Hoop

Hoop in de psychiatrie:
de remedie en de kwaal?
7e Vlaams congres GGZ
Antwerpen, 16 september 2014
Mevr. L. Vanhee, dr. psych, UPC Sint-Kamillus Bierbeek
Dr. M. Eneman, psychiater, UPC Sint-Kamillus en Provincialaat
Broeders van Liefde, Gent
1
1. Inleiding
Hoop: een (semi-) religieus onderwerp?
Een plaats in (een congres over) GGZ?
2
1. Inleiding
“Hoop blijkt een taboe-onderwerp te zijn, een
persoonlijke zaak, nauwelijks geschikt voor publieke
discussie. En toch: sinds wanneer vermijdt psychiatrie
het onderzoek van onze meest innerlijke gedachten en
gevoelens? Hoop maakt integraal deel uit van onze
professie en speelt een onmisbare rol in het initiëren
van therapeutische verandering.”
Karl Menniger 1959, Hope.115th Annual Meeting of the American
Psychiatry Association, The American Journal of Psychiatry 116/481-491
3
1. Inleiding
“De woorden geloof en hoop worden niet dikwijls
gehanteerd in de psychiatrie; ze worden geassocieerd
met een religieus discours. Toch zijn deze begrippen
van kritisch belang voor de menselijke ervaring en
daarom zou men mogen verwachten dat ze deel
uitmaken van onze gesprekken met patiënten.”
David Clarke, 2003, Faith and Hope. Australian Psychiatry, Vol 11/2 p
164-168
4
1. Inleiding



5
Vandaag lijkt hoop geen taboe meer te zijn.
1000-den artikels.
Hoop bevindt zich in het hart van het
herstelproces.
Herstel: een tegenbeweging van hoop vs. het
pessimistische medische discours.
2. ‘Hoop’ doorheen de tijd
2.1. De mythe van Pandora
2.2. Christendom
2.3. Opkomst van de wetenschappen
6
2.1. De mythe van Pandora



7
Eén van de oudste teksten over hoop.
Pan-dora: ontvangster van alle geschenken.
Het openen van haar pithos: alle kwalen
verspreidden zich, de hoop bleef op de
bodem achter.
Betekenis van ‘Pandora’?
Hoop iets positiefs?
 Hoe kwam ze dan in het vat terecht?
 Het enige goede in het vat verspreidde zich
niet?
Hoop iets negatiefs?
 Een troost dat hoop in het vat achterbleef?
8
Hoop, het laatste en meest aanhoudende kwaad?




9
Voor de Grieken was hoop op zijn minst een
dubbelzinnig en vermoedelijk een negatief begrip.
Weinig goed kan de lakse man overkomen die wacht
op de lege hoop (Hesiodos)
Hoop behoort tot de onweerstaanbare affecten van
de menselijke ziel, die dwaze raadgevers zijn voor
de mens (Plato)
“Hoop is de slechtste van alle kwalen want het
verlengt de kwelling van de mens.” (Nietzsche,1878)
2.2. Christendom



In het Christendom heeft hoop een eenduidig
positieve betekenis.
Eén van de drie theologale deugden (1 Kor, 13)
Het leven van de christen beweegt zich voortdurend
tussen de polen Goede Vrijdag en Pasen.
Goede Vrijdag: symbool voor (onrechtvaardig,
zinloos, schandaleus) lijden en wanhoop.
Pasen: symbool voor hoop en toekomst, ondanks.
Ondanks wat? Ondanks (onnoemelijk) veel.
10
2.3. Opkomst van de wetenschappen
(Verlichting en rationalisme)




11
De wetenschappen en hun belofte van vooruitgang
nemen de plaats in van Gods beloften.
De rede en haar overwinningen lijken meer dan een
object van hoop: ze worden verondersteld
zekerheden te verschaffen.
De rede kan het doen zonder de hoop en haar
onzekerheid.
De moderne wetenschap wordt de voornaamste
hoop van de beschaving.
3. Wat is hoop?


12
Clarke (2003) stelt dat we hoop kennen als we haar zien
en het intens voelen wanneer ze verdwenen is, maar dat
het moeilijk te beschrijven valt wat hoop is.
Fromm (1968, cit. in Flemming, 1997): Hoop is een
gedeelde menselijke ervaring die essentieel is voor het
leven. Het begrijpen van hoop is moeilijk omdat ze zo
fundamenteel is voor het menselijk leven. Het is zoals
een vis die probeert te begrijpen wat de betekenis van
water is. Water mag wel het laatste zijn waar een vis mee
bezig is, tot dat die vis uit het water gehaald is. Hoop is
zo vitaal voor het leven dat het verlies van hoop gelijk
staat met het verlies van het leven zelf.
Wat is hoop?

13
Mc Geer (2004): Hoop of hopen is geen optie voor ons
als menselijke wezens: een vol ontwikkeld doelgericht
handelend persoon zijn, met een rijk profiel aan
intentionele en emotionele toestanden en capaciteiten, is
een handelend wezen zijn dat hoopt. De soms gestelde
sceptische vraag met betrekking tot hoop, namelijk of een
leven zonder hoop altijd of soms beter is dan een leven
met hoop, is vrij irrelevant voor creaturen zoals wij.
…
Wat is hoop?
… Een leven leiden dat verstoken is van hoop, is eenvoudig
weg geen menselijk leven. Het is niet functioneren of,
tragisch genoeg, ophouden te functioneren als een
menselijk wezen.
Victoria McGeer. 2004. The art of good hope. Annals of The American
Academy of Political an Social Science. Vol 592 pp 100-127
14
Wat is hoop?

Schrank (2008): Hoop is een primair op de toekomst
georiënteerde verwachting om doelstellingen, die voor de
persoon waardevol zijn, te bereiken. Het bereiken hiervan
zal zin geven, wordt subjectief beschouwd als realistisch
en mogelijk en hangt af van persoonlijke actie en
kenmerken (zoals veerkracht en moed) en/of van externe
factoren (zoals de beschikbaarheid van hulpbronnen).
Schrank B. e.a., 2008. Hope in psychiatry: a review of the literature. Acta
Psychiatrica Scandinavica 118, 421-433
15
4. Hoop, optimisme en hopeloosheid
16
4.1. Kenmerken van hoop
De basis-cognitieve ingrediënten van hoop:
 Het geloof dat iets mogelijk is
 De wens dat dit gebeurt
 Het geloof dat het realiseren er van niet
helemaal valt onder eigen controle
Miceli en Castelfranchi, 2010, Hope. The power of wish and possibility.
Theory and Psychology Vol 20(2) 251-276
17
Kenmerken van hoop
Ook McGeer (2004), die nochtans sterk de nadruk legt
op de eigen activiteit (en op zelfs de groei in
competenties van diegene die hoopt), wijst erop dat
hopen altijd ook de confrontatie in zich houdt met de
limieten van eigen kunnen en van eigen
beïnvloedingsmogelijkheden.
18
4.2. Optimisme
Hoop hoeft niet gepaard te gaan met optimisme:
 De optimist gelooft dat op één of andere manier (goed
geluk, gunstig lot, inspanning van anderen, eigen
motivatie, …) de toekomst wel succesvol zal zijn.
 De hopende persoon houdt veel meer rekening met
eigen toedoen bij het proberen verzekeren van een
goede toekomst.
19
“Om een optimist te zijn, heb je alleen een beetje naïviteit
nodig. Om hoop te hebben, heb je veel moed en kracht
nodig.” Mohamed El Khalfioui, politicoloog
4.3. Hopeloosheid



20
Hopeloosheid is niet noodzakelijk het opgeven van
het onvervulde verlangen: het verlangen blijft.
Wat ontbreekt is het geloof in de mogelijkheid, die
wordt vervangen door een geloof in de
onmogelijkheid van het gebeuren.
Het lijden van de hopeloosheid komt tot stand door
het aanhouden van het verlangen enerzijds,
samengaand met het geloof in de onmogelijkheid
anderzijds.
Miceli en Castelfranchi, 2010.
5. Enkele begrippenparen
5.1. Algemene en specifieke hoop
5.2. Realistische en onrealistische/valse hoop
5.3. Actieve en passieve hoop
21
5.1. Algemene en specifieke hoop





22
Specifieke (particuliere) hoop: hoop georiënteerd op één of
ander specifiek doel
Algemene (gegeneraliseerde) hoop: een algemeen gevoel
dat zich in de toekomst gunstige ontwikkelingen zullen
voordoen
Cf. espoir en espérance: “Quand il n’y a plus d’espoir, il
reste l’espérance.”
Algemene hoop kan de betekenis van het leven bewaren
waar specifieke verwachtingen afwezig of verpletterd zijn
(Clarke 2003)
Cf. ook Victor Frankl
5.2. Realistische en
onrealistische/valse hoop




23

Realistische (genuïene) hoop erkent de realiteit en
bevordert iemands gezondheid
Onrealistische/valse hoop ontkent de realiteit, leidt tot
een gebrekkige aanpassing aan het leven en leidt tot een
zwakkere gezondheid
Kwestie van perspectief? (cf. 5% kans om te genezen)
Vele beschouwen hoop - sowieso - als vals, bedrieglijk en
misleidend (valse hoop: een pleonasme?) Het doet de
realiteit bekijken door een roze bril. Dit is schadelijk en
soms gevaarlijk. Het nagenoeg onmogelijke blijkt (veel
meer) mogelijk.
Valse hoop of niet-gedeelde hoop?
5.3. Actieve en passieve hoop


24
Actieve hoop: hoewel de eigen invloed op de realisatie
van wat men verhoopt beperkt is, zal hoop de energie
mobiliseren om te werken aan de toekomst
Hoop bevordert het geduld om te wachten op een
gunstige omstandigheid en stimuleert de gerichtheid
om daaruit voordeel te trekken (‘op vinkenslag’)

Zelfs als de verwachting dat iets gebeurt beperkt is,
kan hoop blijven bestaan en toch mobiliseren tot actie.
“Ik verwacht niet dat hij komt, maar toch hoop ik het.”

25
Bij hoop kan het geloof in de waarschijnlijkheid van iets
enerzijds, en de tendens tot actie anderzijds, in een
zekere mate divergeren.
“Zolang ik weet dat de kans dat dit gebeurt weliswaar
klein is, maar niet onmogelijk, blijf ik voortdoen. Men
weet maar nooit”
Passieve hoop


26
Hoop kan ook iemands motivatie
tegenhouden en aanzetten tot een passief
wachten tot het verlangde zich spontaan zou
voordoen.
Hoop is deels afhankelijk van eigen
inspanningen, deels ook van krachten en
situaties buiten de eigen controle. Bij
passieve hoop onderstreept men het laatste.
6. Hoop: überhaupt (nog) nodig in de GGZ?


27
Als alles maakbaar en controleerbaar is:
neen.
De grenzen van de maakbaarheid en
beheersbaarheid
- In het leven in het algemeen (cf. uitbouwen
van een partnerrelatie, opvoeden van
kinderen, handhaven van gezondheid, …
‘essentialia’).
6. Hoop: überhaupt (nog) nodig in de GGZ?

De grenzen van de maakbaarheid en
beheersbaarheid
- In de psychiatrie in het bijzonder
cf. zoveel niet echt te ‘genezen’ ziekten
cf. zoveel niet te herstellen schade uit het
verleden
=> een context voor hoop of wanhoop
(cf. de drie kenmerken)
28
“Ik kan niet genezen van mijn ziekte, ik wil genezen
met mijn ziekte.” (Michel Mestrum)
29



Hoop als ‘transdiagnostisch concept’ heeft
een grote bruikbaarheid in de GGZ
Klinische interventies om hoop op te wekken
en in stand te houden zijn nodig.
Hoop draagt bij tot de therapeutische
effectiviteit en gaat samen met een
verhoging van de persoonlijke veerkracht.
B. Schrank e.a., 2008.
30
7. Hoe hoop bevorderen bij patiënten?


31
Hopen waarop? “Hoop dat je je psychiatrische
problematiek te boven kunt komen” (Filip Abts)
Blijven streven naar strategieën om de ziekte zoveel
als kan te beheersen (goed aanwenden van
medicatie, herkennen van vroege tekens,
verschaffen van informatie, …)
Hoe hoop bevorderen? (2)

32
Bevorderen van goede relaties zowel met de
hulpverleners als met mensen buiten de GGZ (evt.
met een huisdier!)
Belangrijke elementen in deze relaties:
- present zijn
- moed geven
- begrip tonen
- steun geven
- vriendelijk zijn
- waarachtig zijn
-…
Hoe hoop bevorderen? (3)


33
Bevorderen van steun door lotgenoten en van peer
geleide diensten (rolmodellen)
Samen met patiënt de kloof onderzoeken tussen de
wereld die men vroeger veronderstelde
(‘basisassumpties’) en de actuele realiteit.
Herijken van doelstellingen naar bereikbare doelen
toe en ontwerpen van strategieën om deze te
bereiken.
Op deze wijze: verhoging van het gevoel van
competentie en effectiviteit.
Hoe hoop bevorderen? (4)

34
Ondersteunen van zelfrespect, gevoel van effectief
zijn, zingeving en welzijn.
Belang hierbij van het ‘aanwezig zijn’ en empathisch
beluisteren.
De persoon helpen in zijn pogingen om een zin te
vinden voor zijn ervaringen.
Als hulpverlener kunnen/durven voorbijgaan aan een
enkelvoudig verklaringsmodel (het ziektemodel) en
openstaan voor en valoriseren van andere
(‘idiosyncratische’) manieren van begrijpen van de
patiënt.
Hoe hoop bevorderen? (5)

Veel psychiatrische diensten hebben (elementen
van) een hoop-reducerend en contratherapeutisch
karakter. De groei in de samenleving van
alternatieven voor residentiële hulp kan hoop
stimuleren. Dit verhoogt de toegang tot vele gewone
bronnen van hoop.
Clarke, 2003; Kylma e.a., 2006; Schrank e.a. 2008 en 2012
35
8. Hulpverleners: dragers van hoop?



Het belang van de hulpverleningsrelatie voor het
bevorderen van hoop (onderzoekers en patiënten!).
De interpersoonlijke hulpverleningsrelatie fungeert
als geleider voor het inspireren van hoop.
Een subtiel proces, dat meer afhangt van de
expressie van bepaalde kwaliteiten van de
hulpverlener dan van formele technieken.
Koehn en Cutcliffe, 2007. Hope and interpersonal psychiatric/mental
health nursing. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing, 14,
134-147
36

Hulpverleners moeten dragers van hoop zijn.
Turner en Frak,2001.
Wanneer patiënten nog maar weinig of geen
hoop overhouden, bewaren hulpverleners de
hoop voor hen.
37

Hulpverleners proberen wat er nog aan hoop
rest bij de patiënt te erkennen, te
respecteren en te vitaliseren. In dit proces
bepaalt de hulpverlener niet wat de na te
streven doelstellingen zijn. Hij ondersteunt
enkel de hoop en de initiatiefname bij de
patiënt.
McGeer, 2004.
38
9. Hoe hoop bevorderen bij hulpverleners?





39

meemaken van succeservaringen bij patiënten;
helpen van patiënten bij het realistisch houden van
hun verwachtingen;
oog hebben voor de unieke persoonlijke kwaliteiten
van patiënten (‘de mens achter de ziekte’);
hebben van collega’s die respectvol omgaan met
patiënten;
krijgen van verstandige en fijngevoelige
ondersteuning;
positief bevestigen van medewerkers;
Hoop bevorderen bij hulpverleners (2)







40
plannen van aangename teamactiviteiten;
ontvangen van behulpzame klinische suggesties;
delen van verantwoordelijkheid over moeilijke
patiënten (‘verbreding van het steunvlak’);
verrichten van en leren uit onderzoek;
leren van andere hulpverleners;
krijgen van erkenning voor het werk dat men
verricht;
contacten hebben met hoopvolle mensen;
Hoop bevorderen bij hulpverleners (3)

een persoonlijk zingevingssysteem of religieus
geloof hebben.
De hoop of hopeloosheid van iemand is besmettelijk:
het kan de toestand van hoop bij iemand anders op
significante wijze beïnvloeden.
Landeen J. e.a., 1996. Factors influencing staff hopefulness in working
with people with schizophrenia. Issues in Mental Health Nursing 17, 457467
41
Het belang van als hulpverleners ook zorg te dragen
voor onszelf.
10. En wat de patiënt de hoop op
beterschap laat varen?
Enkele gedachten:
 Een niet vergeten waarschuwing uit mijn
opleiding:
“Wanneer een patiënt komt zeggen dat hij
geen hoop meer heeft en met alles zal
stoppen, hoed u voor een al te eenduidig
begrijpen hiervan. Vergeet de ambivalentie
niet: waarom komt deze patiënt u dit
melden?” (mevr. Nadine Laroche)
42

De vraag naar euthanasie omwille van
ondragelijk psychisch lijden.
Ingaan op de vraag of ‘bewaarders van hoop’
zijn en blijven?
43
Tweesporenbeleid:
Onze oren niet stoppen voor deze vraag, maar
ze ernstig nemen, verhelderen en exploreren.
Quid met de wettelijke vereisten? Quid met de
zorgvuldigheidsvereisten?
Tegelijkertijd: wat is uitzichtloos of hopeloos in
de GGZ? De hoop (espoir? espérance?) voor
de patiënt (blijven) bewaren.
44
Een tweesporenbeleid dus (door dezelfde
personen of anderen?) Open staan voor wat er
gebeurt.
En als de patiënt het toch echt opgeeft: “Mag ik
nu - eindelijk - stoppen met hopen? Er bestaat
toch geen plicht tot hopen?” Het einde van de
hoop.
45
We gaan uit van een groot respect voor de
mens en de menselijke vrijheid.
De patiënt kan lucied, autonoom beslissen het
leven op te geven.
De hulpverlener kan het leven van deze mens
niet ‘redden’.
De hulpverlener kan wel er voor kiezen om bij
deze mens – zo hij het wil – ‘present’ te blijven,
hem niet te verlaten.
46
Is de hoop hier dan verdwenen?
In zekere zin wel. In een andere zin niet.
“Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet
alleen omdat het kans van slagen heeft. Hoop is niet
hetzelfde als optimisme, evenmin de overtuiging dat
iets goed zal aflopen. Het is wel de zekerheid dat iets
zinvol is, ongeacht de afloop, het resultaat.” (V. Havel)
Een mens, die erg lijdt, niet verlaten is – ongetwijfeld –
zinvol en creëert, wat er ook mag gebeuren,
menselijkheid en op deze wijze hoop, espérance.
47