Dosering en stappenplan : een pleister die gedurende 24u

Dosering en stappenplan
> 10 sigaretten per dag
< 10 sigaretten per dag
4-6 weken
2-4 weken
2-4 weken
4-6 weken
2-4 weken
Stap 1
21 mg
Stap 2
14 mg
Stap 3
7 mg
Stap 2
14 mg
Stap 3
7 mg
1 pleister/24 uur
1 pleister/24 uur
1 pleister/24 uur
1 pleister/24 uur
1 pleister/24 uur
1 pleister per dag
1 pleister per dag
BE/CPD/0003/14
CLEAR
:e
en pleister die gedurende 24u
continu nicotine geeft
V.U. : GlaxoSmithKline Pharmaceuticals s.a/n.v - Site Apollo - Avenue Pascal 2, 4, 6 - 1300 Wavre
PRIJSLIJST SERETIDE®
Naam
Aantal dosissen
Publieksprijs
Seretide® Diskus® 100/50 µg
60 doses
€ 33,24
Seretide® Diskus® 250/50 µg
60 doses
€ 41,82
Seretide® Diskus® 500/50 µg
60 doses
€ 54,27
Seretide® Aërosol 50/25 µg
120 doses
€ 33,24
Seretide® Aërosol 125/25 µg
120 doses
€ 41,82
Seretide® Aërosol 250/25 µg
120 doses
€ 54,27
Gelieve bijwerkingen te melden aan het Belgisch Centrum voor
Geneesmiddelenbewaking voor geneesmiddelen voor Humaan
gebruik (BCGH) van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en
Gezondheidsproducten op het volgende
adres: [email protected] of via de ‘gele fiche’
beschikbaar op de website http://www.fagg-afmps.be of aan
GlaxoSmithKline
Pharmaceuticals s.a./n.v. op het nummer 010/85 85 00.
VERKORTE SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN
Gelieve de Samenvatting van de Productkenmerken te raadplegen voor de volledige informatie over het
gebruik van dit geneesmiddel
NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
Seretide Diskus 50 microgram/100 microgram/dosis, inhalatiepoeder, voorverdeeld - BE200855.
Seretide Diskus 50 microgram/250 microgram/dosis, inhalatiepoeder, voorverdeeld - BE200873.
Seretide Diskus 50 microgram/500 microgram/dosis , inhalatiepoeder, voorverdeeld - BE200882.
Farmacotherapeutische Groep: Adrenergica en andere middelen bij astma.
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke afzonderlijke dosis Seretide bevat: 50 microgram salmeterol (als salmeterolxinafoaat) en 100,
250 of 500 microgram fluticasonpropionaat.
Therapeutische indicaties
Astma
Seretide is bestemd voor de behandeling van astma, wanneer het gebruik van een combinatieproduct
(langwerkende bèta-2-agonist en inhalatiesteroïd) geschikt wordt bevonden:
- patiënten die onvoldoende onder controle zijn met een corticosteroïd via inhalatie en een
kortwerkende beta-2- agonist, die ‘indien nodig’ wordt gebruikt, via inhalatie,
of
- patiënten die reeds onder controle zijn met een inhalatiesteroïd en een langwerkende beta-2agonist.
N.B: Seretide Diskus 50 microgram/100 microgram is niet geschikt voor volwassenen en kinderen met
ernstig astma.
Chronisch obstructief longlijden (COPD)
Seretide is aangewezen voor de symptomatische behandeling van patiënten met COPD, met een FEV1
< 60 % van de voorspelde normale waarde (pre-bronchodilatator) en een voorgeschiedenis van
herhaalde exacerbaties met significante symptomen, ondanks een regelmatig gebruik van een
bronchusverwijderaar.
Dosering en wijze van toediening
Seretide Diskus is alleen bestemd voor gebruik per inhalatie. Patiënten dienen erop te worden gewezen
dat, om een optimaal effect van de behandeling te bekomen, Seretide Diskus dagelijks moet worden
gebruikt, ook in klachtenvrije perioden. Patiënten dienen regelmatig gecontroleerd te worden door een
arts, opdat de dosering van Seretide optimaal blijft en uitsluitend na advies van de arts gewijzigd
wordt. De dosering dient getitreerd te worden tot de laagst mogelijke effectieve dosering is
bereikt. Wanneer de symptomen onder controle gehouden worden met tweemaal daags de laagst
beschikbare sterkte van de combinatie, kan als volgende stap van de behandeling een test met
alleen het geïnhaleerd corticosteroïd overwogen worden. Als alternatief kunnen patiënten die een
langwerkend bèta-2-agonist nodig hebben, worden getitreerd naar Seretide eenmaal daags, wanneer dit
volgens de voorschrijver adequate controle van de aandoening zal geven. Bij een eenmaal daagse
dosering is het aanbevolen deze dosis ’s avonds toe te dienen in geval van nachtelijke symptomen en
’s morgens als de patiënt vooral overdag symptomen vertoont. Patiënten dienen de sterkte van Seretide
te krijgen die de juiste dosering fluticasonpropionaat bevat aangepast aan de ernst van hun aandoening.
Voorschrijvers moeten bedacht zijn op het feit dat, bij patiënten met astma, fluticasonpropionaat even
effectief is als andere geïnhaleerde steroïden aan ongeveer de helft van de dagelijkse dosis
(microgram). Bijvoorbeeld, 100 microgram fluticasonpropionaat is ongeveer gelijk aan 200
microgram beclometason dipropionaat (CFC bevattend) of budesonide. In het geval dat een
individuele patiënt doseringen nodig heeft die buiten de aanbevolen doseringen liggen, dienen de
juiste doseringen van de bèta-agonist en/of het corticosteroïd te worden voorgeschreven.
De aanbevolen dosering is als volgt:
Astma
Volwassenen en kinderen ouder dan 12 jaar:
Tweemaal daags één inhalatie van 50 microgram salmeterol en 100 microgram
fluticasonpropionaat,
of
Tweemaal daags één inhalatie van 50 microgram salmeterol en 250 microgram
fluticasonpropionaat,
of
Tweemaal daags één inhalatie van 50 microgram salmeterol en 500 microgram
fluticasonpropionaat.
Een korte proefperiode met Seretide kan overwogen worden als start-onderhoudsbehandeling bij
volwassenen en adolescenten met matig, persisterend astma (gedefinieerd als patiënten met dagelijks
symptomen, dagelijks gebruik van “noodmedicatie”en matige tot ernstige belemmering van
luchtstroom), voor wie snelle controle van astma essentieel is. In deze gevallen is de aanbevolen
startdosis twee maal daags één inhalatie van 50 microgram salmeterol en 100 microgram
fluticasonpropionaat. Zodra de astma onder controle is, moet de behandeling worden geëvalueerd en
moet overwogen worden of de patiënt de behandeling kan afbouwen naar alleen inhalatiesteroïd. Het
is belangrijk dat de patiënt regelmatig wordt opgevolgd naarmate de behandeling wordt afgebouwd.
Een duidelijk voordeel is niet aangetoond in vergelijking met fluticasonpropionaat via inhalatie bij
gebruik als start-onderhoudsbehandeling wanneer een of twee criteria voor ernst afwezig zijn. In het
algemeen blijven inhalaitiecorticosteroïden voor de meeste patiënten de eerste keus in de behandeling.
Seretide is niet bedoeld als start-onderhoudsbehandeling bij milde astma. Seretide 50 microgram/100
microgram is niet geschikt voor volwassenen en kinderen met ernstig astma; het wordt aanbevolen bij
patiënten met ernstige astma eerst de geschikte dosering van het inhalatiecorticosteroid vast te stellen
voordat een vaste combinatie wordt gebruikt.
Kinderen ouder dan 4 jaar:
Twee maal daags één inhalatie van 50 microgram salmeterol en 100 microgram
fluticasonpropionaat.
De maximum toegestane dosering van fluticasonpropionaat geleverd door Seretide Diskus bij kinderen
is tweemaal daags 100 microgram. Er zijn geen gegevens beschikbaar met betrekking tot het gebruik
van Seretide bij kinderen jonger dan 4 jaar.
COPD
Volwassenen:
Tweemaal daags één inhalatie van 50 microgram salmeterol en 500 microgram
fluticasonpropionaat.
Speciale patiëntengroepen
Het is niet nodig de dosering bij ouderen of bij patiënten met een nierfunctiestoornis aan te passen. Er
zijn geen gegevens beschikbaar met betrekking tot gebruik van Seretide bij patiënten met een
leverfunctiestoornis.
Gebruik van de Diskus:
Door het hendeltje naar achteren te duwen is de Diskus klaar voor gebruik. Het mondstuk dient in de
mond geplaatsts te worden en omsloten te worden met de lippen. De dosering kan nu geïnhaleerd
worden waarna de diskus kan gesloten worden.
Contra-indicaties
Seretide is gecontra-indiceerd bij patiënten met overgevoeligheid (allergie) voor één van de werkzame
bestanddelen of voor de hulpstof.
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
Seretide Diskus is niet bestemd voor de behandeling van acute symptomen, waarbij een snel- en
kortwerkende bronchusverwijder nodig is. Het wordt de patiënten aangeraden deze aanvalsmedicatie
altijd binnen handbereik te hebben. Patiënten mogen niet op Seretide opgestart worden tijdens een
exacerbatie of bij een significante verslechtering of acute achteruitgang van hun astma. Tijdens
behandeling met Seretide kunnen ernstige bijwerkingen gerelateerd aan astma en exacerbaties
optreden. Patiënten moeten worden verzocht de behandeling voort te zetten en om medisch advies in
te winnen indien de astmasymptomen niet onder controle blijven of verergeren na opstarten van
Seretide. Toenemend gebruik van kortwerkende bronchusverwijders om de symptomen te
verminderen, duidt op een verslechtering van de controle. De patiënt dient in dat geval opnieuw
geëvalueerd te worden door een arts. Bij een plotselinge of toenemende verslechtering van de controle
van de astma kan een levensbedreigende situatie ontstaan en de patiënt dient direct te worden gezien
door een arts. In deze situatie moet verhoging van de dosis corticosteroïden in overweging worden
genomen. Van zodra de astmasymptomen onder controle zijn, moet overwogen worden om de dosis
Seretide geleidelijk af te bouwen. Het is belangrijk dat de patiënt regelmatig wordt opgevolgd
naarmate de behandeling wordt afgebouwd. De laagst effectieve dosis Seretide moet gebruikt worden
(zie rubriek ‘dosering en wijze van toediening’).
Bij patiënten met COPD die exacerbaties ervaren, is een behandeling met systemische corticosteroïden
het meest aangewezen. Daarom moeten patiënten aangemaand worden om medische hulp te zoeken
als hun symptomen verslechteren met Seretide. De behandeling met Seretide mag niet plotseling
worden gestaakt bij patiënten met astma, gezien het risico op exacerbaties. De dosering moet
geleidelijk aan verminderd worden onder toezicht van een arts. Voor patiënten met COPD kan het
onderbreken van de behandeling eveneens gepaard gaan met een symptomatische destabilisatie en
moet onder het toezicht van een arts gebeuren. Net als bij andere behandelingen met inhalatiesteroïden
is uiterste voorzichtigheid geboden bij behandeling met Seretide van patiënten met longtuberculose.
In zeldzame gevallen kan Seretide bij hoge therapeutische doses hartaritmie veroorzaken zoals bijv.
supraventriculaire tachycardie, extrasystolen en atriale fibrillatie, en tot een tijdelijke milde daling van
de serumspiegels van kalium. Daarom moet Seretide met voorzichtigheid gebruikt worden bij ernstige
cardiovasculaire aandoeningen, hartritmestoornissen, diabetes, thyreotoxicose, ongecorrigeerde
hypokaliëmie of bij patiënten met een predispositie voor lage serumspiegels van kalium. Zeer zelden
is toename in bloedglucosespiegels beschreven (zie rubriek ‘bijwerkingen’) en dit moet in overweging
worden genomen wanneer wordt voorgeschreven aan patiënten met een diabetes mellitus
voorgeschiedenis. Net zoals bij andere inhalatietherapieën moet men rekening houden met de
mogelijkheid van paradoxale bronchospasmen, wat gepaard gaat met een onmiddellijke toename van
piepende ademhaling na inhalatie. Seretide Diskus dient onmiddellijk te worden gestaakt, de patiënt te
worden beoordeeld en indien nodig moet een andere therapie worden begonnen. Seretide bevat per
dosis tot maximaal 12,5 milligram lactose. Deze hoeveelheid geeft normaal geen problemen bij
patiënten met overgevoeligheid voor lactose. Systemische effecten kunnen bij ieder geïnhaleerd
corticosteroïd voorkomen, in het bijzonder wanneer hoge doseringen gedurende lange tijd gebruikt
worden. De kans dat deze effecten optreden is beduidend geringer dan bij orale corticosteroïden.
Mogelijke systemische effecten zijn Cushing’s syndroom, Cushingoïde verschijnselen,
bijnierschorssuppressie, afname van de minerale botdensiteit, cataract en glaucoom en, in meer
zeldzame gevallen, een aantal psychologische of gedragsstoornissen zoals psychomotorische
hyperactiviteit, slaapstoornissen, angst, depressie of agressie (vooral bij kinderen). Het is om deze
reden belangrijk dat de patiënt regelmatig wordt onderzocht en de dosering van het geïnhaleerd
corticosteroïd wordt verminderd tot de laagst mogelijke effectieve onderhoudsdosering waarbij
de controle gewaarborgd blijft.
Langdurige behandeling van patiënten met hoge dosering van geïnhaleerd corticosteroïd kan
resulteren in onderdrukking van de bijnierschorsfunctie en een acute bijnieraanval. Zeer zelden is
onderdrukking van de bijnierschorsfunctie en acute bijnieraanval beschreven bij doses van
fluticasonpropionaat tussen de 500 en 1000 microgram. Situaties, die mogelijk een acute bijnieraanval
veroorzaken, zijn o.a. trauma, operatie, infectie en elke snelle reductie in dosering. De symptomen zijn
meestal vaag en kunnen omvatten, anorexia, abdominale pijn, gewichtsverlies, vermoeidheid,
hoofdpijn, misselijkheid, braken, hypotensie, verminderd bewustzijn, hypoglykemie en convulsies.
Tijdens perioden van stress of operatief ingrijpen dient te worden overwogen of een toediening van
aanvullend systemisch werkend corticosteroïd nodig is. Door het gunstige therapeutische effect van de
behandeling met fluticasonpropionaat per inhalatie zal de behoefte aan orale corticosteroïden
minimaal zijn, maar bij het overschakelen van patiënten die met orale corticosteroïden zijn behandeld,
kan de bijnierschorsfunctie gedurende langere tijd onderdrukt zijn. Dit geldt ook voor patiënten die in
het verleden een spoedbehandeling met hoge doseringen van corticosteroïden toegediend kregen. Er
dient altijd rekening te worden gehouden met het risico van residuale onderdrukking van de
bijnierschorsfunctie in noodsituaties en perioden van stress, waarbij een passende behandeling met
corticosteroïden overwogen dient te worden. Het kan nodig zijn om de mate van onderdrukking van de
bijnierschorsfunctie door een specialist te laten beoordelen alvorens een electieve procedure wordt
ondergaan. Ritonavir kan de concentratie van fluticasonpropionaat in plasma sterk verhogen. Daarom
moet gelijktijdig gebruik worden voorkomen, tenzij het potentiële voordeel voor de patiënt zwaarder
weegt dan het risico van systemische corticosteroïd bijwerkingen. Er is ook een verhoogd risico op
systemische bijwerkingen wanneer fluticasonpropionaat wordt gecombineerd met andere sterke
CYP3A remmers. Er was een toegenomen melding van lage luchtwegeninfecties (voornamelijk
pneumonie en bronchitis) in de TORCH-studie bij COPD-patiënten die Seretide 50/500 microgram bd
kregen vergeleken met placebo, alsook in studies SCO40043 en SCO100250 waarin de lagere, nietgoedgekeurde COPD-dosis van Seretide 50/250 microgram bd vergeleken werd met salmeterol
50 microgram bd (zie rubriek ‘bijwerkingen’). Er werd in alle studies een vergelijkbare incidentie van
pneumonie waargenomen in de Seretide-groep.
In de TORCH-studie liepen oudere patiënten, patiënten met een lagere body mass index (<25kg/m2) en
patiënten met zeer ernstige ziekte (FEV <30% van de voorspelde waarde) het hoogste risico op
pneumonie ongeacht hun behandeling. De artsen moeten bij COPD-patiënten waakzaam zijn voor de
mogelijke ontwikkeling van een pneumonie of van andere infecties van de lagere luchtwegen
aangezien de klinische tekenen van deze infecties en exacerbaties vaak overlappen. Indien een patiënt
met ernstige COPD een pneumonie heeft doorgemaakt, moet de behandeling met Seretide herzien
worden. Gegevens van een grote klinisch studie (de Salmeterol Multi-center Asthma Research Trial,
SMART) suggereerden dat Afro-Amerikaanse patiënten een verhoogd risico hebben op ernstige
luchtweg gerelateerde problemen of op overlijden bij gebruik van salmeterol in vergelijking met
placebo. Het is niet geweten of dit te wijten was aan farmacogenetische of andere factoren. Patiënten
van zwart Afrikaanse afkomst of van Afro-Caraïbische afkomst moeten daarom verzocht worden de
behandeling voort te zetten en medisch advies in te winnen indien de astmasymptomen niet onder
controle blijven of verergeren tijdens gebruik van Seretide. Gelijktijdig gebruik van systemische
ketoconazol verhoogt significant de systemische blootstelling aan salmeterol. Dit kan aanleiding
geven tot een verhoogde incidentie van andere systemische effecten (bijv. verlenging van het QTcinterval en palpitaties). Gelijktijdige behandeling met ketoconazol of andere krachtige CYP3A4remmers moet daarom vermeden worden tenzij de voordelen belangrijker zijn dan het eventueel hoger
risico van systemische bijwerkingen van behandeling met salmeterol.
Pediatrische populatie
Bij kinderen en adolescenten < 16 jaar die hoge dosering fluticason gebruiken (≥ 1000 microgram
/dag) kan dit in het bijzonder risicovol zijn. Er kunnen systemische effecten optreden, vooral bij
langdurig gebruik van hoge dosissen. Mogelijke systemische effecten zijn het Cushing-syndroom,
Cushingoïde verschijnselen, bijnierschorssuppressie, acute adrenale crisis en groeiachterstand bij
kinderen en adolescenten en, in meer zeldzame gevallen, een aantal psychologische of
gedragsstoornissen zoals psychomotorische hyperactiviteit, slaapstoornissen, angst, depressie of
agressie. Het wordt aanbevolen om de groei van kinderen die een langdurige behandeling met een
geïnhaleerd corticosteroïd krijgen, regelmatig te volgen. De dosis inhalatiecorticosteroïden moet
verlaagd worden tot de laagste dosering waarmee de astma effectief onder controle is.
Bijwerkingen
Aangezien Seretide salmeterol en fluticasonpropionaat bevat, kunnen dezelfde type en ernst van
bijwerkingen worden verwacht die behoren bij deze twee componenten. Het vóórkomen van extra
bijwerkingen na gelijktijdige toediening van de twee componenten is niet gerapporteerd.
Bijwerkingen welke worden geassocieerd met salmeterol/fluticasonpropionaat zijn hieronder
beschreven per orgaanklasse en frequentie. De frequenties zijn als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥
1/10), vaak (≥ 1/100 en < 1/10), soms (≥ 1/1000 en < 1/100), zelden (≥ 1/10.000 en < 1/1000) en niet
bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). De frequenties zijn verkregen uit
data van klinische studies. Het placebo effect is hierin niet meegenomen.
Systeem orgaan klasse
Infecties en parasitaire
aandoeningen
Immuunsysteemaandoeningen
Bijwerkingen
Candidiasis van mond en keel
Frequentie
Vaak
Pneumonie
Vaak1,3
Bronchitis
Vaak1,3
Overgevoeligheidreacties met de volgende
verschijnselen:
Overgevoeligheidsreacties van de huid
Soms
Angio-oedeem (gewoonlijk van het gelaat en
orofaryngeaal oedeem)
Zelden
Respiratoire symptomen (dyspnoe)
Soms
Respiratoire symptomen ( bronchospasmen)
Zelden
Anafylactische reacties, inclusief
anafylactische shock.
Zelden
Endocriene aandoeningen
Voedings- en
stofwisselingsstoornissen
Psychische stoornissen
Zenuwstelsel aandoeningen
Gezichtstoornissen
Hartaandoeningen
Ademhalingsstelsel-, borstkasen mediastinumaandoeningen
Huid-en onderhuidaandoeningen
Skeletspierstelsel- en
bindweefselaandoeningen
Cushing’s syndroom, Cushingoïde
verschijnselen, onderdrukking van de
bijnierfunctie, groeivertraging bij kinderen en
adolescenten, afname van de minerale
botdichtheid,
Hypokaliëmie
Zelden4
Hyperglykemie
Soms4
Angst
Soms
Slaapstoornissen
Soms
Gedrags- veranderingen, inclusief
psychomotorische hyperactiviteit en
prikkelbaarheid (voornamelijk bij kinderen)
Zelden
Depressie, agressie (voornamelijk bij
kinderen)
Hoofdpijn
Niet bekend
Tremor
Soms
Cataract
Soms
Glaucoom
Zelden4
Palpitaties
Soms
Tachycardie
Soms
Hartritme stoornissen (zoals supraventriculaire
tachycardie en extrasystolen)
Zelden
Atriumfibrilleren
Soms
Angina pectoris
Soms
Nasofaryngitis
Zeer vaak2,3
Keelirritaties
Vaak
Heesheid/dysfonie
Vaak
Sinusitis
Vaak1,3
Paradoxale bronchospasmen
Contusie
Zelden4
Vaak1,3
Spierkramp
Vaak
Traumatische fractuur
Vaak1,3
Arthralgie
Myalgie
Vaak
Vaak
Vaak3
Zeer vaak1
1. Vaak gerapporteerd in de placebogroep
2. Zeer vaak gerapporteerd in de placebogroep
3. Gerapporteerd in een COPD studie over een periode van 3 jaar
4. Zie rubriek ‘Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
De farmacologische bijwerkingen van ß2-agonistbehandeling zoals tremor, palpitaties en hoofdpijn,
zijn beschreven, maar neigen voorbijgaand te zijn en te reduceren bij regelmatige behandeling.
Door de fluticasonpropionaat kan bij sommige patiënten heesheid en candidiasis (spruw) van de mond
en de keel voorkomen. Zowel heesheid als het optreden van candidiasis kunnen worden verlicht door
na het gebruik van Seretide de mond te spoelen met water. Symptomatische candidiasis kan worden
behandeld met lokale antimycotische therapie, terwijl de behandeling met Seretide Diskus kan worden
voortgezet.
Pediatrische populatie
Mogelijke systemische effecten omvatten Cushing-syndroom, Cushingoïde verschijnselen, adrenerge
suppressie en groeivertraging bij kinderen en adolescenten (zie rubriek ‘Bijzondere waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik’). Kinderen kunnen ook angst, slaapstoornissen en gedragsveranderingen,
waaronder hyperactiviteit en prikkelbaarheid, ervaren.
HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
GlaxoSmithKline Pharmaceuticals s.a./n.v.
Site Apollo
Avenue Pascal, 2-4-6 - B-1300 Wavre
AFLEVERINGSWIJZE : op medisch voorschrift
Datum van de laatste goedkeuring van de samenvatting van de productkenmerken: 09/2013 (versie 64)
PRIJSLIJST NiQuitin®Clear Gamma Prijs
21mg x 14 pleisters
41,86 €
14 mg x 14 pleisters
41,86 €
7 mg x 14 pleisters
41,86 €
21mg x 21 pleisters
54,72 €
14 mg x 21 pleisters
54,72 €
Wetenschappelijke bijsluiter (verkort)
Benaming NiQuitin/NiQuitin Clear Samenstelling NiQuitin Clear is een pleister voor transdermaal gebruik die gedurende
24 uur continu de werkzame stof nicotine afgeeft. De samenstelling per oppervlakte-eenheid is voor elk van de drie doses
hetzelfde. De door het systeem (pleister) afgegeven hoeveelheid nicotine (0,07 mg/cm²/uur) is evenredig aan de
oppervlakte. De afgifte-oppervlakte bedraagt respectievelijk 7, 15 en 22 cm² en bevat respectievelijk 36, 78 en 114 mg
nicotine. De opgenomen dosis is respectievelijk 7, 14 en 21 mg per 24 uur. Indicaties NiQuitin/NiQuitin Clear is
geïndiceerd voor de behandeling van ontwenningsverschijnselen van nicotine bij personen die hun tabakgebruik
verminderen of beëindigen. NiQuitin/NiQuitin Clear wordt idealiter toegepast in combinatie met een ondersteunende
gedragstherapie. Dosering en gebruiksaanwijzing NiQuitin/NiQuitin Clear moet worden aangebracht op een
onbehaarde, schone en droge huid, op het bovenlichaam of aan de buitenzijde van de arm. De laag die de kleefstrook
beschermt moet vóór het aanbrengen worden verwijderd. De pleister/patch moet elke 24 uur vervangen worden, en de
nieuwe pleister/patch moet steeds op een andere plaats worden aangebracht. Het onderstaand schema wordt
aanbevolen gedurende 8-12 weken. Startdosis: NiQuitin/NiQuitin Clear 21 mg elke dag gedurende 4-6 weken. Eerste
dosisverlaging: NiQuitin/NiQuitin Clear 14 mg elke dag gedurende 2-4 weken. Tweede dosisverlaging: NiQuitin/NiQuitin
Clear 7 mg elke dag gedurende 2-4 weken. Bij patiënten met een coronaire aandoening bedraagt de aanbevolen
startdosis één NiQuitin Clear 14 mg pleister voor transdermaal gebruik per dag gedurende 4-6 weken,en vervolgens één
pleister NiQuitin Clear 7 mg pleister voor transdermaal gebruik per dag gedurende 4 weken.De pleister voor transdermaal
gebruik moet gedurende 24 uur blijven zitten en moet elke dag worden vervangen. Tijdens deze behandeling mag de
patiënt op geen enkele andere manier nicotine tot zich nemen. Aangezien NiQuitin Clear een therapeutisch hulpmiddel is
om te stoppen met roken, moet bij patïenten voor een dergelijke transdermale behandeling de wil om te stoppen met
roken aanwezig zijn; zij moeten onmiddellijk stoppen. Dosisverlaging. De patiënt moet de dosis NiQuitin Clear geleidelijk
verlagen volgens het schema. Na 4-6 weken kan de dosis worden verlaagd door het gebruik van kleinere pleisters voor
transdermaal gebruik. Het wordt afgeraden om de NiQuitin Clear pleisters voor transdermaal gebruik langer dan 3
maanden te gebruiken. Bij patiënten die NiQuitin Clear langer dan 3 maanden gebruiken, moet rekening worden
gehouden met de mogelijkheid dat zij de systemen gebruiken ter vervanging van de nicotine waarvan zij afhankelijk zijn.
De risico´s en voordelen van een langdurige behandeling moeten worden overwogen. De meeste patiënten die ondanks
de behandeling met pleisters voor transdermaal gebruik weer begonnen met roken, deden dit binnen een half jaar. Zo
nodig kunnen patiënten die zijn blijven roken of die weer zijn begonnen met roken, opnieuw een behandeling met NiQuitin
Clear volgen. Contra-indicaties NiQuitin/NiQuitin Clear is gecontraïndiceerd bij patiënten met een overgevoeligheid voor
de pleister/patch of voor een van de bestanddelen daarvan.Ongewenste effecten. lokale bijwerkingen. De vaakst
voorkomende bijwerkingen van NiQuitin Clear zijn pruritus van voorbijgaande aard, een branderig of prikkend gevoel op
de aanbrengplaats. De meeste lokale bijwerkingen zijn mild en verdwijnen zodra de pleister voor transdermaal gebruik
wordt verwijderd. In enkele zeldzame gevallen werden overgevoeligheidsreacties van de huid en fotosensibiliteit gemeld.
Systemische bijwerkingen. Veel van de systemische bijwerkingen die zijn geconstateerd tijdens het gebruik van
nicotinepleisters voor transdermaal gebruik, houden verband met de farmacologische effecten van nicotine of onthouding.
Tot de bijwerkingen voorkomend bij  3% van de patiënten die mogelijk zijn veroorzaakt door de pleister voor
transdermaal gebruik, behoren slapeloosheid, nachtmerries, nervositeit, (spier)pijn, dyspepsie, faryngitis en frequent
hoesten. Ook hoofdpijn, asthenie, influenza-achtige ziekte, nausea, aanvallen van duizeligheid, depressie en
smaakstoornissen komen vaak voor, maar het is niet gelukt een causaal verband vast te stellen tussen deze klachten en
het gebruik van NiQuitin Clear. Meldingen van anafylactische reacties kwamen zeer zelden voor.
Afleveringsvorm, toedieningswijze en verpakking NiQuitin/NiQuitin Clear is een meerlagige rechthoekige film die
onder verschillende afleveringsvormen wordt voorgesteld: 7 mg, 14 mg en 21 mg resorbeerbaar in 24 uur. De
NiQuitin/NiQuitin Clear-systemen (pleister/patch) zijn bestemd voor transdermale toediening. Verpakking:
NiQuitin/NiQuitin Clear: doos van 7 of 14 of 21 transdermale systemen (pleisters, patches), huidkleurig/transparant,
individueel verpakt. Afleveringswijze Vrije aflevering.Datum van de laatste herziening van de bijsluiter 06/2013
Registratienummer NiQutin 7 mg BE169373 / NiQutin 14 mg BE169294 / NiQutin 21 mg BE169382 / NiQutin Clear 7 mg
BE239696 / NiQutin Clear 14 mg BE239705 / NiQutin Clear 21 mg BE239714 Registratiehouder GlaxoSmithKline
Consumer Healthcare s.a., Site Apollo, Avenue Pascal, 2-4-6, 1300 Wavre.