Lees hier een interview met Eric Vloeimans

Rechtenvrij interview Eric Vloeimans
Eric Vloeimans (’63) is een wereldstrompettist van eigen bodem.
Hij won onder meer de Boy Edgar Prijs, de Gouden Notekraker en een Bird
Award en hij wordt vooral geprezen om zijn bijzondere mix van jazz- en
popmuziek.
Met de talloze projecten en samenwerkingen die hij aanging bereikte hij al een
enorm divers en breed publiek. Zo speelde hij onlangs nog samen met het
Rotterdams Philharmonisch orkest en stond hij afgelopen zomer wederom op
het North Sea Jazzfestival.
Ditmaal gaat Eric echter de theaters in en speelt hij samen met topaccordeonist
Tuur Florizoone (België) en cellist Jörg Brinkmann (Duitsland) in Oliver’s
Cinema.
Hoe is deze bijzondere samenwerking van jullie drieën ontstaan?
Het verhaal begint bij de accordeon. Ik was al lange tijd op zoek naar een accordeonist
om mee te spelen. Na een concert in het Belgische liet ik het aan de bar zomaar even
vallen en de barman zei meteen. Ach….dan moet ge den Tuur vragen. Ik kende Tuur dus
nog niet maar na hem beluisterd te hebben wist ik wel dat wij tweeën echt heel goed
muzikaal bij elkaar zouden kunnen passen. Ik heb hem gebeld en we hebben een
afspraak gemaakt om zomaar eens wat te spelen. Na zo ongeveer twee noten keken we
elkaar aan en wisten we dat we er allebei een broertje bij hadden. Jörg ken ik al veel
langer o.a. uit samenwerking met de ensembles van Martin Fondse. Ik ben erg onder de
indruk van Jörg zijn muzikaliteit, virtuositeit en zijn stempel op de muziek. Ik had ook al
eens duo met hem gespeeld en in zo’n intieme bezetting hadden we elkaar ook heel veel
te vertellen. Nu kreeg ik het gevoel dat die twee, Tuur en Jörg elkaar beslist eens
moesten ontmoeten. Dat gebeurde in het Brabantse openluchttheater Kersouwe. We
hadden alle drie wat muziek meegenomen. Repeteerden losjes wat materiaal en
klommen de bühne op. Op het eind van de avond, hadden we een trio. En daar
filmmuziek als een rode draad door ons programma liep, was de naam Oliver’s Cinema
(anagram van mijn naam) snel verzonnen.
Wat kunnen mensen verwachten van een avondje Oliver’s Cinema? Zijn het
bekende filmnummers of is het eigen materiaal?
Men kan veel eigen werk verwachten. We zijn alle drie musici die de noodzaak voelen zelf
veel te componeren. Die muziek heeft vaak ook een filmisch karakter, of er zit een
verhaal achter. Dat beslaat het grootste gedeelte van het programma. Maar de naam
Oliver’s Cinema willen we graag hoog houden. Dus er zullen bekendere en onbekendere
stukken uit het universele filmmuziek repertoire worden gespeeld.
In hoeverre improviseren jullie op het podium? Of is dit ogenschijnlijk bedrog
en liggen alle nummers vast?
Improviseren is een gevaarlijk woord voor een hoop mensen. Dan wordt er vaak aan
moeilijke onbegrijpelijke muziek gedacht, veelal in het jazzgenre. Maar improviseren
werd in de klassieke muziek al gedaan ten tijden van J.S. Bach. Men improviseerde vaak
op een basso continuo. Eigenlijk liepen de improvisaties als vanzelfsprekend in de
geschreven muziek over en andersom. Op deze manier hoort muziek in zijn geheel ook
bij elkaar, heel organisch, en daar streef ik altijd naar. Dat kan alleen met musici die hun
oren open zetten en hun technische vaardigheden ten volle in dienst van de muziek
stellen. Dat is in Oliver’s Cinema zeker aan de hand.
Zo’n 75% van wat de mensen horen bij ons maakt deel uit van hetgene wat niet op
papier staat, maar wat we er ter plekke verder van maken.
Met welk gevoel hoop je dat het publiek na afloop de zaal verlaat?
Ik hoop altijd de harten van de mensen te bereiken. Dat ze betoverd raken en even ‘heel
ergens anders’ zijn geweest, en stuiterend van geluk de zaal uitdansen……..of zweven!
Het theater heeft zo zijn eigen sfeer en charme stel ik me voor. Verschilt het
voor jou veel van bijvoorbeeld het spelen in een jazzclub, in een concerthal of
op een groot internationaal festival?
Elke plek waar je speelt is anders en er zijn mooiere en minder mooie plekken. Ook de
akoestiek, niet geheel onbelangrijk, is overal anders. Op de ene plek is het zwaar de
muziek bij de oren van de luisteraar te brengen en op het andere podium lijkt je
instrument het helemaal vanzelf te doen. Verder kan een grote zaal met duizenden
mensen intiemer aanvoelen dan een klein zaaltje met 100 man publiek. Dan heb je het
nog niet eens over met welke band je er speelt. Of je nu met symfonieorkest of met
Gatecrash speelt, om maar eens twee dingen te noemen die zeker qua sound ver uit
elkaar liggen, dan is het weer heel anders, alleen al door de sfeer van de muziek. Ik hou
heel erg van intimiteit, dat wil zeggen, heel dicht bij de mensen komen met je muziek.
Dat is iets wat je zelf kunt regisseren, door de manier waarop je speelt en het
presenteert.
Je hebt over de hele wereld al op prachtige podia gestaan. Niet alleen in heel
Europa, maar ook in Afrika, Azië en de Verenigde Staten. Verbaast het je dan
soms niet dat niet iedereen in Nederland jouw naam kent?
Laat ik het omdraaien. Het verbaast me soms hoeveel mensen me eigenlijk wél kennen.
Hoe vaak er mensen omkijken op straat of even naar je toekomen voor een
handtekening. En bekendheid is natuurlijk heel relatief.
Miles Davis had in Rotterdam gemakkelijk anoniem over straat gekund, maar onze
koning, André van Duin en George Michael dan weer niet vermoedelijk. Maar Van Duin
kan dan wel weer in Baltimore rustig rondlopen, haha!
Het doet je ego natuurlijk goed als mensen je herkennen, maar ik moet er niet aan
denken dat ik de supermarkt niet meer in zou kunnen.
Ik heb iets opgebouwd in de loop der jaren waardoor ik mijn eigen muziek voor een
behoorlijk groot publiek mag uitvoeren en een concertagenda van 175 keer per jaar
spelen is daar het gevolg van. Spelen is het leukste wat er is en ik voel me een gezegend
mens.
Wat is je mooiste muzikale ervaring tot nu toe? En waar zou je absoluut graag
nog eens een keer willen spelen?
Zoals gezegd, ik voel me een gezegend mens. Ik heb zoveel prachtige muzikale vrienden
waar ik mijn concertagenda mee mag vullen en zoveel mooie musici die ik steeds maar
blijf ontmoeten. Ik leef in een gigantische ‘Horn Of Plenty’, en voel dat er nog zoveel in
het verschiet ligt.
Tot slot, wie vind jij zelf nou een fascinerende muzikant en waarom?
Goh, dat vind ik een hele moeilijke vraag. Ik ben door zovele mensen beïnvloed en ben
zo gefascineerd door evenzovele mensen. Verleden week kwam ik wat meer te weten
over Leonard Bernstein. Gekmakend om wat deze man allemaal kon. Componeren,
klassieke muziek dirigeren, hij was een virtuoos pianist, componist van filmmuziek, een
begenadigt spreker en docent. Ik voel me daar een hele kleine jongen bij. Maar ik vind
Kate Bush even zozeer fascinerend, of Miles Davis, of Glenn Gould, of Igor Stravinsky. Ik
ben ook gefascineerd door de liedjes van ABBA, afijn, zo kan ik nog wel even doorgaan.
Ik geloof dat ik mezelf wel een veelvraat kan noemen, en misschien wel net als een kind
zonder oordeel me over een hoop dingen kan verwonderen. Dat gebeurt helemaal vanzelf
en dat laat ik maar zo.