28/02/2014

Visienota van de Unie van Nederlandstalige jeugdmagistraten m.b.t. de
toepassing van het decreet integrale jeugdhulp
Jeugdmagistraten van het openbaar ministerie en van de rechtbanken zijn juristen, bekommerd om
het fysieke en emotionele welzijn van jongeren met of in problemen. Wanneer wij beslissingen
nemen, vormen de belangen van het kind de eerste overweging. Onze formele leidraad is de wet
zoals die na een democratisch debat in wetgevende vergaderingen is goedgekeurd en correct
gepubliceerd. Het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp dat in heel Vlaanderen
en Brussel in werking treedt op 1 maart 2014 dient samen gelezen te worden met o.m.
internationale verdragen, de Grondwet, en de federale jeugdwet.
De jeugdmagistraten zullen het nieuwe decreet loyaal maar strikt toepassen, met respect voor de
doelstellingen die de decreetgever voor ogen had.
De jeugdmagistraten staan achter de principes van het decreet. Het is de bedoeling dat de aanwezige
krachten van de jongere en die van zijn context worden benadrukt. Jeugdhulpverleners uit tot nu toe
verschillende sectoren moeten maximaal geresponsabiliseerd worden om sámen te zorgen voor
gepaste hulpverlening op maat aan jongeren en hun context(en). Als het wat moeilijker gaat, moeten
hulpverleners in de eerste plaats zelf zorgen voor de continuïteit van het traject.
De decreetgever wil duidelijk ook af van aanbodgestuurde beslissingen. Terecht. Daartoe moet ook
een gedetailleerd zicht gekregen worden over waar hoeveel welke noden bestaan. Wat een jongere
en/of zijn context nodig heeft (“geïndiceerde hulpverlening”) dient losgekoppeld te worden van wat
beschikbaar is. Het is de opdracht van het team Jeugdhulpregie om de noden af te stemmen op wat
mogelijk is. De jeugdmagistraten stellen vast dat de Vlaamse overheid de volle verantwoordelijkheid
op zich neemt om dit in goede banen te leiden.
Op basis van de tekst van het decreet dienen wij te besluiten dat de rol van de jeugdrechter enigszins
beperkt is tot het uitoefenen van dwang, in die zin dat wanneer ambtenaren van de Vlaamse
overheid aangeven welke jeugdhulp maatschappelijk noodzakelijk is, (na een vordering van de
procureur des Konings) de jeugdrechter hulpverlening kan opleggen tegen de wil in van een van de
betrokkenen. Vervolgens komt het opnieuw ambtenaren van de Vlaamse overheid toe om uitvoering
te geven aan wat de jeugdrechter heeft opgelegd. In die zin is het de moeilijke taak van de Vlaamse
ambtenaren om telkens opnieuw op soms erg korte termijn, 7 dagen op 7, onderbouwde voorstellen
te doen en om de meest gepaste antwoorden te bieden op hulpvragen van gestrande jongeren, ook
deze met de meest complexe problematiek.
Het is evident dat het uitoefenen van dwang enkel kan met respect voor ieders rechten door een
(jeugd)rechter wiens onafhankelijkheid gewaarborgd moet blijven. Net zoals iedereen heeft een
jongere recht op een onafhankelijke beoordeling van zijn zaak, zijn noden, zijn hulpvraag. Wat dat
betreft stellen wij vast dat bepaalde terminologie van het decreet enigszins verwarrend en in een
bepaalde interpretatie wellicht zelfs ongrondwettelijk is. Het is op zijn minst opmerkelijk dat een
onafhankelijke jeugdrechter vóór hij/zij een beslissing neemt, dus tijdens het geheim beraad,
externen (de Jeugdhulpregie) moet laten nagaan hoe uitvoering kan gegeven worden aan de
“voorgenomen maatregel”.
Een hervorming van het hulpverleningslandschap van deze omvang zal hoogstwaarschijnlijk gepaard
gaan met groeipijnen. Verschillende actoren zullen hun plaats moeten zoeken en vinden; praktijken
zullen in vraag gesteld moeten worden; gewoontes veranderd. Kinderen met hun bagage droppen op
de jeugdrechtbank zonder alternatief, moet verleden tijd zijn. Jongens of meisjes die nood hebben
aan een zeer gestructureerde omgeving in geslotenheid, moeten daar op korte termijn terecht
kunnen voor hun veiligheid of die van hun omgeving. Jongeren dagen- of wekenlang van crisisplaats
naar crisisplaats doen overgaan, is absoluut géén gepaste hulpverlening op maat; dat is nefast voor
hun ontwikkeling.
In sommige regio’s vrezen wij –hopelijk onterecht- in de komende weken een toename van crisissen
en op korte tijd onoplosbare casussen. Ook de gekende pragmatische aanpak van jeugdmagistraten
kent zijn wettelijke grenzen. Het kan niet de bedoeling zijn dat creatief omspringen met regelgeving
het verdienstelijk systeem dat de decreetgever heeft uitgedokterd, zou ondermijnen.
Wij verwachten bijzondere inspanningen van de ambtenaren van de Vlaamse overheid en het
jeugdhulpverleningslandschap om een oplossing te geven aan mogelijke probleemsituaties op de
kortst mogelijke termijn.
Samen met anderen willen ook de jeugdmagistraten nadenken over hoe we ten dienste kunnen
staan van onze meest kwetsbare jongeren. Zij verdienen dat eenieder zijn schouders zet onder dit
project.
Deze tekst gaat uit van de Unie van Nederlandstalige jeugdmagistraten. Deze feitelijke vereniging
groepeert alle magistraten die gespecialiseerd zijn in jeugdzaken, zowel van het openbaar ministerie
als van de rechtbanken en hoven.
Ook de volgende personen of instanties hebben laten weten deze tekst te kunnen onderschrijven:
-
de heer Geert Decock, advocaat, namens de Unie van Jeugdadvocaten vzw
de heer Herman Buyssens, Stafhouder, namens de Balie van Antwerpen
de heer Raf Van Ransbeeck, namens de Nederlandstalige Vereniging van Magistraten (NVM
vzw)