handboek synchroonzwemmen 2013-2017

Handboek 2013 – 2017
HANDBOEK
SYNCHROONZWEMMEN
2013-2017
oktober 2014
1
Handboek 2013 – 2017
AGE-GROUP I, Age I diploma
Figuren leeftijdsgroep 12 en jonger
Verplichte figuren
1. 101
Balletbeen
2. 301
Barracuda
1.6
2.0
Geloot
Groep 1
3. 439
4. 362
Oceanita
Oppervlakte garnaal
1.9
1.4
Groep 2
3. 311
4. 360
Kiep
Overslag voorover
1.8
2.1
Groep 3
3. 349
4. 406
Toren
Zwaardvis overslag
1.9
2.0
oktober 2014
2
Handboek 2013 – 2017
Verplichte figuren
101
Balletbeen
Ballet leg single
1.6
Totaal
NVT
PV
10.5
2.44
11.0
2.56
11.0
2.56
10.5
2.44
43
Een balletbeen wordt aangenomen. Van balletbeen naar gestrekte ligging op de rug.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
1 Het aannemen van een balletbeen (to
assume a ballet leg)
- Begin in de gestrekte ligging op de
rug. Eén been blijft gedurende de
gehele beweging aan de waterspiegel.
- De voet van het andere been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been ingetrokken tot gebogen
kniehouding op de rug.
- De knie wordt, zonder beweging van
het dijbeen, gestrekt tot
balletbeenhouding.
14b Gebogen kniehouding op de rug
(bent knee back layout position)
- Het lichaam in gestrekte ligging op
de rug.
- Eén been is gebogen met de teen van
het gebogen been tegen de binnenkant
van het gestrekte been.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
2 Van balletbeen naar gestrekte ligging
op de rug (to lower a ballet leg)
- Het balletbeen wordt gebogen,
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Zie bh 1 gestrekte ligging op de
rug.
- Zie bh 14b gebogen kniehouding op
de rug.
De teen van het gebogen been blijft in
contact met het gestrekte been.
Minimaal zakken van de heupen.
Positie zolang aanhouden dat
accuraatheid en controle zichtbaar is.
- Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel. De hoogte en plaats van
het dijbeen blijven constant terwijl de
balletbeenhouding wordt
aangenomen.
De beweging wordt in een gelijkmatig
tempo uitgevoerd.
- In basishouding 1 gestrekte ligging
op de rug.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van figuur.
Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter het
been.
- Oor, schouder, heup en enkel op een
zo horizontaal mogelijke lijn.
- Een hoek van 90˚ tussen bovenbeen
en de waterspiegel en zoveel mogelijk
90˚ tussen bovenbeen en romp. Op
maximale hoogte, zodat er “lucht” is
tussen de achterkant dijbeen en de kuit
van de gebogen knie t.o.v. de
waterspiegel.
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in een
horizontale lijn.
- De hoogte en plaats van het dijbeen
blijven constant terwijl de gebogen
kniehouding op de rug wordt
3
Handboek 2013 – 2017
zonder beweging van het dijbeen naar
een gebogen kniehouding op de rug.
- De teen van het gebogen been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been bewogen tot gestrekte ligging
op de rug.
aangenomen.
- Tijdens deze beweging maximale
hoogte en gestrektheid aanhouden tot
en met de gestrekte ligging op de
rug. De beweging wordt in een
gelijkmatig tempo uitgevoerd.
14b Gebogen kniehouding op de rug
(bent knee back layout position)
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
oktober 2014
4
Handboek 2013 – 2017
301
Barracuda
Barracuda
2.0
Totaal
NVT
PV
13.0
2.03
37.0
5.78
14.0
2.19
64
Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het
lichaam onder water gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de
waterspiegel. Een thrust wordt uitgevoerd tot verticale houding. Eindigen met verticaal
ondergaan in hetzelfde tempo als de thrust.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
Vanuit een gestrekte ligging op de
rug worden de benen omhoog gebracht
tot verticaal terwijl het lichaam naar
beneden gaat naar een gehoekte
houding achterover met de tenen net
onder de waterspiegel.
11 Gehoekte-houding achterover
(back pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
scherpe hoek van 45° of minder.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
9 Thrust (thrust)
- Vanuit een gehoekte houding
achterover met de benen loodrecht op
de waterspiegel wordt een snelle
opwaartse beweging gemaakt.
- Benen en heupen gaan verticaal naar
boven, terwijl het lichaam afrolt tot
verticale houding.
- Maximale hoogte wordt vereist.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Vanuit de gestrekte ligging op de
rug naar de gehoekte houding
achterover komen de heupen direct
onder het punt waar de heupen waren
in de gestrekte ligging op de rug.
- Benen zo dicht mogelijk bij de borst,
terwijl de rechte lijn van de wervelkolom
en hoofd gehandhaafd blijft.
- Volledige strekking van benen, enkels
en voeten.
- Rug gestrekt met oor, schouder,
midden rompzijde en heup in één lijn.
- Zie bh 11 gehoekte houding
achterover. Voordat de afrolactie
begint mag de eenmaal aangenomen
hoek niet meer veranderen. Het afrollen
start met de tenen net onder de
waterspiegel.
- Zie bh 6 verticale houding. Het
lichaam rolt onder de benen en neemt
een verticale houding aan langs
dezelfde loodlijn van de benen in de
gehoekte houding achterover.
- Scheppen moet worden afgestraft, Dit
is een truc om snel omhoog te komen.
Benen moeten de lijn volgen die in
reglement wordt omschreven. Uitgaan
van perfectie.
- Zichtbare versnelling in de beweging
moet aanwezig zijn.
- Maximale hoogte en verticale
houding gelijktijdig bereiken.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
5
Handboek 2013 – 2017
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- Tempo van neerwaartse beweging is
gelijk aan het tempo van de thrust.
6
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 1
439
Oceanita
Oceanita
1.9
Totaal
NVT
PV
19.5
3.55
21.5
3.91
14.0
2.55
55
Vanuit de gestrekte ligging op de rug wordt een Nova (435) uitgevoerd tot de oppervlakteboog
gebogen kniehouding. De benen worden gelijktijdig omhoog gebracht tot verticale houding,
waarbij de teen van het gebogen been langs de binnenzijde van het verticale been beweegt.
Eindigen met verticaal ondergaan.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
14 Dolfijn (dolphin)
Een dolfijn wordt ingezet totdat de
heupen bijna ondergaan
De heupen, benen en voeten gaan door
langs de waterspiegel terwijl de rug
verder wordt holgetrokken tot
oppervlakteboog gebogen
kniehouding
14d Oppervlakteboog gebogen
kniehouding (bent knee surface arch
position)
- Het lichaam in oppervlakteboog.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
- Zie basishouding 13
oppervlakteboog.
- Lucht tussen achterkant dijbeen en
kuit van de gebogen knie t.o.v. de
waterspiegel is wenselijk.
De benen worden gelijktijdig omhoog
gebracht tot verticale houding
- Heupen en schouders blijven in een
horizontale lijn gedurende de lift
- Gebogen been bereikt verticaal
gelijktijdig met de voltooiing van het
aansluiten van de voeten.Gebogen
been wordt gelijktijdig gestrekt en in
hetzelfde tempo en afstand als dat het
gestrekte been wordt opgetild naar
verticale houding.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Tijdens de beweging van gestrekte
ligging op de rug naar oppervlakteboog
gebogen kniehouding blijven de heupen
aan de waterspiegel.
- Constante gelijktijdige beweging,
heuphoogte constant, heupen in een
horizontale lijn.
7
Handboek 2013 – 2017
362
Oppervlaktegarnaal
Surface prawn
1.4
Totaal
NVT
PV
12.0
3.87
12.0
3.87
7.0
2.26
0.0
0.0
31
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén
voet beweegt in een horizontale boog van 180° aan de waterspiegel naar spagaathouding. De
benen worden aangesloten tot een verticale houding op enkelhoogte. Eindigen met verticaal
ondergaan.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel, totdat
de heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
Een voet beweegt in een horizontale
boog van 180˚ langs de waterspiegel
naar spagaathouding.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale lijn,
ongeacht de hoogte van de heupen
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd.
Als het gezicht uit het water is zijn de
oren niet in de horizontale lijn en kan de
rug iets lager zijn.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de
borst en bh 10 gehoekte houding
voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding. De heupen moeten op de
plaats komen waar het hoofd zich
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
- Constante hoogte en beweging naar
spagaathouding. De romp behoudt zijn
verticale lijn, met de heupen en
schouders recht. Voet van het liggende
been blijft aan de waterspiegel.
Voet van het bewegende been is aan
en niet boven de waterspiegel.
- Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
8
Handboek 2013 – 2017
16a Spagaathouding (split position)
- Benen zijn ‘droog’ aan de
waterspiegel.
De benen worden aangesloten tot
verticale houding op enkelhoogte
- beide benen bereiken gelijktijdig de
bh 6 verticale houding.
- terwijl de benen worden aangesloten
blijven beide benen op enkelhoogte.
- Heupen moeten altijd zakken.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
9
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 2
311
Kiep
Kip
1.8
Totaal
NVT
PV
4.0
0.78
10.0
1.96
23.0
4.51
14.0
2.75
51
Vanuit een gestrekte ligging op de rug wordt een gedeeltelijke salto achterover gehurkt
uitgevoerd, totdat de onderbenen loodrecht op de waterspiegel staan. De romp wordt afgerold, terwijl
de benen worden gestrekt, tot verticale houding midden tussen de voormalige verticale lijn door de
heupen en die door het hoofd en onderbenen. Eindigen met verticaal ondergaan.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
Vanuit een gestrekte ligging op de
rug worden de knieën en tenen langs
de waterspiegel bewogen tot gehurkte
houding
9 Gehurkte houding (tuck position)
- Lichaam zo klein mogelijk, rug
gekromd en benen tegen elkaar.
- Hielen zo dicht mogelijk bij het zitvlak.
- Hoofd zo dicht mogelijk bij de knieën.
In een doorgaande beweging wordt de
gehurkte houding nog compacter,
terwijl het lichaam een gedeeltelijke
salto achterover gehurkt maakt totdat
de onderbenen loodrecht op de
waterspiegel staan.
De romp wordt afgerold, terwijl de
benen worden gestrekt tot verticale
houding, midden tussen de voormalige
verticale lijn door de heupen en die
door het hoofd en onderbenen.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Benen worden richting de borst
ingetrokken om een compacte
gehurkte houding aan te nemen.
- Eénmaal de beweging ingezet blijft
deze doorgaan tot uniform motion.
- Benen dicht tegen de voorzijde van de
romp aan.
- Compacte gehurkte houding. Hielen
zo dicht mogelijk bij het zitvlak.
- Kin ingetrokken. Oren in een
natuurlijke lijn van de curve van de
wervelkolom.
- Het hoofd wordt een deel van de
compacte gehurkte houding als de rol
is ingezet.
- Constante hoogte tijdens het
omrollen.
- De kwart salto is beëindigd als de
schenen loodrecht op de waterspiegel
staan. Tijdens deze beweging blijft de
gehurkte houding compact.
- De onderbenen blijven verticaal als
het lichaam wordt gestrekt naar de
verticale houding. Niet eerst het hoofd
naar achteren en dan uitstrekken naar
verticale houding.
- De verticale houding en maximale
hoogte worden gelijktijdig bereikt.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
10
Handboek 2013 – 2017
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
aan het tempo van de rest van het
figuur.
11
Handboek 2013 – 2017
360
Overslag voorover
Walkover front
2.1
Totaal
NVT
PV
12.0
1.76
21.0
3.09
24.0
3.53
11.0
1.62
68
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén
been gaat in een boog van 180º over de waterspiegel tot spagaathouding. Eindigen met overslag
voorover.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel, totdat
de heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
Eén been gaat in een boog van 180°
over de waterspiegel tot
spagaathouding.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale lijn,
ongeacht de hoogte van de heupen
16a Spagaathouding
- Benen zijn ‘droog’ aan de
waterspiegel
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd.
Als het gezicht uit het water is zijn de
oren niet in de horizontale lijn en kan de
rug iets lager zijn.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de
borst en bh 10 gehoekte houding
voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding. De heupen moeten op de
plaats komen waar het hoofd zich
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
- Constante hoogte en beweging naar
spagaathouding. De romp behoudt zijn
verticale lijn, met de heupen en
schouders recht. Voet van het liggende
been blijft aan de waterspiegel.
- Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
12
Handboek 2013 – 2017
6 Overslagen (walkouts)
- Deze bewegingen beginnen vanuit
spagaathouding, tenzij de
omschrijving van de figuren anders
aangeeft.
- De heupen blijven op de plaats,
wanneer één been in een boog over de
waterspiegel gaat en bij het andere
been aansluit.
6a Overslag voorover (walkout front)
- Het voorliggende been wordt opgetild
in een 180˚ boog over de waterspiegel
en sluit aan bij het andere been tot
oppervlakteboog en in een
doorgaande beweging wordt de
oppervlakteboog naar gestrekte ligging
op de rug uitgevoerd.
13 Oppervlakteboog (surface arch
position)
- Onderrug holgetrokken met de
heupen, schouders en hoofd in één
verticale lijn.
- Benen tegen elkaar en aan de
waterspiegel.
5 Van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug (arch to back layout
finish action)
- Vanuit de oppervlakteboog komen,
heupen, borst en gezicht op hetzelfde
punt aan de oppervlakte, totdat de
gestrekte ligging op de rug is bereikt.
- De beweging eindigt wanneer het
hoofd op de plaats komt, waar de
heupen zich bevonden, voordat de
beweging werd ingezet.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
- Heuphoogte constant en zo dicht
mogelijk bij de waterspiegel.
- Het been dat een boog over het water
maakt beweegt in een gelijkmatig
tempo.
- Benen blijven volledig gestrekt.
- Romp blijft in dezelfde positie totdat
de voeten bij elkaar zijn.
- Een duidelijke oppervlakteboog
moet te zien zijn voordat het lichaam
naar de waterspiegel komt en zich
begint te strekken.
- De voeten beginnen pas te bewegen
langs de waterspiegel als de voeten bij
elkaar zijn.
- Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5
van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug.
- Heupen op één horizontale lijn,
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. Hoofd (met name
de oren) in
lijn met de schouders.
- Volledige gestrektheid van de benen
met de dijen en voeten aan de
waterspiegel. Heupen zo dicht mogelijk
bij de waterspiegel en knieën gestrekt.
- Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe
boog in onderrug. Het lichaam strekt en
beweegt zich gelijktijdig richting de
waterspiegel tot gestrekte ligging op
de rug is aangenomen. Volledige
gestrektheid van het lichaam tijdens de
gehele beweging.
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
13
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 3
349
Toren
Tower
1.9
Totaal
NVT
PV
12.0
2.07
13.5
2.33
18.5
3.19
14.0
2.41
58.0
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén
been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt omhoog
gebracht naar verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel, totdat
de heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
Eén been wordt omhoog gebracht naar
zwaluwstaarthouding
- Hoogte en verticale lijn van de romp
blijven gehandhaafd. Duidelijke
stabiliteit en controle.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden.
Het horizontale been wordt aangesloten
tot vertical houding.
- Constante hoogte tijdens het
aansluiten.
- Romp en het verticale been
handhaven de verticale lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding met
- een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte been
aan de waterspiegel, ongeacht de
hoogte van de heupen.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd.
Als het gezicht uit het water is zijn de
oren niet in de horizontale lijn en kan de
rug iets lager zijn.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de
borst en bh 10 gehoekte houding
voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding. De heupen moeten op de
plaats komen waar het hoofd zich
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
14
Handboek 2013 – 2017
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
15
Handboek 2013 – 2017
406
Zwaardvis overslag
Swordfish straight leg
2.0
Totaal
NVT
PV
30.0
4.62
24.0
3.69
11.0
1.69
65
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt de rug holgetrokken, terwijl een been een boog
van 180º over het water beschrijft tot spagaathouding. Eindigen met overslag voorover.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn.
Vanuit de gestrekte ligging op de
borst wordt de rug holgetrokken, terwijl
één been een boog van 180° over het
water beschrijft tot spagaathouding
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale lijn,
ongeacht de hoogte van de heupen
16a Spagaathouding
- Benen zijn ‘droog’ aan de
waterspiegel
6 Overslagen (walkouts)
- Deze bewegingen beginnen vanuit
spagaathouding, tenzij de
omschrijving van de figuren anders
aangeeft.
- De heupen blijven op de plaats,
wanneer één been in een boog over de
waterspiegel gaat en bij het andere
been aansluit.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd.
Als het gezicht uit het water is zijn de
oren niet in de horizontale lijn en kan de
rug iets lager zijn.
Gelijktijdig optillen van het been en het
zakken van het lichaam, de voet van
het bewegende been wordt opgetild
van het wateroppervlakte terwijl het
hoofd onderwater gaat.
Constante hoogte met de heupen als
draaipunt. Hoofd komt in lijn onder de
heupen terwijl de voet van het
bewegende been de waterspiegel
bereikt.
Maximale hoogte en uniform motion
terwijl het bewegende been de
spagaathouding bereikt
Het niet bewegende been blijft aan de
waterspiegel.
- Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
- Heuphoogte constant en zo dicht
mogelijk bij de waterspiegel.
- Het been dat een boog over het water
maakt beweegt in een gelijkmatig
tempo.
- Benen blijven volledig gestrekt.
- Romp blijft in dezelfde positie totdat
de voeten bij elkaar zijn.
- Een duidelijke oppervlakteboog moet
16
Handboek 2013 – 2017
6a Overslag voorover (walkout front)
- Het voorliggende been wordt opgetild
in een 180˚ boog over de waterspiegel
en sluit aan bij het andere been tot
oppervlakteboog en in een
doorgaande beweging wordt de
oppervlakteboog naar gestrekte ligging
op de rug uitgevoerd.
13 Oppervlakteboog (surface arch
position)
- Onderrug holgetrokken met de
heupen, schouders en hoofd in één
verticale lijn.
- Benen tegen elkaar en aan de
waterspiegel.
5 Van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug (arch to back layout
finish action)
- Vanuit de oppervlakteboog komen,
heupen, borst en gezicht op hetzelfde
punt aan de oppervlakte, totdat de
gestrekte ligging op de rug is bereikt.
- De beweging eindigt wanneer het
hoofd op de plaats komt, waar de
heupen zich bevonden, voordat de
beweging werd ingezet.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
te zien zijn voordat het lichaam naar de
waterspiegel komt en zich begint te
strekken.
- De voeten beginnen pas te bewegen
langs de waterspiegel als de voeten bij
elkaar zijn.
- Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5
van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug.
- Heupen op één horizontale lijn,
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. Hoofd (met name
de oren) in
lijn met de schouders.
- Volledige gestrektheid van de benen
met de dijen en voeten aan de
waterspiegel. Heupen zo dicht mogelijk
bij de waterspiegel en knieën gestrekt.
- Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe
boog in onderrug. Het lichaam strekt en
beweegt zich gelijktijdig richting de
waterspiegel tot gestrekte ligging op
de rug is aangenomen. Volledige
gestrektheid van het lichaam tijdens de
gehele beweging.
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
17
Handboek 2013 – 2017
AGE-GROUP II, Age II diploma
Figuren leeftijdsgroep 13,14,15
Verplichte figuren
1. 423
Ariana
2. 301e Barracuda spin down 360°
2.2
2.2
Geloot
Groep 1
3. 342
4. 115
Reiger
Catalina
2.1
2.3
Groep 2
3. 355h
4. 140
Bruinvis spin up 180°
Flamingo gebogen knie
2.2
2.4
Groep 3
3. 240a
4. 346
Albatros halve draai
Zijzwaluwstaart spagaat
2.6
2.0
oktober 2014
18
Handboek 2013 – 2017
Verplichte figuren
423
Ariana
Ariana
2.2
Totaal
NVT
PV
16.0
1.98
21.0
2.59
9.0
1.11
24.0
2.96
11.0
1.36
81
Een overslag achterover wordt uitgevoerd tot spagaathouding. In deze houding met de heupen
zoveel mogelijk aan de waterspiegel roteren de heupen 180°. Eindigen met overslag voorover.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
14 Dolfijn (dolphin) wordt ingezet.
Terwijl heupen, benen en voeten zich
langs de waterspiegel blijven bewegen
wordt de rug verder holgetrokken tot
oppervlakteboog.
13 Oppervlakteboog (surface arch
position)
- Onderrug holgetrokken met de
heupen, schouders en hoofd in één
verticale lijn.
- Benen tegen elkaar en aan de
waterspiegel.
Eén been beschrijft een boog van 180°
over de waterspiegel tot
spagaathouding.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale lijn,
ongeacht de hoogte van de heupen.
16a Spagaathouding (split position)
- Benen zijn ‘droog’ aan de
waterspiegel.
- In deze houding met de heupen zoveel
mogelijk aan de waterspiegel roteren de
heupen 180°.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- doorgaande beweging richting
oppervlakteboog.
- Heupen op één horizontale lijn,
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. Hoofd (met name
de oren) in lijn met de schouders.
- Volledige gestrektheid van de benen
met de dijen en voeten aan de
waterspiegel. Heupen zo dicht mogelijk
bij de waterspiegel en knieën gestrekt.
- vanaf dat de benen bijna ondergaan
wordt een spagaathouding
aangenomen.
- Constante hoogte en beweging naar
spagaathouding. De romp behoudt
zijn vertical lijn, met de heupen en
schouders recht.
- Voet van het liggende been blijft aan
de oppervlakte.
- Benen volledig gestrekt aan de
waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
- De voeten en bovenbenen aan de
waterspiegel. Heupen zo dicht mogelijk
bij de waterspiegel.
- De romp draait 180° om de lengteas,
terwijl de benen horizontal roteren aan
de wateroppervlakte. Met de hoogte en
volledige strekking van de
19
Handboek 2013 – 2017
spagaathouding gelijkblijvend.
16 spagaathouding (split position)
6a Overslag voorover (walkout front)
- Het voorliggende been wordt opgetild
in een 180˚ boog over de waterspiegel
en sluit aan bij het andere been tot
oppervlakteboog en in een
doorgaande beweging wordt de
oppervlakteboog naar gestrekte ligging
op de rug uitgevoerd.
- Heuphoogte constant en zo dicht
mogelijk bij de waterspiegel.
- Het been dat een boog over het water
maakt beweegt in een gelijkmatig
tempo.
- Benen blijven volledig gestrekt.
- Romp blijft in dezelfde positie totdat
de voeten bij elkaar zijn.
- Een duidelijke oppervlakteboog
moet te zien zijn voordat het lichaam
naar de waterspiegel komt en zich
begint te strekken.
- De voeten beginnen pas te bewegen
langs de waterspiegel als de voeten bij
elkaar zijn.
- Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5
van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug.
5 Van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug (arch to back layout
finish action)
- Vanuit de oppervlakteboog komen,
heupen, borst en gezicht op hetzelfde
punt aan de oppervlakte, totdat de
gestrekte ligging op de rug is bereikt.
- De beweging eindigt wanneer het
hoofd op de plaats komt, waar de
heupen zich bevonden, voordat de
beweging werd ingezet.
- Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe
boog in onderrug. Het lichaam strekt en
beweegt zich gelijktijdig richting de
waterspiegel tot gestrekte ligging op
de rug is aangenomen. Volledige
gestrektheid van het lichaam tijdens de
gehele beweging.
13 Oppervlakteboog (surface arch
position)
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
oktober 2014
20
Handboek 2013 – 2017
301e
Barracuda spin down 360°
Barracuda spin down 360°
2.2
Totaal
NVT
PV
13.0
1.88
37.0
5.36
19.0
2.75
69
Een barracuda wordt uitgevoerd tot verticale houding. De 360° schroef wordt uitgevoerd in
hetzelfde tempo als de thrust om het figuur te beëindigen.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
Vanuit een gestrekte ligging op de
rug worden de benen omhoog gebracht
tot verticaal terwijl het lichaam naar
beneden gaat naar een gehoekte
houding achterover met de tenen net
onder de waterspiegel.
11 Gehoekte-houding achterover
(back pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
scherpe hoek van 45° of minder.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
9 Thrust (thrust)
- Vanuit een gehoekte houding
achterover met de benen loodrecht op
de waterspiegel wordt een snelle
opwaartse beweging gemaakt.
- Benen en heupen gaan verticaal naar
boven, terwijl het lichaam afrolt tot
verticale houding.
- Maximale hoogte wordt vereist.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
13 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Vanuit de gestrekte ligging op de
rug naar de gehoekte houding
achterover komen de heupen direct
onder het punt waar de heupen waren
in de gestrekte ligging op de rug.
- Benen zo dicht mogelijk bij de borst,
terwijl de rechte lijn van de wervelkolom
en hoofd gehandhaafd blijft.
- Volledige strekking van benen, enkels
en voeten.
- Rug gestrekt met oor, schouder,
midden rompzijde en heup in één lijn.
- Zie bh 11 gehoekte houding
achterover. Voordat de afrolactie
begint mag de eenmaal aangenomen
hoek niet meer veranderen. Het afrollen
start met de tenen net onder de
waterspiegel.
- Zie bh 6 verticale houding. Het
lichaam rolt onder de benen en neemt
een verticale houding aan langs
dezelfde loodlijn van de benen in de
gehoekte houding achterover.
- Scheppen moet worden afgestraft, Dit
is een truck om snel omhoog te komen.
Benen moeten de lijn volgen die in
reglement wordt omschreven. Uitgaan
van perfectie.
- Zichtbare versnelling in de beweging
moet aanwezig zijn.
- Maximale hoogte en verticale
houding gelijktijdig bereiken.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte en stabiele houding voordat
de schroef begint.
21
Handboek 2013 – 2017
oktober 2014
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven, worden
schroeven in een gelijkmatig tempo
uitgevoerd.
- Een spin down is een neerwaartse
schroef, die begint op het hoogste punt
van de verticale houding en is voltooid
als de hiel(en) de waterspiegel
bereik(t)(en).
- Tenzij anders omschreven wordt een
schroef voltooid met verticaal
ondergaan in hetzelfde tempo als de
schroef.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
tempo van de rest van het figuur tenzij
anders is aangegeven.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
beweging van het lichaam, met
gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt
als de hielen de waterspiegel bereiken.
13eSpin down 360° (360° spin)
- Een neerwaartse schroef met een
rotatie van 360°.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
- De rotatie moet precies 360˚ zijn.
- Het einde van de rotatie moet worden
aangegeven.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
-Tempo van neerwaartse beweging is
gelijk aan het temp van de thrust.
22
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 1
342
Reiger
Heron
2.1
Totaal
NVT
PV
12.0
1.74
12.0
1.74
5.0
0.72
30.0
4.35
10.0
1.45
69
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gedeeltelijke salto voorover gehoekt
uitgevoerd tot dubbel balletbeenhouding onder water. Eén been wordt gebogen met het
onderbeen parallel aan de waterspiegel en het verticale been midden tussen knie en enkel, terwijl
de romp zich naar dit been beweegt. Een thrust wordt uitgevoerd tot verticaal gebogen
kniehouding, waarbij de voet van het gebogen been gelijktijdig met het omhoog gaan zich naar de
binnenzijde van het verticale been beweegt. Eindigen met verticaal ondergaan in gebogen
kniehouding in hetzelfde tempo als de thrust.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel, totdat
de heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
4 Van gehoekte houding voorover naar
dubbelballetbeenhouding onder water
(front pike position to assume a
submerged ballet leg double position)
- Vanuit een gehoekte houding
voorover, deze positie vasthouden,
maakt het lichaam een gedeeltelijke
salto voorover om een horizontale as
tot dubbel balletbeenhouding onder
water.
- Het zitvlak, benen en voeten bewegen
naar beneden totdat de heupen op de
plaats komen van het hoofd, voordat
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd.
Als het gezicht uit het water is zijn de
oren niet in de horizontale lijn en kan de
rug iets lager zijn.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de
borst en bh 10 gehoekte houding
voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding. De heupen moeten op de
plaats komen waar het hoofd zich
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
- Zie bh 10 gehoekte houding
voorover.
De 90˚ hoek blijft gehandhaafd tijdens
de draai.
- Zie bh 5b dubbel balletbeenhouding
onder water.
- Tijdens het uitvoeren van een
gelijkmatige beweging blijven de
houding en gestrektheid van het
lichaam gehandhaafd.
23
Handboek 2013 – 2017
deze beweging werd ingezet.
5b Dubbel balletbeenhouding onder
water (submerged ballet leg double
position)
- Romp en hoofd evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Hoek van 90˚ tussen de romp en de
gestrekte benen.
- Waterspiegel tussen knieën en enkels
van de gestrekte benen
- Oor, schouder en heup in één lijn.
- Benen loodrecht op de waterspiegel
Eén been wordt gebogen met het
onderbeen parallel aan de waterspiegel
en het verticale been midden tussen
knie en tenen, terwijl de romp zich naar
dit been beweegt.
9 Thrust (thrust)
- Vanuit een gehoekte houding
achterover met de benen loodrecht op
de waterspiegel wordt een snelle
opwaartse beweging gemaakt.
- Benen en heupen gaan verticaal naar
boven, terwijl het lichaam afrolt tot
verticale houding.
- Maximale hoogte wordt vereist.
- Waterhoogte van het verticale been
blijft gehandhaaft.
- Houding aangeven voordat
doorgegaan wordt.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Het tempo van neerwaartse beweging
is gelijk aan het tempo van de thrust.
-verticaal gebogen kniehouding
handhaven.
Snelheid en nauwkeuring/precies.
14c Verticaal gebogen kniehouding
(bent knee vertical position)
- Het lichaam in verticale houding met
de teen van het gebogen been tegen
de binnenkant van het gestrekte been
aan de knie of dijbeen.
oktober 2014
- Zie bh 11 gehoekte houding
achterover. Voordat de afrolactie
begint mag de eenmaal aangenomen
hoek niet meer veranderen. Het afrollen
start met de tenen net onder de
waterspiegel.
- Zie bh 6 verticale houding. Het
lichaam rolt onder de benen en neemt
een verticale houding aan langs
dezelfde loodlijn van de benen in de
gehoekte houding achterover.
- Scheppen moet worden afgestraft, Dit
is een truck om snel omhoog te komen.
Benen moeten de lijn volgen die in
reglement wordt omschreven. Uitgaan
van perfectie.
- Zichtbare versnelling in de beweging
moet aanwezig zijn.
- Maximale hoogte en verticale
houding gelijktijdig bereiken.
Verticale houding duidelijk aangeven
voordat het zakken wordt ingezet.
- In basishouding 6 verticale houding
de uitlijning van de punten door het
gestrekte been, de romp en het hoofd
blijven gehandhaafd.
- De teen van het gebogen been
bevindt zich aan de binnenkant van het
gestrekte been. Eenmaal ingenomen
plaats moet gehandhaafd blijven en niet
achter het been.
24
Handboek 2013 – 2017
115
Catalina
Catalina
2.3
Totaal
NVT
PV
10.5
1.35
11.0
1.41
24.0
3.08
18.5
2.37
14.0
1.79
78
Een balletbeen wordt aangenomen. Een catalina draai wordt uitgevoerd. Het horizontale been wordt
aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
1 Het aannemen van een balletbeen (to
assume a ballet leg)
- Begin in de gestrekte ligging op de
rug. Eén been blijft gedurende de
gehele beweging aan de waterspiegel.
- De voet van het andere been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been ingetrokken tot gebogen
kniehouding op de rug.
- De knie wordt, zonder beweging van
het dijbeen, gestrekt tot
balletbeenhouding.
14b Gebogen kniehouding op de rug
(bent knee back layout position)
- Het lichaam in gestrekte ligging op
de rug.
- Eén been is gebogen met de teen van
het gebogen been tegen de binnenkant
van het gestrekte been.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
7 Catalina draai (catalina rotation)
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Zie bh 1 gestrekte ligging op de
rug.
- Zie bh 14b gebogen kniehouding op
de rug.
De teen van het gebogen been blijft in
contact met het gestrekte been.
Minimaal zakken van de heupen.
Positie zolang aanhouden dat
accuraatheid en controle zichtbaar is.
- Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel. De hoogte en plaats van
het dijbeen blijven constant terwijl de
balletbeenhouding wordt
aangenomen.
De beweging wordt in een gelijkmatig
tempo uitgevoerd.
- In basishouding 1 gesterkte ligging
op de rug.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van figuur.
Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter het
been.
- Oor, schouder, heup en enkel op een
zo horizontaal mogelijke lijn.
- Een hoek van 90˚ tussen bovenbeen
en de waterspiegel en zoveel mogelijk
90˚ tussen bovenbeen en romp. Op
maximale hoogte, zodat er “lucht” is
tussen de achterkant dijbeen en de kuit
van de gebogen knie t.o.v. de
waterspiegel.
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in een
horizontale lijn.
- Zie bh 3 balletbeenhouding. De
25
Handboek 2013 – 2017
- Vanuit een balletbeenhouding wordt
een draai van het lichaam ingezet.
- Het hoofd, schouders en romp
beginnen de draaiing aan de
oppervlakte en gaan naar beneden
zonder zijwaartse beweging naar
zwaluwstaarthouding.
- De hoek tussen de benen blijft 90°
gedurende de draaiing.
draai wordt niet later ingezet dan
wanneer de neus onder water gaat.
- De draai en neerwaartse beweging
van de romp gebeuren gelijktijdig.
Halverwege staat het lichaam in een
gekantelde “Y” positie met de romp in
een 45˚ hoek ten opzichte van de
waterspiegel en de voorzijde van de
romp en benen zijn naar voren gericht.
- Hoogte en tempo constant houden.
- Zie bh 8 zwaluwstaarthouding.
- Elk been beweegt rond zijn eigen
horizontale dan wel verticale as,
gelijktijdig met elkaar en met de
neerwaartse rotatie van de romp.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden.
Het horizontale been wordt aangesloten
tot vertical houding.
- Constante hoogte tijdens het
aansluiten.
- Romp en het vertical been handhaven
de verticale lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding met
- een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte been
aan de waterspiegel, ongeacht de
hoogte van de heupen.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
26
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 2
355h
Bruinvis spin up 180°
Porpoise spin up 180°
2.2
Totaal
NVT
PV
12.0
1.36
29.0
3.30
14.0
1.59
19.0
2.16
14.0
1.59
88
Een bruinvis wordt uitgevoerd tot verticale houding. Verticaal ondergaan totdat de hielen de
waterspiegel bereiken. Eindigen met de aangegeven spin up.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel, totdat
de heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
De benen worden omhoog gebracht tot
verticale houding.
- Tijdens het optillen van de benen naar
verticale houding blijft de romp in de
verticale lijn. Heupen blijven zoveel
mogelijk aan de waterspiegel.
- Maximale hoogte en verticale houding
worden gelijktijdig bereikt De verticale
houding wordt zo lang aangehouden
dat stabiliteit en controle zichtbaar is.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd.
Als het gezicht uit het water is zijn de
oren niet in de horizontale lijn en kan de
rug iets lager zijn.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de
borst en bh 10 gehoekte houding
voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding. De heupen moeten op de
plaats komen waar het hoofd zich
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
27
Handboek 2013 – 2017
oktober 2014
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de hielen de
waterspiegel bereiken.
13 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven, worden
schroeven in een gelijkmatig tempo
uitgevoerd.
- Tenzij anders omschreven wordt een
schroef voltooid met verticaal
ondergaan in hetzelfde tempo als de
schroef.
- Een spin up is een opwaartse schroef,
die begint met de waterspiegel aan de
enkels, tenzij anders omschreven.
- Een verticale opwaartse schroef wordt
uitgevoerd totdat de waterspiegel een
hoogte tussen knieën en heupen heeft
bereikt. De beweging eindigt met
verticaal ondergaan.
aan het tempo van de rest van het
figuur.
13h Spin up 180° (spin up 180°)
- Een opwaartse schroef met een
rotatie van 180°.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
- De rotatie moet precies 180˚ zijn.
- Het einde van de rotatie moet worden
aangegeven.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
- Zie bh 6 verticale houding.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
tempo van de rest van het figuur tenzij
anders is aangegeven.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
- Gelijktijdige rotatie en opwaartse
beweging van het lichaam, met
gelijkmatige verdeling.
- De rotatie eindigt als de maximale
hoogte is bereikt.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
28
Handboek 2013 – 2017
140
Flamingo gebogen knie
Flamingo bent knee
2.4
Totaal
NVT
PV
10.5
1.27
11.0
1.33
10.5
1.27
22.0
2.67
14.5
1.76
14.0
1.70
82.5
Een flamingo wordt uitgevoerd tot flamingohouding aan de waterspiegel. Met het balletbeen in de
verticale stand worden de heupen omhoog gebracht, terwijl de romp afrolt, wordt tegelijkertijd het
gebogen been verder ingetrokken tot verticaal gebogen knie houding. Het gebogen been wordt
aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
1 Het aannemen van een balletbeen (to
assume a ballet leg)
- Begin in de gestrekte ligging op de
rug. Eén been blijft gedurende de
gehele beweging aan de waterspiegel.
- De voet van het andere been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been ingetrokken tot gebogen
kniehouding op de rug.
- De knie wordt, zonder beweging van
het dijbeen, gestrekt tot
balletbeenhouding.
14b Gebogen kniehouding op de rug
(bent knee back layout position)
- Het lichaam in gestrekte ligging op
de rug.
- Eén been is gebogen met de teen van
het gebogen been tegen de binnenkant
van het gestrekte been.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Zie bh 1 gestrekte ligging op de
rug.
- Zie bh 14b gebogen kniehouding op
de rug.
De teen van het gebogen been blijft in
contact met het gestrekte been.
Minimaal zakken van de heupen.
Positie zolang aanhouden dat
accuraatheid en controle zichtbaar is.
- Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel. De hoogte en plaats van
het dijbeen blijven constant terwijl de
balletbeen-houding wordt
aangenomen.
De beweging wordt in een gelijkmatig
tempo uitgevoerd.
- In basishouding 1 gesterkte ligging
op de rug.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van figuur.
Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter het
been.
- Oor, schouder, heup en enkel op een
zo horizontaal mogelijke lijn.
- Een hoek van 90˚ tussen bovenbeen
en de waterspiegel en zoveel mogelijk
90˚ tussen bovenbeen en romp. Op
maximale hoogte, zodat er “lucht” is
tussen de achterkant dijbeen en de kuit
van de gebogen knie t.o.v. de
waterspiegel.
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in een
horizontale lijn.
29
Handboek 2013 – 2017
waterspiegel.
Het onderbeen van het horizontale
been wordt langs de waterspiegel
ingetrokken tot flamingohouding aan
de waterspiegel.
- Hoogte van het balletbeen blijft
constant tijdens het intrekken naar de
flamingohouding en de voet blijft aan
de waterspiegel.
- Een 90˚ hoek tussen gestrekte been
en de waterspiegel.
- De voorzijde van het gebogen been
van knie tot teen moet droog zijn met
het verticale been gestrekt midden
tussen knie en enkel.
- Borst dicht bij de waterspiegel en de
schouders naar achteren. Oor,
schouder en heup in één lijn met de
wervelkolom recht en gestrekt.
Met het balletbeen in deze verticale
stand worden de heupen omhoog
gebracht, terwijl de romp afrolt, wordt
tegelijkertijd het gebogen been verder
ingetrokken tot verticaal gebogen
kniehouding.
- Tijdens het afrollen naar verticaal
gebogen kniehouding, letten op het
omhoog brengen van de heupen. Het
verticaal been blijft loodrecht op de
waterspiegel. De acties been intrekken
naar gebogen kniehouding en het
bereiken van de verticale houding
worden gelijktijdig beëindigd op
maximale hoogte.
- In basishouding 6 verticale houding
de uitlijning van de punten door het
gestrekte been, de romp en het hoofd
blijven gehandhaafd.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van figuur.
Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter het
been.
- Het gebogen been strekken naar
verticale houding wordt op maximale
hoogte en op dezelfde plaats
uitgevoerd.
- Duidelijke stabiliteit en controle
aanwezig voordat het zakken wordt
ingezet.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
4a Flamingohouding aan de
waterspiegel (surface flamingo
position)
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
- Het andere been naar de borst
getrokken totdat het verticale been
midden tussen knie en enkel is.
- Voet en knie aan en evenwijdig aan
de waterspiegel.
- Gezicht aan de waterspiegel.
14c Verticaal gebogen kniehouding
(bent knee vertical position)
- Het lichaam in verticale houding met
de teen van het gebogen been tegen
de binnenkant van het gestrekte been
aan de knie of dijbeen.
Het gebogen been wordt aangesloten
tot verticale houding.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
30
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 3
240a
Albatros halve draai
Albatros 1/2 twist
2.6
Totaal
NVT
PV
12.0
1.62
16.0
2.16
15.5
2.09
16.5
2.23
14.0
1.89
74
Een albatros wordt uitgevoerd totdat de halve draai is voltooid. De halve draai wordt uitgevoerd,
terwijl het gebogen been wordt gestrekt aan het verticale been. Eindigen met verticaal ondergaan.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
14 Dolfijn (dolphin) wordt ingezet totdat
de heupen bijna ondergaan.
De heupen, benen en voeten gaan in
een doorgaande beweging langs de
waterspiegel terwijl het lichaam naar
het gezicht rolt om een gehoekte
houding voorover aan te nemen.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel, totdat
de heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
De benen gaan gelijktijdig omhoog naar
verticaal gebogen kniehouding.
14c Verticaal gebogen kniehouding
(bent knee vertical position)
- Het lichaam in verticale houding met
de teen van het gebogen been tegen
de binnenkant van het gestrekte been
aan de knie of dijbeen.
oktober 2014
- Tijdens de rol gaat de romp naar
beneden en de bewegingen zijn
gelijktijdig beëindigd als de gehoekte
houding voorover is bereikt.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de
borst en bh 10 gehoekte houding
voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding. De heupen moeten op de
plaats komen waar het hoofd zich
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
- De romp blijf in verticale lijn als de
verticale houding wordt aangenomen.
Het liften van het gestrekte been en het
buigen van het andere been gebeurt
tegelijkertijd en is beëindigd als de
verticaal gebogen kniehouding is
bereikt.
- In basishouding 6 verticale houding
de uitlijning van de punten door het
gestrekte been, de romp en het hoofd
blijven gehandhaafd.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van figuur.
31
Handboek 2013 – 2017
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding wordt
een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
12a Halve draai (half twist)
- Een draai van 180˚
De halve draai wordt uitgevoerd,
terwijl het gebogen been wordt
gestrekt aan het verticale been.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter het
been.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de hand
van de afstand tussen heup en de
waterspiegel. Maximale hoogte moet
hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- De rotatie moet precies 180˚ zijn.
- Gebogen been strekt zich soepel, met
gelijkmatige verdeling.Gelijktijdig
aankomen in verticale houding met
het beëindigen van de draai.
- De waterlijn is constant.
- BH 6 verticale houding wordt alleen
lang genoeg aangehouden om
stabiliteit en controle te laten zien voor
het verticaal ondergaan.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
32
Handboek 2013 – 2017
346
Zijzwaluwstaart spagaat
Side fishtail split
2.0
Totaal
NVT
PV
12.0
1.85
23.0
3.54
16.0
2.46
14.0
2.15
65
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén
been wordt omhoog gebracht terwijl het lichaam 90° om zijn lengteas draait tot
zijwaluwstaarthouding. In een doorgaande beweging en dezelfde richting wordt nog een 90° rotatie
uitgevoerd, terwijl het verticale been naar de waterspiegel gaat tot spagaathouding. De benen gaan
omhoog tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel, totdat
de heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
Eén been wordt omhoog gebracht
terwijl het lichaam 90° om zijn
lengteas draait tot
zijwaluwstaarthouding.
- Constante hoogte en gelijkmatige
beweging als het lichaam gelijktijdig
met de 180° boog van het been naar de
spagaathouding draait.
- Basishouding 6 verticale houding
De verticale lijn van het gestrekte
lichaam moet duidelijk aanwezig zijn
zowel van voor of achter gezien.
- De voorzijde van het gestrekte been is
naar voren gericht.
In een doorgaande beweging en
dezelfde richting wordt nog een 90°
rotatie uitgevoerd, terwijl het verticale
been naar de waterspiegel gaat tot
spagaathouding.
- De BH 19 zijzwaluwstaarthouding
moet duidelijk zichtbaar zijn wanneer
het het middelpunt van de 180° boog
passeert, maar er mag geen pause zijn.
- De verticale lijn van de romp blijft
gedurende de gehele beweging
19 Zijzwaluwstaarthouding (side
fishtail postion)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding met één been zijwaarts
gestrekt met de voet van het
horizontale been aan de waterspiegel,
ongeacht de hoogte van de heupen.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd.
Als het gezicht uit het water is zijn de
oren niet in de horizontale lijn en kan de
rug iets lager zijn.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de
borst en bh 10 gehoekte houding
voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding. De heupen moeten op de
plaats komen waar het hoofd zich
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
33
Handboek 2013 – 2017
vastgehouden en zichtbaar.
- Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale lijn,
ongeacht de hoogte van de heupen.
16a Spagaathouding (split position)
- Benen zijn ‘droog’ aan de
waterspiegel.
- Benen volledig gestrekt aan de
waterspiegel. De voeten en
bovenbenen aan de waterspiegel.
Heupen zo dicht mogelijk bij de
waterspiegel.
De benen gaan omhoog tot verticale
houding.
- Maximale hoogte en stabiliteit worden
vastgehouden.
- Beide benen altijd op gelijke afstand
met de wateroppervlakte.
- Het sluiten van de benen gelijktijdig
met het bereiken van de verticale
houding.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
34
Handboek 2013 – 2017
JUNIOREN EN SENIOREN, junioren-diploma
Figuren leeftijdsgroep 16 en ouder
Verplichte figuren
1. 308
Barracuda airborne split
2. 355g Bruinvis twist spin
2.8
2.6
Geloot
Groep 1
3. 330c
4. 154
Aurora twirl
Londen
3.0
2.8
Groep 2
3. 142
4. 343
Mantarog
Vlinder
2.8
2.9
Groep 3
3. 112f
4. 325
Ibis continuous spin (720°)
Jupiter
2.8
2.8
oktober 2014
35
Handboek 2013 – 2017
Verplichte figuren
308
Barracuda airborne split
Barracuda airborne split
2.8
Totaal
NVT
PV
13.0
1.25
37.0
3.56
19.0
1.83
21.0
2.02
14.0
1.35
104
Vanuit een gestrekte ligging op de rug worden de benen omhoog gebracht tot verticaal terwijl het
lichaam onder water gaat naar een gehoekte houding achterover met de tenen net onder de
waterspiegel. Een rocket split wordt uitgevoerd.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
Vanuit een gestrekte ligging op de rug
worden de benen omhoog gebracht tot
verticaal terwijl het lichaam onder water
gaat naar een gehoekte houding
achterover met de tenen net onder de
waterspiegel.
11 Gehoekte-houding achterover
(back pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
scherpe hoek van 45° of minder.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Vanuit de gestrekte ligging op de rug
naar de gehoekte houding achterover komen de heupen direct onder
het punt waar de heupen waren in de
gestrekte ligging op de rug.
- Benen zo dicht mogelijk bij de borst,
terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft.
- Volledige strekking van benen, enkels
en voeten.
- Rug gestrekt met oor, schouder,
midden rompzijde en heup in één lijn.
Als eenmaal de positie is ingenomen
dan blijft deze hoek gehandhaafd.
9 Thrust (thrust)
- Voordat de afrolactie begint mag de
- Vanuit een gehoekte houding
eenmaal aangenomen hoek niet meer
achterover met de benen loodrecht op
veranderen. Het afrollen start met de
de waterspiegel wordt een snelle
tenen net onder de waterspiegel.
opwaartse beweging gemaakt.
- Het lichaam rolt onder de benen en
- Benen en heupen gaan verticaal naar
tegelijkertijd wordt een been gebogen
tot een verticaal gebogen
boven, terwijl het lichaam afrolt tot
verticale houding.
kniehouding aan langs de lijn van de
benen vanuit de gehoekte houding
- Maximale hoogte wordt vereist.
achterover.
- Scheppen moet worden afgestraft, Dit
is een truck om snel omhoog te
komen. Benen moeten de lijn volgen
die in reglement wordt omschreven.
Uitgaan van perfectie
- Zichtbare versnelling in de beweging
moet aanwezig zijn.
- Maximale hoogte en verticale
houding gelijktijdig bereiken.
36
Handboek 2013 – 2017
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
11 Rocket split (rocket split)
- Een thrust wordt uitgevoerd tot
verticale houding, gevolgd door een
snelle spagaathouding boven de
waterspiegel en sluiten naar verticale
houding op maximale hoogte, gevolgd
door verticaal ondergaan.
- Het verticaal ondergaan is in hetzelfde
tempo als de thrust.
Zie bb 9 thrust, bh 11 gehoekte
houding achterover, bh 6 verticale
houding en bh 16b spagaathouding
boven de waterspiegel.
- Starten met de tenen net onder de
waterspiegel.
- Benen volledig gestrekt boven en
parallel met de waterspiegel.
- Zie bb 10 verticaal ondergaan.
- Benen volledig boven en parallel aan
de waterspiegel.
- Maximale hoogte is gewenst.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
- Tempo van neerwaartse beweging is
uniform aan het tempo van de thrust
16b Spagaathouding boven de
waterspiegel (airborne split position)
- Benen zijn boven de waterspiegel
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
- N.B. Er moet een duidelijk verschil
in snelheid zijn: opzet naar dubbel
balletbeen onder water langzaam,
rest van het figuur snel!!!.
37
Handboek 2013 – 2017
355g
Bruinvis twist spin
Porpoise twist spin
2.6
Totaal
NVT
PV
12.0
1.38
29.0
3.33
46.0
5.29
87
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. De
benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. Een twist spin wordt uitgevoerd.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel,
totdat de heupen op de plaats komen
waar het hoofd zich bevond voordat
deze beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en
hoofd in één lijn.
De benen worden omhoog gebracht tot
verticale houding.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is
zijn de oren niet in de horizontale lijn
en kan de rug iets lager zijn.
Zie bh2 gestrekte ligging op de borst
en bh 10 gehoekte houding voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding.
- De heupen moeten op de plaats
komen waar het hoofd zich bevond,
voordat deze beweging werd ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel en
heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup. Als eenmaal de
houding is aangenomen dan blijft deze
hoek gehandhaafd.
- Tijdens het optillen van de benen naar
verticale houding blijft de romp in de
verticale lijn. Heupen blijven zoveel
mogelijk aan de waterspiegel.
Maximale hoogte en verticale houding
worden gelijktijdig bereikt. De verticale
houding wordt zo lang aangehouden
dat stabiliteit en controle zichtbaar is.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
38
Handboek 2013 – 2017
13g Twist spin (twist spin) 13g Twist spin - De rotatie moet precies 180˚ zijn en
(twist spin)
wordt uitgevoerd in hetzelfde tempo als
- Een halve draai wordt uitgevoerd
het figuur.
- De continuous spin wordt snel
zonder pauze gevolgd door een
continuous spin van 720° (2).
uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft
gedurende de gehele actie
gehandhaafd.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding wordt
een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
12a Halve draai (half twist)
- Een draai van 180˚
13 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven, worden
schroeven in een gelijkmatig tempo
uitgevoerd.
- Een spin down is een neerwaartse
schroef, die begint op het hoogste punt
van de verticale houding en is
voltooid als de hiel(en) de waterspiegel
bereik(t)(en).
- Tenzij anders omschreven wordt een
schroef voltooid met verticaal
ondergaan in hetzelfde tempo als de
schroef.˚
13f Continuous spin (continuous spin)
- Een neerwaartse schroef met een
snelle rotatie van: 720° (2), 1080° (3) of
1440° (4) die voltooid is voordat de
hielen de waterspiegel bereiken en in
een doorgaande beweging onder water
gaan.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de hand
van de afstand tussen heup en de
waterspiegel. Maximale hoogte moet
hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden van
het lichaam en staat loodrecht op de
waterspiegel. Geen verplaatsing.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- De rotatie moet precies 180˚ zijn.
Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte en stabiele houding voordat de
schroef begint.
- De lengte as loopt door het midden van
het lichaam en staat loodrecht op de
waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
tempo van de rest van het figuur tenzij
anders is aangegeven.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
beweging van het lichaam, met
gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt
als de hielen de waterspiegel bereiken.
- De continuous spin wordt snel
uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft
gedurende de gehele actie
gehandhaafd
- Tempo van neerwaartse beweging is
uniform aan het tempo van de rest van
het figuur.
39
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 1
330c
Aurora twirl
Aurora twirl
3.0
Totaal
NVT
PV
12.0
1.07
12.0
1.07
19.5
1.74
13.0
1.16
18.5
1.65
23.0
2.05
14.0
1.25
112
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gedeeltelijke salto voorover gehoekt uitgevoerd,
tot dubbel balletbeenhouding onder water. Eén been gaat verticaal omhoog, terwijl het andere
been zich langs de waterspiegel beweegt tot dolcohouding. Het lichaam draait 180° tot
zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Een twirl
wordt uitgevoerd. Eindigen met verticaal ondergaan.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water zijn.
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de
denkbeeldige horizontale lijn door
oren, schouder, heup, enkel en tevens
loopt deze lijn midden door de
rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is
zijn de oren niet in de horizontale lijn
en kan de rug iets lager zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
houding voorover (to assume a front
de romp naar beneden. De romp blijft
pike position)
recht tijdens de beweging. Heupen en
- Terwijl de romp naar beneden gaat om
hoofd bereiken gelijktijdig de
een gehoekte houding voorover aan
gehoekte houding.
te nemen, bewegen zitvlak, benen en
- De heupen moeten op de plaats
voeten langs de waterspiegel tot dat
komen waar het hoofd zich bevond,
de heupen op de plaats komen waar
voordat deze beweging werd ingezet.
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
3a Vanuit een gehoekte houding
voorover naar dubbel balletbeenhouding onder water (front pike
position to assume a submerged
ballet leg double position)
- Vanuit een gehoekte-houding
voorover, deze positie vasthouden,
maakt het lichaam een gedeeltelijke
salto voorover om een horizontale as
tot dubbel balletbeenhouding onder
water.
- De heupen komen op de plaats waar
het hoofd zich bevond, voordat deze
beweging werd ingezet.
oktober 2014
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup. Als eenmaal de
houding is aangenomen dan blijft
deze hoek gehandhaafd.
- De 90˚ hoek blijft gehandhaafd tijdens
de draai.
- Tijdens het uitvoeren van een
gelijkmatige beweging blijven de
houding en gestrektheid van het
lichaam gehandhaafd.
40
Handboek 2013 – 2017
5 b. Dubbel balletbeenhouding onder
water (submerged ballet leg double
position)
- Romp en hoofd evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Hoek van 90˚ tussen de romp en de
gestrekte benen.
- Waterspiegel tussen knieën en enkels
van de gestrekte benen.
- Oor, schouder en heup in één lijn.
- Benen loodrecht op de waterspiegel.
Eén been gaat verticaal omhoog, terwijl
het andere been zich langs de
waterspiegel beweegt tot
dolcohouding.
17 Dolcohouding (knight position)
- Onderrug holgetrokken met de
heupen, schouders en hoofd in één
verticale lijn.
- Eén been verticaal.
- Het andere been zo horizontaal
mogelijk achterwaarts gestrekt met de
voet aan de waterspiegel.
Het lichaam draait 180° tot
zwaluwstaarthouding.
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding.
- Een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte
been aan de waterspiegel, ongeacht
de hoogte van de heupen.
Het horizontale been wordt aangesloten
tot verticale houding.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Hoogte, stabiliteit en verticale lijn van
het lichaam blijven gehandhaafd.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
Gevolgd door een twirl:
- Lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Een twirl is een snelle draai van 180°.
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze draai bllijft het
lichaam in dezelfde loodlijn.
- In verticale houding wordt een snelle
draai van 180° draai uitgevoerd.
oktober 2014
- Het lichaam rolt af onder de heupen
en het verticale been. De romp en het
been bewegen gelijktijdig naar de
dolcohouding. Maximale hoogte en
lichaamshouding worden gelijktijdig
bereikt.
- Boog alleen in onderste gedeelte van
de wervelkolom.
- Verticale lijn door oor, schouder, heup
en enkel.
- Heupen op een horizontale lijn,
schouder op een horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van de waterspiegel. De
voorzijde van het gestrekte been is
naar boven gericht.
- Tijdens de draai hoogte constant
houden en het horizontale en verticale
been blijven in dezelfde lijn terwijl
deze om de eigen as draaien.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Hoogte van de houding wordt
beoordeeld aan de hand van de
afstand tussen heup en de
waterspiegel. Maximale hoogte moet
hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai.
- De rotatie moet op dezelfde plaats
worden uitgevoerd.
- Duidelijke versnelling zichtbaar.
Stabiliteit in lichaamshouding en
waterlijn gedurende en na beëindiging
41
Handboek 2013 – 2017
van de twirl.
- De rotatie moet precies 180˚ zijn.
Eindigen met snel verticaal ondergaan in - Lichaam volledig gestrekt.
verticale houding:
- Jurering geschiedt aan de hand van
- Lichaam gestrekt, loodrecht op de
de
waterspiegel.
visuele punten van de verticale lijn
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
door oren, schouder, heup, enkel.
beneden.
- Het tempo van de neerwaartse
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
beweging is snel.
enkels in één lijn.
- De verticale-houding handhavend
gaat het lichaam naar beneden.
- De beweging langs dezelfde loodlijn
eindigt, als de tenen onder water zijn.
oktober 2014
42
Handboek 2013 – 2017
154
London
Londen
2.8
Totaal
NVT
PV
10.5
0.98
11.0
1.02
10.0
0.93
23.0
2.14
39.0
3.63
14.0
1.30
107.5
Een snelle balletbeen wordt aangenomen, gevolgd door een snelle gedeeltelijke salto achterover
gehurkt, terwijl beide benen worden ingetrokken in een gehurkte houding, totdat de onderbenen
loodrecht op de waterspiegel staan. De romp wordt afgerold, terwijl de benen worden gestrekt tot
verticale houding midden tussen de voormalige verticale lijn door de heupen en die door het hoofd
en onderbenen. Een combined spin van 360° wordt uitgevoerd.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
1 Het aannemen van een snelle
balletbeen (to assume a ballet leg)
- Begin in de gestrekte ligging op de
rug. Eén been blijft gedurende de
gehele beweging aan de waterspiegel.
- De voet van het andere been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been ingetrokken tot gebogen
kniehouding.
- De knie wordt, zonder beweging van
het dijbeen, gestrekt tot
balletbeenhouding.
14b Gebogen kniehouding op de rug
(bent knee back layout position)
- Eén been is gebogen met de tenen
van het gebogen been tegen de
binnenkant van het gestrekte been aan
de knie of dijbeen.
- Het lichaam in gestrekte ligging op
de rug.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- De teen van het gebogen been blijft in
contact met het gestrekte been.
Minimaal zakken van de heupen.
Positie zolang aanhouden dat
accuraatheid en controle zichtbaar is.
- Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel. De hoogte en plaats
van het dijbeen blijven constant terwijl
de balletbeenhouding wordt
aangenomen.
- De beweging wordt in een snel tempo
uitgevoerd.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van het figuur.
Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter het
been.
- Bij gestrekte ligging op de rug een
hoek van 90˚ tussen bovenbeen en de
waterspiegel en zoveel mogelijk 90˚
tussen bovenbeen en romp. Oor,
schouder, heup en enkel op een zo
horizontaal mogelijke lijn. Op maximale
hoogte, zodat er “lucht” is tussen
dijbeen en kuit t.o.v. de waterspiegel.
- De beweging wordt in een snel tempo
uitgevoerd
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in
een horizontale lijn.
43
Handboek 2013 – 2017
9 Gehurkte houding (tuck position)
- Lichaam zo klein mogelijk, rug
gekromd en benen tegen elkaar.
- Hielen zo dicht mogelijk bij het zitvlak.
- Hoofd zo dicht mogelijk bij de knieën.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
Gevolgd door een gedeeltelijke salto
achterover gehurkt, terwijl beide benen
worden ingetrokken tot gehurkte
houding achterover totdat de
onderbenen loodrecht op de
waterspiegel staan.
- Benen dicht tegen de voorzijde van de
romp aan.
- Compacte gehurkte houding. Hielen zo
dicht mogelijk bij het zitvlak.
- Kin ingetrokken. Oren in een
natuurlijke lijn van de curve van de
wervelkolom.
- De beweging wordt in een snel tempo
uitgevoerd
De romp wordt afgerold, terwijl de benen - De onderbenen blijven verticaal als het
worden gestrekt tot verticale houding,
lichaam wordt gestrekt naar de
verticale houding. Niet eerst het
midden tussen de voormalige verticale
lijn door de heupen en die door het
hoofd naar achteren en dan
uitstrekken naar verticale houding.
hoofd en onderbenen.
- De verticale houding en maximale
hoogte worden gelijktijdig bereikt.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
11 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- De schroef wordt in een gelijkmatig
tempo uitgevoerd.
13j Combined spin (combined spin)
- Een neerwaartse schroef met een
rotatie van tenminste 360°, zonder
pauze, gevolgd door een gelijke
opwaartse schroef in dezelfde richting.
- De opwaartse schroef bereikt dezelfde
hoogte als waar de neerwaartse
schroef is gestart.
oktober 2014
- Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte en stabiele houding voordat de
schroef begint.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
tempo van de rest van het figuur tenzij
anders is aangegeven.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
beweging van het lichaam, met
gelijkmatige verdeling, de rotatie
eindigt als de hielen de waterspiegel
bereiken.
- Een neerwaartse schroef is beëindigd
als de hielen de waterspiegel bereiken.
- Rotatie naar beneden gelijk aan de
rotatie omhoog.
- Hoogte is aan begin en einde gelijk.
44
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 2
142
Manta Rog
Manta ray
2.8
Totaal
NVT
PV
10.5
1.00
11.0
1.05
10.5
1.00
22.5
2.15
23.5
2.25
15.5
1.48
11.0
1.05
104.5
Een flamingo wordt uitgevoerd tot een flamingohouding aan de waterspiegel. Terwijl de romp afrolt
wordt het gebogen been horizontaal gestrekt om een zwaluwstaarthouding aan te nemen. Het
horizontale been wordt opgetild in een 180º boog over de waterspiegel. Terwijl de verticaal wordt
gepasseerd beweegt het verticale been om een oppervlakteboog gebogen kniehouding aan te
nemen. Het gebogen been wordt gestrekt en in een doorgaande beweging wordt een van
oppervlakteboog naar gestrekte ligging op de rug uitgevoerd.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
1 Het aannemen van een balletbeen (to
assume a ballet leg)
- Begin in de gestrekte ligging op de
rug. Eén been blijft gedurende de
gehele beweging aan de waterspiegel.
- De voet van het andere been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been ingetrokken tot gebogen
kniehouding.
- De knie wordt, zonder beweging van
het dijbeen, gestrekt tot
balletbeenhouding.
14b Gebogen kniehouding op de rug
(bent knee back layout position)
- Eén been is gebogen met de tenen
van het gebogen been tegen de
binnenkant van het gestrekte been aan
de knie of dijbeen.
- Het lichaam in gestrekte ligging op
de rug.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van figuur. Eénmaal ingenomen plaats moet gehandhaafd blijven en niet achter het been.
- Bij gestrekte ligging op de rug een
hoek van 90˚ tussen bovenbeen en de
waterspiegel en zoveel mogelijk 90˚
tussen bovenbeen en romp. Oor,
schouder, heup en enkel op een zo
horizontaal mogelijke lijn. Op
maximale hoogte, zodat er “lucht” is
tussen dijbeen en kuit t.o.v. de
waterspiegel.
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in
een horizontale lijn.
3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
Het onderbeen van het horizontale been
wordt langs de waterspiegel ingetrokken
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- De teen van het gebogen been blijft in
contact met het gestrekte been.
Minimaal zakken van de heupen.
Positie zolang aanhouden dat
accuraatheid en controle zichtbaar is.
- Waterlijn blijft constant. Het tempo blijft
gedurende de gehele beweging
hetzelfde.
- Hoogte van het balletbeen blijft
constant tijdens het intrekken naar de
45
Handboek 2013 – 2017
tot flamingohouding aan de
waterspiegel.
4a Flamingohouding aan de
waterspiegel (surface flamingo
position)
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
- Het andere been naar de borst
getrokken totdat het verticale been
midden tussen knie en enkel is.
- Voet en knie evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Gezicht aan de waterspiegel.
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
Terwijl de romp afrolt wordt het
position)
gebogen been horizontaal gestrekt om
- Het lichaam gestrekt in verticale
een zwaluwstaarthouding aan te nemen.
houding met
- een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte been
aan de waterspiegel, ongeacht de
hoogte van de heupen.
Het horizontale been wordt opgetild in
een boog van 180˚ over de waterspiegel.
Terwijl de verticaal wordt gepasseerd
beweegt het verticale been om een
oppervlakteboog gebogen kniehouding
aan te nemen.
14d Oppervlakteboog gebogen
kniehouding (bent knee surface arch
position)
- Het lichaam in oppervlakteboog.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
Van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug (arch to back layout
finish action)
- Vanuit de oppervlakteboog komen,
heupen, borst en gezicht op hetzelfde
punt aan de oppervlakte, totdat de
gestrekte ligging op de rug is bereikt.
flamingohouding en de voet blijft aan
de waterspiegel.
- Een 90˚ hoek tussen gestrekte been
en de waterspiegel.
- De voorzijde van het gebogen been
van knie tot teen moet droog zijn met
het verticale been gestrekt midden
tussen knie en enkel.
- Borst dicht bij de waterspiegel en de
schouders naar achteren. Oor,
schouder en heup in één lijn met de
wervelkolom recht en gestrekt.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden.
- Zie basishouding 13 oppervlakteboog.
- Lucht tussen achterkant dijbeen en
kuit van de gebogen knie t.o.v. de
waterspiegel is wenselijk.
- Heupen op één horizontale lijn,
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. Hoofd (met name
de oren) in lijn met de schouders.
- Scherpe boog in onderrug. Het lichaam
strekt en beweegt zich gelijktijdig
richting de waterspiegel tot gestrekte
ligging op de rug is aangenomen.
- Volledige gestrektheid van het lichaam
tijdens de gehele beweging.
De beweging eindigt wanneer het
hoofd op de plaats komt, waar de
heupen zich bevonden, voordat de
beweging werd ingezet.
oktober 2014
46
Handboek 2013 – 2017
343
Vlinder
Butterfly
2.9
Totaal
NVT
PV
12.0
1.06
13.5
1.19
28.0
2.47
27.5
2.42
18.5
1.63
14.0
1.23
113.5
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén
been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt snel omhoog
gebracht in een boog van 180º, terwijl het verticale been naar beneden gaat om een spagaathouding
aan te nemen, zonder aarzelen wordt een heuprotatie van 180º uitgevoerd, terwijl het voorste been
wordt opgetild om een zwaluwstaarthouding aan te nemen. Het horizontale been wordt omhoog
gebracht om een verticale houding aan te nemen in hetzelfde tempo als de oorspronkelijke acties van
het figuur. Eindigen met verticaal ondergaan.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water zijn
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft
gehandhaafd. Als het gezicht uit het
water is zijn de oren niet in de
horizontale lijn en kan de rug iets lager
zijn.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de borst
3 Het aannemen van een gehoekte
en bh 10 gehoekte houding
houding voorover (to assume a
voorover.
front pike position)
- Terwijl de romp naar beneden gaat om - Vloeiende, gelijkmatige beweging van
een gehoekte houding voorover aan
de romp naar beneden. De romp blijft
te nemen, bewegen zitvlak, benen en
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
voeten langs de waterspiegel totdat de
houding. De heupen moeten op de
heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat
plaats komen waar het hoofd zich
deze beweging werd ingezet.
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel en
heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door oor,
schouder, midden door de rompzijde
en heup.
Eén been wordt omhoog gebracht naar
zwaluwstaarthouding.
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding met
- een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte been
aan de waterspiegel, ongeacht de
hoogte van de heupen.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid
- De benen evenwijdig aan de
oktober 2014
.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden
Het horizontale been wordt snel omhoog - Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
gebracht in een boog van 180°, terwijl
- Platte split. Heupen op een horizontale
het verticale been naar beneden gaat
lijn,
om een spagaathouding aan te nemen
47
Handboek 2013 – 2017
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale lijn,
ongeacht de hoogte van de heupen
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding met
- een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte been
aan de waterspiegel, ongeacht de
hoogte van de heupen.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- schouders op een horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar.
- Opzetten been geschiedt snel
Zonder aarzelen wordt een heuprotatie
van 180° uitgevoerd, terwijl het voorste
been wordt opgetild om een
zwaluwstaarthouding aan te nemen
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden.
- Beweging is snel
Horizontale been optillen naar een
verticale houding
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Optillen in hetzelfde tempo als de
oorspronkelijke acties van het figuur.
Eindigen met verticaal ondergaan.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
48
Handboek 2013 – 2017
Geloot
Groep 3
112f
Ibis continuous spin (720°)
Ibis continuous spin (720°)
2.8
Totaal
NVT
PV
10.5
1.13
11.0
1.18
26.0
2.80
18.5
1.99
27.0
2.90
93
Een balletbeen wordt aangenomen. In deze houding kantelt het lichaam achterwaarts met de heupen
als draaipunt tot zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale
houding. Een continuous spin (720°) wordt uitgevoerd.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
1 Het aannemen van een balletbeen (to
assume a ballet leg)
- Begin in de gestrekte ligging op de
rug. Eén been blijft gedurende de
gehele beweging aan de waterspiegel.
- De voet van het andere been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been ingetrokken tot gebogen
kniehouding.
- De knie wordt, zonder beweging van
het dijbeen, gestrekt tot
balletbeenhouding.
14 Gebogen kniehoudingen (single
bent knee positions)
- Het lichaam in gestrekte ligging op
de borst of op de rug, verticale
houding, dolfijnboog of
oppervlakteboog.
- Eén been is gebogen, met de teen van
het gebogen been tegen de
binnenkant van het gestrekte been aan
de knie of dijbeen.
- In gestrekte ligging op de rug en
oppervlakteboog staat het dijbeen
loodrecht op de waterspiegel.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug.
- Zie bh 14 gebogen kniehoudingen.
De teen van het gebogen been blijft in
contact met het gestrekte been.
Minimaal zakken van de heupen.
Positie zolang aanhouden dat
accuraatheid en controle zichtbaar is.
- Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel. De hoogte en plaats
van het dijbeen blijven constant terwijl
de balletbeenhouding wordt
aangenomen. De beweging wordt in
een gelijkmatig tempo uitgevoerd.
- In gestrekte ligging op de borst en in
verticale houding blijft de denkbeeldige lijn door het gestrekte been, romp
en hoofd gehandhaafd.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van het figuur.
Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter het
been.
- Bij gestrekte ligging op de rug een
hoek van 90˚ tussen bovenbeen en de
waterspiegel en zoveel mogelijk 90˚
tussen bovenbeen en romp. Oor,
schouder, heup en enkel op een zo
horizontaal mogelijke lijn. Op
maximale hoogte, zodat er “lucht” is
tussen dijbeen en kuit t.o.v. de
waterspiegel.
49
Handboek 2013 – 2017
3 a. Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
In deze houding kantelt het lichaam
achterwaarts met de heupen als
draaipunt tot kraanhouding.
7 Kraanhouding (crane position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding.
- Eén been naar voren gestrekt in een
hoek van 90° ten opzichte van het
lichaam.
Het horizontale been wordt aangesloten
tot verticale houding.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug.
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in
een horizontale lijn.
- Tijdens de kantelbeweging blijven de
hoeken van 90º gehandhaafd. Het
horizontale been komt uit het water als
het hoofd ondergaat.
- Heupen als draaipunt en blijven op
dezelfde plaats.
- Hoofd en voeten bereiken tegelijkertijd
de kraanhouding.
- Zie bh 6 verticale houding voor
lichaamsuitlijning.
- Het been dat naar voren gestrekt is
moet parallel zijn met de waterspiegel.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden.
- Constante hoogte tijdens het
aansluiten.
- Rompen het verticale been handhaven
de verticale lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte en stabiele houding voordat de
schroef begint.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
tempo van de rest van het figuur tenzij
anders is aangegeven.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
beweging van het lichaam, met
gelijkmatige verdeling, de rotatie
eindigt als de hielen de waterspiegel
bereiken.
11 f. Continuous spin (continuous spin)
- De continuous spin wordt snel
Een neerwaartse schroef met een snelle
uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft
rotatie van tenminste 720° die voltooid is
gedurende de gehele actie
voordat de hielen de waterspiegel
gehandhaafd.
bereiken en in een doorgaande
beweging onder water gaan.
11 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- De schroef wordt in een gelijkmatig
tempo uitgevoerd.
oktober 2014
50
Handboek 2013 – 2017
325
Jupiter
Juputer
2.8
Totaal
NVT
PV
12.0
1.22
13.5
1.38
23.0
2.35
17.0
1.73
18.5
1.89
14.0
1.43
98
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén
been wordt opgetild tot zwaluwstaarthouding. De hoek tussen de benen handhavend, beweegt het
horizontale been naar verticale stand terwijl gelijktijdig het verticale been in een boog over het water
beweegt om de dolcohouding aan te nemen. De verticale lijn van het lichaam handhavend, beweegt
het horizontale been in een 180 ° boog langs de waterspiegel beweegt naar zwaluwstaarthouding.
Het horizontale been wordt aangesloten tot verticale houding. Eindigen met verticaal ondergaan.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd, bovenste
deel van de rug, zitvlak en hielen aan
de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water zijn.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de borst
3 Het aannemen van een gehoekte
en bh 10 gehoekte houding voorover.
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
- Terwijl de romp naar beneden gaat om
de romp naar beneden. De romp blijft
een gehoekte houding voorover aan
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
te nemen, bewegen zitvlak, benen en
houding. De heupen moeten op de
voeten langs de waterspiegel totdat de
heupen op de plaats komen waar het
plaats komen waar het hoofd zich
hoofd zich bevond voordat deze
bevond, voordat deze beweging werd
beweging werd ingezet.
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel en
heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door oor,
schouder, midden door de rompzijde
en heup.
Eén been wordt omhoog gebracht naar
zwaluwstaarthouding
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding met
- een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte been
aan de waterspiegel, ongeacht de
hoogte van de heupen.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden
De hoek handhavend, beweegt
horizontale been naar verticale stand
terwijl gelijktijdig het verticale been in
een boog over het water beweegt om de
dolcohouding aan te nemen.
oktober 2014
.
- De hoek van zwaluwstaart naar
dolcohouding blijft 90°
51
Handboek 2013 – 2017
17 Dolcohouding (knight position)
- Onderrug holgetrokken met de heupen,
schouders en hoofd in een verticale lijn.
- Eén been verticaal.
- Het andere been zo horizontaal
mogelijk achterwaarts gestrekt met de
voet aan de waterspiegel.
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding met
- een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte been
aan de waterspiegel, ongeacht de
hoogte van de heupen.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar, hoofd
naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
Handhaaf de verticale lijn van het
lichaam terwijl het horizontale been in
een 180° boog langs de waterspiegel
beweegt naar zwaluwstaarthouding.
- Boog alleen in onderste gedeelte van
de wervelkolom.
- Verticale lijn door oor, schouder, heup
en enkel.
- Heupen op één horizontale lijn,
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. De voorzijde van
het gestrekte been is naar boven
gericht.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden.
Horizontale been aansluiten tot verticale
been.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn door
oren, schouder, heup, enkel.
Eindigen met verticaal ondergaan,
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
52
Handboek 2013 – 2017
SENIOREN
ELEMENTEN VOOR LIMIETEN
Groep 1
A
Uit duet nr. 1
B
Uit ploeg nr. 5
C
Uit ploeg nr. 4
D
355g Bruinvis twist spin
3.1
1.7
2.5
2.6
Groep 2
E
Uit solo nr. 4
F
Uit duet nr. 3
G
Uit solo nr. 2
H
Uit ploeg nr. 3
2.4
2.1
2.6
2.9
Groep 3
I
Uit ploeg nr. 2
J
Uit duet nr. 2
K
Uit duet nr. 5
L
Uit duet nr. 4
2.4
1.9
2.4
2.8
Groep 4
M
Uit solo nr. 1
N
Uit solo nr. 3
O
Uit ploeg nr. 1
P
343 Vlinder
2.1
3.1
1.8
2.9
oktober 2014
53
Handboek 2013 – 2017
Groep 1
A
Uit duet nr. 1
3.1
Total
NVT=
PV =
19.5
1.63
39.0
3.26
24.0
2.01
37.0
3.10
119.5
Figuur 436 - Cycloon wordt uitgevoerd tot een verticale houding. Een hele draai wordt uitgevoerd,
terwijl één been buigt naar een verticaal gebogen kniehouding, gevolgd door een Continious Spin
van 1080° (3 rotaties) terwijl de gebogen knie wordt aangesloten tot een verticale houding.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
14 Dolfijn (dolphin)
- Een dolfijn wordt ingezet totdat de
heupen bijna ondergaan.
- De heupen, benen en voeten gaan
door langs de waterspiegel terwijl de
rug verder wordt holgetrokken tot
oppervlakteboog gebogen
kniehouding.
14d oppervlakteboog gebogen
kniehouding (bent knee surface arch
position)
- Het lichaam in oppervlakteboog.
- Eén been is gebogen met de tenen
van het gebogen been tegen de
binnenkant van het gestrekte been.
- Het dijbeen van het gebogen
beenstaat loodrecht op de
waterspiegel.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van het figuur.
- Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter
het been.
De benen worden gelijktijdig omhoog
gebracht tot verticale houding terwijl
er een twirl wordt uitgevoerd.
- Lichaamshoogte blijft gehandhaafd
- De romp blijft onder de heupen.
- Heupen en schouders blijven in één
lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
12c Twirl (twirl)
- Een snelle draai van 180°.
- Duidelijke versnelling zichtbaar.
- Stabiliteit in lichaamshouding en
waterlijn gedurende en na beëindiging
van de twirl.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze draai blijft het
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de
denkbeeldige horizontale lijn door
oren, schouder, heup, enkel en
tevens loopt deze lijn midden door de
rompzijde.
- Tijdens de beweging van gestrekte
ligging op de rug naar oppervlakteboog gebogen kniehouding blijven
de heupen aan de waterspiegel.
54
Handboek 2013 – 2017
lichaam in dezelfde lengteas
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding wordt
een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
Een hele draai wordt uitgevoerd, terwijl
één been buigt naar een verticaal
gebogen kniehouding, gevolgd door een
Continuous spin van 1080˚ (3 rotaties)
terwijl de gebogen knie wordt
aangesloten tot een verticale houding
13 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven, worden
schroeven in een gelijkmatig tempo
uitgevoerd.
- Een spin down is een neerwaartse
schroef, die begint op het hoogste punt
van de verticale houding en is voltooid
als de hiel(en) de waterspiegel
bereik(t)(en).
- Tenzij anders omschreven wordt een
schroef voltooid met verticaal
ondergaan in hetzelfde tempo als de
schroef.
13f Continuous spin:
Een neerwaartse schroef met een
snelle rotatie van 1080˚ (3 rotaties), die
voltooid is voordat de hielen de
waterspiegel bereiken en in een
doorgaande beweging onder water
gaan.
oktober 2014
houding wordt beoordeeld aan de hand
van de afstand tussen heup en de
waterspiegel. Maximale hoogte moet
hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- De rotatie moet precies 360˚ zijn.
- Het buigen van het been in
gelijkmatig verdeeld over de hele
draai.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte en stabiele houding voordat
de schroef begint.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
tempo van de rest van het figuur tenzij
anders is aangegeven.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
beweging van het lichaam, met
gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt
als de hielen de waterspiegel bereiken.
- De continuous spin wordt snel
uitgevoerd en dezelfde snelheid
blijftgedurende de gehele actie
gehandhaafd.
- Het aansluiten van het gebogen been
in een gelijkmatige verdeling.
- Het aansluiten in voltooid wanneer de
hielen de waterspiegel bereiken.
- In een doorgaande beweging onder
water gaan.
55
Handboek 2013 – 2017
B
Uit ploeg nr. 5
1.7
Total
NVT=
PV =
10.5
2.19
11.0
2.29
10.5
2.19
16.0
3.33
48
Vanuit de gestrekte ligging op de rug wordt een voortbewegende balletbeen-combinatie richting
hoofd uitgevoerd. Een balletbeen wordt aangenomen, waarna een been gebogen wordt tot
flamingohouding en vervolgens opgetild naar dubbel balletbeenhouding.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
lay out position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en vieten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
1 Het aannemen van een balletbeen (to
assume a ballet leg)
- Begin in de gestrekte ligging op de
rug. Eén been blijft gedurende de
gehele beweging aan de waterspiegel.
- De voet van het andere been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been ingetrokken tot gebogen
kniehouding.
- De knie wordt, zonder beweging van
het dijbeen, gestrekt tot
balletbeenhouding.
14b Gebogen kniehouding op de rug
(bent knee back layout position)
- Eén been is gebogen met de tenen
van het gebogen been tegen de
binnenkant van het gestrekte been
aan de knie of dijbeen.
- Het lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
4a Flamingohouding aan de
waterspiegel (flamingo position)
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
- Het andere been naar de borst
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de
denkbeeldige horizontale lijn door
oren, schouder, heup, enkel en
tevens loopt deze lijn midden door de
rompzijde.
- De teen van het gebogen been blijft in
contact met het gestrekte been.
Minimaal zakken van de heupen.
Positie zolang aanhoouden dat
accuraatheid en controle zichtbaar is.
- Waterlijn blijft constant. Het tempo
blijft gedurende de gehele beweging
hetzelfde.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van figuur.
Eénmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter het
been.
- Bij gestrekte ligging op de rug een
hoek van 90° tussen bovenbeen en
de waterspiegel en zoveel mogelijk
90° tussen bovenbeen en romp. Oor,
schouder, heup en enkel op een zo
horizontaal mogelijke lijn. Op
maximale hoogte, zodat er “lucht: is
tussen dijbeen en kuit t.o.v. de
waterspiegel.
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in een
horizontale lijn.
- Hoek van 90° tussen gestrekte been
en waterspiegel.
- De voorzijde van het gebogen been,
van knie tot teen, moet droog zijn
met het verticale been gestrekt
56
Handboek 2013 – 2017
getrokken totdat het verticale
been midden tussen knie en enkel is.
- Voet en knie evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Gezicht aan de waterspiegel.
5a Dubbel balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg double
position)
- Benen tegen elkaar en gestrekt
loodrecht op de waterspiegel.
- Hoofd in lijn met de romp.
- Gezicht aan de waterspiegel.
oktober 2014
midden tussen knie en enkel.
- Borst dicht bij de waterspiegel en de
schouders naar achteren. Oor,
schouders en heup in één lijn met de
wervelkolom recht en gestrekt.
- Benen volledig gestrekt in een 90°
hoek met de waterspiegel.
- Borst dicht bij het wateroppervlak en
de schouders naar achteren, Oor,
schouder en heup in één lijn met de
wervelkolom recht en gestrekt.
57
Handboek 2013 – 2017
C
Uit ploeg nr. 4
2.5
Total
NVT=
PV =
37.0
4.07
19.0
2.09
21.0
2.31
14.0
1.54
91
Vanuit een gehoekte houding achterover met de benen verticaal, wordt Figuur 308 – Barracuda
airborne split uitgevoerd.
11 Gehoekte houding achterover
(back pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
scherpe hoek van 45° of minder
- Benen tegen elkaar en gestret
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn
9 Thrust (thrust)
- Vanuit een gehoekte houding
achterover met de benen loodrecht
op de waterspiegel wordt een snelle
opwaartse beweging gemaakt.
- Benen en heupen gaan verticaal naar
boven, terwijl het lichaam afrolt tot
verticale houding.
- Maximale hoogte wordt vereist.
- Benen zo dicht mogelijk bij de borst,
terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft.
- Volledige strekking van benen, enkels
en voeten.
- Rug gestrekt met oor, schouder,
midden rompzijde en heup in één lijn.
- Als eenmaal de positie is ingenomen
dan blijft deze hoek gehandhaafd.
- Voordat de afrolactie begint mag de
eenmaal aangenomen hoek niet meer
veranderen. Het afrollen start met de
tenen net onder de waterspiegel.
- Het lichaam rolt onder de benen en
neemt een verticale houding aan
langs de lijn van de benen vanuit de
gehoekte houding achterover.
- Scheppen moet worden afgestraft, Dit
is een truc om snel omhoog te
komen. Benen moeten de lijn volgen
die in reglement wordt omschreven.
Uitgaan van perfectie.
- Zichtbare versnelling in de beweging
moet aanwezig zijn.
- Maximale hoogte en verticale
houding gelijktijdig bereiken.
11. Rocket split (rocket split)
De thrust wordt gevolgd door een snelle
spagaathouding boven de
waterspiegel en sluiten naar verticale
houding op maximale hoogte, gevolgd
door verticaal ondergaan wordt
uitgevoerd in hetzelfde tempo als de
thrust.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
11 Rocket split (rocket split)
- Een thrust wordt uitgevoerd tot
verticale houding, gevolgd door een
snelle spagaathouding boven de
waterspiegel en sluiten naar verticale
houding op maximale hoogte16b Spagaathouding boven de
waterspiegel (airborne split position)
- Benen zijn boven de waterspiegel
oktober 2014
- Starten met de tenen net onder de
waterspiegel.
- Benen volledig boven en parallel aan
de waterspiegel.
- Maximale hoogte is gewenst.
58
Handboek 2013 – 2017
Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
Jurering geschiedt aan de hand van de
visuele punten van de verticale lijn door
oren, schouder, heup, enkel.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- Tempo van neerwaartse beweging is
uniform aan het tempo van de thrust
- N.B. Er moet een duidelijk verschil
in snelheid zijn: opzet naar dubbel
balletbeen onder water langzaam,
rest van het figuur snel!!!.
59
Handboek 2013 – 2017
D
355g Bruinvis twist spin
Porpoise twist spin
2.6
Totaal
NVT
PV
12.0
1.38
29.0
3.33
46.0
5.29
87
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. De
benen worden omhoog gebracht tot verticale houding. Een twist spin wordt uitgevoerd.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd,
bovenste deel van de rug, zitvlak en
hielen aan de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn.
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak,
benen en voeten langs de
waterspiegel tot dat de
heupen op de plaats komen waar het
hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en
hoofd in één lijn.
De benen worden omhoog gebracht tot
verticale houding.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
13g Twist spin: Een halve draai wordt
uitgevoerd, zonder pauze, gevolgd door
een continuous spin van 720° (2)
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de
denkbeeldige horizontale lijn door
oren, schouder, heup, enkel en
tevens loopt deze lijn midden door de
rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd. Als het gezicht uit het water is
zijn de oren niet in de horizontale lijn
en kan de rug iets lager zijn.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de
gehoekte houding.
- De heupen moeten op de plaats
komen waar het hoofd zich bevond,
voordat deze beweging werd ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup. Als eenmaal de
houding is aangenomen dan blijft
deze hoek gehandhaafd.
- Tijdens het optillen van de benen naar
verticale houding blijft de romp in de
verticale lijn. Heupen blijven zoveel
mogelijk aan de waterspiegel.
- Maximale hoogte en verticale houding
worden gelijktijdig bereikt. De verticale
houding wordt zo lang aangehouden
dat stabiliteit en controle zichtbaar is.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Een halve draai wordt uitgevoerd in
hetzelfde tempo als de rest van de
figuur.
- De continuous spin is snel.
60
Handboek 2013 – 2017
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding wordt
een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de hand
van de afstand tussen heup en de
waterspiegel. Maximale hoogte moet
hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
- De rotatie moet precies 180˚ zijn.
12a Halve draai (half twist)
- Een draai van 180˚
- Zie bh 6 verticale houding.
13 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
- Hoogte en stabiele houding voordat
verticale houding.
de schroef begint.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie - De lengte as loopt door het midden
in dezelfde lengte as.
van het lichaam en staat loodrecht op
- Tenzij anders omschreven, worden
de waterspiegel.
schroeven in een gelijkmatig tempo
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
uitgevoerd.
tempo van de rest van het figuur tenzij
- Een spin down is een neerwaartse
anders is aangegeven.
schroef, die begint op het hoogste punt
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
van de verticale houding en is voltooid voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
als de hiel(en) de waterspiegel
bereik(t)(en).
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
- Tenzij anders omschreven wordt een
beweging van het lichaam, met
schroef voltooid met verticaal
gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt
ondergaan in hetzelfde tempo als de
als de hielen de waterspiegel bereiken.
schroef.
13f Continuous spin (continuous spin)
- De continuous spin wordt snel
- Een neerwaartse schroef met een
uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft
snelle rotatie van: 720° (2), 1080° (3) of gedurende de gehele actie
1440° (4) die voltooid is voordat de
gehandhaafd.
hielen de waterspiegel bereiken en in
een doorgaande beweging onder water
gaan.
NB: wanneer een draai of schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in
de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere
draai of schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een halve draai i.p.v. een hele draai of een 360° spin i.p.v. een 180°
spin.
oktober 2014
61
Handboek 2013 – 2017
Groep 2
E
Uit solo nr. 4
2.4
Total
NVT=
PV =
29.0
3.45
41.0
4.88
14.0
1.67
84
Vanuit een verticale houding wordt een hele draai uitgevoerd, gevolgd door een combined spin van
1080°(3 schroeven), gevolgd door verticaal ondergaan.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding
wordt een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
12b Hele draai (full twist)
- Een draai van 360˚ .
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven, worden
schroeven in een gelijkmatig tempo
uitgevoerd.
- Een spin down is een neerwaartse
schroef, die begint op het hoogste punt
van de verticale houding en is voltooid
als de hiel(en) de waterspiegel
bereik(t)(en).
- Tenzij anders omschreven wordt een
schroef voltooid met verticaal
ondergaan in hetzelfde tempo als de
schroef.
13j Combined spin (combined spin)
- Een neerwaartse schroef met een
rotatie van tenminste 360°, zonder
pauze, gevolgd door een gelijke
opwaartse schroef in dezelfde richting.
- De opwaartse schroef bereikt dezelfde
hoogte als waar de neerwaartse
schroef is gestart.
oktober 2014
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de
hand van de afstand tussen heup en
de waterspiegel. Maximale hoogte
moet hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- De rotatie moet precies 360˚ zijn.
Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte en stabiele houding voordat
de schroef begint.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
tempo van de rest van het figuur
tenzij anders is aangegeven.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
beweging van het lichaam, met
gelijkmatige verdeling, de rotatie
eindigt als de hielen de waterspiegel
bereiken.
- Een neerwaartse schroef is beëindigd
als de hielen de waterspiegel bereiken.
- Rotatie naar beneden gelijk aan de
rotatie omhoog.
- Hoogte is aan begin en einde gelijk.
62
Handboek 2013 – 2017
- Zie bh 6 verticale houding.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- Tenzij anders is omschreven is het
- De verticale houding handhavend
tempo van neerwaartse beweging gelijk
gaat het lichaam langs de lengte as
aan het tempo van de rest van het
naar beneden totdat de tenen onder
figuur.
water zijn.
NB: wanneer een draai of schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in
de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere
draai of schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een halve draai i.p.v. een hele draai of een 360° spin i.p.v. een 180°
spin.
oktober 2014
63
Handboek 2013 – 2017
F
Uit duet nr. 3
2.1
Total
NVT=
PV =
18.5
2.76
48.5
7.24
67
Vanuit een vastgehouden zwaluwstaarthouding (het horizontale been dichtdraaiend richting het
lichaam) worden twee snelle hele draaien (720°) uitgevoerd. Doorgaand in dezelfde richting wordt het
horizontale been opgetild naar een verticale houding terwijl een continious spin van 720° (2 draaien)
wordt uitgevoerd.
.
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding.
- Een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte
been aan de waterspiegel, ongeacht
de hoogte van de heupen.
- Zie bh 6 verticale houding voor
lichaamsuitlijning.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden.
Twee snelle hele draaien (720) worden
uitgevoerd.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding
wordt een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
- het horizontale been
dichtdraaiend richting het lichaam
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de
hand van de afstand tussen heup en
de waterspiegel. Maximale hoogte
moet hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
Doorgaand in dezelfde richting wordt
het horizontale been opgetild naar een
verticale houding terwijl een
continious spin van 720° (2 draaien)
wordt uitgevoerd.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
13 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven, worden
schroeven in een gelijkmatig tempo
uitgevoerd.
Een spin down is een neerwaartse
schroef, die begint op het hoogste punt
van de verticale houding en is voltooid
oktober 2014
- Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte en stabiele houding voordat
de schroef begint.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
tempo van de rest van het figuur tenzij
anders is aangegeven.
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
voor, tijdens en na beëindiging van de
64
Handboek 2013 – 2017
als de hiel(en) de waterspiegel
bereik(t)(en). Tenzij anders
omschreven wordt een schroef voltooid
met verticaal ondergaan.
schroef.
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
beweging van het lichaam, met
gelijkmatige verdeling, de rotatie eindigt
als de hielen de waterspiegel bereiken.
De continuous spin wordt snel
uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft
gedurende de gehele actie
gehandhaafd.
13 f. Continuous spin (continuous spin)
Een neerwaartse schroef met een
snelle rotatie van tenminste 720° die
voltooid is voordat de hielen de
waterspiegel bereiken en in een
doorgaande beweging onder water
gaan.
NB: wanneer een draai of schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in
de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere
draai of schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een halve draai i.p.v. een hele draai of een 360° spin i.p.v. een 180°
spin.
oktober 2014
65
Handboek 2013 – 2017
G
Uit solo nr. 2
2.6
Total
NVT=
PV =
37.0
3.98
19.0
2.04
23.0
2.47
14.0
1.51
93
Vanuit een gehoekte houding achterover onder water met de benen verticaal, wordt een rocket split
uitgevoerd tot een spagaathouding boven de waterspiegel. De maximale hoogte vasthoudend
wordt een twirl uitgevoerd, terwijl de benen bij elkaar komen tot een verticale houding, gevolgd door
een snel verticaal ondergaan.
11 Gehoekte houding achterover
(back pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
scherpe hoek van 45° of minder.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
11 Rocket split (rocket split)
- Een thrust wordt uitgevoerd tot
verticale houding, gevolgd door een
snelle spagaathouding boven de
waterspiegel.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale
lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale
lijn, ongeacht de hoogte van de
heupen.
16b Spagaathouding boven de
waterspiegel (airborne split position)
- Benen zijn boven de waterspiegel
De maximale hoogte vasthoudend
wordt een twirl uitgevoerd, terwijl de
benen bij elkaar komen tot verticale
houding
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding
wordt een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
oktober 2014
- Benen zo dicht mogelijk bij de borst,
terwijl de rechte lijn van de wervelkolom en hoofd gehandhaafd blijft.
- Volledige strekking van benen, enkels
en voeten.
- Rug gestrekt met oor, schouder,
midden rompzijde en heup in één lijn.
- Zie bb 9 thrust, bh 11 gehoekte
houding achterover, bh 6 verticale
houding en bh 16b spagaathouding
boven de waterspiegel.
- Starten met de tenen net onder de
waterspiegel.
- Benen volledig gestrekt boven en
parallel met de waterspiegel.
- Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
- Benen volledig boven de
waterspiegel.
- Maximale hoogte is gewenst.
-maximal hoogte moet vastgehouden
worden. Benen sluiten en twirl worden
gelijktijdig ingezet en zijn gelijktijdig
klaar.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de
hand van de afstand tussen heup en
de waterspiegel. Maximale hoogte
moet hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
66
Handboek 2013 – 2017
12 c. Twirl (twirl)
Een snelle draai van 180°.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel.
- Benen tegen elkaar, hoofd naar
beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- Duidelijke versnelling zichtbaar.
Stabiliteit in lichaamshouding en
waterlijn gedurende en na
beëindiging van de twirl.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur.
- In dit figuur is het ondergaan snel.
67
Handboek 2013 – 2017
H
Uit ploeg nr. 3
2.9
Total
NVT=
PV =
29.0
2.59
29.0
2.59
19.0
1.70
24.0
2.14
11.0
0.98
112
Vanuit een gehoekte houding voorover, worden de benen omhoog gebracht tot verticale houding.
Een hele draai wordt uitgevoerd, waarna de benen symmetrisch naar beneden worden gebracht tot
spagaathouding. Eindigen met overslag voorover.
Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding wordt
een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
12b Hele draai (full twist)
- Een draai van 360˚.
Waarna de benen symmetrisch
naar beneden worden gebracht tot
spagaathouding.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid .
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale
lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale
lijn, ongeacht de hoogte van de
heupen.
16a Spagaathouding (split position)
- Benen zijn ‘droog’ aan de
oktober 2014
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de
hand van de afstand tussen heup en
de waterspiegel. Maximale hoogte
moet hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- De rotatie moet precies 360˚ zijn.
- Hoogte stabiel.
- Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
- Benen volledig gestrekt aan de
waterspiegel. De voeten en
68
Handboek 2013 – 2017
waterspiegel.
6 Overslagen (walkouts)
- Deze bewegingen beginnen vanuit
spagaathouding, tenzij de
omschrijving van de figuren anders
aangeeft.
- De heupen blijven op de plaats,
wanneer één been in een boog over de
waterspiegel gaat en bij het andere
been aansluit.
6a Overslag voorover (walkout front)
- Het voorliggende been wordt opgetild
in een 180˚ boog over de waterspiegel
en sluit aan bij het andere been tot
oppervlakteboog en in een
doorgaande beweging wordt de
oppervlakteboog naar gestrekte ligging
op de rug uitgevoerd.
13 Oppervlakteboog (surface arch
position)
- Onderrug holgetrokken met de
heupen, schouders en hoofd in één
verticale lijn.
- Benen tegen elkaar en aan de
waterspiegel.
5 Van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug (arch to back layout
finish action)
- Vanuit de oppervlakteboog komen,
heupen, borst en gezicht op hetzelfde
punt aan de oppervlakte, totdat de
gestrekte ligging op de rug is bereikt.
- De beweging eindigt wanneer het
hoofd op de plaats komt, waar de
heupen zich bevonden, voordat de
beweging werd ingezet.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
bovenbenen aan de waterspiegel.
Heupen zo dicht mogelijk bij de
waterspiegel.
Zie bh 16 spagaathouding.
Heuphoogte constant en zo dicht
mogelijk bij de waterspiegel.
- Het been dat een boog over het water
maakt beweegt in een gelijkmatig
tempo.
- Benen blijven volledig gestrekt.
- Romp blijft in dezelfde positie totdat
de voeten bij elkaar zijn.
- Een duidelijke oppervlakteboog moet
te zien zijn voordat het lichaam naar de
waterspiegel komt en zich begint te
strekken.
- De voeten beginnen pas te bewegen
langs de waterspiegel als de voeten bij
elkaar zijn.
- Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5
van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug.
- Heupen op één horizontale lijn,
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. Hoofd (met name
de oren) in
lijn met de schouders.
- Volledige gestrektheid van de benen
met de dijen en voeten aan de
waterspiegel. Heupen zo dicht mogelijk
bij de waterspiegel en knieën gestrekt.
- Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe
boog in onderrug. Het lichaam strekt en
beweegt zich gelijktijdig richting de
waterspiegel tot gestrekte ligging op
de rug is aangenomen. Volledige
gestrektheid van het lichaam tijdens de
gehele beweging.
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
69
Handboek 2013 – 2017
Groep 3
I
Uit ploeg nr. 2
2.4
Total
NVT=
PV =
19.5
2.27
39.5
4.59
27.0
3.14
86
Figuur 435 - Nova wordt uitgevoerd tot oppervlakteboog gebogen kniehouding. Een draai van 360˚
wordt uitgevoerd waarbij de benen gelijktijdig worden opgetild tot verticale houding gevolgd door een
continuous spin van 720° (2 draaien).
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
14 Dolfijn (dolphin)
- Een dolfijn wordt ingezet totdat de
heupen bijna ondergaan.
- De heupen, benen en voeten gaan
door langs de waterspiegel terwijl de
rug verder wordt holgetrokken tot
oppervlakteboog gebogen
kniehouding.
14d oppervlakteboog gebogen
kniehouding (bent knee surface arch
position)
- Het lichaam in oppervlakteboog.
- Eén been is gebogen met de tenen
van het gebogen been tegen de
binnenkant van het gestrekte been.
- Het dijbeen van het gebogen
beenstaat loodrecht op de
waterspiegel.
6 Verticale houding (vertical position)
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de
denkbeeldige horizontale lijn door
oren, schouder, heup, enkel en
tevens loopt deze lijn midden door de
rompzijde.
- Tijdens de beweging van gestrekte
ligging op de rug naar oppervlakteboog gebogen kniehouding blijven
de heupen aan de waterspiegel.
- De teen van het gebogen been ten
opzichte van het gestrekte been mag
variëren, afhankelijk van het figuur.
- Eenmaal ingenomen plaats moet
gehandhaafd blijven en niet achter
het been.
Een draai van 360˚ wordt
uitgevoerd waarbij de benen
gelijktijdig worden opgetild tot
verticale houding.
- Optillen van de benen en de draai in
gelijkmatig tempo.
- Halverwege de draai zijn de benen
‘half’ opgetild.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding wordt
een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de
hand van de afstand tussen heup en
de waterspiegel. Maximale hoogte
moet hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- Lichaam volledig gestrekt.
70
Handboek 2013 – 2017
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
13 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
- Hoogte en stabiele houding voordat
verticale houding.
de schroef begint.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie - De lengte as loopt door het midden
in dezelfde lengte as.
van het lichaam en staat loodrecht op
- Tenzij anders omschreven, worden
de waterspiegel.
schroeven in een gelijkmatig tempo
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
uitgevoerd.
tempo van de rest van het figuur
- Een spin down is een neerwaartse
tenzij anders is aangegeven.
schroef, die begint op het hoogste
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
punt van de verticale houding en is
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
voltooid als de hiel(en) de
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
waterspiegel bereik(t)(en).
- Tenzij anders omschreven wordt een
beweging van het lichaam, met
schroef voltooid met verticaal
gelijkmatige verdeling, de rotatie
ondergaan in hetzelfde tempo als de
eindigt als de hielen de waterspiegel
schroef.
bereiken.
13f Continuous spin (continuous spin)
- De continuous spin wordt snel
- Een neerwaartse schroef met een
uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft
snelle rotatie van: 720° (2), 1080° (3) of
gedurende de gehele actie
1440° (4) die voltooid is voordat de
gehandhaafd.
hielen de waterspiegel bereiken en in
een doorgaande beweging onder water
gaan.
NB: wanneer een draai of schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in
de beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere
draai of schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een halve draai i.p.v. een hele draai of een 360° spin i.p.v. een 180°
spin.
oktober 2014
71
Handboek 2013 – 2017
J
Uit duet nr. 2
1.9
Totaal
NVT=
PV =
14.5
2.52
20.0
3.48
23.0
4.00
57.5
Vanuit een gestrekte ligging op de rug wordt met een voortbewegende beweging richting hoofd één
been gestrekt omhoog gebracht tot balletbeenhouding, gevolgd door het andere been tot een dubbel
balletbeenhouding. De dubbel balletbeenhouding handhavend wordt een draai van 360°
uitgevoerd.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
lay out position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en vieten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
Eén been wordt gestrekt omhoog
gebracht tot balletbeenhouding.
3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
gevolgd door het andere been tot
een dubbel balletbeenhouding.
5a Dubbel balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg double
position)
- Benen tegen elkaar en gestrekt
loodrecht op de waterspiegel.
- Hoofd in lijn met de romp.
- Gezicht aan de waterspiegel.
De dubbel balletbeenhouding
handhavend wordt een draai van 360˚
uitgevoerd.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de
denkbeeldige horizontale lijn door
oren, schouder, heup, enkel en
tevens loopt deze lijn midden door de
rompzijde.
- De hoogte en plaats van het dijbeen
blijven constant terwijl de
balletbeenhouding wordt
aangenomen.
- De beweging wordt in een gelijkmatig
tempo uitgevoerd.
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in een
horizontale lijn.
- De hoogte en plaats van het dijbeen
blijven constant.
- De beweging wordt in een gelijkmatig
tempo uitgevoerd.
- Benen volledig gestrekt in een 90˚
hoek met de waterspiegel.
- Borst dicht bij het wateroppervlak en
de schouders naar achteren. Oor,
schouder en heup in één lijn met de
wervelkolom recht en gestrekt.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de hand
van de afstand tussen heup en de
waterspiegel. Maximale hoogte moet
hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
72
Handboek 2013 – 2017
K
Uit duet nr. 5
2.4
Totaal
NVT=
PV =
37.0
4.30
35.0
4.07
14.0
1.63
86
Vanuit een gehoekte houding achterover onder water met de benen verticaal, wordt Figuur 301c Barracuda Twirl uitgevoerd.
11 Gehoekte-houding achterover
(back pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
scherpe hoek van 45° of minder.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
9 Thrust (thrust)
- Vanuit een gehoekte houding
achterover met de benen loodrecht op
de waterspiegel wordt een snelle
opwaartse beweging gemaakt.
- Benen en heupen gaan verticaal naar
boven, terwijl het lichaam afrolt tot
verticale houding.
- Maximale hoogte wordt vereist.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding wordt
een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
12c Twirl (twirl)
- Een snelle draai van 180°.
oktober 2014
- Benen zo dicht mogelijk bij de borst,
terwijl de rechte lijn van de
wervelkolom en hoofd gehandhaafd
blijft.
- Volledige strekking van benen, enkels
en voeten.
- Rug gestrekt met oor, schouder,
midden rompzijde en heup in één lijn.
- Zie bh 11 gehoekte houding
achterover. Voordat de afrolactie
begint mag de eenmaal aangenomen
hoek niet meer veranderen. Het
afrollen start met de tenen net onder
de waterspiegel.
- Zie bh 6 verticale houding. Het
lichaam rolt onder de benen en neemt
een verticale houding aan langs
dezelfde loodlijn van de benen in de
gehoekte houding achterover.
- Scheppen moet worden afgestraft, Dit
is een truc om snel omhoog te
komen. Benen moeten de lijn volgen
die in reglement wordt omschreven.
Uitgaan van perfectie.
- Zichtbare versnelling in de beweging
moet aanwezig zijn.
- Maximale hoogte en verticale
houding gelijktijdig bereiken.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de
hand van de afstand tussen heup en
de waterspiegel. Maximale hoogte
moet hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- Duidelijke versnelling zichtbaar.
- Stabiliteit in lichaamshouding en
73
Handboek 2013 – 2017
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
waterlijn gedurende en na beëindiging
van de twirl.
- Zie bh 6 verticale houding.
- verticaal ondergaan in hetzelfde
tempo als de thrust.
- snel en accuraat.
74
Handboek 2013 – 2017
L
Uit duet nr. 4
2.8
Totaal
NVT=
PV =
29.0
2.79
19.0
1.83
21.0
2.02
24.0
2.31
11.0
1.06
104
Vanuit een gehoekte houding voorover, worden de benen opgetild naar een verticale houding. Een
halve draai wordt uitgevoerd, gevolgd door een verdere rotatie van 180° terwijl de benen openen tot
een spagaathouding. Een overslag voorover wordt uitgevoerd.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
De benen worden opgetild naar een
verticale houding.
Tijdens het optillen van de benen naar
verticale houding blijft de romp in de
verticale lijn. Heupen blijven zoveel
mogelijk aan de waterspiegel.
Maximale hoogte en verticale houding
worden gelijktijdig bereikt. De verticale
houding wordt zo lang aangehouden
dat stabiliteit en controle zichtbaar is.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding
wordt een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de
hand van de afstand tussen heup en
de waterspiegel. Maximale hoogte
moet hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- De rotatie moet precies 180˚ zijn.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
12a Halve draai (half twist)
- Een draai van 180˚
12a Halve draai (half twist)
- Een draai van 180˚,
- De rotatie moet precies 180˚ zijn.
terwijl de benen openen tot een
spagaathouding.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid .
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale
oktober 2014
- Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
75
Handboek 2013 – 2017
lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale
lijn, ongeacht de hoogte van de
heupen.
16a Spagaathouding (split position)
- Benen zijn ‘droog’ aan de
waterspiegel.
6 Overslagen (walkouts)
- Deze bewegingen beginnen vanuit
spagaathouding, tenzij de
omschrijving van de figuren anders
aangeeft.
- De heupen blijven op de plaats,
wanneer één been in een boog over de
waterspiegel gaat en bij het andere
been aansluit.
6a Overslag voorover (walkout front)
- Het voorliggende been wordt opgetild
in een 180˚ boog over de waterspiegel
en sluit aan bij het andere been tot
oppervlakteboog en in een
doorgaande beweging wordt de
oppervlakteboog naar gestrekte ligging
op de rug uitgevoerd.
13 Oppervlakteboog (surface arch
position)
- Onderrug holgetrokken met de
heupen, schouders en hoofd in één
verticale lijn.
- Benen tegen elkaar en aan de
waterspiegel.
5 Van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug (arch to back layout
finish action)
- Vanuit de oppervlakteboog komen,
heupen, borst en gezicht op hetzelfde
punt aan de oppervlakte, totdat de
gestrekte ligging op de rug is bereikt.
- De beweging eindigt wanneer het
hoofd op de plaats komt, waar de
heupen zich bevonden, voordat de
beweging werd ingezet.
oktober 2014
- Benen volledig gestrekt aan de
waterspiegel. De voeten en
bovenbenen aan de waterspiegel.
Heupen zo dicht mogelijk bij de
waterspiegel.
Zie bh 16 spagaathouding.
Heuphoogte constant en zo dicht
mogelijk bij de waterspiegel.
- Het been dat een boog over het water
maakt beweegt in een gelijkmatig
tempo.
- Benen blijven volledig gestrekt.
- Romp blijft in dezelfde positie totdat
de voeten bij elkaar zijn.
- Een duidelijke oppervlakteboog moet
te zien zijn voordat het lichaam naar de
waterspiegel komt en zich begint te
strekken.
- De voeten beginnen pas te bewegen
langs de waterspiegel als de voeten bij
elkaar zijn.
- Zie bh 13 oppervlakteboog en bb 5
van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug.
- Heupen op één horizontale lijn,
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. Hoofd (met name
de oren) in
lijn met de schouders.
- Volledige gestrektheid van de benen
met de dijen en voeten aan de
waterspiegel. Heupen zo dicht mogelijk
bij de waterspiegel en knieën gestrekt.
- Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe
boog in onderrug. Het lichaam strekt en
beweegt zich gelijktijdig richting de
waterspiegel tot gestrekte ligging op
de rug is aangenomen. Volledige
gestrektheid van het lichaam tijdens de
gehele beweging.
76
Handboek 2013 – 2017
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
77
Handboek 2013 – 2017
Groep 4
M
Uit solo nr. 1
2.1
Totaal
NVT=
PV =
19.0
2.75
21.0
3.04
29.0
4.20
69
Vanuit een verticale houding wordt een rotatie van 360° uitgevoerd terwijl de benen openen tot
spagaathouding. Doorgaand in dezelfde richting wordt nog een 360° rotatie uitgevoerd terwijl de
benen naar een verticale houding worden gebracht. Draaiend in tegengestelde richting wordt een
continuous spin van 1440° (4 schroeven) uitgevoerd.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
Rotatie van 360° terwijl de benen
openen tot spagaathouding.
16Spagaathouding (split position)
- Benen symmetrisch voor- en
achterwaarts gespreid
- De benen evenwijdig aan de
waterspiegel.
- Onderrug holgetrokken met heupen,
schouders en hoofd in één verticale
lijn.
- Hoek van 180° tussen de gestrekte
benen (platte spagaat), met de
binnenkant van ieder been uitgelijnd
aan weerszijde van een horizontale
lijn, ongeacht de hoogte van de
heupen.
16a Spagaathouding (split position)
- Benen zijn ‘droog’ aan de
waterspiegel.
- Benen volledig gestrekt aan of boven
de waterspiegel.
- Platte split. Heupen op een
horizontale lijn, schouders op een
horizontale lijn en deze twee lijnen
recht en parallel ten opzichte van
elkaar.
Doorgaand in dezelfde richting wordt
nog een 360° rotatie uitgevoerd terwijl
de benen naar een verticale houding
worden gebracht.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
- Benen volledig gestrekt aan de
waterspiegel. De voeten en
bovenbenen aan de waterspiegel.
Heupen zo dicht mogelijk bij de
waterspiegel.
- De rotatie moet precies 360° zijn.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
Draaiend in tegengestelde richting
wordt een continuous spin van 1440° (4
schroeven) uitgevoerd.
13 Schroeven (spins)
- Een schroef is een rotatie in de
verticale houding.
- Het lichaam blijft gedurende de rotatie
in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven, worden
schroeven in een gelijkmatig tempo
oktober 2014
- De rotatie moet precies 360° zijn.
- De richting moet tegengesteld zijn.
Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte en stabiele houding voordat
de schroef begint.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel.
- Tempo van de rotatie is gelijk aan het
78
Handboek 2013 – 2017
uitgevoerd.
tempo van de rest van het figuur
- Een spin down is een neerwaartse
tenzij anders is aangegeven.
schroef, die begint op het hoogste
- Stabiliteit en verticale lijn handhaven
punt van de verticale houding en is
voor, tijdens en na beëindiging van de
schroef.
voltooid als de hiel(en) de
- Gelijktijdige rotatie en neerwaartse
waterspiegel bereik(t)(en).
- Tenzij anders omschreven wordt een
beweging van het lichaam, met
schroef voltooid met verticaal
gelijkmatige verdeling, de rotatie
ondergaan in hetzelfde tempo als de
eindigt als de hielen de waterspiegel
schroef.
bereiken.
13f Continuous spin (continuous spin)
- De continuous spin wordt snel
- Een neerwaartse schroef met een
uitgevoerd en dezelfde snelheid blijft
snelle rotatie van: 720° (2), 1080° (3)
gedurende de gehele actie
gehandhaafd.
of 1440° (4) die voltooid is voordat de
hielen de waterspiegel bereiken en in
een doorgaande beweging onder
water gaan.
NB: wanneer een schroef meer of minder is dan de aangegeven hoeveelheid, zullen de juryleden dit meenemen in de
beoordeling van het figuur. Een strafpunt zal alleen worden toegekend alleen wanneer de fout resulteert in een andere
schroef dan omschreven in het reglement. Bv. een 360° spin i.p.v. een 180° spin.
oktober 2014
79
Handboek 2013 – 2017
N
Uit solo nr. 3
3.1
Totaal
NVT=
PV =
10.5
0.86
11.0
0.91
22.0
1.81
16.0
1.32
15.5
1.28
20.0
1.65
15.5
1.28
11.0
0.91
121.5
Terwijl een balletbeen wordt aangenomen met een toegestane beweging richting hoofd, wordt Figuur
150 - Dolco uitgevoerd.
1 Gestrekte ligging op de rug (back
layout position)
- Lichaam gestrekt met gezicht, borst,
bovenbenen en voeten aan de
waterspiegel.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
1 Het aannemen van een balletbeen (to
assume a ballet leg)
- Begin in de gestrekte ligging op de
rug. Eén been blijft gedurende de
gehele beweging aan de waterspiegel.
- De voet van het andere been wordt
langs de binnenzijde van het gestrekte
been ingetrokken tot gebogen
kniehouding op de rug.
- De knie wordt, zonder beweging van
het dijbeen, gestrekt tot
balletbeenhouding.
14b Gebogen kniehouding op de rug
(bent knee back layout position)
- Het lichaam in gestrekte ligging op
de rug.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel (surface ballet leg
position)
- Lichaam in gestrekte ligging op de
rug.
- Eén been gestrekt loodrecht op de
waterspiegel.
De benen blijven in dezelfde stand. Het
hoofd gaat naar beneden, terwijl de
onderrug hol trekt tot dolcohouding.
17 Dolcohouding (knight position)
- Onderrug holgetrokken met de
heupen, schouders en hoofd in een
verticale lijn.
- Eén been verticaal.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
Voorzijde van de romp ook aan de
waterspiegel.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
Zie bh 1 gestrekte ligging op de rug.
- Zie bh 14b gebogen kniehouding op
de rug.
- De teen van het gebogen been blijft in
contact met het gestrekte been.
- Minimaal zakken van de heupen.
- Positie zolang aanhouden dat
accuraatheid en controle zichtbaar is.
- Zie bh 3a Balletbeenhouding aan de
waterspiegel. De hoogte en plaats
van het dijbeen blijven constant terwijl
de balletbeen-houding wordt
aangenomen.
- De beweging wordt in een gelijkmatig
tempo uitgevoerd.
- In basishouding 1 gesterkte ligging
op de rug.
- Oor, schouder, heup en enkel op een
zo horizontaal mogelijke lijn.
- Een hoek van 90˚ tussen bovenbeen
en de waterspiegel en zoveel mogelijk
90˚ tussen bovenbeen en romp. Op
maximale hoogte, zodat er “lucht” is
tussen de achterkant dijbeen en de kuit
van de gebogen knie t.o.v. de
waterspiegel.
- Hoek van 90˚ tussen gestrekte been
en waterspiegel. Hoek van romp en
balletbeen zo dicht mogelijk bij de 90˚.
Oor, schouder, heup en enkel van
horizontale been zoveel mogelijk in een
horizontale lijn.
- Zie Basishouding 17 dolcohouding.
- Hoogte blijft gelijk vanaf de
balletbeenhouding.
- Boog alleen in onderste gedeelte van
de wervelkolom.
- Verticale lijn door oor, schouder, heup
en enkel.
- Heupen op één horizontale lijn,
80
Handboek 2013 – 2017
- Het andere been zo horizontaal
mogelijk achterwaarts gestrekt met de
voet aan de waterspiegel.
Het lichaam wordt gestrekt terwijl het
horizontale been naar verticaal gaat en
terwijl het balletbeen wordt gebogen via
een verticale lijn door de heupen tot
verticaal gebogen kniehouding.
14c Verticaal gebogen kniehouding
(bent knee vertical position)
- Het lichaam in verticale houding met
de teen van het gebogen been tegen
de binnenkant van het gestrekte been
aan de knie of dijbeen.
12 Draaien (twists)
- Een draai is een rotatie op een
éénmaal ingenomen hoogte.
- Gedurende deze rotatie blijft het
lichaam in dezelfde lengte as.
- Tenzij anders omschreven en indien
uitgevoerd in verticale houding
wordt een draai voltooid met verticaal
ondergaan.
12a Halve draai (half twist)
- Een draai van 180˚
De rug wordt holgetrokken, terwijl het
gestrekte been naar de waterspiegel
wordt gebracht tot oppervlakteboog
gebogen kniehouding.
14d Oppervlakteboog gebogen
kniehouding (bent knee surface
arch position)
- Het lichaam in oppervlakteboog.
- Het dijbeen van het gebogen been
staat loodrecht op de waterspiegel.
13 Oppervlakteboog (surface arch
position)
- Onderrug holgetrokken met de
heupen, schouders en hoofd in één
verticale lijn.
- Benen tegen elkaar en aan de
waterspiegel.
Het gebogen been wordt gestrekt en in
een doorgaande beweging wordt een
van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug uitgevoerd.
5 Van oppervlakteboog naar gestrekte
ligging op de rug (arch to back layout
finish action)
- Vanuit de oppervlakteboog komen,
heupen, borst en gezicht op hetzelfde
oktober 2014
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. De voorzijde van
het gestrekte been is naar boven
gericht.
- Het horizontale been bereikt de
verticale houding gelijktijdig met het
bereiken van de gebogen
kniehouding van het balletbeen en
het strekken van de romp.
- Constante hoogte wordt
vastgehouden.
In basishouding 6 verticale houding
de uitlijning van de punten door het
gestrekte been, de romp en het hoofd
blijven gehandhaafd.
- De waterlijn is constant gedurende de
gehele rotatie. Stabiliteit en uitlijning
van de houding zijn duidelijk voor,
tijdens en na de draai. Hoogte van de
houding wordt beoordeeld aan de
hand van de afstand tussen heup en
de waterspiegel. Maximale hoogte
moet hoger beoordeeld worden.
- De lengte as loopt door het midden
van het lichaam en staat loodrecht op
de waterspiegel. Geen verplaatsing.
- Het tempo van de neerwaartse
beweging is gelijk aan het tempo van
de figuur.
- De rotatie moet precies 180˚ zijn.
Zie Basishouding 14d
oppervlakteboog gebogen
kniehouding.
- scherpe boog in de onderrug.
- Hoofd blijft in één lijn met de heupen.
- Hoogte en de positie van de teen
tegen het been blijft gelijk.
Zie basishouding 13
oppervlakteboog.
- Lucht tussen achterkant dijbeen en
kuit van de gebogen knie t.o.v. de
waterspiegel is wenselijk.
- Heupen op één horizontale lijn,
schouders op één horizontale lijn en
deze twee lijnen recht en parallel ten
opzichte van elkaar. Hoofd (met name
de oren) in
lijn met de schouders.
- Volledige gestrektheid van de benen
met de dijen en voeten aan de
waterspiegel. Heupen zo dicht mogelijk
bij de waterspiegel en knieën gestrekt.
Zodra het gebogen been is gestrekt
wordt de beweging ingezet.
Zie bh 13 oppervlakteboog. Scherpe
boog in onderrug. Het lichaam strekt en
beweegt zich gelijktijdig richting de
waterspiegel tot gestrekte ligging op
de rug is aangenomen. Volledige
81
Handboek 2013 – 2017
punt aan de oppervlakte, totdat de
gestrekte ligging op de rug is
bereikt.
- De beweging eindigt wanneer het
hoofd op de plaats komt, waar de
heupen zich bevonden, voordat de
beweging werd ingezet.
oktober 2014
gestrektheid van het lichaam tijdens de
gehele beweging.
82
Handboek 2013 – 2017
O
Uit ploeg nr. 1
1.8
Totaal
NVT=
PV =
37.0
7.25
14.0
2.75
51
Vanuit een gehoekte houding achterover onder water met de benen verticaal, wordt Figuur 301 Barracuda uitgevoerd
11 Gehoekte-houding achterover
(back pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
scherpe hoek van 45° of minder.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
9 Thrust (thrust)
- Vanuit een gehoekte houding
achterover met de benen loodrecht
op de waterspiegel wordt een snelle
opwaartse beweging gemaakt.
- Benen en heupen gaan verticaal naar
boven, terwijl het lichaam afrolt tot
verticale houding.
- Maximale hoogte wordt vereist.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- Benen zo dicht mogelijk bij de borst,
terwijl de rechte lijn van de
wervelkolom en hoofd gehandhaafd
blijft.
- Volledige strekking van benen, enkels
en voeten.
- Rug gestrekt met oor, schouder,
midden rompzijde en heup in één lijn.
- Zie bh 11 gehoekte houding
achterover.
- Voordat de afrolactie begint mag de
eenmaal aangenomen hoek niet meer
veranderen. Het afrollen start met de
tenen net onder de waterspiegel.
- Zie bh 6 verticale houding. Het
lichaam rolt onder de benen en neemt
een verticale houding aan langs
dezelfde loodlijn van de benen in de
gehoekte houding achterover.
- Scheppen moet worden afgestraft, Dit
is een truc om snel omhoog te
komen. Benen moeten de lijn volgen
die in reglement wordt omschreven.
Uitgaan van perfectie.
- Zichtbare versnelling in de beweging
moet aanwezig zijn.
- Maximale hoogte en verticale
houding gelijktijdig bereiken.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging
gelijk aan het tempo van de rest van
het figuur.
- Tempo van neerwaartse beweging is
gelijk aan het tempo van de thrust.
83
Handboek 2013 – 2017
P
343 Vlinder
Butterfly
2.9
Totaal
NVT
PV
12.0
1.06
13.5
1.19
28.0
2.47
27.5
2.42
18.5
1.63
14.0
1.23
113.5
Vanuit een gestrekte ligging op de borst wordt een gehoekte houding voorover aangenomen. Eén
been wordt omhoog gebracht naar zwaluwstaarthouding. Het horizontale been wordt snel omhoog
gebracht in een boog van 180º, terwijl het verticale been naar beneden gaat om een spagaathouding
aan te nemen, zonder aarzelen wordt een heuprotatie van 180º uitgevoerd, terwijl het voorste been
wordt opgetild om een zwaluwstaarthouding aan te nemen. Het horizontale been wordt omhoog
gebracht om een verticale houding aan te nemen in hetzelfde tempo als de oorspronkelijke acties
van het figuur. Eindigen met verticaal ondergaan.
2 Gestrekte ligging op de borst (front
layout position)
- Lichaam gestrekt met hoofd,
bovenste deel van de rug, zitvlak en
hielen aan de waterspiegel.
- Het gezicht mag in of boven water
zijn
3 Het aannemen van een gehoekte
houding voorover (to assume a front
pike position)
- Terwijl vanuit de gestrekte ligging op
de borst de romp naar beneden gaat
om een gehoekte houding voorover
aan te nemen, bewegen zitvlak, benen
en voeten langs de waterspiegel, totdat
de heupen op de plaats komen waar
het hoofd zich bevond voordat deze
beweging werd ingezet.
10 Gehoekte houding voorover (front
pike position)
- Het lichaam vormt bij de heupen een
hoek van 90°.
- Benen tegen elkaar en gestrekt.
- Romp gestrekt met rechte rug en het
hoofd in één lijn.
Eén been wordt omhoog gebracht naar
zwaluwstaarthouding.
- Zie bh 8 zwaluwstaarthouding.
- Hoogte en verticale lijn blijven
gehandhaafd.
- Duidelijke stabiliteit en controle.
- De voet van het naar voren gestrekte
been moet zich aan de waterspiegel
bevinden.
- Heupen moeten zich op één
horizontale lijn bevinden
Het horizontale been wordt snel
omhoog gebracht in een boog van
180º, terwijl het verticale been naar
- Zie bh 16 spagaathouding en bh 8
zwaluwstaarthouding.
- Duidelijke toename in snelheid.
8 Zwaluwstaarthouding (fishtail
position)
- Het lichaam gestrekt in verticale
houding met
- een been naar voren gestrekt met de
voet van het naar voren gestrekte
been aan de waterspiegel, ongeacht
de hoogte van de heupen.
oktober 2014
- Geeft de indruk dat het lichaam
maximaal horizontaal gestrekt is.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de denkbeeldige
horizontale lijn door oren, schouder,
heup, enkel en tevens loopt deze lijn
midden door de rompzijde.
- Een eenmaal ingenomen “in” of “uit”
positie van het hoofd blijft gehandhaafd.
Als het gezicht uit het water is zijn de
oren niet in de horizontale lijn en kan de
rug iets lager zijn.
- Zie bh2 gestrekte ligging op de
borst en bh 10 gehoekte houding
voorover.
- Vloeiende, gelijkmatige beweging van
de romp naar beneden. De romp blijft
recht tijdens de beweging. Heupen en
hoofd bereiken gelijktijdig de gehoekte
houding. De heupen moeten op de
plaats komen waar het hoofd zich
bevond, voordat deze beweging werd
ingezet.
- Hoek moet precies 90˚ zijn.
- Volledig gestrekte benen, met enkel
en heup op één lijn.
- Rug gestrekt met verticale lijn door
oor, schouder, midden door de
rompzijde en heup.
84
Handboek 2013 – 2017
beneden gaat om een
spagaathouding aan te nemen,
zonder aarzelen wordt een heuprotatie
van 180º uitgevoerd, terwijl het voorste
been wordt opgetild om een
zwaluwstaarthouding aan te nemen.
Het horizontale been wordt omhoog
gebracht om een verticale houding
aan te nemen in hetzelfde tempo als de
oorspronkelijke acties van het figuur.
6 Verticale houding (vertical position)
- Het lichaam gestrekt, loodrecht op de
waterspiegel, benen tegen elkaar,
hoofd naar beneden.
- Hoofd (vooral de oren), heupen en
enkels in één lijn.
10 Verticaal ondergaan (vertical
descent)
- De verticale houding handhavend
gaat het lichaam langs de lengte as
naar beneden totdat de tenen onder
water zijn.
oktober 2014
- Beide benen starten de bh 8
zwaluwstaarthouding en bereiken
de bh 16 spagaathouding gelijktijdig.
- Voet van het liggende been blijft aan
de waterspiegel gedurende de rotatie.
- Romp behoudt de verticale lijn, met
heupen en schouders ‘vierkant’.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Hoogte constant.
- Romp en het verticale been
behouden hun verticale lijn.
- Duidelijke stabiliteit in de verticale
houding.
- Het tempo van het aansluiten en
ondergaan zijn gelijkmatig maar niet
snel.
- Lichaam volledig gestrekt.
- Jurering geschiedt aan de hand van
de visuele punten van de verticale lijn
door oren, schouder, heup, enkel.
- Zie bh 6 verticale houding.
- Tenzij anders is omschreven is het
tempo van neerwaartse beweging gelijk
aan het tempo van de rest van het
figuur (niet snel).
85