Q&A Dementie Invitational Conference 13-5-2014 Op 13 mei 2014 heeft u de Invitational Conference over het meten en verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun naasten bijgewoond. Tijdens de conferentie hebben Achmea en Vilans het instrument toegelicht, dat zij samen met diverse dementienetwerken hebben ontwikkeld. Tijdens de conferentie is aan de deelnemers gevraagd of zij willen aansluiten bij de groep netwerken en organisaties die het instrument al in de praktijk toepassen. Met deze uitnodiging hopen we samen met u de dementiezorg te kunnen verbeteren. In de afgelopen weken hebben wij een groot aantal deelnemers aan de conferentie telefonisch benaderd. Zowel de conferentie als het instrument zijn met veel enthousiasme ontvangen. Over het instrument werd onder andere gezegd: “De klant staat nu echt centraal” en “Dit instrument gaat echt uit van de beleving van de cliënt zelf”. Ook bent u positief over de mogelijkheden van het instrument: “Positief dat je hier als organisatie zelf ook wijzer van wordt” en “Goed dat de belasting van de mantelzorger nu ook duidelijk in beeld word gebracht”. Over de lengte van de vragenlijst zei u: “Het is een korte vragenlijst, in tegenstelling tot de vele andere registraties”. Van verschillende dementie netwerken en organisaties hebben wij al gehoord dat zij deel gaan nemen aan de meting. Via diverse kanalen heeft u ons ook vragen gesteld. In deze Q&A geven wij een antwoord op de vragen die tijdens of na de bijeenkomst zijn gesteld. Dit doen wij aan de hand van de volgende thema’s: 1) Wat levert het werken met deze vragenlijst op in het primair proces? 2) Hoe zien de vragenlijst en het proces van vragen stellen er uit? 3) Wat is de rol van Achmea en wat gaat Achmea met de resultaten doen? 4) Hoe wordt de informatie geanalyseerd en teruggekoppeld? 5) Hoe hangt deze meting samen met andere indicatoren/registraties? 6) Het niveau van deelname, per organisatie of per netwerk? 7) Hoe werkt de online registratietool? 8) Hoe ziet het vervolgtraject eruit als wij mee willen doen? Heeft u nog aanvullende vragen? Stel ze dan gerust via [email protected] Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 1 1) Wat levert het werken met deze vragenlijst op in het primair proces? Q: In haar presentatie noemt Lisenka van Gogh (ketenregisseur bij het netwerk Dementie Veluwe Oost) dat de manier van werken met deze vragenlijst haar ‘handvatten en inzicht’ heeft opgeleverd. Wat is dan het inzicht? A: Het is verrassend om van een persoon met dementie zélf te horen hoe het gaat, i.p.v. wat we ‘gewend zijn’ om het meer indirect te weten te komen. Doordat we ook vragen naar een rapportcijfer, vragen we ook de persoon met dementie naar zijn / haar beleving. De volhoudtijd werd door de zorgprofessional meestal ingeschat of er werd gevraagd of iemand het nog volhield. Door nu te vragen hoe lang iemand het nog volhoudt, krijg je een ander gesprek en kun je je interventies beter afstemmen om de mantelzorger en persoon met dementie optimaal te ondersteunen. Q: Wat is het voordeel voor de cliënt zelf? A: De cliënt geeft zelf aan hoe hij /zij de kwaliteit van leven ervaart. Ook kan hij door middel van een rapportcijfer aangeven hoe het algemeen met hem gaat. Daarop reageer je als professional door in de dialoog en vanuit de relatie die je met de cliënt hebt te bespreken wat er nodig zou zijn om de kwaliteit te verhogen. Hiermee sluit je zonder je eigen referentiekader te gebruiken aan bij de beleving van de persoon met dementie zelf. 2) Hoe zien de vragenlijst en het proces van vragen stellen er uit? Q: Hoe zit het met de wetenschappelijke onderbouwing van de vragen? A: De vragenlijst is samengesteld uit verschillende gevalideerde vragenlijsten, nl. de - Dementia Quality of Life Instrument (Scholzel) - Subjectief beleefde gezondheid (Bloem) - Volhoudtijdvraag (Kraijo) Daarnaast zijn enkele vragen in de vorm van een rapportcijfer toegevoegd. Bij de keuze van deze instrumenten en vragenlijsten is rekening gehouden met een aantal uitgangspunten. Zo wilden we graag zo lang mogelijk vragen stellen aan de persoon met dementie zelf, een minimaal aantal vragen, mensen over tijd kunnen volgen en een lijst die goed geïntegreerd kan worden in het proces. De gekozen vragen(lijsten) voldoen aan deze uitgangspunten. In een ontwikkelpilot met 4 dementie netwerken is vragenlijst vervolgens test. Met de bevindingen uit deze ontwikkelpilot is de vragenlijst definitief vastgesteld. Q: Hoe neem je een vragenlijst af, als de dementerende niet meer goed in staat is om antwoord te geven op de ‘standaard’ manier van vragen? A: De vragen aan de persoon met Dementie worden gesteld met behulp van het Dementia Quality of Life Instrument (DQI). Deze vragenlijst is speciaal ontwikkeld voor mensen met dementie. In de praktijk kan het voorkomen – zeker bij vergevorderde stadia van dementie – dat het niet meer mogelijk is om de vragen op de standaard wijze van de DQI te stellen. Juist hiervoor heeft Vilans een alternatieve versie van de DQI ontwikkeld. In deze alternatieve vragenlijst worden vragen op een iets andere wijze gesteld, visueel Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 2 ondersteund met woorden. Het is aan de zorgprofessional om te bepalen welke wijze van vraagstelling het beste bij de cliënt past. Q: In de vragenlijst wordt gebruik gemaakt van een schaal, bij het beantwoorden van vragen. Hoe moet je deze schaal interpreteren? A: De schalen die in de vragenlijst worden gebruikt zijn: 1. Rapportcijfers van 1-10. Er is voor het rapportcijfer gekozen (schaal van 1-10), omdat dit voor veel mensen een makkelijk te interpreteren schaal is, aangezien deze refereert aan het schoolsysteem (van 1 tot 10) dat algemeen bekend is. Als je bijvoorbeeld ziet dat het rapportcijfer een half jaar geleden nog een 8 was en nu een 5, dan geeft dat aanknopingspunten voor gesprek. Uit onderzoek blijkt dat mensen met dementie een vraag over een rapportcijfer nog vrij lang kunnen beantwoorden in vergelijking met andere vragen. 2. Een schaal van 1-3. Dit betreft de Dementia Quality of Life Instrument, waarbij 1 géén problemen betekent, 2 enige problemen en 3 ernstige problemen. 3. Een ladder met 9 sporten bij de Subjectief Beleefde Gezondheid. De top van de ladder wordt gevormd door de beste dag die iemand heeft gehad de afgelopen maand, terwijl de onderkant van de ladder de slechtste dag weergeeft. De plek op de ladder geeft weer hoe iemand zich de afgelopen maand ‘gemiddeld genomen’ voelde. 4. De Volhoudtijd vraag. De volghoudtijdvraag bevat een zevental antwoordcategorien, lopend van minder dan 1 week tot meer dan 2 jaar. De gekozen schalen relateren specifiek aan de gevalideerde instrumenten, en zijn geselecteerd op basis van de bruikbaarheid voor de zorgprofessional in het gesprek met de persoon met dementie en de mantelzorger. Q: Is de afgenomen vragenlijst naderhand nog in te zien? A: Ja, in de online registratietool zijn alle eerder ingevulde vragenlijsten per cliënt terug te vinden. Hierdoor is ook een vergelijking over tijd mogelijk en is de informatie direct in het primair proces te gebruiken door de zorgprofessional. Q: De vraag m.b.t. de volhoudtijd van de mantelzorger schept mogelijk een verwachting, dat er nu toch echt iets gedaan wordt? Is het antwoord dan wel betrouwbaar? A: Dit hangt niet samen met deze specifieke vraag. Ook in een ander gesprek en aan de hand van een andere vraag kan een mantelzorger aangeven dat hij/zij het niet lang meer volhoudt, met de verwachting dat hier iets mee wordt gedaan. Nu wordt deze vraag alleen explicieter gesteld en wordt deze ook vastgelegd. Q: Hoe bepaal je het/de moment(en) van het afnemen van de vragen? A: De vragen kunnen afgenomen worden op een natuurlijk moment in het zorgproces, bijv. tijdens de intake of evaluatie van het zorgplan. Op deze manier vindt er geen extra Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 3 belasting plaats, omdat tijdens deze gesprekken vaak ook andere vragen worden gesteld om de zorgvraag in kaart te brengen. Het is uiteraard ook mogelijk om de vragenlijst af te nemen tijdens een regulier bezoek. De zorgprofessional bepaalt zelf welk moment het best passend is. Q: Hoe valide zijn de antwoorden? A: De antwoorden worden direct door de persoon met dementie en zijn/haar mantelzorger gegeven, deze antwoorden representeren daarmee het perspectief van de persoon met dementie op dat moment en zijn/haar mantelzorger. Bij dementie kan het zijn dat de inschatting van de persoon met dementie anders is dan de mantelzorger aangeeft of je zelf als professional inschat. Vandaar dat in de vragenlijst aan de zorgprofessional de mogelijkheid wordt geboden aan te geven hoe betrouwbaar hij/zij de gegeven antwoorden inschat. Hierop kan geantwoord worden op een schaal van ‘zeer betrouwbaar tot zeer onbetrouwbaar’. Q: Wat als de dementerende geen mantelzorger heeft? A: In de vragenlijst bedoelen we met mantelzorger de min of meer centrale persoon voor iemand met dementie, dit kan een partner of kind zijn, maar ook een buurman- of vrouw of een kennis. Indien er geen mantelzorger is worden alleen de vragen gesteld aan de cliënt en wordt er geen mantelzorger in het registratiesysteem opgevoerd. Ook kan de centrale mantelzorger wijzigen over de tijd. Ook hier is in het registratiesysteem rekening mee gehouden. Q: Als de vragenlijst op verschillende momenten door verschillende personen wordt afgenomen, hoe houd je dan uniformiteit? Doordat de vragen op een specifieke wijze worden gesteld, zoals ook in de bijbehorende instructie staat verwoord, kan er een zekere mate van uniformiteit worden gewaarborgd. Het moment waarop de vragenlijst wordt afgenomen wordt tevens geregistreerd. Het is van belang om goed met elkaar af te stemmen wie bij een persoon met dementie de vragen stelt. In de zorg voor mensen met dementie zijn vaak veel verschillende professionals betrokken. Toch is er altijd één min of meer centrale zorgverlener aan te wijzen. Het stellen van de vragen stimuleert dus ook de samenwerking en afstemming tussen zorgprofessionals: wie voert de regie en stelt de vragen? Q: Is de lijst ook geschikt voor cliënten met een Niet Nederlandse achtergrond? A: De vragen kunnen ook gesteld worden aan mensen met een Niet Nederlandse achtergrond. Er is geen speciale versie in een andere taal beschikbaar. Het gesprek dat de professional nu voert, is leidend en de vragen passen in dat gesprek. Soms wordt in zo’n gesprek gebruik gemaakt van een tolk, dan kan dat ook voor deze vragen. Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 4 3) Wat is de rol van Achmea en wat gaat Achmea met de resultaten doen? Q: Waarom is Achmea gestart met het programma Kwaliteit van Zorg, waar het project Dementie deel van uitmaakt? A: Achmea heeft de ambitie ’Voor 2020 kan iedereen rekenen op de beste zorg!’. Achmea ziet met het Programma Kwaliteit van Zorg een kans om invulling te geven aan deze ambitie. Als je weet hoe goed je zorg is en je kan het spiegelen met andere zorgaanbieders ben je in staat om je eigen prestaties te verbeteren. Door continu te spiegelen en te verbeteren, verbetert de zorg voor iedereen. Ook geloven wij erin dat als je inzicht hebt in de kwaliteit van de zorg ook de zorgkosten dalen of minder hard stijgen doordat de juiste zorg of behandeling wordt toegepast of omdat er minder ongewenste neveneffecten optreden (bijv. complicaties). Bij het ontwikkelen van uitkomsten van zorg is het de professional zelf die bepaalt hoe de kwaliteit van zorg te meten is en met welk meetinstrument dat het beste gedaan kan worden. Vanuit Achmea stimuleren en faciliteren wij deze ontwikkeling. Als de kwaliteitsinformatie daadwerkelijk iets zegt over de kwaliteit van zorg, dan willen wij onze verzekerden kunnen informeren over kwaliteitsverschillen, zodat zij dit kunnen meewegen in hun keuze. Q: Wat is de huidige stand van zaken van het project Dementie vanuit het programma Kwaliteit van Zorg? A: Het project Dementie is gestart medio 2011. In een ontwikkelpilot met 4 dementie netwerken zijn de uitkomsten vastgesteld en is een eerste versie van de vragenlijst getest zodat we weten op welke wijze deze uitkomsten gemeten kunnen worden. Nu willen onderzoeken of het mogelijk is om op basis van deze vragenlijsten te komen tot spiegelinformatie. Kan je instellingen of netwerken met elkaar vergelijken en welke data heb je nodig om tot zinvolle vergelijkingen te komen? Op dit moment wordt data uit de vragenlijsten verzameld bij 7 netwerken die structureel meten. In juni vindt met deze netwerken een 1e terugkoppelingsbijeenkomst plaats waar we de analyse bespreken. Er wordt een opzet gemaakt voor een rapportage-format, en er wordt gekeken naar een goed casemixmodel om te bepalen of er werkelijk een verschil in kwaliteit van zorg is. Zoals gezegd hopen we dan te weten voor welke factoren je moet corrigeren om te kunnen vergelijken, maar daarmee hebben we nog onvoldoende inzicht in de verschillen tussen netwerken en/of instellingen. Daarom willen wij de meting verder verbreden door u als organisatie en netwerk ook hierbij te betrekken: hoe meer we met mensen met dementie het gesprek aangaan over hun kwaliteit van leven, hoe beter we kunnen spiegelen en hoe meer we kunnen verbeteren! Q: Welke gegevens uit de vragenlijsten ziet Achmea? A: De gegevens die Achmea ontvangt worden voor Achmea gepseudonimiseerd via een zogenaamde TTP (Thrusted Third Party). Pseudonimiseren betekent dat elke cliënt, mantelzorger en zorgverlener een nummer krijgt wat niet tot deze personen te herleiden is. Tot personen te herleiden gegevens zoals het BSN-nummer, postcode en de Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 5 geboortedatum staan niet in het bestand dat Achmea krijgt. De TTP heeft deze nodig om verschillende metingen per persoon aan elkaar te koppelen voordat zij het bestand voor Achmea pseudonimiseren. Hierdoor weet Achmea niet van welke cliënt of mantelzorger de antwoorden zijn, noch welke zorgverlener de vragenlijst heeft afgenomen. Alleen de betreffende zorgverlener ziet de gegevens van de cliënt zonder dat deze anoniem zijn, zodat hij/zij deze kan gebruiken in de zorgverlening. Q: Hoe rijm je het dat “de slager haar eigen vlees keurt “en dat je de uitkomsten wilt gebruiken bij de zorginkoop? A: Bij het afnemen van de vragenlijst vragen we aan zorgprofessionals om de feitelijke antwoorden van de persoon met dementie en de mantelzorger te registreren, het gaat immers om hun perspectief. Deze werkwijze is gebaseerd op de professionaliteit van de zorgverlener en het vertrouwen dat Achmea heeft in de kwaliteiten van deze zorgverlener. Achmea kijkt samen met de aangesloten netwerken welke uitkomsten zeggingskracht hebben over de geleverde kwaliteit van zorg. Door dit samen te bepalen, kunnen verschillen in geleverde kwaliteit van zorg inzichtelijk worden gemaakt. Deze verschillen helpen de zorgprofessional en zijn of haar organisatie om te verbeteren. Ook Achmea wil voor haar verzekerden de beste zorg inkopen, en kan dit doen als deze kwaliteitsverschillen inzichtelijk zijn. Bijvoorbeeld door het stimuleren van verbetertrajecten. Q: Hoe ziet Achmea de relatie tussen de activiteiten van een zorgaanbieder en kwaliteit van leven? A: Met de meting onderzoeken Achmea en Vilans in hoeverre we kwaliteit van leven als uitkomst kunnen gebruiken voor kwaliteit van zorg. De zorg voor mensen met dementie heeft ook niet alleen een medisch aspect, maar richt zich vaak op het welbevinden in bredere zin. Wel focussen wij ons – door middel van de keuze van de instrumenten – op de zorg gerelateerde kwaliteit van leven. Als zorgverzekeraar en zorgaanbieder is immers de primaire focus om de zorg aan mensen met dementie en hun naasten te verbeteren. Q: Is er nog een keuze? A: Uiteraard bepaalt u zelf of u wilt deelnemen met de metingen in deze fase van het onderzoek. Echter, door mee te helpen en gegevens m.b.t. de zorg aan persoon met dementie en zijn/haar mantelzorger te verzamelen, helpt u mee om een goede dataset samen te stellen, waar vervolgens analyses en vergelijkingen mee gedaan kunnen worden. Deze vergelijking helpt u als zorgaanbieder om de kwaliteit van zorg verder te verbeteren. Ook hoopt Achmea hiermee toe te werken naar een toekomst waarin Achmea (en meerdere verzekeraars) zich meer baseren op uitkomsten en minder op processen en structuren. Als netwerk en organisatie kun je door deelname invloed uitoefenen op deze wijze van informatie verzameling en vergelijking. Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 6 4) Hoe wordt de informatie geanalyseerd en teruggekoppeld? Q: Wat zijn de rapportage-mogelijkheden? Is het ook mogelijk om de rapportage in een grafiek-vorm te krijgen i.p.v. ‘formulieren naast elkaar leggen’? Bijv. m.b.t. het rapportcijfer dat een dementerende aan zijn leven geeft? A: Op dit moment wordt er binnen Achmea gewerkt aan het vormgeven van een passende rapportage voor de deelnemende organisaties en netwerken, die ook wordt getoetst bij de reeds deelnemende netwerken. De kern van een rapportage is dat het zinvolle informatie geeft aan de gebruiker van de rapportage. We zullen met elkaar moeten onderzoeken hoe we de rapportages vorm geven. We streven naar een overzichtelijke rapportagevorm, die de resultaten per organisatie of netwerk helder weergeeft. Q: Op welk niveau zijn de uitkomsten te zien: op organisatie of netwerk-niveau? A: Wij werken momenteel aan een toekomstbestendige inrichting van de registratietool, waarin beide niveaus mogelijk zijn, zodat we de resultaten zowel op organisatie- als netwerkniveau kunnen terugkoppelen. De gewenste situatie kan per regio verschillen. Q: Is het mogelijk naar eigen inzicht de gegevens te verwerken en analyses te maken met een zorgverlener/organisatie/netwerk naar keuze? A: Organisaties en netwerken kunnen beschikken over de door henzelf verzamelde gegevens. Daarnaast krijgen zij een rapportage van Achmea, waarin zij vergeleken worden met andere organisaties/netwerken. In de komende tijd zullen wij deze rapportages gezamenlijk gaan ontwikkelen. 5) Hoe hangt deze meting samen met andere indicatoren/registraties? Q: Worden dit indicatoren voor alle zorgkantoren? A: Achmea pakt een koploperrol in de ontwikkeling van uitkomsten van dementiezorg, maar heeft als doel om deze indicatoren uiteindelijk te verbinden aan landelijke ontwikkelingen, zoals de Zorgstandaard dementie en het Deltaplan Dementie. De indicatoren worden met andere verzekeraars gedeeld in ZN verband, en willen we uiteindelijk ook graag door het Zorginstituut laten beoordelen. Daarmee willen wij een uniforme set borgen, die landelijk gebruikt wordt. Q: Hoe hangt deze registratie samen met de registraties van de IGZ? A: De IGZ heeft met gebruikmaking van de indicatoren uit de Zorgstandaard Dementie en op basis van eigen keuzes een lijst samengesteld en aanbevelingen gedaan. Dit betreffen met name proces- en structuurindicatoren, omdat dit al bekende indicatoren zijn. Achmea gaat met het programma Kwaliteit van Zorg een nieuwe weg in, namelijk het definiëren van uitkomsten. Dat is het unieke van dit programma: we zoeken naar uitkomsten die eenvoudig te meten zijn en voldoende zeggen over de kwaliteit van zorg. Ons streven is dan ook om de uitkomsten centraal te stellen en ons minder te focussen op de structuren en processen. De IGZ heeft als taak om risico’s te beperken en minimale kwaliteit van zorg te bewaken. Vanuit deze rol zullen zij risico’s in de netwerkzorg aan mensen met dementie kritisch blijven monitoren. Achmea wil dat een cultuur van Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 7 continu verbeteren wordt gestimuleerd zodat iedereen kan vertrouwen op de beste zorg. Zowel het streven naar de beste zorg als het bewaken van de minimale kwaliteit van zorg zit op hetzelfde continuüm en daarmee sluit de doelstelling van Achmea goed aan bij de taak die IGZ heeft. Q: Wat is de relatie met de mantelzorg-monitor van Alzheimer Nederland? A: Ook vanuit Alzheimer Nederland worden in de mantelzorgmonitor vragen gesteld aan de mantelzorger van de persoon met dementie. Maar in tegenstelling tot onze vragenlijst wordt de mantelzorgmonitor anoniem ingevuld en bevat het veel vragen, die enkel op regionaal niveau worden teruggekoppeld. In de vragenlijst van Achmea en Vilans is nadrukkelijk een zeer beperkt aantal vragen geselecteerd, waarmee de belasting voor de zorgverlener en mantelzorger minimaal is. Ook worden de vragen als onderdeel van het primair proces gesteld. De relatie tussen beide vragenlijsten bestaat eruit dat zij aanvullend op elkaar zicht geven op de ervaringen van mantelzorgers met de dementiezorg in een regio en de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun mantelzorgers. De combinatie van deze twee maakt een krachtige verbinding waar een regio actiepunten uit kan halen om te verbeteren. Q: Wat is de relatie met het spiegelrapport van Vilans – netwerkindicatoren? A: In de netwerk indicatoren meting van Vilans worden, passend bij de huidige zorgstandaard dementie, met name proces- en structuur indicatoren uitgevraagd die iets zeggen over de samenwerking in de regio en de mate waarin het netwerk de hele keten van ‘voor de diagnose’ tot ‘overlijden’ met elkaar in beeld heeft. In de toekomst zou het interessant zijn om de uitkomsten per regio te koppelen aan de informatie van de netwerkindicatoren, omdat ze wellicht waardevolle informatie kunnen opleveren t.a.v. goede voorbeelden en best practices. Q: Welke registraties (en daarmee vragenlijsten) vervallen? A: We zijn nu in de fase van ontwikkeling en validering van de uitkomstindicatoren. Blijken deze een goed beeld te geven van de geleverde kwaliteit van zorg en aanknopingspunten voor verbetering te geven, dan is het onze ambitie om via het Zorginstituut wijzigingen op de huidige set voorstellen. Ook binnen ZN verband wordt deze ‘registratie op uitkomsten’ besproken en met interesse gevolgd. De inzet van Achmea is nadrukkelijk dat uitkomstindicatoren uiteindelijk meer proces- en structuurindicatoren kunnen vervangen, waarmee ook de hoeveelheid van vragen afneemt. Dit is echter een proces wat we zorgvuldig en samen met het veld gaan lopen. 6) Het niveau van deelname, per organisatie of per netwerk? Q: Per 31-12-2014 wordt met de transitie de zorg anders georganiseerd, wat wellicht een breuk betekent in de samenwerking binnen de keten. De meting wordt nu door de keten gedaan, kan het hierna ook per zorgverlener worden gedaan om dit probleem n.a.v. herorganisatie te ondervangen? Kunnen er continuïteits-voorwaarden worden gesteld aan deelnemers? Blijft het enthousiasme ook bestaan als het anders georganiseerd wordt? A: De toegevoegde waarde van deze lijst is dat de persoon met dementie, de mantelzorger en de centrale zorgverlener centraal staan. Deze vorm van zorg zal altijd bestaan, los van Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 8 wijze van waarop het veld georganiseerd is en de transities die momenteel plaatsvinden. Op cliënt-niveau vindt het gesprek plaats, wat de zorgprofessional waardevolle aanknopingspunten geeft om de zorg vorm te geven en aan te passen aan de behoefte aan de cliënt. Vervolgens zijn de antwoorden naar allerlei niveaus te aggregeren. Hiermee is de informatie toekomstbestendig. Q: Zijn er ook mogelijkheden om de vragenlijsten op organisatieniveau in te vullen in plaats van op netwerkniveau? A: Wij gaan er voor zorgen dat dit een mogelijkheid is. Omdat dementiezorg echter ook nadrukkelijk gaat over samenwerking meten wij graag in de (gehele) regio. 7) Hoe werkt de online registratietool? Q: Is de vragenlijst ook beschikbaar op een iPad? Is deze te openen in de browser? A: De registratietool is zo ontwikkeld en getest, dat deze ook werkt op een Ipad. Het betreft een internetpagina, die met alle veel voorkomende browsers geopend kan worden. Wel is een werkende internetverbinding vereist. Q: Is het mogelijk de ingevulde vragenlijsten ook te bewaren voor in het dossier? Kan de vragenlijst in PDF worden ge-upload in het zorgdossier? Zijn er mogelijkheden voor een zorgverlener/netwerk om via Excel te exporteren vanuit de online registratietool? A: De vragenlijst kan worden geëxporteerd uit het systeem (bijvoorbeeld in Excel), kan worden opgeslagen (bijv. als PDF) en worden afgedrukt. Hiermee kan de informatie ook worden toegevoegd aan een zorgdossier. Q: Zijn er mogelijkheden om de vragenlijst te integreren in het zorgsysteem? A: Door de veelheid aan verschillende zorgsystemen binnen netwerken en tussen organisaties, is het in deze fase niet mogelijk gebleken om de vragenlijsten te integreren in reeds bestaande zorgsystemen. Daarnaast moet de informatie uit deze systemen identiek zijn, om een goede vergelijking te kunnen maken. Om die reden is een aparte, simpele registratietool ontwikkeld. Het toekomstperspectief voor registratie is het Deltaplan Dementie. 8) Hoe ziet het vervolgtraject eruit als wij mee willen doen? Q: Wie kunnen we benaderen als we mee willen doen? Is er documentatie beschikbaar? Wat zijn de voorwaarden, criteria om mee te kunnen doen? A: Het is van belang om te bekijken wie er mee willen doen: betreft dit de organisatie of het netwerk dementie? Het is belangrijk dat iedereen achter de meting staat. Tijdens de conferentie is een USB-stick uitgereikt met daarop de presentatie en een flyer, waarmee gemakkelijk over het project gecommuniceerd kan worden binnen uw organisatie of netwerk. In principe kunnen alle organisaties en netwerken in de dementiezorg participeren. Wel leggen wij in deze fase vooralsnog de focus op de regio’s van de Achmea Zorgkantoren. Als u wilt participeren, kunt u zich aanmelden via [email protected]. Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 9 Q: Hoe kunnen we starten? Krijgen we een training? A: Voordat partijen kunnen starten met het stellen van de vragen is het belangrijk om stil te staan bij de wijze waarop de vragen moeten worden gesteld. Dit komt doordat bij een aantal vragen een specifieke vraagstelling vereist is. Bij reeds metende netwerken heeft een training in het netwerk plaatsgevonden over het stellen van de vragen. Voor de volgende reeks metingen willen wij dit op een andere wijze aanpakken, aangezien het een grote groep zorgprofessionals betreft die zullen gaan meten. Wij denken hiervoor bijvoorbeeld aan E-learning, die beschikbaar is voor zorgprofessionals of via één centrale bijeenkomst. Momenteel zijn we bezig om dit verder uit te werken. Q: A: Wanneer kunnen we starten? Hoe blijven we op de hoogte? Achmea zet alles in het werk om nieuwe organisaties en netwerken te laten starten in september 2014.Via een nieuwsbrief zal Achmea u in de komende periode op de hoogte houden van alle ontwikkelingen. U kunt zich aanmelden voor de nieuwsbrief via [email protected]. Questions & Answers n.a.v. Invitational conference 13 mei 2014 10
© Copyright 2025 ExpyDoc