steden schuilen niet wanneer het regent

steden schuilen niet
wanneer het regent
25 jaar Het gedicht is een bericht
Gemeente Rotterdam
Stadsbeheer
Poetry International
Rotterdam
X
Steden schuilen niet
‘Rotterdam is een
haven voor poëzie’
‘Het gedicht is een bericht’ bestaat vijfentwintig jaar.
Sinds 1988 rijden de vuilniswagens in Rotterdam met
dichtregels op de flanken door de straten en wijken
van de stad. Poetry International en Gemeente Rotterdam Stadsbeheer, zoals Roteb inmiddels heet, combineren zo het slijk der aarde met de mooiste poëzie. Het
idee kwam van Hans Abelman van het Centrum voor
Beeldende Kunst en oud-Roteb directeur Huub Kros
drukte het er op de hem zo eigen, charmante wijze bij de
tegenstribbelende Ondernemingsraad door. De raad had
liever gewoon voor reclame gekozen: ‘Dan verdien je er
tenminste nog iets aan.’
Met de regel ‘Het gedicht is een bericht’ van Jules Deelder is het allemaal begonnen. Toen in 1988 het nieuwe
logo van Roteb op het gebouw aan het Kleinpolderplein
werd onthuld, werden tegelijkertijd de eerste twaalf
4
Bas Kwakman
Directeur Poetry International Rotterdam
wagens met dichtregels voorgesteld. Inmiddels zijn de
dichtregels niet meer uit de Rotterdamse straten weg te
denken. Cameraploegen van Japan tot Chili brachten het
fenomeen internationaal in beeld. Maar veel belangrijker
is de waardering die het project dagelijks van de Rotterdammers krijgt. De dichtregels op de vuilniswagens zitten bij velen onder de huid en sluipenderwijs is de liefde
voor de regels groter en groter geworden.
Het gouden idee draagt inmiddels een zilveren randje. In vijfentwintig jaar is er veel veranderd. De naam
Roteb verdween, sinds kort vallen de vuilniswagens
onder Stadsbeheer. ‘Maar de dichtregels blijven’, zeggen de directeuren Stadsbeheer Hermann Jäger en Rob
Boeren, en Bas Kwakman, directeur van Poetry International. ‘Het geloof in de kracht van ‘Het gedicht is een
bericht’ is groter dan ooit!’
5
Hier is een gedicht op de wolken
geschreven voor jou
(Adrian Henri)
‘Rotterdam is een haven voor poëzie’, zegt Bas Kwakman.
‘Sinds 1970 meren ieder jaar weer vele dichters van over
de hele wereld aan om hun gedichten te lossen op het oudste festival van de stad. Een eindeloze hoeveelheid poëzie
stroomt zo de stad binnen. En als de dichters allang weer
overzee zijn, blijven hun regels de Rotterdammers tot in
de verste uithoeken van de stad aanspreken, aan het denken zetten, een hart onder de riem steken en verbinden.
Zwevend op de flanken van vuilniswagens, zetten dichters
en Rotterdammers hun dialoog dag in dag uit voort.’
Onverwacht zonlicht is een gebeurtenis
6
zakelijker op plekken die er ogenschijnlijk de plek
niet voor zijn. Medellin en Rotterdam huisvesten de
grootste poëziefestivals wereldwijd. Van die twee gold
Medellin in Colombia decennialang als gevaarlijkste
stad ter wereld. Rotterdam, platgebombardeerd, is een
stad van werkers met een no-nonsense handen uit de
mouwen mentaliteit. Hoe paradoxaal is het dat poëzie
juist in deze steden zo’n vlucht heeft genomen? ‘En dan
zijn de wagens waar de riolen mee onderhouden worden
of het huisvuil mee wordt opgehaald op hun beurt weer
de laatste plek waar je poëzie zou verwachten,’ lacht
Hermann Jäger. ‘Een dubbele paradox, dus eigenlijk.
We werken aan het riool, zamelen afval in. In Rotterdam
zeggen ze dan dat je aan de ‘onderkant’ zit. Dat is nou
eenmaal de beeldspraak. Toch rijden hier de vuilniswagens met dichtregels rond, alsof we op z’n Rotterdams willen zeggen: ‘Krijg allemaal de klere!’’
(Bei Dao)
Goede morgen, schoonheid
Vaak is kunst mooier als je er onverwacht op stuit. Als
het je pakt te midden van je drukke dagelijkse bezigheden en gedachten. Ook poëzie is vaak mooier in een
omgeving waar je geen poëzie zou verwachten, nood-
Een van de onvoorziene gevolgen van ‘Het gedicht is een
bericht’ is dat de dichtregels de wagens en hun chauffeurs herkenbaar maken. Ineens zijn chauffeur en wagen
(Maxi Wander)
niet meer zomaar één van de 450 combinaties hier in de
stad, ze zijn uniek. Mensen op straat spreken de chauffeurs aan vanwege de regels. Dat maakt de band tussen
de chauffeur en zijn wagen nog hechter. Zo gaat het verhaal over de chauffeur die een supersonische nieuwe wagen zou krijgen rond. Hij was dolbij, totdat hij begreep
dat zijn dichtregel niet mee zou gaan. ‘Dan doe ik het
niet!’ Zijn Goede morgen schoonheid zorgde elke dag
weer voor vrolijke reacties van de mensen op straat. Dat
gaf hem zoveel plezier in zijn werk dat hij van de nieuwe
wagen af wilde zien.
Het volgende gedicht begint zo dadelijk
(Joán Brossa)
Dat ‘Het gedicht is een bericht’ leeft onder de Rotterdammers merken niet alleen de chauffeurs als ze hun rondes
rijden. Ook bij Poetry International en Stadsbeheer komen regelmatig reacties binnen. ‘Waar komen die regels vandaan?’ ‘Wat betekent die regel?’ En ‘Hoe krijg ik
mijn regel op een wagen?’, zijn veelgestelde vragen. Bas
Kwakman noemt het ‘een sport’. ‘Bij Poetry International
scannen we alle gedichten die we tegenkomen op regels
die beklijven, die in hun eentje overeind blijven en men-
sen aan het denken zetten. Ze moeten het liefst verwarring, discussie, verwondering, desnoods ergernis oproepen. Een regel als Ergens moet hier toch een mens zijn
van Gennadi Ajgi, maakt dat mensen op de chauffeur afstappen: ‘Wat wil die regel eigenlijk zeggen?”
Ga nu, verzen, op jullie lichte voeten
(Hugo Claus)
De meeste regels zijn gekozen uit gedichten van dichters die in de afgelopen vijfenveertig jaar op het Poetry
International Festival te gast zijn geweest. Daar zitten
Nobelprijswinnaars tussen als Pablo Neruda uit Chili,
Wole Soyinka uit Nigeria, Joseph Brodsky uit Rusland,
of grote Nederlandse dichters als C. Buddingh, Lucebert,
Bert Schierbeek en Remco Campert om er maar enkele te noemen. En de Rotterdammers natuurlijk, zoals
Jules Deelder met wiens Het gedicht is een bericht het
allemaal begon, of Cor Vaandrager. Maar het ging ook
weleens anders. In 2010 werd in samenwerking met RTV
Rijnmond een wedstrijd uitgeschreven: ‘Welke regel wil
jij op een vuilniswagen zien?’, was de vraag, en dat konden bestaande of zelf geschreven regels zijn. De winnaar
uit meer dan 300 inzendingen werd Peter Oole, met zijn
7
eigen regel Soms kom ik mezelf tegen, en dan zeg ik niet
eens gedag. Die rijdt nu dus ook door de stad, net als
een regel van Erasmus. Dat laatste is te danken aan een
samenzwering van Stadsbeheerdirecteur Hermann Jäger
en Mart Toet, de voormalig directeur van de bibliotheek.
‘Toet nam mij een keer mee naar de Erasmuscollectie.
Wij constateerden dat er geen enkele spreuk van Erasmus
op de wagens stond. Logisch, want Poetry International kiest en Erasmus stond natuurlijk nooit op het festival. We hebben eigenwijs samen een spreuk uitgezocht
en die via de achterdeur op een wagen laten zetten: Hoe
idioter iets is, des te meer bewonderaars krijgt het.’
Ik leen seizoenen van een ander land
(Wole Soyinka)
‘Het gedicht is een bericht’ is een knap staaltje Rotterdamse vindingrijkheid en samenwerking. Stadsbeheer
en Poetry International, twee organisaties die verder van
elkaar afstaan zijn er in Rotterdam moeilijk te vinden. De
een werkt met vuil, de ander met de schoonheid van de
taal. Met volledig verschillend ‘gereedschap’ bedienen ze
elk hun publiek zoals geen ander dat zou kunnen. Door
een enkel idee, dat ook nog eens nauwelijks iets kost, ver-
8
sterken ze elkaar zo, dat vooral het publiek er de vruchten
van plukt. Die eenvoud is geweldig en onbetaalbaar.
Onze klok wijst nieuwe tijden aan
(Joeli Kim)
‘Volgens de gemeentesecretaris kent de Rotterdammer
maar twee namen, die van Aboutaleb en Roteb’, zegt
Hermann Jäger. ‘Roteb gaat nu met Stadstoezicht en het
grootste deel van Gemeentewerken op in de nieuwe organisatie Stadsbeheer. Op papier is de reorganisatie een
feit, maar de uitvoering is nog in volle gang. Met pijn in
het hart zijn de letters Roteb onlangs van het dak van het
gebouw aan het Kleinpolderplein gehaald. Het zorgde
voor diepe rouw bij veel van onze mensen die hier soms
al hun leven lang, en van generatie op generatie, werken.’
Roteb bestond 137 jaar, Gemeentewerken zelfs nog langer. De oude dienstnamen verdwijnen, de letters gaan
van het dak. Hoe vervang je dat? Rob Boeren vond het
antwoord in Het gedicht is een bericht uit 1996, de eerste bundeling van gedichten waar de regels uit komen.
‘Ik stuitte op Rotterdams dagboek, van Joseph Brodsky.
Daar staat een regel in waarvan ik dacht, ‘Ah! Dit zou een
Hermann Jäger & Rob Boeren
Directeuren Stadsbeheer
9
mooie zijn voor aan de gevel van Stadsbeheer: Steden
schuilen niet wanneer het regent. Vanwege de kwetsbaarheid van de stad, die niet schuilen kan. Maar ook
vanwege de stoerheid, omdat de stad niet schuilen wíl.
Die dubbelheid vind ik prachtig. Binnen dertig minuten
waren we eruit. Typisch Rotterdams: goed idee, dat gaan
we doen.’
Hermann Jäger kreeg er onmiddellijk beelden bij: ‘Het
gedicht gaat over het bombardement van 14 mei 1940.
Door de eeuwen heen zijn steden van de landkaart verdwenen, maar ze staan ook weer op, door de mensen.
Een stad is oersterk.’
Je staat verbaasd hoeveel mooie
woorden er zijn
(Adam Zagajewsky)
‘Als je straks een overview van de stad neemt’, schetst Rob
Boeren, ‘dan krijg je een diagonaal van Kleinpolderplein
naar Blaak 16, waar de dichtregel van Lucebert staat: alles
van waarde is weerloos. Die twee spreuken gaan een verbinding met elkaar aan.’ ‘Die regel van Lucebert was een
van de eerste dichtregels in de openbare ruimte,’ vult Bas
10
Kwakman aan. ‘Poetry heeft hem ooit op die bank gezet.
Dat de bevolking dat goed vindt, dat de dichter dat goed
vindt, én de bank, is ook weer zo typisch Rotterdams.
Jaren later komt er dan nog een laag bij, doordat een
kunstenaar dit soort regels omdraait. Op Zuid staat nu:
Alles is weer waardeloos. Dat is daar een geuzenregel.
Dat zie ik in andere steden niet gebeuren. Rotterdammers zien hun stad dus toch als iets poëtisch.’
Hij was de gedeuktste onder de
werkvoertuigen
(H.H. ter Balkt)
Bas Kwakman kan het zich levendig voorstellen: ‘Er
moet ergens een vuilniswagenkerkhof zijn, waar al die
regels zich verzamelen en langzaam terug in de aarde
zakken. Dat is een mooi beeld. Als een wagen vervangen wordt, verdwijnt vaak ook de regel en komt er een
nieuwe regel bij. Dat is goed, anders zou je altijd alleen
maar Voor wie ik liefheb, wil ik heten door je wijk zien
rijden. Een prachtige regel van Neeltje Maria Min, maar
Poetry International wil natuurlijk ook blijven vernieuwen en steeds regels van andere dichters laten zien. Zo
van ‘Kijk, dit is ook ontzettend mooi.’’
Zacht rust de gewoonte der macht
op de macht der gewoonte
(Breyten Breytenbach)
‘Ik ben geboren en getogen Rotterdammer,’ zegt Rob
Boeren, ‘en zie de wagens door de stad rijden. Ik lees: een
pond veren vliegt niet als er geen vogel in zit. Ja, dat zit
dan wel twee dagen in je kop, zo’n zin. Eigenlijk is dit
hele project überhaupt een idioot idee. Je moet enigszins
prettig gestoord zijn om erop te komen. Ik houd daarvan,
het houdt de mensen wakker, het maakt je scherp. Idiotie als tegenhanger van ‘business as usual’: vrij gedachte
ideeën brengen organisaties verder. We zullen het dan
ook nooit afschaffen. Maar na vijfentwintig jaar wordt
het misschien wel tijd voor een nieuwe stap. Er moet
weer iets geks gebeuren. Het is zoals Lucebert het zegt:
Het verhaal is zo goed dat het nog lang niet uit is.’
11
Joseph Brodsky [Rusland / Verenigde Staten]
Vertaling: Peter Zeeman
ROTTERDAMS DAGBOEK
I
III
De regen klettert. Woensdag. Schemering.
Veel parapluʼs en opgezette kragen.
Ze bombardeerden Rotterdam vier dagen,
daarna was deze stad herinnering.
Nee, steden schuilen niet wanneer het regent –
het zijn geen mensen. En in een bui beland
bewaren straten, huizen hun verstand
en roepen niet om zoete wraak, neerzijgend.
De tijd heelt, maar hoe heilzaam ook die kracht,
een beenstomp kan van middel doel niet scheiden,
heeft van een panacee nog meer te lijden,
en jeukt. Een jaar of dertig later. Nacht.
We drinken wijn en voeren dialogen
in een gebouw dat naar de sterren reikt
op een niveau dat eerder werd bereikt
door hen die hier destijds de lucht in vlogen.
II
Een hete julidag. Er lekt een wafel
ijs op een buik. Een kinderstemmenkoor.
Moderne flats, kantoor omarmt kantoor.
Le Corbusier deelt dít met de Luftwaffe,
dat beide fanatiek hebben getracht
het aanzien van Europa vorm te geven.
Wat de cyclopen in hun drift vergeten
wordt op een tekentafel koel volbracht.
12
13
Jules Deelder [Nederland]
VOOR ARI
Het gedicht is een bericht.
Damescricketteam
verpletterend verslagen.
Damescricketteam
opnieuw vermorzeld.
Damescricketteam
van het veld geveegd.
Het gedicht is niet verplicht.
Het gedicht is een zucht
van verlichting.
Het gedicht is een gerucht.
Het gedicht is een gedicht.
Een taxi vol Chinezen.
Lieve Ari
Wees niet bang
De wereld is rond
en dat istie al lang
De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht
Maar ze gaan allen
dezelfde weg
Hoe langer je leeft
hoe korter het duurt
Je komt uit het water
en gaat door het vuur
Daarom lieve Ari
Wees niet bang
De wereld draait rond
en dat doettie nog lang
14
15
Truong Tran [Vietnam / Verenigde Staten]
Vertaling: Jabik Veenbaas
ik heb je vastgelegd met een letter van het alfabet duid het me niet euvel het is absoluut geen
reductie van je wezen het is alleen maar gebeurd opdat ik je kan aanspreken zonder de
belemmeringen die je aantreft in een naam die zijn tijdelijk aan het oog onttrokken zo niet
verdwenen laten we zeggen dat jij k bent en ik t verwijderd uit onze context kwam t k tegen in
land v t werd verliefd op k en v dat is bij elkaar opgeteld een onvervulde taal
17
Danie Marais [Zuid-Afrika]
Vertaling: Robert Dorsman
IN DE DONKERE KAMER
Ik heb foto’s genomen op alle verre plekken
waar ik was zonder jou;
foto’s die moesten bewijzen hoe volledig
mijn leven zonder jou nu is.
Gelaten heb ik geprobeerd naar de camera
te glimlachen
als een man van de wereld,
wou beslist niet lijken
op een vent die een paar zoenen
en een verkeken kans kan doorstaan.
Maar mijn foto’s uit Noorwegen, Griekenland en Thailand
hebben zich niet ontwikkeld tot de kiekjes
die ik van plan was.
In de donkere kamer
zag ik je gezicht
steeds opnieuw langskomen.
De druipnatte vellen die ik in een rij ophing
waren de overbelichte beelden
van mijn leven zonder jou;
de foto’s die ik aan mensen liet zien
de fletse ansichtkaarten
uit mijn nieuwe leven aan jou.
En toch hoopte ik
dat die foto’s je zouden overtuigen.
Het is jammer, zei je, dat ik
in Europa zo’n vicarious leven leidde.
Het woordenboek vertaalt vicarious
als plaatsvervangend, indirect, tweedehands.
Ik verschilde heftig met je van mening,
zei dat alleen Toearegs en Amazone-indianen
geen zogenaamd vicarious leven leiden.
En wanneer ze om het kampvuur gezeten verhalen vertellen
is ook hun leven indirect,
tweedehands en plaatsvervangend,
voegde ik eraan toe.
Maar in de donkere kamer
naast het slapende lichaam van de vrouw
met wie ik nu mijn leven deel
weet ik, zoals altijd,
precies wat je bedoelt.
In het donker
raken je woorden
mij weer met
zachte ogen aan.
Niet dus.
18
19
Lennart Sjögren [Zweden]
DINGEN
Het best was het op de grens van de dageraad
zichtbaar na het uur van de wolf
waarin dingen ons met heldere blik konden gadeslaan.
Dingen zijn nauwelijks mensen
noch dieren
maar zij wonen zoals wij in hun gesloten schaal
en wanneer zij kapot worden geslagen hoor je
een gekraak van brekend gebeente.
Vraag mij niet naar hun ontstaan
noch naar hun uiteindelijke bestemming
– maar zonet op de grens van de dageraad
hoorde ik ze blaffen als opgewekte honden
die het spoor hebben ontdekt.
20
Vertaling: Bernlef
Remco Campert [Nederland]
Ewa Lipska [Polen]
MAQUETTE
ERGENS ANDERS
Altijd schijnt stralend de zon
op het plein met sociale woningbouw
winkelcentrum buurthuis leuk cafeetje
het groen is er vers geknipt evenals de mensen
die eeuwig jong gezin zijn
in de bebouwde kom van de architectendroom
waar de toekomst is vastgezet
Ik zou Ergens Anders willen wonen.
In met de handgeborduurde stadjes.
maar deze eeuw valt niet meer te bedenken
tijden al dat ik hoor
het geraas van instortende nieuwbouw
heden en toekomst zijn definitief gekraakt
met zekerheden is het afgelopen
we zullen wonen in voorlopige oorden
ben jij hier dan ben ik daar
en we zullen elkaar begroeten
met de beleefdheden van Amerikanen
Vertaling: Ad van Rijsewijk
Diegenen ontmoeten die
niet ter wereld komen.
We zouden dan eindelijk gelukkig eenzaam zijn.
Niet één halte zou op ons wachten.
Geen enkele aankomst. Geen enkel vertrek.
Vergaan in het museum.
Geen enkele oorlog zou om ons strijden.
Geen enkele mensheid. Geen enkel leger. Geen enkel wapen.
Sterven in een roes. Dat zou vrolijk zijn.
In de bibliotheek een veeldelige tijd.
Liefde. Een bewusteloos hoofdstuk.
Zou fluisterend de bladzijden in ons hart omslaan.
22
23
Anne Vegter, schrijfster, Dichter des Vaderlands
“Je fietst ’s ochtends door de stad, het is heel druk. Mensen snijden je de wielen bijna af. Je moet de trein van
kwart over acht halen, maar voor je rijdt iemand die niet
opschiet. Je staat op springen van frustratie, hebt een
magnifiek vooroordeel over de halve mensheid. En dan
komt deze regel van Jürgen Rooste langs: Maar ik pleit
jullie vrij vandaag, want jullie zijn als mooie mensen
geboren. Kijk. Dat vind ik nu een pragmatische regel. Ik
stel me de ander graag voor als baby. Iedereen is mooi
geboren. Ik heb al een paar keer meegemaakt, dat op zulke momenten in het verkeer een vuilniswagen met deze
tekst net langsreed. De regel werkt verzachtend, spreekt
je gevoel van liefde weer aan en helpt tegen ergernis.
Qua gedichten en dichters geldt: het is een groot veld en
er bloeien veel verschillende bloemen. Ik heb dus niet
een favoriete regel. Je kunt me ook niet vragen: ‘Welk
boek vind jij het leukst?’ Ik heb een ontzettende hekel
aan dat soort kwalificaties. Wanneer spreekt een regel je
aan? Onmiddellijke belangstelling heeft altijd te maken
24
‘Maar ik
pleit jullie vrij
vandaag…’
[Jürgen Rooste]
met een herinnering. Een regel kan haken aan iets diep
verborgens in jouw geheugen, wat in die specifieke context tevoorschijn komt.
Die rijdende dichtregels zijn na al die jaren echt een fenomeen. Deze regel van Anna Achmatova is heel toepasselijk: Als u eens wist hoe poëzie de gek met elk respect
steekt en op afval bloeit. Maar met poëzie is het zo: als
je het mooi vindt, zoek je het op. Je moet niet verwachten dat poëzie naar de mensen komt, mensen moeten
zelf naar de poëzie toe. Wie om zich heen kijkt, wordt
beloond.
Vooral de lyrische regels vind ik goed werken in de
stad, beter dan beweringen. Zoals deze van Ewa Lipska:
Liefde. Een bewusteloos hoofdstuk. Zou fluisterend de
bladzijden in ons hart omslaan. Ik heb dit altijd een intrigerende tekst gevonden, die ik niet echt begrijp. Toegankelijkheid is voor mij niet zo’n issue. Er is altijd wel
iemand die een gedachte oppikt. Ik kreeg eens een waarschuwing vanuit de Vinex-wijken, dat daar een regel van
mij rondreed. Slap van de lach, hangen wonderen over
tafel, niet eens helemaal uitgevouwen. Die vinden mensen over het algemeen best mooi. Maar wat staat daar in
vredesnaam? Het is niet zo belangrijk dat je hem precies
begrijpt. De regels zijn beter dan tegeltjeswijsheden, hebben hoe dan ook meerwaarde als rondrijdende raadsels.
Ze dagen uit tot eigen gedachten.”
25
Anne Vegter [Nederland]
DE BLOEMKOOL
Hersens, dacht ik bij de bloemkool.
Doormidden? vroeg de groenteboer.
En zij kende mij dus al.
Nogmaals:
En met het in mijn ogen wonder in een zak wist ik
buiten niet precies meer wie ik was en waar ik woonde.
het was of zij mijn hersens droeg, maar het scheen
ondankbaar dit aan haar te zeggen.
Ik keek goed uit mijn ogen hoe ik
verdraaid goed uit mijn ogen keek
en liep op het geluk af naar een straatnaam die
in spiegelbeeld geschreven was? en die ik niet ontcijferde.
Mijn halve bloemkool, Lucky Strike, haarspelden
en tomatenketchup zakten door de bodem der te oude zak
maar rolden gelukkig niet weg.
Ik bleef herhaaldelijk vergeten waar ik was.
De groentebediende werd erop afgestuurd.
Wat een vriendelijk gebeuren!
Juffrouw Vegter? Van de Voorschoterlaan?
Ik had wat hoofdpijn en wilde liever even liggen als dat kon.
Zij raapte allerlei op, wat ik weer heel vriendelijk vond.
26
27
Les Murray [Australië]
Vertaling: Maarten Elzinga
VERPLEEGHUIS
Ne tibi supersis:
overleef jezelf niet,
panikeer noch breek je heup,
spuw geen puree naar personeel –
om het einde waar gender vervaagt
heeft niemand gevraagd...
Toch is in het zachte pastel
van binnenlicht een dame
voorbij de geheugenval
gedestilleerd tot liefde.
Hand in hand zit ze er samen
met een oeroude vrouw
die haar George noemt en broer
terwijl bijen de tuin resumeren.
29
Jürgen Rooste [Estland]
Vertaling: Iris Réthy
ZOEKTOCHT NAAR DE EEUWIGHEID VII
ik heb besloten eeuwig te gaan leven
heb een baan genomen bij het ministerie van communicatiemetafysica
als vice-kanselier
door mijn hand gaan de belangrijkste vragen der mensheid
waarvoor bestaan we
is dat wat we zien echt
als ik weet dat ik ben als ik denk wie is het dan
die denkt
hoe laat wordt hier wat te eten gegeven
is god goed slecht onverschillig of dood
ik archiveer ze
rubriceer ze en plaats ze in drie ordners
onopgeloste vragen
betekenisloze vragen
stomme vragen
op elk zet ik datum tijd en een stempel van het ministerie
daarna brengt mijn sexy secretaresse ze met haar dijen geil schuivend
naar het magazijn om de eeuwigheid af te wachten
totdat iemand wordt betaald of gevonden die ze allemaal begint te beantwoorden
schriftelijk
een of andere gekke dichter zeker
verdomde inktaap
welke winkels zijn open op feestdagen
welke kleur behang doen we op de muur
kun je met een naast familielid kinderen krijgen
bestaat waarheid
enz.
30
31
Loes Luca, comédienne
“Als jong meisje verzamelde ik gedichten in een schriftje.
Ik was een jaar of veertien en las als enige in de klas graag
poëzie. Mijn vader was artistiek en stimuleerde dat. Ik
haalde de dichtbundels bij de bieb en schreef de mooiste
gedichten over, in mijn nette meisjeshandschrift. Neeltje
Maria Min, K. Schippers, Buddingh, Annie M.G. Schmidt,
Vasalis. Jaren heb ik plezier van dat boekje gehad. Ik kijk
er af en toe nog weleens in, als ik moet presenteren of zo,
ter inspiratie.
De eerste twee gedichten die ik er in zette waren van
Jules Deelder en Judith Herzberg. Het gekke is dat ik later ook met ze heb gewerkt. Jules vertaalde het theaterstuk Moordwijven voor me en ik leerde hem kennen op
de set van de film Het Veld van Eer van Bob Visser. Daar
had hij samen met Rien Vroegindeweij het scenario voor
geschreven. En Judith bewerkte De Kleine Zeemeermin
voor Orkater, en dus voor mij, want ik was de zeemeermin. Haar gedicht Beroepskeuze blijft een van mijn favorieten uit het schriftje:
En toen ze vroegen wat ze later wilde worden
zei ze: ‘graag invalide’ en zag zich al,
benen onbewegelijk in bruin-geruite plaid
door toegewijde man en bleke zonen
voortgeduwd...
32
Toen ik voor het eerst de vuilniswagens met die dichtregels zag, dacht ik ‘wat zouden de mensen dáár nou van
vinden? Zouden ze niet gaan mopperen: “Wat mot ik met
een gedichie, gaat liever gewoon vullis ophalen?!”’ Maar
ze rijden nu dus alweer vijfentwintig jaar rond en zijn
volgens mij niet meer uit het stadsbeeld weg te denken.
Ik merk dat ik altijd even kijk of er een regel op staat als
ik een vuilniswagen zie. Sommige regels ontroeren me.
Ik denk dat ik die van Lucebert toch wel het allermooist
vind: alles van waarde is weerloos. Die zie ik trouwens
heel veel, die Lucebert-wagen... Misschien hoort hij wel
gewoon bij mijn buurt.
Zouden die jongens nou mot hebben over welke wagen
ze mogen rijden? Zo van ‘Ik gaat écht niet op die kar van
alles van waarde is weerloos zitten hoor, dat past niet bij
me. Ik rijd alleen Schierbeek of Kouwenaar!’”
‘alles van waarde
is weerloos’
[Lucebert]
33
John Ashbery [Verenigde Staten]
Lêdo Ivo [Brazilië]
WULF
DE KERKHOVEN
Is dat een lies? De dokter was aardig
maar vasthoudend, hield de schietspoel in beweging
totdat de draad op was. Wijs me de juiste deur
en ik klop aan. Maar stuur ze eerst weg,
jouw hielenlikkers, van het wandelpad
en de passage. In een wip was het klaar. De ontdekking
was gedaan. Schaaf dan nog wat verder
totdat de komma’s op hun plaats vallen, moedigde hij aan.
Opnieuw was ik op het juiste spoor, hoewel vaagheid
op de agenda stond. Hoe zit het met het recht om te stemmen voor anderen,
drong ik aan. En wat is het toch
dat ze zo heerlijk maakt?
‘Wat voor kerkhof is dit?’
‘Een autokerkhof.’
Hier rust mijn Chevrolet, verrot mijn Buick.
De wind knaagt aan de glamour van Amerika.
Een poosje bewaarden de kastes hun afstand.
De machtigen sloften naar een ander deel van de parterre.
Hun macaronische zelfabsorptie had de overhand.
Het werd snel tijd om een ander klimaat te kiezen.
We gingen allemaal gewillig in bad. De duikerklok viel in duigen.
En weet je wat? Nog lang nadien werd de wereld vrolijker,
schonk stukjes van zichzelf aan iedere gast.
Daarom was ik zo laat.
Kiezen duurt lang
als je er niet aan toe bent. Zelfs langer als je het wel bent.
Jij weet dit beter dan wie ook, mezelf inbegrepen.
34
Vertaling: Ton van ’t Hof
Vertaling: August Willemsen
‘Wat voor kerkhof is dit?’
‘Een kerkhof als elk ander.’
Onder het gras, onder de krekels, ligt mijn vader.
En liggen dromen. En oude gedachten aan dollars.
‘Wat voor kerkhof is dit?’
‘Een kerkhof voor de gevallenen in de oorlog.’
De soldaten horen het lachen van de kinderen
maar hebben mond noch tanden om terug te lachen.
‘Wat voor kerkhof is dit?’
‘Een kerkhof voor blanken.’
Een kerkhof voor negers.
Een kerkhof voor joden.
‘Wat voor kerkhof is dit?’
‘Hoe te verklaren dat wij leven?’
Elke dag sterven vijfduizend mensen in Amerika
en hier zijn wij, toeristen, altijd vragend naar de bekende weg.
35
Toon Tellegen [Nederland]
VOORBEELD VAN EEN GEDICHT
Ik heb het koud en schrijf een gedicht.
Als het af is trek ik het aan,
zoals ik een hemd aantrek
of de herinnering aan mijn moeder.
Ik kijk in een spiegel.
Het is een goed gedicht. Iets te blauw misschien,
en iets te kort.
Ik doe mijn jas aan. Het is winter.
Ik sla mijn kraag op en ga naar buiten.
Laat het maar sneeuwen, nu!
Laat het maar zeer streng vriezen!
Ik denk aan Jason en Medea en de glinsterende golven van de
Aegeïsche zee.
Ik moet nog verder. Maar zo kan ik niet verder.
Zo gaat het nu altijd.
Ik wandel en sta stil.
Ik heb het gevoel dat ik stik.
Ik had een ander gedicht moeten schrijven, een lyrisch gedicht
of een elegie
of misschien wel een ode, met lossere strofen,
iets roods…
De eenvoud rijdt voorbij op een brullende Kawasaki.
Achter een boom doe ik eerst mijn jas uit.
Dan probeer ik het gedicht uit te trekken.
Het knelt, het geeft niet mee.
Ik probeer het te verscheuren. Maar tevergeefs.
36
37
Abdelkader Benali, schrijver, dichter
‘zegt Li: een pond
veren vliegt niet als er
geen vogel in zit’
[Bert Schierbeek]
“Ik ben dichter en Rotterdammer. Mag ik ook een regel
op een vuilniswagen!? Ik zie wel Deelder en Vaandrager
maar geen Benali.
Terecht natuurlijk dat hun poëzie op
de vuilniswagens rondrijdt, maar dat wil ik ook!
Ik ben gek op kunst op straat. Zoals die grote houten
appels van Kees Franse aan de Heemraadssingel. Of
dat enorme muurwerk van Ken Lum, op de hoek van de
Boomgaardstraat en de Witte de With: Melly Shum hates
her job. Het hangt er al jaren en ik kijk er altijd naar, naar
die glimlachende Aziatische vrouw die haar baantje verafschuwt.
Die dichtregels, je kunt er niet omheen. Je zit in de tram
en je ziet een regel van Jules voorbij rijden. Of zegt Li:
een pond veren vliegt niet als er geen vogel inzit, van
Bert Schierbeek, ook zo geweldig. Hoe vaak heb ik daar
de zak niet aan meegegeven? Zo’n dichterlijke interventie
past heel goed bij Rotterdam.
38
Het is zo iets vanzelfsprekends na al die jaren. Dat het
al vijfentwintig jaar bestaat, verbaast me. Wat vliegt
de tijd en hoe sterk zijn die regels in de psyche van de
Rotterdammers verankerd. De mooiste kunst is kunst
waar je bij toeval tegenaan loopt. Daarom blijft het natuurlijk ook een briljant idee. Je wilt van iets af en in ruil
daarvoor krijg je een dichtregel. Dat kan alleen in Rotterdam. Of misschien nog ergens in een rare Canadese stad,
maar in ieder geval nergens anders in Nederland.
In de jaren zeventig, toen ik Rotterdam nog een naargeestige en bedompte stad vond, waar alleen maar geheid en
gesjouwd werd, ontdekte ik de plaatselijke dichter Riekus
Waskowsky. Die vond ik als twaalfjarige jongen geweldig. Hij wist hoog en laag met elkaar te verbinden. Het
was een soort knip-en-plak-werk, poëzie op de vierkante
millimeter. Nog steeds vind ik hem de grootste. Zijn gedichten gaan echt over het Rotterdam uit die tijd. Ik pleit
voor een regel van Riekus op een vuilniswagen.”
DICHTEN is net als koken:
Je pleurt maar wat in de pan
Als je koken kan
39
Julius Chingono [Zimbabwe]
Vertaling: Jabik Veenbaas
AAN DE WEG
Mijn pot is een oude verfbus
ik weet niet
wie hem kocht
ik weet niet
wiens huis ermee werd geschilderd
ik bietste de lege bus
op de laan bij het kerkhof.
Mijn lamp, een petroleumlamp,
is een gebruikte 280 ml-fles
veertig procent alcohol staat op het etiket
ik weet niet
wie de alcohol dronk
ik bietste de fles uit een vuilnisvat.
Mijn beker
is een oude jampot
ik weet niet wie zich aan de jam te goed deed
ik vond de pot
in een afvoergoot.
Mijn bord
is de wieldop van een auto
ik weet niet bij wiens auto hij hoorde.
Ik zag een jongen die ermee rolde, ermee speelde.
Mijn huis is opgetrokken
met plastic op karton
ik vond het plastic dat door de wind was weggewaaid.
40
Het is simpel
ik biets mijn leven bij elkaar
aan de weg.
41
Eugenijus Ališanka [Litouwen]
IDENTITEITSCRISIS
wie zou ik zijn als ik nu eens echt was
niet zoals nu een mens
met een onduidelijk geloof zijn hoofd voor zich
zijn god voor zich een tong van stukjes taal
ik zou een trucker zijn en lange afstanden rijden
zomaar iets eten zomaar iets denken
met zomaar iemand zomaar ergens slapen
landschappen gleden voorbij ik zou me niet scheren
in een beekje of in sneeuwwater mijn
vette handen wassen niks geen feminisme een
voorstander van patriarchale veelwijverij
al was het maar voor één nacht
automagazine lezen
geen dromen geen uitbarstingen van het onderbewustzijn
geen intellectueel gezanik over de zin van het bestaan
niemand zou ik iets schuldig zijn en niemand mij
ik zou reizen door het leven door europa met een truck
en jullie hadden allemaal het nafluiten
42
Vertaling: Jo Govaerts
Paul Keijzer, vuilnisman
“Ik ben nu vijfentwintig jaar vuilnisman. In 2006 kregen
mijn maat en ik een nieuwe wagen, met daarop de regel
Onverwacht zonlicht is een gebeurtenis, van Bei Dao.
Mooi! Er zit iets onvoorspelbaars in die regel: zonlicht
overkomt je, net als het leven zelf. Ik denk dat hij bedoelt
dat je altijd het positieve moet blijven zien. Uit nieuwsgierigheid ben ik de dichter op internet op gaan zoeken.
Bei Dao is een Chinese dissident, die sinds 1989 in de
Verenigde Staten woont. Zijn werk is in China verboden.
Dat maakt deze regel voor mij extra bijzonder.
Met mijn collega’s heb ik het eigenlijk nooit over de dichtregels. Na al die jaren is het voor ons gewoon geworden,
maar het blijft mooi. Iedereen heeft iets met gedichten,
toch? Bij mij is ooit dit gedichtje spontaan ontstaan:
Liefde is mooi, het duurt maar even, het is veel te kort,
net zoals het leven. Ik heb het nooit opgeschreven, het zit
gewoon al jaren in mijn hoofd.
Mijn maat en ik, wij zorgen goed voor onze wagen. Daar
hebben we ook de complimenten voor gekregen. Maar
rond 2016 komt er toch een nieuwe, met een andere regel. Jammer, maar zo gaat dat. Ik zou het wel leuk vinden
als er dan een andere regel van Bei Dao op komt te staan.
Hij heeft betekenis gekregen voor mij. Dat komt ook omdat er dit voorjaar iets heel bijzonders is gebeurd. Mijn
maat was bezig in het centrum, toen er een vrouw naar
44
hem toekwam. ‘Dank je wel’, zei ze. ‘Waarvoor? Ik doe gewoon mijn werk’, zei hij. Wat bleek? De vrouw was vorig
jaar zwanger, maar zag dat niet zo zitten. Ze dacht erover
het kindje weg te laten halen. Toen zag ze onze wagen,
met die regel: Onverwacht zonlicht is een gebeurtenis.
De zon ging als het ware weer schijnen voor haar en toen
besloot ze het kindje te houden. En deze lente, toen ze
onze wagen weer zag, kwam ze mijn maat dus bedanken.
Haar baby lag in de kinderwagen.”
‘Zonlicht
overkomt je,
net als het
leven zelf.’
Nikolaj Kuntsjev [Bulgarije]
Vertaling: Raymond Detrez
WAARHEEN
De schepper zei tot de wereld, toen
de wereld haar begin bewust werd:
zet zelfs de minaret een tulband op,
maar noem de bultenaar nooit kameel…
En als je tweeduizend bent geworden,
dan huwelijk ik je uit aan een komeet…
En daarna – waarheen in de diepte?
Een ruimteschip heeft geen anker.
47
Maria Barnas [Nederland]
TE LAAT
Ik fietste door een kalmte in de stad
die langzaam huizen werd waarin mensen samen
wonen toen de eenzaamheid achterop sprong
Nee lieg ik. Ik ben alleen. Ik tel hoeveel
leugens een mens in een deuropening kan vinden
en heb de indruk dat er iets ontbreekt.
en zei ik rijd een stukje met je mee ik ga toch die kant uit.
Het komt niet uit zei ik. Ik moet nog een begin vinden
voor een brief. Tot ziens.
Ik schilde een rode appel en zag het bleke
vlees zo in zichzelf gekeerd staan op een bord
dat ik het niet kon eten. Stelde me de vrouw voor
die jij boven mij verkoos en bedacht een ander
land om in te kunnen wonen.
De eenzaamheid had elke stoel geprobeerd
en lag net in bed toen jij aanbelde.
Je zag er zo moe uit dat ik je binnen kon vragen.
Maar je had veel bij je. Koffers vol beweeglijke
woorden te groot en te zwaar om te dragen.
De man spreekt. Waarom laat je me er niet in
is er soms iemand binnen?
48
49
Michael Krüger [Duitsland]
Vertaling: Cees Nooteboom
JE ZIET het zware werk van de vernietiging
de ondergang van de soort, ziet fragmenten.
Waar anderen de vorm verheerlijken, zeg jij:
alleen maar overblijfselen. En leest het woordenboek
van de macht als Boek der Boeken. In omvallende letters
staat er op jouw deur: dit is een kaartenhuis.
Wie binnenkomt wordt begraven. Als ik zweer bij de hoop
zie je het trillen onder mijn oog.
Is er nog tijd een stand van zaken op te nemen? Nee,
alleen onzin kan de boel nog redden.
Jij ziet mij zoals ik me het liefst zou zien.
50
51
Isis Vaandrager, fashion stylist
“Ik ben in Spangen tussen de Marokkanen, Turken en
Surinamers opgegroeid en blijf altijd nieuwsgierig naar
wat er op straat gebeurt. Ik móet de geluiden en beelden
van de straat opzuigen. Als er een vuilniswagen langsrijdt
stop ik altijd even, voor Cor natuurlijk. Ik wist niet dat er
zo véél dichtregels van mijn vader rondreden. De meeste
heb ik ook nooit live op straat gezien. Misschien rijden ze
ergens in Capelle?
Meneer Dinges weet niet wat swing is vind ik de beste.
Ik vind het hartstikke leuk en ik ben ook trots als ik die
regel zie. Die regels zijn zo vanzelfsprekend; ze horen er
gewoon bij. In andere steden let ik niet op de vuilniswagens, waarom zou ik?
Ik lees het werk van mijn vader nog steeds. Dat is soms
wel moeilijk, omdat ik weet wat er in het hoofd van Cor
omging. Mijn moeder vertelt me dan over de periode
waarin hij bepaalde stukken schreef, ze geeft het werk
een context. Hij heeft me altijd gestimuleerd om te
lezen. Op een verjaardag gaf hij mij bijvoorbeeld een boek
getiteld Valentijn, wat mijn tweede naam is, of hij gaf me
zijn eigen bundels, helemaal gecostumised. Ik heb ze nog
allemaal.
Ik ben benieuwd hoe je op zo’n wagen terechtkomt als
dichter. Wie bepaalt dat eigenlijk? Moet je al heel lang
52
dichter zijn om in aanmerking te komen? Als er een ballotagecommissie is wil ik er wel in! Dan zou ik kiezen voor
regels van Winne en DuvelDuvel, Rotterdamse hiphopartiesten die, net als mijn vader, flarden van gesprekken
van de straat in hun raps verwerken. Die jongens zijn
constant met taal bezig, maar ze maken geen bundels.
Betekent dat dan dat het geen dichters zijn? Ze hebben
die bundels natuurlijk wel digitaal. Ze brengen het geluid
en de taal van nu.”
‘Alles
steets
apnomalur’
[C.B. Vaandrager]
53
C.B. Vaandrager [Nederland]
1962Er is iets gebeurd
met mijn dromen.
Was er van 1935-1962
voornamelijk een chaos van rupsbanden, bagagedragers
(spitsuren?), zodra ik mijn ogen sloot,
nu kijk ik, zodra ik mijn ogen sluit, uit
over een boulevard,
waar zo goed als geen hond te zien is.
Ik vermoed mensen in de huizen,
die hun redenen zullen hebben
om niet op straat te verschijnen.
Wat is dromen?
Wat is dagelijks leven?
Ik vraag me af wie of wat
ik morgen te zien zal krijgen.
Niet alleen in mijn dromen,
maar ook in het dagelijks leven.
Hè, wie hebben we daar?
William Burroughs?
Een marinier van William Burroughs?
Een vriendin van een marinier van William Burroughs?
Ik vraag me - met William Burroughs - af wie of wat
er (uit de tank) tevoorschijn komen (komt).
54
55
Dave, zanger en liedjesschrijver van The Kik
“Ik houd van gezelligheid, hè. Tekst moet lekker klinken,
zo schrijf ik zelf ook. Heeft mannen bij de vleet, is altijd
op dieet, zo is Simone, dat is een tekst die iedereen snapt.
Er rijden mooie regels rond op die wagens hoor! Maar
soms vind ik ze iets té poëtisch. Wat leeft gaat nooit meer
dood. Dat vind ik moeilijk. Dan vraag ik me af of die jongens op de wagen er zelf wel iets mee hebben, weet je
wel. Dan zie ik liever meneer Dinges voorbij rijden. Daar
word ik helemaal vrolijk van. Ik vind gedichten mooi,
maar als er een liedje aan vast zit, vind ik ze nog leuker.
Meneer Dinges weet niet wat swing is. Ik hoor gelijk
het liedje bij deze regel. Van wie was het ook weer? Even
googelen. Ja, hier. Van Johnny & Jones, een nummertje
uit 1938. Twee joodse zangers, ze zijn in de oorlog van
uitputting gestorven in Bergen-Belsen. In Westerbork
hebben ze nog een keer opgetreden onder de naam Johnny
und Jones. In de oorlog was jazz verboden en Engelstalig,
daar hielden de Duitsers al helemaal niet van. Maar hoe
kan dit een regel van Cor Vaandrager zijn? Die was in
1939 pas drie jaar oud. Bizar.
Het is hoe dan ook een erg geinige regel! Hij klinkt goed
door de rijm en er zit humor in. Het slaat natuurlijk nergens op, Meneer Dinges weet niet wat swing is. Waar
zou het over gaan? Dat vind ik wel lekker, dat je dat niet
zeker weet. Ik denk dat ze bedoelen dat je verder moet
56
kijken dan je neus lang is. Die Dinges weet niet hoe hij
van het leven moet genieten. Het lijkt bij nader inzien wel
een protestlied. Ook omdat er met ‘swing is’ toch nog een
stukje Engelstalig in zit. Tekstueel is het een leuke grap.
Meneer Dinges tovert een glimlach op mijn gezicht.
Ik schrijf alle teksten voor The Kik. Er zijn net dertig liedjes af voor ons nieuwe album. Het is lekker om te schrijven. Langzaamaan word ik er steeds beter in. Ik houd van
duidelijke teksten, maar merk wel dat ik voor de laatste
liedjes tekstueel wat meer dubbele bodems gebruik. Ja,
er schuilt een ware poëet in mij. Ooit rijden er hier vuilniswagens rond met een tekst van mij erop.”
‘Meneer Dinges
weet niet wat
swing is’
[C.B. Vaandrager]
Nuno Júdice [Portugal]
Vertaling: August Willemsen
EUROPA IN ROTTERDAM
Europa’s hart doet mij pijn, met haar door westelijke winden
gezwollen aderen, en haar handen gekloofd door ijzige
winters. Ik ging met europa zitten in een bar in rotterdam,
terwijl ik in mijn hoofd de wereldkaarten tekende; en ik dwong haar
hollandse koffie te drinken, met haar zieke lippen,
als was europa niet het slapeloze continent
van de laatste millennia, geteisterd door de stormen der
mythologie, en het geloof geschokt door atheïstische verschrikking.
Ik grijp haar hand; en zij lost op in de onwaarschijnlijke
structuur van het gedicht, waar zich een schaduw werpt
die ik kwijt raak, in deze rotterdamse nacht.
Ik zag europa in dat café in rotterdam voor ik de straat op ging,
die met passer en driehoek ontworpen straten;
ik vroeg haar waar ze heen wilde; en ik hoorde haar
gefluister zich losmaken van een meervoudige bleekheid,
als wilde zij het enige gezicht zijn van de menigte,
en wilde lopen door de naamloosheid van een kosmopoliete straat,
de stemmen horend die haar spreken van eilanden en stranden,
en die haar droom herstellen van oeroude reizen.
Ik zie in haar ogen de weerkaatsing van de kranen
en katrollen van de rotterdamse haven, en die vlak ik uit met
het stufje van de eeuwigheid, opdat zij kan gaan zitten
op het terras waar ik haar vraag met mij te praten; en
zij kijkt me aan, zwijgend, de stem hallucinerend
in een weerklank van waanzin; en ik hoor haar zeggen dat
ze niet weet in welke tijd ze leeft, net alsof ik
degene was die haar de weg moest wijzen.
58
59
Péter Kántor [Hongarije]
Vertaling: Wim Swaan
Roberto Juarroz [Argentinië]
Vertaling: Mariolein Sabarte Belacortu
WAT IS ER NODIG OM GELUKKIG TE ZIJN?
Welbeschouwd
heb je er niet zoveel voor nodig
twee mensen
een fles wijn
een stukje smeerkaas
wat zout, brood
een kamer
met een raam en een deur
buiten regen
in lange uitgerekte strepen
ja en natuurlijk sigaretten.
Toch komt het er, als het meezit
op al die avonden maar een enkele keer van
net als grote gedichten bij grote dichters.
De rest is voorbereiding
nawoord
hoofdpijn
lachstuipen
het kan niet, maar het moet
het is teveel, maar niet genoeg.
60
Het ene zoeken
is altijd het andere vinden.
Dus om iets te vinden,
moet je iets zoeken wat het niet is.
De vogel zoeken om de roos te vinden,
de liefde zoeken om ballingschap te vinden,
het niets zoeken om een mens te ontdekken,
naar achteren gaan om vooruit te komen.
De clou van de weg ligt
niet zozeer in zijn splitsingen,
zijn verdachte begin
of zijn twijfelachtige einde,
maar in de bijtende humor
van zijn tweerichtingsverkeer.
Men komt altijd aan,
maar altijd elders.
Alles gaat voorbij.
Maar de andere kant op.
61
Mario Montalbetti [Peru]
PARDON, IS HIER DE TABAKSZAAK?
Ik hoorde hen praten, de een aan de ander uitleggen
dat hij alles moest zeggen wat hij wist, alles zeggen.
En ik dacht dat die zinnen pasten
bij een snelle adolescententaal. Niemand zegt alles.
Eigenlijk zegt niemand iets. Wenselijk is, dacht ik,
dat je heel weinig zegt. Zwijgen is niet radicaler;
zwijgen is als je hoofd kaalscheren, dacht ik,
het haar groeit weer aan. Heel weinig zeggen,
zo weinig mogelijk zeggen als ik kan, dat was
het enige waardoor ik geneigd ben iets te zeggen.
HERZIENING
(twee dagen later)
Wij zijn wat we weten.
Wij weten dat we sterfelijk zijn.
Er worden dingen gezegd.
62
Vertaling: Mariolein Sabarte Belacortu
Ntjam Rosie, zangeres
“Ik voel me heel erg Rotterdammer. Ik ben vergroeid met
de stad, begrijp haar geschiedenis, begrijp hoe Rotterdam
denkt. Ik zie grote verschillen tussen Noord en West en
Zuid. ‘Ga je naar Zuid?!’ vroegen ze toen ik besloot om
daar te gaan wonen. Ik had het idee dat ik me moest
verdedigen! Maar ik voel me heel erg thuis rond het
Afrikaanderplein. Ik heb zowel in Het Oude Noorden als
West gewoond en nu dus op Zuid. West is echt Kaapverdiaans en Surinaams en op Zuid voelt het veel meer
Turks. Ik generaliseer wel een beetje want in Noord wonen natuurlijk ook veel Turkse mensen.
Ik beweeg lopend en fietsend door de stad, over de brug
en weer terug. Overal zie ik dichtregels, bij de metro, op
muren, op de vuilniswagens. Ik besta uit woorden en noten, schrijf mijn eigen muziek, dus ja, ik voel me zeker
ook een dichter. Onlangs was ik in China en Korea voor
een musical exchange project. Het was heel tof en ik gaf
daar, samen met mijn band, onder meer workshops aan
studenten over het componeren van muziek. Hoe schrijf
je een songtekst? is een van de lessen. Dat komt natuurlijk heel dichtbij dichten.
Ik ben dol op die oneliners die je onderweg tegenkomt.
Het inspireert en zet je vaak aan het denken. Op welke
gedachten en gevoelens kom je als je een regel bij toeval
ziet rijden? Het is heel knap om met één zin de verbeel-
64
ding de vrije loop te laten. ‘Zou ik dat ook kunnen?’, denk
ik dan. Ik zou het als een bijzondere eer beschouwen als
een regel van mij op een vuilniswagen rond zou rijden.
Een regel die ik echt heel mooi vind is Geef ons de winter maar om te werken van Vasko Popa. Die zin doet me
zo aan Rotterdam denken. Ik kwam hier naartoe om te
studeren en te werken. En dat vind ik het lekkerste in de
winter. In de zomer wil ik gewoon van de stad genieten.”
‘Geef ons
de winter
maar om te
werken’
[Vasko Popa]
65
Vasko Popa [Servië] Vertaling: Kristien Warmenhoven
Vertaling: Lela Zečković en Roel Schuyt
VERZOENING VAN TEGENSTELLING
POËZIEAVOND VOOR GASTARBEIDERS
Badend in het zweet
Lacht de arbeider met twee paar ogen
En wijst met een ijzeren staaf
Naar de klapdeuren van de gieterij
We heten u welkom kameraad
Wanneer gaat u ons uit uw werk voorlezen
Je ziet de deuren
Ze staan wagenwijd open
zomer en winter
Na het werk
Zijn de arbeiders moe
En kunnen ze niet vlug genoeg naar hun barakken
Geef ons de winter maar
om te werken
Kunnen jullie op zaterdag
In het gloeiende ijzer
Zie je het wit van de sneeuw
De sneeuw is zo wit
Als het gloeiende ijzer
En wij van de gieterij
Hebben het niet heet en niet koud
Kunnen jullie na het werk
Op zaterdag knappen de arbeiders zich op
Ze wassen zich verstellen hun kleren
En schrijven naar huis
Kunnen jullie op zondag
Op zondag zijn de arbeiders niet in hun barakken
De jongeren gaan op bezoek bij hun meisjes
De ouderen naar het station om op de trein te wachten
Dat wil zeggen dat jullie voor gedichten geen tijd hebben
Tijd hebben we niet zoals u ziet
Maar die zullen we samen maken
66
67
Yehuda Amichai [Israël]
Vertaling: Tamir Herzberg
EEN MENS HEEFT IN ZIJN LEVEN
Een mens heeft in zijn leven geen tijd om voor alles tijd te hebben.
En hij heeft geen uren genoeg om elk ding zijn uur te geven.
Prediker heeft zich daarin vergist.
Een mens moet haten en beminnen op hetzelfde moment,
met dezelfde ogen huilen en met dezelfde ogen lachen,
met dezelfde handen stenen wegwerpen
en ze met dezelfde handen vergaren,
liefde bedrijven in de oorlog en oorlog voeren in de liefde.
De dood van vijgen zal het sterven in de herfst
verschrompeld en vol met zichzelf en zoet
terwijl de bladeren opdrogen op de grond
en de naakte takken al wijzen naar
waar alles zijn tijd heeft.
En haten en vergeven en onthouden en vergeten,
orde scheppen en verwarring, eten en verteren
waar lange geschiedenis jaren voor nodig heeft.
Een mens heeft in zijn leven geen tijd.
Terwijl hij verliest zoekt hij,
terwijl hij vindt vergeet hij,
terwijl hij vergeet bemint hij
en terwijl hij bemint begint hij te vergeten.
De ziel is ervaren,
de ziel is zeer professioneel.
Alleen het lichaam blijft altijd
een amateur. Het probeert en vergist zich
leert niets, raakt in de war
dronken en blind in zijn genot en zijn pijn.
68
69
D. Hillenius [Nederland]
Ik haat reizen, zei ze
terwijl ze de koffers pakte
vertrekken is gemener dan doodgaan
spelen met de hoop van terugkeer
houden van is houden, is vasthouden
wat niet mag veranderen
verbindingsdraden die langzaam groeien
is leven in het midden van een instrument
en elke trilling van de snaren lezen
een spin zonder web
is een radeloze wandelaar
70
Zbigniew Herbert [Polen]
Vertaling: Gerard Rasch
VERSLAG UIT HET PARADIJS
In het paradijs telt de werkweek dertig uur
zijn de lonen hoger dalen de prijzen gestaag
fysieke arbeid put niet uit (er is minder zwaartekracht)
houthakken is er niet vermoeiender dan typen
het bestel is stabiel het bewind rationeel
in het paradijs is het werkelijk beter dan in welk land ook
Voorlopig klinkt op zaterdag om twaalf uur ’s middags
het zoete geloei van de sirenes
en uit de fabrieken stromen blauwe proletariërs
onbeholpen onder hun arm als een viool hun vleugels dragend
Aanvankelijk had het anders moeten worden –
lichtende kringen koren en graden van abstractie
maar het lukte niet om het lichaam volkomen
te scheiden van de ziel die hier aankwam
met een druppel vet een draadje spier
dat bleef niet zonder gevolg men moest
het zaad van het absolute mengen met het zaad van de stof
nog een afwijking van de doctrine een laatste concessie
die alleen Johannes had voorzien: de verrijzenis des vlezes
God wordt slechts door weinigen aanschouwd
dat is alleen voor hen van zuiver pneuma
de rest luistert naar communiqués over wonderen en zondvloeden
mettertijd zullen allen God aanschouwen
wanneer het zover is weet niemand
72
73
Eric Vloeimans, componist-trompettist
“Vlak voor de sloop van het oude Centraal Station begon,
hadden ze de grote blauwe neonletters op het dak verzet.
Daar stond ineens Traan laten, als ode aan Sybold van
Ravesteyn, de oude architect. Ik krijg nog kippenvel. Het
was van een ontroerende schoonheid, die nieuwe regel.
Hetzelfde voel ik als ik de Maastunnel uitkom en links
de lange muur van rode rozen zie opdoemen. Daarachter
bevindt zich het AVR, het oude gebouw van de afvalverwerking. Die muur, een kunstwerk van Lydia Schouten,
vind ik zo prachtig. Het is ontnuchterend maar getuigt
ook van goede smaak en van positiviteit. Het is het grote
stadsgevoel ervan dat me raakt.
Het verbinden van schoonheid met afval, dat doen die
vuilniswagens met hun dichtregels natuurlijk ook. De
zinnen hebben niveau en kwaliteit. Meestal zie je op
straat alleen maar verkeersborden en reclame en dan zijn
die regels een mooie afwisseling om de dag mee door te
komen. Ze zijn als een vleugje parfum, ze brengen je heel
even in een andere wereld, in een andere mindset. Ik ben
zelf meer van de noten maar ik zie die regels als de kleine
grootse dingen des levens, dingen die de ziel voeden.
Die regel van Lucebert is natuurlijk heel goed: Het verhaal is zo goed dat het nog lang niet uit is. Maar er is
er nog eentje, die zo heerlijk absurd is. Zo meteen gaan
we over tot de verdwijnoefeningen, van André Schmitz.
Meesterlijk en ondoorgrondelijk tegelijk. Die regel haalt
je uit het alledaagse. Ik moet er verschrikkelijk om lachen
als ik hem zie. En gek genoeg doet die regel me ook aan
het absurdisme van Dalí denken. Ja, dat is m’n favoriet.”
‘Zo meteen gaan
we over tot de
verdwijnoefeningen’
[André Schmitz]
74
75
André Schmitz [België]
Vertaling: John Fenoghen
Tonnus Oosterhoff [Nederland]
IN DE KWAL ROEPT DE ZEE
Ik verzeker op mijn erewoord
dat ik niets te maken heb met
mezelf.
Ik ben niet de eigenaar
van het lichaam waarin ik verblijf.
Die ogen, dag en nacht
op rare vogels gericht
en geboeid door de schoonheid van de wereld,
zijn niet de vensters van mijn huis.
Waar ik ben, wat ik ben
is niet mijn vaderland.
O, roept de zee in de kwal.
De zee in de kwal roept o
o
o
De zwevende mond legt zich aan
om de infinitief, o, o roepdrinkt o.
Wie of wat niet op de gedachte komt
zich te bevrijden is hier
hier
hier
hier hier en hier niet te weten.
Ik ben de zoon van een kind dat nog niet is
geboren,
de woeste echtgenoot van een vrouw die mijn pad kruist
en me niet toebehoort.
Ergens probeert een jong meisje nog altijd
mijn moeder te zijn.
76
77
Elly de Waard [Nederland]
DE geluiden van het strand, van
mensen, gedempt door ruisen –
gedichten konden er gelezen
en zelfs klinken en een verstuiven
van woorden was al wat wij hoorden,
een deinen van zinnen en regels,
lui als de golven, stil als het
verstoven zand –
het moment is even vluchtig als
de herinnering eraan intens
en als belevenis zijn zij
wellicht om het even –
79
Ester Naomi Perquin [Nederland]
VERKLARING
Ik was er niet bij die nacht. En als ik erbij was dan wist ik dat niet.
Dat er werd gedronken, je hoort wel eens wat, dat ze
verkeerde dingen deden heb ik nu pas begrepen.
Ik had geen idee wat er speelde, trouwens iedereen die ik
daar zag heeft me erbuiten gelaten vanwege
dat ik er niet was. Niet tijdens die nacht.
Ik weet nog dat ik thuis waar ik dus was
vanuit mijn bed naar buiten keek
en dacht zulk diep zwart
zie je maar zelden.
Wat die vrouw betreft zou ik het niet precies weten. Ik heb haar
nooit gekend en als ik haar kende dan zou ik niet vaak
aan haar hebben gedacht want de vrouwen
van vrienden vergeet je.
En ook je vrienden vergeet je, die mannen heb ik bijvoorbeeld
niet eerder gezien en omdat ik niet weet wie het zijn,
weet ik niet waar ze waren die nacht.
Maar dingen gebeuren nou eenmaal bij jou en bij mij,
bij volslagen onbekenden, dingen gebeuren
in huizen waar je nooit bent geweest.
Misschien was het een plantenbak. Die plantenbak viel
horizontaal op haar gezicht en tamelijk hard en
misschien wel verschillende keren maar
ze zeggen zoveel, het was een
opmerkelijk donkere nacht.
80
81
Herman den Blijker, chef kok Las Palmas
“Ik begijp dat de naam Roteb niet meer bestaat. De vuilniswagens vallen nu onder Gemeente Rotterdam Stadsbeheer. Dat kán toch niet! Het is een van de sterkste
merken van Rotterdam. En dat doen ze dan zomaar weg.
De gemeente wordt mijn buurman, hier op de Wilhelminapier, in De Rotterdam. Dat dan weer wel.
Een vriend die ooit aan het Kleinpolderplein tussen de
vuilniswagens werkte, vertelde me over een gedichtje dat
bij een aantal van de jongens in de wagen hangt:
Ik kannie rijen
en ik kannie dichten
en ik doe het niet voor de poen
de mannen in deze cabine
zijn degene die ’t doen
Persoonlijk vind ik die wagens met dichtregels gewoon
gevaarlijk, want ik stop altijd om te kijken wat erop staat.
En dan begint de ellende, met toeters achter je en toeters
voor je. Ik vraag me af of er sjieke teksten voor de sjieke
buurten bestaan. Marketingtechnisch zouden ze daar
voordeel uit kunnen halen; verschillende teksten voor
verschillende buurten, ha-ha! En zouden die mannen
weleens ruzie hebben over op welke auto ze rijden?
tuele teksten die naar de vuilnisbelt rijden. Wij hebben
in ons vak natuurlijk ook onbegrijpelijke teksten. Regels
die anderen niets zeggen, maar die in wezen prachtig zijn.
Zoals De mossel mag niet opdrogen en De kaas moet
huilen; dat gaat over een wereld op zich. De wereld van
kijken, knijpen, voelen, ruiken, koken en eten. Een regel
die ik zag en direct snapte, is die van Jules Deelder: Hoe
langer je leeft hoe korter het duurt. Dat werd gelijk mijn
lievelingsregel.”
‘Hoe langer je
leeft hoe korter
het duurt’
[Jules Deelder]
Sommige regels zijn onbegrijpelijk, die snap ik echt niet.
Dat is dan ook wel weer lekker Rotterdams, hoog intellec-
82
83
Eva Cox [België]
Gerrit Kouwenaar [Nederland]
IK WIL
toen wij nog jong waren
een stad voor mijn verjaardag
met mensen huizen en een plein
een vijver met daarin een zwijn van
steen een kleine perenboom vol merels
en kerels wil ik van die potige met
kisten op hun schouders oude laarzen
en meisjes met mutsen van konijnenbont
en harde wimpers en gezoete lippen en
stippen wil ik in de plaats van strepen
nee zebrapaden zijn zo dun dat
je hun ribben door het asfalt ziet
en brievenbussen wil ik niet en regen
vuilnisbakken kan ik heel slecht tegen en
baby’s die ruiken naar poeder en verdriet
nee ook baby’s kale bleke baby’s niet
Toen wij nog jong waren en de wereld nog oud was
en wij in een ver land op hoge bergen stonden
en in het dal diep beneden een lange roerloze
roestige trein zagen, onbestaanbaar alleen
in het oog van een hevige leegte, riep jij
terwijl je de hemel een kushand toewierp
ik ben een reisgids kinderen
leer mij lezen
en ’s avonds op het plein onder kwijnende palmen
waren er wijn en olijven en een ritselend zwijgen
uit klagende kelen en het donker was week
op het scherp van de snede, en jij
jij kocht het ondraaglijke lot van een blinde
en riep het oor drinkt
nu is het dus later, een avond na jaren, de dood
stille trein is vertrokken, de tijd van het lot
is verstreken, je reisgids ligt open
onder eendere oudere bomen drink ik
de hese stem van je woorden, hoor ik je stilte –
84
85
Jacobus Bos [Nederland]
ALLE STRATEN
Alle straten
Leiden naar andere straten.
Andere straten
Leiden naar de zee.
De zee
Leidt naar het einde.
Na het einde
Begint alles opnieuw.
86
Kreek Daey Ouwens [Nederland]
Lucebert [Nederland]
de zeer oude zingt:
Waar vind je het verhaal van je jeugd?
Het lied hangt in het gras. Het lied is
langer dan de dood. Langer dan de liefde.
Liefde, dood, wat betekenen die woorden?
Vandaag regent het, morgen schijnt de zon.
Dat is en dat was. Altijd. Want de dingen
zijn ook in mij. Ik kan ermee doen wat ik
wil. Ik kan ze bedekken. Ik kan mijn voet
optillen, en ze, smal en breekbaar, weer
tevoorschijn laten komen. Ik kan de doden
tevoorschijn laten komen. Ik kan ze laten
lopen en praten. Weer wegdoen. Dat kan het
kind. Dat het lied heeft gehoord.
Er is eigenlijk maar één herinnering,
en die verandert telkens.
88
er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
en herinnert zich heilloos
en blijft ijlings
alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk
als het hart van de tijd
als het hart van de tijd
89
John Buijsman, theatermaker
“Ik ben af en toe sneller dan die jongens. Dan zie ik ’s
morgens vroeg oude lampen of stoelen aan de straat
staan voordat de wagens langskomen en die neem ik dan
snel mee naar huis om later als decor in een voorstelling
te gebruiken. Toen ik een jaar of twintig was en bij Toneelgroep Diskus zat, las ik de anarchisten, zoals Emma
Goldman en Bakoenin. Die vonden dat vuilnismannen
net zo veel behoorden te verdienen als dokters. Dat vond
ik toen ook. En misschien nog wel af en toe.
Ik hou van die jongens van Roteb en ik heb ook vaak met
ze gewerkt. Voor de tv-serie HANK op Rijnmond bijvoorbeeld, over een langdurig werkeloze witte rasta die telkens ergens stage loopt waar nooit iets goeds van komt.
Op het Kleinpolderplein heb ik toen mijn poepscooterrijbewijs gehaald, bij de heer van Dongen, in één keer.
Die zei na het afrijden ongerepeteerd en recht uit zijn
hart: ‘U heeft affiniteit met de materie, Hank!’ Dat was
zowat een dichtregel op zich, als je weet dat zo’n poepscooter de hondendrollen aan de Heemraadssingel eerst
zacht maakt en vervolgens opslurpt.
Dat die grote wagens met de meest geweldige flarden
aan poëzie dagelijks door de stad rijden, vind ik te gek.
Ik ben sowieso gek op poëzie, altijd al geweest. Ik heb
ooit de voorstelling Public Animal gemaakt, over C.B.
Vaandrager. Toen heb ik heel veel van hem gelezen. Er
rijden ook een paar regels van hem rond, maar welke ik
nog niet gezien heb, is de zin die ik las toen ik voor het
eerst een boek van hem opensloeg: Pijn verdwijn. Geen
idee of het een ready made was, misschien wel gejat van
een reclame voor Chefarine 4 of zo, dat deden een aantal
van die gasten destijds. Maar mij maakt dat niet uit.
Ik weet niet of ik een lievelingsgedicht heb. Dat van
Campert is natuurlijk heel sterk: Ik zal een fiets gaan kopen. En ergens in de stad loopt de toekomstige dief al
rond. Ik heb ooit bij de baas van Poetry nog gestreden
voor een zin van de Rotterdamse dichter Frans Vogel:
Jong begeerd, oud afgedaan. Ik hoorde laatst dat die regel op een veegmachine terecht is gekomen. Jammer dat
het niet zo’n grote bak is geworden. Ik heb ’m trouwens
nog nooit zien rijden.”
‘Ik zal een fiets gaan
kopen. En ergens in de
stad loopt de toekomstige
dief al rond.’
[Remco Campert]
91
Leo Vroman [Nederland]
DING EN ONDING
‘Wat ben jij toch een vreemdeling,’
sprak op een dag het kwieke ding,
Die nacht nog werd van al dat nut
het ding onjuist en uitgeput.
‘vier bultjes puilen uit je bast,
een haak, zes veertjes en een kwast,
Toen ging het onding daarentegen
open, zwijgend en verlegen.
drie halve glimmers en een draan
met warpe ganeken eraan-
En de dingen die het openbaarde
waren de nuttigste ter aarde.
van zo veel deeltjes raar en klein
moet u wel uiterst nuttig zijn.’
‘Nuttig?’ vroeg het onding zacht,
‘daar had ik nog niet aan gedacht,
MORAAL
Is het onding soms te dicht
beschouw het dan in minder licht.
vooral omdat ik van dit woord
tot nu toe nog niet had gehoord.
Wel werd ik wild genoemd, leuk, zoet,
of welig, ach en een keer goed.’
‘Een onding dus!’ knarste het ding
terwijl het langzaam draaien ging,
‘ik daarentegen dien altijd,
en met gepaste bitterheid.’
92
93
Morten Søndergaard [Denemarken]
Vertaling: Annelies van Hees
DE VERLIEFDEN
Ik ontwaak in een land waar de verliefden de macht hebben overgenomen. Er zijn wetten ingevoerd die proclameren dat
niemand meer zijn blik hoeft te verplaatsen of dat orgasmen nooit op hoeven houden. Rozen functioneren als betaalmiddel,
gekken worden als goden aanbeden en goden worden als gekken beschouwd. De PTT is weer terug en de woorden ‘jij’ en ‘ik’
zijn synoniem. Na de revolutie wordt bepaald dat de ongelukkigen in de liefde met het oog op de veiligheid van de verliefden
verwijderd zullen worden. Als ze mij vinden, geef ik me meteen over. De beul is een vrouw en het is zo voorbij. Het is winter
en ik heb jou nog niet ontmoet.
94
X
Inez Weski, strafpleiter
XXXX
“Alles wat doet nadenken en wat de kans op inzicht in
de mens doet verdiepen, is meegenomen. Dat maakt dit
project zo mooi. Het contrast met de aardse inhoud van
de wagens en de vluchtigheid van het voorbijrijdend lezen is fijnzinnig.
Ik heb affiniteit met taal, gesproken en geschreven. Ik
lees alles, kan mijn brein niet stilzetten. Ik houd vooral van Heinrich Heine en Goethe. Zij wisten het meest
hoge en het meest lage van de menselijke soort te vatten. Ook de regel van Lucebert spreekt me zeer aan:
alles van waarde is weerloos. Het mooie van deze regel
is dat je met enkele woorden eindeloos vrij kunt associëren. It’s all in the mind of the beholder. Wat is van waarde? ‘Waarde’ is een universitaliteit. Wat van waarde is,
verschilt ongetwijfeld per cultuur en per mens. En het
kan om materiële of juist immateriële zaken gaan. Het
‘weerloos’ is meer eenduidig. Het gaat om de machteloosheid die iemand voelt ten opzichte van zijn gekoesterde
bezit of geestelijke schepping. De machteloosheid van iemand die geen kwaad wenst, maar slechts schoonheid of
het goede. De regel van Lucebert gaat in mijn ogen om
de weerloosheid van een mens, die nooit de slechtheid
van zijn kwellers zal kunnen evenaren. Daardoor gaat de
mens een gedoemd noodlot tegemoet , tenzij iemand zich
zal opwerpen ter verdediging. U ziet, ik ben meer van de
immateriële afdeling. Het is mij te doen om de geestelijke
96
schepping, de onafhankelijkheid van geest, die voortdurend dreigt te worden gelyncht.
Wat deze rijdende regel doet met de Rotterdammers,
zullen wij nooit weten. Maar wellicht dat sommige spullenbazen - mensen die affectie enkel in goederen meten
- de tekst zullen opvatten als een reclame voor inbraakalarmsystemen.”
‘wordt van
aanraakbaarheid
rijk’
[Lucebert]
97
Mark Boog [Nederland]
EN TE ONTWAKEN…
JE TILT ME ERUIT OP…
En te ontwaken. De eerste oogopslag is de eenvoudigste,
want zonder denken, maar de zwaarste. Wat te zien?
Je tilt me eruit op. Aan de eigen haren, alle dagen.
Steeds kom ik thuis en steeds vanzelfsprekender.
Alle dagen zijn van liefde, dat verandert niets. Mensen
op een plein, geluiden van beweeg. Ik zie het licht
en jou, verstrengeld als een klimplant en een stok.
Het is nu heel waarschijnlijk geworden dat ik
niet meer wegga. Het einde kan gerust zijn,
De houvast is wederzijds, bezweer je me, de groei
een vanzelfsprekende. Lente rekt de dagen op,
verwachting zwelt. Er wordt nu snel resultaat verlangd.
Het stootblok van de nacht een zwart, onwrikbaar ding,
98
hoeft zich niet te haasten. Hier ben ik en hier blijf ik.
Op ieder gewenst moment af te halen, vuilniszak
aan de kant van de weg op een doordeweekse morgen,
volmaakt op zijn onooglijke plaats, misschien gelukkig.
bedoeld om slachtoffers te maken. Ontknoping nadert,
Liefde, duivels dilemma. Ze is bij opschudding gebaat en
bij stilstand, bij blijven en bij weggaan. Op zolder klinkt,
late trein vol verloren liefdes. Je trekt me overeind, begint
de lange dag. Eeuwigheid zowel als ik: onvoorstelbaar.
in eeuwig gevecht, het doffe kloppen van de opgeroepen
geesten. De volgende trein is de laatste. Niet deze.
99
Meindert Bylsma [Friesland]
Vertaling: T. Oppewaal
Umberto Fiori [Italië]
TEKENING
OP STRAAT
boven de wolken
danst een boot zijn gangetje
de rook uit zijn schoorsteen
krast een glijbaan in de wolken
pardoes tegen de wind
Als op de hoek van de straat een mevrouw
– of misschien zelfs een wijkagent –
zich omdraait,
het gezicht gegroefd door het licht
van de mooie dag,
en praat – uitgerekend tegen mij,
tegen mij, hier – over het gebrek aan respect
of over het warme weer,
voel ik me zwak op de benen, als een heilige
in aanraking met de eeuwigheid.
papa zit moe te wezen
aan een tafeltje
met vier poten op de grond
met de rook uit zijn pijp
daar kun je niks mee
hij dondert bijna
van het papier
mam steekt geen poot uit
om hem op te vangen
die zit aardappelschillend
oud te worden in een hoekje
Vertaling: Ike Cialona
Ik voel de planten groeien, ik voel de aarde
draaien. Alles lijkt me sterk en helder, alles
moet nog gebeuren.
in een ander hoekje
lacht de zon
en slaat haar armen uit
100
101
Fatima Moreira de Melo, oud-hockeyspeelster en pokeraar
“Als dit project iets aantoont, dan is het dat lullen en
poetsen wel degelijk samen kunnen gaan. Ik heb wel iets
met woordspelingen, houd vooral van toegankelijke gedichten. Bij veel regels heb ik iets van: ja, ja, het zal wel.
Ik ben extravert, ik wil me direct kunnen uiten. Daarom
vind ik de regels van Huub Beurskens mooi: Ach, nee,
niets vergeten behalve dan ervan te genieten het levendige leven in leven te zien. We zijn vaak druk met wat we
doen, zonder ervan te genieten.
Tijdens mijn sportcarrière heb ik ook momenten gehad
dat ik gewoon maar deed. Pas laat in mijn carrière genoot ik er ook heel bewust van. In het begin was hockey
gewoon mijn passie en genoot ik van het achter een bal
aanrennen. Tegen het eind moest ik er veel harder voor
werken. Het moeiteloze genieten was voorbij. Iedereen
ziet die gouden plak van 2008, maar voor mij was dat
laatste jaar echt bloed, zweet en tranen. Het was vooral
een overwinning op mezelf. Als topsporter moet je oogkleppen hebben. Alles draait om dat ene. Op het laatst
waren er teveel dingen op het persoonlijke vlak die mijn
aandacht vroegen. Ik vond hockey niet belangrijk genoeg
meer om dat nog langer te negeren. Maar ik wilde wel
nog een mooie Olympische afsluiting.
‘Van de maan af
gezien, zyn we allen
even groot.’
[Multatuli]
mijn zesde tot mijn dertigste achter een bal aangerend. Ik
heb succes gehad, ben te zien op billboards, daar kijken
mensen tegenop. Maar uiteindelijk is dat heel betrekkelijk. We zijn allemaal gewoon mensen. Werkmieren op
een heel grote planeet. Onze maatschappij is nog teveel
gericht op rangen en standen, op geld ook. Wat maakt het
één nu belangrijker dan het andere? Voor wie doen we
de dingen eigenlijk? Wat maakt het feit dat ik tegen een
bal heb geslagen uit voor jouw leven? Heel weinig lijkt
mij. Dat een stratenmaker een straat heeft aangelegd, dat
is voor mij veel waardevoller. En als het vuil niet wordt
opgehaald, dan zijn we pas echt de lul.”
Daarom vind ik de regel van Multatuli ook zo mooi: Van
de maan af gezien, zyn we allen even groot. Ik heb van
102
103
Multatuli [Nederland]
Paul Bogaert [België]
IDEE 155
HET IS DRUK
Van de maan af gezien, zyn we allen even groot. Voor een
weter zou er geen verschil merkbaar zyn tussen de kennis van een
kind, en van den wysgeer die ’t meest en ’t zuiverst gedacht
heeft.
Het is druk
en je merkt in het midden
een manifestatie. Voel je hoe
de situatie
begint te bewegen?
Wat doe je als nuances opkomen
en zich uitkleden?
Ze matten je af en ze duwen je
in de fameuze pose van de geeuw en de pauze.
Schakering.
Schakering.
Je vergrendelt jezelf.
104
105
Hans Lodeizen [Nederland]
ALLEMAAL STEDEN
de stad weifelt over de huizen
de morgen vaart over de daken
de stad binnen
de zon staat op tussen de huizen
onder carillonmuziek
de mensen wandelen in het donker
als het elf uur is
de zon spoelt aan op de daken
aan het strand van de verten
ligt de stille zee der lucht
waarin het schip van een kerktoren
flikkert
in de buik van de stad
drinken wij koffie
en de stad zeilt verder.
107
Günter Kunert [Duitsland]
Vertaling: Martin Mooij
DE VROLIJKE DINGEN
Ze zijn zoals ze zijn
ze leven en huizen verborgen
het een in het ander, want dat
maakt blij: als pit in de noot,
als noot in de schaal, als schaal
in de kast, als kast in de kamer
en als kamer in het huis en als zodanig
in een straat, die zich heel slim
in de stad verbergt, dat niemand hem vindt:
vrolijkheid toont
hij daarom, hoewel en omdat niemand die bemerkt.
Hoe vrolijk
de zelden gebruikte voorwerpen, het nauwelijks
gedragen jasje, het ongelezen boek,
dat er in slaagde alles voor zich te houden,
daarin onderricht door de gekurkte fles.
Gebroken stoelen kunnen lachen: zij
zijn vrij, niemand wil daarop zitten.
In het blikken doosje woont het volk
der knopen, individualisten, vermengd
onder elkaar, zonder een soort te worden:
alleen een oude uniformknoop blinkt
martiaal en blind.
op dat der transistors noch op dat der briljanten
en hun hele waarde bestaat
in hun onopvallendheid: de trots
van ware revolutionairen.
Meestal zijn de vrolijke dingen
dingen buiten dienst. Hun aanwezigheid lijkt noch
108
109
Doina Ioanid [Roemenië]
Vertaling: Jan H. Mysjkin
Rutger Kopland [Nederland]
ONEINDIG VEEL PROBLEMEN
Vaak verandert mijn keuken in een theater van de wreedheid. Hier worden kippen gespleten,
viskoppen afgesneden en resterende ingewanden van de beenderwanden geschraapt. Alles in
mij krimpt en schrompelt ineen, maar mijn handen blijven wroeten, consciëntieus en ietwat
afwezig, tot ze niet langer míjn handen zijn.
Men zou het woord probleem moeten vermijden
om twee simpele redenen:
er zijn oneindig veel voorbeelden van problemen
die er niet zijn – ik kom hier op terug
er zijn oneindig veel voorbeelden van problemen
die er wel zijn, maar niet zo worden genoemd –
ook hierop kom ik terug.
Alle gebeurtenissen bijvoorbeeld, ja alle,
om ons heen en in ons, ze zijn gebeurd
en men vraagt waarom.
Vergeef mij mijn enige antwoord: waarom niet?
Want alle gebeurtenissen zijn uitzonderingen op
al die regels volgens welke ze niet gebeuren.
Het is dus beter het woord probleem niet te gebruiken
want de problemen die er zijn en er niet zijn
zijn dezelfde.
Zo zou ik kunnen doorgaan tot ik ophoud.
Daar is veel voor te zeggen, niets daarna.
110
111
Hugo Borst, schrijver en presentator
“Ik baal er altijd van als er een wagen voorbijrijdt en ik
de regel net niet kan lezen. Die eigenaardige combinatie
van vuilnis en poëzie vind ik geweldig. Die gekte, typisch
Rotterdams ook. Ik hoop dat het nog vijfentwintig jaar
blijft bestaan. Overigens wil ik graag een pleidooi houden
om deze regel van Bukowski op de wagens te krijgen.
Lees
wat ik heb geschreven
en vergeet het
dan
allemaal
Mijn leraar Nederlands herkende mijn onontgonnen liefde voor taal. Ik kreeg een heel mooie band met hem en
hij liet mij van alles lezen. Cees Buddingh’ stond op mijn
lijst, van wiens werk ik nog steeds een groot fan ben. Ik
heb hem regelmatig gezien in LantarenVenster en ik hing
aan zijn lippen. Zelf schreef ik ook gedichten. Heel slecht
en onbeholpen. Daarom houd ik het nu bij non-fictie.
De regel de stad weifelt over de huizen van Hans Lodeizen
spreekt mij aan. De eerste associatie erbij is dat Rotterdam zo wreed omgaat met zijn gebouwen. Er is veel
verloren gegaan op 14 mei 1940, maar godzijdank is er
- hoewel gehavend - ook een heleboel blijven staan. Veel
van die gebouwen zijn later alsnog onder de sloophamer
112
‘de stad
weifelt over
de huizen’
[Hans Lodeizen]
terechtgekomen, zoals de prachtige oude Bijenkorf van
Dudok. De stad weifelt over de huizen, dat klinkt kwetsbaar en liefdevol. Dat staat op een verschrikkelijke manier in contrast met wat de regenten hebben geflikt met al
ons moois. De gemeentebesturen waren meedogenloos.
Weifelen is een práchtig woord, een woord dat past bij
Hans Lodeizen. Hij was een dichter met een romantische
inborst, en was onzeker over heel veel dingen. Ik las hem
toen ik zeventien was: in een tijd dat ik niet uitblonk in
zelfvertrouwen en volop twijfelde aan mezelf. Het lezen van zijn gedichten hielp me beslist niet. Ik vond ze
prachtig, maar ze maakten me alleen maar onzekerder
en zwaarmoediger. Hans, dat was zware kost en niet
goed voor mijn welzijn. Ik herlees zijn werk zelden. Toch
zal ik ʼm nooit weg doen. Hij maakt deel uit van mijn
puberteit.”
113
Roland Jooris [België]
YARDBIRD
I
ik zou die avondlijke
merel in mijn tuin op
een tak in een gedicht
willen zetten, maar waarom
zou ik, hij zit per slot
van rekening daar waar
hij zitten moet: in een
gedicht daarbuiten.
bij het minste handgeklap
ritst hij het donker
in
II
dank u wel, gewoon
applaus is voldoende,
zo wimpelde yardbird
charlie laaiende ovaties
af
en ook die merel
in mijn tuin heeft
na een meeslepende solo
aan wat gemijmer
genoeg
114
115
Hans Faverey [Nederland]
Zo is het goed.
Ik werp een steen:
geen vogel vliegt op.
Je klakt met je tong:
geen paard komt aangedraafd.
Ik zwijg, jij zwijgt.
Maar wij hebben
niets van messen die zwijgen.
Het verlies van één enkel vraagteken
maakt ons beiden dakloos.
Als je gaat spreken
zal ik je de mond moeten snoeren
met de ademgarens waar ik aan hang.
117
Tom van Deel [Nederland]
PARTERRE
Met oma ja
we bellen je even want
we zitten met een puzzel
opa komt er niet uit
hij dacht jij zal het wel weten
over een schouwburg hè Piet
wat was het nou ook weer
iets van acht letters
er zit al een a in
Piet lees es even voor
hoe het daar staat
een rang in de schouwburg
par terre zeg je?
hoor je dat Piet hij zegt
ja het klopt we boffen
met zo’n kleinzoon
wat jij
nou dan hangen we
maar weer op o zeg
laatst was er een prijsvraag
dan kon je naar Zwitserland
als je een rijmpje maakte
en nou hebben we
toch zoiets moois verzonnen
Zwitserland
Charmant
118
hoe vind je dat
ja jij kan het niet alleen
nou dag nu hang ik op
als we weer iets niet weten
hoor je het wel.
119
Hester Knibbe [Nederland]
Bijna niets past volmaakt in de schaal
van z’n woord; oorlog bijvoorbeeld
is te groot en ook ramp heeft het krap.
Zo nauw als zo’n stad om een huid
sluit: je weet dat er niets is
verdwenen, en als je na jaren een schacht
hakt naar dat verstopte
verleden, voel je terwijl je nog
hakt het oude al
steken. Wanneer je dan onverwacht nog
belandt in een ingericht huis, blind
op een muur stuit, krab je al gauw
lief naakt en schrijnend gedumpt
verlangen tevoorschijn; je schoont
het en zorgt hier en daar
voor wat pleister.
120
Maria Barnas - Te laat
Julius Chingono - Aan de weg
Zbigniew Herbert - Verslag uit het paradijs
origineel uit: Poesía Vertical 1952-1982, Emecé Editores,
Günter Kunert - De vrolijke dingen
uit: Er staat een stad op, De Arbeiderspers,
uit: Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele
uit: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 2000
Buenos Aires, 1993
uit: Archief Poetry International 1971
Amsterdam, 2007
wereld, Poetry International, Rotterdam, 2004
(vertaling: Gerard Rasch)
Nuno Júdice - Europa in Rotterdam
Nikolaj Kuntsjev - Waarheen
Paul Bogaert - Het is druk
Eva Cox - Ik wil
uit: Archief Poetry International 2007
uit: Archief Poetry International 1988
uit: de Slalom soft, Meulenhoff/Manteau, Amsterdam/
uit: een twee drie ten dans, De Bezige Bij, Amsterdam, 2009
origineel uit: Napis, Czytelni, Warschau, 1969
Antwerpen, 2009
Kreek Daey Ouwens - Waar vind je…
Mark Boog - En te ontwaken… & Je tilt me eruit op…
Bronnen
Lissabon, 1996
Amsterdam, 1991
Ewa Lipska - Ergens Anders
uit: Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele
Péter Kántor - Wat is er nodig om gelukkig te zijn?
wereld, Poetry International, Rotterdam, 2010
Doina Ioanid - Vaak verandert mijn keuken…
uit: Archief Poetry International 1990
origineel uit: Gdzie indziej, Wydawnictwo Literackie,
uit: Oorbellen, buiken en eenzaamheid, Perdu,
origineel uit: Hogy nő az ég, Magvetó, Budapest, 1988
Krakau, 2005
uit: Strafwerk, Querido, Amsterdam, 1969
Amsterdam, 2013
origineel uit: Cartea burților și a singurătății, Editura Pon-
Hester Knibbe - Bijna niets past…
Hans Lodeizen - Allemaal steden
Jules Deelder - Het gedicht is een bericht
tica, Constanța, 2003
uit: Een bittere navel, De Prom, Baarn, 1997
uit: Het innerlijk behang, G.A. van Oorschot,
Amsterdam, 1950
uit: Moderne gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 1979
John Ashbery - Wulf
uit: Ergens in Amerika, Azul Press / Poetry International,
Joseph Brodsky - Rotterdams dagboek
Lêdo Ivo - De kerkhoven
Rutger Kopland - Oneindig veel problemen
Maastricht / Amsterdam / Rotterdam, 2013
uit: Ex Ponto. Gedichten 1961-1996, Querido, Amsterdam,
Jules Deelder - Voor Ari
uit: Vleermuizen en blauwe krabben. Gedichten, Wagner
uit: Verzamelde Gedichten, G.A. van Oorschot,
Lucebert - de zeer oude zingt:
(vertaling: Ton van ’t Hof)
1997 (vertaling: Peter Zeeman)
uit: Interbellum, De Bezige Bij, Amsterdam, 1987
& Van Santen, Sliedrecht, 2000
Amsterdam, 2006
uit: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 2004
origineel uit: Planisphere, Ecco/ Harper Collins, New York,
origineel uit: Urania, Ann Arbor, Michigan, 1987
2009
Meindert Bylsma - Tekening
(vertaling: August Willemsen)
Hans Faverey - Zo is het goed…
origineel uit: Estação Central, Tempo Brasileiro, Rio de
Gerrit Kouwenaar - toen wij nog jong waren
Danie Marais - In de donkere kamer
uit: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 1993
Janeiro, 1964
uit: een glas om te breken, Querido,
uit: Poetry International Archief 2007
Amsterdam, 1998
Eugenijus Ališanka - Identiteitscrisis
uit: Archief Poetry International 1973
uit: Uit het archief van ongeschreven brief, Uitgeverij P,
origineel uit: Ugh, Koperative Utjowery, Leeuwarden/
Umberto Fiori - Op straat
Roland Jooris - Yardbird
Leuven, 2010 (vertaling: Jo Govaerts)
Bolsward, 1974
uit: Archief Poetry International 2000
uit: Gedichten 1958-1978, Lotus, Antwerpen, 1978
origineel uit: Iš neparašytų istorijų, Vaga, Vilnius, 2002
122
uit: Verzamelde gedichten, G.A. van Oorschot,
Tom van Deel - Parterre
Jacobus Bos - Alle straten
uit: Archief Poetry International 1977
origineel uit: As coisas mais simples, Dom Quichote,
uit: De achterkant, Querido, Amsterdam, 2009
uit: Alle dagen zijn van liefde, Cossee / Poetry
International, Amsterdam/Rotterdam, 2008
D. Hillenius - Ik haat reizen…
origineel uit: Chiarimenti, Marcos y Marcos, Milaan, 1995
origineel uit: die buitenste ruimte, Tafelberg,
Kaapstad, 2006
Michael Krüger - Je ziet het…
uit: Idyllen, illusies. Dagboekgedichten, De Bezige Bij,
Mario Montalbetti - Pardon, is hier de tabakszaak?
Remco Campert - Maquette
Roberto Juarroz - Het ene zoeken…
Amsterdam, 1990 (vertaling: Cees Nooteboom)
uit: Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele
Yehuda Amichai - Een mens heeft in zijn leven
uit: Een oud geluid, De Bezige Bij / Poetry International,
uit: Verticale poëzie 1958-1988, Meulenhoff, Amsterdam,
origineel uit: Idyllen und Illusionen. Tagebuchgedichte,
wereld, Poetry International, Rotterdam, 2004
uit: Archief Poetry International 1988
Amsterdam/Rotterdam, 2011
1993 (vertaling: Mariolein Sabarte Belacortu)
Verlag Klaus Wagenbach, Berlijn, 1989
123
Multatuli - Idee 155
André Schmitz - Ik verzeker…
Anne Vegter - De bloemkool
uit: Volledige werken II, G.A. van Oorschot,
uit: Poetry International Archief 2007
uit: Het veerde, Querido, Amsterdam, 1991
Amsterdam, 1951
origineel uit: Les prodigues ordinaires, L’Âge d’homme,
Lausanne, 1991
uit: Archief Poetry International 2011
Lennart Sjögren - Dingen
origineel uit: Taller When Prone, Black Inc., Melbourne, 2010
uit: Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele
Elly de Waard - De geluiden van…
wereld, Poetry International, Rotterdam, 2007
uit: Anderling, De Harmonie, Amsterdam, 1998
Tonnus Oosterhoff - In de kwal roept de zee
origineel uit: Sent, tidigt, Albert Bonniers, Stockholm, 2001
uit: (Robuuste tongwerken,) een stralend plenum.
Gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 1997
Morten Søndergaard - De verliefden
uit: Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele
Ester Naomi Perquin - Verklaring
wereld, Poetry International, Rotterdam, 2007
uit: Celinspecties, Uitgeverij G.A. van Oorschot,
origineel uit: At holde havet tilbage med en kost, Borgens
Amsterdam, 2012
Forlag, Kopenhagen, 2004
Vasko Popa - Verzoening van de tegenstelling &
Toon Tellegen - Voorbeeld van een gedicht
Poëzieavond voor gastarbeiders
uit: Gedichten 1977-1999, Querido, Amsterdam, 2000
uit: Archief Poetry International 1979
Truong Tran - Ik heb je vastgelegd…
Jürgen Rooste - Zoektocht naar de eeuwigheid VII
uit: Archief Poetry International 2011
uit: Hotel Parnassus. Poëzie van dichters uit de hele
origineel uit: dust and conscience, Apogee Press,
wereld, Poetry International, Rotterdam, 2007
Berkeley, 2002
origineel uit: Ilusaks inimeseks, Uitgeverij Verb, Tallinn, 2005
C.B. Vaandrager - Meneer dinges… & 1962uit: Totale poëzie, De Bezige Bij, Amsterdam, 1981
124
Leo Vroman - Ding en onding
uit: Gedichten 1946-1984, Querido, Amsterdam, 1985
Les Murray - Verpleeghuis
Redactie:
Lex Bohlmeijer, Mieke van der Linden, Serga van Roon
Research, samenstelling en eindredactie:
Jan Coerwinkel, Annemarie Ketting
Vormgeving en typografie:
Marco Jongeneel & Maikel van Berkel (Vijf890 Ontwerpers)
Fotografie:
Colofon
Marcel Veldman, Rutger Geerling
Druk:
Vijf890 Ontwerpers
Steden schuilen niet wanneer het regent is een uitgave van Gemeente Rotterdam Stadsbeheer en Stichting
ISBN:
Poetry International, ter gelegenheid van het vijfen-
978-90-72546-30-2
twintigjarig bestaan van ‘Het gedicht is een bericht’.
Met dank aan:
De rechten op de afzonderlijke gedichten en vertalingen berusten bij de dichters,
Abdelkader Benali, Herman den Blijker, Rob Boeren,
de vertalers en/of hun rechtsopvolgers. De uitgever heeft getracht alle rechtheb-
Hugo Borst, John Buijsman, Dave van Raven, Maaike
benden te informeren en hun toestemming te verkrijgen. Eventuele rechthebben-
Dirks, Grada van Essen, Hermann Jäger, Paul Keijzer,
den die niet bereikt zijn, kunnen alsnog contact opnemen met Stichting Poetry
Bas Kwakman, Loes Luca, Fatima Moreira de Melo, Katja
International, Mauritsweg 35, 3012 JT Rotterdam of [email protected].
Nootenboom, Ntjam Rosie, Isis Vaandrager, Anne Vegter,
Eric Vloeimans en Inez Weski.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door
middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voor-
www.poetry.nl
afgaande schriftelijke toestemming van Stichting Poetry International.
www.poetryinternational.org
Copyright © Poetry International 2013