BRONNENBOEK - Samenwerkingsverband VO IJssel Vecht

BRONNENBOEK
Versie 31 mei 2014
behorend bij het ondersteuningsplan Stichting 2305VO
(cursusjaar 2014/2015)
1
BRONNENBOEK
behorend bij het ondersteuningsplan Stichting VO2305 – IJssel-Vecht
INHOUDSOPGAVE
PAGINA
Hoofdstuk 1 – samenvatting wetgeving en de planning van het SWV...
3
Hoofdstuk 2 – notitie nulmeting
11
…………………………………………
Hoofdstuk 3 – de extra ondersteuning
…………………………………
18
Hoofdstuk 4 - leeswijzer statuten ……………………………………….
21
Hoofdstuk 5 – pilot Commissie Toewijzing (CT) ………………………..
24
Hoofdstuk 6 – PO/SO-VO/VSO aanpak …………………………………
60
Hoofdstuk 7 – de ondersteuningsplanraad ……………………………..
69
Hoofdstuk 8 – informatie(bijeenkomsten) ……………………………….
72
Hoofdstuk 9 – overleg externe partners ………………………………...
73
Hoofdstuk 10 – het MBO …………………………………………………
80
Hoofdstuk 11 – financiële verantwoording ……………………………..
83
2
HOOFDSTUK 1 – DE WETGEVING EN DE PLANNING VAN HET SWV
DE WETGEVING IN EEN NOTENDOP
Hierbij - zeer kort - de wetswijzigingen passend onderwijs

De term LGF (leerlinggebonden financiering) verdwijnt, per 1-8-14 middelen voor het
schooldeel naar SWV gebaseerd op 1-10-2013.

Voor PrO en VSO leerlingen en leerlingen met extra ondersteuning in het VO moet
een ontwikkelingsperspectief worden opgesteld.

Voor leerlingen die een deel van de week in VSO zitten telt de onderwijstijd aldaar
mee.

Nieuw artikel 17a Het SWV: aansluiting in vastgesteld gebied, VSO in het gebied +
opting in ander VSO, rechtspersoon verplicht (1 november 2013).

Taken SWV: vaststellen ondersteuningsplan (voor 1 mei), invloed op SOP, verdeling
middelen, beoordeling plaatsing en terugplaatsing, advisering (procedure en criteria),
pcl (oude opdracht), resultaten, peildatum voor VSO, OOGO met gemeenten +
afstemmen met PO, betrekken deskundigen, adviescommissie, uitzondering WBP,
informatie voor ouders over voorzieningen en ondersteuning.

Nieuw artikel 17b zo nodig overleg met zorginstellingen en andere externe partners
en als school 1x per 4 jaar een SOP vaststellen.

Bestuur en (intern)toezicht ook voor SWV (ondersteuningsplanraad kan een lid
voordragen)

Handelingsplan wordt ontwikkelingsperspectief bij extra ondersteuning (op- en
bijstellen na op overeenstemming gericht overleg met ouders)

Toelating: schriftelijke aanmelding (andere school aangeven), 10 weken voor datum
toelating, bepalen extra ondersteuning, weigeren: dan verplichting tot andere school
na overleg ouders (uitzondering: school is vol, toelatingscriteria en denominatie),
aanbod 6 + 4 weken, bij 1e dag zonder inschrijving en zonder 10 weken dan verplichte
tijdelijke plaatsing, informatieplicht ouders,

Bekostiging: VSO + LGF, aftrek voor VSO, lumpsum bij tekort

maatregelen bij taakverwaarlozing van het SWV

Ondersteuningsplanraad met instemming uit of door (G)MR) per 1 februari 2014
voorleggen

Inspectie weegt ondersteuning mee

Inspectie houdt toezicht op SWV (met name thuiszitters, toezicht en
ondersteuningsplanraad)

AB middelen per 1-8-15 naar SWV met herbestedingsverplichting voor 1 schooljaar.

Zittende VSO leerlingen nog 2 jaar geldige indicatie (binnen 2 jaar herindiceren)

Verdeling middelen ‘oude’ SWV en REC = liquidatie
3

2015-2016 1e normatieve budget (naast LGF ook VSO gebaseerd op 1-10-2011) –
start verevening met 100% volgende schooljaren af- of opbouw – gereed per 1-82020

Landelijke geschillencommissie met advies (over toelating, verwijdering en
ontwikkelingsperspectief.)
PLANNING
In dit planningsoverzicht is per activiteit aangegeven in welke werkgroep een te nemen
besluit wordt voorbereid.
I= inhoudelijke werkgroep, en
F= financiële werkgroep
DB= dagelijks bestuur (De bestuurlijke werkgroep wordt vervangen door het DB, aangevuld
met Rita als voorzitter van het AB.)
Data AB:
Data DB:
Data werkgroep financiën:
Data werkgroep inhoud:
De werkgroepen worden geleid door Henk Keesenberg van WKonderwijsadvies. In het DB en
AB is hij adviseur.
September oktober
Algemeen Bestuur i.o. (18 september)
-
Instellen van een “proef” AB-DB structuur
-
Overleg met inspectie
-
Onderzoek Frans Mulder vertalen in werkafspraken
-
Inhoud 1e beleidsdag voorafgaand aan bezoek inspectie
Zie het verslag van 18 september 2013 + actielijst
WERKGROEP INHOUD
-Een voorstel voor de afstemming met het MBO
4
- idem met het PO
-Idem met cluster 1 en 2
-Nadenken over de communicatie naar de scholen (docenten) en hoe de scholen ouders en
leerlingen betrekken (communicatieplan opstellen)
- instellen van de proef CT inrichting, bemensing, reglement etc.
(starten met herindicaties) en afspraken maken over monitor
-privacy reglement voor CT
- protocol aanmelding bij CT
- extra ondersteuningsstructuur in kaart brengen
WERKGROEP FINANCIEN
- voorstel VSO bekostiging
- Een opzet van een meerjaren begroting en de techniek van het verdelen van de middelen
- uitwerkingen van de verdeelsystematiek en de daarbij behorende technische
Instrumentatie
HET DB
- oefenjaar CT formaliseren
- werkdocument omzetten in het ondersteuningsplan (OP)
- OPR inrichten (reglement en faciliteringsregeling)
- OP bespreken met de OPR (ondersteuningsplanraad)
-Opzet voor een bijeenkomst met de gemeenten over het OP
- passeren van de statuten
- melding DUO (zie regeling OCW)
- toezichtkader inspectie checken met ondersteuningsplan (OP)
- OOGO voorbereiden (regelement en geschillenregeling) – opdracht voor OOGO reglement
is uitgezet bij Bart Weever
- vaststellen ondersteuningsstructuur (DB bereidt voor AB neemt besluit)
- positie scholenoverleg en organisatie van het SWV
- check op de aanwezigheid van de SOP’s van de scholen
- bijeenkomst met AB
- Profiel en werving coördinator/ directeur
November-december
INHOUD
- protocol verwijzen voor de scholen + dossiervorming + aanmeldingsformulier
5
DB
- Inrichting ondersteuningsplanraad (OP) + faciliteringsregeling
- OOGO voeren
- afstemmen met cluster 1 en 2 en met het PO en het MBO
- beleidsdag met AB op 12 november
FINANCIEN
- Uitwerking administratieve opzet, monitor, P&C cyclus
- opzet EFJ
Januari –februari
DB
- overleg over verplichte herbesteding AB in 14/15 en 15/16 (omvang verplichtingen
vaststellen) i.v.m. Tripartiete akkoord
- overleg voeren met OPR
- regelgeving bewaken inzake LWOO en PrO (denk aan grensverkeer)
- vergadering met AB
maart-april
DB
- Personeelsparagraaf voor het ondersteuningsplan opstellen
- uitwerken organisatie en werkgeverschap (denk aan HRM)
- vergadering met AB
INHOUD
- model verantwoording (kwantitatief en kwalitatief) – zie ook bij monitoring
- inrichten van monitoringssystematiek (leerplicht, ACTL, basisprofiel, financiën)
- voortgang pilot CT
mei-juni
- inrichten van een bezwaarcommissie
- planning 2014-15 opstellen
- vergadering met AB
6
Overzicht werkgroep INHOUD
Leden: Dirk Speelman, Germien Kamphorst, Maarten Bauer, Christa Heeman, Eimert
Fikse, secretariaat Claudia vd Vegt en voorzitter Henk Keesenberg.
periode
activiteit
Sept/okt
Afstemming met het PO – prioriteit!
verantwoordelijk
Gereed per
Idem met cluster 1 en 2
Idem met het MBO
Communicatie voor ouders
Communicatie naar de scholen
Pilot CT
Extra ondersteuning in kaart brengen
Instrument basisondersteuning
gereed
Nov/dec
Papierstraat toelaatbaarheid op orde
Protocol zorgplicht
aanmeldformulier
Instrument basisondersteuning
uitvoeren
Jan/feb
Monitor kwaliteit opstellen
Kwaliteit conferentie organiseren
Voortgang CT
Maart/april
CT advies naar DB
Monitor naar DB
Mei/juni
Monitor afstemmen met gemeenten
Voorstel bezwarencommissie
Overzicht werkgroep financiën
Leden: Johan Supèr, Wim Bouwstra, Reinier de Voogd, Rutger Lieffijn, Gerard
Hiddink (OSG), secretariaat Claudia vd Vegt en voorzitter Henk Keesenberg.
7
periode
activiteit
Sept/okt
Verdeelsystematiek VSO opstellen
verantwoordelijk Gereed per
Meerjaren begroting
Uitwerking verdeelsystematiek
Programma van eisen P&C cyclus
Nov/dec
Verantwoording middelen opstellen
P&C cyclus uitwerken
Overhead vaststellen
Kengetallen op orde
Jan/feb
Voorlichting over begroting
Maart/april
Opzet EFJ
Monitor naar DB
Mei/juni
Administratieve opzet uitproberen
Overzicht DB
Leden: Arend Runia, Martin Jan de Jong, Maarten Faas, Rita Damhof
Secretariaat: Claudia vd Vegt en adviseur Henk Keesenberg.
periode
activiteit
verantwoordelijk
Gereed per
Sept/okt
werkdocument omzetten in het
ondersteuningsplan (OP)
OPR inrichten (reglement en
faciliteringsregeling)
passeren van de statuten
melding DUO (zie regeling OCW)
OOGO voorbereiden (regelement en
geschillenregeling) – opdracht voor
OOGO reglement is uitgezet bij Bart
Weever
positie scholenoverleg en organisatie
8
van het SWV
- check op de aanwezigheid van de
SOP’s van de scholen
bijeenkomst met AB
Nov/dec
OP bespreken met de OPR
(ondersteuningsplanraad)
Opzet voor een bijeenkomst met de
gemeenten over het OP
toezichtkader inspectie checken met
ondersteuningsplan (OP)
vaststellen ondersteuningsstructuur
Profiel directeur vaststellen
beleidsdag met AB op 12 november
- OOGO voeren
Inrichting ondersteuningsplanraad
(OPR) + faciliteringsregeling
Afstemming externen (PO, MBO,
cluster 1 en 2
Jan/feb
overleg over verplichte herbesteding
AB in 14/15 en 15/16
overleg voeren met OPR
regelgeving bewaken inzake LWOO
en PrO (denk aan grensverkeer)
vergadering met AB
Maart/april
- Personeelsparagraaf voor het
ondersteuningsplan opstellen
uitwerken organisatie en
werkgeverschap (denk aan HRM)
vergadering met AB
Mei/juni
- inrichten van een
bezwaarcommissie
planning 2014-15 opstellen
vergadering met AB
Leden AB:
Arend Runia,Celeste Kemper, Coby Willemsen
9
Dirk Speelman, Eimert Fikse, Frida Hengeveld, Germien Kamphorst, Gonda Buis,
Helmar Niemeijer, Johan Supèr, Jolanda Drent, Jon Dogger, Laura Krosman,
Maarten Bauer, Maarten Faas, Martin Jan de Jong, Reinier de Voogd, Ria van den
Abeele, Rita Damhof, Roel Steenbergen, Rutger Lieffijn, Wim Bouwstra, Yvonne
Kombrink-Westerhof
secretariaat Claudia vd Vegt en adviseur Henk Keesenberg.
10
HOOFDSTUK 2 – NOTITIE NULMETING
context
In het verleden heeft het bestuur het niveau van de basisondersteuning vastgesteld.
De wetgever verplicht het bestuur van het SWV het niveau van de basisondersteuing
vast te stellen voor ALLE scholen in het SWV (dus ook het VSO). Het AB wil graag
een nulmeting organiseren van zowel de basisondersteuning als informatie over de
extra ondersteuning. Hiervoor kan met een digitale methodiek gewerkt worden,
waarbij (afhankelijk van de grootte van de school) per locatie 10 à 20
personeelsleden gevraagd worden een lijst met items in te vullen (afnametijd
ongeveer 20 minuten).
Ieder AB-lid wordt verzocht een contactpersoon per locatie (naam van de locatie,
naam van de contactpersoon en het emailadres) door te geven. Deze
contactpersoon wordt vervolgens benaderd door de onderzoeker (mw. Mirjam Vinke)
die de benodigde aantallen respondenten zal doorgeven zodat de contactpersoon
het gewenste aantal e-mailadressen van het personeel kan doorgeven.
Opbrengst
Er verschijnt vervolgens een rapportage per locatie en voor het SWV.
Deze rapportage geeft inzicht in het (door het eigen personeel
aangegeven) niveau van de basisondersteuning en de aanwezigheid van vormen
van extra ondersteuning.
Hierdoor ontstaat in ieder geval een beeld van de dekkendheid van ons SWV.
Daarnaast geeft het scholen input voor een ontwikkelagenda.
De basisondersteuning in beeld
Basisondersteuning IJssel Vecht
SWV 23-05
Het samenwerkingsverband stelt zich – conform de wet op het voortgezet onderwijs en de wet
expertise centra – ten doel een samenhangende geheel van ondersteuningsvoorzieningen
11
binnen en tussen de VO scholen en VSO scholen voor cluster 3 en 4 in onze regio te
realiseren. Dit doen wij1 zodanig dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces
kunnen doormaken en leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke
plaats in het onderwijs krijgen.
Bij een passend plaats in het onderwijs zullen wij steeds uitgaan van een drietal ankerpunten:
a. Het ontwikkelingspotentieel van de leerling,
b. De wens van de ouders, en
c. De (on)mogelijkheden van de school een passend onderwijstraject aan te bieden.
De wetgever geeft tevens aan dat onder deze doelstelling begrepen dient te worden de
basisondersteuningsvoorzieningen , die op alle vestigingen van scholen in het
samenwerkingsverband aanwezig zijn. (WVO artikel 17a lid 2 en lid 8a en de WEC artikel
28a.).
Om deze basisondersteuning te monitoren is afgesproken dat besturen verplicht zijn elkaar te
informeren over de kwaliteit van de basisondersteuning en bij eventuele omissies de
planvorming om deze omissies op te lossen.
De basisondersteuning bestaat uit de volgende standaarden en indicatoren:
Standaard 1: Leerlingen ontwikkelen zich op onze school in een veilige omgeving.
Indicatoren:
1. Wij gaan vertrouwelijk om met informatie over leerlingen.
2. Onze leerlingen voelen zich veilig op school.
3. Wij zorgen voor respectvolle omgangsvormen in de school.
4. Wij hanteren regels voor veiligheid en omgangsvormen.
5. Wij bevragen leerlingen over hun veiligheidsbeleving.
6. Wij hebben zicht op incidenten die zich voordoen, middels een registratiesysteem.
7. Ons beleid is gericht op het voorkomen van incidenten.
8. Ons beleid is gericht op het aanpakken van incidenten.
Standaard 2: Wij werken met methoden en aanpakken die afgestemd zijn op
verschillen tussen leerlingen
Indicatoren:
1. Wij hebben extra (orthodidactische) materialen.
2. Wij bieden extra leerstof aan voor leerlingen met een taalachterstand.
3. Wij bieden extra leerstof aan voor leerlingen met een rekenachterstand.
1
Met ‘wij’ worden alle besturen in regio 25-09 en hun scholen bedoeld.
12
4. Wij stemmen de leerstof af op verschillen tussen de leerlingen.
5. Wij stemmen de onderwijstijd af op verschillen tussen leerlingen.
6. Wij stemmen de werkvormen af.
7. Wij geven leerlingen directe feedback.
8. Wij stemmen de instructie af op verschillen tussen de leerlingen.
9. Wij stemmen de verwerking af op verschillen tussen de leerlingen.
Standaard 3: De school heeft continu zicht op de ontwikkeling van leerlingen.
Indicatoren:
1. Wij hebben normen voor welke resultaten wij willen bereiken.
2. Onze normen bevatten in ieder geval het referentieniveau taal.
3. Onze normen bevatten in ieder geval het referentieniveau rekenen/wiskunde.
4. Wij gebruiken een leerlingvolgsysteem met genormeerde instrumenten en procedures
5. Ten minste 2 maal per jaar analyseren wij de resultaten op schoolniveau.
6. Ten minste 2 maal per jaar analyseren wij de resultaten op individueel niveau.
7. Wij signaleren vroegtijdig welke leerlingen onderwijsondersteuning nodig hebben.
Standaard 4: Wij werken opbrengst- en handelingsgericht aan het uitvoeren van de
onderwijsondersteuning.
Indicatoren:
1. Wij passen zo nodig de groepsplannen twee maal per jaar aan op basis van toets gegevens.
2. Wij passen de ontwikkelingsperspectieven tenminste twee maal per jaar aan op basis van
toets gegevens.
3. Wij voeren de onderwijsondersteuning volgens plan uit.
4. Wij evalueren regelmatig de effecten van de onderwijsondersteuning (wat de
ondersteuning heeft opgeleverd voor de ontwikkeling van leerlingen met
onderwijsbehoeften).
Standaard 5: Voor alle leerlingen met onderwijsondersteuning is een
ontwikkelingsperspectief opgesteld (handelingsplan)
Indicatoren:
1. Onze ontwikkelingsperspectieven hebben een vaste structuur (volgens een format).
2. Onze ontwikkelingsperspectieven maken deel uit van het leerling dossier.
3. Onze ontwikkelingsperspectieven hebben een integraal karakter (één-leerling-één-plan).
13
4. Onze ontwikkelingsperspectieven zijn leidend voor eventuele externe begeleiders.
5. Onze ontwikkelingsperspectieven bevatten een omschrijving van het eindperspectief van
de leerling.
6. Onze ontwikkelingsperspectieven bevatten tussendoelen.
7. Onze ontwikkelingsperspectieven bevatten normen die gekoppeld zijn aan de
referentieniveaus.
8. Onze ontwikkelingsperspectieven bevatten de inzet van middelen en/of menskracht.
9. Onze ontwikkelingsperspectieven zijn handelingsgericht opgesteld.
10. Onze ontwikkelingsperspectieven bevatten evaluatiemomenten.
Standaard 6: Wij hebben een adequate leerling ondersteuning.
Indicatoren:
1. Wij hebben een duidelijke visie op leerling ondersteuning.
2. Onze visie hebben wij vastgelegd.
3. Deze visie wordt gedragen door het hele team.
4. We weten wat de onderwijsbehoeften van onze leerlingen zijn.
5. Wij hebben vastgelegd welke leerling extra onderwijsbehoeften heeft.
6. Wij hebben inzicht in de fysieke gezondheid van onze leerlingen.
7. Onze interne ondersteuningsprocedures zijn vastgelegd.
8. Wij zetten ondersteuningsmiddelen gericht in.
Standaard 7: Onze school gaat jaarlijks de effecten na van de ondersteuning en past
zo nodig het beleid aan
Indicatoren:
1. Wij evalueren jaarlijks de leerling ondersteuning.
2. Wij evalueren de resultaten van de leerlingen.
3. Wij trekken consequenties uit de opbrengsten van de evaluatie (verbeterplan,
ontwikkelagenda).
4. Wij borgen de kwaliteit van de leerling ondersteuning.
5. Wij werken continu aan het verbeteren van de leerling ondersteuning.
6. Wij gaan jaarlijks na of de ondersteuningsmiddelen goed zijn ingezet.
7. Wij verantwoorden ons aan ouders.
8. wij verantwoorden ons aan het bestuur.
14
Standaard 8: Wij zijn deskundig en werken in een professionele cultuur.
Indicatoren:
1. Wij zijn deskundig in het begeleiden van leerlingen met extra onderwijsbehoeften.
2. Wij beschikken over didactische competenties (bv. gedifferentieerd werken).
3. Wij beschikken over pedagogische competenties (bv. omgaan met respect, omgangsregels
handhaven).
4. Wij beschikken over organisatorische competenties (bv. goed klassenmanagement).
5. Wij werken continu aan het vergroten van deskundigheid.
6. Wij staan open voor reflectie.
7. Wij staan open voor ondersteuning.
8. Wij hebben de mogelijkheid in teamverband te leren.
9. Wij nemen deel aan netwerken over de leerling ondersteuning.
Standaard 9: Wij betrekken ouders en/of leerlingen nauw bij de school en de
ondersteuning.
Indicatoren:
1. Wij gebruiken de ervaringsdeskundigheid van ouders (en/of leerlingen).
2. Wij bevragen ouders (idem: bij iedere vraag) over hun wensen en verwachtingen.
3. Wij bevragen ouders over hun ervaringen thuis.
4. Wij informeren ouders over de ontwikkeling van hun kind. Bij leerling: wij informeren
leerlingen over hun ontwikkeling.
5. Wij doen dat tijdig en regelmatig.
6. Wij betrekken ouders bij het opstellen en evalueren van plannen voor hun kind. Bij
leerling bij hun plan.
7. Wij maken afspraken met ouders over de begeleiding en wie waarvoor verantwoordelijk
is.
8. Wij bespreken met ouders het ontwikkelingsperspectief/handelingsplan.
9. Wij betrekken ouders bij de warme overdracht naar een volgende klas.
10. Wij voeren met ouders een overdrachtsgesprek bij aanmelding.
11. Wij houden met ouders, waarvan de leerling de school verlaat een exitgesprek.
12. Wij ondersteunen ouders bij de overgang naar een andere school.
Standaard 10: Wij hebben een effectieve ondersteuningsstructuur in de school.
Indicatoren:
15
1. Wij hebben een goed toegerust mentoraat (of leerling begeleiding).
2. De mentor beschikt over voldoende tijd en middelen.
3. De mentor is voldoende gekwalificeerd.
4. Taken op het gebied van onderwijsondersteuning zijn bij ons duidelijk belegd.
5. De mentor heeft een duidelijke taakomschrijving.
6. Coaching en begeleiding van leraren is onderdeel van de taak van het mentoraat.
7. Taken en verantwoordelijkheden van leraren op het terrein van de leerlingondersteuning
zijn duidelijk en transparant.
8. Taken en verantwoordelijkheden van directie op het terrein van de leerlingondersteuning
zijn duidelijk en transparant.
9. Leraren worden ondersteund bij de ontwikkelingsperspectieven.
10. Onze onderwijsondersteuning is goed georganiseerd in de praktijk.
11. Wij kunnen snel deskundigheid inschakelen voor hulp.
12. Bij problemen wordt er snel ingegrepen.
Wij weten waar wij terecht kunnen in de regio voor leerlingen met extra
onderwijsbehoeften.
13.
14. Onze ondersteuning is afgestemd op de ondersteuningsstructuur van het
samenwerkingsverband.
Standaard 11: Wij hebben een goed functionerend ondersteuningsteam (of andere
benaming)
Indicatoren:
1.
De taken van ons ondersteuningsteam zijn duidelijk.
2.
Onze zorgcoördinator leidt het ondersteuningsteam in de school.
3.
De taken van het ondersteuningsteam zijn vastgelegd.
4.
Ons ondersteuningsteam bereidt de verwijzing naar een andere school voor.
5.
Ons ondersteuningsteam ondersteunt ouders/leerlingen bij een verwijzing.
6.
Ons ondersteuningsteam bereidt de bespreking van onze leerling in de PCL (indien
aanwezig) of ander indiceringsloket voor.
7.
Ons ondersteuningsteam organiseert snelle hulp in de school.
8.
Ons ondersteuningsteam is het informatieloket voor ouders/leerlingen.
Standaard 12: Wij dragen leerlingen zorgvuldig (warm) over.
Indicatoren:
1. Er is warme overdracht van het basisonderwijs (of speciaal basisonderwijs of speciaal
onderwijs) naar onze school.
16
2. Wij organiseren warme overdracht met het basisonderwijs (of de vorige school).
3. Het ontwikkelingsperspectief/handelingsplan sluit aan bij het
ontwikkelingsperspectief/handelingsplan van de basisschool (of de vorige school).
4. Wij koppelen in het eerste jaar terug aan de voorschoolse voorziening of de vorige
school.
5. Er is warme overdracht binnen onze school tussen de leerjaren.
6. Er is warme overdracht van onze school naar het MBO.
7. Wij organiseren warme overdracht bij de overgang naar een andere school.
8. Wij volgen onze leerlingen die de school hebben verlaten ten minste gedurende één jaar.
17
HOOFDSTUK 3 – DE EXTRA ONDERSTEUNING
“De beschikbaarheid van veel extra voorzieningen is mede afhankelijk van meerdere
geldstromen. In veel gevallen zal de extra ondersteuning cofinanciering behoeven. Indien
partijen uit het onderwijs of externe partners (zoals gemeenten of zorgverzekeraars) stoppen
met aanvullende budgetten bestaat de gerede kans dat er witte vlekken gaan ontstaan.
Het gaat derhalve in dit hoofdstuk om de huidige en geen structurele situatie.
Dit laat wederom zien dat de afstemming tussen onderwijs en externe partners (in het
bijzonder de gemeenten) voor het mogelijk maken van passend oplossingen voor leerlingen
in het onderwijs van cruciaal belang is.”
Deskundigheid voor extra ondersteuning (in de school) – IJssel-Vecht 23-05 VO
Het gaat hier om de deskundigheid die de school structureel zelf beschikbaar heeft voor
leerlingen en ouders. Deskundigheid van buiten volgt bij het volgende blok. De mate van
deskundigheid wordt bepaald door opleiding of ervaring of een combinatie (het is aan de
school de afweging zelf te maken).
Heeft uw school specifieke deskundigheid op het terrein van ondersteuning. Wat is de
kwaliteit en wat zijn de plannen?
Betekenis scores:
niet =
wij hebben deze deskundigheid niet
=
wij hebben deze deskundigheid maar functioneert nog niet naar tevredenheid
+
=
wij hebben deze deskundigheid en functioneert naar tevredenheid
++
=
wij hebben deze deskundigheid is ervaren en opgeleid, kwaliteit is geborgd
Plan =
wij zijn van plan in de komende 2 jaar deze deskundigheid te ontwikkelen.
niet +
++ Plan
Huiswerkbegeleider(s)
O
O
O
O
O
Time out begeleider
O
O
O
O
O
Verzuimcoördinator(en)
O
O
O
O
O
Deskundige(n) huiselijk geweld/AMK
O
O
O
O
O
Vertrouwenspersoon
O
O
O
O
O
Orthopedagogische deskundige(n)
O
O
O
O
O
GZ-psycholoog
O
O
O
O
O
(School)maatschappelijk werker(s)
O
O
O
O
O
Remedial teacher(s)
O
O
O
O
O
Motorische remedial teacher(s)
O
O
O
O
O
Speltherapeut(en), ergotherapeut(en), fysiotherapeut(en)
O
O
O
O
O
Creatief therapeut(en), spelbegeleider(s)
O
O
O
O
O
Logopediste(s)
O
O
O
O
O
Deskundige(n) dyslexie (dyslexiecoördinator)
O
O
O
O
O
Deskundige(n) dyscalculie (dyscalculiecoördinator)
O
O
O
O
O
Taal-/spraakspecialist(en)
O
O
O
O
O
Reken-/wiskunde specialist(en)
O
O
O
O
O
Deskundige(n) hoogbegaafdheid
O
O
O
O
O
Deskundige(n) NT2/taalonderwijs nieuwkomers
O
O
O
O
O
18
Deskundige(n) faalangstreductie
Deskundige(n) sociale vaardigheden (SOVA-training)
Deskundige(n) voor begeleiding van leerlingen met
motorische beperkingen
Deskundige(n) voor begeleiding van leerlingen met
verstandelijke beperkingen
Deskundige(n) opvoedings- en internaliserende
gedragsproblemen
Deskundige(n) opvoedings- en externaliserende
gedragsproblemen
Deskundige(n) begeleiding van leerlingen met auditieve
beperkingen
Deskundige(n) begeleiding van leerlingen met visuele
beperkingen
Deskundige(n) begeleiding ADHD-leerlingen
Deskundige(n) begeleiding van leerlingen met autisme (PDD,
PDD-NOS, Asperger, ASS).
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
Overig
Deskundigen die ontbreken kunt u hier invullen
Deskundigheid voor extra ondersteuning van buiten de school
Het gaat hier om de deskundigheid die de school van buiten de school beschikbaar heeft
voor leerlingen en ouders. De mate van deskundigheid wordt bepaald door opleiding of
ervaring of een combinatie (het is aan de school de afweging zelf te maken).
Heeft de school specifieke deskundigheid op het terrein van ondersteuning. Wat is de
kwaliteit en wat zijn de plannen?
Betekenis scores:
niet =
wij hebben deze deskundigheid niet
=
wij hebben deze deskundigheid maar functioneert nog niet naar tevredenheid
+
=
wij hebben deze deskundigheid en functioneert naar tevredenheid
++
=
wij hebben deze deskundigheid is ervaren en opgeleid, kwaliteit is geborgd
Plan =
wij zijn van plan in de komende 2 jaar deze deskundigheid te ontwikkelen.
niet +
++ Plan
Sociaal verpleegkundige(n)
O
O
O
O
O
GZ-psycholoog
O
O
O
O
O
Orthopedagogische deskundige(n)
O
O
O
O
O
(School)maatschappelijk werker(s)
O
O
O
O
O
Remedial teacher(s)
O
O
O
O
O
19
Motorische remedial teacher(s)
Speltherapeut(en), ergotherapeut(en), fysiotherapeut(en)
Logopediste(s)
Deskundige(n) faalangstreductie
Deskundige(n) sociale vaardigheden (SOVA-training)
Schoolpsycholoog
Jeugdpsychiater
Deskundige(n) jeugdzorg
Deskundige(n) welzijnsinstellingen/jeugd- en jongerenwerk
Deskundige(n) voor begeleiding van leerlingen met
motorische beperkingen
Deskundige(n) voor begeleiding van leerlingen met
verstandelijke beperkingen (-i-) Bijvoorbeeld ambulante
begeleiders cluster 3.
Deskundige(n) opvoedings- en gedragsproblemen (-i-)
Bijvoorbeeld ambulante begeleiders cluster 4.
Deskundige(n) begeleiding van leerlingen met auditieve
beperkingen (-i-) Bijvoorbeeld ambulante begeleiders cluster
2.
Deskundige(n) begeleiding van leerlingen visuele beperkingen
(-i-) Bijvoorbeeld ambulante begeleiders cluster 1.
Deskundige(n) begeleiding ADHD-leerlingen
Deskundige(n) begeleiding van leerlingen met autisme (PDD,
PDD-NOS, Asperger, ASS). Bijvoorbeeld ambulante
begeleiders cluster 3 en 4.
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
Overig
Deskundigen die ontbreken kunt u hier invullen
20
HOOFDSTUK 4 - LEESWIJZER STATUTEN
Bijgevoegd de concept-oprichtingsakte met daarin de statuten van het
samenwerkingsverband VO2305 (IJssel/Vecht).
De oprichtingsakte gaat uit van de vorming van een samenwerkingsverband
passend onderwijs door oprichting van een nieuwe rechtspersoon, een stichting. Een
andere optie is de bestaande Stichting Zorgstructuur VO IJssel/Vecht door middel
van integrale statutenwijziging om te zetten naar een stichting conform de wet
passend onderwijs. Voor de tekst van de Statuten maakt het niet uit.
In de statuten is het AB/DB model uitgewerkt. In dit model is het AB inhoudelijk
leidend en heeft het DB een beleidsvoorbereidende en uitvoerende taak. In het AB
zijn alle besturen van de aangesloten scholen vertegenwoordigd. Omdat in de regio
IJssel/Vecht meerdere rechtspersonen, die samen onderdeel uitmaken van een
onderwijsgroep, samen hetzelfde bestuurslid afvaardigen naar het SWV, is geregeld
dat ene bestuurslid dat meerdere rechtspersonen vertegenwoordigt meerdere
stemmen uitbrengen, namelijk één per aangesloten rechtspersoon. Het gaat op dit
moment concreet om de combinatie OWG De Landstede, Ichtus College en
Agnieten College/De Boog.
Desgewenst kan op één A-4tje de besturings en toezichtsfilosofie worden
beschreven. Dit kan een bijlage zijn bij de oprichtingsovereenkomst.
Voor de besluitvorming is vastgelegd dat zowel DB en AB streven naar
besluitvorming bij consensus. Ontbreekt consensus in het DB dan moet het DB terug
naar het AB.
Ontbreekt consensus in het AB, dan wordt er gestemd. Voor een rechtsgeldig besluit
is in de eerste plaats een quorum vereist van een aantal bestuursleden dat minimaal
2/3e van het aantal stemmen vertegenwoordigt (art. 9 lid 5). Dat komt bij 13 stemmen
neer op een quorum van minimaal dat aantal bestuursleden met minimaal 9
stemmen. Wordt er vervolgens gestemd, dan moet minimaal 2/3e deel van de
uitgebrachte geldige stemmen het voorstel ondersteunen en geldt als tweede
voorwaarde dat degenen die het voorstel steunen minimaal 60% van het aantal
leerlingen in het samenwerkingsverband vertegenwoordigen. Dat kan betekenen dat
indien voldoende bestuursleden aanwezig zijn die 9 stemmen vertegenwoordigen
(=quorum) minimaal 2/3e deel het voorstel ondersteunt (= minimaal 6 van de 9) die
samen minimaal 12.876 leerlingen vertegenwoordigen.
In zwaarwegende gevallen kunnen vraagtekens worden gezet bij het draagvlak als
slechts 6 van de 13 stemmen een besluit ondersteunen. Daarom is in de statuten
een bepaling opgenomen, dat in het geval een besluit wordt genomen terwijl niet alle
bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn (terwijl er wel een quorum is) en
minder dan 9 stemmen het besluit ondersteunen, het recht te geven aan degenen die
ter vergadering hebben tegengestemd, om het besluit ter vergadering te laten
opschorten en op de volgende vergadering, of via een schriftelijke procedure bij
21
spoedeisende besluiten, een herstemming te laten houden waar alle bestuursleden
nadrukkelijk voor worden uitgenodigd. Als na herstemming blijkt dat de vereiste
meerderheid van 2/3e van de geldig uitgebrachte stemmen die minimaal 60% van het
leerlingenaantal vertegenwoordigen het voorstel ondersteunt, is het opgeschorte
besluit rechtsgeldig genomen. Is de vereiste meerderheid bij herstemming niet
aanwezig, dan wordt het opgeschorte besluit geacht niet te zijn genomen en is het
voorstel afgewezen.
Voor een schorsingsbesluit conform artikel 4, lid 8 is een 3/4e meerderheid van het
aantal aangeslotenen (=schoolbesturen) vereist, wat betekent dat minimaal 10 van
de 13 schoolbesturen het schorsingsvoorstel moeten steunen. Vanwege de
ingrijpendheid van een schorsingsbesluit is voor een hogere drempel van 3/4 e van
het aantal aangesloten schoolbesturen gekozen.
Er is gebruik gemaakt van de modelstatuten voor Passend Onderwijs. Deze zijn voor
het SWV VO IJssel/Vecht toegesneden op de situatie van een plat georganiseerd
samenwerkingsverband, waar geen statutair directeur aanwezig is. Desgewenst kan
het SWV t.z.t. besluiten om een coördinator (al dan niet met de titel directeur) met
een groter of kleiner mandaat aan het SWV te verbinden. Verder zijn alle bepalingen
geschrapt die een herhaling zijn van wetsteksten. Dat maakt de statuten substantieel
korter en voorkomt dat bij wetswijzigingen ook de statuten moeten worden gewijzigd.
In afwijking van de modelstatuten is een onderscheid gemaakt tussen aangeslotenen
(besturen die verplicht zijn aangesloten) en deelnemers, die via opting-in willen
meedoen (VSO, cluster 3 en 4 met uitsluitend vestigingen buiten de regio). Tevens is
de statutaire optie om als verplicht aangeslotene de aansluiting te beëindigen
geschrapt evenals de optie van het SWV om aangeslotenen of deelnemers te
verwijderen. Alhoewel opzegging en verwijdering passen binnen het privaatrecht,
waar de stichting als rechtspersoon onder valt, kent de WVO en WEC een
aansluitings- en toelatingsplicht. Als stok achter de deur is de schorsingsoptie
ingevoegd. Instellingen van buiten de regio die via de opting in constructie in het
SWV deelnemen - die in statuten “deelnemers” worden genoemd – kunnen zelf
besluiten om de deelneming te beëindigen. Aangezien deelnemers geen
rijksbekostiging inbrengen of uitnemen is er bij in- of uittreden geen reden om af te
rekenen. De verwachting is dat EDU4 te Lelystad zich als opting-inner gaat
aanmelden.
Ingeval (nevenvestigingen van) instellingen die in de regio zijn gevestigd worden
opgeheven en daarmee de aansluiting van het SWV op grond van artikel 4, zesde lid
van de statuten eindigt, kan er wel reden zijn om af te rekenen. De opgeheven
(nevenvestiging van de) instelling heeft een aandeel in het (negatief) vermogen van
de stichting. Voor deze situatie is in artikel 4, zevende lid een overlegverplichting
22
opgenomen. Is er geen overeenstemming dan kan mediation of arbitrage worden
ingeroepen.
Artikel 15 en artikel 16 bevatten keuzes waar een uitspraak over moet worden
gedaan. De eerste keuze betreft de vraag of de PCL (artikel 14) met de
adviescommissie toelaatbaarheid (artikel 15) wordt gecombineerd. De bestuurlijke
werkgroep opteert voor het formeel onderscheiden van beide commissies en het in
organisatorische zin verbinden van beide commissies, bijvoorbeeld door een
personele unie. Dat laatste is een kwestie van verdere uitwerking.
De tweede keuze heeft betrekking op de bezwaaradviescommissie (artikel 16). Het
SWV kan kiezen voor aansluiting bij een landelijke commissie of zelf een dergelijke
commissie instellen. De werkgroep heeft geen duidelijke voorkeur voor een eigen
regionale of een landelijke commissie.
Bij de statuten hoort ook een oprichtingsovereenkomst waarin de schoolbesturen (al
dan niet op basis van hierin te maken constituerende afspraken) zich verklaren aan
te sluiten bij de stichting. Hierin kan eventueel de status aparte van schoolbesturen
worden geregeld. In dat geval wordt in artikel 20 van de statuten een bepaling
opgenomen waarin de afwijkingsmogelijkheid wordt vastgelegd. De
oprichtingsovereenkomst is nog niet bijgevoegd.
Voor wat de naamgeving betreft is de letterlijke aanduiding uit de Regeling van de
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 november 2012,
Staatscourant 4 december 2012, nr. 24914 gevolgd. Het samenwerkingsverband
heet : VO2305.
23
HOOFDSTUK 5 – COMMISSIE TOEWIJZING (CT)
In dit hoofdstuk treft de lezer het advies inzake de PCL aan.
NB
De adviezen zijn overgenomen door het DB en het AB en kunnen derhalve als
besluit worden gelezen.
T.a.v. advies 11 is in het DB vastgesteld dat een actief terugplaatsingsbeleid voor de
zittende leerlingen wellicht veel energie gaat kosten, maar weinig op zal leveren.
Het is beter te investeren in meer opvangmogelijkheden in het reguliere VO,
waardoor uitstoom wordt verminderd en de instroom in het VSO vanuit het primair
onderwijs en speciaal onderwijs zal afnemen.
Voorwoord
In najaar 2013 is - na het akkoord van het bestuur van het samenwerkingsverband 23-05 IJssel Vecht
(in het vervolg SWV) is de “pilot CT” opgestart.
In het concept-ondersteuningsplan van het SWV is de taak en functie nader toegelicht en is gekozen
voor in ieder geval 2 functies:
1. Beoordelen of een toelaatbaarheidsverklaring voor het VSO
cluster 3 en 4 kan worden afgegeven (de toewijzingsfunctie), en
2. Toewijzing naar een VO school indien een leerling niet toelaatbaar is
tot het VSO
In dit advies wordt aangeven hoe deze functies kunnen worden gerealiseerd en wordt een aantal
adviezen gegeven.
Dit advies kent de volgende paragrafen:
1.
2.
3.
4.
Aanleiding
De pilotbeschrijving
Schets van de werkzaamheden
Vervolgstappen
5 bijlagen: protocol, huishoudelijk reglement, checklist, ouder en leerling formulier en factsheet.
Zwolle,7 maart 2014
De leden van de pilot CT:
Marieke Jonker-Buiting
Jan Willem Wolke
Dick Idema
24
Ondersteuning van: Henk Keesenberg
1.
Aanleiding voor de pilot
Pilot commissie toewijzing (CT)
Inleiding
Vanaf 1 augustus 2014 zal een aantal leerlingstromen op een andere manier gaan lopen, het gaat om
de volgende stromen:
1. De instroom vanuit het basisonderwijs met een advies voor het VSO
2. idem, maar dan vanuit het speciaal basis onderwijs,
3. Idem, maar dan vanuit het SO cluster 1 t/m 4
4. Verhuisgevallen die niet al een verklaring van een ander SWV2 hebben en toelating tot het
VSO wensen
5. Herindicatie van alle zittende leerlingen in Cl. 3 en 4 in de jaren 2014/15 en 2015/16
6. Herindicatie van leerlingen van wie de verklaring afloopt.
7. Verwijzingen uit het VO naar het VSO
Voor deze leerlingstromen is vanaf 1-8-14 een verklaring van het SWV nodig, immers om toegelaten
te kunnen worden tot het VSO cluster 3 en 4 (dan wel verder verblijf in het VSO) heeft de leerling een
verklaring nodig van het SWV (WEC artikel 40 lid 12 en 13).
Het SWV moet de manier waarop de verklaring tot stand komt uiteenzetten in het
ondersteuningsplan (zie WVO artikel 17a, lid 7 onder b, c en d.). Hierbij gaat het om:
 De procedure en criteria voor de plaatsing van leerlingen op scholen voor VSO
 Het aangeven van de geldigheidsduur3 en de bekostigingscategorie4.
Tevens verplicht de wet dat er deskundigen zijn die – minimaal – adviseren over de toelaatbaarheid
tot het VSO (WVO artikel 17a lid 12).
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn er 4 commissies die betrokken zijn bij de toelaatbaarheid tot het VSO,
waarvan de laatste 2 in ieder geval ook formeel:
1. De PCL: deze moet betrokken zijn bij het aangeven van het criterium ontoereikende zorg én
de PCL kan een school adviseren over verwijzing naar het VSO;
2. De RVC – indien deze commissie geen toelaatbaarheidsverklaring afgeeft voor LWOO of PrO
kan de RVC het advies VSO geven;
3. De CvI van cluster 3, en
4. De CvI van cluster 4.
2
SWV staat voor een nieuw SWV passend onderwijs.
De geldigheidsduur is minimaal 1 schooljaar en het SWV moet beleid formuleren over
terugplaatsing.
4
Er zijn drie categorieën: huidige zml, LZ en cl.4 (cat. 1), LG (cat. 2) en MG (cat.3) (globale bedragen
€ 9.000,- € 16.000,- en € 20.000,-)
3
25
Landelijk zijn er voor de laatste 3 commissies criteria vastgesteld.
De RVC is een commissie die los van de scholen opereert.
De CvI’s zijn gekoppeld aan de REC’s.
De beschikking van de CvI dient aangevraagd te worden door de ouders en het REC heeft een
ondersteuningsplicht.
De beschikking kent 2 mogelijkheden:
a. Toelaatbaarheid tot cluster 3 of 4 (afhankelijk van welke CvI), of
b. De mogelijkheid tot het aanvragen van LGF
Toekomstige situatie
Vanaf 1-8-2014 zijn de CvI’s opgeheven en moet het SWV een verklaring afgeven. De verklaring geldt
alleen voor de toelaatbaarheid tot cluster 3 en 4.
Niet meer de ouders, maar het bevoegd gezag (lees de school) moet een verklaring aanvragen.
De LGF systematiek is van rechtswege gestopt. Dit betekent o.a. dat alle aanspraken op Rugzakken
per 1-8-2014 zijn beëindigd, overigens zullen de Rugzak leerlingen vast nog extra ondersteuning
behoeven.
NB
In het regeerakkoord is aangegeven dat LWOO en PrO onder de bekostigingssystematiek van het
SWV gaan vallen (inclusief een taakstelling van 50 M). Dit zal betekenen dat het SWV per 1 augustus
2015 ook een verklaring voor LWOO of PrO zal moeten afgeven. In een brief van 22 augustus 2013
nogmaals bevestigd aan de Tweede Kamer.
Welke systematiek?
In het dagelijks bestuur is stilgestaan bij de opdracht van de werkgroep inhoud, nl. het adviseren over
een systematiek van toewijzen.
Grofweg kan gesteld worden dat er 2 hoofdsystemen zijn
a. De school beziet zelf vanuit de eigen ondersteuningsstructuur welk arrangement een leerling
nodig heeft en vraagt het SWV alleen bij een verwijzing naar het VSO om een verklaring
(stempelfunctie), en
b. Voor alle vormen van extra ondersteuning wordt het SWV om advies (inclusief toekenning
van middelen) gevraagd.
Van deze laatste vorm zal het SWV geen gebruik maken. Het schoolbestuur is daar zelf
verantwoordelijk voor.
NB
Er zal voor de leerlingstromen 1 t/m 6 (zie inleiding) sowieso een commissie nodig zijn die een
inhoudelijke toetsing pleegt, deze leerlingen zitten immers niet op het VO.
Pilot
Er is in den lande een aantal methodieken ontwikkeld die het arrangeren mogelijk maken. In een
eerdere pilot van de PCL-VO heeft men kennis genomen van diverse methodieken.
Er is besloten door het bestuur om een pilot in te stellen die aan de hand van een aantal dossiers5 (5
dossiers voor( herindicatie) LGF en 5 voor plaatsing VSO) de te kiezen methodiek toetst.
5
Eventueel – na akkoord van het DB - uit te breiden naar 10 indien de pilotcommissie dit nodig acht.
26
Bemensing pilot CT: deskundigheid uit VO en VSO (in ieder geval een gedragsdeskundige), een
onafhankelijk voorzitter, een ambtelijk secretaris (intaker)
Doel: advisering over een te hanteren instrument en werkwijze
Planning: oplevering van het advies aan de werkgroep inhoud per begin februari 2014.
Opdracht
De pilotgroep werkt aan 3 opdrachten:
1. Advies over een instrument
De pilot ACT bestudeert de verschillende instrumenten die er zijn om tot handelingsgerichte
diagnostisering te komen en geeft advies over welk instrument kan voldoen in ons SWV, wellicht
komt de werkgroep met een bewerking of eigen instrument.
Het te ontwikkelen instrument dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:
1. Het moet leiden tot een handelingsgerichte aanpak
2. Er dient sprake te zijn van een vertaling naar een digitaal te hanteren instrument
3. Het moet voor scholen gebruikersvriendelijk zijn
4. Er dient rekening te worden gehouden met de verschillende stadia die in- en boven-schools
zijn te onderscheiden,
denk aan:
 stadium in de school – docent(en), mentor, zorg coördinator en een eventueel intern
ondersteuningsteam;
 stadium hulp naar de school - hierbij kan gedacht worden aan vormen van begeleiding,
coaching en/of multidisciplinaire (integrale) aanpakken met deskundigheid van externen
(ZAT);
 stadium van arrangementen buiten de school – hierbij kan gedacht worden aan
(gedeeltelijke of tijdelijke) plaatsing op een tussenvoorziening of VSO.
5. Het concept-instrument moet worden voorgelegd aan potentiele gebruikers in het VO/VSO
en aan het basisonderwijs, speciaal basis onderwijs en speciaal onderwijs.
2. Advies over de procedurele aspecten
Van de werkgroep wordt eveneens verwacht dat men een procedure “aanvraag verklaring VSO”
schetst, denk aan aanmelding, dossiervorming, snelheid in handelen, aanwezige deskundigheid,
protocollen.
Tevens hoort hierbij een advies over de structuur vanaf 1-8-2014, zoals de definitieve inrichting en
bemensing van de CT.
3. Advies over terugplaatsing
Aan de hand van de 10 dossiers dient de pilotgroep aan te geven of leerlingen het onderwijs (verder)
kunnen (ver)volgen in het VO en zo ja welke aanpassingen dan gewenst c.q. noodzakelijk zijn.
Indien het gaat om een het VSO beoordelen of er sprake kan zijn van terugplaatsing en zo ja wat er
dan in het VO aan extra ondersteuning nodig is (en zo nee waarom dat niet mogelijk is).
27
Het kan zijn dat het om een individuele aanpassing gaat, maar het is zeker de bedoeling dat de
pilotgroep ook structurele, organisatorische aanpassingen in het VO benoemt.
3. Schets van de werkzaamheden
Vlak voor het kerstreces van 2013/2014 is de pilot gestart.
De pilotgroep bestond uit 2 leden uit het VO: de heren Jan Willem Wolke en Dick Idema en vanuit
cluster 4 Marieke Jonker-Buiting (orthopedagoog).
Aan de hand van dossiers is gewerkt aan het opstellen van een protocol (BIJLAGE 1) en een checklist
om tot de beoordeling te komen
(BIJLAGE 3).
ADVIES 1:
De pilotgroep stelt het bestuur voor te gaan werken met het protocol en de checklist, zoals
geformuleerd in BIJLAGE 1 en 3.
Naast het protocol en de checklist is ook een huishoudelijk reglement en privacy reglement
opgesteld (BIJLAGE 2).
NB
Voor aanmeldingen uit het (speciaal) basisonderwijs en het speciaal onderwijs kan gewerkt worden
met het zgn. groeidocument SWV2305PO en indien noodzakelijk om tot een verantwoord advies te
komen, enige aanvullende informatie, zoals bijvoorbeeld een IQ gegeven.
Uiteraard is over het protocol informatie nodig voor de toekomstige gebruikers.
ADVIES 2:
de pilotgroep adviseert over het protocol een aantal informatiesessies te beleggen met betrokkenen
uit het VO en VSO en uiteraard met betrokkenen uit het PO en SO6.
Bij het laatste tevens afstemming organiseren met de 10-14 aanpak7.
NB
Bij de 10-14 aanpak kan de pilot CT zich goed voorstellen dat met name in de gesprekken in groep
8/eindgroep SBO/SO de CT om advies wordt gevraagd, dan wel een aanvraag voor een TLV
(Toelaatbaarheids Verklaring) wordt gedaan. Dit vindt dan overigens altijd plaats door een VO of VSO
school. Het is voor het PO niet mogelijk zelf bij de CT aan te melden. Het is immers het VO/VSO
bestuur dat zorgplichtig is.
6
7
In het vervolg bedoelen we met PO zowel het SBO, het Bao als het SO.
De 10-14 aanpak is beschreven in het Bronnenboek bij het ondersteuningsplan.
28
Vanuit het 10-14 overleg komt wellicht een advies om een leerling in het VSO te plaatsen en zal een
VO of VSO school een TLV aanvragen. Het is de CT die hier eigenstandig over beslist, er is dus zeker
niet sprake van een bindend advies vanuit het 10-14 overleg. Uiteraard is het wel een zwaarwegend
advies.
PO (10-14)
adviseert
ouders om aan
te melden bij
een VO of VSO
school
voor toelating
tot het VSO
meldt de VO of
VSO school aan
bij de CT
1. CT geeft TLV
voor VSO toelating in VSO
of 2. CT geeft
geen TLV:
ouders melden
kind aan bij VO
school.
Uiteraard zal de nieuwe systematiek moeten worden gecommuniceerd met de scholen in zowel
primair als voortzet als (voortgezet) speciaal onderwijs (zie advies 2). Maar zeker ook met instanties
als jeugdzorg, consultatiebureaus, huisartsen, revalidatiecentrum e.d.
Verder wordt aanbevolen minimaal 1x per jaar af te stemmen met diverse netwerken zoals: zorg
coördinatoren, ortho’ s, leden ZAT, voorzitters 10-14 commissies, mensen van jeugdzorg, leden
commissies van begeleiding e.d.
ADVIES 3:
De pilotgroep adviseert een factsheet op te stellen over de CT met daarin de functie en de werkwijze
en deze te verspreiden onder relevante partijen (zie in BIJLAGE 5 een mogelijke opzet).
werkwijze
ADVIES 4:
De leden van de pilot CT adviseren het bestuur de volgende werkwijze vast te stellen:
Indien een school een toelaatbaarheidsverklaring wenst, levert de school het protocol en de
bijbehorende dossiers in.
De school verzoekt de ouders het CT formulier ouders en het formulier leerling in te vullen.8
De ambtelijk secretaris van de CT checkt het dossier en neemt bij onvolledigheid contact op met de
school
Er vindt dossierstudie door de leden plaats. Eventueel kunnen de leden externe deskundigen (denk
bijvoorbeeld aan een revalidatiearts of schoolmaatschappelijk werk) raadplegen. Er kan eventueel
een gesprek door CT-leden plaatsvinden met de indienende school en/of ouders/leerling.
8
Zie bijlage 4
29
Er vindt een CT bijeenkomst (1x per 4 weken, in periode voorjaar 1x per 2 weken) plaats.
In de CT bijeenkomst wordt gewerkt met een beslis-checklist (zie BIJLAGE 3).
Deze checklist wordt geprojecteerd op een digibord en de CT vult de beslis-checklist in en komt tot
een beargumenteerde conclusie.
De ambtelijk secretaris zendt de beslissing aan de school en een kopie aan ouders . De registratie van
beslissing vindt plaats door de ambtelijk secretaris. Het dossier dient tot 3 jaar na afloop van de
advisering of de beslissing over de toelaatbaarheid te worden bewaard (WVO artikel 17a lid 14).
Indien er digitaal wordt gearchiveerd dient dit plaats te vinden op een stand alone PC.
De pilotgroep gaat hierbij uit van een omlooptijd van 4 weken (gerekend vanaf de datum van
aanmelding). 9
Aanvragen die na 1 juni worden gedaan, worden na het zomerreces, doch uiterlijk 1 week voor de
aanvang van de cursus, van een advies voorzien.
Per kwartaal wordt een rapportage aan het dagelijks bestuur van het SWV verzonden.
NB zie ook het huishoudelijk reglement (BIJLAGE 2).
ADVIES 5:
De pilotgroep adviseert de CT te laten bestaan uit de volgende deskundigheden, waarvan de 1e drie
lid zijn van de CT:



Orthopedagoog of psycholoog uit VSO (met brede oriëntatie)
Idem uit uit vmbo/havo/vwo
Een onafhankelijk voorzitter (wellicht samen met het primair onderwijs).

Ambtelijk secretaris (administratief geschoold en ervaren, kennis van check op dossiers,
ervaren met PC)

De mogelijkheid deskundigen op te roepen, bijvoorbeeld een jeugdarts of algemeen
maatschappelijk werk.
Motivatie:
Bij het werken met het protocol is de ervaring dat er vaak sprake is van leerlingen die in het grijze
gebied zitten tussen VO en VSO. Het is bij het bespreken van het dossier van belang dat er zowel
kennis is van het regulier VO als van het VSO.
Ook merkte de pilotgroep op dat er leerlingen zijn in het grijze gebied tussen ZMLK en het
praktijkonderwijs.
In dit soort gevallen zal de CT een beroep moeten kunnen doen op specifieke deskundigheid,
bijvoorbeeld een lid van de commissie van begeleiding van het ZMLK en een zorg coördinator uit het
PrO.
In verband met eventuele bezwaar en beroepsprocedures is het aan te bevelen met een
onafhankelijk voorzitter te werken.
Vervangingspool.
Indien er sprake is van een dermate grote hoeveelheid aanvragen die zou leiden tot vertragingen
moet er een invalpool zijn.
9
De periode van 4 weken kan eenmalig (gemotiveerd) met 2 weken worden verlengd.
30
Zeker als per 1-8-15 ook adviezen voor LWOO en PrO moeten worden gegeven!
ADVIES 6:
Om vertragingen te voorkomen adviseert de pilot CT te gaan werken met een vervangingspool. De
leden hiervan dienen vergelijkbare deskundigheden te bezitten als de CT leden.
Kennis van het veld.
Om tot toewijzing en advisering te kunnen komen is er een degelijke kennis nodig van het VO en VSO
veld in onze regio.
ADVIES 7:
In verband met de adviseringsfunctie bij het niet afgeven van een TLV is het advies snel te komen tot
een gedegen kennis van de diverse vormen van extra ondersteuning die of al aanwezig zijn dan wel in
de komende jaren worden ontwikkeld.10
Om tot een gedegen kennis van het veld te komen zal de CT werken met een sluitend netwerk van
contactpersonen in de scholen, zodat snel kennis over een bepaalde school (en de vormen van extra
ondersteuning in die school) kan worden verkregen.
ADVIES 8
De pilot CT adviseert een netwerk van deskundigen uit de scholen in stand te houden, zodat de CT
zich inhoudelijk kan laten adviseren.
Indien de CT een advies geeft wordt in de procedure opgenomen dat de school na minimaal één jaar
het OPP (ontwikkelingsperspectief) opstuurt naar de CT. Dit is niet vanuit een controlerende
opvatting, maar vanuit een gezamenlijke betrokkenheid op een positieve onderwijsloopbaan van de
betreffende leerling. Indien er sprake is van een mogelijke mis match zal de CT een gesprek hebben
met de school.
De uitkomst van deze acties zullen worden opgenomen in de kwartaalrapportage.
ADVIES 9:
De pilot CT adviseert dat er in het SWV een standaard wordt gehanteerd, waarbij de evaluatie van
het OPP (bij een leerling die aangemeld is geweest) - na minimaal 1 jaar - aan de CT wordt
verzonden.
Als het gaat om enkele logistieke kwesties willen we graag het volgende adviseren:
ADVIES 10:
De pilotgroep adviseert het bestuur zorg te dragen voor enkele logistieke voorzieningen: link op de
website van SWV, email en postadres, telefoon, dossierruimte, werkplek voor de ambtelijk secretaris,
vergaderruimte.
Verlenging toelaatbaarheidsverklaring (TLV)
de wetgever geeft aan dat er voor de zittende VSO leerlingen sprake is van een herindicatie (=
verlenging van de toelaatbaarheidsverklaring):
De verlenging TLV van leerlingen die nu (v)so onderwijs volgen, is geregeld in de overgangsartikelen
van de wet passend onderwijs. Intentie van deze overgangsartikelen is om het
10
De CT heeft kennis genomen van de inventarisatie passend onderwijs (de nul meting basis en extra
ondersteuning).
31
samenwerkingsverband voldoende tijd te geven zich voor te bereiden op de nieuwe wettelijke
verplichtingen. De huidige indicatie van een zittende leerling in het (v)so wordt omgezet naar één
van de normbedragen die in een ministeriële regeling worden vastgesteld. Deze omgezette indicatie
blijft van toepassing totdat deze leerling opnieuw, volgens de nieuwe systematiek, door het
samenwerkingsverband wordt beoordeeld op toelaatbaarheid tot het (v)so; zie artikel XII, lid 3. In de
toelichting bij dat artikel staat dat “Samenwerkingsverbanden hebben tijd nodig om te bezien op
welke manier de leerlingen die onder hun verantwoordelijkheid vallen en die in de ‘oude
systematiek’ geïndiceerd zijn passen binnen hun nieuwe systematiek van toewijzing van extra
ondersteuning”.
Die beoordeling van wel/niet toelaatbaar tot het (v)so volgens de nieuwe systematiek van het
samenwerkingsverband, ofwel een verlenging TLV, hoeft niet direct na de invoering van passend
onderwijs plaats te vinden. Het samenwerkingsverband heeft daarvoor twee jaar de tijd (artikel XVII,
lid 1d). In de toelichting bij dit artikel staat: “dat samenwerkingsverbanden in het eerste zorgplan een
regeling dienen te treffen voor de terugplaatsing of overplaatsing naar het regulier onderwijs, dan
wel voortgezet verblijf in het (voortgezet) speciaal onderwijs, van de leerlingen die voor de invoering
van passend onderwijs zijn ingestroomd in het (v)so. In een periode van twee jaar wordt bepaald of
de leerlingen nog langer zijn aangewezen op het (v)so of dat zij terug- of overgeplaatst kunnen
worden naar het reguliere onderwijs. In deze periode mag de leerling ingeschreven blijven bij het
(v)so. De beoordeling van de zittende (v)so-leerlingen vindt plaats door het samenwerkingsverband
waarin zij wonen”.
Hieruit zou kunnen worden geconcludeerd, dat indien een SWV een negatieve TLV afgeeft de leerling
het VSO onderwijs zou moeten verlaten. Dit kan echter alleen met instemming van de ouders van de
leerling, omdat de wetgever met deze regeling de verwachting heeft gewekt dat de “oude’ indicatie
nog maximaal 2 jaar geldig is.
ADVIES 11:
Wij adviseren het bestuur samen met het VSO een traject “actief terugplaatsen’ te starten om te
bezien met welke leerlingen een traject van bijvoorbeeld symbiose en vervolgens terugplaatsing kan
worden gestart.
Indien er voor nieuwe gevallen een tijdelijke TLV wordt gegeven zal de CT tevens aangeven welk
traject kan worden gelopen om tot een succesvolle terugplaatsing te kunnen komen.
Verantwoording
Zoals aangegeven in het huishoudelijk reglement zal de CT werken met kwartaalrapportages.
In deze rapportages moet in ieder geval zijn opgenomen:
Logistieke gegevens
Aantal en type aanvragen
Scholen die aanvragen hebben ingediend
Aantal adviezen
Aantal TLV’s
Aantal klachten
Aantal bezwaren
32
Aantal CT vergaderingen
Gesprekken met scholen over TLV of advisering bij een negatieve TLV.
inhoudelijke gegevens
aanbevelingen aan het SWV inzake de ondersteuningsstructuur in het algemeen en per school in het
bijzonder
overwegingen bij het afgeven van negatieve TLV’s
idem bij positieve TLV’s
ADVIES 12:
De CT adviseert het bestuur een format kwartaalrapportage op te stellen.
De CT rapporteert rechtstreeks aan het DB van het SWV. De leden van de CT worden benoemd door
het DB en zijn verantwoording schuldig aan het DB.
dagelijks bestuur
4.
commissie
toewijzing
Vervolgstappen
De leden van de pilot stellen voor dat na de vaststelling van het advies (uiterlijk per maart 2014) er
een doorstart wordt gemaakt met een CT i.o. en dat alle scholen voor PO en VO/VSO hier over
worden geïnformeerd.
Aan de hand van meer dossiers kan de werkwijze verder worden verbeterd en versterkt. Tevens
kunnen de leden van de CL i.o. aandacht schenken aan de communicatie binnen het eigen SWV en
aan de afstemming met het SWV PO.
Formeel blijven de CvI’s tot 1 augustus 2014 verantwoordelijk voor het afgeven van beschikkingen
cluster 3 en 4 (de beschikking geeft of recht op LGF of recht op plaatsing in het VSO). Zoals reeds
eerder aangegeven loopt de beschikking voor het deel VSO plaatsing nog maximaal 2 jaar door, LGF
is per 1 augustus 2014 volledig afgeschaft.
Indien het bestuur instemt met deze vervolgstap adviseren wij u:
ADVIES 13:
In de CT i.o. gaan werken conform de adviezen die in dit advies zijn opgenomen.
Dit betekent voor de begroting dat er in de periode april – juni voor 3 mensen voor 1 dag per week11
ruimte op de begroting moet worden gevonden.
3 x 10 weken = 30 dagen x 8 uur = 240 uur x € 60,- = € 14.400,11
Er wordt vooralsnog met 1 dag per week gerekend. Verantwoording: ca. 300 dossiers per jaar (200
voor aanvragen VSO en 100 voor advies aanvraag – gebaseerd op de huidige VSO en LGF
aantallen). 3 uur per dossier is 6 x 3 = 18 uur x 300 dossiers = 5.400 uur gedeeld door 150 dagen = 6
uur per dag.
33
Voor de ambtelijk secretaris zal een extra dag berekend moeten worden, deze heeft een lager
uurtarief.
20 dagen x 8 uur = 160 uur x € 40,- = € 6.400,TOTAAL: € 20.800,Voorde meer jarenbegroting geldt dan:
3 x 40 weken= 120 dagen x 8 uur= 960 uur x € 60,- = € 57.600,Voor de ambtelijk secretaris
80 dagen x 8 uur = 640 uur x € 40,- = € 25.600,TOTAAL: € 83.200,Het is aan te bevelen naast deze post ook een voorziening op te nemen in de meer jarenbegroting
voor leden van de vervangingspool.
Bijvoorbeeld 2 maanden 2 extra leden 16 x € 60,- = € 960,- + 2 extra dagen voor de ambtelijk
secretaris = 16 x € 40,- = € 640,NB
Er wordt een wetsvoorstel ingediend waarin de functie van de RVC komt te vervallen. Het SWV zal
dan zelf voor LWOO en PrO moeten indiceren.
Op het moment dat het wetsvoorstel is aanvaard in beide Kamers zal dit advies moeten worden
uitgebreid met een passage over de indicering van LWOO en PrO.
De commissie zal dan – in ieder geval in de periode februari t/m mei – stevig moeten worden
uitgebreid.
Op 1-10-2013 zaten er 2.642 leerlingen in LWOO en PrO. Bij een verblijfsduur van 4 jaar gaat het dan
jaarlijks om ca. 660 leerlingen voor wie een LWOO of PrO beschikking zal worden aangevraagd.
Dit vereist een flexibele schil van een x aantal mensen die in die betreffende periode beschikbaar
moeten zijn. Dat vereist eveneens bij de scholen een flexibele roostermethodiek voor deze mensen!
Adviescommissie
De wetgever geeft in artikel 17a lid 13 aan dat ieder SWV een adviescommissie in moet stellen voor
die gevallen waarin belanghebbenden (zoals schoolbesturen en ouders) bezwaar maken tegen de
toelaatbaarheidsverklaring van de CT.
Advies 14:
We bevelen aan aan te sluiten bij de landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheid sbo/(v)so
van de Stichting Onderwijsgeschillen.
34
BIJLAGE 1
Protocol CT
Samenwerkingsverband IJssel Vecht
ZIE VOOR DE VOLLEDIGHEID HET DIGITALE PROTOCOL
ACTL nummer (jjjj-mm-dd-xxx)
Aanvraag voor:


Aanvraag verlenging toelaatbaarheidsverklaring VSO
Aanvraag toelaatbaarheidsverklaring VSO
Persoonsgegevens leerling
Achternaam:
Voornamen:
Roepnaam:
Geslacht:
Geboortedatum:
Indien afkomstig uit het buitenland, hoe lang is de leerling woonachtig in Nederland:
Welke taal wordt thuis gesproken:
Gegevens ouder(s)/verzorger(s)
Ouder 1/wettelijk
Ouder 2/ verzorger 212
vertegenwoordiger
Naam
Straat en huisnummer
postcode
Woonplaats
12
Indien van toepassing (de informatie is nodig i.v.m. het informeren over de besluitvorming van de
CT)
35
Telefoonnummer (vast)
Telefoonnummer – mobiel
Email adres
Ouderlijke macht ja/nee
Gegevens aanvragende school
Naam school:
Locatie:
Straat en huisnummer:
Postcode:
Woonplaats:
Brinnummer:
Soort onderwijs:
(cq schoolsoort in het VSO)
Leerjaar:
Gegevens contactpersoon school
Naam contactpersoon:
Telefoonnummer - vast:
Telefoonnummer – mobiel:
Email adres:
Werkdagen:
Informatie over voormalige beschikking
Heeft de leerling voor 01-08-2014 een positieve beschikking gekregen?
Zo ja plaatsing in (V)SO of LGF:
Cluster I/II/III/IV:
schoolsoort:
de volgende gegevens dienen te worden meegestuurd:
Indien een leerling uit het PO/SO/SBO komt van het SWV 23-05 PO kan – uitzonderingen daargelaten
- worden volstaan met het zgn. groeidossier 23-05 PO
A. Onderwijsbehoeften
36
De leerling
Risico’s en belemmerende
factoren
Stimulerende en
compenserende factoren
Ondersteuningsbehoeftev
an school
Vermeld bij alle feiten en gegevens de datum en de bron zo: maand/jaar [bron]. Voorbeeld: 12/10 [orth DC]: ... Of: 05/08 [ouders]: ...
Didactisch
Cognitief
Werkhouding
Sociaal-emotioneel
Lichamelijk
Creatief
Zie voor de volledigheid het digitale protocol
B. Ouders13
Meesturen:
Gespreksverslag van gesprek met ouders/verzorgers m.b.t. de aanmelding bij de CT. Aandacht voor
de volgende punten in het gesprek en verslag. Hierbij wordt een inhoudelijk argumentatie verwacht





Onderwijsleersituatie
Vorm van extra ondersteuning
Plaatsing in VSO wenselijk?
Regulier onderwijs niet mogelijk?
Ouderformulier
C. Cognitief functioneren
Meesturen:





Huidige schoolresultaten. LOVS/rapporten/cito-vas van afgelopen 2 jaar
Intelligentieprofiel (max. 2 jaar oud)
Handelingsplan/ontwikkelingsperspectief
Evaluatie handelingsplannen/ontwikkelingsperspectief
Evt. diagnostiek omtrent leerproblematiek (indien aanwezig), bijvoorbeeld
dyslexieonderzoek
D. Sociaal emotioneel functioneren
Meesturen:


Gescoorde SEV
Evt. diagnostiek omtrent gedrags- sociaal emotionele problematiek (indien aanwezig)
E. Verzuim
13
De CT is bevoegd conform artikel 17a lid 14 van de Wet op het Voortgezet Onderwijs ook zonder
toestemming van de ouders gegevens van hun kind op te vragen
37
Meesturen indien van toepassing:

Verzuimoverzicht met reden van verzuim van afgelopen 2 jaar
F. Medische bijzonderheden
Meesturen indien van toepassing:

Informatie welke van invloed is op het functioneren van de leerling. Denk bijvoorbeeld aan
visuele beperking, lichamelijke beperking en/of syndroom van Down.
G. Externe partners
Meesturen indien van toepassing:



Rapportage GGD/JGZ
Rapportage maatschappelijk werk
Overige relevante informatie
H. Overige relevante infomatie
Ondertekening:14
Datum :
Plaats:
Contactpersoon school:
___________________
Directie school:
________________________
(in ieder geval de gedragswetenschapper van de school)
Voor gezien:
Ouder 1/wettelijk vertegenwoordiger:
______________________
voor gezien15:
Ouder 2/voogd:
______________________
14
De ondertekening kan via een print en of een scan.
Aangezien ouders niet akkoord hoeven te gaan met een verzoek aan de CT is “voor gezien’
opgenomen i.p.v. instemming.
15
38
Oordeelsvorming CT
Kopie naar school
Kopie naar ouders/verzorgers
Bijlage 2
Huishoudelijk reglement van de Commissie Toewijzing (CT) van het samenwerkingsverband
Stichting SWV VO IJssel Vecht
Huishoudelijk reglement
Inhoudsopgave
Artikel 1
Preambule
blz. 2
Artikel 2
Begripsbepalingen
blz. 3
Artikel 3
De CT
blz. 4
Artikel 4
Samenstelling en taakverdeling
blz. 4
Artikel 5
Benoeming leden en medewerkers
blz. 5
Artikel 6
Besluitvorming
blz. 5
Artikel 7
Huisvesting en inrichting
blz. 5
Artikel 8
Vergaderen
blz. 6
Artikel 9
Bezwaar en beroep
blz. 6
Artikel 10 Verplichtingen
blz. 6
Artikel 11 Omgaan met persoonsgegevens
blz. 7
Artikel 12 Klachtenregeling
blz. 7
39
Artikel 13 Kwaliteitsparagraaf
blz. 7
Toelichting bij het Huishoudelijk reglement
I
Met betrekking tot het uitvoeren van de werkzaamheden
blz. 8
II
Met betrekking tot de behandeling van de dossiers
blz. 9
III
Met betrekking tot de onderscheiden taken
blz. 9
III
Met betrekking tot het vergaderen
blz. 10
IV
Communicatie met samenwerkingsverbanden en scholen
blz. 11
V
Met betrekking tot de verplichtingen
blz. 11
VI
Met betrekking tot de klachtenregeling
blz. 12
VII
Met betrekking tot de kwaliteitsstandaard.
blz. 14
Artikel 1
Preambule
Dit Huishoudelijk Reglement bepaalt de werkverhoudingen en afspraken binnen de Commissie
Toewijzing (in het vervolg CT) Voortgezet Onderwijs regio 25-03 IJssel Vecht. In dit huishoudelijk
reglement wordt vastgelegd op welke wijze de CTL uitvoering geeft aan haar wettelijke taken:
Het afgeven van een beschikking over de toelaatbaarheid van een leerling tot voortgezet
speciaal onderwijs cluster 3 en 4 en vanaf 1 augustus 2015 tot het leerwegondersteunend
onderwijs of het praktijkonderwijs.
Het uitbrengen van een advies over de (verdere) begeleiding van een leerling bij een negatieve
TLV.
Het beheer van de CT en de verslaglegging van de werkzaamheden en de besteding van de
middelen.
Het Huishoudelijk Reglement bevat afspraken die de medewerkers van de CT onderling hebben
gemaakt ten behoeve van de uitvoering van hun werkzaamheden. Daaronder vallen ook de
afspraken inzake het secretariaat en de administratie, waarbij inbegrepen de afspraken over de
diverse taken. De afspraken die gemaakt zijn met de leden en medewerkers ten behoeve van het
beschikbaar zijn voor de werkzaamheden van de CT zijn vastgelegd in afzonderlijke overeenkomsten
en in het ondersteuningsplan.
De door de CT gemaakte afspraken in het Huishoudelijk Reglement zijn een uitwerking van de
voorschriften inzake de WVO artikel 17a en artikel 40 WEC. De bepalingen van dit Huishoudelijk
40
Reglement gelden niet zover zij in strijd mochten zijn met genoemde voorschriften en de Algemene
Wet Bestuursrecht (AWB) en de uitvoeringsbeschikkingen van de bedoelde wettelijke voorschriften
in de WVO en de WEC
In de toelichting op de diverse artikelen wordt een nadere uitwerking gegeven van de vastgelegde
afspraken.
Het Huishoudelijk Reglement is alleen bestemd voor intern gebruik door de CT. Desgewenst is het
wel beschikbaar ter informatie voor derden.
Het Huishoudelijk Reglement is door de CT op ……….. 2014 vastgesteld.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
In dit Huishoudelijk Reglement wordt verstaan onder:
A
B
Commissie Toewijzing “de
De CT zoals omschreven in het ondersteuningsplan van
commissie”
het samenwerkingsverband VO 23-05
marap
De management rapportage die per kwartaal wordt
opgesteld
C
Het bestuur
Het bestuur van het samenwerkingsverband Stichting
SWV VO-IJssel Vecht, statutair gevestigd te Zwolle
D
Lid/leden
Het lid, respectievelijk de leden van de commissie
E
Voorzitter
De onafhankelijke voorzitter van de commissie, zoals
benoemd door het bestuur
F
ambtelijk secretaris
De ambtelijk secretaris die op voordracht van de
commissie is aangewezen als coördinator van het
secretariaat
G
jaarverslag
Het jaarlijks op te stellen verslag van de
werkzaamheden van de commissie
41
H
Secretariaat
Het door de commissie ingestelde administratief orgaan
dat voor alle administratieve handelingen betreffende
de commissie zorg draagt.
I
Regio
De door de minister per AMvB vastgestelde regio,
regeling van 25 november 2012, nr. WJZ/450366
(10285),
J
AWB
De Algemene Wet Bestuursrecht
K
WBP
De Wet Bescherming Persoonsgegevens
L
Jaarrekening
De jaarrekening van de CT
M
LWOO
Leerwegondersteunend onderwijs zoals bedoeld in
artikel 10e van de WVO
N
Praktijkonderwijs
Praktijkonderwijs zoals bedoeld in artikel 10f van de WVO
O
CT medewerkers
Alle leden en andere medewerkers.
P
web applicatie
De systematiek conform het groeidocument 23-05VO
Artikel 3
De CT
De CT is ingesteld door het bestuur van het samenwerkingsverband 23-05 IJssel Vecht. Statutair
gevestigd te Zwolle.
Artikel 4
Samenstelling en taakverdeling
De CT bestaat uit 3 leden (2 leden en de voorzitter).
De voorzitter heeft naast de taak als lid een taak m.b.t. het voorbereiden en het voorzitten van de
vergaderingen en de eindverantwoordelijkheid met betrekking tot het beheer van het CT budget.
De leden hebben als algemene taak het kennisnemen van de aanmeldingsdossiers, het nemen van
besluiten over de aanvragen.
Naast de commissieleden is er een ambtelijk secretaris. De taak van de ambtelijk secretaris is het
voorbereiden van de aanvragen voor de vergadering middels het maken van een pre besluit,
42
waarmee de commissieleden geïnformeerd worden bij de uitvoering van hun werk. De ambtelijk
secretaris is tevens contactpersoon naar de school die de aanvraag heeft ingediend.
Ook verzorgt de ambtelijk secretaris de administratieve ondersteuning van de gang van zaken in de
CT.
Artikel 5 benoeming leden en medewerkers
Leden van de commissie zijn aangesteld door het bestuur.
Het lidmaatschap van enig lid van de commissie eindigt op het moment dat het lid besluit uit de CT te
treden. Ieder lid heeft het recht om op elk moment, met een opzegtermijn van één maand, een
dergelijk besluit te nemen, als daar naar oordeel van het lid voldoende redenen voor aanwezig zijn.
Na vertrek van een lid voorziet het bestuur in vervanging.
Bij een vacature ten aanzien van het ambtelijk secretariaat voorziet de CT zelf – in overleg met de
directeur van het SWV - in vervanging. Er worden daartoe per voorkomende situatie in de commissie
vergadering afspraken gemaakt over de procedure en de uitvoering daarvan.
De CT kan het bestuur adviseren de samenstelling van de CT te wijzigen. Dit gebeurt schriftelijk en
met reden omkleedt.
Artikel 6
Besluitvorming
Met betrekking tot aanvragen over toelaatbaarheid en alle andere zaken betreffende
leerlingdossiers worden besluiten genomen op basis van consensus tussen de betrokken leden.
Met betrekking tot alle zaken in relatie tot de voortgang van het CT werk worden besluiten
genomen in de commissie vergadering en op basis van een volstrekte meerderheid (de helft + 1
van alle medewerkers). Alleen wanneer er sprake is van een vastgelegde gedelegeerde
bevoegdheid kan van het voorstaande worden afgeweken.
Indien geen consensus (ad 1) of meerderheidsbesluit (ad 2) kan worden genomen wordt
besluitvorming uitgesteld naar de volgende vergadering. In die vergadering wordt een
meerderheidsbesluit genomen, waarbij bij het staken der stemmen de voorzitter een extra stem
heeft.
Artikel 7
Huisvesting en inrichting
43
De commissie maakt gebruik van de huisvesting van …... Voor het gebruik wordt een overeenkomst
vastgesteld en de kosten worden verrekend. De inrichting (meubilair en kantoorartikelen incl.
computers) is eigendom van de commissie. Voor de kopieerfaciliteiten e.d. is een
gebruikersovereenkomst met …….. van kracht.
De CT is bereikbaar onder een eigen telefoonnummer. Internetaansluiting en verbinding verlopen via
het netwerk van ………………………..
Artikel 8 Vergaderen
De commissie houdt regulier besloten vergaderingen volgens een (4 wekelijks) rooster dat voor het
begin van het kalenderjaar door de commissie vergadering wordt vastgesteld en in overleg kan
worden gewijzigd. Uiteraard met inachtneming van piekperiodes (denk aan LWOO en PrO aanvragen
na 1-8-2015).
Indien dat door onvoorziene omstandigheden - naar het oordeel van tenminste twee medewerkers noodzakelijk is, belegt de voorzitter in overleg één of meer extra vergaderingen.
De agenda voor een vergadering worden door voorzitter en secretaris voorbereid. Iedere deelnemer
heeft het recht om agendapunten voor te stellen. De deelnemers worden tijdig op de hoogte gesteld
van de agenda en de onderliggende stukken.
Op het eerste deel van de agenda komen de onderwerpen te staan die behoren tot het beheer, het
bekend blijven met het ondersteuningsbeleid in de regio en de afspraken over de activiteiten van alle
medewerkers in de periode tussen de vergaderingen. Bij dit gedeelte zijn in principe alle
medewerkers aanwezig.
Op het tweede deel van de agenda staan de aanvragen voor een beschikking. Bij deze bespreking zijn
in ieder geval de leden en de ambtelijk secretaris aanwezig.
Artikel 9
Bezwaar en beroep
De aanvrager en/of de direct belanghebbende (ouders/verzorgers) kunnen tegen elke beschikking
van de commissie bezwaar indienen. Bij de afhandeling van het bezwaar houdt het bestuur zich aan
de regels van de ABW en eventuele landelijke richtlijnen of afspraken.
Artikel 10
Verplichtingen
De commissie maakt elk kalenderjaar een jaarverslag, dat voor 1 mei van het volgende jaar
gepubliceerd wordt. De verantwoordelijkheid voor begroting, beheer en jaarrekening zijn gelegd bij
44
het bestuur. De begroting wordt jaarlijks, na ontvangst van de beschikking hierover van OCW
opgesteld en in de vergadering vastgesteld. Twee maal per jaar wordt middels een overzicht van
inkomsten en uitgaven de gang van zaken op financieel gebied besproken.
Artikel 11
Omgaan met persoonsgegevens
Formeel valt het omgaan met persoonsgegevens onder de WBP (Wet Bescherming
Persoonsgegevens). De commissie hanteert een privacy reglement.
De digitale dossierverwerking gebeurt uitsluitend via de door de commissie beheerde en beveiligde
web applicatie. Leden en secretaris maken geen gebruik van eigen opslagmogelijkheden van
dossiergegevens en zo dat wel gebeurt (bv via mailwisseling) worden die na afhandeling van het
dossier verwijderd van alle gebruikte gegevensdragers.
De schriftelijk ontvangen dossiergegevens worden bewaard in een afgesloten ruimte op het
secretariaat. Originele dossiers worden niet meegegeven ter verwerking.
Artikel 12
Klachtenregeling
De commissie hanteert een klachtenregeling, zoals omschreven in de toelichting. Deze
klachtenregeling dient als leidraad voor zowel interne als externe klachten of opmerkingen die door
de indiener duidelijk als klacht wordt aangemerkt.
Artikel 13 kwaliteitsstandaard
De commissie hanteert een kwaliteitstandaard, zoals omschreven in de toelichting.
Toelichting bij het Huishoudelijk Reglement
I het uitvoeren van de werkzaamheden
Ten aanzien van leden/secretarissen
Voor de leden en secretaris wordt er van uit gegaan dat zij elders een werkplek hebben. Voor leden
en secretaris geldt een reiskostenregeling op basis van de feitelijk gereden kilometers voor hun
commissie werkzaamheden. Om thuis te kunnen werken kunnen de leden en secretaris beschikken
45
over een draagbare computer (eigendom CT). Voor de internetaansluiting en overige computer- en
printkosten kan door de leden en secretaris een vast bedrag per maand worden gedeclareerd.
De declaraties worden maandelijks ingediend bij de voorzitter, die voor verdere verwerking zorg
draagt. De registratie en betaling verloopt via de administratie van ………., deze zorgt voor een
regelmatige verslaglegging. De declaraties zijn gebaseerd op de reëel gemaakte uren. Per gewerkte
week kan 1 uur worden gedeclareerd voor algemene activiteiten als het lezen van e-mail, printen etc.
Ondertekening overeenkomsten
De eventuele overeenkomsten met betrekking tot de medewerkers worden aangegaan door het
bestuur.
Professionalisering
Voor zover relevant wordt aandacht besteed aan professionalisering van de medewerkers van de
commissie. Professionaliseringswensen kunnen worden ingebracht in functioneringsgesprekken en in
de vergadering. In overleg wordt een regeling van de vergoeding van de kosten vastgesteld.
II
de behandeling van de dossiers
Door alle scholen worden dossiers uitsluitend via de aanmeldsite aangemeld. Na binnenkomst op de
webapplicatie als webaanvraag wordt het dossier ingeschreven en worden de persoonsgegevens
geprint. Eventuele papieren bijlagen worden door de aanmeldende school per post gestuurd en
worden na binnenkomst door het secretariaat gescand en aan het dossier toegevoegd. Er wordt een
lijst gemaakt voor de secretaris voor controleren van de dossiers en de het maken van de pre
besluiten. Na controle wordt er een ontvangstbevestiging gestuurd (digitaal).
III
de onderscheiden taken
Taken van het ambtelijk secretariaat
administratieve handelingen rond dossiers: inboeken, opvragen informatie, inboeken
aanvullende informatie, verzenden post en mail (ontvangstbevestigingen, verzoeken om
informatie, beschikkingen), kopiëren/scannen, beheer logistieke procedure.
algemene administratieve handelingen: inboeken post, verzenden algemene brieven,
voorbereiding bijeenkomsten, opmaak en verspreiden jaarverslag, brochure, verspreiding post
46
en dossiers naar de commissie, beheer adressenbestand, bijhouden archief, bestellen
materialen
aannemen telefoontjes/e-mail: eventueel doorsturen naar direct betrokken leden en
afhandelen van administratieve vragen
beheer website: regelmatig plaatsen van informatie, up to date houden
beheren accounts en contactpersonen + adresgegevens op webapplicatie
vergaderingen: verspreiden eventuele verslaglegging
De secretaris heeft een directe taak in het informeren van scholen m.b.t. inhoudelijke vragen van de
school of van de CT. De secretaris fungeert tevens als eerst aanspreekbare persoon namens de CT
voor de contactpersonen van de scholen.
Hiertoe behoort ook het organiseren van informatiebijeenkomsten indien noodzakelijk geacht en het
voeren van overleg met scholen/contactpersonen.
IV
het vergaderen
De commissie vergadert volgens een jaarrooster. De vergaderingen worden bijgewoond door de
leden en de ambtelijk secretaris.
Er wordt in principe vergaderd van …………………….
Er wordt per vergadering gewerkt met een standaard-agenda. Met betrekking tot eventuele
inhoudelijke agendapunten wordt informatie (en/of voorstellen voor besluitvorming) vooraf aan de
deelnemers toegezonden, of deze worden via het verslag van de vergadering geagendeerd voor een
volgend overleg.
De vergadering bestaat uit een algemeen deel:
Verslag vorige vergadering
Ingekomen post/mail
Mededelingen
Verslag van activiteiten
dossierbespreking
De voorzitter zorgt dat er voldoende tijd is om alle dossiers die geagendeerd zijn te behandelen.
De dossiers worden besproken aan de hand van de checklist.
De ambtelijk secretaris is aanwezig tijdens de bespreking van de dossiers.
47
De ambtelijk secretaris noteert bij welke dossiers ‘aanvullende informatie’ moet worden gevraagd en
de reden van een eventueel negatieve beschikking en het advies van de commissie.
Tijdens de bespreking wordt bij een voorgenomen negatieve beschikking en bij een voornemen om
een afwijkende beschikking (VSO en per 1-8-2015 pro/lwoo) te verlenen het dossier aangehouden;
de secretaris stelt de school via e-mail op de hoogte van dit voorgenomen besluit en geeft de school
gelegenheid om aanvullende informatie aan te leveren (maximaal 2 weken).
Bij een negatieve beschikking wordt de reden van de afwijzing en een advies geformuleerd.
De secretaris verzorgt het afhandelen van de dossiers (beschikkingen printen, controleren, laten
tekenen door voorzitter, verzenden, archiveren) en het zenden van een kopie naar de
ouders/verzorgers.
Minimaal twee maal per jaar vormt de algemene gang van zaken in de uitvoering van de CT-taken het
onderwerp van een vergadering (evaluatie)
V
Communicatie met scholen
De voorzitter en de ambtelijk secretaris zijn contactpersoon voor een school. Zij gaan in ieder geval
één keer per jaar op bezoek bij de school om het afgelopen jaar te evalueren. Ook is overleg met
scholen mogelijk, naar aanleiding van dossiers of andere vragen.
Vragen van scholen via mail of telefonisch of naar aanleiding van dossiers gebeurt door de ambtelijk
secretaris.
Jaarlijks wordt er een informatiebijeenkomst georganiseerd voor (met name de nieuwe)
contactpersonen van de scholen. In het VO/VSO gaat het in ieder geval om de zorg coördinatoren en
de gedragswetenschappers, in het PO/SO om de IB’ers en de leden van de commissies van
begeleiding. Hierbij wordt de procedure doorlopen en kan informatie worden uitgewisseld.
De CT geeft jaarlijks een factsheet uit waarin alle regels en afspraken voor het indienen van dossiers
vermeld staan.
De commissie heeft een link op de website van het SWV.
Het beheer van de pagina achter de link wordt gedaan door de ambtelijk secretaris.
VI
de verplichtingen
48
De commissie maakt van elk kalenderjaar een jaarverslag, dat voor 1 mei van het volgende jaar
gepubliceerd wordt. Het verslag wordt opgesteld door de voorzitter en de ambtelijk secretaris en
besproken en vastgesteld in de vergadering van de CT.
Alle zaken m.b.t. het beheer van de financiële middelen zijn door de commissie overgedragen aan
het bestuur.
VII
de klachtenregeling
De commissie hanteert de volgende klachtenregeling:
Inleiding
De klachtenregeling heeft betrekking op de gedragingen van leden en medewerkers van de
commissie jegens elkaar en/of externe instanties of personen.
De klachten kunnen afkomstig zijn van scholen, besturen, of medewerkers van de eigen organisatie
of andere instellingen.
Klachten kunnen betrekking hebben op service, behandeling, omgaan met afspraken en/of
bejegening.
Voorbeelden hiervan zijn:
 onjuiste of onvoldoende informatie
 de (telefonische) bereikbaarheid van de CT
 beantwoording van schriftelijke verzoeken en brieven
 het probleem van "het kastje naar de muur"
 ondoorzichtigheid van de organisatie, procedure en regels
 gewekte verwachtingen
 privacy
 bejegening
 kwaliteit van het werk.
Bezwaren tegen de procedurele uitvoering van de werkzaamheden door de commissie worden
volgens de wetgeving in de AWB behandeld.
Definities
Klacht:
Schriftelijke klacht
Voorzitter:
Voorzitter van de CT, tevens voorzitter van de
klachtencommissie
Commissie:
De voorzitter en de voorzitter van het DB van het
SWV
49
Procedure
Een klacht wordt ingediend bij de voorzitter van de commissie(al of niet via het secretariaat van de
commissie). Het secretariaat zendt onmiddellijk een ontvangstbevestiging van de klacht aan de
klager.
De voorzitter stelt de betreffende medewerker in de gelegenheid om de handelwijze waarop de
klacht betrekking heeft, binnen twee weken op basis van onderzoek toe te lichten en een voorstel te
doen voor de afwikkeling van de klacht.
De voorzitter stelt de klager in de gelegenheid om de klacht toe te lichten.
De klacht wordt behandeld in de eerstvolgende vergadering van de commissie, maar altijd binnen 6
weken na indiening van de klacht.
De commissie velt een oordeel over de klacht. Dit oordeel kan gepaard gaan aan een aanwijzing aan
een verantwoordelijke ter verbetering van een situatie of een procedure.
De voorzitter informeert de klager en eventuele andere betrokkenen schriftelijk over het oordeel
over de klacht en over de verdere afwikkeling. Er wordt daarbij gewezen op de beroepsmogelijkheid
bij de kantonrechter.
Indien de klager aangeeft dat hij/zij niet tevreden is over de klachtafhandeling wordt de CT hierover
door de voorzitter geïnformeerd.
Mondelinge klachten
Mondelinge klachten worden zoveel als mogelijk is in de geest van de richtlijnen voor schriftelijke
klachten afgehandeld.
Registratie
Van de binnengekomen klachten wordt een klachtenregistratie bijgehouden.
Bekendheid van de regeling
Het bestaan van een klachtenregeling wordt bekend gemaakt binnen de regio middels de fact sheet.
Vaststelling
Deze klachtenregeling is vastgesteld door de CT op ……………………….
50
VIII
de kwaliteitsstandaard
De CT toetst het eigen beleid jaarlijks op de volgende standaardeisen:
1. In het verwijzingsproces staat het belang van de leerling op de eerste plaats
2. De commissie ziet toe op transparante procedures en communicatie.
3. De commissie draagt bij aan het zoveel mogelijk terugdringen van (schriftelijke) bureaucratie.
4. De commissie is te allen tijde aanspreekbaar op haar beleid en de wijze waarop zij omgaat met
regels en afspraken
5. De commissie gaat zorgvuldig om met de beschikbare middelen en voorkomt onnodige besteding
van die middelen.
6. De medewerkers van de CT zorgen ieder voor zich en gezamenlijk dat zij voldoende zijn toegerust
voor het uitoefenen van hun taken.
7. de commissie doet uitspraak op basis van volledige dossiers.
CT van het SWV 23-05 IJssel Vecht
vastgelegde afspraken m.b.t. Privacy:
1. Afspraken m.b.t. de dossiers:
-
-
-
-
Daar in het onderwijskundig rapport vertrouwelijke gegevens zijn opgenomen, is de
Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) van toepassing.
De ouders/verzorgers ontvangen een afschrift van het rapport. Ook in de Wet op het
Primair Onderwijs (artikel 42) staat dat de ouders een afschrift moeten krijgen van
het onderwijskundig rapport dat ten behoeve van de ontvangende school is
opgesteld.
Gegevens over IQ en SEP zijn aan te merken als gegevens over iemands gezondheid.
Art. 16 van de WBP verbiedt de verwerking van deze gegevens. Scholen zijn van dit
verbod ontheven, mits ze de gegevens binnen de school gebruiken om iets voor het
kind te betekenen in de zin van speciale begeleiding voor de ll, het treffen van
bijzondere voorzieningen ivm gezondheidstoestand noodzakelijk.
Voor bestuursorganen die persoonsgegevens verwerken over iemands gezondheid
zoals hierboven genoemd is het verbod zoals genoemd in art 16 Wbp niet van
toepassing (art. 21, 1e lid, onder f, van de Wbp) Derhalve is de CT wat betreft de
indicatiestellingsprocedure ontheven van het verbod op de verwerking van
bijzondere persoonsgegevens.
Er is geen uitdrukkelijke toestemming nodig van de betrokkenen voor de verwerking
van de gezondheidsgegevens bij indienen aanvraag indicatiestelling VSO/PRO/LWOO.
Wel heeft de school de verplichting om de aanvraag vooraf te overleggen met de
51
-
-
ouders van de leerling , een kopie aanvraag en een kopie van de beschikking aan de
ouders ter beschikking te stellen.
De CT regeling voorziet in een voorwaarde dat ouders moeten tekenen voor een
aanvraag VSO/LWOO/PRO en een zienswijze moeten invullen.
In het Aanmeldingsformulier is de volgende tekst opgenomen: De CT gaat ervan uit
dat de aanmeldende school voldoet aan de bepalingen met betrekking tot het
verstrekken van persoongegevens van de leerling zoals verwoord in de Wet
bescherming persoonsgegevens.
De school, c.q. de onderzoeker is verantwoordelijk voor de toestemming van ouders
om vertrouwelijke gegevens aan derden te mogen verstrekken.
Dossiers worden na het verstrijken van de beroepstermijn geretourneerd aan de
school van herkomst.
De CT houdt minimaal 3 jaar een afschrift van de afgegeven beschikking.
2. De CT conformeert zich aan de afspraken m.b.t. de wet elektronisch bestuurlijk verkeer
(Staatsblad 214 ) zoals die in werking is getreden op 1 juli 2004. Deze wet heeft een relatie met AWB.
De CT voorziet in een eigen huishoudelijk reglement waarin de onderlinge afspraken over de
toegankelijkheid van documentatie en de opslag van dossiers en archieven is vastgelegd.
52
Bijlage 3
CHECKLIST
De checklist is een middel om transparant plaatsen te bewerkstelligen.
We beschrijven algemene argumenten voor en tegen plaatsing. Bij iedere leerling zijn er
verschillende argumenten voor en tegen; iedere casus is immers uniek. Door deze in kaart te brengen
wordt de besluitvorming van de commissie inzichtelijk: het is duidelijk op grond van welke
argumenten zij al dan niet besloten heeft tot het afgeven van een TLV of het geven van een advies.
Uiteraard kan per casus kan de hoeveelheid, de inhoud en de weging van de argumenten sterk
verschillen. Het zijn mogelijkheden die men per casus naloopt.
De commissie kiest zelf, per casus, welke kenmerken zij relevant acht. Soms heeft zij aan een paar
argumenten genoeg om te besluiten, soms heeft zij meer informatie nodig. Soms gaat het dus slechts
om enkele argumenten, soms om vele. Het is nadrukkelijk niet zo dat alle kenmerken bekend moeten
zijn, het is bijvoorbeeld in het geval van plaatsing in observatie dat veel informatie niet bekend zal
zijn, dat de leerling geobserveerd moet worden en onderzocht om te weten te komen wat er nu
speelt en wat de (op dit moment verdekte) sterke kanten van de leerling zijn. Bekeken moet worden
wat werkt en hoe de leerling weer grip krijgt op de situatie en de opbouw van zijn toekomst.
Het gaat er dan om dat we genoeg weten om te beslissen of plaatsing in observatie kansen biedt om
de situatie waarin de leerling verzeild is geraakt te keren.
De checklist bevat vier delen:
A. Kenmerken van de leerling
B. Kenmerken van het onderwijs (mentor, groep, school)
C. Kenmerken van de ouders/opvoeders
D. Kenmerken van het derde milieu
E. Conclusie: advies van de commissie
De kenmerken staan geformuleerd als gesloten vragen. Het antwoord – ja of nee – wordt omcirkeld
en geeft aan of het als een argument voor of tegen kan gelden.
53
CHECKLIST CT samenwerkingsverband IJssel Vecht
A. Kenmerken van de leerling
VSO
regulier
onderwi
js
N.V.T.
1. Cognitieve ontwikkeling van de leerling
2. Didactische behoeften van de leerling
3. Pedagogische behoeften van de leerling
Informati
e
wordt
gemist
О
О
О
4. Hardnekkige werkhoudingsproblemen
О
О
О
О
О
О
О
5. Verzuim/thuiszitten
6. Schoolbeleving van de leerling
7. Sociaal aanvaard voelen van de leerling
8. Interactie met leerkracht(en)/ OOP?
9. Gezondheid van de leerling
10. Overige argumenten voor of tegen plaatsing op in
een categorie:
Conclusie:
Beschermend:
Belemmerend:
B. Kenmerken van het onderwijs (mentor, groep,
school)
1. Heeft de a. didactisch
in de groep
school
individueel
extra
b. sociaalin de groep
ondersteun emotioneel
individueel
ing
geboden?
2. Is de leerling sociaal aanvaard.
3. Bij grote leerachterstand: is het mogelijk binnen de
basiszorg compensatie/dispensatie te regelen, zodat
de leerling de einddoelen kan bereiken?
4. Was de extra ondersteuning binnen de school
ontoereikend?
5. Kan deze school deze leerling – eventueel met extra
begeleiding – handhaven?
VSO
regulier
onderwi
js
N.V.T.
Informati
e
wordt
gemist
О
О
О
О
О
О
О
54
6. Is het team van de reguliere school gemotiveerd om
deze leerling de extra zorg te bieden die hij nodig
heeft?
7a. Is overplaatsing overwogen naar een parallelgroep
binnen de school, waar het onderwijsaanbod
didactisch beter aansluit bij de leerling?
7b. Is overplaatsing overwogen naar een parallelgroep
binnen de school, waar de sociale context beter
aansluit bij de leerling?
8. Is actief nagedacht of een andere locatie/ vo school
de basiszorg kan geven die de leerling nodig heeft?
9. Is er
a. MBO
voor deze
b. leerwerktraject
leerling
c. beschermde werkplek
(>16jaar)
d. anders
een
passend
alternatief
binnen:
10. Kan noodzakelijke aanvullende didactische
begeleiding buiten de reguliere school worden
gerealiseerd? (checken bij ouders)
11. Zijn de a. aandacht
belangen
b. veiligheid
van andere
leerlingen
in het
geding
door deze
leerling?
Conclusie
О
О
О
О
О
О
О
О
О
О
О
Beschermend:
Belemmerend:
C. Kenmerken van ouders/opvoeders
1. Hebben ouders vertrouwen in de huidige (of een andere)
vo school die basiszorg biedt?
2. Hebben de ouders de zorgen van de school gedeeld?
3. Hebben de ouders de zorg ingezet die nodig bleek?
4. Zijn de omstandigheden in het gezin ondersteunend?
5. Is de samenwerking huidige school – ouders goed?
6. Is intensieve begeleiding vanuit de jeugdzorg of GGZ een
betere manier om de sociaal-emotionele problemen aan te
pakken?
VSO
Regulier
onderwi
js
N.V.T.
Informati
e
wordt
gemist
О
О
О
О
О
О
55
7. Was de extra hulp buiten de school ontoereikend?
О
Argumenten:
8. Overige argumenten voor of tegen plaatsing in een
categorie:
Conclusie
Beschermend:
Belemmerend:
D. Kenmerken van de invloed van het derde milieu
1. Gaat de leerling risicovolle relaties aan?
2. Onderneemt de leerling risicovolle activiteiten?
3. Zijn personen in het derde milieu ondersteunend voor de leerling?
4 Als die ondersteunende relatie er is: is die stabiel?
5. Overige argumenten voor of tegen plaatsing in een categorie:
Conclusie
VSO
regulier
onderwi
js
N.V.T.
Informati
e
wordt
gemist
О
О
О
О
Beschermend
Belemmerend
56
E. Conclusie: besluit van de commissie
Advies CT
Datum:
Dossiernummer:
Beschermend
Belemmerend
Bekostigingscategorie
Tijdsduur TLV
57
BIJLAGE 4
Commissie Toewijzing - Leerling formulier.
Beste….
Jij bent bij onze commissie aangemeld. Dat betekent dat jouw school het een goed idee vindt dat jij
naar het Voortgezet Speciaal Onderwijs gaat.
Wij zijn erg benieuwd naar jouw mening daarover. Daarom vragen we je om onderstaande vragenlijst
in te vullen.
-
Ben je het eens met jouw aanmelding bij onze commissie? Waarom wel/niet?
-
Denk jij dat het Speciaal Onderwijs voor jou een goede plek is? Waarom wel/niet?
-
Wat lukt jou goed op de school waar je nu zit?
Wat is voor jou moeilijk op de school waar je nu zit?
-
Heb je extra hulp nodig om het op school goed te doen? Welke hulp past het best bij jou?
-
Heb je al eens extra hulp gehad op school? Wat voor hulp was dat? Heeft dat geholpen?
-
Is er nog meer dat wij echt moeten weten over jou? Dat mag je hieronder opschrijven:
58
Commissie Toewijzing - Ouder formulier:
Beste ouder(s)/ verzorger(s) van…..
Uw zoon/dochter is aangemeld bij onze Commissie door de school waarop hij/zij nu zit. Dat betekent
dat de school denkt dat uw zoon of dochter beter op zijn/haar plaats is op een school voor
voortgezet speciaal onderwijs. Voordat wij als commissie daarover beslissen willen we ook graag uw
mening weten.
We willen u dan ook vragen om onderstaande vragen te beantwoorden:
-
Bent u het eens met de aanmelding van uw zoon/dochter bij onze commissie?
Waarom wel/niet?
-
Denkt u dat het Voortgezet Speciaal Onderwijs een goede plek is voor uw zoon/dochter?
Waarom wel/niet?
-
Wat kan of lukt uw zoon of dochter erg goed op de huidige school?
-
Waarover maakt u zich zorgen (onder anderen met betrekking tot school)?
-
Waarbij heeft uw zoon/dochter extra hulp nodig?
-
Heeft uw zoon/dochter al eens extra hulp gehad op school? Waaruit bestond die hulp? Heeft
dat goed geholpen? Waarom wel/niet?
-
Welke bijdrage kunt u als ouder/verzorger bieden om ervoor te zorgen dat het op school
goed gaat met uw zoon/dochter?
-
Wat is nog meer belangrijk om te weten?
59
BIJLAGE 5
Factsheet commissie toewijzing
Vanaf 1 augustus 2014 is het noodzakelijk om een toelaatbaarheidsverklaring te hebben als een
leerling ingeschreven wil worden op een school voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) cluster 3
en 4.
In onze regio (23-05 IJsel Vecht) is dat de CT (= commissie toewijzing).
Als leerlingen zich aanmelden bij een school voor VSO en geplaatst willen worden, dient de VSO
school eerst een verklaring bij de CT te verzorgen. Als een leerling zou moeten worden verwezen
naar het VSO vanuit een reguliere school voor voortgezet onderwijs, moet die betreffende VO
school voor de toelaatbaarheid zorg dragen.
Het is dus steeds een school die de aanvraag doet bij de CT, niet de ouders. Dit past ook in de
zorgplicht die wordt ingevoerd, bij de zorgplicht is het immers de school die verantwoordelijk is
voor het best passend onderwijs voor een leerling.
In een schema ziet dat er als volgt uit:
PO (10-14)
adviseert
ouders om aan
te melden bij
een VO of VSO
school
voor toelating
tot het VSO
meldt de VO of
VSO school aan
bij de CT
1. CT geeft TLV
voor VSO toelating in VSO
of 2. CT geeft
geen TLV:
ouders melden
kind aan bij VO
school.
Voor verdere informatie over de CT – zie de website ………………..
60
HOOFDSTUK 6 – PO/SO-VO/VSO AANPAK
NOTITIE 10-14
van de samenwerkingsverbanden 23-05 en 24-03 PO16 en 23-05 VO
1. Inleiding
Zowel in de nieuwe samenwerkingsverbanden (in het vervolg SWV) PO als in het
SWV VO is er een helder beeld van passend onderwijs. Centraal daarin staat dat
kinderen in de juiste onderwijsleersituatie successen moeten behalen en een
leerroute kunnen doorlopen passend bij hun capaciteiten en mogelijkheden.
De 3 SWV hebben de wens uitgesproken de overgang van PO naar VO nog sterker
te maken. Om dit te bereiken is in deze notitie een projectplan en een aantal
gezamenlijke standaarden opgenomen.
Het DB stelt voor om een gezamenlijke stuurgroep aan het werk te zetten met het
projectplan. De DB’s van de 3 SWV zullen het werk van de stuurgroep ondersteunen,
faciliteren en monitoren. De DB’s zorgen waar nodig voor besluitvorming binnen de
besturen van de 3 SWV-en.
De stuurgroep is op 9 januari bijeen geweest en heeft de insteek gekozen om
redenerend vanuit de 6 deelregio’s die in het PO zijn gevormd en het PO in Dronten
met het VO te komen tot een nadere concretisering. In het afstemmingsoverleg van
het PO zal aan de coördinatoren van de 6 deelregio’s en in Dronten aan de
coördinator WSNS gevraagd worden:
a. Hoe is de huidige situatie bij de overdracht PO-VO en
b. Welke verbetervoorstellen zijn er, met name a.h.v. de voorstellen in deze
notitie?
NB
De deelregio’s in Zwolle en het VO in Zwolle zijn een apart aandachtspunt,
aangezien er 4 deelregio’s in Zwolle zijn (met ook scholen op de Veluwe) en de
doorstroom naar het VO onafhankelijk is van deze deelregio’s vraagt dat extra
afstemming.
2. aanleiding
In de huidige situatie kunnen leerlingen vanuit het basisonderwijs (Bao), speciaal
basis onderwijs (SBO) en vanuit het speciaal onderwijs (SO) rechtstreeks instromen
16
Er zijn 2 SWV PO in het geding vanwege het gegeven dat Dronten bij het SWV VO hoort en niet bij
het SWV 23-05 PO, maar bij 24-03 PO.
61
– met een beschikking van een commissie voor de indicatiestelling cluster 3 of 4 – in
het VSO. Landelijk is de doorstroom SO – VSO bijvoorbeeld 60%. Aangezien deze
“automatische’ doorstroom per 1 augustus 2014 niet meer mogelijk is17 moet er
nagedacht worden over een completere aanpak: niet alleen van Bao of SBO naar
VO, maar ook het SO (regulier waar het kan, speciaal waar het echt moet) moet
volop betrokken zijn.
Het is van belang eerder te aan ouders te adviseren of een leerling in een ‘gewone’
reguliere VO-stroom kan, in een reguliere VO-stroom met een plusvoorziening of
toch een plek moet krijgen in het VSO.
Vanaf 1 augustus 2015 is er ook nog een wijziging voor het Leerweg Ondersteunend
Onderwijs (LWOO) en Praktijkonderwijs (PrO). De regionale verwijzingscommissie
verdwijnt en de samenwerkingsverbanden VO worden zelf verantwoordelijk voor het
bepalen of leerlingen in het LWOO of PrO terecht kunnen.
Een nog betere stroomlijning is dan ook een doel van zowel het PO/SO als het
VO/VSO, met een viertal sleutelwoorden: vroeger, adequater, breder en efficiënter.
Wij werken deze 4 begrippen verder uit in deze notitie.
Het PO wil graag meewerken aan een helder beeld van leerlingen zodat ze op de
passende plek komen, het VO wil graag investeren in meer
doorstroommogelijkheden en een gedifferentieerder onderwijskundig palet.
In deze notitie worden aanbevelingen gedaan voor een aanpak om de overgang POVO te verbeteren. Naast deze aanbevelingen worden ook aanbevelingen gedaan om
het kwaliteitsbeleid van de 3 SWV vorm te geven met enkele standaarden. Deze
standaarden moeten gezien worden als minimumeisen die het SWV PO en het SWV
VO stelt aan de schoolbesturen. In deze notitie gaat het steeds om alle leerlingen,
maar in het bijzonder om leerlingen met een ontwikkelingsperspectief (in het vervolg
OPP), dan wel leerlingen waarvan er in het primair onderwijs twijfel is of de leerling
het wel gaat redden in het reguliere VO.
Het gaat bij de aanpak steeds om het aanvullen van de zaken die al goed lopen in
het kader van de overdracht PO-VO. Dus niet “alles moet anders, het roer moet om”,
maar goed aanvullen met wat zinvol is.
3. Inventarisatie
Landelijk is een aantal bevindingen bij de overgang PO/VO te constateren:
1. Er is overal een vorm van PO/VO overleg. Nergens participeert ook het SO en het
VSO.
2. Het overleg is met name op uitvoeringsniveau.
3. Het tijdstip waarop de overgangsgesprekken starten is verschillend.
4. De papierstroom verdient een verbeter- en vooral efficiency-slag.
17
Iedere leerling die naar het VSO wordt verwezen heeft een toelaatbaarheidsverklaring nodig van het
SWV VO om te kunnen worden toegelaten.
62
5. De digitalisering verloopt moeizaam als je meer wilt dan NAW-gegevens.
6. Het onderwijskundig rapport (OKR) geeft veel informatie, maar niet altijd dat wat
gewenst wordt.
7. Er is beleid in ontwikkeling inzake het later afnemen van de eindtoets
basisonderwijs.
8. Warme overdracht is verschillend georganiseerd.
Op grond van de inventarisatie en het gesprek hierover willen de SWV graag een
aantal aanbevelingen en projectvoorstellen ter verbetering doen.
Aan het eind van de notitie is een projectopdracht opgenomen ten einde zorg te
dragen dat de aanbevelingen worden uitgewerkt en een advies wordt opgeleverd
voor de verdere implementatie, in ieder geval van de standaarden.
4.
Aanbevelingen en standaarden
Zo vroeg mogelijk
Het is zaak zo vroeg mogelijk te onderkennen of leerlingen extra ondersteuning
nodig hebben. In vrijwel alle gevallen zal dit eind groep 6 in het basisonderwijs zeker
duidelijk zijn (leerlingen zijn dan gemiddeld 10 jaar oud). In het SBO en het SO is dit
sowieso het geval.
De wetgever stelt dat voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven een
ontwikkelingsperspectief moet worden opgesteld (WPO artikel 40a), in het (V)SO
moet dit voor alle leerlingen (WEC artikel 41a).
Aanbeveling 1:
Draag zorg dat in elke sub-regio een systematiek van de 10-14 aanpak is
geconcretiseerd.
In deze 10-14 aanpak worden in elk geval op 4 momenten alle leerlingen met een
ontwikkelingsperspectief (OPP) besproken met als belangrijkste resultaat dat per
leerling helder is welk onderwijsleersituatie in het VO (of eventueel VSO) gewenst
en/of noodzakelijk is. Het is de taak van het PO om het uitstroomperspectief eind
groep 6 en medio groep 7 met de ouders te bespreken. Dit zijn tevens de eerste
twee bespreekmomenten in de 10-14 aanpak.
Uiterlijk januari groep 8 volgt het advies van de school (Bao, SBO en SO). Dit geldt
voor alle leerlingen die doorstromen naar het V(S)O; de advisering vindt plaats o.a.
op basis van de gegevens vanuit het leerlingenvolgsysteem (LVS).
Voor alle leerlingen met het advies ‘plusvoorziening in het VO’ (ook dus LWOO en
PrO) of advies ‘VSO’ geldt dat deze leerlingen worden besproken in de 10-14
aanpak. Er wordt dan een gezamenlijk (schriftelijk) advies opgesteld. Dit advies wordt
met de ouders van de betreffende leerlingen doorgesproken (dit kan door de
63
leerkracht van groep 8 en de IB’er van de school). Binnen het SWV VO moet de
beslissing over de toewijzingsmethodiek nog worden genomen. Indien het VO besluit
om met een bepaalde methodiek/instrument te gaan werken, heeft dat ook gevolgen
voor de overdracht van leerlingen vanuit het PO en SO naar het VSO. Deze
gevolgen moeten dan nader worden verkend en uitgewerkt.18
Uiterlijk maart volgt de aanmelding bij het VO of het VSO. In het
aanmeldingsformulier moet het advies van de 10-14 commissie zijn opgenomen
(indien het leerlingen met extra ondersteuning betreft). Op dat moment wordt ook,
indien nodig/gewenst, een adviesaanvraag ingediend bij de Commissie Toewijzing
van het SWV 2305 VO.
Het 4de overlegmoment vindt plaats in het voorjaar van leerjaar 1 in het VO. Dit
overleg heeft een sterk evaluatief karakter. In een beperkt aantal situaties zal er
sprake zijn van een 5de overlegmoment gedurende leerjaar 2 van het voortgezet
onderwijs.
Standaarden:
a. De SWV PO en VO kennen een 10-14 aanpak
b. Iedere school voor PO en VO in de 3 SWV is gebonden aan de procesgang
van de 10-14 aanpak.
c. Het advies n.a.v. de gesprekscyclus wordt besproken met de ouders van de
betreffende leerling.
Zo adequaat mogelijk
Het is van belang voor leerlingen dat de informatie vanuit het Bao, SBO of SO
informatie geeft die handelingsgericht is voor de docenten in het VO/VSO.
Aanbeveling 2:
Centraal in het OKR (onderwijskundig rapport) voor de groep leerlingen met een
OPP (= ontwikkelingsperspectief) staan de positieve en belemmerende factoren die
van belang zijn voor de onderwijsleersituatie.
Indien er sprake is van belemmerende factoren (denk aan laag IQ, sociaalemotionele problematiek en/of andere (context-gebonden) problematiek vermeldt het
OKR welke aanpassingen in het onderwijs deze factoren vragen.
Aanbeveling 3:
Ontwerp een aangepast OKR, inclusief een digitale overdracht.
Het is daarbij van belang goed rekening te houden met de toewijzingscriteria die
gebruikt (gaan) worden, zodat er niet opnieuw informatie door een
toelaatbaarheidscommissie behoeft te worden verzameld.
Eveneens zal bezien worden of determinatiecriteria van VO scholen interfereren met
de standaarden en procedures in het PO.
18
Vooralsnog kiest de pilot commissie toewijzing voor hetzelfde instrument als het primair onderwijs in
23-05.
64
Denk hierbij aan scores uit het leerlingvolgsysteem in relatie uiteraard tot de
referentieniveaus en vaardigheidsaspecten. Het is essentieel te komen tot algemeen
geldende criteria, uiteraard rekening houdend met denominatieve aspecten, subregionale verschillen en met een mogelijkheid tot een beredeneerbare afwijking.
Alle V(S)O-scholen zorgen er voor dat het advies van de stuurgroepgroep over de
determinatie criteria in hun toelatingscommissie worden besproken en dat er
vervolgens een eensluidend advies ligt.
Standaarden:
d. Alle scholen werken in ieder geval met een vastgesteld OKR.
e. Alle toelatingscommissies werken met de – eventuele - determinatie afspraken
die op het niveau van het SWV zijn vastgesteld (met ruimte voor een
beredeneerde afwijking).
f. Overdracht vindt op gestandaardiseerde en gedigitaliseerde wijze plaats.
Zo breed mogelijk
Met zo breed mogelijk bedoelen we dat in de 10-14 aanpak – indien gewenst en
noodzakelijk – andere disciplines aanwezig zijn bij de bespreking van de leerlingen.
Het is immers van belang te onderkennen of een plusvoorziening in het VO wordt
aangevuld vanuit bijvoorbeeld jeugdzorg of anderszins.
Aanbeveling 4:
Idere sub-regio heeft een vaste schakelfunctionaris naar GGZ en BJ en andere
relevante hulpverleningsorganisaties en is – op afroep –beschikbaar voor de 10-14
gesprekken.
Natuurlijk bedoelen we met zo breed mogelijk ook dat de rol en positie van ouders
van eminent belang is.
Aanbeveling 5:
In de gesprekscyclus zoals beschreven op pagina 3 is de betrokkenheid van ouders
(en leerlingen) helder opgenomen.
Bij de aanmelding bij het VO of VSO is er altijd sprake van een gesprek met de
ouders/verzorgers. In dit gesprek kan eveneens de zorgplicht vorm krijgen.
Aanbeveling 6:
De school geeft aan de groep leerlingen met een OPP (ontwikkelingsperspectief) een
advies over de wenselijkheid van een plusvoorziening : of op de school van
aanmelding (= keuze van de ouders) of op een andere school (waarbij de school van
aanmelding weet dat de leerling daar welkom is). Daarnaast is er natuurlijk ook
sprake zijn van ‘warme’ overdracht tussen een PO/SO school en een VO/VSO
school.
65
Na de inschrijving heeft de V(S)O-school de wettelijke plicht binnen 6 weken een
OPP op te stellen en dit OPP in een op overeenstemming gericht overleg met de
ouders vast te stellen (zie de artikelen 40a WPO, 41a WEC en 26 WVO). Het
handelingsdeel van het OPP wordt waarschijnlijk een instemmingsbevoegdheid van
de ouders.
Uiteraard is de toeleverende school geïnteresseerd in de doorgaande ontwikkeling
van de leerling. De stuurgroep zal een format ontwikkelen voor terugmelding. Deze
terugmelding vindt plaats na het gesprek met de ouders (minimaal rond de kerst) en
minimaal bij het advies voor de doorstroming naar het 3de leerjaar..
Alle VO-scholen koppelen de plaatsing van elke leerling in het 3de leerjaar in relatie
met het advies van de basisschool terug aan de betreffende basisschool en de
commissie 10-14.
Standaarden:
g. In de 10-14 aanpak is een vaste schakelfunctionaris tussen (jeugd)zorg en
onderwijs.
h. Naast het wettelijke op overeenstemming gerichte zorgplicht gesprek met de
ouders (en de leerling) vindt er ook minimaal na de kerst in het 1e leerjaar en
bij het advies voor het 3e leerjaar een gesprek met de ouders/leerling plaats.
Zo efficiënt mogelijk
Het is uiteraard de bedoeling dat de periode tussen advies en inschrijving in de tijd
zo verloopt dat – in ieder geval - het begin juni voor alle leerlingen vanuit Bao, SBO
en SO duidelijk is waar zij na de zomervakantie gaan starten. Er zijn dan 2 zaken van
belang:
a. De toelatingscommissies hebben voldoende informatie om tot een besluit te
komen, en
b. Er is een monitor ingericht die constateert dat alle leerlingen inderdaad een
plek hebben.
Aanbeveling 9:
De stuurgroepgroep geeft een advies over hoe een monitor (i.s.m. leerplicht) kan
worden ingericht.
Deze monitor heeft in ieder geval betrekking op leerlingen vanuit het PO die begin
juni nog op geen enkele VO of VSO school zijn aangemeld. Tevens doet de
stuurgroep – voor deze groep leerlingen - een voorstel voor een “witte-rook-overleg”.
In dit overleg (uiterlijk medio juni) worden alle leerlingen die nog niet zijn aangemeld,
besproken en geplaatst doorgesproken in de sub-regio (of regio overstijgend);
vervolgens worden er beslissingen genomen over de school waar de leerling
geplaatst kan gaan worden. In het overleg dient dus iemand aanwezig te zijn met
mandaat tot plaatsing.
Standaarden:
66
i.
j.
De SWV hebben een monitor waarbij de scholen gehouden zijn de informatie
voor de monitor tijdig aan te leveren.
De SWV werken met een overleg niet aangemelde leerlingen, waarbij de
leden van dat overleg mandaat hebben om leerlingen te kunnen plaatsen.
5. werkafspraak
De 10 standaarden gelden als uitgangspunt voor alle scholen in zowel het SWV PO
als het SWV VO.
projectplan
10-14 aanpak
Versie
01
Datum
15 januari 2014
1. Algemene gegevens
Opdrachtgever
Besturen van de 3 SWV i.o. van het PO en het VO
stuurgroepleden
Vanuit het PO/SO: Maarten Bauer, Henk ter Wee, Rudi
Meulenbroek
Vanuit het VO/VSO: Johan Super, Germien Kamphorst,
Eimert Fikse
Vanuit het (V)SO: Maarten Faas
Startdatum
Week 2
Streefdatum
afronding
Week 15
2. Uitgangssituatie
Aanleiding
De wens van de SWV de overdracht van het PO/SO naar het
VO/VSO vroeger, adequater, efficiënter en breder
organiseren
Beginsituatie
Er zijn reeds vele overleggen PO-VO, deze zijn sub regionaal
en/of lokaal georganiseerd. Het SO en het VSO zijn hier
nauwelijks bij betrokken.
67
3. Resultaten
Algemene
doelstelling
Het versterken en verbeteren van de overgang PO-VO voor
alle leerlingen in het bijzonder voor de leerlingen met een
ontwikkelingsperspectief (OPP),
Resultaten
Advies met aanbevelingen over:
1. De regionale en/of lokale inbedding van de 10-14
aanpak
2. De overlegmomenten vanaf groep 6 BAO,SBO en SO.
3. De inbreng van de leerkracht en van de ouders
4. De gewenste rapportage (inclusief een
onderwijskundig rapport voor de gehele regio),
inclusief de terugmelding vanuit het VO
5. De digitale overdracht (verbetervoorstellen en
eventueel programma van eisen)
6. De determinatiecriteria in het VO
7. Inschakeling van externe deskundigheid, waaronder in
ieder geval het schoolmaatschappelijk werk.
8. Een monitor functie voor zowel de standaarden als de
procesgang van de 10-14 aanpak
9. Inrichting van een ‘witte-rook-overleg”
10. Communicatie naar scholen en ouders
11. Communicatie naar externen
12. Communicatie met de ondersteuningsplanraden
Fasering
Na de startbijeenkomst van de stuurgroep op 9 januari de 2
opdrachten zoals aangegeven in de inleiding uitwerking in de
deelregio’s.
De eindrapportage verschijnt in week 15 (de week van 7
april)
Taken en
verantwoordelijkheden
De stuurgroep verdeelt zelf werkzaamheden en legt per begin
maart verantwoording af middels een tussenrapportage en
per begin april met een eindrapportage.
Communicatie en
rapportage
Via website
68
HOOFDSTUK 7 – DE ONDERSTEUNINGSPLANRAAD
Aan: alle (G)MR’en van de scholen uit onze regio
Van: het bestuur i.o. samenwerkingsverband passend onderwijs VO 23-05 IJsselVecht
Datum: 1 november 2013
Inleiding
Vanaf vorig jaar is de groep van besturen
behorend tot de regio 23-05 (zie het kaartje) gestart
met de voorbereidingen om tot een adequaat
samenwerkingsverband passend onderwijs
(in het vervolg SWV) te komen.
Met deze notitie willen wij u informeren over een
nieuwe vorm van medezeggenschap en uw mening
horen over hoe wij deze nieuwe vorm van
medezeggenschap willen voorbereiden.
De ondersteuningsplanraad
Al jaren is er onduidelijkheid over de medezeggenschap op het niveau van een
samenwerkingsverband. Ieder huidig samenwerkingsverband in het Voortgezet
Onderwijs moet jaarlijks een zorgplan vaststellen. Volgens de Wet
Medezeggenschap op Scholen (WMS) moet volgens artikel 10 onder b. de (G)MR
instemmen met dat zorgplan.
Nu zou het kunnen gebeuren dat bijvoorbeeld 3 (G)MR’en instemmen en 2 (G)MR’en
niet instemmen, wat moet het bestuur van het samenwerkingsverband nu doen? Dit
is onduidelijk.
Mede om die reden streven ouder- en vakorganisaties al jaren naar een vorm van
medezeggenschap op het niveau van een samenwerkingsverband.
De wetgever heeft in de wetgeving inzake passend onderwijs een wijziging
opgenomen in de WMS (wet Medezeggenschap Scholen). Het betreft de nieuwe
artikelen 4a en 14a. In deze artikelen wordt beschreven dat elk SWV een
ondersteuningsplanraad moet hebben. Deze raad bestaat uit leden die uit of door
de (G)MR of meerdere (G)MR’en zijn afgevaardigd.
Elk SWV moet minimaal 1x per 4 jaar een ondersteuningsplan vaststellen.
De ondersteuningsplanraad heeft instemmingsrecht op dit plan.
In de wetgeving passend onderwijs is een overgangsartikel opgenomen (artikel IXA)
waarbij het bestuur van het SWV wordt verplicht uiterlijk 1 februari 2014 het eerste
69
ondersteuningsplan voor te leggen aan de ondersteuningsplanraad in het vervolg
OPR).
De ondersteuningsplanraad van regio 23-05
De invoering van het SWV wordt aangestuurd door een bestuur i.o. bestaande uit 13
besturen voor voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in onze regio.
Er zijn dus 13 besturen die het algemeen bestuur van het SWV vormen.
Daarnaast kent het SWV een bestuur met VSO scholen buiten onze regio die graag
als deelnemer wil participeren. Dit brengt het aantal besturen op 14.
Het is ons voorstel om te gaan werken met een afvaardiging vanuit of door de (G)MR
van 7 besturen van een ouder/leerling en vanuit of door de (G)MR van 7 besturen
die een OP/OOP (onderwijzend personeel/ onderwijsondersteunend personeel) lid
afvaardigen.
Bestuur
Almere College
AOC De Groene Welle
Openbaar Onderwijs Zwolle en regio
Carmel College Salland
Landstede
Noordgouw
Ichtus College
Greijdanus
Agnieten/De Boog
VSO Kampen (De Schakel)
Ambelt
Mijnplein (Zonnehof)
VSO de Sprengen
Eduvier de Anger
Ouder/leerling
OP of
OOP
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
De weg naar een OPR.
Het zou mooi zijn als er namen beschikbaar komen van mensen die verder willen
meedenken over:
a. De vormgeving van de ondersteuningsplanraad (zoals een goed reglement)
b. Een eerste proeve van een ondersteuningsplan
70
Graag wil het bestuur met een ondersteuningsplanraad in oprichting aan de slag om
de medezeggenschap goed voor te bereiden.
De vragen
Graag zouden wij van u willen weten:
a. Kunt u akkoord gaan met het voorstel over de samenstelling ?
b. Indien u niet akkoord gaat kunt u dan kort uw overwegingen aangeven en een
alternatief aangeven?
c. Kunt u een naam noemen van een ouder/leerling of een docent/OOP’er die
zitting wil nemen in de ondersteuningsplanraad in oprichting (Wilt u vooral ook
de email gegevens meesturen)?
Wij vragen u de antwoorden (in ieder geval uiterlijk 15 november 2013) te mailen
aan:
Claudia van der Vegt, email: [email protected] t.a.v. bestuur passend
onderwijs o.v.v. ondersteuningsplanraad
Voor vragen kunt u terecht bij Henk Keesenberg (mail: [email protected]
of 0651926723)
Voor informatie over passend onderwijs en medezeggenschap: zie
www.passendonderwijs.nl en www.medezeggenschap-passendonderwijs.nl
NB
Wilt u ook alvast aan de mensen die zitting willen nemen in de OPR de datum
van 3 december 2013 doorgeven voor een 1e oriënterende bijeenkomst van
1900-2100 (waarschijnlijk te Zwolle).
71
HOOFDSTUK 8 – INFORMATIE
Voorstel informatiebijeenkomsten
De komende tijd zal het DB en AB veel beslissingen moeten nemen, zodat het
ondersteuningsplan (OP) kan worden opgesteld.
Veel van die beslissingen zullen door de schoolbesturen op adequate wijze worden
gecommuniceerd met hun achterbannen.
Niettemin leert de praktijk dat het voor het management, middenmanagement en
zeker voor OP en OOP die taken hebben in de onderwijsondersteuning prettig en
nodig is over de relevante onderdelen van het OP en consequenties voor de scholen
voorlichting te krijgen.
Wij stellen voor deze voorlichting in de maanden januari en april/mei te laten
plaatsvinden.
Organisatie: werkgroep inhoud
Locatie: per subregio in een VO school
Kosten: geen
In januari zal de nadruk liggen op de onderwerpen die in het (dan nog concept) OP
staan.
In april gaat het met name om uitwerkingszaken als toewijzing VSO, herindicaties,
terugplaatsingsbeleid en het kwaliteitsbeleid van het SWV.
INFORMATIE BIJEENKOMST
Aan: management en betrokkenen bij de ondersteuningsstructuur van de school (denk
bijvoorbeeld aan de zorg coördinator).
Zoals jullie weten is het bestuur van het nieuwe samenwerkingsverband passend onderwijs
(IJssel en Vecht 2305VO – in het vervolg SWV) al geruime tijd bezig met de bestuurlijke en
organisatorische inhoud van het op te stellen ondersteuningsplan. Een 1e werkversie is voor
het eerst op 12 november met het bestuur van het SWV besproken.
Graag wil het bestuur over dit ondersteuningsplan een brede informatie aanpak hanteren en
management en betrokkenen bij de ondersteuningsstructuur van de school uitnodigen om
geïnformeerd te worden over dit ondersteuningsplan.
Dit 1e plan is vooral een plan op hoofdlijnen en zal in de komende jaren verder uitgebouwd
moeten worden, het is een groeidocument.
Het programma
72
1300-1400 Presentatie van het ondersteuningsplan
 Gelegenheid tot het stellen van vragen
1400-1500 gedachtewisseling in kleine groepen met als doel het formuleren van
aanbevelingen voor het bestuur van het SWV
1500-1600 uitwisselen van ontwikkelingen in de scholen in het kader van passend onderwijs
Iedere school bereidt een korte (max 10 minuten) presentatie voor van ontwikkelingen zoals
wellicht een structuurklas, een interne rebound, een aanpak voor autisme,
samenwerkingstraject met een andere school, enz enz.
Data
Dronten, Kampen : 6 februari – middag
Zwolle 11 februari – middag
Salland 12 februari middag
73
HOOFDSTUK 9 – OVERLEG EXTERNE PARTNERS
Intentieverklaring met betrekking tot het overlegstelsel van
gemeenten en onderwijsveld in de regio IJsselland +
(versie 7nov2013)
1. Inleiding
19
De in de regio IJsselland + gelegen gemeentebesturen en samenwerkingsverbanden passend
20
21
22
onderwijs PO-2305 , VO-2305 en VO-2307 constateren dat er een aantal majeure
wetgevingsoperaties in voorbereiding, dan wel reeds in uitvoering is, dat ertoe noodzaakt dat de
onderlinge samenwerking in sterke mate moet worden geïntensiveerd.
Op het onderwijsterrein gaat het met name om de invoering van de Wet passend onderwijs, waarin de
gezamenlijke schoolbesturen in zowel het PO/SO als in het VO/VSO de verantwoordelijkheid krijgen
voor het realiseren van passend onderwijs voor alle leerlingen in hun regio. De schoolbesturen werken
daartoe samen in samenwerkingsverbanden passend onderwijs, die een meerjarenondersteuningsplan vaststellen, waarin de kaders voor de ondersteuning van leerlingen met een extra
zorgbehoefte worden geformuleerd. Deze samenwerkingsverbanden zijn inmiddels geformaliseerd en
werken nu aan de opstelling van het eerste ondersteuningsplan, dat per 1 mei 2014 moet zijn
vastgesteld en inwerking treedt per 1 augustus 2014.
Op gemeentelijk terrein is de zogeheten transitie jeugdzorg in voorbereiding. Hierbij gaat het met
name om de invoering van de Jeugdwet en in relatie daarmee de invoering van de Participatiewet en
de overheveling van ondersteuningsvoorzieningen van AWBZ naar WMO. Ook op het vlak van de
jeugdzorg is er sprake van samenwerking tussen gemeenten in zogeheten jeugdzorgregio’s. Invoering
van het nieuwe stelsel voor de jeugdzorg is voor 1 januari 2015 voorzien.
VO-2305
VO-2307
PO-2305
19
De Regio IJsselland + omvat de gemeentebesturen uit de regio IJsselland + de Gelderse
gemeenten Dronten, Hattem, Heerde en Oldebroek.
20
PO-2305: Zwolle e.o.
21
VO-2305: Zwolle e.o.
22
VO-2307: Ommen en Hardenberg
74
Zowel het onderwijsveld als de gemeenten richten een zorg/ondersteuningsstructuur in gericht op de
doelgroep jeugd. Alhoewel de invalshoek van scholen en gemeenten verschillend is, is er alle reden
om de zorg en ondersteuning vanuit scholen en gemeenten nauw op elkaar af te stemmen. Het gaat
immers in hoge mate om dezelfde doelgroep en dezelfde kinderen die ondersteuning in en buiten de
school nodig hebben. Deze ondersteuning heeft meer effect als deze goed op elkaar is afgestemd en
elkaar aanvult en versterkt.
Tegelijk kan het beleid van het onderwijs een (ingrijpend) financieel effect hebben voor de gemeenten
en omgekeerd het beleid van de gemeenten een (ingrijpend) financieel effect hebben voor het
onderwijs. Ook hierin is het van belang dat hier redelijke en billijke uitkomsten komen.
Vanuit deze insteek hebben de schoolbesturen en de gemeentebesturen de intentie om nauw samen
te werken en om dat te bereiken een overlegstelsel in te richten, waarin vanuit het besef van
wederzijdse afhankelijkheid beleid en acties worden afgestemd. Het gaat hier zeer nadrukkelijk om de
vormgeving van een gelijkwaardige en horizontale relatie tussen het scholenveld en de gemeenten.
2. waarom de vorm van een intentieverklaring?
Het doel is om te komen tot een convenant tussen het onderwijsveld en de gemeenten in de regio
IJsselland + over een overlegstructuur waarin de afstemming geregeld wordt tussen de
onderwijsinstellingen en de gemeenten als gelijkwaardige partners met betrekking tot de zorg voor
jongeren die extra ondersteuning nodig hebben in en buiten de scholen.
Nu er nog veel onduidelijk is en tegelijkertijd voor de samenwerkingsverbanden passend onderwijs de
tijd dringt om een start te maken met het overleg over het eerste ondersteuningsplan met de
gemeenten, wordt in een intentieverklaring voor de korte termijn een afspraak gemaakt hoe om te
gaan met het overleg over het eerste ondersteuningsplan en worden nog uit te werken uitgangspunten
voor een overlegstelsel voor de lange termijn geformuleerd, met de intentie om voor 1 juli 2014 het
beoogde overlegstelsel gereed te hebben en in de vorm van een convenant vast te leggen. Hiermee
wordt tijd gecreëerd om het overlegstelsel op een zorgvuldige wijze vorm te geven.
Punt van aandacht daarbij is de bepaling van de partijen die straks met elkaar het overleg gaan
voeren. Enerzijds hebben we te maken met schoolbesturen en samenwerkingsverbanden passend
onderwijs en anderzijds met gemeenten en jeugdzorgregio’s. Als het om het ondersteuningsplan gaat
is het samenwerkingsverband gesprekspartner van de gemeenten. Gaat het om afspraken over
doelgroepen op gemeentelijk niveau, dan ligt het veel meer voor de hand om individuele of
samenwerkende schoolbesturen als gesprekspartner van individuele gemeenten te positioneren. De
vraag wie met wie over welke onderwerpen overleg voert vereist nog nadere doordenking en
uitwerking.
Deze intentieverklaring wordt voor wat betreft het onderwijsveld afgesloten door de genoemde drie
samenwerkingsverbanden PO en VO en de gemeentebesturen. Nadere verbijzondering vindt plaats in
het convenant.
3. Gezamenlijke uitgangspunten voor een af te sluiten convenant
De volgende uitgangspunten worden door de partijen bij deze intentieverklaring onderschreven en
worden voor 1 juli 2014 uitgewerkt in een convenant.
Uitgangspunt 1
Het overlegstelsel tussen gemeenten en onderwijsveld gaat uit van een fundamentele
gelijkwaardigheid van partijen, met inachtneming van wettelijke rechten en verplichtingen.
75
Uitgangspunt 2
Partijen formuleren als doel voor het convenant dat de inrichting van het te regelen overlegstelsel een
wezenlijke bijdrage levert aan een geïntegreerde aanpak van gemeenten en onderwijsveld van de
zorg voor jongeren die extra ondersteuning behoeven binnen en buiten de scholen. Het overlegstelsel
dient bij te dragen aan het onderlinge vertrouwen van gemeenten en onderwijsveld. Partijen kunnen
elkaar aanspreken op hun verantwoordelijkheid.
Uitgangspunt 3
Partijen formuleren tevens als doel voor het convenant dat de inrichting van beleidsterreinen van de
gemeente en van het onderwijs waar zij substantiële organisatorische dan wel financiële
consequenties hebben voor de andere partij, dit leidt tot redelijke en billijke uitkomsten over en weer.
Voorbeelden van onderwerpen die bedoeld zijn bij de uitgangspunten 2 en 3 zijn:
a) Passend onderwijs;
b) De jeugdzorg;
c) Het leerlingenvervoer;
d) De participatiewet;
e) De leerplicht;
f) Voorzieningen op grond van WMO en ontwikkelingen m.b.t. PGB’s;
g) De onderwijshuisvesting;
h) Het door de gemeente bekostigde schoolmaatschappelijk werk
Uitgangspunt 4
Afhankelijk van de aard van het gespreksonderwerp zijn de gemeenten individueel of gezamenlijk in
het verband van de regio passend onderwijs of de regio Jeugdzorg gesprekspartner(s) ter ene zijde
en de schoolbesturen individueel of gezamenlijk op gemeentelijk niveau of in het verband van het
samenwerkingsverband passend onderwijs gesprekspartner ter andere zijde.
Uitgangspunt 5
Het te voeren overleg in het kader van het hier bedoelde overlegstelsel is gericht op het bereiken van
overeenstemming. Dat betekent dat alle betrokken partijen open en reëel overleg met elkaar voeren.
Leidt dit overleg, ook na een uiterste inspanning daartoe, niet tot overeenstemming dan schakelen
partijen een extern mediator in die partijen tot elkaar probeert te brengen. Leidt mediation niet tot
resultaat, dan bespreken partijen op welke wijze ze hun geschilpunten tot een oplossing proberen te
brengen zonder dat dit hun samenwerkingsrelatie beschadigt. Is ook dat laatste niet mogelijk dan
neemt elke partij zijn verantwoordelijkheid.
4. Overgangsregeling voor het overleg over het eerste ondersteuningsplan
Met het oog op de verplichting voor het samenwerkingsverband passend onderwijs om voor 1 mei
2014 een ondersteuningsplan vast te stellen, waarover vooraf op overeenstemming gericht overleg is
gevoerd met de gemeentebesturen in de regio passend onderwijs en waarover vooraf instemming is
verkregen van de ondersteuningsplanraad is het noodzakelijk om een overlegprotocol vast te stellen
die uitsluitend betrekking heeft op het op overeenstemmingsgericht overleg over het eerste
ondersteuningsplan en welke regeling expireert per 1 mei 2014.
De bij de intentieverklaring betrokken gemeenten en samenwerkingsverbanden spreken af voor dit
overleg het in de bijlage opgenomen “Overlegprotocol eerste ondersteuningsplan” te zullen hanteren.
5. Verdere procedure
76
Deze intentieverklaring wordt afgesloten door de volgende gemeentebesturen behorende tot de regio
IJsselland + en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs PO-2305, VO-2305 en VO-2307.
Partijen stellen een gezamenlijke werkgroep in die tijdig een convenant voorbereidt waarin de
hierboven geformuleerde uitgangspunten zijn uitgewerkt en waarvan de vaststelling voor 1 juli 2014
dient plaats te vinden.
Vervolgens vindt eenmaal per twee jaren een evaluatie en actualisering van het convenant plaats.
6. Ondertekening
Gemeentebesturen:
Samenwerkingsverbanden passend onderwijs:
………………………………
……………………...........................
BIJLAGE BIJ DE INTENTIEVERKLARING
Overlegprotocol eerste ondersteuningsplan
Voor het overleg van het samenwerkingsverband passend onderwijs PO-2305, VO2305 en VO-2307 met de gemeentebesturen over het eerste ondersteuningsplan
wordt het navolgende protocol gehanteerd.
Artikel 1 Begripsbepalingen
1.
Voor de toepassing van dit overlegprotocol wordt verstaan onder:
a) het bestuur: het bestuur van het samenwerkingsverband PO-2305, of VO-2305, of VO2307.
b) de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die
behoren tot de regio van het betreffende samenwerkingsverband.
c) ondersteuningsplan: het plan zoals aangeduid in artikel 18a lid 8 WPO of artikel 17a lid 8
WVO dat door het samenwerkingsverband voor 1 mei 2014 wordt vastgesteld.
Artikel 2 Taak overlegcommissie
1.
De overlegcommissie voert op overeenstemming gericht overleg over een concept van het
ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband.
2.
Het op overeenstemming gericht overleg moet leiden tot een goede afstemming en
samenwerking tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten.
3.
Het ondersteuningsplan wordt niet vastgesteld voordat over een concept van het plan op
overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden met de colleges.
Artikel 3 Samenstelling overlegcommissie
1.
Er is een overlegcommissie voor op overeenstemming gericht overleg waaraan wordt
deelgenomen door het bestuur van het samenwerkingsverband en de colleges.
2.
Een lid van het bestuur is voorzitter van de overlegcommissie.
3.
Het samenwerkingsverband draagt zorg voor de secretariaatsvoering van het overleg.
4.
Het bestuur en de colleges laten elkaar schriftelijk weten wie namens hen aan de
overlegcommissie deelneemt en tot besluitvorming bevoegd is.
5.
De overlegcommissie kan besluiten derden tot het overleg toe te laten.
Artikel 4 Op overeenstemming gericht overleg
1.
De voorzitter van het overleg nodigt de colleges uit voor op overeenstemmingsgericht overleg
over het concept-ondersteuningsplan.
77
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Het bestuur en de colleges voeren open en reëel overleg.
Na afronding van het overleg formuleert de voorzitter het overlegresultaat en legt dit voor
instemming voor aan de colleges.
Indien de colleges instemmen met het overlegresultaat is het op overeenstemming gerichte
overleg met een positief resultaat afgerond.
Indien de colleges niet instemmen met het overlegresultaat onderzoekt de voorzitter of
voortzetting van het overleg perspectief biedt op het alsnog bereiken van overeenstemming.
Constateert de voorzitter na zijn onderzoek dat overeenstemming binnen bereik ligt, dan wordt
het op overeenstemming gericht overleg, al dan niet terstond, hervat. Constateert de voorzitter
na zijn onderzoek echter dat er geen overeenstemming is bereikt en er geen perspectief is op
het alsnog bereiken van overeenstemming, dan rondt de voorzitter het op overeenstemming
gerichte overleg met deze conclusie af.
De overlegcommissie kan een subcommissie instellen bestaande uit een door haar aan te
wijzen voorzitter en leden, indien dit ter voorbereiding voor de behandeling van een bepaald
onderwerp nodig wordt geacht.
De vergaderingen van de overleg- en van de subcommissie zijn niet openbaar.
Artikel 5 Geschil
1.
Indien het overleg is afgesloten met de conclusie dat geen overeenstemming is bereikt als
bedoeld in artikel 4, vijfde lid, heeft elk college binnen een termijn van 3 werkdagen na afsluiting
van het overleg het recht de voorzitter van het overleg schriftelijk te berichten dat sprake is van
een geschil.
2.
Het college dat een geschil aanhangig maakt bij de geschillencommissie geeft daarbij aan of
een advies wordt gevraagd over de vraag of het bestuur open en reëel overleg heeft gevoerd,
dan wel of een advies wordt gevraagd over de inhoud van het geschil.
3.
De Geschillencommissie doet overeenkomstig het verzoekschrift waarmee het geschil bij
haar aanhangig is gemaakt, uitspraak in de vorm van:
a. een advies over de wijze waarop het overleg kan worden voortgezet, indien er
onvoldoende sprake is geweest van open en reëel overleg;
b. een bindend advies, hetgeen een redelijkheidsbeoordeling van de inhoud van het geschil
betreft.
Artikel 6 Aanmelding geschil
23
1.
Een geschil wordt bij de hiertoe ingestelde landelijke Geschillencommissie OOGO aanhangig
gemaakt door toezending van een verzoekschrift aan het secretariaat binnen zes dagen nadat
een college overeenkomstig artikel 5, eerste lid melding heeft gemaakt van een geschil.
2.
Het verzoekschrift bevat:
a. de naam en het adres van de verzoeker en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien
van de procedure;
b. de naam en het adres van het verwerende bestuur;
c. de naam en het adres van de voorzitter van de overlegcommissie;
d. de vermelding of het een verzoek betreft om advies of bindend advies;
e. een omschrijving van het verzoek en de gronden waarop dit berust;
f. alle bescheiden die op het geschil betrekking hebben;
3.
Indien het verzoekschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede lid, stel de voorzitter
van de Geschillencommissie de verzoeker in kennis van het verzuim. Na ontvangst van deze
kennisgeving dient verzoeker binnen vijf werkdagen dit verzuim te herstellen.
4.
Een aangemeld geschil komt niet voor (verdere) behandeling in aanmerking als niet tijdig en
volledig gevolg is gegeven aan het in het derde lid bedoelde verzoek tot herstel van een
verzuim.
Artikel 7 Werkwijze van de Geschillencommissie
1.
De rechtsgang en de werkwijze van de Geschillencommissie zijn neergelegd in een reglement,
vastgesteld door de Geschillencommissie.
2.
Het reglement voldoet, met inachtneming van het gestelde in dit overlegprotocol, tenminste aan
de volgende voorwaarden:
a. de Geschillencommissie beoordeelt de ontvankelijkheid van een geschil aan de hand van
de in artikel 6 van deze Procedure opgenomen bepalingen;
23
De landelijke Geschillencommissie OOGO is ondergebracht bij de Stichting Onderwijsgeschillen te
Utrecht (www.onderwijsgeschillen.nl)
78
b. de Geschillencommissie brengt binnen vier weken na de zitting haar oordeel uit;
c. de Geschillencommissie brengt haar uitspraak gelijktijdig schriftelijk ter kennis aan het
bestuur en de colleges.
Artikel 8. Aanwending van het geschil
1.
Binnen twee weken na ontvangst van het advies van de Geschillencommissie wordt het overleg
over het geschil voortgezet.
2.
Binnen twee weken nadat de Geschillencommissie haar bindend advies ter kennis heeft
gebracht aan de deelnemers, belegt de voorzitter van de overlegcommissie een overleg ter
bespreking van de consequenties van de uitspraak.
Artikel 9. Kosten van het overleg en het geschil
1.
De deelnemers van de overlegcommissie dragen zelf de kosten die voortvloeien uit het in stand
houden van, de voorbereiding van en deelname aan het op overeenstemming gericht overleg.
2.
Het bepaalde uit lid 1. van deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op subcommissies.
3.
Het college en het bestuur die met elkaar in geschil zijn dragen gelijkelijk zelf de kosten die
voortvloeien uit geschilbehandeling door de Geschillencommissie.
Artikel 10. Inwerkingtreding en looptijd
Deze Procedure treedt in werking met de ondertekening van de intentieverklaring waarvan dit
overlegprotocol de bijlage vormt en expireert per 1 mei 2014.
Artikel 11 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als “Overlegprotocol eerste ondersteuningsplan”
79
HOOFDSTUK 10 – HET MBO
Algemeen:
Met de invoering van passend onderwijs wordt op 1 augustus 2014 de landelijke indicatiestelling voor
leerlinggebonden financiering (lgf) afgeschaft. Mbo-instellingen zijn vanaf dan zelf verantwoordelijk
voor het organiseren en vormgeven van hun eigen ondersteuningsaanbod. Ze stellen de extra
ondersteuning en begeleiding van studenten met een beperking of chronische ziekte vast, organiseren
deze en geven ze vorm. Ook is het de bedoeling dat de instellingen de extra begeleiding en
ondersteuning verbreden tot alle studenten die een extra ondersteunings- of begeleidingsbehoefte
hebben.
Om een passend ondersteuningsaanbod te realiseren, moeten de mbo-instellingen in veel gevallen de
interne zorgstructuur opnieuw vormgeven. Daarvoor wordt de huidige financiering en middelen
opnieuw verdeeld. Ook vraagt het om een andere manier van denken en werken. Centraal staat wat
de student nodig heeft om succesvol zijn mbo-studie te volgen en met een diploma af te ronden. Het
is belangrijk dat ze daarbij samenwerken met het voortgezet onderwijs, gemeenten, UWVwerkpleinen, (jeugd)hulpverleningsinstanties en werkgevers.
Zorgplicht, geen onevenredige belasting
Op grond van de Wet gelijke behandeling (Wgbh/cz) zijn instellingen ook nu al verplicht om
aanpassingen te doen voor studenten met een beperking. Bijvoorbeeld een aanpassing van de
opleiding en de wijze van examinering aan de beperking van de student. Dit mag echter geen
onevenredige belasting vormen voor de instelling, de wettelijke inrichtingsnormen uit de Wet educatie
en beroepsonderwijs (WEB) moeten in acht worden genomen en de aanpassingen mogen niet leiden
tot verlaging van het niveau van de opleiding of het examen. Instellingen kunnen advies vragen over
kwesties rond gelijke behandeling aan het College voor de rechten van de mens (voorheen de
Commissie Gelijke Behandeling).
Zwolle:
Alle MBO-instellingen werken aan het regisseren van de intake en de begeleiding. Vooral de intake
vraagt aandacht zodat hier niet het “rondlopen” van de leerling/student gaat ontstaan.
De plusvoorzieningen in de scholen zijn in de meeste gevallen aanwezig en worden verder ontwikkeld.
Opleiding van personeel wat als begeleider kan optreden wordt georganiseerd. Ontwikkeling van LOB
(loopbaan begeleiding) is in ontwikkeling. Verschillende MBO-instellingen hebben werkgroepen
georganiseerd voor doorontwikkeling van de gevolgen van passend onderwijs en wijze van organisatie
van passend onderwijs.
Verantwoordelijkheid van mbo-instellingen
Met de invoering van passend onderwijs krijgen mbo-instellingen zelf verantwoordelijkheid om de
extra ondersteuning en begeleiding van studenten die dat nodig hebben vorm te geven en te
organiseren. In veel gevallen moeten mbo-instellingen hun eigen zorgstructuur en
ondersteuningsaanbod opnieuw vaststellen. Ook is het van belang dat ze een goede intake uitvoeren
en samenwerken met het aanleverend onderwijs en externe partijen die zorg en ondersteuning
bieden.
Intake en samenwerking met voortgezet onderwijs
Een goede intake is noodzakelijk om de toekomstige mbo-student goed te adviseren over de juiste
opleiding, het juiste niveau en de eventuele extra ondersteuning. Het spreekt hierbij voor zich dat de
mbo-instelling op de hoogte is van de extra ondersteuning die een student in het aanleverend
onderwijs heeft gekregen. Daarom is het belangrijk dat mbo-instellingen contact opnemen met de
samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs. Deze informatieoverdracht kan de basis zijn voor het
gesprek met de student over de extra begeleiding en ondersteuning in het mbo.
De mbo-instelling moet met iedere student een onderwijsovereenkomst afsluiten. Hierin worden ook
afspraken opgenomen over extra begeleiding en ondersteuning die de student nodig heeft om zijn
opleiding succesvol te volgen. De mbo-instelling kan deze extra ondersteuning organiseren via de
interne ondersteuningsstructuur en indien nodig met andere partijen. Het is belangrijk om in ieder
80
geval de betrokken docenten en begeleider(s) op de hoogte te stellen van de afspraken met de
student, zodat zij hieraan invulling kunnen geven.
Samenwerking met gemeenten en andere partijen
Om de student optimaal te ondersteunen en te begeleiden kunnen mbo-instellingen passend
onderwijs inbedden in en afstemmen met andere vormen van ondersteuning. Bijvoorbeeld
loopbaanbegeleiding, mentoraat, schoolmaatschappelijke werk, professionele zorg via de ZAT’s en
andere specifieke vormen van begeleiding, zoals de plusvoorziening. Ook is de samenwerking met
partijen zoals (jeugd)zorg en lokale overheid belangrijk. Gemeenten krijgen steeds meer
verantwoordelijkheden die van invloed zijn op de extra begeleiding en ondersteuning van jongeren.
Hiervoor zijn diverse wetgevingstrajecten in gang gezet, zoals de Participatiewet en de Wet zorg voor
Jeugd. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de Leerplichtwet. Mbo-instellingen
kunnen voor hun samenwerking met gemeenten, UWV-werkpleinen en (jeugd)zorginstanties
bestaande contacten en samenwerkingsvormen gebruiken. Deze samenwerking is nodig om iedere
jongere een passend aanbod te kunnen doen. Zodat jongeren het onderwijs niet voortijdig verlaten en
straks goed kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt.
Aanleverend onderwijs
Mbo-instellingen geven met de invoering van passend onderwijs op 1 augustus 2014 zelf de extra
ondersteuning en begeleiding van studenten met een beperking of chronische ziekte vorm. Omdat
het mbo geen speciaal onderwijs heeft, is het belangrijk dat vmbo-, vso- en pro-scholen
studenten met een extra ondersteuningsbehoefte goed voorbereiden op het mbo. Want de
organisatie, structuur, studentenaantallen en onderwijsinhoud zijn in het mbo heel anders dan de
studenten gewend zijn in het voortgezet onderwijs.
Beroepsopleidingen
Het mbo heeft ruim 600 beroepsopleidingen, waarin beroepspraktijkvorming een essentieel onderdeel
is. Daarom is het belangrijk dat de voorliggende school de student voorlichting geeft over deze
opleidingen en hem helpt om zich te oriënteren op een goede keuze die binnen zijn mogelijkheden
ligt. Hierbij kan de vo-school samenwerken met de mbo-instelling via het Stimuleringsproject LOB.
Ook de website www.mbostad.nl bevat nuttige informatie op het gebied van studiekeuze en
loopbaanbegeleiding. De mbo-instelling weegt in haar keuzeadvies ook de arbeidsmarktrelevantie
mee. We willen tenslotte dat deze jongeren straks een goede plek op de arbeidsmarkt vinden.
Afspraken tussen aanleverend onderwijs en mbo
Als een toekomstige student zich inschrijft op het mbo, is het van belang dat de mbo-instelling
contact opneemt met de voorliggende school. Tijdens dit contact komt aan de orde of de
beoogde beroepsopleiding past bij de student gelet op de sterke en zwakke punten van de student.
Daarnaast worden de extra ondersteuning en begeleiding besproken die de leerling op zijn vorige
school kreeg. Moet die begeleiding in dezelfde vorm en intensiviteit worden voortgezet of is minder
intensieve begeleiding voldoende? Vanzelfsprekend moet de extra ondersteuning die de student nodig
heeft binnen de mogelijkheden van de mbo-instelling liggen. Op basis van deze gesprekken spreken
de mbo-instelling en de student de extra ondersteuning en begeleiding af en leggen die vast in de
onderwijsovereenkomst.
Leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs
Als leerlingen uit de arbeidsmarktgerichte leerweg van het vso willen doorstromen naar het mbo,
heeft de mbo-instelling veel aan het onderwijskundig rapport en het transitiedocument. Bij leerlingen
uit het profiel vervolgonderwijs bieden het onderwijskundig rapport en het ontwikkelingsperspectief
nuttige informatie. Als leerlingen uit het vso doorstromen naar het mbo, is het heel belangrijk om
aandacht te besteden aan een warme overdracht. Dit houdt in dat de mentor van de vso-school en de
intaker, mentor of loopbaanbegeleider van de mbo-instelling een gesprek hebben over de specifieke
leerbehoeften van de leerling. Dit vergroot de kans op succes in de vervolgopleiding en verkleint de
kans op studievertraging of voortijdig schoolverlaten.
Leerlingen uit het praktijkonderwijs
81
Als leerlingen uit het praktijkonderwijs (pro-leerlingen) willen doorstromen naar het mbo, vindt de
mbo-instelling nuttige informatie in het individueel ontwikkelingsplan en het ontwikkelingsperspectief.
Op basis hiervan kan de instelling bepalen welke extra ondersteuning de student nodig heeft om de
opleiding succesvol te doorlopen.
Afspraken met stagebiedend bedrijf
De extra ondersteuning en begeleiding die de student nodig heeft, moeten binnen de mogelijkheden
van de mbo-instelling liggen. Deze extra ondersteuning en begeleiding is ook belangrijk tijdens de
beroepspraktijkvorming. Daarom moeten de mbo-instelling, student en het stagebiedend bedrijf
hierover afspraken maken. Goede afspraken en regelmatig contact over de voortgang dragen eraan
bij dat dat studenten met een extra ondersteuningsbehoefte de opleiding succesvol afronden.
Transparantie over extra ondersteuning en begeleiding
De mbo-instellingen maken ruim voor het begin van het studiejaar bekend welke eisen ze stellen aan
het volgen van een beroepsopleiding. Ze moeten studenten tijdig informeren over het
onderwijsprogramma en de examens en duidelijkheid geven over het aanbod aan extra begeleiding en
ondersteuning. (Toekomstige) studenten met een extra ondersteuningsbehoefte kunnen deze
informatie gebruiken bij de keuze van hun vervolgopleiding.
1e korte impressie Bovenschoolse ZAT (15 november 2013)


Elke school is ‘’hard bezig’ een eigen beleid te ontwikkelen.
Binnen het Bovenschoolse ZAT worden veel zaken besproken (transitie jeugdzorg,
samenwerking met ketenpartners, verbinding scholen CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin)
Er is geen eenduidigheid in de beleidsvoornemens richting MBO-VO. Wel is er in het kader van VSV de
verbinding gezocht tussen VO-MBO op de gebieden:
 mentoring
 maatjesproject
 actie doorstroom (warme overdracht)
 LOB (afstemming VO-MBO)
voorbeeld/ bijlage
 Eigen invulling (lokaliteiten/ menskracht- uren)
voorbeeld/ bijlage Groene Welle
 Naast reguliere lessen de mogelijkheid van RT-lessen/ ondersteuningslessen/ bijlessen
In het bovenschools ZAT zijn we als mbo’s over het volgende eens:
1. Bij intake is de informatie vanuit VO waardevol
2. Contacten op diverse niveau met het VO bevorderen leer- en ontwikkelingslijnen
3. De student met een extra begeleidingsvraag heeft recht op een ondersteuningsaanbod
(zorgplicht van mbo)
4. Overdracht van informatie VO-MBO (inclusief warme overdracht) dient systematischer te
worden georganiseerd
5. VO en MBO moeten van elkaar weten welke eisen er aan de student wordt gesteld. Nu
liggen de verwachtingen nog teveel uit elkaar
6. Extra loopbaanbegeleiding kan (preventief) veel frustraties voorkomen en werkt beter
dan achteraf (curatief) de
7. Schoolloopbaan aanpassen (opleidings switch)
8. Leg in OOK (Onderwijsovereenkomst) de begeleiding (rechten en plichten) vast, zodat
verwachtingen wederzijds helder zijn.
82
HOOFDSTUK 11: FINANCIËLE VERANTWOORDING





Meerjarenbegroting schooljaar
Verdeling lichte ondersteuning
Verdeling LGF en ambulante ondersteuning
Middelen beschikbaar voor leerlingen met ontwikkelingsperspectief (OPP) in het
VO/VSO
Recapitulatie per bestuur (gewijzigd beleid)
83
Meerjarenbegroting schooljaar (gewijzigd beleid)
Versie 02 april 2014 (2g)
Baten
lichte ondersteuning
zware ondersteuning
overige baten
geoormerkte baten
Totale baten
Lasten
afdracht VSO (via DUO):
Categorie 1:
Categorie 2:
Categorie 3:
Totaal afdracht VSO (via DUO)
Vermindering instroom VSO
Extra afdracht VSO op basis van peildatum
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
verplichte besteding AB bij VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Centrale kosten SWV
Programma 1: Bestuur & Org
Programma 2: Toelaatbaarheid
Programma 3: Financien en P&C
Programma 4: Risicofonds (1% van de baten)
Programma 5: Website en Communicatie
Programma 6: Begeleiding AB
Programma 7:
Programma 8:
Totale lasten
2014/15
1.876.245
2.439.094
0
0
4.315.338
2015/16
1.900.342
11.138.084
0
0
13.038.426
2016/17
1.924.440
11.138.084
0
0
13.062.524
2017/18
1.924.440
11.138.084
0
0
13.062.524
2018/19
1.924.440
11.138.084
0
0
13.062.524
2019/20
1.924.440
11.138.084
0
0
13.062.524
2020/21
1.924.440
11.138.084
0
0
13.062.524
2021/22
1.924.440
11.138.084
0
0
13.062.524
2014/15
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2021/22
9.930.113
404.961
1.751.219
12.086.292
-371.187
9.930.113
404.961
1.751.219
12.086.292
-348.425
9.930.113
404.961
1.751.219
12.086.292
-794.615
9.930.113
404.961
1.751.219
12.086.292
-1.494.860
9.930.113
404.961
1.751.219
12.086.292
-2.758.672
181.870
9.930.113
404.961
1.751.219
12.086.292
-4.022.483
181.870
9.930.113
404.961
1.751.219
12.086.292
-4.022.483
181.870
11.896.976
11.919.738
11.473.547
10.773.302
9.509.491
8.245.680
8.245.680
0
0
0
0
181.870
2.459.969
1.876.245
1.900.342
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.877.350
1.924.440
1.695.817
1.924.440
0
2.359.121
1.512.444
1.924.440
60.000
85.000
21.200
60.000
85.000
14.500
43.000
5.000
0
0
0
18.247.604
60.000
85.000
14.500
130.000
5.000
0
0
0
18.011.243
60.000
85.000
14.500
131.000
5.000
0
0
0
17.229.866
60.000
85.000
14.500
131.000
5.000
0
0
0
16.188.030
60.000
85.000
14.500
131.000
5.000
0
0
0
14.625.277
60.000
85.000
14.500
131.000
5.000
0
0
0
13.062.524
60.000
85.000
14.500
131.000
5.000
0
0
0
13.062.524
5.209.178
4.948.719
4.167.342
3.125.507
1.562.753
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5.000
0
0
0
4.149.665
Vereveningstoeslag/(korting)
Resultaat
165.673
Verdeling lichte ondersteuning
84
2014/15
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2021/22
1.876.245
38.850
1.837.395
1.900.342
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.900.342
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
85
88
89
89
89
89
89
89
1.176
1.486
4.376
1.977
2.932
2.105
2.922
423
4.726
97.684
123.393
363.450
164.178
243.505
174.810
242.660
74.000
392.565
101.031
127.620
375.902
169.802
251.847
180.799
250.988
36.340
406.013
102.312
129.239
380.669
171.956
255.041
183.092
254.171
36.801
411.162
102.312
129.239
380.669
171.956
255.041
183.092
254.171
36.801
411.162
102.312
129.239
380.669
171.956
255.041
183.092
254.171
36.801
411.162
102.312
129.239
380.669
171.956
255.041
183.092
254.171
36.801
411.162
102.312
129.239
380.669
171.956
255.041
183.092
254.171
36.801
411.162
102.312
129.239
380.669
171.956
255.041
183.092
254.171
36.801
411.162
22.120
1.876.245
1.900.342
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
1.924.440
leerlingen 1
10 2013
Totale baten lichte ondersteuning
Aanvulling Aoc de Groene Welle
Voor overige scholen
Per leerling
De Noordgouw
Landstede
Agnieten/ de Boog
Almere College
Ichthus College
Greijdanus College
Carmel College Salland
AOC De Groene Welle *
Openbaar Onderwijs Zwolle (VO)
* in 2014/2015 inclusief aanvulling
85
Verdeling LGF en ambulante ondersteuning
LGF okt 12
100
2014/15
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
100
75
50
25
0
0
0
2021/22
Lgf landelijk
31
22
31
29
27
24
22
22
22
22
37
29
37
35
33
31
29
29
29
29
146
79
146
129
113
96
79
79
79
79
59
37
59
54
48
43
37
37
37
37
77
51
77
71
64
58
51
51
51
51
104
39
104
88
72
55
39
39
39
39
Carmel College Salland
77
54
77
71
66
60
54
54
54
54
AOC De Groene Welle *
34
7
34
27
21
14
7
7
7
7
118
88
118
111
103
96
88
88
88
88
683
406
683
615
547
477
406
406
406
406
14/15
bedrag per ll
14/15
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2020/21
97.705
3.152
97.712
91.408
85.104
75.648
69.344
69.344
69.344
69.344
Landstede
127.737
3.452
127.724
120.820
113.916
107.012
100.108
100.108
100.108
100.108
Agnieten/ de Boog
352.086
2.412
352.152
311.148
272.556
231.552
190.548
190.548
190.548
190.548
Almere College
171.248
2.903
171.277
156.762
139.344
124.829
107.411
107.411
107.411
107.411
Ichthus College
226.341
2.939
226.303
208.669
188.096
170.462
149.889
149.889
149.889
149.889
Greijdanus College
294.409
2.831
294.424
249.128
203.832
155.705
110.409
110.409
110.409
110.409
Carmel College Salland
190.208
2.470
190.190
175.370
163.020
148.200
133.380
133.380
133.380
133.380
70.163
2.064
70.176
55.728
43.344
28.896
14.448
14.448
14.448
14.448
347.348
2.944
347.392
326.784
303.232
282.624
259.072
259.072
259.072
259.072
De Noordgouw
Landstede
Agnieten/ de Boog
Almere College
Ichthus College
Greijdanus College
Openbaar Onderwijs Zwolle (VO)
Totaal lgf
De Noordgouw
AOC De Groene Welle
Openbaar Onderwijs Zwolle (VO)
1.887.245
86
Totaal
1.877.245
Ambulante ondersteuning
1.877.350
14/15
Vereveningsritme
Lgf
683
"Norm"
406
Streefaantallen
1.695.817 1.512.444
1.324.928
1.134.609
1.134.609
1.134.609
1.134.609
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2020/21
100%
90%
75%
60%
30%
0%
0%
683
655
614
572
489
406
406
ll-aantallen
1-10-2013
De Noordgouw
1.176
130.783
125.422
117.571
109.529
93.635
77.742
77.742
Landstede
1.486
165.203
158.430
148.513
138.354
118.278
98.202
98.202
Agnieten/ de Boog
4.376
486.600
466.652
437.441
407.519
348.386
289.253
289.253
Almere College
1.977
219.807
210.796
197.601
184.084
157.373
130.661
130.661
Ichthus College
2.932
326.013
312.648
293.077
273.030
233.412
193.794
193.794
Greijdanus College
2.105
234.042
224.447
210.398
196.006
167.564
139.123
139.123
Carmel College Salland
2.922
324.901
311.581
292.077
272.098
232.615
193.133
193.133
423
47.042
45.113
42.290
39.397
33.680
27.963
27.963
4.726
525.579
504.033
472.483
440.163
376.293
312.423
312.423
2.459.969 2.359.121
2.211.451
2.060.179
1.761.237
1.462.295
1.462.295
AOC De Groene Welle
Openbaar Onderwijs Zwolle (VO)
22.120
87
Middelen beschikbaar voor leerlingen met ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Om de begroting van het smw sluitend te krijgen, moet de beschikbare middelen met onderstaande berekening verminderd worden. Het is daarna aan de scholen om meer of minder te
gaan verwijzen. Bij meer verwijzingen wordt deze in rekening gebracht bij de desbetreffende school; bij minder verwijzingen, worden deze uitbetaald aan de school.
Het aantal VSO leerlingen zal circa 750 moeten bedragen.
Het aantal nu
1200
Instroom vanuit po
200
Vaste/granieten bestand
300
Saldo zware ondersteuning
-371.187
-348.425
-794.615
-1.494.860
-2.758.672
-4.022.483
-4.022.483
Minder instroom vanuit VO
-41
-38
-87
-164
-303
-442
-442
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2021/22
Bedrag per ll
9.093,51
ll-aantallen
2014/15
1-10-2013
De Noordgouw
1.176
-19.734
-18.524
-42.245
-79.474
-146.664
-213.854
-213.854
Landstede
1.486
-24.928
-23.399
-53.364
-100.389
-185.263
-270.136
-270.136
Agnieten/ de Boog
4.376
-73.424
-68.921
-157.181
-295.694
-545.686
-795.677
-795.677
Almere College
1.977
-33.167
-31.133
-71.002
-133.571
-246.497
-359.423
-359.423
Ichthus College
2.932
-49.192
-46.176
-105.308
-198.110
-365.599
-533.088
-533.088
Greijdanus College
2.105
-35.315
-33.149
-75.600
-142.221
-262.460
-382.700
-382.700
Carmel College Salland
2.922
-49.025
-46.018
-104.949
-197.434
-364.352
-531.270
-531.270
423
-7.098
-6.663
-15.195
-28.586
-52.754
-76.922
-76.922
4.726
-79.305
-74.442
-169.772
-319.381
-589.398
-859.415
-859.415
22.120
-371.187
-348.425
-794.615
-1.494.860
-2.758.672
-4.022.483
-4.022.483
AOC De Groene Welle
Openbaar Onderwijs Zwolle (VO)
Totaal
88
2014/15
Totaal VSO
ll-aantallen
2014/15
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2021/22
11.896.976
11.919.738
11.473.547
10.773.302
9.509.491
8.245.680
8.245.680
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2021/22
1-10-2013
De Noordgouw
1.176
632.497
633.708
609.986
572.758
505.568
438.378
438.378
Landstede
1.486
798.958
800.487
770.522
723.496
638.623
553.750
553.750
Agnieten/ de Boog
4.376
2.353.310
2.357.812
2.269.553
2.131.039
1.881.048
1.631.057
1.631.057
Almere College
1.977
1.063.037
1.065.071
1.025.202
962.633
849.707
736.781
736.781
Ichthus College
2.932
1.576.672
1.579.689
1.520.556
1.427.755
1.260.266
1.092.776
1.092.776
Greijdanus College
2.105
1.131.880
1.134.046
1.091.595
1.024.974
904.734
784.495
784.495
Carmel College Salland
2.922
1.571.294
1.574.300
1.515.369
1.422.884
1.255.966
1.089.049
1.089.049
423
227.505
227.941
219.408
206.017
181.850
157.682
157.682
4.726
2.541.822
2.546.685
2.451.355
2.301.746
2.031.729
1.761.713
1.761.713
22.120
11.896.975
11.919.739
11.473.546
10.773.302
9.509.491
8.245.681
8.245.681
AOC De Groene Welle
Openbaar Onderwijs Zwolle (VO)
Totaal
89
Recapitulatie per bestuur (gewijzigd beleid)
De Noordgouw
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
Landstede
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
Agnieten/ de Boog
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
Almere College
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
2014/15
2015/16
2016/17
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
2021/22
97.712
97.684
195.396
632.497
130.783
91.408
101.031
955.719
633.708
125.422
85.104
102.312
946.546
609.986
117.571
75.648
102.312
905.517
572.758
109.529
69.344
102.312
853.943
505.568
93.635
69.344
102.312
770.859
438.378
77.742
69.344
102.312
687.776
438.378
77.742
69.344
102.312
687.776
127.724
123.393
251.117
798.958
165.203
120.820
127.620
1.212.601
800.487
158.430
113.916
129.239
1.202.072
770.522
148.513
107.012
129.239
1.155.286
723.496
138.354
100.108
129.239
1.091.197
638.623
118.278
100.108
129.239
986.248
553.750
98.202
100.108
129.239
881.299
553.750
98.202
100.108
129.239
881.299
352.152
363.450
715.602
2.353.310
486.600
311.148
375.902
3.526.960
2.357.812
466.652
272.556
380.669
3.477.688
2.269.553
437.441
231.552
380.669
3.319.215
2.131.039
407.519
190.548
380.669
3.109.774
1.881.048
348.386
190.548
380.669
2.800.650
1.631.057
289.253
190.548
380.669
2.491.526
1.631.057
289.253
190.548
380.669
2.491.526
171.277
164.178
335.455
1.063.037
219.807
156.762
169.802
1.609.408
1.065.071
210.796
139.344
171.956
1.587.166
1.025.202
197.601
124.829
171.956
1.519.587
962.633
184.084
107.411
171.956
1.426.084
849.707
157.373
107.411
171.956
1.286.446
736.781
130.661
107.411
171.956
1.146.809
736.781
130.661
107.411
171.956
1.146.809
90
Ichthus College
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
Greijdanus College
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
Carmel College Salland
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
AOC De Groene Welle
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
Openbaar Onderwijs Zwolle (VO)
Middelen beschikbaar voor leerlingen met
ontwikkelingsperspectief in het VO/VSO
Nieuw in te richten begeleiding AB (incl. Afbouw)
226.303
243.505
469.808
1.576.672
326.013
208.669
251.847
2.363.201
1.579.689
312.648
188.096
255.041
2.335.473
1.520.556
293.077
170.462
255.041
2.239.136
1.427.755
273.030
149.889
255.041
2.105.714
1.260.266
233.412
149.889
255.041
1.898.607
1.092.776
193.794
149.889
255.041
1.691.499
1.092.776
193.794
149.889
255.041
1.691.499
294.424
174.810
469.234
1.131.880
234.042
249.128
180.799
1.795.849
1.134.046
224.447
203.832
183.092
1.745.417
1.091.595
210.398
155.705
183.092
1.640.789
1.024.974
196.006
110.409
183.092
1.514.480
904.734
167.564
110.409
183.092
1.365.799
784.495
139.123
110.409
183.092
1.217.118
784.495
139.123
110.409
183.092
1.217.118
190.190
242.660
432.850
1.571.294
324.901
175.370
250.988
2.322.552
1.574.300
311.581
163.020
254.171
2.303.072
1.515.369
292.077
148.200
254.171
2.209.817
1.422.884
272.098
133.380
254.171
2.082.533
1.255.966
232.615
133.380
254.171
1.876.132
1.089.049
193.133
133.380
254.171
1.669.732
1.089.049
193.133
133.380
254.171
1.669.732
70.176
74.000
144.176
227.505
47.042
55.728
36.340
366.615
227.941
45.113
43.344
36.801
353.199
219.408
42.290
28.896
36.801
327.395
206.017
39.397
14.448
36.801
296.663
181.850
33.680
14.448
36.801
266.779
157.682
27.963
14.448
36.801
236.894
157.682
27.963
14.448
36.801
236.894
2.541.822
525.579
2.546.685
504.033
2.451.355
472.483
2.301.746
440.163
2.031.729
376.293
1.761.713
312.423
1.761.713
312.423
91
Rugzakgelden schooldeel (ex LGF incl afbouw)
Verdeling lichte ondersteuning
Totaal
347.392
392.565
739.957
326.784
406.013
3.800.199
303.232
411.162
3.765.112
282.624
411.162
3.617.624
259.072
411.162
3.412.143
259.072
411.162
3.078.256
259.072
411.162
2.744.370
259.072
411.162
2.744.370
92
93