Studiehandleiding Testleer en Testgebruik

Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen
College of Child Development and Education
Graduate School of Child Development and Education
Nieuwe Prinsengracht 130
1018 VZ Amsterdam
[email protected]
Studiehandleiding
Testleer en Testgebruik (7013K400CY)
Bachelorjaar 3
Cursusjaar: 2013-2014
Semester: 2 blok 2-3
contactdocent: Dr. R. Ligtvoet
Amsterdam, maart 2014
1
1. Deelname aan het onderwijs en tentamen
Deelname onderwijs/tentamen
Om deel te kunnen nemen aan het onderwijs en/of eerste afsluitingsgelegenheid (tentamen) in deze
module moet je je binnen de aanmeldingsperiode aanmelden via het Studenteninformatiesysteem
(SIS). De aanmeldingsperiode van het eerste semester loopt van 17 juni t/m 01 juli 2013. De aanmeldingsperiode van het tweede semester loopt van 02 december t/m 16 december 2013.
Mocht je problemen hebben bij het aanmelden voor de vakken via SIS neem dan tijdens de
aanmeldingsperiode contact op met de onderwijsadministratie via [email protected]. De onderwijsadministratie zoekt dan samen met jou uit wat het probleem is en lost het samen met
jou op. Zie voor meer informatie www.student.uva.nl/pow in de A-Z lijst Vak- en tentamenaanmelding en SIS.
Deelname herkansing
De aanmelding geldt voor het onderwijs alsmede voor de eerste afsluitingsgelegenheid. Studenten die
het vak niet bij de eerste afsluitingsgelegenheid hebben behaald worden door de onderwijsbalie voor
de herkansing aangemeld. Meld je op tijd af voor vak(ken) waar je niet aan gaat deelnemen.
2. Inleiding
Door de sectie Methoden en Technieken worden onder meer de bachelor vakken Algemene methodenleer en statistiek (AMLS), Toegepaste methodenleer en statistiek (TMLS), Basis onderzoeksvaardigheden (BOV), het Onderzoekspracticum (OZP) en Testleer en Testgebruik (T&T) verzorgd.
AMLS, TMLS, BOV en OZP zijn voor alle studenten POW verplicht.
Het vak Testleer en Testgebruik richt zich op de psychometrische aspecten van tests. Het vak is algemeen van aard en is aan te bevelen voor iedere student die meer over tests en de testtheorie wil weten.
Dit vak is speciaal aan te bevelen voor studenten die te zijner tijd willen voldoen aan de NVO beroepskwalificatie-eisen voor diagnosticus. Zie verder de studiegids en de informatiebrochure bij de
Onderwijsbalie.
3. Voorkennis en aansluiting met andere modulen
Voor het vak T&T wordt verondersteld dat studenten de vakken AMLS en TMLS met succes hebben
afgerond. De appendix bij het boek van Drenth en Sijtsma bevat een beknopt overzicht van de direct
benodigde statistische kennis.
4. Leerdoelen
Kennis van de testleer en testgebruik, in al haar facetten, en de betekenis hiervan voor d praktijk.
Eindtermen van T&T zoals beschreven in de OER: A2, B3, C1 en C3.
5. Inhoud
T&T is vooral gericht op het verkrijgen van kennis van en inzicht in een aantal onderwerpen uit de
klassieke en moderne testtheorie. Na het volgen van dit onderdeel wordt men in staat geacht de principes achter testconstructie en scorebewerking te begrijpen en te kunnen beoordelen. Dit betekent ook
dat men testresultaten/testscores psychometrisch kan interpreteren. Voorts verkrijgt men een algemeen inzicht in de problemen die zich kunnen voordoen bij het gebruik van tests in de praktijk.
2
6. Literatuur
Verplichte tentamenliteratuur
Drenth, P.J.D. & Sijtsma, K. (2006). Testtheorie. Vierde herziene druk. Houten: Bohn Stafleu Van
Loghum. ISBN: 90.313.4747.7
Extra materiaal wordt als pdf bestanden op Blackboard ter beschikking gesteld.
7. Onderwijsvormen
Hoorcolleges
Het college begint met behandeling van de opgegeven stof in de vorm van een hoorcollege. Men
wordt dringend verzocht om de stof van te voren te bestuderen, en de opgaven te maken, zodat men
weet waar de moeilijkheden liggen en men daar gerichte vragen over kan stellen. Voorafgaand aan
ieder college zullen hand-outs en opgaven op Blackboard worden gezet. Op de laatste bijeenkomst
wordt het proeftentamen besproken en wordt de gehele stof nog één keer doorgenomen.
8. Rooster
De locatie van het onderwijs en tentamens vind je op http://rooster.uva.nl. Houd de Mededelingen op
de studentenwebsite www.student.uva.nl/pow en/of de blackboardomgeving van Testleer en testgebruik in de gaten voor roosterwijzigingen..
Hoorcolleges in REC-M1.02 op woensdagen van 2 april tot 18 juni van 19-22 uur.
Tentamen in IWO 4.04 C (Rood) op woensdag 25 juni van 18-21 uur.
Herkansing in REC-GS.14 op woensdag 6 augustus van 14-17 uur.
Voorlopig rooster
Datum
Te behandelen leerstof
2 april
9 april
16 april
23 april
30 april
7 mei
14 mei
21 mei
28 mei
4 juni
11 juni
18 juni
Hoofdstukken 1-2 D&S
Hoofdstuk 3 D&S
Hoofdstuk 4 D&S
Hoofdstuk 5 en de Appendix D&S
Hoofdstuk 6 D&S
Hoofdstuk 7 D&S
Selectie artikelen
Hoofdstuk 8 D&S
Selectie artikelen
Hoofdstuk 9 D&S
Hoofdstuk 10 D&S
Bespreking oefententamen
3
9. Van de student verwachte activiteiten
Bestuderen van de literatuur, actief bijwonen van de colleges en maken van de opgaven.
10.
Beoordeling
Het tentamen bestaat uit 20 meerkeuzevragen met elk 3 alternatieven en 10 open vragen. Iedere vraag
is 1 punt waard; de slaaggrens ligt bij 21 punten. Tijdens het tentamen mag gebruik gemaakt worden
van een formuleboekje en een eenvoudige rekenmachine.
Tentamen in IWO 4.04 C (Rood) op woensdag 25 juni van 18-21 uur.
Herkansing in REC-GS.14 op woensdag 6 augustus van 14-17 uur.
In de Onderwijs- en Examenregeling (OER) vind je meer algemene informatie over toetsing, bijvoorbeeld over de voorwaarden om aan tentamens te mogen deelnemen, herkansingen en de geldigheidsduur van uitslagen. Zorg ervoor dat je van deze informatie op de hoogte bent! Je vindt de OER in de
digitale studiegids, en op www.student.uva.nl/pow onder Onderwijs- en examenregeling (OER). De
OER bevat ook andere belangrijke informatie, zoals over volgordeverplichtingen, aanwezigheidsverplichtingen, keuzepunten en minoren.
NB. In de OER is het volgende vastgelegd:
Deel A, artikel 3.3.: In geval van een paper, verslag, opdracht of scriptie, zoals beschreven in deel A
van deze regeling, artikel 3.4, lid 3, is de herkansing in de vorm van revisie. Indien een paper, verslag,
opdracht of scriptie met een voldoende beoordeeld is, zoals in artikel 3.6, lid 2, is vastgelegd, mag
deze eveneens herkanst worden.
Deel A, artikel 3.6.2: De eindbeoordeling van een onderdeel is voldoende bij een 5,5 of hoger. Eindbeoordelingen tussen 5,0 en 6,0 worden in de registratie afgerond op hele cijfers.
Deel A, artikel 3.6.3: Bij deeltoetsingen wordt de eindbeoordeling bepaald op basis van een (gewogen) gemiddelde van de samenstellende delen. Daarbij worden geen minimumeisen gesteld aan het
niveau waarop de afzonderlijk deeltoetsen worden afgesloten, tenzij deze voor aanvang van het
onderdeel zijn goedgekeurd door de examencommissie en zijn opgenomen in de studiehandleiding.
Deel A, artikel 3.7.5: Indien de afsluiting van een onderdeel bestaat uit meerdere tentamenvormen,
worden deze afzonderlijk beoordeeld en bepalen deze deelresultaten tezamen het eindcijfer.
Deelresultaten zijn geldig gedurende één studiejaar. Uitzondering hierop zijn resultaten van schriftelijke deeltentamens, zoals beschreven in deel A, artikel 3.4, lid 3. Deelresultaten van schriftelijke
tentamens vervallen indien bij de eerste tentamengelegenheid deze gezamenlijk een onvoldoende resultaat opleveren en het eindcijfer van het onderdeel onvoldoende is. De herkansing van
deeltentamens in de vorm van schriftelijke tentamens is altijd overkoepelend; schriftelijke tentamens kunnen niet in delen worden herkanst.
In uitzonderlijke gevallen kan een deelresultaat langer gehandhaafd blijven, mits dit vooraf door de
examencommissie is goedgekeurd, in de studiehandleiding is opgenomen en een maximale duur betreft van hooguit een extra studiejaar.”
11. Feedback
Na afloop van het tentamen zullen de antwoorden op de gesloten vragen bekend worden gemaakt
op Blackboard. Verder bestaat de mogelijkheid om het tentamen in te zien. Nadere details zullen
t.z.t. bekend worden gemaakt.
4
12. Belangrijk
Evaluatie van het onderwijs
Docenten en het onderwijsinstituut hebben behoefte aan feedback van de studenten op de kwaliteit
van het gegeven onderwijs. Waar nodig kan een betreffende module verbeterd worden voor de
volgende groep studenten. Maar evalueren kan ook een goed leermoment zijn voor jou als student,
omdat je zo extra nadenkt over je eigen leerproces en nagaat hoe je achteraf kijkt naar de inhoud van
een module.
Binnen de FMG wordt gewerkt met een vragenlijst die UvA-breed wordt toegepast. Bij het laatste
college of na afloop van het tentamen zal je gevraagd worden deze vragenlijst in te vullen. Vul deze
vragenlijst zo eerlijk mogelijk in, de resultaten ervan hebben geen consequenties voor de uitslag van
het tentamen. Bovendien blijf je bij het invullen van de vragenlijst anoniem. Indien uit de resultaten
van de vragenlijst blijkt dat toelichting nodig is op de evaluatie van de betreffende module,
organiseert het Onderwijsinstituut een panelgesprek. Hiertoe worden een aantal studenten uitgenodigd
en wordt samen met de docent en de onderwijsdirecteur of studieadviseur gesproken over het verloop
en de inhoud van de betreffende module. Studenten kunnen indien gewenst ook zelf een panelgesprek
aanvragen.
Op Blackboard vind je onder Onderwijsevaluaties POW de cursusevaluaties van afgelopen
jaar. Je kunt hierin lezen welke cursusaanpassingen plaatsvinden naar aanleiding van de evaluaties door de studenten en de docent(en).
Fraude
Onder fraude wordt verstaan het handelen of nalaten van de student dat erop gericht is het vormen van
een juist oordeel door de examinator omtrent kennis, inzicht en vaardigheden van de student geheel of
gedeeltelijk onmogelijk te maken. Een voor iedereen duidelijk herkenbare vorm van fraude is bijv. het
op enigerlei wijze ‘spieken’ tijdens het tentamen. Een helaas vaak voorkomende vorm van fraude, die
in de wetenschappelijke wereld zeer zwaar wordt aangerekend, is het plegen van plagiaat.
Plagiaat
Een wetenschappelijke tekst moet controleerbaar zijn en daarom dien je gebruikte (internet)bronnen
altijd vermelden in een zogenaamde bronvermelding. Als je een stuk tekst of tabel van iemand overneemt geef je precies aan wie de auteur is en waar je de tekst of tabel hebt gevonden. Doe je dat niet
en wek je dus de indruk dat die tekst of die gegevens van jezelf zijn, dan wordt dat plagiaat genoemd.
Het plegen van plagiaat in een paper of scriptie betekent altijd uitsluiting van de betreffende tentamen- of scriptiegelegenheid. Bovendien kan de examencommissie nog zwaardere straffen opleggen.
Zorg dus dat je altijd goed je bronnen vermeldt en niet zomaar stukken tekst of gegevens van anderen
overneemt. Zie ook de studentenwebsite www.student.uva.nl/pow, in de A-Z lijst onder Plagiaat,
fraude en bronvermelding en OERen bachelor- en masteropleiding Pedagogische wetenschappen en
Onderwijskunde, deel A, artikel 3.11.
Beroepsmogelijkheden
Als je het niet eens bent met een beslissing van een examinator, is het verstandig om je eerst te wenden tot de Examencommissie POW met het verzoek om een uitspraak te doen over je eventuele
klacht. Na die uitspraak kun je besluiten om binnen 4 weken beroep aan te tekenen bij de COBEX.
Raadpleeg de studieadviseurs voor advies en de procedure. Je kunt hen bereiken via een e-mailbericht
aan [email protected].
5
Onderwijs- examenregeling (OER)
Algemene en specifieke informatie die geldig is voor de bachelor- en mastervakken kan gevonden
worden in de Onderwijs- en examenregeling (OER). De OER is gepubliceerd op de studentenwebsite
in de A-Z lijst onder OER en in de UvA Studiegids 2013-2014.
6
Bijlage 1. Dublindescriptoren
kennis en inzicht
toepassen van
kennis en inzicht
oordeelsvorming
communicatie
leervaardigheden
Bachelor
Heeft aantoonbare kennis en
inzicht van een vakgebied,
waarbij wordt voortgebouwd op
het niveau bereikt in het
voortgezet onderwijs en dit wordt
overtroffen, functioneert
doorgaans op een niveau met
ondersteuning van
gespecialiseerde handboeken,
enige aspecten voorkomen
waarvoor kennis van de laatste
ontwikkelingen in het vakgebied
vereist is.
Is in staat om zijn/haar kennis en
inzicht op een dusdanige wijze
toe te passen, dat dit een
professionele benadering van
zijn/haar werk of beroep laat
zien, en beschikt verder over
competenties voor het opstellen
en verdiepen van argumentaties
en voor het oplossen van
problemen op het vakgebied.
Is in staat om relevante
gegevens te verzamelen en
interpreteren (meestal op het
vakgebied) met het doel een
oordeel te vormen dat mede
gebaseerd is op het afwegen
van relevante sociaalmaatschappelijke,
wetenschappelijke of ethische
aspecten.
Is in staat om informatie, ideeën
en oplossingen over te brengen
op een publiek bestaande uit
specialisten en niet-specialisten.
Bezit de leervaardigheden die
noodzakelijk zijn om een
vervolgstudie die een hoog
niveau van autonomie
veronderstelt aan te gaan.
Master
Heeft aantoonbare kennis en
inzicht, gebaseerd op de kennis
en het inzicht op het niveau van
Bachelor en deze te overtreffen
en/of verdiepen, als mede een
basis of kans bieden om een
originele bijdrage te bieden aan
het ontwikkelen en/of toepassen
van ideeën, vaak in
onderzoeksverband.
Is in staat om kennis en inzicht
en probleemoplossende
methodes toe te passen in
nieuwe of onbekende
omstandigheden binnen een
bredere (of multidisciplinaire)
context die gerelateerd is aan het
vakgebied; is in staat om kennis
te integreren en met complexe
materie om te gaan.
Is in staat om oordelen te
formuleren op grond van
onvolledige informatie en daarbij
rekening te houden met sociaalmaatschappelijke
en ethische
verantwoordelijkheden, die zijn
verbonden aan het toepassen
van de eigen kennis en oordelen.
Is in staat om conclusies,
alsmede de kennis, motieven en
overwegingen die hieraan ten
grondslag liggen, duidelijk en
ondubbelzinnig over te brengen
op een publiek van specialisten
en niet-specialisten.
Bezit de leervaardigheden die
hem of haar in staat stellen een
vervolgstudie aan te gaan met
een grotendeels zelfgestuurd of
autonoom karakter.
7
Bijlage 2
Eindtermen van de opleidingen, zoals beschreven in de OER.
OPLEIDING PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN
Eindtermen Bachelor Pedagogische Wetenschappen
Kennis en inzicht
De afgestudeerde heeft kennis van en inzicht in:
1. wetenschappelijke theorieën en onderzoeken over vraagstukken die betrekking hebben op de opvoeding van
kinderen en jonge volwassenen
2. (de actuele en historische ontwikkelingen van) opvoedingspraktijken, en het pedagogische onderzoeks- en
beroepenveld
3. methoden om opvoedingssituaties te diagnosticeren
4. methoden voor het plannen van interventies om problematische opvoedingssituaties te verbeteren
5. methoden van sociaalwetenschappelijk onderzoek
6. ethische vraagstukken die een rol spelen in de pedagogische onderzoeks- en beroepspraktijk
7. de disciplines psychologie, onderwijskunde, neurologie en filosofie in relatie tot de pedagogische wetenschappen
Toepassen kennis en inzicht
De afgestudeerde is in staat om:
8. relevante wetenschappelijke theorie en praktijkinformatie te gebruiken om opvoedingsvraagstukken te
formuleren en te analyseren
9. wetenschappelijk literatuuronderzoek uit te voeren over pedagogische vraagstukken
10. onder begeleiding empirisch sociaalwetenschappelijk onderzoek uit te voeren
11. onder begeleiding (simulaties van) opvoedingssituaties te diagnosticeren
12. onder begeleiding interventies te plannen om (simulaties van) problematische opvoedingssituaties te verbeteren
Oordeelsvorming
De afgestudeerde is in staat om:
13. sociaalwetenschappelijk onderzoek te beoordelen
14. op basis van sociaalwetenschappelijk onderzoek een oordeel te vormen over algemene pedagogische vraagstukken en benaderingen
15. op basis van relevante praktijkinformatie en sociaalwetenschappelijk onderzoek een oordeel te vormen over
specifieke problemen uit de pedagogische beroepspraktijk
16. eigen standpunten te formuleren en te onderbouwen
17. de onderbouwing van standpunten van anderen te beoordelen
De afgestudeerde heeft:
18. een open en kritische houding tegenover de eigen standpunten en die van anderen
Communicatie
De student is in staat om:
19. schriftelijk te rapporteren over (de analyse van, of onderzoek naar) pedagogische vraagstukken, zowel aan
vakgenoten, als aan (gesimuleerde) cliënten en een breder publiek
20. mondeling te rapporteren over (de analyse van, of onderzoek naar) pedagogische vraagstukken, zowel aan
vakgenoten, als aan (gesimuleerde) cliënten en een breder publiek
21. in groepsverband te werken
Leervaardigheden
De student is in staat om:
23. het eigen leerproces te sturen
24. zelfstandig de interesse in het eigen vakgebied te verdiepen en te verbreden
8
Eindtermen Master Pedagogische Wetenschappen
Kennis en inzicht
De afgestudeerde heeft grondige en specialistische kennis van en inzicht in:
1. theorieën en bevindingen én van methoden en technieken van de gekozen specialisatie alsmede van onderwerpen binnen of buiten die specialisatie die voor gebruik van genoemde theorieën en bevindingen van belang zijn;
2. de psychodiagnostiek en behandelingsmethoden, dan wel van de pedagogische probleemformulering en
handelings- of interventiemethoden.
Toepassen kennis en inzicht
De afgestudeerde is in staat tot:
3. het toepassen van pedagogische kennis binnen een voor de pedagogisch relevant werkterrein en dit te relateren aan empirisch onderzoek en theoretische posities binnen de pedagogiek.
Oordeelsvorming
De afgestudeerde is in staat tot:
4. het hanteren van geavanceerde technieken voor pedagogisch onderzoek;
5. het zelfstandig opstellen en uitvoeren van een onderzoeks- of beïnvloedingsplan in verschillende fasen,
zoals het verzamelen van relevante literatuur en het verzamelen, verwerken en interpreteren van gegevens;
6. het plannen, nemen van beslissingen en dragen van verantwoordelijkheid in de beroepssituatie.
De afgestudeerde heeft:
7. specialistische vaardigheid op het gebied van psychodiagnostiek en behandeling dan wel van pedagogische
probleemformulering en handelingstrategie of interventie;
8. specialistische vaardigheid op het gebied van gesprekvoering, observatie en rapportage;
9. inzicht in de consequenties van het eigen handelen voor anderen in de beroepssituatie;
10. besef van de ethische aspecten van de beroepsmatige omgang met anderen, zowel cliënten als proefpersonen, met inbegrip van de bredere consequenties van eigen onderzoeksresultaten en praktijkbeoefening;
11. besef van eigen beperkingen, d.w.z. op het juiste moment inroepen van deskundigheid van anderen en het
zich op het juiste ogenblik onthouden van handelen.
Communicatie
De afgestudeerde heeft:
12. vaardigheid in het omgaan met anderen, het werken in teamverband.
Leervaardigheden
De afgestudeerde heeft:
13. bereidheid tot het herzien van eigen standpunten in de beroepssituatie.
9
OPLEIDING ONDERWIJSKUNDE
Eindtermen Bachelor Onderwijskunde
Kennis en inzicht
De afgestudeerde heeft kennis van en inzicht in:
1. hoofdproblemen op onderwijskundig gebied en de theorievorming over deze problemen
2. de ontwikkeling, sturing, opbouw en structuur van het Nederlands onderwijssysteem (inclusief de verzorgingsstructuur)
3. onderwijsbeleid en schoolorganisatie
4. onderwijs- en leerprocessen in formele onderwijssettings
5. de disciplines pedagogiek, filosofie, psychologie en sociologie in relatie tot de onderwijskunde
6. de historische ontwikkelingen van het onderwijs, het denken over onderwijs en de onderwijskunde
7. opzetten en uitvoeren van sociaalwetenschappelijk onderzoek
8. ethische vraagstukken die een rol spelen in de onderwijskundige praktijk
Toepassen kennis en inzicht
De afgestudeerde is in staat om:
9. theorie te gebruiken om vraagstukken op het gebied van onderwijsbeleid, schoolorganisaties, onderwijs- en
opleidingsprogramma’s en onderwijsleerprocessen te benoemen, te analyseren en te interpreteren
10. deze analyse vervolgens te vertalen in adviezen, handelingsaanwijzingen en onderzoeksplannen met betrekking tot de inrichting, besturing en vormgeving van onderwijs en opleiding
11. eenvoudig onderwijskundig onderzoek uit te voeren
Oordeelsvorming
De afgestudeerde is in staat om:
12. een sociaalwetenschappelijk probleem (in het bijzonder op het terrein van de onderwijskunde) te formuleren
en te analyseren
13. onderwijskundig onderzoek kritisch te beoordelen
14. sociaalwetenschappelijke publicaties zowel in theoretisch als in empirisch opzicht kritisch te evalueren
15. de onderwijskunde te positioneren ten opzichte van andere disciplines en wetenschapsfilosofische tradities
Communicatie
De afgestudeerde is in staat om:
16. schriftelijk en mondeling te rapporteren over (de analyse van, of onderzoek naar) een sociaalwetenschappelijk probleem, zowel aan vakgenoten als aan een breder publiek
17. zelfstandig en in groepsverband te werken
Leervaardigheden
De afgestudeerde heeft:
18. vaardigheden die noodzakelijk zijn om zich als onderwijskundige professioneel te blijven ontwikkelen.
10
Eindtermen Master Onderwijskunde
Kennis en inzicht
De afgestudeerde heeft grondige en specialistische kennis van en inzicht in:
1. theorieën en bevindingen én van methoden en technieken binnen de onderwijskunde alsmede van onderwerpen
binnen of buiten de onderwijskunde die voor gebruik van genoemde theorieën en bevindingen van belang zijn.
Toepassen kennis en inzicht
De afgestudeerde is in staat tot:
2. het toepassen van onderwijskundige kennis binnen een voor de onderwijskunde relevant werkterrein en dit te
relateren aan empirisch onderzoek en theoretische posities binnen de onderwijskunde.
Oordeelsvorming
De afgestudeerde is in staat om:
3. nieuwe kennis met betrekking tot de sturing en inrichting van onderwijs te produceren;
4. zelfstandig empirisch onderwijskundig onderzoek uit te voeren;
5. complexe onderwijskundige vraagstukken vanuit verschillende theoretische perspectieven te analyseren en empirisch te onderbouwen.
Communicatie
De afgestudeerde is in staat om:
6. te rapporteren over (de analyse van) complexe onderwijskundige vraagstukken, aan vakgenoten en aan een breder
publiek.
Leervaardigheden
De afgestudeerde heeft:
7. bereidheid tot het herzien van eigen standpunten in de beroepssituatie.
11