CASUS – BEZWAAR EN BEROEP Verzoek om teruggaaf na CNI

CUSTOMS ACADEMY
CASUS – BEZWAAR EN BEROEP
Verzoek om teruggaaf na CNI
Casus
Je werkt bij een douane-expediteur genaamd E.Xpediteur B.V. Voor de importeur genaamd
M.Okken B.V. maak je een aantal douaneaangiften ten invoer. Voor deze invoeraangifte maak
je gebruik van de door M.Okken B.V. opgegeven goederencode. Op basis van de informatie die
je hebt, heb je geen reden om aan deze code te twijfelen.
De Douane heeft vier CNI’s gedaan, waar een andere goederencode uit blijkt, met een hoger
invoerpercentage. M.Okken B.V. vraagt je om een verzoek om teruggaaf in te dienen.
Het interne rapport vind je op de volgende pagina’s.
Vraag 1
In hoeverre is de douane-expediteur E.Xpediteur B.V. aansprakelijk?
Vraag 2
In hoeverre is de importeur M.Okken B.V. aansprakelijk?
Vraag 3
Welke gevolgen heeft dit voor het AEO van E.Xpediteur B.V. en welke actie zou E.Xpediteur
moeten uitvoeren?
Vraag 4
Wat zou M.Okken B.V. moeten doen om een verzoek om teruggaaf in te dienen?
februari 2014
CUSTOMS ACADEMY
Algemeen
Importeur:
Issue:
Aangegeven
goederencode
M.Okken B.V. (CH)
Oneens met indeling van Douane in het tarief van ingevoerde
producten, zijnde mokken
6912.0010 90
Casus
Er zijn in 2013 een aantal aangiftes ingediend voor M.Okken B.V.. Een aantal zendingen zijn
daarbij opgenomen en er zijn monsters genomen van de producten. De monsters zijn
onderzocht. De importeur is het niet eens met de bevindingen van de Douane, met name de
goederenindeling en wil een verzoek herzien van de aangifte.
Aangiftes
Nummer Aangifte- Aanvaardings- Kenmerk uitslag
Uitkomst
Invoerrechtennummer datum
monsteronderzoek monsteronderzoek percentage
1
NL…
10-09-2013
54678-02
6912.0050 00
9%
2
NL…
18-09-2013
61238
6912.0090 00
7%
3
NL…
25-09-2013
94545
6912.0050 00
9%
4
NL…
01-10-2013
Lab.nr.76287 K 13
6912.0050 00
9%
Bevindingen monsteronderzoeken
Nummer Kenmerk
Waterabsorptiecoëfficiënt Doorschijnendheid
1
54678-02
Gem. 8,1%
Niet doorschijnend
2
61238
Gem. 3,4%
Niet doorschijnend
3
94545
Gem. 5,7%
Niet doorschijnend
4
Lab.nr.76287 K > 10%
Niet doorschijnend
13
De bepalingen van de waterabsorptiecoëfficiënt en de doorschijnendheid zijn gedaan conform
de EEG Verordening 679/72. Eerst worden de indelingen in de betreffende goederencodes
weergegeven. Daarna wordt de bepalingen van waterabsorptiecoëfficiënt en de
doorschijnendheid besproken.
Tariferingen
1. Afbakening van de termen "gewoon aardewerk" en "fijn aardewerk"
Voor de uitlegging en afbakening van de GN-onderverdelingen 6912 00 10 en 6912 00 50
(vaatwerk "van gewoon aardewerk" en "van fijn aardewerk") en de GN-onderverdelingen
6913 90 10 en 6913 90 93 (versieringsvoorwerpen "van gewoon aardewerk" en van "fijn
aardewerk") moet worden gezien naar de fijnheid van de korrel en de homogeniteit van de
structuur, zodat een product dat een grote homogeniteit vertoont niet kan worden ingedeeld als
een product van gewoon aardewerk.
(Hof van Justitie; zaken 98-75 en 99-75)
Onderverdeling 6912 00 10
Tot deze onderverdeling behoren producten van ijzer- en kalkhoudende klei (steen- of
pannenbakkersklei); de scherf is niet gesinterd en het breukvlak is mat en in de regel bruin,
rood of geel van kleur.
februari 2014
CUSTOMS ACADEMY
De scherf is heterogeen en de diameter van de voor de structuur van de massa kenmerkende
niet-homogene elementen (korrels, insluitsels, poriën) bedraagt meer dan 0,15 mm. Deze
elementen zijn dus met het blote oog waarneembaar.
Voorts is de poreusheid (waterabsorptiecoëfficiënt) 5 gewichtspercenten of meer. Deze
poreusheid dient te worden bepaald volgens onderstaande methode: (verderop)
Onderverdeling 6912 00 30
Tot deze onderverdeling behoren producten uit klei die meestal in meerdere of mindere mate in
de specie is gekleurd; zij worden gekenmerkt door een scherf die niet doorschijnend is en een
compacte structuur heeft en zij zijn tot versintering toe gebakken. De ondoorschijnendheid dient
te worden bepaald aan de hand van een scherf met een dikte van ten minste 3 mm en volgens
de navolgende methode: (verderop)
Onderverdeling 6912 00 50
Tot deze onderverdeling behoren producten die worden verkregen door het bakken van een
mengsel van geselecteerde kleisoorten ("fijn aardewerk"), soms vermengd met veldspaat en
met variabele hoeveelheden kalk (harde faience, zachte faience en tussenvormen daarvan).
De producten van faience worden gekenmerkt door een scherf waarvan het breukvlak wit of
lichtgrijsachtig, room- of ivoorkleurig is en de producten van fijn aardewerk door een scherf met
een breukvlak in een kleur variërend van geel tot bruin of rood-bruin. De scherf is homogeen en
fijnkorrelig en de diameter van de voor de structuur kenmerkende niet-homogene elementen
(korrels, insluitsels, poriën) bedraagt 0,15 mm of minder; deze elementen zijn dus niet met het
blote oog waarneembaar.
Voorts is de poreusheid (waterabsorptiecoëfficiënt) 5 gewichtspercenten of meer. Deze
poreusheid dient te worden bepaald volgens de methode die is omschreven in de toelichting op
onderverdeling 6912 00 10. (verderop)
Onderverdeling 6912 00 90
Tot deze onderverdeling behoren producten van keramische stoffen die niet voldoen aan de
gestelde criteria voor indeling onder de andere onderverdelingen van deze post en die evenmin
beantwoorden aan die voor porselein (post 6911).
Bepaling van de waterabsorptiecoëfficiënt
Doel en definitie
Het doel van de proef is het bepalen van de waterabsorptiecoëfficiënt van de scherf. De
coëfficiënt wordt uitgedrukt in een percentage van het gewicht van de scherf in droge toestand.
Voorbereiding van de monsters en uitvoering van de proef
Het aantal monsters voor ieder stuk mag niet minder dan drie bedragen. Zij worden genomen
uit de geglazuurde gedeelten van eenzelfde artikel en mogen niet meer dan één geglazuurde
kant hebben.
De oppervlakte van een monster moet ongeveer 30 cm2 bedragen en de maximumdikte met
inbegrip van het glazuur ongeveer 8 mm.
februari 2014
CUSTOMS ACADEMY
De monsters worden bij een temperatuur van 105°C gedurende drie uur in een oven gedroogd
en na afkoeling in een droogkast wordt het gewicht (Gd) tot op 0,05 g nauwkeurig bepaald. De
monsters worden vervolgens onmiddellijk in gedistilleerd water gedompeld, zodanig dat zij niet
op de bodem rusten.
De monsters worden gedurende twee uur gekookt; daarna blijven ze gedurende 20 uur in het
water. Vervolgens worden ze er uitgenomen en wordt het water van de oppervlakte gewist met
een schone en enigszins vochtige doek. De holten en gaten worden drooggemaakt met dunne,
enigszins vochtige penselen. Thans wordt het gewicht (Gv) bepaald. De
waterabsorptiecoëfficiënt van de monsters wordt verkregen door de waarde van de
gewichtsvermeerdering te vermenigvuldigen met 100 en te delen door het gewicht in droge
toestand:
Waardering van de resultaten
Het gemiddelde van de waterabsorptiecoëfficiënten van de verschillende monsters, uitgedrukt in
percenten, geeft de waterabsorptiecoëfficiënt van de scherf.
Proef ter bepaling van de doorschijnendheid
Definitie
Het schaduwbeeld van een voorwerp moet zichtbaar zijn door het 2 tot 4 mm dikke monster, dat
is geplaatst in een donkere koker op 50 cm afstand van een zich eveneens in de koker
bevindende nieuwe lamp met een lichtsterkte van 1.350 tot 1.500 lumen. De lamp moet worden
verwisseld na 50 branduren.
Omschrijving van de apparatuur (zie bijgaand schema)
De apparatuur bestaat uit een inwendig mat-wit beschilderde koker. Aan het ene uiteinde
bevindt zich de lamp (A). In het andere uiteinde is een gat, waardoor - door het monster (C)
heen - het schaduwbeeld van het voorwerp (B) zichtbaar is.
De afmetingen van de koker zijn:
- lengte: de lengte van de lamp 50 cm,
- breedte en hoogte: elk ongeveer 20 cm.
De diameter van het gat is ongeveer 10 cm.
februari 2014
CUSTOMS ACADEMY
Voorts is de poreusheid (waterabsorptiecoëfficiënt) 3 gewichtspercenten of minder. Deze
poreusheid dient te worden bepaald volgens de methode die is omschreven in de toelichting op
onderverdeling 6912 00 10.
Correspondentie
Date
yyyymmdd
februari 2014
Type
Consignee
(letter/email)
Issue
CUSTOMS ACADEMY
Antwoord 1
Dit wordt gewogen. In hoeverre wist hij of had hij kunnen weten?
Antwoord 2
Dit wordt gewogen. In hoeverre wist hij of had hij kunnen weten?
Antwoord 3
Gevolgen: afhankelijk van de in plaats zijnde procedures en de uitvoering daarvan, hoeft dit
geen gevolgen te hebben voor het AEO certificaat.
Te nemen actie: E.Xpediteur moet nagaan of hij nog meer aangiftes heeft gedaan onder een
mogelijke onjuist goederencode en dit opvolgen. Tevens kan hij intern controleren voor welke
eventuele andere klanten hij aangiftes gedaan heeft betreffende deze goederencodes en
daarbij onderzoeken of deze casus aanleiding geeft om andere aangiften te herzien of in twijfel
te trekken.
Antwoord 4
M.Okken B.V. moet aantonen met bewijsmateriaal waarom het onder een van de betreffende
goederencodes valt. Hierbij dient zij altijd de indelingsregels toe te passen. Het bewijsmateriaal
moet aansluiten bij de bewoordingen zoals in het tarief vermeld.
februari 2014