste decennium
van deze eeuw, zijn er ongeveer 10.000 nieuwbouwwoningen gerealiseerd met een
b­ehoorlijk geïntegreerd pakket aan domoticavoorzieningen. Maar op basis van de gerealiseerde projecten in de eerste anglicisme decennium van deze eeuw, zijn
Hoe blijven ouderen autonoom
er ongeveer 10.000 nieuwbouwwoninwanneer domoticasystemen zelfstandig
gen gerealiseerd met een behoorlijk
beslissingen gaan nemen op basis van de
geïntegreerd pakket aan domoticainput van allerlei sensoren
voorzieningen. Daarnaast zijn er vele
tienduizenden woningen met zorgalarmering, gecombineerd met een of meer sensoren. Hoewel met zorg op afstand of screento-screen communicatie al jarenlang wordt geëxperimenteerd wordt, is deze vorm van
“domotica” per begin 2014 nog niet in veel meer dan zo’n 3000 woningen geïnstal-
36
leerd. Dit heeft vooral te maken met de
hoge kosten van een beveiligde verbinAlleen de eerste generatie van
ding en de vergoeding van de uren van
zorgalarmeringssystemen is op dit moment
zorg op afstand, die slechts gelimiteerd
algemeen aanvaard
plaatsvindt. E-health, m.n. het thuis
monitoren van vitale functies als bloeddruk, oximetrie en spirometrie vindt ook nog maar zeer beperkt plaats (bij
niet veel meer dan 1000 patiënten). Dit heeft ook te maken met o.a. beperkte vergoeding door zorgverzekeraars en diverse andere barrières. Het aantal
villa’s in het hoge tot zeer hoge woonsegment dat met domotica voor comfort en luxe is
uitgerust, wordt per begin 2014 geschat op enkele duizenden.
Hoewel domotica in eerste instantie bedoeld was voor zelfstandig wonen, hebben ook de
intramurale instellingen voor langdurige ouderenzorg en gehandicaptenzorg domotica
“ontdekt”. Al in 2011 schatte de Inspectie voor de Volksgezondheid dat zo’n 30.000 –
40.000 plekken in de intramurale ouderenzorg voorzien waren met alleen een bedmat,
infraroodsensor, uitluistersysteem, camerabewaking of een combinatie ervan. Voor efficiëntere nachtbewaking in kleinschalig groepswonen en intramurale voorzieningen
van verstandelijk gehandicapten zouden ook al zo’n 40.000 kamers met een uitluistersysteem uitgerust zijn. De vraag is uiteraard of de hier genoemde sensoren echt tot
domotica gerekend moeten worden, maar deze sector vindt zelf van wel.
Ten aanzien van ontwikkelingen in de domotica of zorgtechnologie in het algemeen kan
onderstaande figuur gehanteerd worden:
37
Er wordt in de kolommen onderscheid gemaakt tussen de traditionele zorgalarmering, al
dan niet gecombineerd met sensoren; slimme woningen inclusief zorgalarmering, klassieke domotica en meer intelligentie; en de slimme woningen uitgerust met vaste en
mobiele intelligentie (robotica). In de tijd gezien wordt wel eens gesproken over eerste,
tweede en derde generatie systemen. Begin 2014 zijn we niet veel verder dan het eerste
kwadrant links boven, als algemeen geaccepteerde technologie. Met de drie kwadranten
er omheen wordt volop geëxperimenteerd. De overige 5 kwadranten zitten voornamelijk nog in de researchsfeer en verkeren dus nog op laboratoriumschaal.
Gebruik van interfaces door de huidige generatie 80-plussers
In het algemeen kan gesteld worden dat de huidige generatie boven 80 jaar oud weinig
of geen ervaring heeft opgedaan met computers. Het is dan ook vooral deze groep die
te maken heeft met de digitale kloof in de huidige maatschappij, waarin bankieren welhaast alleen met telebankieren kan, waarin boodschappen via Internet besteld kunnen worden, etc. Smart
Vooral tachtigplussers
Homes heeft eind 2013 nog eens een grondige analyse
hebben te maken met de
gemaakt van waar de beperkingen liggen van huidige
z.g. gebruiksvriendelijke systemen. Er werd een viertal
digitale kloof
commercieel beschikbare systemen getest in De Slimste
Woning van Nederland. Ouderen in deze leeftijdsgroep
moesten allerlei taken verrichten met een systeem dat gebruik maakt van de TV, met
een vast touchscreen en met een tablet.
Diensten via TV
Diensten via touchscreen
Steeds bleek dat systemen (op een enkele uitzondering na) impliciet verkeerde
uitgangspunten gehanteerd hebben bij het ontwerp van interfaces: zo hebben deze
ouderen in het algemeen meer moeite met gelaagdheid in interfaces (doorklikken)
en zijn er nog teveel automatismen die te maken hebben het bediening van het
QWERTY toetsenbord. Anderzijds is tijdens dit diepteonderzoek ook gebleken dat
38
men snel kan en wil leren, als er maar persoonlijke aandacht wordt gegeven bij de
uitleg en instructies. De introductie van tablets en in mindere mate smartphones (vanwege de grootte van het scherm) hebben wel een enorme verbetering gegeven ten
aanzien van gebruiksinterfaces. Desalniettemin zijn ook hier nog flinke verbeteringen
mogelijk.
Patroonherkenning
Waar in intramurale instellingen en instellingen voor verstandelijk gehandicapten ’s
nachts de geluidspatronen handmatig bekeken worden door een centralist, is dit niet
meer mogelijk bij de vele data die opkomen met het gebruik van de draagbare sensoren en apparaten. Machines worden inmiddels ook steeds beter in patroonherkenning.
Waar patroonherkenning door mensen beperkt is tot bepaalde typen patronen (gezichten, spraak, geluid, etc.) kunnen machines elk type patroon herkennen. Nog belangrijker: mensen zijn beperkt tot enkele tientallen variabelen, machines kunnen gelijktijdig
duizenden variabelen meenemen. De ontwikkelingen in patroonherkenning van z.g. big
data gaan in snel tempo.
Patroonherkenning door mens
Op kleinere schaal kan echter ook nog heel veel informatie uit gegevens van alledag
worden gehaald. Smart Homes startte begin 2014 samen met het bedrijf Verklizan en
enkele grote zorgorganisaties een project op, waarmee op basis van vroege indicatoren
voor kwetsbaarheid heel eenvoudig het risico op vallen is op te sporen. De eerste triage
vindt plaats via een meldkamer, de telefoon en vragenlijsten. Daarnaast vindt regelmatig een eenvoudige loopsnelheidsmeting plaats. Op basis van het verdere gebruik
van personenalarmering kan via patroonherkenning inzicht worden gekregen in de verhoogde kans op vallen en kunnen tijdig preventieve maatregelen worden genomen.
Een ander project met patroonherkenning is gebaseerd op basis van de combinatie van
beschikbare gegevens uit grote landelijke databases en specifieke enquêtes onder groepen wijkbewoners, patiënten, enz. Hiermee ontstaan voor beleidsmakers, zorgverzekeraars en andere partijen interessante nieuwe inzichten in de specifieke zorgbehoefte in
39
een bepaald geografisch gebied, de voorkeuren van de bewoners en het financieel draagvlak onder de bevolking.
Robotica
Een belangrijke nieuwe trend van de afgelopen 5 jaar is de ontwikkeling van robotica
voor gebruik in de woning. Er kan onderscheid gemaakt worden in z.g. gezelschapsrobots
en in service robots. De tweede groep heeft een of twee armen, waarmee iets aangereikt
kan worden. Het eerste type robots is vooral bedoeld om een alleenwonende persoon
“gezelschap” te houden, actief structuur in dagelijkse activiteiten aan te reiken, de veiligheid te monitoren, en te prikkelen om diverse activiteiten te ondernemen (bewegen,
geheugentraining, ontspanning, etc.). Smart Homes heeft samen met een aantal Europese partners meer dan 6 jaar ervaring in de ontwikkeling van gezelschapsrobots.
Uit onderzoek met veel senioren is gebleken dat het grote verschil tussen gezelschapsrobots en een tablet vooral ligt in het feit dat een autonome robot veel beter in staat is
om alleenwonende ouderen te prikkelen en motiveren. Uit zichzelf zal iemand minder
snel een tablet aan zetten. Bovendien is uit de eerste experimenten gebleken dat men
al heel snel dergelijke autonoom opererende machines als “maatje” ging zien. Verwacht
wordt dat deze gezelschaprobots met bovengenoemde functies over enkele jaren op de
markt zullen komen. De service robots zullen naar verwachting niet eerder dan over 5
jaar of later beschikbaar zijn, omdat het autonoom verrichten van fysieke handelingen
in huis door een machine nog heel wat meer aspecten van veiligheid, bedrijfszekerheid
en acceptatie heeft.
Vooruitblik voor komende vijf jaar
In de komende jaren, naar 2020 toe, zullen steeds meer machines over ons gedrag, ons
lichaam, onze routines en activiteiten waken, maar ook onze volgende stap gaan voorspellen. Daaraan wordt nu al volop gewerkt en diverse elementen zijn al voorhanden:
slimme vloeren, die het looppatroon van een persoon kunnen volgen, slimme kleding
met ingebedde sensoren, slimme pillen, etc. De nanotechnologie maakt rasse schreden,
nog steeds volgens de versnelling zoals de Wet van Moore in de computerwereld die
aangeeft.
40
Slimme vloeren
Op domoticagebied zullen we ook een verdere digitalisering van de woonomgeving zien.
Systemen, apparaten en sensoren in huis zullen meer en meer met elkaar verbonden
worden via draadloze signalen. Doordat sensoren, chips en batterijen steeds kleiner worden werd b.v. al in 2013 de eerste pacemaker zonder een operatie via een slagader in het
been in het hart ingebracht. We zullen steeds meer sensoren bij ons en in ons lichaam
dragen. Er zal een verdere vervaging in de grens tussen mens en machine optreden. De
permanente doorontwikkeling van apparaten houdt nooit op. Apparaten zullen zich
steeds meer zichzelf kunnen configureren en aanpassen aan veranderende omstandigheden.
Privacy
Privacy is een fundamenteel mensen recht. In de Universele Verklaring van de Rechten
van de Mens, art. 12 staat: “Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling,
noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging
of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet”. De vraag is dus of
onze huidige wet- en regelgeving nog wel
voldoende bescherming biedt. Immers, we
De behoefte neemt toe aan een
leven in een netwerksamenleving, waarin
ecosysteem
voor beveiligde gegevens die,
allerlei sociaal-organisatorische netwerken,
ICT-netwerken en infrastructuren met elalleen na autorisatie van de burger zelf,
kaar zijn verbonden, waardoor informatie
gebruikt mogen worden
uit verschillende databases gemakkelijk kan
worden gekoppeld. En dat gebeurt dus ook al
op grote schaal. Je zou kunnen zeggen dat er op het eerste gezicht niet veel is veranderd
t.o.v. van 50 jaar geleden: toen wist de winkelier in je dorp precies wat jij nodig had,
hij kende jou, jouw smaak en voorkeuren en adviseerde jou. Nu adviseren steeds meer
websites, dankzij o.m. de cookies. We weten nu alleen niet meer hoe, waar en wanneer
informatie wordt gedeeld en we hebben er geen toestemming voor gegeven (behalve
dan voor de onduidelijke cookies). Ook de Nederlandse Wet Bescherming Persoonsgegevens uit 1995 lijkt in dit opzicht niet meer te passen bij de huidige ontwikkelingen in
41
de informatiesamenleving.
Computersystemen worden steeds krachtiger en kunnen steeds meer patronen herkennen. Ze zijn echter nog steeds gebaseerd op algoritmes, die niet overweg kunnen met
informatie die niet in hun procedures passen of uitzonderlingen op de regel zijn. Zo kunnen drones en andere robots in oorlogsomgeving nog geen onderscheid maken tussen
onschuldige burgers of terroristen. Maar ook in andere sectoren waar menselijkheid een
wezenlijk onderdeel vormt, b.v. bij sociaal beleid, kan de ontmenselijking van besluitvorming ook tot ongewenste neveneffecten leiden. Er worden nu ook al domoticasystemen ontwikkeld die zelfstandig beslissingen moeten nemen op basis van input van
allerlei sensoren in huis. Als de al decennia lang bestaande thermostaat in huis de verwarmingsketel weer heeft laten branden, kun je die zelf heel eenvoudig overrulen, maar
het wordt lastiger als oudere mensen door een groot complex van sensoren en systemen
dingen in huis zien gebeuren, die ze zelf niet meer in de hand hebben.
We zijn in een tijd gekomen, waarin het steeds belangrijker wordt om de juiste informatie te halen uit de enorme hoeveelheid gegevens die verzameld worden. Informatie wordt dus, na de klassieke productiefactoren arbeid, kapitaal en natuurlijke hulpbronnen, de vierde belangrijke factor van economisch belang. Door veel krachtigere
computers en nog betere datacompressie kunnen grote hoeveelheden gegevens steeds
sneller geanalyseerd worden. Zelf dragen we,
onwetend en vol onschuld, bij aan het ruimWe zullen nu al goed moeten
hartig weggeven van gegevens over ons zelf:
nadenken over hoe we willen omgaan
door maar al die apps te downloaden, door de
met de permanente doorontwikkeling
sociale netwerken, etc.
van apparaten
Daarnaast zijn er nog andere belangrijke ICT
ontwikkelingen: Cloud computing maakt
grootschalige dataopslag en softwaregebruik via het Internet mogelijk. Maar software
wordt ook steeds meer ingebed in de hardware van onze apparaten. Steeds meer simpele
producten krijgen draadloze sensoren ingebouwd, zodat ze gemakkelijk via Internet bereikbaar worden. Kortom, om ons heen ontstaat een geweldig elektronisch zenuwstelsel,
dat een belangrijke rol gaat spelen in onze economie, zorg, welzijn en sociaal leven.
De vraag is daarbij terecht of ons menselijk brein is aangepast aan deze snelle toename
van informatie. Door sommigen wordt al gewezen op problemen van medische aard, zoals hoge bloeddruk, bijziendheid, verwarring, verslechterd oordeelsvermogen, ongevoeligheid, etc. Het goed kunnen omgaan met die grote overmaat aan informatie wordt dus
steeds belangrijker. Gelukkig helpen ook hier computers weer steeds meer: informatie
wordt gepersonaliseerd en kan dus op jouw behoefte worden afgestemd. De bijbehorende vraag is dan ook: wie is baas van al die informatie van mij en over mij? Doordat
onze gegevens in talloze databases worden verzameld, ontstaat ook steeds meer behoefte
aan een nieuwe datainfra- en datainfostructuur, met het individu als knooppunt binnen
een onafhankelijk trusted framework.
42
Naar een onafhankelijk ecosysteem voor beveiligde gegevens die, alleen na autorisatie van de burger
zelf, mogen worden gebruikt voor analytics
Conclusies
Er is in Nederland al meer dan 20 jaar gepionierd en geëxperimenteerd met domotica.
Nederland behoort hierin, naast in allerlei andere gebieden, ook tot de koplopers in Europa. De nieuwe draagbare apparaatjes, zoals smartphones en tablets, alsmede de nieuwe
generatie domotica, zorgen voor veel nieuwe data. De intelligentie is daarbij het vinden
van patronen in de enorm groeiende hoeveelheden data. Daarmee kunnen afwijkend
gedrag, naderende gezondheidsproblemen en ziekten beter worden voorspeld en kunnen
tijdig, door b.v. aanpassing van de woning, maatregelen genomen worden. Dat zal in
de gezondheidszorg en ouderenzorg tot enorme
kostenbesparingen kunnen leiden. Maar die
Transparantie van big data heeft
transparantie heeft echter ook een prijs: vrijwel
een prijs: echte privacy zal een zeer
elke vorm van privacy zal hiermee verdwijnen,
echte privacy zal een zeer kostbaar goed workostbaar goed worden
den. Ons huis en ons leven zullen steeds meer
“gecontroleerd” worden door machines…. Is
dit alles menselijk wenselijk?
43
Discussie
Schnabel: Dank je wel. Ik heb na je lezing wat gemengde gevoelens over de domotica:
aan de ene kant zijn er ongelofelijke mogelijkheden, aan de andere kant is de bruikbaarheid, die voor de zorg van met name oudere mensen van belang is, nog maar zeer
beperkt, zoals je zelf ook aangaf. Dat heeft te maken met de coördinatie, met dat de
domotica inspelen op andere dingen dan die de mensen wenselijk vinden. Ik zag bijv. de
oudere in de scène dat het licht automatisch aangaat, als het ware aan zijn elektriciteitsrekening denken… dat heeft ook met die generatie te maken.
Westendorp: Hartelijk dank voor uw overzicht. Ik heb ook een dubbel gevoel, meer in
algemene zin. Mag ik u uit de tent lokken door te zeggen van “Is het toch nog zo dat we
op het ogenblik totaalconcepten aan het ontwikkelen zijn, waarvan u terecht aangeeft
dat ze maar heel mondjesmaat opgepikt worden?” “Moeten we niet naar een Gammaconcept dat we veel meer losse componenten aanbieden waaruit de mensen zelf kunnen
kiezen wat ze daarmee doen?” Of gebeurt dit al?
Van Berlo: Ja er zijn bijvoorbeeld bij de Lidl en de Gamma al heel veel van die simpele
dingetjes te koop, bijv. 3 blokjes die je in je stopcontacten stopt en waarmee je je lampen
kan bedienen op afstand, maar veel verder gaat het niet. Dat heeft ook te maken met de
interoperabiliteit, d.w.z. het op elkaar afgestemd zijn van de apparatuur en de sensoren.
Daar zijn we nog net niet aan toe, totdat, denk ik, de grote bedrijven zich op de domotica storten. Afgelopen maand was er in Las Vegas een consumentenelektronicashow
waar Samsung gezegd heeft dat ze voor in huis veel meer gaan aanbieden. Ook Apple,
weten we, is daar mee bezig. Als dit soort grote partijen zich er mee gaan bezig houden
dan zouden zij de standaard kunnen gaan maken. Het grote probleem in domotica-land
van dit moment is, dat die er niet is. Je koopt onderdelen bij verschillende fabrikanten
en die passen nooit samen, je krijgt niet de intelligentie die je zoekt. Er zijn weliswaar
eenvoudige stand-alone oplossingen die werken (denk aan de elektronisch bestuurbare
voordeur), maar dat is niet de intelligentie waar we naar toe gaan.
Van Boxtel: Mijn ervaring is: die fantastische nieuwe technologie gaat altijd over: “wat
kan er aangeboden worden?” Dat is schier oneindig, maar wat de aanbieders vergeten is
de cruciale vraag die Steve Jobs zich wel stelde: “niet wat maar hoe?” Als de apparaten
in het gebruik ergens te kort schieten, is de innovatie zinloos. Ik denk dat we veel meer
naar de individuele situatie moeten: wat willen mensen individueel, in hun situatie,
hebben om te verbeteren. En dan kan je dat wat jullie gemaakt hebben wel als individueel maatwerk aanbieden. Als dat niet zo is, en het blijven allemaal standaard concepten,
dan gaat dit niet vliegen.
Becker: Ik heb destijds uitvoerig onderzoek gedaan voor Philips naar Technology-generations. Generaties in de hantering van ICT gestuurde apparatuur. U kunt, op basis van
alle mogelijke handleidingen leren hoe ICT gestuurde apparatuur werkt. Maar als het
44
misgaat, als het niet functioneert, heb je geen goede handleiding. Dan moet je zonder
handleiding proberen te vinden wat de oplossing is. Dat moet je doen op basis van de
herinnering die je hebt, de informatie die je in je hebt, en dan gaat spelen tot welke
technologie generatie je hoort. Uiteraard zitten er in de senioren verschillende generaties en langzaam schuiven die generaties de volgende generatie weer in. Maar u zult ze
ook moeten leren hoe ze moeten omgaan met fouten.
Van Berlo: In de eerste plaats wil ik zeggen dat ik het heel fijn vind om te merken dat
u in de zaal bent Prof. Becker. Toen ik 20 jaar geleden begon heb ik reeds uw artikelen
gelezen. Uw probleem zal zich niet vanzelf oplossen. Als we kijken naar de snelheid
waarmee kinderen vertrouwd raken met informatica, bijv. 30% van de baby’s tot 1 jaar
mag een iPad gebruiken: dat is een hele nieuwe techniek generatie! Ik dank dat die
techniekgeneraties door zullen blijven gaan en dat de problemen op dat vlak alleen
maar toe zullen nemen.
Mevr. Van Gennep: dank voor uw verhaal. Op één punt ben ik het niet helemaal met
u eens, dat is de ontmenselijking van de besluitvorming. Ik denk dat we juist naar de
vermenselijking van de besluitvorming gaan. Als voorbeeld noem ik de chronisch zieken die nu, in tegenstelling tot vroeger, de beschikking krijgen over heel veel data. Ze
kunnen die ook zelf meten en ze kunnen er iets mee doen. U kent ongetwijfeld ook de
website “patients like me”, waar patiënten ervaringen kunnen delen met anderen met
gelijke problemen. Ze weten nu soms beter dan de begeleidende arts wat er bij hen moet
gebeuren!
Van Berlo: Ja, dat meten konden we vroeger niet zelf, toen was je helemaal afhankelijk
van je arts. Toch gaat de machine gaat (een deel van) de regie overnemen. Die gaat patronen analyseren, natuurlijk geeft hij jou de juiste informatie, en daar kun jij dan weer
verder op borduren en ja of nee zeggen. Maar wat ik bedoelde was vooral de woning, de
domotica, ik denk dat daar dingen gaan gebeuren die nu nog bijna ondenkbaar zijn. Ik
zou als voorbeeld de thermostaat willen nemen, die zo’n jaar of 40 geleden opkwam en
die er voor zorgt dat als de temperatuur in de kamer te veel zakt, u niet naar het stookhok hoeft te lopen om de c.v. aan te zetten. Dat is een slimmigheidje. In de toekomst
komt er zoiets als camera’s en sensoren die van alles gaan meten en patronen in herkennen. Op basis van al die gemonitoorde zaken gaat de techniek van je huis dan bepaalde
beslissingen nemen: de techniek gaat bepaalde beslissingen voor jou nemen. Let wel dit
is natuurlijk alleen bedoeld voor mensen die zelf niet in staat zijn om die beslissingen te
nemen, niet voor degene die deze knoppen gewoon af wenst te zetten….
Van Amerongen: Zijn we niet te vroeg begonnen met al deze experimenten? De technologie was er wellicht nog niet rijp genoeg voor.
Van Oerle: klopt het dat u heel weinig informatie hebt gegeven over wat er buiten Nederland gebeurt? Ik herinner me dat Japan 10 jaar geleden al zoveel verder was met de
45
robots, ik hoor daar nu niets over. Hebben we daar niet wat van kunnen leren?
Van Berlo: Je ziet prachtige verhalen uit Japan, ik ben er zelf een paar keer geweest,
maar er is nogal wat oplichterij bij. Wij in Nederland, en daar ben ik echt trots op,
hebben veel meer ervaring met domotica. We hebben geleerd van de projecten die we
gedaan hebben, maar dat hebben ze daar in Korea en Japan niet. Wij zijn in Europa
koploper op het gebied van de domotica.
Van Hee: Ik ben gepensioneerd, maar wel directeur van een kleine start-up die zorgrobots maakt. Dat zijn robots die hele simpele dingen doen (bijv. een glaasje water halen).
Ze kunnen als ze eenmaal verder ontwikkeld zijn, bijv. een kopje thee voor je halen of
de deur voor je open doen als jij dat wil. In Japan zijn een paar hele grote robotbouwers
voor de industrie, maar verder gebeurt het allemaal door die kleine “keutelaars” zoals
ik…..!
46
Nick Guldemond
Chief Innovation Officer & Business Development UMC Utrecht
Over de rol van technologische ontwikkelingen en
zorgbeleid ten behoeve van integrale zorg
Deze lezing geeft een beschouwing vanuit internationaal maatschappelijk-economisch perspectief op technologische ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan het oplossen van problemen
in onze gezondheidzorg die samenhangen met een toenemende
vraag en minder middelen. Eerst zullen de sociaal-economische
implicaties van de vergrijzing op de gezondheidszorg worden
geschetst. Aansluitend worden de noodzakelijke paradigma verandering en de rol van geïntegreerde zorg en technologie toegelicht. Vervolgens worden de mogelijkheden van consumentenelektronica en informatie besproken om zorg persoonlijker en
efficiënter te maken. Tot slot, wordt de rol van de burger en zijn omgeving beschreven
bij het organiseren van lokale zorg en hoe door digitale verbindingen, mensen verbonden raken.
De invloed van de vergrijzing op de verhouding tussen het aantal werkenden ten
opzichte van gepensioneerden zal de komende jaren aanzienlijk zijn. Dit komt mede
doordat mensen langer leven dan ooit tevoren en tegelijkertijd minder kinderen krijgen dan vroeger. In 2007 waren er in
Europa gemiddeld vier werkenden op
De lokale gemeenschap als “living lab” is
een gepensioneerde, terwijl dit in 2050
de relevante omgeving waarin ontwerpers,
gemiddeld twee werkenden op een
gepensioneerde zal zijn. Deze twee weringenieurs, wetenschappers, bedrijven
kenden zullen voor kinderen en oudeen consumenten producten, diensten en
ren moeten zorgen, de publieke taken
processen voor zorg en welzijn ontwikkelen
moet uitvoeren als het vuil ophalen,
onderwijzen en belasting innen alsook
de economie laten groeien door bedrijvigheid en innovatie. Niet alleen Europa maar
veel westerse landen in de rest van de wereld staan voor dezelfde uitdagingen als gevolg
van de vergrijzing. In het Europa van 2050 komt Nederland er met een verhouding van
3:1 relatief gunstig af, maar in landen als Italië en Spanje zijn er regio’s met ongeveer
1.5 werkenden op 1 oudere zijn de gevolgen dramatisch. De voorspelling van deze
“age dependency ratio”1 voor China zijn door het één kind beleid sinds 1979 nog veel
ongunstiger.
1
http://www.economicshelp.org/blog/glossary/dependency-ratio/
47
Ouderdom komt met gebreken: volgens een rapport van het RIVM in 2005 heeft ongeveer de helft van alle Nederlands boven 65 jaar 1 of meer chronische ziekten2. Nieuwe
cijfers van 2013 laten zien dat Nederlanders, ondanks de toegenomen levensverwachting, eerder en vaker een chronische aandoening krijgen. De stijging van de laatste jaren
is zichtbaar binnen alle leeftijdsgroepen. In de afgelopen jaren is het aantal mensen met
één of meer chronische ziekten met 17% gestegen. Daarnaast is het aantal mensen met
multi-morbiditeit met 26%, nog harder
gestegen3. Chronische aandoeningen
De meeste westerse gezondheidszorgsystemen
hebben negatieve gevolgen voor onafhankelijkheid en economische prozijn georganiseerd op het behandelen
ductiviteit. De afhankelijkheid van de
van problemen en niet op het voorkomen
krimpende werkende bevolking neemt
van daarvan
hierdoor alleen maar toe.
De meeste westerse gezondheidszorgsystemen zijn georganiseerd op het behandelen van
problemen en niet op het voorkomen van daarvan. De zorg wordt grotendeels verleend
door professionals in instituten als ziekenhuizen, verpleeghuizen, GGZ-instellingen,
etc., die de laatste decennia door stapsgewijze fusies in omvang zijn toegenomen. Het
beleid om te wachten totdat de gezondheidsproblemen ontstaan om vervolgens deze
te laten behandelen door professionele organisaties heeft een hoge prijs in termen van
financiën, faciliteiten en menskracht: het aandeel van de zorguitgaven in het bruto
binnenlands product (bbp) steeg van 14,8 procent in 2011 tot 15,4 procent in 20124.
Tezamen met de hierboven beschreven gevolgen van minder werkende mensen in combinatie met een toenemende zorgvraag, is de huidige organisatie van zorg onhoudbaar.
Bovendien is het zeer waarschijnlijk dat de gevolgen van een onveranderd zorgbeleid de
aanleiding vormen voor een aanhoudende economische crisis.
Hoewel deze blik in de nabije toekomst zorglijk is, worden thans maatregelen getroffen
die gevolgen van de vergrijzing, de toename van chronisch zieken en een niet adequaat
zorgsysteem tegen gaan. Er zijn drie hoofddoelstellingen in het Europese beleid te onderscheiden. Ten eerste het verhogen van de pensioenleeftijd om de arbeidsparticipatie te
bevorderen5. De Europese Commissie heeft Nederland aangeraden de pensioenleeftijd
stapsgewijs te verhogen naar 67 jaar in 2024. Daarna wordt de leeftijd gekoppeld aan
de levensverwachting6. Met deze verhoging van de pensioenleeftijd verandert ook de
2http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/chronische-ziekten-enmultimorbiditeit/hoeveel-mensen-hebben-een-of-meer-chronische-ziekten/
3http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Algemeen_Actueel/Nieuwsberichten/2013/Aantal_
chronisch_zieken_neemt_toe
4 Centraal Bureau voor de Statistiek PB13-037 16 mei 2013
5http://www.ser.nl/nl/publicaties/overzicht%20ser%20bulletin/2012/februari_2012/04.aspx
6http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/europese-unie/europa-2020/europa-2020-gevolgen-voornederland
48
“age dependency ratio” waarvoor nu 65 jaar als factor wordt gehanteerd: de verhouding tussen het aantal werkenden en gepensioneerden wordt hierdoor gunstiger. De
tweede hoofddoelstelling is gericht op het gezonder houden en zelfstandiger laten leven
van (toekomstige), senioren. Zoals bleek uit het voorgaande stijgt het gezonde aantal
levensjaren niet in dezelfde mate als de levensverwachting: er is zelfs sprake van een
relatieve daling van gezonde levensjaren. Daarom heeft de Europese Commissie zich
tot doel gesteld om het gezonde aantal levensjaren met twee jaar te verlengen: “two
more healthy life years”7. Het programma European Innovation Partnership “Active
and Healthy Ageing” is een concrete uitwerking van deze ambitieuze doelstelling met
actieplannen waarin organisaties uit de lidstaten samenwerken: increase the average
healthy lifespan of Europeans by 2 years by 20208. Tot slot, is de derde hoofddoelstelling gericht op het efficiënter maken van onze maatschappij door hervorming van de
nationale zorgstelsels, inclusief de betrokkenheid van de burger, en het beter toepassen
van de mogelijkheden die technologie kan bieden. Wanneer de productiviteit van de
werkende bevolking door meer efficiëntie kan worden verhoogd, draagt dat bij aan
economische ontwikkeling en stabiliteit. De samenhang tussen de besproken hoofdoelstellingen: meer participatie, gezonder leven en slimmer samenwerken wordt in het
volgende deel nader belicht.
Figuur 1.
7http://ec.europa.eu/health/indicators/healthy_life_years/hly_en.htm
8http://ec.europa.eu/health/ageing/innovation/index_en.htm
49
Sinds decennia wordt er nagedacht
over een alternatief raamwerk voor
het organiseren van de gezondheidszorg die in de westerse wereld veelal
wordt gekenmerkt als reactief, gefragmenteerd en primair georiënteerd op
(bio)medische aspecten van ziekte
in plaats van gezondheid. De alternatieve zorgmodellen gaan uit van multidisciplinaire
samenwerking en bieden een meer holistisch perspectief op gezondheid en welzijn. De
Europese Commissie en veel lidstaten propageren een paradigma verandering waarin
de huidige professionele mono-disciplinaire en institutionele zorg transformeert naar
een systeem met 1) relatief kleine instituten waarin de hoog-complexe zorg is geconcentreerd, 2) gezondheidscentra dicht bij burger in de buurt waar een breed palet aan
zorgdiensten kan worden aangeboden, en 3) een grote betrokkenheid van de burger en
werkgever bij het verlenen van zorg in de lokale omgeving. Hierbij is de onderlinge
samenwerking tussen de betrokkenen, inclusief de directe omgeving van de patiënt
zoals mantelzorgers, belangrijk. De samenvatting van deze paradigma verandering is
weergegeven in figuur 1. Om deze paradigma verandering te realiseren is een aantal
elementen voor de organisatie van zorg relevant: zowel binnen de gezondheidszorg zelf
als de rol van de burger en zijn lokale
gemeenschap.
Gegevens van laboratoria, patiëntendossiers,
medicatie, medische beeldvorming, financiële
De samenhang tussen deze elemengegevens,
persoonlijke gegevens via internet en
ten zijn begin jaren negentig in het
9
“Chronic Care Model” door Wagner
gebruik van sociale media leiden tot een explosie
beschreven en Barr10 heeft later het
van “big data”
belang van preventie en de rol van
de gemeenschap geaccentueerd. Thans
vormt het zogenoemde “Integrated Care Model” de basis van verschillende beleidsdocumenten van de Europese Commissie over de gezondheidszorg11. Het “Integrated Care
Model” met de verschillende elementen is samengevat in figuur 2.
Een transformatie is wenselijk naar een
systeem met kleine instituten voor de hoogcomplexe zorg, brede gezondheidscentra dicht bij
burger en een grote betrokkenheid van de burger
9 Wagner, E.H., Austin, B.T., Von Korff, M.: Improving outcomes in chronic illness. Managed Care
Quarterly 4(2), 12–25 (1996)
10 Barr, V.J., Robinson, S., Marin-Link, B., Underhill, L., Dotts, A., Ravensdale, D., Salivaras, S.:
The expanded Chronic Care Model: an integration of concepts and strategies from population health
promotion and the Chronic Care Model. Hospital Quarterly 7(1), 73–82 (2003)
11http://ec.europa.eu/health/ageing/key_documents/index_en.htm#anchor1
50
Figuur 2.
Zorg is een informatie gedreven proces en informatie-uitwisseling is een essentieel
aspect van een goed functionerend zorgsysteem. Zowel voor een goede zorgverlening
als de onderlinge samenwerking is het noodzakelijk dat alle betrokkenen, zowel de
verschillende zorgprofessionals als de informele zorgers, te allen tijde en in elke situatie
over de juiste informatie kunnen beschikken. Door de gefragmenteerde organisatie van
de zorg, het ontbreken van een “elektronisch patiënten dossier” en informatiesystemen
die niet met elkaar kunnen communiceren is dit vaak nu niet mogelijk. Besluitvorming
tijdens de zorgverlening is een complex en dynamisch proces waarbij frequente onderlinge afstemming en betrokkenheid van de patiënt en zijn omgeving belangrijk zijn.
Naast intensieve communicatie is ondersteuning van de besluitvorming met richtlijnen
en protocollen gewenst om een efficiënte, veilige en kwalitatief goede zorg te bieden.
Het leveren van zorg heeft betrekking op de integrale wijze van zorgverlening. In plaats
van uit een specifieke medische of sociale discipline zorg te leveren, speelt een multidisciplinair team in op de behoeften van de patiënt en zijn naasten. Zelfmanagement of
“eigen regie” geeft de verantwoordelijkheid aan van de burger in deze multidisciplinaire
zorgverlening. Daar waar mogelijk zal de burger zelf actie moeten ondernemen en bijbehorende vaardigheden moet ontwikkelen om zijn gezondheid te bevorderen. Uiteraard
rekening houdend met de eigen sterke en zwakke kanten, interesses, waarden en ambities12. De betrokkenen in de omgeving van de patiënt hebben daarbij ook een verant12 Ishikawa H, Yano E. Patient health literacy and participation in the health-care process.
Health Expectations 11[2], 113-122. 1369-7625 2008.
51
woordelijkheid bij het ondersteunen om zo optimaal mogelijk gezond en zelfstandig te
leven. Dit beperkt zich niet alleen tot de privé situatie maar ook hoort de werkomgeving van de patiënt hierbij. Volksgezondheid en preventie verdienen meer aandacht om
uiteindelijk gezondheidsproblemen op
de korte en lange termijn te beperken
Incidenten met informatiebeveiliging
en/of te voorkomen. Aangezien in deze
wekken
wantrouwen bij burgers en vormen
paradigma verandering de rol van de
pro-actieve burger centraal staat zal de
daarmee een bedreiging voor de potentiele
gemeenschap rondom lokale initiatiemogelijkheden
ven moeten worden gemobiliseerd. Op
deze wijze worden de vragen en eisen
die de overheid aan de burgers stelt tastbaar en kan een bijdrage aan de oplossingen
worden geconcretiseerd. Technologie is onmisbaar om deze doelen op een efficiënte en
betaalbare manier te bereiken. Een voorbeeld van de geschetste integrale werkwijze is
geïllustreerd in figuur 3: valpreventie.
Figuur 3.
52
Vallen bij ouderen is een groot maatschappelijk probleem en leidt vaak tot ernstige
complicaties en hospitalisatie (blokjes-stippellijn). Met pro-actieve huis-aan-huis
bezoeken kunnen fragiele ouderen worden geïdentificeerd en met bewezen preventieve
maatregelen zoals een beweegprogramma, voedingsadviezen en sociale activiteiten
kan het risico op vallen worden verkleind. Wanneer deze ouderen onverhoopt vallen
zijn de complicaties minder ernstig en het herstel voorspoediger waardoor de kans op
blijvende zelfstandigheid groter is. Multidisciplinaire samenwerking met overheden,
sociaal-maatschappelijke organisaties en zorgprofessionals (nulde, eerste en tweede lijn)
is hierbij een randvoorwaarde en technologie kan de leefomgeving veiliger maken en
interactie bevorderen.
Technologie voor gezondheid, zorg en welzijn kan worden ingedeeld in verschillende
domeinen afhankelijk van de gezondheidsstatus en behoeften. Er zijn technologieoplossingen ter ondersteuning van 1) een gezonde leefstijl, voorlichting en risicomonitoring,
2), zelfmanagement van (chronische) ziekten 3) domotica, huisautomatisering of thuiszorgtechnologie13 en 4) technologie voor curatieve zorg of medische technologie. Deze
algemene indeling staat naar gezondheidsstatus en leeftijd in figuur 4 weergegeven. Er
zijn ook andere indelingen mogelijk zoals volgens het continuüm van zorg: ie technologie voor (vroeg)diagnose, interventie en monitoring.
Figuur 4.
13http://www.smart-homes.nl/Domotica/Wat-is-domotica.aspx
53
Figuur 5.
Met name de mogelijkheden van consumentenelektronica zoals tablets, smartphones
en smartTV’s voor een gezonde leefstijl, zelfmanagement en domotica zijn interessant.
Verbeteringen in bedieningsgemak, intelligente software en koppeling met andere
apparaten maken technische oplossingen voor communicatie, meten van gezondheid
en organiseren lokale zorg gemakkelijk14. Het toenemende gebruik van gezondheidgerelateerde apps of software op mobiele telefoons en de beschikbaarheid van draagbare
meetapparatuur zoals stappentellers, hartslagmeters en activiteitenmonitors bevestigen
dit. Tablets, smartphones en smartTV’s
bieden door hun communicatiemogelijkZelfmanagement of eigen regie geeft de
heden en de krachten van internet een
verantwoordelijkheid aan de burger in de
venster op de wereld voor thuisgebonden patiënten en kunnen zorg persoonmultidisciplinaire zorgverlening
lijker maken. Zoals eerder aangegeven,
is zorg een informatie gedreven proces.
Informatiedeling in de zorgketen is niet alleen voor de onderlinge samenwerking tussen
professionals van belang, maar ook voor de patiënt en zijn omgeving. Wanneer informatie laagdrempelig aan patiënten en mantelzorgers kan worden aangeboden bevordert
14 Fitrianie S, Huldtgren A, Al-Ers H, Guldemond NA. A SmartTV Platform for Wellbeing, Care
and Social Support for Elderly at Home. 11th International Conference on Smart Homes and Health
Telematics June 18-21, 2013, Singapore. Lecture Notes in Computer Science (LNCS), Proceedings.
Springer 2013
54
dit de betrokkenheid en zelfmanagement. Ook kunnen via digitale oplossingen gemaksdiensten met zorgdiensten worden gecombineerd (figuur 5) voor ondersteuning van
ouderen bij langer zelfstandig wonen. Tevens maken de beschikbare hulpmiddelen voor
planning, taakverdeling en instructies de organisatie van lokale zorg met professionals
gemakkelijker en efficiënter.
Mobiele technologie kan mensen gezonder houden. Draagbare apparaten die kunnen
meten en communiceren en verbonden zijn met internet, maken informatie persoonlijk en dit beïnvloedt het gedrag: van individuen en groepen mensen via digitale sociale netwerken. Smartphones kunnen gezonde leefstijladviezen effectiever maken door
informatie te personaliseren en direct te koppelen aan het gedrag van het individu
(figuur 6). Wanneer deze informatie ook via sociale netwerken met andere mensen
wordt gedeeld, kan dat via normatieve sociale beïnvloeding een gezonde leefstijl
bevorderen. Dat geldt niet alleen voor gedrag van individuen maar ook voor lokale
gemeenschappen om bijvoorbeeld de sociale cohesie te bevorderen die noodzakelijk
is voor goede lokale zorg. Figuur 7 illustreert hoe reprociteit15 als sociaalpsychologisch
model in sociale media en communicatie technologie kan worden toegepast voor het
beïnvloeden van groepsgedrag.
Figuur 6.
15 Cialdini, R. B. (2001). Influence: Science and practice (4e druk.). Boston: Allyn & Bacon.
55
Figuur 7.
Zoals blijkt uit het voorafgaande heeft de digitalisering van de sociale, zorg en consumenten sectoren een grote invloed op het verzamelen en combineren van data. Naar
schatting is pas in de laatste twee jaar 80% van alle gezondheidsgerelateerde data verzameld. Dit betreffen gegevens van laboratoria, patiëntendossiers, medicatie, medische
beeldvorming, financiële gegevens, persoonlijke gegevens via internet, gebruik van
sociale media, etc. In deze “explosie” van data, ook wel “big data” genoemd, schuilt de
belofte dat gebruik van deze gegevens voor consument, bedrijvigheid en zorg doelmatig
kunnen worden ingezet. Uiteindelijk is het de vraag wie de eigenaar van deze gegevens
is. De Europese Commissie is van mening dat de burger zelf eigenaar van zijn gegevens
is en ook de controle moet kunnen houden over het gebruik hiervan16.
De mogelijkheden van digitale technologieën om de gezondheidszorg te verbeteren lijken enorm. Echter, er zijn twee belangrijke aandachtspunten bij het gebruik van al deze
gegevens: ten eerste de veiligheid en privacy van persoonlijke gegevens en ten tweede
het doelmatig gebruik van big data in de gezondheidszorg. Ten aanzien van veiligheid
en privacy ontstaat door de incidenten met informatiebeveiliging wantrouwen bij burgers over het gebruik en delen van persoonlijke gegevens. Dit is een bedreiging voor
16 eHealth Action Plan 2012-2020 – innovative healthcare for the 21st century, Commission Staff Working Document, COM(2012) 736 final, SWD(2012) 414 final, Brussels, 6.12.2012
56
de potentiele mogelijkheden die digitalisering voor de zorg kan bieden. Daarom is het
essentieel dat de overheid een beleid voert om het vertrouwen van de burger in digitale
systemen te bevorderen: bijvoorbeeld door adequate wetgeving en voorlichting. Ook
kunnen technische oplossingen de veiligheid van
data en apparatuur in de zorg verbeteren, zodat
Het Europese antwoord: meer
een elektronisch patiëntendossier net zo veilig als
participatie, gezonder leven en
internetbankieren kan worden gebruikt. Zowel
slimmer samenwerken
voor internetbankieren als een elektronisch patiëntendossier geldt dat een 100% veiligheidsgarantie niet kan worden gegeven.
Een voorbeeld van een veilig elektronisch patiëntendossier dat gegevens van meerdere zorgverleners en betrokkenen koppelt is: “Pazio” (figuur 8). Pazio is eigenlijk een
platform voor informatie-uitwisseling in de zorg en het beschikbaar stellen van digitale
diensten van zorgverleners en andere dienstenleveranciers. Pazio is met ICT-bedrijven
in het UMC Utrecht ontwikkeld als een digitale voordeur van de zorg en bruikbaar op
alle computers, tablets, smartphones en smartTV’s.
Figuur 8.
Zoals gezegd kan het combineren van gegevens grote voordelen hebben bij het moderniseren en persoonlijker maken van de zorg. Wat daar technisch voor nodig is kan
worden geïllustreerd aan de hand van een
voorbeeld waarbij de mobiele telefoon
We zien een stijging van de algemene
wordt gebruikt om een leefstijladvies te
levensverwachting, maar een relatieve daling
gegeven. Hoe dit stapsgewijs in zijn werk
gaat is in figuur 9 weergegeven.
van het aantal gezonde levensjaren
57
Figuur 9.
Sensoren in mobiele telefoons kunnen de dagelijkse bewegingen en activiteiten van
een persoon registreren. Om betekenis te kunnen geven aan de signalen die deze sensoren produceren moeten deze eerst met algoritmen worden bewerkt. Vervolgens kan
deze informatie worden gecombineerd met andere data over bijvoorbeeld de locatie,
tijd van de dag en/of agendagegevens (zogenoemde meta-data). De combinatie van
deze verschillende gegevens zegt iets over de mate, de aard en omstandigheden van
de activiteiten die de persoon heeft uitvoert. Deze bundel van informatie kan worden
vergeleken met dezelfde informatie van andere personen of aan de hand van normatieve criteria om overeenkomsten en afwijkingen te bepalen. De interpretatie van deze
overeenkomsten en afwijkingen kan leiden tot een automatische instructie via een
tekstbericht om bijvoorbeeld vanavond te gaan sporten. Dezelfde instructie kan naar
relevante personen, zoals vrienden, worden gestuurd om deze persoon te ondersteunen
om meer te gaan bewegen. Of daadwerkelijk wordt gesport kan ook weer worden gemeten. Dit is een simpel voorbeeld om te laten zien hoe informatie van mobiele telefoons
kan worden toegepast om gezond gedrag te bevorderen. Op deze wijze kan technologie
bijdragen aan gepersonaliseerde preventie dat past in het “integrated care model” zoals
aan het begin van deze lezing is gepresenteerd.
Het doelmatig gebruiken van grote hoeveelheden informatie is echter nog een grote
uitdaging. Veel van de gezondheidsgerelateerde gegevens die worden verzameld zijn
58
ongestructureerd. Voor het vertalen van data naar bruikbare informatie (figuur 10.) zijn
technische oplossingen voor opslag, transport en verwerking nodig. Bovendien zullen
verschillende analysetechnieken zoals patroonherkenning, data-modelering, simulering
en agent-based modelering van dergelijke hoeveelheden gecombineerde data moeten
verbeteren. N.B. agent-based modelering zijn softwarematige robots die autonoom analyses kunnen uitvoeren en nieuwe intelligentie (complex adaptief systeem)17 kunnen
ontwikkelen.
Figuur 10.
De mogelijkheden van technologie als onderdeel van de oplossing die nodig is om de maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden wordt door het Europese innovatiebeleid
door middel van subsidieprogramma’s ondersteunt. Waar vroeger het Europese onderzoek en ontwikkelingsbeleid kennisontwikkeling benadrukte staan de huidige subsidieprogramma’s meer in het teken van kennistoepassing en publiek-private samenwerking.
Onder invloed van de crises en de grote maatschappelijke behoefte aan concrete oplossingen voor de toekomstige problemen zoals het klimaat en vergrijzing18, verschuift
17 Een complex adaptief systeem is in de systeemtheorie een systeem waarvan de onderling gerelateerde
informatie componenten de mogelijkheid hebben zich aan te passen en te “leren” van eerdere ervaringen:
Holland, J.H., Adaptation in natural and artificial systems: an introductory analysis with applications to
biology, control, and artificial intelligence, MIT Press, Cambridge, Mass, 1992 ISBN 0-262-58111-6.
18http://www.healthyageing.eu/
59
geleidelijk het accent binnen de Europese subsidieprogramma’s van fundamenteel
onderzoek naar marktgerichte ontwikkeling en zorginnovatie. Het Europese innovatiebeleid vertoont grote overeenkomsten met het topsectorenbeleid waar kennisinstellingen, overheid en bedrijven samen oplossingen
creëren met een beoogde meerwaarde voor wetenschap, maatschappij en business. Horizon 202019
Een elektronisch patiëntendossier
is het overeenkomstige programma bedoeld om
zal net zo veilig moeten zijn als
Europa sociaal-maatschappelijk duurzaam en cominternetbankieren
petitief te maken, waarbij het de ultieme doelstelling is om door innovatie de zorg betaalbaar en
toegankelijk te houden. Het zal duidelijk zijn dat technologie en sociaal-maatschappelijk innovatie hierbij een grote rol spelen. De Europese Commissie stimuleert met
beleidsinstrumenten ontwikkeling, implementatie en opschaling op lokaal niveau. In
figuur 11 is de strategie van de Europese Commissie om “top-down” programmatisch
ontwikkeling te stimuleren (H2020) en innovaties op te schalen (EIP-Active and
Healthy Ageing) afgebeeld. De burger en zijn omgeving als ontwerpers van de lokale
samenleving zijn hierbij een belangrijk oogmerk20.
Figuur 11.
19http://ec.europa.eu/europe2020/index_en.htm
20http://www.who.int/management/general/decisionmaking/WhereArePatientsinDecisionMaking.pdf
60
Figuur 12.
Er zijn veel studies uitgevoerd naar kostenbesparing en de meerwaarde van technologie voor zorg en welzijn 21 22, maar veel landen en regio’s ervaren problemen met de
implementatie en opschaling. Er is vaak sprake van een onvolledige innovatieketen
waarbij ontwikkeling, testen, implementeren en opschalen niet op elkaar zijn afgestemd. Zo bestaat een onwenselijke kloof tussen ontwikkeling en maatschappelijke
inbedding waardoor oplossingen die de publiek-private samenwerking kan bieden voor
de sociaal-maatschappelijke uitdagingen veelal onbenut blijven, ondanks het feit dat
de verantwoordelijke knelpunten zoals bekostiging, informatie privacy, gebruiksgemak,
standaardisatie, interoperabiliteit en niet aangepaste zorgprocessen bekend zijn.
Men is van mening dat de oplossingen voor de knelpunten en draagvlak bij de consument op lokaal niveau in de gemeenschap met anderen moeten worden ontwikkeld:
“community based co-creation”23. De lokale gemeenschap is de meest relevante omgeving waar ontwerpers, ingenieurs, wetenschappers, bedrijven en consumenten in een
relevante omgeving, producten, diensten en processen voor zorg en welzijn kunnen
ontwikkelen (figuur 12)24. Dit wordt ook wel “Living Lab” of Proeftuin genoemd.
21http://blogs.ec.europa.eu/neelie-kroes/ehealth-uk-pilot/
22http://www.ape.nl/include/downloadFile.asp?id=287
23 Guldemond NA, Geenhuizen Van M. Livings Labs for New Health Concepts and Medical Technology
in Cluster Development. Third International Engineering Systems Symposium CESUN 2012, Delft
University of Technology, 18-20 June 2012
24 Solaimani S, Guldemond NA, H Bouwman. Dynamic stakeholder interaction analysis: Innovative
smart living design cases, Electronic Markets - The International Journal on Networked Business,
Received: 6 November 2012 /Accepted: 19 August 2013, DOI 10.1007/s12525-013-0143-5.
61
Proeftuinen kunnen worden gezien als een omgeving waarin innovaties met partners
worden ontwikkeld en het gebruik ervan wordt onderzocht en gemonitord om de
toegevoegde waarde (bijvoorbeeld de kwaliteit van leven of een kostenbesparing) aan
te tonen en de juiste toepassing snel en gericht te bepalen. Proeftuinen zijn een goed
voorbeeld van een vorm van open innovatie op lokaal niveau (buurt, wijk, stadsdeel
of gemeente)25. Omtrent innoveren voor gezondheid in de wijk zijn verschillende
proeftuinen actief, zoals Leidsche Rijn, Amsterdam Noord, Utrecht Overvecht, Vitaal
Vechtdal en regio Maastricht-Heuvelland in Limburg. Maar er zijn veel meer van
dergelijke initiatieven in Nederland: er is sprake van grote fragmentatie van proeftuinen die zich richten op innoveren voor gezondheid, zowel qua aard als inhoud. Maar
er is weinig kennisuitwisseling tussen proeftuinen zodat ervaringen en modellen voor
organisatie en werkwijze niet tot nauwelijks gedeeld en “best practices” onvoldoende
worden uitgewisseld.
Met de opkomst van proeftuinen is ook een ander perspectief nodig op onderzoeksdesigns
voor deze vorm van “al doende” interatief of cyclisch ontwikkelen, implementeren en
opschalen. Effectstudies zouden kwalitatieve en kwantitatieve elementen moeten combineren en toepassen in actiegericht onderzoek26. Binnen het onderzoek moet ook veel
meer aandacht komen voor het anders verzamelen en analyseren van data. Daarnaast
moet onderzoek meer multidisciplinair: het combineren van beta en gamma disciplines in
wetenschappelijk onderzoek is eigenlijk een logisch gevolg van het integraal denken over
zorginnovatie. Dit is wetenschap in beweging ofwel Science in Transition: Wetenschap
moet gewaardeerd worden om de maatschappelijke meerwaarde die het oplevert en maatschappelijke stakeholders moeten meebeslissen over de kennisproductie.
The gain of knowledge is in it’s application…
25 Geenhuizen Van M, Guldemond NA. Living Labs in Health Innovation: Critical Factors in Their
Application. 2013 IEEE International Technology Management Conference & 19th ICE Conference
24-26 June 2013
26http://www.nivel.nl/technologie-in-de-zorg-en-ehealth
62
Martin van Rijn
Staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Van systemen naar mensen
Dames en heren,
Twee maanden geleden bracht ik een werkbezoek aan UNETOVNI, de ondernemersorganisatie voor de installatiebranche en
de technische detailhandel. U vraagt zich vast af, wat de staatssecretaris van volksgezondheid daar te zoeken heeft - en wat de
relatie is met deze bijeenkomst. Ik zal het u zeggen.
Deze ondernemersorganisatie heeft twee speerpunten in haar
beleid. Het eerste is duurzaamheid en energiebesparing. Maar
het tweede is: de vergrijzing.
In heel Nederland zijn de ondernemers in de technische branche bezig met het bedenken van innovatieve oplossingen voor huisvesting van ouderen. Het project dat ik
die dag bezocht heet Technologie Thuis NU! Het gaat om een nieuwe woonwijk in
Woerden, ontworpen door de technische installatiebranche in samenwerking met
zorgprofessionals. De woningen worden zo gebouwd dat ouderen er tot op hoge leeftijd
kunnen blijven wonen, ook als ze een visuele of motorische beperking hebben. Of last
krijgen van dementie.
Het was een verrassend en leerzaam werkbezoek. Deze ondernemers hebben de tekenen
van de tijd begrepen. Zij bereiden zich voor op de nieuwe eisen die aan de huisvesting van ouderen worden gesteld. Alles is
er op gericht dat de ouderen zo lang mogeOok met gebreken of chronische
lijk zelfstandig kunnen blijven wonen en zo
ziekten kun je nu nog jarenlang een
lang mogelijk de regie over hun leven houden. Ondersteund door techniek - want aan
tamelijk normaal leven leiden
het comfort van technische vernieuwingen
zijn ouderen in deze tijd al lang gewend.
Elektrisch te bedienen gordijnen, een draagbare videofoon, speciaal licht dat rust geeft
voor dementerenden: het komt er allemaal. Deze ondernemers lopen vooruit op de
toekomst van de zorg.
Toen dit kabinet aantrad, hebben minister Schippers en ik besproken wat onze ideeën
zijn over die toekomst van de zorg en we kwamen op de titel: Van systemen naar mensen.
Die titel slaat zowel op de curatieve als op de langdurige zorg. We hebben in Nederland
in de afgelopen decennia steeds ingewikkelder systemen opgebouwd rond de steeds
verder uitdijende zorgsector. Maar hoe meer aandacht je besteedt aan de systemen,
hoe meer die systemen ook centraal komen te staan - niet als middel, maar als doel. En
dat is de omgekeerde wereld. Het gaat om de mensen - zeker nu die mensen op zoveel
63
Zieken hebben zorg nodig,
hulpbehoevenden ondersteuning, maar
wie eenzaam is vooral aandacht
terreinen van de samenleving veel mondiger
zijn geworden.
Ik ben nu 57. Een leeftijd waarop onze grootmoeders zich al hadden ingeschreven voor
het bejaardentehuis. Daar hadden ze ook
goede redenen voor. Daar was het luxer dan thuis, want daar hadden ze centrale verwarming. Natuurlijk wisten ze wel, dat ze daar weinig privacy meer hadden. Dat ze de
meeste meubeltjes weg zouden moeten doen en dat de poes ook niet mee mocht. Maar
dat namen mensen in die tijd voor lief, want dat waren nu eenmaal de regels van het
huis.
Kijk dan naar de ouderen van nu. Zelfs van de 80 plussers woont 6 op de 7 nog zelfstandig. Bijna de helft van de mensen boven de 65 doet vrijwilligerswerk en een deel heeft
nog betaald werk. Uit ieder onderzoek onder de oudere bevolking blijkt dat hun eerste
wens is om zo lang mogelijk thuis of in de eigen buurt te blijven wonen. De ouderen
van nu zijn gewend hun eigen keuzes te maken, de regie over hun leven in eigen hand
te hebben - en willen dat zo lang mogelijk blijven doen.
De vraag is dus: hoe gaan we het dan zo regelen dat de zorg daarbij past? Of beter nog:
dat de samenleving daar bij past. Hoe zorgen we dat de 3,6 miljoen 65 plussers die over
tien jaar in ons land wonen zich prettig voelen? Daar zijn in elk geval drie dingen
voor nodig. Inzet van de mensen zelf, technische innovaties en betrokkenheid van de
omgeving.
Ik zei al: de ouderen van nu en vooral die
Een doorsnee gezin betaalt nu al meer
van straks zijn gewend de regie van het leven
dan
elfduizend euro per jaar aan zorg,
zelf in handen te houden. En dat willen ze
blijven doen als ze problemen krijgen met
een kwart van het inkomen
hun gezondheid. Want wat er ook verandert,
de uitdrukking ´ouderdom komt met gebreken´ zal nog wel een tijdje blijven gelden. Veel ouderen hebben een chronische ziekte.
Maar waar dat vroeger betekende dat je einde naderde, is het nu gelukkig zo dat je nog
jarenlang een tamelijk normaal leven kunt leiden.
Steeds meer mensen zijn bereid een groter deel van de verantwoordelijkheid voor
hun gezondheid op zich te nemen. Je kunt al zo veel zelf. Je kunt je suikerspiegel en
bloeddruk meten, het zuurstofgehalte in je bloed en je longfunctie. Je kunt zelf een
hartfilmpje maken. Geautomatiseerde medicatiehulp zorgt er voor dat je je medicijnen
niet vergeet in te nemen. En patiëntenverenigingen zorgen voor discussiegroepen op
sociale media, waardoor patiënten contact kunnen leggen met lotgenoten.
64
Nu al is acht op de tien mensen ouder dan 65 actief op internet - dus ze kunnen er
bijna allemaal prima mee omgaan. Zo nemen mensen meer zelf de regie - ondersteund
door de techniek.
Maar ook als het gaat om het welbevinden van mensen kan de techniek een belangrijke rol spelen. Juist in de ouderenzorg is dat van belang. Een groot deel van de ouderen
in de generatie van mijn grootouders die de keuze voor het bejaardentehuis maakten
deed dat uit veiligheid. Ze werden onzekerder, voelden zich onveilig in huis. Dat is
door de ontwikkeling van de techniek nu snel aan het veranderen. En de ouderen van
nu realiseren zich dat ook heel goed.
Uit onderzoek van de NPCF blijkt dat 44% van de mensen die gebruik maken van
zorg aan huis van mening is dat de inzet van meer techniek hen zou kunnen helpen
om meer zelf te doen. Beeldspraakcontact met de
wijkzuster die elke ochtend even vraagt of alles
Solidariteit is meer dan het
goed gaat is een heel goed begin.
betalen van een
verzekeringspremie
Mijn voorgangster en huidige voorzitter van het Jan
Brouwer Fonds, Marlies Veldhuijzen van Zanten, is
begonnen met het project Kleinschalig wonen met
domotica. Daar zie je hoe in kleinschalige woonvormen voor ouderen en mensen met
een beperking techniek enorme voordelen biedt - zowel voor de bewoners als voor
het personeel. Een alarmsysteem dat de bewoners direct in verbinding stelt met het
personeel als er iets mis is, camera´s en bewegingsmelders die het personeel helpen om
even snel te kijken of alles goed gaat. Dat is vooral ´s nachts een enorme verbetering.
Pas geleden bracht ik een werkbezoek aan woonzorgcentrum Topaz in Voorschoten. Ik
was verrast door het enthousiasme van de bewoners over het gebruik van de techniek.
Hoe handig ze er zelf mee omgingen - en hoe handig het is voor het personeel: als er
even iets mis gaat is de spreekluisterverbinding met de wijkverpleegkundige meestal
voldoende om het probleem op te lossen.
Natuurlijk ligt de vraag voor de hand, of al die techniek de samenleving niet koud en
kil maakt. Ik lees dat ook in de titel van deze bijeenkomst: “Wat is technisch mogelijk
en wat is menselijk wenselijk?” Ik begrijp dat goed. Ik zie dat ook bij het personeel in de
zorg. In het verslag van het project Kleinschalig wonen met domotica lees je de huiver
van de medewerkers. “Kan ik er wel op vertrouwen dat het werkt?” En natuurlijk ook:
“Worden wij straks vervangen door robots?” Medewerkers brengen natuurlijk weinig
enthousiasme op voor het werken met ICT-toepassingen als ze vrezen voor hun baan.
Daarom is het belangrijk om de zorgmedewerkers vanaf het begin bij het project te
betrekken en het niet over te laten aan de afdeling ICT. De mensen die er ervaring
mee hebben, zien hoe het juist niet koud en kil hoeft te zijn.
65
Een medewerkster zei: “De warme handen aan het bed zijn er met de inzet van domotica juist als je ze nodig hebt. Aan de andere kant van de beeldverbinding zit iemand
die zegt: blijf rustig, er komt zo iemand aan. Sneller gerustgesteld worden kan niet. En
binnen een paar minuten is er dan ook hulp aanwezig. Zo snel zouden we het zonder
domotica nooit kunnen redden.”
Techniek neemt een steeds grotere plaats in in ons leven en dat houdt niet op als je oud
wordt. De robots nemen niet de macht over, zoals in oude science fiction films - ze doen
wat wij zeggen dat ze moeten doen. En ze zorgen er voor dat de mensen meer tijd over
houden om datgene te geven wat robots niet kunnen: aandacht en liefde.
Dat wil ik graag illustreren met een plan van
thuiszorginstelling Aafje in Rotterdam. Daar
had men het idee opgevat om in ieder van
de aangesloten huizen robotstofzuigers aan
te leggen, die elke dag automatisch het huis
schoonmaken. Prima idee, zou je zeggen. Maar
de bewoners kwamen in opstand. Want de zorg van de thuishulp bleek niet te gaan om
schoonmaken, maar om een praatje bij een kop koffie. Als dat het probleem is, laten we
dan iets doen aan de eenzaamheid.
Geld dat mensen hebben gespaard
voor hun pensioen is ook bedoeld om
mee te betalen aan de zorg
We moeten helder onderscheid maken tussen wat zorg is en wat ondersteuning, tussen
de behoefte aan professionele hulp en die aan aandacht. Wie ziek is, heeft zorg nodig.
Wie hulpbehoevend is, heeft ondersteuning nodig. Maar wie eenzaam is, heeft vooral
aandacht nodig - en niemand kan die beter geven dan familie, vrienden en liefdevolle
vrijwilligers. Als we dat onderscheid niet maken, overbelasten we het systeem waardoor
het niet meer te betalen is.
Dames en heren,
Tot nu toe had ik in deze toespraak het woord vermeden, maar ja: het gaat hier natuurlijk ook om de financiën. Een doorsnee Nederlands gezin betaalt nu al meer dan 11
duizend euro per jaar aan zorg. Dat is een kwart van het gezinsinkomen. Als we niets
doen, zal dat oplopen tot de helft.
De AWBZ begon in 1968 met een budget van 275 miljoen gulden en nu betalen we
er 27 miljard euro aan. De wet was bedoeld voor de dekking van onverzekerbare, bijzondere ziektekosten. Maar we hebben er steeds meer elementen in onder gebracht die
misschien niet zo bijzonder zijn.
Het is dus de hoogste tijd voor veranderingen. De techniek kan daar bij helpen, maar
dat is niet voldoende. ´Van systemen naar mensen´ vraagt ook iets van de mensen.
Mede door reclamespots van verzekeraars wordt een beeld geschapen van het pensioen
als een periode waarin je mooie reizen kun maken en veel onder de palmboom liggen.
66
Maar dat is soms ten dele waar en vaak helemaal niet. Het geld dat je hebt gespaard
voor je pensioen is er ook voor bedoeld om mee te betalen aan wonen, leven, zorg.
Maar het vraagt ook een verandering in mentaliteit. Het vraagt de bereidheid om je er
zelf voor in te zetten om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven. De zorgaanbieders steunen je
De vergrijzing van de samenleving
daarbij - maar het initiatief ligt bij jezelf. Zoals
de organisatie voor zorgondernemers Actiz het
is niet het probleem van anderen,
omschrijft: “Wij transformeren van zorgaanbiehet is óns probleem
ders tot organisaties die zelfredzaamheid versterken en kwaliteit van leven toevoegen.”
Het vraagt iets van de samenleving. Hoe gaan wij zelf om met eenzame en kwetsbare
mensen. Wat kunnen we zelf doen? Solidariteit is meer dan het betalen van een verzekeringspremie.
Eén voorbeeld daarvan wil ik u niet onthouden. Afgelopen augustus zorgde zorginstelling De Vierstroom in Gouda voor opschudding, omdat ze de familie van de bewoners
wilden verplichten om 4 uur per maand mantelzorg te verlenen. Ik ben een paar
maanden later op bezoek gegaan bij de Vierstroom. En wat hoorde ik: de verplichting
is er niet. Maar inmiddels komen familieleden en vrienden zo vaak op bezoek, dat het
gemiddelde nu op 12 uur per maand ligt.
Het is een boodschap die ons allemaal aan het denken zet. De vergrijzing van de samenleving is niet het probleem van anderen, het is óns
probleem. Het vraagt wat van ons allemaal. En het
Als we integrale zorg willen,
vraagt wat van mij. De systemen moeten in dienst
dan moeten er ook integrale
staan van mensen. Er gebeurt al zoveel - ik zie het
bij elk werkbezoek. En het is mijn taak om te zorbudgetten zijn
gen dat de regels of de financiering die initiatieven
niet belemmeren en bevorderen. Dat er misschien
minder vraaggelegenheid is.
Als we toe willen naar integrale zorg, dan moeten er ook integrale budgetten zijn. Als
we toe willen naar ondersteuning die dicht bij huis wordt georganiseerd, dan moet de
gemeente daarover gaan en niet het rijk. Dan moeten zorgverzekeraars en gemeenten
samen komen tot een integraal aanbod van zorg en ondersteuning. Zo komen we tot
een toekomstbestendig stelsel. Niet alleen financieel, maar ook inhoudelijk passend bij
de ontwikkeling van de samenleving.
67
Langs drie pijlers moeten wij de zorg voor de toekomst inrichten: kwaliteit, houdbaarheid, betrokkenheid. Kwaliteit, omdat we andere eisen stellen: meer ondersteuning
thuis, meer keuzemogelijkheden in de instelling. Meer oog voor mantelzorg, zowel thuis
als in de instelling. Houdbaarheid, omdat we de zorg van morgen ook moeten kunnen
betalen. In een vergrijzende samenleving moet er goede zorg geborgd zijn voor mensen
met weinig geld. Betrokkenheid, omdat om elkaar geven samen moet gaan met zorg
krijgen. Alleen dan komen we van systemen naar mensen.
68
Jeroen van Baar
Deelnemer Nationale DenkTank 2013
Reflectie
Hooggeëerd en hooggeleerd publiek,
Mijn naam is Jeroen van Baar en mij is gevraagd om namens de
Nationale DenkTank een reflectie te geven op wat vandaag de
revue is gepasseerd.
Allereerst wil ik u bedanken voor een inspirerende en boeiende
dag over technologie in de zorg, een onderwerp op het snijvlak
tussen overheid, wetenschap en bedrijfsleven. Een onderwerp
naar het hart van de Nationale DenkTank, want het samenbrengen van deze drie pijlers is een van de hoofddoelen van onze stichting. Ik zou met terugwerkende kracht het
thema van vandaag dan ook willen veranderen in “contact.” Contact tussen mensen,
contact tussen mensen en technologie, en, met een beetje fantasie, contact tussen de
juiste draadjes in de zorgrobot.
De Nationale DenkTank 2013 richtte zich op de gezondheidszorg. Wij hanteerden een
moderne definitie: gezondheid is niet de afwezigheid van ziekte, maar het vermogen
van mensen om zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van de fysieke,
mentale en sociale uitdagingen van het leven. Enkele kanttekeningen:
1. Contact met de doelgroep
De inleiders hebben ons inzicht gegeven in domotica en andere lokale toepassingen van
technologie. Zulke toepassingen zijn onmisbaar in de toekomst, maar ze kunnen ook
worden gezien als inbreuk op de privacy, als ongemakkelijk voor de cliënt of als onpersoonlijk. Maar fundamenteler is de vraag hoe monitoring van risicogroepen de ervaren
gezondheid van die groepen beïnvloedt.
Zelfregie is ook een antidotum
voor onnodige implementatie van
technologie
Zelfregie is geen manier om gezondheid te
bereiken, die ook vervangen kan worden door
externe hulp; zelfregie ís gezondheid. Dus als
iemand met een digitaal-in-de-gaten-houdensysteem minder vaak in het ziekenhuis belandt
maar zich ook minder zelfredzaam voelt, is daarmee zijn gezondheid misschien juist aangetast.
Waar ligt de grens tussen hulp en het overnemen van regie? Dit is een cruciale vraag,
zeker met het oog op de innovaties die ons in de nabije toekomst ongetwijfeld te wachten staan. We moeten de vraag beantwoorden in termen van de moderne definitie van
69
gezondheid en, nog belangrijker, in samenwerking met cliëntengroepen zelf. Het is
absoluut noodzakelijk om in contact te blijven met de doelgroep van al deze ontwikkelingen, omdat hun ervaren gezondheid niet altijd samenvalt met hun “mechanisch
functioneren”.
De moderne definitie van gezondheid betreft
het vermogen van mensen om hun eigen regie
te voeren in het licht van de fysieke, mentale
en sociale uitdagingen van het leven
Een bijkomend voordeel van zelfregie
is dat het de kortste weg is naar zorg op
maat, want mensen die hun eigen zorg
beheersen zullen niet snel te veel, te
weinig of ongeschikte zorg gebruiken.
En zelfregie is ook een antidotum voor
onnodige implementatie van technologie. Hebben we een slimme koelkast echt nodig,
in het huis van een kwetsbare oudere? Gisteren meldde een krant dat sommige koelkasten met een schermpje besmet zijn met een virus en deel uitmaken van een botnet,
waardoor de koelkast vanuit de keuken de computer aan het hacken is. En als er een
cameraatje in uw koelkast zit, schijnt het dat u daar beter een pak melk voor kunt zetten.
2. Contact met professionals
Technologie in de zorg wordt bedacht en beheerst door de trojka van overheid,
wetenschap en bedrijfsleven. Maar deze partijen, waartoe ook de meeste leden van de
Nationale DenkTank inmiddels behoren, moeten hun eigen zwakte erkennen. De drie
pijlers van de maatschappij hebben gemeen dat ze het zo nu en dan moeilijk lijken te
vinden om de menselijke maat te behouden. De clichés zijn bekend: wetenschappelijk
onderzoek gaat over aantallen publicaties, bij de overheid worden mensen nummertjes
en in het bedrijfsleven wordt winst boven het welzijn van de klant gesteld. Ook in de
zorg, zo bleek uit de analyse van de Nationale DenkTank, loopt productiegerichtheid
soms uit de hand. Maar dat is níet het geval,
als het aan de mensen ligt! Iedereen die in
de zorg werkt doet dat met hart voor de zaak.
Productiegerichtheid in de zorg loopt
De zorgverleners zijn de helden van iedereen
soms uit de hand. Maar níet als het
die zorg nodig heeft. Want het gaat bij oudeaan de mensen in de zorg zelf ligt!
ren niet alleen om mechanisch functioneren,
maar ook om menselijk contact. Laten we dus
ook met de professional in contact blijven, om
de menselijke maat in het oog te houden.
3. Contact met jongere generaties
Vandaag hebben mijn collega’s van de Nationale DenkTank en ik gemerkt dat wij op
een volledig andere manier omgaan met technologie dan eerdere generaties. Wij kopen
een lege telefoon, en installeren de apps die wij nuttig vinden. Dat is het GAMMAmodel waar Rudi Westendorp het eerder over had. En vanuit dit oogpunt is het heel
vreemd om een kant-en-klaar domotica-huis voor kwetsbare ouderen te bouwen. Dat is
70
alsof je een student een oude DOS-computer geeft waarop hij niets nieuws mag installeren. Dan heb je de tekstverwerker en de rekenmachine, en dat is het wel zo’n beetje.
De jongere generatie staat bekend om onbevangenheid. De gedachte achter deze conferentie begon met de Wet van Baumol, die beschrijft hoe relatieve arbeidskosten in de
publieke sector blijven stijgen terwijl de vraag hetzelfde doet. Om oplossingen te vinden
voor deze benarde situatie moeten we ruim en creatief durven te denken, durven samenwerken met onconventionele partners
en, boven alles, ons beleid durven te
Zelfregie is de kortste weg naar zorg op
toetsen aan de mensen voor wie we
maat, want mensen die hun eigen zorg
het ontwerpen: de cliënten, zij die de
beheersen zullen niet snel te veel, te weinig
zorg in Nederland nodig hebben. Ik
hoop dat een geëngageerde jonge garde
of ongeschikte zorg gebruiken
hierbij kan helpen, als we met hen in
contact blijven staan.
Hier wil ik ook een lans breken voor de wetenschap. De wetenschap verstaat als geen
ander de kunst om zonder vrees in contact te staan met datgene waarover je aan het
nadenken bent. Vermoedens worden getoetst aan de werkelijkheid, en de manier
waarop wordt wereldwijd vastgelegd in strenge onderzoeksvoorschriften. Dit getuigt van
moed. Het kost moed om je eigen intuïtie in de waagschaal te leggen, om bereid te zijn
afstand te doen van een eerdere opvatting
als deze onjuist en ongegrond blijkt te zijn.
Om oplossingen te vinden voor de
En daarom ben ik zo blij dat we vankostenstijging in de zorg moeten we ruim
daag in Haarlem te gast zijn bij de
en creatief durven denken en ons beleid
Koninklijke Hollandse Maatschappij der
durven te toetsen aan de mensen voor
Wetenschappen. Deze Maatschappij is op
wie we ontwerpen
ongeëvenaarde wijze in staat om dogma’s
te doorbreken en mensen uit overheid,
wetenschap en bedrijfsleven bij elkaar te
brengen. De Maatschappij is daarmee ook de uitgelezen partij om de erfenis van Jan
Brouwer veilig te stellen, die contact van de wetenschap met de samenleving als een
groot goed beschouwde.
71
Laten we hierdoor geïnspireerd worden, en zelf in contact blijven met de doelgroep van
de zorg, met de professional en met jongere generaties. Zo meteen, bij de borrel, maar
ook nadat we straks weer naar huis zijn gegaan. Blijf in contact met de buitenwereld,
en gebruik nieuwe indrukken als slijpsteen voor uw inzicht. Met die instelling is het
mogelijk om de zorg voor de grijzeren in Nederland op een kleurrijke toekomst voor te
bereiden.
72
Summary Tenth Jan Brouwer Conference 24 January 2014
Effective geriatric care
Sophia de Rooij
Internist and Geriatrician, Professor Geriatric Medicine
The thinking on welfare and care for the elderly is changing fast, according to Sophia de
Rooij, Professor in Geriatric Medicine. More attention is being paid to wellbeing, selfreliance, a healthier way of living, homes adapted to life patterns and informal networks.
New forms of cohabitation are being developed: “villages” within towns, virtual
communities and Neighbourhood Homes, which are run by volunteers and the elderly
themselves. Elderly people are designing their own ageing process and the conditions for
growing old successfully and in good health. But this development has little in common
with the old “supply-oriented” way of thinking on the side of professional welfare and
healthcare. Consumers are requesting tailor-made assistance and effective geriatric care
that takes account of individual targets. Care demands on GPs, district nurses, medical
specialists and hospitals will have a different character as a result of access to e-health
and m-health. The nature of the contact with professional care providers is changing
(telemedicine, screen-to-screen) and important matters concerning diagnostic and
therapeutic advice are subjected to social debate on, for example, “patient relevant
outcomes,” over-treatment and under-treatment and what each extra year of life costs.
Sophia de Rooij presented new insights into ageing. There is a growing need for selfcontrol and good support, where the prevention of physical and cognitive limitations is
taking a more prominent role. Prevention and precautionary measures are better than
acceptance and adjustment, so the new adage would appear. This is accompanied by
the need for new care concepts. Quality care must remain accessible and affordable and
the necessary results in care and welfare should be leading in this, and not the number
of procedures. Sophia de Rooij looked at a number of innovative care concepts that
are being developed to achieve effective geriatric care. These included possibilities for
self-care using all kinds of apps and equipment in the area of prevention, precaution,
monitoring and intervention. It is predicted that the market for mobile healthcare
applications will expand at a tremendous pace. With its Digital Agenda, the European
Commission recognises the necessity to approach healthcare in a different way where
ICT is seen as the driving force for social innovation. Care professions are also becoming
convinced that apps and other types of care technology such as sensor monitoring can
prevent someone becoming ill or developing more disabilities which can lead to savings
in costs.
Sophia de Rooij talked about four projects where new care concepts are being developed
and where the retention of physical functioning plays the central role, as the key to
self-sufficiency, social participation, dignity and wellbeing. Firstly she talked about the
73
Vitaliteitswijzer (Vitality Check) of the Ouderenacademie (Academy for the Elderly), a selftest developed to help elderly people identify problems that can occur during the ageing
process, including recommendations (for example about reliable healthcare websites)
and an action plan. The Vitality Check, part of a Toolkit Effective Elderly Care, has
been developed by a team of more than 50 elderly people and care professionals. The
first version is now being further expanded with new products (developed within the
framework of the (Dutch) National Programme Elderly Care) such as a “Zelfzorgplein”
(Self-care Centre) that also offers elderly people the opportunity to remain in control of
matters such as prevention, precaution, welfare and healthcare, medication and ways of
living. Sophia de Rooij believes that the need for better and more reliable information
can be seen from the many signals from society and because the information currently
on offer is often insufficiently reliable, incomplete or hardly geared towards the specific
information requirements of elderly people. This has to change and what helps is that
elderly people are the fastest growing group of Internet and smart phone users in the
Netherlands.
A second project is Functiebehoud in Transitie (Function retention in Transition), a
primary experiment in which medical practice nurses or district nurses together with
GPs are offering proactive care to elderly patients with somatic psychological and social
problems. Another example is the Transmurale Zorgbrug (Integrated Care Bridge) for the
supervision of elderly patients by district nurses after treatment in a hospital with the
ultimate goal: fewer deaths after release from hospital, retention of functions after a stay
in hospital, fewer avoidable readmissions and preventing admission to nursing homes. In
the integrated care bridge, elderly patients are already given additional care throughout
their time in hospital by a geriatric team and a primary “transition coach” or nurse is
available for the transition phase where a care treatment plan is drawn up. On arrival
back home there is nursing supervision during the recovery process. In these types of
studies, a great deal of attention is paid to the financial conditions. The first results are
very encouraging (for example a 40% reduction in deaths within 30 days of leaving
hospital). A fourth example concerns a new type of care Hospital @ Home, which in
line with the standard hospital care encompasses diagnostics, treatment therapy and
medical and nursing care for specific groups of patients, such as patients with recurrent
chronic heart failure or lung and urinary infections. The programme of medical and
nursing care is supplemented by technological care in the form of sensor monitoring and
other domotica. The administration of every type of intravenous medication is possible
in the home, as are aids such as oxygen treatment, beds adjustable in height and the
monitoring of vital parameters This type of care is comparable in quality with hospital
care, but is fifty percent cheaper.
74
Domotica and intelligent living: what is humanly desirable?
Ad van Berlo
Director Smart Homes
For more than twenty years the Netherlands has carried out pioneering work and
experiments using domotica. We are one of the front runners in Europe in this field,
according to Ad van Berlo, Director of expertise centre Smart Homes Nederland.
Smartphones, tablets and the new generation of domotica products are generating large
amounts of new data, which can be analysed for patterns and deviations in human
behaviour. In this way, future health problems and illnesses can be better predicted
which in turn can benefit preventive measures in the home, for example. This can
lead to substantial cost savings in healthcare and in the care of the elderly. But this
transparency also comes with a price: almost every form of privacy will disappear as a
result. True privacy will become a highly treasured good. Our homes and our lives will be
increasingly “controlled” by machines. One question that comes to the fore is whether
we humans actually want this.
Ad van Berlo, outlined the extremely interesting developments in domotica in the
Netherlands the past twenty years. The first model home was equipped with domotica
in Eindhoven in 1993, a flexible and intelligent home that was more geared towards
security (active and passive alarm systems, burglary alarms, smoke alarms, automatic
lighting to prevent falls) and comfort (lighting, electronic locks), etc. On the basis
of visitor experiences, preferences and priorities were drawn up for an ever-expanding
number of projects, which all contributed to our knowledge of what elderly people really
want with domotica, which systems work adequately (electronic locks, passive alarm
systems, bus systems) and how this can all be best installed. After all, no experience
existed using domotica, so the installation technicians also had to learn about this
technology. Since then, around 10,000 new homes have been realized with a highly
integrated package of domotica services and 40,000 care spots or hospital beds are
surrounded by sensors and monitoring systems. There is also a noted increase in sound
monitoring equipment for night-time surveillance in small-scale care homes and homes
for the mentally handicapped. However, Ad van Berlo believes that at this time in the
Netherlands only the first generation care alarms have been generally accepted and
that the second generation (intelligent homes including care alarms, classical domotica
and more intelligence) is still mainly in the experimental phase. The third generation
(including robots for providing company and other services) is still in the research phase.
We still have a long way to go, but we will have to start thinking seriously now about
how we want to proceed when it comes to the further development of equipment. In
the coming years, towards 2020, more and more machines will monitor our behaviour,
our body, our routines and activities and even “predict” activities via intelligent floors
that can track the walking route of a person, intelligent clothing with integrated sensors
and intelligent pills. We will carry an increasing number of sensors with us and in our
75
bodies. The line between human and machine will become increasingly blurred. How
do people, elderly people, remain autonomous when domotica systems exist which take
independent decisions on the basis of input from all sorts of sensors in the home? And
who will be in charge of all this information about me and about you? Ad van Berlo
argued that there will be an increasing need for a new data infrastructure and data
infostructure, with the individual at the centre of an independent trusted framework.
An independent ecosystem for secure data which, only after authorisation from citizens,
may be used for analysis and decisions.
76
The role of technological developments and healthcare policy for the purposes of
integrated healthcare
Nick Guldemond
Programme Director Healthcare at Delft University of Technology
Most western healthcare systems are geared towards addressing problems and not
preventing them. This has a high price in terms of costs, facilities and manpower
according to Nick Guldemond, Programme Director Health at Delft University of
Technology. Guldemond signals an increase in general life expectancy, but a relative
decrease in the number of years lived in good health. Increasing care costs and a cut in
half of the number of workers compared to the number of those dependent on care by
2020 has made the current set up for care untenable.
Nick Guldemond outlined the European answer to the ageing population, the increasing
numbers of chronically ill people and non-adequate care systems. Namely: raising the
retirement age to reinforce labour participation, increasing healthy life expectancy (by
two years) and restructuring our national systems for healthcare. All this in combination
with greater involvement by citizens and the application of technology. So more
participation, healthier living and more intelligent collaboration. Healthcare in the
western world is generally reactive, fragmented and mainly focused on (bio)medical
aspects of illness instead of health. Alternative care models assume multidisciplinary
collaboration and offer a more holistic approach to health and welfare. The European
Commission and many member states believe that a transformation is required of the
current care system towards a system with relatively small institutions where highly
complex care is concentrated, healthcare centres close to the citizens offering a wide
range of services and greater involvement by citizens (including their role as informal
caregivers) and employers. In what is referred to as an Integrated Care Model by the
European Commission, long-term care, prevention and the role of the community is
outlined. Guldemond points out that care as an information-driven process is impeded
by the fragmented organisation, lack of electronic patient records and information
systems that communicate with each other. Efficient, safe and good quality care calls for
an integrated approach using multidisciplinary teams that respond to the needs of the
patient and their next-of-kin. Self-management or “keeping control of one’s own life”
points to the responsibility of citizens. Technology is indispensable in achieving these
goals in an efficient and affordable manner. Guldemond provided examples with regard
to fall prevention (including more pro-active house-to-house visits, mobility programmes
and dietary advice) which led to a decrease in the risk of falls and fewer complications
after a fall. Tablets, smartphones en smart TVs create all sorts of opportunities for a
healthy lifestyle, self-management, domotica, diagnosis, intervention and monitoring.
Data from laboratories, patient records, medication, image building, financial data,
personal information via the Internet and the use of social media provide us with an
explosion of “big data”, which could be effectively applied to consumers, commercial
77
activities and care. But who will be the owner of this data? The European Commission
believes that citizens should be the owner of their own data and should keep control
of how this is used. But incidents involving internet security arouse mistrust among
citizens and form a threat as a result to the potential uses. Through legislation and the
provision of information, the government can foster trust. Electronic patient records
will have to be just as secure as internet banking. A good example is “Pazio”, a platform
developed by ICT businesses at the University Medical Centre Utrecht.
According to Guldemond the accent is shifting in the current EU subsidy programmes
from fundamental research to market-oriented trends and care innovation, which is
reminiscent of the Dutch top sector policy in which knowledge institutions, government
and the business sector create solutions intended to yield added value for science, society
and business. Horizon 2020 is the corresponding programme intended to make Europe
“socially sustainable and competitive” by, among other things, keeping healthcare
affordable through innovation. The strategy of the European Commission is “top-down”
but citizens and their surroundings as designers of local society are an important factor.
The local community as a “living lab” will be the most relevant environment in which
designers, engineers, scientists, businesses and consumers of care and welfare products
and processes can develop further. The Netherlands already has a number of (be it
fragmented) experimental pilots, though there is hardly any exchange of knowledge
between these projects. Guldemond calls for effect studies on the qualitative and
quantitative elements for the purpose of action-oriented multidisciplinary research,
where beta and gamma disciplines are combined as a logical consequence of wideranging ideas on care innovation. As he put it: “This is Science in Transition.”
78
Systems for people
Martin van Rijn
State Secretary for Health, Welfare and Sport
The technical installation sector is already reacting well to our ageing society. Besides
sustainability and energy conservation, this business sector also recognizes the
importance of the ageing issue. State Secretary Van Rijn of Public Health has noticed
that many business owners are participating in innovative solutions that enable older
people to remain living in their own homes until they are much older, even when they
have visual or motor disabilities, or suffer from dementia. These business are anticipating
the future of healthcare and are responding to the needs of new generations of elderly
people who are fitter and more empowered, assertive and critical than past generations.
Six out of seven of those above the age of 65 are living on their own, still doing some
form of paid work or very often voluntary work, and are choosing to remain in their own
surroundings and not let someone else take control of their lives.
Van Rijn outlined his vision of a future society in which 3.6 million people over the
age of 65 will still feel good. To achieve this, we need the commitment of these people
themselves, their environment and technology. But the people then must become the
focus, and not the hugely expanded healthcare sector. Even with ailments or chronic
illnesses, it is possible these days to lead a reasonably normal life for years. Technology
enables people to take responsibility for their own care, and measure their sugar level,
blood pressure, oxygen level in blood, lung function and even heart function. Technology
helps you take medicine on time and patient associations create discussions in social
media and organise contact groups with fellow sufferers. Eight out of ten people above
the age of 65 are active on the Internet. Applying technology - demonstrated by many
small-scale and large-scale projects - also helps to optimize communication between
district nurses and elderly people and makes modern alarm systems possible that help to
increase a sense of security. One feeling is that “the deployment of domotica ensures that
good care is there at your bedside when you really need it”. Van Rijn is in favour of the
close involvement of employees in ICT projects. Robots are certainly not going to take
over everything, according to him. He also believes that the human touch in healthcare
will not be lost if we make a clear distinction between care and support, between
professional help and attention. Those who are ill need care, those who are infirm need
support, but those who are lonely need attention which can and must be provided by
family, friends and caring voluntary workers. Without making this distinction, we will
overburden the system and make it unaffordable. A typical family now pays more than
11,000 euros a year for healthcare. This is a quarter of the family income. If we don’t act,
this will increase by up to half that amount again. The (Dutch) Exceptional Medical
Expenses Act started in 1968 with a budget of 275 million guilders and we now pay 27
billion euros towards this, because the Act, intended for uninsured medical expenses,
now covers more and more elements which perhaps aren’t so exceptional. So it is high
79
time for change. And one area of change is the basic assumption that money saved by
people for retirement, is also intended to pay towards their healthcare. Another priority
is taking responsibility, managing on your own for as long as possible. Healthcare
organisations have a role to play here and society must concern itself with lonely and
vulnerable people. Solidarity is more than just paying health insurance premiums. Take,
for example, care home De Vierstroom in Gouda which managed to increase help from
family and friends of residents threefold (from an average of 4 to 12 hours a month).
The ageing issue in society is not a problem of others, it concerns us all. If we want to
move towards comprehensive care, then we must have comprehensive budgets. If we
want to move towards support that is organized closer to home, then local government
should organize this and not central government. Healthcare insurers and local councils
need to collaborate in their provision of comprehensive care and support. This is how
to achieve a future-proof healthcare system.
80
Reflections - Caring for Good Health
Jeroen van Baar
member of the National Think Tank
In his brief reflection on the speakers, Jeroen van Baar thanked the Jan Brouwer Fund on
behalf of the National Think Tank for this “fascinating day on the subject of technology
in care, looked at from the interface between government, science and business. This
is a subject close to the National Think Tank, because bringing together these three
pillars is one of our main objectives.” Retrospectively Jeroen van Baar would like to
rename the theme: Contact. Contact between people and technology, and, with a little
fantasy, contact between the right wires in the care robot. The National Think Tank
2013 focussed on healthcare and applied a modern definition of health: not the absence
of illness, but the power of people to adjust and to remain in control in light of life’s
physical, mental and social challenges. Here below are some additional comments.
Contact with the target group: The four speakers have provided insight into the
development of domotica and other local technological applications. These applications
are indispensable in the future, but they can also be viewed as an infringement on our
privacy, being difficult for the client or impersonal. But a more fundamental question is
how the monitoring of vulnerable groups will effect how these groups perceive their own
health. Being in control is not a way to achieve good health, which can also be replaced
by external assistance: self-control = health. So if someone with a digital monitoring
system ends up in hospital less often but at the same time feels less in control, then
this person’s health is perhaps actually damaged as a result. Where is the line drawn
between providing assistance and taking control? We have to answer this question on
the basis of the modern definition of health and, more importantly, in collaboration
with the clients themselves. It is imperative to remain in contact with the target group
of all these developments, because how they experience their health is not always in
line with their “mechanical functioning”. One advantage of self’-control is that it is
the shortest path to tailor-made care, because those who control their own care will not
easily use too much or too little, or care that is unsuitable. And self-control is also an
antidote to the unnecessary implementation of technology. Do we really need to install
an intelligent fridge in the home of a vulnerable elderly person?
Contact with professionals: Technology in the care sector has been thought up and
managed by a troika of government, science and business. But these parties, of which
many now also participate in the National Think Tank, must recognise their own
weaknesses. The three pillars of society have in common that every now and then they
seem to find it difficult to keep sight of the human aspect. We all know the clichés:
scientific research is all about numbers of publications, people become just numbers to
governments, and in the business sector profit is more important than the welfare of the
client. Even in the care sector, product targets sometimes get the upper hand. But not
if it’s up to those who actually work in the care sector! They do so with total dedication
for their profession. Our professional carers are the heroes of all those who need care.
81
For elderly people, it’s not just about their physical functioning; it’s also about human
contact. So let’s remain in contact with these professionals, to ensure we keep sight of
the human aspect.
Contact with younger generations: Today my colleagues from the National Think Tank
and I have noticed that we approach technology in a completely different way to
past generations. We buy empty telephones and install the apps we think are useful.
From this viewpoint, it is very strange that we build ready-made domotica homes for
vulnerable elderly people. It’s like giving a student an old DOS computer on which he
can’t install anything new. So you’ve got a word processor and a calculator, and that’s
about it. The younger generation is known for being open-minded. The thought behind
this conference was prompted by Baumol’s Law that describes how relative labour costs
in the public sector keep rising while demand does the same. To find solutions to this
predicament, we will have to dare to think freely and creatively, dare to collaborate
with unconventional partners and, above all, dare to adjust our policies to the people
for whom we are designing them: the clients, those requiring care in the Netherlands.
I hope that an engaged, younger generation will help us in this, but to achieve this we
must maintain contact with this group.
I would also like here to stand up for science, which treads fearlessly in the areas we
just consider in our thoughts. Presumptions are tested against reality, and the method
used is made available throughout the world according to strict research regulations.
This shows courage. It takes courage to put your own intuition on the line, and to be
prepared to distance yourself from a previous conviction if this is proved incorrect or
unfounded. And this is why today I am delighted to be the guest of the Koninklijke
Hollandse Maatschappij der Wetenschappen (Royal Holland Society of Sciences and
Humanities). This institution is capable in a unique manner, of breaking through dogmas
to bring together representatives from government, science and business. It is therefore
the chosen party to safeguard the inheritance of Jan Brouwer, who considered contact
between science and society to be of great value. So let us be inspired by this thought,
and ensure that we remain in contact with the target group in the care sector, with the
professionals and with the younger generation. Stay in touch with the outside world,
and use new impressions to polish your own insights. By doing so, it will be possible to
steer the care for our greying population in the Netherlands towards a colourful future.
82
Deelnemerslijst
Titel
Voor
letters
Achternaam
Instelling/bedrijf
Ir. H.J.B.M. Abeln Prof. dr. W.G.
van Aken
Prof. dr. J.T. Allegro
Dr. E. Alisic
Prof. dr. L.R.A. Alink
Prof. dr. ir. J. van Amerongen
Prof. dr. R.B. Andeweg
Dr. G. van Ark
Prof. dr. W.A. Arts J.M. Van Baar BSc
Prof. dr.
J.C.M. Baeten
Drs. R.S.H. Bakker
Drs. H. Bakkerode
Prof. dr. H.A. Becker
Dr. E.P. Beem
Dr. J.J. Belderok
Dr. ir. A. van Berlo
T.J. Bierman
Mr. M.E. Bierman-
Beukema toe Water
M. Bik
J. Blom
Dr. D. van Bodegom
Mr. W.H.C. Boellaard
Prof. dr. M.G. Boekholdt
A.J. Borren
Mr. R.H.L.M. van Boxtel
Prof. dr. P. Brakman
Drs. A.C.M. Breij
Prof. dr. D.D. Breimer
A.H.E.J. de Brouwer MSc
Prof. dr.
F.A.G. den Butter
83
Twijnstra Gudde
ZonMw
ILC/Zorg voor Later
UMC Utrecht
Jan Brouwer Leerstoel
KHMW
Wetenschappelijke Raad
Jan Brouwer Fonds
Stichting IMDI.NL
Wetenschappelijke Raad
Jan Brouwer Fonds
NDT
KHMW
Achmea
ILC/Zorg voor Later
KHMW
ZonMw
Stichting Geron
Stichting Smart Homes
KHMW
KHMW
Ziggo Zakelijk
CSO
Leyden Academy on Vitality
and Ageing
KHMW
VU
NDT
KHMW
Universiteit Leiden
ILC/Zorg voor Later
KHMW
NDT
Wetenschappelijke Raad
Jan Brouwer Fonds
Dr. H. Cappon
M.P.O. de Coole
Drs. C. Garos
Mr. J.H. Dantuma
Prof. dr. G. van Dijk
H. Dijkman
Dr. I. Doorten
Ir. B.M.Th. Dortland-Bier
Prof. dr. P.A. Dykstra
F. Fakkers
Prof. dr. M.M.G. Fase
Drs. J.E. Festen
Drs. A. Geluk-Bleumink
Drs. C. Garos
Dr. E.M.S.J. van Gennip
Mr. S.L. Goei
Dr. W.M. van den Goorbergh
Dr. T.A.M. Graas
M.J.M. Le Grand-
van den Bogaard
Dr. N.A. Guldemond
Prof. mr. H.R. van Gunsteren
W.D. de Haan MSc
Drs. G.J. Haveman
G. Havertong
Prof. dr. K.M. van Hee
Prof. dr. P. Hilbers
Prof. dr. G. Holstege
Prof. dr. ir.
J. Huétink
R. de Jongh
Drs. K.S.M. Jurgens
Mr. C.R.F. Kalff
F. Kassi
Ir. T. Kniep
Drs. S.C. Koemans
Drs. A.P.J. Kroft
P. Kruithof
Prof. dr. J.G. Kuenen
84
Nutricia Research
Geron
Philips Healthcare
KHMW
KHMW
Philips Electronics Nederland
RVZ
KHMW
Wetenschappelijke Raad
Jan Brouwer Fonds
Regionale Kruisvereniging
West-Brabant
KHMW
UMC Utrecht
Denktank 60+ Noord
Philips
Nictiz
Leyden Academy on Vitality
and Ageing
Buurtzorg Jong
Consultancy Le Grand
UMC Utrecht
KHMW
VU
Tata Steel
Stichting Wiesje
KHMW
TUE
KHMW
KHMW
3Bplus
Raad van Advies Jan Brouwer Fonds
KHMW
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Achmea Zorg & Gezondheid
INSEIT
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
KHMW
M.F.M.P. Laponder
Prof. dr. ir. T. van der Lippe
Prof. dr. J. Lugtenburg
Drs. S. van Manen
Dr. W.J. Meerding
Mr. drs. G.E.M. Mesters
Th. van der Meulen
I. Meijering
Prof. dr. F. Miedema
H. Muller
Drs. R.W.M. Nijs
Drs. N.W. van Oerle A.A.M. van Oosterhout
Drs. L.S. Ornstein
Drs. F.M. de Pater
A. Pijnenborg
M.J.G.F. Pluijgers-
van der Velden MSc
K. Pronk
Jhr. drs. H.P. Quarles van Ufford
Prof. dr. A.H.G. Rinnooy Kan
J.W.F. Romme
Prof. dr. S.E.J.A. de Rooij
M.B. van Rooijen
Drs. M.J. van Rijn
Prof. dr. M.A.D.H. Schalekamp
Ir. S. Sangers
Drs. M.A.T.A. Schlatmann
Prof. dr. P. Schnabel
Mr. J.H. Schraven
Mr. R.F. Schreuder
A.H. Sips
Mr. K.W. Sluyterman van Loo
Jhr. mr. E.L. van Sminia
K.I. van Splunder
Prof. dr. C. Spreeuwenberg
Mr. W.F.C. Stevens
F.Storm
85
KBO Noord-Holland
KHMW
KHMW
KHMW
Raad voor de Volksgezondheid
en Zorg
Fonds voor Cultuurparticipatie
Ideon bv
Stichting GetOud
UMC Utrecht
ILC/Zorg voor Later
KHMW
KBO Noord-Holland
Van Oosterhout, onderzoek
en advies
Buitenhof VPRO
Stichting RCOAK
Zorgcoöperatie Hogeloon U.A.
UMC Utrecht
Gemeente Alkmaar
KHMW
KHMW
Nationaal Ouderenfonds
AMC Afd. Inwendige Geneeskunde
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
KHMW
PCOB
Schlatmann Consult
KHMW
KHMW
CBG
TU Delft
Fonds Sluyterman van Loo
KHMW
PCOB
Innovative Medical Devices
Initiative
KHMW
Ziggo
Dr. A.J. Struijs
Centrum voor Ethiek
en Gezondheid/RVZ
Drs. H.A.M. Suykerbuyk
PPA Public b.v.
Drs. J.J. Temminck
KHMW
Dr. ir. H.L. Tepper
KHMW
Mr. J.G. Tielenius Kruythoff KHMW
H. van Tilborg
Regionale Kruisvereniging
West-Brabant
Dr. T.B.M. Tjin-A-Tsoi
KHMW
Ir. M.C. Van Veen
KHMW
Drs. M.L.L.E. Veldhuijzen van Jan Brouwer Fonds/KHMW
Zanten-Hyllner
A. van de Ven
Gemeente Alkmaar
K. Vergeer
NDT
Dr. H. Vinke
Instituut Gak
A.A.W. de Vries
ISP
Ir. M.A.E. van der Waal
ILC/Zorg voor Later
Dr. G. van der Wal
KHMW
Prof. dr. H. Wallinga
KHMW
Prof. dr. R.G.J. Westendorp
KHMW
Mr. J.W.B. Westerburgen
Leyden Academy on Vitality
and Ageing
A.A.M. Willemse-
GGZ Noord-Holland-Noord
van der Ploeg
A.H.M. Wouters
PMT
Mr. C.G.A. van Wijk
KHMW
Mr. J.M. Ytsma
Advocatenkantoor Weteringkade
86
87
88
De Tiende Jan Brouwer Conferentie werd voorbereid
in overleg met de Wetenschappelijke Raad van het
Jan Brouwer Fonds en het secretariaat van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen.
Uitgave:
Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen
(deze uitgave is mogelijk gemaakt door het Jan Brouwer Fonds)
ISBN nummer: 9789078396147