Grofkeramische industrie MJA3

MJA-Sectorrapport 2013
Grofkeramische industrie
Colofon
Projectnaam:
Datum:
Status:
Kenmerk:
Locatie:
Contactpersoon:
Ondersteunend adviesbureau:
MJA-monitoring Grofkeramische industrie
10 juni 2014
Definitief
BW/156007
Utrecht
Bas Walhof
KWA Bedrijfsadviseurs B.V.
Inhoud
Hoofdstuk 1.
Inleiding .......................................................................... 5
Hoofdstuk 2.
Overzicht ontwikkeling energieverbruik ............................... 5
Hoofdstuk 3.
Verklaring verandering energieverbruik ............................... 6
Hoofdstuk 4.
Spiegeling aan het MJP ...................................................... 7
Hoofdstuk 5.
Resultaten per pijler.......................................................... 7
Hoofdstuk 6.
Tabellen .........................................................................10
Databaseversie d.d.: 29-04-2014 07:43
Samenvatting
Kerngegevens
Sectorgegevens
Grofkeramische industrie
Aantal MJA-deelnemers in 2013
Aantal beschouwde bedrijven voor 2013 in dit rapport
Aantal toetreders in 2013
Aantal uittreders in 2013
Werkelijk energieverbruik 2013 (TJ)
Effecten van maatregelen
Procesefficiencyverbetering
Besparing in de keten [TJ]
Duurzame energie [TJ]
2013 t.o.v. 2012
1,4%
77,3
201,3
40
40
0
0
6.545,2
2013 t.o.v. 2005
8,9%
717,7
711,8
Resultaten
Energieverbruik
Het totale werkelijke energieverbruik van de sector bedroeg 6.545,2 TJ in 2013. Dit is ongeveer 5,6% lager dan in 2012. Dit heeft vooral te maken met de terugval in productie, die zich
in 2013 heeft voortgezet alhoewel minder sterk dan de daling van 2012 t.o.v. 2011.
Uitvoering van het meerjarenplan van de sector
In het meerjarenplan (MJP) heeft de sector toegezegd maatregelen te treffen die in 2016 tot
een besparing van 793,0 TJ leiden. Na één jaar bedraagt het jaarlijkse effect van maatregelen
368,3 TJ. Dit resultaat wordt bereikt door 89,7 TJ aan procesmaatregelen, 77,3 TJ aan ketenmaatregelen en 201,3 TJ door inzet van duurzame energie.
Energiebesparing in het proces
Procesmaatregelen in 2013 hebben een besparing van 89,7 TJ opgeleverd. De belangrijkste
procesmaatregelen zijn:
•
•
•
•
Koelen met stikstof (24,2 TJ);
HS branders en verbetering onderwagenkoeling (14,0 TJ);
Toepassen van lichtere en open cassettes (12,8 TJ);
Optimalisatie oven-droger regeling (7,3 TJ).
Energiebesparing in de keten
Ketenmaatregelen hebben in 2013 een totale besparing van 1.158,2 TJ opgeleverd. De belangrijkste ketenmaatregelen zijn:
• Dematerialisatie van producten (500,9 TJ);
• Grondstof aanvoeren per schip (657,3 TJ).
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 1 van 12
Inzet duurzame energie
De totale inzet van duurzame energie in de sector bedraagt 711,8 TJ in 2013. De belangrijkste
duurzame-energiemaatregelen zijn:
• Inkoop van groene stroom (616,1 TJ);
• Inzet van zaagsel (als biobrandstof) (95,7 TJ).
Vooruitblik
Algemene ontwikkelingen
Opnieuw is het energiegebruik in de grofkeramische industrie gedaald ten opzichte van productiejaar 2012, er werd meer energiebesparing gerealiseerd door het terugbrengen van producties dan door de energiebesparende maatregelen zelf. In 2013 werd een nieuw dieptepunt
bereikt in de productie van metselbaksteen ( 652 miljoen Waalformaat). Ook de productie van
straatbaksteen liet opnieuw een daling zien, daarvan werd 305 miljoen Waalformaat geproduceerd.
De afzet voor metselbaksteen daalde ook, maar minder groot. Een stevige groei van de export
(+49%) beperkte de daling van de totale afzet metselbaksteen in 2013 (-2%). De Nederlandse
metselbaksteen vond vooral de weg naar een bijzonder goed lopende Britse bouwmarkt. Mede
hierdoor werd in 2013 maar liefst 35% van de totale hoeveelheid metselbaksteen in het buitenland afgezet. Dat is een ongekend hoogtepunt, omdat export gewoonlijk een belang heeft
van ca. 20% in de afzet metselbaksteen. Gelijktijdig verhult het ook een ongekend dieptepunt
voor de binnenlandse afzet van de Nederlandse metselbaksteen (-18%). Deze afzet is nog
nooit zo laag geweest.
De afzet straatbaksteen zakte eveneens (-10%). In 10 jaar tijd verdubbelde het aandeel
straatbaksteen tot een derde in de totale baksteenafzet en nadert in aantallen en belang dat
van de binnenlandse afzet metselbaksteen.
Ook de export van de gebakken straatklinker groeide (+12%), hoewel deze export in aantallen
stenen zeer beperkt is. De afzet in machinale pakketten groeide eveneens (+20%), maar is in
verhouding tot de totale binnenlandse afzet straatbaksteen nog niet tevredenstellend.
De omzet van de Nederlandse baksteenindustrie is in 2013 verder gedaald naar €231 miljoen.
Het aantal werknemers in de Nederlandse baksteenindustrie is in 2013 met ruim 4% gedaald
naar 1219 fte.
De grofkeramische industrie wordt gevormd door de producenten van metsel- en straatbaksteen evenals die van de keramische dakpannen. Alleen voor de Nederlandse baksteenindustrie is geaggregeerd op brancheniveau inzicht te geven vanwege de concurrentiegevoeligheid van de gegevens van productie en omzet van de 2 Nederlandse producenten van keramische dakpannen.
De keramische dakpanproducenten opereren op dezelfde markt als de (metsel)baksteenfabrikanten hoewel dakpannen iets meer op de renovatiemarkt worden afgezet.
Vanwege de min of meer overeenkomstige product-marktcombinatie is over productiejaar
2013 desondanks een soortgelijke trend voor de keramische dakpanproductie te verwachten
als bij de baksteenfabrikanten.
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 2 van 12
Vooruitblik
De woningnieuwbouw stagneerde in 2013 nog steeds. Ook in productiejaar 2014 wordt nog
geen opleving verwacht. De verwachtingen zijn dat 2014 een nieuw, maar vooralsnog ook
laatste dieptepunt in de productie van nieuwe woningen zal vormen.
Daarna volgt herstel waarvan de kracht sterk afhankelijk is van het uitblijven van nieuwe economische
schokken. Verder is het loskomen van inhaalvraag bepalend. De afzet van metselbaksteen zal
in 2014 dan ook een nieuw dieptepunt bereiken, hoewel met afzetherstel in het verschiet.
Desondanks zal de groei niet erg groot zijn. Een min of meer vergelijkbaar patroon zal te zien
zijn bij de afzet van keramische dakpannen en tegels.
De afzet in machinale pakketten groeide eveneens (+20%), maar is in verhouding tot de totale
binnenlandse afzet straatbaksteen nog niet tevredenstellend. De sector denkt aan een nieuwe
campagne om machinaal straten opnieuw onder de aandacht te brengen van straatmakers en
van opdrachtgevers. Daarmee groeit het aandeel machinale pakketten, en daarmee het elektriciteitsgebruik, maar daar staat een verbetering van de arbeidsomstandigheden in de bestratingssector tegenover.
Convenantactiviteiten
Het productiejaar 2013 was het eerste jaar van de nieuwe planperiode 2013 - 2016. Vanwege
de moeilijke marktomstandigheden zijn in de EEP’s meer dan ooit voorwaardelijke en onzekere
maatregelen geformuleerd. Door bedrijven wordt vooral ingezet op PE- en KE-maatregelen,
DE-maatregelen kunnen een vluchtiger karakter hebben. In deze momenteel moeilijke markt
blijkt dat maatregelen in de sfeer van de productketen sterk afhankelijk zijn van de vraag
en/of eisen vanuit de markt.
Samen met enkele bedrijven in de fijnkeramische sector hanteert de grofkeramische industrie
de Routekaart 2030 Bouwkeramiek als kader waarin collectieve activiteiten plaatsvinden in het
kader van Energieconvenant MJA3. Het oogmerk is een kwart minder energie nodig te hebben
in 2030 voor de productie van keramische bouwproducten.
Studies en onderzoeken richten zich enerzijds op het productieproces voor de ‘fabriek van de
toekomst’ en anderzijds op de productketen voor het ‘keramische bouwproduct van de toekomst’.Voorbeelden van dergelijke onderzoeken zijn:
• ontkoppeling van oven en drogerij en toepassing van een verlengde tunneloven
• droogtijdverkorting evenals zoveel mogelijk drogen met omgevingslucht
• warmteterugwinning en intern/extern restwarmtehergebruik.
Dematerialisatie blijft voor de sector een aandachtspunt dat aan belang wint door een toenemende focus op duurzame gebouwen en bouwproducten. In de toepassingsketen van keramische bouwproducten gaat het daarbij bijvoorbeeld om lichtere en/of dunnere producten of het
toevoegen van extra functies aan de producten. De productie van smallere en/of geperforeerde
baksteen lijkt zich ook in productiejaar 2013 te hebben voortgezet. Hiermee behoeft een lagere hoeveelheid klei te worden gedroogd en gebakken per m2 gevel. Een andere ketenmaatregel is de verschuiving (waar mogelijk) van het transport van grondstoffen per as naar het
transport over water.
Doorgaans echter zijn deze activiteiten concurrentieel van aard en vinden deze innovaties
plaats bij de individuele bedrijven zelf. Voor aansturing op brancheniveau zijn dergelijke ontwikkelingen minder geschikt.
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 3 van 12
Weliswaar is de sector in staat om de vormgeving, maatvoering, kleur en textuur van haar
producten zodanig aan te passen dat hiermee een energie-efficiencyverbetering kan worden
bereikt, maar wensen of eisen vanuit de markt kunnen haaks op deze initiatieven staan. In
toenemende mate worden de specificaties van de producten bepaald door de markt, zoals architecten, de bouw, projectontwikkelaars en gemeenten. Dat gegeven maakt het lastig om
(voor eigen risico) met productinnovaties te komen die bijdragen aan een lager energiegebruik
in een woning, als de afnemers eigenlijk behoefte hebben aan andere (bijvoorbeeld meer traditionele) producten.
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 4 van 12
Hoofdstuk 1. Inleiding
Dit rapport bevat de resultaten van de sector in het kader van het MJA3-convenant.
De grafieken in hoofdstuk 2 tot en met 5 geven u overzichten van:
•
•
•
•
de ontwikkeling van het energieverbruik van de sector vanaf 2009;
de verklaring van de verandering in energieverbruik ten opzichte van vorig jaar;
de spiegeling ten opzichte van het meerjarenplan (MJP) 2013-2016 van de sector;
de ontwikkeling van het effect van de PE-, KE- en DE-maatregelen vanaf 2009, waarbij alle
relevante gegevens vanaf 2005 zijn meegenomen.
Hoofdstuk 6 geeft de achterliggende informatie weer in tabellen.
Dit sectorrapport is opgesteld op basis van de door bedrijven aangeleverde gegevens in het
kader van de jaarlijkse MJA-monitoring. De berekeningen in dit rapport zijn gebaseerd op de
methodiek energie-efficiency zoals die is afgesproken in het MJA3-convenant. Details over de
methodiek kunt u vinden in de Handreiking Monitoring op de website van RVO.nl.
Hoofdstuk 2. Overzicht ontwikkeling energieverbruik
Onderstaande grafiek laat het jaarlijkse energieverbruik van uw sector vanaf 2009 zien.
Het energieverbruik is nog steeds dalende door een algehele productiedaling en uitvoering van
energiebesparende maatregelen.
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 5 van 12
Hoofdstuk 3. Verklaring verandering energieverbruik
Onderstaande grafiek geeft aan in welke mate verschillende factoren de verandering in het
energieverbruik tussen het verslagjaar en het jaar daarvóór verklaren.
8.000
Energieverbruik
verslagjaar 6.545,2
Onverklaard
(ontsparend) 22,7
3.000
Overige
invloedsfactoren
(ontsparend) 15,1
4.000
Volume-effect
(verlagend) - 334,8
5.000
PE-maatregelen
(besparend) - 89,7
6.000
Energieverbruik
vorig jaar 6.932,0
Energie [TJ primair]
7.000
2.000
1.000
0
Algemene toelichting op de grafiek
Maatregelen in het proces (PE-maatregelen) hebben een besparend effect tot doel (het relatieve energieverbruik wordt minder). Het Volume-effect (effect door verschil in productiehoeveelheid) is verhogend (meer energieverbruik) bij hogere productie of verlagend bij lagere productie. Het deel Overige invloedsfactoren is de optelsom van alle invloedsfactoren die de sector
heeft gerapporteerd, zoals hogere/lagere capaciteitsbezetting ten opzichte van vorig jaar of
gunstige/ongunstige weersomstandigheden ten opzichte van vorig jaar. Deze optelsom kan
uiteindelijk besparend of ontsparend zijn. De post Onverklaard is de restpost. Deze restpost is
besparend wanneer het berekende energieverbruik in het monitoringjaar (de optelsom van de
eerste vier posten in de grafiek) hoger is dan het werkelijke energieverbruik. De restpost is
ontsparend wanneer het berekende energieverbruik lager is dan het werkelijke energieverbruik. Hoe kleiner de restpost, des te beter het werkelijke energieverbruik in de sector is verklaard.
Specifieke toelichting op de cijfers
Het totale werkelijke energieverbruik van de sector bedroeg 6.545,2 TJ in 2013. Dit is 5,6%
lager dan in 2012. De energieverbruiken van de jaren ervoor lieten ook, mede door de productiedaling, een sterke terugval zien.
Het aandeel daling in energieverbruik vanwege de productiedaling is ook terug te zien in de
grafiek aan het onderdeel “volume-effect“, dit bedraagt 334,8 TJ. Dit is zelfs het grootste effect van de vier onderdelen en bedraagt 4,8% (van de 5,6% !). De post onverklaard is slechts
0,3% van het energieverbruik, hetgeen kan betekenen dat het energieverbruik goed verklaard
is.
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 6 van 12
Hoofdstuk 4. Spiegeling aan het MJP
Onderstaande grafiek geeft de jaarlijkse ontwikkeling aan van het effect van de getroffen EEPmaatregelen binnen de sector ten opzichte van 2012, het jaar voorafgaand aan de beschouwde
EEP-periode. De horizontale streeplijn (10,3%) is de MJP-doelstelling voor 2016 op basis van
zekere en voorwaardelijke maatregelen.
Voortschrijdend resultaat versus MJP-doelstelling
Doelstelling
Resultaat
Aandeel van energieverbruik
12,0%
10,0%
8,0%
6,0%
4,0%
2,0%
0,0%
2013
2014
2015
2016
Het bereikte punt in 2013 van 6,8% is het resultaat in het 1e jaar. Dit is opgebouwd uit 1,4%
aan nieuwe PE- maatregelen, de intensivering van 3,5% aan KE-maatregelen en de intensivering van 1,9% aan DE-maatregelen.
Hoofdstuk 5. Resultaten per pijler
Het MJA3-convenant kent drie pijlers: procesefficiency, ketenefficiency en duurzame energie.
De grafieken geven de jaarlijkse effecten per pijler vanaf 2009 weer, met de kanttekening dat
alle relevante gegevens vanaf 2005 in berekeningen van de resultaten zijn verwerkt. Deze resultaten zijn aangegeven als percentage van het energieverbruik van de sector.
Procesefficiency
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 7 van 12
De cumulatieve besparing door PE-maatregelen, na compensatie voor jaarlijkse variatie van de
productievolumes, bedraagt bijna 9% voor de periode 2006-2013.
De uitgevoerde procesmaatregelen in 2013 hebben een besparing van 89,7 TJ (= 1,4%) opgeleverd.
Belangrijke PE-maatregelen zijn:
•
Koelen met stikstof (i.p.v. met gas);
•
HS-branders (z.g. hoge snelheidsbranders) en verbetering onderwagenkoeling (geforceerde
koeling met andere ventilator);
•
Toepassen van lichtere en open cassettes (hierdoor minder massa op te warmen);
•
Optimalisatie oven-droger regeling.
Opvallend positief detail is dat een aantal als onzeker gekwalificeerde PE-maatregelen (totaal
3,5 TJ) in 2013 zijn geïmplementeerd.
Ketenefficiency
Bij KE-maatregelen is geen sprake van cumulatie van maatregelen maar wordt gekeken naar
1) het jaarlijks effect in % ten opzichte van 2005 én
2) de intensivering van maatregelen.
Ad.1) In de grafiek is aangegeven dat de KE-besparing, oftewel het jaarlijks effect ten opzichte van 2005, in 2013 totaal 12,8% is. Het betreft hier alleen KE-maatregelen in de productieketen.
Ad.2) De intensivering van KE-maatregelen in 2013 ten opzichte van 2012 is het verschil van
jaarlijks KE-effect in 2013 en 2012 en bedraagt 1,9%.
Belangrijke KE-maatregelen zijn:
• dematerialisatie van producten en
• grondstof aanvoer én eindproduct afvoer per schip.
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 8 van 12
Duurzame energie
Bij DE-maatregelen wordt evenals bij KE gekeken naar
1) het jaarlijks effect in % ten opzichte van 2005 én
2) de intensivering van maatregelen.
Ad.1) In de grafiek is aangegeven dat de DE-besparing, oftewel het jaarlijks effect ten opzichte van 2005, in 2013 totaal 10,9% is. Het betreft hier inkoop en opwekking van DE.
Ad.2) De intensivering van DE-maatregelen in 2013 ten opzichte van 2012 is het verschil van
jaarlijks effect in 2013 en 2012 en bedraagt 3,5%.
Belangrijke DE-maatregelen zijn:
• de inkoop van groene stroom en
• de inzet van zaagsel (= biobrandstof)
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 9 van 12
Hoofdstuk 6. Tabellen
De eerste tabel hieronder bevat de gerapporteerde gegevens over het jaarlijkse energieverbruik en de uitgevoerde maatregelen vanaf 2009.
De tweede tabel geeft een overzicht van het effect van geplande en gerealiseerde maatregelen
op jaarbasis ten opzichte van 2012. Er is daarbij niet gecorrigeerd voor gewijzigde omstandigheden (bijvoorbeeld het productieniveau).
De derde tabel geeft een overzicht van alle bedrijven die vanaf 2005 hebben gerapporteerd.
Van deze bedrijven zijn alle beschikbare cijfers vanaf 2005 tot en met 2013 in het sectorrapport verwerkt. In de derde kolom is per bedrijf aangegeven of de gegevens over 2013 in dit
rapport zijn meegenomen. Alle waarden zijn in TJ primair per jaar.
Tabel 1 Energie- en besparingscijfers.
Resultaten per jaar [TJ]
2009
Werkelijk energieverbruik
2010
2011
8.420,6 7.696,6 7.722,5
2012
2013
6.932,0
6.545,2
Besparing door PE-maatregelen
78,6
115,0
111,7
43,0
89,7
KE-besparing in de productieketen
165,3
1.044,3
813,8
1.080,9
1.158,2
KE-besparing in de productketen
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Inkoop van duurzame energie
233,5
479,9
476,8
413,1
616,1
Opwekking van duurzame energie
114,5
71,8
119,2
97,4
95,7
2014
2015
2016
Tabel 2 Effecten van uitgevoerde maatregelen in 2013.
Effect [TJ] ten opzichte van 2012
Categorie
Procesefficiency
Ketenefficiency
Duurzame energie
Subcategorie
Procesmaatregelen
Installaties en gebouwen
Energiezorg en gedragsmaatregelen
Strategische projecten
Subtotaal procesefficiency
Maatregelen in de productieketen
Maatregelen in de productketen
Subtotaal ketenefficiency
Inkoop van duurzame energie
Verwacht eindresultaat
in 2016 (MJP)
Gerealiseerd jaarlijks
effect t/m verslagjaar
148,0
4,0
2,0
0,0
154,0
102,0
0,0
102,0
515,0
87,6
1,8
0,3
0,0
89,7
77,3
0,0
77,3
203,0
Opwekking van duurzame energie
22,0
-1,7
Subtotaal duurzame energie
537,0
201,3
793,0
368,3
Totaal
Toelichting bij de tabellen 1 en 2.
Het absolute effect van de PE maatregelen in 2013 is 89,7 TJ.
In 2013 is voor KE- en DE-maatregelen de intensivering 77,3 TJ respectievelijk 201,3 TJ.
Na één jaar bedraagt totaal jaarlijks absolute effect 368,3 TJ.
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 10 van 12
Tabel 3 Deelnemende inrichtingen binnen de sector inclusief uittreders vanaf 2005
Branche
Bedrijfsnaam
status in
2013
Meegenomen in
2013?
Toelichting
KNB
Baksteen Helden BV, Steenfabriek Engels Helden BV
Deelnemer
ja
KNB
Baksteen Helden BV, Steenfabriek Engels Oeffelt BV
Deelnemer
ja
KNB
CRH Clay Solutions, CRH Buggenum
Deelnemer
ja
KNB
CRH Clay Solutions, CRH De Bylandt
Deelnemer
ja
KNB
CRH Clay Solutions, CRH Façade Beek
Deelnemer
ja
KNB
CRH Clay Solutions, CRH Joosten Kessel
Deelnemer
ja
KNB
CRH Clay Solutions, CRH Nuth
Deelnemer
ja
31-12-2013 dicht
KNB
CRH Clay Solutions, CRH Joosten Wessem
Deelnemer
ja
31-12-2013 dicht
KNB
Daas Baksteen, Steenfabriek De Nijverheid BV
Deelnemer
ja
KNB
Daas Baksteen, Steenfabriek De Vlijt BV
Deelnemer
ja
KNB
VanderSanden BV, BV Steenfabriek Hedikhuizen
Deelnemer
ja
KNB
Caprice Holding BV, BV Steenfabriek Huissenswaard
Deelnemer
ja
KNB
Vandersanden BV, BV Steenfabriek Spijk
Deelnemer
ja
KNB
St. Joris Keramische Industrie BV
Deelnemer
ja
KNB
Steenfabriek Klinkers BV
Deelnemer
ja
KNB
Steenfabriek Linssen BV
Deelnemer
ja
KNB
Steenfabriek De Rijswaard BV
Deelnemer
ja
KNB
Rodruza BV, Steenfabriek Rossum
Deelnemer
ja
KNB
Rodruza BV,Steenfabriek De Zandberg
Deelnemer
ja
KNB
Steenindustrie Strating BV
Deelnemer
ja
KNB
Steenfabriek Vogelensangh
Deelnemer
ja
1)
Steenfabriek Nievelsteen
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Bemmel
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Doorwerth
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Erlecom
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek. Haaften
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Heteren
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Kijfwaard Oost
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Kijfwaard West
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Nuance
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Poriso Brunssum
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Thorn
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Wolfswaard
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Zennewijnen
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Steenfabriek Schipperswaard
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Dakpanfabriek Narvik Tegelen
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Dakpanfabriek Narvik Deest
Deelnemer
ja
KNB
Monier BV Tegelen
Deelnemer
ja
KNB
Monier BV Woerden
Deelnemer
ja
KNB
Wienerberger BV, Wienerberger Dakpanfabriek Jansen-Dings Tegelen
31-12-2013 dicht
geen productie 2013
geen productie 2013
Deelnemer
ja
Lafarge dakproduktenThorn
Uittreder
nee
gesloten in 2008
Steenfabriek De Waalwaard BV
Uittreder
nee
gesloten in 2009
Wienerberger BV Bricks Spijk
Uittreder
nee
gesloten in 2009
Wienerberger BV Oosterhout
Uittreder
nee
gesloten in 2008
Wienerberger BV Rijswijk
Uittreder
nee
gesloten in 2009
Wienerberger BV Elst
Uittreder
nee
gesloten in 2009
Wienerberger BV Esbeek
Uittreder
nee
gesloten in 2008
Wienerberger BV Milsbeek
Uittreder
nee
gesloten in 2008
Wienerberger BV Rijssen
Uittreder
nee
gesloten in 2005
1) De gegevens van steenfabriek “De Nijverheid” omvatten ook die van steenfabriek
” De Volharding”, omdat centraal vanuit “De Nijverheid” wordt ingekocht, ook energie.
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 11 van 12
| Definitief | MJA-Sectorrapport 2013 Grofkeramische industrie |
Pagina 12 van 12